CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vastgesteld TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras29.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

15

Artikel 9 9.1

Waarde - Archeologie 6

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde – Archeologie 6. In geval van strijdigheid van regels, gaan de regels van dit artikel vóór de overige regels die ingevolge andere artikelen opgenomen in deze regels van toepassing zijn. 9.2

Gebruiksactiviteiten

De voor ‘Waarde – Archeologie 6' aangewezen locatie heeft, naast de andere voor die gronden aangewezen gebruiksactiviteiten tevens de functie voor het herstel en behoud van archeologische waarden. 9.3

Bouwactiviteiten

Aanvullend op de voor de locaties toegestane bouwactiviteiten gelden óók de bouwregels van dit lid. 9.3.1

Toegestaan

Het is toegestaan om zonder archeologisch onderzoek een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten te verlenen, mits het bouwplannen betreft: a. die betrekking hebben op het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. b. waarbij de som van de totale bodemroerende werkzaamheden in de (water)bodem niet groter is dan 50 m2 9.3.2

Vergunningplicht

a. Een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten wordt verleend mits archeologisch onderzoek is uitgevoerd waarbij is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 9.3.3 Beoordelingsregels. b. Indien de aanvraag betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, zoals bedoeld in sub a, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld is lid 9.3.3 sub b, is lid 9.3.1 niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Lid 9.3.3 blijft overeenkomstig van toepassing. 9.3.3

Beoordelingsregels

a. Een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten wordt verleend indien een archeologisch onderzoek wordt overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient te zijn opgesteld door een ter zake kundig bureau op het terrein van archeologische monumentenzorg. b. Indien uit het in sub a genoemde archeologische onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de waterbodems door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de waterbodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1.1 onder "opgraving" jo. artikel 5.1 van de Erfgoedwet;

16

c. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b wordt een deskundige om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.

9.4

Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

9.4.1

Toegestaan

Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren die: a. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van het wijzigingsbesluit; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; c. waarbij de som van de totale bodemingrepen zoals bedoeld in lid 9.4.2 onder a t/m e in de (water)bodem niet groter is dan 50 m2. d. op archeologisch onderzoek gericht zijn. 9.4.2

Vergunningplicht

Met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is het toegestaan de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven (onder andere saneren), baggeren (waaronder saneren), onderzuigen van de waterbodem en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; b. het dempen, graven, verdiepen of verbreden van vaargeulen, watergangen en waterpartijen; c. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; d. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. bemalen of grondwaterpeilverlagingen. mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 9.4.3 Beoordelingsregels. 9.4.3

Beoordelingsregels

a. Een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten wordt verleend indien een archeologisch onderzoek wordt overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient te zijn opgesteld door een ter zake kundig bureau op het terrein van archeologische monumentenzorg. b. Indien uit het in sub a genoemde archeologische onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de waterbodem door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1.1 onder "opgraving" jo. artikel 5.1 van de Erfgoedwet. c. indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoel in lid sub b wordt een ter zake kundig bureau om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.

17

18

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10 10.1

Juridische regelingen TAM-omgevingsplan

Relatie met Omgevingsplan Dijk en Waard

Dit TAM-omgevingsplan NL.IMRO.1980.TAM22BVRONERMWGSP-VA01 is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22B) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Dijk en Waard. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

10.2

Leeswijzer TAM-regels en Omgevingsplan Dijk en Waard

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) moet als volgt worden gelezen: Voorliggend TAM-omgevingsplan

Omgevingsplan Dijk en Waard

Regels

Hoofdstuk 22B – Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras

Hoofdstukken 1, 2, 3, en 4

Paragrafen (22x.1 t/m 22x.4) van hoofdstuk 22B – Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras

Artikelen

Artikel 22x.x.x in de paragrafen

Bijlagen

Bijlage 22x.nummering en naam

10.3

Toepassingsbereik

10.3.1 Bestemmingsplannen in omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie als bedoeld in lid 1.3. 10.3.2 Relatie met de Bruidsschat De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan, zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in deze regels.

19

10.3.3 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van deze regels. 10.3.4 Geometrische werkingssfeer voorliggend TAM-omgevingsplan Deze regels zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1980.TAM22BVRONERMWGSP-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl en 'Regels op de kaart'

20

Artikel 11

Anti-dubbeltelbepaling

Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

21

Artikel 12

Toepassingsbereik Bouw- en gebruiksactiviteiten

Op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras zijn uitsluitend de bouw- en gebruiksactiviteiten toegestaan zoals die zijn opgenomen in deze regels. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het daarom verboden om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

22

Artikel 13 13.1

Algemene aanduidingsregels

overige zone - toegestaan woningbouwtype

13.1.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - toegestaan woningbouwtype'. 13.1.2 Bouwactiviteiten Ter plaatse van de locatie “overige zone – toegestaan woningbouwtype” is het toegestaan om de gronden te gebruiken en laten gebruiken voor de bouw van: vrijstaande woningen; halfvrijstaande woningen (maximaal 2 aaneengebouwd); aaneengebouwde woningen (maximaal 7 aaneengebouwd).

13.2

overige zone - bouwtype woongebouw

13.2.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - bouwtype woongebouw'. 13.2.2 Bouwactiviteiten Ter plaatse van de locatie “overige zone – bouwtype woongebouw” is het toegestaan om de gronden te gebruiken en laten gebruiken voor de bouw van woongebouwen.

13.3

overige zone - natuurlijke oever

13.3.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - natuurlijke oever'. 13.3.2 Gebruiksactiviteiten Ter plaatse van de locatie 'overige zone - natuurlijke oever' is het toegestaan om oevers te realiseren voorzien van water en groen zoals bedoeld in het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Locatie Vronermeerweg dat opgenomen is als Bijlage 1 van dit TAM-omgevingsplan, dan wel diens rechtsopvolger. 13.3.3 Bouwactiviteiten Ter plaatse van de locatie 'overige zone - natuurlijke oever' is het toegestaan om: a. oeverbeschoeiing te realiseren tot een maximum van 0,2 meter boven het gemiddeld waterpeil; b. vlonders te bouwen zoals bedoeld in het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Locatie Vronermeerweg dat opgenomen is als Bijlage 1 van dit TAM-omgevingsplan, dan wel diens rechtsopvolger; c. steigers te bouwen daar waar de 'overige zone - natuurlijke oever' grenst aan de enkelbestemming 'Wonen': tot een maximum van 50% van de perceelsbreedte; en tot een maximum van 5 meter breed; en

23

maximaal 0,5 meter boven het gemiddeld waterpeil. d. steigers te bouwen daar waar de overige zone grenst aan de enkelbestemming 'Groen': tot een maximum van 15 meter breed; en maximaal 0,5 meter boven het gemiddeld waterpeil.

13.4

overige zone - overkapping in zijtuin

13.4.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone overkapping in zijtuin'. 13.4.2 Maatwerkvoorschrift vrijstaand bijbehorend bouwwerk In afwijking van het bepaalde in artikel 6.3.1 is het ter plaatse van de locatie "overige zone - overkapping in zijtuin" toegestaan om een overkapping in de voortuin van een hoofdgebouw te bouwen, mits: a. de overkapping achter het verlengde van de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 meter bedraagt; c. het dakoppervlak maximaal 17,5 vierkante meter bedraagt voor een enkele carport en maximaal 35 vierkante meter voor een dubbele carport; d. de overkapping bouwwerk passend is bij de architectuur zoals bedoeld in het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Locatie Vronermeerweg die opgenomen als Bijlage 1 van dit TAM-omgevingsplan, dan wel diens rechtsopvolger.

13.5

overige zone - vrijstaand bijbehorend bouwwerk in voortuin

13.5.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - vrijstaand bijbehorend bouwwerk in voortuin'. 13.5.2 Maatwerkvoorschrift vrijstaand bijbehorend bouwwerk In afwijking van het bepaalde in artikel 6.3.1 is het ter plaatse van de locatie "overige zone - vrijstaand bijbehorend bouwwerk in voortuin" toegestaan om een vrijstaand bijbehorend bouwwerk in de voortuin van een hoofdgebouw te bouwen, mits: a. b. c. d.

de goothoogte maximaal 3 meter bedraagt; de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt; het bebouwd oppervlak maximaal 6 vierkante meter bedraagt; het vrijstaand bijbehorend bouwwerk passend is bij de architectuur zoals bedoeld in het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Locatie Vronermeerweg die opgenomen als Bijlage 1 van dit TAM-omgevingsplan, dan wel diens rechtsopvolger

13.6

overige zone - gezamenlijk aantal woningen

13.6.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone gezamenlijk aantal wooneenheden'.

24

13.6.2 Bouwactiviteiten Het is toegestaan om maximaal het aantal woningen te bouwen zoals aangegeven ter plaatse van de locatie 'overige zone - gezamenlijk aantal wooneenheden'.

13.7

overige zone - geluidsgevoelige gebouwen

13.7.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone geluidsgevoelige gebouwen'. 13.7.2 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag geluidsgevoelige gebouwen te bouwen. 13.7.3 Aanvullende aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van geluidsgevoelige gebouwen worden aanvullend de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai. 13.7.4 Beoordelingsregels a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van geluidsgevoelige gebouwen wordt verleend indien een akoestisch onderzoek wordt overgelegd waaruit blijkt: 1. dat kan worden voldaan aan de door het bevoegd gezag vastgestelde hogere waarde, dan wel; 2. dat kan worden voldaan aan de standaardwaarde uit de tabel die is opgenomen in artikel 5.78t Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), dan wel; 3. dat kan worden voldaan aan artikel 5.78u Bkl. b. Indien niet kan worden voldaan aan het bepaalde onder a, kan het bevoegd gezag afwegen dat niet-geluidsgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen kunnen worden toegepast als bedoeld in artikel 5.78y Bkl.

25

Artikel 14 14.1

Algemene gebruiksactiviteiten

Activiteit aan huis verbonden beroepen en/of bedrijven

Het is toegestaan om aan huis verbonden beroepen en bedrijven uit te oefenen, mits: a. een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken vallen binnen de locaties ‘Wonen’ en ‘Wonen-bouwvlak’ ; b. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de activiteit maximaal 30% van de bestaande bebouwing per bouwperceel bedraagt; c. bij een webwinkel opslag van goederen binnen het maximaal toegestane oppervlak voor de bedrijfsmatige activiteit blijft, geen afhaaladres en geen uitstalling ten verkoop aanwezig is; d. bij gastouderopvang het aantal op te vangen kinderen niet meer mag bedragen dan 6 kinderen; e. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de aan huis verbonden beroepen en/of bedrijven plaatsvindt; f. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt; g. de activiteit geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; h. een beroep of bedrijf aan huis wordt door de bewoner zelf uitgeoefend.

26

Artikel 15 15.1

Algemene binnenplanse omgevingsplanactiviteiten

Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten

Met een omgevingsvergunning staat het bevoegd gezag toe dat: a. de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages worden verruimd tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, indien de feitelijke ingemeten situatie er aanleiding toe geeft om het plan daarmee in overeenstemming te brengen; b. het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. het bouwen van antennes en openbare lichtmasten is toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; d. van de onder artikel 13.4.2 lid a opgenomen regel kan worden afgeweken, indien dit geen onevenredige afbreuk doet aan het stedenbouwkundigplan, de architectuur van het hoofdgebouw en aansluit op de beeldkwaliteit zoals bedoeld in het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Locatie Vronermeerweg die opgenomen als Bijlage 1 van dit TAM-omgevingsplan, dan wel diens rechtsopvolger; e. maten op de locaties in hoofdstuk 2 van deze regels worden overschreden met ten hoogste 30 cm, indien sprake is van een overschrijding die het gevolg is van het aanbrengen van isolatie bij hoofdgebouwen, mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 15.2 Beoordelingsregels 15.2

Beoordelingsregels

De in lid bedoelde omgevingsvergunningen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid.

27

Artikel 16 16.1

Algemene bouwactiviteiten

Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied

Bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in artikel 22.36 in het omgevingsplan zijn uitsluitend toegestaan in het achtererfgebied.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=70cccce7-9409-43bf-be14-da6017a02a59