Ruimtelijke Onderbouwing Stammerdijk 38 Diemen (hobbymatig) .pdf
Tekst van het document
Dit is vertaald in vijf beleidsuitgangspunten: − de kerngebieden en ondersteunende gebieden worden optimaal ingericht en beheerd voor de betreffende doelsoorten; − de knelpunten in het systeem van ecologische verbindingszones worden opgelost; − de natuurwaarden in de woonwijken worden verhoogd; − alle natuur wordt zo toegankelijk mogelijk gemaakt voor recreanten; − het leefgebied van de ringslang in stand houden en uitbreiden. Naast het Natuurbeleidsplan Diemen is er in 2017 een geactualiseerde Natuurwaardenkaart opgesteld tezamen met andere kaarten van de Gemeente Diemen. Hiervoor is zowel de stadsnatuur, als natuur van de recreatiegebieden aan de oostkant van de gemeente Diemen geïnventariseerd en in kaart gebracht. Deze gegevens zijn gebruikt om een natuurwaardenkaart te maken. Diemen is een natuurrijke gemeente. Dat blijkt uit de Natuurwaardenkaart. Op deze kaart wordt de natuurwaarde van een bepaalde gebiedseenheid uitgedrukt in een cijfer van 1 tot en met 5. Een 1 staat voor lage natuurwaarden. Een 5 staat voor topnatuur op regionale, soms zelfs landelijke schaal.
28
Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38
3 oktober 2021
Afbeelding: Natuurwaardenkaart Diemen 2017 (projectlocatie indicatief aangegeven met een zwarte pijl)
Uit de natuurwaardenkaart blijkt dat het plangebied in een gebied valt met een waarde 4. Dit is een hoge score. Zoals eerder in deze paragraaf is geconcludeerd is er geen sprake van verstoring van diersoorten op het perceel en worden er ook geen significante effecten op het NNN verwacht.
3.8 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologische erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde ‘veroorzakerprincipe’. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. Ondertussen is dit vertaald in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die op 1 september 2007 van kracht is geworden. Met name de Erfgoedwet is door de Wamz aangepast en gaat concreet in op de bescherming van archeologische waarden in bestemmingsplannen. In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is reeds onderzocht waar archeologisch waardevolle gebieden zijn te verwachten. Voor het voorliggende projectgebied is bepaald dat de kans 29
Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38
3 oktober 2021
op archeologische vondsten klein is en daarom is geen archeologisch onderzoek nodig. Bovendien vindt er geen diepgaande afgraving plaats. Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect archeologie er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het project. Cultuurhistorie Zoals in paragraaf 2.2 reeds is beschreven is er geen strijd met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland. Vanuit de PRV is het projectgebied ook niet aangewezen als aardkundig waardevol gebied. Aardkundige waarden zijn daarom niet aanwezig en worden ook niet aangetast. De gemeente Diemen heeft een ‘Beleidsnota Cultuurhistorie Diemen’. Het doel van de Beleidsnota Cultuurhistorie Diemen is: − De aanwezige cultuurhistorische waarden inventariseren en documenteren. − Deze waarden beschermen door beheer en instandhouding te stimuleren en waar nodig te ondersteunen. − 'Behoud door ontwikkeling realiseren' door het aangeven van mogelijkheden waardoor op verantwoorde wijze een nieuwe toekomst wordt geboden aan de aanwezige cultuurhistorische waarden. − De bewustwording over de cultuurhistorie van Diemen vergroten en de samenwerking met externe partijen die te maken hebben met cultuurhistorie versterken. Zoals uit de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie en de PRV blijkt zijn in het projectgebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig.
Het betreft voorts een gedeelte weiland waarvan het slotenpatroon niet wordt gewijzigd. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt bestaan daarom geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
3.9 Bodemkwaliteit De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. In het voorliggende geval wordt er een hobbymatige paardenhouderij gerealiseerd met paddock en paardenbak. Het huidige gebruik als woonperceel en het weiland waar de paddock en paardenbak
30
Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38
3 oktober 2021
worden geplaatst geven geen aanleiding om een bodemonderzoek uit te voeren. De verwachting is dat de milieuhygiënische situatie van de bodem voldoende is voor de te realiseren functie.
3.10 Waterhuishouding In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen (of het voeren van vergelijkbare procedures). In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) dat verplicht is bij ruimtelijke procedures, wordt vooroverleg gepleegd met de waterbeheerder: Amstel, Gooi en Vecht. Waterbeheerplan AGV 2016 - 2021 Op 8 oktober 2015 heeft het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht het Waterbeheerplan AGV 2016-2021 goedgekeurd. Het is het tweede waterbeheerplan van AGV in de nieuwe 6-jarige waterplancyclus van rijk, provincie en waterschap. Het waterbeheerplan heeft als titel meegekregen: 'Waterbewust en waterrobuust'. Het waterbeheerplan gaat in op de hoofdtaken van het waterschap: veiligheid, voldoende water, schoon water. Ook wordt aandacht gegeven aan de maatschappelijke (neven)taken: nautisch en vaarwegbeheer, recreatief medegebruik, natuurbeheer en cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden. Voor elk van deze thema's is aangegeven wat het wensbeeld is op de korte (tot 2021) en langere termijn (2030), wat de doelen zijn en de aanpak op hoofdlijnen is en op welke indicatoren de resultaten van dat taakveld worden beoordeeld.
Keur AGV De Waterschapswet zegt in artikel 78 dat het waterschap verordeningen mag opstellen voor de "behartiging van aan het waterschap opgedragen taken". In december 2011 is de Keur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) vastgesteld. De Keur van het AGV is gericht op het beschermen van de wateraan- en -afvoer, de bescherming tegen wateroverlast en overstroming en op het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem. In de toelichting bij de Keur is aangegeven dat de aanleg van verhard oppervlak in beginsel leidt tot een grotere belasting van het oppervlaktewatersysteem en/of rioleringssysteem, omdat pieken in de regenafvoer minder worden afgevlakt door infiltratie. Bij nieuwbouw in stedelijk gebied, verdichting in bestaand stedelijk gebied of de aanleg van wegen is sprake van verharding van gebieden waar voorheen water in de bodem kon worden geborgen. De toename van de belasting van het oppervlaktewatersysteem moet daarom worden gecompenseerd door de initiatiefnemer. Dat betekent dat het watersysteem na de realisering van de verharding niet zwaarder belast mag worden dan voordien. Op grond van artikel 4.20 van de Keur (2017) is het verboden om in ander gebied dan stedelijk en glastuinbouwgebied meer dan 5.000 vierkante meter verharding aan te brengen.
Watertoets De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit (ruimte voor water) en waterkwantiteit en veiligheid (overstroming).
31
Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38
3 oktober 2021
Waterkering De locatie waar de paddock en de paardenbak worden gerealiseerd is gelegen buiten het invloedsgebied van de functie als secundaire waterkering die de Stammerdijk heeft. Het toestaan van de hobbymatige functie heeft geen invloed op de waterkering. Waterkwaliteit Uitgangspunt voor het plan is dat hemelwater en afvalwater apart dient te worden ingezameld. Voorwaarde is dan wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Geadviseerd wordt om met het oog op de waterkwaliteit altijd het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink maximaal te voorkomen en dat er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt op de verharding. Zo wordt voorkomen dat er ongewenste stoffen in het oppervlaktewater terechtkomen, waardoor een negatief effect ontstaat op de waterkwaliteit. Er worden geen nieuwe gebouwen opgericht, waardoor afstroming van daken niet aan de orde is. De verharding die wordt aangelegd ten behoeve van de verharding van de paddock zorgt niet voor de afstroming van koper, lood of zink. Waterberging Als gevolg van de paddock neemt de oppervlakteverharding toe. Deze toename blijft echter ruim onder de grens van 5.000 m2 die geldt op grond van de Keur. Conclusie Uit de beschreven watertoets blijkt dat er voor de uitvoerbaarheid van het project geen belemmeringen zijn op het aspect waterhuishouding.
3.11 Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage. In het besluit wordt onderscheid gemaakt in m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en m.e.r.plichtige activiteiten. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Het voorliggende initiatief kan worden geschaard onder D.14: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. In kolom 2 wordt genoemd dat de drempelwaarde voor paarden ligt op 100 stuks. In voorliggend geval betreft het een hobbymatige paardenhouderij 7 paarden. Dit aantal blijft ruim onder de drempelwaarde. Bovendien ligt het projectgebied niet in een kwetsbaar gebied of een gebied met een beschermde status.
Uit de uitgevoerde quick scan blijkt ook dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat er significante gevolgen zijn voor beschermde flora en fauna of nabijgelegen gebieden. Er is dan ook geen aanleiding een (vormvrije) MER-beoordeling uit te voeren. 32
Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38
3 oktober 2021
4 Uitvoerbaarheid De gronden waarop het project zal plaatsvinden is in particulier eigendom. Uit de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is niet gebleken dat er een financieel risico bestaat voor de uitvoering van het project. De kosten voor de behandeling van de omgevingsvergunning zijn verzekerd via de legesverordening van de gemeente Diemen. De buurpercelen liggen op grote afstand van de projectlocatie. Planschade wordt daarom niet verwacht.
33