Holland Park 2023 _Bijlagen_Toelichting - deel 7-gecomprimeerd
Tekst van het document
1
Akoestisch onderzoek Bergwijkpark Noord blok1, blok 2 en toren 1
Definitief 10 mei 2015 Gemeente Diemen, Kenmerk Ro/Trb/AGH
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
2
1
Inhoudsopgave
2 3
Bouwplan en doelstelling onderzoek .............................................................................. 3 Wet geluidhinder ............................................................................................................ 4 3.1 Geluidgevoelige bestemmingen .............................................................................. 5 3.2 Zone Wet geluidhinder ............................................................................................ 5 3.2.1 Algemeen ......................................................................................................... 5 3.2.1 Spoorweg ......................................................................................................... 6 3.2.2 Weg .................................................................................................................
7 3.2.1 Bronnen Wet ruimtelijke ordening ...................................................................11 3.3 Dosismaat geluidbelasting weg- en railverkeerslawaai ...........................................12 3.4 Aftrek van de berekende of gemeten waarde (spoor)wegverkeerslawaai ...............13 3.5 Grenswaarde wegverkeerslawaai...........................................................................14 3.6 Maximaal toegestane hogere grenswaarde wegverkeerslawaai .............................14 3.7 Grenswaarde railverkeerslawaai ............................................................................14 3.8 Maximaal toegestane hogere grenswaarde railverkeerslawaai ...............................14 3.9 Maatgevende verkeersintensiteit weg- en railverkeerlawaai ...................................14 4 Geluidmodel ..................................................................................................................15 4.1 Geometrie en bodemdemping ................................................................................15 4.2 Wegdekverharding .................................................................................................15 4.3 Bovenbouw spoorwegen ........................................................................................15 4.4 Verkeersintensiteit
..................................................................................................16 4.4.1 Wegen ............................................................................................................16 4.4.1 Raccordement .................................................................................................19 4.4.2 Metro ...............................................................................................................19 4.5 Geluidberekening ...................................................................................................19 4.5.1 Wegverkeerslawaai .........................................................................................19 4.5.1 Wegverkeerslawaai metro parallel aan de hoofdspoorweg ..............................19 4.5.1 Raccordementslawaai .....................................................................................20 4.5.1 Railverkeerslawaai hoofdspoorweg en metrospoorweg traject 416 .................20 4.6 Geluidbelasting zonder het treffen van maatregelen...............................................20 4.7 Schermmaatregel onderzoek .................................................................................24 4.8 Kosten schermmaatregel .......................................................................................30 5 Samenloop van geluid
...................................................................................................31 5.1 Inleiding..................................................................................................................31 5.2 Berekening .............................................................................................................31 5.3 Afweging ................................................................................................................31 6 Maatregelen hogere grenswaarde beleid ......................................................................32 7 Conclusie ......................................................................................................................32 8 Rekenresultaten en hogere grenswaarden ....................................................................33 8.1 Toelichting ..............................................................................................................33 8.2 Blok 1 .....................................................................................................................34 8.3 Toren 1...................................................................................................................83 8.4 Blok2 ....................................................................................................................106 Bijlagen - Omgevingsvergunning
Bergwijkpark te Diemen: Onderzoek naar de optredende geluidbelasting vanwege industrieterrein Verrijn Stuart, rapportnummer Peutz O 15481-1-RA d.d. 6 november 2014 (concept).
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
3
2
Bouwplan en doelstelling onderzoek
Met drie omgevingsvergunningen wordt de bouw van in totaal 262 woningen toegelaten. Het gaat om appartementen in twee gesloten bouwblokken met daartussen een woontoren. Het bestemmingsplan laat geen woningen toe. De aangevraagde omgevingsvergunningen wijken dus af met het bestemmingsplan. Een omgevingsvergunning in afwijking met het bestemmingsplan is mogelijk indien wordt voldaan aan de Wet geluidhinder en aan het criterium van de goede ruimtelijk ordening op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Hiertoe is het voorliggend onderzoek is uitgevoerd.
Figuur 1 situatie 1
In opdracht van de initiatiefnemer is met een eerder onderzoek de geluidbelasting vanwege het railverkeerslawaai en wegverkeerslawaai in kaart gebracht ten aanzien van de met figuur 1 verbeelde bronnen, met uitzondering van het raccordement (licht blauwe sporen boven metro spoorwegtraject 416) en de geluidbelasting vanwege het industrielawaai buiten de zonegrens om het industrieterrein. De geluidproductie op het raccordement was ten tijde van dat onderzoek nog niet beschikbaar en industrielawaai is in opdracht van de zonebeheerder (gemeente) uitgevoerd. Met het voorliggend onderzoek is op basis van een opgave van het GVB de geluidbelasting vanwege het raccordement in kaart gebracht. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het eerdere onderzoek te actualiseren.
1
Onderzoek geluid en luchtkwaliteit Bergwijkpark – blok 1+2, toren 1 2/66 SNI001-01-16ev d.d. 26 november 2014 dBvision
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
4
3
Wet geluidhinder
Een beknopte weergave van de te volgen systematiek is als volgt. 2
Voordat met een ruimtelijk besluit als een omgevingvergunning met afwijking van het bestemmingsplan een geluidgevoelige bestemming kan worden toegelaten moet zijn voldaan aan de Wet geluidhinder. Het plangebied heeft betrekking op gronden die deel uitmaken van de geluidhinderzone om meerdere geluidhinderbronnen. Van elke bron moet worden onderzocht of zonder geluidbeperkende maatregelen wordt voldaan aan de grenswaarde van de Wet geluidhinder. Indien de grenswaarde wordt overschreden dienen de in aanmerking komende afstand-, bron-, scherm -maatregelen te worden onderzocht, die helpen om aan de grenswaarde te voldoen. Indien maatregelen doeltreffend zijn – de geluidbelasting wordt teruggebracht tot de grenswaarde voldoet het ruimtelijk plan aan de grenswaarde van de Wet geluidhinder. De in aanmerking komende maatregelen kunnen ook onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In dat geval dienen de maatregelen in kaart te worden gebracht die niet stuiten. Deze maatregelen met de bijbehorende te hoge geluidbelasting worden vastgesteld met een hogere grenswaarde besluit. De vastgestelde hogere grenswaarde treedt in de plaats van de grenswaarde van de Wet geluidhinder.
Het wijzigingsbesluit voldoet eerst dan aan de grenswaarde van de Wet geluidhinder en kan worden vastgesteld. Een hogere grenswaarde mag niet worden vastgesteld indien de samenloop van geluidsbelastingen boven de grenswaarde vanwege meer dan één geluidbron leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting. In dat geval dient de initiatiefnemer extra maatregelen te treffen waarmee een 3 onaanvaardbare geluidbelasting wordt voorkomen. Het is niet mogelijk om een hogere grenswaarde vast te stellen boven de maximumwaarde van de Wet geluidhinder. Indien de geluidsbelasting dat maximum overschrijdt kan een geluidgevoelig gebouw worden toegelaten onder de voorwaarde dat er een dove gevel wordt toegepast. Een dove gevel bevat geen te openen delen, anders dan bij uitzondering te openen geveldelen van een niet geluidgevoelige ruimte. De karakteristieke geluidwering van een dove gevel is dusdanig dat – uitgaande van een aftrek van 0 dB van de berekende geluidbelasting- aan de binnengrenswaarde van de Wet geluidhinder (33 dB) wordt voldaan. De gemeente is niet verplicht om een hogere grenswaarde vast te stellen. De gemeente stelt een hogere grenswaarde vast indien het hogere grenswaarde beleid in acht wordt genomen.
Een hogere grenswaarde wordt eerst vastgesteld indien de gekozen vorm van het gebouw dusdanig is dat een woning een geluidluw geveldeel heeft met een bij die woning behorende geluidluwe verblijfruimte in de buitenlucht. Er kunnen gegronde reden bestaan om van een of meer onderdelen van dit beleid vrijstelling te verlenen. Verder moet voldaan worden aan het criterium van de goede ruimtelijke ordening (GRO). Dat wil zeggen dat geluidbronnen waar op de Wet geluidhinder niet van toepassing is, worden onderzocht en getoetst als ware het Wet geluidhinder bronnen. In dit geval gaat het om industrielawaai, vliegverkeerslawaai en de geluidbelasting vanwege de (toekomstige) wegen zonder zone (30 km/uur weg, woonerf). Voor deze bronnen gelden de afwegingscriteria van de Wet ruimtelijke ordening die ruimer zijn dan de Wet geluidhinder.
2
Hieronder te verstaan: (1) vaststellen bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro); (2) vaststellen inpassingsplan (artikel 3.26 of 3.28 Wro); (3) vaststellen wijzigings- of uitwerkingsplan (artikel 3.6, eerste lid, onder a of b e Wro); (4) beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo) 3 Het plangebied maakt geen deel uit van een met het oog op de geluidsbelasting vastgesteld beperkingengebied om Schiphol. De samenloop behoeft op grond van de Wet geluidhinder dan niet met inbegrip van vliegverkeerslawaai te worden getoetst. Uit oogmerk van de goede ruimtelijke ordening wordt vliegverkeerslawaai echter wel meegenomen in deze toets.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
5 3.1 Geluidgevoelige bestemmingen De Wet geluidhinder is van toepassing op het projecteren van een geluidgevoelige bestemming als een woning in de zone om een geluidhinderbron. In dit geval gaat het om een omgevingsvergunning voor 131 woningen in blok 1, een omgevingsvergunning voor 38 woningen in toren 1 en een omgevingsvergunning voor 93 woningen in blok 3.
Figuur 2: drie omgevingsvergunningen
3.2
Zone Wet geluidhinder
3.2.1 Algemeen De zone van een (spoor)weg wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijlijn of buitenste spoorstaaf. Aan het einde van een (spoor)weg loopt de zone door over een lengte die gelijk 4 is aan die breedte en behoudt daarbij de zonebreedte aan het (spoor)wegeinde . De breedte van de zone wordt bepaald door de vraag of sprake is van stedelijk of buitenstedelijk gebied en door het aantal rijstroken of sporen van een (spoor)weg. Waar de zone overgaat in een 5 minder brede zone loopt de breedste zone door over een lengte van 1/3 van zijn breedte . Bij het onderzoek is uitgegaan van de weg in de toekomstige situatie. Opgemerkt moet worden dat op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder een weefvak of voorsorteerstrook bij het bepalen van de zonebreedte meetelt als normale rijstrook. Een rijstrook is immers gedefinieerd als een strook van de rijbaan van een weg, welke voldoende plaats biedt aan een enkele rij rijdende motorvoertuigen op meer dan drie wielen, of, indien door middel van markering een bredere strook als rijstrook is aangegeven, die strook.
4 5
Artikel 75, derde lid Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder artikel 1.4a. derde lid Artikel 75 tweede lid Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder artikel 1.4a tweede lid
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
6
3.2.1 Spoorweg Hoofdspoorweg 6 De hoofdspoorweg Duivendrecht – Weesp is aangegeven op de geluidplafondkaart . Uit de geluidproductieplafonds volgt dat deze hoofdspoorweg dan aan weerszijden een zone heeft van 300 7 m.
Figuur 3: Zone hoofdspoorweg Metro spoorwegtraject 416 8 De metrospoorweg tussen de Venserweg en de Gaasperplas is op de geluidzonekaart spoorwegen opgenomen als spoorwegtraject 416 en heeft aan weerszijden een zone van 100 m.
Figuur 4 Zone metro spoorwegtraject 416
6
Artikel 1 Wet geluidhinder geluidplafondkaart: kaart met daarop aangegeven de wegen en spoorwegen, alsmede de geprojecteerde wegen en spoorwegen, waarop titel 11.3 van de Wet milieubeheer en de daarop berustende bepalingen van toepassing zijn 7 Besluit geluidhinder artikel 1.4a. eerste lid (zone breedte) en vierde lid (zonebreedte bij geluidscherm) 8
Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
7
3.2.2 Weg Gooiseweg De maximumsnelheid bedraagt 70 km/uur. De Gooiseweg is een autoweg en wordt bij het toepassen van de hoofdstukken wegverkeerslawaai van de Wet geluidhinder aangemerkt als weg in 9 buitenstedelijk gebied (artikel 1 Wgh). De Gooiseweg bestaat ter hoogte van het plangebied uit vijf of 10 meer rijstroken en heeft aan weerszijden een zone van 600 meter .
Figuur 5: Zone Gooiseweg Metrospoorweg parallel aan de hoofdspoorweg De metroweg parallel aan de spoorweg Duivendrecht-Weesp is niet weergegeven op deze zonekaart 11 en valt daarom onder het begrip ‘weg’ van de Wet geluidhinder . Het gaat om een weg in stedelijk gebied. Omdat sprake is van 3 sporen (waarvan maximaal incidenteel wordt gebruikt) heeft de metro 12 spoorweg aan weerszijden een zone van 350 m .
Figuur 6 Zone metro parallel aan de hoofdspoorweg
9
buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en voor zover het gaat om de geluidsbelasting vanwege een autoweg of autosnelweg ook het gebied in de bebouwde kom dat deel uitmaakt van de zone om een autoweg of autosnelweg 10 Artikel 74,1.b.3 Wgh 11
Artikel 1 Wet geluidhinder: weg: voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg of openstaand pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen of duikers, alsmede een spoorweg die niet is aangegeven op de kaart, bedoeld in artikel 106, of de geluidplafondkaart 12
Artikel 74,1.a.1 Wgh
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
8
Raccordement De GVB lijnwerkplaats is gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Op de verbindingssporen tussen de lijnwerkplaats en de metrobaan voor openbaar vervoer, het zogenaamde raccordement is dan de 13 Wet geluidhinder van toepassing . Het raccordement wordt niet gebruikt voor openbaar vervoer en wordt daarom aangemerkt als aparte weg (staat niet op de geluidzonekaart spoorwegen). Het raccordement bestaat uit 3 sporen en heeft aan weerszijden een zone van 350 m. Een van deze drie sporen, het spoor tussen de lijnwerkplaats en de hoofdspoorweg Amsterdam Amstel – Utrecht, wordt maximaal incidenteel gebruikt.
Figuur 7: Zone raccordement en grens lijnwerkplaats Eekholt De Eekholt, is een weg in stedelijk gebied met een maximum snelheid van 50 km per uur. De weg 14 bestaat uit 2 rijstroken en heeft een zone van 200 meter .Bij het onderzoek is uitgegaan van de weg in de toekomstige situatie.
Figuur 8: Zone Eekholt achtereenvolgend in de huidige en toekomstige situatie
13
Artikel 1 Wet geluidhinder en de Circulaire Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wet milieubeheer van 29 februari 1996 14 Artikel 74,1.a.1 Wgh
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
9
Bergwijkdreef De Bergwijkdreef is een weg in stedelijk gebied met een maximum snelheid van 50 km per uur. De 15 weg bestaat uit 2 en 3 rijstroken en heeft aan weerszijden een zone van 350 m doordat de overgangen van 3 naar 2 rijstroken dichter bij elkaar liggen dan de overgangslengte. Bij het onderzoek is uitgegaan van de weg in de toekomstige situatie
Figuur 9: Zone Bergwijkdreef, achtereenvolgend in de huidige en toekomstige situatie Dalsteindreef De Dalsteindreef is een weg in stedelijk gebied met een maximum snelheid van 50 km per uur. De weg bestaan uit 2 en 3 rijstroken en heeft om de weg een zone van 200 meter (2 rijstroken) en 350 m (3 rijstroken). Bij de overgang van 3 naar 2 rijstroken loopt de 350 m zone door over een lengte van 116,7 meter.
Figuur 10: Zone Dalsteindreef
15
Artikel 74,1.a.1 Wgh
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
10 Diemerdreef De Diemerdreef is een weg in stedelijk gebied met een maximum snelheid van 50 km per uur. De weg 16 bestaan uit 2 tot 3 rijstroken en heeft aan weerszijden een zone van 350 m doordat de overgangen van 3 naar 2 rijstroken dichter bij elkaar liggen dan de overgangslengte van 233,4 m (350 m maal 2/3).
Figuur 11: Zone Diemerdreef Boven Rijkersloot De Boven Rijkersloot is een weg in stedelijk gebied met een maximum snelheid van 50 km per uur. De weg bestaan uit 2 rijstroken en heeft aan weerszijden een zone van 200 meter.
Figuur 12: Zone Boven Rijkersloot
16
Artikel 74,1.a.1 Wgh
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
11
3.2.1 Bronnen Wet ruimtelijke ordening In het kader van de GRO dient de geluidbelasting te worden onderzocht van de bronnen de Wet geluidhinder niet van toepassing is, te weten van de wegen die geen zone hebben, het industrielawaai buiten de zone om het industrieterrein en het vliegverkeerslawaai. Woonerf of 30 km per uur weg
Figuur 13: Toekomstige woonerf of 30 km per uur weg Een weg die gelegen is binnen een als woonerf aangeduid gebied, of waarvoor een maximum 17 snelheid van 30 km per uur geldt heeft geen zone . De geluidbelasting vanwege deze nog aan te leggen wegen waarvoor het voornemen bestaat om een maximum snelheid van 30 km per uur in te stellen is met dit onderzoek in kaart gebracht. Industrielawaai
Figuur 14 Zonegrens industrieterrein Het plangebied ligt buiten de zonegrens (50 dB(A) contour) om het industrieterrein, wat wil zeggen dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is. De zonegrens geldt uitsluitend op 5 meter boven het lokaal maaiveld. Op grotere hoogte neemt de geluidafscherming door bijvoorbeeld de gebouwen op het industrieterrein af, zodat de geluidbelasting buiten de zone op grotere hoogte dan 5 meter hoger kan zijn dan 50 dB(A). Om te voldoen aan het criterium van de goede ruimtelijke ordening en om zo nodig het bestaande recht van de bedrijven te beschermen zijn dan maatregelen noodzakelijk als een toereikende geluidwering van de gevel. Om hieraan te voldoen is met het geluidmodel voor het 18 zonebeheer de geluidbelasting vanwege het industrieterrein bepaald . Oostgevel blok 2 2,4 meter 48 dB(A) Oostgevel blok 2 5,5 meter 48 dB(A) Oostgevel blok 2 8,6 meter 49 dB(A) Oostgevel blok 2 11,7 meter 49 dB(A) 17
Artikel 74, tweede lid Wet geluidhinder.
18
Omgevingsvergunning Bergwijkpark te Diemen: Onderzoek naar de optredende geluidbelasting vanwege industrieterrein Verrijn Stuart, rapportnummer Peutz O 15481-1-RA d.d. 6 november 2014
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
12 Oostgevel blok 2 14,8 meter 50 dB(A) Oostgevel blok 2 17,9 meter 50 dB(A) De grenswaarde voor de geluidbelasting vanwege het industrieterrein bedraagt 50 dB(A) zodat het bouwplan voldoet aan de grenswaarde. Industrielawaai wordt om die reden niet verder beoordeeld.
Schiphol Het plangebied ligt buiten het beperkingengebied voor woningbouw, ingesteld met het oog op de geluidsbelasting19. Het plangebied ligt binnen de 48 dB contour. De 48 Lden contour vormt volgens de provincie het criterium voor het maximaal aantal ernstig geluid gehinderden per etmaal (= 239.000). Op grond van de GRO wordt daarom de cumulatie met het vliegverkeerslawaai beoordeeld.
Figuur 15: contouren Schiphol geluidkaart provincie 3.3 Dosismaat geluidbelasting weg- en railverkeerslawaai Indien de geluidbelasting en grenswaarde wordt uitgedrukt in de dosismaat dB, dan gaat het om de Europese dosismaat Lden. Lden is de op een geheel getal af te ronden geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00–19.00 uur, van 19.00–23.00 uur en van 23.00–07.00 uur van een jaar. Hierbij staat het acroniem den voor day, evening en night. Lday is de op een geheel getal af te ronden geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron de periode van 07.00–19.00 uur van een jaar, Levening is de op een geheel getal af te ronden geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron de periode van 19.00–23.00 uur van een jaar Lnight is de op een geheel getal af te ronden geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron de periode van 23.00–07.00 uur van een jaar Het verband tussen Lden enerzijds en de Lday, Levening en Lnight anderzijds wordt gegeven met de formule: Lden = 10 * log (12*10
(Lday/10)
+ 4*10
((Levening+5)/10)
((Lnight+10)/10)
+ 8*10
)/24)
De geluidbelasting vanwege een industrieterrein wordt uitgedrukt in de dosismaat dB(A). De geluidbelasting vanwege een industrieterrein is de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau, de hoogste van de volgende drie waarden: de waarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) over de periode 07.00–19.00 uur (dag); de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) over de periode 19.00–23.00 uur (avond); de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) over de periode 23.00–07.00 uur (nacht).
19
als bedoeld in hoofdstuk 8, titel 8A.6 of artikel 10.17 van de Wet luchtvaart
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
13
3.4 Aftrek van de berekende of gemeten waarde (spoor)wegverkeerslawaai Op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder moet de berekende of gemeten geluidbelasting vanwege een weg worden gecorrigeerd voordat de geluidbelasting kan worden getoetst aan de grenswaarde. De correctie wordt toegepast in de veronderstelling dat de geluidbelasting gaat afnemen door het stiller worden van het verkeer (het motor- en bandgeluid en de aerodynamische geluidproductie). Met welke waarde de berekende of gemeten geluidbelasting dient te worden verminderd is bepaald met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012).
De toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt tot 1 juli 2018: a) 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b) 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c) 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d) 5 dB voor de overige wegen (alle overige wegen in dit geval ook de metrospoorweg parallel aan de hoofdspoorweg en het raccordement); e) 0 dB bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevel of dove gevel (bij het toepassen van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder).
De toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt met ingang van 1 juli 2018: a. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt; b. 5 dB voor de overige wegen; c. 0 dB bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevel of dove gevel (bij het toepassen van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder). De aftrek voor de Gooisweg bedraagt dus 2 dB en voor de Diemerdreef, Bergwijkdreef, Dalsteindreef, Boven Rijkersloot en Eekholt 5 dB. De metrospoorweg parallel aan de hoofdspoorweg en het raccordement zijn geen onderdeel van een weg. Indien een spoorweg onderdeel is van een weg wordt de geluidbelasting van de weg bepaald door het equivalent geluidsniveau vanwege de spoorweg, berekend met de methode railverkeerslawaai, energetisch te sommeren bij het equivalente geluidniveau vanwege de weg. Het resultaat wordt omgerekend naar Lden. Op de Lden (gecumuleerd) wordt vervolgens de aftrek toegepast die behoort bij de weg.
De beide spoorwegen maken echter geen deel uit van een weg zodat zij vallen onder de categorie overige wegen waarop op grond van het RMG2012 een aftrek van toepassing is van 5 dB. De aftrek voor de spoorwegen zou zijn bedoeld als compensatie voor de strengere grenswaarde, te weten 48 dB in plaats van 55 dB voor railverkeerslawaai, die vanaf de opname van de hoofdspoorweg in het geluidregister in 2012 voor dit traject van de metrospoorweg is gaan gelden. Het volgende wordt hierbij opgemerkt. Artikel 110g van de Wet geluidhinder luidt als volgt. Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast. Artikel 1 van de Wet geluidhinder wijst voor de definitie van motorvoertuigen door naar het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
14 motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen. Het RMG2012 is op dit punt dus in strijdt met de Wet geluidhinder. De 5 dB aftrek voor spoorweglawaai is vanuit deze invalshoek niet toegestaan, ook niet als het spoor een onderdeel is van de weg. 3.5 Grenswaarde wegverkeerslawaai 20 De grenswaarde voor de geluidbelasting vanwege een weg bedraagt 48 dB voor een woning , een 21 22 ander geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelig terrein . 3.6 Maximaal toegestane hogere grenswaarde wegverkeerslawaai Een hogere grenswaarde voor een nieuw geluidgevoelig object mag niet hoger worden vastgesteld dan: 53 dB voor een woning in buitenstedelijk gebied (geluidsbelasting Gooiseweg, artikel 83, eerste lid Wet geluidhinder); 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied (geluidsbelasting Gooiseweg, artikel 3.2, eerste lid onder a Besluit geluidhinder); 63 dB voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen in stedelijk gebied (artikel 83, tweede lid Wet geluidhinder).
53 dB voor een geluidgevoelig terrein in stedelijk of in buitenstedelijk gebied (artikel 3.2, eerste lid onder e Besluit geluidhinder); 3.7 Grenswaarde railverkeerslawaai De grenswaarde voor de geluidbelasting bedraagt: 55 dB voor woningen (artikel 4.9, eerste lid Besluit geluidhinder) 53 dB voor andere geluidgevoelige gebouwen (artikel 4.9 tweede lid Besluit geluidhinder). 55 dB aan de grens van een geluidgevoelig terrein (artikel 4.9 derde lid Besluit geluidhinder). 3.8 Maximaal toegestane hogere grenswaarde railverkeerslawaai Een hogere grenswaarde vanwege een spoorweg of een metrospoorweg mag niet hoger worden vastgesteld dan: 68 dB voor woningen (artikel 4.10 Besluit geluidhinder) en andere geluidgevoelige gebouwen (artikel 1.11 Besluit geluidhinder); 63 dB aan de grens van een geluidgevoelig terrein (artikel 4.12 Besluit geluidhinder). 3.9 Maatgevende verkeersintensiteit weg- en railverkeerlawaai De grenswaarde van de Wet geluidhinder heeft betrekking op het maatgevende jaar (RMVG 2012), waarmee wordt gedoeld op het jaar met de hoogste (representatieve) verkeersintensiteit. In de gevallen waarin zich geen bijzondere omstandigheden voordoen wordt als maatgevende jaar vaak aangehouden het tiende (tot twintigste) jaar na openstelling of reconstructie van de weg of, in bestaande situaties.
Bij bijzondere omstandigheden zoals een over decennia gefaseerd ontwikkelingsplan, dat verkeer genereert op de te beoordelen weg, gaat het natuurlijk om de verkeerintensiteit in de eindsituatie met de hoogte representatief geachte verkeersintensiteit. Voor de hoofdwegen en hoofdspoorwegen dient te worden uitgegaan van de verkeersintensiteit die is opgenomen in het geluidregister.
20
21 22
Artikel 82, eerste lid van de Wet geluidhinder artikel 3.1 Besluit geluidhinder artikel 3.1 Besluit geluidhinder.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
15 4 4.1
Geluidmodel Geometrie en bodemdemping
Het geluidonderzoek is uitgevoerd met een geluidberekeningsmodel (of delen daarvan) dat is vervaardigd met behulp van de GBKN (Grootschalige Basis Kaart van Nederland) en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2). Het gaat om de plaats en hoogte van de bodem (hoogtelijnen), de gebouwen, de kunstwerken, de bodemreflectie en -absorptiegebieden etc. De hoogte van de oppervlaktewateren zijn gebaseerd op de peilbesluiten van de waterkwantiteit beheerder. Om te voorkomen dat een hoogtelijn van een kade en het waterpeil op elkaar liggen is de waterlijn 0,2 m naar binnen verplaatst. Verder bevat het model de bestaande geluidschermen langs de Gooiseweg (geluidmodel geluidniveaukaart 2006, Haskoning). Voor het modeleren van de nieuwbouw zijn de cad-tekeningen bij de aanvraag om een omgevingsvergunning gebruikt en de aan het Snippeplan aangepaste tekening van het masterplan. De hoogte ter plaatse van het plangebied is gesteld op NAP -1,1 m. De Bergwijkdreef loopt met een constante hellingshoek vanaf de kruising met de Dalsteindreef op NAP 0,3 m af naar het toekomstige maaiveld niveau -1,1 m. Voor de hoofdspoorweg zijn de geometrische gegevens uit het Geluidregister Spoor in het geluidmodel ingelezen (versie januari 2015).
Conform rekenvoorschrift zijn de gegevens aangevuld door onder het hart van elke spoor een afschermende bodemlijn te plaatsen die 0,2 m lager is dan de boven kant van de spoorstaaf (BKS) en op 4,5 meter uit de spoor een taludlijn die 0,5 m lager is. Voor de bodemhoogte ter van metro en hoofdspoorweg zijn isohoogtelijnen uit het AHN2 in het geluidmodel 23 opgenomen . Er zijn 4 modellen vervaardigd, te weten een voor de hoofdspoorweg, een voor het wegverkeerslawaai, een voor het metroverkeerslawaai en een voor het raccordementlawaai. Kunstwerkranden, geluidschermen en reflectievlakken die geluidbelasting vanwege het ene brontype wel maar het andere niet beïnvloeden diende immers per brontype in het te worden opgenomen of te worden weggelaten. Woon- en bedrijfspercelen, pleinen, wegen, paden en oppervlaktewateren, etc. zijn als 100 % reflecterend in het model opgenomen. De daktuinen (parkeergarages) van blok 1 en blok 2 zijn gemodelleerd als 50 % reflecterend. Bij het raccordement is gerekend met de ter plaatse van de sporen van de lijnwerkplaats gemeten, niet gecorrigeerde bronsterke van de metro, sneltram en diesellocomotieven. Voor het brongebied is daarom uitgegaan van een bodemabsorptie van 0 %. 4.2 Wegdekverharding Voor zowel de 50 km per uur wegenis uitgegaan van SMA NL5 als wegdekverharding. Op de 30 km/h wegen is uitgegaan van een elementenverharding in keperverband.
4.3 Bovenbouw spoorwegen Voor de hoofdspoorwegen is bovenbouw uit het Geluidregister Spoorwegen in het geluidmodel opgenomen. Voor de metro is in afwachting van de opgave van de Dienst Metro de bovenbouw met lucht foto’s bepaald, en is een spoorstaaf onderbreking ingevoerd op die plaatse waar dat blijkt uit de geluidproductie van een passerende metro. Conform het Tracé Besluit OV SAAL zijn de doorgaande sporen voorzien van betonnen dwarsliggers met buiten de wissel raildempers. Tussen de doorgaande sporen ligt een spoor met 23
De hoogte van de metrospoorlijn is bepaald uit het AHN2 n de bovenbouw met behulp van luchtfoto’s en visueel onderzoek. Dit in afwachting van een opgave van de bronhouder, de Dienst Metro.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
16 houtendwarsliggers zonder raildempers dat niet in gebruik (maximaal incidenteel). Bij een herziening van het Geluidregister Spoor heeft ProRail ten onrechte 1/3 van het verkeer toebedeeld aan dat spoor met houten dwarsliggers. Hierdoor wordt ter plaatse van het bouwplan een circa 1 dB te hoge geluidbelasting berekend. Met het Geluidregister Spoor wordt meer geluidruimte geclaimd dan op grond van het TB OV SAAL is toegestaan. 4.4
Verkeersintensiteit
4.4.1 Wegen Uitgangspunt voor Bergwijkpark Noord is de toekomstige wegenstructuur. In de toekomstige wegen structuur liggen de aftakkingen van de hoofdwegen binnen een als woonerf aangeduid gebied, of geldt een maximum snelheid van 30 km per uur. Van deze wegen is geen verkeersprognose beschikbaar. In opdracht van de initiatiefnemer is voor 24 GRO deel van het onderzoek gewerkt met een overschatting . De geluidwering van de gevels is afgestemd op deze overschatting. De geluidwering is daarom dusdanig robuust, dat het wijzigen van de plannen niet leidt tot een overschrijding van de binnengrenswaarde. Een hogere grenswaarde besluit overigens kan niet worden gebaseerd op een overschatting (als bedoeld in het bijlage rapport). In het geluidmodel is de verkeersintensiteit van hoofdalternatief 2030 ingevoerd. Het gaat om de verkeerprognose, vervaardigd met het verkeersmodel van Diemen (G&C), een verfijning van het regionaal model (VENOM). Uitgangspunt is verder de herontwikkeling van Bergwijkpark conform het masterplan dat is aangepast aan het Snippeplan. De voorspelde groei tussen 2025 en 2030 is overigens dermate gering dat de prognose van 2025 niet is bepaald maar is gelijk aan de prognose voor 2030. Op basis van verkeerstelingen (verkeersmonitor) is de onderverdeling over de etmaalperioden en voertuigcategorieën bepaald.
De Gooisweg (S112) valt buiten de monitoring omdat de gemeente Amsterdam de wegbeheerder is. Voor de Gooiseweg is daarom de verdeling op de S113 (Muiderstraatweg-Provincialeweg met vergelijkbare transportfunctie) als uitgangspunt genomen.
24
in het rapport Onderzoek geluid en luchtkwaliteit Bergwijkpark – blok 1+2, toren 1 2/66 SNI001-01-16ev d.d. 26 november 2014 dBvision is de intensiteit 2015 van het verkeer naar de ondergrondse parkeergarage van het CTZ kantoor in bijvoorbeeld gesteld op 2110 motorvoertuigen per etmaal en voor 2025 op 1770.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
17
Figuur 16 Etmaalintensiteit hoofdalternatief 2030 en 2025 noordelijk deel studiegebied
Figuur 17 Etmaalintensiteit hoofdalternatief 2030 en 2025 zuidelijk deel studiegebied De wegen zijn in het geluidmodel geschematiseerd tot 2 rijstroken met elk 50 % van de verkeersintensiteit. De Gooiseweg is per rijrichting geschematiseerd met een weefvak met 10 % van de verkeersintensiteit, de middelste rijstrook met 50% en rijstrook langs de middenberm met 40 % van de verkeersintensiteit.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
18 De etmaalintensiteit is verdeeld over de dag- (7:00 – 19:00 uur), avond- (19:00 – 23:00 uur) en nachtperiode (23:00 – 7:00 uur). Volgens het MRV 2012 moet de geluidberekening worden uitgevoerd met de uur – gemiddelde - waarde van de periode, dus het gemiddelde dag uur (GDU), het gemiddelde avonduur (GAU) en het gemiddelde nacht uur (GNU). Verder moet de onderverdeling bekend zijn over de categorieën lichte voertuigen (LV), middelzwaar vrachtverkeer (MZ) en zwaar 25 vracht verkeer (ZV) . De verdeling van de etmaalintensiteit en verdere onderverdeling over de categorieën voertuigen is gebaseerd op verkeertellingen van de verkeermonitor van Diemen Het GDU, GAU en GNU als percentage van de etmaalintensiteit en de onderverdeling als percentage van het GU is als volgt.
Weg
Bergwijkdreef
Diemerdreef
Eekholt
Gooiseweg
Boven Rijkersloot
Dalsteindreef
Weg 30 km per uur26
25
Uurgemiddelde periode waarde
GU in % etmaalintensiteit
Lichte voertuigen in % GU
Middelzware voertuigen in % GU
Zware voertuigen in % GU
GDU
6,58
95,17
3,55
1,28
GAU
3,82
96,76
2,7
0,54
GNU
0,73
92,36
7,18
0,46
GDU
6,78
96,84
2,39
0,77
GAU
3,32
98,24
1,52
0,24
GNU
0,67
96,05
3,26
0,69
GDU
7,46
97,22
1,74
1,04
GAU
1,63
98,03
1,82
0,15
GNU
0,49
94,53
5,22
0,25
GDU
6,73
94,71
3,06
2,23
GAU
3,15
97,71
1,54
0,74
GNU
0,82
94
4,21
1,8
GDU
6,58
95,17
3,55
1,28
GAU
3,82
96,76
2,7
0,54
GNU
0,73
92,36
7,18
0,46
GDU
6,78
97,44
1,32
1,24
GAU
3,24
99,69
0,17
0,15
GNU
0,71
99,04
0,82
0,14
GDU
6,75
95,24
2,76
0,8
GAU
3,36
96,69
2,13
0,4
GNU
3,36
89,25
4,93
3,48
Lv Mz Zv
som personen auto´s (klasse 2) en bestelauto´s (klasse 3) som bussen (klasse 4) en vrachtvoertuigen met twee assen, enkel lucht (klasse 5) Vrachtvoertuigen som punt 1 tot en met punt 8. 1. Drie assen en enkel lucht (twee wielen per achteras, klasse 6) 2. Vier assen en enkel lucht (twee wielen per achteras, klasse 7) 3. Vier assen en dubbel lucht (vier wielen per achteras, klasse 8) 4. Vijf assen en dubbel lucht (vier wielen per achteras, klasse 9) 5. Zes assen en dubbel lucht (vier wielen per achteras, klasse 10) 6. 5 assen en multilucht (meer dan vier wielen per achteras, klasse 11) 7. zes assen en multilucht (meer dan vier wielen per achteras, klasse 12) 8. alle zwaardere voertuigen dan klasse 12 (meer dan zes assen, klasse 13) 26 Overschatting in opdracht van de initiatiefnemer overgenomen uithet Onderzoek geluid en luchtkwaliteit Bergwijkpark – blok 1+2, toren 1 2/66 SNI001-01-16ev d.d. 26 november 2014 dBvision
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
19 4.4.1 Raccordement De gegevens zijn beschikbaar gesteld door het GVB. De intensiteit per etmaalperiode op het raccordement is al volgt. Type
Dag 7:00-19:00 uur
Avond 19:00-23:00 uur
Nacht 23:00 – 7:00 uur
Diesellocomotief
6
0
2
Metro
16
4
4
Sneltram
8
2
2
De intensiteit diesellocomotieven wordt door het GVB voor 100% toebedeeld aan het zuid spoor (werkplaats in). De metro- en sneltram intensiteiten zijn voor 100 % toebedeeld aan het noord spoor (werkplaats uit). 4.4.2 Metro In afwachting van een opgave van de afdeling Metro en Tram van de gemeente Amsterdam is uitgegaan van de dienstregeling 2014, vermeerderd met een prognosetoeslag van 1,5 dB (41,3 %) om een mogelijke toename van het metroverkeer in de toekomst te verdisconteren. Dienstregeling Diemen -Gaasperplas in aantal treinen 2014 station Diemen zuid Nacht Dag Avond Richting Gaasperplas Richting Centraal Station Totaal
16 15 31
85 84 169
24 24 48
Gehanteerd is verder het uitgangspunt dat elke trein bestaat uit 6 bakken (M5 type). In 2014 bestond de dienstregeling in werkelijkheid uit treinen met 6 en 4 (en 2 bakken) zodat dit uitgangspunt een overschatting is. Het metro- en sneltrammaterieel valt onder categorie 7 van het RMV 2012. De geluidbelasting vanwege de metro is dus berekend met de volgende verkeersintensiteit Aantal rekeneenheden dienstregeling 2014 uitgaande van 6 bakken per trein, een prognosetoeslag van 1,5 dB en 4 bakken per rekeneenheid
4.5
GNU in rekeneenheden per uur
GDU in rekeneenheden per uur
GAU in rekeneenheden per uur
Naar Centraal Station
4.0
14.8
12.7
Naar Gaasperplas
4.2
15.0
12.7
Geluidberekening
4.5.1 Wegverkeerslawaai De geluidberekening is conform de standrekenmethode II van Hoofdstuk 3 van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 (RMG 2012) uitgevoerd met het rekenprogramma SRMII16 RMG 2012, formaat 2012 van Winhak. Gerekend is met 1 reflectie, een minimum zichthoek voor de reflectie van 2 graden en een vaste sectorhoek van 2 graden. De hoogte van de bodem, en de bodemabsorptie, de afscherming door geluidschermen, gebouwen, enzovoorts zijn berekend met de gegevens van het geluidmodel van Diemen. 4.5.1 Wegverkeerslawaai metro parallel aan de hoofdspoorweg Het metroverkeerslawaai is op grond van artikel 3.3.a.van het van het RMG 2012 uitgevoerd conform de standaardrekenmethode II van hoofdstuk 4 van RMG 2012. De berekening is uitgevoerd met het
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
20 rekenprogramma SRMSPLII6 RMG 2012, formaat 2012 van Winhavik. 4.5.1 Raccordementslawaai Overeenkomstig hoofdstuk 6.3 van bijlage IV bij hoofdstuk 4 (railverkeerslawaai) van het RMG 2012 is de geluidbelasting berekend volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. De reden is, dat de gemiddelde snelheid de treinen en de geluidemissie van de diesellocomotief te veel afwijken van het toepassingbereik van hoofdstuk 4 (railverkeerslawaai). De berekening is uitgevoerd met het rekenprogramma indus10 HMRI 1999 multicore formaat 2010 van Winhavik (dirActivity). Het GVB heeft de volgende bronsterkte en bronhoogte opgegeven. Bronvermogen in dB(A) Naam Sneltram rijden Wegrijden Locomotief Rijden Metro m5
4000 Hz
8000 Hz
Totaal
Bron hoogte in m
63Hz
123 Hz
250 Hz
500 Hz
1kH
2000 Hz
78.50
87.00
89.60
91.20
89.60
94.10
91.60
80.20
98.94
1
71.10
89.30
101.60
108.80
103.80
102.40
108.80
98.90
113.35
2
75.00
84.00
93.00
100.00
108.00
108.00
109.00
100.00
113.58
1
De gemiddelde snelheid van een sneltram of een metro op het raccordement bedraagt 15 km per uur. Gemiddelde snelheid van een diesellocomotief op het raccordement bedraagt 30 km per uur. De gegevens zijn in het model opgenomen als mobiele bronnen. De lijnbron is geschematiseerd als 27 punt bronnen met een afstand van 50 m (sneltram en metro) en 30 m (diesellocomotief) . 4.5.1 Railverkeerslawaai hoofdspoorweg en metrospoorweg traject 416 Het metroverkeerslawaai is conform de standaardrekenmethode II van hoofdstuk 4 van RMG 2012 uitgevoerd met het rekenprogramma SRMSPLII6 RMG 2012, formaat 2012 van Winhavik. 4.6 Geluidbelasting zonder het treffen van maatregelen De geluidberekeningen wijzen uit dat geluidbelastingen vanwege de Diemerdreef, de Boven Rijkersloot, de Dalsteindreef, de Eekholt en de metrospoorweg parallel aan de hoofdspoorweg (na artikel 110g Wet geluidhinder aftrek 5 dB) zonder het treffen van geluidbeperkende maatregelen voldoen aan de grenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. 28
De geluidsbelastingen Lden vanwege het raccordement (58 woningen, 49 dB), de Gooiseweg (3 woningen, 49 dB) de Bergwijkdreef (45 woningen, 49 tot en met 52 dB), het raccordement (58 woningen, 49 dB), het spoorwegtraject 416 van de metro (82 woningen, 56 tot en met 60 dB) en de hoofdspoorweg (133 woningen, 56 tot en met 65 dB) overschrijden de desbetreffende grenswaarde.
27
De tijdsduurcorrectie voor het bepalen van de gemiddelde geluidbelasting in de etmaalperiode voor bijvoorbeeld de dieselloc wordt door het rekenprogramma bepaald door de tijd te berekenen om met 30km/h 30 m te overbruggen en dat te delen door tijd van de gehele periode. 28 Wegverkeer gecorrigeerd conform artikel 110g van de Wet geluidhinder: Gooiseweg 2 dB aftrek van de berekende waarde, overige wegen met inbegrip van het raccordement en de metrospoorweg die valt onder het begrip weg 5 dB.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
21
Figuur 18 Hoofdspoorweg overschrijding 55 dB grenswaarde railverkeerslawaai
Figuur 19 Metro spoorwegtrajact 416, overschrijding 55 dB grenswaarde railverkeerslawaai
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
22
Figuur 20 Raccordement overschrijding 48 dB grenswaarde wegverkeerslawaai
Figuur 21 Gooiseweg overschrijding 48 dB grenswaarde wegverkeerslawaai
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
23
Figuur 22 Bergwijkdreef overschrijding 48 dB grenswaarde wegverkeerslawaai
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
24 . Omdat de wetgever onvoldoende duidelijkheid biedt over de toelaatbaarheid 5 dB aftrek voor het raccordement en de metrospoorweg parallel aan de hoofdspoorweg (zie hoofdstuk 3.4) wordt tevens de overschrijding van de 48 dB grenswaarde verbeeld zonder dat de aftrek op grond artikel 110g van de wet geluidhinder is toegepast.
Figuur 23: Geluidbelasting metrospoorweg parallel aan de hoofdspoorweg exclusief 5 dB aftrek artikel 110g Wet geluidhinder: overschrijding 48 dB grenswaarde
Figuur 24: Geluidbelasting raccordement exclusief 5 dB aftrek artikel 110g Wet geluidhinder: overschrijding 48 dB grenswaarde 4.7 Schermmaatregel onderzoek Vanwege de grenswaarde overschrijding is de doeltreffendheid van de in aanmerkingkomende 29 geluidbeperkende maatregelen onderzocht.
29
Waarmee voldaan wordt aan artikel 77, eerste lid, sub b van de Wet geluidhinder en artikel 4.3, eerste lid sub b van het Besluit geluidhinder.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
25 Een maatregel is doeltreffend indien de geluidbelasting met die maatregel wordt teruggebracht tot de grenswaarde. Het raccordement en de Gooiseweg zijn bij het maatregelen onderzoek buiten beschouwing gehouden. De geluidbelasting vanwege het raccordement voldoet immers aan de grenswaarde van 55 dB voor railverkeerslawaai terwijl het overige railverkeerslawaai met 55 dB als grenswaarde overheerst en deze grenswaarde overschrijdt. Met de herontwikkeling van de Bergwijkpark worden tussen de Gooiseweg en toren 1 afschermende gebouwen gerealiseerd die de nipte overschrijding (maximaal 0,48 dB) van de grenswaarde teniet doen. Van de geluidbeperkende maatregelen komen de volgende maatregelen niet in aanmerking om te worden onderzocht. Afstand houden en het verleggen van de verkeersstroom naar elders (bronmaatregel). Aan de spoorweg wordt al een bronmaatregel getroffen (betonnen dwarsliggers met buiten de wissels raildempers) in het kader van het Tracé besluit OV SAAL. Voor de wegverharding zijn duurzaam werkende geluidreducerende maatregelen (anders dan het vervangen van klinkers door dicht asfalt beton of SMA) niet beschikbaar. Door de vervuiling en slijtage (frictie banden) neemt de geluiddemping van poreuze wegdekken snel af. De vervangingscyclus om de geluidreductie te behouden is te kort. Een poreus wegdek stuit dan ook vooral op de kosten.
Schermmaatregelen komen wel in aanmerking. Iteratief is bepaald welke schermmaatregel doeltreffend is. Vanwege de hoge kosten is ook onderzocht wat het effect van minder hoge geluidschermen. De schermen zijn geprojecteerd op 4,5 m uit het hart van het spoor en bij de Bergwijkdreef op 4,1m (2 rijstroken) tot 5,2 m (3 rijstroken) uit de hartlijn tussen de buitenste begrenzing van de wegverharding. Voor de metro - en hoofdspoorweg is de hoogte van het maaiveld ter plaatse van het geluidscherm gesteld op de hoogte van de boven kant spoorstaaf (BKS), verminderd met 0,5 m. Dit, omdat de hoogte van de spoorbaan volgens het RMG 2012 een halve meter lager is dan BKS. De hoogte van maaiveld ter plaatse van het scherm langs de Bergwijkdreef is gesteld op de hoogte van de rijlijn. In tabelvorm ziet de onderzochte schermmaatregel er als volgt uit.
Hoofdspoorweg Hoogte schermvarianten ten opzichte van maaiveld [m]
Lengte [m]
Variant 1
Variant 2
Variant 3
0
2
2
96.9
0
5
5
0
6
8
0
5
0
Schermoppervlak [m2]
Rijksdriehoekcoördianaten [m] Plaats
Variant 2
Variant 3
482591.2
194
194
125737.67
482644.57
552
552
125767.23
482660.7
202
270
482660.7
125859.58
482711.96
528
951
125859.58
482711.96
125871.8
482718.98
77
113
Zijde metro
125871.8
482718.98
125893.29
482731.57
75
149
Zijde metro
125958.06
482774.72
125893.29
482731.57
234
234
1862
2462
Xbegin
Ybegin
Xeind
Yeind
Zijde metro
125556.25
482544.36
125641.07
110.36
Zijde metro
125641.07
482591.2
33.69
Zijde metro
125737.67
482644.57
9
105.63
Zijde metro
125767.23
5.5
8
14.09
Zijde metro
0
3
6
24.91
0
3
3
77.85
Totaal metro zijde
463.43
0
2
3
53.97
Tussenberm
125603.53
482586.71
125650.81
482612.74
108
162
0
2
4
64.84
Tussenberm
125650.81
482612.74
125707.66
482643.92
130
259
0
3
6
62.88
Tussenberm
125707.66
482643.92
125763.61
482672.46
189
377
Totaal tussenberm
181.69
426
799
Totaal hoofdspoorweg
645.12
2288
3260
1143963
1630035
Totale kosten hoofdspoorweg bij € 500,00 per m2
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
26
Metro Hoogte schermvarianten ten opzichte van maaiveld Lengte [m] Plaats [m] Variant Variant Variant 1 2 3 0 2 2 28.98 zuid 0 3 3 54.82 zuid 0 1 2 26.34 zuid 0 1 2 8.14 zuid 0 1 3 8.43 zuid 0 1.5 4 38.95 zuid 0 2.5 6 74.55 zuid 0 3 4 20.54 zuid 0 3 3 44.75 zuid 0 2 2.5 19.22 zuid 0 2 1 24.49 zuid 0 1 1 43.99 zuid Totaal zuid 393.2 0 1 1 33.16 noord 0 1 2.5 23.75 noord 0 1 3.5 51.09 noord 0 1.5 3.5 72.94 noord 0 1.5 3 17 noord 0 1.5 2.5 36.66 noord 0 1 1 71.29 noord Totaal noord 305.89 Totaal metro 699.09 Totale kosten metro bij € 500,00 per m2
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Schermoppervlak [m2]
Rijksdriehoekcoördianaten [m] Xbegin
Ybegin
Xeind
Yeind
125677.74 125703.59 125752.65 125776.6 125784.17 125792.16 125828.9 125902.28 125922.82 125967.27 125986.09 126009.55
482578.51 482591.6 482616.06 482627.02 482630 482632.7 482645.63 482657.76 482658.02 482653.07 482649.15 482642.15
125703.59 125752.65 125776.6 125784.17 125792.16 125828.9 125902.28 125922.82 125967.27 125986.09 126009.55 126049.9
482591.6 482616.06 482627.02 482630 482632.7 482645.63 482657.76 482658.02 482653.07 482649.15 482642.15 482624.71
125741.39 125771.07 125792.52 125840.04 125911.7 125928.7 125965.26
482623.51 482638.29 482648.48 482667.16 482679.92 482680.33 482677.93
125771.07 125792.52 125840.04 125911.7 125928.7 125965.26 126034.24
482638.29 482648.48 482667.16 482679.92 482680.33 482677.93 482660.55
Variant 2 58 164 26 8 8 58 186 62 134 38 49 44 837 33 24 51 109 26 55 71 369 1207 603300
Variant 3 58 164 53 16 25 156 447 82 134 48 24 44 1253 33 59 179 255 51 92 71 741 1993 996645
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
27
Bergwijkdreef Hoogte schermvarianten ten opzichte van maaiveld Lengte [m] Plaats [m] Variant Variant Variant 1 2 3 0 2 0 69.55 weg 0 3.5 0 112.32 weg 0 2 0 59.15 weg Totaal Bergwijkdreef 241.02 Totale kosten Bergwijkdreef bij € 500,00 per m2
Schermoppervlak [m2]
Rijksdriehoekcoördianaten [m] Xbegin
Ybegin
Xeind
Yeind
125658.25 125692.29 125746.4
482646.03 482585.51 482487.09
125692.29 125746.4 125776.45
482585.51 482487.09 482436.16
Variant 2 139 393 118 651 325260
Variant 3 139 393 118 651 325260
Figuur 25 Doeltreffende schermvariant 3 hoofdspoorweg met de hoogte ten opzichte van het maaiveld (0, 5 minder ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf) Schermvariant 3 is een doeltreffende schermmaatregel omdat de geluidbelasting vanwege de hoofdspoorweg van elke woning wordt teruggebracht tot ten hoogste de grenswaarde (Lden = 55 dB).
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
28
Figuur 26 Schermvariant 2 hoofdspoorweg met de hoogte ten opzichte van maaiveld Met schermvariant 2 wordt de geluidbelasting vanwege de hoofdspoorweg tot en met de achtste verdieping teruggebracht tot ten hoogste de grenswaarde. Circa 10 woningen ondervinden dan nog een overschrijding van grenswaarde. Voor de metro is de doeltreffendheid van de schermmaatregel onderzocht op de gecumuleerde geluidbelasting vanwege metro spoorwegtraject 416 en de metroweg parallel aan de hoofdspoorweg.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
29
Figuur 27 Doeltreffende schermvariant 3 metro met de hoogte ten opzichte van het maaiveld Schermvariant 3 is een doeltreffende schermmaatregel omdat de geluidbelasting vanwege de metro (traject 416 en de als weg te toetsen metrospoorweg) van elke woning wordt teruggebracht tot ten hoogste de 55 dB grenswaarde.
Figuur 28 Schermvariant 2 metro met de hoogte ten opzichte van het maaiveld
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
30 Met schermvariant 2 wordt de geluidbelasting vanwege de hoofdspoorweg tot en met de achtste verdieping teruggebracht tot ten hoogste de grenswaarde. Circa 10 woningen ondervinden dan nog een overschrijding van grenswaarde.
Figuur 29 Doeltreffende schermvariant 2 Bergwijkdreef met de hoogte ten opzichte van het maaiveld 4.8
Kosten schermmaatregel
Benodigd schermoppervlak en de kostenraming uitgaande van een kostenondergrens van € 500,00 2 per m scherm. De geluidschermen staan deel op kunstwerken. Als die kunstwerken moet worden versterkt om het geluidscherm te kunnen plaatsen zijn de kosten aanzienlijk hoger. Ook zijn er hoge geluidschermen bij die extra inpassingmaatregelen noodzakelijk kunnen maken. Ook daardor kunnen de kosten hoger zijn dan de hier gehanteerde ondergrens. Het onderzoek wijst uit dat een schermmaatregel langs de metrospoorweg, de hoofdspoorweg en de Bergwijkdreef doeltreffend is. In totaal 148 woningen ondervinden een geluidbelasting die hoger is dan de grenswaarde vanwege een of meer bronnen. Voor een doeltreffende schermmaatregel dient over een lengte van in totaal 1.585 meter een tot 9 m hoge geluidschermmaatregel worden getroffen met 2 een totaal schermoppervlak van 5904 m . Uitgaande van een ondergrens aan schermplaatsingkosten 2 van € 500,00 per m scherm bedragen de kosten 2,95 miljoen euro, wat gemiddeld over de 148 woningen neerkomt op € 19.500,00 per afgeschermde woning. De kosten voor een minder doeltreffende schermmaatregel langs de hoofdspoorweg en de metro en een doeltreffende schermmaatregel langs de Bergwijkdreef bedragen circa 2,07 miljoen euro. Hiermee wordt de geluidbelasting vanwege de hoofdspoorweg en de metro tot en met de achtste verdieping teruggebracht tot de grenswaarde.
Tien woningen ondervinden dan een overschrijding van grenswaarde. Gemiddeld over de 138 afgeschermde woningen bedragen de kosten € 14.700,00 per afgeschermde woning. Het bouwplan is gericht op het minder dure woningmarktsegment. De onderzochte schermmaatregelen kunnen dan stuiten op overwegende bezwaren van financiële aard.
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
31 Aan het eerste criterium van de Wet geluidhinder kan worden voldaan. 5
30
voor het vaststellen van een hogere grenswaarde
Samenloop van geluid
5.1 Inleiding De samenloop van grenswaarden overschrijdende geluidbelastingen vanwege meer dan een 31 geluidbron mag niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting . Dit, is het tweede hogere grenswaarde criterium. De cumulatie is berekend vanwege alle geluidbronnen ongeacht de vraag of de grenswaarde wordt overschreden, dus de cumulatie van de Wet geluidhinder bronnen, het luchtvaartlawaai en het wegverkeerslawaai van de wegen zonder zone. 5.2 Berekening De gecumuleerde geluidbelasting vanwege is berekend conform het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012. Hierbij wordt de hinderlijkheid uitgedrukt in wegverkeerslawaai met de volgende formule. L*RL = 0,95 LRL –1,40 L*RL is de geluidsbelasting vanwege de spoorweg uitgedrukt in wegverkeerslawaai LRL is de geluidbelasting van de spoorweg. L*LL = 0,98 LLL + 7,03 L*LL is de geluidsbelasting vanwege luchtvaartlawaai uitgedrukt in wegverkeerslawaai LLL is de geluidbelasting vanwege de luchtvaartlawaai in dB. L*IL = 1,00 LIL + 1,00 L*IL is de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein uitgedrukt in wegverkeerslawaai LIL is de geluidbelasting vanwege het industrieterrein. Op de geluidbelasting vanwege een weg wordt geen aftrek ex artikel 110g van de Wet geluidhinder toegepast. De berekeningsresultaten zijn opgenomen in het bijlage rapport (de delen 1 tot en met 4).
5.3 Afweging De gecumuleerde geluidbelasting overschrijdt de door de wetgever maximaal toelaatbaar geachte geluidbelasting vanwege een weg in stedelijk gebied of een spoorweg van 68 dB niet. De samenloop leidt vanuit die invalshoek niet tot een onaanvaardbare geluidbelasting. De cumulatie van sec de bronnen die de grenswaarde overschrijden is lager. De initiatiefnemer realiseert een dusdanige karakteristieke geluidwering van de gevel dat de gecumuleerde geluidbelasting binnen in de woning niet hoger is dan de binnengrenswaarde van 33 32 dB . De samenloop van de geluidbelastingen kan dan niet leiden tot een onaanvaardbare 33 geluidbelasting binnen in de woning . Hiermee wordt ook aan het tweede wettelijke criterium voor het vaststellen van een hogere grenswaarde voldaan, evenals aan het criterium van de goede ruimtelijke ordening.
30
Artikel 110a, vijfde lid van de Wet geluidhinder
31
Artikel 110a, zesde lid Wet geluidhinder 32 Ten opzichte van de minimale prestatie eis van 20 dB op grond van het Bouwbesluit worden de extra kosten geraamd op circa € 500,00 per woning. 33 Artikel 110a.6 en artikel 110f .1: de initiatiefnemer heeft op voldoende wijze rekening gehouden met de samenloop
Kenmerk: Ro/Trb/AGH d.d. 10 mei 2015
Onderdeel van het hogere grenswaarde besluit van 12 mei 2012
32 6
Maatregelen hogere grenswaarde beleid
Van de 148 woningen met een hogere grenswaarde hebben 19 woningen geen geluidluwe geveldeel met bijbehorende buiten ruimte en voldoen niet aan het hogere grenswaarde beleid. Om het balkon van 16 woningen wordt een geluidscherm geplaatst waarmee een geveldeel en de buitenruimte wel geluidluw zijn (kosten geraamd op € 4.000,00). Voor de 3 overige woningen moet vrijstelling worden verleend van de eis ten aanzien van een geluidluwe buitenruimte. De reden is dat de balkons vanwege een ander beleidsuitgangspunt met trappen dienen te worden aangesloten op de openbare ruimte. Voor de te openen ramen van deze woningen dient wel geluidscherm aan de gevel te worden bevestigd, waarmee de geluidbelasting ter plaatse van het raam worden begrensd tot de grenswaarde. Van de eis ten aanzien van een geluidluw geveldeel hoeft immers geen ontheffing te worden verleend. 7
Conclusie
De geluidbelastingen vanwege de Diemerdreef, de Boven Rijkersloot, de Dalsteindreef, de Eekholt en de metrospoorweg parallel aan de hoofdspoorweg voldoen zonder het treffen van geluidbeperkende maatregelen aan de grenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. De geluidsbelastingen Lden vanwege het raccordement (58 woningen, 49 dB), de Gooiseweg (3 woningen, 49 dB), de Bergwijkdreef (45 woningen, 49 tot en met 52 dB), het raccordement (58 woningen, 49 dB), het spoorwegtraject 416 van de metro (82 woningen, 56 tot en met 60 dB) en de hoofdspoorweg (133 woningen, 56 tot en met 65 dB) overschrijden de desbetreffende grenswaarde, in totaal 148 woningen met een grenswaarde overschrijding vanwege een of meer bronnen. De geluidbelasting vanwege het raccordement voldoet aan de grenswaarde voor railverkeerslawaai van 55 dB terwijl het railverkeerslawaai vanwege de metro en de hoofdspoorweg het raccordementslawaai overheerst. Tussen de Gooiseweg en toren 1 worden afschermende gebouwen gerealiseerd die de nipte grenswaarde overschrijding teniet doen. Om die reden zijn geluidbeperkende maatregelen voor deze twee bronnen niet onderzocht. Een schermmaatregel langs de metrospoorweg, de hoofdspoorweg en de Bergwijkdreef is doeltreffend: de geluidbelastingen vanwege de Bergwijkdreef, de metrospoorweg en de hoofdspoorweg wordt daarmee teruggebracht tot de grenswaarde.