Bijlage 3 Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Inzicht in de bekende ontwikkelingen
In het vestigingsbeleid wordt ingezet op een jaarlijkse groei van 67 MVA te contracteren vermo gen in de periode 2020 – 2030. In overleg met Liander/Tennet is afgestemd op welke wijze de selectieve groei van datacenters ingevuld kan worden in relatie tot de beschikbare vermogensca paciteit op het onderstation, waarbij ook rekening wordt gehouden met de overige ontwikkelingen in de gemeente, zoals de energietransitie. Op dit moment is bij Liander voor 318 MVA gecontracteerd vermogen aan ontwikkelingen (projecten en initiatieven) van datacenters bekend en hiermee is rekening gehouden in het program
ma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam. Daarnaast is het groeiperspectief 2020 – 2030 van 670 MVA als beleidsscenario meegenomen. Op basis van de huidige netbelasting en inzichten lijkt een deel van de geprognotiseerde groei op bestaande onderstations te kunnen worden aangesloten. Met daarbij de kanttekening dat Liander geen capaciteit kan reserveren voor klanten tot er een formele aanvraag ligt. Voor het deel van de geprognotiseerde groei dat niet kan worden aangesloten, zullen nieuwe onderstations moeten worden gerealiseerd.
Bekende projecten en initiatieven
In de beoordeling van projecten en initiatieven zal in de implementatie van het vestigingsbeleid eerst worden gekeken naar die projecten en initiatieven waarvoor reeds een omgevingsvergunning is aangevraagd, de uitbreiding is opgenomen in een vigerend bestemmingsplan of waar op een andere wijze reeds onderliggende schriftelijke afspraken zijn gemaakt met de initiatiefnemer voor het vaststellen van het vestigingsbeleid datacenters. Afwegingskader voor nieuwe projecten en initiatie ven Voor nieuwe ontwikkelingen en initiatieven zal per gebied een afwegingskader worden opgesteld waarbij o.a. ruimtelijke inpassing in het gebied en de bredere omgeving, ruimtelijke kwaliteit, ener giecapaciteit (in relatie tot de jaarlijks toegestane groei), watercapaciteit en – gebruik, multifunctio neel ontwerp en relatie met de omgeving, duur zaamheid en innovatie belangrijke aspecten zijn.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0281/ 54 001
3.5 Groeipotentieel datacentersector gemeente Amsterdam Het opgetelde gecontracteerd vermogen van de bekende projecten binnen de gemeente Amster dam bedraagt in totaal 318 MW. In regionaal verband is (voorlopig) afgesproken dat de ge meente Amsterdam 67 MW gecontracteerd vermogen p/j aan nieuwe datacenters en/of uitbreidingen faciliteert tot 2030. We concluderen het volgende ten aanzien van de realisatie of uitbreiding van datacenters binnen de gemeente Amsterdam: • Indien de bekende projecten worden gereali seerd wordt hiermee invulling gegeven aan het faciliteren van de gewenste marktvraag in de periode van 2020 - 2025. Of de huidige ontwik kelingen gefaciliteerd kunnen is afhankelijk van de beschikbare netcapaciteit. Bij een aantal stations is er nu al geen/beperkte capaciteit beschikbaar. • Hiermee wordt invulling gegeven aan de bestuurlijke toezegging dat de bekende projecten doorgang kunnen vinden, indien deze voldoen aan de aangescherpte eisen van het vestigingsbeleid ten aanzien van duurzaam heid(bijvoorbeeld energiegebruik, waterge bruik), ruimtelijke kwaliteit en inpassing. • Voor de periode na 2025 zijn op dit moment nog geen initiatieven en/of projecten bekend bij de gemeente of Liander. • Nieuwe projecten en initiatieven zullen door de gemeente in principe niet in behandeling worden genomen tenzij deze zich richten op realisatie na 2025.
In het geval dat bekende projecten en initiatieven onvoldoende voort gang maken en/of niet voldoen aan de eisen van het vestigingsbeleid datacenters zal in de halfjaarlijkse monitoring worden bekeken of andere initiatieven of projecten naar voren kunnen worden geschoven. • Voor de beoordeling van nieuwe projecten en initiatieven wordt een gebiedsgericht afwe gingskader gehanteerd.
• In de beoordeling van plannen en initiatieven zal rekening worden gehouden met de door looptijd van de plan- en besluitvorming en de periode die een datacenter nodig heeft om van realisatie naar volledige benutting van de beschikbare capaciteit te gaan. • In het kader van de uitvoering van het vesti gingsbeleid datacenters zal in (regionaal) verband een monitorings- en evaluatie overleg worden ingericht. • De gemeente Amsterdam zet zich in voor de realisatie van een vierde hyperconnectiviteits cluster in de regio MRA zodat een regionale spreiding van de groei gerealiseerd kan worden. • De gemeente Amsterdam zet zich in voor verdere verduurzaming van datacenters waar onder de realisatie van een GreenDeal tussen de datacenterindustrie, warmte-exploitanten en overheden om de benutting van restwarmte uit datacenters in versnelling te brengen.
4 Beleidskaders
4.1 Nationale en regionale strategie datacenters 4.2 Relevante gemeentelijke beleidskaders en programma’s
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0301/ 54 001
4 Beleidskaders 4.1 Nationale en regionale strategie datacenters Nationale strategie
In maart 2019 is de Ruimtelijke Strategie Datacen ters vastgesteld in het bestuurlijk overleg REOS. Deze ruimtelijke strategie geeft een routekaart aan voor de ontwikkeling van datacenters in Nederland tot 2030. De routekaart bestaat uit tien stappen om de verwachte groei van datacenters te facilite ren in deze periode. Voor Hyperscales dienen Middenmeer en Eems haven verder benut en uitgebouwd te worden. Als de kritieke afstand van 50 km tot de internet knopen geen beletsel is voor de hoge eisen aan latency (vertraging op internetverkeer), moet de ontwikkeling van een resilience cluster voor de middellange termijn (2022-2030) in Zuid-Holland (en Middenmeer) nader verkend worden. Dat maakt de digitale basis breder, voorziet in een back-up en geeft de datahub NL nog meer veer kracht. Onderdeel van de verkenning is de bereidheid bij het bedrijfsleven tot investeringen en de realiseer baarheid van een resilience locatie. Voor de lange termijn (2030 en verder) liggen kansen voor een nieuw datacentercluster in de MRA, bv. aan de Westflank van Amsterdam bij de aanlanding van wind op zee. Hiervoor zijn grote investeringen in het energienetwerk nodig. In de regionale uitwer king in MRA verband lijkt in dit verband een nieuw cluster in de regio Almere meer kansrijk.
De ontwikkeling van minder geclusterde, decentra le dataopslag en –verwerking is zo onzeker dat hierop nog geen ruimtelijke planning mogelijk is. Aanbevolen worden om ontwikkelingen in de datacentersector 2-jaarlijks te monitoren en zo nodig het beleid bij te stellen. Kleine regionale datacenters zullen blijven ontstaan, en de middel grote regionale datacenters dienen bij voorkeur gekoppeld te worden aan een stedelijke omgeving en/of gekoppeld aan een warmtenet.
Regionale strategie
Voor de regio Amsterdam zet de landelijke route kaart op korte termijn in op het bestendigen en versterken van de bestaande clusters in de stad en de direct omliggende regio. Om op voorts tege moet te komen aan de vraag naar grote colocatie datacenters dienen de bestaande mogelijkheden in groot Amsterdam maximaal (en intensief) benut te worden met bijzondere aandacht voor mogelijk heden in de zone Almere – Zeewolde – Lelystad Dronten. Voor de middellange en lange termijn wordt het advies gegeven om nieuwe clusters te ontwikkelen in de regio of daarbuiten. Hiervoor worden ver schillende scenario’s uitgewerkt welke verder geconcretiseerd dienen te worden op regionaal en lokaal niveau in overleg met de verantwoordelijke overheden, de sector en de overige partijen met belangen, zoals o.a. Liander, TenneT en voor de regio Amsterdam Waternet. Ook is in maart 2020 is de regionale datacenter strategie MRA vastgesteld in het BO-platform Ruimte en Economie. Deze regionale strategie vormt een verdere uitwerking van het nationale datacenterbeleid dat is opgenomen in de Ruimte lijke Strategie Datacenters (REOS). In de regionale afweging voor de verdere ontwikkeling van het datacentercluster, moeten zowel voor de korte termijn als voor de langere termijn keuzes gemaakt worden.
In de bestuurlijke vervolgafspraken over de regionale strategie is in mei 2020 bestuurlijk ingezet op de realisatie van een vierde hypercon nectiviteitscluster in Almere of in een ander gebied binnen de MRA. In dat worden momenteel de randvoorwaarden voor de realisatie van een vierde cluster verder uitgewerkt en de haalbaarheid onderzocht. De realisatie van een vierde cluster wordt vanuit het vestigingsbeleid van de gemeen te Amsterdam als randvoorwaardelijk gezien.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0311/ 54 001
4.2 Relevante gemeentelijke beleidskaders en programma’s Bedrijvenstrategie (2020)
Het doel van de bedrijvenstrategie is om binnen de bredere ontwikkeling van stad voldoende ruimte te creëren en behouden voor bedrijven, zodat Amsterdam een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt, en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers. In de strategie wordt benadrukt dat door de groei van de stad de noodzaak om te intensiveren op bedrijventerreinen ontstaat. Bijvoorbeeld door meer te stapelen en functies te combineren. Ook functiemenging op bedrijventerreinen zal, mede om die reden, in de toekomst belangrijker worden. Voordelen van intensivering of functiemenging zijn bijvoorbeeld meer levendigheid en sociale veilig heid, dubbelgebruik van parkeerplaatsen en meer zichtbaarheid voor bedrijven door het grotere aantal bezoekers. In de bedrijvenstrategie wordt gesignaleerd dat een aanzienlijk deel van de nieuwe bedrijven op bedrijventerreinen de laatste jaren uit datacenters bestaat. Als aanloop naar een regionaal datacen terbeleid, wordt Amsterdam selectiever met de vestiging van datacenters. Als nieuw vestigingsbe leid is het volgende voorgesteld om nader uit te werken: 1. een selectieve groeistrategie uit te werken waarbij vestiging van datacenters mogelijk is onder een aantal condities zoals in door ge meente aangewezen gebieden en eisen te stellen aan efficiënt ruimtegebruik en inpassing in de omgeving. 2.
In te zetten op regionale spreiding in MRA-verband om daarmee het economisch cluster van datacenters in de regio Amsterdam te borgen.
Handout Duurzaam Bouwen (2019)
In de handout duurzaam bouwen wordt het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Amster dam vertaald naar specifieke ambities en maatre gelen op het niveau van kavel en gebouw. Zo heeft de gemeente de ambities op het gebied van circulair bouwen: scherpe milieuprestatie gebou wen, flexibel en demontabel bouwen, het gebrui ken van een materialenpaspoort en hergebruik componenten / materialen uit sloop van eigen
kavel of nabijgelegen locatie. Voor de vestiging van nieuwe datacenters of uitbreiding van bestaan de datacenters worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd als voor de overige gebouwen binnen de gemeente Amsterdam.
Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal
De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal is een ambitiedocument met een lange termijn visie op de Amsterdamse energietransitie en acties voor de korte termijn. In de Routekaart beschrijven we de belangrijkste ingrediënten van onze strategie om de overgang van fossiele naar duurzame energie in beweging te zetten en te houden. We brengen de opgave en effecten van maatregelen in beeld en sturen hierop met een Klimaatbegroting. De Routekaart is de start van een wendbaar proces, waarbij intensief wordt samengewerkt, geëxperi menteerd en geleerd zodat waar nodig kan worden bijgestuurd. De ontwik¬kelingen en voortgang staan in de jaarlijkse rapportage. Naast de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal wordt in het voorjaar van 2020 een strategie Amsterdam Circulair (inclusief Innovatie- en uitvoeringsprogramma 2020-2021) vastgesteld. Beide producten zijn complementair aan elkaar. De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal richt zich op de reductie van CO2 op eigen grondgebied en het programma circulaire economie op het vermin deren van het gebruik van primaire grondstoffen met als effect een reductie van de CO2 buiten Amsterdam. In de Uitvoeringsagenda Duurzame organisatie is de doelstelling uitgewerkt om in 2030 als gemeen telijke organisatie CO2-neutraal en aardgasvrij te zijn.
In de uitvoeringsagenda is pijler 5: het ener giezuinig maken van de zakelijke markt het rele vante kader voor datacenters.
5 G emeentelijk vestigingsbeleid datacenters 5.1 Hoofdlijnen van het vestigingsbeleid 5.2 Clustergebieden in Amsterdam 5.2.1 Science Park 5.2.2 Amstel III bedrijvenstrook 5.2.3 Westpoort | Haven/ Havenstad 5.2.4 Schinkelkwartier 5.3 Uitbreiding of vernieuwing van bestaande datacenters
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0331/ 54 001
5 Gemeentelijk vestigingsbeleid datacenters 5.1 Hoofdlijnen van het vestigingsbeleid Het gemeentelijk vestigingsbeleid datacenters hangt nauw samen met de uitwerking van de regionale strategie datacenters in MRA-verband. Op regionaal niveau worden afspraken gemaakt over de verdeling van de groei binnen de gemeen ten en is afgesproken om de ontwikkelingen samen met de sector en relevante partijen zoals Liander en Waternet goed te volgen. We zetten in op het faciliteren van groei onder strenge voorwaarden rond de bestaande clusters binnen de gemeente zodat het huidige ecosys teem van datacenters bestendigd kan worden en op lange termijn de groei in de regio gefaciliteerd kan worden. Voor de lange termijn (> 5 - 7 jaar) zetten we in regionaal verband in op het ontwikkelen van een nieuw cluster in de MRA. De randvoorwaarden, de haalbaarheid en financiering hiervan wordt onder zocht in de regionale strategie, gezamenlijk met het Rijk en de sector. Indien een nieuw cluster niet haalbaar blijkt zal moeten worden gezocht naar alternatieven in overleg met de sector, deze zijn nu nog niet in zicht. Tot 2025-2027 heeft dit geen effect op het vestigingsbeleid van de gemeente Amsterdam, indien er regionaal andere keuzen gemaakt worden zal dat in de monitoring en evaluatie van het beleid moeten worden meege nomen.
De hoofdlijnen van het beleid, geldend voor nieuwe datacenters en bij uitbreiding van bestaan de datacentra, staan hieronder beknopt beschre ven. In het vervolg van hoofdstuk 5 en in hoofdstuk 6 worden deze hoofdlijnen nader toegelicht en uitgewerkt.
1 Faciliteren van groei
Voor het faciliteren van de groei hanteren we, uitgaande van de verwachte groei en de afspraken binnen MRA verband, een maximum toename van capaciteit gecontracteerd vermogen van nieuwe en uitbreiding van bestaande datacenters binnen de gemeente Amsterdam van 670 MVA tot 2030.
Hiermee kunnen de datacenters voldoende groeien om te voorzien in de toenemende vraag naar dataverwerking en dataopslag en blijft het unieke ecosysteem van hyperconnectiviteit in deze regio behouden.
2 Groei gemaximaliseerd
Om de groei te borgen zetten wij in op een maximaal jaarlijkse groei van 67 MVA gecontrac teerd vermogen voor de gemeente Amsterdam. In overleg met de netbeheerders, marktpartijen en Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zullen wij trachten deze groei te faciliteren waarbij het verlenen van de Omgevingsvergunning Bouw het meetpunt is. Het kan wel betekenen dat er in bepaalde jaren meer is toegestaan omdat projec ten tegelijk worden ontwikkeld. De consequentie daarvan is dat in de volgende jaren minder of geen ontwikkeling wordt gefaciliteerd.
3 Lopende projecten en initiatieven tot 2025
De bekende projecten en initiatieven binnen de gemeente Amsterdam voorzien in het faciliteren van de marktvraag tot in ieder geval 2025. Indien deze bekende projecten worden gerealiseerd zal er gedurende deze periode door de gemeente niet meegewerkt worden aan nieuwe projecten en initiatieven, tenzij deze zijn gericht op de realisatie op langere termijn, dat wil zeggen na 2025.
4 Ruimtelijke spreiding
We zetten in op spreiding van de datacenters in de aangewezen gebieden, de huidige clusters van datacenters. De reden hiervoor is dat clustering aan de ene kant goed aansluit bij het zo efficiënt mogelijk gebruiken van de beperkt beschikbare grond in onze gemeente en aan de andere kant het eenvoudiger maakt om goed aan te sluiten op de bestaande energie-infrastructuur en glasve zelverbindingen. De clustering is ook van groot belang voor de onderlinge uitwisseling van data, waardoor een uniek ecosysteem voor dataverkeer ontstaat of versterkt wordt.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0341/ 54 001
De ruimtelijke afweging voor de vestiging van datacenters binnen de verschillende aangewezen gebieden vindt uiteindelijk plaats op gebiedsni veau omdat het belang van goede ruimtelijke inpassing in de omgeving groot is.
5 Intensief ruimtegebruik
Met het oog op de schaarse ruimte is het niet wenselijk om gebouwen met een extensieve opzet te ontwikkelen binnen de aangewezen gebieden in Amsterdam. Datacentergebouwen mogen alleen intensief gestapeld uitgevoerd worden waarbij er in overleg met de gemeente kan worden bekeken welke hoogte passend is binnen het gebied. Indien wenselijk, kan hiervoor afgeweken worden van het bestemmingsplan om het intensief ruimte gebruik te kunnen realiseren. Ook ondergronds bouwen past bij intensief grondgebruik. Waar de techniek dat toelaat en gecombineerd kan worden met andere ruimtege bruikers wordt ondergronds bouwen van een datacenter aangemoedigd.
Dit is een ontwerpopgave op projectniveau in onderhandeling en overleg met de eigenaar/ ontwikkelaar, gemeente en eventuele andere partijen. Het is beperkt mogelijk en onder strikte voorwaarden, aangezien het gemengd ruimtege bruik wettelijke privacy en veiligheidsrisico’s met zich meebrengen.
8 Capaciteit te contracteren vermogen
De eventuele groei van datacenters na 2025 is geborgd in de kaders voor de uitbreiding van het netwerk mits het de gemeente en Liander lukt om de benodigde onderstations in Amsterdam te realiseren. Groei op bestaande aansluitingen valt niet binnen de groei van 670 MVA gecontracteerd vermogen. Daarbij de kanttekening dat Liander geen capaciteit kan reserveren voor klanten tot er een formele aanvraag ligt. Er bestaan kansen voor het ontlasten van het netwerk van Liander door het direct koppelen van huidige datacenters op het netwerk van Tennet. Dit wordt momenteel in Amstel III onderzocht.
6 Ruimtelijke inpassing en kwaliteit
Voor nieuwe initiatieven van datacenters is het uitgangspunt dat datacenters met een vermogens vraag of groeiambitie groter dan 80 MVA een eigen 150 kV inkoopstation moeten realiseren. Hierbij gaat het om de totale vermogensvraag van één aanbieder, zodat voorkomen wordt dat datacenters door een gefaseerde bouw alsnog het netwerk te veel belasten.
Bij het beoordelen van het ruimtelijk ontwerp wordt gekeken naar de relatie met de omgeving, het bouwvolume en aansluiting op de omgeving, de plint en het publiek programma en de transfor matiemogelijkheden. Tevens is (het zorgen voor) voldoende ruimte in de ondergrond voor de 10 of 20 kV kabels een belangrijke randvoorwaarde.
Mocht een datacenter tot de bouw van een 150kV station overgaan, zal maatwerk geleverd worden ten aanzien van de groeimogelijkheden op die specifieke locatie, zodat er groeiperspectief staat om de hoge investeringen te kunnen rechtvaardig heden.
7 Gemengd ruimtegebruik
LEAP In het vestigingsbeleid worden de resultaten uit die voortkomen uit het LEAP-traject besproken met de sector en OD NZKG en bekeken hoe deze kunnen worden gerealiseerd.
Door enerzijds de schaalvergroting van de data centers die de afgelopen jaren te zien is en ander zijds de ontwikkeling in Amsterdam waarbij functiemenging het uitgangspunt is, worden datacenters steeds opvallender aanwezig in hun omgeving. Dit maakt een ruimtelijk ontwerp met architectonische kwaliteit belangrijk.
Een datacenter is geen functie die gebonden is aan de begane grond. Het combineren van datacenters met functies die wel baat hebben bij een plek op de begane grond (zoals bijvoorbeeld horeca, bedrijfsruimte, logistiek centrum, overige publieksvoorzieningen) zorgt voor intensiever ruimtegebruik en verbetert de uitstraling op straatniveau in hoge mate.
9 Energiebesparing
PUE (Power Usage Effectiveness) De PUE is de waarde van het totale energiever bruik, gedeeld door de hoeveelheid energiever
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0351/ 54 001
bruik van ICT-apparatuur. Hoe efficiënter de koeling en de elektriciteitsverdeling van de appa ratuur is, hoe energie-efficiënter het datacenter werkt en hoe lager de PUE is. De design PUE mag maximaal < 1,2 zijn bij nieuwe en uitbreiding van datacenters. EPC/ BENG De Energieprestatie Coëfficiënt (EPC), dan wel de opvolger per 1/1/2021 Bijna Energie-neutrale Gebouwen (BENG) is een index die de energeti sche efficiëntie van nieuwbouw aangeeft. Voor eventuele “Bouwbesluitfuncties” - zoals bijvoor beeld kantoren - die onderdeel uitmaken van het datacenter, dient een EPC/ BENG-norm te worden gerealiseerd die aansluit bij het Amsterdams beleid energieneutraal bouwen.
10 Het verplicht benutten van restwarmte
Het verplicht benutten restwarmte datacenter door technische uitkoppeling van restwarmte op per ceelgrens te realiseren voor nieuw te bouwen data centers en, indien technisch mogelijk, bij uitbreiding van bestaande datacenters.
11 Inzetten op duurzaam opgewekte energie
A Kavelgebonden duurzame elektriciteit Omdat we het van belang vinden dat datacenters een bijdrage leveren aan de opwek van duurzame energie stellen we eisen aan het gebouw. Daken en gevels worden optimaal benut voor de opwek van hernieuwbare energie. De beschikbare ruimte op het dakoppervlak wordt voorzien van pv-pane len. Ook wordt aandacht gevraagd voor het inzetten van duurzame fossielvrije systemen voor nood- en piekvoorzieningen. B Inkoop van duurzame elektriciteit Datacenters in Amsterdam kopen inmiddels bijna allemaal duurzaam in via de aanschaf van Groen certificaten. Hierin loopt de branche voorop in Nederland. Om voor nieuwe initiatieven toestem ming te krijgen, verwachten we dat de elektriciteit die gebruikt wordt, duurzaam wordt ingekocht en minimaal kwaliteit D of beter heeft. Dit moet jaarlijks worden aangetoond door het datacenter door hierover informatie te geven op de website voor alle vestigingen.
12 Toekomstbestendig (circulair) bouwen
Er wordt ingezet op toekomstbestendig (circulair) bouwen passend bij het vastgesteld ruimtelijk kader op het betreffende bedrijventerrein. Dit betekent dat het gebouw zonder grootschalige bouwkundige aanpassingen, geschikt gemaakt moet kunnen worden voor een andere functie. Daarnaast dient er zoveel als mogelijk sprake te zijn van demontabele bouw zodat gebruikte materialen in de toekomst, zonder kwaliteitsverlies, op een andere locatie opnieuw ingezet kan worden.
5.2 Clustergebieden in Amsterdam Binnen de gemeente Amsterdam zijn een viertal clusters van datacenters aanwezig waar de ontwik keling van datacenters historisch is gegroeid. In het vestigingsbeleid zetten we in op het bestendi gen van deze vier clusters en worden deze aange wezen als gebieden waar tot 2030 eventueel en onder voorwaarden vestiging, verplaatsing en/of uitbreiding van datacenters mogelijk is. Binnen de aangewezen gebieden gaat het om bepaalde delen, deze staan weergegeven op de deelkaarten per gebied. De vier gebieden zijn de volgende: • Science Park • Amstel III - West, bedrijvenstrook • Haven/Havenstad • Schinkelkwartier (aangewezen gebied) In Amsterdam is nagenoeg geen nieuw uitgeef baar terrein beschikbaar voor datacenters en vinden de meeste ontwikkelingen plaats in gebie den waar regelmatig ook sprake is van transforma tie naar nieuwe functies, waaronder wonen en werken. Voor de beschikbare ruimte in de stad voor transformatie of nieuwbouw is flinke concur rentie tussen verschillende functies die ruimte vragen, zoals groen, woningbouw, sport en/of bedrijventerreinen. Dit betekent dat een keuze voor de realisatie van een nieuw datacenters of uitbreiding verplaatsing van een bestaand datacenter in dit perspectief geplaatst zal moeten worden, waarbij de relatie met de huidige en toekomstige omgeving van groot belang is.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0361/ 54 001
Dit levert beperkingen op, maar kan eveneens kansen bieden bijvoorbeeld in relatie tot restwarm te. Het betekent ook dat er altijd sprake zal zijn van maatwerk en intensieve samenwerking en afstemming met de partijen die in het gebied werken en aanwezig zijn. Het vestigingsbeleid datacenters biedt de o.a. ruimtelijke en energeti sche kaders voor ontwikkeling en/of uitbreiding van bestaande datacenters. De uiteindelijke afweging voor het afgeven van een omgevingsver gunning voor een nieuw of uitbreiding van een bestaand datacenter vindt plaats op projectniveau.
5.2.1 Science Park
Science Park is de locatie waar in de jaren 80 en 90 een internationaal belangrijk centrum voor hogere energie fysica (NIKHEF) en een supercomputercen trum (SARA) ontstonden. Het ontstaan van deze twee centra is de belangrijkste oorzaak geweest waarom de omgeving van Amsterdam zich heeft ontwikkeld heeft tot een belangrijk cluster van (hyperconnectiviteit) datacenters.. Het gebied van Science Park is een internationaal toonaangevend knooppunt voor internetconnectiviteit en is een van de drie hyperconnectiviteitsclusters in Neder land. Science Park Equinix AM 3- 4
1 - 10 MW
Digital Realty NL
1 - 10 MW
Interxion Science Park
1 - 5 MW
Nikhef
1 - 5 MW
In het Science Park is in de afgelopen decennia door zowel particuliere partijen als grondeigenaren geïnvesteerd en tijdig gekeken naar toekomstige ruimtelijk-economische groei. Zo is er een 150 kV station gerealiseerd, is er uitgebreide glasvezelin frastructuur van alle telecomoperators in Europa, zijn er WKO-systemen met vormen van uitwisseling van warmte en koude en datacentra in efficiënte hoogbouw. Vanuit de omgeving is er potentie om –mede gezien een particulier restwarmte initiatief vanuit de Watergraafsmeer - belangrijke stappen te zetten in de energietransitie. Tevens is er in het gebied, mede gezien de beperkte ruimte, in de afgelopen jaren in de realisatie van de datacenters
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0371/ 54 001
In het vestigingsbeleid wordt de ruimte gegeven om binnen het boven gearceerde gebied in Science Park nog te groeien met maximaal 40 MVA te contracteren vermogen op de korte en/of middellange termijn. Hierover zal overeenstem ming en toestemming nodig zijn van de drie partijen (NWO, UvA en gemeente Amsterdam) die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de ontwik keling van het gebied.
Equinix AM 4 en de Amsterdam Datatower (Digital Realty) ingezet op intensief ruimtegebruik. Science Park is een gebied waarin de Universiteit van Amsterdam, de gemeente Amsterdam en NWO samen werken aan de toekomstige ontwik keling van wonen, verblijven, werken en weten schappelijk onderwijs en onderzoek. De beschikbare (uitgeefbare) ruimte is beperkt en door de drie partijen wordt gezamenlijk gekeken naar de wenselijkheid van de ontwikkeling en/of uitbreiding van datacenters in het gebied.
Zoekgebied Science Park, gemeente Amsterdam
In het vestigingsbeleid is het specifiek van belang dat naast een uitbreiding van een bestaand datacenter in het westelijk deel van Science Park, kleinere datacenters (2 tot 5 MVA) kunnen uitbrei den om zo de bètacampus verder te kunnen ontwikkelen. Deze kleine datacenters richten zich vooral op het ondersteunen en versterken van de wetenschappelijke functie van het Science Park.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0381/ 54 001
5.2.2 Amstel III bedrijvenstrook
Amstel III is, net als in Science Park, een hyper connectiviteitscluster. Die specialisatie, connectivi teit, heeft als grootste effect dat er meer vraag naar ruimte voor datacentra ontstaat in de MRA. De clustering maakt vestiging aantrekkelijk voor meer datacenters. In Amstel III is de laatste jaren sprake geweest van een zeer snelle toename van het aantal datacenters, met name door het bedrijf Equinix.
Bedrijf / naam
In Amstel III bevinden zich inmiddels tien datacenters en is er één in ontwikkeling. Met een geschat oppervlakte van zo'n 20 % van het hele bedrijventerrein en een gebruiksoppervlakte van ruim 25.000 m2 is de aanwezigheid inmiddels substantieel te noemen.
Adres
Vermogen
Level3 Amsterdam
Stekkenbergweg
2,5 MW
Equinix AM 1
Luttenbergweg
1 - 10 MW
Equinix AM2
Luttenbergweg
1 - 10 MW
Equinix AM5
Schepenbergweg
1 - 10 MW
Equinix AM7
Kuiperbergweg
1 - 5 MW
Equinix AM 11
Lemelerbergweg
5 - 10 MW
Verizon
Kollenbergweg
0 - 5 MW
Datacenter.com
Keienbergweg
10 - 20 MW
Century links
Stekkenbergweg
5 - 10 MW
Zuidoost
Figuur 1 Datacenters in bedrijvenstrook Amstel III (noord)
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0391/ 54 001
Figuur 2 Datacenters in bedrijvenstrook Amstel III (Zuid)
Sommige datacenters bevinden zich langs door gaande wegen en op zichtlocaties, die prominen ter zullen worden naarmate de ontwikkeling van de aangrenzende transformatiegebieden Bullewijk en Paasheuvelweggebied in Amstel III als gemengd woon-werkgebied met maximaal 15.000 wonin gen, zich doorzet. De aanwezigheid van een flink aantal datacenters én de toekomstige transformatie van het gebied maken dat in Amstel III bedrijvenstrook geen ruimte is voor uitbreiding van het totaal aantal datacenters, met uitzondering van de huidige ontwikkeling van Equinix AM 9 - 10. Een verdere uitbreiding zou ertoe leiden dat de balans door slaat naar niet-levendige functies.
Wel wordt er in de bedrijvenstrook Amstel III nog ruimte geboden voor: a. Het intensiveren van een bestaand datacenter op de huidige kavel, b. Het verplaatsen en eventuele intensivering binnen de bedrijvenstrook Amstel III naar een kavel met een vergelijkbare omvang c. Het samenvoegen met eventuele intensivering van datacenter op één van de huidige kavels waarbij het totaal aantal datacenters afneemt in het gebied.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0401/ 54 001
Figuur 3: Ruimtelijke regels Amstel III
Daarbij worden naast de afweging van de algeme ne ruimtelijke uitgangspunten een aantal aanvul lende voorwaarden gesteld: • Er is voldoende energiecapaciteit beschikbaar. • De ontwikkeling bevindt zich buiten de rode en groene zone zoals aangegeven op de kaart (zie kaart Ruimtelijke regels Amstel III). De rode zone ligt aan de hoofdstedelijke infrastructuur. De groene zone aan de A2/A9 en Amstelscheg. • Daar waar een datacenterontwikkeling in de hoofdstraten (op de kaart blauwe lijn) de openbare ruimte raakt, dient het datacenter gepositioneerd te worden op de achterzijde van de kavel(s), zodat aan de voorkant aan de straatzijde een zone ontstaat voor bedrijvigheid met een actieve en functionele plint voor deze bedrijvigheid. De desbetreffende zone voor bedrijvigheid is minimaal 20 meter diep, gemeten vanaf de kavelgrens. • Daar waar een datacenterontwikkeling in de kleinere straten de openbare ruimte raakt, dient hier een actieve plint te worden gerealiseerd. • De ontwikkeling geeft geen belemmering voor de woningbouw ten oosten van de Holterbergweg/Muntbergweg.
5.2.3 Westpoort | Haven/ Havenstad
In Westpoort en het plangebied Haven-Stad zijn enkele kleinere datacenters gevestigd en aan de westkant van de ring A10 is een omvangrijk datacenterinitiatief in ontwikkeling. In dit gebied is geen sprake van een hyperconnectiviteitscluster zoals deze in Science Park of Amsterdam Zuidoost zijn beschreven. Bestaande datacenters zijn: Westpoort The Datacenter Group Amsterdam
Kabelweg
1-5 MW
Equinix AM 8
Gyroscoopweg
0,85 MW
Digital Realty | ATOS
Naritaweg
1-5 MW
Interxion AMS 2
Gyroscoopweg
1-5 MW
Interxion AMS 1 - 4
Gyroscoopweg
1-5 MW
Capgemini Service
Archangelkade
Databarn Amsterdam
Zekeringstraat
Switch | Vodafone Libertel
Zekeringstraat
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0411/ 54 001
Datacenters in Amsterdam Westpoort en plangebied Haven-Stad
En daarnaast is aan de Donauweg, in de ‘logistieke havendriehoek’ de aanvraag van een omgevings vergunning voor de bouw van een omvangrijk datacenter door de Caransa Groep in de laatste stadia van behandeling. Voor deze ontwikkeling hebben initiatiefnemer, de gemeente Amsterdam en de Haven afspraken gemaakt over grond en over het benutten van de restwarmte. De uitgangspunten van het vestigings beleid zijn in de beoordeling van het planinitiatief door de Caransa Groep reeds meegenomen.
Haven-Stad, transformatie van bedrijventerrein naar stedelijk gebied
Haven-stad betreft een transformatieprogramma om in de komende decennia (tot circa 2060) 40 tot 70 duizend woningen en 45.000 tot 58.000 ar beidsplaatsen te realiseren binnen de Ring A10. De ontwikkeling Haven-Stad bestaat uit 12 deelge bieden aan zowel de noord- als zuidzijde van het IJ. Nieuwe bebouwing zal voor 80% uit woonpro gramma en voor 20% uit werkprogramma bestaan. Gemengd in de woon-werkmilieus ‘creatieve wijk’, ‘productieve wijk’, ‘stadsstraten milieu’ en ‘multi modaal knooppunt milieu’. Dit conform het beleid ‘Ruimte voor de Economie van Morgen
De deelgebieden Sloterdijk Centrum en Sloterdijk I Zuid zijn op dit moment in ontwikkeling. Volgens het ‘pas op de plaats convenant’ is het mogelijk om vanaf 2029 grote woningbouwvolumes te realiseren in andere deelgebieden zoals Sloterdijk I Noord, Alfadriehoek en Minervahaven. Op het moment van schrijven worden ook de mogelijk heden onderzocht om (delen van) de realisatie van Haven-Stad te versnellen.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0421/ 54 001
In het deelgebied Sloterdijk I – Noord en de deelgebieden Alfadriehoek en Minervahaven liggen enkele kleinere datacenters in het huidige bedrijventerrein. Deze deelgebieden zijn in de toekomstonderdeel van de toekomstige ‘Centrale Zone Haven-Stad’, een zone binnen het invloedsen voedingsgebied van bestaande en nieuwe metrohaltes. Inde omgeving van deze knooppunten heeft de gemeente de ambitie om in hoge dicht heid een intensief gebruikt stedelijk woon-werkmili eu te realiseren. Binnen dit licht is de gemeente in deze zones geen voorstander van instandhouding of vestiging van laag intensieve werkgelegenheid functies, zoals bijvoorbeeld datacenters.
Plangebied ontwikkeling Haven-Stad
Gezien de opgave en ambities voor de ontwikke ling van Haven-stad om hier in hoge dichtheid een intensief gebruikt woon-werkmilieu te creëren is uitbreiding van het aantal datacenters in de deelgebieden van de Centrale Zone niet wenselijk. De gemeente zet in om met de huidige datacen ters in het gebied de mogelijkheden te onderzoe ken om deze op de middellange termijn te verplaatsen door bijvoorbeeld intensivering en clustering aan de westkant van de ring A10 of eventueel verplaatsing naar een van de andere clusters in stad en regio. Als zoekgebied voor verplaatsing aan de westkant van de ring A10 zien we de volgende gebieden: • Logistieke havendriehoek (in het verlengde van de aanwezige datacenters aldaar en de ontwikkeling van het omvangrijke complex door de Caransa Groep) • Bedrijventerreinen Sloterdijk II, III & IV
Het realiseren van een nieuw datacenter in dit zoekgebied blijft eveneens mogelijk. Daarbij worden naast de kaders die in het vestigingsbeleid worden genoemd een aantal aanvullende voor waarden gesteld. • Het nieuwe datacenter maakt onderdeel uit van een totaalprogramma voor een te ontwikkelen zone in een deelgebied en wordt zodoende in samenhang met omliggende functies gerealiseerd. • Er is sprake van een combinatie met een andere functie die van maatschappelijk belang in de omgeving, bijvoorbeeld een combinatie met een sportvoorziening of andere maatschappelijke zeer gewenste voorziening.
5.2.4 Schinkelkwartier
In het Schinkelkwartier bevinden zich enkele kleine en een groot datacenter. Het vestigingsbeleid binnen Schinkelkwartier richt zich enkel op de uitbreiding of een eventuele verplaatsing van het datacenter van Global Switch. In het bestemmings plan is de mogelijkheid van uitbreiding opgeno men en hierover wordt actief overleg gevoerd tussen de gemeente en Global Switch. Uitbreiding is op basis van dat bestemmingsplan mogelijk tot maximaal 65.900 m² bruto vloerop pervlak. Voor deze uitbreiding is een beginsel ruimte binnen het vestigingsbeleid datacenters.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0431/ 54 001
Op de korte termijn wordt binnen Schinkelkwartier gewerkt aan de uitbreiding van Global Switch, dit is een groei op een reeds bestaande aansluiting op een eigen onderstation van 72 MVA gecontrac teerd vermogen indien deze volledig is gereali seerd. Voor het gebied Schinkelkwartier is dit in beginsel de enige uitbreiding of verplaatsing waar in het vestigingsbeleid datacenters ruimte voor is. Voor de lange termijn ontwikkeling van het gebied heeft de gemeente in het kader van de gebieds ontwikkeling de wens om in gesprek met Global Switch te komen tot een combinatie van functies en/of een eventuele andere plek voor het datacen ter te vinden binnen het gebied. De gemeente en het datacenter zijn met elkaar in overleg om een lange termijn visie te bespreken.
5.3 Uitbreiding of vernieuwing van bestaande datacenters Uitgangspunt is dat uitbreidingen van of vernieu wingen (refurbishment) met meer dan 5 MVA gecontracteerd vermogen onder het vestigingsbe leid vallen, waarbij er geen sprake mag zijn van opeenvolgende uitbreidingen van een kleiner formaat. Voor kleinere bestaande datacenters (kleiner dan 5 MVA) en initiatieven voor nieuwe datacenters met een beperkte capaciteit wordt ingezet op maat werk waarbij de uitgangspunten van het beleid leidend zijn maar niet bindend. Dit moet in relatie tot de functie van het datacenter, de beschikbare capaciteit vermogen en in relatie met de omge ving beoordeeld worden. In het kader van een transformatie van gebieden kan het wenselijk zijn om datacenters ruimtelijk beter in te passen in relatie tot de omgeving en gewenste gebiedsontwikkeling. Hiervoor is de optie van verplaatsing in het vestigingsbeleid opgenomen. De aanwezige infrastructuur in de ondergrond (data- en stroomkabels) en de aanwe zige apparatuur in een datacenter maken het verplaatsen van een datacenter een ingewikkelde, dure en lange termijn opgave. Het beleid wil het verplaatsen van een datacenter mogelijk maken indien de eigenaar, de partijen en/of grondeigena ren in het gebied en de gemeente overeenstem
ming hebben om op lange termijn een gebied te transformeren en hierin met elkaar tot een werkba re en financieel haalbare oplossing en afspraken kunnen komen. Om dit te kunnen realiseren zullen de betrokken partijen in een vroeg stadium met elkaar een gebiedsvisie moeten ontwikkelen en daarin de mogelijke verplaatsing van een datacen ter opnemen op de lange termijn. Indien het tot een verplaatsing komt, geldt voor de nieuwbouw het vestigingsbeleid datacenters.
6 Uitwerking van vestigings voorwaarden 6.1 Ruimtelijke kwaliteit en inpassing 6.2 Energie 6.3 Watergebruik 6.4 Duurzaamheid 6.4.1 Lower Energy Acceleration Program (LEAP) 6.4.2 Power Usage Electricity (PUE) 6.4.3 Energieprestatie coëfficiënt 6.5 Restwarmte
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0451/ 54 001
6 Uitwerking van vestigingsvoorwaarden Dit hoofdstuk is van toepassing op nieuwe data centers en uitbreiding van het gecontracteerd vermogen bij bestaande datacenters van meer dan 5 MWA.
6.1 Ruimtelijke kwaliteit en inpassing De landschappelijke inpassing wordt nu onder meer geregeld in de bestemmingsplannen en bijbehorende beeldkwaliteits-plannen. Aanvullend daarop willen wij voor nieuwe en uitbreiding van bestaande datacenters ook enkele specifieke inten-ties beschrijven die, waar dat kan in eisen en regels vertaald worden, om een goede inpassing te borgen. Datacenters zijn grote volumes waar relatief weinig fysieke activiteit plaatsvindt. Het heeft voor de levendigheid van z’n omgeving weinig betekenis. De vraag die het oproept in termen van ruimtelijke kwaliteit is dan ook, wat kan een datacenter voor zijn omgeving betekenen? Dit stelt ook eisen aan de inrichting van de omge ving en de inrichting van het entreegebied. Ook daar moet de inrichting naar menselijke maat de grootschaligheid van het gebouw dragelijk maken. Om de omvang van het complex zoveel mogelijk te beperken vragen we zo veel mogelijk te stape len, daarbij wel rekening houdend met duurzaam heidswensen en lokale situatie.
Landschappelijke uitgangspunten
In algemene zin kunnen een aantal uitgangspunten geformuleerd worden. Zonne-energie en randvoorwaardelijke voorzienin gen (zoals dieselgeneratoren) dienen integraal in de ontwerpopgave meegenomen te worden en in een gebouwde voorziening opgenomen. Daarnaast dient een ruimtelijke reservering ge maakt te worden voor de uitkoppeling van de restwarmte en eventueel te plaatsen benodigde apparatuur hiervoor, zoals een centrale hoogtem peratuur warmtepomp. We vragen om intelligente gebouwen met intelli gente duurzame toepassingen in de gevels en het
dak die de ruimtelijke kwaliteit verhogen. Natuur inclusief, groen, zonne-energie, waterberging en duurzame koeling. De veiligheid van en in het gebouw is van groot belang. In het ruimtelijk ontwerp dient ingezet te worden op het beperken van het omzomen van terreinen met hekwerken en gezocht te worden naar passende oplossingen.
Natuurinclusief
De omvang van het gebouw kan ook een belang rijke bijdrage leveren aan de natuurontwikkeling en een bijdrage leveren in de geest van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, door de gevels en dak natuurinclusief te ontwerpen. Een gladde dichte ge vel biedt geen kansen voor natuur en is hard door zijn omvang alleen al. Een zekere mate van porosi teit is van belang voor een natuurinclusief ontwerp. In een natuurinclusief ontwerp kan ook invulling gegeven worden aan hittebestendige oplossings richtingen om de leefbaarheid en duurzaamheid van het gebied te versterken. Hierbij zou o.a. gebruik gemaakt kunnen worden van de aanbeve lingen in het rapport Amsterwarm (TU Delft, Faculty of Architecture, 2013). Door een gevelzone van 1 à 2 m diep te ontwer pen waar de veiligheid (hekken), beluchting of energieopwekking kan wor-den opgelost, kan ook water vertraagd zijn weg vinden naar het maaiveld. Langs niches, loggia’s, richels of roosters kunnen luwte en nestelgelegenheden geboden worden waardoor dieren (vooral vogels en insecten) en planten de ruimte krijgen om zich in de verdikte schil van het gebouw te vestigen. Zodoende is een gebouw geen barrière meer maar juist een stapsteen voor de natuur, die een bijdrage levert aan de leefbaarheid in z’n omgeving.
Planten kunnen ook simpel uitgenodigd worden, zonder dure beheersmaatregelen op horizontale delen zoals mossen op een rots, en klimmers met hun voeten in de aarde hebben slechts houvast nodig om zich te ontwikkelen. Het maaiveld om het gebouw heen -mits afgestemd op de soorten die men verwacht- biedt foerageerplekken, kleur en rijkdom voor alle soorten en de medewerkers van het bedrijventerrein.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0461/ 54 001
De mate van natuurinclusief ontwerp en het beoordelen hiervan door de gemeente is afhanke lijk van de positie van een nieuw of bestaand datacenter in de ruimtelijke omgeving. Het dient in lijn te zijn met de eisen die aan andere functies in de omgeving worden gesteld.
6.2 Energie
In de afgelopen jaren worden nieuwe ontwikkelin gen van datacenters steeds groter. Liander geeft aan dat het in het begin bedrijven waren met een vraag gecontracteerd vermogen van 10 - 20 MW en zij nu zien dat nieuwe datacenters een vraag hebben van 40, 60 of een veelvoud hiervan. Deze laatste categorie richt zich overigens op andere gemeenten, vooral bui-ten de MRA. Indien deze grotere datacenters worden gefacili teerd, dient eveneens rekening gehouden te worden met kabelreserverin-gen in de onder grond. Een 20 kV kabel vraagt al veel ruimte in de ondergrond. De 150 kV verbindingen belemmeren ook andere nutsvoorzieningen op eenzelfde route. Bij zware elektriciteitsinfrastructuur moet rekening worden gehouden met zonering vanwege elektro magnetische straling. De projecten voor de korte en middellange termijn zijn bekend bij Liander. De projecten voor de korte termijn zijn passend binnen de ruimte die beschik baar is op de onderstations en voor de lange termijn is het perspectief opgenomen in het programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam. De verwachte groei van datacenters is geborgd in de kaders voor de uit-breiding van het netwerk mits het de gemeente en Liander lukt om de beno digde onderstations in Amsterdam tijdig te realise ren.
Er liggen kansen voor het ontlasten van het netwerk van Liander door het koppelen van huidige datacenters direct op het netwerk van Tennet. Dit wordt momenteel in Amstel III onder zocht. Voor nieuwe initiatieven van datacenters stellen wij als voorwaarde dat bedrijven (waaronder datacenters) met een elektriciteitsvraag of groei ambitie groter dan 80 MVA gecon-tracteerd vermogen een eigen 150 kV inkoopstation moeten realiseren. Hierbij gaat het om de totale vermo gensvraag van één aanbieder, zodat voorkomen
wordt dat datacenters door een gefaseerde bouw alsnog het netwerk te veel belasten.
6.3 Watergebruik
Voorwaarden drinkwatergebruik
De datacenter projecten in Amsterdam voor de korte en middellange termijn zijn bekend bij Waternet. De projecten voor de korte termijn passen binnen de bestaande ruimte van de drinkwater productiecapaciteit. Toekomstige aanvragen van datacenters voor drinkwateraansluitingen zal Waternet per geval beoordelen aan de hand van het criterium dat de hoeveelheid voor koelwater benodigd drinkwater drastisch wordt beperkt. Hier ligt een grote kans in het toepassen van de restwarmte. Immers, hoe meer restwarmte als thermische energie een warmtenet in gaat, des te minder koelwater er nodig is. Het zoveel mogelijk toepassen van de restwarmte in warmtenetten geeft ook een impuls aan de energietransitie. De restwarmte uit datacenters is, naast aquathermie, een belangrijke bron voor lage temperatuur warmtenetten. of kan met behulp van een centrale hoogtemperatuur warmtepomp geschikt worden gemaakt voor een middentemperatuur warmtenet. Andere mogelijkheden voor het terugdringen van drinkwaterverbruik zijn: • Zoveel mogelijk koelwater uit andere bronnen halen dan drinkwater, zoals: • hemelwater • oppervlaktewater • ruw drinkwater (ofwel industriewater) • afvalwater (effluent) • Andere koeltechnieken toepassen • Monitoren van (drink)waterverbruik • Verbeteren kwaliteit uitgaande waterstroom, hergebruik voor ander doel; • Vooralsnog is gebruik van het koelmedium grondwater verboden.
In regionaal verband wordt er onderzoek gedaan naar instrumenten om efficienter en zuiniger met water om te gaan. Uitkomsten van dit onderzoek worden meege nomen in de uitvoering van het vestigingsbeleid.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0471/ 54 001
6.4 Duurzaamheid
Om klimaatverandering tegen te gaan is het van belang de CO2-uitstoot drastisch te verminderen en efficiënt om te gaan met de aanwezige grond stoffen. Dit heeft tot gevolg dat aan het energie-, water- en ruimtegebruik van zowel nieuwe als bestaande datacenters grenzen worden gesteld. De ambities in dit beleid op het vlak van energie en duurzaamheid zijn veelal (nog) niet in wetge ving verankerd. Het betreft ambities van gemeente Amsterdam. Tegelijk zijn we ons ervan bewust dat de totstandkoming van wet- en regelgeving een lang traject doorloopt terwijl er op korte termijn veel datacenters gebouwd zullen worden. Het is vanuit maatschappelijk belang dat wij willen dat deze datacenters bijdragen aan het beperken van energieverbruik en aan de energietransitie. Bij vestiging binnen Amsterdam willen wij dat data centers onze ambities (privaatrechtelijk) onder schrijven en samen met ons tot een invulling komen die meerwaarde levert. Dit is de reden dat duurzaamheid een belangrijk criterium bij het verkrijgen van toestemming om een datacenter te realiseren. Als in de uitgifte door een marktpartij (bijvoor beeld een grondeigenaar) in de locatie specifieke voorschriften en/of uitgif-tevoorwaarden hogere (duurzaamheids-) eisen stelt dan in dit vestigings beleid worden gesteld, dan zijn (en blijven) deze leidend.
De PUE (Power Usage Effectiveness) van datacen ters is de laatste jaren sterk afgenomen door een focus op energie-efficiëntie voor koeling en ICT binnen datacenters (de PUE is de waarde van het totale energieverbruik, gedeeld door de hoeveel heid energieverbruik van ICT-apparatuur). De verwachting is dat er de komende jaren met name energiebesparingspotentieel te benutten is voor ICT-hardware. Bij-voorbeeld door energiebe sparing bij dataservers. De energiebesparing bij de dataservers moet uiterlijk eind 2022 worden toege past bij alle bestaande datacenters en direct bij nieuwe datacenters. Nadat deze besparing verzilverd is, hebben datacenters nog steeds een fors aansluitvermogen
voor elektriciteit nodig. Van dit vermogen wordt in de regel slechts een gedeelte benut, de rest is ingericht als back-up- en noodvoorziening. De ge-bruikte elektriciteit komt voor >90% als warmte (thermische energie) uit het datacenter en wordt afgegeven aan de omge-ving. Het gaat om aanzienlijke hoeveelheden restwarmte van een temperatuur rond 30 graden. Het gebruik van deze rest-warmte kan, onder de juiste condities, bijdra gen aan het verwarmen van de gebouwde omge ving. De elektriciteitsvraag dient zo duurzaam mogelijk te worden ingevuld. Dit betekent dat wordt voorzien in de elektriciteits-vraag met behulp van duurzame en hernieuwbare energie. Dit door middel van opwek op de kavel in de gevel en op het dak en de inkoop van hernieuwbare energie. Voor de kavelgebonden opwek van energie op de gevel en het dak wordt ingezet op minimaal 80% van het geschikt geveloppervlak te voorzien van PV panelen, naast plaatsing van panelen op het beschikbaar dakoppervlak. Daarnaast verwachten we dat de elektriciteit die wordt gebruikt duurzaam wordt ingekocht, met ten minste het energiecertificaat D. Dat is duurzame energie opgewekt in het buitenland in de vorm van zon en wind met GvO's en aangesloten op het nationale net. De voorkeur heeft het inkopen van duurzame energie die in Nederland wordt opge wekt (certificaat A, B of C).
Datacenters zijn bedrijfsgebouwen en dienen te voldoen aan de streefwaardes zoals opgenomen in het vigerende duur-zaamheidsbeleid.
6.4.1 Lower Energy Acceleration Program (LEAP)
De Amsterdam Economic Board, NL digital, Green IT Amsterdam, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Omge-vingsdienst Noordzeeka naalgebied zijn het Low Energy Acceleration Program (LEAP) gestart. In samenwerking met grote klanten, datacenters, hardware-leveranciers, onderzoeksinstellingen en overheden wordt gewerkt aan het vergroten van de energie-efficiën tie van servers (eerste fase) en wordt onderzocht
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0481/ 54 001
hoe met innovaties de komende jaren richting gegeven kan worden aan een duurzame digitale infrastructuur (tweede fase). In de eerste fase worden pilots uitgevoerd gericht op gebruikmaking van powermanagement en virtualisatie op servers. De resultaten van deze pilots bieden inzicht in de potentiële energiebe sparing en moeten het bewustzijn vergroten bij ICT-beheerders vergroten. Daarnaast biedt het handelingsperspectief aan de sector om energie besparingen zelf te realiseren. Verwachting is dat de resultaten in november 2020 beschikbaar zijn. Parallel wordt gewerkt aan de tweede fase: hoe kunnen de ontwikkelingen en toepassingen van innovatieve technologische ontwikkelingen ver sneld worden. Innovaties en ontwikkelingen die geïntegreerd zijn in het energiesysteem en land schap met circulair gebruik van materialen. In het vestigingsbeleid worden de resultaten die voortkomen uit het LEAP-traject besproken met de sector en Omge-vingsdienst en bekeken hoe deze kunnen worden geborgd in specifieke regelgeving.
6.4.2 Power Usage Electricity (PUE)
PUE (Power Usage Effectiveness); de PUE is de waarde van het totale energieverbruik,gedeeld door de hoeveelheid ener-gieverbruik van ICT-ap paratuur. Hoe efficiënter de koeling en de elektrici teitverdeling van de apparatuur is, hoe energie-efficiënter het datacenter werkt en hoe lager de PUE is. De ontwerp-PUE mag maximaal < 1,2 zijn. Bij deze waarde dient rekening te worden gehouden met de eventuele negatieve impact van duurzaamheidsmaatregelen, zoals het leveren van restwarmte, die een negatieve invloed op de PUE kunnen hebben.
6.4.3 Energieprestatie coëfficiënt
De Energieprestatie Coëfficiënt (EPC) is een index die de energetische efficiëntie van nieuwbouw aangeeft. Voor eventue-le “Bouwbesluitfuncties” - zoals kantoren - die onderdeel uitmaken van het datacenter, dient een EPC te worden gereali-seerd die aansluit bij Amsterdamse beleid van energie neutraal bouwen. Het kan gaan om een functie van kantoor, of als dit wordt overeengekomen een sportfunctie of bijeenkomstgebouw (voorbeeld Equinix in Amsterdam Zuidoost).
6.5 Restwarmte
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat uiterlijk in 2050 de gebouwde omgeving CO2-arm verwarmd moet worden. Dit kan grofweg door elektrisch te verwarmen (en koken) of door gebruik te maken van gebruik van collectieve warmtedistributie door middel van een warmtenet. In het vestigingsbeleid voor datacenters wordt ten aanzien van het benutten van rest-warmte het volgende opgeno men: a) Het verplicht benutten van restwarmte uit een datacenter op een vastgestelde temperatuur door technische uitkoppe-ling van restwarmte op perceelgrens te realiseren. b) het uitkoppelen van restwarmte en terugontvan gen van koeling opnemen in ontwerp van het datacenter met een WKO. Ten aanzien van het benutten van de restwarmte zijn nog niet alle randvoorwaarden gerealiseerd en dit vraagt om maatwerk per gebied. Onderdelen dienen nog verder uitgewerkt worden door concrete pilots in samenwerking met betrokken data-centers, potentiele warmte-exploitanten, experts vanuit de gemeente en de Omgevings dienst. Afspraken tussen partijen dienen uiteinde lijk te worden vastgelegd in overeenkomsten tussen ontwikkelaar, datacenter en warmte-exploi tant. De gemeente heeft vooral een faciliterende rol en voert regie op de realisatie van (lokale) warmtenetten middels het tot haar ter beschikking staand instrumentarium. Restwarmte van een datacenter is niet gegaran deerd.
Gedurende de opstartfase en exploitatie kunnen de hoeveelheid servers fluctueren. Ook kan een datacenter leeg staan of vertrekken. Om deze reden moeten er op het warmtenet waarop de bron restwarmte van een datacenter zit altijd meerdere bronnen zijn aangesloten.
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0491/ 54 001
En aantal overkoepelende vraagstukken worden onderzocht in een GreenDeal, het gaat dan onder andere om: • Rollen toewijzen aan partijen in warmteketen • Warmteketen te realiseren (bron, infrastructuur, exploitatie, levering, eindgebruiker) • Haalbare businesscase te realiseren • Contracten af te sluiten tussen partijen • Leveringszekerheid te borgen voor 15 jaar • Organiseren van backup omdat restwarmte niet gegarandeerd is • Restwarmte datacenter gelijkwaardigheidsbepaling (EOR) / kwaliteitsverklaring vastlegging door Commissie Ge-lijkwaardigheid (BCRG)
7 Monitoring en evaluatie
1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0 0511/ 54 001
7 Monitoring en evaluatie Het kunnen faciliteren van de realisatie van nieuwe en het uitbreiden van bestaande datacenters is o.a. afhankelijk van de beschikbare energie capaciteit, voldoende ontwikkelingsmogelijkheden binnen de gemeente en afwegingen op gebieds niveau ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van datacenters. Daarnaast speelt de internationale marktontwikkeling en aantrekkelijkheid als vesti gingsplaats van de gemeente Amsterdam en de metropoolregio Amsterdam in bredere zin een belangrijke rol. Ontwikkelingen ten aanzien van energie-efficiency, duurzaamheidseisen en innova tie gaan in deze relatief jonge sector ook relatief snel.
zaamheid of energieverbruik binnen de sector en indien niet het geval kan er besloten worden om het beleid op onderdelen aan te passen. Ook is het mogelijk dat er initiatieven (net) buiten de aangewezen gebieden opkomen die bijvoorbeeld vanuit duurzaamheids- of ruimtelijk perspectief aantrekkelijk zijn maar niet binnen de beleids kaders passen.
De gemeente Amsterdam heeft met de sector en de relevante partijen, o.a. Liander, Tennet en Waternet afgesproken sterk in te zetten op het monitoren van de ontwikkelingen op lokaal en regionaal niveau. Een belangrijk aspect hierbinnen is bijvoorbeeld de beschikbare energiecapaciteit op lokaal en regionaal niveau. Liander levert jaarlijks een regionale monitor op met de ontwik kelingen op lokaal en regionaal niveau (MRA). Deze monitor biedt tevens de basis voor de beoordeling van de jaarlijkse groei binnen de gemeente Amsterdam.
• Het eerste overleg richt zich op relevante ontwikkelingen ten aanzien van netcapaciteit, watergebruik, ruimtelijke spreiding en het vierde cluster. • Het tweede overleg richt zich op duurzaamheidsaspecten, wet- en regelgeving, innovatie binnen de sector, energie-efficiency (o.a. pilot LEAP) en het benutten van restwarmte (GreenDeal).
De regionale monitor bestaat uit: • Een nulscenario (2020) om de ontwikkeling binnen de gemeente Amsterdam en de MRA. • De indicatoren van de regionale monitor bestaan uit het totaal van technisch vermogen aansluit (TVA), het totaal van het gecontracteerd vermogen en de KWmax piek.
Evaluatie van het vestigingsbeleid
Het vestigingsbeleid datacenters wordt om het jaar geëvalueerd samen met de sector, Liander, Waternet en de Omgevingsdienst Noordzeeka naalgebied om te beoordelen of het vestigings beleid passend is bij de ontwikkelingen in de markt en in de stad. De eerste evaluatie is in eind 2021 voorzien. De reden voor de relatief hoge frequentie van het uitvoeren van evaluatie is de dynamiek van de ontwikkelingen binnen de sector, zo kunnen we bijvoorbeeld beoordelen of het beleid voldoende inspeelt op innovaties op het gebied van duur
Regionale monitoring
In MRA verband is afgesproken om een twee regionale overleggen in te richten om de (half) jaarlijks de ontwikkelingen te volgen op tactisch en operationeel niveau.
De samenstelling van de overleggen dient in MRA verband nader uitgewerkt te worden. De afspraken om deze overleggen zo in te richten zijn gemaakt met de DDA, de MRA, de gemeenten Almere, Amsterdam en Haarlemmermeer, Waternet, Liander en Tennet. Indien wenselijk kunnen BZK, EZK, Amsterdam Economic Board en ODNZKG aanschuiven.