Bfkk_BKK_Langedijk_Lievense_SOB006891_202010
Tekst van het document
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Gemeente Langedijk Opdrachtgever: Omgevingsdienst Noord-Holland Noord
Lievense Milieu B.V.
Documentcode:
SOB006891.RAP001 KvK
Telefoon
Versie
30152124
088 - 9102000
1.0
Adres
Internet
Datum
Ringwade 41 3439 LM Nieuwegein
Lievense.com
Oktober 2020
Colofon Contactpersonen Stefanie IJsselmuiden-Coesel (Omgevingsdienst Noord-Holland Noord) Zefran Hussain (Gemeente Langedijk) Contactpersoon Lievense Milieu B.V. | WSP Jeroen Spronk
Autorisatie Documentnummer
Versie
Status
SOB006891.RAP001
1.0
Definitief
Paraaf
Opgesteld door
Functie
Datum
Jeroen Spronk
Senior adviseur
Oktober 2020
Collegiale toets door
Functie
Datum
Karin Reezigt-Struijk
Adviseur
Oktober 2020
Paraaf
Samenvatting Lievense Milieu B.V. | WSP heeft een bodemkwaliteitskaart voor het grondgebied van de gemeente Langedijk opgesteld. In deze bodemkwaliteitskaart zijn op basis van historie en gebruik in totaal 3 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, 3 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en ook 2 bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen, PFOA1 en PFOS2 (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv. De bodemkwaliteitszones zijn in tabel 0.1 gespecificeerd (zie ook kaartbijlage 2). Ook is de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart opgesteld. Tabel 0.1 Onderscheiden bodemkwaliteitszones, per bodemlaag Bodemkwaliteitszone Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) 1) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B3 Buitengebied Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) 1) T1 Historische bebouwing (voor 1950) T2 Recente bebouwing (vanaf 1950) T3 Buitengebied Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) O1 Historische bebouwing (voor 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O3 Buitengebied 1) De bodemkwaliteitszones zijn ook voor PFAS-verbindingen vastgesteld.
De volgende uitgesloten locaties/gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: • Provinciale wegen, inclusief de onverharde wegbermen (een andere beheerorganisatie). • Aangewezen grote doorgaande wegen in beheer van de gemeente. • Houtwerf 1-7 in Oudkarspel (saneringslocatie in het kader van de wet bodembescherming). • De voormalige stortplaatsen met huisvuil e.d. in de Zuiderdel (locaties: Agrico terrein, Aalbos 6 en Westelijke Randweg 5), Anna van Saksenstraat 56-60 (stortplaats) en Diepsmeerweg ong. (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • Waterbodems (andere beheerorganisatie).
1 2
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
Samenvatting | Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
i / iv
De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende3 en verwerkende bedrijven4, inzet blusschuim5 en secundaire bronnen6). • De (voormalige) fruitteelt-, boomgaard- en bollenteeltpercelen (bodemlaag 0-0,3 m-mv; binnen de gemeente heeft dit bodemgebruik in tegenstelling tot de omliggende gemeenten niet op grote schaal plaatsgevonden). • (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • Saneringslocaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. • Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor een actueel overzicht van deze locaties moet contact worden opgenomen met de OD NHN. Desgewenst kan bodeminformatie ook via het internet opvragen op de volgende website: https://odnhn.nazca4u.nl/Rapportage/LogIn.aspx. Voor de uitgesloten en/of niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit.
Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de functie voor de ontvangende bodem die is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. De uiteindelijke toepassingseis is afhankelijk van de strengste eis van deze dubbele toets (zie ook bijlage 1 kopje ‘Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem’). Alle bodemkwaliteitszones voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte zijn opgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor de PFAS-verbindingen PFOA7 en PFOS8 vastgesteld. Op basis van bekende PFASgegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven én de gemeten gehalten in de tussenlaag, is het de 3 4 5
6 7 8
Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen. PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
Samenvatting | Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
ii / iv
verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Voor de tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) en de ondergrond (1,0-2,0 m-mv) wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. Op de ontgravingskaart (kaartbijlagen 3) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de eventueel te ontgraven grond op locaties die niet zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Op de toepassingskaart (kaartbijlagen 4) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden voor de onderscheiden bodemlagen in een gebied, dat niet is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, als een partij grond wordt toegepast en gebruik wordt gemaakt van het generieke toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. In tabel 0.2 staat een totaaloverzicht voor alle bodemkwaliteitszones. De kleuren in tabel 0.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart), kaartbijlagen 3 (ontgravingskaarten) en kaartbijlagen 4 (toepassingskaarten). In tabel 0.3 is een grondstromenmatrix weergegeven waarin de mogelijkheden voor vrij grondverzet zijn aangegeven als het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit wordt gevolgd.
De bodemkwaliteitskaart, in combinatie met een historisch onderzoek volgens de NEN 5725, mag dan als bewijsmiddel dienen voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond. De gemeente Langedijk gaat gebiedsspecifiek grond- en baggerstromenbeleid opstellen. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.
Samenvatting | Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
iii / iv
Tabel 0.2 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Verwachte Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctie
ontgravingsklasse (kwaliteitsbepalende stof)
Toepassingseis @ (generiek kader Besluit en PFAS-beleid [landelijk én provinciaal]))
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1 Historische bebouwing
Industrie
Wonen (Kwik, lood, zink,
(voor 1950)
Wonen
PCB, PAK)
B2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
B3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) ## T1 Historische bebouwing
Industrie
(voor 1950)
Wonen
T2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
T3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) ### O1 Historische bebouwing
Industrie
(voor 1950)
Wonen
O2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
O3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
De gemiddelden van PFOA9 en PFOS10 zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Het gemiddelde aan PFOA leidt tot een beperking bij het toepassen van grond in een oppervlaktewaterlichaam (neem contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). ## De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. ### De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. @ De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. #
9 10
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
Samenvatting | Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
iv / iv
Tabel 0.3 Mogelijkheden vrij grondverzet (gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie).
O1 Historische bebouwing (voor 1950)
O2 Recente bebouwing (vanaf 1950)
O3 Buitengebied
Uitgesloten gebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Onbekend
T3 Buitengebied Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
T2 Recente bebouwing (vanaf 1950) Landbouw/natuur
Ondergrond (1,0-2,0 m-mv) ###
T1 Historische bebouwing (voor 1950)
B3 Buitengebied Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) Landbouw/natuur
Tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) ##
B1 Historische bebouwing (voor 1950) Wonen
(0-0,5 m-mv ) # kwaliteit
ontgravngs-
Verwachte
Bovengrond
Ontgravingslocatie
Toepassingslocatie Bovengrond (0-0,5 m-mv) @
Toepassingseis
B1 Historische bebouwing (voor
Wonen
1950) B2 Recente bebouwing (vanaf
Landbouw/natuur
1950) B3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) @ T1 Historische bebouwing (voor
Landbouw/natuur
1950) T2 Recente bebouwing (vanaf
Landbouw/natuur
1950) T3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Ondergrond (1,0-2,0 m-mv) @ O1 Historische bebouwing (voor
Landbouw/natuur
1950) O2 Recente bebouwing (vanaf
Landbouw/natuur
1950) O3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Uitgesloten gebied
Onbekend
De gemiddelden van PFOA11 en PFOS12 zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Het gemiddelde aan PFOA leidt tot een beperking bij het toepassen van grond in een oppervlaktewaterlichaam (neem contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). ## De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. ### De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. @ De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. #
BELANGRIJK: Voorafgaand aan het grondverzet moet een vooronderzoek volgens de NEN 5725 worden uitgevoerd Bij al het grondverzet gelden aanvullende voorwaarden (zie § 3.10) Toepasbaar, vrij grondverzet, mits de ontgravingslocatie én toepassingslocatie(ontvangende bodemlaag) onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart. Niet toepasbaar, tenzij na partijkeuring en toetsing door de OD NHN. Onderzoek om samen met bodemfunctieklasse de toepassingseis te bepalen (bijlage 1, kopje Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem), toetsing door de OD NHN Geen vrij grondverzet, er moet onderzoek plaatsvinden. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.
11 12
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
Samenvatting | Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
v/v
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1
2
1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling Bodemfunctieklassenkaart
1 2 3
3
Bodemkwaliteitskaart
5
3.1 3.2
4
Stap 1: Opstellen programma van eisen 5 Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden 6 3.3 Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking 7 3.3.1 Selecteren beschikbare gegevens 7 3.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters 8 3.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet 8 3.3.4 Het opsporen van uitbijters 9 3.4 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (1/2) 9 3.5 Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden 10 3.6 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (2/2) 10 3.6.1 Aantal en spreiding van de meetgegevens 10 3.6.2 Splitsen van deelgebieden 10 3.6.3 Samenvoegen deelgebieden 10 3.7 Vaststellen definitieve deelgebieden 10 3.8 Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones 11 3.9 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 13 3.9.1 Inleiding 13 3.9.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden 13 3.9.3 Ontgravingskaart 14 3.9.4 Toepassingskaart 16 3.10 Bijzondere omstandigheden 17 3.11 Vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart 17 Totaaloverzicht bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen, toepassingseisen en mogelijkheden vrij grondverzet 19
Inhoudsopgave | Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
i / ii
Overzicht bijlagen Bijlage 1 – Begrippenlijst Bijlage 2 – Selectie dataset Bijlage 3 – Specificatie uitbijters Bijlage 4A – Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 4B – Statistische parameters PFAS-verbindingen PFOA en PFOS (gemeten waarden) Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage 1 ̶ Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 ̶ Ligging bodemkwaliteitszones bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kaartbijlage 3A ̶ Ontgravingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Kaartbijlage 3B ̶ Ontgravingskaart tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) Kaartbijlage 3C ̶ Ontgravingskaart ondergrond (1,0-2,0 m-mv) Kaartbijlage 4A ̶ Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) o.b.v. generiek beleid Kaartbijlage 4B ̶ Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) o.b.v. generiek beleid
Inhoudsopgave | Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
ii / ii
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Langedijk wil haar grond- en baggerstromenbeleid beter afstemmen op de plaatselijke situatie, meer grondstromen mogelijk maken (werk-met-werk-maken) en ook onderzoekskosten en -tijd besparen voorafgaand aan het nuttig toepassen van grond. Ook wil de gemeente haar grond- en baggerstromenbeleid afstemmen met het grond- en baggerstromenbeleid dat door de andere gemeenten in het werkgebied van de OmgevingsDienst Noord-Holland Noord (hierna: ‘OD NHN’) bestuurlijk is vastgesteld. Om dit mogelijk te maken, heeft de gemeente deze bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart opgesteld. Ook heeft de gemeente een nota bodembeheer 13 opgesteld om de grond- en baggerstromen en hergebruik/toepassing van grond beter te kunnen faciliteren. De gemeente maakt bij het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie op en in de landbodem gebruik van het Besluit bodemkwaliteit14 (hierna: ‘het Besluit’), het landelijk tijdelijk handelingskader15 én het provinciale beleid16 Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, in werking getreden: 21 november 2019. voor hergebruik van PFAS17-houdende grond en baggerspecie.
In het Besluit bodemkwaliteit zijn regels opgenomen onder welke voorwaarden grond- en baggerspecie mag worden hergebruikt en onderhoudsbaggerspecie mag worden verspreid over aangrenzende percelen. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFASgehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. In de beleidsregels voor hergebruik van PFAS-houdende grond in de provincie Noord-Holland zijn provinciale achtergrondwaarden voor de PFAS-verbindingen PFOA18 en PFOS19 vastgesteld. De provinciale achtergrondwaarden worden door de provincie Noord-Holland voor haar eigen grondgebied als representatiever beoordeeld dan de (tijdelijke) landelijke achtergrondwaarden. De gemeente volgt hierin de provincie Noord-Holland.
13 14 15 16
17
18 19
Nota bodembeheer gemeente Langedijk, documentcode: SOB006891.RAP002, Lievense Milieu B.V., 2020. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad, nr. 469, 3 december 2007. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020. Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, in werking getreden: 21 november 2019. Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
1 / 22
In deze rapportage staat beschreven hoe de bodemfunctieklassenkaart is gemaakt, volgens welke werkwijze de bodemkwaliteitskaart is opgesteld en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1. De nota bodembeheer wordt in een apart document opgenomen. 1.2
Doelstelling
Het doel van de bodemfunctieklassenkaart, is dat op het grondgebied van de gemeente de ligging van gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' worden weergegeven (zie artikel 55 van het Besluit). Het doel van het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit binnen de gemeente. De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeente om met de bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit: • als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); • bij het tijdelijk opslaan en toepassen van grond en baggerspecie op en in de landbodem; • om gebiedsspecifiek grond- en baggerstromenbeleid mogelijk te maken waarmee grondstromen beter worden gefaciliteerd en eventuele knelpunten bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) worden weggenomen; • als bewijsmiddel bij klein grondverzet.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
2 / 22
2 Bodemfunctieklassenkaart Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: • het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.9.4 en bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’); • het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming20. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig (Landbouw/natuur)’ vallen. Bodemfunctieklasse
Gebruiksvorm • Huidige en toekomstige industrie- en bedrijfsterreinen en kantoorlocaties. • Infrastructuren: provinciale wegen en aangewezen wegen in beheer van de
Industrie
gemeente (inclusief onverharde bermen tot maximaal 10 meter van de weg). • Percelen in het buitengebied met de bestemming 'bedrijven' of 'industrie'. • Huidige en toekomstige woonwijken, lintbebouwing en delen van de bebouwde kom waar gemengd woonfuncties en bedrijven/industrie voorkomen. • Gebieden die voor toekomstig wonen of wonen met bedrijf zijn bestemd. • (Sport)parken en recreatieterreinen binnen de bebouwde kom. • Recreatief openbaar groen in de bebouwde kom, bijvoorbeeld stadsparken.
Wonen
• Begraafplaatsen in de bebouwde kom. • Lokale wegen door woonwijken • ‘Permanente’ recreatiewoningen/bungalowparken en campings. • Kleine individuele moestuinen • Percelen in het buitengebied met de bestemming 'wonen'. • Landbouw- en natuurgebieden. • Volkstuinen en moestuinen in het buitengebied. • Recreatieterreinen in het buitengebied zoals het Diesmeerpark of speelpark De
Overig (Landbouw/natuur)
Swaan en intensief (gebruikt) groen. • Provinciale beschermingsgebieden zoals Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland.
Voor de wegen met onverharde wegbermen binnen de bebouwde kom sluit de bodemfunctieklasse in principe aan bij de bodemfunctieklasse van het omliggende gebied. Dit betekent dat voor de onverharde wegbermen in een woonwijk de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ geldt en voor de onverharde wegbermen op een industrieterrein in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Uitzondering zijn de onverharde bermen van de door de gemeente aangewezen
20
Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
3 / 22
doorgaande wegen en de provinciale wegen binnen de bebouwde kom. Deze hebben de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ ongeacht of ze door een woonwijk lopen. Van de wegen buiten de bebouwde kom vallen de onverharde bermen van de provinciale wegen in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. De gemeente heeft daarnaast onverharde bermen van gemeentelijke wegen in het buitengebied aangewezen die in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ vallen. Onder onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker-, beton- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,3 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur 2.1): • de erfgrens of; • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; • de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; • als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bossages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuur Netwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009)
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
4 / 22
3 Bodemkwaliteitskaart Deze bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten 21. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Opstellen programma van eisen. Stap 2: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Stap 4: Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied. Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie. Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones. Stap 8: Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart). 3.1
Stap 1: Opstellen programma van eisen
Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: • Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeente Langedijk. • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte. • De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: o Provinciale wegen, inclusief de onverharde wegbermen (een andere beheerorganisatie). o Aangewezen grote doorgaande wegen in beheer van de gemeente. o Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende 22 en verwerkende bedrijven23, inzet blusschuim24 en secundaire bronnen25).
21 22 23 24
25
Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
5 / 22
o
•
•
3.2
De (voormalige) fruitteelt-, boomgaard- en bollenteeltpercelen (bodemlaag 0-0,3 m-mv; binnen de gemeente heeft dit bodemgebruik in tegenstelling tot de omliggende gemeenten niet op grote schaal plaatsgevonden). o (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). o Saneringslocaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). o Waterbodems (andere beheerorganisatie). o De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. o Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De bodemkwaliteitskaart is voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte opgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor de PFAS-verbindingen PFOA26 en PFOS27 vastgesteld. Voor de tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) en de ondergrond (1,0-2,0 m-mv) wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld.
De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken uit het bodeminformatiesysteem van OD NHN, waarin de gemeente haar bodemgegevens laat registreren en beheren. Ook is een aanvullend bodemonderzoek naar PFAS-verbindingen, PFOA en PFOS, uitgevoerd 28. De resultaten van dit onderzoek zijn voor deze bodemkwaliteitskaart gebruikt. Bij het bodemonderzoek is rekening gehouden met de richtlijn die Bodem+ 29 heeft aangegeven om bodemkwaliteitskaarten op te stellen voor PFAS-verbindingen. De bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is onderzocht. Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden
De basis van de bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen de deelgebieden kan verschillen als gevolg van verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden en het huidig gebruik zijn in overleg met de gemeente en de OD NHN de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek en de beschikbare gegevens bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord kan worden gesteld dat er geen clustering van hogere of lagere PFOA- en/of PFOS-gehalten voorkomt binnen de gemeente. Met dit inzicht is voor
26
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. 28 Bodemonderzoek PFAS-verbindingen werkgebied Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, documentcode: SOB011224. RAP001, 11 mei 2020. 29 https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-gebruikmilieuhygienische/faq/gemeente-waterkwaliteitsbeheerder-water/ 27
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
6 / 22
PFOA en PFOS in het horizontale vlak binnen de gemeente 1 PFAS-deelgebied onderscheiden. In het verticale vlak zijn voor PFOA en PFOS 2 bodemlagen onderscheiden: (1) vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en (2) vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte. Deze bodemlagen zijn mogelijk verdacht voor verhoogde gehalten aan PFASverbindingen door atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de ondergrond. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeente nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. De onderscheiden deelgebieden zijn weergegeven in tabel 3.1. Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte), de tussenlaag (vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte) en de ondergrond (vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte).
Tabel 3.1 Onderscheiden deelgebieden Omschrijving deelgebied Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B3 Buitengebied Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) T1 Historische bebouwing (voor 1950) T2 Recente bebouwing (vanaf 1950) T3 Buitengebied Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) O1 Historische bebouwing (voor 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O3 Buitengebied
3.3
Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking
3.3.1
Selecteren beschikbare gegevens
De gemeente laat haar bodemgegevens bij de OD NHN registreren en beheren in het bodeminformatiesysteem Squit Ibis. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor de bodemkwaliteitskaart te
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
7 / 22
komen. Ook is een aanvullend bodemonderzoek naar PFAS-verbindingen, PFOA30 en PFOS31, uitgevoerd32. Bij het bodemonderzoek is rekening gehouden met de richtlijn die Bodem+ 33 heeft aangegeven om bodemkwaliteitskaarten te actualiseren voor PFAS-verbindingen. De resultaten van dit onderzoek zijn voor deze bodemkwaliteitskaart gebruikt. De bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is onderzocht. 3.3.2
Het samenvoegen van punt- en mengmonsters
De dataset voor de bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens 34. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen. 3.3.3
Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet
Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen. Veelal liggen de rekenkundige waarden van PCB (0,7 maal de detectiegrens) hoger dan de Achtergrondwaarde (AW2000). In de bijlagen 4A en 4B zijn deze rekenkundige waarden gelijk gesteld aan de Achtergrondwaarde (AW2000). Dit voorkomt overschrijdingen van de norm door gehalten die in feite niet zo hoog gemeten zijn. Deze laatste bewerking heeft geen invloed op de kwaliteitsklasse.
30
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. 32 Bodemonderzoek PFAS-verbindingen werkgebied Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, documentcode: SOB011224. RAP001, 11 mei 2020. 33 https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-gebruikmilieuhygienische/faq/gemeente-waterkwaliteitsbeheerder-water/ 34 Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. 31
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
8 / 22
3.3.4
Het opsporen van uitbijters
Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Als de uitschieters tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden, zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters. 3.4
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (1/2)
De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: • Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. • De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: o Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. o Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. • Voor PFOA35 en PFOS36 zijn verspreid over de gemeente en per bodemlaag minimaal 30 meetgegevens beschikbaar. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond37 ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1),de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4), blijkt dat in een aantal niet-aaneengesloten deelgebieden niet wordt voldaan aan de minimumeis dat ten minste 3 meetgegevens beschikbaar zijn. Dit komt voor bij de deelgebieden ‘B1/O1 Historische bebouwing (voor 1950)’ en ‘B2/O2 Recente bebouwing (vanaf 1950)’. De ontbrekende gegevens zijn door aanvullend bodemonderzoek verkregen (zie § 3.5).
35
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. 37 Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari 2020. 36
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
9 / 22
3.5
Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden
In de niet-aaneengesloten deelgebieden waar minder dan 3 meetgegevens beschikbaar zijn, zijn de ontbrekende gegevens verzameld door bodemonderzoek uit te voeren (Bodemvisie, maart 2019). De aanvullende meetgegevens zijn toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart en voorbewerkt (zie § 3.3.3 en § 3.3.4). Hierbij zijn twee geanalyseerde monster als uitbijter geïdentificeerd (zie bijlage 3). De overige resultaten van het bodemonderzoek zijn als representatief beoordeeld en toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Bij het uitgevoerde bodemonderzoek naar PFAS-verbindingen zijn 2 uitbijters geïdentificeerd. Ter vervanging van deze uitbijters is aanvullend onderzoek uitgevoerd. 3.6
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (2/2)
3.6.1
Aantal en spreiding van de meetgegevens
Met het verzamelen van de ontbrekende gegevens voldoen de niet-aaneengesloten deelgebieden aan de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (zie § 3.4). 3.6.2
Splitsen van deelgebieden
Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten staat in de bijlagen 4A en 4B (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat voor meerdere deelgebieden voor één en soms meerdere stoffen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door een beperkt aantal relatief hoge waarden. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden. 3.6.3
Samenvoegen deelgebieden
De in § 3.2 benoemde deelgebieden zijn conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten niet samengevoegd. 3.7
Vaststellen definitieve deelgebieden
Alle deelgebieden voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. De deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeente. De bodemkwaliteitszones zijn weergegeven in tabel 3.2 en op kaartbijlage 2.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
10 / 22
Tabel 3.2 Onderscheiden definitieve deelgebieden, bodemkwaliteitszones, per bodemlaag Definitief deelgebied / bodemkwaliteitszone Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1 Historische bebouwing (voor 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B3 Buitengebied Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) T1 Historische bebouwing (voor 1950) T2 Recente bebouwing (vanaf 1950) T3 Buitengebied Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) O1 Historische bebouwing (voor 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O3 Buitengebied
3.8
Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones
De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie de bijlagen 4A en 4B, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit 38 (hierna ‘de Regeling’). De gemiddelden zijn getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het geactualiseerde ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’39 en voor de achtergrondwaarde aan het provinciale beleid hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie40. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.9.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie.
Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. In de gemeente Langedijk komt dit niet voor.
38
Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant, nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020. 40 Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, in werking getreden: 21 november 2019. 39
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
11 / 22
In tabel 3.3 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In de bijlagen 4A en 4B zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.9.4). Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt in de gemeente Langedijk niet voor (zie tabel 3.4 en de bijlage 4A en 4B). Voor PFAS-verbindingen zijn er geen interventiewaarden beschikbaar, maar er zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOA41 en PFOS42 en GenX43 vastgesteld. De 95-percentielwaarden liggen zeer ruim onder de INEV’s (factor 54 tot 2.157). Ook liggen de 95-percentielwaarden van de PFAS-verbinding ruim onder de toepassingswaarden voor de bodemfuncties Wonen en Industrie (factor 1,47 tot 13,73). Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1.
In het bodembeheergebied van de gemeente is in 3 van de 6 bodemkwaliteitszones sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen. Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. Een overzicht van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staat in de bijlagen 4A en 4B (kolom 'Heterogeniteit'). In tabel 3.3 is per bodemkwaliteitszone weergegeven voor welke stof een sterke heterogeniteit is vastgesteld. De betreffende stoffen in de bodemkwaliteitszones bevatten echter ruim voldoende meetgegevens om de kwaliteitsklasse goed te beschrijven.
41
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. 43 INEV’s: PFOS: 110 µg/kg ds; PFOA: 1.100 µg/kg ds; GenX: 97 µg/kg ds. 42
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
12 / 22
Tabel 3.3 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag Bodemkwaliteitszone
Bodemkwaliteitsklasse
Kwaliteitsbepalende stof
Sterke heterogeniteit [aantal meetgegevens]
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1 Historische bebouwing (voor 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B3 Buitengebied
Kwik, lood, zink, PCB,
Lood [135], minerale olie
PAK
[128]
Landbouw/natuur
-
Minerale olie [306]
Landbouw/natuur
-
-
Wonen
Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) # T1 Historische bebouwing (voor 1950) T2 Recente bebouwing (vanaf 1950) T3 Buitengebied
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
Minerale olie [287]
Landbouw/natuur
-
-
Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) ## O1 Historische bebouwing (voor 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O3 Buitengebied # ##
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
Minerale olie [287]
Landbouw/natuur
-
-
De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen.
3.9
Stap 8: Bodemkwaliteitskaart
3.9.1
Inleiding
De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten. 3.9.2
Kaart met uitgesloten locaties en gebieden
In de gemeente is een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De volgende uitgesloten locaties en gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: • Provinciale wegen, inclusief de onverharde wegbermen (een andere beheerorganisatie). • Aangewezen grote doorgaande wegen in beheer van de gemeente. • Houtwerf 1-7 in Oudkarspel (saneringslocatie in het kader van de wet bodembescherming en specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • De voormalige stortplaatsen met huisvuil e.d. in de Zuiderdel (locaties: Agrico terrein, Aalbos 6 en Westelijke Randweg 5), Anna van Saksenstraat 56-60 (stortplaats) en Diepsmeerweg ong. (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart).
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
13 / 22
•
Waterbodems (andere beheerorganisatie).
De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende44 en verwerkende bedrijven45, inzet blusschuim46 en secundaire bronnen47). • De (voormalige) fruitteelt-, boomgaard- en bollenteeltpercelen (bodemlaag 0-0,3 m-mv; binnen de gemeente heeft dit bodemgebruik in tegenstelling tot de omliggende gemeenten niet op grote schaal plaatsgevonden). • (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • Saneringslocaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. • Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor een actueel overzicht van deze locaties moet contact worden opgenomen met de OD NHN. Desgewenst kan de bodeminformatie ook via het internet opvragen op de volgende website: https://odnhn.nazca4u.nl/Rapportage/LogIn.aspx. Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven vanuit deze gebieden.
Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. 3.9.3
Ontgravingskaart
De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor bodemverontreiniging niet verdachte locatie. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie al dan niet is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie § 3.9.2). In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken.
44
Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. 46 Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). 47 Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen. 45
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
14 / 22
De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie de bijlage 4A en 4B, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling. De gemiddelden zijn getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het geactualiseerde ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’[3] en voor de achtergrondwaarde aan het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie[4]. Om het standstillprincipe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.8). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.4 is de te verwachten ontgravingsklasse per zone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen op de kaartbijlagen 3. De kleuren in tabel 3.4 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. Tabel 3.4 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitszone
Verwachte
Kwaliteitsklasse
95-percentielwaarde >
ontgravingsklasse
bepalende stof
interventiewaarde
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1 Historische bebouwing (voor 1950) B2 Recente bebouwing (vanaf 1950) B3 Buitengebied
Kwik, lood, zink, PCB,
Wonen
PAK
Landbouw/natuur Landbouw/natuur
-
-
-
Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) ## T1 Historische bebouwing (voor 1950) T2 Recente bebouwing (vanaf 1950) T3 Buitengebied
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) ### O1 Historische bebouwing (voor 1950) O2 Recente bebouwing (vanaf 1950) O3 Buitengebied
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
48
#
49
De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Het gemiddelde aan PFOA leidt tot een beperking bij het toepassen van grond in een oppervlaktewaterlichaam (neem contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). ## De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. ### De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen.
48 49
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
15 / 22
3.9.4
Toepassingskaart
De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie al dan niet is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie § 3.9.2). In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. In tabel 3.5 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per zone aangegeven. Op de kaartbijlagen 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.5 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en kaartbijlagen 4 (toepassingskaarten). Tabel 3.5 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie Toepassingseis @ (generiek kader Besluit Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctie
Bodemkwaliteitsklasse
en PFAS-beleid [landelijk én provinciaal]))
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1 Historische bebouwing
Industrie
(voor 1950)
Wonen
B2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
B3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) # T1 Historische bebouwing
Industrie
(voor 1950)
Wonen
T2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
T3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) ##
# ## @
O1 Historische bebouwing
Industrie
(voor 1950)
Wonen
O2 Recente bebouwing
Industrie
(vanaf 1950)
Wonen
O3 Buitengebied
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020
16 / 22
3.10
Bijzondere omstandigheden
De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (betere of juist slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Op terreinen in de bodemkwaliteitszone ‘B1 Historische bebouwing (voor 1950)’ die ooit een leeflaag van schone grond hebben gekregen, is bijvoorbeeld een betere kwaliteit te verwachten. Een slechtere kwaliteit valt te verwachten op terreinen die (wellicht) door een lokale bron verontreinigd zijn en ter plaatse van dempingen, stortplaatsen en lokale ophooglagen. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie al dan niet is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie § 3.9.2). Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. De provincie kan hier aanvullende eisen stellen.
Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): https://maps.noord-holland.nl. Kaarten van deze beschermingsgebieden worden opgenomen in de nota bodembeheer. 3.11