Bijlage II Motivering BOPA AZC Diemen_v12
Tekst van het document
Motivering BOPA - AZC Diemen Diemerhof 2, Diemen COA 5 november 2025 - Public
MOTIVERING BOPA - AZC DIEMEN
Contactpersoon ARCADIS B.V.
Arcadis Nederland B.V. Postbus 33 6800 LE Arnhem Nederland
2
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
Inhoudsopgave 1
2
3
4
3
INLEIDING
7
1.2
Projectgebied
7
1.3
Het omgevingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
Toekomstige situatie
10
BELEID EN REGELGEVING
12
3.1
Rijksbeleid en -regels
12
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
12
3.1.2
Instructieregels Rijk (Bkl)
13
3.1.3
Spreidingswet
14
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
14
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland
14
3.2.2
Provinciaal verslag asielopvang
15
3.2.3
Omgevingsverordening Noord-Holland
15
3.2.3.1
Omgevingswaarden
16
3.3
Waterbeleid
16
3.3.1
Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027
16
3.3.2
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht
17
3.4
Gemeentelijk beleid
17
3.4.1
Omgevingsvisie Diemen 2040
17
3.4.2
Omgevingsplan Diemen
18
3.4.3
Spreidingswet – taakstelling gemeente Diemen
18
FYSIEKE LEEFOMGEVING
20
4.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
20
4.1.1
Toetsingskader
20
4.1.2
Resultaten
20
4.1.3
Conclusie
22
4.2
Verkeer en parkeren
22
4.2.1
Verkeer
22
4.2.2
Parkeren
23
4.3
Flora en fauna
23
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
4
4.3.1.1
Toetsingskader
23
4.3.1.2
Resultaten
24
4.3.1.3
Conclusie
24
4.3.2
Gebiedsbescherming
24
4.3.2.1
Toetsingskader
24
4.3.2.2
Resultaten
24
4.3.2.3
Conclusie
25
4.3.3
Natuurnetwerk Nederland
25
4.3.4
Houtopstanden
26
4.3.5
Conclusie
26
4.4
Luchtkwaliteit
26
4.4.1
Toetsingskader
26
4.4.2
Resultaten
27
4.4.3
Conclusie
29
4.5
Geluid
29
4.5.1
Toetsingskader
29
4.5.2
Resultaten
30
4.5.3
Conclusie
32
4.6
Geur
33
4.6.1
Toetsingskader
33
4.6.2
Resultaten
33
4.6.3
Conclusie
33
4.7
Omgevingsveiligheid
33
4.7.1
Toetsingskader
33
4.7.2
Resultaten
34
4.7.3
Conclusie
35
4.8
Trillingen
35
4.8.1
Toetsingskader
35
4.8.2
Resultaten
35
4.8.3
Conclusie
35
4.9
Welstand
35
4.9.1
Toetsingskader
35
4.9.2
Resultaten
36
4.9.3
Conclusie
36
4.10
Archeologie en cultuurhistorie
36
4.10.1
Toetsingskader
36
4.10.2
Resultaten
36
4.10.3
Conclusie
37
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
4.11
Weging van het waterbelang
37
4.11.1
Toetsingskader
37
4.11.2
Resultaten
38
4.11.3
Conclusie
38
4.12
Bodem
38
4.12.1
Toetsingskader
38
4.12.2
Resultaten
38
4.12.3
Conclusie
38
4.13
Milieuzonering
39
4.13.1
Toetsingskader
39
4.13.2
Resultaten
39
4.13.3
Conclusie
39
4.14
Sociale veiligheid
39
4.14.1
Toetingskader
39
4.14.2
Resultaten
40
4.14.3
Conclusie
40
4.15
Duurzaamheid en gezondheid
40
4.15.1
Toetsingskader
40
4.15.2
Resultaten
40
4.15.3
Conclusie
40
4.16
Mer-beoordeling
41
4.16.1
Toetsingskader
41
4.16.2
Resultaten
41
4.16.3
Conclusie
41
5
BEPERKINGENGEBIEDEN
42
6
UITVOERBAARHEID
43
6.1
Economische uitvoerbaarheid
43
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
43
6.2.1
Participatie
43
6.2.2
Procedure voor vergunningverlening
45
7
5
BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE
46
7.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
46
7.2
Conclusie
46
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
Bijlagen Bijlage 1 – Plattegronden AZC Diemen
48
Bijlage 2 – Verkeersonderzoek
49
Bijlage 3 – Stikstofdepositieberekeningen gebruiks- en aanlegfase
50
Bijlage 4 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
51
Bijlage 5 – Akoestisch onderzoek binnenwaarden
52
Bijlage 6 – Onderzoek luchtkwaliteit
53
Bijlage 7 – Onderzoek omgevingsveiligheid
54
Bijlage 8 – Advies brandweer 14 oktober 2025
55
Bijlage 9 – Ontruimingsplan Diemerhof
56
Colofon
58
6
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is sinds 1994 verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers in Nederland. Op dit moment zijn er verspreid over het land ongeveer 160 asielzoekerscentra (AZC’s) aanwezig. Inmiddels is de behoefte aan opvangcapaciteit in Nederland enorm toegenomen en is er meer behoefte aan tijdelijke opvanglocaties. In de gemeente Diemen, heeft het COA het voornemen om op korte termijn een asielzoekerscentrum (hierna: AZC) voor een periode van maximaal 10 jaar te realiseren voor maximaal 160 asielzoekers. De locatie waar deze tijdelijke opvang is voorzien, is gelegen aan de Diemerhof 2, 1112 XL, in de gemeente Diemen. Naast de tijdelijke opvang van asielzoekers wil COA de begane grond en de eerste verdieping van het kantoorpand blijven gebruiken als kantoor, waar naast COA ook Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA) en Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) een plek krijgen. De voorgenomen tijdelijke opvang van maximaal 160 asielzoekers (hierna het voornemen) op deze locatie past niet binnen het omgevingsplan van de gemeente Diemen. De beoogde ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt middels een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) conform artikel 5.1, sub 1 onder a Omgevingswet (hierna: Ow).
Hiervoor is een motivering noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties om deze tijdelijke opvang in de gemeente Diemen te realiseren. Deze motivering BOPA heeft dus uitsluitend betrekking op de tijdelijke opvang van asielzoekers. De overige hiervoor genoemde ontwikkelingen zijn binnen het vigerende omgevingsplan planologisch toelaatbaar.
1.2 Projectgebied De projectlocatie behelst een leegstaand kantoorpand gelegen in het Bergwijk Park (hierna: projectlocatie). Zie onderstaande Figuur 1 voor een luchtfoto van de projectlocatie. De projectlocatie is in eigendom van AQS NL Office II B.V. en heeft een bruto vloeroppervlakte van 3.942 m2, waarvan 3.485 m2 beschikbaar is voor verhuur. Op het terrein bevinden zich 50 parkeerplaatsen. De projectlocatie ligt nabij een afrit naar de Gooiseweg op 500 m. De projectlocatie is gelegen in de buurt van verschillende opstapplaatsen voor openbaar vervoer, zoals bushaltes en trein- en metrostations. Op loopafstand bevindt zich Station Diemen Zuid, en Station Bijlmer Arena is slechts zeven minuten rijden met de auto. In de directe omgeving van de projectlocatie bevinden zich een basisschool en een middelbare school (op respectievelijk 850 m en 700 m), een supermarkt (op 550 m), het ziekenhuis OLVG Oost (op 6,4 km) en het ziekenhuis UMC AMC (op 6,2 km). Daarnaast bevindt zich op een afstand van circa 14 km aan de Willinklaan een AZC.
Figuur 1 Luchtfoto Diemerhof 2 (rode markering, bron: Google Earth 2024).
7
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
1.3 Het omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Diemen1 is van rechtswege ontstaan door de inwerkingtreding van de Ow. Daarmee zijn de bestemmingsplannen die vigerend waren op 31 december 2023 in de gemeente Diemen opgegaan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan op grond van artikel 22.1, lid a van de Ow. Voor de projectlocatie gaat het om het bestemmingsplan ‘Bergwijkpark 2021’.2 In dit bestemmingsplan gelden meerdere enkel- en dubbelbestemmingen binnen het projectgebied. Met de inwerkingtreding van de Ow zijn deze termen niet meer in gebruik, en wordt er gesproken over ‘functies’. In deze motivering zal met deze reden dan ook worden gerefereerd aan de functies die zijn toegekend aan een locatie; deze refereren aan de enkel- en dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan. Zie onderstaande Figuur 2 voor een uitsnede van het tijdelijk deel van het omgevingsplan op de locatie.
Figuur 2 Uitsnede tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Diemen (projectlocatie aangeduid met de rode markering. bron: Regels op de kaart).
Voor de projectlocatie geldt de functie ‘Gemengd’. Binnen de functie ‘Gemengd’ zijn de volgende functies toegestaan: a kantoren; b parkeervoorzieningen; c maximaal 1 horecavestiging uitsluitend op de begane grondlaag tot en met categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten, met een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 250 m2; d maximaal 1 hotel met een maximum van 200 hotelkamers, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'Hotel';
1 Het Omgevingsplan gemeente Diemen is door de gemeente gepubliceerd op 25 juli 2024 en in werking getreden op 1 augustus
2024 en heeft het identificatienummer /akn/nl/act/gm0384/2020/omgevingsplan. 2 Vastgesteld op 17 februari 2022 door de gemeenteraad van Diemen, geheel onherroepelijk in werking. 8
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
e f g
maximaal 1 zalencentrum met een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 1.500 m 2; maximaal 2 bedrijfsondersteunende sportvoorzieningen met een totale gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 1.500 m2; ter plaatse van de aanduiding 'water' tevens voor de reeds aanwezige waterpartijen;
Met daaraan ondergeschikt: h bedrijfskantines; i maximaal 1 inpandige bedrijfswoning per hoofdgebouw met een maximum vloeroppervlakte van 120 m 2 per bedrijfswoning; j nevenactiviteiten behorende bij de betreffende functie; Met daarbij behorende: k kelders; l kleinschalige windturbines; m erftoegangswegen; n groenvoorzieningen; o water en huishoudkundige voorzieningen; p nutsvoorzieningen. Het voornemen omvat het gebruik van het leegstaande kantoor als tijdelijk AZC voor een periode van tien jaar en past niet binnen deze functie. Naast het vigerend plan zijn de volgende plannen van toepassing: • TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Bodem Diemen • Actieplan geluid gemeente Diemen 2024-2028 • Parapluherziening Flitsbezorgdiensten Het voornemen valt niet onder de regels uit deze plannen. Daarom zijn deze plannen niet van toepassing. Relatie met het voornemen Het realiseren van de beoogde, tijdelijke opvanglocatie met maximaal 160 opvangplekken is in strijd met het omgevingsplan (bestemmingsplan Bergwijkpark 2021). Het omgevingsplan staat namelijk geen opvang toe in de functie ‘Gemengd’.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk vormen de volgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 gaat in op de voorgenomen ontwikkeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het Rijks-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in diverse aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 5 gaat in op de beperkingengebieden. In hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van deze ontwikkeling uiteengezet en in hoofdstuk 7 volgt de integrale belangenafweging van de ontwikkeling.
9
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
2 VOORGENOMEN ONTWIKKELING 2.1 Huidige situatie De projectlocatie betreft momenteel leegstaand vastgoed van vijf verdiepingen met een kantoorfunctie, gelegen aan Diemerhof 2, kadastraal bekend bij de gemeente Diemen, Sectie D nummer 1818. Het gebouw is gebouwd in 1987 en in eigendom van AQS NL Office II B.V. De huidige situatie is weergegeven in Figuur 3 en Figuur 4.
Figuur 3 Bovenaanzicht projectlocatie (bron: Google Earth 2024).
Figuur 4 Vooraanzicht projectlocatie (bron: Google Earth 2024).
2.2 Toekomstige situatie Het COA heeft het voornemen om op deze locatie een AZC te realiseren voor een periode van maximaal 10 jaar met maximaal 160 opvangplekken (hierna: het voornemen). Hiervan zijn 113 opvangplekken voor reguliere asielzoekers en 47 opvangplekken voor Alleenstaand Minderjarige Vreemdelingen (hierna: AMV). Door de toevoeging van de zitelementen wordt de leefomgeving van de tijdelijke bewoners aangenamer gemaakt. Het toekomstige AZC biedt tijdelijke opvang, ofwel logies, voor asielzoekers gedurende de asielprocedure. Dit AZC betreft geen permanente bewoning en valt daarmee volgens artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit niet onder de definitie van een woonfunctie maar onder een logiesfunctie. Het gaat om een toevoeging aan de vaste voorraad, 10
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
kortlopend, waarbij het reguliere Programma van Eisen (PvE) van het COA3 wordt toegepast, aangezien het voornemen een kwalitatieve opvanglocatie betreft. Op de plattegronden van de beoogde ontwikkeling (zie )4 is te zien dat de begane grond en de eerste verdieping voornamelijk bestaan uit kantoorruimtes, ook voor Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA), voor Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) en algemene verblijfruimtes. De opvangplekken voor asielzoekers worden verdeeld over de tweede, derde en vierde verdieping. Deze verdiepingen bieden ook keukenruimtes en sanitaire ruimtes voor bewoners en personeel. Een verdere onderbouwing voor de locatiekeuze is weergegeven in paragraaf 4.1. Naast de realisatie van een AZC worden er ook fietsenrekken en picknicktafels op de bestaande parkeerplaatsen gerealiseerd, een tijdelijk bouwhek rondom de locatie en de vijver geplaatst. Door de toevoeging van de zitelementen wordt de leefomgeving van de tijdelijke bewoners aangenamer gemaakt. Verkeer en parkeren De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer verloopt via de Diemerhof, een erftoegangsweg met een formele maximumsnelheid van 50 km/uur. In de praktijk zal de snelheid waarschijnlijk lager liggen, gezien de korte lengte van het wegvak en de haakse parkeervakken aan beide zijden van de rijbaan.
Vanaf de Diemerhof kan het verkeer via de Diemermere of de Wisselwerking aansluiting vinden op de Dubbelinkdreef, waarmee het lokale en regionale wegennet bereikbaar wordt. Ook deze wegen zijn ingericht als erftoegangsweg en hebben een maximumsnelheid van 50 km/uur. Ze ontsluiten voornamelijk de omliggende kantoorpanden in dit deel van het Bergwijkpark. Zowel de Diemerhof, Diemermere als de Wisselwerking bestaan uit één rijbaan van asfalt, met langs een groot deel van het tracé haakse parkeervakken. Aan beide zijden van deze wegen liggen vrijliggende fietspaden in twee richtingen, evenals een voetpad. Naar verwachting beschikken toekomstige bewoners van de opvang niet over een auto. Zij zullen daarom voor hun dagelijkse verplaatsingen gebruikmaken van wandelen, fietsen of het openbaar vervoer. Het gebied is goed ontsloten voor deze vervoerswijzen dankzij de aanwezige vrijliggende fietspaden en de nabijgelegen OV-hubs, die zowel te voet als per fiets goed bereikbaar zijn. Er zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig voor het toekomstig gebruik. Een verdere onderbouwing hiervan is weergegeven in paragraaf 4.2. Hoewel er goede infrastructuur is voor fietsers en voetgangers, is het aan te bevelen om nieuwe bewoners bij aankomst te informeren over de lokale verkeersregels en gewenst gedrag, met name over het gebruik van het fietspad (ook wanneer men te voet is).
Dit verkleint de kans op gevaarlijke situaties. In de directe omgeving bevinden zich diverse voorzieningen. Het asielzoekerscentrum aan de Willinklaan ligt op 14,2 kilometer afstand, hier kan een samenwerking tussen ontstaan door voorzieningen beschikbaar te maken voor de bewoners van beide AZC’s. Voor basisonderwijs is er een school op 850 meter en voor voortgezet onderwijs op 700 meter afstand. Een supermarkt bevindt zich op slechts 550 meter. Het OLVG-ziekenhuis, locatie Oost, ligt op 6,4 kilometer afstand en het UMC-ziekenhuis, locatie AMC, op 6,2 kilometer. Openbaar vervoersmogelijkheden, zoals bus, metro en trein, zijn bereikbaar binnen een afstand van 650 tot 800 meter.
3 Zie: Programma van Eisen COA. 4 De bijgevoegde tekeningen gaan uit van een maximale technische capaciteit van 179 bedden.
De technische capaciteit bij COA-opvanglocaties verwijst naar het aantal opvangplekken dat op papier beschikbaar is. Dit is een theoretisch maximum, gebaseerd op het aantal bedden en kamers dat een locatie fysiek kan bieden. Hierbij is geen rekening gehouden met praktische beperkingen zoals onderhoud, leegstand of samenstelling van bewoners. 11
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
3 BELEID EN REGELGEVING In dit hoofdstuk wordt het relevante beleidskader gegeven en wordt het voornemen aan dit kader getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).
3.1 Rijksbeleid en -regels 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is, als opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie brengt met een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie van het Rijk op de inrichting en ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving in beeld. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Steden die groeien en veranderen, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de overgang naar een duurzame en circulaire economie; diverse trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Deze trends en ontwikkelingen bieden kansen, maar vragen ook zorgvuldig te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, want zowel de boven- als ondergrondse ruimte is een schaars goed. De NOVI geeft richting en helpt om deze keuzes te maken. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. de economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. 3. onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4.
het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Het land moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, wateroverlast, hogere rivierafvoeren en langere perioden van droogte. Om in te spelen op deze gevolgen van klimaatverandering, is er vraag naar maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende ruimte en groen voor wateropslag in onze steden. Door hierop in te zetten, biedt het kansen voor de natuur, maar verbetert het ook tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit. Daarnaast heeft Nederland in 2050 een duurzame energievoorziening. Deze energievoorziening vraagt ruimte, voor onder andere zonnepanelen en windturbines. Het Rijk zet zich ook in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een circulaire, duurzame, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050, waarmee het zijn positie kan handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Hiervoor is een goede verbinding via weg, lucht, spoor, water, digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners nodig.
Het Rijk zet in op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van bewegen, wonen, recreëren, ontspannen en ontmoeten. Hierbij is het belangrijk dat de Nederlandse economie, duurzaam, concurrerend en circulair wordt, oftewel toekomstbestendig. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op de verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Onze steden en regio's leefbaarder maken Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en is deze verder aan het uitbreiden, waarbij de richting van verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-) infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar de vraag is. Goede verbindingen tussen de stedelijke regio's zijn nodig om het netwerk als geheel te benutten. Door het Rijk wordt een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling gehanteerd, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio. Bij de invulling van integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet stedelijk 12
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
gebied moet plaatvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad versterkt. Daarbij worden regio's en steden klimaatbestendig ingericht. ad 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen de kwaliteit van landschap en landgebruik, water, lucht en bodem. Dit betekent dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten en dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen. Het landgebruik dient meer afgestemd te worden op zoetwatergebruik- en beschikbaarheid. Door een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van tekorten en wateroverlast. Het Rijk maakt een vitaal en duurzaam voedsel- en landbouwsysteem mogelijk, dat zich baseert op natuurinclusiviteit en kringlopen. De biodiversiteit wordt versterkt en beschermd en het natuurlijke kapitaal wordt op een duurzame wijze benut. Het Rijk zet hierbij in op het beschermen en versterken van de unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebieden voegen kwaliteiten toe aan het landschap, waarbij het omgevingsbeleid landschapsinclusief wordt.
Voor deze prioriteiten geldt dat zowel voor de lange, als voor de korte termijn maatregelen nodig zijn die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Het kernbegrip bij deze maatregelen is omgevingskwaliteit: dat wil zeggen dat ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit centraal staan. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende, brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: • het werken als één overheid, samen met de samenleving; • de opgave(n) centraal stellen; • gebiedsgericht werken; • permanent en adaptief aan de opgaven werken. Relatie met het voornemen In de NOVI komt naar voren dat huisvesting één van de basisbehoeften is van mensen en dat iedereen in Nederland heeft recht op prettige huisvesting. Het voornemen betreft het realiseren van een AZC voor het tijdelijk huisvesten van asielzoekers, en omvat daarmee, zoals eerder vermeld, een logiesfunctie. Het tijdelijk huisvesten van asielzoekers wordt niet expliciet genoemd in de NOVI.
Wel wordt benoemd dat het huisvesten van asielzoekers van nationaal belang is. Daarmee doet het voornemen geen afbreuk aan het ruimtelijke beleid van het Rijk.
3.1.2
Instructieregels Rijk (Bkl)
Conform artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl wordt in deze motivering ingegaan op de instructieregels uit het Bkl 5 die van toepassing zijn op het voornemen. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b.de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.
5
Hoofdstuk 5 van het Bkl.
13
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
In voorliggende motivering wordt onder andere ingegaan op de waarborging van veiligheid, bescherming van het waterbelang en de bescherming van gezondheid en milieu, hiervoor wordt verwezen naar de betreffende paragrafen in hoofdstuk 4.
3.1.3
Spreidingswet
Om tot voldoende opvangplekken te komen in Nederland en tot een evenwichtigere verdeling van asielzoekers over gemeenten en provincies, geldt sinds 1 februari 2024 voor gemeenten De ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (spreidingswet). Waar het voorheen om de bereidwilligheid ging van gemeenten om opvangplekken te voorzien, zijn gemeenten momenteel wettelijk verplicht asielzoekers op te vangen. De taakstellingen voor opvang voor de provincie Noord-Holland en de gemeente Diemen worden nader toegelicht in de onderstaande paragrafen, respectievelijk paragraaf 3.2.2 en paragraaf 3.4.3. Volgens de spreidingswet moeten op 1 juli 2025 alle opvanglocaties gereed zijn. Momenteel heeft ruim driekwart van de gemeenten de opvanglocaties klaar voor gebruik. Daarvan bestaat de helft uit noodopvanglocaties.
3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland
Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland de Omgevingsvisie "NH2050" vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren. De visie geeft daarbij aan op welke manier de provincie met stakeholders wil samenwerken aan de verschillende omgevingsvraagstukken. In het document is verder uitgewerkt hoe de provincie er in 2050 eruit moet komen te zien en welke tussentijdse doelen in 2030 zijn geformuleerd. De Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland bevat een aantal ambities en doelstellingen. De hoofdambitie is gericht op het behouden van het relatief hoge welvaarts- en welzijnsniveau in de provincie, waarin bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving in stand blijven. De provincie gaat uit van het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' om ruimte te bieden aan maatwerk en verschillende mogelijkheden voor sturing en samenwerking. Ambities Naast de hoofdambitie bevat de omgevingsvisie een aantal andere ambities binnen de thema’s leefomgeving, gebruik van de leefomgeving en energietransitie. • Leefomgeving ➢ Klimaatverandering: streven naar een klimaatbestendige en water-robuuste omgeving. ➢ Gezondheid en veiligheid: behouden en verbeteren van de fysieke leefomgeving.
➢ Biodiversiteit en natuur: vergroten van biodiversiteit ter bevordering van een gezonde leefomgeving • Gebruik van de leefomgeving ➢ Economische transitie: bevorderen van een duurzame economie met innovatie. ➢ Wonen en werken: optimaliseren van woon- en werklocaties in overeenstemming met duurzaamheid. ➢ Mobiliteit: stimuleren van effectieve en duurzame mobiliteit met aandacht voor klimaat en gezondheid. ➢ Landschap: benoemen, behouden en versterken van de kwaliteiten van landschappen en cultuurhistorie. • Energietransitie ➢ Streven naar klimaatneutraliteit in 2050 met hernieuwbare energie en passende infrastructuur. Hoofdthema’s Voor de onderhavige locatie zijn deze ambities van belang om aan de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoeftes te voldoen. Om de eerder genoemde ambities verdere invulling te geven, heeft de provincie Noord-Holland negen hoofdthema’s van trends en ontwikkelingen, met bijbehorende kernopgaven, geformuleerd. Deze geven concreet invulling aan de sturingsfilosofie van de omgevingsvisie: ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. De daaruit geformuleerde thema’s in de omgevingsvisie NH2050 zijn: 14
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
• • • • • • • • •
Gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie. Natuur en biodiversiteit: natuur inclusief ontwikkelen. Duurzame en vernieuwende economie. Toekomstbestendige landbouw in Noord-Holland. Klimaatadaptatie. Energietransitie. Ontwikkeling van stad en land. Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden. Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit.
Voor de onderhavige locatie zijn voornamelijk de aspecten ‘ontwikkeling van stad en land’ en ‘gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie’ uit de omgevingsvisie van belang. De ontwikkeling van stad en land geeft aan dat de locatiekeuze voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen wordt bepaald door een veelheid aan factoren. Concrete voorbeelden hiervan zijn de energie-infrastructuur, fysieke haalbaarheid door verkeers- en vervoersnetwerken en de internet/ICT-infrastructuur, inclusief datacenters. De locatiekeuze voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen staat dus onder invloed van de effecten van klimaatverandering, bereikbaarheid, behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en van de energie-infrastructuur. Met een gezonde en veilige leefomgeving wordt bedoeld dat er in de provincie wordt ingezet op een woon- werk omgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s, en dat er sprake is van een omgeving die een gezonde leefstijl ondersteunen. In voorliggende motivering worden de veiligheidsrisico’s geanalyseerd en maatregelen geadviseerd hoe daarmee wordt omgegaan in relatie tot het voornemen. Daarnaast worden er op de locatie picknicktafels gerealiseerd zodat de toekomstige bewoners ook buiten kunnen zitten. Op deze wijze wordt een gezonde leefstijl ondersteund.
Relatie met het voornemen De wens van het COA om een tijdelijke opvang te vestigen op de beoogde locatie is in overeenstemming met de omgevingsvisie Noord-Holland (2018). De opvang biedt onderdak aan asielzoekers en daarmee worden tijdelijke verblijfplaatsen gerealiseerd binnen stedelijk gebied. Dit sluit aan op de ontwikkeling van stad en land. Verder is de locatie gelegen in en nabij verstedelijkt gebied en openbaarvervoersknooppunten. Het principe van nabijheid van voorzieningen wordt gezien als een essentieel onderdeel van duurzaamheid binnen de omgevingsvisie en is dus in lijn met de voorgenomen locatie. Uit de beschikbare informatie blijken geen tegenstrijdigheden te zijn tussen de voorgestelde tijdelijke opvang en de doelstellingen en richtlijnen van de omgevingsvisie.
3.2.2
Provinciaal verslag asielopvang
De gemeenten in Noord-Holland werken aan het realiseren van voldoende opvangplekken in de provincie. In het ’Provinciaal verslag asielopvang’ wordt de invulling van de Noord-Hollandse asielopgave weergegeven. 6 Naar aanleiding van de eerder genoemde spreidingswet dient de provincie Noord-Holland uiterlijk op 1 juli 2025 te voorzien in 16.290 opvangplekken voor asielzoekers. Hiervan dienen 1.380 opvangplekken voor AMV te zijn. De provincie Noord-Holland ziet erop toe dat de gemeenten deze taakstelling realiseren en ondersteunt de gemeenten hierin waar nodig, bijvoorbeeld als het gaat om vergunningverlening. Relatie met het voornemen De tijdelijke opvanglocatie aan Diemerhof 2 sluit aan bij de taakstelling van de provincie Noord-Holland om vanuit haar toezichtrol te zorgen dat onder meer de gemeente Diemen haar taakstelling haalt en dat er voldoende opvangplekken aanwezig zijn in de provincie Noord-Holland.
3.2.3
Omgevingsverordening Noord-Holland
De Omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland (NH2022) is op 1 januari 2024 in werking getreden, gelijktijdig met de Omgevingswet. Op 30 juni 2025 heeft de provincie een nieuwe versie van deze verordening vastgesteld, die sinds 1 juli 2025 van kracht is. In deze verordening zijn de provinciale regels vastgelegd met betrekking tot onder andere natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De verordening borgt de juridische
6
Zie: Provinciaal verslag asielopvang
15
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
doorwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie, zonder daarbij nieuw beleid te introduceren; er wordt enkel geregeld wat noodzakelijk is voor het realiseren van de provinciale belangen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het voorliggende plan, is het van belang om rekening te houden met de waarden en regels die in de Omgevingsverordening zijn opgenomen. Voor deze locatie zijn onder andere regels van toepassing op het gebied van ontgrondingen, ruimtelijke kwaliteit en regionale watersystemen. In deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op de relevante aandachtsgebieden uit de Omgevingsverordening, en hun relatie tot het voorgenomen plan. Op de projectlocatie zijn vijf provinciale aandachtsgebieden van toepassing. Voor het voornemen is echter slechts één aandachtsgebied relevant: het LIB 5 zone Schiphol. LIB 5 zone Schiphol Volgens artikel 6.34 van de Omgevingsverordening geldt dat een omgevingsplan binnen het werkingsgebied van LIB 5 zone Schiphol alleen nieuwe woningen mag toestaan, indien in de motivering van het voornemen aandacht wordt besteed aan de geluidsbelasting door luchtverkeer, en wordt toegelicht waarom het toevoegen van nieuwe woningen op deze locatie verantwoord is. Relatie tot het voornemen Het voorgenomen plan betreft de realisatie van een asielzoekerscentrum (AZC).
Volgens de Omgevingswet (Bijlage 1 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving) wordt een AZC aangemerkt als een logiesfunctie. Artikel 6.34 van de Omgevingsverordening NH2022 is uitsluitend van toepassing op nieuwe woningen, en niet op logiesfuncties zoals een AZC. Het aandachtsgebied LIB 5 zone Schiphol vormt geen belemmering voor de realisatie van het voornemen.
3.2.3.1
Omgevingswaarden
Omgevingswaarden zijn aspecten van de omgeving die behouden, beschermd of verbeterd moeten worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze richtlijnen dienen voor het plannen en realiseren van projecten voor een evenwicht tussen ontwikkeling en behoud van de omgeving. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn de veiligheid regionale waterkeringen en wateroverlast vastgesteld als omgevingswaarden. De omgevingswaarde voor veiligheid regionale waterkeringen bepaalt de gemiddelde overschrijdingskans per jaar voor verschillende klassen regionale waterkeringen. De omgevingswaarde wateroverlast hanteert een overstromingskans binnen en buiten de bebouwde kom. Beide omgevingswaarden zijn niet van toepassing op de locatie of de nabije omgeving.
3.3 Waterbeleid Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt er een weging van het waterbelang (voorheen watertoets) uitgevoerd.
3.3.1
Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027
Het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 (vastgesteld op 31 januari 2022) is de opvolger van het Regionaal Waterplan PNH 2016-2020. Het programma biedt onder andere kaders voor goede waterkwaliteit, het op peil houden van de watervoorraad en de bescherming tegen overstromingen. In de planperiode 2022 – 2027 worden ambities gesteld voor het behalen van de doelen op de langere termijn (2050). Aan de hand van drie inhoudelijk deelprogramma’s zijn er doelen opgesteld voor de komende planperiode: 1. Deelprogramma oppervlaktewater: het verzorgen van een goede ecologische en chemische toestand, een (water)vitaal landelijk gebied, watervervuiling door nieuwe stoffen tegengaan, uitbreiding van het aantal zwemlocaties en verbetering van de kwaliteit, een goed op de beroeps- en recreatievaart toegesneden vaarnetwerk. 2. Deelprogramma grondwater: een goede chemische toestand, geen uitputting van grondwatervoorraden, geen toename van de zuiveringsinspanningen en op termijn een vermindering, voldoende toevoer van niet-verontreinigd grondwater, een goede grondwaterstand, voldoende toevoer en goede kwaliteit van het grondwater. 3.
Deelprogramma overstromingsrisico’s: primaire waterkeringen voldoen in 2050 aan de wettelijke normen en hebben een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit, de regionale keringen die in de tweede toetsingsronde (einddatum 2024) worden afgekeurd, voldoen uiterlijk in 2030 weer aan de norm, de overstromingsinformatie is up-to-date, veiligheid door klimaat adaptieve maatregelen. 16
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
Daarnaast wordt er extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren. Deze worden volgens de Europese richtlijnen beschermd vanwege de specifiek geldende eisen. Relatie tot het voornemen Met de voorgenomen realisatie van de tijdelijke opvanglocatie wordt geen inbreuk gemaakt op het toekomstige beleid uit het waterbeheerprogramma van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Deze ontwikkeling is gezien het bovenstaande niet strijdig met het waterbeheerprogramma. In paragraaf 4.12 wordt verder ingegaan op het thema water in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling.
3.3.2
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht
De locatie is gelegen binnen het ambtsgebied van het Amstel, Gooi en Vecht. De waterschapsverordening7 is in werking getreden op 1 januari 2024. De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater binnen het beheergebied. Ook bevat de verordening regels voor activiteiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving op het gebied van (grond)water. Buiten de regels die gelden voor het waterschap, bevat het ook regels voor initiatiefnemers. Op basis van deze regels wordt bepaald of er een melding of omgevingsvergunning benodigd is voor het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden. Dit geldt onder andere voor de volgende activiteiten: • • • • • • •
lozingsactiviteiten op een oppervlaktelichaam; beplanting aanplanten, behouden of rooien in relatie tot een aanwezige kering of watergang; een bouwwerk plaatsen, behouden of weghalen in relatie tot een aanwezige kering of watergang; het onttrekken van grondwater; een kabel of leiding leggen, behouden of weghalen bij een oppervlaktewater of waterkering; nieuw oppervlaktewater graven; verhard oppervlak aanbrengen.
Relatie met het voornemen Voor de weging van het waterbelang wordt verwezen naar paragraaf 4.12.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1
Omgevingsvisie Diemen 2040
De omgevingsvisie van de gemeente Diemen kijkt vooruit, tot het jaar 2040 en is vastgesteld op 27 juni 2024 door de gemeenteraad van Diemen. Deze visie gaat in op het maken van ruimtelijke keuzes voor de omgeving waarin mensen wonen, werken en hun vrije tijd doorbrengen. Het doel is om een gezond stedelijk dorp te creëren met voldoende ruimte voor groen, water, en verschillende voorzieningen, terwijl het buitengebied groen en rustig blijft en geen onderdeel wordt van het bebouwde gebied. De visie benadrukt ook het belang van klimaatbestendigheid en het betrekken van de gemeenschap en partners bij het realiseren van de gestelde ambities. De omgevingsvisie van de gemeente Diemen is uitgewerkt in vier strategische keuzes: 1. Ontmoeten en verbinden: Diemen legt de focus op het versterken van de verbinding tussen buurten door het creëren van toegankelijke ontmoetingsplekken en het stimuleren van buurtinitiatieven die de saamhorigheid bevorderen. Deze onderlinge verbondenheid draagt bij aan het welzijn van inwoners, helpt eenzaamheid te bestrijden en draagt bij aan een veiliger gemeenschap waar mensen naar elkaar omkijken. De gemeente streeft ernaar om in 2040 de cultuurhistorische kenmerken van Diemen te benutten, de identiteit van Diemen te behouden en te versterken, met activiteiten langs het water en in de groene gebieden zoals het Diemerbos en het Penbos. 2.
Groene en gezonde leefomgeving: In het Diemen van 2040 wordt actief gestimuleerd om naar buiten te gaan. Dit betekent dat groene en waterrijke gebieden veilig, aantrekkelijk, biodivers en klimaatbestendig zullen zijn en uitnodigen tot spelen, bewegen en ontmoeten. De gemeente zal wandel- en fietsroutes verbeteren, inclusief die
7
Identificatienummer waterschapsverordening: /akn/nl/act/ws0155/2023/Regeling82aed363db104664b2c0246bd57cf504.
17
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
naar het buitengebied. Het behoud van het buitengebied staat centraal, met de intentie om grootschalige evenementen en voorzieningen daar te vermijden. Maatregelen zoals het verlagen van de snelheid op snelwegen tot maximaal 80 km per uur worden overwogen om geluidshinder en luchtverontreiniging te verminderen. 3. Duurzaam Diemen: Diemen streeft ernaar om haar verantwoordelijkheid te nemen voor het overdragen van een leefbare planeet aan toekomstige generaties en actief bij te dragen aan de overgang naar een duurzamere samenleving. Tegen 2040 ambieert Diemen onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen. De gemeente streeft naar duurzame energie, klimaatbestendige planning, sterke ecologische structuren, hoge natuurwaarden en biodiversiteit. Diemen overweegt planologische medewerking voor projecten zoals windturbines en zonnevelden onder specifieke voorwaarden en onderzoekt samen met buurgemeenten ook de mogelijkheden voor aardwarmte. Efficiënt gebruik van ruimte, behoud van groengebieden, schone mobiliteit en een circulaire economie zijn ook cruciale elementen van de duurzaamheidsagenda van Diemen. 4. Groei binnen grenzen: In Diemen is de bevolkingsdruk de afgelopen decennia sterk toegenomen, met een groei van ongeveer 17% in de laatste vijf jaar.
Wijken als Plantage de Sniep en Holland Park zijn populair geworden, waardoor er meer steun is voor winkels, horeca en voorzieningen. Tot 2040 zal Diemen voornamelijk binnen de bestaande bebouwingsgrenzen ruimte benutten voor maatschappelijke doelen, zoals betaalbare woningbouw in sociale en middeldure segmenten, maatschappelijke voorzieningen en zorgwoningen. Deze groei moet passen bij de menselijke maat en schaal van Diemen, terwijl bedrijventerreinen behouden blijven en profileren met een eigen karakter. Specifiek voor het Bergwijkpark waar Diemerhof 2 in ligt is in de visie het volgende opgenomen: • De buitenruimte van Bergwijkpark is onlangs verbeterd. In de toekomst willen we dit nog verder verbeteren tot een meer parkachtige, autoluwe omgeving waar het prettig is om elkaar te ontmoeten en om de onderlinge verbinding te stimuleren. De verbinding met Holland Park kan beter worden gelegd. • In Bergwijkpark zoeken we naar het opwekken van zonne-energie i.c.m. groen op daken. De gemeente wil de menging van wonen en werken op Bergwijkpark faciliteren. Primair blijft dit wel een hoogwaardig kantorenpark. De ruimtebehoefte van de kantoren is leidend. Wanneer er sprake is van incourante leegstand kan een kantoorpand gebruikt worden voor een woonfunctie. Relatie met het voornemen Het tijdelijk huisvesten van asielzoekers wordt niet expliciet genoemd in de omgevingsvisie.
Wel wordt benoemd dat huisvesting van bijzondere groepen en maatschappelijke voorzieningen belangrijk is en dat de gemeente sociale cohesie beoogt te versterken. Het voornemen sluit aan bij het belang van huisvesting van bijzondere groepen in de gemeente Diemen. Specifiek voor Bergwijkpark sluit dit voornemen aan bij het mengen van werken en huisvesten. Het pand staat echter niet incourant leeg. Het transformeren naar een AZC is aanvaardbaar aangezien het voornemen van tijdelijke aard is, hierdoor kan de ruimtebehoefte voor kantoren leidend blijven. Het tijdelijk inzetten van dit pand wordt ook aanvaardbaar geacht omdat de maatschappelijke opgaven zwaarder wegen, zoals de taakstelling binnen de gemeente om asielzoekers op te vangen. Dit tijdelijke AZC draagt bij aan het maatschappelijk belang omdat de sociale cohesie in Bergwijkpark in de gemeente Diemen wordt bevorderd, door bijvoorbeeld de mogelijkheid van vrijwilligerswerk. Daarnaast wordt beschikbare (kantoor)ruimte binnen de bebouwde kom benut voor tijdelijke huisvesting. Het voornemen sluit daarbij aan op zowel provinciale taakstellingen als op de omgevingsvisie van de gemeente Diemen. Daarnaast wijzigt een omgevingsvergunning BOPA de onderliggende functie (omschreven in paragraaf 1.3) niet.
3.4.2
Omgevingsplan Diemen
Het tijdelijk deel van het omgevingsplan is een onderdeel van het gemeentelijk beleid. De toets aan het omgevingsplan van de gemeente heeft plaats gevonden in Hoofdstuk 1.
3.4.3
Spreidingswet – taakstelling gemeente Diemen
De gemeente Diemen heeft vanuit de spreidingswet de indicatieve taakstelling om opvang te bieden aan 143 asielzoekers, waarvan 30 AMV. Zowel het college als de ambtelijke organisatie zijn op de hoogte van de beoogde realisatie van een (tijdelijk) asielzoekerscentrum en er is draagvlak vanuit de gemeente. Daarbij geeft de gemeente
18
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
Diemen in het coalitieakkoord8 aan de ambitie te hebben om te voldoen aan deze taakstelling van het Rijk. Bovendien wordt daarin benadrukt dat de gemeente Diemen bekendstaat om haar gastvrijheid en open houding voor nieuwkomers en ernaar streeft nieuwkomers een stabiele plek aan te kunnen bieden. Mede door in regionaal verband samen te blijven werken om opvangplekken voor asielzoekers te creëren. Relatie met het voornemen Het voornemen biedt plek voor maximaal 160 asielzoekers en sluit daarmee aan bij de taakstelling van de gemeente om 143 opvangplekken te realiseren. Daarnaast sluit het ook aan bij de ambitie van de gemeente om haar gastvrijheid en open houding naar asielzoekers toe te versterken.
8
Zie: Diemen Coalitieakkoord 2022-2026.
19
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
4 FYSIEKE LEEFOMGEVING In het kader van gemeentelijke besluitvorming dient bij een aanvraag omgevingsvergunning BOPA door middel van een integrale ruimtelijke benadering rekening te worden gehouden met de consequenties van het project voor de omgeving. Het bevoegd gezag is namelijk verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het beginsel van de Ow, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk in beeld gebracht en afgewogen, waarmee wordt aangetoond of het voornemen uitvoerbaar is. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Daarbij wordt getoetst aan wet- en regelgeving met de volgende thematische onderverdeling: 1. Ladder voor duurzame verstedelijking; 2. Verkeer en parkeren; 3. Flora en fauna; 4. Luchtkwaliteit; 5. Geluid; 6. Geur; 7. Omgevingskwaliteit; 8. Trillingen 9. Welstand 10. Archeologie en cultuurhistorie; 11. Weging van het waterbelang 12. Bodem; 13. Bedrijven en milieuzonering; 14. Sociale veiligheid; 15. Duurzaamheid en gezondheid; 16. Mer-beoordeling. Per aspect wordt eerst ingegaan op het wettelijk toetsingskader waar het aspect op wordt getoetst.
Opvolgend worden de resultaten van de toetsing omschreven en als laatst de conclusie van de toets in relatie tot het voornemen.
4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.1
Toetsingskader
Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft de nut en noodzaak van een project weer. In paragraaf 5.1.5 van het Bkl staat dat er zorgvuldig om moet worden gegaan met schaarse ruimte, en dat landschappelijke ofwel stedenbouwkundige waarden dienen te worden beschermd. Wanneer de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, dient tevens te worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
4.1.2
Resultaten
Nieuwe stedelijke ontwikkeling Om te bepalen of de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is, dient te worden gemotiveerd of met het AZC een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gerealiseerd. Voor stedelijke voorzieningen geldt dat hiervan sprake is als het ruimtebeslag meer dan 500m2 is. Ook bij toevoegen van een gebouw met een bvo van meer dan 500 m 2 is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was betrokken worden. Gelet op voorstaande is de voorgenomen ontwikkeling niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte 20
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
De behoefte voor een structurele/stabiele opvang wordt daarnaast ook benadrukt in de visie van het COA. Het COA heeft structureel onvoldoende langjarige, stabiele opvangplekken. Het gevolg is een groeiende afhankelijkheid van tijdelijke, dure en vaak kwalitatief mindere noodopvanglocaties. Het tekort aan opvangplekken is ook een belangrijke oorzaak van vrijwel alle andere problemen binnen de asielopvang. Zolang de structurele opvangcapaciteit onvoldoende is, blijft het hele stelsel kwetsbaar. Op dit moment vindt de helft van alle opvang van asielzoekers in Nederland plaats in noodopvang (hotels, oude cruiseschepen, oude kantoren en (nood)locaties met unitbouw). Dit brengt niet alleen forse kosten en de nodige lokale impact (opbouw – afbouw) met zich mee maar ook instabiliteit, verlies van sociale cohesie van de bewoners met omgeving (onderwijs) enz. Het COA pleit daarom voor structurele maatregelen. Het gaat daarbij om: 1. Meerjarige, structurele financiering. 2. Een basisvoorraad opvangplekken (flexibel inzetbaar). 3. Langdurige afspraken met gemeenten. 4. Verminderen van noodopvang. 5. Slimmer besteden i.p.v. meer budget. De realisatie van het AZC Diemen past naadloos in de voornoemde maatregelen en is een treffend voorbeeld van structurele, duurzame opvang tegen lagere maatschappelijke kosten.
Het gebouw is geschikt voor een transformatie van kantoorpand naar tijdelijke opvang. Het pand staat al langere tijd leeg, is ruim genoeg en beschikt over de juiste voorzieningen om mensen tijdelijk goed te kunnen opvangen. Voor de nieuwe bewoners biedt deze plek een rustige start in Nederland. Ze kunnen er naar school gaan, deelnemen aan dagbesteding of vrijwilligerswerk doen. Tegelijk biedt het gebouw voldoende ruimte en begeleiding voor een veilige en beheersbare opvang. De locatie is relatief groen en rustig. Bestaand stedelijk gebied Naast het aantonen van de behoefte, dient ook bekeken te worden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op het industrieterrein van de gemeente Diemen, binnen het bestaand stedelijk gebied. De keuze voor deze locatie vloeit voort uit een aantal locatie-eisen vanuit zowel het COA als de gemeente. Er is een tekort aan opvangplekken voor asielzoekers in Nederland. Daarom is per 1 februari 2024 de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) van kracht geworden.
Gemeenten hebben met de Spreidingswet een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. Het doel van de wet is te komen tot voldoende opvangplekken en een evenwichtiger verdeling van asielzoekers over provincies en gemeenten. De prognose van de te verwerven opvangplaatsen is dat tot 1 januari 2025 in totaal 96.000 opvangplekken noodzakelijk zijn. Op basis van deze prognose stelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tweejaarlijks een zogenaamde capaciteitsraming vast (conform de Spreidingswet). Daarin staat de opvangopgave per provincie en de indicatieve verdeling per gemeente. Voor de gemeente Diemen dienen conform deze capaciteitsraming 175 opvangplekken te worden gerealiseerd 9. Met de uitbreiding van het asielzoekerscentrum in Diemen wordt grotendeels invulling gegeven aan deze opgave. Daarmee is de behoefte aan deze ontwikkeling aangetoond. In 2023 is de gemeente Diemen gestart met een zorgvuldige zoektocht naar een geschikte, tijdelijke opvanglocatie. Ze heeft alle beschikbare opties binnen de gemeentegrenzen onderzocht. Op basis van een lijst van mogelijke locaties is vervolgens een lijst opgesteld met locaties die het meest haalbaar worden geacht. Uit een eerste verkenning met het COA bleek geen van deze locaties geschikt.
In februari 2024 heeft het college ingestemd met het verlenen van medewerking aan het voornemen voor de realisatie van een opvanglocatie aan het Diemerhof 2. In vervolg daarop heeft het college, zowel zelfstandig als in samenspraak met de gemeenteraad, de uitgangspunten voor de opvanglocatie besproken. Deze uitgangspunten betreffen onder meer de omvang en de duur van de opvang, de te bieden voorzieningen, alsmede de eisen op het gebied van veiligheid, financiën en overige relevante aspecten.
9 https://kadernota2025.financielestukken.diemen.nl/programma-s/sociaal/risico/spreidingswet
21
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
De gemeente Diemen ziet zich, evenals andere Nederlandse gemeenten, geconfronteerd met de taak een bijdrage te leveren aan de opvang van asielzoekers. Door de grote druk op de landelijke opvangcapaciteit is er behoefte aan snelle, maar weloverwogen oplossingen. In dit kader is Diemerhof 2 aangewezen als potentiële locatie voor een AZC. Deze keuze is tot stand gekomen na een zorgvuldige belangenafweging, waarin het maatschappelijk belang, de lokale context en de belangen van de omliggende kantoren nadrukkelijk zijn meegewogen. Het pand aan de Diemerhof 2 beschikt over diverse kenmerken die het geschikt maken voor tijdelijke opvang. Het betreft een kantoorlocatie met voldoende ruimte, gelegen op redelijke afstand van woonwijken en goed bereikbaar per auto en openbaar vervoer. Door de ligging aan de rand van het kantorengebied kan de opvang op een beheerste en ordelijke wijze worden georganiseerd, zonder dat de directe omgeving significant wordt belast. Tegelijkertijd wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de belangen van de gevestigde bedrijven en organisaties in het aangrenzende gebied. Een goed functionerende, veilige en toegankelijke werkomgeving blijft van essentieel belang. Om die reden is vanaf het begin aandacht besteed aan de mogelijke effecten van het AZC op de bedrijfsvoering, de bereikbaarheid en het vestigingsklimaat.
In overleg met het COA worden passende maatregelen getroffen om deze belangen te waarborgen. Hierbij kan worden gedacht aan duidelijke afspraken over toezicht, beheer, veiligheid en communicatie met de omgeving. Tevens wordt geïnvesteerd in nauwe samenwerking met politie en gemeentelijke handhavers, met het doel de rust en het ordentelijke karakter van het gebied te behouden. Er zijn binnen Diemen andere locaties onderzocht, maar die bleken op ruimtelijke, sociale of infrastructurele gronden minder geschikt. Diemerhof 2 komt in de afweging naar voren als de best haalbare optie: voldoende ruimte, goede bereikbaarheid, en relatief beperkte impact op woonwijken. Juist doordat het om een kantorengebied gaat, is het mogelijk om afspraken te maken over goede inpassing en beheer, zonder dat de leefbaarheid in woongebieden onder druk komt te staan. De opvang op deze locatie is bovendien tijdelijk van aard, doorgaans voor een periode van enkele jaren. Dat biedt zowel de gemeente als de omgeving ruimte om op een verantwoorde manier bij te dragen aan een urgente maatschappelijke opgave, zonder een langdurige claim op de locatie te leggen.
4.1.3
Conclusie
Op de onderhavige locatie staat een leegstaand kantoorpand. Door in dit pand een tijdelijk AZC te realiseren is sprake van zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik conform het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking. Door het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking is de locatiekeuzen en de behoefte voor de locatie zorgvuldig uiteengezet.
4.2 Verkeer en parkeren Het ontwikkelen van een nieuwe locatie vraagt naast een goede ruimtelijke afweging over functie, vormgeving en inpassing, ook om het in beeld brengen van de verkeerseffecten. Bij een nieuwe ontwikkeling voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het omgevingsplan, is het van belang dat de effecten van de ontwikkeling voor verkeer goed worden onderbouwd. Hiervoor is voor het voornemen een verkeerstoets uitgevoerd, de resultaten hiervan worden hieronder weergegeven. Het volledige onderzoek is raadpleegbaar in Bijlage 2.
4.2.1
Verkeer
De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer loopt via het Diemerhof. Formeel is hier de maximumsnelheid 50km/u, maar gezien de beperkte lengte van het wegvak en het feit dat aan weerszijde van de rijbaan haakse parkeervakken gelegen zijn, is het niet aannemelijk dat hier ook daadwerkelijk zo hard gereden wordt. Verkeer kan vervolgens gebruik maken van de Diemermere of de Wisselwerking, beide met een maximumsnelheid van 50 km/u, om op de Dubbelinkdreef het lokale en regionale wegennetwerk te bereiken. De beide wegen dienen ter ontsluiting van de diverse kantoorpanden die op dit deel van het Bergwijkpark gelegen zijn. Parallel aan beide wegen liggen vrijliggend fietspaden (in beide richtingen) en een voetpad. De toekomstige bewoners van de tijdelijke opvang hebben geen auto’s tot hun beschikking. Voor verplaatsingen naar de verschillende (dagelijkse) voorzieningen, zijn zij zodoende aangewezen op lopen, fietsen of het openbaar vervoer. Het projectgebied is goed ontsloten voor deze verschillende modaliteiten, gezien de vrijliggende fietspaden die in de directe omgeving aanwezig zijn en de OV-hubs die op loop- en fietsafstand van het projectgebied gelegen zijn. Voor de huisvesting van asielzoekers zijn geen verkeersgeneratiecijfers beschikbaar in de nota parkeernormen gemeente Diemen 2020 of bij het CROW. Daarom is maatwerk nodig. Op basis van drie referentielocaties van het 22
Onze referentie: <DocId>:0.12 - Datum: 5 november 2025 - Public
COA (Oestgeest, Rijswijk en Rotterdam) blijkt dat de verhouding tussen parkeerplaatsen en bewoners respectievelijk 0,65 per 10 bewoners is. Aan de hand van een beknopte berekening en de drie genoemde referentieprojecten is een beschouwing uitgevoerd voor de verkeersgeneratie van een tijdelijke opvang voor asielzoekers. In de referentieprojecten is gesteld dat elke parkeerplaats op een werkdag 6,25 verkeersbewegingen per werkdag genereert. Uitgaande van 12 parkeerplaatsen levert dit een verkeersgeneratie op van 75 verkeersbewegingen per werkdag.
4.2.2
Parkeren
Autoparkeren De parkeerbehoefte in de toekomstige situatie zal enkel bestaan uit de parkeerbehoefte van het personeel. Daarnaast kunnen leveranciers en ondersteunende diensten gebruik maken van de parkeergelegenheid. De parkeerbehoefte van het asielzoekerscentrum wordt gebaseerd op basis van drie referentieprojecten van het COA (Oestgeest, Rijswijk en Rotterdam). In deze referentieprojecten wordt uitgegaan van 0.65 parkeerplaats per 10 bewoners. Gelet op het voornemen komt dit neer op 12 parkeerplaatsen die aanwezig dienen te zijn op de locatie. Minimaal één plek dient geschikt te zijn voor mindervaliden. Op het terrein van het huidige kantoorpand zijn reeds 50 parkeerplaatsen gelegen en daarmee is er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar om te voldoen aan de parkeernormen. Fietsparkeren De huisvesting van asielzoekers is niet vergelijkbaar met normale bewoning. Daarom is een maatwerkonderbouwing op basis van expert judgement opgesteld voor fietsparkeren bij de huisvesting van asielzoekers. Er wordt als kengetal uitgegaan van 1 fietsparkeerplaats per 2 asielzoekers en 20 fietsparkeerplekken voor personeel op locatie. In relatie tot dit plan resulteert dit in 80 benodigde fietsparkeerplaatsen. In de definitieve inrichtingstekeningen worden deze 80 fietsparkeerplaatsen opgenomen.
Relatie tot het voornemen Het voornemen heeft geen significante impact op de verkeersintensiteiten in de omgeving. Er kan naar verwachting worden voorzien in de (auto)parkeerbehoefte op het terrein. De 80 fietsplekken worden opgenomen in de definitieve inrichtingstekeningen, daarmee wordt voorzien in voldoende fietsplekken.
4.3 Flora en fauna De Omgevingswet kent drie onderdelen die gaan over bescherming van natuur: 1. soortenbescherming; 2. gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden; 3. bescherming van bos en houtopstanden.