Holland Park 2023_Planregels
Tekst van het document
Bouwregels
15.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 15.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan 15.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de veiligheid van de leidingen of het functioneren van de leidingen niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad. 15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakteverharding; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het aanbrengen/rooien van diepwortelende beplanting en bomen; d. het verrichten van graafwerkzaamheden; e. het indrijven van voorwerpen in de grond; f.
het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in lid 15.1 omschreven bestemming; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen en of dempen van reeds bestaande watergangen. 15.3.2 Uitzondering Het in lid 15.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
Holland Park 2023
35
15.3.3 Voorwaarden De in lid 15.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.
Holland Park 2023
36
Artikel 16
Waarde - Archeologie 3
16.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 3' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Het bepaalde in artikel 23.4 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 16.2
Bouwregels
16.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of 2. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m², of 3. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 16.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
16.3
Nadere eisen
16.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 16.3.2 Toepassen De bevoegdheid onder 16.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden
16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 500 m², en op een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren,
Holland Park 2023
37
roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 16.4.2 Uitzonderingen Het in lid 16.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 16.4.3 Voorwaarden De in lid 16.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.
Holland Park 2023
38
Artikel 17
Waterstaat - Waterkering
17.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waterstaat - Waterkering' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor dijken en kaden met een waterkerende functie en de hierbij behorende voorzieningen en inrichtingsaspecten. b. Het bepaalde in artikel 23.4 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 17.2
Bouwregels
17.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 17.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 17.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. het waterkerend vermogen niet onevenredig wordt geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de waterbeheerder. 17.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.3.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van kabels en leidingen, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
17.3.2 Uitzondering Het in lid 17.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het bestemmingsplan. 17.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De in lid 17.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de beheerder van de betreffende watergang en waterkering.
Holland Park 2023
39
Holland Park 2023
40
Hoofdstuk 3
Artikel 18
Algemene regels
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Holland Park 2023
41
Artikel 19
Algemene gebruiksregels
19.1 Verboden gebruik Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie; c. voor het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie; d. voor ligplaatsen voor woonschepen; e. voor speelautomatenhallen.
Holland Park 2023
42
Artikel 20
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in hoofdstuk 2 niet eerder kon worden afgeweken, bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan, voor: a. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 5 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; b. het oprichten van bouwwerken voor infrastructurele en openbare voorzieningen met dien verstande dat de bouwhoogte ten hoogste 6 meter en de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 20 m² bedraagt; c. het overschrijden van bestemmingsgrenzen en van de goot- en/of bouwhoogten van gebouwen met ten hoogste 10%; d. het overschrijden van de bouwhoogten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met ten hoogste 20%; e. het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor balkons, galerijen, erkers, luifels, entreepartijen, buitentrappen en soortgelijke onderdelen, van gebouwen met niet meer dan 3 meter; f.
het oprichten van voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit, zoals geluids- en luchtkwaliteitschermen; g. de overschrijding van bouw- of bestemmingsgrens met maximaal 1,5 meter ten behoeve van een overbouwing, mits op een hoogte boven de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw; h. het plaatsen van een vrijstaande antenne-installatie met dien verstande dat: 1. uit een onderbouwing van de aanvrager blijkt dat er geen redelijk alternatief voorhanden is, bijvoorbeeld in de vorm van een vergunningsvrije installatie, dan wel in de vorm van sitesharing bij bestaande, reeds vergunde, installaties; 2. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 40 meter; 3. de beoogde locatie is gesitueerd zoals aangegeven op de kaart “Plaatsingsmogelijkheden van GSM en UMTS antenne-installaties” (vastgesteld d.d. 5 maart 2009) zoals opgenomen in Bijlage 4 “Kaart GSM en UMTS masten”; i. het plaatsen van een vrijstaande prikmast met dien verstande dat: 1. uit een onderbouwing van de aanvrager blijkt dat er geen redelijk alternatief voorhanden is, bijvoorbeeld in de vorm van een vergunningsvrije installatie, dan wel in de vorm van sitesharing bij bestaande, reeds vergunde, installaties of het oprichten van een installatie met de mogelijkheid van sitesharing; 2. de bouwhoogte ten hoogste 22 meter bedraagt; 3.
de beoogde locatie is gesitueerd binnen de bij letter h, onder 3 bedoelde gebieden of langs de hoofdinfrastructuur, waaronder wordt verstaan: gelegen langs rijkswegen, spoorwegen, waterwegen met bijbehorende bermen en taluds alsmede de Gooiseweg en de Daalwijkdreef met bijbehorende bermen en taluds; 4. de beoogde locatie niet is gelegen binnen een straal van 100 meter van een andere, omgevingsvergunningplichtige, antenne-installatie.
Holland Park 2023
43
Artikel 21 21.1
Algemene aanduiding regels
Geluidszone - industrie
21.1.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt een zone als bedoeld in artikel 40 en artikel 41, eerste en tweede lid van de Wet geluidhinder. Binnen deze zone mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. Vervanging van bestaande geluidgevoelige objecten is slechts toegestaan indien wordt voldaan aan de bepalingen van de Wet geluidhinder. 21.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 21.1.1, indien: a. uit akoestisch onderzoek blijkt dat - ten gevolge van geluidwerende of afschermende bebouwing en voorzieningen - het geluidsniveau aan de gevel van de geluidgevoelige objecten beneden de gestelde grenswaarden van de Wet geluidhinder blijft. b. voor zover hogere grenswaarden zijn vastgesteld bij de vaststelling van dit bestemmingsplan, de gevelbelasting niet meer bedraagt dan bij dit besluit is vastgesteld en wordt voldaan aan de in het besluit hogere grenswaarden opgenomen voorwaarden. c. voor zover hogere grenswaarden zijn vastgesteld bij de vaststelling van een wijzigingsplan, de gevelbelasting niet meer bedraagt dan bij dat besluit is vastgesteld en wordt voldaan aan de in het besluit hogere grenswaarden opgenomen voorwaarden.
21.2 Veiligheidszone - Externe Veiligheid Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - externe veiligheid' mogen geen functies voor langdurig verblijf van groepen beperkt zelfredzame personen, zoals kinderdagverblijven, verpleegfuncties, e.d., worden gesitueerd, tenzij uit een nadere motivering, waarvan het advies van de Brandweer Amsterdam Amstelland deel moet uitmaken, blijkt dat dit verantwoord is. 21.3 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1' zijn geen kwetsbare objecten toegestaan. 21.4 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 2 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 2' zijn geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. 21.5
Wetgevingszone- wijzigingsgebied
21.5.1 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone wijzigingsgebied' wijzigen in de nieuwe bestemmingen 'Gemengd', 'Groen', 'Verkeer', 'Water' en 'Wonen'. 21.5.2 Voorwaarden voor toepassing wijzigingsbevoegdheid De wijzigingsbevoegdheid onder lid 21.5.1 mag uitsluitend worden toegepast onder voorwaarden dat: a. in het wijzigingsplan een verantwoording is opgenomen ten aanzien van de wettelijke toets aan relevante wetgeving en beleid op het moment van vaststelling van het desbetreffende wijzigingsplan. b. het instandhouden van de ecologische verbindingen en zoveel mogelijk handhaven van de bestaande hoofdgroenstructuur uitgangspunten zijn bij de situering van groenvoorzieningen. c. het zoveel mogelijk handhaven van de bestaande hoofdwaterstructuur, en het zoveel mogelijk inrichten met natuurvriendelijke oevers, uitgangspunten zijn bij de aanleg van nieuwe waterpartijen. d. binnen het bestemmingsplangebied in elk geval de bestaande hoeveelheid oppervlaktewater gehandhaafd blijft en bij toename van de hoeveelheid van verhard oppervlak minimaal 10% daarvan aan extra wateroppervlakte gerealiseerd moet worden. Hierbij dient de doelstelling van het "Masterplan, aanpassing en verdere uitwerking" (augustus 2013), dat er binnen het
Holland Park 2023
44
bestemmingsplangebied tenminste 10.000 m2 extra water ten opzichte van de huidige situatie dient te worden aangelegd, in acht te worden genomen. e. de hoofdwaterstructuur dient in elk geval te bestaan uit een aaneengesloten watersingel (slechts onderbroken door dammen met duikers ter plaatse van de wegen. Deze watersingel dient aan minimaal één zijde te zijn voorzien van een natuurvriendelijke oever (talud 1:3 of flauwer indien mogelijk). Op plekken waar het profiel te krap is voor een talud van 1:3 kan alternatief gerealiseerd worden: plas-dras oever of indien dit ook niet mogelijk is een onderwaterbak. f. de bereikbaarheid voor hulpdiensten verzekerd moet zijn, zoals aangegeven in paragraaf 7.3.1. van het rapport 'Onderzoek externe veiligheid ontwikkeling Bergwijkpark-Noord te Diemen' van Antea Group d.d. 27 oktober 2014 (Bijlage 3 bij de Toelichting van CHW bestemmingsplan Bergwijkpark 2015). g. voldaan wordt aan de uitkomsten van het advies externe veiligheid van de Brandweer Amsterdam Amstelland d.d. 2 oktober 2014 (Bijlage 4 bij de Toelichting van CHW bestemmingsplan Bergwijkpark 2015). h. in het wijzigingsplan wordt opgenomen dat bij het verwezenlijken van de bestemming, en de uitvoering van werkzaamheden daartoe, dient te worden voldaan aan de Wet natuurbescherming en aan de voorwaarden die zijn neergelegd in het rapport Flora- en faunaonderzoek van Eelerwoude d.d.
19 mei 2015 (Bijlage 5 bij de Toelichting van CHW bestemmingsplan Bergwijkpark 2015) en in het Ecologisch werkprotocol Bergwijkpark Diemen van Eelerwoude d.d. 15 oktober 2014 (Bijlage 6 bij de Toelichting van CHW bestemmingsplan Bergwijkpark 2015). i. voldaan wordt aan de uitkomsten van het akoestische onderzoek van Peutz d.d. 4 maart 2015 naar de optredende geluidsbelasting vanwege industrieterrein Verrijn Stuart (Bijlage 12 bij de Toelichting van CHW bestemmingsplan Bergwijkpark 2015); j. bij de vaststelling van de wijzigingsplannen uit een nadere analyse moet blijken welke maatregelen tot een aanvaardbare geluidsbelasting leiden, zoals geconcludeerd is in de rapportage van het akoestisch onderzoek van DGMR d.d. 19 juni 2015 (Bijlage 10 bij de Toelichting van CHW bestemmingsplan Bergwijkpark 2015). k. bij de vaststelling van de wijzigingsplannen besluiten worden genomen tot vaststelling van de hogere grenswaarden, als bedoeld in de rapportage van het akoestisch onderzoek van DGMR d.d. 19 juni 2015 (Bijlage 10 bij de Toelichting van CHW bestemmingsplan Bergwijkpark 2015). l. voldaan wordt aan de uitkomsten van nader akoestisch onderzoek naar de piekgeluiden van de inrichting, lijnwerkplaats GVB. m. indien ten tijde van de vaststelling van een wijzigingsplan een nader onderzoek naar de aspecten genoemd in letters a. t/m l.
heeft plaatsgevonden, kan bij de vaststelling worden besloten om voorrang te geven aan de uitkomsten van dat onderzoek boven de hiervoor onder letters a. t/m l. genoemde uitkomsten van onderzoeken, indien dit een actueler beeld geeft van de situatie en dit passend is binnen de gestelde voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. n. de totaal oppervlaktes van voorzieningen, de totaal oppervlaktes van voorzieningen per wijzigingsgebied, de maximale oppervlaktes per soort voorziening, en de maximale oppervlaktes van voorzieningen per vestiging, mogen niet meer bedragen dan voor het desbetreffende wijzigingsgebied is aangegeven in het hierna onder letter o. opgenomen schema. o. de bouwhoogtes en het aantal woningen mogen niet meer bedragen dan voor het desbetreffende wijzigingsgebied is aangegeven in bijgaand schema:
Holland Park 2023
45
*) Een afwijkend woonprogramma (waaronder bijvoorbeeld een studentenhotel) met een vergelijkbare impact op verkeer- en milieuaspecten is mogelijk. **) Deze functies mogen onderling worden herverdeeld binnen het desbetreffende wijzigingsgebied, met handhaving van de maximale gezamenlijke oppervlakte omvang en omvang per vestiging die voor de functies gelden. (Dit herverdelen is niet mogelijk tussen de deelgebieden). p. indien daarmee de stedenbouwkundige kwaliteit wordt gehandhaafd, of versterkt en er geen onevenredige schaduwhinder ontstaat voor omliggende woningen, grotere bouwhoogten zijn toegestaan dan de in hiervoor bij letter o. genoemde maximum bouwhoogten, in de vorm van een maximum aantal hoogteaccenten met een maximale hoogte en oppervlakte (van het bouwvlak) per hoogteaccent, zoals in het onderstaande schema vermeld:
bij lid 20.2.2, letter p. Wijzigings- Maximaal aantal gebieden hoogteaccenten maximaal 30m hoog 6 4
Maximale oppervlakte (van het bouwvlak) per hoogteaccent maximaal 40m hoog 4
maximaal bij hoogte52m hoog accent 30m 0 600 m2
bij hoogteaccent 40m 600 m2
bij hoogteaccent 52m
q. voor de woningen en voorzieningen binnen het wijzigingsgebied een parkeernorm geldt van 0,85 parkeerplaats per woning, waarvan 0,25 parkeerplaats per woning voor bezoekersparkeren op maaiveld en 0,6 parkeerplaats inpandig per woning voor bewoners binnen de bouwblokken. Van deze 0,6 wordt 0,3 parkeerplaats per woning direct inpandig binnen de bouwblokken gerealiseerd en de overige 0,3 parkeerplaats per woning inpandig gerealiseerd als buffer, voor indien daartoe de noodzaak bestaat, vanwege de noodzakelijke benodigde inpandige parkeerplaatsen voor bewoners.
Holland Park 2023
46
Het parkeren voor de aanvullende voorzieningen dient binnen de hiervoor genoemde norm van 0,25 parkeerplaats per woning voor bezoekersparkeren te worden opgelost. Voor het fietsparkeren geldt een norm van 0,25 fietsparkeerplaats per woning voor de bezoekers van de woningen en van de aanvullende voorzieningen. r. voor studentenwoningen binnen het wijzigingsgebied een parkeernorm geldt van 0,1 parkeerplaats per woning. s. binnen de aanduiding 'veiligheidszone - externe veiligheid' geen functies voor langdurig verblijf van groepen beperkt zelfredzame personen, zoals kinderdagverblijven, verpleegfuncties, en dergelijke, mogen worden gesitueerd, tenzij uit een nadere motivering, waarvan het advies van de Brandweer Amsterdam - Amstelland deel moet uitmaken, blijkt dat dit verantwoord is. t. er geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van: 1. de woon- en werksituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. het waterbeheer; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid en de brandveiligheid; 7. de milieusituatie; 8. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
21.6 CHW gebied Het gebied ter plaatse van de aanduiding 'CHW gebied' is aangewezen als CHW gebied als besloten in artikel 1, sub C, onderdeel s in het Besluit van 14 augustus 2015 tot aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet en van de bijlagen I en II bij de Crisis- en herstelwet (tiende tranche) en tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht.
Holland Park 2023
47
Artikel 22
Algemene wijzigingsregels
22.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter ten hoogste 5 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. 22.2 Technische uitvoerbaarheid Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen, ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen en/of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 5 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
22.3 Wijziging staat van bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan de van deze planregels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten wijzigen door het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven en daardoor geen aanwezige bedrijven in een hogere milieucategorie worden gebracht.
Holland Park 2023
48
Artikel 23 23.1
Overige regels
Parkeernormen
23.1.1 Parkeernormen voor de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd alsmede niet worden gebruikt wanneer voor dit bouwwerk op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. De omgevingsvergunning voor het bouwen en/of gebruik kan alleen worden verleend als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. Voor de woningen en gemengde functies in de bestemmingen de volgende normen: 1. een parkeernorm van 0,85 parkeerplaats per woning, waarvan 0,25 parkeerplaats per woning voor bezoekersparkeren voor woningen en gemengde functies op maaiveld, en 0,6 parkeerplaats inpandig per woning voor bewoners binnen de bouwblokken. 2. Voor het fietsparkeren geldt een norm van 0,25 fietsparkeerplaats per woning voor de bezoekers van de woningen. Voor het aantal fietsplekken voor bewoners geldt dat minimaal 2 fietsplekken per woning moet worden gerealiseerd dat moet worden gerealiseerd in combinatie met een inpandige berging, of in een gemeenschappelijk inpandig fietsrek. d. In afwijking van artikel 23.1.1 lid c onder 1 is ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 1” toegelaten om de parkeernorm voor bezoekersparkeren op maaiveld inpandig op maaiveld te realiseren. e.
Ter plaatse van de bestemming 'Gemengd - 1' gelden de volgende parkeernormen: 1. studentenwoningen een parkeernorm van 0,1 per studentenwoning. 2. detailhandel een parkeernorm van 4 per 100 m2 b.v.o. 3. sportvoorzieningen een parkeernorm van 3 per 100 m2 b.v.o. 4. cultuur en ontspanning een parkeernorm van 2 per 100 m2 b.v.o. 5. dienstverlenende bedrijven een parkeernorm van 2 per 100 m2 b.v.o. 6. horeca een parkeernorm van 6 per 100 m2 b.v.o. 7. kantoren een parkeernorm van 1,5 per 100 m2 b.v.o. 8. maatschappelijke voorzieningen een parkeernorm van 2 per 100 m2 b.v.o. 9. bedrijven tot en met milieucategorie 2 een parkeernorm van 2 per 100 m2 b.v.o. f. Ter plaatse van de bestemming 'Gemengd - 2' gelden de volgende parkeernormen: Functie Voorzieningen zoals genoemd in lid 4.1 Studentenwoningen Woningen anders dan studentenwoningen
Parkeernorm 2,5 parkeerplaatsen per 100 m2 0,1 parkeerplaatsen per woning 0,6 parkeerplaatsen per woning
g. Uitvoering van de parkeernormen dient plaats te vinden ter plaatse van de bestemming Gemengd - 2 alsmede ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage" op het perceel aan Wisselwerking 22. h. Ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk' geldt voor de maatschappelijke voorzieningen (waaronder kinderopvang) een parkeernorm van 2 per 100 m2 b.v.o. i. voor de bestemming Gemengd - 3 gelden, anders dan genoemd in lid 23.1 letter c, de parkeernormen volgens onderstaande tabel:
Holland Park 2023
49
23.2 Verwijzing naar andere regelgeving Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de vaststelling van dit plan. 23.3
Bestaande maten regeling
a. In die gevallen dat bestaande hoogten, bestaande inhoud en/of bestaande oppervlakten als vergund sinds 2015 en meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, worden de bestaande maatvoeringen als ten hoogste toelaatbaar aangehouden. b. In die gevallen dat bestaand gebruik, als vergund sinds 2015, niet is overgenomen in deze regels, al dan niet in combinatie met een aanduiding op de verbeelding, wordt dit afwijkende gebruik als bestaand en toelaatbaar beschouwd op grond van dit bestemmingsplan. c. In geval van heroprichting van bouwwerken na sloop is het bepaalde in sub a uitsluitend van toepassing indien dit geschiedt op dezelfde plaats als waar de sloop plaatsvindt. d. De regels in sub a t/m c van artikel 28.3 zijn niet van toepassing voor gevallen waarbij sprake is van een toestemming of vergunning van tijdelijke aard. 23.4
Voorrangsregels dubbelbestemmingen
In geval van strijdigheid van de regels van (met elkaar samenvallende) dubbelbestemmingen wordt de volgende voorrangsvolgorde aangehouden: a. Artikel 17 Waterstaat - Waterkering; b. Artikel 14 Leiding - Hoogspanning c. Artikel 15 Leiding - Leidingstrook; d. Artikel 16 Waarde - Archeologie 3.
Holland Park 2023
50
Hoofdstuk 4
Artikel 24
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
24.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 24.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 24.1 onder a met maximaal 10%. c. Lid 24.1 onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 24.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 24.2 onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 24.2 onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Lid 24.2 onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Holland Park 2023
51
Artikel 25
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het bestemmingsplan Holland Park 2023' van de gemeente Diemen.
Holland Park 2023
52