CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke Onderbouwing Stammerdijk 38 Diemen (hobbymatig) .pdf

Gemeenteraadsvergadering 25 november 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen paardenpension - Stammerdijk10.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Paardenbak en paddock t.b.v hobbymatige paardenhouderij Stammerdijk 38, Diemen

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

Datum aanvraag Versie Project Auteur Telefoonnummer E-mailadres Status

3 oktober 2021

: 22 mei 2019 : 3 oktober 2021 : Paardenbak en paddock t.b.v. hobbymatige paardenhouderij Stammerdijk 38 : George Beentjes (Planoloog) : 06-83072629 : g.beentjes@visserenvandam.nl : Concept indiening

2

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Inhoudsopgave

1

2

Inleiding .......................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding................................................................................................................................ 4

1.2

Locatie ..................................................................................................................................... 4

1.3

Planbeschrijving....................................................................................................................... 5

1.4

Bestemmingsplan .................................................................................................................. 10

Ruimtelijk beleid ........................................................................................................................... 15 2.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 15

2.1.1

S1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .......................................................................... 15

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ................................................... 16

2.1.3

Ladder duurzame verstedelijking .................................................................................. 16

2.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 16

2.2.1

Omgevingsvisie NH2050 ................................................................................................ 16

2.2.2

Omgevingsverordening NH2020 ................................................................................... 18

2.3

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 22

2.3.1 3

4

Structuurvisie Diemen ................................................................................................... 22

Omgevingsaspecten...................................................................................................................... 23 3.1

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 23

3.2

Geluid .................................................................................................................................... 23

3.3

Externe veiligheid .................................................................................................................. 24

3.4

Luchthavenindelingsbesluit (LIB) ........................................................................................... 25

3.5

Milieuzonering....................................................................................................................... 26

3.6

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 26

3.7

Ecologie ................................................................................................................................. 27

3.8

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 29

3.9

Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 30

3.10

Waterhuishouding ................................................................................................................. 31

3.11

Besluit milieueffectrapportage .............................................................................................. 32

Uitvoerbaarheid............................................................................................................................ 33

Bijlagen I. Quick scan ecologie, Stammerdijk 38 te Diemen, Els & Linde, 16 oktober 2019 II. Berekening stikstofdepositie locatie Stammerdijk 38 te Diemen, Busscher Milieu Advies, 27 november 2020

3

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om de realisatie van een paardenbak en paddock ten behoeve van hobbymatig gebruik naast een woonfunctie op Stammerdijk 38 in Diemen mogelijk te maken. In 2015 is een positieve reactie gegeven op het ingediende principeverzoek voor legalisatie van een paardenpension op Stammerdijk 38. Voorwaarde hierbij was dat het een paardenpension met maximaal 20 paarden betreft, waarvan 11 voor eigen gebruik, inclusief een paddock en een buiten rijbak. Naderhand is ingestemd met een vergroting van de paardenbak en tevens met verlichting rondom de paardenbak, onder voorwaarde dat de verlichting zo milieu- en natuurvriendelijk als redelijkerwijs mogelijk is zou worden aangelegd en dat de paardrijbak bijdraagt aan de benodigde bestendige verbetering van het landschap. Door de stikstofproblematiek is het niet haalbaar gebleken om 20 paarden te houden op het perceel. Hierdoor is het aantal paarden teruggebracht naar 7 en is ervoor gekozen om geen paardenpension meer op te zetten, maar de paarden voor eigen gebruik (hobbymatig) te houden. De projectlocatie is gesitueerd op de bestemming Wonen en Natuur-Weiland die een paardenbak en paddock niet (direct) toelaten. Om het initiatief te realiseren is een omgevingsvergunning aangevraagd om voor de strijdigheid af te wijken van het bestemmingsplan.

Het voorliggende document is de ruimtelijke onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat de afwijking van het bestemmingsplan ruimtelijk aanvaardbaar is en dat wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden vanuit de gemeente. In dit hoofdstuk wordt hierna de locatie beschreven en wordt het initiatief evenals het bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt het relevante beleid behandeld en in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die voor de ontwikkeling aan de orde zijn. Hoofdstuk 4 gaat in op de uitvoerbaarheid.

1.2 Locatie De projectlocatie is gelegen aan de Stammerdijk op nummer 38. De projectlocatie is onderdeel van het kadastrale perceel G 251. Dit perceel omvat het erf van de woning inclusief aangrenzende gronden. De Stammerdijk loopt langs het water De Gaasp en begint in Driemond als Lange Stammerdijk en loopt onder de A9 door tot de Muiderstraatweg bij Diemen. Vanaf het perceel lopen paden die leiden naar het Diemerbos. De navolgende afbeelding toont de projectlocatie en toont de ligging in de omgeving. Op de luchtfoto is te zien dat de paardenbak al aanwezig is.

4

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Afbeelding: luchtfoto van de projectlocatie en de ligging van de projectlocatie in de omgeving

1.3 Planbeschrijving Het betreft hier een legalisatie, dus feitelijk is de functie er. Echter wordt hierna een vergelijking gemaakt tussen de huidige planologische situatie (zonder paarden, paardenbak en paddock) en de gewenste planologische situatie, want dat is wat er vergund dient te worden.

5

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Bestaande situatie In de bestaande situatie is er op het perceel een woonhuis aanwezig. Aan het woonhuis is een bijgebouw verbonden dat is ingericht als stal. Achter het stalgedeelte is een 6-kantige hooiberg aanwezig. Verder zijn er nog twee schuren en staat er een container als bijgebouwen bij de woning.

Afbeelding: aanzicht perceel vanaf de Stammerdijk

De navolgende afbeelding toont de bestaande situatie. Hierop zijn de verschillende gebouwen die aanwezig zijn en hiervoor zijn genoemd weergegeven. Tevens is aan de noordoostzijde een mestopslag aanwezig, die reeds aanwezig is vóór 2002.

Afbeelding: bestaande planologische situatie 6

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Nieuwe situatie In de nieuwe situatie wordt het perceel naast het wonen gebruikt ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden. Als onderdeel hiervan worden er een paddock en een paardenbak gerealiseerd aan de zuidzijde van het perceel.

hooiopslag

Afbeelding: nieuwe situatie

De paddock wordt verhard met stelconplaten en krijgt een omheining met een hoogte van 1,10 meter. De omheining bestaat uit hardhouten palen die met elkaar worden verbonden door hardhouten balusters (0,02 x 0,14 x 2,50 meter). De paddock krijgt een omvang van 13 bij 15 meter. Ook de paardenbak (zand) krijgt een omheining in dezelfde uitvoering en materialisering als de paddock. De paardenbak krijgt tevens 12 lichtmasten met een hoogte van 5,00 meter. De masten zijn van hardhout en hebben naar beneden gerichte armaturen (downlight) met zeer energiezuinige ledverlichting. Door het naar beneden te richten wordt de invloed om de omgeving beperkt en wordt alleen de paardenbak verlicht. De paardenbak krijgt een omvang van 19 x 40 meter. Een paardenbak in deze omvang is noodzakelijk voor het hobbymatig houden van de paarden. In de winterperiode is het bos namelijk slecht begaanbaar en is het vroeg donker. Alle paarden die aanwezig zijn zullen wel dagelijks voldoende beweging moeten krijgen. Vandaar dat de omvang en de verlichting noodzakelijk zijn. De navolgende afbeelding toont een deelaanzicht van de omheining van de paardenbak. De paddock krijgt dus hetzelfde hekwerk, alleen zonder verlichting.

7

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Afbeelding: deelaanzicht omheining paardenbak

De navolgende afbeeldingen tonen referentiebeelden van de uitvoering van de omheining van de paardenbak en de lichtmasten.

Afbeeldingen: referentiebeelden uitvoering omheining en lichtmasten paardenbak

De paardenbak en de paddock worden bereikbaar via een klinkerpad met een breedte van 4,20 meter. De paardenbak is hiermee goed toegankelijk. De aan- en afvoer van materialen en voer gebeurt via de bestaande erftoegangsweg en er kan worden geparkeerd op eigen terrein. 8

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Het paardenpension biedt plaats aan maximaal 7 paarden voor eigen gebruik. De paarden kunnen buiten staan in de paddock en bereden worden in de paardenbak. Het perceel staat via paden in verbinding met het Diemerbos, waar de paarden heen worden bereden. Overdag staan de paarden in de weilanden die tot het eigendom van de initiatiefnemer behoren en de weilanden van Staatsbosbeheer. In de avond en ’s nachts staan de paarden in de stallen die aanwezig zijn. De paarden zijn als volgt verdeeld (zie afbeelding nieuwe situatie): - Stal 1: o 1 paard (3 jaar en ouder) o 2 paarden (jonger dan 3 jaar) o 1 pony (3 jaar en ouder) o 1 pony (jonger dan 3 jaar) - Stal 2: 1 volwassen paard - Stal 3: 1 pony (jonger dan 3 jaar) Verder is er een hooimijt aanwezig voor de opslag van vlas, stro en de tractor. Daarnaast zijn er twee gebouwen aanwezig die dienen als opslag: opslag 1 voor het woongebruik en lege jerrycans diesel, opslag 2 volledig ten behoeve van de paarden. De loods achter de woning is in gebruik ten behoeve van het wonen als opslag. De hooiopslag is een plek waar hooibalen staan opgeslagen. De mestopslag is reeds bestaand. Landschappelijke inpassing Met de voorliggende aanvraag wordt beoogd een verbetering van de ruimtelijke uitstraling tot stand te brengen.

Zoals door de gemeente Diemen is aangegeven in haar principebesluiten van 20 januari 2016 en 5 juli 2018, gelden er voorwaarden voor de realisatie van de paardenbak en paddock met verlichting. Op 13 juni 2017 is door de stedenbouwkundige van de gemeente een voorstel gedaan wanneer sprake is van een bestendige verbetering van het landschap. De voorstellen die gedaan zijn, zijn verwerkt in de hiervoor beschreven nieuwe situatie. De materialisering van de hekwerken om de paardenbak en paddock zijn op elkaar afgestemd en uitgevoerd in donker houtwerk. De lichtmasten zijn conform de hoogte die is voorgesteld en het licht wordt naar beneden gericht om lichtuitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. De verlichting wordt zeer energiezuinig uitgevoerd. Hiermee wordt voldaan aan de eis dat de paardenbak met verlichting zo milieu- en natuurvriendelijk als redelijkerwijs mogelijk is wordt uitgevoerd. In overleg met de gemeente zijn er afspraken gemaakt over te verwijderen bouwwerken op het perceel, waaraan inmiddels gehoor is gegeven. De openheid van het landschap is belangrijk. Door de paardenbak en paddock uit te voeren in het donkere houtwerk valt het minder op en gaat het op in het landschap. Het zicht vanaf de Stammerdijk richting het Diemerbos blijft behouden. De navolgende afbeelding toont dit.

Dit toont de bestaande situatie (ander hekwerk en lichtmasten) die nog wordt gewijzigd. Te zien is dat er visueel een getrapte overgang van bebouwing wordt gerealiseerd, dat steeds meer wegvalt in de omgeving. De donkere houten onderdelen van de paddock en paardenbak zullen wegvallen in de achtergrond. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds de hoogte van de Stammerdijk waardoor men over de paardenbak en paddock heen kijkt, maar ook door de donkere materialen en de doorzichtigheid van de het hekwerk van de paardenbak en paddock. Hiermee wordt een goede landschappelijke inpassing van de paardenbak en paddock gerealiseerd. 9

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Afbeelding: zicht vanaf de Stammerdijk toont de getrapte overgang van bebouwing

Op het perceel is tevens een mestvaalt aanwezig. Hier is een milieuvergunning voor (2 december 1997) en valt daarmee onder het overgangsrecht. Er is geen aanleiding handhavend op te treden en zodoende wordt de mestvaalt meegenomen in de aanvraag en vergund. Verder is er een hooiopslag aanwezig, welke is gelegen buiten de bestemming Wonen. Hoewel deze ook deel uitmaakt van de milieuvergunning, wordt deze met het oog op een betere inpassing verplaatst naar een stuk grond binnen de bestemming Wonen. Zie hiervoor de eerder afgebeelde situatietekening.

1.4 Bestemmingsplan Het bestemmingsplan dat momenteel vigeert is het bestemmingsplan Buitengebied dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 26 september 2013. Het paardenpension wordt gerealiseerd op de enkelbestemming Wonen en op de enkelbestemming Natuur-Weiland. De paddock en de paardenbak worden geprojecteerd op de bestemming Natuur-Weiland. De overige gebouwen ten behoeve van het paardenpension liggen binnen de woonbestemming. Er is geen ruimte binnen de woonbestemming om de paardenbak en paddock te realiseren. Daarom zijn de paddock en paardenbak op de bestemming Natuur-Weiland gerealiseerd. De stacaravan die aanwezig was op het perceel is inmiddels permanent verwijderd als onderdeel van de afspraken die met de gemeente zijn gemaakt om de verrommeling op te heffen en het perceel landschappelijk beter in te passen. Wonen (artikel 21) De bestemming Wonen geeft aan dat de gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met daaraan ondergeschikt: b. aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; met daarbij behorende: c. paden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. tuinen; f. erven; g. parkeervoorzieningen.

10

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Het perceel is aangewezen als Wonen met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen voormalig agrarisch bedrijfsperceel’. Dit betekent dat de gronden tevens mogen worden gebruikt voor hobbymatige agrarische activiteiten. Hobbymatige agrarische activiteiten zijn: ‘het op kleine schaal en niet voor bedrijfsmatige doeleinden uitvoeren van agrarische activiteiten, waaronder het houden van vee.’ Uit jurisprudentie 1 blijkt dat het houden van 7 paarden voor eigen gebruik kan worden gezien als hobbymatig en niet hoeft te worden beschouwd als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Een beperking in het aantal paarden volgt voorts ook niet uit de definitie van het bestemmingsplan. Het oppervlak dat maximaal mag worden bebouwd met aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen is begrensd op 520 m2. Deze oppervlakte wordt niet overschreden. Conclusie Het gebruik van het perceel voor het houden van 7 paarden voor eigen hobbymatig gebruik naast het wonen, past binnen de definitie van hobbymatige agrarische activiteiten. Er is derhalve geen strijd met de bestemming Wonen. Natuur-Weiland (artikel 11) De voor Natuur-Weiland aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en ontwikkeling van natuurwetenschappelijke, ecologische en landschappelijke waarden van de weilanden; b. het beweiden door dieren; c. recreatief medegebruik; met daaraan ondergeschikt: d.

erfontsluitingswegen ten behoeve van woningen en bedrijven; met daarbij behorende: e. paden en ontsluitingswegen; f. straatmeubilair; g. parkeervoorzieningen; h. bruggen en viaducten; i. nutsvoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De paddock en paardenbak kunnen passen binnen de definitie van ‘recreatief medegebruik’ uit de begrippenlijst behorende bij de regels: ‘een recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen, paardrijden, sport en spel, picknicken en daarmee gelijk te stellen activiteiten, dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan.’ Het gaat om het berijden en laten uitlopen van paarden dat als ondergeschikte functie binnen de bestemming Natuur-Weiland is toegestaan. De hekwerken om de paddock en paardenbak heen zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hiervoor gelden de volgende regels (artikel 11.2.2): − de bouwhoogte van bouwwerken van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,5 meter; 1

ECLI:NL:RBOVE:2014:4485

11

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

−

3 oktober 2021

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, uitgezonderd bruggen en viaducten, mag niet meer bedragen dan 4 meter.

De bouwhoogte van de hekwerken blijven binnen de bouwhoogte die gelden voor erf- of perceelsafscheidingen, maar ze zijn niet als erf- of perceelsafscheidingen aan merken. De lichtmasten vallen onder de noemer van overige bouwwerken en overschrijden de maximale hoogte met 1 meter. Artikel 11.3.2 geeft de mogelijkheid om een paardenbak te realiseren ten behoeve van een hobbymatige paardenhouderij bij een burgerwoning. Hierna wordt getoetst in hoeverre de paardenbak kan voldoen aan de voorwaarden. De voorwaarden zijn: a. maximaal 1 paardenbak en/of stapmolen per bedrijfswoning of burgerwoning wordt gerealiseerd; b. maximaal 2 paardenbakken en/of stapmolens bij een manege worden gerealiseerd; c. de paardenbak en/of de stapmolen als volgt wordt/worden gesitueerd: 1. achter hoofdgebouwen; 2. tenminste 20 m uit de rand van de weg; 3. tenminste 1,5 m uit de slootranden; 4. maximaal 50 m achter de bestaande, legale bebouwing binnen het bouwvlak; 5. minimaal 25 m van woningen van derden; d. de omvang van de paardenbak niet meer bedraagt dan 20 m bij 40 m en de doorsnede van een stapmolen niet meer bedraagt dan 20 m; e. de hoogte van een hek rondom een paardenbak en/of een stapmolen niet meer bedraagt dan 1,50 m; f.

indien de paardenbak en/of de stapmolen vanaf de weg zichtbaar is, afschermende beplanting wordt aangebracht, mits hierdoor geen doorbreking plaatsvindt van bestaande zichtlijnen op het open weidegebied; g. de paardenbak en/of de stapmolen wordt voorzien van waterdoorlatend bodemmateriaal; h. lichtmasten bij de paardenbak en/of stapmolen niet zijn toegestaan; i. er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende en overige nabij gelegen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt. Er wordt 1 paardenbak gerealiseerd. Aan de situeringsvoorwaarden wordt voldaan, met uitzondering van de eis dat de paardenbak achter het hoofdgebouw moet worden gerealiseerd. Ook de afmetingen van de paardenbak voldoen. De hoogte van het hekwerk voldoet. Afschermende beplanting tast in voorliggend geval de zichtlijn op het open weidegebied aan en wordt daarom niet toegepast. De paardenbak wordt voorzien van zand en is dus waterdoorlatend materiaal. Lichtmasten worden in dit geval toegepast en zijn in strijd met de betreffende voorwaarde. Het gebruik als paardenbak dichtbij het bestaande woonperceel tast de gebruiksmogelijkheden van aangrenzend weidegebied niet aan, het betreft een extensief gebruik waarbij zorgvuldig de materialisering en lichtmasten is gekozen in overleg met de gemeente (zie paragraaf 1.3).

Ook de verder gelegen woonpercelen ondervinden geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden, hierop wordt ook in paragraaf 3.5 ingegaan. De paardenbak voldoet aan de afmetingseisen, maar voldoet niet op het punt van verlichting en situering. De paddock is geen paardenbak en is niet toegestaan. 12

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Artikel 11.4.1 geeft aan dat er een omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden. De volgende werken of werkzaamheden vallen hieronder: a. het aanleggen van wegen, parkeerplaatsen, verharde fiets- of wandelpaden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het diepploegen, ontginnen, ophogen, afgraven of egaliseren van de grond; c. het dempen, graven of veranderen van waterlopen of waterpartijen; d. het aanbrengen van ondergrondse leidingen; e. het verwijderen van bosopstanden, houtsingels, het slechten van houtwallen en het bebossen van gronden; f. het beplanten van gronden met meer dan vijf bomen per perceel. Het aanleggen van het klinkerpad, het aanbrengen van de zandlaag in de paardenbak en de stelconplaten vallen onder de verplichting tot omgevingsvergunning (aanlegvergunning). Deze kan worden verleend onder de voorwaarde dat de natuurlijke, natuurwetenschappelijke, ecologische, aardkundige en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. In paragraaf 1.3 is reeds gemotiveerd dat de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. Verder in dit document worden de overige aspecten behandeld. Er is ter plaatse geen sprake van aantasting van aardkundige waarden, want deze waarden zijn hier niet aanwezig (paragraaf 3.8).

Op de natuur(wetenschappelijke) en ecologische waarden wordt ingegaan in paragraaf 3.7. De activiteit ‘uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden’ is bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. De mestopslag valt onder de bouwregels van artikel 11.2.2 en voldoet aan de bouwregels van lid d. Echter, de functie van mestopslag past niet binnen de bestemmingsomschrijving van de bestemming Natuur – Weiland. Omdat de mestplaat van voor de peildatum van 2002 is, valt het onder het overgangsrecht en wordt er niet handhavend tegen opgetreden. Voorts sluit de mestplaat bijna aan aan de woonbestemming waardoor er in samenhang met de lange aanwezigheid geen negatieve invloed op de natuurlijke waarden van de bestemming wordt verwacht. De mestplaat kan daarom worden vergund en wordt meegenomen in voorliggende aanvraag omgevingsvergunning. De hooiopslag is geen bouwwerk maar puur een gebruik. Het gebruik past niet binnen de bestemmingsomschrijving. Echter, het perceel waar de opslag plaatsvindt heeft geen grote landschappelijke waarde omdat het is afgezonderd van de weilanden die meer oostelijk zijn gelegen.

Conclusie bestemmingsplan - Het hobbymatig houden van paarden past binnen de bestemmingsomschrijving van de bestemming Wonen (artikel 21.1.1) en past binnen de gebruiksmogelijkheden van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijfsperceel’ (21.1.4). - De paardenbak en paddock passen binnen de bestemmingsomschrijving van artikel 11.1.1. - De paardenbak en paddock voldoen niet aan de bouwregels uit artikel 11.2.2 en ook niet aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van artikel 11.3.2. - Voor het aanbrengen van de oppervlakteverharding en het zand op de bestemming NatuurWeiland is een omgevingsvergunning nodig op grond van artikel 11.4.1. Aan de voorwaarden voor verlening van deze vergunning (artikel 11.4.3) kan worden voldaan. 13

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

-

3 oktober 2021

De mestbak/mestopslag past niet binnen de regels van het bestemmingsplan, maar het overgangsrecht en de situering bieden een basis om de mestbak te vergunnen. De hooiopslag past niet binnen de regels van het bestemmingsplan.

14

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

2 Ruimtelijk beleid 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 S1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: • Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. • Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. • Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. • Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. • Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. • Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. • Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.

• Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.

Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. 15

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Voorliggend plan raakt geen van voornoemde nationale belangen. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) in werking getreden. In het Barro zijn regels opgenomen met betrekking tot onderwerpen die een nationaal belang hebben. Het gaat hierbij onder meer om Rijksvaarwegen, de ecologische hoofdstructuur en primaire waterkeringen. Het voorliggende initiatief raakt geen belangen die in de SVIR en het Barro zijn verwoord. 2.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt.

In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De voorliggende ontwikkeling is de vestiging van een kleinschalige hobbymatige agrarische functie naast een woonbestemming. Deze activiteit is niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladderonderbouwing is in voorliggend geval daarom niet nodig. Desalniettemin moet bij iedere ruimtelijke ontwikkeling in afwijking van het bestemmingsplan worden onderbouwd dat er wordt voorzien in een behoefte 2. Zoals in paragraaf 1.3 is beschreven is er sprake van een legalisatie. De paardenbak en paddock zijn reeds aanwezig. De investering die in voorliggend geval worden gedaan om de illegale situatie in overeenstemming te brengen met de planologisch(e) (gewenste) situatie getuigd van de behoefte die er bestaat en de levensvatbaarheid van de functie. Hiermee voldoet het plan aan artikel 3.1.6 Bro.

2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie 2 Zie bijvoorbeeld: RvS, uitspraak van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943

16

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: 1. Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.

Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. 2. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. 3. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. 17

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

1. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. 3. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Het voorliggende initiatief betreft een ondergeschikte ontwikkeling bij een woonbestemming. Omdat het wordt gerealiseerd op een natuurbestemming dient het zorgvuldig te worden ingepast. Vanuit de gemeente zijn randvoorwaarden aangegeven waaraan wordt voldaan. Hiermee is een goede ruimtelijke inpassing geborgd. Omdat de paarden kunnen worden bereden vanuit de projectlocatie naar het Diemerbos draagt het ook bij aan de beleving van het landschap. Ook benut het toeristischen recreatieve functies. Geconcludeerd wordt dat er geen strijd is met de Omgevingsvisie NH2050.

2.2.2 Omgevingsverordening NH2020 De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. We zoeken naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. Voor de projectlocatie zijn de regels van het werkingsgebied ‘Landelijk gebied’ relevant. Artikel 6.4 bepaalt dat kleinschalige ontwikkelingen mogelijk zijn indien: a. op de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan; b. het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; en c. het aantal burgerwoningen niet toeneemt. De locatie heeft reeds deels een stedelijke functie en de functiewijziging gaat niet gepaard met vergroting van bebouwd oppervlak. De realisatie van de paddock en de paardenbak wordt gerealiseerd buiten de woonbestemming.

Dit wordt niet gezien als Bestaand Stedelijk Gebied (BSG) en dus is het ‘landelijk gebied’. Artikel 6.4 geeft aan dat wanneer er sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, er rekening moet worden gehouden met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Hierna wordt aan deze leidraad aandacht besteed.

18

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

De projectlocatie is gelegen in het ensemble Vechtstreek. Het ensemble Vechtstreek ligt ten oosten van Amsterdam en grenst aan de oostzijde aan Het Gooi. Het Gooi en de Vechtstreek worden vaak in één adem genoemd en zijn ook landschappelijk met elkaar verbonden. In het veenrivierenlandschap in het westen van het ensemble zijn kronkelige riviertjes met uitwaaierende verkavelingen karakteristiek, in het veenpolderlandschap in het oosten zijn de ontginningslinten en de langgerekte verkavelingspatronen kenmerkend. Veel veenpolders zijn voor turfwinning vergraven tot veenplassen. Het gebied is een belangrijk natuur- en recreatiegebied voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Diemerscheg vormt een van de scheggen van Amsterdam. In het noorden hebben de snelwegen A1 en A6 grote invloed op het landschap. Het westelijk deel van het ensemble wordt doorsneden door het Amsterdam-Rijnkanaal. De Stelling van Amsterdam valt in de Vechtstreek samen met de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie. Landschappelijke karakteristiek De Vechtstreek bestaat uit een veenlandschap met veenrivieren en veenpolders. Het veenrivierenlandschap in het westen heeft uitwaaierende verkavelingen (met de oeverwal van de kronkelige rivier als basis), het veenpolderlandschap in het oosten heeft meer langgerekte, evenwijdige verkavelingen met lintbebouwing.

Het onderscheid tussen beide landschapstypen is niet heel erg groot. De navolgende afbeelding laat zien dat de projectlocatie is gelegen op de rand van het veenrivierenlandschap en de getransformeerde bosrijke recreatiegebieden.

De Vechtstreek bestaat uit een veenlandschap met veenrivieren en veenpolders. Het veenrivierenlandschap in het westen heeft uitwaaierende verkavelingen (met de oeverwal van de kronkelige rivier als basis), het veenpolderlandschap in het oosten heeft meer langgerekte, evenwijdige verkavelingen met lintbebouwing. Het onderscheid tussen beide landschapstypen is niet heel erg groot. Openheid en ruimtebeleving De veenweidepolders geven (van oorsprong) een open landschapsbeeld. De inundatiegebieden en de verboden kringen van de waterlinies ten oosten van de Vecht hebben het landschap opengehouden. In het oosten is het landschap verdicht door de aanwezige moerasbossen rond de veenplassen. 19

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

In het noorden van het ensemble is het landschap verdicht en versnipperd geraakt door grootschalige infrastructuur en (recreatieve) groengebieden. De navolgende afbeelding toont dat het projectgebied niet is gelegen in een gebied met belangrijke openheidswaarden.

Ruimtelijke dragers De rivier de Vecht vormt de belangrijkste ruimtelijke drager. In het zuiden zijn bredere oeverwallen afgezet en liggen talrijke buitenplaatsen. In het noorden zijn de oevers bebouwd met boerderijen. In het westen vormen de dijken van het Gein en de Gaasp dragers. De projectlocatie is gelegen nabij de Gaasp als ruimtelijke drager. Aan deze ruimtelijke drager wordt met de realisatie van het paardenpension met paddock en paardenbak geen afbreuk gedaan.

Dynamiek 20

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

De Vechtstreek is belangrijk voor de recreatie en kent veel route-gebonden vormen van recreatie (fietsen, wandelen, varen), gericht op het beleven van natuur en cultuurhistorie. De Diemerscheg vormt een van de groene scheggen van Amsterdam, maar het recreatiegebied is sterk versnipperd door snelwegen. Met nieuwe routes en meer natuurkwaliteit wordt geprobeerd het gebied aantrekkelijker te maken en te beschermen. Ontwikkelprincipes Voor de Vechtstreek zijn in de Leidraad enkele ontwikkelprincipes gegeven: − De karakteristiek van het veenrivierenlandschap met uitwaaierende lijnen en het veenpolderlandschap met plassen en evenwijdige lijnen is leidend. − In de Vechtstreek blijft openheid van het militair-strategische landschap ervaarbaar. − Sluit aan bij de Vecht als ruimtelijke drager in het open landschap. Aan de ontwikkelprincipes die gesteld zijn wordt met voorliggend initiatief geen afbreuk gedaan. Geconcludeerd kan worden dat er met voorliggend initiatief geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke karakteristiek, de ruimtelijke dragers, de openheid en ruimtebeleving, de dynamiek of de ontwikkelprincipes van de Vechtstreek. Er is daarom geen strijd met artikel 6.4. van de Omgevingsverordening. Het plangebied is voorts gelegen in een Bijzonder provinciaal landschap, een continuering van de voormalige ligging in Bufferzone.

Hiervoor is in artikel 6.46 het volgende geregeld. Artikel 6.46 Bijzonder provinciaal landschap 1. De kernkwaliteiten van het Bijzonder provinciaal landschap zijn vastgelegd in Bijlage 6. 2. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Bijzonder provinciaal landschap bevat regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. 3. In afwijking van artikel 6.3 bevat het ruimtelijk plan geen regels die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. 4. Het ruimtelijk plan kan regels bevatten die een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, mits deze ontwikkeling de voorkomende kernkwaliteiten niet aantast. 5. De toelichting op het ruimtelijk plan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en een motivering van de wijze waarop wordt voldaan aan het tweede en, indien van toepassing, het vierde lid. 6. Indien uit de motivering volgt dat maatregelen noodzakelijk zijn om te voldoen aan het bepaalde in het vierde lid, dan dient de uitvoering hiervan te zijn geborgd bij de vaststelling van het ruimtelijk plan. 7. In afwijking van het vierde lid kan het ruimtelijk plan regels bevatten die de volgende ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken: 8. een uitbreiding van een agrarisch bouwperceel tot maximaal twee hectare; of 9.

nieuwe bebouwings- en functiemogelijkheden op grond van artikel 6.33, eerste lid, onder e en f en artikel 6.33, tweede en derde lid. 10. In afwijking van het derde en vierde lid kan het ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling of een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die de kernkwaliteiten aantast mogelijk maken, indien: 21

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

• • • •

•

•

3 oktober 2021

er sprake is van groot openbaar belang; er geen reële alternatieven zijn; en de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt en de aantasting wordt gecompenseerd. In afwijking van het derde en vierde lid kan het ruimtelijk plan voorzien in woningbouw overeenkomstig de afspraken tussen Rijk, provincie en betrokken gemeenten met betrekking tot de Pilot Waterland. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen over de motivering als bedoeld in het vijfde lid en over de wijze van compensatie als bedoeld in het achtste lid, aanhef en onderdeel c. Gedeputeerde Staten kunnen de kernkwaliteiten zoals opgenomen in Bijlage 6 wijzigen.

Het voorliggende initiatief is een ondergeschikte hobbymatige functie bij de bestaande woning en heeft, zoals uit de eerdere toets aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie blijkt, geen negatieve invloed op de specifieke kwaliteit van het betreffende landschap. Bovendien kunnen de paarden worden bereden richting het Diemerbos wat passend is binnen de doelstelling van ontspanning en dagrecreatie. Tot slot geldt dat de ontwikkeling gezien de kleinschaligheid niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd wordt gelet op bovenstaande dat er geen strijd is met de Omgevingsverordening.

2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Structuurvisie Diemen Op 27 januari 2011 is de structuurvisie Diemen (gewijzigd) vastgesteld (2 februari 2011 definitieve versie). In de structuurvisie is uitgewerkt welke ruimtelijke ontwikkelingen Diemen in de toekomst te wachten staan en waar welke activiteiten plaats gaan vinden. Waar wordt nog woningbouw ontwikkeld, waar ligt de nadruk op natuur en recreatie en waar is juist bereikbaarheid en bedrijvigheid belangrijk, welke sociale verbanden willen we met ruimtelijke ingrepen versterken? De visie is vooral een richtinggevend document voor beleid en ruimtelijke plannen. De algemene ambitie/visie luid als volgt: In 2040 is Diemen een duurzaam, stedelijk dorp op het grensvlak van Amsterdam en de Diemerscheg, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Diemen heeft een bijzondere ligging, omdat het ligt ingeklemd tussen het grootstedelijke Amsterdam en de Diemerscheg, de groene en recreatieve uitloper van het Groen Hart. De Diemerscheg is bij een groot publiek bekend en van de recreatieve mogelijkheden wordt intensief gebruik gemaakt. De ambitie/visie schetst een gewenst beeld van Diemen in 2040 en vormt daarmee kapstok voor de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Om deze ambitie ook daadwerkelijk te kunnen verwezenlijken dient een aantal ruimtelijke opgaven te worden opgepakt.

Voor het buitengebied zijn van belang: − Het gebruik van het (regionaal) groen intensiveren − Het behoud van cultuurhistorische plekken

22

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Het voorliggende initiatief in het buitengebied stimuleert het recreatieve gebruik van het groen in de omgeving en dan met name het Diemerbos. Het heeft geen negatieve invloed op de cultuurhistorische plekken in de omgeving. Er is geen strijd met de Structuurvisie Diemen.

3 Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt de voorliggende afwijking van het bestemmingsplan getoetst aan de relevante omgevingsaspecten. Per aspect wordt aangegeven of er belemmeringen zijn te verwachten voor de afwijking van het bestemmingsplan.

3.1 Verkeer en parkeren In het kader van een nieuwe ontwikkeling moet gekeken worden wat de verkeersgeneratie is, wat de parkeerbehoefte is en hoe de ontsluiting geregeld wordt van de nieuwe functie om voldoende parkeerplaatsen te waarborgen en ongewenste verkeerssituaties tegen te gaan. Verkeer Het voorliggende initiatief betreft een hobbymatige paardenhouderij bij een bestaande woning. Dit betekent dat alleen de eigen huishouding gebruik maakt van de paarden. Er ontstaan dus geen verkeersstromen van derden die de paarden komen berijden of verzorgen. Wel zal er af en toe verkeer aan- en afrijden om bijvoorbeeld hooi, voer of andere materialen te brengen. Gezien de omvang van het gebruik zal dit zeer minimaal zijn, hooguit enkele verkeersbewegingen per dag. Dit aantal zorgt niet voor onaanvaardbare verkeerssituaties. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit die voldoende is om het verkeer af te wikkelen. Parkeren Zoals reeds gesteld maken alleen de personen uit de eigen huishouding gebruik van de paarden. Hier zijn geen extra parkeerplaatsen voor nodig, dan reeds aanwezig is voor het huishouden. Verkeer dat tijdelijk parkeert om voer en andere materialen te brengen heeft hiervoor voldoende ruimte. Op het perceel is voldoende ruimte aanwezig voor 2 à 3 auto’s ten behoeve van het huishouden en voor de aan- en afvoer van materialen.

Conclusie De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van de vestiging van het de hobbymatige paardenhouderij kan worden opgevangen en afgewikkeld op de Stammerdijk. Ook het aantal parkeerplaatsen is voldoende om de parkeerbehoefte op te vangen.

3.2 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige 23

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Het plan voorziet in de vestiging van een hobbymatige paardenhouderij inclusief paddock en paardenbak. Dit zijn geen geluidsgevoelige functies en daarom is geen akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder nodig. Een hobbymatige paardenhouderij is verder geen functie met een dusdanige geluidsuitstraling dat onderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit nodig is. In paragraaf 3.5 wordt nader ingegaan op het geluidsaspect in het kader van milieuzonering. Hierin wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de richtafstanden die gelden op grond van de VNGpublicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’.

3.3 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de beheersing van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Die activiteiten Bij externe veiligheid gaat het om het binnen aanvaardbare grenzen houden van risico's voor de omgeving voor het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen), het gebruik van luchthavens en het gebruik van windmolens. De regelgeving voor externe veiligheid kent twee grootheden waaraan getoetst wordt bij het nemen van een besluit: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze begrippen vullen elkaar aan; met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de risicovolle activiteit en kwetsbare functies, terwijl met het GR wordt beoordeeld of er een groot aantal slachtoffers kan vallen als gevolg van een ongeval.

Voor het PR worden risiconormen gesteld in de vorm van grens- en richtwaarden waaraan getoetst moet worden bij vaststelling van bestemmingsplannen. Voor het GR geldt geen norm; het bevoegd gezag moet afwegen of de gevolgen van een ongeval al dan niet aanvaardbaar zijn. Er is wel een oriëntatiewaarde vastgesteld die weergeeft wat de algehele politiek-maatschappelijke opvatting is over de aanvaardbaarheid van een kans op een ramp met een groep slachtoffers. Naast de kans moet echter ook het mogelijk effect van een ongeval worden betrokken in de besluitvorming. Het bevoegd gezag dient het groepsrisico in bepaalde gevallen te verantwoorden bij het ruimtelijk besluit, waarbij in ieder geval de mogelijkheden voor hulpverlening en rampbestrijding betrokken worden. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen Bevi-inrichtingen aanwezig. Ook zijn er geen

24

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

spoorwegen of is er water aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Wel ligt de projectlocatie binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A9. Deze weg is opgenomen in het Basisnet Weg. Zie de navolgende afbeelding.

Afbeelding: uitsnede Signaleringskaart EV

Voorliggend initiatief maakt echter geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk. Bovendien wijzigt het aantal personen dat aanwezig is op het woonperceel niet ten opzichte van de bestaande situatie met alleen een woning. De paardenhouderij is namelijk hobbymatig wat betekent dat alleen de personen van het bestaande huishouden gebruik zullen maken van de paarden. Er is daarom geen strijd met de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico neemt niet toe. Er hoeft ook te worden voldaan aan de aanvullende bouwvoorschriften voor het plasbrandaandachtsgebied van de A9. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

3.4 Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) is een Algemene Maatregel van Bestuur, die gebaseerd is op de Wet luchtvaart. In de Wet luchtvaart is bepaald dat onder andere bij de vaststelling van een bestemmingsplan het LIB in acht moet worden genomen. In het LIB is o.a. een beperkingengebied vastgesteld waar in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond. Het beperkingengebied is aangegeven op kaartmateriaal dat onderdeel uitmaakt van het LIB. Er zijn vijf beperkingengebieden (LIB 1 t/m 5). De voorliggende planlocatie ligt niet in één van de beperkingengebieden. De hoogte van de omheining van de paardenbak en paddock en de verlichting blijft ruim binnen de maatgevende toetshoogte (146 m) en radarhoogte (79 m). Er is geen strijd met het LIB.

25

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

3.5 Milieuzonering Ten aanzien van de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van een milieugevoelige functie, sprake is van een aanvaardbaar leef- en verblijfsklimaat. Voor de afstemming tussen milieugevoelige functies en bedrijven dient milieuzonering te worden toegepast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Het doel van de VNG-publicatie is het bieden van een handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk en de publicatie biedt mogelijkheden voor maatwerk en flexibiliteit bij het inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving en bij het inpassen van woningen en andere gevoelige functies nabij bedrijven. In de VNG-publicatie komt een paardenpension niet voor. Wel komen een paardenfokkerij en een manege voor. Een paardenfokkerij en een manege zijn in de VNG-lijst beide opgenomen als een 3.1 bedrijf met een grootste afstand van 50 meter. Op basis van hoofdstuk 2.3 onder b van de VNGpublicatie kan de projectlocatie worden aangemerkt als ‘gemengd gebied’. De projectlocatie is namelijk gelegen op circa 75 meter afstand van de A9. De VNG-publicatie geeft aan dat gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren tot het ‘gemengd gebied’.

Dit heeft tot gevolg dat de richtafstand voor geluid met één stap kan worden verlaagd tot 30 meter. De paardenbak is gelegen op een afstand van 43 meter van de woonbestemming aan de Stammerdijk 39, waardoor wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Het voorliggend initiatief betreft geen paardenfokkerij, maar het maakt wel duidelijk dat voldaan wordt aan de aan te houden afstand in het kader van milieuzonering. Voor de aspecten geur, geluid en stof zijn daarom geen problemen te verwachten. De conclusie is dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid op dit omgevingsaspect.

3.6 Luchtkwaliteit In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer, worden normen gesteld aan de luchtkwaliteit. Om te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarin de grenswaarden worden overschreden of bestaande overschrijdingen toenemen, moet bij het opstellen van ruimtelijke plannen getoetst worden aan de wettelijke grenswaarden. De gevolgen van een ruimtelijk besluit voor de luchtkwaliteit hangen direct samen met de eventuele verkeersaantrekkende werking van het plan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan dan wel de bestaande toestand. De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan bestaat er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: 26

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

-

3 oktober 2021

woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen.

Duidelijk is dat het voorliggende geval geen grote ontwikkeling is en dat de invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse NIBM is. Geconcludeerd kan worden dat het project geen negatief effect heeft op de luchtkwaliteit.

3.7 Ecologie Voor de bescherming van diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Indien uit gegevens dan wel onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming. Quick scan ecologie Om te beoordelen of er als gevolg van de ontwikkeling beschermde plant- of diersoorten kunnen worden verstoord is door ecologisch adviesbureau Els & Linde een ecologische quick scan uitgevoerd. Het rapport hiervan is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de quick scan blijkt het volgende. Soortenbescherming De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen.

Uit de resultaten van de quick scan is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, rugstreeppad, heikikker, ringslang, marters en steenuil mogelijk zijn binnen de planlocatie. De geplande omvorming maakt echter dat er geen vervolgstappen noodzakelijk zijn m.b.t. eventueel aanwezige verblijfplaatsen van deze soorten. Dit is alleen noodzakelijk als er veranderingen plaats vinden op locatie waardoor mogelijke verblijfplaatsen niet behouden kunnen blijven. Gebiedsbescherming Het beschermde Natura 2000-gebied Naardermeer ligt op een afstand van ongeveer 6 kilometer van de planlocatie. Ook liggen de Oostelijke Vechtplassen, Botshol en het Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske binnen de invloedssfeer. Voor deze gebieden is een Aeriusberekening uitgevoerd. Deze berekening is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit deze berekening blijkt dat er geen toename is in de stikstofdepositie op de genoemde gevoelige gebieden. Er is geen vergunning of ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

27

Ruimtelijke onderbouwing Stammerdijk 38

3 oktober 2021

Overige aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen tevens worden uitgesloten. De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op korte afstand van de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht. Conclusie Omdat er voor de legalisatie van het paardenpension geen verblijfplaatsen van beschermde diersoorten hoeven te worden verstoord is er geen afdoend onderzoek naar beschermde soorten nodig. Er is geen toename in stikstofdepositie die de kritische depositiewaarde van 0,00 mol/ha/jaar overschrijdt. Natuurbeleidsplan Diemen Het Natuurbeleidsplan is geschreven vanuit natuuroogpunt en vormt bij besluitvorming één van de afwegingskaders. Het beleidsplan is een vervolg op het Groenstructuurplan (1997) en het Groenbeleidsplan (1995). Tevens worden een koppeling gelegd met het Waterplan (2009). Algemeen uitgangspunt van het beleidsplan is om de natuurwaarden waar mogelijk te bevorderen op zo’n manier dat zoveel mogelijk mensen daarvan kunnen genieten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=3cd74c4d-33a1-4dbc-b0a6-07448c48cb09