CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Uitkoopregeling Hoogspanning

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Uitkoopregeling Hoogspanning28.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

25

overeenkomstig van toepassing. e. 4Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoel in lid 11.2, sub b wordt een deskundige om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.

11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, betreft die dieper gaan dan 40cm beneden het bestaande maaiveld en waarbij de som van de totale bodemingrepen groter is dan 5.000 m2. 2. het verlagen van het waterpeil of het bemalen van gronden b. Een omgevingsvergunning als bedoeld lid 11.3 , sub a wordt slechts verleend indien: 1. door de aanvrager een archeologisch onderzoek wordt aangeleverd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient te zijn opgesteld door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg; 2. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, wanneer op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden kunnen worden verstoord i. :een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of ii.

een verplichting tot het doen van een opgraving, in de zin van artikel 1.1 onder "opgraving jo. artikel 5.1 van de Erfgoedwet; c. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoel in lid 11.3, sub b, onder 2 wordt deskundige om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend. d. Het verbod als bedoeld lid 11.3, sub a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van het plan; 2. het normale onderhoud betreffen; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 4. op archeologisch onderzoek gericht zijn.

11.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. b. Alvorens de lid 11.4, sub a bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt een ter zake kundig bureau om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de wijziging niet toegepast.

artikel 12 Waarde - Cultuurhistorie

26

12.1 bestemmingsomschrijving De voor "Waarde - Cultuurhistorie" aangewezen gronden zijn, met in achtneming van het bepaalde in artikel 18.1 , behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van de cultuurhistorische, bouwhistorische en beeldbepalende elementen in de op die grond gelegen bouwwerken, bouwwerken geen gebouw zijnde en verkavelings- en landschapselementen;

12.2 bouwregels Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de maximale en minimale goot- en bouwhoogte is de goot- en bouwhoogte welke ten tijde van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan rechtmatig is / was gerealiseerd of waarvoor een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend; b. de maximale breedte van het hoofdgebouw is de breedte van het hoofdgebouw welke ten tijde van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan rechtmatig is / was gerealiseerd of waarvoor een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend; c. als voorgevelrooilijn geldt de voorgevelrooilijn welke ten tijde van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan rechtmatig is / was gerealiseerd of waarvoor een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend; d. in afwijking van het bepaalde onder c mag, op voorwaarde dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek en ruimtelijke kwaliteit van de omgeving, de voorgevelrooilijn overschreden worden ten behoeve van: 1. goot- en dakoverstekken met een maximale diepte van 0,60 meter; 2. erkers met een maximale diepte van 0,80 meter; 3. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels, zonneschermen, overstekende daken en vergelijkbare onderdelen van gebouwen; e.

de toegestane dakhelling is de dakhelling welke ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan rechtmatig is/was gerealiseerd of waarvoor een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend.

12.2.1 Hoofdgebouwen 12.2.2 Afwijken van de bouwregels Het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 12.2.1 onder a en b voor het realiseren van een kleinere of grotere goot- en bouwhoogte en breedte van het hoofdgebouw onder de voorwaarde dat: 1. de bij de regels van de onderliggende bestemming aangegeven maximale goot- en bouwhoogte en maximale breedte niet wordt overschreden en; 2. het hoofdgebouw wordt vernieuwd of verbouwd waarbij een restauratieve aanpak van de voorgevel en het dak voorop staat; 3. de karakteristiek en ruimtelijke kwaliteit van de omgeving niet in onevenredige mate worden aangetast.

12.3 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Werken geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is Het is verboden op of in de in lid 12.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders, ter plaatse van de in lid 12.1 bedoelde gronden, de volgende werken geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande- en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;

27

b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van grondroeractiviteiten (b.v. het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het indrijven van voorwerpen in de bodem; g. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; h. het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen.

12.3.2 Uitzonderingsregel Het verbod als bedoeld in lid 12.3.1 is niet van toepassing op werken geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden die: a. vallen onder normaal beheer en onderhoud; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

12.3.3 Toetsingscriteria voor het verlenen van de vergunning De werken geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden als bedoeld in lid 12.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover dit niet strijdig is met de waarde cultuur historie, zoals vastgelegd het rapport "Gemeente Heerhugowaard een historisch-geografische inventarisatie (inclusief de karakteristieke bebouwing)" dat als Bijlage 1 van de toelichting bij dit bestemmingsplan is gevoegd.

12.3.4 Adviesprocedure Alvorens over een omgevingsvergunning voor werken geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden (lid 12.3.1) te beslissen, winnen het college van burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een deskundige op het gebied van cultuur omtrent de vraag of door de voorgenomen werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden de waarde cultuur, zoals vastgelegd het rapport "Gemeente Heerhugowaard een historisch-geografische inventarisatie (inclusief de karakteristieke bebouwing)" niet onevenredig wordt geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.

28

hoofdstuk 3 algemene regels artikel 13 Anti-dubbeltelregel artikel 14 Algemene gebruiksregels 14.1 Parkeervoorzieningen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning wordt getoetst of er ten aanzien van de betreffende ruimtelijke ontwikkeling en/of gebruikswijziging van gronden en opstallen voldoende parkeerplaatsen zijn/worden aangelegd. Er wordt een omgevingsgvergunning verstrekt als verzekerd is dat aan het noodzakelijk parkeerareaal in bestaande of te ontwikkelen (gezamenlijke) parkeervoorzieningen wordt voldaan. Als uitgangspunt voor de berekening van de parkeereis van een ruimtelijke ontwikkeling (toevoegen of uitbreiding van een of meerdere functies) worden de meest recente toekomstbestendige richtlijnen/parkeerkencijfers van het CROW gehanteerd. Meer achtergronden over deze regeling staan opgenomen in de toelichting. Na vaststelling krijgt hierop, de parkeernota Heerhugowaard 2021, danwel de opvolgers daarvan, een aanvullende werking.

Een omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend en het gebruiken en/of bebouwen van gronden is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan: a. een op grond van de functie te verwachte juiste, benodigde en noodzakelijke parkeervoorzieningen met bijbehorende eisen voor locatie en inrichting; b. een op grond van de functie te verwachte benodigde ruimte voor het laden of lossen van goederen; c. het gemiddelde van de bandbreedte voor de betreffende functie van de meest recente CROW parkeerkencijfers; d. de parkeergelegenheid die is vereist, vergund en aangelegd ook als zodanig in stand wordt gelaten.

14.2 Afwijkingsbevoegdheid parkeervoorzieningen In afwijking van het bepaalde in lid kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Het afwijkingsbesluit moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder geval blijkt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een optimaal te gebruiken parkeersituatie geborgd is. Bij deze motivering dient (zodra vastgesteld) de gemeentelijke parkeernota Heerhugowaard 2021 dan wel de rechtsopvolgers daarvan en de meest recente uitgave van het CROW, thans 'toekomstbestendig parkeren, 2018' als leidraad te worden gebruikt.

artikel 15 Algemene aanduidingsregels 15.1 veiligheidszone 15.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone" met in achtneming van het bepaalde in artikel 18.1, zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd als veiligheidszone ter bescherming van het woonen leefklimaat in verband met gasontvangstations en een opslagtank voor propaan op het perceel Westerweg 44c.

15.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de in lid 15.1.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders, ter plaatse van de in lid 15.1.1 bedoelde gronden, de volgende werken geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande- en/of diepwortelende beplanting; b. het rooien van diepwortelende beplanting; c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; d. het verrichten van grondroeractiviteiten (b.v. het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage);

29

e. diepploegen; f. het aanbrengen van verhardingen;het indrijven van voorwerpen in de bodem; g. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen.

2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in sub 1 is niet van toepassing op werken geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden die: a. vallen onder normaal beheer en onderhoud; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

3 Voorwaarden De werken geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden als bedoeld in sub 1 zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover dit niet strijdig is met de belangen van de veiligheidszone.

4 Advies Voordat wordt besloten omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning, winnen burgemeester en wethouders advies in van een deskundige over de vraag of door de voorgenomen activiteiten het veiligheidsbelang niet onevenredig wordt geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

15.1.3 Specifieke gebruiksregel Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik van gronden en gebouwen voor kwetsbare of beperkt kwetsbare functies als bedoeld in het Bevi en het Revi , zoals die luiden op de dag van tervisielegging van dit bestemmingsplan; b. het verplaatsen van de opslagtank voor propaan.

15.2 veiligheidszone - hoogspanningsverbinding De gronden ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone - hoogspanningsverbinding " zijn, met in achtneming van het bepaalde in artikel 18.1, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd als veiligheidszone ter bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een hoogspanningsverbinding, waarvan het magnetisch veld (magnetische fluxdichtheid) op de aanduidingsgrens geen grotere sterkte mag hebben dan 0,4 micro Tesla.

artikel 16 Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, afwijken van de bouwregels en toestaan dat: a. de bij recht op de plankaart en/of in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages worden vergroot; b. bouwgrenzen worden overschreden, indien een meet verschil daartoe aanleiding geeft; c. de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10,00 meter; d. de hoogte ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40,00 meter; e. de maximale (bouw)hoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits:

30

1. de oppervlakte van de plaatselijke verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; 2. de hoogte van de plaatselijke verhoging niet meer bedraagt dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw. en afwijken van de bestemmingsregels voor het toestaan van: f. utilitaire bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen, waarvan: 1. de goothoogte niet meer dan 3,00 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 5,50 meter mag bedragen; de oppervlakte niet meer dan 25 m2 mag bedragen.

artikel 17 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen met in achtneming van het bepaalde in artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening de (dubbel)bestemming(en): a. "Agrarisch" wijzigen ten behoeve van het op de verbeelding aangeven van een nieuw agrarisch bouwperceel onder de volgende voorwaarden: 1. de toekenning van het bouwperceel kan uitsluitend plaatsvinden langs de Middenweg,de Veenhuizerweg en de noordzijde van de Rustenburgerweg; 2. het bouwperceel kan uitsluitend worden toegekend aan een volwaardig- of een reëel agrarisch bedrijf, niet zijnde een dierenhouderijbedrijf, waarbij het areaal en de productie van het bedrijf buiten Heerhugowaard niet mag worden meegerekend voor het bepalen van de omvang van het bedrijf; 3. het oppervlak van het bouwperceel mag langs de Middenweg en de Veenhuizerweg niet meer dan 2 hectare en langs de noordzijde van de Rustenburgerweg niet meer dan 1,5 hectare bedragen; 4. de regels van artikel 3.1 t/m 3.3.4 zijn overeenkomstig van toepassing. b. "Agrarisch" of "Agrarisch met waarden" wijzigen voor het van vorm veranderen en/of vergroten van een agrarisch bouwperceel, indien dat noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering van een volwaardig agrarisch bedrijf, waarbij: 1.

de oppervlakte van het agrarisch bouwperceel na vergroting voor het open middengebied en de Veenhuizerpolder niet meer dan 2 hectare en voor de overige gebieden niet meer dat 1,5 hectare mag bedragen; en 2. het areaal en de productie van het bedrijf buiten Heerhugowaard meetellen voor het bepalen van de omvang van het bedrijf; 3. voor het van vorm veranderen en/of vergroten van een agrarisch bouwperceel de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering van het volwaardig agrarisch bedrijf door een rapport van een agrarisch deskundige wordt onderbouwd; 4. het bepaalde in artikel 3.1 t/m 3.3.4 is overeenkomstig van toepassing c. "Agrarisch", "Agrarisch met waarden" op grond van de provinciale regeling ruimte voor ruimte wijzigen in de bestemming "Wonen" voor één of meer woningen onder de voorwaarden dat 1. ;in geval van een Agrarische bestemming uit onderzoek blijkt dat naar objectieve maatstaven een zinvol gebruik ter plaatse overeenkomstig de bestemming niet meer mogelijk is; 2. er geen dringende redenen zijn die zich tegen de bestemming "Wonen" verzetten; 3. uit een te overleggen beeldkwaliteitsplan blijkt dat beëindiging van de functies en sloop van de bebouwing ter plaatse leidt tot een verbetering van het landschap en dat het bebouwde oppervlak verminderd door een netto afname van de bebouwing; 4.

de compensatie vanuit het ruimte voor ruimte beleid plaats dient te vinden in of aansluitend aan het bestaand bebouwd gebied en compensatie op de te saneren locatie is alleen toegestaan, indien gebleken is dat compensatie in of aansluitend aan bestaand bebouwd gebied niet mogelijk is en uit een deskundigenrapport blijkt dat de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende agrarische bedrijven niet wordt belemmerd;

31

5. uit een te overleggen exploitatieopzet blijkt dat niet meer woningen worden toegestaan dan om beëindiging van de functies en sloop van de onderhavige bebouwing te compenseren; 6. met de bouw van de woning(en) eerst mag worden begonnen, nadat de functies zijn beëindigd en de onderhavige bebouwing is gesloopt; Burgemeester en wethouders winnen ten aanzien van de punten onder c 1 en 2 van dit artikel advies in van een onafhankelijk deskundige en verbinden aan de wijziging regels met betrekking tot de situering, het bouwen en het gebruik; "Agrarisch", "Agrarisch met waarden" voor bestaande agrarische bedrijfsbebouwing binnen het agrarisch bouwperceel wijzigen in de bestemming "Bedrijf" indien uit onderzoek blijkt dat naar objectieve maatstaven een zinvol gebruik ter plaatse overeenkomstig de bestemming niet meer mogelijk is en er geen dringende redenen zijn die zich tegen de bestemming "Bedrijf" verzetten. Burgemeester en wethouders winnen ten aanzien van de aspecten "een zinvol gebruik overeenkomstig de bestemming" en "dringende redenen" advies in van een onafhankelijk deskundige d. "Agrarisch - 1" wijzigen voor het opleggen of verwijderen van de dubbelbestemming "Leidingen - Gas" ten behoeve van leidingen voor het transport van CO2 en warmte; Burgemeester en wethouders verbinden regels aan de wijziging met betrekking tot de aanleg en de instandhouding van de leiding; e.

"Bedrijf" wijzigen in de bestemming "Agrarisch" of "Agrarisch met waarden" ten behoeve van het op de verbeelding aangeven van een agrarisch bouwperceel voor akkerbouw- en vollegrondstuinbouwbedrijven onder de volgende voorwaarden: 1. het bouwperceel kan uitsluitend worden toegekend aan een volwaardig - of een reëel agrarisch bedrijf, waarbij het areaal en de productie van het bedrijf buiten Heerhugowaard wordt meegerekend voor het bepalen van de omvang van het bedrijf; 2. de oppervlakte van het agrarisch bouwperceel na vergroting voor het open middengebied niet meer dan 2 hectare en voor de overige gebieden niet meer dat 1,5 hectare mag bedragen; 3. het bepaalde in artikel 3.1 t/m 3.3.4 is overeenkomstig van toepassing; f.

"Agrarisch" en "Agrarisch met waarde" wijzigen in de bestemming "Natuur", waarbij de regels van artikel 12 overeenkomstig van toepassing zijn; "Agrarisch", "Agrarisch - 1" en "Agrarisch met waarden" voor bestaande agrarische bedrijfsbebouwing en woningen binnen het agrarisch bouwperceel wijzigen in de bestemmingen "Bedrijf" en "Wonen" onder de voorwaarde dat:uit een deskundige rapport blijkt dat een zinvol gebruik overeenkomstig de bestemming niet meer mogelijk is;uit een deskundige rapport blijkt dat de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omringende bedrijven niet onevenredig worden beperkt;er geen sprake is van een aantoonbare onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige landschappelijke-, natuurlijke-, cultuurhistorische-, bodem- waterhuishoudkundige- en milieuhygiënische waarden;het woon- en leefmilieu van de in de omgeving aanwezige woningen wordt geborgd; en waarbij de regels van artikel 6 "Bedrijf" en artikel 19 "Wonen" overeenkomstig van toepassing zijn; g. "Wonen" wijzigen voor het opleggen van een aanduiding prostitutie- en of seksinrichting, onder de volgende voorwaarden: 1. het aantal prostitutie- en/of seksinrichtingen mag voor het hele grondgebied van de gemeente Heerhugowaard niet meer bedragen dan 2; 2.

prostitutie- en of seksinrichting mogen zich niet vestigen binnen een straal 250 meter van woonwijken of andere woningen, scholen en andere op kinderen gerichte voorzieningen en kerken; 3. het oppervlak van een prostitutie- en of seksinrichting mag niet meer bedragen dan 250 m2; 4. op eigen terrein dient voldoende parkeergelegenheid te zijn; 5. de uitstraling van de prostitutie- en/of seksinrichting mag geen onevenredige afbreuk doen aan de omgeving; 6. het gebruik van een gebouw als prostitutie- en/of seksinrichting mag de gebruiksmogelijkheden van de overige in het pand aanwezige functies, dan wel de gebruiksmogelijkheden van de in de directe nabijheid van de inrichting gelegen

32

panden niet nadelig beïnvloeden. h. "Agrarisch", "Agrarisch - 1" en "Agrarisch met waarden" wijzigen voor het opleggen van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning" in samenhang met het opnemen van een aanduiding bedrijfswoning uitgesloten voor overige gronden binnen het agrarisch bouwvlak, onder de voorwaarde dat: 1. het agrarisch bedrijf gehandhaafd blijft; 2. de aanduiding uitsluitend ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning wordt gelegd; 3. uit een deskundige rapport blijkt dat de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omringende bedrijven niet onevenredig worden beperkt, en waarbij de inhoud van woning niet meer mag bedragen dan de inhoud van de woning op het moment van het wijzigingsbesluit;het beheer en toezicht gewaarborgd is; "Agrarisch", "Agrarisch - 1" en "Agrarische met waarden" voor bestaande agrarische bedrijfsbebouwing binnen het agrarisch bouwperceel te wijzigen in de bestemming horeca 5 ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten in aan het agrarisch gebruik onttrokken agrarische bedrijfsgebouwen, onder de voorwaarde dat:uit een deskundige rapport blijkt dat een zinvol gebruik overeenkomstig de bestemming niet meer mogelijk is;uit een deskundige rapport blijkt dat de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omringende bedrijven niet onevenredig worden beperkt;er geen sprake is van een

aantoonbare onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige landschappelijke-, natuurlijke-, cultuurhistorische-, bodem- waterhuishoudkundige- en milieuhygiënische waarden;het aantal te huisvesten personen niet meer bedraagt dan 40;er een recreatieruimte, woonkamer en keuken aanwezig is;er voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf aanwezig is;het beheer en toezicht gewaarborgd is; i. "Wonen" wijzigen voor het toestaan van meer huishoudens in aan het agrarisch gebruik onttrokken en voor wonen bestemde stolpen, onder de voorwaarde dat: 1. de hoofdvorm en het karakter van de stolp behouden blijft; 2. uit een te overleggen beeldkwaliteitsplan blijkt dat de stolp, erf en erfbebouwing zich als één geheel blijft manifesteren; 3. de erfontsluiting via één toegang plaatsvindt; 4. authentieke details behouden blijven; 5. uit een te overleggen beeldkwaliteitsplan blijkt dat de erfbebouwing, zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving, zorgvuldig kan worden ingepast; 6. indien van toepassing uit een deskundige rapport blijkt dat de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omringende bedrijven niet onevenredig worden beperkt; j. "Waarde - Cultuurhistorie" verwijderen bij één of meerdere bestemmingsvlakken of adressen als: 1.

de cultuurhistorische, bouwhistorische en/of beeldbepalende elementen niet langer aanwezig zijn in de bouwwerken en deze niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het bouwwerk kunnen worden hersteld; 2. de cultuurhistorische, bouwtechnische en/of beeldbepalende elementen welke aanwezig zijn in de bouwwerken redelijkerwijs niet langer geheel of gedeeltelijk te handhaven zijn in relatie tot de functie die het bouwwerk moet of uitsluitend nog kan vervullen;"Waarde - Cultuurhistorie" opleggen, indien door verbeterwerkzaamheden, dan wel door gewijzigde inzichten, een bouwwerk welke gelegen is op gronden waarop de dubbelbestemming "Waarde cultuurhistorie" niet van toepassing is, cultuurhistorische en/of beeldbepalende waarde krijgt. De wijzigingsbevoegdheid wordt niet toegepast indien dat tot gevolg heeft daardoor meer dan 800 m2 aan bebouwing en/of gesloten verharding kan worden gerealiseerd en de aanvrager geen document van de waterbeheerder kan overleggen, waaruit blijkt dat, in het kader van de watertoets, het door de beheerder te bepalen voldoende oppervlak of volume aan waterberging ten hoeve van de waterhuishouding wordt gerealiseerd.

artikel 18 Overige regels 18.1 Voorrangsregeling Voor zover de in het bestemmingsplan aangegeven bestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden:

33

a. in de eerste plaats de regels in artikel 8 "Leiding"; b. in de tweede plaats de regels in artikel 9 "Hoogspanningsverbinding" c. in de derde plaats de regels in artikel 10 t/m 11 "Waarde - Archeologie 2" en "Waarde - Archeologie 4"; d. in de vierde plaats de regels in artikel 12 "Waarde - Cultuurhistorie"; e. in de vijfde plaats de regels in artikel 15, lid 15.1 "Veiligheidszone" f. in de zesde plaats de regels in artikel 15, lid 15.2 "Veiligheidszone - hoogspanningsverbinding" g. in de zevende plaats de regels in de medebestemming.

34

hoofdstuk 4 overgangs- en slotregels artikel 19 Overgangsrecht 19.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met niet meer dan 10%. c. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

19.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

artikel 20 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Uitkoopregeling Hoogspanning' Aldus vastgesteld door de gemeenteraad in de vergadering van .....

35

TOELICHTING

36

hoofdstuk 1 Inleiding paragraaf 1.1 Aanleiding De aanleiding voor dit bestemmingsplan betreft het saneren van toegelaten woonmogelijkheden in de gemeente Dijk en Waard die pal onder de bovengrondse hoogspanningsleiding Oterleek–De Weel (150 kV) zijn gesitueerd. Het gaat hierbij om de volgende woonadressen: Harlingerstraat 17; Rustenburgerweg 146, 241 en 243; Verlaat 13A, 15, 18 en 20. Met ingang van 1 januari 2017 biedt het ministerie van Economische Zaken middels een regeling de mogelijkheid aan eigenaren om door gemeenten te worden uitgekocht vanwege de onwenselijkheid van woonbebouwing direct onder een hoogspanningsverbinding. Op gemeentelijk niveau wordt deze zogeheten uitkoopregeling uitgevoerd door de gronden te verwerven en ervoor te zorgen dat de woonbestemming ter plaatse verdwijnt door deze weg te bestemmen. De bewoners van de bij dit bestemmingsplan betrokken percelen hebben met de uitkoopregeling ingestemd en de gronden zijn in de afgelopen jaren door de gemeente verworven en de woonbebouwing is in veel gevallen inmiddels al gesloopt. Ook alle andere tekenen van bewoning (bijgebouwen, tuin, verharding) zijn zo goed als reeds verwijderd. De huidige woonbestemmingen of mogelijkheden binnen de plaatselijk geldende bestemmingsregels dienen evenwel nog uit de geldende bestemmingsplannen te worden gehaald.

Dat kan in de meeste gevallen door die percelen naar een andere bestemming te wijzigen door aan te sluiten bij de bestemmingssituatie in de directe omgeving, zoals het opnemen van een tuinbestemming door de gronden bij de tuin van een buurperceel te voegen. In sommige gevallen is sprake van voortzetting van de geldende bestemming maar dan wel met het schrappen/doorhalen van eerdere gebruiks- en bebouwingsregels voor wonen. Met aanpassing van de planologisch-juridische kaders voor de gronden die bij de uitkoopregeling zijn betrokken met dit bestemmingsplan, kan als sluitstuk aan de voorwaarden van de regeling van het ministerie worden voldaan waarmee het proces van sanering is afgerond.

paragraaf 1.2 Huidige bestemde situatie en wijzigingen Voor alle bij dit bestemmingsplan betrokken percelen is het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2014 als vastgesteld d.d. 25-10-2016 van de toenmalige gemeente Heerhugowaard van kracht. Om de sanering van de woonbestemmingen die onder de hoogspanningsleiding liggen planologisch-juridisch vast te leggen, is een herziening van het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2014 nodig. Dit kan met het opstellen van een eenvoudig middels maatwerk op de betrokken percelen gericht bestemmingsplan, dat hierbij voorligt. In navolgende is een overzicht gegeven van de bestemde situatie op de percelen en aangegeven hoe die percelen met dit bestemmingsplan worden veranderd. Tevens zijn de locaties van de gesaneerde dan wel nog te saneren woningen met een rode kaartpin aangegeven en is met een rode belijning globaal de begrenzing weergegeven op de luchtfoto van de gronden die betrokken zijn bij voorliggend bestemmingsplan.

1.2.1 Harlingerstraat 17 te Heerhugowaard Harlingerstraat 17 betreft het kadastrale perceelnummer 778, sectie S, gemeentecode HHG00. Het perceel heeft een kadastrale grootte van in totaal 1.300 m2. Ook de perceelnummers 851, 1840 en 1842 behoorden bij het woonperceel maar kennen in de huidige situatie de agrarische bestemming. De woonbestemming wordt omgezet naar een bestemming ‘Groen – Natuurwaarden’, evenals de aangrenzende kadastrale percelen met de agrarische bestemming die behoorden tot de woning. Reden voor een groenbestemming is de natuurlijke inrichting van de gronden en de natuurlijke waarde daarvan tot zekere hoogte te laten voortbestaan. Wel vindt beheer plaats vanwege toegankelijkheid van het terrein en van de boombeplanting, zodat de

37

hoogspanningsverbinding er geen hinder van ondervindt. De geldende dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ is – evenals de geldende gebiedsaanduiding “veiligheidszone – hoogspanningsverbinding” ter plaatse – ongewijzigd voortgezet. Wat betreft de archeologische dubbelbestemming is dit bestemmingsplan afgestemd op het ontwerp bestemmingsplan Ondergrond Heerhugowaard waarmee actualisatie van onder meer het archeologisch beleid plaatsheeft, en de daarmee samenhangende archeologische beschermingsregeling.

Figuur 1. Links: kaartbeeld geldend bestemmingsplan op topografische ondergrond, rechts: luchtfoto met kadastrale perceelinformatie (bron: ruimtelijkplannen.nl)

1.2.3 Rustenburgerweg 146 te Heerhugowaard

38

Rustenburgerweg 146 betreft het kadastrale perceelnummer 661, sectie P, gemeentecode HHG00. Het perceel heeft een kadastrale grootte van in totaal 1.110 m2. Ter plaatse geldt een enkelbestemming ‘Wonen’ die met voorliggend bestemmingsplan wordt omgezet naar ‘Agrarisch met waarden’ zonder bouwmogelijkheden. De gronden worden aan de achterliggende agrarische gronden gevoegd die eenzelfde bestemming en gebruiks- en bebouwingsregeling kennen. De van toepassing zijnde dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’, alsmede de gebiedsaanduiding “veiligheidszone – hoogspanningsverbinding” worden ongewijzigd voortgezet. Wat betreft de archeologische dubbelbestemming is dit bestemmingsplan afgestemd op het ontwerp bestemmingsplan Ondergrond Heerhugowaard waarmee actualisatie van onder meer het archeologisch beleid plaatsheeft, en de daarmee samenhangende archeologische beschermingsregeling.

Figuur 3. Links: kaartbeeld geldend bestemmingsplan op topografische ondergrond, rechts: luchtfoto met kadastrale perceelinformatie (bron: ruimtelijkplannen.nl)

1.2.4 Rustenburgerweg 241 en 243 te Heerhugowaard Rustenburgerweg 241 betreft het kadastrale perceelnummer 1845, sectie P, gemeentecode HHG00. Het perceel heeft een kadastrale grootte van in totaal 470 m2. Rustenburgerweg 243 betreft het kadastrale perceelnummer 11405, sectie P, gemeentecode HHG00. Dit perceel heeft een kadastrale grootte van in totaal 3.109 m2. Voor zowel Rustenburgerweg 241 als 243 is sprake van een enkelbestemming ‘Agrarisch’ met een aangeduid “bouwvlak” die over een groter gebied ligt waarin ook de diverse achterliggende agrarische opstallen zijn gesitueerd. Omdat beide agrarische bedrijfswoningen met de uitkoopregeling zijn gesaneerd, wordt het met voorliggend bestemmingsplan onmogelijk gemaakt om nog bij dit agrarisch bedrijf te kunnen wonen. Dit betreft een aanpassing die alleen middels de regels wordt doorgevoerd door het schrappen van de gebruiks- en bouwmogelijkheden voor bedrijfswoningen binnen het aangeduide bouwvlak ter plaatse, en is niet zichtbaar op de verbeelding. De agrarische bestemming blijft verder in stand, alsmede het aangegeven bouwvlak. De dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’, alsmede de gebiedsaanduiding “veiligheidszone – hoogspanningsverbinding” worden met voorliggend bestemmingsplan ongewijzigd voortgezet.

Wat betreft de archeologische dubbelbestemming is dit bestemmingsplan afgestemd op het ontwerp bestemmingsplan Ondergrond Heerhugowaard waarmee actualisatie van onder meer het archeologisch beleid plaatsheeft, en de daarmee samenhangende archeologische beschermingsregeling.

39

Figuur 4. Links: kaartbeeld geldend bestemmingsplan op topografische ondergrond, rechts: luchtfoto met kadastrale perceelinformatie (bron: ruimtelijkplannen.nl)

1.2.5 Verlaat 13A en 15 te Heerhugowaard Verlaat 13A betreft het kadastrale perceelnummer 1700, sectie S, gemeentecode HHG00. Het perceel heeft een kadastrale grootte van in totaal 415 m2. Verlaat 15 betreft het kadastrale perceelnummer 1699, sectie S, gemeentecode HHG00. Dit perceel heeft een kadastrale grootte van in totaal 375 m2. Voor zowel Verlaat 13A als 15 is sprake van een enkelbestemming ‘Wonen’ met een maatvoeringsaanduiding “maximum aantal wooneenheden” van 4 die over een groter gebied met de woonbestemming ligt (namelijk ook op de woningen aan Verlaat 13 en 17). Met deze aanduiding is geregeld dat er maximaal 4 woningen mogelijk zijn. Omdat twee woningen met de uitkoopregeling zijn gesaneerd, wordt dit veranderd met voorliggend bestemmingsplan door het aantal maximaal toegelaten woningen in het gebied terug te brengen in de desbetreffende maatvoeringsaanduiding van 4 naar 2. De dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ en de gebiedsaanduiding “veiligheidszone – hoogspanningsverbinding” worden met voorliggend bestemmingsplan gecontinueerd. Wat betreft de archeologische dubbelbestemming is dit bestemmingsplan afgestemd op het ontwerp bestemmingsplan Ondergrond Heerhugowaard waarmee actualisatie van onder meer het archeologisch beleid plaatsheeft, en de daarmee samenhangende archeologische beschermingsregeling.

Figuur 5. Links: kaartbeeld geldend bestemmingsplan op topografische ondergrond, rechts: luchtfoto met kadastrale perceelinformatie (bron: ruimtelijkplannen.nl)

40

1.2.6 Verlaat 18 en 20 te Heerhugowaard Verlaat 18 betreft het kadastrale perceelnummer 22, sectie S, gemeentecode HHG00. Het perceel heeft een kadastrale grootte van in totaal 1.120 m2. Verlaat 20 betreft het kadastrale perceelnummer 826, sectie S, gemeentecode HHG00. Dit perceel heeft een kadastrale grootte van in totaal 535 m2. Voor zowel Verlaat 18 als 20 is sprake van een enkelbestemming ‘Wonen’ met een maatvoeringsaanduiding “maximum aantal wooneenheden” van 17 die over een groter gebied met de woonbestemming ligt (namelijk ook op de woningen aan Verlaat 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 14A, 16, 22, 24, 26, 28, 28A en 30 ). Hiermee is geregeld dat binnen die aanduiding maximaal 17 woningen mogelijk zijn. Omdat twee woningen met de uitkoopregeling zijn gesaneerd, wordt ook dit veranderd met voorliggend bestemmingsplan door het toegestane aantal woningen in de maatvoeringsaanduiding “maximum aantal wooneenheden” van 17 te verminderen naar 15. De dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ en de gebiedsaanduiding “veiligheidszone – hoogspanningsverbinding” worden ongewijzigd met voorliggend bestemmingsplan voortgezet.

Wat betreft de archeologische dubbelbestemming is dit bestemmingsplan afgestemd op het ontwerp bestemmingsplan Ondergrond Heerhugowaard waarmee actualisatie van onder meer het archeologisch beleid plaatsheeft, en de daarmee samenhangende archeologische beschermingsregeling.

Figuur 6. Links: kaartbeeld geldend bestemmingsplan op topografische ondergrond, rechts: luchtfoto met kadastrale perceelinformatie (bron: ruimtelijkplannen.nl)

paragraaf 1.3 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk met omschrijving van de inhoud van dit bestemmingsplan is in hoofdstuk 2 nader op relevant overheidsbeleid ingegaan. Een omschrijving van de relevante omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden is opgenomen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 is de juridische toelichting op het bestemmingsplan gegeven. Tot slot is in hoofdstuk 5 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.

41

hoofdstuk 2 Beleidskader Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen wetten, regels en beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente.

paragraaf 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) "Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig" In de per 13 maart 2012 van kracht geworden Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden ruime beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening. Het Kabinet is namelijk van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn.

2.1.2 Nationale Omgevingsvisie (2020) "Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving" Vanaf 2023 zal de Omgevingswet (Ow) in werking treden. Onderdeel daarvan is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. Op 11 september 2020 is de definitieve NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; de steden en regio's sterker en leefbaarder maken; het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: slimme combinaties maken waar dat mogelijk is; de kenmerken van het gebied centraal stellen; niet uitstellen of doorschuiven.

2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt voor het planvoornemen dat geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt nationaal belang 13, waarmee het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke

42

ordening (Bro). Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet voldoen. Als een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, moet een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling worden gegeven. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw, planologisch ruimtebeslag. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologisch regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Als definitie voor stedelijke ontwikkeling is in het Bro opgenomen: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Aangezien mogelijkheden om te wonen onder hoogspanningsverbindingen worden omgezet naar andere juridischplanologische kaders zonder nieuwe bebouwingsmogelijkheden is met dit bestemmingsplan geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom verder niet aan de orde.

paragraaf 2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 "Balans tussen economische groei en leefbaarheid" De verwachte Omgevingswet zal veel bestaande wetgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening en milieu vervangen. De Provincie Noord-Holland heeft hierop geanticipeerd door als eerste stap, samen met stakeholders en inwoners, de Omgevingsvisie NH2050 op te stellen als opvolger van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 uit 2010. De omgevingsvisie is vormvrij en bevat een geheel nieuwe, de provincie zelfbindende, visie die gedragen wordt door zoveel mogelijk partijen. In de aanpak om ambities waar te maken, is de geldende sturingsfilosofie 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' voortgezet. De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld.

Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op "balans tussen economische groei en leefbaarheid", dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit.

2.2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland (2020) De ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 zijn vertaald in provinciale regels die in de op 22 oktober 2020 door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsverordening Noord-Holland zijn verankerd. De omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking van de omgevingsvisie met betrekking tot het handelen van anderen. De uitgangspunten van de Omgevingswet vertalen zich voor de provincie in een andere, nieuwe manier van werken. De provincie heeft het opstellen van de omgevingsverordening dan ook als kans gezien om dingen anders aan te pakken, in de geest van de Omgevingswet. De regels van de omgevingsverordening zijn daarom op een vernieuwende manier opgesteld; meer gericht op het 'hoe' (hoe tot een goede fysieke leefomgeving te komen) in plaats van op het 'wat' (verbodsbepalingen en uitzonderingen daarop). Het gaat meer om het doel dan om het middel, waarbij kwalitatieve normen de plaats innemen van kwantitatieve. De omgevingsverordening is in samenspraak met provinciale partners ontwikkeld. De provincie geeft aan met de

43

omgevingsverordening een groot vertrouwen in initiatiefnemers en andere overheden te hebben en is daarom terughoudend met het opstellen van regels. Het provinciale doel (alsmede uitdaging) is uiteindelijk een eenvoudiger, duidelijker en meer integraal systeem van provinciale regels. Met meer ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk en bestuurlijke afwegingsruimte. Wat betreft voorliggend plan voor het saneren van woonbestemmingen naar aangrenzende bestemmingssituaties omwille van de uitvoering van de uitkoopregeling zijn verder geen instructieregels van provinciewege aan de orde.

paragraaf 2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Omgevingsvisie Langedijk en Heerhugowaard (2021) In het kader van de aanstaande Omgevingswet hebben de toenmalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard in gezamenlijkheid en vooruitlopend op het samengaan van beide gemeenten een omgevingsvisie opgesteld die in oktober 2021 door de raad van Heerhugowaard is vastgesteld. De omgevingsvisie betreft een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving die de eerdere gemeentelijke structuurvisie vervangt. De visie is gericht op goed wonen en leven, ruimte voor ondernemen en zorg voor kwaliteit. De omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente, en brengt voor anderen geen verplichtingen met zich mee. Voor die anderen biedt de visie vooral aanknopingspunten voor samenwerking, de uitnodiging tot het nemen van initiatieven en bij te dragen aan de ontwikkeling van de gemeente. Op de gemeentelijke projectwebsite kan meer informatie over de inhoud worden verkregen.

paragraaf 2.4 Conclusie Het planvoornemen komt voort uit het ingestelde rijksbeleid met betrekking tot de 'Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding' d.d. 1 januari 2017. Deze uitkoopregeling maakt het gemeenten - onder voorbehoud van goedkeuring van het Ministerie van Economische Zaken - mogelijk, wanneer eigenaren dat willen, om woningen aan te kopen die ongunstig zijn gesitueerd ten aanzien van hoogspanningsleidingen. Op de uitkoop van de betrokken gronden van dit bestemmingsplan is het ministerie akkoord gegaan, waarop de woningen en bijbehorende opstallen en gronden vervolgens zijn aangekocht door de gemeente en in de meeste gevallen reeds zijn gesaneerd. Voorliggend bestemmingsplan ziet nu op een herbestemming van die gronden door de mogelijkheden om er te kunnen wonen te laten vervallen. Dit is een voorwaarde vanuit het Rijk om tot afronding van de uitkoopregeling te komen. Geldende beleidskaders van het Rijk, de provincie en gemeente belemmeren voorliggend bestemmingsplan verder niet. Dit bestemmingsplan moet hoofdzakelijk worden gezien als een administratieve afhandeling.

44

hoofdstuk 3 Omgevingsaspecten Uit de bestaande omgevingssituatie kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan blijken. Uitgangspunt is dat er een goede omgevingssituatie bestaat voor het planvoornemen. In de volgende paragrafen zijn de relevante milieukundige en planologische randvoorwaarden beschreven en beoordeeld op eventuele beperkingen voor het plangebied.

paragraaf 3.1 Bedrijvenhinder Wet- en regelgeving Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals die uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), geldt eveneens de noodzakelijkheid tot een voldoende ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Daarnaast zijn bedrijven en instellingen op grond van de Wet milieubeheer (Wm) verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van deze milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder vanwege geluid, geur, stof, gevaar en dergelijke door bedrijven en instellingen op hindergevoelige functies zo veel mogelijk voorkomen. Er dient te worden aangetoond dat een plan geen belemmeringen ondervindt van of tot belemmeringen leidt voor nabijgelegen functies. Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt het planologisch-juridisch onmogelijk gemaakt om nog te kunnen wonen onder de hoogspanningsverbinding in de gemeente. Dit betekent dat in het kader van bedrijvenhinder hindergevoelige woonfuncties komen te vervallen waar rekening mee moest worden gehouden bij de inpassing van hinderveroorzakende bedrijvigheid in de nabije omgeving.

Er treedt met voorliggend bestemmingsplan dan ook een planologische verbetering uit oogpunt van bedrijvenhinder op. Dit omgevingsaspect hoeft derhalve niet verder onderzocht te worden. Conclusie Dit bestemmingsplan mag uit oogpunt van bedrijvenhinder uitvoerbaar worden geacht.

paragraaf 3.2 Erfgoed Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 01-07-2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting vanaf 2023 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in het plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Toetsing In het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2014 is een archeologische beschermingsregeling ingesteld in geval van ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor het plangebied van dit bestemmingsplan betrof dat de dubbelbestemmingen

45

'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 4'. Met deze archeologische beschermingsregeling is geregeld dat archeologisch onderzoek vereist is bij ruimtelijke ingrepen dieper dan 40 cm en met een planomvang groter dan 500 m2 respectievelijk 5.000 m2. Met het ontwepr bestemmingsplan Ondergrond Heerhugowaard is inmiddels onder meer het beleid ten aanzien van archeologie en de daarmee getroffen beschermingsregelingen op het gemeentelijk grondgebied van toenmalig Heerhugowaard geactusaliseerd. Deze actualisatie is het gevolg van geharmoniseerd en vastgesteld gemeentelijk archeologiebeleid. Voorliggend bestemmingsplan is hierop afgestemd. Dit bestemmingsplan ziet verder op de sanering van de gebruiks- en bouwmogelijkheden van wonen onder de aanwezige hoogspanningsverbinding in het plangebied. Archeologisch onderzoek ter plaatse is niet noodzakelijk geweest. De opgenomen archeologische beschermingsregeling in dit bestemmingsplan regelt verder dat in geval van toekomstige ruimtelijke ingrepen het omgevingsaspect archeologie voldoende is geborgd. Daarnaast zijn geen cultuurhistorische waarden in het plangebied van belang waar nog rekening mee moet worden gehouden. Voor de woning aan Verlaat 18 was overigens wel sprake van een dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ vanwege de karakteristieke aard van het bouwwerk.

Evenwel is in de afweging omtrent een goede ruimtelijke ordening er voor gekozen dat sanering van deze woning prevaleert boven de geconstateerde cultuurhistorische waarde daarvan. De dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ is derhalve komen te vervallen voor dit perceel vanwege sloop van de woning. Conclusie Dit bestemmingsplan mag uitvoerbaar worden geacht ten aanzien van het aspect erfgoed. Nota bene In alle gevallen blijft de archeologische meldingsplicht voor de gronden gelden. Dit betekent dat wanneer op enigerlei wijze vondsten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag (gemeente Dijk en Waard).

paragraaf 3.3 Bodemkwaliteit Normstelling en beleid Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. In relatie tot de volksgezondheid moet het toewijzen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming, zoals wonen, in beginsel worden voorkomen. Dit is tevens geregeld in de gemeentelijke Bouwverordening 2012. Om er zeker van te zijn dat er geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging voordat met grondverzet vanwege het planvoornemen wordt begonnen, geldt in het kader van het traject voor het verkrijgen van omgevingsvergunning de verplichting dat een verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Dit onderzoek dient voorafgaand aan de werkzaamheden in het gebied plaats te vinden. Het uitvoeren van bodemonderzoek is een voorwaarde waaraan moet worden voldaan voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend. Indien de grond vervuild blijkt, heeft dit consequenties voor de wijze van verwerken en in- of afvoeren uit het plangebied. Onderzoek Vanwege de aankoop door de gemeente in het kader van de uitkoopregeling en de daaropvolgende sanering van de gronden is voor alle bij dit bestemmingsplan betrokken percelen verkennend bodemonderzoek NEN5740 uitgevoerd.

Doel van die onderzoeken is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit geweest voor de grondtransactie, en in geval van asbestonderzoek om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse bij asbestverdenkingen ook daadwerkelijk verontreinigd is met asbest.

46

De verschillende onderzoeksrapportages die betrekking hebben op voorliggend bestemmingsplan betreffen: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Harlingerstraat 17 te Heerhugowaard, Grondslag, 12-02-2018, project 28410. Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740; Locatie: Rustenburgerweg 120 te Heerhugowaard, Vlam Bodem Advies BV, 20-05-2021, projectnummer 051004282. Verkennend bodemonderzoek Rustenburgerweg 146 te Heerhugowaard, Grondslag, 11-07-2017, project 27434. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rustenburgerweg 241 te Heerhugowaard, Grondslag, 13-11-2017, project 27614-I. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rustenburgerweg 241-243 te Heerhugowaard, Grondslag, 13-11-2017, project 27614. Verkennend bodemonderzoek Verlaat 13a te Heerhugowaard, Grondslag, 10-08-2017, project 27576. Verkennend bodemonderzoek Verlaat 15 te Heerhugowaard, Grondslag, 30-06-2017, project 27343. Verkennend bodemonderzoek Verlaat 18 te Heerhugowaard, Grondslag, 25-09-2019, project 31696. Verkennend bodemonderzoek Verlaat 20 te Heerhugowaard, Grondslag, 25-09-2019, project 27435. Tabel. Samenvatting resultaten en conclusies onderzoeken bodemkwaliteit.

Conclusie Aangezien dit bestemmingsplan ziet op een functiewijziging om wonen onmogelijk te maken op de betrokken gronden, en daarmee geen nieuwe voor bodemverontreiniging gevoelige functies worden gerealiseerd maar juist worden verwijderd, is dit bestemmingsplan planologisch uitvoerbaar gelet op het aspect bodemkwaliteit. Daarnaast hebben de verschillende uitgevoerde verkennende bodemonderzoeken, al dan niet met asbestonderzoek, geen aanleiding gevormd tot het verrichten van nader bodemonderzoek.

paragraaf 3.4 Ecologie Wet- en regelgeving

47

In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het conform artikel 3.1.6 Bro noodzakelijk om aandacht te besteden aan de effecten op natuurwaarden. Effecten dienen te worden beoordeeld in relatie tot geldende wet- en regelgeving op het terrein van zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming. Relevante wet- en regelgeving betreft de Wet natuurbescherming (Wnb) die per 1 januari 2017 in werking is getreden en het provinciale gebiedsgerichte natuurbeleid. Voor wat betreft de effecten op natuurwaarden moet onder meer aangegeven worden of er als gevolg van een plan vergunningen of ontheffingen noodzakelijk zijn en, zo ja, of deze verkregen kunnen worden. Onderzoek In veel gevallen zijn de betrokken gronden van dit bestemmingsplan reeds ontdaan van bebouwing en tuinbeplanting. Dit bestemmingsplan ziet er op dat het planologisch-juridisch niet meer mogelijk zal zijn om te kunnen wonen onder de hoogspanningsverbinding in het gebied. Het gaat hierbij om wijzigingen in de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2014 voor de voormalige woonpercelen. Dit bestemmingsplan leidt niet tot nieuwe ruimtelijke mogelijkheden die effect hebben op de soortenbescherming wat in dat geval onderzocht zou moeten worden.

Wel is vanwege de sanering van de opstallen op de diverse kavels door Natuurlijke Zaken van Stichting Landschap Noord-Holland een eerste ecologisch onderzoek uitgevoerd (“Quickscan Wet natuurbescherming; 8 te slopen opstallen te Heerhugowaard”, d.d. 27-11-2019). Voor alle woningen is vervolgonderzoek geadviseerd vanwege de aanwezigheid van verblijven van vleermuis en nestplaatsen van huismus. Voor Verlaat 15 en 18 was eveneens vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van nestplaatsen van gierzwaluw nodig. Tot slot werd voor Harlingerstraat 17 een vervolgonderzoek naar vaste verblijfplaatsen van kleine marters (wezel, bunzing, hermelijn) geconcludeerd. De nodige vervolgonderzoeken en acties zijn hierop in gang gezet, zoals het opstellen door Natuurlijke Zaken van een “Activiteitenplan gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en huismus; i.v.m. sloop van acht opstallen onder hoogspanningstracé te Heerhugowaard” (d.d. 30-11-2020) omwille van een ontheffing Wet natuurbescherming om tot sloop van de betrokken bebouwing over te kunnen gaan. Voor Harlingerstraat 17 is na sloop van de woning en bijgebouwen uiteindelijk de slotsom getrokken dat het beter is om een deel van de geconstateerde natuurlijke waarden met betrekking tot beplanting en bomen op het perceel te behouden, in plaats van kaalslag en dan de gronden bij de naastgelegen agrarische bestemmingen te voegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=634371b2-8bbf-407a-830b-55c486eaf8c3