Rapportage Wonen en woonfraude - Rekenkamer Diemen (def).pdf
Tekst van het document
In de prestatieafspraken heeft de gemeente afspraken opgenomen om de voortgang van de ontwikkeling op de woningmarkt te monitoren. Deze monitor bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief deel en heeft betrekking op de match tussen vraag en aanbod, de wachttijden, de verschillende typen woningen en het aantal urgent woningzoekenden. Gesprekspartners gaven aan dat de doelen in de prestatieafspraken nog onvoldoende SMART zijn geformuleerd. Het is hierdoor niet altijd even eenvoudig om de uitvoering van de afspraken te monitoren. Waar de prestatieafspraken lastig zijn te monitoren, is er goed zicht op de uitvoeringsprojecten in de gemeente. De jaarcyclus bevat de relevante gegevens voor een goede zichtbaarheid van de ontwikkeling.
26
In dit hoofdstuk zijn het woonfraudebeleid, de vertaling van het geformuleerde beleid naar de uitvoering en de doelrealisatie in beeld gebracht. Uit het door de gemeente gevoerde beleid hebben we de belangrijkste doelstellingen en ambities gedestilleerd. Vervolgens staat we in dit hoofdstuk stil bij de vertaling naar de uitvoering en de doelrealisatie van het beleid. Met betrekking tot het woonfraudebeleid geeft dit hoofdstuk daarmee antwoord op de volgende deelvragen: 1. Welke ambities en doelstellingen heeft de gemeente op het gebied van woonfraudebeleid geformuleerd? 2. Hoe zijn de ambities vertaald naar een uitvoeringsprogramma? 3. Met welke partijen wordt rondom het woonfraudebeleid samengewerkt, welke afspraken liggen hieraan ten grondslag en op welke manier worden resultaten gemonitord? 4. Hoe krijgt de uitvoering van het woon(fraude)beleid vorm in de praktijk? 5. Waar staat de gemeente in het realiseren van de ambities en doelstellingen op het gebied van woonfraude? Hoe is dat te duiden en te verklaren?
De gemeente Diemen is naast een aantrekkelijke woonplaats voor haar inwoners, ook een aantrekkelijke bestemming voor inwoners van Amsterdam.18 Dit brengt niet alleen voordelen met zich mee. De gemeente schrijft dat: “Diemen niet onder de rook, maar in de rook van de gemeente Amsterdam ligt”.19 Daardoor kampt de gemeente op verschillende gebieden met grootstedelijke problematiek. Een van die problemen is woonfraude. Woonfraude is een verzamelbegrip voor verschillende criminele, ondermijnende en onrechtmatige activiteiten in en rond woningen en woningbewoning.20 In de woonvisie definieert de gemeente het begrip als volgt: “Verzamelbegrip voor vormen van onrechtmatige bewoning, onrechtmatige doorverhuur, onrechtmatig gebruik en/of overbewoning van woonruimte.”.21 Daarbij maakt de woonvisie onderscheid tussen criminele en onrechtmatige activiteiten. De criminele activiteiten horen voor de gemeente thuis in het strafrecht, onrechtmatige activiteiten moet de gemeente door middel van bestuursrechtelijke handhaving aanpakken.
27
Project Scheerlicht als speerpunt van het woonfraudebeleid In de bestrijding van woonfraude is het project Scheerlicht het meest omvattende en belangrijkste project binnen de gemeente. In 2017 is de gemeente het project Scheerlicht gestart als een pilot. Deze pilot had drie doelen: inzicht verkrijgen in woon- en identiteitsfraude, het ontwikkelingen van een integrale aanpak en ervaring opdoen op het gebied van samenwerking.22 De pilot is uitgevoerd binnen het samenwerkingsverband van de Landelijke stuurgroep interventieteams (LSI) waardoor de gemeente in de uitvoering van dit project ondersteuning kreeg van het VNG Kenniscentrum Handhaving en Naleving en het Flexibele Interventie Capaciteit (FIC-) team van de LSI. Doordat het om een pilot ging, is er gekozen om het onderzoeksgebied te beperken tot Diemen Noord. Voor dit gebied is er vervolgens een lijst opgesteld van 200 adressen met het label ‘niet pluis’. Van die 200 adressen zijn tussen eind 2017 en het voorjaar van 2018 80 adressen onderzocht en gecontroleerd.23 Gaandeweg de uitvoering van de pilot ontstond er een nauwere samenwerking met de ketenpartners die aangesloten zijn bij het LSI-convenant en ook de samenwerking met de politie en de verschillende wooncorporaties werd geïntensiveerd.
Een belangrijke bevinding van de pilot was dat de bij de gemeente bekende signalen van woonfraude niet overeenkwamen met de aangetroffen situatie, er was een grotere en zwaardere verzameling van vormen van woonfraude aanwezig in de gemeente dan verwacht. Waar de gemeente verwachtte vooral illegale onderhuur aan te treffen, bleek de gemeente onder andere onderdak te bieden aan criminelen en criminele netwerken. In de beginfase bleken er de volgende vormen van woonfraude aanwezig te zijn in de gemeente:24
Illegale onderhuur Overbewoning Schijnbewoning Schijnverlating Spookbewoning Mensenhandel Uitbuiting Uitkeringsfraude Criminele connecties
Evaluatie van de pilot Deze pilot is zowel door de gemeente als door het VNG Kenniscentrum Handhaving en Naleving geëvalueerd in verschillende evaluatierapportages. Uit de evaluatie van de pilot bleek dan ook dat de bestrijding van woonfraude een integrale en structurele aanpak vereist. Er kwamen uit de evaluatie verschillende andere conclusies en aanbevelingen voor een verdere aanpak naar voren:
28
Start een gemeentelijk interventieteam onder leiding van een projectleider van het project Scheerlicht; Maak een centraal meldpunt voor het signaleren van woonfraude; Zet in op een proactieve en uiteindelijk preventieve insteek van de aanpak; Creëer bewustzijn met betrekking tot woonfraude in het team burgerzaken, met name met betrekking tot de basisregistratie personen; Er is meer grip nodig op verhuisbewegingen om illegale onderhuur tegen te gaan; Investeer in eenduidige wet- en regelgeving met betrekking tot verhuur; Zorg voor een integrale samenwerking met ketenpartners; Zorg voor een goede interne samenwerking en een coördinatie vanuit het project Scheerlicht; Koppel de Landelijke aanpak adreskwaliteit aan de aanpak van woonfraude; Voer de bestuurlijke boete BRP in en maak beleidsregels voor de toepassing ervan.25
Na de evaluatie van de pilot is de gemeente doorgegaan met de ontwikkeling van het project Scheerlicht en is er een brede integrale aanpak gekomen binnen de hele gemeente. In 2018 is er besloten om het project te continueren en in 2019 is er een plan van aanpak geschreven dat een verdere uitwerking bevat van de conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie van de pilot. In dit plan van aanpak is een tijdpad opgenomen voor het uitrollen van het project Scheerlicht in de gehele gemeente in de periode tot en met 2022. De insteek is om dat te doen met een werkgroep die bestaat uit medewerkers van verschillende teams. De werkgroep moet zorgen dat de visie en aanpak van het project Scheerlicht voet aan de grond krijgen in de dagelijkse handelingspraktijk van de gemeente en haar verschillende teams. Deze werkgroep staat onder leiding van de projectleider van Scheerlicht en komt ongeveer twee keer per maand bijeen.26 Gezamenlijk moet de werkgroep uitvoering geven aan de vijf speerpunten uit het plan van aanpak:27
Implementeren van een integrale aanpak; Awareness creëren binnen de gemeentelijke organisatie; Van repressief handelen naar preventief handelen; Integrale samenwerking; AVG-proof uitwisselen en opslaan van persoonsgegevens.
Het woonfraudebeleid staat niet op zich, maar hangt samen met het woonbeleid Als gemeente kampt Diemen met relatief veel woonfraude. Dit hangt samen met het feit dat Diemen naast Amsterdam ligt; Amsterdam kent net als Diemen grote schaarste op de woningmarkt en er is sprake van een relatief hoge mate van criminaliteit. De afgelopen jaren heeft de gemeente daarom beleid gevoerd dat gericht is op het bestrijden van woonfraude. Naast dat onrechtmatig handelen uit zichzelf vraagt om handhaving, zijn er nog twee belangrijke redenen voor de gemeente voor handhaving: de bestrijding van woonfraude levert meer woonruimte op
29
en het draagt bij aan de leefbaarheid en veiligheid van de leefomgeving in de wijken. Gezien er een schaarste aan woningen is, is het belangrijk dat er zo min mogelijk woonruimte verloren gaat aan onrechtmatige vormen van bewoning. Daarnaast vormt woonfraude een bedreiging voor de leefbaarheid van de wijken in de gemeente. De gemeente zet daarom in op een strenge aanpak van de woonfraude en werkt daarbij samen met de woningcorporaties, die huurovereenkomsten laten ontbinden bij onrechtmatig gebruik van de woning.28
Het uitvoeringsplan van project Scheerlicht en de woonvisie bevatten de door de gemeente gestelde doelstellingen op het gebied van woonfraudebestrijding. Het uitvoeringsplan van het project Scheerlicht richt zich daarbij specifiek op de bestrijding van woonfraude en het uitrollen van de methodiek van het project over de gemeente. De gemeente zet in op de aanpak van private verhuurders De private aanbieders van huurwoningen hebben minder goed zicht op woonfraude dan de woningcorporaties. Hoewel veel private aanbieders woonfraude proberen te voorkomen, zijn zij een kwetsbare schakel in de woningmarkt.29 Uit de gevoerde gesprekken bleek dat er naast de welwillende private aanbieders, ook verhuurders zijn die – al dan niet bewust – het initiatief nemen voor onrechtmatige vormen van verhuur. Het gaat daarbij ook vaak om investeerders en beleggers. Volgens gesprekspartners is dat vooral het geval als dergelijke vormen financieel lucratief zijn. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het verhuren van panden aan studenten of een uitzendbureau, zodat er losse kamers te huur komen. Op basis van de bestemmingsplannen in de gemeente zijn vormen van onzelfstandige bewoning echter verboden. Dat betekent dat er maar één huishouden in een woning mag wonen. Doordat het verhuren van losse kamers financieel aantrekkelijk is, komt deze vorm van verhuur nog wel voor.
De gemeente wil aan zowel de welwillende als de minder welwillende private aanbieders extra aandacht besteden. Met die laatste categorie wil de gemeente de strijd aanbinden, onder meer door de malafide verhuurder in zijn portemonnee te raken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door bestuurlijke boetes. Daarnaast wil de gemeente zowel de woningcorporaties als de welwillende private aanbieders ondersteunen in het voorkomen en bestrijden van woonfraude.30 Daarbij heeft de gemeente in het bijzonder oog voor kleine particuliere verhuurders; ook deze verhuurders moeten goed op de hoogte zijn van geldende wet- en regelgeving. Aangezien er een steeds grotere groep verhuurders is, is het belangrijk dat woningeigenaren goed worden geïnformeerd als regelgeving wordt gewijzigd. Daarnaast is het belangrijk om inwoners te informeren die hun eigen woning gedeeltelijk zouden willen verhuren als vakantiewoning.
30
De gemeente zet in op betere lokale regelgeving In de bestrijding van woonfraude constateert de gemeente ook dat er een gebrek is aan lokale regelgeving. In de bestemmingsplannen is opgenomen dat woningen maximaal één huishouden mogen huisvesten. Bestemmingsplannen zijn echter niet geschikt voor het stellen van nadere regels en zijn bovendien lastig te wijzigen. Daarnaast geeft de globale beschrijving uit de bestemmingsplannen weinig duidelijkheid wanneer het gaat om bijvoorbeeld tijdelijke vormen van verhuur via Airbnb, het delen van een woning of verhuur door een hospita. Er is daardoor veel onduidelijkheid voor verhuurders en het maakt handhaving lastig. De komende jaren wil de gemeente de regels in de huisvestingverordening nader uitwerken. Op dat gebied, zo stelt de gemeente, kan Diemen leren van de gemeente Amsterdam; doordat Amsterdam stevig inzet op de handhaving van de regels omtrent woonruimtegebruik, is de problematiek rondom woonfraude daar de afgelopen jaren sterk afgenomen. Dit heeft er mede toe geleid dat een deel van de problemen zich heeft verplaatst naar Diemen.31
Het woonfraudebeleid krijgt een vertaling naar de uitvoering in het actieprogramma van de woonvisie en het uitvoeringsprogramma van het project Scheerlicht. Om uitvoering te geven aan de bestrijding van woonfraude in de gemeente, werkt de gemeente met het project Scheerlicht. Het uitvoeringsprogramma Scheerlicht formuleert de methodiek van het project, schetst de ontwikkeling van het project en formuleert elk jaar prioriteiten voor de uitvoering. Het meest recent uitvoeringsplan is uit 2021 en richt zich op de ontwikkeling van Scheerlicht van pilot naar methodiek voor de gehele gemeente. Hierin is ook een uitvoerige planning opgenomen wanneer in welk kwartaal de gemeente zich richt op welke doelstellingen.
Om woonfraude te bestrijden, heeft de gemeente afspraken gemaakt met verschillende samenwerkingspartners. Zo vormen de wooncorporaties op basis van afspraken in een convenant een nauwe samenwerkingspartner in de bestrijding van woonfraude. Elke woningcorporatie heeft een speciaal team, dat zich richt op het bestrijden en voorkomen van woonfraude en er is, binnen de convenantpartijen, een uitwisseling van gegevens voor opsporing.32 Behalve met de woningcorporaties, werkt de gemeente in de bestrijding van woonfraude met nog verschillende andere partijen samen. Het karakter van de problemen met woonfraude in de gemeente maakt samenwerking en een integrale aanpak van het probleem belangrijk.33 Om deze samenwerking te faciliteren, werkt de gemeente samen in de volgende verbanden:
Convenant Doorzon (vanaf 2012, herzien in 2019): het doel van het convenant Doorzon is om met de aangesloten partijen gezamenlijk op te treden tegen woonfraude. Dit doen de convenantpartijen binnen hun eigen taken, verantwoordelijkheden en verplichtingen aan de
31
hand van een integrale aanpak. De partijen spreken af om signalen van woonfraude bij elkaar te melden, informatie uit te wisselen en samen op te trekken in de uitvoering. Bij het convenant Doorzon zijn verschillende publieke en private partijen betrokken. Zo is de gemeente Diemen betrokken, de politie-eenheid Amsterdam en netbeheerder Liander. Daarnaast zijn er verschillende wooncorporaties en particuliere verhuurders aangesloten en is de makelaarsvereniging Amsterdam onderdeel van het convenant.
Convenant WTI-NH (vanaf 2017): het doel van het convenant Werkgroep Tegengaan Identiteitsfraude Noord-Holland is het bestrijden van identiteits- en documentenfraude in de gemeenten in Noord-Holland. De convenantpartijen spreken daarom af om op basis van de eigen bevoegdheden samen te werken, elkaar te adviseren en informatie uit te wisselen, zodat identiteits- en documentenfraude tegengegaan kunnen worden. Bij het convenant WTI zijn de gemeenten binnen Noord-Holland betrokken, de Nationale Politie, politie-eenheden Noord-Holland en Amsterdam, de Koninklijke Marechaussee, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Dienst Wegverkeer, het Openbaar Ministerie Noord-Holland en het Openbaar Ministerie Amsterdam.
Convenant Regionaal Informatie en Expertise Centrum Amsterdam-Amstelland (2014): het RIEC is een samenwerkingsverband op het niveau van de regio waarin de gemeente samenwerkt met de provincies, het OM, de politie, belastingdienst, douane, FIOD, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW), Koninklijke Marechaussee en het UWV. Dit samenwerkingsverband richt zich op de aanpak van ondermijning en heeft drie focuspunten: het verstoren van criminele geldstromen, het aanpakken van de cruciale schakels in het criminele circuit en het aanpakken van het rekruteringsproces voor nieuwe criminelen.
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (vanaf 2018): sinds 2015 bestaat de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA), een landelijk initiatief ter verbetering van de gegevens van de gemeentelijke Basisregistratie Personen. De gemeente Diemen heeft zich aangesloten bij de LAA zodat zij adresgegevens kan uitwisselen met andere gemeenten en op die manier de juistheid van haar eigen basisregistratie kan achterhalen.
Convenant Landelijke Stuurgroep interventieteams (LSI): de gemeente Diemen is aangesloten bij het convenant Landelijke stuurgroep interventieteams voor de bestrijding van fraude binnen het sociaal domein. Ook aangesloten bij dit convenant zijn de belastingdienst, belastingen & toeslagen, politie, het Openbaar Ministerie, SVB, UWV en de Inspectie SZW (team Arbeidsmarktfraude). In de samenwerkingsovereenkomst interventieteams uit 2017 maakt de gemeente afspraken voor de samenwerking in interventieteams ter bestrijding van fraude met betrekking tot sociale zekerheid.
De gemeente maakt het actieprogramma uit de woonvisie concreet Om de vijf speerpunten uit het actieprogramma van de woonvisie op het gebied van woonfraude tot uitvoering te brengen, zet de gemeente in op de volgende zaken:
32
Het wijzigen van de huisvestingsverordening zodat daarin de voorraadvergunningen en boeteparagraaf zijn opgenomen; Het opstellen van beleidsregels ter uitvoering van de huisvestingsverordening; Het maken van de koppeling tussen ruimtelijk beleid en woonfraudebeleid door het begrip ‘woning’ in bestemmingsplannen beter vast te leggen; Het houden van interdisciplinair casusoverleg; Inzet op handhaving; Overleg met het Huurdersplatform Diemen en de woningcorporaties; Het convenant Doorzon; De raamovereenkomst over de prestatieafspraken; Het beleggen van casusoverleg; Vervolgproject Scheerlicht.
Het uitvoeringsprogramma 2021 project Scheerlicht zet in op een professionaliseringsslag Het meest recente document dat betrekking heeft op de uitvoering van project Scheerlicht, is het uitvoeringsprogramma van 2021. Met dit document geeft de gemeente handen en voeten aan de verdere uitvoering van Scheerlicht. Dit doet de gemeente door een uitwerking te maken van punten uit de evaluatie van de pilot en de punten uit het plan van aanpak. Dit uitvoeringsprogramma bevat ook een planning van de uitvoering van de geformuleerde speerpunten voor 2021. In het project Scheerlicht heeft de gemeente een vaste methodiek voor de aanpak van woonfraude geformuleerd. Deze methodiek gebruikt de gemeente ook om uitvoering te geven aan het uitvoeringsprogramma. Methodiek Scheerlicht: Belangrijk in de gemeentelijke aanpak is allereerst het creëren van bewustwording en weerbaarheid binnen de organisatie.34 Met het motto “je ziet het pas als je het doorhebt” stelt het uitvoeringsprogramma dat er voldoende bewustzijn en kennis van woonfraude binnen de gemeente nodig is om problemen eerder te herkennen en op te pakken.35 Naast bewustwording is de integrale aanpak een cruciaal onderdeel van de gemeentelijke methodiek.
Voor een dergelijke aanpak zijn drie dingen belangrijk: signalen melden bij een centraal meldpunt zodat ook ketenpartners op de hoogte zijn, informatie uitwisselen met ketenpartners en samen optrekken in de uitvoering van de bestrijding van woonfraude. Tot slot geeft de gemeente uitvoering aan de woonfraudebestrijding door aan te sturen op ontschotting. Om woonfraude op een goede manier te bestrijden is er een goede interne samenwerking nodig waarbij er zo min mogelijk barrières tussen de afdelingen bestaan.
Naast de beschreven methodiek, formuleert het uitvoeringsprogramma van het project Scheerlicht prioriteiten in de uitvoering voor 2021. Daarmee zet de gemeente voor 2021 in op de volgende zaken:36
33
Bewustwording: je bewust zijn van de verschillende vormen waarin woonfraude zich voordoet is belangrijk in een preventieve aanpak van problemen. Wanneer problemen vroegtijdig worden onderkend, kan schade worden voorkomen. Het team burgerzaken heeft hierin een belangrijke poortwachtersfunctie door het beheer van de Basisregistratie Personen (BRP). De gemeentelijke inzet is om de BRP zo correct mogelijk te houden.
Ontschotting: ontschotting is belangrijk in een integrale samenwerking. Belangrijk in de ontschotting van de organisatie is het voornemen om de toezichthoudende taken te centraliseren in één cluster zodat de toezichthoudende taken een meer integrale uitvoering krijgen en er meer samenwerking is tussen de toezichthouders.
Digitaal rechercheren: in de bestrijding van woonfraude wil de gemeente meer gebruik gaan maken van open bronnen. Om te zorgen voor meer structuur in het raadplegen van open bronnen, schafte de gemeente een IRC/OSINT-module voor digitale opsporing aan. Deze module is in 2021 geïmplementeerd.
Meld misdaad anoniem: de gemeente is aangesloten bij Meld Misdaad Anoniem.
Shintō labs: de gemeente schaft een door Shintō labs ontwikkelde applicatie aan voor de analyse van woon- en adresgegeven. Aan de hand van deze methode krijgt de gemeente meer zicht op de ontwikkeling van woonfraude. De implementatie van deze applicatie zou in het voorjaar van 2021 moeten starten.
Meld een vermoeden: de gemeente heeft een centraal meldpunt ingevoerd voor meldingen op het gebied van woonfraude en ondermijnende criminaliteit. Bij dit meldpunt wordt besloten op welk niveau een melding terecht moet komen. Inwoners hebben vanaf 2021 de mogelijkheid om meldingen te doen via de gemeentelijke website. Daarnaast wordt er gewerkt aan een app voor inwoners voor het melden van misstanden. Daarbij moet wel worden aangemerkt dat invullers van de vragenlijst aangaven dat het meldpunt lastig vindbaar is.
Bestuurlijke boete: in 2021 wil de gemeente op basis van de Wet BRP een bestuurlijke boete invoeren voor het aanpakken van woon- en adresfraude. Hierdoor ontstaan er meer handhavingsmogelijkheden ten aanzien van de plichten van inwoners voor de Basisregistratie Personen.
Versterken samenwerking met de samenwerkingspartners: wanneer woningen worden gebruikt voor doeleinden als drugshandel en prostitutie, zorgt dat voor verloedering van de buurt. In het RIEC-verband is daarom besloten om een werkgroep samen te stellen die zich richt op dit soort casussen. Daarnaast wil de gemeente een verwerkersovereenkomst opstellen met woningcorporatie Rochdale zodat de woningcorporatie direct toegang krijgt tot de BRP.
Wijkgerichte aanpak: vanaf 2021 wil de gemeente starten met een wijkgerichte aanpak (WGA) in LSI-verband. Door samen te werken met interventieteams waar ook de ketenpartners aan deelnemen, wil de gemeente iedere wijk afzonderlijk doorlichten op mogelijke misstanden.
Informatievoorziening en communicatie: naar aanleiding van de pilot Scheerlicht heeft het team communicatie van de gemeente een communicatiestrategie opgesteld. Die strategie stelt onder meer de prioriteit om meer procesgericht in plaats van casusgericht te gaan communiceren.
34
Doordat huisbezoeken een cruciaal deel vormen van de aanpak van woonfraude, hebben de uitvoering en doelrealisatie van het woonfraudebeleid hinder ondervonden van de beperkingen die voortvloeien uit de coronapandemie. In 2020 zijn de voorbereidingen en uitvoering van huisbezoeken stil komen te liggen en is er veel capaciteit verloren gegaan aan de handhaving van coronamaatregelen. Ondanks die beperkingen heeft de gemeente ingezet op het AVG-proof maken van verschillende convenanten, zodat er binnen de kaders van de AVG een uitwisseling van persoonsgegevens kan plaatsvinden. Ook is er ingezet op het vergroten van het fraudebewustzijn in de BRP. Het team burgerzaken heeft door het beheer van de BRP hierin een belangrijke rol in haar poortwachtersfunctie. Daarnaast is er een nauwere interne en externe samenwerking ontstaan binnen de kaders van het project Scheerlicht. Door een toename van kennis en vaardigheden binnen de gemeente op het gebied van de omgang met informatie, is er meer gebruikgemaakt van openbare bronnen op het internet. Hierdoor heeft de gemeente in verschillende casussen cruciale informatie weten te achterhalen. Ook is er aandacht geweest voor het centrale meldpunt van het melden van misstanden. In september 2020 is er een prestentatie geweest voor de raad waarin de vorderingen rond de aanpak van woonfraude werden gepresenteerd.
In deze presentatie stelt de gemeente met de bovengenoemde aanpak de volgende doelen te hebben gerealiseerd:37
Convenanten zijn AVG-proof Convenant Doorzon uitgebreid met aanpak woonfraude Samenwerking intern en extern geïntensiveerd Burgerzaken als poortwachter Overleg in verband met zorgsituaties Vacatures vervuld Weerbaarheid vergroot Scheerlicht als onderdeel brede aanpak ondermijning Start interne casustafel Huisbezoek app (‘Op orde') ontwikkeld Deelname gemeente aan Meld Misdaad Anoniem Pilot ‘Meld een vermoeden’ (regionaal verband)
Een belangrijk resultaat van de aanpak van woonfraude is het aantal vrijgekomen woningen sinds de start van het project Scheerlicht. De gemeente rapporteert dat er sinds de start 81 woningen zijn vrijgekomen door de aanpak van woonfraude. 17 procent (14 woningen) van die woningen zijn sociale huurwoningen en 83 procent (67 woningen) bestond uit huur of koopwoningen in de vrije sector.38 De gemeente zou meer openheid moeten geven aan successen Als antwoord op de vragenlijst geven verschillende samenwerkingspartners aan dat de gemeente bij de uitvoering van het beleid zichzelf zou kunnen helpen door meer publiciteit te geven aan successen.
35
Wanneer de gemeente transparanter zou zijn en meer resultaten van het beleid met inwoners zou delen, raken inwoners meer betrokken bij het beleid. Inwoners zullen dan eerder bijdragen aan bijvoorbeeld de bestrijding van woonfraude. Monitoring Over de methodiek Scheerlicht zijn duidelijke afspraken gemaakt, waarover jaarlijks wordt gerapporteerd aan de raad. Daarnaast spelen de jaarcijfers over handhaving een belangrijke rol. Daarin is enigszins te zien hoeveel er door de afdeling wordt gedaan. Dergelijke informatie bestaat echter vooral uit het aantal uitgevoerde onderzoeken. De meest betrouwbare vorm van monitoring is daardoor een benchmark, waarin het aantal gerapporteerde gevallen van woonfraude wordt afgezet tegen dat in omliggende gemeenten. Gesprekspartners geven aan dat het moeilijk is om de uitvoering van het woonfraudebeleid aan vaste indicatoren af te meten; aangezien niet bekend is hoe groot de problematiek precies is, kan niet worden bepaald hoeveel daarvan is aangepakt.
36
In dit hoofdstuk brengen we in beeld op welke wijze de raad informatie omtrent de woonopgave en de bestrijding van woonfraude ontvangt, wat de kwaliteit van die informatie is en op welke wijze de raad invulling geeft aan zijn kaderstellende en controlerende rol. Onderzocht is daarom welke informatie de raad ontvangt, welke middelen de raad gebruikt om zijn functies te vervullen en wat de effecten van die middelen zijn. Daarmee geven we in dit hoofdstuk antwoord op de volgende deelvragen: 6. Welke afspraken hebben raad en college gemaakt over de informatievoorziening aan de raad omtrent wonen en woonfraude? 7. Hoe wordt de raad geïnformeerd over het bereiken van de doelstellingen, de voortgang van de uitvoering en de besteding van de middelen ten aanzien van het woon(fraude)beleid? 8. Welke (sturings)instrumenten heeft de gemeenteraad tot zijn beschikking in de aanpak van wonen en woonfraude? In hoeverre zet de gemeenteraad deze instrumenten in? 9. Welke effecten van het toepassen van deze sturingsinstrumenten zijn te constateren?
De raad ontvangt op verschillende momenten in het jaar informatie over het woon(fraude)beleid van de gemeente. De belangrijkste bronnen zijn daarbij stukken uit de planning- en control cyclus, raadsinformatiebrieven, thema-avonden en schriftelijke of mondelinge vragen. Afspraken over de P&C-cyclus zijn opgenomen in de Financiële Verordening 2019 De afspraken tussen de raad en het college over de door het college aan te leveren informatie vormen een belangrijk uitgangspunt in een goede informatievoorziening. Een belangrijk onderdeel van de informatievoorziening aan de raad is de planning en control (P&C-) cyclus. De afspraken over de P&Ccyclus heeft de gemeente vastgelegd in de Financiële Verordening 2019 gemeente Diemen. Het college informeert de raad ieder jaar over de stukken die het in het kader van de planning en control cyclus aan de raad overlegt.39 Met de Financiële Verordening 2019 gemeente Diemen hebben de raad en het college afgesproken dat het college voor aanvang van het kalenderjaar de raad informeert over de volgende zaken:
Het moment waarop de raad de jaarstukken, de kadernota, de begroting, de meerjarenraming en de tussenrapportages ontvangt; Het moment waarop de raad de jaarstukken, de kadernota, tussentijdse rapportage(s) en de begroting vaststelt.40
37
Naast deze afspraken rond de informatievoorziening heeft de raad in 2020 en 2021 verschillende rapportages ontvangen die specifiek betrekking hebben op de effecten van corona op de gemeente. De raad ontvangt informatie via raadsinformatiebrieven en op thema-avonden Buiten de P&C-cyclus om zijn er verschillende andere momenten waarop de raad informatie ontvangt over wonen en woonfraude. Met betrekking tot de uitvoering van het woonbeleid ontvangt de raad jaarlijks informatie over de voortgang op de themabijeenkomst over grote projecten. Wanneer alle grote projecten in de gemeente worden besproken, worden ook de grotere bouwprojecten besproken. Met betrekking tot woonfraude vindt de belangrijkste informatievoorziening aan de raad plaats in het kader van project Scheerlicht. Tijdens de pilot-fase van dit project is de raad door verschillende raadsinformatiebrieven van het college nauwkeurig op de hoogte gehouden van de plannen, ontwikkelingen en voortgang. In deze periode ontving de raad op verschillende momenten uitleg over de start van de pilot en het vervolgtraject van evaluatie. Na afronding van de pilot is de raad geïnformeerd over de bevindingen aan de hand van verschillende casussen.
Nadat in 2018 besloten werd om het project een vervolg te geven, is de raad op de hoogte gehouden aan de hand van jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.41 Tijdens het gesprek met de raad kwam naar voren dat de raad ná de pilotfase van Scheerlicht behoefte had aan meer informatie over de voortgang. Op een later moment heeft de raad de gevraagde informatie ontvangen. Voor de meer uitvoering gerelateerde informatie zoals het sluiten van woningen, is de raad aangewezen op openbare bronnen. Vanwege privacy-technische redenen is dat niet vreemd. In gesprek met de raad gaven enkele raadsleden aan dat er behoefte is aan meer informatie over de sociale gevolgen van de uitvoering van het woonfraudebeleid. Niet ondenkbaar is de situatie dat mensen uit hun huis moeten vanwege de sluiting van hun woning. Mondelinge en schriftelijke vragen De raad is in zijn informatiepositie afhankelijk van de informatie die hij krijgt vanuit het college. De raad kan echter ook zelf bijdragen aan het verbeteren van zijn informatiepositie door het stellen van schriftelijke en technische vragen. Het stellen van gerichte vragen aan het college en de ambtelijke organisatie is een goede manier om specifieke informatie te ontvangen. In de periode van 2017 tot en met 2020 heeft de raad 11 schriftelijke vragen gesteld die betrekking hadden op de thema’s wonen en woonfraude.
Deze vragen hadden betrekking op de volgende onderwerpen:
Wachttijden sociale huur en max huur middensegment Voorraad sociale huur Woonplicht Specifieke bouwplannen Wonen in bedrijfspanden Wachttijden statushouders
38
Volkshuisvestingsfonds Woonfraude
Wanneer de raad vragen stelt aan het college, krijgt de raad altijd binnen de daarvoor gestelde termijn antwoord. Naar de mening van de raad is deze beantwoording meestentijds volledig. Wanneer de beantwoording naar het inzicht van de raad onvoldoende is, stelt de raad volgens gesprekspartners vervolgvragen om de gevraagde informatie alsnog te achterhalen. Raadsleden willen meer informatie over de gevolgen van het woonfraudebeleid In gesprek gaven de raadsleden aan graag meer informatie te willen ontvangen over de gevolgen van het woonfraudebeleid en de daarbij behorende overwegingen. Het is voor de raad nu niet duidelijk of de gemeente in de uitvoering van het woonfraudebeleid oog heeft voor de sociale gevolgen van de woonfraudebestrijding. De aanpak van woonfraude heeft namelijk verschillende sociale gevolgen. Gedacht moet worden aan het feit dat er inwoners op straat worden gezet bij de ontruiming van een woning. Over deze sociale gevolgen en de afwegingen die daaraan ten grondslag liggen, zou de raad graag meer informatie ontvangen.
Er zijn voor de raad verschillende manieren om invulling te geven aan zijn kaderstellende en controlerende taak op het gebied van wonen en woonfraude. Allereerst is het belangrijk voor de raad om kaders te stellen door beleid te formuleren. Dit heeft de raad gedaan door in 2018 de Woonvisie 2018-2023 vast te stellen. Gezien de snelle ontwikkelingen in het woondomein en de veranderende situatie, is 2018 wellicht langer geleden dan gewenst zou zijn. Met een herijking van de woonvisie zou de gemeente de woonvisie van meer actualiteit kunnen voorzien. Daarnaast zou dit moment een kans vormen om samen met de raad een heldere en duidelijke woonopgave te formuleren. Naast het vastgestelde beleid in de woonvisie heeft de raad een huisvestingsverordening vastgesteld op 17 december 2020. Deze verordening vormt een verlengstuk van de woonvisie doordat het een instrument is dat uitvoering geeft aan het geformuleerde beleid. In september 2021 heef de raad ook de huisvestingsverordening 2021 vastgesteld. Daarnaast heeft de raad in 2019 de Verordening doelgroepen woningbouw Diemen vastgesteld. Tot slot voorziet de raad ook kaders voor de uitvoering door het vaststellen van bestemmingsplannen. Grip op de regio Het is lastig voor de raad om grip te krijgen op de regionale samenwerking en zich een visie te vormen op de regionale samenwerking.
Hierdoor is het lastig om daar een duidelijke agenda voor te vormen waaruit een opdracht meegegeven kan worden aan de portefeuillehouder. Moties en amendementen Een belangrijke manier om sturing te geven aan het gevoerde beleid en de uitvoering, is het indienen van moties en amendementen. In de periode van 2017 tot en met 2020 heeft de raad negen moties en amendementen aangenomen die betrekking hadden op wonen en woonfraude. In gesprek met de
39
raadsleden werd aangegeven dat de raad altijd een terugkoppeling van het college ontvangt over wat er met een aangenomen motie is gedaan in de uitvoering. Enkele van de moties en amendementen van de raad worden hieronder genoemd: -
Aanpassing verordening starterslening (2017): de raad besluit de voorwaarde voor het kunnen verkrijgen van een starterslening in de vorm van een woonplicht te versoepelen.
-
Totstandkoming woonvisie (2018): met het oog op de groei en de bouwambities van de gemeente roept de raad het college op om de raad meer mogelijkheden te geven om te sturen op de dichtheid en het type nieuwbouwwoning.
-
Grondexploitatie Holland Park West (2018): de raad besluit de programmering qua verschillende woningen voor Holland Park West vast te stellen.
-
Vakantieverhuur via Airbnb (2018): de raad verzoekt het college om regels op te stellen omtrent de verhuur van woningen als vakantiewoning, een meldingssysteem voor vakantieverhuur in het leven te roepen en toeristenbelasting te heffen wanneer dat mogelijk is.
-
Zelfbewoningsplicht (2019): de raad verzoekt het college te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor het invoeren van een zelfbewoningsplicht bij nieuwe koopwoningen op grond van de gemeenten, nieuwe koopwoningen op grond van private ondernemers en voor bestaande bouw.
De complexiteit van het woondomein vormt een obstakel voor de raadsleden Het maken van woonbeleid en daar uitvoering aan geven is een complexe zaak voor de gemeente. Er is een grote hoeveelheid aan wetgeving, de bevoegdheden voor de gemeente zijn beperkt en er is een sterke landelijke en regionale bepaling van wat er mogelijk is. Hierdoor heeft de gemeente slechts een beperkte speelruimte. Deze beperkingen van de ruimte voor de gemeente maken het woondomein een complex beleidsterrein. In het gesprek gaf de raad aan dat deze complexiteit het lastig maakt voor raadsleden om te zien waar de mogelijkheden voor de raad liggen om sturing te geven aan het beleid. Het maken van een inwerkingprogramma voor nieuwe raadsleden werd daarom genoemd als een mogelijkheid om de positie van de raad op het gebied van wonen en woonfraude te versterken.
40
Interviews Aanhef en achternaam
Functie
De Heer E. Boog
Burgemeester
De Heer L. Scholten
Wethouder
Mevrouw M. van Vliet
Medewerker gemeente
De Heer A. Siebert Mevrouw M. Hooijman
Medewerker gemeente
Mevrouw J. Bakker
Medewerker gemeente
De Heer D. van der Vecht
Medewerker gemeente
De heer J. Cijs
Medewerker gemeente
Mevrouw H. van 't Riet
Raadslid
De Heer P. Prins
Raadslid
De Heer J. Jägers
Raadslid
Geraadpleegde bronnen In de lopende tekst is via voetnoten vermeld op welke documentatie de bevindingen zijn gebaseerd.
41