CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_BP_Kruidenhof 26 te Diemen_05-10-2021.pdf

Gemeenteraadsvergadering 25 november 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Bestemmingsplan Kruidenhof 26 e.o. (uitbreiding supermarkt)13.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Beleid provincie - Watervisie 2021 De Provinciale watervisie beschrijft de kaders voor waterbeheer in Noord-Holland. De belevingswaarde van het alom aanwezige water en de mogelijkheden die het biedt, het leven met en strijden tegen, dat is wat Noord-Holland uniek maakt. Vanuit dit vertrekpunt wil de provincie met het waterbeleid Noord-Holland mooier, bedrijviger en veiliger maken dan het al is, op een haalbare en betaalbare manier. De provincie zet het waterbeleid daarom zo in dat er een impuls vanuit gaat voor de leefomgevingskwaliteit en/of het vestigingsklimaat. Er wordt onderscheid gemaakt in twee thema's, te weten “Veilig” en “Schoon en “Voldoende”. Binnen deze thema's worden doelen gesteld. De doelen voor het thema Veilig zien vooral toe op het in orde zijn van de regionale ke-

30

ringen, het beperken van slachtoffers, economische schade en een adequate rampenbestrijding. Bij dijkversterkingen moet aandacht zijn voor een goede ruimtelijke inpassing. Bij Schoon en Voldoende gaat het er vooral om dat er schoon grondwater moet zijn en schoon en voldoende oppervlaktewater, zwemwater en drinkwater Beleid Waterschap - Waterbeheerplan2016-2021 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Keur 2019 Het plangebied, gelegen in de gemeente Diemen, valt binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. Het waterschap heeft de zorg voor het regionale watersysteem: optimale bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van schoon water en efficiënte zuivering van afvalwater. Belangrijke kernwoorden daarbij zijn ‘duurzaam’ en ‘kosteneffectief’. Het waterschap vindt de intrinsieke waarde van water als beeldbepalend element in de leefomgeving heel belangrijk. Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en ‘robuust’ (toekomstbestendig) watersysteem.

In het Waterbeheerplan Amstel, Gooi en Vecht 2016-2021 zijn de volgende strategische doelen voor de langere termijn (2030) opgenomen:  samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit;  een klimaatbestendig en waterrobuust gebied;  steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte;  een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid;  water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie;  gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water;  gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen;  vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit;  afstemming over alle watertaken per stroomgebied;  behoud van de zelfstandige bevoegdheid. Om de strategische doelen te behalen ligt de focus van het Waterschap (AGV) op onder andere de volgende punten:  Veiligheid staat voorop;  Schoon en voldoende oppervlaktewater;  Stedelijk waterbeheer. In de Keur 2019 staan de regels van het waterschap, die gaan over het gebruik en onderhoud van water, oevers en dijken. Ook de middelen die het waterschap heeft om zijn werk goed te doen staan in de Keur beschreven.

Uiteindelijk wil het waterschap met de Keur de volgende doelen bereiken:  Schoon en genoeg water in onze sloten, grachten en meren;  Sterke dijken tegen overstromingen;  Gezonde waterplanten en vissen.

31

Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt de uitbreiding van een bestaande supermarkt mogelijk gemaakt. Navolgend wordt het plan getoetst aan de gestelde thema’s ten aanzien van het aspect water. Verharding Met dit bestemmingsplan nemen de verhardingsmogelijkheden in vergelijking met de bestaande situatie niet toe. Het plangebied is reeds geheel verhard en voorziet dan ook niet in een verdere verharding. De bestaande parkeervoorziening bij het wijkwinkelcentrum zal worden heringeircht. Bij de inrichting van het gebied zullen voorzieningen gerealiseerd worden om het regenwater ter plaatse te infiltreren of bergen. Bij de inrichting van het nieuwe parkeerterrein worden bijvoorbeeld graskeien toegepast in de parkeervakken. Daarnaast wordt er bij de herinrichting voor gezorgd dat de parkeerplaats aan de zijde van de sloot geen opstaande banden heeft en hierdoor bij hevige regenbuien het regenwater af kan stromen naar de sloot. Hiervoor zijn ook geen volledige drempels toegepast, maar kussendrempels, zodat het water ook de drempels kan passeren. Bij de rioolvervanging wordt een DIT-riool toegepast in de nieuwe situatie bij het regenwaterriool. Voor deze maatregelen is voldoende ruimte. Watercompensatie Ter plaatse van het plangebied wordt geen oppervlaktewater gedempt. Het is derhalve niet nodig om watercompensatie door te voeren.

Als de verharding niet toeneemt, hoeft er geen vergunning voor de verharding aangevraagd te worden. Waterkering Raadpleging van de legger van het Waterschap AGV (zie navolgende afbeelding) wijst uit dat onderhavig plangebied niet is gelegen in de beschermingszone van een waterkering. Dit bestemmingsplan heeft tevens geen invloed op overige waterstaatkundige elementen.

Legger Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, met daarop het plangebied weergegeven (rode ster) (Bron: Waterschap AGV).

Waterwingebied / grondwaterbescherming Raadpleging van de provinciale viewer wijst uit dat onderhavig plangebied niet is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied.

32

Wateroverlast De openbare ruimte in Diemen-Zuid dient zodanig te zijn ingericht dat een neerslaggebeurtenis van 120 mm in één uur verwerkt kan worden zonder dat water de panden in loopt. Dit houdt praktisch in dat 30 mm/uur wordt afgevoerd door de riolering en 90 mm geborgen wordt op het maaiveld. De hemelwaterriolering in het plangebied wordt vervangen, waarbij de klimaattoets ‘hydraulische analyse regenwaterstelsels’ het uitgangspunt is voor het nieuwe stelsel. Wateronderlast (droogte) De nieuwe hemelwaterriolering wordt uitgevoerd als DIT-riolering (drainage, infiltratie en transport). Door het toepassen van dit systeem wordt gedurende droge periodes het grondwater aangevuld. Waterkwaliteit De beoogde nieuwbouw zal worden aangesloten op de bestaande rioolvoorziening. Het gebruik van uitlogende materialen, zoals lood, zink en koper, is niet toegestaan. Het bestemmingsplan heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit. Vuilwaterriolering Het onderheide stamriool blijft liggen. Deels ligt dit onderheide riool onder de reeds bestaande detailhandelsfunctie. Door de uitbreiding wordt een groter deel overbouwd. Voor de bescherming van de ligging van dit riool wordt het huidige opstalrecht uitbreid. De aanwezige huisaansluitingen worden wel vervangen. Aandachtspunt is dat er geen bomen komen bovenop de huisaansluitingen.

Klimaatadaptatie Conform het vGRP (2019-2023) moet de invulling en uitwerking van het bestemmingsplan klimaatadaptief zijn. Hiervoor dienen bij de herinrichting maatregelen getroffen te worden in lijn met hoofdstuk 3.3.3 van het vGRP. Deze maatregelen zijn onderverdeeld in ‘kansrijke, aanvullende en meewerkende maatregelen’ en dragen integraal bij aan het tegengaan van wateroverlast, hittestress en eventuele droogte. Navolgende afbeelding toont de klimaatatlas van het Amstel-, Gooi- en Vechtgebied. Hierin is de berekende waterdiepte op het maaiveld bij een bui van 120 mm in een uur weergeven. Binnen het plangebied zijn geen grote structurele knelpunten aanwezig.

Klimaatatlas, waterdiepte nabij het plangebied (rode ster) (Bron: Waterschap AGV).

33

Het plangebied betreft een verblijflocatie en heeft daarom prioriteit ten aanzien van het tegengaan van hittestress. De dominante maatregel ten aanzien van hittestress is het planten van (grote) bomen op handige locaties. Ook het toepassen van lichtgekleurde materialen is positief. Hittestress wordt bestreden door de aanplant van groenvoorzieningen en bomen. Deze voorzieningen hebben doorgaans te lijden onder het uitzakken van de grondwaterstand tijdens (extreme) droogte. De gemeente Diemen past drainage infiltratie transport (DIT) riolering toe om het uitzakken van de grondwaterstand te voorkomen. Deze riolering staat in directe verbinding met het oppervlaktewater. Door het voorkomen van lage grondwaterstanden gedurende een droge periode wordt de droogtestress voor groenvoorzieningen zo veel mogelijk beperkt. Navolgende afbeelding toont de hittestress rondom het plangebied. Oranje en rood duidden op relatief warmere gebieden, en groen en geel op relatief koelere gebieden. Uit de figuur valt op te maken dat groen een verkoelend effect heeft. Dit is bijvoorbeeld te zien bij de laanstructuur langs de Boven Rijkersloot. Deze laanstructuur zal behouden blijven, waardoor gesteld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling de klimaat adaptieve structuur waarborgt.

Daarnaast zal gebruik worden gemaakt van lichtgekleurde materialen en zal bij de herinrichting van de openbare ruimte gekeken worden naar de mogelijkheden om zo veel mogelijk groen te realiseren. Daarbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor het plaatsen van groen en bomen op plekken die zorgen voor koelte op de aanwezige waterleidingen in het gebied. Op veel plekken ligt de waterleiding echter onder het trottoir langs de winkels. Het inpassen van bomen zal hier niet echt veel op grote schaal kunnen, omdat hiervoor de ruimte onvoldoende e aanwezig is. Wel worden de huidige bomen (3 orde) vervangen voor bomen van de e 2 orde met een betere plantplaats. Hierdoor zal er meer schaduwwerking komen op de trottoirs en zo ook ter plaatse van de waterleiding.

Hittestress nabij het plangebied (rode ster) (Bron: Klimaatatlas MRA).

Conclusie Gelet op voorgaande vormen de aspecten water en klimaatadaptatie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

34

4.9

Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing Raadpleging van de beheersverordening ‘Zuid’ wijst uit dat ter plaatse een archeolo2 gisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 500 m en dieper dan 50 cm. De bodemingrepen voor de uitbreiding van de supermarkt zullen niet meer dan 2 500 m bedragen. Derhalve is een archeologisch onderzoek niet benodigd. In dit bestemmingsplan is ter bescherming van (eventuele) archeologische waarden de ter plaatse geldende archeologische dubbelbestemming overgenomen. De aanwezigheid van archeologische vondsten kan echter nooit geheel worden uitgesloten. Wanneer tijdens de uitvoering van werkzaamheden een monument wordt gevonden moet dit op grond van de Erfgoedwet (artikel 5.10 en 5.11) verplicht worden gemeld aan de Minister van OCW en de gemeente Diemen.

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.10

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing Op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is aangegeven waar cultuurhistorische waarden en archeologische (verwachtings)waarden te vinden zijn. De gemeente Diemen heeft daarnaast ook een beleidsnota 'cultuurhistorie' laten opstellen. Ook hierop is te zien waar archeologische waarden te verwachten zijn. In of nabij het plangebied liggen geen waardevolle cultuurhistorische structuren. Daarbij komt dat met de ontwikkeling wordt aangesloten bij de huidige stedenbouwkundige kenmerken en dat de aanwezige structuren gehandhaafd blijven. Daarmee wordt gesteld dat de ontwikkeling niet zorgt voor eventuele aantasting van aanwezige cultuurhistorische waarden.

35

Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie, met daarop het plangebied weergegeven door middel van een rode stip (Bron: Provincie Noord-Holland).

Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.11

Verkeer en parkeren Verkeer 2 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in 576 m bvo aan extra supermarktoppervlak. Om deze te kunnen realiseren wordt een deel van het bestaande wijkwinkelcentrum bij de nieuwe winkel gevoegd. Het betreft een deel van de gronden van de slager à 76 2 2 m bvo, waardoor er per saldo minder dan 500 m bvo aan nieuwe detailhandelsmogelijkheden ontstaan. Gezien de beperkte uitbreiding van de supermarkt verwachten we een beperkte stijging van de verkeersbewegingen. De inschatting is dat deze toename in het heersende verkeersbeeld kan worden opgenomen. Naar verwachting zal de supermarkt 2 vrachtwagens in de dagperiode en 1 vrachtwagen in de avondperiode aantrekken ten behoeve van de bevoorrading. De inschatting is dat deze vrachtwagens in het heersende verkeersbeeld kunnen worden opgenomen. Parkeren Het parkeren gebeurt volledig in de openbare ruimte ter plaatse van de reeds aanwezige parkeervoorziening voor het wijkwinkelcentrum. De gemeente Diemen heeft ter plaatse van deze parkeervoorziening parkeertellingen uitgevoerd. Momenteel kent het parkeerterrein een capaciteit van 109 parkeervakken. Hieronder zijn 5 gehandicaptenparkeerplaatsen en de locatie van de vishandel (op locatie van 4 parkeervakken).

De parkeerdruk is gemeten op verschillende momenten, om op basis hiervan te kunnen bepalen welke consequentie het verminderen van de parkeercapaciteit heeft op de parkeerdruk.

36

Op de volgende momenten zijn tellingen uitgevoerd: Moment Donderdag 10-10-2019 13:30 uur Zaterdag 12-10-2019 13:00 uur Dinsdag 15-10-2019 11:04 uur Woensdag 16-10-2019 15:58 uur Dinsdag 22-10-2019 11:41 uur

Resultaat 35 auto’s, waaronder 27 bewonersontheffingen 72 auto’s, waaronder 34 bewonersontheffingen 45 auto’s, visueel, dus geen bewonersontheffingen geteld 72 auto’s, visueel, dus geen bewonersontheffingen geteld 51 auto’s, visueel, dus geen bewonersontheffingen geteld

Op basis van deze telling lijkt de maximale parkeerdruk te liggen rond 72 gebruikte parkeerplaatsen. Op de meest voorkomende momenten zal de parkeerdruk inderdaad rond dit meetresultaat liggen. Er zijn waarschijnlijk momenten waarop de feitelijke parkeerdruk hoger ligt. Bijvoorbeeld op piekmomenten aan het begin van de avond, in het weekend en rond feestdagen. Mede op basis van de beoogde uitbreiding van de bestaande supermarkt zal ook de openbare ruimte in en rondom de parkeervoorziening opnieuw ingericht worden. Voor de beoogde herinrichting is een inrichtingsplan opgesteld, waaruit volgt dat er in de beoogde situatie sprake is van 82 parkeerplaatsen, inclusief 3 gehandicaptenparkeerplaatsen.

VO inrichtingsplan (Bron: De Stuurlui).

37

Het uitgangspunt is dat bezoekers van het winkelcentrum parkeren op de parkeervoorziening. De parkeervoorzieningen kennen een blauwe zone. In deze zone mag alleen kort geparkeerd worden met een parkeerschijf (maximaal 2 uur). Op basis van de parkeertellingen kan wordt geconcludeerd dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is (de maximale parkeerdruk is lager dan het aantal parkeerplaatsen). Verwacht wordt dat de ontwikkeling van de supermarkt niet leidt tot extra parkeerbehoefte, waardoor gesteld wordt dat er voldoende parkeerplaatsen voorhanden zijn. Er wordt in het plan rekening gehouden met voldoende fietsparkeerplaatsen. Bij de herinrichting van het parkeerterrein worden vijf extra fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee faciliteert de gemeente het gebruik van de fiets van- en naar het winkelcentrum. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.12

Duurzaamheid De gemeente Diemen heeft in de Diemense duurzaamheidsagenda haar lange termijn doelen beschreven met betrekking tot duurzaamheid:  2040 fossiel onafhankelijke gemeente.  49% CO2-reductie in 2030, 90% in 2050 (Klimaatakkoord). Binnen dit project wordt voor wat betreft de supermarkt alle energiebesparende maatregelen doorgevoerd, zoals opgenomen in de Wet milieubeheer. Daarnaast wordt in de koelinstallatie een natuurlijk koudemiddel (CO 2) gebruikt in plaats van chemisch. Verder wordt onderzocht om zonnepanelen toe te passen en wordt gekeken naar de mogelijkheden om gasloos te worden.

38

5

Wijze van bestemmen

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat:  de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en  de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ). Een bestemmingsplan regelt derhalve:  het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor:  het bebouwen van de gronden;  het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.1.2

Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.

39

2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3

Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelregel, algemene afwijkingsregels en overige regels. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 40

5.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Dit bestemmingsplan kent de bestemming ‘Centrum’ en ‘Verkeer’ en de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’. Centrum Bijna het gehele plangebied is voorzien van de bestemming ‘Centrum’. Deze bestemming voorziet onder meer in woningen, horeca, dienstverlening en detailhandel, waartoe een supermarkt behoort. Horeca, dienstverlening en detailhandel zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ geldt op de begane grond uitsluitend woningen zijn toegestaan. De aanduiding ‘laad- en losplaats’ regelt dat alleen ter plaatse van die aanduiding een laad- en losplaats is toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ondergeschikte voorzieningen' zijn op de tweede bouwlaag uitsluitend ondergeschikte voorzieningen ten behoeve van detailhandel toegestaan, zoals een kantine, magazijnruimte en/of kantoor. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan en dienen te voldoen aan de op de verbeelding aangegeven maximum bouwhoogte. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - luifel' is een luifel met een bouwhoogte van maximaal 4,5 meter toegestaan.

Voor de realisatie van een logo (‘Diemen Zuid’) is de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - signing’ op de verbeelding opgenomen, die regelt dat ter plaatse een signing met een maximum bouwhoogte van 4 meter is toegestaan. Voor deze functie is een specifieke vorm van meten opgenomen in artikel 2. Voor het meten van de bouwhoogte van de signing wordt niet peil aangehouden als ijkpunt, maar het dak. Verkeer Binnen de bestemming ‘Verkeer’ zijn naast verkeersfuncties zoals wegen, voetpaden en fietspaden, ook onder andere parkeer-, groen-, water- en speelvoorzieningen toegestaan. Voor het bouwen van een paar gebouwen zijn bouwregels opgenomen. Tot slot is de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in deze bestemming opgenomen. Waarde - Archeologie 2 De met deze dubbelbestemming aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), ook bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Met een omgevingsvergunningstelsel worden deze waarden in voldoende mate beschermd.

5.2.2

Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

41

Parkeren In de overige regels is een parkeerregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat een omgevingsvergunning voor bouwen slechts wordt verleend indien voldoende parkeergelegenheid is gerealiseerd, conform de meest recente CROW-publicatie ten aanzien van parkeren.

42

6

Economische haalbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt met het bepaalde in afdeling 6.4 het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten, wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan. De zogenaamde “aangewezen bouwplannen” waarbij een exploitatieplan verplicht is en welke zijn opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn:  de bouw van een of meer woningen;  de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofd2 gebouw met ten minste 1.000 m of met een of meer woningen;  de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;  de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 2 m bedraagt; 2  de bouw van kassen met een oppervlakte van tenminste 1.000 m . Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de initiatiefnemer als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling van kostenverhaal.

Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.

43

7 7.1.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft uitsluitend Waterschap Amstel Gooi en Vecht besloten om een reactie kenbaar te maken. Het waterschap heeft samengevat (puntsgewijs) de volgende reactie gegeven:  Gevraagd wordt om de Keur Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2019 en het Waterbeheerplan 2016 – 2021 op te nemen onder regionaal beleid in hoofdstuk 3 van de toelichting.  Gevraagd wordt om de behandeling van het Waterbeheerplan 2016 – 2021 in paragraaf 4.8 van de toelichting te actualiseren.

 Gevraagd wordt om in paragraaf 4.8 toe te lichten aan welke voorzieningen gedacht wordt ten aanzien van het bergen of infiltreren van het regenwater.  Geadviseerd wordt om in paragraaf 4.8 de voldoende zin toe te voegen: “Als de verharding niet toeneemt, hoeft er geen vergunning voor de verharding aangevraagd te worden.”  Gevraagd wordt om in de paragraaf 4.8 te benadrukken dat het gebruik van uitlogende materialen niet is toegestaan.  Gevraagd wordt om in paragraaf 4.8 de hittestresskaart van de MRA toe te gebruiken.  Geadviseerd wordt om bij de herinrichting van de openbare ruimte rekening te houden met de ligging van de waterleidingen en te kijken naar mogelijkheden van het gebruiken van koelte van groen en bomen.  Geadviseerd wordt om vroegtijdig contact met Waternet op te nemen over de noodzakelijke verplaatsing van de distributieleiding van drinkwater. In voorliggend bestemmingsplan zijn de suggesties van het waterschap overgenomen en verwerkt in de toelichting. Ook worden de adviezen verder ter harte genomen voor de verdere uitvoering van het plan.

7.1.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal te zijner tijd voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage liggen. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=0dbb887b-8683-4a42-a840-7e49b0e06b2d