Bijlage 4 (nieuw) Kwalitatieve beschrijvingen van de 34 deelgebieden incl inhoudsopgave.pdf
Tekst van het document
Lokale ecologische structuur – Gemeente Diemen Deelgebied 1. Zuidoostpunt Diemer Vijfhoek .................................................................................................. 2 Deelgebied 2. Diemerzeedijk van Diemer Vijfhoek tot Diemerdammersluis .................................................... 9 Deelgebied 3. Oeverlandjes Tweede Diem oost (nabij Kanaaldijk) ............................................................... 14 Deelgebied 4. Oeverlandjes Tweede Diem west (nabij Diemerpolderweg) ................................................... 20 Deelgebied 5. Tussen Diemerpolderweg - Oude Muiderstraatweg en A1 ..................................................... 26 Deelgebied 6. Spoorberm en berm A9 ......................................................................................................... 33 Deelgebied 7. Spoorzone A9 tot Kanaaldijk.................................................................................................. 40 Deelgebied 8. Westoever Korte Diem ........................................................................................................... 45 Deelgebied 9. Spoordriehoek ....................................................................................................................... 50 Deelgebied 10.
Talud A1 .............................................................................................................................. 57 Deelgebied 11. Spoortalud rondom Spoordriehoek ...................................................................................... 65 Deelgebied 12. Groenstrook tussen Klipperweg en Distelvlinderweg ........................................................... 70 Deelgebied 13. Waterpartij en groenstrook langs Diemerpolderweg ............................................................. 75 Deelgebied 14. Park de Omloop ................................................................................................................... 81 Deelgebied 15. Spoor ten noorden van park Spoorzicht ............................................................................... 89 Deelgebied 16. Spoor ten noorden van Buitenlust ........................................................................................ 97 Deelgebied 17. Park Spoorzicht ................................................................................................................. 104 Deelgebied 18. Spoorzone Station Diemen ................................................................................................ 111 Deelgebied 19. Waterpartij Julianaplantsoen & Mandelapark ..................................................................... 119 Deelgebied 20.
Spoorzone nabij begraafplaats Rustoord ........................................................................... 126 Deelgebied 21. Spoorzone tussen station Diemen Zuid en Zwanenpad ..................................................... 134 Deelgebied 22. Spoor rondom metrowerkplaats ......................................................................................... 142 Deelgebied 23. Groenblauwe dooradering Diemen-Zuid ............................................................................ 150 Deelgebied 24. Reigerpad en Venserwetering............................................................................................ 156 Deelgebied 25. Diemerdreef ....................................................................................................................... 163 Deelgebied 26. Biesbosch Park .................................................................................................................. 171 Deelgebied 27. Holland Park ...................................................................................................................... 179 Deelgebied 28. Groenstrook langs Dalsteindreef........................................................................................ 187 Deelgebied 29 Natuurijsbaan Diemer IJsclub ............................................................................................. 194 Deelgebied 30.
Groenstrook Overdiemerweg Eerste Diem......................................................................... 199 Deelgebied 31. Kanaaldijk .......................................................................................................................... 205 Deelgebied 32. Bosgebied ten oosten van recreatiegebied Overdiemen .................................................... 212 Deelgebied 33. Nabij knooppunt Diemen.................................................................................................... 217 Deelgebied 34. Park achter Tobias Asserlaan ............................................................................................ 222
Pagina 1 van 227
Deelgebied 1. Zuidoostpunt Diemer Vijfhoek
Figuur 1. Ligging deelgebied
Algemene gegevens Nummer
1
Kernkwaliteiten en functie binnen lokale ecologische structuur
Bos en park - Kerngebied Water, moeras en ruigte - Kerngebied
Gebruik Oppervlakte (ha) Eigendom
Natuur, waterberging- en afvoer, jachthaven 1 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Vattenfall
Beheerder
Power Generation Netherlands B.V. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Gemeente Diemen, Vattenfall Power Generation Netherlands B.V.
Ligging, oppervlakte en samenhang In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de ligging van het deelgebied in de gemeente en de ruimtelijke samenhang tussen het deelgebied, de lokale ecologische structuur en het Natuurnetwerk Nederland.
2.1
Ligging en oppervlakte
Het deelgebied ligt in Over-Diemen in de zuidoostpunt van de Diemer Vijfhoek. De Diemer Vijfhoek ligt binnen het NNN en vormt geen onderdeel van de gemeentelijke ecologische structuur. Dit natuurgebied wordt beheerd door Staatsbosbeheer en bestaat grotendeels uit natuurterreinen met bos, ruigtes en rietlanden. Ten noordoosten van het deelgebied bevindt zich het
Pagina 2 van 227
IJmeer. Ten zuiden van het deelgebied bevindt zich het dijktalud van de Diemerzeedijk met daarachter het terrein van de elektriciteitscentrale. Op de dijk loopt een fiets- en voetpad. In het deelgebied zelf is een kleine jachthaven aanwezig. Bij de jachthaven hoort ook een klein houten gebouw. Verder is het deelgebied ingericht als natuurterrein. Dit deel bestaat uit opgaand wilgenbos en rietvegetaties. Het gebied is relatief klein en heeft een oppervlak van circa 1 ha.
2.2
Samenhang
Het deelgebied ligt ten zuidoosten van deelgebied 2 en is hiermee verbonden door de groenstrook langs de Diemerzeedijk. Deze groenstrook maakt geen onderdeel uit van de gemeentelijke ecologische structuur, maar wel van het NNN, en bestaat voornamelijk uit korte grasvegetatie en bermen langs het fietspad. Het deelgebied ligt direct aan het NNN-gebied Diemervijfhoek, De Drost, Warenar, Hooft en De Schelp (A10), maar is zelf niet aangewezen als onderdeel van het NNN.
Kwalitatieve beschrijving natuurwaarden ecologische structuur In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van kernkwaliteiten die van lokaal of regionaal belang zijn voor het behouden en ontwikkelen van biodiversiteit én voor de functie binnen de ecologische structuur. In het deelgebied komen de kernkwaliteiten Bos en park en Water, moeras en ruigte voor. Het deelgebied is voor Bos en park en Water, moeras en ruigte een kerngebied binnen de lokale ecologische structuur. Het deelgebied bestaat voor 50 % uit Bos en park en 50% uit Water, moeras en ruigte. Beide kwaliteiten lopen geleidelijk in elkaar over, maar zijn wel duidelijk gezoneerd. Hierbij is de kernkwaliteit Bos en park gebonden aan de iets drogere terreindelen en bedekt Water, moeras en ruigte vooral de oevers en nattere terreindelen.
3.1
Water, moeras en ruigte – Kerngebied
De kernkwaliteit Water, moeras en ruigte bestaat in dit deelgebied uit een afwisseling van de biotooptypen oevervegetatie en struweel. De kernkwaliteit Water, moeras en ruigte vormt een belangrijk onderdeel van actueel en potentieel leefgebied voor verschillende soorten, doordat het onderdeel uitmaakt van het natuurgebied Diemervijfhoek. Daarnaast moet het gebied, hoewel het niet is aangewezen als NNN gebied, als onderdeel van het natuurgebied Diemervijfhoek worden beschouwd. Het deelgebied heeft een functie als Kerngebied binnen de lokale ecologische structuur en is daarmee van groot belang als leefgebied voor flora en fauna die zijn gebonden aan water-, moeras- en ruigte natuur, waaronder ringslang en blauwborst.
3.2
Bos & park - Kerngebied
In het deelgebied bevindt zich de kernkwaliteit Bos en park dat bestaat uit de biotooptypen grasvegetatie, bos en struweel. Door de variatie in opgaande beplanting en de relatieve aaneengeslotenheid van de beplanting vormt de kernkwaliteit Bos en park een belangrijk onderdeel van actueel en potentieel leefgebied voor verschillende soorten. Daarnaast moet het gebied, hoewel het niet is aangewezen al NNN gebied, als onderdeel van het natuurgebied Diemervijfhoek beschouwd worden. Het deelgebied heeft hierin een functie als Kerngebied binnen de lokale ecologische structuur en is daarmee van groot belang als leefgebied voor flora en fauna die zijn gebonden aan Bos en park, waaronder vleermuizen en vogels.
Beschrijving aanwezige biotooptypen en geschiktheid voor planten diersoorten Dit hoofdstuk levert een beschrijving van de verschillende aanwezige biotooptypen binnen het deelgebied en de geschiktheid van deze biotooptypen voor plant- en diersoorten (incl. beschermde soorten en functies). Biotooptypen zijn landschappelijke elementen die van belang zijn voor flora en fauna. Oevervegetatie De oppervlaktewateren hebben harde beschoeiingen waarmee er geen flauwe taluds aanwezig zijn met standplaatsen voor een diverse oevervegetatie. De aanwezige oevervegetatie is gefragmenteerd en bestaat uit een smalle zone. Op plekken waar geen oevervegetatie aanwezig is loopt de ruigte door tot de waterlijn en/of beschoeiing. De oevervegetaties hebben een
Pagina 3 van 227
open karakter en gaan landinwaarts geleidelijk over in struweel en bos. De lijnen van de oevers zijn recht, dit beperkt de oppervlakte aan oever- en de diversiteit aan standplaatsfactoren voor planten. De samenstelling van de verspreid aanwezige oevervegetatie is relatief homogeen en bestaat voornamelijk uit riet- en lisdoddevegetaties. De aanwezige oevervegetaties zijn van belang voor kenmerkende soorten als meerkikker, ringslang, waterral, ijsvogel, kleine karekiet, sprinkhaanzanger, boerenzwaluw en rosse vleermuis. Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7). Grasvegetatie De grasvegetaties in het gebied worden intensief gebruikt en beheerd, waardoor de structuur en de kruidenrijkdom zeer beperkt is. Deze bevinden zich in de kleine jachthaven. Deze grasvegetaties kennen weinig variatie in vegetatiestructuur. De grasvegetaties hebben scherpe overgangen naar andere biotooptypen (waaronder oevervegetaties, ruigtes, bos en struweel) waarmee er geen sprake is van een structuurgradiënt die ruimte biedt aan verschillende planten en diersoorten. De aanwezige grasvegetaties zijn van belang als leefgebied voor kenmerkende soorten als witte kwikstaart, blauwe reiger, hermelijn en een divers aantal insectengroepen, waaronder bijen en vlinders.
Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7). Struweel Struweel komt verdeeld door het gebied in kleine oppervlaktes voor. Het vormt op deze plaatsen een overgang tussen de biotooptypes oevervegetatie en bos. Het struweel bestaat met name uit wilgenbroekstruweel met verschillende soorten wilg, gewone vlier en jonge zwarte els. Het aanwezige struweel is van belang als leefgebied voor kenmerkende soorten als braamsluiper, nachtegaal, hermelijn, wezel, egel, laatvlieger, gewone en ruige dwergvleermuis en diverse insectengroepen, waaronder bijen en vlinders. Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7). Bos Het biotooptype bos komt binnen het deelgebied slechts als een klein, aaneengesloten oppervlakte voor, maar grenst direct aan veel grotere oppervlaktes bos van het natuurgebied Diemervijfhoek. Het bos op deze locatie moet dan ook als onderdeel van het grotere areaal bos binnen dit natuurgebied beschouwd worden. Deze opgaande begroeiingen zijn gebonden aan de iets hogere terreindelen die iets verder landinwaarts liggen. Het bos bestaat uit een mozaïek van open en gesloten delen die langzaam overgaan in struweel en oevervegetatie. Door de aanwezigheid van een boom-, struik- en kruidlaag is er sprake is van grote structuur- en soortenrijkdom.
De soortensamenstelling van bos wordt gedomineerd door soorten die kenmerkend zijn voor natte omstandigheden waaronder diverse soorten wilg en zwarte els. Het aanwezige bos is van belang als leefgebied voor kenmerkende soorten als boomkruiper, buizerd, boommarter, vos, egel, laatvlieger en gewone en ruige dwergvleermuis. Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7).
Natuurkansen Dit hoofdstuk levert een beschrijving van natuurkansen die de kwaliteit van de gemeentelijke ecologische structuur in Diemen kunnen verhogen. De kansen bestaan uit quick wins voor het verhogen van de natuurkwaliteit in het deelgebied en/of uit oplossingen voor knelpunten in de ecologische structuur. 1. Beheer: Extensivering graslandbeheer De in het deelgebied aanwezige grasvegetatie is nu structuur- en soortenarm en wordt intensief beheerd. Enerzijds is dit begrijpelijk, gezien de recreatieve functie. Anderzijds zou dit grasveld met een kleine aanpassing van het beheer meer ecologische waarden kunnen krijgen zonder zijn functie te verliezen. Door (mogelijk plaatselijk) minder frequent te maaien en mogelijk te kiezen voor het doorzaaien van de vegetatie met een kruidenrijk mengsel krijgt het gebied een ecologische impuls. Hiermee wordt ook bijgedragen aan het creëren van geleidelijke en structuurrijke overgangen naar de andere biotooptypen. Dit deelgebied ligt samen met deelgebied 2 langs de dijk als ondersteunende gebieden in de verbinding met de Diemer Vijfhoek. Tussen deelgebied 1 en 2 (en langs de zuidzijde van de Diemer Vijfhoek)ligt een relatief kaal en intensief beheerd
Pagina 4 van 227
grasvegetatie. Door dit grasvegetatie extensiever te beheren wordt ook bijgedragen aan een verbeterde samenhang binnen de lokale ecologische structuur én met de Diemer Vijfhoek. 2. Inrichting: verwijderen beschoeiing voor natuurvriendelijke oevers Door de oeverbeschoeiing te verwijderen krijgt de oevervegetatie kans zich uit te breiden. Dit kan versterkt worden door een vooroever aan te leggen met daarachter een ondiepe zone. Hierdoor ontstaan geschikte paaiplaatsen voor vissen en amfibieën. 3. Beheer: gefaseerd maaibeheer rietland. Het aanwezige rietland is pas recentelijk ontwikkeld vanuit een grasvegetatie. Het aantal rietvogels heeft zich snel ontwikkeld, en o.a. kleine karekiet en rietzanger gebruiken het gebied als broedgebied. Door het maaibeheer van het rietland gefaseerd uit te voeren wordt geborgd dat er altijd geschikt habitat aanwezig is voor rietvogels en andere soorten die afhankelijk zijn van het riet. Door de maaiwerkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen uit te voeren wordt voorkomen dat broedgevallen worden verstoord.
Bedreigingen Dit hoofdstuk levert een beschrijving van bedreigingen voor de natuurkwaliteiten in het deelgebied van de gemeentelijke ecologische structuur. 1. Recreatiedruk: uitbreiding recreatieve functies in omgeving In het deelgebied is een kleine jachthaven aanwezig. De recreatiedruk is beperkt door de geringe omvang van de huidige haven. Als de haven uitbreidt of als het aantal ligplaatsen wordt vergroot, neemt de rust in de omgeving van de haven af. De rust in het gebied is juist één van de kwaliteiten van het gebied waar de aanwezige fauna van afhankelijk is. Toename van verstoring als gevolg van uitbreiding van de haven en gerelateerde functies vormt een potentiele bedreiging voor de aanwezige natuurwaarden.
Geschiktheid voor beschermde soorten Dit hoofdstuk levert een beschrijving van de geschiktheid van de aanwezige biotooptypen binnen het deelgebied voor beschermde plant- en diersoorten. In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende beschermde soorten: Vaatplanten: Het biotooptype is ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Amfibieën: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie beperkt geschikt als onderdeel van leefgebied voor beschermde amfibieën. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Vogels: De aanwezige oevervegetatie is geschikt voor nesten en in gebruik zijnde nesten van vogels zijn beschermd. Het biotooptype oevervegetatie is in dit deelgebied ook geschikt als foerageergebied voor boerenzwaluw. De nesten van deze vogels en de functionele leefomgeving van de nesten is jaarrond beschermd. Reptielen: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als foerageergebied voor de ringslang. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel is van voortplantingsplaatsen van ringslang.
In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn meerdere waarnemingen bekend van ringslang. Vleermuizen:
Pagina 5 van 227
In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als foerageergebied en als vliegroute voor diverse vleermuissoorten, waaronder de laatvlieger, watervleermuis en de gewone en ruige dwergvleermuis. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn meerdere waarnemingen bekend van meer- en watervleermuizen. Foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats van vleermuizen. Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als foerageergebied en verbindingszone kleine marterachtigen. Er zijn geen waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in het deelgebied, maar er zijn wel waarnemingen van deze soorten bekend in de directe omgeving. Hierbij zijn zowel hermelijn, wezel en bunzing waargenomen. Foerageergebied van deze kleine marterachtigen is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van een verblijfplaats. Libellen: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie beperkt geschikt als leefgebied voor beschermde libellen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde libellen bekend.
In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende soorten: Vaatplanten: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten zoals groot spiegelklokje. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Amfibieën: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie ongeschikt als onderdeel van leefgebied voor beschermde amfibieën zoals de rugstreeppad. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Vogels: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie niet geschikt voor nesten van algemene broedvogels. Het biotooptype grasvegetatie is in dit deelgebied ongeschikt als foerageergebied voor boerenzwaluw en buizerd. Er zijn van boerenzwaluw en buizerd geen waarnemingen van nesten in de omgeving bekend. Reptielen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie ongeschikt als foerageergebied voor de ringslang. Hiervoor wordt het te intensief beheerd en gebuikt. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van voortplantingsplaatsen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn wel waarnemingen van ringslang bekend, maar deze zijn allen niet in dit biotooptype gedaan.
Vleermuizen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie beperkt geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten, waaronder de rosse vleermuis, watervleermuis en de gewone en ruige dwergvleermuis. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn waarnemingen bekend van water- en meervleermuis. Foerageergebied van vleermuizen is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel is van een verblijfplaats van vleermuizen. Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie beperkt geschikt als foerageergebied en/of verbindingszone, maar ongeschikt voor verblijfplaatsen voor wezel, bunzing, hermelijn en boommarter. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn beschermd. Foerageergebied van kleine marterachtigen is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats. Er zijn waarnemingen bekend van boommarter, hermelijn en wezel in de omgeving van het plangebied. Libellen, vlinders en bijen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie is in dit deelgebied ongeschikt als leefgebied voor beschermde vlinders en bijen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vlinders, bijen en libellen bekend.
In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende soorten: Vaatplanten: In dit deelgebied is het biotooptype struweel ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. -
Amfibieën:
Pagina 6 van 227
In dit deelgebied is het biotooptype struweel beperkt geschikt als onderdeel van leefgebied voor beschermde amfibieën. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Vogels: In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt voor nesten en in gebruik zijnde nesten van vogels zijn beschermd. Het biotooptype struweel is van waarde als foerageergebied en functioneel leefgebied van bovengenoemde vogelsoorten. Reptielen: In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt als onderdeel van het leefgebied van ringslang. Struweel kan worden gebruikt als winterverblijfplaats en foerageergebied. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn verschillende waarnemingen bekend van ringslang. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van voortplantingsplaatsen van ringslang. Vleermuizen: In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt als onderdeel van foerageergebied voor diverse vleermuissoorten, waaronder de laatvlieger en de gewone- en ruige dwergvleermuis. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel is van een verblijfplaats van vleermuizen.
Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt als geschikt als foerageergebied, verbindingszone en verblijfplaats voor kleine marterachtigen. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn beschermd. Ook is het biotooptype geschikt als foerageergebied voor boommarter. Er zijn waarnemingen bekend van bunzing, wezel, hermelijn en boommarter in de omgeving van het deelgebied. Foerageergebied van kleine marterachtigen en boommarter is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van een verblijfplaats. Libellen, vlinders en bijen: In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt als leefgebied voor beschermde insecten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn echter geen waarnemingen van beschermde insecten bekend. In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende soorten: Vaatplanten: In dit deelgebied is het biotooptype bos ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Amfibieën: In dit deelgebied is het biotooptype bos beperkt geschikt als onderdeel van leefgebied voor beschermde amfibieën. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend.
Vogels: In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt voor nesten en in gebruik zijnde nesten van vogels zijn beschermd. Het biotooptype bos is in dit deelgebied ook potentieel geschikt als nestplaats voor buizerd. De nesten van deze vogel en de functionele leefomgeving van dit nest zijn jaarrond beschermd. Er zijn waarnemingen bekend van buizerdnesten in de omgeving. Het biotooptype bos is van waarde als foerageergebied en mogelijk essentieel onderdeel van functioneel leefgebied. Reptielen: In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt als onderdeel van het leefgebied van ringslang. Bos kan worden gebruikt als winterverblijfplaats en foerageergebied. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn verschillende waarnemingen bekend van ringslang. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van voortplantingsplaatsen van ringslang. Vleermuizen: In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt als foerageergebied, vliegroute en verblijfplaats van diverse vleermuissoorten, waaronder de gewone en ruige dwergvleermuis. Verblijfplaatsen zijn streng beschermd. Foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats van vleermuizen.
Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt als foerageergebied en verbindingszone voor kleine marterachtigen en boommarter. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn beschermd. Er zijn waarnemingen bekend van bunzing, wezel, hermelijn
Pagina 7 van 227
en boommarter in de omgeving van het deelgebied. Foerageergebied van kleine marterachtigen en boommarter is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van een verblijfplaats. Libellen, vlinders en bijen: In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt als leefgebied voor beschermde insectensoorten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn echter geen waarnemingen van beschermde insecten bekend.
Pagina 8 van 227
Deelgebied 2. Diemerzeedijk van Diemer Vijfhoek tot Diemerdammersluis
Figuur 1. Ligging deelgebied
Algemene gegevens Nummer
2
Kernkwaliteiten en functie binnen lokale
Water, moeras en ruigte - Verbindingszone
ecologische structuur Gebruik Oppervlakte (ha)
Natuur, waterkering 4
Eigendom Beheerder
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Gemeente Diemen
Ligging, oppervlakte en samenhang In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de ligging van het deelgebied in de gemeente en de ruimtelijke samenhang tussen het deelgebied, de lokale ecologische structuur en het Natuurnetwerk Nederland.
2.1
Ligging en oppervlakte
Het deelgebied ligt in Over-Diemen en beslaat de Diemerzeedijk tussen de Diemer Vijfhoek en de Diemerdammersluis. Het deelgebied omvat het talud van de Diemerzeedijk en de ruige en natte grasvegetaties aan de zuidzijde. Ten zuiden hiervan, aan de overzijde van een smalle watergang, bevindt zich het terrein van de elektriciteitscentrale. Op de dijk liggen een fiets-
Pagina 9 van 227
en voetpad. Ongeveer halverwege het deelgebied bevindt zich een fietstunnel onder de S114. Ten westen hiervan ligt de Diemerdammersluis. Er is in het deelgebied zelf, buiten deze brug en sluis, geen bebouwing aanwezig. Het gebied heeft een oppervlakte van 4 ha en is 600 meter lang. Het deelgebied heeft een functie als natuurgebied en waterkering. Het natuurdeel wordt extensief gemaaid en kent enkele plasdras stukken. Het dijktalud bestaat uit korte, meer intensief beheerde vegetaties en bermen met een droger karakter.
2.2
Samenhang
Het deelgebied ligt ten noordwesten van deelgebied 1 en is hiermee verbonden door de groenstrook langs de Diemerzeedijk. Deze groenstrook maakt geen onderdeel uit van de ecologische structuur, maar wel van het NNN, en bestaat voornamelijk uit korte grasvegetatie en bermen langs het fietspad. Het deelgebied grenst aan gebieden die onderdeel uitmaken van het NNNgebied Diemervijfhoek, De Drost, Warenar, Hooft en De Schelp (A10), maar maakt zelf geen deel uit van het NNN. Wel overlapt het deelgebied deels met de natuurverbinding ANV2 Natuurboog Amsterdam zuidoost.
Kwalitatieve beschrijving natuurwaarden ecologische structuur In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van kernkwaliteiten die van lokaal of regionaal belang zijn voor het behouden en ontwikkelen van biodiversiteit én voor de functie binnen de ecologische structuur. In het deelgebied komt de kernkwaliteit Water, moeras en ruigte voor. Het deelgebied fungeert vanwege zijn langgerekte karakter als verbindingszone binnen de lokale ecologische structuur.
3.1
Water, moeras en ruigte –Verbindingszone
De kernkwaliteit water, moeras en ruigte bestaat in dit deelgebied uit een afwisseling van de biotooptypen oevervegetatie en grasvegetatie. Ook zijn er in het deelgebied enkele solitaire bomen aanwezig. Het betreft een open landschap bestaand uit natte grasvegetaties op de lagere delen en drogere grasvegetaties op en langs het dijktalud. Het westelijk deel van het deelgebied is relatief droog terwijl het oostelijk deel voornamelijk bestaat uit nattere vegetaties. Beide type grasvegetaties worden redelijk intensief beheerd. De grasvegetaties worden deels begraasd door schapen. Door het natuurlijke karakter van de natte terreindelen en de ligging ten opzichten van het natuurgebied Diemer Vijfhoek vormt de kernkwaliteit Water, moeras en ruigte een belangrijk (onderdeel van) actueel en potentieel leefgebied voor verschillende soorten. Het deelgebied heeft een functie als verbindingszone binnen de lokale ecologische structuur en is daarmee van belang als migratieroute voor flora en fauna die zijn gebonden aan water-, moeras- en ruigtenatuur, waaronder planten, amfibieën, insecten, grondgebonden zoogdieren, reptielen, vogels en vleermuizen.
Beschrijving aanwezige biotooptypen en geschiktheid voor planten diersoorten Dit hoofdstuk levert een beschrijving van de verschillende aanwezige biotooptypen binnen het deelgebied en de geschiktheid van deze biotooptypen voor plant- en diersoorten (incl. beschermde soorten en functies). Biotooptypen zijn landschappelijke elementen die van belang zijn voor flora en fauna. Oevervegetatie Ten oosten van S114 loopt langs de zuidgrens van het deelgebied een watergang. Door het (grotendeels) ontbreken van harde beschoeiingen zijn hier relatief flauwe oevertaluds aanwezig waarop oevervegetatie kan voorkomen. Door het maaibeheer ontbreekt hier een aaneengesloten rietvegetatie. De oevervegetatie bestaat dan ook uit lagere kruiden als zwarte zegge en dotterbloem. Door de flauwe oevers maakt de oevervegetatie deel uit van een gradiënt van open water naar droger grasvegetatie. De lijnen van de oevers zijn variabel en grillig, hierdoor is de diversiteit aan standplaatsfactoren voor planten vergroot. Het biotooptype komt over een relatief groot, aaneengesloten oppervlak voor en vormt een dooradering van het deelgebied waarmee het geschikt is als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende soorten. De aanwezige
Pagina 10 van 227
oevervegetaties zijn van belang als leefgebied en migratiezone voor kenmerkende soorten als bastaardkikker, ringslang en waterhoen. Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7). Grasvegetatie In het deelgebied zijn structuur- en kruidenrijke, natte grasvegetaties aanwezig. Deze bevinden zich voornamelijk ten oosten van de S114. In het westen van het deelgebied en langs de fietspaden en op het talud van de Diemerzeedijk zijn droge kruidenrijke grasvegetaties aanwezig. De natte grasvegetaties en de droge grasvegetaties op de dijk worden op een vergelijkbare manier beheerd en waarschijnlijk met een zelfde frequentie. Er is over grote delen van de natte grasvegetaties en droge grasvegetatie op de dijk dan ook niet veel variatie in structuur aanwezig. Uitzondering op de frequentie van beheer zijn de bermen van wegen en paden die intensief beheerd worden en dus een kortere vegetatie kennen dan de omliggende gebieden. Ook zijn er in de natte delen van het terrein locaties aanwezig die jaarrond te nat zijn om te maaien. Op deze locaties heeft zich een ruigte ontwikkeld met (overjarig) riet. Deze locaties zijn gerekend tot de oevervegetatie.
De aanwezige grasvegetaties zijn van belang als leefgebied en migratiezone voor kenmerkende soorten als pitrus, pinksterbloem, fazant, blauwe reiger, hermelijn en verschillende insectengroepen, waaronder bijen en vlinders. Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7).
Natuurkansen Dit hoofdstuk levert een beschrijving van natuurkansen die de kwaliteit van de gemeentelijke ecologische structuur in Diemen kunnen verhogen. De kansen bestaan uit quick wins voor het verhogen van de natuurkwaliteit in het deelgebied en/of uit oplossingen voor knelpunten in de ecologische structuur. 4. Beheer: extensief en gefaseerd beheer De in het deelgebied aanwezige monotone grasvegetaties zijn van beperkte ecologische waarde. Om de variatie en daarmee de natuurwaarden van deze grasvegetaties te verhogen kan worden gestuurd op meer bloemen en insecten. Enkele maatregelen die hierbij helpen zijn een gefaseerde uitvoering (om doorlopend een diversiteit aan groeistadia en vegetatietypen aanwezig te hebben), het verder extensiveren van beheer en het aanpassen van de beheerplanning aan ecologische cycli. Door dit zowel voor de drogere als voor de nattere terreindelen te doen, ontstaat meer bloemrijkdom en een grote variatie in vegetatiestructuur en dus een grote verscheidenheid aan leefgebieden. 5. Inrichting: versterken verbinding met deelgebied 1 Door het beheer dat onder punt 1 is voorgesteld verder naar het oosten toe door te voeren ontstaat een doorgaande verbinding naar deelgebied 1. Deze verbinding is nu niet optimaal omdat de vegetatie langs de bermen en op het dijktalud te vaak gemaaid wordt en te eenvormig is om zich goed te kunnen ontwikkelen.
Vooral voor soorten als ringslang is dit een belangrijke versterking van de verbindingszone
Bedreigingen Dit hoofdstuk levert een beschrijving van bedreigingen voor de natuurkwaliteiten in het deelgebied van de gemeentelijke ecologische structuur. 2. Beheer: intensivering van maaibeheer De kwaliteit van het deelgebied als verbindingszone hangt sterk samen met de aanwezigheid van aaneengesloten groenstructuren van de grasvegetaties. In de huidige situatie worden de grasvegetaties al matig intensief beheerd. Wanneer dit intensiveert zijn er in delen van het jaar geen groenstructuren met schuilmogelijkheid waarlangs grondgebonden fauna kan migreren. Verdere intensivering van uniform groenbeheer beperkt ook de mogelijkheden voor verschillende fauna om hun levenscyclus te voltooien.
Pagina 11 van 227
Geschiktheid voor beschermde soorten Dit hoofdstuk levert een beschrijving van de geschiktheid van de aanwezige biotooptypen binnen het deelgebied voor beschermde plant- en diersoorten. In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende beschermde soorten: Vaatplanten: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Amfibieën: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als onderdeel van het leefgebied van algemene soorten amfibieën waaronder kleine watersalamander en bastaardkikker. Het biotooptype is in dit deelgebied beperkt geschikt als onderdeel van leefgebied voor beschermde amfibieën. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Vogels: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt leefgebied voor o.a. meerkoet, waterhoen, en rietvogels als kleine karekiet en rietzanger. Oevervegetatie biedt nest-, voedsel- en schuilgelegenheid voor verschillende soorten vogels. De aanwezige oevervegetatie is geschikt voor nesten en in gebruik zijnde nesten van vogels zijn beschermd.
Het biotooptype oevervegetatie is in dit deelgebied ook geschikt als foerageergebied voor boerenzwaluw. De nesten van deze vogels en de functionele leefomgeving van de nesten is jaarrond beschermd. Reptielen: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als foerageergebied voor de ringslang. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel is van voortplantingsplaatsen van ringslang. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn meerdere waarnemingen bekend van ringslang. Vleermuizen: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als foerageergebied en als vliegroute voor diverse vleermuissoorten, waaronder de laatvlieger, watervleermuis en de gewone en ruige dwergvleermuis. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn meerdere waarnemingen bekend van vleermuizen. Foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats van vleermuizen. Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als foerageergebied en verbindingszone van kleine marterachtigen. Er zijn geen waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in het deelgebied, maar er zijn wel waarnemingen van deze soorten bekend in de directe omgeving. Hierbij zijn zowel hermelijn, wezel en bunzing waargenomen.
Foerageergebied van deze kleine marterachtigen is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van een verblijfplaats. Libellen: In dit deelgebied is het biotooptype oevervegetatie geschikt als leefgebied voor beschermde libellen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde libellen bekend. In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor beschermde verschillende soorten: Vaatplanten: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als standplaats voor verschillende plantensoorten waaronder gewone zwarte zegge, rietorchis en dotterbloem. Het biotooptype is ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Amfibieën: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als onderdeel van het leefgebied van algemene soorten amfibieën waaronder kleine watersalamander en bastaardkikker. Het biotooptype is in dit deelgebied beperkt geschikt als onderdeel van
Pagina 12 van 227
leefgebied voor beschermde amfibieën. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Vogels: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt leefgebied voor o.a. meerkoet, waterhoen en knobbelzwaan. De grasvegetatie biedt nest-, voedsel- en schuilgelegenheid voor verschillende soorten vogels. De aanwezige grasvegetatie is geschikt voor nesten en in gebruik zijnde nesten van vogels zijn beschermd. Het biotooptype grasvegetatie is in dit deelgebied ook geschikt als foerageergebied voor boerenzwaluw. De nesten van deze vogels en de functionele leefomgeving van de nesten zijn jaarrond beschermd. Het biotooptype grasvegetatie is van waarde als foerageergebied en mogelijk essentieel onderdeel van functioneel leefgebied van boerenzwaluw. Reptielen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als foerageergebied voor de ringslang. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel is van voortplantingsplaatsen van ringslang. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn meerdere waarnemingen bekend van ringslang. Vleermuizen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als foerageergebied en als vliegroute voor diverse vleermuissoorten, waaronder de laatvlieger, watervleermuis en de gewone en ruige dwergvleermuis.
In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn meerdere waarnemingen bekend van vleermuizen. Foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats van vleermuizen. Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als foerageergebied en verbindingszone van o.a. egel, muisachtigen en kleine marterachtigen. Er zijn in het deelgebied waarnemingen bekend van egel en muisachtigen. Er zijn geen waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in het deelgebied, maar er zijn wel waarnemingen van deze soorten bekend in de directe omgeving. Hierbij zijn zowel hermelijn, wezel en bunzing waargenomen. Foerageergebied van deze kleine marterachtigen is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van een verblijfplaats. Libellen, vlinders en bijen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie beperk geschikt als leefgebied voor beschermde vlinders en bijen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vlinders, bijen en libellen bekend.
Pagina 13 van 227
Deelgebied 3. Oeverlandjes Tweede Diem oost (nabij Kanaaldijk)
Figuur 1. Ligging deelgebied
Algemene gegevens Nummer
3
Kernkwaliteiten en functie binnen lokale
Bos & park - Stapsteen
ecologische structuur Gebruik Oppervlakte (ha)
Recreatie en natuur 1
Eigendom Beheerder
De Staat, particulier, gemeente Diemen RWS, particulier, gemeente Diemen
Ligging, oppervlakte en samenhang In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de ligging van het deelgebied in de gemeente en de ruimtelijke samenhang tussen het deelgebied, de lokale ecologische structuur en het Natuurnetwerk Nederland.
2.1
Ligging en oppervlakte
Het deelgebied ligt in de Overdiemerpolder en beslaat een strook tussen de Overdiemerweg en het water van de Tweede Diem. In het noorden grenst het deelgebied aan de Kanaaldijk langs het Amsterdam-Rijnkanaal. De bomenrij en bermen van dit kanaal maken hier deel uit van de ecologische structuur van de gemeente Diemen (deelgebied 31). Ten zuiden van het deelgebied bevindt zich deelgebied 4. Langs de Overdiemerweg zijn enkele woonhuizen aanwezig. Het gebied heeft een relatief klein oppervlak van 1 ha. Het deelgebied heeft voor het grootste gedeelte een gebruiksfunctie als weekendtuin. In een klein deel, in het uiterste zuiden en uiterste noorden van het deelgebied, is geen recreatiefunctie aanwezig. Hier heeft het deelgebied een meer natuurlijk karakter.
Pagina 14 van 227
2.2
Samenhang
Het deelgebied grenst direct aan deelgebied 31 en ligt een paar honderd meter ten oosten van deelgebied 4. Van dit laatste deelgebied wordt het gescheiden door een meer open landschap langs de Overdiemerweg dat onderdeel is van de NNN. De overgang naar deelgebied 31 is geleidelijk. Het deelgebied grenst direct aan gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Direct ten noorden en westen van het deelgebied bevindt zich het NNN-gebied Diemerpolder en Diemerbos (A9). Het deelgebied maakt zelf echter geen onderdeel uit van het NNN. Daarnaast grenst het deelgebied ook aan de natuurverbinding ANV2.
Kwalitatieve beschrijving natuurwaarden ecologische structuur In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van kernkwaliteiten die van lokaal of regionaal belang zijn voor het behouden en ontwikkelen van biodiversiteit én voor de functie binnen de ecologische structuur. In het deelgebied komt de kernkwaliteit Bos en park voor. Het deelgebied is voor bos en park een stapsteen binnen de lokale ecologische structuur.
3.1
Bos & park - Stapsteen
In het deelgebied bevindt zich de kernkwaliteit Bos en park, welke bestaat uit het opgaande biotooptype bos. Onder de bomen zijn ook elementen van grasvegetatie, struweel en overgangen hiertussen aanwezig. Het bos is waarschijnlijk op natuurlijke wijze ontstaan op één van de oeverlanden langs de Tweede Diem. Voorheen waren dit veelal locaties met een bijzondere botanische waarde. Tegenwoordig zijn veel waarden verloren gegaan door een intensivering van het gebruik. Veel oeverlanden zijn omgevormd tot weekendtuin. Het biotooptype oevervegetatie ontbreekt (nagenoeg) geheel door scherpe overgangen richting de Diem. Het bos in het deelgebied is verspreid is over drie verschillende percelen. Het grootste gedeelte van het bos is ingericht als weekendtuin met enkele kleine caravans, een bootopslag en een open grasveld. Dit gedeelte word dan ook intensief gebruikt en beheerd. Het meest zuidelijke en meest noordelijke gedeelte zijn niet in gebruik als recreatiegebied. Hier heeft zich een opgaand bos gevormd waarin een boom-, struik- en kruidlaag aanwezig zijn. De kernkwaliteit Bos en park vormt een belangrijk (onderdeel van) actueel en potentieel leefgebied voor verschillende soorten door de variatie in opgaande beplanting en de nabije ligging van NNN-gebied, deelgebied 31 en deelgebied 4.
Het deelgebied heeft een functie als stapsteen binnen de lokale ecologische structuur en is daarmee van belang voor het voorzien in leefgebied voor flora en fauna die zijn gebonden aan Bos en Park, waaronder vleermuizen en vogels.
Beschrijving aanwezige biotooptypen en geschiktheid voor planten diersoorten Dit hoofdstuk levert een beschrijving van de verschillende aanwezige biotooptypen binnen het deelgebied en de geschiktheid van deze biotooptypen voor plant- en diersoorten (incl. beschermde soorten en functies). Biotooptypen zijn landschappelijke elementen die van belang zijn voor flora en fauna. Grasvegetatie Het grasvegetatie bevindt zich in het middelste gedeelte van het deelgebied (en het meest zuidwestelijke perceel). De grasvegetaties in het gebied worden intensief gebruikt en beheerd, waardoor de structuur en de kruidenrijkdom zeer beperkt is. Dit grasvegetatie kent dan ook weinig variatie in soortsamenstelling en vegetatiestructuur. De grasvegetaties hebben scherpe overgangen naar andere biotooptypen (waaronder struweel en bos) en de Diem waarmee er geen sprake is van een structuurgradiënt die ruimte biedt aan verschillende planten en diersoorten. Hierdoor zijn de aanwezige grasvegetaties matig ontwikkeld en zijn ze in beperkte mate van belang als migratiezone voor soorten als fazant en verschillende insectengroepen, waaronder bijen en vlinders. Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7)
Pagina 15 van 227
Struweel Het struweel bevindt zich in dit deelgebied aan de randen van het bos als overgangsvegetatie naar meer opgaand bos. Ook tussen de bomen is een vorm van struweel aanwezig in de struiklaag. Het struweel bestaat hier voornamelijk uit jonge exemplaren zwarte els en zoete kers. De soortensamenstelling wordt voor het grootste gedeelte bepaald door de bomen die in de directe omgeving staan. Vooral in het noorden en zuiden van het deelgebied is het struweel dicht en ondoordringbaar. Het aanwezige struweel is van belang als leefgebied en migratiezone voor kenmerkende soorten als winterkoning, diverse muisachtigen en verschillende insectengroepen, waaronder bijen en vlinders. Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7). Bos Het biotooptype bos beslaat het volledige deelgebied, maar is alleen in het uiterste noorden en zuiden van het deelgebied goed ontwikkeld. Hierdoor is er toch sprake van een relatief kleine oppervlakte. De rest van het deelgebied ligt wel in de schaduw van de bomen maar is beter te omschrijven als struweel of grasvegetatie met opgaande bomen. De percelen bos in het zuiden en noorden liggen te midden van struweel. De soortensamenstelling van bos wordt gedomineerd door soorten die kenmerkend zijn voor natte omstandigheden waaronder schietwilg, gewone es en zwarte els.
De aanwezige bomenrijen zijn van belang als leefgebied en migratiezone voor kenmerkende soorten als gewone en ruige dwergvleermuis, merel, houtduif en diverse muisachtigen. Klik hier voor een overzicht van de geschiktheid van dit biotooptype voor beschermde soorten (H7).
Natuurkansen Dit hoofdstuk levert een beschrijving van natuurkansen die de kwaliteit van de gemeentelijke ecologische structuur in Diemen kunnen verhogen. De kansen bestaan uit quick wins voor het verhogen van de natuurkwaliteit in het deelgebied en/of uit oplossingen voor knelpunten in de ecologische structuur. 6. Functieverandering: omvormen of extensivering van recreatie naar natuur Op dit moment is een groot deel van het gebied in gebruik als weekendtuin. Door de inrichting en de aanwezige verstoring kan het niet zijn optimale natuurlijke potentie vervullen. Als dit recreatieve gebruik kan worden omgezet naar natuur wordt de functie van het deelgebied versterkt. De gemeente Diemen volgt sinds de jaren ‘80 al een uitsterfbeleid voor dergelijk gebruik. Op deze locatie lijkt dit tot nog toe niet erg succesvol geweest. Mogelijk kan er gekeken worden naar een actiever beleid op gemeentelijk niveau om de oeverlanden van de Eerste en Tweede Diem een meer natuurlijke inrichting te geven. 7. Beheer: natuurlijk beheer met een duidelijk doel Als het gebied weer ingericht kan worden als natuur moet gekeken worden welke natuurwaarden hier haalbaar zijn. Van oudsher zijn de oevers van de Tweede Diem in gebruik geweest als hooilanden. Deze hooilanden hadden een hoge botanische waarde.
De vraag is of het mogelijk is dit hier weer te realiseren of dat het haalbaarder is te kiezen voor een minder intensief beheertype. Met beheer kan ook worden ingezet op het ontwikkelen van oevervegetatie en een geleidelijke overgang naar de Diem. In beide gevallen is het belangrijk dat de gekozen beheervorm langjarig uitgevoerd wordt. 8. Inrichting: aanleg broeihopen Omdat er veel ringslangen in de omgeving aanwezig zijn is het aanleggen van broeihopen een kansrijke maatregel. Hiermee worden belangrijke voortplantingsplaatsen voor deze reptielen gecreëerd. Het aanleggen van broeihopen gebeurt bij voorkeur met maaisel uit de directe omgeving. Zo wordt zo min mogelijk gebiedsvreemd materiaal aangevoerd.
Bedreigingen Dit hoofdstuk levert een beschrijving van bedreigingen voor de natuurkwaliteiten in het deelgebied van de gemeentelijke ecologische structuur. 3. Recreatiedruk: intensivering van de recreatie De kwaliteit van het deelgebied als stapsteen hangt sterk samen met de aanwezigheid van recreatie. Op dit moment kan het deelgebied zijn verbindingsfunctie niet optimaal vervullen door de recreatieve functie. Als het niet lukt deze functie op termijn
Pagina 16 van 227
uit het gebied te verwijderen of als deze intensiveert, zal het gebied nooit zijn potentiële waarde voor de ecologische structuur bereiken. Bij intensivering van de recreatie neemt de natuurwaarde van het gebied af.
Geschiktheid voor beschermde soorten Dit hoofdstuk levert een beschrijving van de geschiktheid van de aanwezige biotooptypen binnen het deelgebied voor beschermde plant- en diersoorten. In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende beschermde soorten: Vaatplanten: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten zoals groot spiegelklokje. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Amfibieën: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie ongeschikt als onderdeel van leefgebied voor beschermde amfibieën zoals de rugstreeppad. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Vogels: In dit deelgebied biedt grasvegetatie foerageergelegenheid voor verschillende soorten vogels waaronder witte kwikstaart, knobbelzwaan en blauwe reiger. In gebruik zijnde nesten van algemene broedvogels zijn beschermd. Het aanwezige grasvegetatie is niet geschikt voor nesten van algemene broedvogels. Hiervoor wordt het te intensief beheerd. Het biotooptype grasvegetatie is in dit deelgebied ongeschikt als foerageergebied voor boerenzwaluw en havik, maar wel beperkt geschikt als foerageergebied voor huismus.
De functionele leefomgeving van de nesten van deze vogels is jaarrond beschermd. Er zijn in de omgeving wel nesten van deze soorten bekend. In het deelgebied zelf zijn geen nesten van deze soorten bekend. Reptielen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie door het intensieve gebruik beperkt geschikt als foerageergebied voor de ringslang. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van voortplantingsplaatsen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn verschillende waarnemingen bekend van ringslang, vooral op de steendijk aan de overzijde van de Tweede Diem. Vleermuizen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten, waaronder watervleermuis en gewone dwergvleermuis. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel is van een verblijfplaats van vleermuizen. Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie geschikt als foerageergebied en/of stapsteen, maar ongeschikt voor verblijfplaats voor o.a. wezel en hermelijn. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn beschermd. Foerageergebied van kleine marterachtigen is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats.
Er zijn waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in de omgeving. Libellen, vlinders en bijen: In dit deelgebied is het biotooptype grasvegetatie ongeschikt als leefgebied voor beschermde vlinders en bijen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vlinders, bijen en libellen bekend. In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende beschermde soorten: Vaatplanten: In dit deelgebied is het biotooptype struweel ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend.
Pagina 17 van 227
Amfibieën: In dit deelgebied is het biotooptype struweel beperkt geschikt als onderdeel van leefgebied voor beschermde amfibieën. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Vogels: In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt leefgebied voor o.a. heggenmus, merel en winterkoning. Struweel biedt nest-, voedsel- en schuilgelegenheid voor verschillende soorten vogels. Het aanwezige struweel is geschikt voor nesten en in gebruik zijnde nesten van vogels zijn beschermd. Het biotooptype struweel is in dit deelgebied ook geschikt als foerageergebied en schuilplaats voor huismus. De nesten van deze vogel en de functionele leefomgeving van dit nest is jaarrond beschermd. Er zijn waarnemingen bekend van huismusnesten in de omgeving. Het biotooptype struweel is van waarde als foerageergebied en schuilplaats en mogelijk essentieel onderdeel van functioneel leefgebied. Reptielen: In dit deelgebied is het biotooptype struweel beperkt geschikt als foerageergebied voor de ringslang. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van voortplantingsplaatsen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn verschillende waarnemingen bekend van ringslang, vooral op de steendijk aan de overzijde van de Tweede Diem.
Vleermuizen: In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten, waaronder watervleermuis en gewone dwergvleermuis. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel is van een verblijfplaats van vleermuizen. Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype struweel geschikt als foerageergebied, stapsteen en verblijfplaats voor o.a. wezel en hermelijn. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn beschermd. Foerageergebied van kleine marterachtigen is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats. Er zijn waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in de omgeving. Libellen, vlinders en bijen: In dit deelgebied is het biotooptype struweel ongeschikt als leefgebied voor beschermde vlinders en bijen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vlinders, bijen en libellen bekend. In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt als verbindings- en/of leefgebied voor verschillende beschermde soorten: Vaatplanten: In dit deelgebied is het biotooptype bos ongeschikt voor standplaatsen van beschermde plantensoorten. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend.
Amfibieën: In dit deelgebied is het biotooptype bos beperkt geschikt als onderdeel van leefgebied voor beschermde amfibieën. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Vogels: In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt leefgebied voor o.a. heggenmus, merel en winterkoning. Bos biedt nest-, voedsel- en schuilgelegenheid voor verschillende soorten vogels. Het aanwezige bos is geschikt voor nesten en in gebruik zijnde nesten van vogels zijn beschermd. Het biotooptype bos is in dit deelgebied ook geschikt als nestplaats voor ransuil, havik en buizerd. De nesten van deze vogel en de functionele leefomgeving van dit nest is jaarrond beschermd. Er zijn waarnemingen bekend havik nesten in de omgeving. In het deelgebied zelf zijn geen nesten bekend. Reptielen: In dit deelgebied is het gedeelte van het bos waar ook grasvegetatie voorkomt door het intensieve gebruik beperkt geschikt als foerageergebied voor de ringslang. Foerageergebied van ringslang is beschermd wanneer deze van essentieel belang is voor het functioneren van voortplantingsplaatsen. Het bos in het noorden en zuiden is geschikt als overwinteringsplaats en deze verblijfplaatsen zijn beschermd. Deze delen worden minder intensief gebruik en bieden voldoende schuilmogelijkheden.
In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn verschillende waarnemingen bekend van ringslang, vooral van de steendijk aan de overzijde van de Tweede Diem. Vleermuizen:
Pagina 18 van 227
In dit deelgebied is het biotooptype bos geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten, waaronder watervleermuis en gewone dwergvleermuis. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Ook zijn er in enkele dikkere bomen mogelijk verblijfplaatsen van rosse vleermuis of watervleermuis aanwezig. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn altijd beschermd. Foerageergebieden van vleermuizen zijn alleen beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats van vleermuizen. Zoogdieren: In dit deelgebied is het biotooptype geschikt als foerageergebied, stapsteen en verblijfplaats voor o.a. wezel en hermelijn. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn beschermd. Foerageergebied van kleine marterachtigen is beschermd wanneer deze essentieel onderdeel zijn van een verblijfplaats. Er zijn waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in de omgeving. Libellen, vlinders en bijen: In dit deelgebied is het biotooptype bos ongeschikt als leefgebied voor beschermde vlinders en bijen. In het deelgebied en in de directe omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde vlinders, bijen en libellen bekend.
Pagina 19 van 227
Deelgebied 4. Oeverlandjes Tweede Diem west (nabij Diemerpolderweg)
Figuur 1. Ligging deelgebied
Algemene gegevens Nummer
4
Kernkwaliteiten en functie binnen lokale ecologische structuur Gebruik
Bos & park - Stapsteen
Oppervlakte (ha) Eigendom