bijlage 1 - bij vragen VVD- goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving concept (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Heerhugowaard, bopa Dijk
En Waard
De
Klamp, fase 2,
RHO ADVISEURS DATUM
03/06/2026
IMRO
NL.IMRO.1980.20241130-0001
IDN
PROJECT
PROJECTLEIDER
Heerhugowaard, De Klamp, fase 2, bopa (geanonimiseerd) |
OPDRACHTGEVER
Building4you Developments
PROJECTNUMMER
20241130
EN
(geanonimiseerd) |
STATUS
concept
DISCLAIMER
Adviseurs B.V.
© Rho
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilmof op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover
dit drukwerk
wettelijk
openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor een
dan waarvoor het is vervaardigd.
enig ander doel
"
AVG
Onze
producten worden vrijgegeven conform het protocol
en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.
Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij
uitlevering aan derden,
derden in onze
persoonsgegevens
van
producten geanonimiseerd. In het belang
adviseringen herkenbaarheid worden bedrijfsgegeRho Adviseurs B.V, namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het van de vens
van
rapport of de projectleider van het onderhavige
geanonimiseerd.
project, niet
b.v.
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Beschrijving
6
1. 1
Aanleiding en doel
6
1. 2
Voorgenomen initiatief
6
1. 3
Huidige situatie en ligging van het projectgebied
10
1. 4
Geldend omgevingsplan en andere omgevingsdocumenten
12
1. 5
Beperkingsgebieden
15
1. 6
Keuze BOPA of wijzigen OP
15
1. 7
Voortraject
15
1. 8
Leeswijzer
16
Hoofdstuk 2
Beleidskader
17
2. 1
Rijksbeleid
17
2. 2
Provinciaal beleid
21
2. 3
Omgevingswaarden
25
2. 4
Regionaal beleid
25
2. 5
Water beleid
26
2. 6
Gemeentelijk beleid
27
Aspecten fysieke leefomgeving
33
3. 1
Algemeen
33
3. 2
Cultureel erfgoed , archeologie , landschap en stedenbouw
35
3. 3
Welstand
36
3. 4
Mer-beoordeling
37
3. 5
Geluid
38
3. 6
Geur
43
3. 7
Trillingen
44
3. 8
Luchtkwaliteit
46
3. 9
Bodem
47
3. 10
Gezondheid
48
3. 11
Water en watersystemen
49
3. 12
Klimaatadaptatie
51
3. 13
Duurzaamheid
52
Hoofdstuk 3
3/416
3. 14
Natuur en ecologie
52
3. 15
Omgevingsveiligheid
56
3. 16
Mobiliteit
57
3. 17
Nutsvoorzieningen (kabels en leidingen)
59
3. 18
Conclusie relevante omgevingsaspecten
60
Uitvoerbaarheid
61
4. 1
Financiële haalbaarheid
61
4. 2
Maatschappelijke haalbaarheid
61
Procedure
63
5. 1
Advies en instemming
63
5. 2
Procedure
63
5. 3
Bezwaar en beroep
63
Hoofdstuk 6
Belangenafweging
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
en
eindconclusie
64
6. 1
Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
64
6. 2
Eindconclusie
64
Bijlagen
65
Bijlage 1
Archeologisch onderzoek
67
Bijlage 2
M. e. r. -beoordeling
103
Bijlage 3
Akoestische verkenning weg- en railverkeer
125
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid
143
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
191
Bijlage 6
Hemelwater en watercompensatie VO
323
Bijlage 7
ProRail taludberekening
325
Bijlage 8
Stikstofonderzoek
329
Bijlage 9
Quickscan ecologie
375
Bijlage 10
Parkeerbalans
401
Bijlage 11
Buurtparticipatie
405
4/416
Ruimtelijke onderbouwing
5/416
Hoofdstuk 1
1. 1
Beschrijving
Aanleiding en doel
initiatiefnemer is voornemens om aan 98 grondgebonden woningen te realiseren aan de Klamp in Heerhugowaard in de gemeente Dijk en Waard. Het gaat om 68 rijwoningen en 30 twee-onder-een-kap De
woningen. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Dijk en Waard. Dit tijdelijk deel bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten , zoals het
bestemmingsplan , en rijksregels over activiteiten (aangeduid als 'de Bruidsschat'). De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de gebruiks- en bouwregels uit het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2014' (vastgesteld op 25 oktober 2016). de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) aangevraagd , om zo af te kunnen wijken van het omgevingsplan. Deze aanvraag dient te worden getoetst aan de beoordelingsregels , waaronder een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorliggende onderbouwing voorziet hierin. Om
1. 2
Voorgenomen initiatief
Woningtypen Binnen het projectgebied worden in totaal 98 grondgebonden , eengezinswoningen gerealiseerd , bestaande uit 68 rijwoningen en 30 twee-onder-een-kapwoningen. De verdeling van de woningen is als volgt: 32 goedkope koopwoningen (prijzen van circa 312. 000 euro prijspeil 2026) ; 32 betaalbare koopwoningen (prijzen van circa 420. 000 euro prijspeil 2026) ; 34 vrijesectorwoningen.
Openbare ruimte Het project is landschappelijk en klimaatadaptief ingericht , met een groen middengebied als hart van de wijk. Dit middengebied behoudt grotendeels het oorspronkelijke maaiveld en fungeert als tijdelijke waterberging bij extreme neerslag. Tegelijkertijd biedt het ruimte voor ontmoeting , verblijf en spelen. De beplanting bestaat hoofdzakelijk uit inheemse soorten en draagt bij aan biodiversiteit en een geleidelijke overgang naar het omliggende polderlandschap. Aan de westzijde van het projectgebied is een tijdelijke natuurzone voorzien , waarin onder meer een trapveldje is opgenomen. Figuur 1. 1 geeft een weergave van het voorlopig ontwerp van het projectgebied. Figuur 1. 2 toont het stedenbouwkundig plan. Figuur 1. 3 toont een verticale doorsnede van het projectgebied. In het project zijn diverse speelaanleidingen geïntegreerd , die verspreid liggen over het binnengebied en geschikt zijn voor gebruik onder verschillende weersomstandigheden. De inrichting is gericht op een veilige ,
informele en uitnodigende leefomgeving voor verschillende leeftijdsgroepen.
6/416
Uiterlijk De woningen krijgen een dorpse , samenhangende uitstraling met metselwerk als basis , variatie in voegkleuren en verbanden , horizontale banden in de gevels , keramische dakpannen in grijstinten en zinken goten en
hemelwaterafvoeren. Kopgevels worden expliciet mee-ontworpen met grotere openingen en asymmetrie om variatie te krijgen. Er wordt gewerkt met reliëf in de gevels voor meer plasticiteit en schaduwwerking. Aan het groene binnengebied komen veranda’s en bergingen in dezelfde vormentaal , vaak met lamellen die privacy bieden maar ook vergroening mogelijk maken. Kleuren van het metselwerk variëren tussen zandkleurig , geel en bruin met bijpassende voegkleuren. Het geheel is bedoeld als een “familie van woningtypen” met herkenbare samenhang. Figuren 1. 4 en 1. 5 geven een impressie van het projectgebied in de toekomstige situatie. Parkeren Voor parkeren wordt voorzien in een combinatie van openbare en private parkeerplaatsen. Langs de ringweg worden 119 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast worden op eigen terrein in totaal 52 privéparkeerplaatsen worden aangelegd , waarbij een deel van de woningen over twee parkeerplaatsen beschikt. In de zuidwesthoek van het projectgebied is daarnaast een reservering opgenomen voor 24 extra openbare parkeerplaatsen. Deze reservering is bedoeld als compensatie voor het geval een toekomstige verlenging van de Oosttangent leidt tot het vervallen van parkeerplaatsen elders binnen de ontwikkeling. Ontsluiting De nieuwe woningen in De Klamp fase 2 wordt ontsloten via de gemeentelijke weg De Klamp en sluit daarmee
functioneel aan op de eerste fase , die ten zuiden van het projectgebied is gelegen. Ruimtelijk vormt fase 2 echter een zelfstandige eenheid , doordat het projectgebied grotendeels wordt omgeven door sloten en daardoor is gescheiden van de bestaande woonwijk. De ontsluiting is vormgegeven via een ringvormige hoofdstructuur die fungeert als verkeersluwe woonstraat en als drager van de openbare ruimte. Vanaf deze ringweg worden kleinschalige woonerven ontsloten , waardoor een duidelijke overgang ontstaat van openbaar naar privé en een rustige woonomgeving wordt gewaarborgd. Calamiteitenverkeer Ten behoeve van de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten is aan de oostzijde van het projectgebied een extra toegangsweg opgenomen. Deze route is uitsluitend bestemd voor calamiteitenverkeer en is niet toegankelijk voor regulier gemotoriseerd verkeer.
7/416
Figuur 1. 1 - Voorlopig ontwerp projectgebied (bron: Dijk & Co , 2025)
Figuur 1. 2 - Stedenbouwkundig plan projectgebied (bron: Dijk & Co , 2025)
Figuur 1. 3 - Verticale doorsnede projectgebied (bron: Dijk & Co , 2025)
8/416
Figuur 1. 4 - Impressie toekomstige situatie projectgebied (bron: Dijk & Co , 2025) (1)
Figuur 1. 5 - Impressie toekomstige situatie projectgebied (bron: Dijk & Co , 2025) (2)
9/416
1. 3
Huidige situatie en ligging van het projectgebied
Het
projectgebied De Klamp fase 2 ligt in het noordoosten van Heerhugowaard. Ten noorden van het projectgebied loopt het spoor Alkmaar-Hoorn met daarachter agrarische percelen. Ten westen en zuiden bevinden zich woningen. Daarnaast ligt ten zuiden van het projectgebied een begraafplaats en crematorium. Ten westen ligt verder een provinciale weg , de N194 , waar een maximum snelheid van 80 km/uur geldt. Figuren 1. 6 en 1. 7 tonen een weergave van de omgeving van het projectgebied. Het projectgebied bestaat uit onbebouwde , agrarische gronden. Deze percelen zijn momenteel in gebruik als grasland. In het verleden zijn hier aardappelen , maïs en zonnebloemen geteeld. In en rondom het projectgebied
liggen meerdere sloten. In het noorden bevind zich een groene strook met bomen. Het projectgebied ligt in de kadastrale gemeente Heerhugowaard , sectie P , perceelnummers 9861 , 2054 en 2055. Figuren 1. 8 en 1. 9 tonen een weergave van het projectgebied.
Figuur 1. 6 - 3D Ligging projectlocatie ten opzichte van de omgeving (rood omlijnd) (bron: Dijk & Co , 2025)
10/416
Figuur 1. 7
-
Ligging projectlocatie ten opzichte van de directe omgeving (rood omlijnd) (bron: Rho Basisviewer ,
2025)
Figuur 1. 8 - Luchtfoto projectlocatie (rood omlijnd) (bron: Rho Basisviewer , 2025)
11/416
Figuur 1. 9 - Kadastrale kaart projectlocatie (rood omlijnd) (bron: Rho Basisviewer , 2025)
1. 4
Geldend omgevingsplan
en
andere omgevingsdocumenten
Omgevingsplan gemeente Dijk en Waard Het omgevingsplan van de gemeente Dijk en Waard bevat de regels voor het projectgebied. De regels zijn opgenomen in de volgende onderdelen van de wet: De besluiten genoemd in artikel 4.6 , eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet , waaronder een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 , eerste lid , van de Wet ruimtelijke ordening en tevens de volgende verordeningen: 1. een regel als bedoeld in artikel 38 , eerste lid , van de Monumentenwet 1988 , zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet ; 2. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij ; 3. een verordening als bedoeld in artikel 10. 32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening ; De kaarten , bedoeld in artikel 3.5 , tweede lid , van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet , en de besluiten , bedoeld in artikel 3.5 , derde lid , van die wet ; De Bruidsschat. Hierna worden kort de relevante regels uit het omgevingsplan beschreven.
Bestemmingsplan Buitengebied 2014 Het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2014' (vastgesteld op 25 oktober 2016) maakt onderdeel uit van het omgevingsplan. Binnen dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de bestemmingen 'Agrarisch' , 'Leiding' en 'Maatschappelijk' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Daarnaast gelden ter plaatse van het projectgebied de functieaanduidingen 'crematorium' en 'begraafplaats'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het grondgebonden volwaardig , reëel of in deeltijd uitgeoefend agrarisch bedrijf ; bedrijfsgebouwen ; kassen ten behoeve van
teeltondersteuning ; boog- en gaaskassen (uitsluitend toegestaan in de periode 1 maart tot en met 15 oktober) ; bedrijfswoningen ; bijhorende bouwwerken , bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van het houden van paarden en praktijk- en kantoorruimten voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf.
12/416
De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) , mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse leidingen voor gas , water , elektriciteit , riool en overige stoffen met een belemmeringstrook ten behoeve van het onderhoud en bescherming van een leiding en het bouwen van bouwwerken ten diensten van de bedoelde leiding(en).
gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen ; crematorium met uitvaartcentrum , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'crematorium' ; begraafplaats voor de lijkbezorging van mens en dier , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' ; horeca 1 , 2 en 3 ; detailhandel , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'crematorium' ; strooi velden , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' en bijbehorende bouwwerken. De
voor
'Maatschappelijk'
aangewezen
Binnen de dubbelbestemming 'Waarde
Archeologie 4' geldt , voor bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2. 500 en dieper dan 04, m onder het maaiveld , de verplichting tot het treffen van technische maatregelen , waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden ; de verplichting tot het doen van opgravingen , of de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. -
m 2
Onderstaand figuur toont een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het projectgebied.
Figuur 1. 10
-
Ligging projectgebied binnen het geldende bestemmingsplan
(rood omlijnd) (bron: Regels op de
Kaart) Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke archeologieverordening , de geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater (of een Verordening fysieke leefomgeving , voor zover deze regels over voorgaande onderwerpen bevat) , in het geval de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld.
13/416
Verordening fysieke leefomgeving Dijk en Waard 2025 De Verordening fysieke leefomgeving Dijk en Waard 2025 bevat met name vangnetregels voor onderwerpen die nog niet in het omgevingsplan zijn opgenomen. Voor archeologie regelt de verordening dat archeologische waarden en verwachtingsgebieden worden beschermd door beperkingen aan bodemverstorende activiteiten , zolang deze bescherming nog niet planologisch is vastgelegd. De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de verordening fysieke leefomgeving van gemeente Dijk en Waard.
Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart De bodemfunctieklassenkaart en het gebiedsspecifiek beleid maken onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De gemeente Dijk en Waard heeft samen met andere gemeenten de bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassekaart opgesteld. De Bodemkwaliteitskaart heeft uitsluitend betrekking op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Uit deze kaart blijkt dat de bodem is gekwalificeerd als 'B6 - Overige woongebieden , bedrijven en buitengebied'. Binnen de bodemfunctieklassekaart heeft het projectgebied de functie 'Industrie'. Na aanleiding van de ontwikkeling dient de bodemfunctieklassekaart gewijzigd te worden naar de functie 'Wonen'.
14/416
Bruidsschat In de bruidsschat zijn verschillende regels opgenomen die relevant kunnen zijn voor nieuwe ontwikkelingen. De bruidsschat bevat voorrangsbepalingen en overgangsrecht , regels over bouwwerken , open erven en terreinen , regels over milieubelastende activiteiten , regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond en regels over gemeentelijke omgevingsvergunningen. Voor dit project is er geen sprake van een specifieke strijdigheid met de Bruidsschat. Strijdigheden Het project is in strijd met de gebruiks- en bouwregels van het omgevingsplan waarvan het bestemmingsplan
'Bestemmingsplan Buitengebied 2014' onderdeel uitmaakt , op de volgende onderdelen: Het initiatief maakt de realisatie van 98 grondgebonden woningen mogelijk. Dit is in strijd met de gebruiksregels van de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Maatschappelijk' , waarin reguliere woningen niet zijn toegestaan ; Het initiatief maakt de realisatie van hoofdgebouwen mogelijk buiten een bouwvlak , wat in strijd is met de
bouwregels binnen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Maatschappelijk' ; Het initiatief maakt speelvoorzieningen mogelijk , wat in strijd is met de gebruiksregels van de bestemming 'Agrarisch' ;
1. 5
Beperkingsgebieden
Het kan zijn dat op de locatie van het initiatief een beperkingengebied is aangewezen. Een beperkingengebied is een gebied dat bij of krachtens de wet (door het rijk of de provincie) is aangewezen. In zo'n gebied gelden ,
de aanwezigheid van een werk of object , specifieke regels voor activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. vanwege
Een gedeelte van het projectgebied aan de oostzijde ligt binnen het beperkingsgebied provincale wegen. In paragraaf 2. 2. 2 wordt getoetst aan de geldende instructieregels voor dit beperkingsgebied. Er is geen sprake van
strijdigheid.
1. 6
Keuze BOPA of wijzigen OP
Om
de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) aangevraagd. Met deze omgevingsvergunning wordt afgeweken van het omgevingsplan gemeente Dijk en Waard.
1. 7
Voortraject
Het beoogde initiatief is in strijd is met de regels van het omgevingsplan en is concreet van aard. De gemeente
Dijk en Waard heeft ingestemd met het mogelijk maken van het beoogde bouwplan door gebruik te maken van een omgevingsvergunning op grond van artikel 5. 1 lid 1 onder a Omgevingswet jo artikel 8. 0a lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) (BOPA). Dit document vormt de goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFlo) zoals bedoeld in artikel 8. 0a lid 2 van het Bkl. Hierin wordt het beoogde initiatief beschreven en wordt aangetoond dat sprake is van een ;
15/416
evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Om dit te kunnen beoordelen , zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten , waaronder beleid (voor zover betrekking hebbend op het initiatief) , nader onderzocht en afgewogen. Met deze onderbouwing wordt het initiatief juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1. 8
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het project getoetst aan het geldende beleid en worden
de relevante provinciale
instructieregels beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het project getoetst aan de hand van de relevante thema's van de fysieke leefomgeving. Hierbij wordt het project beoordeeld op basis van de relevante beoordelingsregels en de relevante aspecten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 4 beoordeelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project. In hoofdstuk 5 wordt de doorlopen procedure beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
16/416
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2. 1
Rijksbeleid
2. 1. 1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking , verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dit vraagt om een nieuwe , integrale manier van werken , waarbij keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt hiervoor een gezamenlijke aanpak en schetst een duurzaam perspectief voor de fysieke leefomgeving. Dit is nodig om de nationale doelen te behalen en raagt om inzet van zowel overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Voor nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
2.
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving , die tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren en kansen bieden voor natuur. Daarnaast wordt ingezet op een duurzame energievoorziening , waarvoor ruimte nodig is. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren , wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame , circulaire , kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee wil Nederland zijn positie in de top vijf van meest concurrerende landen behouden. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een hoge kwaliteit van leven. . Tegelijkertijd moet de economie toekomstbestendig zijn: concurrerend , duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio's Met name in steden en stedelijke regio's zijn nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Deze ontwikkelingen vinden bij voorkeur plaats binnen de bestaande stadsgrenzen , , zodat open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven.
Dit vraagt om optimale afstemming met mobiliteit en om investeringen in infrastructuur. . Voorafgaand aan de keuze voor nieuwe verstedelijkingslocaties moet duidelijk zijn welke eisen gelden voor leefomgevingskwaliteit en veiligheid , en welke aanvullende maatregelen nodig zijn. Zo blijft een gezonde leefomgeving geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met minimale effecten op de kwaliteit vanlucht , bodem en water. Daarbij wordt ingezet op het behoud en de ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap , die een belangrijke cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen. Verrommeling en versnippering van het landschap , bijvoorbeeld door
3.
4.
17/416
ongewenste verspreiding van grootschalige bebouwing , worden tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot , dat belangen soms botsen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
Combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies , gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte ; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere ; Afwenteling wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in de mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners , zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
1. 2. 3.
Toetsing De voorgenomen ontwikkeling sluit in hoofdzaak aan bij prioriteit 3 van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI): sterke en gezonde steden en regio’s. Het initiatief voorziet in de realisatie van een substantieel aantal woningen
de rand van het bestaande stedelijk gebied en draagt daarmee bij aan het opvangen van de regionale woningbehoefte. Door de ligging aansluitend aan het stedelijk gebied wordt zorgvuldig omgegaan met de beschikbare ruimte en wordt ingezet op een logische en duurzame stedelijke uitbreiding , passend bij het versterken van steden en regio’s. aan
Daarnaast is het plan in overeenstemming
met prioriteit 1 van de NOVI: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze prioriteit is nader uitgewerkt in paragraaf 3. 12.
Geconcludeerd wordt dat het planvoornemen past binnen de uitgangspunten en prioriteiten van de NOVI. 2. 1. 2
Nota Ruimte (ontwerp)
Algemeen Het ontwerp van de Nota Ruimte geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en legt de nadruk op zorgvuldig ruimtegebruik. Belangrijke uitgangspunten zijn het realiseren van voldoende woningen , het
versterken van bestaande kernen en het beschermen van waardevolle landschappen. Nieuwe woningbouw wordt bij voorkeur binnen bestaand stedelijk gebied of dorpskernen gerealiseerd om verrommeling van het buitengebied te voorkomen. Daarnaast vraagt het beleid aandacht voor duurzaamheid , klimaatadaptatie en een goede bereikbaarheid. Ruimtelijke principes De Nota Ruimte hanteert drie leidende principes:
meervoudig ruimtegebruik: combineren van functies waar mogelijk ; gebiedskenmerken centraal: afstemmen op landschappelijke , ecologische en culturele waarden ; voorkomen van afwenteling: geen negatieve effecten op andere functies of toekomstige generaties. Toetsing De ontwikkeling is passend binnen de uitgangspunten van de Nota Ruimte. Het plan voorziet in de toevoeging
18/416
draagt daarmee bij aan de woningbouwopgave. De locatie is gelegen aansluitend aan bestaand stedelijk gebied en versterkt de bestaande kern , waarmee zorgvuldig ruimtegebruik wordt toegepast. Bij de planvorming is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en is de ontwikkeling landschappelijk ingepast. Tevens zijn relevante omgevingsaspecten , waaronder bereikbaarheid en klimaatadaptatie , in de afweging betrokken. Hiermee is sprake van een ontwikkeling die aansluit bij de ruimtelijke principes van de Nota Ruimte. van woningen en
2. 1. 3
Instructieregels
De Omgevingswet
werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (afgekort AMvB's). Dit zijn het Omgevingsbesluit , het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) , het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna ook: Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna ook: Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het uitvoeren van de Omgevingswet. Het
Omgevingsbesluit
bevat met name procedurele bepalingen , waaronder regels over de omgevingsvergunning , de m.e.r.-(beoordelings)plicht , participatie en de afstemming tussen bestuursorganen. Voor is beoordeeld is de voorgenomen ontwikkeling planvoornemen of sprake van een m. e. r. -(beoordelings)plicht. Op basis daarvan is vastgesteld dat geen sprake is van een directe m. e. r. -plicht en dat met deze m. e. r. -beoordeling inzichtelijk wordt gemaakt dat het planvoornemen niet leidt tot belangrijke nadelige milieueffecten. Het Omgevingsbesluit vormt hiermee het kader voor de procedurele borging van de milieubeoordeling. Paragraaf 3. 4 gaat nader in op deze m. e. r. -beoordeling. Het
Bkl bepaalt dat instructieregels het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt geweigerd als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s ; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit) ; c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk , belemmert In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de instructieregels van het Bkl. Het Bal bevat algemene regels voor milieubelastende activiteiten. De voorgenomen ontwikkeling maakt geen milieubelastende activiteiten mogelijk die op grond van het Bal tot relevante negatieve milieueffecten leiden. Voor zover tijdens de aanlegfase activiteiten plaatsvinden die onder het Bal vallen , wordt voldaan aan de daarin opgenomen algemene regels en zorgplichten , waarmee negatieve effecten op de fysieke leefomgeving worden
voorkomen. Bbl bevat regels met betrekking tot het bouwen en de kwaliteit , veiligheid en duurzaamheid van bouwwerken. De voorgenomen ontwikkeling zal bij de verdere uitwerking en vergunningverlening voldoen aan de eisen uit het Bbl. Deze regels borgen dat geen nadelige effecten optreden ten aanzien van onder meer veiligheid , gezondheid en milieu. Het
2. 1. 4
Ladder voor duurzame verstedelijking
Algemeen
19/416
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Artikel 5. 129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke
ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein , een
zeehaventerrein , een woningbouwlocatie , kantoren , een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is , wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Artikel 5. 129g Bkl legt hiervoor geen grens vast. Geldende jurisprudentie onder de Wro/Bro is vanaf 12 woningen , een functiewijziging met een oppervlak groter dan 500 m² bvo , meer dan 500 m² bvo bebouwing of een functie die gelet op de ruimtelijke uitstraling een stedelijke ontwikkeling is. Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval , de specifieke ligging , de feitelijke situatie , het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Initiatief Het project betreft de realisatie van 98 grondgebonden eengezinswoningen , bestaande uit 68 rijwoningen en 30
twee-onder-een-kapwoningen. De verdeling naar prijsklasse is: een derde goedkope koopwoningen (€300.000 , prijspeil 2025) , een derde betaalbare koopwoningen (€400. 000) en een derde vrije sectorwoningen (twee-onder-een-kap). Het plan voorziet daarmee in een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen , waaronder starters en gezinnen. Toetsing Omdat het plan meer dan 12 woningen mogelijk maakt ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden , betreft dit een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. Het merendeel van de locatie heeft al een stedelijke bestemming en valt daardoor binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie ligt deels buiten het bestaand stedelijk gebied , gelet op de agrarische bestemming.
Gelet op het bovenstaande is hierna de behoefte beschreven en de locatiekeuze gemotiveerd. Beschrijving behoefte Ruimtelijk verzorgingsgebied Het project bedient primair de gemeente Heerhugowaard , binnen de regionale context van de Woondeal Noord-Holland Noord (NHN) en de woningbouwopgave van Dijk en Waard. Kwantitatieve behoefte De regionale opgave betreft circa 42. 500 woningen in Noord-Holland Noord tot 2030 , waarvan 7. 150 woningen in Dijk en Waard. Het project levert een concrete bijdrage aan deze regionale opgave. Het project voorziet met 98
20/416
woningen in een deel van de kwantitatieve vraag en draagt bij aan het realiseren van de gemeentelijke en
regionale woningbouwdoelen. Kwalitatieve behoefte Uit de Woondeal NHN , de Woonvisie Dijk en Waard (2024-2029) en de woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020-2030 blijkt dat er in Heerhugowaard een aanzienlijke behoefte is aan grondgebonden woningen , met name in het goedkope en betaalbare segment. Het plan levert een gevarieerd woningaanbod met aandacht voor starters , gezinnen en betaalbaarheid. Met twee derde van de woningen in het goedkope en betaalbare segment wordt aangesloten op de regionale ambitie om twee derde van de nieuwbouw betaalbaar te realiseren. De typologieën (rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen) passen bij de lokale vraag en sluiten aan bij de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande woonomgeving. Motivering locatiekeuze Voor de beoogde grondgebonden woningen is circa 4 hectare ruimte noodzakelijk. Binnenstedelijke locaties in
Heerhugowaard bieden onvoldoende capaciteit om in de gehele actuele woningbehoefte te voorzien. Daarom wordt ook gebruik gemaakt van voormalige agrarische gronden aangrenzend aan stedelijk gebied. Hierdoor ontstaat er ruimte om een kwalitatief hoogwaardig , klimaatadaptief en landschappelijk zorgvuldig woongebied te realiseren. Conclusie Het project De Klamp fase 2 voorziet met 98 woningen in een gemengd en toekomstbestendig woningaanbod. De kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte is onderbouwd , binnenstedelijke alternatieven zijn
onvoldoende , en de locatie sluit aan bij regionale en gemeentelijke woonafspraken. Met de realisatie van dit project wordt voldaan aan de eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking. 2. 1. 5
Conclusie rijksbeleid
Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden
dat het project in overeenstemming is met het
rijksbeleid.
2. 2
Provinciaal beleid
2. 2. 1
Provinciale omgevingsvisie Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 , vastgesteld op 19 november 2018 onder de titel ‘Balans tussen economische groei en leefbaarheid’ , beschrijft hoe Noord-Holland wil inspelen op de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de leefomgeving. De provincie benoemt acht urgente thema’s die richtinggevend zijn voor beleid en toekomstige keuzes: Klimaatverandering ; Bodem , water , luchtkwaliteit ; Biodiversiteit ; Economische transitie ; Energietransitie ;
21/416
Mobiliteit ; Verstedelijking ; Landschap. Deze thema’s vormen geen vast eindbeeld , maar bieden een kader en handelingsperspectief om flexibel te kunnen inspelen op nieuwe omstandigheden. Ontwikkelingen moeten daarom passen bij de waarden ,
karakteristieken en het draagvermogen van het landschap , waarbij natuurinclusief ontwikkelen en het benutten van bestaande OV- , weg- , energie- en dataknooppunten als uitgangspunt gelden. Zo ontstaat ruimte om ambities waar te maken zonder de leefomgevingskwaliteit aan te tasten. Toetsing De ontwikkeling van De Klamp fase 2 past binnen de koers van de Omgevingsvisie NH2050. De provincie stuurt op toekomstbestendige woningbouw die bijdraagt aan een gezonde leefomgeving en aansluit bij de landschappelijke context. De nieuwe woningen sluiten aan op fase I en vormen een zorgvuldige overgang tussen bebouwing en polderlandschap. Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit krijgen vorm via het groene middengebied met waterberging , inheemse beplanting en een landschappelijke overgangszone. De verkeersluwe opzet en aandacht voor langzaam verkeer dragen bij aan een leefbare en veilige woonomgeving. Daarmee sluit het initiatief aan bij de provinciale ambitie om binnen kernen te verdichten met behoud van ruimtelijke kwaliteit en een toekomstbestendig woonklimaat. 2. 2. 2
Provinciale omgevingsverordening
Omgevingsverordening NH2022 De Omgevingsverordening NH2022 vertaalt de provinciale Omgevingsvisie NH2050 naar bindende regels voor Noord-Holland. De verordening regelt onder andere activiteiten in beschermde gebieden , zoals het Natuurnetwerk Nederland , provinciale wegen en beschermde landschappen. Gemeenten moeten bij ruimtelijke plannen rekening houden met deze regels om natuur , landschap en andere kernwaarden te beschermen. De verordening biedt daarmee een juridisch kader voor een toekomstbestendige , veilige en leefbare fysieke omgeving. 2. 2. 3
Instructieregels Voor voorliggende project zijn de volgende instructieregels van toepassing: Artikel 4. 88 Specifieke zorgplicht 1. Degene die een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij de provincie verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit de infrastructuur verontreinigt , verandert of beschadigt ,
of andere nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen , bedoeld in Artikel 4.86 , is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen ; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen , die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken ; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt , die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2.
22/416
Deze plicht houdt in ieder geval in dat:
het veilig en doelmatig gebruik van de provinciale infrastructuur wordt verzekerd ; alle passende maatregelen worden genomen om ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan te voorkomen als bedoeld in artikel 19. 1 van de Omgevingswet ; en houtgewas , bomen of takken van bomen zodanig worden geplaatst of onderhouden dat deze geen hinder voor het verkeer kunnen veroorzaken.
a.
b. c.
Figuur 2. 1 Beperkingengebied provinciale weg en woningbouwontwikkeling (Bron: Kas architecten stedenbouw) Toetsing artikel 4. 88 Het projectgebied ligt voor een klein deel binnen het beperkingsgebied van de provinciale weg N194 (zie figuur 2. 1). Binnen dit beperkingsgebied worden geen woningen gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling omvat geen
beperkingsactiviteiten. Dit zijn activiteiten die de infrastructuur verontreinigen , veranderen , beschadigen en/of nadelige gevolgen hebben voor de belangen van de provinciale weg. Er is geen strijdigheid met deze instructieregel. Artikel 6. 13 Regionale afspraken nieuwe stedelijke functies 1. Een omgevingsplan kan uitsluitend voorzien in nieuwe stedelijke functies als overeenstemming is met de binnen de regio daarover gemaakte schriftelijke afspraken.
23/416
de
ontwikkeling
in
3.
Gedeputeerde Staten hebben op grond van Artikel 6. 1 van het Delegatiebesluit Omgevingsverordening NH2022 nadere regels gesteld in afdeling 5 van bijlage 11. Deze bevat uitvoeringsregels voor provinciale belangen. Het gaat met name om nadere voorwaarden voor stedelijke functies in het landelijk gebied , compensatie van schade aan natuur en Natuurnetwerk Nederland , inpassing van functies in het landschap en bescherming van kernkwaliteiten van bijzondere landschappen. Deze regels preciseren hoe gemeenten omgevingsplannen en buitenplanse activiteiten moeten toetsen aan provinciale beleidsthema’s. Toetsing artikel 6. 13 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van nieuwe woningen. In paragrafen 2. 4. 1 en 2. 6. 3
wordt getoetst aan de relevante schriftelijke woonafspraken. Er is geen strijdigheid met deze instructieregel. Artikel 6. 75 Klimaatadaptatie 1. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling , bevat de motivering een risicoanalyse van de aanwezige en de te verwachten klimaatrisico's binnen het plangebied. Hierbij worden over
de volgende onderwerpen de risico’s in beeld gebracht: a.wateroverlast ; b.overstroming ; c. hitte ; d. droogte (watertekort en verzilting) ; e. natuurinclusiviteit en biodiversiteit ; en f. ecologische en chemische waterkwaliteit. 2. Voor zover uit de risicoanalyse risico's naar voren komen , bevat het omgevingsplan maatregelen ter voorkoming
dan wel beperking van die risico's. 3.
maatregelen voldoen aan het basisveiligheidsniveau Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw. De
dat
is
genoemd
in
paragraaf
3. 1
van
het
4.
Indien door de beperkte omvang of de aard van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan het basisveiligheidsniveau , wordt in afwijking van het derde lid rekening gehouden met het basisveiligheidsniveau. Toetsing artikel 6. 75 In paragraaf 3. 12 wordt getoetst aan het aspect klimaatadaptatie. Hieruit blijkt dat er voldoende rekening is gehouden met klimaatadaptieve maatregelen in het projectgebied.
24/416
Conclusie provinciaal beleid
2. 2. 4
Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden
dat het project in overeenstemming is met het provinciaal beleid en voldoet aan de instructieregels van de Omgevingsverordening NH2022.
2. 3
Omgevingswaarden
Een omgevingswaarde is een van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. Maar ook
de gemeente zelf. Een gemeente kan omgevingswaarden vaststellen in het omgevingsplan. Omgevingswaarden zijn maatstaven voor de fysieke leefomgeving en hebben betrekking op: de gewenste staat of kwaliteit op een bepaald moment op een bepaalde plaats ; de toelaatbare belasting door activiteiten ; de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen. Een omgevingswaarde wordt uitgedrukt in meetbare of berekenbare eenheden of , anderszins in objectieve van
termen.
Dijk en Waard heeft op het moment omgevingswaarden vastgesteld. De
gemeente
van
opstellen van
deze
onderbouwing
nog
geen
Wanneer het Rijk of de provincie omgevingswaarden heeft vastgesteld , mag de gemeente daarvan niet afwijken of deze aanvullen. Afwijking is alleen mogelijk indien het Rijk of de provincie hiervoor expliciet ruimte biedt. Daarom is nagegaan of voor dit initiatief rijks- of provinciale omgevingswaarden van toepassing zijn en welke gevolgen dit eventueel heeft voor het plan. Indien dit het geval is , wordt dit hierna toegelicht. 2. 3. 1
Conclusie omgevingswaarden
Er zijn geen omgevingswaarden vastgelegd die van toepassing zijn op het projectgebied.
2. 4
Regionaal beleid
2. 4. 1
Woondeal Noord-Holland Noord Algemeen De Woondeal Noord-Holland Noord (NHN) is een gezamenlijke afspraak tussen het Rijk , de provincie Noord-Holland en de 17 gemeenten in de regio , waaronder Dijk en Waard , over de realisatie van de woningbouwopgave tot 2030. Voor de gehele regio geldt dat circa 42. 500 woningen moeten worden gebouwd , waarvan ongeveer twee derde in het betaalbare segment , om te voorzien in de groeiende vraag en de druk vanuit de Metropoolregio Amsterdam. De gemeente Dijk en Waard , inclusief Heerhugowaard , draagt hieraan bij met ongeveer 7. 150 woningen. De Woondeal legt niet alleen kwantitatieve doelen vast , maar benadrukt ook het belang van betaalbaarheid en diversiteit in het woningaanbod voor verschillende doelgroepen , zoals starters , gezinnen en ouderen. Daarnaast
wordt ingezet op binnenstedelijke verdichting en bouwen nabij OV-knooppunten , zodat nieuwe woningen goed aansluiten bij bereikbaarheid , leefkwaliteit en duurzame mobiliteit.
25/416
Toetsing Het initiatief De Klamp fase 2 draagt bij aan regionale doelen van de Woondeal NHN. Met de realisatie van 98 woningen levert het project een concrete bijdrage aan de woningbouwopgave van de gemeente Dijk en Waard binnen de afgesproken circa 7. 150 woningen tot 2030. Daarnaast bestaat de ontwikkeling voor één derde betaalbare koopwoningen en voor één derde uit goedkope koopwoningen , passend bij de ambitie om twee derde van de woningen in het betaalbare segment te
realiseren. Het plan voorziet in een divers woningaanbod voor verschillende doelgroepen en maakt efficiënt gebruik van de bestaande infrastructuur en OV-knooppunten , wat aansluit bij de nadruk van de Woondeal op bereikbaarheid en binnenstedelijke verdichting. Hiermee past de beoogde ontwikkeling ook binnen artikel 6. 13 van de provinciale omgevingsverordening. 2. 4. 2
Conclusie regionaal beleid
Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden
dat het project in overeenstemming is met het
regionaal beleid.
2. 5
Water beleid
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met zijn partners het waterbeleid voor de lange termijn vastgelegd in deDeltavisie 2012. De Deltavisie is vertaald naar het Waterplan 2022-2027 (WBP6) voor de middellange termijn. Hierin presenteert het hoogheemraadschap zijn koers voor de periode 2022-2027 en de opgaven waar het hoogheemraadschap zelf en met anderen aan werkt. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een Waterschapsverordening werking is getreden. 2. 5. 1
die sinds 1 januari 2024 in
Waterschapsverordening
De
Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bevat de regels die het Hoogheemraadschap hanteert om zijn watergangen , waterkeringen en wegen te beschermen. Rond sloten , dijken en wegen zijn verschillende zones aangewezen. Voor elke zone gelden specifieke regels , afhankelijk van de functie en het beschermingsniveau van het betreffende waterstaatkundige object. 2. 5. 2
Europees , Rijks en Provinciaal niveau
Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater , overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan) , kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen zijn er op
(deel)stroomgebiedniveau plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheerplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
26/416
Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027. Het NWP is vastgesteld op 18 maart 2022. In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie , waterveiligheid , zoetwater & waterverdeling , waterkwaliteit & natuur , scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027. Uitgangspunt is schoon , veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Provinciaal beleid Op 31 januari 2022 heeft Provincie Noord-Holland het Regionaal Waterprogramma
Noord-Holland 2022-2027 (Regionaal Waterprogramma) vastgesteld. In het Regionaal Waterprogramma geeft de provincie aan hoe zij zich inzet voor een goede waterkwaliteit , het op peil houden van de watervoorraad en de bescherming tegen overstromingen. Het Regionaal Waterprogramma is opgebouwd uit een drietal deelprogramma's. Voor de deelprogramma's oppervlaktewater , grondwater en overstromingsrisico's is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen , dat samen met andere partijen wordt uitgevoerd. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden , drinkwaterwinningen en zwemwateren 2. 5. 3
Conclusie waterschapsbeleid
Ten behoeve van de ontwikkeling wordt het wateradvies van het waterschap geraadpleegd. In paragraaf 3. 11 wordt hierop ingegaan en nader getoetst aan het aspect water. Er is geen sprake van strijdigheid met de regels uit het waterschapsverordening. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden overeenstemming waterbeleid.
2. 6
Gemeentelijk beleid
2. 6. 1
Gemeentelijke omgevingsvisie
dat het project in
Algemeen De Strategische Omgevingsvisie van de gemeente Dijk en Waard is in werking getreden op 4 november 2024 en geeft de koers aan voor de fysieke leefomgeving tot circa 2047. De gemeente heeft vijf ambities vastgelegd die de bouwstenen vormen voor de omgevingsvisie: gezonde en gemengde woonomgevingen aantrekkelijke en diverse werkplekken verbinding met cultureel erfgoed , water , recreatie en natuur veilige en plezierig beloopbare buurten met snelle verbindingen naar de regio toekomstbestendig landelijk gebied Een centrale pijler binnen de visie is de forse woningbouwopgave: de gemeente heeft de ambitie om tot 2032 circa 10. 000 woningen te realiseren om te voorzien in de lokale en regionale woningbehoefte. Daarbij wordt ingezet op een evenwichtige groei met aandacht voor verschillende woningtypen en doelgroepen , waarbij
woningbouw primair plaatsvindt binnen en aansluitend aan de bestaande kernen , met behoud van ruimtelijke kwaliteit.
27/416
De visie benadrukt het belang van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving , waarin wonen , groen , water en voorzieningen in samenhang worden ontwikkeld. Groen en water worden gezien als structurerende elementen
ontwikkelingen en spelen een belangrijke rol bij klimaatadaptatie , biodiversiteit en het beperken van hittestress en wateroverlast. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen hieraan bij te dragen door klimaatbestendig en toekomstgericht te worden ingericht. voor nieuwe
het
mobiliteit stuurt de omgevingsvisie op veilige , duurzame en goed bereikbare woonomgevingen. Daarbij ligt de nadruk op het stimuleren van lopen en fietsen , het beperken van autoverkeer in woongebieden het zorgvuldig inpassen van ontsluitingsstructuren , zodat leefbaarheid en en verkeersveiligheid worden gewaarborgd. Op
gebied
van
hecht de gemeente waarde aan identiteit , sociale samenhang en ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij de schaal en het karakter van de omgeving en bij te dragen aan prettige , herkenbare woonmilieus waar ontmoeting en gebruik van de openbare ruimte worden gestimuleerd. Daarnaast
Toetsing De voorgenomen ontwikkeling sluit goed aan bij de Strategische Omgevingsvisie van de gemeente Dijk en Waard. Met de realisatie van 98 woningen wordt bijgedragen aan de lokale woningbouwopgave en de ambitie om tot 2032 circa 10. 000 woningen te realiseren. Het project voorziet in een
gevarieerd woningaanbod waarmee wordt ingespeeld op de behoefte van verschillende doelgroepen en wordt bijgedragen aan gezonde en gemengde woonomgevingen (zie paragraaf 2. 1. 4). De wijk wordt stedenbouwkundig en landschappelijk aangesloten op de bestaande kern en het omliggende polderlandschap , wat bijdraagt aan het behoud van ruimtelijke kwaliteit , identiteit en schaal van de omgeving. Het groene middengebied fungeert als structurerend element , ondersteund klimaatadaptatie , biodiversiteit en waterbeheer , en creëren ruimte voor verblijf , ontmoeting en spelen , wat bijdraagt aan een prettige en sociale woonomgeving. De ringvormige ontsluitingsstructuur en kleinschalige woonerven bevorderen veiligheid , verkeersluwheid en
goede bereikbaarheid , en stimuleren lopen en fietsen , conform de gemeentelijke ambities op het gebied van duurzame mobiliteit. 2. 6. 2
Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021
Algemeen Bij het opstellen
van
het
Mobiliteit
2021
Omgevingsvisie
waarin
Omgevingsprogramma
is
aangesloten
op
de
raadsagenda
Heerhugowaard en het bestuursakkoord Langedijk. Een
Omgevingsprogramma
volgt
uit
een
ambities
geformuleerd
zijn.
Het
Omgevingsprogramma is uitvoeringsgericht en bevat concrete maatregelen om doelen te realiseren , effecten te monitoren en waar nodig bij te sturen. In het programma zijn de volgende mobiliteitsdoelen geformuleerd: De gemeente Dijk en Waard heeft als doel een bereikbare , duurzame , veilige en leefbare gemeente te zijn. De gemeente zet hierbij meer dan voorheen in op lopen , fietsen en duurzame mobiliteit. Nadrukkelijk wordt
1.
28/416
niet gekozen voor een compleet nieuwe worden wijzigingen aangebracht ;
insteek: wat goed gaat wordt gecontinueerd. Op onderdelen
De gemeente blijft zich de komende jaren inzetten op verbetering van de multimodale bereikbaarheid van de gemeente voor inwoners , werknemers en bezoekers. Een inrichting van de openbare ruimte die gericht is
2.
veilig bewegen en verblijven vormt de kern van het mobiliteitsbeleid. Daarbij geldt dat voorzieningen bereikbaar moeten zijn en blijven. De focus ligt hierbij meer dan voorheen op lopen en fietsen. Tegelijkertijd zorgt de gemeente voor goede auto-ontsluitingen , waarmee wordt bijgedragen aan de aantrekkelijkheid van de gemeente voor inwoners , ondernemers en toeristen. op
Voornoemde mobiliteitsdoelen zijn in het Omgevingsprogramma uitgewerkt tot de volgende maatregelen: 1. Veilige en duurzame bereikbaarheid: het nemen van maatregelen zodat binnenwijkse en binnenstedelijke verplaatsingen vooral te voet , met de fiets of het openbaar vervoer kunnen worden gemaakt. Tevens wordt aandacht besteed aan de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en voorzieningen , logistiek verkeer en de bereikbaarheid van de regio ; 2. Veilige en gezonde woonomgeving: hierbij gaat het om de mate waarin alle mogelijke inwoners samen kunnen functioneren met verkeer. De openbare ruimte moet levensloopbestendig zijn. Een levensloopbestendige wijk is een wijk waarin bewoners zich goed kunnen verplaatsen , zonder onnodige hindernissen tegen te komen. Dit leidt tot maatregelen ten aanzien van het wandelnetwerk , het fietsnetwerk , de inrichting van de openbare ruimte , parkeren (en oplaadvoorzieningen) , het collectief openbaar vervoer en de stadslogistiek (waaronder pakketbezorging) ; 3. Levendig Stationsgebied en Stadshart: het Stadshart van Heerhugowaard heeft zich de afgelopen 15 jaar sterk ontwikkeld. Ook in het Stationsgebied gaat de komende jaren veel veranderen.
Het doel is om een nieuw stedelijk gebied te ontwikkelen , gevormd door het Stadshart en het Stationsgebied , dat gericht is op doelgroepen die zich qua wonen en werken richten op de nabijheid van openbaar vervoer en voorzieningen (minder auto-afhankelijk): compact , intensief , aantrekkelijk en met veel aandacht voor de kwaliteit van gebouwen en (groene) inrichting van de buitenruimte. Daarbij is vooral behoefte aan functies die gebruik maken van het openbaar vervoer , zoals stedelijk wonen , onderwijs , zorg en kennisintensieve bedrijvigheid. Maatregelen voor het Stationsgebied zijn uitgewerkt in het Masterplan Stationsgebied , zie paragraaf 4.4.3 ; 4. Goede omstandigheden voor werk en ondernemen: in 2020 is een visie op retail- en werklocaties in Dijk en Waard opgesteld. De gemeente kent veel verschillende werkmilieus , waaronder hoogwaardige , functionele , lokaal gerichte en regionaal gerichte werklocaties. Goede doorstroming op het provinciaal wegennet is essentieel. Tevens wordt ingezet op scheiding van langzaam en snelverkeer. Het gemeentelijk fietsnetwerk wordt opgewaardeerd , in combinatie met doorfietsroutes , als alternatief voor het OV en autoverkeer ; 5.
Aansluiting op de regio en wijde omgeving: doorgaand autoverkeer wordt , in afstemming met de provincie , via het regionaal weggennet geleid , daarnaast wordt ingezet op de doorfietsroute Heerhugowaard-Alkmaar , ter aansluiting op het openbaar vervoer waarmee de fiets de mobiliteitsgroei voor een deel kan opvangen. Via de Regio Alkmaar wordt ingezet op versterking en versnelling van de treinverbindingen naar de MRA ; 6. Recreatieve kwaliteiten benutten: kwaliteiten zijn onder andere Het Duizend Eilandenrijk (Oosterdel) , het lint met haar monumenten en karakteristieke gebouwen , het museum Broeker Veiling en de haven van Broek op Langedijk , Park- en Strand van Luna , Waarderbos , het museum Het Oude Gemaal in Heerhugowaard in Koedijk. Het stationsgebied wordt op termijn met en recreatiegebied het Geestmerambacht aantrekkelijke fiets- en wandelroutes verknoopt met de omgeving. Daarnaast ligt er in de bereikbaarheidsopgave van recreatiegebieden een relatie met het intern fietsnetwerk en de
29/416
doorfietsroutes. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling wordt veilig ontsloten via de bestaande weg De Klamp aan de zuidzijde van het projectgebied voor zowel fietsers als gemotoriseerd verkeer. Binnen het projectgebied worden aparte voet- en
fietspaden aangelegd , wat bijdraagt aan de gemeentelijke doelstelling van veilig en duurzaam bewegen binnen woongebieden. Daarnaast ligt de provinciale weg N194 op korte afstand van het projectgebied , waardoor sprake is van een goede ontsluiting op het regionale verkeersnetwerk. De ontwikkeling is in lijn met het Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021.
Woonvisie Gemeente Dijk en Waard Algemeen De Woonvisie van de gemeente Dijk en Waard , vastgesteld op 22 oktober 2024 , beschrijft de hoofdlijnen van het gemeentelijk woonbeleid voor de periode 2024-2029 en sluit aan op het Coalitieakkoord ‘Thuis in Dijk en Waard’ en de regionale Woondeal. De visie benoemt de belangrijkste opgaven en ambities voor de woningmarkt en geeft richting aan de uitvoering van het woonbeleid. 2. 6. 3
De belangrijkste opgaven en ambities zijn: voldoende passende woningen realiseren voor inwoners en nieuwe vestigers ; inwoners in staat stellen zo lang mogelijk passend in de eigen woonomgeving te blijven wonen ; de positie van verschillende doelgroepen op de woningmarkt verbeteren ; en het bevorderen van gevarieerde en
veerkrachtige buurten. Om deze ambities te bereiken stelt de gemeente onder meer de volgende doelen en instrumenten: het bouwen 10. 000 woningen in de van periode 2022-2032 ; het streven naar 30 % sociale huur binnen
nieuwbouwprogramma’s ; het invoeren van een startersleningregeling ; inzet op doorstroming en efficiënter gebruik van de bestaande woningvoorraad via maatregelen als woningsplitsing en woningdelen ; en het opstellen van gebiedsgerichte woningbouwprogramma’s. De Woonvisie benadrukt verder de noodzaak van samenwerking met woningcorporaties , huurderorganisaties en
andere partners om doelen te realiseren , en koppelt het gemeentelijk beleid aan regionale woonafspraken en prestatieafspraken met corporaties. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling past binnen de Woonvisie Dijk en Waard 2024-2029. Met 98 woningen , bestaande uit rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen , draagt het project bij aan de gemeentelijke ambitie om
voldoende passende woningen te realiseren en een evenwichtig en divers woningaanbod te bieden voor verschillende doelgroepen , waaronder starters en gezinnen. Het project sluit aan op de bestaande bebouwing van Heerhugowaard en draagt daarmee bij aan het behoud van ruimtelijke kwaliteit en herkenbare woonmilieus. 2. 6. 4
Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020 - 2030 Algemeen De Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020-2030 geeft richting aan de uitvoering van de kwantitatieve
30/416
en kwalitatieve
woningbouwopgave tot 2030. De programmering is gebaseerd op het woningbehoefteonderzoek 2020 van Companen. Op basis van de uitkomsten moet de woningvoorraad in Heerhugowaard tot 2030 groeien met 3. 710 woningen. Om rekening te houden met mogelijke planuitval is een planvoorraad van 4. 820 woningen noodzakelijk. De programmering wordt twee keer per jaar herijkt en indien nodig tussentijds bijgesteld , zodat er een actueel
inzicht blijft bestaan in de voortgang van de woningbouwopgave en beschikbare plancapaciteit. Hiermee blijft het instrument relevant als toetsingskader voor nieuwe woningbouwinitiatieven in Heerhugowaard. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling van 98 woningen draagt bij aan het realiseren van de benodigde woningvoorraad. De gemeente heeft het project opgenomen in de plancapaciteit , waarmee de ontwikkeling wordt meegeteld bij
het realiseren van de beoogde woningbouwgroei. Het project past binnen de Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020 - 2030. 2. 6. 5
Nota ruimtelijke kwaliteit Heerhugowaard
Algemeen De Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022 vormt het gemeentelijk kader voor het waarborgen en beoordelen van ruimtelijke kwaliteit in de hele gemeente. De nota is opgesteld na de samenvoeging van de
voormalige nota’s van Heerhugowaard en Langedijk en geeft uniforme richtlijnen voor stedenbouw , architectuur , openbare ruimte en landschappelijke inrichting. De geharmoniseerde criteria zijn bedoeld om de samenhang , identiteit en kwaliteit van de fysieke leefomgeving te waarborgen en zijn afgestemd op de bestaande regels. De nota biedt richtlijnen voor zowel zichtbare als niet-zichtbare ontwikkelingen. Voor zichtbare gebouwen en terreinen geldt dat de vorm , kleur , materiaalgebruik en positionering zorgvuldig moeten worden gekozen om een positieve bijdrage te leveren aan de omgeving. Voor minder zichtbare of besloten locaties ligt de focus op
het respecteren van de randvoorwaarden uit het omgevingsplan. De Nota ruimtelijke kwaliteit fungeert als instrument voor beleidsmatige sturing , toetsing en kwaliteitsborging bij nieuwe ontwikkelingen , herstructureringen en projecten binnen de gemeente. Het projectgebied valt binnen het deelgebied 7: 'Sport- , recreatie- en groene terreinen'. Voor terreinen die zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied , zoals (algemene) sportterreinen , recreatie- en groene terreinen , geldt
wel een toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. De criteria richten zich op onder meer een zorgvuldige inrichting van het terrein en constructies die zichtbaar zijn , heldere hoofdvormen , terughoudend gebruik van kleur en materiaal passend bij de groene , landschappelijke omgeving , en een duidelijke en functionele vormgeving van ingangen en volumes.
Toetsing Het stedenbouwkundig plan is opgesteld conform de uitgangspunten van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Heerhugowaard. Voor een nadere toelichting op het stedenbouwkundig ontwerp wordt verwezen naar paragraaf 1. 2.