CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vastgesteld TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras29.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras

Gemeente Dijk en Waard 18 juni 2025 Vastgesteld

Gemeente Bestemmingsplan Voorontwer

Plannummer: NL.IMRO.1980.TAM22BVRONERMWGSP-VA01 -

Regels Toelichting Verbeelding

Vastgesteld 18 juni 2025 Projectnummer 2826-110

Gemeente Dijk en Waard Toelichting, deel uitmakende van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras Vastgesteld

Plannummer: NL.IMRO.1980.TAM22BVRONERMWGSP-VA01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Plangebied 1.3 Omgevingsplan 1.4 Indeling TAM-omgevingsplan

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Huidige situatie plangebied 2.3 Ontwikkelingen in de directe omgeving

9 9 10 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Algemeen 3.2 Stedenbouwkundige opzet

13 13 13

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Inleiding 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Regionaal beleid 4.5 Beleid van het waterschap 4.6 Gemeentelijk beleid

17 17 17 20 23 23 25

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving 5.1 Cultureel erfgoed en archeologie 5.2 Welstand 5.3 M.e.r. beoordeling 5.4 Milieuzonering 5.5 Geluid 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Gezondheid 5.8 Bodem 5.9 Water 5.10 Klimaatadaptatie 5.11 Duurzaamheid 5.12 Natuur en ecologie 5.13 Omgevingsveiligheid 5.14 Mobiliteit 5.15 Nutsvoorzieningen

31 31 33 33 35 35 40 41 43 45 48 49 50 54 55 57

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Participatie 6.2 Afstemming overlegpartners 6.3 Zienswijzen

59 59 59 60

2

6.4

Conclusie

Hoofdstuk 7

60

Economische uitvoerbaarheid

61

Hoofdstuk 8 Belangenafweging en conclusie 8.1 Inleiding 8.2 Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? 8.3 Conclusie

63 63 63 64

Hoofdstuk 9 Juridische vormgeving 9.1 Algemeen 9.2 Verhouding tijdelijk omgevingsplan en TAM-omgevingsplan

65 65 65

3

4

T oelichting Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Algemeen

De locatie Vronermeerweg is gelegen in Sint Pancras en valt onder de gemeente Dijk en Waard. De ontwikkelcombinatie Vronermeerweg Ontwikkeling B.V. wil aan de westzijde van Sint Pancras een nieuwbouwontwikkeling realiseren genaamd Vronereiland. Het geldende omgevingsplan Dijk en Waard laat het beoogde gebruik en bouw van woningen niet toe. Er heeft overleg met de gemeente plaatsgevonden. Dat heeft geleid tot een gedragen hoofdopzet die de basis vormt van het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan (bijlage 1) en hieruit voortvloeiend het voorliggend TAM-omgevingsplan. De aanleiding voor het opstellen van een TAM-omgevingsplan is om op de planlocatie woonontwikkeling mogelijk te maken. Met het TAM-omgevingsplan wordt het omgevingsplan Dijk en Waard voor de locatie gewijzigd, waarmee de woningbouw voor het plangebied planologisch mogelijk wordt gemaakt. In het TAM-omgevingsplan wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van Sint Pancras, relevant beleid en de ruimtelijke opbouw van Vronermeerweg en het omliggende landschap en de buurt.

1.2

Plangebied

Dit TAM-omgevingsplan heeft betrekking op de locatie Vronermeerweg 27/ 27a te Sint Pancras. Sint Pancras ligt in de voormalige gemeente Langedijk. De gemeente Dijk en Waard bestaat uit de voormalige gemeente Langedijk en Heerhugowaard. Het plangebied ligt op de grens van de gemeentes Alkmaar en Dijk en Waard. Langs het plangebied loopt de Kruissloot. In de directe omgeving liggen gronden met de bestemming 'Wonen'. Aan de westkant zal in de toekomst door de gemeente Alkmaar 'Vroonermeer Driehoek' worden gerealiseerd. Dit bestaat uit een ontwikkeling met appartementen en een woonwagenpark. Aan de oostkant ligt het plan 'Westrand' van Sint Pancras. De gemeente heeft het daar mogelijk gemaakt om een nieuw woonlint te realiseren van grondgebonden, veelal vrijstaande woningen. Het plangebied is aan twee zijden ingesloten door water. Dit is ontstaan door de afgraving van agrarische gronden rond 2017. Het plangebied is circa 3,3 hectare groot. De locatie valt binnen de kadastraal bekende aanduidingen LGD00-K-234, LGD00-K-233, LGD00-K-232, LGD00-K-294, LGD00-K-178, LGD00-K-252, LGD00-K-363, LGD00-K-373, LGD00-K-402 en LGD00-K-403.

5

Luchtfoto met plangebied rood omrand, bron: Google Earth

1.3

Omgevingsplan

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Dijk en Waard. Het omgevingsplan bestaat uit de voormalige bestemmingsplannen, waaronder voor het plangebied: Bestemmingsplan 'Vronermeerweg 27 en 27a in Sint Pancras' (vastgesteld 17-09-2019); Parapluplan Parkeernormen en normen laad- en losvoorzieningen Langedijk (vastgesteld 17-08-2018); Bestemmingsplan Vroonermeer Noord (vastgesteld 30-11-2010); Actualisatieplan Langedijk (vastgesteld 22-02-2024); Bestemmingsplan Sint Pancras 2012 (vastgesteld 28-05-2013); Paraplubestemmingsplan Datacenters Dijk en Waard (vastgesteld 23-04-2024); Veegplan Langedijk 2023 (vastgesteld 23-04-2024); Bestemmingsplan 'Vronermeerweg 27 en 27a in Sint Pancras' In dit bestemmingsplan zijn de gronden aangewezen als 'Detailhandel - Tuincentrum' met de funtieaanduidingen tuincentrum en bedrijfswoning. Voor het tuincentrum is een bouwvlak aangeduid met de maatvoeringen 'maximum bouwhoogte: 8 m' en 'maximum goothoogte: 6 m'. Voor de bedrijfswoning is een bouwvlak aangeduid met de maatvoeringen 'maximale bouwhoogte: 8 m' en 'maximum goothoogte: 3 m'.

6

Uitsnede voormalige bestemmingsplan als onderdeel van het omgevingsplan met plangebied rood omrand, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl Parapluplan Parkeernormen en normen laad- en losvoorzieningen Langedijk Dit bestemmingsplan ziet toe op het opnemen van de parkeerregeling in het bestemmingsplan die voorheen onderdeel uitmaakte van de bouwverordening. Omdat in de (voormalige) gemeente Langedijk nog niet alle bestemmingsplannen een parkeerregeling bevatten, is het parapluplan parkeernormen opgesteld dat verwijst naar de Nota parkeernormen 2022. Het planvoornemen is opgesteld met inachtneming van het gemeentelijk parkeerbeleid. In paragraaf 5.15 is hier nader op ingegaan. Vroonermeer Noord In dit bestemmingsplan zijn de gronden aangeduid als 'Water - Natuurrecreatie'. De gronden zijn bedoeld voor watergerelateerde ontwikkelingen. Deze bestemming komt te vervallen in het voorliggend TAM-omgevingsplan. De gewenste ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingen. Middels het voorliggende 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22B Woonontwikkeling Vronermeerweg Sint Pancras' wordt de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt en worden de regels gesteld waarbinnen de nieuwe ontwikkeling kan plaatsvinden. Hierbij wordt de bestemming aangepast van 'Detailhandel - Tuincentrum' en 'Water - Natuurrecreatie' naar 'Wonen' met daarbij andere ondersteunende bestemmingen.

1.4

Indeling TAM-omgevingsplan

De toelichting is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 worden de ontstaansgeschiedenis en de huidige situatie kort geschetst; In hoofdstuk 3 is de beschrijving van het plan opgenomen; In hoofdstuk 4 zijn de voor het TAM-omgevingsplan relevante beleidsstukken, zowel op rijksniveau als op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau, opgenomen, evenals het beleid van het

7

waterschap; In hoofdstuk 5 zijn alle aspecten op het gebied van de fysieke leefomgeving beschreven; In hoofdstuk 6 wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven; In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven; In hoofdstuk 8 wordt de belangenafweging gemaakt en de conclusie gedeeld; In hoofdstuk 9 komt de juridische vormgeving aan de orde.

8

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Ontstaansgeschiedenis

Het plangebied Vronermeerweg 27 zich bevindt binnen de globale ligging van de West-Friese getijdengeul. Bepalend is de vorming van het getijdenlandschap in de Westfriese getijdengeul. Deze geul volgde (in omgekeerde richting) de rivier- en beekdalen die vanuit het huidige Friesland en Overijssel in de richting van de Noord-Hollandse kust stroomden. De geul vormde geen statisch syteem dat op min of meer dezelfde plek lag, maar verplaatste zich in een periode van ongeveer anderhalf millenium door West-Friesland (zoals te zien is op afbeelding 3.5 in de toelichting op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Dijk en Waard). Dit is bepalend voor het huidige landschap. Vanuit archeologisch oogpunt is met name de ligging van het geulsysteem in het midden- en laat-neolithicum van belang. Juist gedurende deze periode vormden de hoger opgeslibde oevers langs, met name, de kleinere (zij-)geulen aantrekkelijke locaties voor bewoning en gebruik. Daarnaast is Sint Pancras een dorp dat gelegen is op een strandwal waaromheen meren lagen en watergangen hun weg vonden. Dit landschap is een overblijfsel van een periode waarin de zee nog vrij spel had. Op een van de ruggen, heeft het dorpje Vroonen (het huidige Sint Pancras) zich ontwikkeld. De ligging op de strandwal is nu nog steeds zichtbaar in de ligging van de bebouwde linten.

Archeologische vondsten wijzen op bewoning in de Late IJzertijd en de Romeinse tijd. Na de Romeinse tijd was de strandwal waarschijnlijk enige tijd onbewoond, maar vanaf de 6e of 7e eeuw vestigden Friezen zich weer in het gebied. In de tiende eeuw begon de ontginning van de veengebieden rond de strandwal, waarbij vanuit Sint Pancras andere dorpen werden gesticht. Sint Pancras behoorde tot het vrije West-Friesland, waar de boeren niet onderworpen waren aan een heerser. Dit leidde tot conflicten met de graven van Holland, die het gebied wilden veroveren. Er vonden verschillende veldslagen plaats, waarbij de Westfriezen uiteindelijk werden verslagen. Na een grote slag in 1297 werd het dorp Vronen platgebrand en moesten de overlevende bewoners vertrekken. Op de plaats van Vronen ontstond later het dorp Koedijk. Op de Vronergeest, de strandwal van Vronen, werd in de 15e eeuw de kerk van Sint Pancras gebouwd, waarna het dorp ontstond. De regio was oorspronkelijk moerassig, maar werd ontgonnen vanaf de 9e eeuw. Aanvankelijk was er vooral akkerbouw, maar door inklinking van het veen schakelde men over op veeteelt en later tuinbouw. Een van de vele meren in het gebied was het Vronermeer. Sint Pancras lag aan de oostzijde van dit meer. In de 16e eeuw werd het meer drooggelegd, waarbij de bestaande stroompjes werden gebruikt.

Hierdoor ontstond een polder met een grillige slootstructuur, die later is vervangen door een rationeel recht ontwateringssysteem waardoor een blokvormige landsstructuur ontstaan. Aan de westzijde bleef de grillige slootstructuur als begrenzing van de polder nog lange tijd bestaan. Het gebied werd in latere jaren getroffen door verschillende oorlogen, waaronder de Engels-Russische invasie in 1799, en leed aanzienlijke schade. In de polder werd de kleigrond aan de oppervlakte vruchtbaar gehouden door het baggeren van sloten. Vanaf 1870 was tuinbouw, met name kool en aardappels, de belangrijkste bron van inkomsten voor de regio. De groenteveiling in Broek op Langedijk speelde een belangrijke rol in de afzet van producten. Het gebied staat bekend als het 'Rijk der Duizend Eilanden' vanwege de vele waterwegen. In 1887 werd de groenteveiling opgericht en in 1902 kreeg deze een spoorverbinding. De regio bleef zich ontwikkelen als belangrijk tuinbouwgebied en profiteerde van de gunstige omstandigheden zoals vruchtbare grond en transportmogelijkheden via het water. In het midden van de 20ste eeuw onderging het gebied het ingrijpende landinrichtingsproces van de ruilverkaveling, waarvan de schaalvergroting ten gunste van de moderne eisen van de landbouw een

9

belangrijk kenmerk is. Kleine kavels werden samengevoegd en herverdeeld, waterlopen werden rechtgetrokken of verdwenen en historische landschapselementen, zoals beplanting, verdwenen eveneens. Ook het landschap van de ruilverkaveling is niet meer aanwezig op het perceel rondom Vronermeerweg 27 en 27A. Als gevolg van de stedelijke ontwikkelingen aan het begin van de 21ste eeuw, is het historische agrarische landschap getransformeerd naar een woon- en werkgebied, waarin water een belangrijke rol speelt. Hierbij is een historische verkavelingssloot ten westen van het plangebied binnen de ontwikkeling behouden. Verder is er van de cultuurhistorische kenmerken, zoals die zich sinds de 16de eeuw hebben kunnen ontwikkelen, niets bewaard gebleven.

Kaart Sint Pancras en omgeving in 1950 (plangebied rood omrand), bron: topotijdreis.nl

2.2

Huidige situatie plangebied

Het plangebied ligt ten zuidwesten van de kern van Sint Pancras. Aan de westzijde ligt het woonontwikkelingsgebied Vroonermeer. Aan de zuidzijde loopt de Kruissloot. Deze weg verbindt Alkmaar en Sint Pancras. Het plangebied ligt verlaagt ten opzichte van de omgeving. Rond 2017 is het omliggend gebied ontwikkeld en afgegraven en is er gekozen voor een ander peilniveau. Het plangebied ligt momenteel achter een dijk, en wordt door een afwateringssloot omringd.

10

Huidige situatle locatie (plangebied rood omrand), bron: topotijdreis.nl

2.3

Ontwikkelingen in de directe omgeving

In de directe omgeving van het plangebied zijn plannen voor woningbouwontwikkeling. De gemeente Alkmaar overweegt om op de locatie die aan de westzijde van het plangebied is gelegen een ontwikkeling mogelijk te maken. Deze locatie staat ook wel bekend als de “Vroonermeer Driehoek”.

11

12

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt het plan uiteengezet en beschreven aan de hand van een aantal aspecten. In het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan is de beoogde omgevingskwaliteit van het woongebied vastgelegd. Dit vormt de basis van het TAM-omgevingsplan.

3.2

Stedenbouwkundige opzet

Stedenbouwkundige inpassing Het plangebied ligt op de overgang van verschillende invloedsferen. Aan de ene kant is er de stedelijkheid van Alkmaar en aan de andere kant het dorpse karakter van Sint Pancras. Bepalend voor de identiteit van het plangebied is dat het omringd is door water en gelegen in een waterrijke waterbergingszone. Deze zone heeft een landschappelijke kwaliteit, natuurwaarde en recreatieve waarde. Door de ontwikkeling van Vronermeer-Noord en Vronermeer-Zuid vormt het plangebied in zijn huidige vormt een restlocatie binnen het woonklimaat. Met de ontwikkeling van het nieuwe woongebied ontstaat meer structuur en samenhang. Het nieuwe woongebied heeft de naam Vronereiland gekregen. Bij de ontwikkeling van het stedenbouwkundig plan wordt namelijk aansluiting gezocht op de bestaande omgeving die rijk is aan water en eilanden. Het Vronereiland is ontworpen als een schakel in de eilandenreeks. Daarbij is aangesloten op de landschappelijke overgang tussen de bestaande wooneilanden ten zuiden van de locatie die een stedelijke uitstraling hebben en de woon- en natuureilanden ten noorden van het gebied die meer organisch van vorm zijn. Het stedenbouwkundig plan voor het Vronereiland is zo ontworpen dat een overgang wordt gemaakt tussen beide sferen. De Keesmanweg/ Kruissloot vormt een belangrijk wegverbinding. Ter plaatse van de locatie bevindt zich een knik in de weg.

Dit markante punt wordt gemarkeerd met een hoogteaccent van 7 woonlagen. Daarmee is het onderscheidend ten opzichte van zijn directe omgeving, maar niet zo hoog als de woontorens langs de zuidrand van Vroonermeer-zuid. Aan de zijde van Sint Pancras is de bebouwing laag. Daar worden grondgebonden woningen gerealiseerd.

13

Illustratie ligging van het plangebied (de noordzijde bevindt zich rechts) Bouwstenen Het plan is gebaseerd op de volgende bouwstenen: Het betrekken van het gebied binnen het peilgebied van de omgeving zodat het niet langer als een zelfstandig poldertje functioneert, maar onderdeel is van het grotere geheel; Het verbreden van de watergangen aan de west- en zuidzijde zodat het beter herkenbaar is als eiland in het waterbergingsgebied; Het realiseren van zichtlijnen vanaf de Kruissloot naar het open water achter de woonbuurt; Het realiseren van een fijnmazige structuur voor het langzaam verkeer met uitzichtpunten en plekken voor ontmoeting aan de waterkant; Het realiseren van een eenduidige ontsluitingslus, met een eigen inrit vanaf de Kruissloot en een calamiteitenroute naar het gebied ten westen van de locatie. Overigens heeft de gemeente Alkmaar initiatieven in ontwikkeling voor het buurperceel genaamd Vroonermeer Driehoek. Beide zijn ruimtelijk op elkaar afgestemd, maar kunnen onafhankelijk van elkaar worden ontwikkeld. Stedenbouwkundig plan De woonbuurt manifesteert zich als een wooneiland. Het heeft een groen karakter met veel bomen en het is door zachte, natuurlijke oevers omgeven. Deze natuurlijke oevers vormen een aaneengesloten geheel en lopen zowel langs de openbare als langs de private oevers.

De woonstraten worden begeleid door bomen die in een gevarieerd patroon staan. Langs de Kruissloot wordt een reeks van appartementengebouwen gerealiseerd en rijwoningen. De westzijde wordt gemarkeerd met een hoogteaccent van 7 lagen. In de richting van Sint Pancras loopt de bebouwing af in hoogte van 5 naar 4 tot 3 lagen aan de oostzijde. De drie appartementengebouwen en rijwoningen bepalen zo het aanzicht van de nieuwe wijk. Ze vormen echter geen aaneengesloten geheel, maar zijn afgewisseld met groen en ingepast in een natuurlijke oever. Langs de overige drie wateroevers zijn vrijstaande woningen en tweekappers gesitueerd. De tuinen van deze woningen maken een vriendelijke overgang naar de natuurlijke oeverzone met een steiger in de natuurlijke oever. Het hart van de woonbuurt wordt gevormd door rijwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen om een parkeerhof. De openbare ruimte voorziet in groene profielen met her en der speel- en ontmoetingsplekken, waarbij twee plekken zijn gemaakt aan de oevers aan de noordzijde met uitzicht over het water.

14

Overzichtskaart stedenbouwkundig plan (d.d. 18 juni 2025) Het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan locatie Vronermeerweg Sint Pancras,d.d. 18 juni 2025, is opgesteld door Vollmer+partners en toegevoegd als Bijlage 1 van het TAM-omgevingsplan.

15

16

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat een korte samenvatting van de voor het TAM-omgevingsplan van belang zijnde nota's en studies. Het milieubeleid, dat is vastgelegd in diverse wetten en waarvoor specifiek onderzoek moet worden uitgevoerd, is opgenomen in hoofdstuk 5 (Aspecten fysieke leefomgeving).

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld als structuurvisie en geldt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Met het plan wordt invulling gegeven aan woningbehoefte. Woningen worden ingepast in een groene en waterrijke omgeving. De woningen voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen en de woonomgeving is afgestemd op het acutele beleid inzake klimaatadaptie. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling aansluit bij de afwegingsprincipes van de NOVI.

17

4.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Het voorgenomen woningbouwplan is vanwege zijn omvang aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor is in verband met een zorgvuldig ruimtegebruik een uitgebreide onderbouwing in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) noodzakelijk. De Ladder is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De toelichting bij een omgevingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient namelijk een beschrijving/toetsing van de behoefte aan die ontwikkeling te bevatten. Voor de toetsing van de behoefte van 127 woningen aan de Ladder is gebruik gemaakt van de meest actuele beleidsdocumenten, zoals de gemeentelijke woonvisie, en de daaraan ten grondslag liggende woningbehoefteprognoses. Wettelijk kader Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Bij de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving de instructieregel gezet dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De Ladder is onder andere van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

Ad 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen of meer sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Het woningbouwplan Vronermeerweg in Sint Pancras omvat circa 127 woningen en is hiermee een stedelijke ontwikkeling. Ad 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het plangebied is onderdeel van het omgevingsplan Dijk en Waard, waar het bestemmingsplan 'Vronermeerweg 27 en 27a in Sint Pancras' (vastgesteld in 2019) en Vronermeer noord (vastgesteld in 2010) onderdeel van zijn. In dit bestemmingsplan zijn de gronden aangewezen als 'Detailhandel - Tuincentrum' met de funtieaanduidingen tuincentrum en bedrijfswoning. Voor het tuincentrum is een bouwvlak aangeduid met de de maatvoeringen 'maximale bouwhoogte: 8 m' en 'maximum goothoogte: 6 m'.

Voor de bedrijfswoning is een bouwvlak aangeduid met de de maatvoeringen 'maximale bouwhoogte: 8 m' en 'maximum goothoogte: 3 m'. De gewenste uitbreiding past niet binnen de bestemmingen. Middels het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt en worden de regels gesteld waarbinnen de nieuwe ontwikkeling kan plaatsvinden. Hierbij wordt de bestemming aangepast van detailhandel naar wonen met aanhorigheden. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ad 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?

18

De woningmarkt van Dijk en Waard is sterk verweven met de regio. De aantrekkingskracht van de gemeente strekt zich uit tot de Metropoolregio Amsterdam. De afgelopen vijf jaar vestigden zich in totaal circa 21.600 personen uit de rest van Nederland. Dat is bijna even veel als er binnen de gemeente zelf verhuisden. Bij de herkomstgebieden staat Alkmaar met afstand bovenaan. Op enige afstand volgen Amsterdam en Zaanstad. Er is ook veel migratie over en weer met Schagen, Hollands Kroon en Koggenland. De migratie is sterk selectief naar leeftijd. Dijk en Waard is duidelijk in trek bij jonge (aanstaande) gezinnen, terwijl jongeren in de studentenleeftijden per saldo vertrekken. Dit migratiepatroon is typerend voor een landelijke/ sub urbane woongemeente als Dijk en Waard. De toekomstige woningbehoefte wordt sterk bepaald door de enorme druk op de regionale woningmarkt, waarbij de druk vanuit de Metropoolregio Amsterdam tot in Dijk en Waard voelbaar is. Ad 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De toekomstige woningbehoefte wordt mede bepaald door de enorme druk op de regionale woningmarkt, waarbij de druk vanuit de grote steden in de Metropoolregio Amsterdam tot in Dijk en Waard voelbaar is. Het aantal huishoudens neemt toe in de hele provincie en zorgt alleen al kwantitatief voor de behoefte aan meer woningen.

De Provincie Noord -Holland becijferde de woningbehoefte voor Dijk en Waard in de periode 2022 -2037 (vijftien jaar) op 5.830 woningen (netto toename), mede op basis van migratiepatronen uit het verleden. De gemeente zelf heeft capaciteit voor aanzienlijk meer woningen. Als alle plannen (voor zover bekend ten tijde van deze verkenning) in deze periode gerealiseerd worden, gaat het om 9.320 extra woningen. De demografische prognose volgens gemeentelijke plannen heeft een (kwantitatief) woningbouwprogramma als input. Het aantal toe te voegen woningen staat hierbij dus vast en daarmee ook de kwantitatieve ‘woningbehoefte’. Deze aantallen sluiten aan bij de gemaakte afspraken in het Coalitieakkoord Thuis in Dijk en Waard 2023 – 2026, waarin een ambitie is opgenomen om in 10 jaar tijd 10.000 woningen op te leveren. Hiermee geven we invulling aan de woningbouwopgave die is afgesproken op regioniveau. Op het niveau van de regio Noord-Holland Noord zijn de provinciale woningbouwafspraken tussen het Rijk en de provincie Noord-Holland, waarbij de provincie het bod heeft gedaan om circa 184.000 woningen te realiseren, verder uitgewerkt in een Woondeal. Deze Woondeal is op 15 maart 2023 ondertekend door het Rijk, de provincie en de gemeenten uit Noord-Holland Noord. Tot en met 2030 zet Noord-Holland Noord zich in voor de realisatie van 42.500 woningen, waarvan twee derde betaalbaar.

De bouwopgave van 42.500 woningen is een grotere opgave dan strikt noodzakelijk is om te voorzien in de behoefte van de regio. Om geen verdringing op de woningmarkt te laten ontstaan, is ervoor gekozen om voor een deel ook in de woningbouwbehoefte van de Metropoolregio Amsterdam te voorzien. In de Woondeal is opgenomen dat Dijk en Waard een bijdragen kan leveren van 7.150 woningen. In de Monitor Plancapaciteit (www.plancapaciteit.nl) is de woontontwikkeling Vronermeerweg opgenomen met de realisatie van 127 woningen. Dit betekent dat deze woningen regionaal zijn afgestemd. Volgens de Omgevingsverordening NH2022 van de provincie (bijlage 11 Regels Gedeputeerde Staten, artikel 5.2 onder b 5) worden regionale afspraken overeengekomen door de colleges in de regio. Dit gebeurt in het regionale bestuurlijk Focusoverleg Wonen. De woningen die met dit TAM-omgevingsplan worden mogelijk gemaakt, zijn passend binnen de aanwezige behoefte. In de gemeentelijke Woonvisie 2024-2029 is aangegeven dat toenmalig Langedijk, net als bijna heel Nederland, steeds meer te maken krijgt met de vergrijzing. De vergrijzing leidt ertoe dat met name het aantal huishoudens de komende decennia nog toeneemt. Dit betekent dat er meer woningen nodig zijn. Maar aangezien veel senioren

19

het liefst zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen, ligt het niet voor de hand dat alle nieuwbouwwoningen uitsluitend geschikt moeten zijn voor senioren. Naast vergrijzing treedt ook verjonging op in Dijk en Waard. Het aantal jonge gezinnen neemt nog toe. Hieronder bevinden zich ook huishoudens die nog gevormd moeten worden. De nieuwbouw moet daarom bereikbaar en geschikt zijn voor alle doelgroepen en huishoudens. Betaalbaarheid is daarbij van belang, maar ook diversiteit in woningtypen en prijsklassen. In de Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard wordt het toekomstbeeld geschetst van een veerkrachtige gemeente waar iedereen een plek kan vinden om te wonen, werken, leren en recreëren. Van gezinnen met jonge kinderen en net afgestudeerden op zoek naar werk, tot ouderen die behoefte hebben aan gezondheidszorg. In de visie wordt voortgebouwd op landschappelijke en cultuur-historische kwaliteiten die Dijk en Waard als twee onderscheidende identiteiten heeft ontwikkeld, zoals de historische linten en groene woonwijken, evenals de economische dragers waar Dijk en Waard historisch op gegroeid is.

Gestreefd wordt naar een omgeving waar iedereen kan wonen, werken, leren en recreëren in een gezonde, aantrekkelijke en diverse omgeving, voldoende passende woningen voor de huidige inwoners en vestigers en de verbetering positie van verschillende doelgroepen op de woningmarkt zoals ouderen en starters. Conform het coalitieakkoord moet minimaal 30% van de nieuwbouwproductie worden gerealiseerd in het sociale huursegment tot de huurtoeslaggrens. Voor de ontwikkeling van het Vronereiland afspraken gemaakt over de woningverdeling en prijsklassen. Het onderhavige plan geeft invulling aan de woningbouwopgave door de realisatie van 127 woningen, waarvan minimaal 30% in de sociale huur. Geconcludeerd wordt dat het woningaanbod aansluit op de woningbehoefte. Ad 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: "het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De directe omgeving van het plangebied bestaat uit woningen, sportvoorzieningen, maatschappelijke functies en infrastructuur (wegen en parkeervoorzieningen).

Geconcludeerd kan worden dat het plangebied onderdeel is van het bestaand stedelijk gebied.

4.2.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het woningbouwplan voldoet aan het rijksbeleid. Het plan past binnen de Nationale Omgevingsvisie. Tevens past het binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en deze behoefte wordt opgevangen in bestaand stedelijk gebied.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven.

20

De Omgevingsvisie bevat provinciaal beleid op het gebied van economische transitie. De provinciale ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op “balans tussen economische groei en leefbaarheid”, dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit.

Uit de ambties en doelstellingen, zoals opgenomen in de NH2050, blijkt dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en om de verschillende kernen en regio's te versterken worden op regionaal niveau afspraken gemaakt. Zo worden regionaal woningbouwafspraken gemaakt om de woningbouw af te stemmen op de vraag. Deze speerpunten zijn vertaald in de Woondeal 2.0. In paragraaf 4.4 wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de omgevingsvisie NH2050. Met de onderbouwing in deze en de genoemde paragrafen wordt aangetoond dat het plan niet in strijd is met de provinciale omgevingsvisie.

4.3.2

Omgevingsverordening NH2022

Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening NH2022 in werking getreden en op 1 februari 2025 gewijzigd. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Regionale afstemming staat in de omgevingsverordening centraal als het gaat om nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Regionale afstemming is niet in het Besluit kwaliteit leefomgeving via de Ladder geregeld en is daarom opgenomen in de omgevingsverordening. Klimaatadaptie In artikel 6.75 van de provinciale omgevingsverordening is een instructieregel met een procesmatige verplichting opgenomen ten aanzien van klimaatadaptatie in het omgevingsplan. Daarin is het volgende

21

opgenomen: 1. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, bevat de motivering een risicoanalyse van de aanwezige en de te verwachten klimaatrisico's binnen het plangebied. Hierbij worden over de volgende onderwerpen de risico’s in beeld gebracht: a. wateroverlast; b. overstroming; c. hitte; d. droogte (watertekort en verzilting); e. natuurinclusiviteit en biodiversiteit; en f. ecologische en chemische waterkwaliteit. 2. Voor zover uit de risicoanalyse risico's naar voren komen, bevat het omgevingsplan maatregelen ter voorkoming dan wel beperking van die risico's. 3. De maatregelen voldoen aan het basisveiligheidsniveau dat is genoemd in paragraaf 3.1 van het Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw. 4. Indien door de beperkte omvang of de aard van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan het basisveiligheidsniveau, wordt in afwijking van het derde lid rekening gehouden met het basisveiligheidsniveau. De gemeente Dijk en Waard heeft beleid vastgesteld in het kader van de klimaatadaptie. In paragraaf 5.10 wordt verder op deze aspecten ingegaan.

4.3.3

Woonagenda 2020-2025

In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen; Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik; De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie; De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst.

4.3.4

Conclusie

Het provinciale beleid is een afgewogen onderdeel van het TAM-omgevingsplan.

22

4.4

Regionaal beleid

4.4.1

Woondeal Noord-Holland Noord 2.0

Op het niveau van de regio Noord-Holland Noord zijn de provinciale wonigbouw zijn de provinciale woningbouwafspraken tussen Rijk en de provincie Noord-Holland, waarbij de provincie het bod heeft gedaan om circa 184.000 woningen te realiseren, verder uitgewerkt in een Woondeal. Deze Woondeal is op 15 maart 2023 ondertekend door het Rijk, de provincie en de gemeenten uit Noord-Holland Noord. Tot en met 2023 zet Noord-Holland Noord zich in voor de realisatie van 42.500 woningen, waarvan twee derde betaalbaar. De bouwopgave van 42.500 is een grotere opgave dan strikt noodzakelijk is om te voorzien in de behoefte van de regio. Om geen verdringing op de woningmarkt te laten ontstaan, is ervoor gekozen om voor een deel ook in de woningbouwbehoefte van de Metropoolregio Amsterdam te voorzien. In de Woondeal is opgenomen dat Dijk en Waard een bijdrage kan leveren van 7.150 woningen. Daarnaast is het doel om toe te werken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau en op regionaal niveau.

4.4.2

Conclusie

Het regionale beleid is een afgewogen onderdeel van het TAM-omgevingsplan. Het plan maakt een bijdrage mogelijk aan een evenwichtige en een gevarieerde opbouw van de woningvoorraad in de regio.

4.5

Beleid van het waterschap

4.5.1

Europees, Rijks en Provinciaal niveau

Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen zijn er op (deel)stroomgebiedniveau plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheerplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027. Het NWP is vastgesteld op 18 maart 2022. In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027.

Uitgangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Provinciaal beleid De provincie vertaalt het nationale waterbeleid naar regionaal beleid zoals eisen voor regionale dijken, de normen voor wateroverlast of de doelen voor de waterkwaliteit van het oppervlaktewater. In het Regionaal Waterprogramma 2022-2027 geeft de provincie aan hoe zij zich inzet voor een goede waterkwaliteit, het

23

op peil houden van de watervoorraad en de bescherming tegen overstromingen. Het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 is op 31 januari 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. In de Omgevingsvisie NH 2050 is het waterbeleid van de provincie opgenomen. In het Regionaal Waterprogramma wordt dit uitgewerkt voor verschillende onderdelen: Verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Nederland moet de kwaliteit van de regionale wateren op peil houden en waar nodig verbeteren, conform de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Provincies spelen net als waterschappen en Rijkswaterstaat een belangrijke rol in de realisatie. Het op peil houden van de voorraad en de kwaliteit van het grondwater. De provincie helpt drinkwaterbedrijven bij het ontwikkelen van nieuwe waterwinlocaties en gemeenten bij het opstellen van bodemenergieplannen. Bescherming en beperken van gevolgen tegen mogelijk overstromingsrisico's, ook als gevolg van klimaatverandering Voor de deelprogramma's oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico's is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen, dat samen met andere partijen wordt uitgevoerd.

Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Het onderhavige plan is afgestemd op de doelstellingen en het beleid op Europees, nationaal en provinciaal niveau.

4.5.2

Waterschapsverordening

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) heeft op 17 december 2024 de Waterschapsverordening 2025 vastgesteld. Deze zijn in werking getreden per 1 januari 2025. De Waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de vroegere Keur. De Waterschapsverordening bevat de regels die het Hoogheemraadschap hanteert om de watergangen, waterkeringen en wegen te beschermen. Rond deze sloten, dijken en wegen zijn verschillende zones (werkingsgebieden) bepaald en voor elke zone gelden andere regels. In het Omgevingsloket zijn deze regels in te zien onder het onderdeel "Regels op de kaart". Via de Vergunningcheck is op dezelfde website te controleren of er een vergunning of melding nodig is voor bepaalde activiteiten. De planontwikkeling is middels de watertoets afgestemd met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Onderdeel van het TAM-omgevingsplan is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets wordt afgestemd met de betreffende waterbeheerder. In paragraaf 5.9 Water wordt hier nader op ingegaan.

4.5.3

Conclusie

Het beleid van het waterschap is een afgewogen onderdeel van het TAM-omgevingsplan en is hieraan getoetst middels de watertoets.

24

4.6

Gemeentelijk beleid

4.6.1

Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard

De Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard biedt een integraal perspectief op de opgaven waar de gemeente de komende jaren voor staat. Daarin zijn ruimtelijke keuzes gemaakt die in verband staan met alle ambities binnen de gemeente, waaronder sociale en economische, maar ook met opgaven zoals klimaat en energie. De Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard is op 22 oktober 2024 vastgesteld. In de visie wordt onder andere ingegaan op de aspecten wonen, werken, mobiliteit en infrastructuur, energie, klimaat, natuur, recreatie en landelijk gebied.

Met het plan wordt met name invulling gegeven aan de thema's wonen, mobiliteit en infrastructuur, klimaat en natuur. Er wordt aangesloten bij de in de omgevingsvisie omschreven ambitie voor het toevoegen van woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan is in lijn met de Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard en is passend binnen de visie van de gemeente.

4.6.2

Woonvisie Dijk en Waard 2024-2029

De gemeente Dijk en Waard heeft op 22 oktober 2024 de Woonvisie 2024-2029 vastgesteld. Deze volgde de woonvisies op van de voormalige gemeenten Langedijk (2014) en Heerhugowaard (2018). De nieuwe woonvisie gaat door op de ingeslagen weg van het Coalitieakkoord 'Thuis in Dijk en Waard' 2023-2026, en sluit aan op de Woondeal die in 2023 door het college is ondertekend. Mede op basis van de uitkomsten van een woningmarktanalyse en de woonzorgvisie zijn de gemeentelijke ambities nader ingevuld en is een uitvoeringsprogramma opgesteld. De woonvisie beschrijft de volgende opgaven en ambities: Voldoende passende woningen voor onze inwoners en vestigers; Zo lang mogelijk wonen in de eigen leefomgeving; Verbetering positie van verschillende doelgroepen op de woningmarkt; Gevarieerde buurten met voldoende veer- en draagkracht. Hiervoor gaat de gemeente onder andere het volgende doen: 10.000 woningen bouwen in de periode 2022-2032; 30% van de nieuwe woningen realiseren in de sociale huur; Een regeling voor Startersleningen invoeren; Inzetten op doorstroming; Inzetten op efficiënter gebruik van de woningvoorraad: woningsplitsing en woningdelen; Gebiedsgerichte woningbouwprogramma's opstellen. Relatie tot de planontwikkeling Vronereiland Het onderhavige plan geeft invulling aan de woningbouwopgave door de realisatie van 127 woningen, waarvan minimaal 30% in de sociale huur.

25

4.6.3

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033

In het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033 heeft de gemeente de visie en beleidsdocumenten geharmoniseerd die golden in de voormalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard. De gemeenten Langedijk en Heerhugowaard zijn per 1 januari 2022 gefuseerd tot gemeente Dijk en Waard. In de voormalige gemeenten was sprake van lopend en op punten verouderd beleid voor het in stand houden en verbeteren van de leefomgeving. Waar voorheen voor elk object in de openbare ruimte een apart plan was, komt dit nu samen in één overzichtelijk beleidsplan dat is vastgesteld op 28 november 2023. In het beleidsplan zijn de integrale kaders vastgelegd voor de openbare ruimte. Deze kaders bestaan onder andere uit ambities en beleidsuitgangspunten om gericht te werken aan maatschappelijke opgaven zoals gezondheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit. Daarnaast is het onderhoudsniveau per areaal en gebiedstype bepaald. Het stedenbouwkundig plan is getoetst aan de diverse aspecten die in het beleidsplan zijn benoemd. Dit betreft onder andere de vormgeving en inrichting van de toekomstige openbare ruimte, het spelen en de groenvoorzieningen. De relevante aspecten zijn zodanig opgenomen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan locatie Vronermeerweg zijn bijgevoegd als bijlage 1.

4.6.4

Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024-2033

Het Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 - 2033 bestaat naast het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033 en is een nadere concretisering van het beleid. Het bevat nadere (uitvoerings)regels en actiepunten om invulling te geven aan de kaders. Op basis van deze elementen zijn ook de benodigde aanvullende budgetten inzichtelijk gemaakt. Het uitvoeringsplan richt zich op de openbare ruimte en de meerdere functies die de openbare ruimte vervult. Op basis van wet- en regelgeving, gemeentelijke kaders (bijv. het coalitieakkoord) en de mening van bewoners is bepaald voor welke thema's de openbare ruimte op dit moment een meerwaarde kan geven. De belangrijkste thema's die voortkomen uit het "Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 2033" zijn: Authenticiteit; Biodiversiteit; Circulaire economie; Energietransitie; Klimaatadaptatie; Ondernemende leefomgeving; Participatie; Prettige leefomgeving; Veiligheid en bereikbaarheid.

Deze thema's zijn voor Dijk en Waard verder geformuleerd in ambities en doelstellingen, waaronder: Een karaktervolle leefomgeving die de identiteit versterkt, herkenbaar en uniek is; Een goede leefomgeving voor een grote verscheidenheid aan planten en dieren; Een leefomgeving die het milieu zo min mogelijk belast; Een leefomgeving waarin wordt toegewerkt naar een energieneutrale gemeente; Een leefomgeving die waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht; Een leefomgeving met een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat; Een leefomgeving waarin mensen worden betrokken en meedoen;

26

Een prettige leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen; Een voor iedereen toegankelijke leefomgeving die veilig en bereikbaar is. In het uitvoeringsplan zijn concrete maatregelen en investering opgenomen voor de verbetering van het openbaar gebied en budgetten en beheerniveaus benoemd. Het onderhavige plan is afgestemd op dit uitvoeringsplan, zodat op dit vlak sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.6.5

Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021

Voor de gemeente Dijk en Waard is in lijn met de Omgevingswet het Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021 opgesteld. Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma is aangesloten op de raadsagenda Heerhugowaard en het bestuursakkoord Langedijk. Het Omgevingsprogramma continueert wat reeds goed gaat en brengt op onderdelen accentverschilen aan. Een Omgevingsprogramma volgt uit een Omgevingsvisie waarin ambities geformuleerd zijn. Het Omgevingsprogramma is uitvoeringsgericht en bevat concrete maatregelen om doelen te realiseren, effecten te monitoren en waar nodig bij te sturen. In het programma zijn de volgende mobiliteitsdoelen geformuleerd: 1. De gemeente Dijk en Waard heeft als doel een bereikbare, duurzame, veilige en leefbare gemeente te zijn. De gemeente zet hierbij meer dan voorheen in op lopen, fietsen en duurzame mobiliteit. Nadrukkelijk wordt niet gekozen voor een compleet nieuwe insteek: wat goed gaat wordt gecontinueerd. Op onderdelen worden wijzigingen aangebracht; 2. De gemeente blijft zich de komende jaren inzetten op verbetering van de multimodale bereikbaarheid van de gemeente voor inwoners, werknemers en bezoekers. Een inrichting van de openbare ruimte die gericht is op veilig bewegen en verblijven vormt de kern van het mobiliteitsbeleid. Daarbij geldt dat voorzieningen bereikbaar moeten zijn en blijven. De focus ligt hierbij meer dan voorheen op lopen en fietsen.

Tegelijkertijd zorgt de gemeente voor goede auto-ontsluitingen, waarmee wordt bijgedragen aan de aantrekkelijkheid van de gemeente voor inwoners, ondernemers en toeristen. Voornoemde mobiliteitsdoelen zijn in het Omgevingsprogramma uitgewerkt tot de volgende maatregelen 1. Veilige en duurzame bereikbaarheid; Veilige en gezonde woonomgeving: hierbij gaat het om de mate waarin alle mogelijke inwoners samen kunnen functioneren met verkeer. De openbare ruimte moet Levensloopbestendig zijn. Een levensloopbestendige wijk is een wijk waarin bewoners zich goed kunnen verplaatsen, zonder onnodige hindernissen tegen te komen. Dit leidt tot maatregelen ten aanzien van het wandelnetwerk, het fietsnetwerk, de inrichting van de openbare ruimte, parkeren (en oplaadvoorzieningen), het collectief openbaar vervoer en de stadslogistiek (waaronder pakketbezorging); 2. Levendig Stationsgebied en Stadshart: het Stadshart van Heerhugowaard heeft zich de afgelopen 15 jaar sterk ontwikkeld. Ook in het Stationsgebied gaat de komende jaren veel veranderen.

Het doel is om een nieuw stedelijk gebied te ontwikkelen, gevormd door het Stadshart en het Stationsgebied, dat gericht is op doelgroepen die zich qua wonen en werken richten op de nabijheid van openbaar vervoer en voorzieningen (minder auto-afhankelijk): compact, intensief, aantrekkelijk en met veel aandacht voor de kwaliteit van gebouwen en (groene) inrichting van de buitenruimte. Daarbij is vooral behoefte aan functies die gebruik maken van het openbaar vervoer, zoals stedelijk wonen, onderwijs, zorg en kennisintensieve bedrijvigheid; 3. Goede omstandigheden voor werk en ondernemen: in 2020 is een visie op Retail- en werklocaties in Dijk en Waard opgesteld. De gemeente kent veel verschillende werkmilieus, waaronder

27

hoogwaardige, functionele, lokaal gerichte en regionaal gerichte werklocaties. Goede doorstroming op het provinciaal wegennet is essentieel. Tevens wordt ingezet op scheiding van langzaam en snelverkeer. Het gemeentelijk fietsnetwerk wordt opgewaardeerd, in combinatie met doorfietsroutes, als alternatief voor het OV en autoverkeer; 4. Aansluiting op de regio en wijde omgeving: doorgaand autoverkeer wordt, in afstemming met de provincie, via het regionaal weggennet geleid, daarnaast wordt ingezet op de doorfietsroute Heerhugowaard-Alkmaar, ter aansluiting op het openbaar vervoer waarmee de fiets de mobiliteitsgroei voor een deel kan opvangen. Via de Regio Alkmaar wordt ingezet op versterking en versnelling van de treinverbindingen naar de MRA; 5. Recreatieve kwaliteiten benutten: kwaliteiten zijn onder andere Het Duizend Eilandenrijk Oosterdel), het lint met haar monumenten en karakteristieke gebouwen, het museum Broeker Veiling en de haven van Broek op Langedijk, Parken Strand van Luna, Waarderbos, het museum Het Oude Gemaal in Heerhugowaard en recreatiegebied het Geestmerambacht in Koedijk. Het stationsgebied wordt op termijn met aantrekkelijke fiets- en wandelroutes verknoopt met de omgeving. Daarnaast ligt er in de bereikbaarheidsopgave van recreatiegebieden een relatie met het intern fietsnetwerk en de doorfietsroutes.

Het voorgenomen plan zal met een veilig kruispunt gekoppeld worden aan de Kruissloot. Verder zijn er nog twee andere aansluitingen voor langzaamverkeer gerealiseerd. Eén hiervan sluit tevens aan op de Kruissloot. De andere verbindt het noordwesten van het eiland met de nieuwe ontwikkeling 'Vroonermeer Driehoek'. De N245 is de het dichstbijzijnste onderdeel van het regionaal wegennet.

4.6.6

Nota Ruimtelijke Kwaliteit Dijk en Waard

De gemeentelijke welstandsregels zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijven van toepassing onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De gemeente Dijk en Waard heeft vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet redelijke eisen van welstand uitgewerkt in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2022 en had daarmee beleidsregels voor de beoordeling van bouwwerken. Op grond van de Bruidsschat (artikelen 22.7 en 22.29 van de Bruidsschat) en de Omgevingswet (artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet jo artikel 4.19 Omgevingswet) behouden de welstandstoets en welstandnota na inwerkingtreding van de Omgevingswet hun rechtskracht. Dit betekent dat deze beleidsregels volgens het overgangsrecht van toepassing blijven na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De woonontwikkeling Vronermeerweg is onderdeel van deelgebied 2D: 'Nieuwe woonwijken'. Voor de nieuwe woonwijken is de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit van toepassing. Om toetsing mogelijk te maken zijn door de raad beeldkwaliteitsplannen opgesteld. De huidige Nota Ruimtelijke Kwaliteit Dijk en Waard 2022 is te algemeen om een hoogwaardige invulling van de locatie te garanderen. Voor de ontwikkeling aan de Vronermeerwerg is een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan opgesteld.

Dit dient na vaststelling als flexibel toetsingskader (welstandscriteria) voor de aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen en zal onderdeel gaan uitmaken van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. In de regels van dit TAM-omgevingsplan is in artikel 18.4 een dynamische verwijzing naar het BKP opgenomen. Wanneer het BKP nadien wijzigt is via een dynamysche verwijzing ook de 'rechtsopvolger' via de regels gekoppeld. Het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan locatie Vronermeerweg zijn bijgevoegd als bijlage 1.

28

4.6.7

Uitvoeringsprogramma 2023-2026 Dijk en Waard CO2-neutraal

De gemeente Dijk en Waard en al haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen hebben de opgave om uiterlijk in 2050 een CO2-neutraal energiesysteem te hebben. Dit heeft met name als doel om de klimaatverandering tegen te gaan. Dit vraagt om een grote verandering, waarvoor de gemeente de afgelopen periode al de nodige stappen heeft gezet. Het uitvoeringsprogramma benoemt welke concrete stappen de gemeente neemt om de inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen te helpen om over te schakelen op een duurzaam energiesysteem. Daarbij komt de vraag is de gemeentelijke organisatie, een van de grootste werkgevers binnen de gemeentegrenzen en eigenaar van meer dan honderd gebouwen, zelf het goede voorbeeld geeft. In dit uitvoeringsprogramma zijn de ambitie en langjarige opgaven vertaald naar een zestal actielijnen waar de gemeente Dijk en Waard de komende jaren op gaat inzetten, namelijk inwoners, bedrijven en instellingen, mobiliteit, grootschalige hernieuwbare energie, toekomstig energiesysteem en zelf het goede voorbeeld geven. Voor de voorgenomen planontwikkeling is met name het thema energie relevant. Hier wordt invulling gegeven aan het uitvoeringsprogramma door onder andere het gasloos wonen en duurzaamheidseisen aan de woningen en het toekomstig openbaar gebied.

4.6.8

Beleidsplan Klimaatadaptatie Dijk en Waard

Op 29 augustus 2023 is door de gemeente Dijk en Waard het 'Beleidsplan Klimaatadaptatie Dijk en Waard' vastgesteld. Deze vertaalt de nationale ambitie dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Om daar te komen weet elke gemeente waar de kwetsbaarheden liggen (weten), vertaalt elke gemeente de resultaten naar een adaptatiestrategie met concrete doelen (willen) en borgt elke gemeente de beleidsmatige en juridische doorwerking van deze ambitie (werken). Deze cyclus van weten-willen-werken, inclusief klimaatstresstesten, wordt elke zes jaar herhaald, of eerder als daar aanleiding toe is. Gemeenten staan aan de lat om klimaatadaptieve maatregelen te stimuleren, faciliteren, reguleren en borgen. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een gezamenlijk nationaal plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk met concrete acties en doelen voor de verantwoordelijke overheden. Binnen dit plan versnellen en intensiveren we de totstandkoming van een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting. Conform het DPRA is een landsdekkende samenwerkingsstructuur voor ruimtelijke adaptatie opgezet. Samenwerken op lokaal en regionaal schaalniveau is nodig bij het concreet uitwerken van de zeven ambities van het Deltaplan. Dijk en Waard valt in de sub-regio Alkmaar, onderdeel van de werkregio 'Samenwerking klimaatadaptatie Noorderkwartier'.

De Klimaatadaptatiestrategie en Uitvoeringsagenda Regio Alkmaar is vertaald en verder uitgewerkt in dit gemeentelijke beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard. Dit is noodzakelijk omdat de aanpak en financiering van klimaatadaptatiemaatregelen tussen de regiogemeenten kan verschillen. Daarnaast biedt het regionaal beleid ruimte voor nadere invulling door gemeenten. Dit uit zich bijvoorbeeld in de eisen voor klimaatbestendige bouw of de wijze waarop het klimaatadaptatiebeleid wordt ingebed in de gemeentelijke organisatie. In het onderhavig plan is invulling gegeven aan het klimaatadaptiebeleid. Het is afgestemd op het Beleidsplan Klimaatadaptie Dijk en Waard. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 5.10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=70cccce7-9409-43bf-be14-da6017a02a59