Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022_Toelichting_Bijlagen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 Bijlagen
Documenttitel: Bestemmingsplan Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 Bijlagen Status: Vastgesteld Datum: maart 2023 Projectnaam: Projectnummer: BH3417 Opdrachtgever: Gemeente Diemen Referentie: BH3417 Auteur(s): L.E Collegiale toets: Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Datum/paraaf vrijgave:
Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022
Inhoudsopgave
Bijlagen Bijlage 1
Overzicht relevante rapporten
Bijlage 2
Toelichting bestemmingsplan Tankstation Provincialeweg Diemen
Bijlage 3 Diemen
Bijlagen toelichting bestemmingsplan Tankstation Provincialeweg
Bijlage 4
Voorbereidingsbesluit kringloopwinkel Weesperstraat 118 en 140
Bijlage 5
Omgevingsvergunning datacenter Treubweg 11
Bijlage 6
Omgevingsvergunning binnenspeeltuin Sniep 26
Bijlage 7 Wijzigingen verbeelding en regels t.o.v. bestemmingsplan Bedrijventerrein Diemen 2011 Bijlage 8
Omgevingsvergunning Treubweg 11 (2022)
Bijlage 9
Tekening omgevingsvergunning Treubweg 11 (2022)
Bijlage 10
Zienswijzennota Bedrijventerrein 2022
Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022
1
OVERZICHT RELEVANTE RAPPORTEN Bodem 1. “Eindevaluatierapport bodemsanering Sniep te Diemen, Milieukundige processturing”, projectnummer 20050261, BK Bodem, versie 2.2 d.d. 20 mei 2009; 2. “Aanvulling op het eindevaluatierapport bodemsanering Sniep te Diemen, Milieukundige processturing”, projectnummer 20050261, BK bodem, versie 1 d.d. maart 2010; 3. “Evaluatie milieukundige verificatie bodemsanering “De Sniep” te Diemen”, projectnummer B05A0108, MWH, d.d. 18 juni 2009; Lucht 4. Luchtkwaliteitsonderzoek Plantage De Sniep, Toetsing aan de ‘Wet luchtkwaliteit’, 9S5011.A1, 9S5011.A1/R0001/Nijm. Geluidhinder 5. Nieuwbouw Plantage de Sniep te Diemen, akoestisch onderzoek, referentie: GEM032-01-58WG, dBVision, 3 januari 2011; 6. Nieuwbouw Plantage de Sniep te Diemen, Bijlage Rekenresultaten, referentie: GEM03201-59WG, dBVision, 3 januari 2011; Ecologie 7. Flora- en faunaonderzoek, projectnummer: 292130, BTL Planbureau B.V., 28 november 2002; 8. Aanvullend faunaonderzoek, projectnummer: 392205, 9. Flora- en faunaonderzoek De Sniep III Diemen, projectnummer: 592431, BTL Planbureau B.V., 7 december 2005; 10. Flora- en faunaonderzoek De Sniep Noord Diemen, projectnummer: 592431, BTL Planbureau B.V. 6 juli 2006; BTL Planbureau B.V. 16 juli 2003; 11. Inrichting en beheer ecologische verbindingszone tussen ‘de Diemerdriehoek’ en ‘de Diemen’, Ecolplan Natuurontwikkeling, mei 2002; 12.
Ontheffing Natuurbeschermingswet FF27b/2001/083, 9 januari 2003; 13. Ontheffing Flora- en faunawet FF/75C/2003/014, 21 november 2003; 14. Ontheffing Flora- en faunawet artikel 75, lid vijf en lid zes, onderdeel c, FF75c.06.toek.0238.mg; 15. Geldigheid ontheffingen Ffwet woningbouw De Sniep, 9S5011.A1/N/903743/Rott. 16. Aanvullend ecologie veldonderzoek, 29 juni 2010; Milieuzonering 17. Milieucomponentenonderzoek, projectnummer 186079, Oranjewoud, 23 juli 2009 Externe veiligheid 18. Externe veiligheid onderzoek, projectnummer 180679, Oranjewoud, 28 oktober 2008 en 30 oktober 2009 19. Advies Brandweer Amsterdam en Amstelland DIV 2009/594, 19 mei 2009 Cultuurhistorie 20. Archeologische Quick Scan locatie Sniep Gemeente Diemen, Bureau Monumenten & Archeologie Amsterdam, maart 2004 21. Het Varkens-Eylant, inventariserend veldonderzoek Sniep-Zuid (2005) Diemen, Afdeling Archeologie BMA 2007
Bestemmingsplan Tankstation Provincialeweg Diemen Toelichting
Documenttitel: Bestemmingsplan Tankstation Provincialeweg Diemen Toelichting Status: vastgesteld Datum: 20-4-2018 Projectnaam: Tankstation Diemen Projectnummer: BE1904 Opdrachtgever: Gemeente Diemen Referentie: BE1904 Auteur(s): Adriaan Koopman, Sten Camps Collegiale toets: Jan-Willem Geuke Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Adriaan Koopman Datum/paraaf vrijgave:
Tankstation Provincialeweg Diemen
Tankstation Provincialeweg Diemen
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3
7 7 8
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend plan
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving
9
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
9 9 9 9 10
Historische situatie Huidige situatie Locatiekeuze Uitgangspunten Inpassing
Hoofdstuk 3 Beleidskader
11
3.1 3.2 3.3
11 13 13
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
15 15 16 18 19 19 21 22 24 27 28
Algemene m.e.r.-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Mobiliteit Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodemkwaliteit Ecologie Water Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving
29
5.1 5.2
29 29
Algemeen Indeling regels
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
33
6.1 6.2
33 33
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen Bijlage 1 Diemen
Ruimtelijk economisch onderzoek verplaatsing mbv Bergwijkdreef
Bijlage 2
Onderzoek externe veiligheid
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Flora en faunaonderzoek
Bijlage 5
Onderzoek effecten tankstation op secundaire waterkering
Tankstation Provincialeweg Diemen
2
Bijlage 6
Aanvullend onderzoek explosiekrater ondergrondse brandstoftank
Tankstation Provincialeweg Diemen
3
Tankstation Provincialeweg Diemen
4
Toelichting
Tankstation Provincialeweg Diemen
5
Tankstation Provincialeweg Diemen
6
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Diemen is voornemens medewerking te verlenen aan het initiatief om het bestaande tankstation Bergwijk aan de Bergwijkdreef 6 te Diemen te verplaatsen naar het perceel aan de Provincialeweg/Elsrijkdreef. Het tankstation Bergwijk ligt in de wijk Bergwijkpark Noord. De gemeente Diemen wil het kantorengebied Bergwijkpark Noord stap voor stap omvormen tot een multifunctioneel woon-werkgebied. Om deze reden wil de gemeente het huidige tankstation dan ook verplaatsen. De beoogde locatie voor de nieuwe vestiging van een tankstation is op de kruising van de Provincialeweg en de metrolijn richting ‘Gaasperplas’ (lijn 53). De locatie ligt ten noorden van de weg tegen het industrieterrein ‘Verrijn Stuart’ aan. Deze locatie is na een voorafgaande ruimtelijke verkenning door de gemeente als meest geschikt bevonden, met name ten aanzien van de beschikbare ruimte, de verkeerskundige inpassing en de spreiding van tankstations binnen de Gemeente c.q. het verzorgingsgebied. Zie verder paragraaf 2.3 van deze toelichting. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk om op het perceel aan de Provincialeweg een tankstation te realiseren. Om de nieuwbouw van een tankstation mogelijk te maken dient het vigerende bestemmingsplan herzien te worden.
De gemeente Diemen heeft aangegeven in principe bereid te zijn om de bestemming ter plaatse te wijzigen ten behoeve van de verplaatsing en realisatie van het tankstation. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt aangetoond dat de beoogde locatie geschikt is voor een tankstation. Het tankstation op de huidige locatie komt daarmee te vervallen. Het wordt in de toekomst ook niet meer mogelijk op die locatie een tankstation te realiseren.
Figuur 1.1: Huidige locatie (blauw) en nieuwe locatie (rood) van het tankstation
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt ingeklemd tussen de metrolijn 53 en de Provincialeweg, ten zuidoosten van het bedrijventerrein Verrijn Stuart. Het plangebied grenst aan de kavel van het GVB. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een watergang.
Tankstation Provincialeweg Diemen
7
Figuur 1.2: Indicatie ligging plangebied in Diemen
1.3
Vigerend plan
Voor het plangebied, zoals in figuur 1.2 is aangegeven, vigeert het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Diemen'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 17 februari 2011. De ontwikkeling van een tankstation kan op grond van het vigerende bestemmingsplan niet worden gerealiseerd, omdat het voornemen niet is toegestaan op grond van de geldende bestemmingen 'Groen', 'Verkeer' en 'Water'. Daarnaast liggen de gebiedsaanduidingen geluidzone - industrie "De Sniep en Verrijn Stuart" en veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen over het plangebied.
Tankstation Provincialeweg Diemen
8
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Historische situatie
Op de topografische kaart van 1920 is de locatie gelegen op de grens van de Venser polder en de Bijlmermeer polder. Beide polders worden gescheiden door de Bijlmer ringsloot met aan beide zijden een ringdijk. In de Bijlmermeer polder zijn enkele (land)huizen of boerderijen zichtbaar. Mogelijk heeft de voormalige Bijlmer ringsloot over het plangebied gelegen. In de periode 1920-1960 verandert er niets op de locatie. Vanaf 1960 start de ontwikkeling van Diemen en de wijk Bijlmer. Het gebied wordt bouwrijp gemaakt. De Bijlmer ringsloot wordt in de jaren ’60 gedempt. De huidige Provincialeweg is het laatste stukje dat nog enigszins herinnert aan de voormalige Bijlmer ringsloot. Vanaf 1980 vinden er geen wijzigingen meer plaats op de locatie. De locatie is tot op heden nooit bebouwd of bedrijfsmatig in gebruik geweest. Mogelijk is de locatie opgehoogd in het kader van het bouwrijp maken in de jaren ’60.
2.2
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit een groenstrook die is ingeklemd tussen de Provincialeweg (ten zuiden), metrolijn 53 (ten westen) en de railwerkplaats van het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf (GVB) (ten noorden). Tussen het plangebied en de kavel van het GVB ligt een watergang. Ten zuiden van het plangebied ligt tevens een secundaire waterkering. De kernzone van de kering ligt buiten het plangebied. De binnenbeschermingzone ligt voor zeer klein gedeelte (nabij de kruising van de Provincialeweg/Elsrijkdreef) in het plangebied. De buitenbeschermingszone ligt voor een wat groter gedeelte in het plangebied.
2.3
Locatiekeuze
Voorliggende locatie is het resultaat van de zoektocht naar een alternatieve locatie voor het tankstation aan de Bergwijkdreef. In deze zoektocht en afweging zijn een viertal randvoorwaarden leidend zijn geweest: de beschikbare ruimte; de verkeerskundige inpassing (bereikbaarheid, ontsluiting); een locatie zo dicht mogelijk bij de bestaande locatie, en daarmee samenhangend; de spreiding van tankstations binnen de Gemeente c.q. het verzorgingsgebied.
2.4
Uitgangspunten
Het voornemen betreft de verplaatsing van een bestaand tankstation naar een planlocatie aan de Provincialeweg in Diemen. Uitgangspunt is de verkoop van klassieke brandstoffen, zonder LPG, maar met CNG en GTL, alsmede laadpunten voor elektrische auto's. Deze typen brandstoffen worden nader omschreven onder 4.6 Externe veiligheid. Bij het tankstation behoren een shop alsmede een autowasstraat en vier autowasboxen. Tevens wordt beperkte parkeergelegenheid gecreëerd. Onderstaand is het programma opgesomd: Klassieke brandstoffen: verwachte doorzet tussen de 4,8 en 6 miljoen liter brandstof (benzine en diesel) per jaar. Shop: maximaal 100 m2 bvo; Eén autowasstraat en vier autowasboxen circa 250 m2 bvo. De verwachte doorzet bandbreedte van klassieke brandstoffen is gebaseerd op verwachtingen in verband met de huidige vraag- en aanbodverhouding in het verzorgingsgebied, zie hiervoor 2.5 Inpassing. Ook het leveren van alternatieve energie (CNG, GTL, elektrische energie) behoort, als gezegd, tot de mogelijkheden. Bij het realiseren van een CNG afleverzuil en bufferopslag moet rekening worden gehouden met de geldende risicocontour van 20 meter ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten. Hierop wordt nader ingegaan in 4.6 Externe veiligheid.
Tankstation Provincialeweg Diemen
9
2.5
Inpassing
De algehele inpasbaarheid van het tankstation op deze locatie verdient een beschouwing in het kader vanuit economisch perspectief. Het is derhalve van belang aandacht te besteden aan het verzorgingsgebied. Rekening houdend met afstanden tot het plangebied, barrières (spoor, A10, A9) en bestuurlijk grenzen wordt uitgegaan van een verzorgingsgebied bestaande uit gemeente Diemen, Bijlmer-Centrum en Bijlmer-Oost (gemeente Amsterdam) en Duivendrecht (gemeente Ouder-Amstel). In dit verzorgingsgebied bevinden zich zes tankstations (inclusief de huidige locatie Bergwijkdreef). Dit verzorgingsgebied is ook beschreven in de 'Ruimtelijk-economisch onderzoek verplaatsing mbv Bergwijkdreef Diemen' opgenomen in bijlage 1. Zoals in dit onderzoek beschreven is er momenteel sprake van een gezonde balans is in vraag en aanbod van tankstations in het verzorgingsgebied, waarbij wordt opgemerkt dat het huidige aanbod zelfs bovengemiddeld functioneert. Daarnaast is onlangs (na gereedkoming van het genoemde onderzoek) een tankstation in het verzorgingsgebied wegens een reconstructie van de nabijgelegen A9 gesloten. Op deze locatie bestaat geen mogelijkheid voor heropening van dit tankstation. Zodoende ligt er een gezonde basis voor vestiging van het tankstation op deze locatie.
Een afweging in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking ten behoeve van een zorgvuldige ruimtelijke afweging van functies in relatie tot de beschikbare ruimte is opgenomen in paragraaf 3.1. Ruimtelijke inpasbaarheid De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 4.350 m². Dit is ruim voldoende voor een tankstation met een beoogde omvang zoals in paragraaf 2.4 is beschreven. Ter indicatie: het gaat om 4 pompeilanden met in totaal 8 pompen met bijbehorende opstelplaatsen. Dat betekent dat maximaal 8 voertuigen gelijktijdig kunnen tanken. De tankeilanden worden overkapt. De opstelplaats voor de tankauto wordt op het terrein zelf gecreëerd. De noordelijke punt van het perceel, tussen de bestaande bushalte en de inrit, is geschikt voor een bovengrondse of ondergrondse opslagtank. Verder is er, behalve voor de bijbehorende shop en dienstruimten, voldoende ruimte voor bijbehorende voorzieningen, zoals een autowasgelegenheid (met stofzuigerplaatsen), parkeerplaatsen, voorzieningen voor lucht en water en dergelijke. Het tankstation ligt in de 'oksel' van de gebiedsontsluitingsweg Provincialeweg en de (metrolijn parallel aan de) Elsrijkdreef.
De stedenbouwkundige situatie ter plaatse levert geen belemmeringen op voor deze functie, in de zin van oppervlakte, bouwhoogte of uitstraling (daarbij uitgaande van een tankstation met de aangegeven proporties en met een gebruikelijke uitstraling en opzet). Wel zijn er op enkele deelfacetten nadere afwegingen te maken, zoals (uiteraard) de verkeerskundige inpassing en daarnaast de ligging van het gebied nabij de secundaire waterkering langs de Provincialeweg. Uitvoerbaarheid van het voornemen op deze locatie in relatie tot alle relevante omgevingsaspecten wordt beschreven in hoofdstuk 4.
Tankstation Provincialeweg Diemen
10
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Begin 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteits- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid heeft onder meer de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de Structuurvisie Randstad 2040 vervangen. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water-)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter-)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven-)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's met concentraties van topsectoren (waaronder Amsterdam c.a.
en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Voor de drie rijksdoelen zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Bij de realisatie van het tankstation is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De doorwerking van het ruimtelijk beleid wordt geregeld met een algemene maatregel van bestuur (AMvB); het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De inwerkingtreding van het Barro vindt gefaseerd plaats. Zowel in 2009 als medio 2011 is een ontwerpbesluit gepubliceerd. De onderdelen uit 2009 met de nationale belangen uit onder meer de Nota Ruimte zijn inmiddels vastgesteld. De regels zijn bedoeld om op lokaal niveau in bestemmingsplannen te worden verwerkt.
Het betreft een beperkt aantal van de beslissingen van wezenlijk belang (en eventuele concrete beleidsbeslissingen) uit de Nota Ruimte, alsmede uit de PKB Ruimte voor de Rivier, de PKB Derde Nota Waddenzee, de PKB Structuurschema Militaire Terreinen (SMT2) en de PKB Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Deze belangen maken nog steeds deel uit van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Medio 2012 is het Barro aangevuld. De inhoud van deze artikelen is gebaseerd op de nieuwe onderwerpen van het ruimtelijke beleid, die door het Rijk in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zijn vastgesteld. Het betreft onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond rijksvaarwegen en hoofdbuisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied).
Tankstation Provincialeweg Diemen
11
Conclusie In het Barro staan geen regels en onderwerpen die van toepassing zijn of betrekking hebben op het voornemen. Het voorgenomen plan is dus niet in strijd met het Barro. Luchthavenindelingbesluit Het luchthavenindelingbesluit (LIB) is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. In het Luchthavenindelingbesluit zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Voor het beperkingengebied gelden strengere eisen ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daaromheen beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. Conclusie Het plangebied ligt in het beperkingengebied. De bouwhoogtes die maximaal toegestaan zijn in dit plan en de bijbehorende functies zijn niet in strijd met het LIB.
Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Deze stappen volgen de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierbij moet, in essentie, worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er sprake is van een behoefte, wordt nagegaan in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Analyse en conclusie Als gevolg van de verplaatsing van het tankstation naar het plangebied, zullen tankstations in de omgeving mogelijk te maken krijgen met omzeteffecten. Hiertoe is een onderzoek uitgevoerd naar de actuele marktmogelijkheden van tankstations in Diemen en omgeving, en naar de ruimtelijk-economische effecten die de verplaatsing naar verwachting met zich mee zal brengen.
Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 1 In het onderzoek is de huidige aanbodstructuur in Diemen en omgeving geanalyseerd, de verhouding tussen vraag en aanbod en trends en ontwikkelingen van vraag en aanbod van brandstof. Geconcludeerd wordt dat er momenteel een gezonde balans is in vraag en aanbod van tankstations, waarbij wordt opgemerkt dat het huidige aanbod zelfs bovengemiddeld functioneert. Naar verwachting zal de vraag naar brandstoffen (ondanks de landelijke trends) verder toenemen in Diemen en omgeving, als gevolg van de bevolkingsgroei en uitbreiding van het wegennet. Het autoverkeer in het hele gebied zal behoorlijk toenemen met een groeiende vraag naar brandstoffen tot gevolg. Daarnaast is onlangs (na gereedkoming van het onderzoek in bijlage 1) een tankstation in het verzorgingsgebied wegens een reconstructie van de nabijgelegen A9 gesloten. Op deze locatie bestaat geen mogelijkheid voor heropening van dit tankstation. Door technische ontwikkelingen zal de vraag per voertuig wel gaan afnemen. Uitgaande van het huidige aantal tankstations kan per saldo voor de komende jaren worden uitgegaan van meer dan voldoende kansen voor een gezonde omzetontwikkeling. Daarmee wordt voldaan aan voorwaarde 1 van de ladder voor duurzame verstedelijking.
De verplaatsing van het tankstation vindt plaats in kader van herontwikkeling /herstructurering van bestaand stedelijk gebied (ontwikkeling Holland Park/Bergwijkpark). Een ecologisch weinig waardevol en ook anderszins ongebruikt terrein krijgt door de komst van het nieuwe tankstation vervolgens een ruimtelijk passende invulling. Daarmee wordt voldaan aan voorwaarde 2 van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Tankstation Provincialeweg Diemen
12
3.2
Provinciaal beleid
Structuurvisie Noord-Holland 2040 en Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 21 juni 2010 de Structuurvisie Noord-Holland 2040 'Kwaliteit door veelzijdigheid' (verder: de structuurvisie) en de bijbehorende verordening (verder: PRV) vastgesteld. Op 29 november 2011 is de eerste herziening van de structuurvisie vastgesteld. Op 3 februari 2014 is een beleidsarme wijziging van de PRV vastgesteld. In de structuurvisie geeft de provincie Noord-Holland aan op welke manier zij de ruimte in de provincie de komende 30 jaar wil benutten en ontwikkelen. De provincie zet vooral in op compacte en goed bereikbare steden, omringd door aantrekkelijk groen. De structuurvisie vormt het beleid van de provincie, dat niet direct doorwerkt naar gemeenten. Hiervoor is de PRV opgesteld. In de PRV zijn, op basis van de structuurvisie, regels gesteld waar gemeenten in hun bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Conclusie Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die een nadere afweging vereisen in het kader van de structuurvisie en PRV.
3.3
Gemeentelijk beleid
Parkeernota In 2001 is een parkeernota voor de werkgebieden vastgesteld. Hierin wordt aangegeven dat voor de industriegebieden geen parkeerregulerende maatregelen nodig zijn. Indien nodig - en waar dat kan kan de parkeercapaciteit in de openbare ruimte worden uitgebreid. De eisen aan parkeerruimte op eigen terrein dienen te worden gehandhaafd, dan wel te worden geactualiseerd (verscherpt). De parkeerbehoefte van het tankstation wordt op het eigen terrein van het tankstation gerealiseerd, waardoor het bestemmingsplan in lijn is met de Parkeernota. Groenstructuurplan en groenbeleidsplan Deze plannen geven de gewenste hoofdgroenstructuur voor Diemen weer. De notitie gaat, behalve op de situering en het soort groen, tevens in op mogelijk (mede-)gebruik van het groen. Van belang is onder andere dat de Provincialeweg is aangemerkt als weg met een bomenrij met een structurerende functie voor de hele gemeente. Op de structurerende functie van het huidige groen in het plangebied wordt nader ingegaan in paragraaf 4.9. Natuurbeleidsplan Diemen Diemen is een groene gemeente met opvallend waardevolle natuur binnen de stadsgrenzen. De gemeente Diemen heeft al de beschikking over een groenbeleidsplan (1995) en een groenstructuurplan (1997). In het aanvullende Natuurbeleidsplan (2009) staan de ecologische waarden centraal.
Dit plan dient gezien te worden als een sectoraal plan, het is geschreven vanuit natuuroogpunt. Bij besluitvorming vormt dit plan één van de afwegingskaders. Het plan vormt onder andere input voor de Structuurvisie en kan gebruikt wordt als onderbouwing bij bv. subsidieaanvragen en bij de vraag om compensatiemaatregelen bij uitbreiding rijks- en spoorwegen. Het Natuurbeleidsplan kan ook weer dienen als input voor het opstellen van het nieuwe groenbeleidsplan. Het streven van Diemen wat betreft het natuurbeleid is als volgt: “Het in stand houden en verbeteren van de ecologische verbindingen en van de leefomstandigheden van plant- en diersoorten in Diemen en het afstemmen hierop van de recreatieve mogelijkheden voor fietsers en wandelaars”. De wegen- en spoortaluds worden beschouwd als onderdeel van het netwerk van verbindingszones voor fauna. Er is niet concreet voor elk deel van de verbindingen bepaald welke elementen van ecologische waarde zijn. De groenstrook ten zuiden van de Provincialeweg (gelegen binnen de gemeente Amsterdam) is in ieder geval deel van de Bijlmerweide, een ruigtegebied. De ecologische waarde van het plangebied als zodanig is niet door de gemeente Diemen vastgelegd.
De elementen in het gebied die een verbindende waarde hebben in de context van de omgeving zijn: de watergang en de oever; de hoog opgaande bomen in het plangebied; het spoortalud ten westen van het plangebied;
Tankstation Provincialeweg Diemen
13
het bospark aan de zuidoostkant van de Provincialeweg. Binnen het plangebied zijn de watergang en de oever en de hoog opgaande bomen onderwerp van een nadere analyse, in paragraaf 4.8. Conclusie Ten aanzien van het onderwerp ecologie is een nadere afweging gewenst. Deze afweging is opgenomen in paragraaf 4.8.
Tankstation Provincialeweg Diemen
14
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Algemene m.e.r.-beoordeling
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Hierbij geldt de omvang van een project als richtwaarde, en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is vrijwel altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Plansituatie Voor dit plan wordt overwogen dat: het project, gelet op de aard en omvang, beneden relevante drempelwaarden blijft, namelijk de activiteit "oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de ondergrondse opslag van gasvoormige brandstoffen" welke voorkomt op de D-lijst van het Besluit m.e.r.
blijft ruim onder de drempelwaarde "gevallen waarin ten behoeve van de opslag een ruimte wordt gecreeerd van 1 miljoen m3 of meer". er geen belangrijke milieueffecten optreden (zoals hierna verder wordt toegelicht), autonoom en in vergelijking met de huidige situatie. Conclusie Gelet op voorgaande overweging is het aanvaardbaar af te zien van de uitvoering van een Plan-m.e.r.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen (blijven) uitoefenen. De milieuzonering wordt gebaseerd op de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. De meest actuele uitgave dateert van 2009. De VNG-publicatie geeft per bedrijfstype aan op welke indicatieve afstanden er relevante invloeden vanwege een gemiddeld bedrijf van dat type kunnen worden ondervonden.
Voor wat betreft de beoordeling van de verschillende milieueffecten (geur, stof, geluid en gevaar) gaat de VNG-publicatie uit van richtwaarden voor het omgevingstype 'rustige woonwijk en rustig buitengebied'. Hierna wordt de inpasbaarheid van het tankstation in het licht van genoemde publicatie nader overwogen. Daarbij wordt zowel ingegaan op het tankstation als milieuhinder veroorzakende inrichting als op het tankstation als milieuhindergevoelig object voor inrichtingen uit de omgeving. Plansituatie Het tankstation als milieuhinder veroorzakende inrichting Een benzineservicestation zonder LPG is in de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' opgenomen als
Tankstation Provincialeweg Diemen
15
een categorie 2 bedrijf. De grootste aan te houden afstand is 30 meter vanwege de aspecten geur en geluid. Op de andere aspecten geeft de genoemde publicatie kleinere richtafstanden, namelijk 10 m voor gevaar en 0 m voor stof. De dichtstbijzijnde milieugevoelige bebouwing betreft woonbebouwing op een afstand van ruim 200 meter van het tankstation. Voor wat betreft alle aspecten (geur, stof, geluid en gevaar) is inpassing van het tankstation dus aanvaardbaar. Daarnaast zijn er specifieke veiligheidsafstanden van toepassing als gevolg van de mogelijkheid om de brandstof CNG aan te bieden bij het tankstation dat mogelijk wordt gemaakt met voorliggend bestemmingsplan. Dit punt wordt nader beschouwd in 4.6 Externe veiligheid. Het tankstation als milieuhindergevoelig object voor inrichtingen in de omgeving Een tankstation is in beginsel geen milieugevoelig object. De hinderaspecten geur, stof, geluid en gevaar, welke eventueel worden veroorzaakt vanuit bedrijven uit de omgeving, zijn hier planologisch gezien niet relevant, althans in beginsel. Op twee aspecten is een nadere overweging echter noodzakelijk. Ten eerste: het tankstation ligt gedeeltelijk in een geluidszone vanwege industrielawaai. De inpassing van het tankstation heeft echter geen gevolgen voor deze geluidszone, omdat binnen het plangebied geen geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt.
Ten tweede: het tankstation is gelegen naast de Provincialeweg en in de omgeving van een spoorweg die beiden vanuit oogpunt van externe veiligheid (transport gevaarlijke stoffen) relevant zijn. Aangezien een tankstation in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een beperkt kwetsbaar object dienen de risico's hiervan nader beschouwd te worden. Dit gebeurt in 4.6 Externe veiligheid. Middels voorliggend bestemmingsplan worden behalve een tankstation geen andere kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) mogelijk gemaakt. Interne zonering Tot slot wordt opgemerkt dat voor het publiek toegankelijke functies van het tankstation (de shop, autowasgelegenheid, de parkeerplaatsen e.d.) onderdeel uitmaken van het benzineservicestation als geheel. Interne zonering (dus binnen de inrichting) hoeft in het kader van goede ruimtelijke ordening niet nader beschouwd te worden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen realisatie van het tankstation uit oogpunt van 'bedrijven en milieuzonering' aanvaardbaar is.
4.3
Mobiliteit
Het tankstation ligt aan de gebiedsontsluitingsweg Provincialeweg. Door middel van voorrangskruisingen wordt het tankstation ontsloten op de Provincialeweg. Verkeersgeneratie Maatgevend voor de verkeersgeneratie van en naar het tankstation is de verkoop van brandstof. In figuur 4.1 is de te verwachten verkeersgeneratie als gevolg van een maximale doorzet van 6 miljoen liter brandstof per jaar opgenomen (bovenkant van de bandbreedte 4,8 - 6 miljoen liter per jaar), gebaseerd op het programma zoals beschreven in paragraaf 2.4. Daarnaast worden door de aanwezigheid van een shop en autowasgelegenheid extra voertuigbewegingen gegenereerd. Dat wil zeggen: bezoekers die enkel voor deze voorzieningen het tankstation bezoeken. Aangenomen is dat door de unieke bezoekers voor de shop en autowasgelegenheid het aantal bezoekers met 15% toeneemt ten opzichte van het berekende aantal tankende bezoekers. Aanbieding van CNG, GTL en de mogelijkheid van elektrisch laden zijn niet meegenomen in de berekening van de verkeersgeneratie omdat dit brandstoffen in ontwikkeling zijn, en tevens zijn het alternatieven brandstoffen die de klassieke brandstoffen zullen vervangen. Dit betekent dat dit per saldo geen wezenlijke toename van verkeersbewegingen tot gevolg zal hebben.
Het enige dat kan voorkomen is dat het nieuwe tankstation in de omgeving tijdelijk de enige leverancier van CNG/GTL en laadpalen zijn, dus dat dit tijdelijk extra klanten zal trekken. Dat effect zal weer verdwijnen naarmate de aanbieding van alternatieve brandstoffen en laadpalen in de omgeving zal toenemen als gevolg van deze marktontwikkeling.
Tankstation Provincialeweg Diemen
16
Dit levert de volgende verkeersbewegingen op:
Figuur 4.1: Verkeersgeneratie tankstation Door de planontwikkeling zullen maximaal circa 700 motorvoertuigen per etmaal extra van de Provincialeweg afslaan om te gaan tanken. Dit zijn circa 70 voertuigen per uur en komt neer op circa 1 voertuig per minuut. Het is aannemelijk dat vrijwel alleen bestaande passanten de weg verlaten om te tanken. Door de grote dekking aan tankstations in het gebied, is de verwachting dat ter plaatse nauwelijks extra verkeer gegenereerd wordt, namelijk slechts 90 verkeersbewegingen per etmaal als gevolg van de shop en autowasgelegenheid. De ontwikkeling leidt daardoor niet tot een substantieel ander verkeersbeeld op het direct omliggende wegennet. Verkeersafwikkeling aansluiting tankstation Het brandstofverkooppunt sluit aan op gebiedsontsluitingsweg Provincialeweg. Via een voorrangskruising wordt aangesloten op de Provincialeweg. Uit prognoses blijkt dat de Provincialeweg een verkeersintensiteit kent van circa 18.000 motorvoertuigen per etmaal in 2030. In 2015 was dit nog circa 15.000 motorvoertuigen per etmaal. Uitgangspunt voor de berekeningen was een separate in- en uitgang van het tankstation, wat in de berekeningen voor de verkeersafwikkeling neerkomt op twee afzonderlijke voorrangskruisingen. In de initiële berekeningen is uitgegaan van een minimale aansluiting, dat wil zeggen zonder middenberm of extra links- of rechtsafvak op de rijbaan.
Uit die initiële berekening bleek dat de afwikkeling in de spits voor het uitgaande verkeer het lastigste is. De wachttijd voor deze automobilisten is gemiddeld circa 20 seconden, zowel in 2015 als in prognosejaar 2030 (figuur 4.3). Deze wachttijd is objectief gezien misschien niet veel, maar kan door sommige automobilisten als (te) lang worden ervaren. Het verkeer dat naar het tankstation toe rijdt (ingaand) levert geen afwikkelingsproblemen op. Om een voldoende veilige ontsluiting te kunnen waarborgen wordt de Provincialeweg daarom ter plaatse aangepast met een middenberm en linksaf-opstelstrook voor verkeer dat uit westelijke richting het tankstation wil benaderen en een middenberm voor verkeer dat in oostelijke richting het tankstation wil verlaten, conform figuur 4.2. Deze aanpassing past binnen het geldende bestemmingsplan. De wachttijden van deze verkeerskundige oplossing zijn significant lager (zie figuur 4.3) en zullen derhalve niet leiden tot verkeersonveilige situaties.
Tankstation Provincialeweg Diemen
17
Figuur 4.2: In- en uitrit tankstation
Figuur 4.3: Afwikkeling verkeer zonder en met middenberm Conclusie Het plan is uit oogpunt van mobiliteit haalbaar en uitvoerbaar.
4.4
Geluid
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen en geluidproducerende bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen en/of geluidproducerende bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen en/of geluidproducerende bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Plansituatie
Tankstation Provincialeweg Diemen
18
Dit bestemmingsplan biedt geen ruimte voor geluidsgevoelige functies zoals woningen en scholen, dus is een akoestisch onderzoek niet nodig. Andersom bedraagt de afstand van het tankstation tot de dichtstbijzijnde woningen of andere (wettelijk bepaalde) geluidgevoelige functies ruim 200 meter. Het tankstation is (gelet op de beperkte extra verkeersaantrekkende werking zoals beschreven in paragraaf 4.3) niet van invloed op de gevelbelasting van geluidgevoelige functies in de omgeving. Tevens voldoet de inpassing van het tankstation aan de aan te houden richtafstand van 30 meter voor geluid uit de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Conclusie Het plan is uit oogpunt van geluid haalbaar en uitvoerbaar.
4.5
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Het Nederlandse wettelijke stelsel voor luchtkwaliteitseisen wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen', van de Wet milieubeheer. Dit wettelijk stelsel wordt ook wel de 'Wet luchtkwaliteit' ('Wlk') genoemd. Uit de 'Wet luchtkwaliteit' volgt dat een voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is indien in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden; Er treedt geen verslechtering van de luchtkwaliteit op, of er vindt per saldo verbetering van de luchtkwaliteit plaats door mitigerende maatregelen; De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de afzonderlijke concentraties van de componenten NO2 en PM10 veroorzaakt van maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarden van NO2 en PM10. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3; De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Plansituatie Uitgangspunt is dat alleen passanten de weg verlaten om te tanken. Door de grote dekking aan tankstations in het gebied, is de verwachting dat nauwelijks extra verkeer gegenereerd wordt (zie paragraaf 4.3 Mobiliteit), circa 90 voertuigbewegingen per etmaal.
De ontwikkeling leidt daardoor niet tot een ander verkeersbeeld op het direct omliggende wegennet. Conclusie Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen niet wezenlijk van invloed is op de luchtkwaliteit en dus inpasbaar is.
4.6
Externe veiligheid
Wettelijk kader Externe veiligheid betreft de kans op overlijden voor burgers (aanwezig in bebouwing of verblijfsgebieden grenzend aan risicobronnen) als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij de risicobron. Risicobronnen kunnen bedrijven zijn, maar ook het transport van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorwegen en via buisleidingen. Ook risico's veroorzaakt door windturbines (afvallen rotorbladen) en dalend en stijgend vliegverkeer bij vliegvelden, wordt gerekend tot de externe veiligheidsrisico's. Dit risico wordt uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico is de overlijdenskans per jaar als gevolg van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen bij een ongeval. Dit kan op een kaart worden weergegeven met behulp van contouren. Het groepsrisico betreft de kans per jaar dat in één keer een groep mensen komt te overlijden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico kan met behulp van een diagram worden weergegeven. Ten aanzien van externe veiligheid is verschillende wet- en regelgeving van toepassing: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) (inrichtingen); de Regeling externe veiligheid (Revi) (inrichtingen); de Registratiebesluit externe veiligheid (inrichtingen);
Tankstation Provincialeweg Diemen
19
de ministeriële regeling provinciale risicokaart (inrichtingen); het Besluit risico's Zware Ongevallen (BrZO) (inrichtingen); het Vuurwerkbesluit (inrichtingen); Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (vervoer gevaarlijke stoffen); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) (buisleidingen); Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) (buisleidingen). Plansituatie In het plangebied wordt een tankstation mogelijk gemaakt zonder LPG, maar met de mogelijkheid tot het aanbieden van alternatieve brandstoffen als GTL, CNG alsmede laadpunten voor elektrische auto's. CNG is is Compressed Natural Gas (gecomprimeerd aardgas). Gecomprimeerd aardgas is een duurzame motorbrandstof vergeleken met de traditionele motorbrandstoffen benzine en diesel. Gecomprimeerd aardgas wordt vooral gebruikt voor personenauto's en lichtere bedrijfsauto's. De effecten bij calamiteiten zijn voor gecomprimeerd aardgas veel minder groot dan de effecten bij calamiteiten met LPG. Hierna wordt daar dieper op ingegaan. Het product GTL verhoudt zich qua risicoprofiel met diesel. Omdat deze brandstof niet onder de werkingssfeer van externe veilheid wet- en regelgeving valt, dienen in bestemmingplannen geen bijzondere regels of contouren opgenomen te worden. Ook elektrische laadpalen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid wet- en regelgeving niet relevant.
In het kader van externe veiligheid zijn er drie te beschouwen risicobronnen in beeld gebracht middels het in bijlage 2 gevoegde onderzoek: Het tankstation als risicobron Transport van gevaarlijke stoffen over de Provincialeweg Transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Duivendrecht – Diemen Het tankstation als risicobron Op basis van het Activiteitenbesluit hoeft het groepsrisico en het plaatsgebonden risico niet nader bepaalt te worden voor een tankstation zonder LPG. Hierdoor hoeft niet getoetst te worden wat mogelijke effecten zijn voor het groepsrisico in relatie tot nabijgelegen bebouwing, zoals de vernieuwingslaagbouw die gepland wordt in Bijlmer-Noord, aan de Daalwijkdreef/Elswijkdreef. Aangezien het aanbieden van CNG wel mogelijk wordt gemaakt, dienen op basis van artikel 3.18 van het Activiteitenbesuit veiligheidsafstanden in acht te worden genomen en in het bestemmingsplan geborgd te worden. Dit is verwerkt in artikel 3.4.a in de planregels, waarin middels een specifieke gebruiksregel is geregeld dat de bufferopslag en de afleverzuil van CNG niet binnen 20 m van (een bestemming voor) een kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object (als bedoeld in art. 1 Bevi) gesitueerd mogen worden.
Transport van gevaarlijke stoffen over de Provincialeweg Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de Provincialeweg dient op basis van het Bevt het PR en GR te worden beoordeeld. Voor een weg buiten de bebouwde kom (zoals de Provincialeweg) geldt als vuistregel dat er geen 10-6 per jaar PR-contour (hierna plaatsgebonden risicocontour) aanwezig is als het aantal tankauto’s van de stofcategorie GF3 lager is dan 500. Over de Provincialeweg worden 300 tankauto’s vervoerd. Dit betekent dat de weg geen plaatsgebonden risicocontour heeft in zowel de huidige als toekomstige situatie. Daarmee vormt het plaatsgebonden risico van de Provincialeweg geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. Het groepsrisico van de Provincialeweg nabij het plangebied (weg met eenzijdige bebouwing) kleiner is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde als gevolg van de lage populatiedichtheid binnen 200 meter aan één zijde van de weg. Het groepsrisico van de Provincialeweg dient derhalve slechts beperkt verantwoord te worden. Zie hiervoor de beschrijving van de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid hierna.
Transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Duivendrecht – Diemen Conform artikel 8 van het Bevt is de bepaling van het PR en GR alleen van toepassing voor een plangebied dat, geheel of deels, binnen 200 meter van een transportroute met vervoer van gevaarlijke stoffen gelegen is. Het plangebied ligt op meer dan 200 meter van de spoorlijn. Voor de spoorlijn is derhalve geen beoordeling van het PR en GR vereist, het groepsrisico dient beperkt verantwoord te worden. Zie hiervoor de beschrijving van de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid hierna. Mogelijkheden rampenbestrijding en zelfredzaamheid
Tankstation Provincialeweg Diemen
20
Onderstaand is voor de Provincialeweg en de spoorlijn inzicht gegeven in de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en rampenbestrijding, hiermee wordt invulling gegeven aan de beperkte verantwoording van het groepsrisico. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid Het plangebied is goed bereikbaar voor hulpdiensten. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid van een incident nabij het tankstation wordt in het Omgevingsvergunningstraject gedeelte milieu nader uitgewerkt. In dat traject wordt samen met de Veiligheidsregio verdere invulling gegeven aan de bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen in het plangebied. De Veiligheidsregio concludeert dat de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen nabij het spoor onvoldoende zijn. Voor de Provincialeweg is de bereikbaarheid goed en zijn de bluswatervoorzieningen zeer beperkt. Het bevoegd gezag kan afwegen om het minimale risico wat er is, te mitigeren in het plangebied door aldaar extra maatregelen te nemen voor het scenario toxische wolk. Aangezien de verdere uitwerking van het plan in het Omgevingsvergunningstraject gedeelte milieu zal gaan plaatsvinden, wordt in dat traject samen met de Veiligheidsregio verdere invulling gegeven aan de bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid Voor de zelfredzaamheid blijkt dat de alarmering alleen via SMS Alert niet afdoende zal zijn.
Aangezien de verdere uitwerking van het plan in het Omgevingsvergunningstraject gedeelte milieu zal plaatsvinden, wordt in dat traject samen met de Veiligheidsregio verder invulling gegeven aan de vluchtmogelijkheden en de eventuele voorzieningen aan de bouwwerken ten behoeve van de zelfredzaamheid. Conclusie Het groepsrisico en bijhorende aspecten in het kader van de beperkte verantwoording groepsrisico zijn inzichtelijk gemaakt. Het groepsrisico van de verschillende risicobronnen acht de gemeente acceptabel, omdat de risico's beperkt zijn en in het Omgevingsvergunningstraject gedeelte milieu maatregelen genomen worden om de veiligheid te borgen. Het plan is uit oogpunt van externe veiligheid haalbaar en uitvoerbaar.
4.7
Bodemkwaliteit
Wettelijk kader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Plansituatie Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek, bestaande uit vooronderzoek en veldwerk , uitgevoerd conform de NEN5725 en NEN5750, opgenomen in bijlage 3. Op basis van het vooronderzoek is vastgesteld dat op de de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen dat het tramemplacement en de voormalige stortplaats de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie negatief hebben beïnvloed.
Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat zowel op het maaiveld als in het opgeboorde materiaal in het veldonderzoek geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. In de boven- en ondergrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten PAK, minerale olie, kwik, lood, en PCB's gemeten. Deze licht verhoogde gehalten vormen geen belemmering voor de beoogde de beoogde bestemming. De bescherming van de bodem tegen mogelijke milieuschade ten gevolge van de bedrijfsvoering van het tankstation is geregeld in de Wet Milieubeheer. De beoogde activiteiten zijn meldingsplichtig in het kader van het Activiteitenbesluit, een stap in de vergunningsfase die zal volgen nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. Bijvoorbeeld de verplichting tot het aanleggen van een vloeistofdichte vloer wordt in de vergunningfase geregeld.
Tankstation Provincialeweg Diemen
21
Conclusie Het plan is uit oogpunt van bodemkwaliteit haalbaar en uitvoerbaar.
4.8
Ecologie
Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Deze bescherming is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming. Ten tijde van het onderzoek, dat voor dit plan is uitgevoerd, golden nog de Flora- en faunawet voor soortenbescherming en de Natuurbeschermingswet 1998 voor gebiedsbescherming. In dit plan en in het onderzoek (zie hierna) zijn daarom nog de oude wetten vermeld. Zowel het onderzoek als de navolgende overwegingen en conclusies blijven niettemin onverminderd van toepassing. Soortenbescherming Het doel van de Flora- en faunawet is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Flora- en faunawet kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Er bestaan drie beschermingsregimes voor drie verschillende groepen van beschermde soorten.
Voor de algemeen beschermde soorten (tabel 1) geldt een algemene ontheffing voor ruimtelijke ingrepen. Ook voor de overige beschermde soorten (tabel 2) is ontheffing mogelijk, mits wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor strikt beschermde soorten (tabel 3) kan enkel afgeweken worden na een uitgebreide toetsing. Gebiedsbescherming Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten. Een belangrijk onderdeel van de Natuurbeschermingswet is dat er geen vergunning gegeven mag worden voor handelingen of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de kwaliteit van de habitats van soorten, waarvoor een gebied is aangewezen. Wanneer niet op voorhand uitgesloten kan worden dat er schadelijke effecten kunnen optreden, dan dient de initiatiefnemer een 'passende beoordeling' te maken. Dat betekent een onderzoek naar alle aspecten van het project en welke gevolgen die kunnen hebben voor datgene wat bescherming geniet. Plansituatie Om de effecten van het voornemen op ecologie te kunnen bepalen is een Flora en faunaonderzoek uitgevoerd. Dit rapport is opgenomen in bijlage 4.
De onderstaande tabel geeft weer voor welke beschermde soort(groep)en het te verwachten is dat, zonder mitigerende maatregelen, negatieve effecten zullen optreden. Soortgroep
Soort(en) Mogelijk of te verwachten effect gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, geen vleermuizen laatvlieger diverse soorten broedvogels van stedelijk gebied: aantasting en verstoring van broedvogels ekster, merel, roodborst etc. broedgevallen kleine modderkruiper, bittervoorn, doden en verwonden vissen rivierdonderpad Figuur 4.4: Mogelijke negatieve effecten op beschermde soorten van de Flora- en faunawet in of nabij het plangebied Het volgende wordt geconcludeerd ten aanzien van effecten op beschermde natuurwaarden: Voor de mogelijk voorkomende licht beschermde soorten (tabel 1 FF-wet) geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling van ontheffingplicht. De algemene zorgplicht is wel van kracht.
Tankstation Provincialeweg Diemen
22
Van de zwaarder beschermde soorten is het niet uit te sluiten dat niet-jaarrond beschermde broedvogels, vleermuizen, bittervoorn en kleine modderkruiper voorkomen in (de directe nabijheid van) het plangebied. Er kan niet worden uitgesloten dat negatieve effecten op broedvogels (niet-jaarrond beschermd) en vissoorten aan de orde zijn indien geen maatregelen worden genomen. Mitigerende maatregelen zijn nodig om deze effecten te beperken of te voorkomen. Door het nemen van mitigerende maatregelen zijn effecten op de eventueel voorkomende soorten volledig uit te sluiten. Overtreding van de Flora- en faunawet en ontheffingsplicht zijn dan niet aan de orde. Ook is aanvullend onderzoek naar het voorkomen van soorten dan niet nodig. Mitigerende maatregelen Niet-jaarrond beschermde broedvogels Er dient rekening te worden gehouden met het optreden van schadelijke effecten op niet-jaarrond beschermde broedvogels. Dit is te voorkomen door: - buiten het broedseizoen te werken, of - te zorgen dat buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten gewerkt wordt, of - voorafgaand aan het broedseizoen de broedbiotoop voor vogels ongeschikt te maken en (gedurende het broedseizoen) te houden; dit betekent het rooien van alle bomen en ruigten buiten het broedseizoen en waar nodig geregeld maaien.
Ontheffing voor verstoring van broedgevallen wordt in principe niet verleend, waardoor het voorkomen van verstoring van broedende vogels noodzakelijk is. Vissen De volgende maatregelen zorgen ervoor, dat het doden en verwonden van in de watergangen mogelijk aanwezige bittervoorns en kleine modderkruipers tot een minimum beperkt wordt: één richting op werken, zodat de vissen kunnen vluchten; direct voorafgaand aan de vergraving de eventueel aanwezige vissen en zoetwatermosselen door een ecoloog laten wegvangen en overzetten naar wateren in de directe omgeving; Omdat de watergang als zodanig blijft bestaan, is er voldoende gebied voor de vissen aanwezig om naar toe te vluchten tijdens de werkzaamheden. Tevens wordt een natuurvriendelijke oever aangelegd waardoor de omstandigheden voor vissoorten uiteindelijk verbeteren. De NVO wordt hieronder beschreven. Natuurvriendelijke oever De bouw van het tankstation betekent dat de huidige ruigte en bomen grotendeels zullen verdwijnen. Daarmee zal minder relatief ongestoord broed- en foerageergebied voor vogels en leefgebied voor kleine zoogdieren beschikbaar zijn. De ecologische structuur van de omgeving wordt beperkt aangetast, omdat de Bijlmerweide en het spoortalud onaangetast blijven. De watergang langs de noordzijde van het plangebied blijft ook bestaan.
De oever en de watergang hebben in de huidige situatie een beperkte natuurwaarde, vanwege de steilheid van de oever (en dus een zeer korte gradiënt van nat naar droog), de lage diversiteit van oeverflora en de afwezige watervegetatie. In deze watergang zal een natuurvriendelijke oever (NVO) worden aangelegd. Aanleg van een NVO brengt hierin verbetering in. De vochtgradiënt wordt veel breder, wat mogelijkheden biedt voor veel soorten flora en fauna. Tevens worden de kansen voor vissen, amfibieën en ringslang vergroot. De watergang kent de volgende karakteristieken (leggergegevens): een bodembreedte van 5,54 meter, een waterbreedte bij referentiepeil van 7,30 meter, een waterpeil van -2,50 NAP, een waterdiepte van 0,60 meter en de helling van de taluds (L+R) is 1:1,5. Er zijn globaal twee mogelijkheden voor een NVO: 1. flauw oever talud tenminste 1:5: meer diversiteit, doordat volledige nat-droog gradiënt wordt gerealiseerd; 2. plas/drasberm met een deel verticaal talud: minder diversiteit doordat er weinig gradiënt wordt gecreëerd. Mogelijk wel (corridor)biotoop voor ringslang te realiseren. Het is ook goed mogelijk om te varieren; niet de hele strook hoeft hetzelfde NVO ontwerp te hebben; ook kan er plaatselijk een stukje niet-NVO zijn zonder al te veel verlies van functionaliteit. Voor beide opties is bestaat een ruimtebehoefte van 5 à 5,5 meter vanaf de waterkant.
Bij optie 1 bedraagt de breedte van de extra strook oppervlaktewater 2 meter en bij optie 2 ca. 2,5 meter. Tevens dient een beheerpad aangelegd te worden ten behoeve van de NVO. Conclusie
Tankstation Provincialeweg Diemen
23
Door zowel in het plan als financieel ruimte te reserveren voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever is het plan uit oogpunt van ecologie aanvaardbaar en uitvoerbaar.
4.9
Water
Wettelijk kader en beleid In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek komt met in dit geval de gemeente en de waterbeheerder. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Waternet voert taken uit in opdracht van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Bij het tot stand komen van het bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's.