CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022_Regels.pdf

Gemeenteraadsvergadering 20 april 2023, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplannen Plantage de Sniep 2022 en Bedrijventerrein 202213.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

12.5.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met een ongestoorde werking van de ondergrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

32

Artikel 13

Leiding - Water

13.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn,behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een waterleiding; met de daarbij behorende: 1. belemmeringsstroken; 2. voorzieningen; b. het bepaalde in artikel 23.2 is van overeenkomstige toepassing. 13.2 Bouwregels Bouwen ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en), is uitsluitend toelaatbaar indien en voor zover: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder. c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad. 13.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden

13.3.1 Algemeen a. Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van oppervlakte verharding; 2. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 3. het verrichten van graafwerkzaamheden; 4. diepploegen; 5. het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in lid 13.1 omschreven bestemming; 6. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 13.3.2 Uitzondering a. Het in lid 13.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 13.3.3 Voorwaarden De in lid 13.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder. c.

uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Artikel 13 Leiding - Leidingstrook 13.1 Bestemmingsomschrijving d. De voor Leiding-Leidingstrook aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor ondergrondse kabels en leidingen inclusief een veiligheidsstrook. e. Voor zover de dubbelbestemmingen onderling geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden:

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

33

1. in de eerste plaats de bepalingen van Artikel 13 Leiding - Leidingstrook 2. in de tweede plaats de bepalingen van Artikel 12 Leiding - Hoogspannnig. 13.2 Bouwregels Bouwen ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en), is uitsluitend toelaatbaar indien en voor zover: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerders. 13.3. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden 13.3.1 Algemeen a. Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van oppervlakte verharding; 2. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 3. het verrichten van graafwerkzaamheden; 4. het indrijven van voorwerpen in de grond; 5. diepploegen; 6. het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in lid 14.1 omschreven bestemming; 7. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 13.3.2 Uitzondering a. Het in lid 14.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: 1.

het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 14.3.3 Voorwaarden De in lid 14.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerders.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

34

Artikel 14

Waarde - Archeologie 1

14.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 1' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Het bepaalde in artikel 23.2 is van overeenkomstige toepassing. 14.2

Bouwregels

14.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: a. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of b. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 14.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 14.3

Nadere eisen

14.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 14.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder 14.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren op een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 14.4.2 Uitzondering Het in lid 14.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

35

a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 14.4.3 Voorwaarden De in lid 14.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

36

Artikel 15

Waarde - Archeologie 2

15.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 2' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Het bepaalde in artikel 23.2 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 15.2

Bouwregels

15.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of 2. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m², of 3. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 15.2.2 Omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 15.3

Nadere eisen

15.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 15.3.2 Toepassen De bevoegdheid onder 15.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 50 m2, en een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage;

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

37

c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 15.4.2 Uitzondering Het in lid 15.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 15.4.3 Voorwaarden De in lid 15.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

38

Artikel 16

Waarde - Archeologie 3

16.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 3' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Het bepaalde in artikel 23.2 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 16.2

Bouwregels

16.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of 2. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m², of 3. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 16.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 16.3

Nadere eisen

16.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 16.3.2 Toepassen De bevoegdheid onder 16.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 500 m², en op een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage;

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

39

c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 16.4.2 Uitzondering Het in lid 16.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 16.4.3 Voorwaarden De in lid 16.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast. Artikel 14 Waarde-Archeologie 14.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Voor zover de dubbelbestemmingen onderling geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 15 Water -Waterkering; 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 14 Waarde - Archeologie. 14.2 Bouwregels 14.2.1 Algemeen Bouwen ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en), is uitsluitend toelaatbaar indien en voor zover: a.

de aanvrager van de bouwvergunning als bedoeld in de Woningwet een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden tot ten hoogste 100 m² en het bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil wordt geplaatst; 2. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 14.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

14.3 Nadere eisen 14.3.1 Eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 14.3.2 Toepassen De bevoegdheid onder 14.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden 14.4.1 Algemeen a. Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

40

van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen over een oppervlakte van meer dan 20 m², en voor zover sprake is van grondwerkzaamheden op een diepte van 0,5 meter of meer, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; 2. het aanbrengen van drainage op een diepte van 0,5 meter of meer; 3. het aanbrengen van ondergondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen op een diepte van 0,5 meter of meer. 14.4.2 Uitzondering a. Het in lid 14.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud en beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt; 3. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 14.4.3 Voorwaarden De in lid 14.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a.

de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast en nadat het bureau Monumentenzorg en Archeologie van de gemeente Amsterdam is gehoord.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

41

Artikel 17

Waterstaat - Waterkering

17.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor het behoud van een waterkering. b. Voor zover de dubbelbestemmingen onderling geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van Artikel 17 Waterstaat - Waterkering; 2. in de tweede plaats de bepalingen van Artikel 12 Leiding - Hoogspanning en Artikel 13 Waarde-Archeologie Het bepaalde in artikel 23.2 is van overeenkomstige toepassing 17.2 Bouwregels Bouwen ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en), is uitsluitend toelaatbaar indien en voor zover: a. de belangen van de waterkering niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de waterbeheerder. 17.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden

17.3.1 Algemeen a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; 2. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, aanlegplaatsen of verhardingen ten behoeve van de watersport. 17.3.2 Uitzondering a. Het in lid 17.3.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 17.3.3 Voorwaarden De in lid 17.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. de belangen van de waterkering niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de waterbeheerder.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

42

Hoofdstuk 3

Artikel 18

Algemene regels

Anti dubbeltelregel

18.1 Basisregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

43

Artikel 19

Algemene gebruiksregels

19.1 Vormen van verboden gebruik Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. voor het (doen) uitoefenen van (straat)prostitutie; c. voor het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie; d. voor ligplaatsen voor woonschepen; e. speelautomatenhallen.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

44

Artikel 20

Algemene aanduidingsregels

20.1 Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' mogen geen beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b en onder l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgericht worden. 20.2 Gezoneerd industrieterrein Ter plaatse van de aanduiding 'gezoneerd industrieterrein' zijn de gronden aangewezen als gezoneerd industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder. 20.3

Geluidzone - industrie

20.3.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' is het niet toegestaan geluidgevoelige bestemmingen, als bedoeld in de Wet geluidhinder, te bouwen, behoudens geluidgevoelige bestemmingen zoals die bestaan op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan. 20.3.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 20.3.1, indien: a. uit akoestisch onderzoek blijkt dat - ten gevolge van geluidswerende of afschermende bebouwing en voorzieningen - het geluidsniveau aan de gevel van de woningen beneden de gestelde grenswaarden van de Wet geluidhinder blijft; b. voor zover hogere grenswaarden zijn vastgesteld bij de vaststelling van dit bestemmingsplan, de gevelbelasting niet meer bedraagt dan bij dit besluit is vastgesteld en wordt voldaan aan de in het besluit hogere waarden opgenomen voorwaarden. 20.4 Veiligheidszone-LPG Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone-LPG' zijn geen nieuwe gevoelige of beperkt gevoelige functies toegestaan als bedoeld in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) zoals deze gelden ten tijde van de tervisielegging van dit plan. 20.5 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1' zijn geen kwetsbare objecten toegestaan.

20.6 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 2 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 2' zijn geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

45

Artikel 21

Algemene afwijkingsregels

21.1 Bevoegdheid om af te wijken Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in Hoofdstuk 2 niet eerder kon worden afgeweken, afwijken van de regels van het plan, voor: a. het afwijken van een bestemmingsgrens, hetzij in het belang van een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken, hetzij noodzakelijk in verband met de werkelijke toestand van het terrein, met dien verstande dat de afwijking in de situering niet groter mag zijn dan 5 meter; b. het oprichten van bouwwerken voor infrastructurele en openbare voorzieningen met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 meter en van een gebouw de oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 m²; c. het overschrijden van bouwhoogten van gebouwen met niet meer dan 10%; d. het overschrijden van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 20%; e. het overschrijden van de verticale bouwdiepten voor kelders met niet meer dan 5 meter; f. het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor balkons, galerijen, luifels, entreepartijen, buitentrappen en soortgelijke onderdelen, van gebouwen met niet meer dan 3 meter; g.

het oprichten van geluidwerende voorzieningen; h. de overschrijding van bouw- of bestemmingsgrens met maximaal 1,5 meter ten behoeve van een overbouwing, mits op een hoogte boven de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

46

Artikel 22

Algemene wijzigingsregels

22.1 Algemene wijzigingsbevoegdheid veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen met als doel de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien uit onderzoek is gebleken dat de route voor vervoer van gevaarlijke stoffen is veranderd. 22.2 Algemene wijzigingsbevoegdheid aanpassing weg Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ten behoeve van een aanpassing van de weg de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Wro - zone - wijzigingsgebied' te wijzigen in de bestemming 'Verkeer' met de daarbij behorende bepalingen. ' 22.3 Wijzigingen Staat van bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de van deze planregels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten te wijzigen door het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven en daardoor geen aanwezige bedrijven in een hogere milieucategorie worden gebracht. 22.4 Wijzigingen Waarde - Archeologie Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a.

uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

47

Artikel 23

Overige regels

23.1 Verwijzing naar andere regelgeving Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de vaststelling van dit plan. . 23.2 Voorrangsregels dubbelbestemmingen In geval van strijdigheid van de regels van (met elkaar samenvallende) dubbelbestemmingen wordt de volgende voorrangsvolgorde aangehouden: a. Waterstaat - Waterkering b. Leiding - Water c. Leiding - Hoogspanning d. Waarde - Archeologie 1 e. Waarde - Archeologie 2 f. Waarde - Archeologie 3

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

48

Hoofdstuk 4

Artikel 24

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

24.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 24.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Lid 24.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 24.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 24.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het lid 24.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid ²24.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

49

Artikel 25

Slotregel

25.1 Citeertitel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 van de gemeente Diemen.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=d547e54e-f8e5-4dd9-872a-c6324b6565ef