CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

analyserapport VF

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Fysieke Leefomgeving14.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Havenverordening Gemeente Langedijk heeft een havenverordening. Gemeente Heerhugowaard heeft deze niet. In de verordening staan regels over het gebruik van de door de gemeente beheerde havens. Er zijn ook havens die verzelfstandigd zijn, in beide gemeenten. Deze havens hebben, ten gevolge van een overeenkomst die ze gesloten hebben met de gemeente waarin ze liggen, een havenreglement opgesteld met soortgelijke strekking als de regels in de havenverordening. De havenverordening is sterk verouderd. De laatste wijziging is geweest in 2000. Het gevolg is dat een aantal regels niet meer aansluit op actuele wetgeving, en geschrapt of gewijzigd moet worden. Sinds 2013 heeft de VNG de model-havenbeheersverordening 2013 beschikbaar die beter aansluit op de wetgeving. Bovendien is sinds de laatste wijziging een van de havens die tot het toepassingsgebied horen verzelfstandigd (Jachthaven De Roskam), waardoor de verordening niet meer op deze haven van toepassing zou moeten zijn. De regeling gaat over de fysieke leefomgeving, maar niet over een directe wijziging ervan. Wel staan er milieuregels in die wellicht wel in het omgevingsplan moeten komen. In het traject van de bruidsschat zal verder moeten worden uitgezocht welke consequenties de decentralisatie van rijksregels voor gevolgen heeft voor deze milieuregels.

In principe kan het wenselijk worden geacht om de regelgeving te bundelen met andere regels over ligplaatsen en gemeentelijke wateren. Belangrijk is om te beseffen dat in de Havenverordening is bepaald dat voor het innemen van een ligplaats havenrecht dient te worden betaald en dat het onder de Omgevingswet verboden is om belasting te heffen in het omgevingsplan. Om deze reden is het verboden in het omgevingsplan het gebied aan te wijzen waar de belastingplicht geldt. Deze gebiedsbepaling zal daarom in de Havenverordening moeten blijven. Gemeente Heerhugowaard heeft een verordening voor het innen van liggeld van pleziervaartuigen in Broekhorn. Ook daarvoor geldt dat de aanwijzing van de ligplaatsen waarover deze belasting wordt geheven in de verordening moet blijven.

BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Besluiten of de Havenverordening en de regels over ligplaatsen samengevoegd worden. DELEGATIES COLLEGE: Art. 6. Overdracht van taken aan de havenmeester. 20

Art. 7. Instructies en voorwaarden stellen aan havenbeheerder en ligplaatsvergunningen Art. 24. Aanwijzen ligplaatsen

Marktverordening Gemeente Heerhugowaard heeft een marktverordening. In Langedijk zijn alle markten verzelfstandigd, waardoor er geen Marktverordening meer nodig is voor Langedijk (deze is nog wel van kracht). De regels mogen in het omgevingsplan staan omdat ze grotendeels aan te merken zijn als regels over het gebruik van de fysieke leefomgeving. De regels hoeven niet verplicht in het omgevingsplan. De regels kunnen gebundeld worden met regels over standplaatsen. Net als met andere activiteiten kunnen regels voor markten verdeeld worden in ruimtelijke en niet-ruimtelijke regels. De ruimtelijk regels bevatten bijvoorbeeld de locatie van de markt, de verdeling van de standplaatsen en de vereiste afstanden tussen kramen. Niet-ruimtelijke regels zijn bijvoorbeeld de verdeelsleutel voor wie in aanmerking komt voor een standplaatsvergunning en welke waren op de markt kunnen worden aangeboden. Ruimtelijke regels voor standplaatsen, of die nu op een markt of elders zijn, kunnen in het omgevingsplan staan. Dit zijn dan regels waar elke standplaatshouder aan moet voldoen en kan dus gezien worden als een voorschrift waaraan ze zich moeten houden. Deze regels hebben daardoor geen invloed op de toekenning van een vergunning. Bij de toekenning van een vergunning voor een standplaats kan worden volstaan met de eis dat de vergunninghouder zich aan deze regels houdt.

Hierdoor blijft de Marktverordening bestaan, maar deze kan uitgebreid worden met de nietruimtelijke regels voor overige standplaatsen. Regels die overbodig zijn geworden door het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bbgbop) komen te vervallen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de eisen aan kookinstallaties bij bakkramen. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Besluiten of alle ambulante handel bij elkaar wordt geregeld. Besluiten of ambulante wordt verdeeld in een ruimtelijk en een niet-ruimtelijk spoor. DELEGATIES COLLEGE: Art. 2. Vaststellen inrichtingsplan

Huisvestingsverordening De Huisvestingsverordening gaat over het verdelen van woningzoekenden over de woningvoorraad. De verordening is vastgesteld op grond van artikel 4 van de Huisvestingswet. Deze wet blijft van kracht. De nadruk van de verordening ligt op woningzoekenden en niet op de woningvoorraad. Het hoofdmotief van de verordening ligt daarom in het sociale domein en niet in het fysieke domein.

21

De bepalingen die wel direct over de woningvoorraad gaan en in de Huisvestingsverordening mogen staan, namelijk de regels voor splitsing en samenvoeging van woningen, zijn in zowel Heerhugowaard als Langedijk geregeld in bestemmingsplannen, en komen via die weg in het omgevingsplan. De regels uit de Huisvestingsverordening mogen daarom niet in het omgevingsplan worden opgenomen. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Geen. DELEGATIES COLLEGE: Geen.

Parkeerverordening De parkeerverordening regelt dat in parkeerdrukgevoelige zones maatregelen worden getroffen om deze druk af te doen nemen. De regeling betreft infrastructuur, ontsiering en milieumotieven en gaat daarom over de fysieke leefomgeving. De regeling gaat echter ook over het verkeer en gezien de wetgeving is dit motief zwaarder wegend. De regels vinden hun grondslag in de Wegenverkeerswet 1994, die niet in de Omgevingswet zal opgaan. De maatregelen worden ingesteld door verkeersbesluiten of door het in de Wegenverkeerswet 1994 verankerde parkeervergunningenstelsel. Het instellen van betaald-parkeerzones mag niet in het omgevingsplan op grond van Ow art. 2.7, tweede lid. Hier wordt bepaald dat er geen belastingregels in het omgevingsplan mogen staan. Het aanwijzen van locaties waar voor parkeren betaald moet worden is zo’n regel. Het huidige stelsel van parkeerregelingen moet in stand gelaten worden, en hoort niet in het omgevingsplan. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Geen. DELEGATIES COLLEGE: Afdeling II: Plaatsen voor vergunninghouders of ontheffingshouders, vergunningen, ontheffingen en vergunningbewijzen aanwijzen en daarbij nadere regels stellen.

Speelautomatenhalverordening Gemeente Heerhugowaard heeft een Speelautomatenhalverordening. De Speelautomatenhalverordening regelt het maximale aantal speelautomatenhallen in de gemeente, waar zo’n hal aan moet voldoen en hoe een vergunning voor het hebben van zo’n hal verleend wordt. De vergunning wordt bij verordening geregeld op grond van de Wet op de kansspelen. Het hoofdmotief is de openbare orde. Met de verordening wil de gemeente overlast en illegaliteit voorkomen. Dit motief ligt te ver af van het directe belang van de fysieke leefomgeving.

22

De toedeling van de functie aan locaties wordt geregeld in de bestemmingsplannen. Via de bestemmingsplannen komt dat aspect in het omgevingsplan terecht. Het advies is om de Speelautomatenhalverordening niet op te nemen in het omgevingsplan. Het kan wel van toegevoegde waarde zijn om de regels te bundelen met regels in de APV over andere inrichtingen die op grond van de openbare orde een vergunning behoeven. Langedijk heeft geen Speelautomatenhalverordening. Langedijk verbiedt middels bestemmingsplannen de vestiging van speelautomatenhallen. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Geen. DELEGATIES COLLEGE: Geen.

Winkeltijdenverordening De Winkeltijdenverordening is vastgesteld op grond van de Winkeltijdenwet (artikel 3). De regels gaan deels over de fysieke leefomgeving. Het hoort bij de functie winkels die aan locaties wordt toegedeeld. Het is bijvoorbeeld goed voor te stellen dat een ondernemer die een winkel wil openen bij de locatiekeuze de regels voor openingstijden zou willen raadplegen in het omgevingsplan. De openingstijden kunnen door bijvoorbeeld geluid, licht en drukte omgevingshinder opleveren. Een ander motief van de regelgeving betreft de economie, doordat openingstijden gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van winkels. Door de fysieke relevantie mogen de regels in het omgevingsplan staan, maar dat hoeft niet. Bij navraag bij specialisten over de Winkeltijdenverordening blijkt de regulering van het economisch klimaat het hoofdmotief van de regeling te zijn. De gevolgen voor de fysieke leefomgeving zijn een neveneffect. Om die reden is het af te raden om de verordening op te nemen in het omgevingsplan. Wel kan worden onderzocht in hoeverre ontsluiting van de informatie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet kan worden bewerkstelligd. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Geen. DELEGATIES COLLEGE: Geen.

Verordening gemeentelijke begraafplaatsen Op grond van de Lijkbezorgingswet hebben Langedijk en Heerhugowaard allebei een verordening over het beheer en gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen. De Lijkbezorgingswet blijft 23

ongewijzigd bestaan. Dat betekent dat de onderwerpen waarover deze wet stelt dat de gemeente daarover regels bij verordening moet vaststellen niet in het omgevingsplan mogen staan. Het gaat daarbij in ieder geval om tijdstippen waarop begrafenis- en crematieplechtigheden gehouden mogen worden. In de verordeningen staat een aantal artikelen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het gaat met name om grafbedekkingen en -monumenten en het voorkomen van geluidshinder. In de Lijkbezorgingswet staat dat bij onderliggend besluit nadere regels gesteld kunnen worden over grafbedekkingen en -monumenten, maar deze nadere regels zijn niet landelijk gesteld. Het betekent wel dat de Lijkbezorgingswet uitputtend over dit onderwerp gaat. Andere onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving die geregeld zijn in het Besluit op de lijkbezorging, zoals geurhinder uit grafkelders, de afstand tussen graven en de afstand tussen graven en grondwater komen niet in het stelsel van de Omgevingswet. Er staan regels in de verordeningen die gaan over het wijzigen van de fysieke leefomgeving, namelijk het plaatsen van grafmonumenten. Volgens de Omgevingswet zouden die regels in het omgevingsplan moeten staan, maar omdat de Wet op de lijkbezorging hierover gaat treedt de Omgevingswet terug en hoeven die regels niet in het omgevingsplan te staan.

Opname van deze regels in het omgevingsplan zou niet in strijd zijn met de Wet op de lijkbezorging dus opname in het omgevingsplan is facultatief. Een deel van de regels mag naar het omgevingsplan maar niet allemaal. Het is raadzaam om de regels over dit onderwerp bijeen te houden. Aangezien de meeste regels gaan over de uitvoering van de Lijkbezorgingswet en minder over de inrichting van de fysieke leefomgeving is het advies om de regels niet op te nemen in het omgevingsplan. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Geen. DELEGATIES COLLEGS: Geen.

Verordening dode gezelschapsdieren De Verordening dode gezelschapsdieren wordt gevorderd door de Wet dieren (artikel 3.5). Gemeente Heerhugowaard heeft deze verordening die gestoeld is op de Wet dieren. Gemeente Langedijk heeft een oudere Destructieverordening op grond van vervallen wetgeving, maar deze is door het overgangsrecht nog van kracht. De Wet dieren heeft als oogmerk het dierenwelzijn, en valt daarmee buiten het domein van de Omgevingswet. De afdeling in de Wet dieren die gaat over de omgang met kadavers heeft in afwijking daarvan het oogmerk een gezonde leefomgeving. Deze afdeling valt daardoor wel in het domein van de Omgevingswet. De verplichting tot het vaststellen van een Verordening dode gezelschapsdieren wordt in deze afdeling geregeld. Het verwijderen van stoffelijke overschotten van dieren heeft als doel om de hygiëne van de omgeving te borgen. Het wetsartikel stelt dat de gemeente de regels over de inzameling van dode gezelschapsdieren bij verordening moet regelen. Opname van de regels in het omgevingsplan is dus niet toegestaan.

24

BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Geen. DELEGATIES COLLEGE: Aanwijzing verzamelplaatsen dode gezelschapsdieren.

Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving De Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht bevat regels over het bestuurlijke toezicht op het omgevingsrecht. Dit is met name van toepassing wanneer het gaat om complexe gevallen waarbij meerdere bestuursorganen gemoeid zijn, en waarbij de Omgevingsdienst belangrijke uitvoerende taken heeft. Het zijn voornamelijk organisatorische regels die slechts op een heel indirecte wijze gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. De huidige regeling is gebaseerd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), welke komt te vervallen. De wetsregels worden neutraal overgenomen in de Omgevingswet. De wetsregels vereisen regels over dit onderwerp maar specificeren niet in welk document deze moeten staan. De regels mogen dus in het omgevingsplan maar het hoeft niet. Gezien het organisatorische karakter van de regels zijn ze waarschijnlijk niet relevant voor gebruikers van het omgevingsplan en zorgen ze voor onoverzichtelijkheid in het document. Het advies is daarom om de regels niet op te nemen in het omgevingsplan. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Geen. DELEGATIES COLLEGE: Geen.

Verordening naamgeving en nummering De verordening naamgeving en nummering of adressering is vastgesteld op grond van de Wet Basisregistratie Adressen en Gebouwen (Wet BAG), artikel 6. Deze wet stelt de gemeente verplicht de afbakening van percelen, panden, openbare ruimtes en dergelijke vast te stellen en deze te voorzien van namen en adressen. De Wet BAG sluit niet uit dat deze regels in het omgevingsplan kunnen staan. In de verordening is de gedoogplicht voor het plaatsen van naam- en nummerborden opgenomen. Dit betreft een regel over een wijziging van de fysieke leefomgeving. Deze regel moet verplicht in het omgevingsplan opgenomen worden. Omdat de regels verder vooral administratief van aard zijn en het omgevingsplan gericht is op wijzigingen, gebruik en beheer van de fysieke leefomgeving heeft opname van de regels in het omgevingsplan voor gebruikers van zowel het omgevingsplan als voor gebruikers van de Verordening naamgeving en nummering geen toegevoegde waarde. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: 25

Het wel of niet opnemen van administratieve bepalingen in het omgevingsplan. DELEGATIES COLLEGE: Hoofdstuk 2. Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van nemen aan de openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen. Hoofdstuk 3. Plaatsen van naam- en nummerborden. Hoofdstuk 4. Uitvoeringsvoorschriften.

Procedureverordening voor de advisering en tegemoetkoming bij planschade

Onder de Omgevingswet worden de regels over planschade aanmerkelijk veranderd. De regeling uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) wordt niet overgenomen in de Omgevingswet. In plaats daarvan krijgt de Omgevingswet een nieuwe regeling voor nadeelcompensatie (onder de Ow wordt niet meer gesproken van planschade), die aansluit bij de nog in te voeren afdeling 4.5 van de Awb. Deze stelselherziening beoogt de regels voor nadeelcompensatie minder sectoraal te regelen en juist te integreren. In de Omgevingswet staan aanvullende regels die specifiek zijn voor het omgevingsrecht. De grootste verschillen met de huidige planschaderegeling zijn het moment van vaststelling van indirecte planschade, het domein waarover de regeling geldt en een toename van het forfait van 2% naar 5%. Onder de Omgevingswet kan pas sprake zijn van indirect nadeel op het moment dat nadeel daadwerkelijk plaatsvindt en niet meer bij maximale invulling van het plan. Hierdoor wordt een drempel weggenomen om daarmee meer ontwikkelingsruimte te creëren. De procedureverordening regelt de procedure waarmee schade wordt vastgesteld door de gemeente en de aanstelling en werkwijze van de adviescommissie. In de nieuwe regelgeving kan de gemeente daarover nog steeds regels opnemen, zij het in het omgevingsplan.

Op dit moment is niet wettelijk bepaald dat de procedure voor advisering en tegemoetkoming vastgelegd móet worden, maar als dat gebeurt moet het in het omgevingsplan staan. Het is aan te raden om deze regels wel te behouden, zolang de Omgevingswet niet is ingegaan. Het is daarna aan te raden nieuwe regels gereed te hebben om op te nemen in het omgevingsplan, gebaseerd op de nadeelcompensatiewetgeving zoals die op dat moment bestaat. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Geen. DELEGATIES COLLEGE: Geen.

Exploitatieverordening Regels voor grondexploitatie moeten in het omgevingsplan geregeld worden. De Exploitatieverordening Langedijk bevat deze regels, maar deze zijn verouderd en stammen nog uit de tijd van de WRO. De regels die in deze verordening staan, worden inmiddels geregeld via Afdeling 6.4 van de Wro (de zogenoemde Grex-wet). De regels uit de verordening zijn dan ook niet meer van toepassing. In de huidige wetgeving is het wel mogelijk zelfbindende regels op te stellen over 26

procedurele aspecten. Inhoudelijk levert dit geen voordeel op en het is dan ook niet wenselijk om dit te doen. Dit wordt momenteel ook niet gedaan. De Exploitatieverordening bevat alleen regels die nu niet meer van toepassing zijn en moet dan ook worden ingetrokken. Onder de Omgevingswet moeten wel exploitatieregels in het omgevingsplan komen te staan, maar het gaat dan om regels die bij specifieke planologische besluiten horen. Het gaat daarbij om wat nu exploitatieplannen zijn die gekoppeld zijn aan bestemmingsplannen. Zo wordt de scheiding van vaststelling van exploitatieplan en bestemmingsplan opgeheven waardoor ze niet meer afzonderlijk appellabel zijn. Aanvullend biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om in plaats van regels bij een planologisch besluit exploitatievoorschriften bij een omgevingsvergunning te stellen. Ook in dat geval moeten de voorschriften in het omgevingsplan komen te staan. De exploitatieregels die in het omgevingsplan komen worden pas opgesteld bij wijzigingen van het omgevingsplan en hebben geen verordenend karakter. De algemene verordeningsregels kunnen het beste worden ingetrokken en daarom komen er geen exploitatieregels in de Verordening Fysieke Leefomgeving. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Intrekken van de Exploitatieverordening. DELEGATIES COLLEGE: Geen.

Coördinatieregeling Heerhugowaard heeft een coördinatieregeling op grond van de Wro, waarin besluiten worden aangewezen in welke gevallen de besluitvorming omtrent samenhangende besluiten gestroomlijnd wordt. De Wro komt te vervallen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor deze regeling dan geen juridische grondslag meer heeft. Tegelijk met inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de wetgeving over coördinatie in de Awb aangepast, waardoor het mogelijk blijft op dezelfde manier besluiten te coördineren. Hierdoor wordt altijd op grond van de Awb gecoördineerd, ongeacht de grondslag voor de te nemen besluiten. In het huidige omgevingsrecht kent de procedure in de Wro enkele voordelen ten opzichte van de procedure in de Awb. Het aanmerken van de gezamenlijke besluiten als één besluit onder de Wroregeling en de mogelijkheid direct bij de hoogste rechter in beroep te gaan, verkort de bezwaaren beroepsprocedure aanzienlijk ten opzichte van de regeling in de Awb. Om dit op te vangen wordt de Awb herzien om deze voordelen in de Wro-regeling over te zetten naar de Awb-regeling. Onder de vernieuwde Awb kunnen besluiten op dezelfde manier gecoördineerd worden als onder de huidige Wro-regeling. De gevallen waarin coördinatie plaatsvindt mogen aangewezen worden in het omgevingsplan.

Heerhugowaard heeft een coördinatieregeling waarin gevallen zijn aangewezen waarbij in elk geval gecoördineerd wordt. Langedijk besluit dit per geval. In het kader van de fusie zullen beide gemeenten dezelfde regeling moeten gaan treffen. De geraadpleegde medewerkers van beide gemeenten geven aan dat het voordelig is om een coördinatieregeling te hebben zoals Heerhugowaard die heeft. Langedijk kan dezelfde gevallen aanwijzen als Heerhugowaard om de regeling gelijk te trekken.

27

Tot ingang van de Omgevingswet (en het vervallen van de Wro) moet de regeling in de huidige vorm behouden blijven. Deze kan wel opgenomen worden in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet kan de regeling aangepast worden op de nieuwe terminologie en grondslagen. Langedijk heeft momenteel geen coördinatieregeling, maar doorloopt wel een traject om deze vast te stellen. Bij dit traject wordt aangesloten op de bestaande coördinatieregeling van Heerhugowaard zodat deze al geharmoniseerd zijn. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Beslissen over een nieuwe gezamenlijke coördinatieregeling.

DELEGATIES COLLEGE:

Vaststellen procedureregeling.

Algemene Verordening Recreatieschap Geestmerambacht Het recreatiegebied Geestmerambacht bestrijkt grond van meerdere gemeenten, namelijk Heerhugowaard, Langedijk, Alkmaar en Bergen. Om een gemeenschappelijke set regels voor dit gebied op te stellen is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een Gemeenschappelijke Regeling gemaakt. Hierdoor is een nieuw bestuursorgaan in het leven geroepen dat bekend staat als het Recreatieschap Geestmerambacht. De gemeenteraden van bovengenoemde gemeenten hebben voor dit deel van hun grondgebied de verordenende bevoegdheid gedelegeerd aan het Recreatieschap. De regels die het Recreatieschap voor dit gebied heeft opgesteld zijn verzameld in de Algemene Verordening Recreatieschap Geestmerambacht. Het gaat met name om regels voor de instandhouding van de fysieke omgeving. Omdat het voornamelijk regels betreft over de fysieke leefomgeving is de Omgevingswet relevant en zou het logisch zijn als de regels in een omgevingsplan zouden staan. Een omgevingsplan valt echter altijd precies in het gebied van één gemeente. Het Recreatieschap kan de regels ook niet in het omgevingsplan van Heerhugowaard en Langedijk zetten, want de gemeenteraad mag het wijzigen van het omgevingsplan alleen delegeren aan het college en niet aan een ander bestuursorgaan.

Omdat de regels gaan over de instandhouding van de leefomgeving en niet over de wijziging van de leefomgeving, hoeven de regels niet verplicht in het omgevingsplan te worden opgenomen. Het ligt voor de hand om de regels voor het hele Recreatieschap bij elkaar te houden, dat is het hele bestaansrecht van het Recreatieschap. Om die reden worden de regels voor de instandhouding van de leefomgeving van het Recreatieschap Geestmerambacht niet opgenomen in het omgevingsplan. BELANGRIJKE KEUZES BESTUUR: Besluiten of bijeenhouden van regels over de fysieke leefomgeving in een omgevingsplan of het bijeenhouden van regels voor het Recreatieschap het belangrijkst is. 28

DELEGATIES COLLEGE: Geen. Alle regels zijn gedelegeerd aan de Gemeenschappelijke Regeling.

5. Samenvatting De regels voor het wijzigen van de fysieke leefomgeving worden gebundeld in een Verordening Fysieke Leefomgeving, waarna deze in één keer of stap voor stap ondergebracht kan worden in het omgevingsplan. Zowel Langedijk als Heerhugowaard stellen afzonderlijk een VFL vast. Regels die te maken hebben met de fysieke leefomgeving worden zoveel mogelijk in de VFL ondergebracht, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. Dit wordt gedaan om het verbeteren van de integraliteit van ruimtelijk beleid te bevorderen. Dit is één van de doelstellingen van de Omgevingswet. Waar er geen verschillen zijn tussen de regels in Heerhugowaard en Langedijk worden de regels beleidsneutraal overgenomen. Daar waar de regels verschillen is dit inzichtelijk gemaakt. Een aantal regels komt wel voor in de ene, maar niet in de andere gemeente. In de gevallen dat het opnemen van die regel geen effect heeft op de andere gemeente wordt deze opgenomen. In de gevallen dat het wel effect heeft, wordt het behandeld als een verschil in de regels zoals hierboven toegelicht. In een aantal gevallen wordt ook de mogelijkheid tot het vereenvoudigen of laten vervallen van regels voorgesteld. Hieronder volgt de lijst van keuzes die door het gemeentebestuur genomen moeten worden voor elk van de verordeningen die geheel of gedeeltelijk opgenomen gaan worden in de VFL.

APV Keuzes maken over facultatieve losse artikelen. Keuzes maken voor geharmoniseerde vergunningstelsels. Keuzes maken over de structurele inrichting van de regels voor evenementen, geluid, standplaatsen en ligplaatsen. AVOI Keuzes over het moment dat de verplichte onderdelen (kabels en leidingen nutsvoorzieningen) in het omgevingsplan of de VFL worden gebracht. Bouwverordening Aanstellen Gemeentelijke Adviescommissie.* Opstellen regels voor de Gemeentelijke Adviescommissie.* Erfgoedverordening Aanstellen Gemeentelijke Adviescommissie.* Harmoniseren regels voor activiteiten waarvoor op meer dan 35 cm mag worden gegraven op archeologische monumenten. Harmoniseren regels voor het gebruik van metaaldetectoren. Afvalstoffenverordening Keuzes over de structurele inrichting van regels over afvalinzameling en zwerfafvalbeheer. Havenverordening** Keuzes over de structurele inrichting van regels over havens en ligplaatsen.

29

Marktverordening Keuzes over de structurele inrichting van regels over markt- en overige standplaatsen. Exploitatieverordening** Intrekken van de Exploitatieverordening. Coördinatieregeling Harmoniseren van de regels voor het coördineren van besluiten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Algemene Verordening Recreatieschap Geestmerambacht Keuze of regels die te maken hebben met de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan staan, of worden gedelegeerd aan het Recreatieschap. *Hier loopt een afzonderlijk traject voor ** Verordening van kracht in één gemeente

Bestuurlijke keuzes De lijst keuzes voor het gemeentebestuur is lang en kent veel opties en varianten. Daardoor bestaat een groot risico dat de afzonderlijke gemeentebesturen een van elkaar afwijkende Verordening Fysieke Leefomgeving vaststellen. Dit vertraagt het proces van het omzetten van de Verordeningen Fysieke Leefomgeving naar het gemeenschappelijke omgevingsplan. Om dit te voorkomen wordt de VFL in drie fases ingevoerd. I). Ten eerste wordt het dringende advies gegeven om eerst te besluiten om gezamenlijk een Verordening Fysieke Leefomgeving vast te stellen, die alleen afwijkt in het werkingsgebied. Hierdoor wordt voorkomen dat beide gemeenteraden een andere verordening vaststellen. II). Vervolgens wordt de keuze voorgelegd voor de structurele inrichting van de Verordening. De indeling van onderwerpen en vaststelling van welke regels wel of niet in de verordening komen worden met deze keuze bepaald. De volgende adviezen worden daarbij gegeven: •

•

• •

•

De regels voor evenementen en standplaatsen worden gescheiden in een ruimtelijk en een niet-ruimtelijk spoor. Hierbij worden de ruimtelijke regels in de VFL geplaatst en de nietruimtelijke regels voor evenementen en voor dagstandplaatsen in de APV en die voor marktstandplaatsen in de Marktverordening gelaten. De AVOI wordt voorlopig niet opgenomen in de VFL, wegens een ontbinding van integraliteit in regels over kabels en leidingen. Zodra het juridisch mogelijk wordt om de regels integraal over te nemen wordt dit zo snel mogelijk gedaan. De periode van de overgangsfase wordt benut om een soepele scheiding van regels voor kabels en leidingen van telecommunicatienetwerken en overige ondergrondse infrastructuur voor te bereiden indien de wetgever integrale opname van de regels niet juridisch faciliteert. De regels voor reguliere afvalinzameling worden niet in het omgevingsplan opgenomen, maar regels over afval in de openbare ruimte worden wel opgenomen. De Havenverordening wordt herzien en opgedeeld in regels over de fysieke omgeving en over de organisatie van de haven. De regels over de fysieke omgeving worden in de VFL geplaatst, de overige regels blijven in de Havenverordening. De Exploitatieverordening wordt ingetrokken. 30

•

De regels over de fysieke leefomgeving die in de Algemene Verordening Recreatieschap Geestmerambacht staan worden niet in het omgevingsplan gezet, maar blijven gedelegeerd aan het Recreatieschap.

III). Als laatste worden de Verordeningen Fysieke Leefomgeving zelf vastgesteld. Dit geldt voor alle onderwerpen die overgezet worden naar de VFL. Voor regels waar afwijkingen bestaan tussen de gemeenten worden varianten voorgelegd, met een toelichting bij die varianten. In deze fase komen de niet-beleidsneutrale regels aan bod, waardoor de eerste fase zo belangrijk is. Er bestaat de optie om onderdelen van de VFL uit te stellen indien er geen consensus is tussen de raden, maar dit gaat ten koste van de vloeiendheid van zowel het harmoniseren van gemeentelijk beleid in het kader van de fusie als van de implementatie van de Omgevingswet. Het is daarom sterk aan te bevelen niet van die optie gebruik te maken. Bij het opstellen van de inhoudelijke varianten wordt zoveel mogelijk uitgegaan van huidig beleid en bij het maximale behoud van de eigen invulling van beleid zoals dat nu in beide gemeenten bestaat. Omdat een groot deel van de regels die nu nog in verordeningen staan nog geharmoniseerd moeten worden, is het van belang rekening te houden met de beschikbare capaciteit binnen de organisatie om dit te doen. Hierbij wordt benadrukt dat de regels wel allemaal zo snel mogelijk moeten worden geharmoniseerd. Dat betekent dat er een prioritering wordt gemaakt. De prioritering is te vinden in bijlage III. Hieronder volgt in hoofdlijnen de strekking van de prioritering.

De belangrijkste onderwerpen om te harmoniseren zijn de onderwerpen die directe samenhang hebben met een succesvolle invoering van de Omgevingswet. Als deze onderwerpen niet goed geregeld zijn bij de invoering van de Omgevingswet kan er sprake zijn van tegenstrijdige regels, gebrekkige procedures of gebrek aan bescherming voor belangrijke onderdelen van de fysieke leefomgeving. Het gaat daarbij om de bescherming van monumenten, om de ruimtelijk relevante regels bij evenementen, de coördinatie van besluiten bij complexe aanvragen en om de procedure bij nadeelcompensatie (voorheen planschade). Voor deze laatste onderdelen (coördinatie en nadeelcompensatie) lopen separate trajecten binnen de organisatie. Daarna zijn activiteiten waar vaak vergunningen voor worden aangevraagd van belang. Dit zijn de door de VNG benoemde topactiviteiten. Deze hebben niet allemaal evenveel regels in gemeentelijke verordeningen. Sommige, zoals het kappen van bomen, zijn vrijwel geheel in verordeningen vastgelegd. Andere, zoals bouwvergunningen, hebben slechts in enkele gevallen met verordeningen te maken. De hoogste prioriteit wordt in deze gevallen gegeven aan de regels waar de regels het meeste van elkaar afwijken. Deze regels kunnen in de overgangsperiode tot 2029 worden geharmoniseerd, maar dat gaat ten koste van het dienstverleningsniveau bij de vergunningsaanvraag.

Als laatste worden regels die weinig gevolgen hebben als deze tijdens de overgangsperiode geharmoniseerd worden. Het gaat hierbij om losse regels, voornamelijk uit de APV, die zelden of nooit van toepassing zijn, of waarvan harmonisering kan plaatsvinden na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het gaat bijvoorbeeld om verontreiniging door honden en zwervende winkelwagentjes. In deze laatste categorie zit een aantal regels waarvan de toegevoegde waarde niet evident is. Ze worden niet of nauwelijks toegepast en betreffen onderwerpen die veelal geen afzonderlijke juridische regel behoeven. Dit soort regels komt al gauw betuttelend over. Vaak gaat het om regels die door de VNG in de model-APV als optioneel op te nemen zijn aangegeven of daar al niet meer in staan opgenomen. Het gaat bijvoorbeeld om de eerder genoemde zwervende winkelwagentjes, maar

31

ook om een verbod op akkerdistels of maatregelen tegen loslopend vee. Dit soort regels kan worden ingetrokken. Bij het voorstel voor de Verordening Fysieke Leefomgeving zal een lijst met deze regels overzichtelijk worden aangeboden. Na het vaststellen van de VFL staat deze klaar om overgezet te worden naar het omgevingsplan. Dit kan zodra de Omgevingswet in werking treedt. De datum van inwerkingtreding is vastgesteld op 1 januari 2022. Vanaf dat moment kan - en uiterlijk 1 januari 2029 moet - de VFL in zijn geheel opgegaan zijn in het omgevingsplan. Let hierbij op dat regels die verplicht in het omgevingsplan moeten komen maar die niet in de VFL staan, zoals mogelijk de AVOI, ook uiterlijk 1 januari 2029 in het omgevingsplan moeten staan. De Verordening kan in één keer worden overgezet, maar kan ook gefaseerd worden overgebracht.

32

Bijlage I – Overzicht opname gemeentelijke verordeningen in VFL Verordening

VFL

Afvalstoffenverordening

Deels. Geheel of geheel niet opnemen mogelijk

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

Nee

Regels over het aanleggen, verplaatsen en verwijderen van alle kabels en leidingen behalve kabels van telecommunicatienetwerken

Bouwverordening

Ja

geheel

Algemene Plaatselijke Verordening

Deels

Verplicht

Regels over wijzigen fysieke leefomgeving

Optioneel

Regels over fysieke leefomgeving die deze niet wijzigen

Verboden

Opmerkingen

Regels over openbare orde, Verder uitgewerkt in bijlage burgemeestersbevoegdheden II.

geheel

Regels over het aanleggen, verplaatsen en verwijderen van kabels van telecommunicatienetwerken

Bestaat uit twee delen: Een over de reguliere inzameling van huishoudelijk en bedrijfsmatig afval. Een over APV-achtige dingen als zwerfafval en dergelijke. Voor beide een overweging maken.

Met het oog op integraliteit en eenduidigheid is het zeer wenselijk om de regels voor telecommunicatiekabels en andere ondergrondse infrastructuren bij elkaar in hetzelfde document te laten. Er is meer tijd nodig om te onderzoeken hoe deze eenduidigheid geborgd kan worden onder de Omgevingswet.

33

Erfgoedverordening

Ja

Marktverordening

Deels

Havenverordening

Deels

geheel

Nee

Geheel

Parkeerverordening

Nee

Geheel

Winkeltijdenverordening

Nee

geheel

Verordening gemeentelijke begraafplaatsen

Nee

Verordening Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving

Mogelijk

Huisvestingsverordening

Speelautomatenhalverordening Nee

Verordening dode gezelschapsdieren

Nee

Verordening naamgeving en nummering

Deels

Procedureverordening voor de advisering en tegemoetkoming bij planschade

Ja

Geheel

Plaatsing grafmonumenten

Alles behalve plaatsing grafmonumenten

Kan toegevoegd worden aan de APV.

Motief regeling ligt buiten de fysieke leefomgeving.

geheel

geheel Gedoogplicht plaatsing straatnaamborden

Geheel met uitzondering van straatnaamborden.

geheel

Het concept planschade vervalt. Onder de Omgevingswet bestaat alleen nadeelcompensatie. Daarvoor kunnen ongeveer dezelfde regels voor worden opgesteld in het omgevingsplan.

34

Exploitatieverordening

Nee

Coördinatieregeling

Ja

Algemene Verordening

Nee

Recreatieschap Geestmerambacht

geheel

geheel

geheel

Deze verordening kan geschrapt worden omdat deze geen toegevoegde waarde heeft.

Onder de Omgevingswet wordt coördinatie anders geregeld en moet een nieuwe coördinatieregeling gemaakt worden. De regel kan alleen in het

omgevingsplan opgenomen worden binnen gemeentegrenzen. De toegevoegde waarde en het bestaansrecht van het Recreatieschap gaan verloren als hiervoor wordt gekozen.

35

Bijlage II – Opname regels APV in VFL Hoofdstuk

Afdeling

Verplicht

Optioneel

Verboden

2. Openbare orde en veiligheid, gezondheid en milieu

1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

-

-

2:1 t/m 2:9

2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 2: 12 Maken of veranderen van een uitweg 2:16 Openen straatkolken en dergelijke 2: 21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

2:14 Winkelwagentjes 2:23 Veiligheid op het ijs

-

1. Algemene bepalingen

-

-

1:1 t/m 1:9

Opmerkingen

De APV blijft bestaan en houdt daarom de algemene bepalingen. De VFL krijgt zijn eigen algemene bepalingen

Artikelen 2:14 en 2:23 zijn alleen in de APV Langedijk opgenomen. Artikelen 2:10 en 2:12 verschillen inhoudelijk tussen de APV Langedijk en de APV Heerhugowaard.

36

3. Evenementen

4. Toezicht op openbare inrichtingen en andere voor publiek openstaande gebouwen 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet

2:24 Definities (deels) 2:25A Vergunningsvrije evenementen (deels) 2:25B Meldingsplichtige evenementen (deels)

2:24 Definities (deels) 2:24A Evenementenkalender 2:25 Evenementen(vergunning)

Artikelen 2:24A, 2:25A, 2:25B, 2:25C en 2:25D zijn alleen opgenomen in de APV Heerhugowaard.

2:25C Algemene bepalingen (deels)

2:25A Vergunningsvrije evenementen (deels) 2:25B Meldingsplichtige evenementen (deels) 2:25C Algemene bepalingen (deels) 2:25D Weigeringsgronden 2:26 Ordeverstoring

Er zijn grote verschillen in de manieren waarop evenementen worden geregeld.

2:27 t/m 2:33

Evenementen worden geregeld via een evenemententoestemming en een omgevingstoestemming. Onder de Omgevingswet moeten alle regels met het oog op de omgeving in het omgevingsplan staan.

2:34a t/m 2:34g

37

2:35 t/m 2:38

6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf 7. Toezicht op speelgelegenheden

2:38a t/m 2:40

8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of

2:42 Plakken en kladden 2:46 Rijden over

schade

bermen en dergelijke 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen 2:57 2:62 Loslopend vee 2:63 Distelverbod

9. Bestrijding van heling van goederen

Alleen opgenomen in de APV Langedijk.

2:41; 2:43 t/m 2:45; 2:47 t/m 2:50; 2:52 t/m 2:53; 2:59 t/m 2:59a; 2:65

Artikelen 2:62 en 2:63 alleen opgenomen in APV Langedijk.

Artikelen 2:46 en 2:51 hebben een afwijkend advies voor opname in het omgevingsplan en zijn daarom schuingedrukt.

2:66 t/m 2:68

38

2:73a Carbid schieten

10. Carbid

2:74 t/m 2:74a

11. Drugsoverlast

3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen

2:71 t/m 2:72

2:75 t/m 2:88

12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

3:1 t/m 3:22

4.

1. Voorkomen of

4:1 Definities

Regels voor geluid wijken van

Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

beperken van geluidhinder en hinder door verlichting

4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 4:3 Melding incidentele festiviteiten 4:5 Onversterkte muziek 4:5b Geluidhinder door dieren 4:6 Overige geluidhinder

elkaar af. Onder Omgevingswet wordt geluid anders geregeld.

39

2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging

3. Het bewaren van houtopstanden

4:10 Definities 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 4:12 Beschermde houtopstanden 4:12A Bestrijding van plantenziekten

4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast 5. Kamperen buiten kampeerterreinen

4:19 Aanwijzing kampeerterreinen

4:8 Natuurlijke 4:7 Straatvegen behoefte doen 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen 4:9a Verbod oplaten ballonnen

4:12B Afstand tot de erfgrens

4:13 Opslag voertuigen, 4:15 Verbod hinderlijke of vaartuigen, mest, gevaarlijke reclame afvalstoffen en dergelijke 4:17 Definitie 4:18 Recreatief

Artikel 4:7 alleen in APV Langedijk opgenomen. Artikel 4:9a verschilt qua tekst.

Artikelen 4:12 en 4:12B alleen opgenomen in APV Heerhugowaard. Inhoudelijke verschillen: definities, weigeringsgronden vergunning, wijze van vaststellen beschermde bomen, bestrijding plantenziekten, afstand tot erfgrens Artikel 4:15 verschilt

Het doel van de regel is bescherming van de fysieke

40

nachtverblijf buiten kampeerterreinen

5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

1. Parkeerexcessen en stopverbod

5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 5:4 Defecte voertuigen 5:5 Voertuigwrakken 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 5:7 Reclamevoertuigen 5:8 Grote voertuigen 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen

leefomgeving. Regel staat in de APV omdat het gaat om incidenteel gebruik en daarom geen planologische relevantie heeft. Voor het omgevingsplan is de eis van planologische relevantie vervallen en de regel kan daarom opgenomen worden.

Artikelen 5:8 en 5:12 verschillen Gaat grotendeels wel over de fysieke leefomgeving, maar het is strijdig met WVW 1994 om de regels op te nemen in het omgevingsplan.

41

5:13

2. Collecteren 3. Venten

5:17 Definitie 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 5:19 Toestemming rechthebbende 5:20 Afbakeningsbepalingen

4. Standplaatsen

5. Snuffelmarkten

6. Openbaar water en waterstaatswerken

7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden 8. Vuurverbod

9. Asverstrooiing

5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 5:25 Ligplaats voertuigen 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

5:22 t/m 5:23

5:30 Veiligheid op het 5:29 Reddingsmiddelen water (Langedijk deels) 5:30 Veiligheid op het water (Langedijk deels) 5:30a Overlast aan vaartuigen

5:32 Crossterreinen (deels) 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

5:14 t/m 5:15

Standplaatsen mogen, maar hoeven niet in het omgevingsplan te staan. Zie ook marktstandplaatsen in de Marktverordening

5:24 alleen opgenomen in APV Langedijk. 5:30 Gebiedsaanduiding voor mechanische vaartuigen kan in omgevingsplan

5:32 Crossterreinen (deels)

5:35 Definitie 5:36 Verboden plaatsen 5:37 Hinder of overlast

42

6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen

6:1 t/m 6:7

43

Bijlage III – Voorstel prioritering harmonisatie Om de besluitvorming en de harmonisatie van de regels die in de Verordening Fysieke Leefomgeving terechtkomen soepel te laten verlopen, is het noodzakelijk om een prioritering te geven aan onderwerpen en activiteiten en te harmoniseren op volgorde van prioriteit. Uiteraard is het wel zo dat kansen benut moeten worden als deze zich voordoen. Waar het efficiënt is kan altijd van de prioritering worden afgeweken. Hieronder volgt een overzicht van de voorgestelde prioritering voor het harmoniseren van de regels die in de VFL komen Prioriteit Onderwerp of activiteit 1.

Nadeelcompensatie

Toelichting

2.

Evenementen

3.

Monumenten/erfgoed

Veelvoorkomende activiteit waarvan de regels geharmoniseerd moeten worden en waarvan de ruimtelijke en niet-ruimtelijke sporen gescheiden moeten worden. Dit is een grote klus waar op tijd mee begonnen moet worden. Bovendien moeten de regels voor geluid worden afgestemd op de regels in de bruidsschat. Deze moeten goed op elkaar aansluiten om tegenstrijdigheden te voorkomen.

4.

Coördinatieregeling

5.

Welstand

6.

Bomenkap/beheer houtopstanden

7.

Uitritten

Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert de wetgeving rondom planschade/nadeelcompensatie. Het is belangrijk dat de gemeente direct goed is aangesloten op de nieuwe regelgeving. Voor dit onderwerp loopt een separaat traject. Volledigheidshalve is het in deze lijst opgenomen.

De gemeente heeft zorgplicht over monumenten. Regels over monumenten en archeologie moeten direct goed geharmoniseerd zijn. Enkele zaken moeten gelijkgetrokken worden.

De fusiegemeente zal moeten besluiten in welke gevallen altijd coördinatie tussen bevoegde gezagen zal plaatsvinden. Dit gebeurt bij voorkeur door voor de fusie de twee gemeenteraden hierover te laten besluiten. Hiervoor loopt een afzonderlijk traject. De gemeente moet een gemeentelijke adviescommissie aanstellen die de welstandscommissie en monumenten- of erfgoedcommissies vervangen. Zowel het welstandsbeleid als de regels voor de commissie moeten geharmoniseerd worden vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet. De regels voor de commissie lopen via een separaat traject. Voor de volledigheid is het heir opgenomen. Veelvoorkomende vergunningaanvraag. Sterk afwijkend beleid tussen gemeenten. Kan met gebiedsgerichte regels goed geharmoniseerd worden.

Matig veel voorkomende activiteit. Hiervoor is in het kader van een interne pilot al beleid voor uitgewerkt in twee varianten.

8.

Standplaatsen

9.

Bouw en sloop

10.

Overige regels beheer fysieke leefomgeving

Matig veel voorkomende activiteit. De regels hierover moeten geherstructureerd worden. Dit is een intensieve klus die ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet kan worden gedaan. Veelvoorkomend maar met weinig regels in lokale verordeningen. Daar waar er verordeningen relevant zijn, zijn deze al identiek of vallen ze onder bovenstaande onderwerpen. Opname in deze lijst is voor compleetheid

Dit gaat om losse regels die niet voor inwerkingtreding geharmoniseerd hoeven te worden en die niet of nauwelijks toegepast worden. Het gaat voornamelijk om verboden, zorgplichten of gedoogplichten van heel specifieke gevallen.

42

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=0b15b980-b812-4158-93c6-347f14965935