CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantage de Sniep 2022_Toelichting_Bijlagen (1).pdf

Gemeenteraadsvergadering 20 april 2023, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplannen Plantage de Sniep 2022 en Bedrijventerrein 202232.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Plantage de Sniep 2022 Bijlagen Bij De Toelichting

Documenttitel: Bestemmingsplan Plantage de Sniep 2022 Bijlagen Bij De Toelichting Status: Vastgesteld Datum: maart 2023 Projectnaam: Projectnummer: Opdrachtgever: Referentie: Auteur(s): M.K. Collegiale toets: Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Datum/paraaf vrijgave:

Plantage de Sniep 2022

Bijlage 26

Piekgeluid

Bijlage 27

Trillingen

Bijlage 28

Trillingen (aanvullend onderzoek)

Bijlage 29

Externe veiligheidsonderzoek

Bijlage 30

Verkennend bodemonderzoek (2015)

Bijlage 31

Geactualiseerd bodemonderzoek (2018)

Bijlage 32 Tramlus

Onderzoek schaduweffect op zonnepanelen door woontoren De

Bijlage 33

Overzicht hogere waarden Plantage de Sniep

Bijlage 34

Zienswijzennota Plantage de Sniep 2022

Plantage de Sniep 2022

1

Bestemmingsplan Plantage de Sniep Toelichting

Gemeente Diemen 17 februari 2011 Vastgesteld 9S5011.A1

A COMPANY OF

HASKONING NEDERLAND B.V. RUIMTELIJKE ONTWIKKELING

George Hintzenweg 85 Postbus 8520 3009 AM Rotterdam +31 (0)10 443 36 66 (010) 4433 688

E-mail

www.royalhaskoning.com

Internet

Bestemmingsplan Plantage de Sniep Toelichting

Verkorte documenttitel

BP Plantage de Sniep

Status

Vastgesteld

Datum

17 februari 2011

Projectnaam

Bestemmingsplan Plantage de Sniep

Projectnummer

9S5011.A1

Opdrachtgever

Gemeente Diemen

Referentie

9S5011.A1/R000011/903870/Rott

Fax

info@rotterdam.royalhaskoning.com Arnhem 09122561

Documenttitel

Telefoon

KvK

INHOUDSOPGAVE Blz. 1

INLEIDING 1.1 1.2 1.3

1 1 2 3

Aanleiding Begrenzing plangebied bestemmingsplan Vigerende bestemmingsplannen

2

BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe ontwikkelingen

5 5 6

3

BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nota Ruimte (2006) 3.1.2 AMvB Ruimte 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale ruimtelijke verordening (2009) 3.2.2 Provinciaal Milieubeleidsplan 2009 - 2013 3.2.3 Structuurvisie Noord – Holland 2040 3.2.4 Provinciale Ruimtelijke verordening Structuurvisie 3.2.5 Waterplan 2006-2010: “Bewust omgaan met water” 3.2.6 Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Holland 3.2.7 Nota "Een goede plek voor ieder bedrijf" (2005) 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie

9 9 9 9 11 11 11 12 13 13 14 14 15 17 20

4

PLANBESCHRIJVING 4.1 Ontwikkeling 4.1.1 Algemeen 4.1.2 Gebiedsbeschrijving 4.1.3 Deelgebieden

21 21 21 21 23

5

RANDVOORWAARDEN 5.1 Milieu 5.1.1 Bodem 5.1.2 Luchtkwaliteit 5.1.3 Externe veiligheid 5.1.4 Geluidhinder 5.1.5 Milieuzonering 5.2 Water 5.2.1 Algemeen 5.2.2 Overleg waterbeheerder 5.2.3 Watergerelateerd beleid 5.2.4 Watersystemen huidige watersysteem)

25 25 25 28 31 47 55 57 57 57 58

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

situatie

(algemene

kenmerken 60

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

5.2.5 5.2.6 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.8.1

Effecten van de ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem Vertaling naar de juridische regeling Ecologie Cultuurhistorie Kabels en leidingen Verkeer en vervoer Parkeren Overig Lichthinder

61 64 65 72 76 76 78 83 83

6

JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Handhaving

87 87 88 93

7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Financiering 7.2 Exploitatieplan

95 95 95

8

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg artikel 3.1.1 Bro 8.2 Inspraak

97 97 101

BIJLAGEN 1. Overzicht relevante rapportages

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding Dit bestemmingsplan omvat de herontwikkelingslocatie Plantage de Sniep, gesitueerd in het noordoosten van Diemen. Deze locatie, die op afbeelding 1.1 is aangegeven, omvat globaal omschreven het gebied tussen de Weespertrekvaart, de Diem en de spoorboog tussen Diemen-Zuid en Weesp. Ten behoeve van de genoemde herontwikkeling is een nieuw bestemmingsplan nodig, aangezien de geldende bestemmingsplannen (zie paragraaf 1.3) hierop niet zijn toegesneden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

Afbeelding 1.1: Situering plangebied

Plantage de Sniep ontleende in het verleden zijn bekendheid aan de ter plaatse aanwezige meubelboulevard. Deze functie is thans niet meer aanwezig. Het karakter van de locatie wordt nu (weer) bepaald door haar geschiedenis als natuurlandschap, als agrarisch ingepolderd landschap en, recenter, als sportveldenlocatie. Verder wordt het gebied gekenmerkt als kantoor- en bedrijvenlocatie en als infrastructureel knooppunt op het niveau van de stadsregio. Als woningbouwlocatie heeft Plantage de Sniep tot dusverre dus nog geen rol vervuld. Na het verdwijnen van de meubelboulevard werd begonnen met een grootschalige sanering van de vervuilde bodem (als gevolg van vroegere industrialisatie). Vooral de bodemsituatie droeg er aan bij dat de ontwikkeling c.q. exploitatie van Plantage de Sniep lange tijd voor onmogelijk werd gehouden.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott -1-

17 februari 2011

Op 26 april 2001 besloot de gemeenteraad van Diemen tot de herontwikkeling van Plantage de Sniep. Na een aantal verkennende voorstudies had de Gemeente Diemen een meervoudige opdracht uitgeschreven voor de ontwikkeling van Plantage de Sniep. Daartoe werd een aantal partijen uitgenodigd om zich met een stedenbouwkundig plan uit te spreken over de toekomst van Plantage de Sniep. Op 10 februari 2006 had de gemeenteraad besloten tot ontwikkeling en realisatie van de nieuwbouwwijk Plantage de Sniep en maakte een keuze voor de ontwikkelingscombinatie Rabo Vastgoed/Dura Vermeer. Op 20 juli 2006 werd dit gevolgd door een raadsbesluit over een samenwerkingsovereenkomst met de ontwikkelingscombinatie. In de periode daarna werd een aantal aspecten van het bouwprogramma aan een nader onderzoek onderworpen, waaronder de gemiddelde dichtheid van het plan, de hoeveelheid kantoorvloeroppervlak en/of bedrijfsruimte in het project, de voorgestelde verhouding tussen het aantal gestapelde en grondgebonden woningen, en de voorgestelde parkeeroplossingen. Tegelijkertijd werd veel en intensief discussie gevoerd met alle bestuurslagen en politieke geledingen van de Gemeente Diemen, om op alle onderdelen van de planvorming consensus te bereiken, en om ervoor te zorgen dat op alle niveaus het plan kon worden gedragen.

Met datzelfde doel vond medio 2006 een uitgebreide maatschappelijke consultatie plaats in de vorm van een aantal presentaties en publieke gesprekken. Vervolgens werd – vooruitlopend op dit bestemmingsplan – om de voortgang van de herontwikkeling van Plantage de Sniep te bespoedigen op 16 mei 2008 een vrijstelling ex artikel 19 lid 2 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend, voor de ontwikkeling van 88 eengezinswoningen en 35 appartementen met bijbehorende wegen, paden en openbare ruimte.

1.2

Begrenzing plangebied bestemmingsplan Het plangebied wordt vanuit het zuiden (kloksgewijs) begrensd door de Weespertrekvaart, de Muiderstraatweg, het spoortalud, de te handhaven bedrijfskavels aan het Kriekenoord, de Sportlaan en de Provinciale weg. De plangrens van het bestemmingsplan is globaal aangegeven in afbeelding 1.2.

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep -2-

Vastgesteld

Afbeelding 1.2: Begrenzing plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplannen Binnen het plangebied gelden de volgende juridisch-planologische regelingen: • Uitbreidingsplan In Onderdelen Industrieterrein (vastgesteld 17-12-1959; goedgekeurd 11-01-1961); • Gedeeltelijke herziening Uitbreidingsplan In Onderdelen Industrieterrein (vastgesteld 25-04-1963, goedgekeurd 27-05-1964); • Uitbreidingsplan In Hoofdzaak (vastgesteld 25-04-1963, goedgekeurd 22-12-1964); • Bestemmingsplan Groengebied De Diem (vastgesteld 26-10-1972; goedgekeurd 29-01-1974); • Bestemmingsplan Zuidelijke ringspoorbaan (vastgesteld 27-02-1986, goedgekeurd 27-01-1987); • Bestemmingsplan Buitengebied Diemen (vastgesteld 27-08-1998; goedgekeurd 13-04-1999). In deze regelingen zijn de gronden bestemd als Industrieterrein (zuidzijde Muiderstraatweg), Bijzondere Maatschappelijke Doeleinden (noordzijde Muiderstraatweg) en railverkeer en (Sportieve) Recreatie (voormalige sportvelden en punt Sniep). Bovengenoemde regelingen komen, voor zover het gronden betreft binnen dit bestemmingsplan, te vervallen bij inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott -3-

17 februari 2011

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep -4-

Vastgesteld

2

BESCHRIJVING PLANGEBIED Plangebied Het terrein van Plantage de Sniep en de directe omgeving heeft de afgelopen decennia plaats geboden aan een aantal zelfstandige, vaak kleinschalige ontwikkelingen. De vestiging en gestage uitbreiding van sportterreinen ter vervanging van agrarisch landschap, de aanleg van veel en verschillende soorten infrastructuur, en de vestiging van bedrijfs- en maatschappelijke functies hebben het plangebied in de loop der tijd veranderd in een gefragmenteerd stedelijk landschap zonder planmatige karakteristiek, met hier en daar nog fragmenten van het oorspronkelijke, historische landschap.

Afbeelding 2.1: Bestaande omgeving

2.1

Bestaande situatie Plangebied en omgeving Plantage de Sniep betreft de ontwikkeling van een van de laatste open gebieden in het stedelijk gebied van Diemen en omstreken en biedt de mogelijkheid om een aantal min of meer geïsoleerd van elkaar gelegen delen van Diemen (het Centrum, Diemen Zuid en Zuidoost) met elkaar te verbinden. Verder zal het bebouwen van het plangebied een aanvulling zijn op het bestaande woonbestand, een support zijn voor de commerciële, sociaal-maatschappelijke en culturele functies in het centrum en aansluiten op de bestaande infrastructuur.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott -5-

17 februari 2011

Een deel van het plangebied wordt, waar in paragraaf 1.1 ook reeds op is gewezen, momenteel bebouwd voor de ontwikkeling van 88 eengezinswoningen. Verder ligt in het noorden van het plangebied het Dagcentrum Den Diem dat is gesitueerd op het terrein Kriekenoord. De cliënten van dit Dagcentrum bestaan voor een groot deel uit mensen met een ernstige meervoudige beperking. Er is veel ruimte om het gebouw en elke groep heeft een eigen stukje tuin. Er is een sportzaal met aangepaste sport- en spelmaterialen. Verder ligt hier een aantal bedrijven en een instelling van de sociale werkvoorziening (WRA-groep) waaronder een wasserij. Tevens is er een zwembad en een tuincentrum. Verder was een deel van het plangebied voorheen in gebruik als Woonboulevard. De Muiderstraatweg doorkruist het plangebied en zal de functie van stadsontsluitingsweg behouden. In het westen van het plangebied is de keerlus van de tram (lijn 9) gelegen. Ten noorden van het plangebied ligt het sportcomplex De Diemen. Dit complex biedt gelegenheid aan de beoefening van vele sporten. Aanwezig zijn voetbal-, honkbal-, softbal- en korfbalvelden, tennisbanen en een landijsbaan. Het complex blijft ook na de herontwikkeling toegankelijk via de Sportlaan. In het oosten van het plangebied, aan de overzijde van de provinciale weg, ligt een ander deel van het bedrijventerrein De Sniep met onder andere een betonmortelcentrale.

Eveneens aan de oostzijde van het plangebied loopt de Tweede Diem, een waterrijk gebied dat deel uitmaakt van de Diem. De Diem was vroeger een veenrivier die uitmondde in het huidige IJsselmeer. De rivier werd in de loop der tijd doorsneden door spoorlijnen, wegen en het Amsterdam-Rijnkanaal (1890). Ten zuiden van het plangebied ligt de Weesper- en Muidertrekvaart en het gezoneerde industrieterrein Verrijn Stuart. In paragraaf 5.1.4 van deze plantoelichting wordt nader op dit aspect ingegaan. Aan de westkant grenst Plantage de Sniep aan de wijken Diemen – Zuid en Diemerbrug.

2.2

Nieuwe ontwikkelingen Het gehele plangebied vormt een herontwikkelingslocatie ten behoeve van stedelijke functies zoals woningen, commerciële, functies, diensten en een school. Ook is er ruimte voor parken, lanen en waterlopen. Het plan biedt een raamwerk voor het realiseren van een groot aantal verschillende woonkwaliteiten (woningtypen, blokvormen, straten, lanen, parken, waterlopen, etc.)

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep -6-

Vastgesteld

Het bebouwen van het plangebied versterkt de stedenbouwkundige samenhang in heel de gemeente en heeft zo een gunstig effect op de kwaliteit van de woon- en werkomgeving. Verder krijgen de aanwezige openbaar vervoersverbindingen met de komst van de nieuwe bewoners er een substantieel aantal reizigers bij. Dit intensiever gebruik van dat openbaar vervoer maakt een verbetering en uitbreiding van dat netwerk mogelijk, waarmee nieuwe verbindingen in dit stadslandschap – vooral in zuidelijke en oostelijke richting – dichterbij komen. De locatie kent verder een aantal unieke kenmerken/kwaliteiten waar een voor Diemen en omgeving waardevol woongebied kan ontstaan. De nabijheid van zowel de kern van Diemen als het natuurgebied, de aanwezigheid van openbaar vervoer van en naar de stad, de aanwezigheid van goede centrumvoorzieningen, een goede verkeersontsluiting en verbinding met het regionale snelwegennet, de aanwezigheid van water als omgevingskwaliteit en de ruimte om groen in de wijk aan te leggen maakt het plangebied tot een veelbelovende locatie.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott -7-

17 februari 2011

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep -8-

Vastgesteld

3

BELEIDSKADER

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nota Ruimte (2006) In de Nota Ruimte is het nationaal ruimtelijk beleid vastgelegd tot 2020, met een doorkijk naar de periode 2020-2030. Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is om op een duurzame en efficiënte wijze ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies, de leefbaarheid van Nederland te waarborgen en te vergroten en de ruimtelijke kwaliteit van stad en platteland te verbeteren. In de Nota Ruimte is de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS) aangegeven. Diemen valt onder deze RHS. In de RHS zijn de gebieden en netwerken opgenomen die in belangrijke mate ruimtelijk structurerend zijn voor Nederland. Bij nieuwe stedelijke transformatiegebieden zal het rijk zich primair richten op de (steden van de) nationale netwerken. Hiertoe behoort stimulering van functieverandering in nieuwe woon- en werkgebieden van onder andere verouderde bedrijventerreinen. Het onderhavige plan stemt met dit beleid overeen nu de gronden van het plangebied, dat voor een groot gedeelte bedrijfsmatig werd gebruikt, worden getransformeerd in een nieuw woon- en werkgebied.

3.1.2

AMvB Ruimte Inleiding Ex artikel 4.3 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (hierna te noemen: Wro) kan het Rijk bij algemene maatregel van bestuur (hierna te noemen: AMvB) regels stellen omtrent de inhoud van bestemmingsplannen1 ‘indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken’. Het is tevens mogelijk om in een dergelijke AMvB voor Provinciale Staten of Gedeputeerde Staten de verplichting op te nemen om ter uitvoering van de AMvB regels te stellen2. Op 29 mei 2009 heeft de Ministerraad op voorstel van toenmalig minister Cramer van Ruimte en Milieu ingestemd met het ontwerp Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna te noemen: AMvB Ruimte). Deze AMvB Ruimte heeft van 17 juni tot en met 30 augustus 2009 ter visie gelegen. Vervolgens is de ontwerp AMvB Ruimte voorgelegd aan de Raad van State. Inwerkingtreding van de AMvB Ruimte is voorzien medio 2011.

1

Naast de inhoud van bestemmingsplannen kunnen de regels ook bepalingen bevatten omtrent de inhoud van provinciale inpassingsplannen, daaraan voorafgaande projectbesluiten, alsmede van beheersverordeningen.

2

Men spreekt dan ook wel van een getrapte AMvB. Zie verder artikel 4.1 lid 4 Wro.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott -9-

17 februari 2011

Nationale ruimtelijke belangen In de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid3 staat een overzicht van alle nationale ruimtelijke belangen die zijn benoemd in de vigerende planologische kernbeslissingen d.d. juni 20084. Per nationaal belang is daarbij aangegeven op welke wijze het Rijk het belang wil realiseren5. Ook is aangegeven voor welke gevallen de AMvB bevoegdheid ex artikel 4.3 lid 1 Wro zou moeten worden ingezet. Dit betreffen onderwerpen die zijn ontleend aan de Nota Ruimte, de PKB Derde Nota Waddenzee, de PKB Ruimte voor de Rivier, de PKB Structuurschema Militaire Terreinen en de PKB Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Opstellen AMvB in twee tranches De AMvB zal gefaseerd worden opgesteld en in werking treden doordat een deel van de beleidskaders nog in ontwikkeling is en nieuw rijksbeleid in voorbereiding is. De eerste tranche bevat beleidskaders uit het bestaande beleid, dat onder meer is neergelegd in de PKB Nota Ruimte, ten aanzien van: a. de rijksbufferzones; b. de ecologische hoofdstructuur; c. de nationale landschappen (inclusief de werelderfgoedgebieden Stelling van Amsterdam en de Beemster); d. het kustfundament; e. de grote rivieren; f. het basisrecreatietoervaarnet; g. het regionaal watersysteem; h. de kaders uit het Tweede Project Structuurschema Militaire Terreinen; i. de kaders uit het PKB Project Mainportontwikkeling Rotterdam; j.

de kaders uit de PKB Derde Nota Waddenzee. Bij bovenstaande kaders zijn slechts die zaken opgenomen die in PKB-teksten duidelijk kaderstellen zijn geformuleerd, wat blijkt uit zinsneden als: ‘[…]…dienen te worden opgenomen in streek- en bestemmingsplannen’. De AMvB Ruimte bevat dan ook uitsluitend een vertaling van deze kaderstellingen uitspraken6. Vooralsnog is er dus geen sprake van nieuw of aanvullend beleid of regelgeving. De tweede tranche zal nieuwe beleidskaders bevatten, waarvan bekend is dat deze als gevolg van de totstandkoming van voorgenomen structuurvisies zullen worden aangevuld. Daarbij gaat het onder andere om het beleidskader ten aanzien van het IJsselmeergebied dat met de inwerkingtreding van het Nationaal Waterplan (naar verwachting eind 2009) zal worden verrijkt.

3

Op de internetsite van het Ministerie van VROM is de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid te raadplegen (http://international.vrom.nl/pagina.html?id=2706&sp=2&dn=8211). De Realisatieparagraaf is in juni 2008 vastgesteld en heeft de status van structuurvisie.

4

Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 worden planologische kernbeslissingen, waaronder de Nota Ruimte, gelijkgesteld aan structuurvisies. Voor concrete beleidsbeslissingen is in het overgangsrecht geregeld dat deze hun juridische binding richting gemeenten en provincies behouden.

5 6

De realisatieparagraaf is opgesteld om te voldoen aan de verplichting ex artikel 2.3 lid 2 Wro. De inhoud van het beleid is niet veranderd. Er vindt een beleidsneutrale omzetting plaats.

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 10 -

Vastgesteld

Het onderhavige plan stemt overeen met het beleid dat is opgenomen in de eerste tranche van het ontwerp AMvB Ruimte.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale ruimtelijke verordening (2009) Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 hebben provincies de bevoegdheid gekregen een ruimtelijke verordening vast te stellen. In deze verordening kan de provincie regels stellen met betrekking tot de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen. Bij het stellen van deze regels moeten provinciale belangen in het geding zijn. In een verordening kunnen regels worden opgenomen ter bescherming van specifieke waarden (zoals natuur-, landschappelijke of cultuurhistorische waarden) of ten behoeve van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld vestigingsregels voor intensieve veehouderij of detailhandelsvoorzieningen). De gemeente heeft de plicht bestemmingsplannen aan te passen aan de provinciale verordening. Op 1 januari 2009 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening van Noord-Holland in werking getreden. Deze verordening heeft twee hoofduitgangspunten. In de eerste plaats zijn alleen de onderwerpen van categorie 1 uit het Overgangsdocument opgenomen. Dat wil zeggen alleen die onderwerpen uit de streekplannen die de kern vormen van het provinciaal beleid, waarvoor de provincie een pro-actieve houding aanneemt om de beleidsdoelen te realiseren. In de tweede plaats wordt uitsluitend streekplanbeleid opgenomen dat nu geldend is.

Er staat dus geen nieuw beleid in de verordening. In de provinciale ruimtelijke verordening staan geen aspecten die van invloed zijn op het plangebied. Bijgevolg is onderhavig plan in overeenstemming met de provinciale ruimtelijke verordening.

3.2.2

Provinciaal Milieubeleidsplan 2009 - 2013 Op 28 september 2009 is door Provinciale Staten het Provinciaal Milieubeleidsplan 2009 – 2013 vastgesteld en in werking getreden. Het plan biedt gemeenten en waterschappen een kader voor hun beleid en geeft ondernemers en burgers inzicht in toekomstige ontwikkelingen en maatregelen. Dit Milieubeleidsplan is gericht op de planperiode 2009-2013 en gericht op het verbeteren van de milieukwaliteit met het oog op: 1. het voorkomen van schade aan de menselijke gezondheid; 2. het stimuleren van duurzame ontwikkeling in Noord-Holland voor nu en in de toekomst, zonder afwenteling van de milieubelasting naar elders. Deze twee doelen staan genoemd in het Milieubeleidsplan als provinciale belangen. Verder staan in het Provinciaal Milieubeleidsplan de volgende acht thema’s centraal: afval, bodem, externe veiligheid, geluid, geur, licht en donkerte, lucht, klimaat en energie.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott - 11 -

17 februari 2011

Ten aanzien van deze nota is voor het plangebied vooral het provinciaal bodembeschermingsbeleid van belang. Een eenmaal verontreinigde bodem kan, ondanks sanering op veel plaatsen tot in lengte van dagen verontreinigd blijven. Dit hoeft geen probleem te zijn, omdat niet alle vormen van grondgebruik een schone bodem vereisen. Wel is zorgvuldig en actief bodembeheer noodzakelijk. Het onderhavige plan stemt met het bodembeschermingsbeleid overeen. In paragraaf 5.1.1 zal nog nader worden ingegaan op het aspect bodem. 3.2.3

Structuurvisie Noord – Holland 2040 Op 21 juni 2010 is door Provinciale Staten van de provincie Noord – Holland de Structuurvisie Noord-Holland 2040 (Structuurvisie) vastgesteld en in werking getreden. Deze Structuurvisie komt in de plaats van de streekplannen van de provincie NoordHolland en is een vertaling van het provinciaal ruimtelijk beleid. In deze Structuurvisie is vermeld hoe de provincie Noord-Holland omgaat met de grote gevolgen vanwege verdere globalisering en klimaatverandering in de periode tot 2040 en tot welke ruimtelijke opgaven en keuzes dit leidt. Daarbij is geschetst hoe de provincie er in 2040 uit ziet en op welke wijze de provincie middels de Structuurvisie zal bijgedragen aan realisering van het toekomstbeeld. In de Structuurvisie heeft de provincie de volgende drie provinciale hoofdbelangen benoemd: 1. Ruimtelijke kwaliteit. 2. Duurzaam ruimtegebruik. 3. Klimaatbestendigheid. Deze drie hoofdbelangen vormen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie en aan de ruimtelijke beslissingen van de provincie Noord-Holland zal altijd een afweging van deze drie belangen voorafgaan. De provincie Noord-Holland borgt de hoofdbelangen door (niet)juridische instrumenten in te zetten vanuit twaalf onderliggende provinciale ruimtelijke belangen.

Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als ‘metropolitaan stedelijk gebied en regionale kernen‘(zie afbeelding 3.1). In dergelijke gebieden staan intensivering en herstructurering van de ruimte, efficiënt ruimtegebruik en verbetering van kwaliteit centraal.

Afbeelding 3.1: Uitsnede Structuurvisie Noord-Holland 2040

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 12 -

Vastgesteld

De ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in dit bestemmingsplan passen binnen het beleid dat in de Structuurvisie Noord – Holland 2040 is opgenomen. 3.2.4

Provinciale Ruimtelijke verordening Structuurvisie Op 21 juni 2010 is door Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland tevens de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (Verordening) vastgesteld en in werking getreden. Deze Verordening is gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening en ter uitvoering van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 opgesteld. In het belang van een goede ruimtelijke ordening stelt het algemene regels over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Op de kaart van de Verordening is te zien dat het plangebied valt binnen bestaand bebouwd gebied (zie afbeelding 3.2). Binnen bestaand bebouwd gebied is bebouwing toegestaan.

Afbeelding 3.2: Uitsnede Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie

Onderhavig plan is in overeenstemming met de Verordening. 3.2.5

Waterplan 2006-2010: “Bewust omgaan met water” In het Noord-Holland van de toekomst zijn de inwoners en bedrijven te allen tijde optimaal beschermd tegen overstromingen en wateroverlast. Sterke dijken bieden bescherming tegen overstromingen. De kans op wateroverlast is minimaal doordat het water de ruimte heeft gekregen. Bovendien zijn watersysteem en landgebruik zo op elkaar afgestemd dat alleen in extreem droge of natte omstandigheden nog moet worden ingegrepen om overlast te voorkomen. Verschillende functies van land en water, zoals landbouw, natuur, stedelijk gebied, transport en recreatie, zijn slim met elkaar verweven en op elkaar afgestemd. De inrichting van het watersysteem draagt bij aan sterke landschappen waar het prettig wonen, werken en recreëren is. De samenstelling van het water is niet overal in het watersysteem gelijk. De duinen en de duinzoom, het stedelijk gebied, de boezem, de diepe polders en de veenweidegebieden hebben ieder hun eigen karakteristieke waterkwaliteit. Stad en platteland zijn met elkaar in evenwicht. Van negatieve beïnvloeding over en weer via het watersysteem is geen sprake.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott - 13 -

17 februari 2011

Aan de stadsranden versterken stad en platteland elkaar en wordt schoon water optimaal gebruikt voor recreatie en natuur. Zowel in de stad als daarbuiten zijn alle huishoudens en bedrijven aangesloten op een vorm van afvalwaterzuivering. Het rioolstelsel functioneert optimaal en de rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn voorzien van de nieuwste zuiveringstechnieken. De drinkwatervoorziening is te allen tijde zeker. Het waterbeheer dat ten grondslag ligt aan bovenbeschreven situatie wordt georganiseerd en uitgevoerd tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het Waterplan 2006 – 2010 wordt opgevolgd door het Waterbeheerplan 2010 – 2015. In laatstgenoemd plan zijn de onderwerpen droge voeten, schoon water, veiligheid ten opzichte van het thans geldende Waterplan 2006 – 2010 aangescherpt en geactualiseerd. Verder is ook meer aandacht voor ruimtelijke afstemming en samenwerking met andere partijen in het beheersgebied. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op de relatie van het Waterbeheerplan 2010 – 2015 met het plangebied nu dit plan na vaststelling zal vigeren en het Waterbeheerplan 2006 – 2010 daarmee zal vervallen. 3.2.6

Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Holland Deze kaart geeft inzicht in de archeologische-, historisch-, stedenbouwkundige- en de historisch-geografische waarden. Cultuurhistorische waarden zijn van belang voor de identiteit, de herkenbaarheid en het karakter van een gebied of een dorp. De cultuurhistorische waarden moeten in een vroeg stadium van planontwikkeling worden geïnventariseerd, bij het ontwerp worden gebruikt en bij de vaststelling worden meegewogen. Er moet onderbouwd worden aangegeven op welke wijze het culturele erfgoed zoveel mogelijk behouden blijft, hersteld of als inspiratiebron gebruikt wordt voor nieuwe ontwikkelingen. In paragraaf 5.4 wordt nader op de relatie met het plangebied ingegaan.

3.2.7

Nota "Een goede plek voor ieder bedrijf" (2005) Deze nota beschrijft het nieuwe locatiebeleid voor vestiging van bedrijven, kantoren en andere grootschalige voorzieningen in Noord-Holland. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten vestigingsmilieus, die mede afhankelijk zijn van de soorten bedrijven en detailhandel. De vestiging van de commerciële voorzieningen binnen het plangebied behoren tot de categorie "A2 - binnenstedelijke subcentra". Binnen dit vestigingsmilieu zijn de volgende categorieën commerciële functies mogelijk: • kantoren en openbare gebouwen (met en zonder baliefunctie); • lichte industrie en hoogwaardige, kleinschalige bedrijvigheid; • detailhandel (inclusief grootschalige en volumineuze detailhandel); • onderwijs en zorgvoorzieningen; • menging met wonen (mits uit oogpunt van milieuhinder inpasbaar); • recreatieve voorzieningen (inclusief horeca, vermaak en cultuur). De criteria bij dit vestigingsmilieu hebben onder meer betrekking op de ontsluiting van het gebied door het openbaar vervoer en de menging met andere functies zoals wonen.

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 14 -

Vastgesteld

Het onderhavige plan is in overeenstemming met de nota doordat wordt voorzien in een kwalitatief goed vestigingsmilieu en geen andere functies worden toegestaan dan de hierboven genoemde.

3.3

Regionaal beleid Regionale woonvisie (Stadsregio Amsterdam, 2004) Het beleid is gericht op de bouw van voldoende woningen. Nieuwe woonbebouwing moet bijdragen aan de versterking van de identiteit en potenties van ontwikkelingslocaties. Daarnaast moet een open woningmarkt worden bevorderd, en moet uiteraard rekening worden gehouden met specifieke demografische ontwikkelingen (doelgroepen). De 16 samenwerkende Stadsregio Amsterdam gemeenten hebben indicatieve woningbouwprogramma's opgesteld, waarin onder andere de gewenste verdelingen naar financieringscategorie zijn opgenomen. Deze woningbouwprogramma's worden op gemeentelijk niveau nader uitgewerkt. De ontwikkeling van het plangebied zal een toevoeging van extra woningen betekenen. Masterplan Middengebied Zuidoostlob (december 2002) In 1998 hebben de betrokken lokale overheden, vanwege de grote hoeveelheid ruimtelijke en verkeerskundige vraagstukken in het gebied, besloten gezamenlijk een ontwikkelingsvisie voor het gebied op te stellen. Het plangebied is aangegeven als ‘woongebied bebouwd’ voor de periode tot 2010 met een doorkijk tot de periode 20102030. De zone ten oosten van het plangebied staat aangegeven als ‘ontwikkelingsgebied groen’.

Aandachtspunten hierbij zijn: • herontwikkeling van voornamelijk woningbouw en kantoorruimte langs het spoor, nadat de woonwinkels zijn vertrokken; • kan als een attractief woonmilieu in contact met het water worden ontwikkeld; • aan de overkant bebouwing rond het sportpark ‘De Diemen’; • doorzetten fietsroute langs de Muiderstraatweg; • ontwikkeling groene oevers (rietoevers) langs de noordkant van de Diem. Regionaal Verkeer- & Vervoerplan In het Regionaal Verkeer- & vervoerplan (RVVP) is het verkeer- en vervoerbeleid voor de komende 10 jaar gepresenteerd. Hierin zijn de gemeenten onderverdeeld in verschillende gebiedstypen; voor ieder gebiedstype geldt een specifiek beleid. Het plangebied behoort tot gebiedstype "stedelijk herkomstgebied", dat nader wordt omschreven als gebied met wisselende dichtheden, redelijk openbaar vervoer, veel ruimte voor de auto en sterke groei inwoneraantal. Met betrekking tot Plantage de Sniep wordt opgemerkt dat de Weesperstraat en de Muiderstraatweg in het RVVP zijn aangewezen als regionale fietsroutes. Ter bevordering van een hoge en herkenbare kwaliteit van fietsroutes zijn hieraan nadere eisen gesteld op het gebied van het ontwerp (vrijliggende, brede fietspaden), doorstroming (bij verkeerslichten) sociale veiligheid (straatverlichting) en beheer (systematisch onderhoud). Eind 2009 is het locatiebeleid vastgesteld.

Dit beleid richt zich vooral op het concentreren van nieuwe verkeersintensieve functies bij HOV-knooppunten en -haltes. BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott - 15 -

17 februari 2011

Uitvoeringsprogramma 2010 Het uitvoeringsprogramma 2010, behorend bij het RVVP, geeft aan welke verkeers- en vervoersaspecten voor 2010 op het programma van de gemeente Diemen staan. De acties voor 2010 worden hieronder weergegeven. De gemeente Diemen heeft te maken met twee bovenregionale infrastructuur projecten: de Planstudie Schiphol – Amsterdam Almere en de Planstudie Openbaar Vervoer Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad. Ook in 2010 zullen deze projecten de nodige inzet van de gemeente vergen. Voor het plangebied is een goede ontsluiting van belang. Mede daarom voert de Stadsregio Amsterdam een verkenning uit naar het opwaarderen en verlengen van tramlijn 9, en doortrekking richting Diemen Zuid, Bijlmer Arena of ‘Poort’ Oost. Een andere ruimtelijke ontwikkeling is de herontwikkeling van Bergwijkpark. De Stadsregio biedt ondersteuning aan voor de verkeer en vervoeronderdelen van dit plan. Op het gebied van fietsinfrastructuur en ketenmobiliteit wordt de Muiderfietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal geopend. Eveneens wordt de fietsenstalling van NS-station Diemen Zuid fors uitgebreid. Tot slot worden in 2010 belangrijke stappen gezet in de voorbereiding voor de nieuwe concessie Amsterdam die in 2012 ingaat.

Verder zijn nog de volgende projecten- en studies voor het plangebied relevant: • het in beeld brengen van de specifieke knelpunten in de doorstroming van het OV in de gemeente Diemen; • verdere uitwerking 'no regret' maatregelen door Prorail (categorie 1, 2 en 3) als voorbereiding op een tracébesluit in 2009 ten behoeve van het aanleggen van de noodzakelijke infrastructuurmaatregelen (no-regret) (korte termijn). Regionale OV-visie 2010-2030 (juni 2008) In de Regionale OV-Visie 2010 - 2030 worden de ambities van de Stadsregio Amsterdam op grond van de demografische en ruimtelijke ontwikkelingen onderbouwd. Om de Metropoolregio Amsterdam Duurzaam te laten functioneren is een robuust en flexibel verkeer en vervoer van belang. Daarbij speelt het regionaal openbaar vervoer de hoofdrol. Het openbaar vervoer moet beter aansluiten bij de wensen van mensen (comfort, imago, prestaties, tarief) en de ruimtelijke ordening moet in het teken staan van eerlijker kansen voor het openbaar vervoer als volwaardig regionaal vervoermiddel. Zonder gericht locatie- en ruimtelijk inrichtingsbeleid van gemeenten kan het openbaar vervoer niet de prestaties leveren die de OV-Visie 2010 – 2030 nastreeft.

Sterker inspelen op openbaar vervoer kan door intensief ruimtegebruik te concentreren rond knooppunten van openbaar vervoer en door ruimte te reserveren voor zowel een vlotte doorstroming van het openbaar vervoer (vrije banen, voorrang op kruisingen) als hoogwaardige opstappunten. Alle ruimtelijke plannen in de regio moeten zo vroeg mogelijk worden getoetst op goede en tijdige OV-bereikbaarheid waarbij voldoende ruimte gereserveerd moet blijven voor de aanleg en uitbreiding van OV-infrastructuur. Voor het plangebied zijn de volgende opgaven van belang: • verkenning van een nieuw knooppunt Diemen Oost, waarbij ontsluitingskansen voor ontwikkelgebieden zoals Amsterdam Science park en Plantage de Sniep plus de verlegging van het eindpunt van tramlijn 9 onderdeel zijn van deze verkenning;

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 16 -

Vastgesteld

•

planstudie infrastructuurmaatregelen tussen Schiphol, Amsterdam, Almere en Lelystad (OV-SAAL).

Uitvoeringsstrategie bedrijven en kantoren (Plabeka) De Uitvoeringsstrategie Plabeka (Platform Bedrijventerreinen en Kantoorlocaties) is het resultaat van intensieve samenwerking op regionale schaal. Het gaat aan welke investeringen, afspraken en eventuele beleidswijzigingen waar en wanneer op het gebied van kantoorlocaties, bedrijventerreinen en haventerreinen noodzakelijk zijn om de internationale kracht van de Noordvleugel te behouden of te versterken. In het kader van het PlaBeKa (Platform Bedrijventerreinen en Kantoorlocaties) zijn afspraken gemaakt over reductie van de planvoorraad kantoren enerzijds, en het tijdig realiseren van voldoende bedrijventerreinen in de Noordvleugel anderzijds. Regionaal Detailhandelsbeleid 2006-2010 (2005) De algemene doelstelling van het Regionaal Detailhandelsbeleid 2006-2010 is dat de regio streeft naar het op een verantwoorde wijze faciliëren van de dynamiek in de detailhandel én het versterken van de huidige (fijnmazige) detailhandelstructuur. Nieuwe ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk hun plaats krijgen in bestaande centra. Kan dit niet, dan zijn er perifere locaties beschikbaar voor grootschalige voorzieningen. Deze algemene doelstelling is in de genoemde nota vertaald in een groot aantal concrete beleidsregels en (afstemmende) maatregelen. Een van deze maatregelen is de meldingsplicht voor initiatieven van een bepaalde omvang.

Zo houdt de Stadsregio Amsterdam zicht op ontwikkelingen die mogelijk effecten kunnen hebben op de regionale detailhandelstructuur. De Stadsregio Amsterdam - gemeenten leggen iedere grootschalige detailhandelsontwikkeling met (mogelijke) bovenlokale effecten ter goedkeuring voor aan het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio Amsterdam. Dit geldt onder meer voor detailhandelsontwikkelingen van meer dan 5.000 m2 vvo in binnenstedelijke woongebieden. In het onderhavige plangebied komt maximaal 3.300 m2 vvo aan commerciële ruimte. Deze omvang ligt duidelijk onder de hiervoor genoemde toetsingsdrempel.

3.4

Gemeentelijk beleid Woonvisie ‘Werken aan wonen’ (2008) In 2008 heeft de gemeente Diemen een nieuwe woonvisie opgesteld. Daarin komt naar voren dat de Diemense woningvoorraad bestaat uit circa 10.437 woningen. 29% sociale huurwoningen, 24% geliberaliseerde huurwoningen en 47% koopwoningen. Het percentage in de leeftijdcategorie 35 – 49 jaar is in Diemen 27%. Het percentage recente instromers van 65 jaar of ouder ligt op 4,3%. De instroom van nieuwe bewoners heeft enigszins een remmende werking op de vergrijzing, daar het aandeel 65-plussers in Diemen 14% is. 21% van de nieuwe bewoners bevindt zich in de leeftijdscategorie 18 jaar of jonger. 37% van de nieuwe bewoners is tussen de 18 en 30 jaar oud.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott - 17 -

17 februari 2011

Uit de analyse komt naar voren dat er een tekort is aan sociale huurwoningen. Er zijn meer mensen die een sociale huurwoning verdienen dan dat er woningen beschikbaar zijn. Hierdoor ontstaat ‘duur scheefwonen’. Dit houdt in dat mensen met een laag inkomen in een duurdere huurwoning wonen. Er is dan ook behoefte aan extra sociale huurwoningen. Naast sociale huurwoningen is er behoefte aan betaalbare seniorenwoningen in het centrum, eengezinswoningen in de koopsector en starterswoningen. Regionaal gezien wordt de nadruk vooral gelegd op middendure woningen. De doorstroming is namelijk gestagneerd. Door middel van meer midden-dure woningen moet de doorstroming weer beter op gang komen. De gemeente Diemen streeft naar 30% sociale huur in de periode 2008 – 2012, conform de regionale afspraken. Verder is de gemeente voorstander van regionale afspraken over (het behoud van) de sociale huurvoorraad. In regionaal verband is met ingang van 1 januari 2008 afgesproken dat de gemeente Diemen 50% van de vrijkomende sociale huurwoningen in de bestaande voorraad en 60% voor nieuwbouw met lokale voorrang mag toewijzen. In de woonvisie wordt concreet aandacht gegeven aan de ontwikkeling in Plantage de Sniep. Op het moment van schrijven ging de woonvisie nog uit van circa 1.200 woningen. Dit zullen er circa 1.500 worden en dit is als uitgangspunt genomen voor onderhavig plan.

De verdeling ziet ongeveer als volgt uit. Er wordt gebouwd voor gezinnen, starters, senioren en woon-werkers. 25% van deze woningen zullen betaalbare woningen worden. Van deze 25% zal 15% sociale huurwoningen worden. De overige 10% worden betaalbare koopwoningen. De gemeente kan geen doelgroepen voorrang verlenen op het inschrijven bij koopwoningen. Maar de ontwikkelaar bevordert de doorstroom op basis van een eigen verkoopstrategie. Onderhavig plan is in overeenstemming met de woonvisie. Groenstructuurplan en groenbeleidsplan Deze notitie geeft de gewenste hoofdgroenstructuur voor Diemen weer. De notitie gaat, behalve op de situering en het soort groen, tevens in op mogelijk (mede-)gebruik van het groen. Bij de planvorming is rekening gehouden met beide plannen. Voor het plangebied is onder andere van belang dat de Muiderstraatweg en de Provincialeweg zijn aangemerkt als wegen met een bomenrij met een structurerende functie voor de hele gemeente. Beleidsnota Cultuurhistorie In deze nota, opgesteld door de Stichting Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland, worden voor een aantal cultuurhistorisch waardevolle elementen in Diemen de mogelijkheden beschreven om deze in te passen in toekomstige nieuwe ontwikkelingen. Met betrekking tot Plantage de Sniep is opgemerkt dat het gebied zo is genoemd vanwege zijn vorm, een puntig toelopend stuk land.

Een belangrijke structuur is de ligging van het eiland tussen de Weespertrekvaart en Muidertrekvaart en, zoals op oude kaarten zichtbaar is, de oorspronkelijke verkaveling die dwars op beide trekvaarten loopt. Deze structuren zijn ingepast in onderhavig plan en dragen op die manier bij aan de woonkwaliteit.

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 18 -

Vastgesteld

Notitie Prostitutiebeleid (2002) Het gemeentelijk prostitutiebeleid is gereguleerd in een paraplubestemmingsplan. Hoofdpunt van beleid is dat zichtbare vormen van prostitutie niet worden toegestaan. In onderhavig plan is geregeld dat het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie niet is toegestaan. Notitie Verblijfsgebieden In deze notitie is de standaard categorisering van (hoofd)wegen in het kader van Duurzaam Veilig vertaald naar de Diemense situatie. De belangrijkste ontsluitingswegen (binnen de bebouwde kom) zijn aangemerkt als verkeersaders. Voor ontsluitingswegen buiten de bebouwde kom geldt derhalve een maximum snelheid van 80 km/uur (eventueel 100 km/uur) en voor ontsluitingswegen binnen de bebouwde kom een maximum snelheid van 50 km/uur. De Muiderstraatweg, welke als hoofdontsluiting van het plangebied valt te betitelen, heeft een 50 km/uur regime. Hiermee voldoet onderhavig plan aan de notitie verblijfsgebieden. Ook met de overige uitgangspunten van de notitie is in de planvorming rekening gehouden. Paragraaf 5.6 gaat nader in op verkeerskundige aspecten. Speelruimteplan (2003) In opdracht van de gemeente Diemen heeft bureau Speelruimte onderzocht welk aantal en welk soort speelgelegenheden in de gemeente gewenst zijn.

De resultaten van dit onderzoek, waarin het herontwikkelingsgebied Plantage de Sniep specifiek is onderzocht, zijn beschreven in de notitie "Spelen in Diemen" (Speelruimte, 2003). In onderhavig plan is bij de exploitatieopzet en het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met de aanbevelingen uit genoemde rapportage. Dit heeft er toe geleid dat er ruimte is voor speelruimte voor kinderen. Dit is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Welstandsbeleid De niet-planologisch relevante aspecten van de geprojecteerde bebouwing, zoals architectuur, kleur- en materiaalgebruik, kunnen niet in onderhavig bestemmingsplan worden geregeld, maar wel in het gemeentelijke welstandsbeleid. De in dit verband beoogde doelstellingen voor Plantage de Sniep zijn uitgebreid beschreven in het beeldkwaliteitsplan "Plantage van Diemen'. Dit plan zal deel gaan uitmaken van het gemeentelijke welstandsbeleid waardoor aan het welstandsbeleid invulling kan worden gegeven. Notitie Ondergronds bouwen (2003) Ten aanzien van woonwijken wordt het beleid gevoerd dat onderkeldering van hoofdgebouwen in beginsel kan worden toegestaan. Onderkeldering ter plaatse van voorerven is niet toegestaan, van zij- en achtererven mag maximaal 50% onderkelderd worden. Voor kantoor- en industriegebieden geldt dat in beginsel 100% van het erf onderkelderd mag worden, tenzij kabel- en leidingstroken dit niet toestaan.

In onderhavig bestemmingsplan zijn kelders toegestaan ter plaatse van gebieden waar bedrijven zijn gepland. De mogelijkheid is niet beperkt. Onderkeldering bij de woongebieden in het plangebied is ook toegestaan, met inachtneming van beperkingen die voortkomen uit de notitie.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott - 19 -

17 februari 2011

Natuurbeleidsplan Diemen (2009) Diemen is een groene gemeente met opvallend waardevolle natuur binnen de stadsgrenzen. De gemeente Diemen heeft al de beschikking over een groenbeleidsplan (1995) en een groenstructuurplan (1997). In dit aanvullende Natuurbeleidsplan staan de ecologische waarden centraal. Dit plan dient gezien te worden als een sectoraal plan, het is geschreven vanuit natuuroogpunt. Bij besluitvorming vormt dit plan één van de afwegingskaders. Het plan vormt onder andere input voor de Structuurvisie en kan gebruikt wordt als onderbouwing bij bv. subsidieaanvragen en bij de vraag om compensatiemaatregelen bij uitbreiding rijks- en spoorwegen. Het Natuurbeleidsplan kan ook weer dienen als input voor het opstellen van het nieuwe groenbeleidsplan en het nieuwe groenstructuurplan. Het streven van Diemen wat betreft het natuurbeleid is als volgt: “Het in stand houden en verbeteren van de ecologische verbindingen en van de leefomstandigheden van plant- en diersoorten in Diemen en het afstemmen hierop van de recreatieve mogelijkheden voor fietsers en wandelaars”. Onderhavig bestemmingsplan is in overeenstemming met het natuurbeleidsplan Diemen (2009). In paragraaf 5.3 zal verder worden ingegaan op het aspect natuur.

3.5

Conclusie Uit nadere toetsing van het plan aan de hiervoor genoemde beleidsuitgangspunten blijkt dat hiermee overeenstemming bestaat, dan wel dat hiermee bij de nadere uitwerking van het plan rekening kan en zal worden gehouden.

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 20 -

Vastgesteld

4

PLANBESCHRIJVING

4.1

Ontwikkeling

4.1.1

Algemeen Voor het gebied Plantage de Sniep is, voor de kredietcrisis, een stedenbouwkundig plan opgesteld. Al snel na het uitbreken van de crisis bleek dat dit plan op verschillende onderdelen niet realiseerbaar meer was, vandaar dat is besloten een nieuw plan op te stellen. Het stedenbouwkundig plan wordt momenteel herontworpen. Daarbij wordt niet gewerkt aan een uitgetekend ontwerp voor het gehele gebied, maar is gekozen voor het uitwerken van de hoofdstructuur, waarbinnen per deelgebied een specifieke invulling kan plaatsvinden. Per deelgebied worden wel algemene kaders meegegeven, zoals bijvoorbeeld de bouwhoogte, de rooilijn of de parkeernorm. Bij het uitwerken van het ontwerp is rekening gehouden met de bestaande omgeving, waaronder de woningen die reeds in het gebied gerealiseerd zijn. In het nieuwe ontwerp voor Plantage de Sniep wordt, meer dan voorheen, ingezet op grondgebonden woningbouw. In het projectgebied worden op nader te bepalen locaties ook appartementen gerealiseerd. De komende periode zal eerst ingezet worden op het realiseren van goed verkoopbare woningen, waarschijnlijk zal daarom eerder dan gepland de overstap naar de zuidzijde van de Muiderstraatweg gemaakt worden. Deze overstap biedt ruimte om complexere ontwikkelingen, aan de noordzijde van de Muiderstraatweg, uit te stellen tot de woningmarkt weer wat aangetrokken is.

4.1.2

Gebiedsbeschrijving Een braakliggend terrein op sterk vervuilde grond leek enige tijd lang het eindstation voor deze plek. In feite kon alleen een grootschalige herontwikkeling het tij keren: problemen van een grote schaal (ruimtelijke problemen, milieuproblemen en financieeleconomische problemen tegelijkertijd) maken een grootschalig antwoord op de vraag noodzakelijk: een integrale ontwikkeling waarbij het oplossen van deze problemen en het ontwerpen van een nieuwe woonomgeving gelijk op gaan was en is in feite de enige kans. Het komen met intelligente oplossingen voor alle ingewikkelde (vaak technische) deelproblemen die het gebied nog kende was daarmee eveneens geboden; het uit de weg gaan van lastige kwesties was geen optie meer. Het plan dat voor het gebied gemaakt wordt probeert daarmee op alle terreinen een evident nadeel om te buigen in een aangename plankarakteristiek. In theorie kan financiële opbrengst in een stedenbouwkundig model ook gegenereerd worden met andere functies dan woningbouw. In een aantal projecten op vergelijkbare locaties is ooit overwogen – overigens ook voor deze plek – om langs de spoorzone een buffer van grootstedelijke voorzieningen, vooral kantoorfuncties – te projecteren.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott - 21 -

17 februari 2011

De nadelen van een dergelijke oplossing zijn evident: er is momenteel geen kantorenmarkt die om grootschalige nieuwbouw vraagt, (in de nabije omgeving is immers veel overcapaciteit), er is in strikt ruimtelijke zin ook geen behoefte aan grootschalige kantoorruimte die een barrière tussen Plantage de Sniep en het centrum zou opwerpen, en daarmee vervalt het argument van opbrengsten: een aanzienlijk metrage aan kantoorruimte is economisch gezien geen reële optie. Bedrijventerreinfuncties worden om diezelfde reden daarom in dit plan zeer behoedzaam ingezet: alleen daar waar geen kansen zijn om een goede woonomgeving te maken, kan een alternatief programma worden overwogen, en dan nog steeds met een scherp oog voor de kwalitatieve aspecten van dat bedrijventerrein. Het bebouwen van dit plangebied versterkt de stedenbouwkundige samenhang in de gemeente, en heeft zo een gunstig effect op de kwaliteit van de woon- en werkomgeving, dat veel verder reikt dat het plangebied zelf. Een goed plan voor Plantage de Sniep, dat wil zeggen: de realisatie van een aangename nieuwe woonwijk, is daarmee een goed plan voor Diemen als geheel.

Het bebouwen, en het intensief bebouwen van deze locatie des te meer, zal een steun in de rug zijn voor de omringende wijken en voor Diemen als geheel; als een aanvulling op het bestaande, hier en daar eenzijdige, woningbestand, en een support voor de commerciële, sociaal-maatschappelijke en culturele functies in het centrum. De aanwezige openbare vervoersverbindingen krijgen met de komst van nieuwe bewoners (circa 1.400 nieuwe woningen) een substantieel aantal reizigers erbij: een intensiever gebruik van dat openbaar vervoer maakt op zijn beurt weer een verbetering en uitbreiding van dat netwerk mogelijk, waarmee nieuwe verbindingen in dit stadslandschap – vooral in zuidelijke en oostelijke richting, dichterbij komen. Het feit dat Plantage de Sniep een grote – zij het gedifferentieerde en zeer gecompliceerde – locatie is, geldt ook als aantrekkelijke kwaliteit op zichzelf: het formaat van deze locatie maakt het mogelijk om nieuwe ruimtelijke kwaliteiten in het plan op te nemen, die bij een krap bemeten locatie niet tot de mogelijkheden zouden behoren.

Daarmee is het mogelijk geworden om een plan te ontwikkelen dat voor elke woning een omgeving met veel groen en water biedt, - vandaar de werktitel “De Plantage van Diemen” - en, zelfs in stedelijke dichtheden bebouwd, een raamwerk biedt voor het realiseren van een groot aantal verschillende woonkwaliteiten (woningtypen, blokvormen, straten, lanen, parken, waterlopen etc.). Hoe intelligenter met de omgevingscondities ( kwaliteiten én belemmeringen) wordt omgegaan bij de uitwerking van het plan, des te groter en gevarieerder het woningaanbod binnen de plangrenzen kan worden. Niet alleen betekent dat voor Diemen zelf een wezenlijke bijdrage aan het verlichten van de druk op de woningmarkt (voor specifieke woonwensen is nog steeds niet genoeg keus binnen de gemeentegrenzen), ook kan Plantage de Sniep van betekenis zijn voor de grootschalige regionale woningbouwopgave in de hele Noordvleugel (ambitie: 150.000 woningen). Bij de gebleken schaarste aan locaties neemt Plantage de Sniep daarmee een sleutelpositie in en heeft het een voorbeeldfunctie voor andere ontwikkelingen op vergelijkbare locaties in de regio.

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 22 -

Vastgesteld

Er zijn al geruime tijd geen “makkelijke” bouwlocaties meer beschikbaar om het aanzienlijke programma aan woningen op te bouwen: een geslaagd voorbeeld van het bebouwen van een gecompliceerde locatie met een hoge woonkwaliteit als inzet, is in die context van grote betekenis. 4.1.3

Deelgebieden In het deelgebied direct ten noorden van de weg Kriekenoord komt het accent te liggen op grondgebonden woningbouw. Richting de sportvelden bestaat ruimte om ook wat hogere bebouwing te realiseren. In het gebied komt een woonvoorziening voor zorgbehoevenden, dit wooncomplex zal vormgegeven worden als ‘normale’ eengezinswoningen. Daarnaast wordt in dit gebied ruimte geboden voor het realiseren van een school. Het zwembad blijft vooralsnog behouden, maar zal binnen de bestemmingsplanperiode waarschijnlijk worden opgeheven. Wanneer het zwembad verdwijnt, zal het gebied een invulling kunnen krijgen met woningbouw en voorzieningen. De strook ten noorden van de Muiderstraatweg biedt ruimte voor het realiseren van grondgebonden woningen. Een keuze voor een definitief woningbouwprogramma is hier nog niet gemaakt. Voor de bebouwing direct langs het spoor vindt momenteel een nadere studie plaats naar de bebouwingsmogelijkheden. Ter hoogte van de tramlus is ruimte voor gestapelde woningbouw, met voorzieningen in de plint van de gebouwen. In de smalle zone tussen het spoor en Pantar is een gedeelte van het gebied aangewezen voor bedrijfsbebouwing. Voor het bepalen van de bouwmassa van het blok direct aan de overzijde van De Wissel is rekening gehouden met de naastgelegen woonbebouwing.

Voor de zuidzijde van het plangebied wordt voor het gehele gebied gestudeerd op het ontwerpen van een nieuwe stedenbouwkundige structuur. Het gebied wordt hoofdzakelijk ingevuld met woonbebouwing. In de zone langs het spoor zal daarbij ook ruimte worden geboden voor voorzieningen, met name gericht op het tramplein. De ‘Punt Sniep’ krijgt vanwege de unieke ligging een heel eigen invulling, hoofdzakelijk met woningbouw, maar er is ook ruimte voor het realiseren van voorzieningen en horeca.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott - 23 -

17 februari 2011

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 24 -

Vastgesteld

5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Milieu

5.1.1

Bodem Algemeen Het is wettelijk geregeld dat ontwikkelingen pas kunnen plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. In eerste instantie wordt volstaan met een historisch vooronderzoek conform de NVN 5725 van het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI). Indien uit dit vooronderzoek volgt dat op grond van die resultaten een verontreiniging te verwachten is, dient een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 van het NNI te worden uitgevoerd. De kwaliteit van verontreinigde bodem moet ten behoeve van realisatie van de nieuwe bestemming voldoen aan doelstellingen uit het BEVER beleid (beleidsvernieuwing bodemsanering). Uitgangspunt is dat functioneel wordt omgegaan met eventueel aanwezige verontreinigingen. Tevens introduceerde de commissie Welschen in het begin van de jaren negentig het begrip “actief bodembeheer”. Het doel hiervan is om op verstandige, doelmatige wijze om te gaan met de structurele aanwezigheid van bodemverontreiniging. Indien bij bodemonderzoek saneringswaardige verontreinigingen worden vastgesteld, dient voorafgaand aan of tijdens de herinrichting sanering plaats te vinden. Plangebied Gebied ten noorden van Muiderstraatweg Binnen dit gebied zijn verschillende delen onderzocht op bodemverontreiniging (zie nummers 1 tot en met 7, bijlage I).

De resultaten zijn hierna per deelgebied kort beschreven. Uit oogpunt van milieuhygiëne zijn binnen deze deelgebieden geen nadere acties noodzakelijk, tenzij anders vermeld. Ago-strook (langs Muiderstraatweg) Zowel in het kleipakket, het onderliggende veenpakket, het grondwater en het slib komen slechts lichte verontreinigingen voort. In twee dammetjes is een sterke, maar niet mobiele verontreiniging met koper en zink aangetroffen. Van de ondergrond is een bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Groenstrook tussen zwembad en sportvelden Over deze locatie zijn geen bijzonderheden te vermelden. De af te voeren grond is waarschijnlijk categorie-1 grond.

BP Plantage de Sniep Vastgesteld

9S5011.A1/R000011/903870/Rott - 25 -

17 februari 2011

Voormalige sportvelden De grond is licht verontreinigd. Enkele sterke verontreinigingen op individuele spots zijn inmiddels verwijderd. In de noordwesthoek van het voormalige sportterrein is puin aangetroffen, dat niet sterk verontreinigd is en geen asbest bevat. Uit milieuhygiënisch oogpunt hoeft dit puin niet verwijderd te worden. Sportlaan Onder het zuidoostelijke deel van de Sportlaan is de funderingslaag sterk verontreinigd met immobiele verontreinigingen (enkele zware metalen). Het betreft vermoedelijk een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien ter plaatse bodemwerken worden uitgevoerd is vooraf aanvullend onderzoek (inclusief asbestonderzoek) noodzakelijk, evenals een beschikking van de provincie Noord-Holland. Tramlus Er zijn enkele sterke verontreinigingen aangetroffen met barium (gerelateerd aan puin en slakken). Daarnaast zijn enkele (maximaal) lichte verontreinigingen aangetroffen, vermoedelijk op individuele spots van geringe omvang. Bij bodemwerken dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar ondermeer asbest. De bodem is evenwel geschikt voor gebruik als tramlus. Langs het spoor Een aantal verontreinigde puindammetjes is voorafgaande aan de ophoging verwijderd. Weg Kriekenoord De verhardingslaag onder de weg is sterk verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Deze laag kan blijven liggen aangezien de functie niet wijzigt.

Indien bodemwerken worden uitgevoerd dient aanvullend (asbest)onderzoek te worden uitgevoerd. Strook ten noorden van dagcentrum AGO Op het noordelijke deel van deze locatie bevindt zich in de bovengrond een matig tot sterke verontreiniging met zink. Deze dienen nader te worden onderzocht. Mogelijk is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De aangetoonde concentraties in de ondergrond, het grondwater en het zuidelijk deel van de locatie vormen geen belemmering voor eventuele woningbouw of andere ontwikkeling. Gebied ter plaatse van gebouw Pantar Ter plaatse van het gebouw Pantar en ten noorden daarvan zijn in het kader van dit bestemmingsplan geen bodemonderzoeken uitgevoerd daar dit een bestaande situatie is. Gebied ten oosten van het gebouw Pantar Voor de gronden ten noorden van het zwembad is een aanvullend grondwateronderzoek uitgevoerd. Dit heeft uitgewezen dat er geen belemmeringen zijn. Ter plaatse van 1 boring is sterke verontreiniging met zware metalen aangetroffen. Deze locatie bevindt zich in een niet te herontwikkelen gebied (bestemming Verkeer) en vormt derhalve geen belemmering.

9S5011.A1/R000011/903870/Rott 17 februari 2011

BP Plantage de Sniep - 26 -

Vastgesteld

Gebied ten zuiden van Muiderstraatweg Dit gebied is gesaneerd. Van de sanering is een evaluatierapport opgesteld (zie nr. 8, 9,10 bijlage I). Nedteerterrein Tot circa 8 meter diepte ontgraven, daarna afgedekt met Trisoplast (hieronder nog sterke verontreiniging aanwezig). Ontgraving is aangevuld met lichtverontreinigde hergebruikgrond van de locatie tot circa NAP -0,5 meter. Daarna opgehoogd met 1,5 à 2 meter schoon zand. Punt Verontreinigde ophooglaag is afgegraven tot circa NAP -2 meter. Alle mobiele sterke verontreinigingen zijn verwijderd. Aangevuld en opgehoogd met schoon zand. Overig Verontreinigde ophooglaag is afgegraven, in het algemeen tot NAP -1,5 à 2 meter en vervolgens aangevuld tot circa NAP -0,5 meter met lichtverontreinigde hergebruikgrond van de locatie. Alle mobiele sterke verontreinigingen zijn verwijderd. Daarna opgehoogd met 1,5 à 2 meter schoon zand (langs het spoor ontgraven tot maximaal NAP -5,9 meter, daarna aangevuld met schoon zand tot circa NAP +1,5 meter). Muiderstraatweg: Plaatselijk matige tot sterke verontreinigingen met immobiele stoffen. Verder licht verhoogde concentraties zware metalen, minerale olie en PAK. Op een plek is vermoedelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie, PAK en naftaleen. Hier is vermoedelijk sprake van een relatie met de bodemverontreiniging op de saneringslocatie Sniep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=e78c14fd-0ae2-42df-bd11-46f8bf14f87c