bijlage 4 Onderbouwing Stap 3 besluit Holland Park West fase 3 d.d. 16-2-2024
Tekst van het document
HOLLAND PARK WEST (FASE 3), DIEMEN
Onderbouwing Stap 3‐besluit Interimwet Stad‐en‐milieubenadering 16 februari 2024
1/45
DATUM KENMERK
16 februari 2024 20230311.001_MM
PROJECTLEIDER
Martijn Backx
OPDRACHTGEVER VOF OC BPD / Dura Vermeer PROJECTNUMMER 20230311.001 STATUS
2/45
Versie t.b.v. vaststelling
INHOUD 1.
2.
3.
4.
5.
6.
3/45
Inleiding
5
1.1 1.2
Aanleiding Leeswijzer
5 6
Wet‐ en regelgeving
7
2.1 2.2 2.3 2.4
7 7 7 8
Inleiding Wet geluidhinder Gemeentelijk geluidbeleid Diemen De Interimwet stad‐en‐milieubenadering
Visie op gewenste leefomgevingskwaliteit en beoogd ruimtegebruik
10
3.1 3.2
10 11
Waar ligt het projectgebied en hoe is dit begrensd? Wat zijn het gewenste ruimtegebruik en de beoogde leefomgevingskwaliteit?
resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering
13
4.1 4.2
Inleiding Stap 1: integratie milieu in het ruimtelijke plan 4.2.1 Vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan 4.2.2 Optredende geluidbelastingen 4.2.3 Bron‐ en overdrachtsmaatregelen 4.2.4 Vastgestelde hogere waarden (2020)
13 13 13 14 17 18
4.3 4.4
Stap 2: uitwerking binnen de wettelijke kaders Stap 3: afwijken van maximale ontheffingswaarde Wgh 4.4.1 Ontwerp met toepassing van Stap 3 4.4.2 Met Stap 3‐besluit vast te stellen hogere waarden 4.4.3 Compenserende maatregelen in het kader van het Stap 3‐besluit 4.4.4 Vergelijking plan met toepassing van Stap 1 en 2 en plan met toepassing van Stap 3
19 23 23 25 26 27
Gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid
28
5.1 5.2 5.3
28 28 29
Inleiding Overige omgevingsaspecten Conclusie
Proces en procedure
30
6.1 6.2
30 30
Doorlopen procedure Adviezen
Bijlage 1
Overzicht geluidbelasting woningen blok K en M
Bijlage 2
Geluidbelasting collectieve buitenruimtes en gebied tussen bouwblokken fase 3
Bijlage 3
Overzicht aanvullende voorzieningen slaapkamers
4/45
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Park Valley wordt een nieuwe groene woonwijk met ruim 700 woningen en voorzieningen. Het project is onderdeel van de gebiedsontwikkeling Holland Park. Om de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is in 2020 het bestem‐ mingsplan Holland Park West vastgesteld. Het plangebied is opgenomen in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis‐ en Herstelwet. In het kader van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het verkeer op de Gooiseweg op de bouwblokken binnen het westelijke deel van het plangebied tot een overschrijding van de maximale ont‐ heffingswaarde uit de Wet geluidhinder (Wgh) leidt. Op de gevels aan de noord‐, oost‐ en zuidzijde van het plan wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Dit is gevolg van het feit dat de Gooiseweg (aan de westzijde van het plan‐ gebied) wordt aangemerkt als autoweg waardoor bij de toetsing aan de normen uit de Wgh een maximale ontheffings‐ waarde 53 dB geldt. Voor de toekomstige woningen aan de westzijde van het gebied is in het kader van het bestemmings‐ plan voor de Gooiseweg een hogere waarde van 53 dB vastgesteld.
De consequentie hiervan is dat ter plaatse van de ge‐ vels aan de zijde van de Gooiseweg in principe geen sprake mag zijn van te openen delen (zoals ramen en deuren) en ingrij‐ pende bouwkundige maatregelen moeten worden getroffen, in de vorm van dove gevels, geluidloggia’s, coulissenscher‐ men of vliesgevels. Voor de overige omliggende wegen ten zuiden, oosten en noorden van het plangebied (de Bergwijk‐ dreef en Dalsteindreef) geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB, waardoor wel te openen delen zijn toegestaan en minder ingrijpende woninggebonden maatregelen nodig zijn. Dat betekent bijvoorbeeld kan worden volstaan met bal‐ kons met een verhoogde en gesloten borstwering van 1,5 m hoog in combinatie met geluidsabsorberende plafonds. Daarbij gaat het ook om woningen die een vergelijkbare geluidbelasting hebben als de woningen aan de zijde van de Gooiseweg.
Figuur 1.1 Impressie Park Valley De realisatie van Park Valley komt gefaseerd tot stand. Op dit moment worden de plannen voor fase 3 uitgewerkt en wordt een omgevingsvergunningaanvraag voorbereid. Daarbij zal om het beoogde ontwerp mogelijk te maken op onderdelen worden afgeweken van het bestemmingsplan Holland Park West. Vanuit het oogpunt van woonkwaliteit worden voorzie‐ ningen als dove gevels, geluidloggia’s, coulissenschermen of vliesgevels in principe als onwenselijk beschouwd. De ge‐
5/45
meente Diemen heeft mede daarom het voornemen om voor fase 3 gebruik te maken van de mogelijkheden die de Inte‐ rimwet Stad‐en‐milieubenadering biedt om voor de geluidbelasting vanwege de Gooiseweg met een zogenaamd ‘Stap 3‐ besluit’ af te wijken van de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder. Deze rapportage bevat de onderbouwing van dat besluit.
1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een overzicht van de met het oog op het Stap 3‐besluit relevante wet‐ en regelgeving. Paragraaf 2.4 be‐ vat een overzicht van de informatie die volgens de Interimwet vereist is voor de vaststelling van een Stap 3‐besluit. Deze inhoudelijke vereisten vormen de basis voor de opzet van dit rapport. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de toelichting op het bestemmingsplan en het onderliggende akoestisch onderzoek. Tabel 1.1 Leeswijzer wettelijke vereiste motivering vereiste elementen motivering visie op de gewenste leefomgevingskwaliteit in relatie tot het ge‐ wenste ruimtegebruik wijze waarop rekening is gehouden met milieukwaliteit in de ruimte‐ lijke planvorming daarbij ondervonden beperkingen om aan wettelijke grenswaarden te voldoen gevolgen van het besluit voor onderdelen van het milieu, volksge‐ zondheid en objecten overwegingen met betrekking tot het beperken en eventueel com‐ penseren van nadelige gevolgen voor het milieu wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit belanghebbenden en bestuursorganen zijn betrokken overwegingen van de gemeenteraad omtrent zienswijzen en advie‐ zen
6/45
plaats waar informatie is te vinden hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 hoofdstuk 4 hoofdstuk 5 hoofdstuk 4/5 hoofdstuk 6 hoofdstuk 6
2. WET‐ EN REGELGEVING 2.1 Inleiding De Interimwet stad‐en‐milieubenadering gaat er vanuit dat gemeenten in hun planvorming de zogenaamde stad‐en‐milieu‐ benadering toepassen die bestaat uit drie stappen: vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan en werken aan brongerichte maatregelen (stap 1); zoeken naar oplossingen binnen de bestaande wet‐ en regelgeving (stap 2); als milieunormen of wettelijke procedures de gewenste stedelijke leefkwaliteit in de weg staan, kunnen gemeenten via een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad afwijken van bestaande regels (stap 3). Dit hoofdstuk geeft inzicht in de wet‐ en regelgeving en de daarmee samenhangende spelregels die het uitgangspunt vor‐ men voor het zoeken naar oplossingen binnen Stap 2. In dat kader zijn de eisen uit de Wet geluidhinder en het gemeente‐ lijk geluidbeleid van belang. Vervolgens wordt ingegaan op de inhoudelijke vereisten en spelregels wanneer met toepassing van de Interimwet stad‐en‐milieubenadering een Stap 3‐besluit wordt voorbereid.
2.2 Wet geluidhinder Langs alle wegen met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven bevinden zich op grond van de Wgh geluidzo‐ nes waarbinnen de geluidhinder aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke‐ of buitenstedelijke ligging. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de zone van een auto‐ weg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. De Gooiseweg is een autoweg (buitenstedelijk) en heeft een zonebreedte van 600 meter. Vanwege de buitenstedelijke lig‐ ging geldt voor de Gooiseweg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Dat betekent dat bij een geluidbelasting boven de 53 dB (inclusief de wettelijk toegestane aftrek) dient te worden voorzien in dove gevels, vliesgevels of andere bouwkundige voorzieningen die de geluidbelasting reduceren tot de maximale onthef‐ fingswaarde van 53 dB.
Voor de woningen met een geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ont‐ heffingswaarde kan een hogere waarde worden vastgesteld. In dat kader wordt getoetst aan de voorwaarden uit het ge‐ meentelijke hogere waardenbeleid.
2.3 Gemeentelijk geluidbeleid Diemen Bij het verlenen van de hogere waarde moet de gemeente een afweging maken aangaande de reductie van de geluidbelas‐ ting (maatregelen) en de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting. De gemeente Diemen heeft met het ‘Beleid hogere waarde geluid, herontwikkeling en nieuwbouw’ een kader vastgesteld voor het verlenen van ontheffingen. In het hogere waardenbeleid is vastgelegd dat er alleen hogere waarden kunnen worden vastgesteld als: bron‐ en overdrachtsmaatregelen onvoldoende doeltreffend zijn om de geluidbelasting te reduceren tot de voor‐ keursgrenswaarde; maatregelen ernstige bezwaren hebben van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappe‐ lijke of financiële aard. In het hogere waardenbeleid zijn de volgende eisen voor nieuwe situaties opgenomen:
7/45
1. in ieder geval dient er één geluidluwe gevel en één geluidluwe verblijfsruimte buiten de woning te zijn die voldoet aan de wettelijke voorkeursgrenswaarden; 2. verblijfsruimten en slaapkamers in woningen moeten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde liggen; 3. in geval van een buitenruimte, dient deze zich niet aan de hoogst belaste zijde te bevinden; in‐ dien dit wel het geval is, dient een serre of afsluitbaar balkon te worden overwogen; 4. in geval van een school dienen de klaslokalen zich zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde te bevinden; 5. in het geval van een ziekenhuis, verpleegtehuis of een ander gebouw voor gezondheidszorg dienen de geluidgevoelige ruimten zich zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde te bevinden; 6. indien akoestische compensatie onvoldoende oplevert (ter beoordeling van burgemeester en wethouders), kan ook niet‐akoestische compensatie worden toegepast, bijvoorbeeld vrij uitzicht bij hoogbouw; 7. van de eisen 1 t/m 6 kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. De gemeente is van oordeel dat bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevel rekening gehouden moet worden met de samenloop van verschillende geluidbronnen. Dit gaat verder dan de minimale eisen uit het Bouwbesluit 2012. Het hogere waarde beleid van de gemeente Diemen bevat geen criterium voor de aanvaardbaarheid van de cumula‐ tieve geluidbelasting.
Nieuwe spelregels onder de Omgevingswet Omdat de Gooiseweg wordt aangemerkt als autoweg geldt op grond van de Wet geluidhinder een maximale onthef‐ fingswaarde van 53 dB. Dat is inclusief de wettelijk toegestane aftrek in verband met het stiller worden van voertui‐ gen. Voor de andere wegen in de directe omgeving zoals de Bergwijkdreef geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB (inclusief aftrek). Onder de Wet geluidhinder wordt getoetst per bron (weg). Onder de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking is getreden worden alle gemeentelijke wegen samen (cumulatief) getoetst en geldt een grens‐ waarde van 70 dB. Onder de Omgevingswet wordt niet langer een aftrek toegepast vanwege het stiller worden van voertuigen. Omdat de Gooiseweg weliswaar een autoweg is, maar wel in gemeentelijk beheer, leidt het in werking treden van de Omgevingswet voor deze weg tot een verruiming van de normering. Dat betekent voor nieuwe ruimte‐ lijke besluiten binnen het geluidsaandachtsgebied van de Gooiseweg dat in veel gevallen geen dove gevels, vliesgevels of vergelijkbare voorzieningen noodzakelijk zijn. Dat geldt in ieder geval voor situaties waarin de nieuwe woningen zoals binnen fase 3 op ruimte afstand van de Gooiseweg zijn gesitueerd.
Wel blijft het ook onder de Omgevingswet belangrijk om waar mogelijk maatregelen te treffen die de geluidbelasting op de gevels beperken en er voor te wor‐ den dat zo veel mogelijk woningen beschikken over minimaal één geluidluwe gevel. Het ontwerp Stap 3‐besluit is voor het in werking treden van de Omgevingswet gepubliceerd. Dat betekent dat op het Stap 3‐besluit voor de woningen binnen fase 3 het ‘oude’ regime van toepassing is (Wet geluidhinder / Interimwet Stad‐en‐milieubenadering).
2.4 De Interimwet stad‐en‐milieubenadering Sinds 1 februari 2006 is de Interimwet stad‐en‐milieubenadering van kracht. Op basis van deze wet mogen gemeenten, na zorgvuldig onderzoek en onder bepaalde voorwaarden, afwijken van de wettelijke milieunormen voor bodem, geluid en/of luchtkwaliteit. Doel hiervan is een grotere beleidsvrijheid voor gemeenten waardoor lokaal meer maatwerk mogelijk is, uit‐ gaande van een integrale benadering van alle aspecten van leefomgevingskwaliteit. Volgens de Handreiking Stad & Milieu‐ benadering bestaat leefomgevingskwaliteit uit een samenspel van economische, sociale, ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten, zoals bereikbaarheid, veiligheid, schoonheid en rust. De samenhang tussen deze aspecten bepaalt uiteindelijk de waardering voor de omgeving. Milieubelaste locaties kunnen bijzondere kwaliteiten herbergen, waarvan met behulp van de stad & milieubenadering meer mensen kunnen genieten. Inhoud Stap 3‐besluit en onderliggende motivering In de Interimwet stad‐en‐milieubenadering zijn de inhoudelijke vereisten voor een Stap 3‐besluit en de bijbehorende moti‐ vering vastgelegd.
8/45
Inhoudsvereisten stap 3‐besluit Volgens de wet bevat een stap 3‐besluit inzake geluid ten minste de volgende informatie (artikel 5 Interimwet): een omschrijving van het projectgebied en een of meerdere kadastrale kaarten waarop de begrenzing van dat gebied is aangegeven; de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift ten aanzien waarvan het besluit een afwijking bevat; de norm met betrekking tot de kwaliteit van het milieu of het andere wettelijke voorschrift, welke geldt ter vervan‐ ging van de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift waarvan wordt afgeweken; de wijze waarop nadelige gevolgen voor het milieu van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 worden beperkt en voor zover nodig gecompenseerd; en de termijn waarvoor de afwijking geldt. Onder verwijzing naar de bijgevoegde kadastrale kaart bevat het besluit tevens: een beschrijving van de onroerende zaken waarop dat besluit betrekking heeft; de kadastrale aanduiding van die onroerende zaken; de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie; en indien een in de beschrijving opgenomen onroerende zaak een gedeelte van een perceel uitmaakt, de grootte van dat gedeelte. Wettelijk vereiste motivering De voorliggende rapportage stap 3‐besluit vormt de motivering van het te nemen Stap 3‐besluit.
Volgens de wet moet de motivering ten minste bevatten (artikel 6 van de Interimwet): a. de visie van de gemeenteraad op de gewenste leefomgevingskwaliteit van het projectgebied, mede in relatie tot het ruimtegebruik en de leefomgevingskwaliteit in het gebied waarbinnen het projectgebied is gelegen; b. de wijze waarop getracht of overwogen is, door rekening te houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvor‐ ming, brongerelateerde maatregelen en optimale benutting van wettelijke voorschriften zuinig en doelmatig ruimte‐ gebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken; c. de daarbij ondervonden of te voorziene beperkingen ten aanzien van een milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift en een uiteenzetting over de meerwaarde die de afwijking daarvan met zich brengt met het oog op het bereiken van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit; d. de gevolgen die de uitvoering van het besluit met zich brengt voor de onderscheiden onderdelen van het milieu, de volksgezondheid en de objecten binnen het projectgebied; e. de overwegingen met betrekking tot het beperken en voor zover nodig compenseren van de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door de afwijking van een milieukwaliteitsnorm of een ander wettelijk voorschrift; f.
de wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit belanghebbenden en bestuursorganen die het aangaat, zijn be‐ trokken; g. de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen en de overwegingen van de gemeenteraad omtrent de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen; h. indien het besluit een bepaalde termijn bevat, de overwegingen die hebben geleid tot de in het besluit aangegeven termijn waarvoor de afwijking geldt en de maatregelen die zullen worden getroffen teneinde die termijn niet te over‐ schrijden. In artikel 7 van de Interimwet is verder vastgelegd dat voor zover nadelige gevolgen door het Stap 3‐besluit niet kunnen worden voorkomen of beperkt, deze nadelige gevolgen dienen te worden gecompenseerd in of in de directe omgeving van het projectgebied. Deze compenserende maatregelen moeten een positieve bijdrage leveren aan het realiseren van een optimale leefomgevingskwaliteit. In artikel 8 is vervolgens vastgelegd dat indien het Stap 3 besluit leidt tot onvoorziene en ontoelaatbare effecten op het milieu of de volksgezondheid, de gemeenteraad noodzakelijke maatregelen neemt teneinde die effecten tot een toelaatbaar niveau terug te brengen.
9/45
3. VISIE OP GEWENSTE LEEFOMGEVINGSKWALITEIT EN BEOOGD RUIMTEGE‐ BRUIK 3.1
Waar ligt het projectgebied en hoe is dit begrensd?
Holland Park ligt in het zuiden van Diemen, tegen de grens van Amsterdam. Holland Park is de afgelopen jaren getransfor‐ meerd van monofunctioneel kantoorgebied naar woongebied. Holland Park bestaat uit diverse deelgebieden. Centraal is een park gerealiseerd. Het projectgebied is onderdeel van Holland Park West waarvoor in 2020 een bestemmingsplan is vastgesteld.
Figuur 3.1 Deelgebieden Holland Park (links) en bestemmingsplangebied Holland Park West (rechts) De ontwikkeling bestaat uit 4 fases (zie figuur 3.2). Het Stap 3‐besluit ziet uitsluitend op fase 3 en de daarbinnen gelegen woonblokken (K en M) die aan de zijde van de Gooiseweg worden gerealiseerd. Figuur geeft 3.2 laat de ligging van de betreffende bouwblokken binnen fase 3 zien. Deze bouwblokken zijn gelegen op het kadastraal perceel met nummer 3342 (figuur 3.3).
Figuur 3.2 Ligging fase 3 (links) en de bouwblokken daarbinnen (rechts)
10/45
Figuur 3.3 Kadastrale percelen, met situering fase 3
3.2
Wat zijn het gewenste ruimtegebruik en de beoogde leefomgevingskwaliteit?
Het gebied Holland Park was in het verleden een monofunctioneel kantorengebied, aansluitend op de werkgebieden in Amsterdam‐Zuidoost. Tijdens de crisis kreeg het gebied echter te maken met grote leegstand. Omdat duidelijk werd dat de vraag naar kantoren laag zou blijven, maar de behoefte aan woningen in de regio Amsterdam zou gaan toenemen, heeft de gemeente besloten om het gebied te transformeren naar een woongebied. De locatie is daar ook uitstekend geschikt voor, gezien de goede bereikbaarheid met trein en metro en de bereikbaarheid van voorzieningen. Holland Park bestaat uit verschillende deelgebieden. Voor Holland Park West is het uitgangspunt om kwaliteiten toe te voegen die in de andere plandelen onderbelicht zijn gebleven. Daarmee wordt het gehele gebied op een hoger ruimtelijk en sociaal kwaliteitsniveau gebracht. Dat betekent concreet meer ruimte voor gezinnen met kinderen, meer ruimte voor lagere inkomensgroepen, extra aandacht voor groen en extra aandacht voor duurzaamheid. Naast de woonfunctie wordt in het gebied ruimte geboden aan andere functies. Het bestemmingsplan biedt in de plinten mogelijkheden voor kleinschalige commerciële en maatschappelijke functies. Deze zorgen voor levendigheid en werkgelegenheid in het gebied. Verder is binnen fase 1 een brede school gerealiseerd (zie figuur 3.4). Holland Park West wordt ontworpen als parkbuurt.
Het wordt een groene buurt met een autoluw karakter. Het parkeren voor bewoners wordt opgelost in ondergrondse, gebouwde par‐ keervoorzieningen. De openbare ruimte stimuleert de bewoners om te bewegen.
11/45
Figuur 3.4 Ruimtelijke opzet Holland Park West (bron: Schetsontwerp Holland Park West, Xplore) De woningen waar het Stap 3‐besluit op ziet zijn gesitueerd binnen de bouwblokken K en M (zie figuur 3.2). Binnen bouw‐ blok K worden 93 woningen gerealiseerd en binnen bouwblok M 117 woningen. De maximale geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg bedraagt ter plaatse van deze bouwblokken 58 dB (inclusief aftrek, 60 dB zonder aftrek). Niet voor alle woningen is een Stap 3‐besluit op grond van de Interimwet Stad‐en‐milieubenadering nodig. Voor een deel van de woningen volstaat de reeds vastgestelde hogere waarde op grond van de West geluidhinder (geluidbelasting tussen de 48 en 53 dB, inclusief aftrek) en ter plaatse van een ander deel van de woningen is de geluidbelasting niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde (≤ 48 dB). In paragraaf 4.4.2 en bijlage 1 zijn de optredende geluidbelastingen en woningaantallen nader gespecificeerd. De bouwblokken L en N zijn geen onderdeel van het Stap 3‐besluit omdat de geluidbelasting ten ge‐ volge van het verkeer op de Gooiseweg en andere wegen ter plaatse van de woningen binnen deze bouwblokken niet ho‐ ger is dan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder.
Voor de woningen waarvoor een Stap 3‐besluit wordt genomen dienen met het oog op de leefomgevingskwaliteit compen‐ serende maatregelen te worden getroffen die verder gaan dan de minimale wettelijke eisen en de voorwaarden uit het gemeentelijke geluidbeleid. Hierop wordt ingegaan in hoofdstuk 4. Bij de afweging van de gevolgen van het afwijken van wettelijke geluidnormen dienen ook de andere relevante omgevingsaspecten en de daarmee samenhangende gezond‐ heidseffecten te worden meegewogen. Er dient sprake te zijn van aanvaardbare concentraties luchtverontreinigende stof‐ fen en een acceptabele risicosituatie. De bodemkwaliteit en waterkwaliteit dienen geschikt te zijn voor de beoogde (woon)functies. Verder dient het openbaar gebied zo te worden ingericht dat de kwaliteit van leven in de wijk wordt bevor‐ derd en dient de leefomgeving uit te nodigen tot gezond gedrag. Deze aspecten komen aan de orde in hoofdstuk 5.
12/45
4. RESULTATEN ONDERZOEK STAD‐EN‐MILIEU BENADERING 4.1
Inleiding
De stad‐en‐milieubenadering gaat uit van de volgende drie stappen: 1. vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan en werken aan brongerichte maatregelen (stap 1); 2. zoeken naar oplossingen binnen de bestaande wet‐ en regelgeving (stap 2); 3. als milieunormen of wettelijke procedures de gewenste stedelijke leefkwaliteit in de weg staan, kunnen gemeen‐ ten via een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad afwijken van bestaande regels (stap 3). De bedoeling is om optredende knelpunten zoveel mogelijk binnen de algemeen geldende regelgeving (stappen 1 en 2) op te lossen. In de navolgende paragrafen worden eerst de binnen deze stappen getroffen maatregelen en bereikte resultaten per stap beschreven (paragrafen 4.2 en 4.3). Daarbij wordt ingegaan op de overwegingen die aanleiding geven voor het toepassen van Stap 3. In paragraaf 4.4 wordt vervolgens beschreven welk bouwplan mogelijk is door gebruik te maken van de mogelijkheden die de Interimwet Stad‐en‐milieubenadering biedt en de daarmee samenhangende gevolgen voor de leefomgevingskwaliteit Ook is in paragraaf 4.4 een overzicht opgenomen van de woningen waarvoor een stap 3‐besluit wordt vastgesteld en van de (aanvullende) compenserende maatregelen die in dat kader worden getroffen.
4.2
Stap 1: integratie milieu in het ruimtelijke plan
4.2.1 Vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan De akoestische situatie binnen het gebied is vanaf de start van de planvorming meegewogen bij het bepalen van de uit‐ gangspunten voor de inrichting van Holland Park West. Het stedenbouwkundig plan is akoestisch gezien gunstig vormgege‐ ven, waarbij wordt uitgegaan van een afschermende bebouwing langs de randen van het gebied. Hierdoor ontstaat een akoestisch afgeschermd middengebied. Daarnaast is geen sprake van geïsoleerde hoogte accenten. Hierdoor beschikt een groot deel van de woningen over een geluidluwe zijde. Er is sprake van een groene buffer tussen de beoogde woningen en de Gooiseweg, waardoor de minimale afstand tussen de bouwblokken binnen fase 3 en de weg ruim 80 meter bedraagt. Het aanpassen van de stedenbouwkundige opzet door het aanhouden van een grotere afstand tot de Gooiseweg (zodanig dat wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder) is geen reële optie. Zoals toegelicht in de inleiding dient voor de Gooiseweg te worden uitgegaan van een buitenstedelijke ligging waardoor sprake is van een maxi‐ male ontheffingswaarde van 53 dB. De 53 dB‐contour van de Gooiseweg ligt over een groot deel van het projectgebied.
Met een andere indeling van de bouwblokken zouden woningen kunnen worden gerealiseerd met een tweezijdige oriënta‐ tie (geen op minder woningen die eenzijdig zijn georiënteerd op de geluidbelaste zijde). Daarmee kan echter geen invulling worden gegeven aan de gewenste woningdifferentiatie en beoogde woningaantallen. Daarnaast leidt de keuze voor twee‐ zijdig georiënteerde woningen tot bouwkundige en ontwerptechnische uitdagingen (mede in relatie tot de beoogde ruim‐ telijke kwaliteit en beeldkwaliteit).
13/45
Figuur 4.1 Schetsontwerp Holland Park West (Xplore) 4.2.2 Optredende geluidbelastingen In het kader van het bestemmingsplan Holland Park West en de in dat kader vastgestelde hogere waarden is akoestisch onderzoek uitgevoerd1. In deze paragraaf wordt ingegaan op de optredende geluidbelastingen binnen fase 3 in algemene zin en in het bijzonder ter plaatse van de woningen binnen de bouwblokken K en M waarvoor een Stap 3‐besluit wordt vastgesteld. Wegverkeer Gooiseweg In bijlage 1 bij dit rapport is op basis van het ontwerp voor de bouwblokken K en M een overzicht opgenomen van de ge‐ luidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt bij alle woningen met een gevel parallel aan de Gooise‐ weg overschreden, met uitzondering van de woningen op de begane grond. Ook bij de zuidgevel van blok M wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden (vanaf de derde verdieping). De maximaal berekende geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg bedraagt op de meest belaste gevels 58 dB (inclu‐ sief 2 dB aftrek). Voor de woningen op de begane grond aan de zijde van de Gooiseweg ligt de geluidbelasting tussen de 48 en 53 dB, wat betekent dat kan worden volstaan met de reeds vastgestelde hogere waarde op grond van de Wet geluidhin‐ der. Dat geldt ook voor de overige woningen aan de noordzijde van blok K en de zuidzijde van blok M.
Ter plaatse van de woningen aan de ‘binnenzijde’ van de bouwblokken, ter hoogte van groene binnentuin, is geluidbelasting door afscherming lager dan de voorkeursgrenswaarde en is geen hogere waarde nodig. Voor een overzicht van de situatie per woning wordt verwezen naar het overzicht in bijlage 1. Wegverkeer overige wegen Het verkeer op de Bergwijkdreef en de Dalsteindreef leidt op de gevels van de woningen binnen fase 3 niet tot een over‐ schrijding van de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.
1 Rho adviseurs, Akoestisch onderzoek Holland Park West, projectnummer: 20180968.001, 18 mei 2020.
14/45
Ten zuiden van fase 3 is het Zilvermeeuwpad gelegen. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Omdat geen sprake is van een wettelijk gezoneerde weg, wordt niet getoetst aan de normen uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijk ordening is in het akoestisch onderzoek toch inzicht gegeven in de optredende geluidbelastingen. De maximale geluidbelasting ter plaatse van de zuidelijke woningen binnen bouwblok K bedraagt 51 dB (inclusief aftrek). Luchtvaart Het projectgebied is binnen het beperkingengebied voor bebouwing gelegen zoals dat is vastgelegd in het Luchthaveninde‐ ling‐ besluit Schiphol. Uit figuur 4.2 blijkt dat fase 3 tussen de 53 dB contour en de 54 dB contour is gelegen.
Figuur 4.2 LIB contouren Schiphol Brede school Ten oosten van fase 3 is (binnen fase 1) een brede school gerealiseerd. Het stemgeluid dat samenhangt met het gebruik van het schoolplein is maatgevend voor de optredende geluidbelastingen. Het stemgeluid wordt bij de toetsing aan de re‐ gels uit het Activiteitenbesluit buiten beschouwing gelaten, maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het stemgeluid wel bij de afweging van de akoestische situatie en eventueel benodigde maatregelen ter worden betrokken.
15/45
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de meest oostelijk gevels van de bouwblokken K en L de geluidbelasting (langtijd‐ gemiddelde) hoger is dan de richtwaarde van 50 dB(A). De woningen ter plaatse van deze gevels zijn geen onderdeel van het Stap 3‐besluit omdat de geluidbelasting door het verkeer op de Gooiseweg de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder niet overschrijdt. In het akoestisch onderzoek zijn ook de maximale geluidniveaus (geluidpieken) door de brede school in beeld gebracht. Op de gevels binnen fase 3 is de berekende geluidbelasting in alle gevallen lager dan de in het kader van een goede ruimtelijke ordening geformuleerde richtwaarde.
Figuur 4.3 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau brede school Lar,LT (> 50 dB(A)) ter hoogte van fase 3 Railverkeer De geluidbelasting ten gevolge van het railverkeer is lager dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (55 dB). Cumulatie Binnen fase 3 is name ter plaatse van de gevels aan de zijde van de Gooiseweg sprake van cumulatie van wegverkeersla‐ waai en luchtvaartlawaai. De maximale cumulatieve geluidbelasting door alle bronnen samen bedraagt ter plaatse van de gevels aan deze zijde van het bouwplan circa 62, dB. Om een beeld te geven van de variatie in de optredende cumulatieve geluidbelastingen zijn in tabel 4.1 de geluidbelastingen gepresenteerd op een tweetal punten (en toetshoogtes) aan de zijde van de Gooiseweg en aan de akoestisch afgeschermde zijde. Figuur 4.4 laat de situering van de toetspunten zien. In paragraaf 4.3 wordt gemotiveerd op welke wijze bij het bepalen van de geluidwering van de gevels wordt omgegaan met de optredende cumulatieve geluidbelasting.
16/45
Tabel 4.1 Cumulatieve geluidbelasting op representatieve toetspunten Toetspunt Hoogte (m) Zuid 5 (1/5) 26,5 Zuid 5 (1/3) 1,5 Zuid 5 (3/5) 26,5 Zuid 5 (2/3) 1,5
Lcum (dB) 62,0 60,3 55,6 54,1
Figuur 4.4 Toetspunten akoestisch onderzoek bestemmingsplan 4.2.3 Bron‐ en overdrachtsmaatregelen In het kader van het in 2020 vastgestelde hogere waarden‐besluit heeft een afweging van de mogelijke bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen plaatsgevonden (zoals het verlagen van de maximum snelheid, het terugdringen van het verkeers‐ aanbod, het toepassen van geluidreducerend asfalt of het plaatsen van schermen). Deze bron‐ en overdrachtsmaatregelen zijn als niet doelmatig beoordeeld of stuiten op andere bezwaren (bijvoorbeeld verkeerskundig of stedenbouwkundig). Voor de Gooiseweg kan met het toepassen van stil asfalt in de vorm van een dunne deklaag of 2‐ laags ZOAB in theorie een geluidreductie worden bereikt van 3 tot 5 dB ten opzichte van referentieweg‐ dek. Echter, op de Gooiseweg ligt in de hui‐ dige situatie SMA 0/5, waardoor met een stiller wegdek slechts een geluidreductie van maximaal 3 dB kan worden behaald. In de praktijk is deze reductie veelal nog lager. Bij op‐ en afritten en bochten wordt de slijtage van de wegdekverharding vanwege optrekkend en afremmend verkeer dermate versneld, dat de onderhoudskosten aan de weg te hoog worden. Op de door‐ gaande rijstroken is deze maatregel mogelijk wel toepasbaar. Dit is ter beoordeling van de wegbeheerder.
Er is voor de Gooiseweg een berekening gemaakt, waarbij voor de hoofdrijbanen (dus exclusief op‐ en afritten) het wegdektype dunne deklagen B is toegepast. Uit deze berekening blijkt dat de geluidreductie maximaal 2,5 dB bedraagt ten opzichte van
17/45
het huidige wegdek. Het gevolg is dat voor de woningen parallel aan de Gooiseweg, nu niet alleen op de begane grond wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB, maar ook op de woningen op de eerste verdieping. Er blij‐ ven na deze maat‐ regel echter nog steeds veel woningen over waarbij niet wordt voldaan aan de maximale ontheffings‐ waarde. Het toepassen van dunne deklagen B op de Gooiseweg wordt daarom niet gezien als een doelmatige maatregel. Maatregelen in het overdrachtsgebied in de vorm van geluidafschermende voorzieningen kunnen bestaan uit een scherm of wal. Een geluidscherm of wal langs de Gooiseweg zal onvoldoende effect hebben op de hoger gelegen woningen en is daarom in het akoestisch onderzoek als niet doelmatig beoordeeld. Om deze conclusie nader te onderbouwen is een twee‐ tal schermvarianten doorgerekend (een scherm van 2,5 meter hoog en een scherm van 5 meter hoog). Figuur 4.5 laat de berekeningsresultaten zien ter plaatse van de woningen aan de zijde van de Gooiseweg. In de eerste variant wordt ter plaatse van de gevels van de woningen op de begane grond en de eerste verdieping de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder (53 dB, inclusief de wettelijk toegestane aftrek) niet overschreden. Een scherm met een hoogte van 2,5 meter leidt daarmee tot slechts een kleine beperking van het aantal woningen waarvoor een Stap 3‐besluit nodig is.
In de tweede variant wordt (op één toetspunt na) op de eerste vijf bouwlagen voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Met een scherm van 5 meter hoog zou het aantal woningen waarvoor een Stap 3‐besluit nodig is fors worden gereduceerd. Wanneer een dergelijk scherm wordt gecombineerd met geluidreducerend asfalt (dunnen deklagen B) is afhankelijk van de exacte uitwerking van de maatregelen hooguit een Stap 3‐besluit nodig voor de woningen op de 8ste en 9e bouwlaag van bouwblok M. Een scherm van 5 meter hoog langs de Gooiseweg wordt om ruimtelijke redenen echter als ongewenst be‐ schouwd.
Figuur 4.5 Geluidbelasting Gooiseweg in dB (inclusief aftrek) met geluidscherm 2,5 m hoog (links) en 5 m hoog (rechts) 4.2.4 Vastgestelde hogere waarden (2020) In het kader van het bestemmingsplan Holland Park West zijn in 2020 hogere waarden vastgesteld. Tabel 4.2 en figuur 4.6 geven inzicht in de vastgestelde hogere waarden voor de bouwblokken binnen fase 3.
18/45
Tabel 4.2 Vastgestelde hogere waarden bouwblokken fase 3 Locatie Aantal woningen Ontheffingswaarde Bouwblok K 87 53 dB Bouwblok M 98 53 dB Bouwblok N 23 53 dB
Bron Gooiseweg Gooiseweg Gooiseweg
Figuur 4.6 Vastgestelde hogere waarden (2020)
4.3
Stap 2: uitwerking binnen de wettelijke kaders
Zoals blijkt uit de voorgaande paragraaf is voor alle bouwblokken binnen het westelijk deel van het plangebied een hogere waarde van 53 dB ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg vastgesteld. De daadwerkelijk optredende geluidbelasting is zonder maatregelen aanzienlijk hoger. Ter plaatse van de bouwblokken K en M gaat op de meest belaste gevels om een geluidbelasting van 58 dB (inclusief aftrek). In het kader van het hogere waardenbesluit heeft een globale toetsing aan het hogere waardenbeleid plaatsgevonden omdat de exacte uitwerking van de gebouwgebonden maatregelen op dat moment nog niet bekend was. In de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd dat de gedetailleerde toetsing plaatsvindt in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag. Om de beoogde woningen binnen fase 3 te realiseren binnen de geldende wettelijke kaders en de eerder vastgestelde ho‐ gere waarden dienen op grote schaal maatregelen te getroffen, in de vorm van dove gevels, geluidloggia’s, coulissenscher‐ men of vliesgevels. Dat geldt voor alle woningen aan de zijde van de Gooiseweg, met uitzondering van de woningen op de begane grond (waar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden). Figuur 4.7 geeft een indicatie van het ge‐ velbeeld met toepassing van dergelijke maatregelen en voorzieningen.
19/45
Figuur 4.7 Indicatie ontwerp binnen kaders Wet geluidhinder (stap 1 en 2), bron: Buro Bouwfysica Concrete voorbeelden van gebouwen met dergelijke voorzieningen zijn op verschillende locaties in de directe omgeving van Holland Park West terug te vinden. Figuur 4.8 laat een voorbeeld zien met volledig verglaasde buitenruimtes (aan het Kees van Dongenpad) en een gebouw met inpandige geluidsboxen (Bergwijkdreef).
Figuur 4.8 Bestaande situatie met glasschermen (links) en met inpandige ‘comfortbox’ (rechts), bron: Google Streetview Optredende geluidsniveaus In het eerste voorbeeld wordt door de volledig afgeschermde buitenruimtes de geluidbelasting op de achterliggende gevel gereduceerd tot onder voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (voor de Gooiseweg ten hoogste 48 dB, inclusief aftrek). Achter de schermen is ter plaatse van de buitenruimte is sprake van buitenluchtcondities. Door de te openen ra‐ men van de aangrenzende kamers te situeren in de gevels ter hoogte van de buitenruimte is het mogelijk om geluidluw te spuien en te ventileren. Door slaapkamers zo veel mogelijk te situeren aan de afgeschermde buitenruimte wordt de kans op slaapverstoring beperkt wanneer met geopend raam wordt geslapen. Consequentie van deze uitwerking is wel, dat alle delen van de gevel die niet worden afgeschermd door de buitenruimte geen te openen delen mogen bevatten. Een alterna‐ tieve is om de volledige gevel af te schermen door een vliesgevel zodat de geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrens‐ waarde.
20/45
In het tweede voorbeeld is een zogenaamde ‘comfortbox’ toegepast. Dit is een voorziening die bestaat uit een geluidwe‐ rend lamellenrooster (louvre) met aan de binnenzijde een afsluitbaar ventilatieluik. Met deze afscherming wordt het inval‐ lend geluidniveau op de achtergelegen feitelijke gevel van de verblijfsruimte gereduceerd tot de voorkeursgrenswaarde. Wanneer voor de woningen binnen fase 3 aan de zijde van de Gooiseweg wordt gekozen voor deze variant, dan betekent dit dat buiten de geluidbox, de gevels van de woningen in principe geen te openen delen mogen bevatten. Te openen delen zijn alleen mogelijk als deze worden gecombineerd met afschermende voorzieningen, bijvoorbeeld in de vorm van harbour fensters of gevelschermen). Met dergelijke voorzieningen kunnen afhankelijk van de exacte uitwerking forse geluidreduc‐ ties worden bereikt (> 10 dB), zodat de geluidbelasting kan worden teruggebracht tot onder de maximale ontheffings‐ waarde (of zelfs tot onder de voorkeursgrenswaarde).
Figuur 4.9 Principe comfortbox, bron: Buro Bouwfysica Onafhankelijk van de gekozen uitwerking en de daarmee samenhangende voorzieningen mag het binnenniveau ten hoog‐ ste 33 dB bedragen en dient op grond van het gemeentelijk beleid bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevels altijd rekening te worden gehouden met de samenloop van verschillende geluidbronnen. Die eis gaat verder dan de minimale eisen op grond van het Bouwbesluit waarbij toetsing per bronsoort plaatsvindt. Voor de woningen binnen fase 3 betekent dat, dat naast de geluidbelasting door het verkeer op de Gooiseweg, met name het luchtvaartlawaai bepalend is voor de vereiste geluidwering van de gevels. Concreet betekent dit dat ter plaatse van de hoogst belaste gevels zwaardere beglazing en dubbele kierdichting noodzakelijk zijn om te voldoen aan een binnenniveau van ten hoogste 33 dB. Woonkwaliteit, gebruikskwaliteit en kwaliteit buitenruime Het op natuurlijke wijze kunnen ventileren van een woning door indien gewenst een raam of deur open te zetten wordt gezien als comfortabel en gezond. Bij toepassing van dove gevels, vliesgevels of anderszins afgeschermde geveldelen/ven‐ sters hebben de bewoners aan de zijde van de Gooiseweg die keuzevrijheid niet of in beperkte mate.
Afhankelijk van de voorzieningen kan ook sprake zijn van verminderde daglichttoetreding en ongewenste opwarming van de woningen op warme dagen. Daarnaast is met de toepassing van volledig of vrijwel volledig verglaasde balkons geen sprake van een opti‐
21/45
male buitenruimte. Het contact met de omgeving is beperkt en het weer (zon en wind) hebben geen vrij spel. Tot slot lei‐ den de verschillende uitwerkingen binnen de kaders van de Wet geluidhinder vanwege de afgeschermde geveldelen en niet of beperkt te openen delen ook tot beperkingen waar het gaat om bewassing en onderhoud. De hiervoor beschreven consequenties die samenhangen met realiseren van geluidbeperkende maatregelen passend bin‐ nen de wettelijke kaders worden als onwenselijk beschouwd. Compensatie in het kader van het hogere waardenbesluit / toets aan gemeentelijk geluidbeleid Bij de vaststelling van het bestemmingsplan en hogere waardenbesluit in 2020 was (ondanks het ontbreken van een con‐ creet uitgewerkt ontwerp/bouwplan) reeds duidelijk dat niet alle woningen kunnen voldoen aan de standaardvoorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid (minimaal één geluidluwe gevel en één geluidluwe verblijfsruimte). Het gemeentelijke geluidbeleid geeft ruimte om gemotiveerd af te wijken van deze standaardvoorwaarden. De onderbouwing van het be‐ stemmingsplan en hogere waardenbesluit bevat om die reden verschillende compenserende maatregelen in de vorm van gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimtes en een kwalitatief hoogwaardig (geluidluw) en groen openbaar gebied. Binnen fase 3 is een drietal daktuinen / collectieve buitenruimtes voorzien.
De daktuin ter plaatsevan bouwblok K (op de 4e verdieping, oppervlakte circa 340 m2) is semi‐publiek toegankelijk. Dat geldt ook voor de daktuin ter plaatse van bouwblok N (maar voor de woningen binnen dit bouwblok wordt geen Stap 3‐besluit vastgesteld). Op de 8ste verdieping van blok M wordt een gezamenlijk dak gerealiseerd (met een oppervlakte van circa 63 m2). De duiktuinen krijgen een groene uitstra‐ ling. De kwaliteit van de gemeenschappelijke buitenruimtes en het openbaar gebied is hoog met veel mogelijkheden om daar op een aangename manier te verblijven en andere mensen te ontmoeten en te bewegen. De navolgende beelden ge‐ ven een beeld van de beoogde inrichting (bron: De Dakdokters, Bovendaken fase 3, d.d. 18‐07‐23). Bijlage 2 geeft inzicht in de geluidbelasting ter plaatse van de daktuin op bouwblok K en het gezamenlijke dak van bouwblok M. Hieruit blijkt dat de gemeenschappelijke buitenruimtes grotendeels geluidluw zijn.
Verder wordt er binnen fase 3 (net als binnen de overige fases van Holland Park West) veel aandacht besteed aan een kwa‐ litatief hoogwaardige inrichting van het gebied tussen de bouwblokken. Bijlage 2 geeft inzicht in de geluidbelasting ter plaatse van het openbaar gebied tussen de bouwblokken binnen fase 3. Hieruit blijkt dat sprake is van een geluidluw ge‐ bied waar de toekomstige bewoners op aangename wijze kunnen verblijven. De hele zone langs het water en tussen de bouwblokken is openbaar toegankelijk. Op deze manier wordt met akoestische compensatie buiten de woning alsnog vol‐ daan aan het geluidbeleid en een goed woon‐ en leefklimaat gerealiseerd. Deze compensatie is onderdeel van de oorspron‐ kelijke onderbouwing zoals die ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan en de in dat kader vastgestelde hogere waar‐ den.
22/45
4.4
Stap 3: afwijken van maximale ontheffingswaarde Wgh
4.4.1 Ontwerp met toepassing van Stap 3 Met het voorgenomen Stap 3‐besluit wordt voor de Gooiseweg afgeweken van de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder. De toepassing van de Interimwet Stad‐en‐milieubenadering is gericht op een zuinig en doelmatig ruimtege‐ bruik en het bereiken van optimale leefomgevingskwaliteit. In deze paragraaf wordt gemotiveerd op welke wijze het Stap 3‐besluit in positieve zin bijdraagt aan een zuinig en doelmatig ruimtegebruik en de leefomgevingskwaliteit van de toekom‐ stige bewoners. Met het Stap 3‐besluit wordt de mogelijkheid geboden om ook aan de zijde van de Gooiseweg te openen delen te realise‐ ren. Het ontwerp gaat uit van open balkons die worden voorzien van een gesloten borstweringen van 1,5 m hoog en absor‐ berende plafonds waardoor de geluidbelasting zoveel mogelijk wordt beperkt. Figuur 4.10 geeft een beeld van de gevels met toepassing van de Interimwet stad‐en‐milieubenadering.
Figuur 4.10 Indicatie ontwerp met toepassing van Interimwet Stad‐en‐milieubenadering Hiermee is een zelfde uitwerking mogelijk zoals die reeds is gerealiseerd binnen fase 1 van Holland Park West aan de zijde van de Bergwijkdreef (zie figuur 4.11). De geluidbelasting door het wegverkeerslawaai ter plaatse van deze woningen aan de Bergwijkdreef is vergelijkbaar met de geluidbelasting op gevel van de woningen aan de Gooiseweg, maar omdat voor de Bergwijkdreef op grond van de Wet geluidhinder een ontheffingswaarde geldt van 63 dB (10 dB hoger dan de maximale ontheffingswaarde voor de Gooiseweg), zijn aan deze zijde van Holland Park West te openen delen in de gevels toegestaan zonder toepassing van de Interimwet Stad‐en‐milieubenadering.
23/45
Figuur 4.11 Fase 1 Holland Park West: balkons met een borstwering van 1.5 meter hoog Optredende geluidsniveaus De figuren in bijlage 1 geven inzicht in de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg ter plaatse van de woningen waarvoor een Stap 3‐besluit wordt vastgesteld. De geluidbelasting varieert van 56 tot 58 dB. Dit betreft de ge‐ luidbelasting (en de op basis daarvan vast te stellen hogere waarde) inclusief de wettelijk toegestane aftrek (van in dit ge‐ val 2 dB). De geluidreductie door de verhoogde borstwering op de achterliggende gevel bedraagt minimaal 3 dB. De geluidbelasting door het verkeer op de Gooiseweg ter plaatse van de woningen waarvoor een stap 3‐besluit wordt vastgesteld varieert van 56 tot 58 dB (inclusief de onder de Wet geluidhinder toegestane wettelijk aftrek). Dat betekent dat met de verhoogde borstwering de geluidbelasting weliswaar wordt beperkt, maar dat de achterliggende gevel niet kan worden aangemerkt als geluidluw (48 dB, inclusief aftrek). Alleen op lage hoogte zal achter de borstwering die de buitenruimte en de achterlig‐ gende gevel afschermt sprake zijn van een geluidluw geveldeel. Bij gesloten ramen en deuren dient (net als bij de hiervoor beschreven uitwerking binnen Stap 2) in de woningen te worden voldaan aan de eis van maximaal 33 dB.
Bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevels wordt rekening gehouden met de samenloop van verschillende geluid‐ bronnen waarbij ook het luchtvaartlawaai wordt betrokken. Voorgaande betekent echter wel dat zonder aanvullende maatregelen bij het openen van ramen of deuren in de woningen sprake zal zijn van verhoogde geluidniveaus. De wonin‐ gen worden voorzien van draai/kiepramen. Met een raam op kiepstand is sprake van ongeveer 15 dB geluidwering. Op de meest geluidbelaste delen van de gevels (geluidbelasting Gooiseweg 60 dB, excl. aftrek) leidt dat voor het wegverkeersla‐ waai tot een binnenniveau in de woningen van 45 dB. Een dergelijk geluidbelasting is met name tijdens de avond‐ en nacht‐ periode ongewenst omdat het slapen met geopend venster in dat geval een groter risico op slaapverstoring met zich mee‐ brengt. Om dit negatieve effect te beperken is naar aanleiding van het advies van de GGD (zie hoofdstuk 6) besloten om als compenserende maatregel (zie paragraaf 4.4.3) aanvullende voorzieningen te realiseren ter plaatse van de slaapkamers. Ter plaatse van alle slaapkamers die grenzen aan balkons of loggia’s wordt een laag te openen venster achter de verhoogde borstwering geplaatst. Ook de slaapkamers die niet zijn gesitueerd aan een balkon of loggia krijgen een aanvullende voor‐ ziening.
Hierbij wordt gedacht aan een lokaal gevelscherm, met daarachter een te open raam. Uitgangspunt is dat de ge‐ luidbelasting in alle gevallen wordt teruggebracht tot ten hoogste 53 dB (de eerder vastgestelde hogere waarde). In bijlage
24/45
3 is ingegaan op de geluidreducties van deze aanvullende maatregelen. Afhankelijk van de situatie bedraagt de geluidre‐ ductie ter plaatse van het te openen raam 5 of 6 dB. Dat betekent dat de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg (maximaal 58 dB) wordt gereduceerd tot ≤ 53 dB. In bijlage 3 is de geluidreductie per bouwlaag en per woning gespecificeerd. Woonkwaliteit, gebruikskwaliteit en kwaliteit buitenruimte Met de toepassing van de Interimwet stad‐en‐milieubenadering hebben de toekomstige bewoners de mogelijkheid om ramen en deuren aan de zijde van de Gooiseweg te openen. Bij openslaande ramen of deuren komt merkbaar frisse lucht binnen. Deze manier van luchtverversing wordt door vrijwel iedereen als zeer prettig ervaren en wordt hoger gewaardeerd dan het mechanisch ventileren. Daarbij merken we op dat de woningen worden voorzien van actieve koeling die gegene‐ reerd wordt met een Warmte Koude Opslag systeem in het gebied. De actieve koeling maakt dat de noodzaak om te slapen met geopend raam in warme periodes aanzienlijk wordt beperkt. Afhankelijk van de individuele wensen en behoeftes kun‐ nen de bewoners er zelf voor kiezen om een raam of deur open te zetten (en daarmee ene hoger geluidniveau te accepte‐ ren).
Zeker bij extreem hoge temperaturen, wanneer ondanks de aanwezige koeling ook binnen hoge temperaturen optre‐ den, kan dat zeer gewenst zijn. Met de hiervoor beschreven aanvullende voorzieningen ter plaatse van de slaapkamers wordt de mogelijkheid geboden om een venster te openen ter plaatse van een afgeschermd geveldeel om op die manier te ventileren zonder dat sprake is van hoge geluidbelastingen. Door de te openen deuren en ramen is bewassing van binnen‐ uit of vanaf de balkons mogelijk. Met het Stap 3‐besluit wordt het mogelijk om de woningen te voorzien van open balkons met de afmetingen en kwaliteiten van een echte buitenruimte. De beleving en verbinding met de omgeving is veel groter dan bij een afsluitbare loggia. De open balkons worden voorzien van een gesloten borstweringen van 1,5 m hoog en absorberende plafonds waardoor de geluidbelasting zoveel mogelijk wordt beperkt. Zoal hiervoor beschreven is de geluidreductie van een dergelijk maatregel op de achterliggende gevel minimaal 3 dB. Voor zittende personen op het balkon achter de borstwering van 1.5 m hoog is de geluidreductie groter (5 tot 8 dB). De toekomstige bewoners hebben de keuzevrijheid om gebruik te maken van de ei‐ gen (niet volledig geluidluwe) buitenruimte of de geluidluwe gemeenschappelijke buitenruimtes.
Uit het ontwerp in bijlage 1 blijkt dat een beperkt aantal appartementen niet beschikt over een eigen buitenruimte. Op basis van het ontwerp in bij‐ lage 1 gaat het in totaal om 16 van de woningen waarvoor een Stap 3‐besluit wordt vastgesteld. Deze bewoners kunnen gebruik maken van de gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimtes (onderdeel van de hiervoor beschreven akoestische compensatie binnen Stap 2). 4.4.2 Met Stap 3‐besluit vast te stellen hogere waarden Op grond van artikel 83, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor nieuwe woningen binnen de wettelijke geluidzone van een autoweg een maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Voor een deel van de beoogde woningen binnen het projectge‐ bied, kan niet aan deze voorwaarde worden voldaan. De gemeente Diemen wil gebruikmaken van de ruimere mogelijkhe‐ den die de Interimwet Stad‐en‐milieubenadering biedt. Met het voorgenomen Stap 3‐besluit wordt voor de Gooiseweg afgeweken van de maximaal toelaatbare waarde van de geluidbelasting zoals bedoeld in artikel 83, lid 1 van de Wet geluid‐ hinder. Het eerder vastgestelde hogere waardenbesluit op grond van de Wet geluidhinder heeft een globaal karakter, waarbij voor het maximale aantal woningen per bouwblok de maximale hogere waarde is vastgesteld (in dit geval 53 dB).
Bij toepassing van de Interimwet Stad‐en‐milieubenadering is het uitgangspunt dat het aantal woningen waarvoor met een Stap 3‐besluit wordt afgeweken van wettelijke grenswaarden met toepassing van stap 1 en stap 2 zo veel mogelijk wordt beperkt. Het Stap 3‐besluit is daarom meer gedetailleerd en toegespitst op de woningen waar het verkeer op de Gooiseweg daadwerke‐ lijk leidt tot een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde. Tabel 4.3 geeft een overzicht van de aantallen wonin‐ gen waarvoor een Stap 3‐besluit wordt vastgesteld (op basis van het overzicht in bijlage 1). Het gaat om 73 woningen (van de in totaal 210 woningen) binnen de bouwblokken K en M. Alle woningen bevinden zich op het kadastraal perceel met nummer 3342. Dit perceel heeft een oppervlakte van ongeveer 2 hectare. Het ruimtebeslag van de bouwvlokken K en M is circa 0,25 hectare.
25/45
Voor een specifiek overzicht van de met het Stap 3‐besluit vast te stellen hogere waarde per woning wordt verwezen naar bijlage 1. Tabel 4.3 Met Stap 3‐besluit vast te stellen hogere waarden wegverkeerslawaai Gooiseweg Blok 2020 2023 Vastgestelde hogere waarde Wgh
Aantal woningen
Hogere waarde Wgh
Aantal woningen
Hogere waarde Stap 3‐ besluit
K
53 dB
87
53 dB
27
M
53 dB
98
53 dB
29
57 dB 58 dB 56 dB 57 dB 58 dB
Aantal woningen Stap 3‐ besluit 5 25 17 6 20
Het stap 3‐besluit betreft een afwijking voor onbepaalde tijd. Eerder vastgestelde hogere waarden Uit het overzicht in tabel 4.3 en bijlage 1 blijkt dat op basis van het meest actuele ontwerp ter plaatse van 27 woningen binnen blok K en 29 woningen binnen blok M de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder. Deze aantallen zijn lager dan de woningaantallen waarvoor in een eerder stadium in het kader van het bestemmingsplan Holland Park Wet hogere waarden zijn vastgesteld. Een nieuw hogere waardenbesluit op grond van de Wet geluidhin‐ der is daarom niet noodzakelijk. Het Stap 3‐besluit in combinatie met het in 2020 vastgestelde hogere waardenbesluit biedt voldoende ruimte om het beoogde aantal woningen te realiseren. Het voorgaande betekent niet dat meer wo‐ ningen kunnen worden gerealiseerd. Daarvoor is het bestemmingsplan bepalend.
4.4.3 Compenserende maatregelen in het kader van het Stap 3‐besluit Omdat het gaat om geluidbelaste locatie dient een zorgvuldige afweging plaats te vinden over de aanvaardbaarheid van en de voorwaarden waaronder de woningbouw kan plaatsvinden. In de Interimwet Stad‐en‐milieubenadering is aangegeven dat moet worden nagegaan of de nadelige gevolgen van het voorgenomen besluit voor het milieu moeten en kunnen wor‐ den gecompenseerd. Onder compensatie kan daarbij worden verstaan (in deze voorkeursvolgorde): maatregelen binnen hetzelfde milieucompartiment waarin de normafwijking plaatsvindt (in dit geval geluid, bijvoor‐ beeld extra isolatie); maatregelen in een ander milieucompartiment; maatregelen op een ander vlak die bijdragen aan de leefomgevingskwaliteit. Zoals toegelicht in paragraaf 4.3 zijn binnen Stap 2 compenserende maatregelen getroffen om te voldoen aan het gemeen‐ telijk geluidbeleid. De compenserende maatregelen in het kader van Stap 3 dienen ten opzichte hiervan extra, verder‐ gaande compensatie te bieden. In lijn met de hiervoor beschreven voorkeursvolgorde wordt daarbij eerst gekeken naar maatregelen binnen hetzelfde milieucompartiment (in dit geval geluid) en pas daarna naar maatregelen in een ander mili‐ eucompartiment en/of maatregelen die op een ander vlak bijdragen aan de leefomgevingskwaliteit.
Compenserende maatregelen geluid Vanwege de compensatie in het kader van Stap 2 is de speelruimte voor het treffen van aanvullende compenserende akoestische maatregelen binnen Stap 3 heel beperkt. Als aanvullende compensatie in het kader van het Stap 3‐besluit is van belang dat de contactgeluidisolatie en luchtgeluidisolatie tussen de woningen groter zal zijn dan minimaal vereist op
26/45
grond van het Bouwbesluit 2012. Bij contactgeluid gaat het bijvoorbeeld om loopgeluiden of het schuiven van meubilair en bij luchtgeluid om muziek. Wanneer hogere eisen worden gesteld aan de geluidwering van de gevels waar het gaat om het geluid van buiten (in dit geval verkeer op de Gooiseweg en luchtvaartlawaai) kan het contact‐ en luchtgeluid tussen wonin‐ gen hinderlijker worden. Het ontwerp voor fase 3 voldoet aan de volgende eisen die verder gaan dan de minimale eisen op grond van het Bouwbesluit 2012: - + 5 dB (t.o.v. Bouwbesluit 2012) contactgeluid tussen woningen (zowel horizontaal als verticaal, dat wil zeggen tussen naast en boven elkaar gelegen woningen); - + 5 dB (t.o.v. Bouwbesluit 2012) luchtgeluidisolatie tussen woningen die boven elkaar zijn gelegen (verticaal). Verder is naar aanleiding van de afstemming met de GGD (zie hoofdstuk 6) besloten om als compenserende maatregel aan‐ vullende voorzieningen te realiseren ter plaatse van de slaapkamers. Ter plaatse van alle slaapkamers die grenzen aan de balkons of loggia’s wordt een laag te openen venster achter de verhoogde borstwering geplaatst. Ook de slaapkamers die niet zijn gesitueerd aan een balkon of loggia krijgen een aanvullende voorziening. Daarbij wordt gedacht aan een lokaal gevelscherm, met daarachter een te open raam.
Uitgangspunt is dat de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg ter plaatse van het te openen raam wordt gereduceerd tot maximaal 53 dB. Deze voorzieningen worden gerea‐ liseerd ter plaatse van de slaapkamers van alle woningen die onderdeel zijn van het Stap 3‐besluit. Dit is een aanvullende maatregel ten opzichte van het ontwerp Stap 3‐besluit. In bijlage 3 is per bouwlaag en appartement aangegeven welke voorzieningen worden getroffen. 3 Compenserende maatregelen ander milieucompartiment In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de milieusituatie en de daarmee samenhangende gezondheidssituatie binnen het pro‐ jectgebied. De concentraties luchtverontreinigende stoffen liggen binnen het projectgebied ruimschoots onder de wette‐ lijke grenswaarden en worden in hoge mate bepaald door de achtergrondconcentraties. Ook is sprake van een gunstige risicosituatie (externe veiligheid) en voldoet de bodemkwaliteit aan de geldende eisen. Er zijn geen geurbronnen in de om‐ geving die van invloed zijn op de geurhindersituatie binnen het projectgebied. Gezien de gunstige milieusituatie ter plaatse van het projectgebied en de te verwachten gevolgen van het plan, zijn er geen realistische aanvullende maatregelen bin‐ nen andere milieucompartimenten die kunnen worden ingezet als compensatie in het kader van het Stap 3‐besluit.
Compenserende maatregelen leefomgevingskwaliteit In het midden van fase 3 is sprake van een groen verblijfsgebied met bomen en paden, dat door de geluidafscherming door de omliggende bouwblokken en de akoestisch vriendelijke inrichting en materialen in hoge mate geluidluw zal zijn. Het openbaar gebied rond de waterpartij ten oosten van fase 3 is een meer dynamische zone, ook door de aanwezigheid van de brede school binnen fase 1 en de daarmee samenhangende geluidbelasting. Ook binnen deze zone wordt er veel aan‐ dacht besteed aan de kwaliteit van de inrichting met hoogwaardig groen, verblijfsmogelijkheden en speelvoorzieningen. Ten opzichte van de oorspronkelijke plannen zal ter compensatie in het openbaar gebied extra ruimte voor ontmoeting worden gecreëerd. Er zal een volwaardige vlonder in de waterpartij ter hoogte van fase 3 worden geplaatst. Ook zal direct ten oosten van bouwblok K aanvullend een schaaktafel worden gerealiseerd. Ten opzichte van het oorspronkelijke plan leiden deze toevoegingen tot een kwaliteitsverbetering. De tekening met de inrichting van het openbaar gebied vormt een separate bijlage bij dit rapport.
4.4.4 Vergelijking plan met toepassing van Stap 1 en 2 en plan met toepassing van Stap 3 Uit de beschrijving in de voorgaande paragrafen blijkt dat akoestisch gezien de uitwerking binnen stap 2 op onderdelen beter wordt beoordeeld dan de uitwerking binnen stap 3 vanwege de aanwezigheid van een geluidluwe gevel of geluidluwe gevel‐ delen. De negatievere beoordeling van het beoogde ontwerp met toepassing van Stap 3 wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de extra voorzieningen ter plaatse van de slaapkamers. Waar het gaat om de woonkwaliteit, gebruikskwaliteit en de kwaliteit van de buitenruimte leidt de toepassing van de Interimwet Stad‐en‐milieubenadering tot een duidelijk betere be‐ oordeling. Dit leidt ook tot een betere verkoopbaarheid van de woningen. Per saldo worden de gevolgen van het Stap 3‐ besluit voor de leefomgevingskwaliteit in brede zin als positief beoordeeld.