Bfkk_BKK_Langedijk_Lievense_SOB006891_202010
Tekst van het document
Vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart
Met de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart heeft de gemeente Langedijk een goed instrument in handen voor het toepassen van grond. Een gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag bij de toepassing van grond en baggerspecie op de landbodem. Het vaststellen van de bodemkwaliteitskaart in het generieke kader van het Besluit kan beschouwd worden als een besluit van algemene strekking en wel een algemeen verbindend voorschrift (avv). De bodemfunctieklassenkaart moet worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dit is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (zie hiervoor de Nota van toelichting bij artikel 55 van het Besluit) en kan evenals de bodemkwaliteitskaart beschouwd worden als een besluit van algemene strekking en wel een algemeen verbindend voorschrift (avv). Voor een groter draagvlak voor het gemeentelijke grond- en baggerstromenbeleid kan de openbare voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), worden gevolgd. Het te voeren (gebiedsspecifieke) grond- en baggerstromenbeleid door de gemeente wordt geformuleerd in de nota bodembeheer. De nota bodembeheer moet, met deze bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart als bijlagen, bestuurlijk worden vastgesteld met een besluit van de Gemeenteraad (zie artikel 44 van het Besluit en paragrafen 4.1.1 en
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
17 / 22
4.6.2 van de bij het Besluit behorende Nota van Toelichting). Hierop is de openbare voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), van toepassing.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
18 / 22
4 Totaaloverzicht bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen, toepassingseisen en mogelijkheden vrij grondverzet In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. De kleuren in tabel 4.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart), kaartbijlagen 3 (ontgravingskaarten) en kaartbijlagen 4 (toepassingskaarten). Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeente nemen de gehalten aan PFAS 50verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven én de gemeten gehalten in de tussenlaag, is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. In tabel 4.2 is een grondstromenmatrix waarin de mogelijkheden voor vrij grondverzet weergegeven als het generieke kader van het Besluit wordt gevolgd. Met de op te stellen nota bodembeheer schept de gemeente meer mogelijkheden voor vrij grondverzet. De bodemkwaliteitskaart, in combinatie met een vooronderzoek volgens de NEN 5725 51, mag dan als bewijsmiddel dienen voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond. Bij het vooronderzoek moet specifiek ook aandacht worden besteed aan mogelijk voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen vanwege een (bedrijfs)activiteit.
50
Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. 51 NEN 5725:2017 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
19 / 22
Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Verwachte Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctie
ontgravingsklasse (kwaliteitsbepalende stof)
Toepassingseis @ (generiek kader Besluit en PFAS-beleid [landelijk én provinciaal]))
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1 Historische bebouwing
Industrie
Wonen (Kwik, lood, zink,
(voor 1950)
Wonen
PCB, PAK)
B2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
B3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) ## T1 Historische bebouwing
Industrie
(voor 1950)
Wonen
T2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
T3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) ### O1 Historische bebouwing
Industrie
(voor 1950)
Wonen
O2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
O3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
De gemiddelden van PFOA52 en PFOS53 zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Het gemiddelde aan PFOA leidt tot een beperking bij het toepassen van grond in een oppervlaktewaterlichaam (neem contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). ## De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. ### De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. @ De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. #
52 53
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
20 / 22
Tabel 4.2 Mogelijkheden vrij grondverzet (gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie).
O2 Recente bebouwing (vanaf 1950)
O3 Buitengebied
Uitgesloten gebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Onbekend
O1 Historische bebouwing (voor 1950)
T3 Buitengebied Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
T2 Recente bebouwing (vanaf 1950) Landbouw/natuur
Ondergrond (1,0-2,0 m-mv) ###
T1 Historische bebouwing (voor 1950)
B3 Buitengebied Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) Landbouw/natuur
Tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) ##
B1 Historische bebouwing (voor 1950) Wonen
(0-0,5 m-mv ) # kwaliteit
ontgravngs-
Verwachte
Bovengrond
Ontgravingslocatie
Toepassingslocatie Bovengrond (0-0,5 m-mv) @
Toepassingseis
B1 Historische bebouwing (voor
Wonen
1950) B2 Recente bebouwing (vanaf
Landbouw/natuur
1950) B3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) @ T1 Historische bebouwing (voor
Landbouw/natuur
1950) T2 Recente bebouwing (vanaf
Landbouw/natuur
1950) T3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Ondergrond (1,0-2,0 m-mv) @ O1 Historische bebouwing (voor
Landbouw/natuur
1950) O2 Recente bebouwing (vanaf
Landbouw/natuur
1950) O3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Uitgesloten gebied
Onbekend
De gemiddelden van PFOA54 en PFOS55 zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Het gemiddelde aan PFOA leidt tot een beperking bij het toepassen van grond in een oppervlaktewaterlichaam (neem contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). ## De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. ### De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. @ De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. #
BELANGRIJK: Voorafgaand aan het grondverzet moet een vooronderzoek volgens de NEN 5725 worden uitgevoerd Bij al het grondverzet gelden aanvullende voorwaarden (zie § 3.10) Toepasbaar, vrij grondverzet, mits de ontgravingslocatie én toepassingslocatie(ontvangende bodemlaag) onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart. Niet toepasbaar, tenzij na partijkeuring en toetsing door de OD NHN. Onderzoek om samen met bodemfunctieklasse de toepassingseis te bepalen (bijlage 1, kopje Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem), toetsing door de OD NHN Geen vrij grondverzet, er moet onderzoek plaatsvinden. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.
54 55
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
21 / 22
Overzicht bijlagen Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Selectie dataset Bijlage 3 Specificatie uitbijters Bijlage 4A Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 4B Statistische parameters PFAS-verbindingen PFOA en PFOS (gemeten waarden)
Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 Ligging bodemkwaliteitszones bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kaartbijlage 3A Ontgravingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Kaartbijlage 3B Ontgravingskaart tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) Kaartbijlage 3C Ontgravingskaart ondergrond (1,0-2,0 m-mv) Kaartbijlage 4A Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) o.b.v. generiek beleid Kaartbijlage 4B Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) o.b.v. generiek beleid
Overzicht bijlagen | Documentcode: SOB006891.RAP001
Bijlage 1 Begrippenlijst Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Een gemeente kan hiervoor strenger gebiedsspecifiek beleid vaststellen. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.
Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig (Landbouw/natuur)’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur.
1 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: • Klasse Landbouw/natuur. • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is het basispakket van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage).
Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. Aantal gemeten stoffen
Aantal toegestane overschrijdingen
1-6
0
Basispakket (7-15)
2
16 – 26
3
27 – 36
4
37 – 48
5
Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit').
2 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Klasse Wonen: • Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: • Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’.
Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’.
3 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).
Aantal w aarne m inge n
Frequentieverdeling
140 120
50-perc gemiddelde
100 80
95-perc
60 40 20 0
Gehalten (mg/kg)
Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Een gemeente kan hiervoor strenger gebiedsspecifiek beleid vaststellen. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico.
De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: (𝑃95 − 𝑃5) ℎ𝑒𝑡𝑒𝑟𝑜𝑔𝑒𝑛𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 = (𝑚𝑎𝑥𝑖𝑚𝑎𝑙𝑒 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑖𝑛𝑑𝑢𝑠𝑡𝑟𝑖𝑒 − 𝐴𝑐ℎ𝑡𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑛𝑑𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit
4 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Lokale bron (puntbron) Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Voor niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit.
Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen lokale bron, bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest).
5 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Nota bodembeheer Een nota bodembeheer is een beleidsdocument waarin de onderbouwing voor het gebiedsspecifiek beleid is opgenomen. In de nota bodembeheer komen de volgende aspecten aan de orde: • één of meerdere kaarten met de begrenzing van het bodembeheergebied en de bodemfuncties; • de bodemkwaliteitskaart; • een toelichting op de maatschappelijke opgave en het grondverzet en de verwachte ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst; • de vastgestelde Lokale Maximale Waarden, inclusief motivatie en de resultaten van de risicotoolbox; • de maximale gewichtspercentage bodemvreemd materiaal inclusief onderbouwing en motivatie. Daarnaast kan in een nota bodembeheer aandacht worden besteed aan de regels en procedures rondom grondstromen, wet- en regelgeving bij grondstromen, duurzaam bodembeheer en/of de (diepere) ondergrond. Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de huidige kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond.
Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: • Klasse Landbouw/natuur. • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. • Klasse Niet toepasbaar. Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen.
6 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: • De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: • De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. • De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: • De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Onverharde wegbermen Onder onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker-, beton- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,3 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter.
De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.1): • de erfgrens of; • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; • de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; • als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuur Netwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
7 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Figuur B1.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de toepassingswaarden uit de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019 plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing stel je vervolgens vast in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde wonen. Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld.
Daarnaast zijn hieronder twee voorbeelden uitgewerkt: Voorbeeld 1 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden uit de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties: 1. Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de bepalingsgrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden. 2. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de bepalingsgrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de voorlopige toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de andere
8 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing als PFAS-gehalten boven de provinciale achtergrondwaarden (1,7 µg/kg ds voor PFOA en 1,5 µg/kg ds voor de andere PFAS) zijn aangetoond: toepassingen van grond op de landbodem beneden grondwaterniveau (tenzij PFAS < voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS), in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, en in oppervlaktewater zijn dan niet toegestaan. Als de PFAS-gehalten beneden de provinciale achtergrondwaarden (1,7 µg/kg ds voor PFOA en 1,5 µg/kg ds voor de andere PFAS) zijn aangetoond, zijn er geen aanvullende voorwaarden. 3. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de voorlopige toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg voor de andere PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in de kwaliteitsklasse Wonen maar is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.
Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde), dan moeten aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de provinciale achtergrondwaarden (1,7 µg/kg ds voor PFOA en 1,5 µg/kg ds voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de normen voor 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de andere PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties: 1. Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan. 2. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de bepalingsgrens (0,1 µg/kg ds) maar beneden de provinciale achtergrondwaarden (1,7 µg/kg ds voor PFOA en 1,5 µg/kg ds voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden als het PFAO gehalte boven de 0,8 µg/kg ds is aangetoond: toepassing van grond in oppervlaktewater is dan niet toegestaan. 3.
Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de provinciale achtergrondwaarden (1,7 µg/kg ds voor PFOA en 1,5 µg/kg ds voor de andere PFAS) en onder de voorlopige toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de andere PFAS, dan wordt de partij ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, of in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (< Achtergrondwaarde) als een lokale maximale waarde is vastgesteld tussen de (voorlopige) landelijke achtergrondwaarde en de voorlopige toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de andere PFAS. 4. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de voorlopige toepassingswaarden van 7,0 µg/kg ds voor PFOA en 3,0 µg/kg ds voor de andere PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.
9 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:
√
n
stdev = (1/n⋅ ∑ ( x− ̄ x )2 ) x= 1
Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem (toepassingskaart) Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld. Toepassingseis @ (generiek Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
kader Besluit en PFAS-beleid [landelijk én provinciaal])
@
Overig (Landbouw/natuur)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Wonen
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Industrie
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie.
10 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Toetsing toepassen grond (toetsing grondverzet) Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Toepassingseis @ (generiek Kwaliteit toe te passen grond #
kader Besluit en PFAS-beleid
Toepassing toegestaan?
[landelijk én provinciaal]) Wonen
Wonen
Ja
Industrie
Wonen
Nee
Landbouw/natuur
Wonen
Ja
Wonen
Industrie
Ja
Industrie
Industrie
Ja
Landbouw/natuur
Industrie
Ja
Wonen
Landbouw/natuur
Nee
Industrie
Landbouw/natuur
Nee
Landbouw/natuur Landbouw/natuur Ja # De gemiddelden van de PFAS-verbindingen in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. @ De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie.
11 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit, het tijdelijk handelingskader en het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit, het tijdelijk handelingskader en het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-). Maximale waarden Stof
Achtergrondwaarde
Maximale waarden
Maximale waarden
(AW2000,
wonen
industrie
Landbouw/natuur) Arseen
20
27
76
Barium *
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Cadmium
0,60
1,2
4,3
Chroom
55
62
180
Kobalt
15
35
190
Koper
40
54
190
Kwik
0,15
0,83
4,8
Lood
50
210
530
Molybdeen
1,5
88
150
Nikkel *
35
39
100
Zink
140
200
720
Som PAK
1,5
6,8
40
Som PCB
0,02
0,04
0,5
Minerale olie
190
190
500
PFOA56 zonder vastgestelde gemeentelijke / regionale
0,0017# / 0,0019##
achtergrondwaarde Andere PFAS-verbindingen zonder vastgestelde
0,0014 ## / 0,0015#
gemeentelijke / regionale achtergrondwaarde PFOA
0,0017# / 0,0019##
0,007
PFOS57
0,0014 ## / 0,0015#
0,003
Andere PFAS-verbindingen 0,0014 0,003 * De normstelling in de regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds. # Provinciale toetsingswaarde hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. ## Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie.
56 57
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
12 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen) of de provincie (provinciale wegen) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor de uitgesloten locaties en gebieden geldt het generieke kader van het Besluit. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1).
Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone variëren. Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde). Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.
13 / 13 Bijlage 1 Begrippenlijst | Documentcode: SOB006891.RAP001
Bijlage 2 Selectie dataset Voor het maken van de bodemkwaliteitskaart is het van belang om een representatieve dataset te maken, zodat de diffuse bodemkwaliteit binnen de bodemkwaliteitszones zo goed mogelijk kan worden bepaald. De gegevens zijn afkomstig van het bodeminformatiesysteem van de OD NHN Squit Ibis (exportdatum: 30 oktober 2018). Omdat het bodeminformatiesysteem van de OD NHN zowel analysegegevens bevat van representatieve en niet-representatieve bodemrapporten voor de dataset van de bodemkwaliteitskaart, is op basis van onze ervaring een selectie uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor de bodemkwaliteitskaart te komen. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt dat de meetgegevens niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Omdat naar verwachting de beschikbaar gekomen meetgegevens in de afgelopen 5 jaar niet afwijken van de meetresultaten die meer dan 5 jaar geleden beschikbaar zijn gekomen, zijn meetgegevens vanaf 1 januari 2000 gebruikt voor de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Dit geeft een nog betere onderbouwing van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit. Bodemrapporten zonder ingevoerde rapportdatum zijn niet in de selectie meegenomen. Ook bodemrapporten zonder geografie en/of monstertraject of analysemonsters met een gemiddeld monstertraject dieper dan 2 meter beneden het maaiveld zijn niet meegenomen.
Verder zijn analysegegevens afkomstig van de niet gecertificeerde onderzoeksbureaus 'Elementair' en 'Bodemstaete' niet geselecteerd alsook analysemonsters waar alle velden voor de selectiecriteria leeg zijn. Naast de bovengenoemde criteria zijn ook analysemonsters met slechts 1 of 2 stoffen uit het standaard NEN 5740 stoffenpakket verwijderd uit de dataset, omdat dit wijst op een verdachte locatie en/of omdat dit een oververtegenwoordiging tot gevolg kan hebben van het aantal analysegegevens op de betreffende locatie.
1 / 3 Bijlage 2 Selectie dataset | Documentcode: SOB006891.RAP001
Type onderzoek (onderzoek)
Geschikt?
ASB - asbest onderzoek NEN 5707
nee
avr (aanvullend rapport)
ja
BOOT
nee
brf (briefrapport)
ja
Indicatief onderzoek
ja
Meldingsformulier BUS evaluatieverslag
nee
Nader onderzoek
ja
Nul- of Eindsituatieonderzoek
ja
Orienterend bodemonderzoek
ja
Partijkeuring grond
misschien
Sanerings evaluatie
nee
Sanerings onderzoek
nee
Verkennend onderzoek NEN 5740
ja
Verkennend onderzoek NVN 5740
ja
Aanleiding onderzoek (onderzoek)
Geschikt?
bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling
ja
BOOT
nee
Bouwvergunning
ja
Calamiteit
nee
Civieltechnisch
ja
Landsdekkend
ja
Nulsituatie
ja
Omgevingsvergunning
ja
Onbekend
ja
Transactie
ja
Vermoeden of melding verontreiniging
nee
Voorgaand
ja
2 / 3 Bijlage 2 Selectie dataset | Documentcode: SOB006891.RAP001
Verontreinigingsstatus op basis van uitgevoerd onderzoek (locatie)
Geschikt?
(leeg)
onbekend
ernstig, geen risico's bepaald
nee
ernstig, geen spoed
nee
Ernstig, niet urgent
nee
Ernstig, urgentie niet bepaald
nee
Niet ernstig
ja
niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
ja
niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd
ja
Onverdacht/Niet verontreinigd
ja
Pot. verontreinigd
ja
Potentieel Ernstig
ja
Potentieel Ernstig en Urgent
nee
Vervolgactie Wet bodembescherming (op basis van uitgevoerd onderzoek (locatie)
Geschikt?
(leeg)
onbekend
monitoring
nee
opstellen SP
nee
registratie restverontreiniging
nee
starten sanering
nee
Uitvoeren aanvullend NO
nee
uitvoeren aanvullend onderzoek
ja
Uitvoeren aanvullend OO
ja
uitvoeren evaluatie
nee
Uitvoeren historisch onderzoek
nee
uitvoeren NO
ja
voldoende gesaneerd
nee
voldoende onderzocht
ja
Op basis van deze selecties zijn drie categorieën onderscheiden: bodemrapporten die ‘Ja’ of ‘Nee’ zijn voor de bodemkwaliteitskaart. Als bij één of meerdere selectiecriteria ‘niet geschikt’ is aangegeven, zijn de analyseresultaten van de bodemonderzoeken op de locatie en/of het onderzoek niet geselecteerd voor de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Op basis van die controle zijn onderzoeken al dan niet geselecteerd voor de dataset van de bodemkwaliteitskaart.
3 / 3 Bijlage 2 Selectie dataset | Documentcode: SOB006891.RAP001
Bijlage 3 Specificatie uitbijters
Bijlage 3 Specificatie uitbijters | Documentcode: SOB006891.RAP001
Bijlage 3: Uitbijterlijst
Bodemkwaliteitszone B1 Historische bebouwing (voor 1950) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950)
Locatie Benedenweg 130 Sint Pancras Benedenweg 130 Sint Pancras Bovenweg 114-126 Sint Pancras Dorpsstraat 097 t/m 101 en 105 Broek op Langedijk Dorpsstraat 113 en 115 Broek op Langedijk Dorpsstraat 82 Broek op Langedijk Twuyverweg, voetpad ten noorden van Voorburggracht (deel) Noord-Scharwoude Geestweg (ongenummerd) te Zuid-Scharwoude Geestweg (ongenummerd) te Zuid-Scharwoude Lisdodde 8 t/m 10 - Sint Maarten Oudkarspel Mayersloot West 2 Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Sportvelden Prinses Margrietstraat Twuyverhoek Sint Pancras Vreekesweid 2 Broek op Langedijk Vreekesweid 2 Broek op Langedijk Zaagmolenweg 2 Oudkarspel BKK Langedijk
Onderzoek Benedenweg 130 Sint Pancras Benedenweg 130 Sint Pancras Bovenweg 114-126 Sint Pancras Dorpsstraat 97 t/m 101 en 105 Broek op Langedijk Dorpsstraat thv 113-115 Dorpsstraat 82 Twuyverweg, voetpad ten noorden van Voorburggracht (deel) Noord-Scharwoude VO wegbermen te Langedijk VO wegbermen te Langedijk Lisdodde 8 t/m 10 - Sint Maarten Oudkarspel Mayersloot West 2 Broek op Langedijk Broekerveiling Voetbalveld Prinses Margrietstraat Twuyverhoek Sint Pancras Vreekesweid 2 Broek op Langedijk Vreekesweid 2 Broek op Langedijk Zaagmolenweg 2 Oudkarspel Aanvullend onderzoek bkk
Monster BG1 1-1 BG1 MM3 MM02 MM5 MM3 M1 M05 MM09 MM1.1 MM73 bg12 MM Z03 MMDam1 MM3 MM1 MM3 alle monsters terrein Pontmeyer
B2 Recente bebouwing (vanaf 1950)
Nabij Potjesdam 2A, Zuid-Scharwoude
Bodemonderzoek PFAS-verbindingen 2020
Ld17-1
B2 Recente bebouwing (vanaf 1950)
Nabij Potjesdam 2A, Zuid-Scharwoude
Bodemonderzoek PFAS-verbindingen 2020
Ld17-1 heranalyse
B3 Buitengebied B3 Buitengebied B3 Buitengebied B3 Buitengebied B3 Buitengebied B3 Buitengebied B3 Buitengebied B3 Buitengebied B3 Buitengebied O1 Historische bebouwing (voor 1950) O1 Historische bebouwing (voor 1950) O1 Historische bebouwing (voor 1950) O1 Historische bebouwing (voor 1950) O1 Historische bebouwing (voor 1950) O1 Historische bebouwing (voor 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950)
De Swaan t.h.v. 1 Zuid-Scharwoude LGD00E183 Oudkarspel Spanjaardsdam Sint Pancras Spanjaardsdam Sint Pancras Twuyverweg Sint Pancras Vronermeerweg wegtraject Sint Pancras Vronermeerweg wegtraject Sint Pancras Westelijke Randweg Oudkarpsel Westelijke Randweg Oudkarpsel Broeckerhoek 2 Sint Pancras Dijk 87 Broek op Langedijk Dorpsstraat 113 en 115 Broek op Langedijk Dorpsstraat 96, 96A en 96B Broek op Langedijk Leidingtracé Langedijk 7a te Sint Pancras Voorburggracht 267 Noord-Scharwoude Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk Plangebied Broekerveiling Broek op Langedijk BKK Langedijk
VO De Swaan t.h.v. nr 1 te Zuid-Scharwoude LGD00E183 Oudkarspel Spanjaardsdam Sint Pancras Spanjaardsdam Sint Pancras Twuyverweg Sint Pancras Vronermeerweg wegtraject Vronermeerweg wegtraject Sint Pancras Westelijke Randweg Oudkarpsel Westelijke Randweg Oudkarpsel Broeckerhoek 2 Sint Pancras Dijk 87 Broek op Langedijk Dorpsstraat thv 113-115 Dorpsstraat 96, 96A en 96B Broek op Langedijk VO Leidingtracé Langedijk 7a te Sint Pancras Voorburggracht 267 Noord-Scharwoude Broekerveiling Broekerveiling Broekerveiling Broekerveiling Broekerveiling Broekerveiling Broekerveiling Broek op Langedijk Broekerveiling Broek op Langedijk Broekerveiling Broek op Langedijk Broekerplein Broek op Langedijk Aanvullend onderzoek bkk
4-1 MM10 MM7 MM2 M5 M4 MM01 MM01 M02 BG2 MM1 3-3 MM5 D002-D-4 MM2 og13 og12-3 og12 og6 og16 1 205 MM1 SL12 SL12 OG02 alle monsters terrein Pontmeyer
Versiedatum: 19-10-2020
1/2
Stof (gehalte) PAK (29) Lood (780) Lood (740) PAK (42) Lood (960) Olie (350) PAK (37,205) PAK (32,05) Koper (96) PAK (57,17) Olie (3300) Olie (880) PAK (36) pcb (0,37) PAK (34,614) Kobalt (48) Cadmium (14) Olie (550) hele monster PFOS (som: 130) Gehele analysemondter verwijderd PFOS (som: 90) Gehele analysemondter verwijderd PAK (46) Olie (500) Olie (380) Olie (550) PAK (98), olie (1300) Olie (400) PAK (120), olie (370) PAK (100), olie (880) Olie (450) Cadmium (18,9) Zink (440), olie (1600) Lood (550), Zink (430) Olie (930) Lood (910), zink (2400), PAK (31), olie (740) Kobalt (54) PAK (54) Cadmium (3,7), koper (78), zink (2100) Zink (1100) Olie (900) Zink (1300) Koper (80) PAK (51), olie (4300) PAK (38), olie (4000) PAK (79), olie (2500) PAK (32) hele monster
Project: BKK Langedijk Projectcode: SOB006891
Bijlage 3: Uitbijterlijst
O2 Recente bebouwing (vanaf 1950)
Nabij Potjesdam 2A, Zuid-Scharwoude
Bodemonderzoek PFAS-verbindingen 2020
Ld17-3
Gehele analysemondter verwijderd vanwege een waarschijnlijk verdachte locatie
O3 Buitengebied O3 Buitengebied O3 Buitengebied
Oosterdijk1 Sint Pancras Spanjaardsdam Sint Pancras Vronermeerweg wegtraject Sint Pancras
Oosterdijk1 Sint Pancras Spanjaardsdam Sint Pancras Vronermeerweg wegtraject
OG 01 MM8 MM2
Olie (530) pcb (0,0411) Olie (340)
Versiedatum: 19-10-2020
2/2
Project: BKK Langedijk Projectcode: SOB006891
Bijlage 4A Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)
Bijlage 4A Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) | Documentcode: SOB006891.RAP001
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage. Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone Statistische parameters B1 Historische bebouwing (voor 1950) Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
80% 80% MIN Gem MAX N Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 68 19,0 25,4 48,9 67,0 97,8 106,2 123,7 138,2 308,0 73,2 77,4 81,6 137 0,07 0,16 0,28 0,34 0,43 0,47 0,56 0,69 1,10 0,4 0,37 0,4 68 1,8 3,5 4,5 6,4 8,3 8,9 10,8 12,5 21,1 6,7 7,00 7,3 137 3,1 5,2 17,8 26,7 35,5 38,5 48,0 61,0 108,1 27,7 28,90 30,1 137 0,03 0,04 0,15 0,26 0,41 0,48 0,68 0,93 2,46 0,3 0,34 0,4 135 3,6 17,9 51,2 99,9 207,6 220,6 324,4 400,9 519,0 135,2 145,40 155,6 68 0,35 0,56 1,03 1,05 1,05 1,05 1,05 1,05 2,40 0,9 0,96 1,0 137 5,0 8,0 11,6 18,2 24,9 24,9 30,5 36,5 51,4 18,3 18,90 19,5 138 20,2 35,6 83,3 128,4 198,5 211,7 249,1 298,1 498,1 141,4 147,40 153,4 64 0,0078 0,0111 0,0114 0,0114 0,0223 0,0410 0,0455 0,0455 0,1114 0,0 0,0225 0,0 134 0,1 0,3 0,8 1,6 4,0 4,6 8,8 12,0 19,0 3,3 2,9 3,7 128 4,8 8,0 55,7 79,6 79,6 89,1 193,0 362,5 568,2 95,0 100,2 105,4
B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Versiedatum: 7-3-2019
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone:
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone:
80% 80% MIN Gem MAX N Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 109 9,7 16,5 22,6 40,4 56,6 58,2 69,6 97,7 291,2 44,0 46,9 49,8 311 0,08 0,14 0,19 0,31 0,41 0,41 0,55 0,62 2,46 0,3 0,34 0,4 108 1,6 1,7 4,2 5,9 8,0 8,7 10,8 12,6 19,0 6,0 6,30 6,6 311 1,7 5,0 8,8 13,5 18,5 20,0 25,7 30,7 87,0 14,5 15,00 15,5 312 0,02 0,03 0,05 0,08 0,14 0,17 0,24 0,34 2,52 0,1 0,13 0,1 312 2,5 6,3 16,5 26,6 41,8 50,4 74,5 101,2 468,8 35,5 38,10 40,7 109 0,35 0,35 0,35 0,64 1,05 1,05 1,05 1,30 2,10 0,7 0,77 0,8 312 1,5 4,5 10,7 18,1 24,2 25,7 31,7 34,8 48,3 17,9 18,40 18,9 311 6,2 18,8 47,0 69,0 94,7 102,8 129,2 161,5 411,0 73,0 75,30 77,6 110 0,0088 0,0088 0,0125 0,0128 0,0255 0,0511 0,0511 0,0511 0,1251 0,0 0,0232 0,0 302 0,05 0,1 0,2 0,8 1,9 2,2 5,5 8,6 28,0 2,0 1,7 2,3 306 8,9 12,8 45,3 89,4 89,4 89,4 164,7 249,6 766,0 95,2 98,1 101,0
1/3
Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde
11,10% 4,40% Heterogeniteit 95P> I 0,35 n.v.t. n.v.t. 0,35 0,14 nee 0,29 0,05 nee 0,39 0,37 nee 0,81 0,19 nee 0,64 0,80 nee 0,29 0,00 nee 0,28 0,44 nee 0,38 0,45 nee 0,40 0,07 nee 1,23 0,30 nee 0,46 1,14 nee 13,20% 3,90% Heterogeniteit 95P> I 0,51 n.v.t. n.v.t. 0,44 0,13 nee 0,33 0,06 nee 0,46 0,17 nee 1,27 0,07 nee 0,92 0,20 nee 0,49 0,01 nee 0,34 0,46 nee 0,42 0,25 nee 0,33 0,09 nee 1,90 0,22 nee 0,41 0,76 nee
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingskaart:
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
wonen wonen
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingskaart:
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Interventiewa Max. waarde Max. waarde arde bodem wonen industrie (I) 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
landbouw/natuur landbouw/natuur
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
Interventiewa Max. waarde Max. waarde arde bodem wonen industrie (I) 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Projectnaam: BKK Langedijk Projectcode: SOB006891
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage. Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone
Statistische parameters
B3 Buitengebied Gezoneerd:
ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
80% 80% MIN Gem MAX N Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 51 16,7 16,7 27,4 35,8 48,3 52,5 65,6 73,3 99,0 37,0 39,8 42,6 170 0,11 0,17 0,30 0,34 0,39 0,46 0,53 0,80 2,08 0,4 0,39 0,4 51 2,4 2,8 4,3 5,9 7,3 7,7 9,0 12,4 20,1 5,8 6,30 6,8 170 2,5 4,2 9,6 12,0 14,5 15,7 18,1 22,9 44,6 12,4 12,90 13,4 170 0,03 0,04 0,05 0,08 0,14 0,15 0,28 0,39 1,06 0,1 0,13 0,2 170 4,0 9,0 18,2 23,9 27,3 29,8 37,6 56,9 108,0 24,1 25,30 26,5 51 0,35 0,53 1,05 1,05 1,05 1,05 1,05 1,05 1,40 0,9 0,95 1,0 167 2,5 7,0 12,8 16,3 21,0 22,2 24,5 27,7 64,2 16,6 17,20 17,8 170 4,4 16,7 50,5 62,1 70,5 76,5 83,7 95,6 358,4 61,5 64,60 67,7 51 0,0071 0,0071 0,0102 0,0104 0,0104 0,0187 0,0250 0,0416 0,0416 0,0 0,0141 0,0 162 0,03 0,1 0,2 0,4 1,0 1,2 2,4 7,0 24,0 1,4 1,1 1,7 159 7,3 7,3 7,3 72,8 72,8 72,8 121,1 164,8 291,3 58,3 61,0 63,7
O1 Historische bebouwing (voor 1950) Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Versiedatum: 7-3-2019
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone:
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone:
80% 80% MIN Gem MAX N Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 58 9,5 17,8 23,7 45,7 58,4 68,7 90,1 102,2 423,2 48,4 54,3 60,2 124 0,07 0,14 0,16 0,23 0,32 0,32 0,39 0,48 1,95 0,2 0,26 0,3 57 1,7 3,3 4,8 6,8 9,1 9,5 11,2 13,0 18,2 6,8 7,10 7,4 131 2,6 2,7 4,5 12,2 21,8 29,6 41,1 57,8 128,5 17,2 19,00 20,8 125 0,02 0,03 0,04 0,07 0,20 0,26 0,53 0,65 3,87 0,2 0,21 0,3 124 2,5 3,3 10,2 20,2 57,2 68,8 154,1 219,9 450,5 44,7 52,30 59,9 58 0,11 0,35 1,05 1,05 1,05 1,05 1,05 2,41 7,80 1,0 1,18 1,4 125 3,3 6,3 9,4 18,8 26,7 26,7 30,7 34,5 42,4 18,0 18,70 19,4 123 5,8 9,8 21,3 52,7 79,7 90,4 107,8 136,1 346,5 56,0 60,20 64,4 59 0,0037 0,0052 0,0052 0,0053 0,0090 0,0194 0,0213 0,0268 0,0533 0,0 0,0102 0,0 129 0,01 0,07 0,2 0,4 1,0 1,2 2,4 5,1 17,9 1,4 1,1 1,7 120 2,2 3,7 26,1 37,3 37,3 43,5 118,3 160,4 394,3 44,9 52,4 59,9
2/3
Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde
20,00% 4,80% Heterogeniteit 95P> I 0,39 n.v.t. n.v.t. 0,54 0,17 nee 0,42 0,05 nee 0,42 0,12 nee 1,27 0,08 nee 0,49 0,10 nee 0,24 0,00 nee 0,35 0,32 nee 0,48 0,14 nee 0,32 0,07 nee 2,22 0,18 nee 0,43 0,51 nee 12,30% 9,40% Heterogeniteit 95P> I 0,65 n.v.t. n.v.t. 0,71 0,09 nee 0,28 0,06 nee 0,85 0,37 nee 1,70 0,13 nee 1,27 0,45 nee 0,95 0,01 nee 0,33 0,43 nee 0,60 0,22 nee 0,97 0,04 nee 2,17 0,13 nee 1,22 0,51 nee
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingskaart:
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
landbouw/natuur landbouw/natuur
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingskaart:
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Interventiewa Max. waarde Max. waarde arde bodem wonen industrie (I) 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
landbouw/natuur landbouw/natuur
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
Interventiewa Max. waarde Max. waarde arde bodem wonen industrie (I) 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Projectnaam: BKK Langedijk Projectcode: SOB006891
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage. Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone
Statistische parameters
O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) Gezoneerd: ja
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone:
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
80% 80% MIN Gem MAX N Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 94 11,3 18,9 25,2 35,1 52,1 54,7 71,4 92,5 147,4 40,2 42,2 44,2 291 0,07 0,08 0,19 0,27 0,37 0,37 0,44 0,53 2,79 0,3 0,29 0,3 94 1,7 2,6 3,7 6,2 8,9 9,9 11,5 12,8 22,7 6,5 6,80 7,1 290 2,2 3,0 5,0 8,7 13,9 14,4 18,8 23,1 46,2 10,0 10,40 10,8 292 0,02 0,03 0,04 0,04 0,10 0,13 0,22 0,32 17,09 0,1 0,16 0,2 292 2,7 2,7 8,9 13,1 26,8 31,9 49,7 79,7 370,2 23,8 26,30 28,8 94 0,35 0,35 0,50 0,75 1,05 1,05 1,20 1,26 4,80 0,8 0,85 0,9 292 3,3 4,8 9,9 16,5 24,7 26,4 31,3 36,2 49,4 17,9 18,30 18,7 289 5,3 12,8 21,4 48,8 73,2 79,9 96,1 117,2 625,6 57,1 60,30 63,5 97 0,0064 0,0064 0,0092 0,0093 0,0187 0,0374 0,0374 0,0374 0,0916 0,0 0,0168 0,0 285 0,02 0,07 0,11 0,3 1,0 1,0 1,8 3,3 16,1 1,0 0,8 1,2 287 1,3 9,3 45,8 65,4 65,4 65,4 135,3 261,7 859,7 77,5 81,7 85,9