Bijlage 3 Conditiescores schoolgebouwen gemeente Diemen
Tekst van het document
15
Conditiemeting, De Octopus
Bijlage I Toelichting I/O-score De Omvang en Intensiteit wordt tijdens de inspectie op locatie bepaald, waardoor deze beoordeling relatief persoonsonafhankelijk is. Zo kan uiteindelijk op een objectieve en gestructureerde wijze bepaald worden wat de technische status is van een bouwdeel. De omvang geeft aan hoeveel procent het gebrek vertoont, er zijn vijf gradaties: 1.)
incidenteel (<2%)
2.)
plaatselijk (2%-10%)
3.)
regelmatig (10%-30%)
4.)
aanzienlijk (30%-70%)
5.)
algemeen (≥70%)
De intensiteit geeft het stadium van het gebrek aan, er zijn drie klassen: L.)
niet of nauwelijks waarneembaar (laag)
M.)
duidelijk waarneembaar (midden)
H.)
zeer duidelijk waarneembaar (hoog)
16
Conditiemeting volgens NEN 2767-1 methode De Ark
Schelpenhoek 170 1112 DM Diemen
6 juni 2024
1
Conditiemeting, De Ark
Gegevens OBJECTGEGEVENS
OPDRACHTGEVER
De Ark Bevoegd gezag
Stichting Florente Basisscholen
Brin-nummer
06PH
Denominatie
Samenwerking PC, RK
Directie
Marino van Montfoort
Adres
Schelpenhoek 170, 1112 DM Diemen
Wijk
Diemen Zuid
Gemeente Diemen Adres
D.J. Den Hartoglaan 1, 1111 ZB Diemen
Contactpersoon
Fay Heijmeijer
Contactgegevens
Fay.Heijmeijer@diemen.nl, 06-28852826
Conditiemeting uitgevoerd door: M3V advies
Panamalaan 4B, 1019 AZ Amsterdam
Datum inspectie
15 + 21 mei 2024
Datum rapportage
6 juni 2024
Inspecteur, auteur:
Moreen Oud, oud@m3v.vl, 06-17454045
Gecontroleerd door:
Marie Sahar, mariesahar@m3v.nl, 06-81943904
Aanwezig bij inspectie
Theo Dolstra (Huisvestingsmedewerker Florente Basisscholen)
2
Conditiemeting, De Ark
Inhoudsopgave INLEIDING
SITUATIE
BEVINDINGEN
BIJLAGEN
3
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten
- 04
1.2 Plan van Aanpak
- 05
2.1 De Ark
- 07
2.2 Bruto Vloer Oppervlak
- 07
3.1 Exterieur
- 10
3.2 Energetische kwaliteit schil
- 11
3.3 Interieur
- 11
3.4 Installaties
- 12
3.5 Terrein
- 12
I – Overzicht conditiescores
- 13
II - Overzicht visuele gebreken
- 14
III - Definities scores
- 15
01
Conditiemeting, De Ark
Inleiding De gemeente Diemen is bezig met het opstellen van haar integraal onderwijshuisvestingsplan (IHP). In samenwerking met de drie schoolbesturen is besloten een onderzoek uit te voeren naar de technische en onderwijskundige staat van alle zeven PO-schoolgebouwen in Diemen. Het doel is om een goed afwegingskader te hebben voor de besluitvorming over welke schoolgebouwen in het IHP moeten worden opgenomen voor nieuwbouw of renovatie. De te onderzoeken schoolgebouwen zijn:
• Sint-Petrusschool • Jenaplanschool De Nieuwe Kring • De Octopus • De Ark • Noorderbreedte • De Kersenboom • Het Atelier
Stichting ASKO AMOS Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten De hoofvraag die de gemeente Diemen heeft gesteld, is: Wat is de bouwkundige status van de schoolgebouwen in de gemeente Diemen? Welke van de schoolgebouwen komen in de nabije toekomst in aanmerking voor vervangende (ver)nieuwbouw? Deze vraag heeft twee aspecten: 1)
Bouwkundige aspecten:
• Wat is de huidige technische staat van de schoolgebouwen? • Wat is de kwaliteit van de gebouwen? • Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van de panden? • Hoe duurzaam zijn de gebouwen en waar liggen verbetermogelijkheden? 1)
Onderwijskundige aspecten:
• Welke behoeften moeten de panden vervullen de komende 40 jaar? • Kunnen de gebouwen meebewegen met onderwijsontwikkelingen? Bij het toekomstbeeld speelt naast de bouwtechnische staat ook de verduurzaming een belangrijke rol. Het doel van verduurzaming vanuit het schoolbestuur is om meer grip te krijgen op de hoogte van de materiële exploitatiekosten. Bekend is dat vaak de exploitatiekosten bij het huidige gebruik van schoolgebouwen hoger liggen dan het gemiddelde, dat wordt gebruikt om de hoogte van de lumpsum bekostiging te bepalen.
4
01
Conditiemeting, De Ark
Inleiding 1.2 Plan van Aanpak Om de vraagstelling te beantwoorden, is het volgende plan van aanpak gevolgd: Fase 1: Informatieverzameling en vragenlijst Deze fase bouwt voort op de reeds bestaande informatie. Aan de schoolbesturen is gevraagd om per school aanvullende informatie te verstrekken, namelijk:
• MJOP; • Bouwkundige tekeningen (voor het bepalen van de onderwijscapaciteit); • Melding brandveilig gebruik, inclusief tekeningen; • Overzicht van het energieverbruik van de afgelopen 2 jaar, betreffende elektriciteit en eventuele teruglevering aan het net, aardgas en warmte/koudeopslag. Daarnaast is een online vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de staat en de beleving van het gebouw vanuit de gebruiker. De vragenlijst is gebaseerd op het Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte OK-versie 2021), waarin drie kwaliteitscriteria van een onderwijsgebouw zijn geformuleerd. Deze criteria zijn:
• Architectonische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de belevingswaarde van het gebouw, zoals verschijningsvorm en uitstraling;
• Functionele kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de gebruikswaarde van het gebouw, zoals de omvang, situering en indeling van ruimten;
• Technische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de bouwkundige waarde van het gebouw, zoals gezondheid, duurzaamheid en onderhoud. De drie beoordelingscriteria zijn gewaardeerd van negatief (5) tot positief (1). In de beschrijvingen worden de belangrijkste kenmerken genoemd op basis waarvan de waarde is toegekend. De waardering hangt af van de perceptie van degene die het gebouw waardeert. Zo kan een schoolgebouw worden gezien als een economisch, technisch object en als een functioneel gebruiksobject met belevingswaarde.
Fase 2: Conditiemeting Om de huidige kwaliteit en indeling vast te stellen, zijn gebouwinspecties uitgevoerd. Tijdens deze inspecties is vastgesteld welke ruimten aanwezig zijn en hoe deze bouwkundig in het gebouw als geheel zijn geïntegreerd. Hierdoor is een beeld ontstaan van de flexibiliteit van de panden en welke wijzigingen eventueel mogelijk zijn binnen het gebouw. Daarnaast is de installatietechnische en energetische kwaliteit van het gebouw beoordeeld: Welke installaties zijn aanwezig, zijn deze up-to-date, zijn deze duurzaam? Aangezien ventilatie en verlichting vaak de grootste energetische verbruikers zijn, zijn deze huidige concepten beoordeeld. Ook de energetische kwaliteit van de buitenschil is beoordeeld, wat een indruk geeft van de duurzaamheid van de panden en waar verbeteringen en besparingen mogelijk zijn. Om een representatief beeld te krijgen van de huidige staat van onderhoud binnen en buiten de school, is een uniforme conditiemeting uitgevoerd op basis van NEN 2767-1. Een toelichting op deze conditiemeting is als bijlage bij dit rapport opgenomen. Alle bevindingen vanuit de kwaliteitsmeting zijn vertaald naar een conditiescore in deze rapportage.
5
01
Conditiemeting, De Ark
Inleiding Fase 2: Analyse Tijdens een evaluatiegesprek met de gemeente en de schoolbesturen zijn alle bevindingen besproken. Er is vastgesteld hoe de scholen er momenteel aan toe zijn en hoe deze functioneren. Daarnaast zijn de belangen en wensen van de medewerkers van de school besproken. Het resultaat van dit overleg is een opsomming van de belangrijkste noodzakelijke verbeteringen van de schoolgebouwen, die minimaal noodzakelijk zijn om deze weer voor een lange periode (40 jaar) te kunnen gebruiken.
Dit rapport betreft het bouwtechnisch onderzoek van De Ark. Op onderstaande kaart is de locatie van het schoolgebouw aangegeven.
De Ark, Schelpenhoek 170, 1112 DM Diemen 6
02
Conditiemeting, De Ark
Situatie 2.1 De Ark De Ark is een oecumenische basisschool die een christelijke levenshouding uitdraagt, waarbij wederzijds respect en tolerantie kernwaarden zijn. Kinderen leren respectvol om te gaan met diversiteit, waardoor iedereen, ongeacht achtergrond, zich thuis voelt. De missie van De Ark is om leerlingen na acht jaar onderwijs voor te bereiden op de maatschappij, met een focus op zowel academische vaardigheden als persoonlijke ontwikkeling. Met als doel dat leerlingen zich bewust worden van hun rol in het geheel en leren te zorgen voor anderen, zowel dichtbij als ver weg. Door maatschappelijke projecten en lessen inspireren zij leerlingen om actief bij te dragen aan de samenleving. Dit doen ze samen met KMN Kind & co, die zowel VVE als BSO aanbieden op De Ark. Mede door de locatie van de school, de wijk Diemen Zuid, heeft deze school ook een aantrekkingskracht op leerlingen niet woonachtig in Diemen. 21% van de leerlingen (circa 75 leerlingen) is woonachtig in Amsterdam Zuidoost. Het oorspronkelijke gebouw, uit 1980, is gemaakt van roodbruine bakstenen. In 2001 werd een aanbouw van gele bakstenen toegevoegd, inclusief een extra verdieping met een houten gevelbekleding. Het gebouw heeft twee verdiepingen, waarbij de tweede bouwlaag kleiner is dan de begane grond. In het midden van het gebouw is een patio met een grote boom.
De gevels hebben houten kozijnen met dubbel glas en het gebouw beschikt over een lift. Het schoolgebouw beschikt over 17 klaslokalen. Hiervan bevinden zich 12 op de begane grond en 5 op de eerste verdieping. Daarnaast is er zowel een lokaal voor de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) als voor de Buitenschoolse Opvang (BSO).
2.2 Bruto Vloeroppervlakte Overeenkomstig de Verordening Voorzieningen Huisvesting van de Gemeente Diemen, bijlage III, deel E, wordt de capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte (BVO) van het gebouw.
Het totale gebouw heeft een BVO van m2, verdeeld over: BVO ONDERWIJS
2.279 m2
BVO VVE
69 m2
7
02
Situatie
Kavel De Ark
Schoolplein De Ark 8
Conditiemeting, De Ark
02
Conditiemeting, De Ark
Vlekkenplan ruimteoverzicht Begane grond 1.465 m2 BVO Onderwijs 69 m2 BVO VVE
Begane grond
1e Verdieping 814 m2 BVO Onderwijs
dubbel gebruik BSO
1e Verdieping 238 m2 BVO Onderwijs
1e verdieping 9
03
Conditiemeting, De Ark
Bevindingen Het doel van deze toelichting is om de technische toestand van een schoolgebouw objectief vast te stellen. Dit gebeurt aan de hand van de methode van conditiemeting volgens NEN 2767-1. Deze methode biedt een gestandaardiseerde manier om gebreken aan bouwdelen te registreren, kwalificeren en kwantificeren. Op basis van de vastgestelde gebreken wordt de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouwkwaliteit bepaald en uitgedrukt in een conditiescore van 1 tot 6. Hierbij staat een score van 1 voor nieuwbouwkwaliteit en een score van 6 voor technisch rijp voor sloop. Over het algemeen worden scores van 1, 2 en 3 als acceptabel beschouwd, terwijl scores van 4, 5 of 6 aanleiding geven tot (direct noodzakelijk) onderhoud. De conditiescores worden bepaald op basis van de intensiteit en omvang van de gebreken aan het gebouw. In Bijlage III worden de conditiescores en de I/O-scores nader toegelicht.
3.1 Exterieur Fundering De fundering van het schoolgebouw, dat in 1980 werd gebouwd, bestaat uit een paalfundering. Hoewel de fundering niet visueel is onderzocht, zijn er geen tekenen van zettingsschade, wat impliceert dat de fundering nog steeds goed functioneert. Het ontbreken van scheuren of verzakkingen in het gebouw wijst erop dat de fundering zijn taak naar behoren vervult. Gevels Het exterieur van het oorspronkelijke gebouw is opgetrokken uit roodbruine bakstenen. In 2001 werd een aanbouw gerealiseerd met gele bakstenen en een extra verdieping voorzien van houten verticale gevelbekleding. Deze twee verschillende bouwstijlen geven het gebouw een unieke uitstraling, maar brengen ook verschillende onderhoudsuitdagingen met zich mee. Metselwerk Het metselwerk van zowel de oudbouw als de nieuwbouw is vervuild door aangroei van mos. Graffiti is zichtbaar op enkele gevels, wat de esthetische waarde van het gebouw vermindert. De vensterbanken van de oudbouw zijn gemaakt van een gemetselde rollaag, waarvan het voegwerk door erosie en verzanding in slechte staat verkeert en op veel plaatsen ontbreekt. Dit kan leiden tot vochtproblemen en lekkages, wat de structurele integriteit van het gebouw in gevaar kan brengen. Houten gevelbekleding De gevelbekleding van de aanbouw bestaat uit houten rabatdelen, die verticaal zijn bevestigd.
Deze rabatdelen vertonen natuurlijke verkleuring, wat inherent is aan het gebruikte materiaal. Het is belangrijk om aandacht te besteden aan de aansluitingen van het dak, omdat lekkages van hemelwaterafvoeren schade kunnen veroorzaken aan de houten rabatdelen. Kozijnen, Ramen, Deuren De houten buitenkozijnen, ramen en deuren vertonen duidelijke tekenen van veroudering. Regelmatig onderhoud is essentieel om verdere schade te voorkomen en de levensduur van deze elementen te verlengen. Het buitenplafond bij de hoofdentree is zeer vervuild. Aandacht voor schoonmaak is belangrijk. De daklichtopeningen van polycarbonaat zijn verouderd.
10
03
Conditiemeting, De Ark
Bevindingen Daken De platte daken van het schoolgebouw hebben verschillende aandachtspunten. De dakafwerkingen vertonen tekenen van eerdere reparaties en er is veel mosgroei. De hemelwaterafvoeren zijn op diverse plekken beschadigd, wat de afvoer van regenwater kan belemmeren. 3.2 Energetische kwaliteit schil De energetische kwaliteit van de buitenschil van het gebouw is matig van kwaliteit. Het vigerende bouwbesluit van 1980 hanteerde een RC-waarde van 0,22 m²·K/W, wat betekent dat weinig isolatie aanwezig is. Het ontbreken van moderne isolatiematerialen draagt bij aan hoge energiekosten en een oncomfortabel binnenklimaat. De werkelijke energie-intensiteit van het gebouw is onbekend omdat de energielasten van de school ontbreken. In 2023 scoorde het gebouw met de WEii 92 kWh/m² en werd daarmee als 'zuinig' geclassificeerd. Dit ligt op de rand van ‘zeer zuinig’. Door meer aandacht te besteden aan hoe om te gaan met het energieverbruik kunnen de gebruikers de score opwaarderen naar ‘zeer zuinig’. 3.3 Interieur Vloeren De vloeren in zowel de algemene ruimten als de lokalen zijn bedekt met verouderde Tarket vloerbedekking. Deze vloerbedekking vertoont aanzienlijke slijtage, wat zowel de esthetiek als de veiligheid negatief beïnvloedt.
Het vervangen van de vloerbedekking door een moderner en duurzamer materiaal kan bijdragen aan een verbeterde uitstraling en gebruikscomfort van de ruimtes. Wanden De wanden in de klaslokalen verkeren in redelijke staat, maar het kleurgebruik oogt oud en gedateerd, wat een negatieve invloed kan hebben op de leeromgeving. In de gangen zijn de wanden van schoon metselwerk, dat in goede staat verkeert, maar eveneens gedateerd oogt. Een frisse verflaag en modern kleurgebruik kunnen de uitstraling van het interieur aanzienlijk verbeteren. Plafonds De plafonds in zowel de algemene ruimten als de lokalen vertonen lichte tekenen van veroudering. De huidige lichtarmaturen zijn voorzien van TL-D 36W/830 buizen. Het vervangen van deze lichtarmaturen door energiezuinige LED-verlichting kan niet alleen de energie-efficiëntie verbeteren, maar ook de lichtkwaliteit in de ruimtes verhogen. 3.4 Installaties In de technische ruimte van het schoolgebouw zijn drie Remeha Quinta Pro HR-ketels aanwezig. De technische ruimte is goed opgeruimd en vrij van overtollige obstakels, wat bijdraagt aan een veilige en efficiënte werking van de installaties. Het leidingwerk is goed geïsoleerd om warmteverlies te minimaliseren. De huidige staat van de installaties is goed, zonder verdere bijzonderheden.
Het onderhoud van de verwarmingsinstallaties wordt uitgevoerd door de firma Van Empel, wat zorgt voor regelmatige controles en tijdige reparaties. In het gehele gebouw is een ventilatiesysteem aanwezig. In de klaslokalen hangen decentrale ventilatie units van Nedair van het type EduComfort, wat zorgt voor adequate luchtverversing. De pantry’s in de klaslokalen zijn verouderd, vooral de onderzijden waar de plinten zijn weggerot.
11
03
Conditiemeting, De Ark
Bevindingen 3.5 Terrein Het schoolgebouw is centraal gelegen en wordt omringd door een openbaar schoolplein. Het plein is betegeld met stoeptegels, maar de betegeling is verouderd en vertoont slijtage. De aanwezige speeltoestellen zijn niet uitdagend, wat de speelwaarde voor de kinderen beperkt. Voor de toegangsdeuren van de zijingangen liggen rubberen deurmatten die vervuild zijn door mosvorming, wat de veiligheid en uitstraling negatief beïnvloedt. Conclusie Het schoolgebouw verkeert in redelijke staat met een solide fundering en stabiele structuur. Het exterieur, bestaande uit roodbruine en gele bakstenen met houten gevelbekleding, toont tekenen van veroudering en vervuiling. Het metsel- en voegwerk zijn op veel plekken beschadigd, wat kan leiden tot vochtproblemen. De houten kozijnen, ramen en deuren vereisen regelmatig onderhoud. De platte daken vertonen mosgroei en schade bij de hemelwaterafvoeren, terwijl de polycarbonaat daklichten verouderd zijn. De energetische kwaliteit is laag door matige isolatie, wat resulteert in hoge energiekosten en een oncomfortabel binnenklimaat. Het interieur is verouderd, met slijtage aan de vloerbedekking en gedateerde wanden en plafonds. Moderne verlichting kan de energie-efficiëntie en lichtkwaliteit verbeteren. De technische installaties, waaronder drie HR-ketels, zijn in goede staat dankzij regelmatig onderhoud.
In samenvatting verkeert het schoolgebouw in een redelijke tot goede structurele staat, maar het licht verouderde exterieur en interieur vragen om verbeteringen en onderhoudsinspanningen om het gebouw weer in optimale conditie te brengen. Dit is met een plan van aanpak goed uitvoerbaar.
12
Conditiemeting, De Ark
Bijlage I - Overzicht conditiescores Onderdeel 3.1
Exterieur
3.1.a
Fundering
Conditie
Gebreken Intensiteit
Algemeen 3.1.b
9
Gevels Metselwerk
Vervuiling, aangroei mos, grafitti
Plaatselijk
Laag
3
Voegwerk
Tpv dorpels ontbreekt voegwerk
Aanzienlijk
Hoog
4
Gevelbekleding, hout
Natuurlijke verwering aanwezig
Incidenteel
Laag
2
Kozijnen, ramen, deuren
Veroudering zichtbaar, te herstellen
Aanzienlijk
Midden
3
Raamdorpels
Metselwerk, vervuiling, aangroei mos
Aanzienlijk
Hoog
3
Gevelbekleding, trespa
2
Zonwering, buiten 3.1.c
2
Daken Dakafwerkingen, plat
Reparaties zichtbaar en veel aangroei mos. Schade bij aansluitingen op houten boeidelen
Aanzienlijk
Hoog
4
Daklichtopeningen
Verouderd
Plaatselijk
Laag
2
Boeidelen, hwa's
Verouderd, beschadigd
Plaatselijk
Midden
3
Dakranden 3.2
2
Energetische kwaliteit schil Algemeen
3.3
Interieur
3.3.a
Vloeren
3.3.b
Weii 92 kWh/m2, Zuinig
3
Algemene ruimten
Verouderd Tarket
Aanzienlijk
Midden
3
Lokalen
Verouderd Tarket
Aanzienlijk
Midden
3
Wanden Algemene ruimten Lokalen
3.3.c
3.4
3.5
2 Kleurgebruik oogt oud
Aanzienlijk
Laag
3
Algemene ruimten
Lichte veroudering
Aanzienlijk
Laag
3
Lokalen
Lichte veroudering
Aanzienlijk
Laag
3
Verlichting
Verouderd
Aanzienlijk
Midden
3
Sanitair
Pantry's klaslokelen verouderd
Plaatselijk
Laag
3
Plafonds
Installaties
Ventilatie
2
E-installatie
2
W-installatie
2
Terrein Schoolplein, verhard
Tegelwerk, deurmatten zeer oud
3
Schoolplein, onverhard
Niet aanwezig
3
Speeltoestellen
Geen uitdagend schoolplein
3
Afrastering
13
Conditie
2
Conditiemeting, De Ark
Bijlage II - Overzicht visuele gebreken
Vervuild, mos begroeid metselwerk
Vervuild metselwerk, graffiti
Vervuild plafond bij hoofdentree
Beschadigingen bij vensterbank
Voegwerk ontbreekt bij rollaag
Vervuilde buitenmatten
Mosvorming op daken
Verouderde Tarkett
Verouderde pantry
14
Conditiemeting, De Ark
Bijlage III - Definities scores Toelichting conditiescores De verschillende condities die in de rapportage worden benoemd vinden hun oorsprong in de NEN 2767. De conditiemeting volgens de NEN 2767 heeft als doel het aanbrengen van uniform onderhoudsnormeringsysteem voor alle typen gebouwen. In deze paragraaf worden de verschillende condities beschreven. 1
2
3
4
5
6
8
9
Conditie 1 - uitstekende onderhoudstoestand Nieuwbouwkwaliteit op basis van een gedegen ontwerp, uitvoering en materiaalkeuze. Zeer incidenteel kan een gebrek worden aangetroffen, veroorzaakt door een calamiteit (bijvoorbeeld vandalisme) maar zeker niet als gevolg van veroudering. Conditie 2 - goede onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in geringe mate. Het bouwdeel element is “ingelopen”, de nieuwigheid is eraf. De primaire functievervulling is zonder meer gewaarborgd. Conditie 3 - redelijke onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in de eerste echte gebreken, zoals houtrot, corrosie e.d. Het verouderingsproces is over de gehele linie duidelijk op gang gekomen. Incidenteel kan een storing in de primaire functievervulling optreden. Conditie 4 - matige onderhoudstoestand Het verouderingsproces heeft het bouwdeel duidelijk in zijn greep. De beste tijd is voorbij, het einde nadert. Storingen in functievervulling komen plaatselijk voor en/of zijn reeds meerdere malen voorgekomen. Conditie 5 - slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden. Regelmatig worden ernstige gebreken aangetroffen. De primaire functievervulling is niet meer gewaarborgd. Het bouwdeel heeft het einde van zijn levensduur bereikt.
Conditie 6 - zeer slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is dusdanig ver gevorderd dat er geen sprake meer is van functie-vervulling. De beoordeling conditie 6 wordt gebruikt voor gevallen die niet binnen de eerste vijf condities te kaderen zijn. Conditie 8 – nader onderzoek nodig Conditie 9 – niet te inspecteren
15
Conditiemeting, De Ark
Bijlage III Toelichting I/O-score De Omvang en Intensiteit wordt tijdens de inspectie op locatie bepaald, waardoor deze beoordeling relatief persoonsonafhankelijk is. Zo kan uiteindelijk op een objectieve en gestructureerde wijze bepaald worden wat de technische status is van een bouwdeel. De omvang geeft aan hoeveel procent het gebrek vertoont, er zijn vijf gradaties: 1.)
incidenteel (<2%)
2.)
plaatselijk (2%-10%)
3.)
regelmatig (10%-30%)
4.)
aanzienlijk (30%-70%)
5.)
algemeen (≥70%)
De intensiteit geeft het stadium van het gebrek aan, er zijn drie klassen: L.)
niet of nauwelijks waarneembaar (laag)
M.)
duidelijk waarneembaar (midden)
H.)
zeer duidelijk waarneembaar (hoog)
16
Conditiemeting volgens NEN 2767-1 methode Noorderbreedte
Vogelweg 4 1111 WD Diemen
6 juni 2024
1
Conditiemeting, Noorderbreedte
Gegevens OBJECTGEGEVENS
OPDRACHTGEVER
Noorderbreedte Bevoegd gezag
Stichting Florente Basisscholen
Brin-nummer
23EL
Denominatie
Openbaar
Directie
Peggy Tholen, Stephanie Mets
Adres
Vogelweg 4, 1111 WD Diemen
Wijk
Diemen Noord
Gemeente Diemen Adres
D.J. den Hartoglaan 1, 1111 ZB Diemen
Contactpersoon
Fay Heijmeijer
Contactgegevens
Fay.Heijmeijer@diemen.nl, 06-28852826
Conditiemeting uitgevoerd door: M3V advies
Panamalaan 4B, 1019 AZ Amsterdam
Datum inspectie
15 mei 2024
Datum rapportage
6 juni 2024
Inspecteur, auteur:
Moreen Oud, oud@m3v.vl, 06-17454045
Gecontroleerd door:
Marie Sahar, mariesahar@m3v.nl, 06-81943904
Aanwezig bij inspectie
Theo Dolstra (Huisvestingsmedewerker Florente Basisscholen)
2
Conditiemeting, Noorderbreedte
Inhoudsopgave INLEIDING
SITUATIE
BEVINDINGEN
BIJLAGEN
3
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten
- 04
1.2 Plan van Aanpak
- 05
2.1 Noorderbreedte
- 07
2.2 Bruto Vloer Oppervlak
- 07
3.1 Exterieur
- 10
3.2 Energetische kwaliteit schil
- 10
3.3 Interieur
- 10
3.4 Installaties
- 11
3.5 Terrein
- 11
I – Overzicht conditiescores
- 12
II - Overzicht visuele gebreken
- 13
III - Definities scores
- 14
01
Conditiemeting, Noorderbreedte
Inleiding De gemeente Diemen is bezig met het opstellen van haar integraal onderwijshuisvestingsplan (IHP). In samenwerking met de drie schoolbesturen is besloten een onderzoek uit te voeren naar de technische en onderwijskundige staat van alle zeven PO-schoolgebouwen in Diemen. Het doel is om een goed afwegingskader te hebben voor de besluitvorming over welke schoolgebouwen in het IHP moeten worden opgenomen voor nieuwbouw of renovatie. De te onderzoeken schoolgebouwen zijn:
• Sint-Petrusschool • Jenaplanschool De Nieuwe Kring • De Octopus • De Ark • Noorderbreedte • De Kersenboom • Het Atelier
Stichting ASKO AMOS Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten De hoofvraag die de gemeente Diemen heeft gesteld, is: Wat is de bouwkundige status van de schoolgebouwen in de gemeente Diemen? Welke van de schoolgebouwen komen in de nabije toekomst in aanmerking voor vervangende (ver)nieuwbouw? Deze vraag heeft twee aspecten: 1)
Bouwkundige aspecten:
• Wat is de huidige technische staat van de schoolgebouwen? • Wat is de kwaliteit van de gebouwen? • Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van de panden? • Hoe duurzaam zijn de gebouwen en waar liggen verbetermogelijkheden? 1)
Onderwijskundige aspecten:
• Welke behoeften moeten de panden vervullen de komende 40 jaar? • Kunnen de gebouwen meebewegen met onderwijsontwikkelingen? Bij het toekomstbeeld speelt naast de bouwtechnische staat ook de verduurzaming een belangrijke rol. Het doel van verduurzaming vanuit het schoolbestuur is om meer grip te krijgen op de hoogte van de materiële exploitatiekosten. Bekend is dat vaak de exploitatiekosten bij het huidige gebruik van schoolgebouwen hoger liggen dan het gemiddelde, dat wordt gebruikt om de hoogte van de lumpsum bekostiging te bepalen.
4
01
Conditiemeting, Noorderbreedte
Inleiding 1.2 Plan van Aanpak Om de vraagstelling te beantwoorden, is het volgende plan van aanpak gevolgd: Fase 1: Informatieverzameling en vragenlijst Deze fase bouwt voort op de reeds bestaande informatie. Aan de schoolbesturen is gevraagd om per school aanvullende informatie te verstrekken, namelijk:
• MJOP; • Bouwkundige tekeningen (voor het bepalen van de onderwijscapaciteit); • Melding brandveilig gebruik, inclusief tekeningen; • Overzicht van het energieverbruik van de afgelopen 2 jaar, betreffende elektriciteit en eventuele teruglevering aan het net, aardgas en warmte/koudeopslag. Daarnaast is een online vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de staat en de beleving van het gebouw vanuit de gebruiker. De vragenlijst is gebaseerd op het Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte OK-versie 2021), waarin drie kwaliteitscriteria van een onderwijsgebouw zijn geformuleerd. Deze criteria zijn:
• Architectonische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de belevingswaarde van het gebouw, zoals verschijningsvorm en uitstraling;
• Functionele kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de gebruikswaarde van het gebouw, zoals de omvang, situering en indeling van ruimten;
• Technische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de bouwkundige waarde van het gebouw, zoals gezondheid, duurzaamheid en onderhoud. De drie beoordelingscriteria zijn gewaardeerd van negatief (5) tot positief (1). In de beschrijvingen worden de belangrijkste kenmerken genoemd op basis waarvan de waarde is toegekend. De waardering hangt af van de perceptie van degene die het gebouw waardeert. Zo kan een schoolgebouw worden gezien als een economisch, technisch object en als een functioneel gebruiksobject met belevingswaarde.
Fase 2: Conditiemeting Om de huidige kwaliteit en indeling vast te stellen, zijn gebouwinspecties uitgevoerd. Tijdens deze inspecties is vastgesteld welke ruimten aanwezig zijn en hoe deze bouwkundig in het gebouw als geheel zijn geïntegreerd. Hierdoor is een beeld ontstaan van de flexibiliteit van de panden en welke wijzigingen eventueel mogelijk zijn binnen het gebouw. Daarnaast is de installatietechnische en energetische kwaliteit van het gebouw beoordeeld: Welke installaties zijn aanwezig, zijn deze up-to-date, zijn deze duurzaam? Aangezien ventilatie en verlichting vaak de grootste energetische verbruikers zijn, zijn deze huidige concepten beoordeeld. Ook de energetische kwaliteit van de buitenschil is beoordeeld, wat een indruk geeft van de duurzaamheid van de panden en waar verbeteringen en besparingen mogelijk zijn. Om een representatief beeld te krijgen van de huidige staat van onderhoud binnen en buiten de school, is een uniforme conditiemeting uitgevoerd op basis van NEN 2767-1. Een toelichting op deze conditiemeting is als bijlage bij dit rapport opgenomen. Alle bevindingen vanuit de kwaliteitsmeting zijn vertaald naar een conditiescore in deze rapportage.
5
01
Conditiemeting, Noorderbreedte
Inleiding Fase 2: Analyse Tijdens een evaluatiegesprek met de gemeente en de schoolbesturen zijn alle bevindingen besproken. Er is vastgesteld hoe de scholen er momenteel aan toe zijn en hoe deze functioneren. Daarnaast zijn de belangen en wensen van de medewerkers van de school besproken. Het resultaat van dit overleg is een opsomming van de belangrijkste noodzakelijke verbeteringen van de
schoolgebouwen, die minimaal noodzakelijk zijn om deze weer voor een lange periode (40 jaar) te kunnen gebruiken.
Dit rapport betreft het bouwtechnisch onderzoek van Noorderbreedte. Op onderstaande kaart is de locatie van het schoolgebouw aangegeven.
Noorderbreedte, Vogelweg 4, 1111 WD Diemen 6
02
Conditiemeting, Noorderbreedte
Situatie 2.1 Noorderbreedte Noorderbreedte in de wijk Diemen Noord is een school met een bredere maatschappelijke functie. Met hun samenwerkingspartner Kind & Co Ludens werken ze samen aan het vergroten en verrijken van de ontwikkelingskansen van kinderen. Kernwaarden van de brede school zijn: samen, respect, duurzaamheid, verantwoordelijkheid en veiligheid. Belangrijk is dat ieder kind zich in een veilige omgeving kan ontwikkelen om eigen verantwoordelijkheid te krijgen en te nemen. Samen leren, samen werken, samen spelen staan centraal in Noorderbreedte. Dit vindt plaats in units en op leerpleinen om van en met elkaar te leren. Thematisch onderwijs neemt een belangrijke plek in het onderwijs van Noorderbreedte in. Het moderne schoolgebouw (bouwjaar 2014) is een echte eyecatcher aan de Vogelweg Diemen Noord. De school telt circa 470 leerlingen waarvan 455 leerlingen woonachtig zijn in Diemen.
Het moderne schoolgebouw van 3 bouwlagen uit 2018 heeft een multifunctioneel hart dat, via een theatertrap, de verschillende verdiepingen met elkaar verbindt. Rondom dit hart zijn zes units geplaatst, elk bestaande uit een (speel)leerplein omringd door vier klaslokalen. Op elk leerplein zijn diverse speel- en werkplekken ontworpen waar kinderen kunnen ontdekken, spelen en leren. Daarnaast beschikt de school over een klim- en speellokaal voor peuters en kleuters, een keuken, een multifunctionele ruimte en een buitenspeelplein. Vanwege de beperkte ruimte op het terrein is een deel van het speelplein op het dak gelegen.
2.2 Bruto Vloeroppervlakte Overeenkomstig de Verordening Voorzieningen Huisvesting van de Gemeente Diemen, bijlage III, deel E, wordt de capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte (BVO) van het gebouw.
Het totale gebouw heeft een BVO van m2, verdeeld over: BVO ONDERWIJS
3.410 m2
BVO VVE
152 m2
7
02
Situatie
Kavel Noorderbreedte
Schoolplein Noorderbreedte 8
Conditiemeting, Noorderbreedte
02
Conditiemeting, Noorderbreedte
Vlekkenplan ruimteoverzicht Begane grond 1.585 m2 BVO Onderwijs 152 m2 BVO VVE
VVE
VVE
dubbel gebruik BSO
Begane grond
1e Verdieping 1.086 m2 BVO Onderwijs
dubbel gebruik BSO
2e Verdieping 739 m2 BVO Onderwijs
1e en 2e verdieping 9
03
Conditiemeting, Noorderbreedte
Bevindingen Het doel van deze toelichting is om de technische toestand van een schoolgebouw objectief vast te stellen. Dit gebeurt aan de hand van de methode van conditiemeting volgens NEN 2767-1. Deze methode biedt een gestandaardiseerde manier om gebreken aan bouwdelen te registreren, kwalificeren en kwantificeren. Op basis van de vastgestelde gebreken wordt de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouwkwaliteit bepaald en uitgedrukt in een conditiescore van 1 tot 6. Hierbij staat een score van 1 voor nieuwbouwkwaliteit en een score van 6 voor technisch rijp voor sloop. Over het algemeen worden scores van 1, 2 en 3 als
acceptabel beschouwd, terwijl scores van 4, 5 of 6 aanleiding geven tot (direct noodzakelijk) onderhoud. De conditiescores worden bepaald op basis van de intensiteit en omvang van de gebreken aan het gebouw. In Bijlage III worden de conditiescores en de I/O-scores nader toegelicht.
3.1 Exterieur Fundering De (palen)fundering is niet visueel onderzocht. Gevels Het gebouw is slim georiënteerd op de kavel waardoor er veel gebruik kan worden gemaakt van daglicht. Er
is een vaste zonwering op de zuidgevel, de overige gevels beschikken over een beweegbare zonwering. De gevels zijn voorzien van een dikke buitenschil waarin zich isolatiemateriaal bevindt met een hoge Rc-waarde. Deze is afgewerkt met verticale houten gevelbekleding van Douglas hout. Gevelbekleding hout De houten gevelbekleding Douglas hout is onlangs volledig geschilderd. Deze gevel is onderhoudsgevoelig door de keuze van het hout in combinatie met de eindafwerking. Kozijnen Er is een lichte vervuiling bij de aluminium kozijnen . Dit heeft niets te maken met het groot onderhoud maar met schoonmaak. Daken Er zijn geen bijzonderheden te melden. Trappen Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3.2 Energetische Kwaliteit van de Schil De gevels, de vloer en het dak zijn geïsoleerd met een RC-waarde van 4,5 m²·K/W conform het vigerende Bouwbesluit van 2018. Met behulp van de Werkelijke Energie-intensiteit indicator-tool (Weii) is de energieefficiëntie van het gebouw objectief vastgesteld. In 2022 scoorde het gebouw met de Werkelijke Energieintensiteit indicator 25 kWh/m² en in 2023 was de score 30 kWh/m². Daarmee is het gebouw ‘Paris proof’.
3.3 Interieur De open structuur van het gebouw maakt het gebouw vriendelijk in gebruik. Er is gekozen voor architectuur die past bij een onderwijsconcept waarbij een korte instructie in de stamgroepen gegeven wordt en waarna op de leerpleinen gewerkt kan worden. Daardoor zijn de lokalen kleiner dan gebruikelijk.
10
03
Conditiemeting, Noorderbreedte
Bevindingen Vloeren Er zijn geen bijzonderheden te melden. Wanden Er zijn geen bijzonderheden te melden. Plafonds
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3.4 Installaties Het gebouw beschikt over een warmte-en koudeopslag (WKO) installatie, laagtemperatuursysteem (vloerverwarming), zonnepanelen, LED-verlichting, gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW en CO2sturing, waterbesparende maatregelen en centraal bestuurde zonwering.
3.5 Terrein Voor de allerjongste is er op maaiveldniveau een speelplein dat omringd wordt door de betonnen gevelelementen voorzien van reliëf van kindertekeningen. Op de eerste verdieping is het schoolplein van de bovenbouw.
Conclusie Het schoolgebouw verkeert in zeer goede staat en geschikt voor gebruik. Er zijn enkele kleine punten die aandacht behoeven.
11
Conditiemeting, Noorderbreedte
Bijlage I - Overzicht conditiescores
12
Conditiemeting, Noorderbreedte
Bijlage II - Overzicht visuele gebreken
Vervuiling kozijnen
13
Mosvorming betontrap
Conditiemeting, Noorderbreedte
Bijlage III - Definities scores Toelichting conditiescores De verschillende condities die in de rapportage worden benoemd vinden hun oorsprong in de NEN 2767. De conditiemeting volgens de NEN 2767 heeft als doel het aanbrengen van uniform onderhoudsnormeringsysteem voor alle typen gebouwen. In deze paragraaf worden de verschillende condities beschreven.
1
2
3
4
5
6
8
9
Conditie 1 - uitstekende onderhoudstoestand Nieuwbouwkwaliteit op basis van een gedegen ontwerp, uitvoering en materiaalkeuze. Zeer incidenteel kan een gebrek worden aangetroffen, veroorzaakt door een calamiteit (bijvoorbeeld vandalisme) maar zeker niet als gevolg van veroudering. Conditie 2 - goede onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in geringe mate. Het bouwdeel element is “ingelopen”, de nieuwigheid is eraf. De primaire functievervulling is zonder meer gewaarborgd. Conditie 3 - redelijke onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in de eerste echte gebreken, zoals houtrot, corrosie e.d. Het verouderingsproces is over de gehele linie duidelijk op gang gekomen. Incidenteel kan een storing in de primaire functievervulling optreden. Conditie 4 - matige onderhoudstoestand Het verouderingsproces heeft het bouwdeel duidelijk in zijn greep. De beste tijd is voorbij, het einde nadert. Storingen in functievervulling komen plaatselijk voor en/of zijn reeds meerdere malen voorgekomen.
Conditie 5 - slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden. Regelmatig worden ernstige gebreken aangetroffen. De primaire functievervulling is niet meer gewaarborgd. Het bouwdeel heeft het einde van zijn levensduur bereikt. Conditie 6 - zeer slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is dusdanig ver gevorderd dat er geen sprake meer is van functie-vervulling. De beoordeling conditie 6 wordt gebruikt voor gevallen die niet binnen de eerste vijf condities te kaderen zijn. Conditie 8 – nader onderzoek nodig Conditie 9 – niet te inspecteren
14
Conditiemeting, Noorderbreedte
Bijlage III Toelichting I/O-score De Omvang en Intensiteit wordt tijdens de inspectie op locatie bepaald, waardoor deze beoordeling relatief persoonsonafhankelijk is. Zo kan uiteindelijk op een objectieve en gestructureerde wijze bepaald worden wat de technische status is van een bouwdeel. De omvang geeft aan hoeveel procent het gebrek vertoont, er zijn vijf gradaties:
1.)
incidenteel (<2%)
2.)
plaatselijk (2%-10%)
3.)
regelmatig (10%-30%)
4.)
aanzienlijk (30%-70%)
5.)
algemeen (≥70%)
De intensiteit geeft het stadium van het gebrek aan, er zijn drie klassen: L.)
niet of nauwelijks waarneembaar (laag)
M.)
duidelijk waarneembaar (midden)
H.)
zeer duidelijk waarneembaar (hoog)
15
Conditiemeting volgens NEN 2767-1 methode De Kersenboom
Sportlaan 2 1111 PX Diemen
6 juni 2024
1
Conditiemeting, De Kersenboom
Gegevens OBJECTGEGEVENS
OPDRACHTGEVER
De Kersenboom Bevoegd gezag
Stichting Florente Basisscholen
Brin-nummer
31RN
Denominatie
Openbaar
Directie
Pieter-Jan Visser-Vreeke
Adres
Sportlaan 2, 1111 PX Diemen
Wijk
Plantage de Sniep
Gemeente Diemen Adres
D.J. den Hartoglaan 1, 1111 ZB Diemen
Contactpersoon
Fay Heijmeijer
Contactgegevens
Fay.Heijmeijer@diemen.nl, 06-28852826
Conditiemeting uitgevoerd door: M3V advies
Panamalaan 4B, 1019 AZ Amsterdam
Datum inspectie
15 mei 2024
Datum rapportage
6 juni 2024
Inspecteur, auteur:
Moreen Oud, oud@m3v.vl, 06-17454045
Gecontroleerd door:
Marie Sahar, mariesahar@m3v.nl, 06-81943904
Aanwezig bij inspectie
Theo Dolstra (Huisvestingsmedewerker Florente Basisscholen)
2
Conditiemeting, De Kersenboom
Inhoudsopgave INLEIDING
SITUATIE
BEVINDINGEN
BIJLAGEN
3
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten
- 04
1.2 Plan van Aanpak
- 05
2.1 De Kersenboom
- 07
2.2 Bruto Vloer Oppervlak
- 07
3.1 Exterieur
- 11
3.2 Energetische kwaliteit schil
- 11
3.3 Interieur
- 12
3.4 Installaties
- 12
3.5 Terrein
- 12
I – Overzicht conditiescores
- 13
II - Overzicht visuele gebreken
- 14
III - Definities scores
- 15
01
Conditiemeting, De Kersenboom
Inleiding De gemeente Diemen is bezig met het opstellen van haar integraal onderwijshuisvestingsplan (IHP). In samenwerking met de drie schoolbesturen is besloten een onderzoek uit te voeren naar de technische en onderwijskundige staat van alle zeven PO-schoolgebouwen in Diemen. Het doel is om een goed afwegingskader te hebben voor de besluitvorming over welke schoolgebouwen in het IHP moeten worden opgenomen voor nieuwbouw of renovatie. De te onderzoeken schoolgebouwen zijn:
• Sint-Petrusschool • Jenaplanschool De Nieuwe Kring • De Octopus • De Ark • Noorderbreedte • De Kersenboom • Het Atelier
Stichting ASKO AMOS Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten De hoofvraag die de gemeente Diemen heeft gesteld, is: Wat is de bouwkundige status van de schoolgebouwen in de gemeente Diemen? Welke van de schoolgebouwen komen in de nabije toekomst in aanmerking voor vervangende (ver)nieuwbouw? Deze vraag heeft twee aspecten: 1)
Bouwkundige aspecten:
• Wat is de huidige technische staat van de schoolgebouwen? • Wat is de kwaliteit van de gebouwen? • Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van de panden? • Hoe duurzaam zijn de gebouwen en waar liggen verbetermogelijkheden? 1)
Onderwijskundige aspecten:
• Welke behoeften moeten de panden vervullen de komende 40 jaar? • Kunnen de gebouwen meebewegen met onderwijsontwikkelingen? Bij het toekomstbeeld speelt naast de bouwtechnische staat ook de verduurzaming een belangrijke rol. Het doel van verduurzaming vanuit het schoolbestuur is om meer grip te krijgen op de hoogte van de materiële exploitatiekosten. Bekend is dat vaak de exploitatiekosten bij het huidige gebruik van schoolgebouwen hoger liggen dan het gemiddelde, dat wordt gebruikt om de hoogte van de lumpsum bekostiging te bepalen.
4
01
Conditiemeting, De Kersenboom
Inleiding 1.2 Plan van Aanpak Om de vraagstelling te beantwoorden, is het volgende plan van aanpak gevolgd: Fase 1: Informatieverzameling en vragenlijst Deze fase bouwt voort op de reeds bestaande informatie. Aan de schoolbesturen is gevraagd om per school aanvullende informatie te verstrekken, namelijk:
• MJOP; • Bouwkundige tekeningen (voor het bepalen van de onderwijscapaciteit); • Melding brandveilig gebruik, inclusief tekeningen; • Overzicht van het energieverbruik van de afgelopen 2 jaar, betreffende elektriciteit en eventuele teruglevering aan het net, aardgas en warmte/koudeopslag. Daarnaast is een online vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de staat en de beleving van het gebouw vanuit de gebruiker. De vragenlijst is gebaseerd op het Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte OK-versie 2021), waarin drie kwaliteitscriteria van een onderwijsgebouw zijn geformuleerd. Deze criteria zijn:
• Architectonische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de belevingswaarde van het gebouw, zoals verschijningsvorm en uitstraling;
• Functionele kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de gebruikswaarde van het gebouw, zoals de omvang, situering en indeling van ruimten;
• Technische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de bouwkundige waarde van het gebouw, zoals gezondheid, duurzaamheid en onderhoud. De drie beoordelingscriteria zijn gewaardeerd van negatief (5) tot positief (1). In de beschrijvingen worden de belangrijkste kenmerken genoemd op basis waarvan de waarde is toegekend. De waardering hangt af van de perceptie van degene die het gebouw waardeert. Zo kan een schoolgebouw worden gezien als een economisch, technisch object en als een functioneel gebruiksobject met belevingswaarde.
Fase 2: Conditiemeting Om de huidige kwaliteit en indeling vast te stellen, zijn gebouwinspecties uitgevoerd. Tijdens deze inspecties is vastgesteld welke ruimten aanwezig zijn en hoe deze bouwkundig in het gebouw als geheel zijn geïntegreerd. Hierdoor is een beeld ontstaan van de flexibiliteit van de panden en welke wijzigingen eventueel mogelijk zijn binnen het gebouw. Daarnaast is de installatietechnische en energetische kwaliteit van het gebouw beoordeeld: Welke installaties zijn aanwezig, zijn deze up-to-date, zijn deze duurzaam? Aangezien ventilatie en verlichting vaak de grootste energetische verbruikers zijn, zijn deze huidige concepten beoordeeld. Ook de energetische kwaliteit van de buitenschil is beoordeeld, wat een indruk geeft van de duurzaamheid van de panden en waar verbeteringen en besparingen mogelijk zijn. Om een representatief beeld te krijgen van de huidige staat van onderhoud binnen en buiten de school, is een uniforme conditiemeting uitgevoerd op basis van NEN 2767-1. Een toelichting op deze conditiemeting is als bijlage bij dit rapport opgenomen. Alle bevindingen vanuit de kwaliteitsmeting zijn vertaald naar een conditiescore in deze rapportage.
5
01
Conditiemeting, De Kersenboom
Inleiding Fase 2: Analyse Tijdens een evaluatiegesprek met de gemeente en de schoolbesturen zijn alle bevindingen besproken. Er is vastgesteld hoe de scholen er momenteel aan toe zijn en hoe deze functioneren. Daarnaast zijn de belangen en wensen van de medewerkers van de school besproken. Het resultaat van dit overleg is een opsomming van de belangrijkste noodzakelijke verbeteringen van de
schoolgebouwen, die minimaal noodzakelijk zijn om deze weer voor een lange periode (40 jaar) te kunnen gebruiken.
Dit rapport betreft het bouwtechnisch onderzoek van De Kersenboom. Op onderstaande kaart is de locatie van het schoolgebouw aangegeven.
De Kersenboon, Sportlaan 2, 1111 PX Diemen 6
02
Conditiemeting, De Kersenboom
Situatie 2.1 De Kersenboom In wijk Plantage De Sniep is sinds 2018 de openbare basisschool De Kersenboom gehuisvest. Vanwege de sterke groei van de school is er in 2020 semipermanente huisvesting (De Bloesem) naast De Kersenboom geplaatst. De onderwijsvisie van De Kersenboom benadrukt duurzaam leren en continue ontwikkeling voor kinderen
van 0 tot 12 jaar, met als doel ze een solide basis voor levenslang leren mee te geven. Door kinderen centraal te stellen wordt het ontdekken en ontwikkelen van hun talenten ondersteund. Het motto van De Kersenboom is ‘Samen leren wij meer!’. Spelenderwijs leren staat centraal. Kinderen worden uitgedaagd om actief te leren, er wordt een rijke leeromgeving aangeboden, het programma is uitdagend en ontwikkelingsgericht. Leren zelf keuzes te maken, zelfstandig en verantwoordelijk te zijn voor eigen werk zijn belangrijke onderwijskundige uitgangspunten. Zoals alle scholen van Florente werkt ook De Kersenboom samen met kinderopvangorganisatie Kind & Co Ludens voor KDV en BSO. Van de 450 leerlingen zijn circa 400 leerlingen woonachtig in Diemen. Daarnaast komen de leerlingen met name vanuit Amsterdam Zuidoost. Het schoolgebouw, gebouwd in 2014 binnen de stedenbouwkundige kaders van Plantage de Sniep, heeft een mansardedak bedekt met leien en lijkt daarmee op een boerderij in het landschap. Het gebouw beschikt over 15 klaslokalen verdeeld over drie verdiepingen. Op de begane grond heeft de kinderopvangorganisatie Kind & Co Ludens eigen ruimtes voor kinderopvang, en bevinden zich vier kleutergroepen met een speellokaal. Op de eerste en tweede verdieping zijn de overige 11 lokalen te vinden, waarvan zeven op de eerste en vier op de tweede verdieping.
Het gebouw is opgebouwd met een draagconstructie van staal en houtskeletbouw, wat zorgt voor een gunstige milieuprestatie. Naast De Kersenboom is in 2020 de tijdelijke huisvesting De Bloesem gerealiseerd. Dit semi-permanente gebouw is twee-laags en verplaatsbaar. Voor de huidige locatie is een vergunning verleend voor de duur van 10 jaar, wat betekent dat het gebouw na 2030 naar een andere locatie moet worden verplaatst. Het gebouw is aangekocht door de gemeente Diemen en is eigendom van de gemeente.
2.2 Bruto Vloeroppervlakte Overeenkomstig de Verordening Voorzieningen Huisvesting van de Gemeente Diemen, bijlage III, deel E, wordt de capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte (BVO) van het gebouw.
Het totale gebouw heeft een BVO van m2, verdeeld over: BVO ONDERWIJS
2.332 m2
BVO Kinderopvang
372 m2
7
02
Situatie
Kavel De Kersenboom
Schoolplein De Kersenboom 8
Conditiemeting, De Kersenboom
02
Conditiemeting, De Kersenboom
Vlekkenplan ruimteoverzicht Begane grond 689 m2 BVO Onderwijs 372 m2 BVO Kinderopvang
dubbel
gebruik BSO
dubbel gebruik BSO
Begane grond
1e Verdieping 995 m2 BVO Onderwijs
dubbel gebruik BSO
1e Verdieping 238 m2 BVO Onderwijs
1e verdieping 9
02
Conditiemeting, De Kersenboom
Vlekkenplan ruimteoverzicht 2e verdieping 648 m2 BVO Onderwijs
2e verdieping
10
03
Conditiemeting, De Kersenboom
Bevindingen Het doel van deze toelichting is om de technische toestand van een schoolgebouw objectief vast te stellen. Dit gebeurt aan de hand van de methode van conditiemeting volgens NEN 2767-1. Deze methode biedt een gestandaardiseerde manier om gebreken aan bouwdelen te registreren, kwalificeren en kwantificeren. Op basis van de vastgestelde gebreken wordt de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouwkwaliteit bepaald en uitgedrukt in een conditiescore van 1 tot 6. Hierbij staat een score van 1 voor nieuwbouwkwaliteit en een score van 6 voor technisch rijp voor sloop. Over het algemeen worden scores van 1, 2 en 3 als
acceptabel beschouwd, terwijl scores van 4, 5 of 6 aanleiding geven tot (direct noodzakelijk) onderhoud. De conditiescores worden bepaald op basis van de intensiteit en omvang van de gebreken aan het gebouw. In Bijlage III worden de conditiescores en de I/O-scores nader toegelicht.
3.1 Exterieur Fundering De (palen)fundering is niet visueel onderzocht. Er zijn geen zettingsschades waargenomen, wat impliceert dat de fundering nog goed functioneert. Gevels
Het gebouw heeft een draagconstructie van staal en houtskeletbouw en is aan de buitenzijde afgewerkt met bakstenen in aardetinten. Metselwerk Er zijn geen bijzonderheden te melden met betrekking tot de gemetselde spouwgevel. Kozijnen De aluminium kozijnen met geïntegreerde zonwering zijn in goede staat. Aan de zijde van het schoolplein bevinden zich bergingen voor buitenspeelgoed. Beide deuren van de bergingen zijn beschadigd: één deur heeft aan de onderzijde een gat en de andere deur stoot tegen de onderzijde van de trap, waardoor deze beschadigd is. Daken In het verleden zijn er enkele lekkages geweest, wat nog zichtbaar is op de betonband aan de buitengevel. Op verschillende plekken van het dak ontstaat mosvorming op de leien. Regelmatig en zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk. Trappen Bij de betonnen buitentrap aan de zijde van het schoolplein is lichte vervuiling zichtbaar en groeit onkruid bij de onderste traptreden. Goed onderhoud kan voorkomen dat dit problemen gaat veroorzaken.
3.2 Energetische Kwaliteit van de Schil De gevels, de vloer en het dak zijn geïsoleerd met een RC-waarde van 2,5 m²·K/W conform het vigerende Bouwbesluit van 2014. Met behulp van de Werkelijke Energie-intensiteit indicator-tool (Weii) is de energieefficiëntie van het gebouw objectief vastgesteld. Zowel in 2022 als in 2023 scoorde het gebouw met de Werkelijke Energie-intensiteit indicator 60 kWh/m² en is daarmee ‘Paris proof’.
11
03
Conditiemeting, De Kersenboom
Bevindingen 3.3 Interieur Het nieuwe schoolgebouw heeft een open structuur met een centraal hal met tribunetrap. Vloeren Er zijn geen bijzonderheden te melden. Wanden
Er zijn geen bijzonderheden te melden. Plafonds Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3.4 Installaties Het gebouw is uitgerust met een gebalanceerd ventilatiesysteem met warmteterugwinning, en de warmte wordt opgewekt met een warmtepomp. Een deel van de benodigde energie wordt geleverd door geïntegreerde zonnepanelen in het schuine dak. De toepassing van een grondbuis voor de aanvoer van ventilatielucht zorgt voor een extra energiebesparing en verhoogt het comfort, doordat deze in de winter relatief warme lucht en in de zomer relatief koele lucht aanvoert.
3.5 Terrein Het schoolplein heeft verschillende speeltoestellen en is ruim van opzet. Echter zijn er op verschillende plekken verzakkingen zichtbaar van het tegelwerk.
Conclusie
Een nieuw gebouw vraagt vaak niet veel onderhoud maar het is belangrijk om ook bij nieuwe gebouwen aandacht te schenken aan onderhoud. Het dak vraagt om extra aandacht, mede door de lekkages die onlangs hebben plaats gevonden. Het buitenonderhoud van het schoolplein vereist tevens aandacht.
12
Conditiemeting, De Kersenboom
Bijlage I - Overzicht conditiescores
13
Conditiemeting, De Kersenboom
Bijlage II - Overzicht visuele gebreken
Lichte mosgroei op leien
Bevestiging HWA
Beschadiging in deur
Beschadiging in deur
Beschadiging in deur
Opbollend tegelwerk
Onkruid
Onkruid
Lichte mosgroei op leien en vervuiling op betonband
14
Conditiemeting, De Kersenboom
Bijlage III - Definities scores Toelichting conditiescores De verschillende condities die in de rapportage worden benoemd vinden hun oorsprong in de NEN 2767. De conditiemeting volgens de NEN 2767 heeft als doel het aanbrengen van uniform onderhoudsnormeringsysteem voor alle typen gebouwen. In deze paragraaf worden de verschillende condities beschreven.
1
2
3
4
5
6
8
9
Conditie 1 - uitstekende onderhoudstoestand Nieuwbouwkwaliteit op basis van een gedegen ontwerp, uitvoering en materiaalkeuze. Zeer incidenteel kan een gebrek worden aangetroffen, veroorzaakt door een calamiteit (bijvoorbeeld vandalisme) maar zeker niet als gevolg van veroudering. Conditie 2 - goede onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in geringe mate. Het bouwdeel element is “ingelopen”, de nieuwigheid is eraf. De primaire functievervulling is zonder meer gewaarborgd. Conditie 3 - redelijke onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in de eerste echte gebreken, zoals houtrot, corrosie e.d. Het verouderingsproces is over de gehele linie duidelijk op gang gekomen. Incidenteel kan een storing in de primaire functievervulling optreden. Conditie 4 - matige onderhoudstoestand Het verouderingsproces heeft het bouwdeel duidelijk in zijn greep. De beste tijd is voorbij, het einde nadert. Storingen in functievervulling komen plaatselijk voor en/of zijn reeds meerdere malen voorgekomen.
Conditie 5 - slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden. Regelmatig worden ernstige gebreken aangetroffen. De primaire functievervulling is niet meer gewaarborgd. Het bouwdeel heeft het einde van zijn levensduur bereikt. Conditie 6 - zeer slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is dusdanig ver gevorderd dat er geen sprake meer is van functie-vervulling. De beoordeling conditie 6 wordt gebruikt voor gevallen die niet binnen de eerste vijf condities te kaderen zijn. Conditie 8 – nader onderzoek nodig Conditie 9 – niet te inspecteren
15
Conditiemeting, De Kersenboom
Bijlage III Toelichting I/O-score De Omvang en Intensiteit wordt tijdens de inspectie op locatie bepaald, waardoor deze beoordeling relatief persoonsonafhankelijk is. Zo kan uiteindelijk op een objectieve en gestructureerde wijze bepaald worden wat de technische status is van een bouwdeel. De omvang geeft aan hoeveel procent het gebrek vertoont, er zijn vijf gradaties:
1.)
incidenteel (<2%)
2.)
plaatselijk (2%-10%)
3.)
regelmatig (10%-30%)
4.)
aanzienlijk (30%-70%)
5.)
algemeen (≥70%)
De intensiteit geeft het stadium van het gebrek aan, er zijn drie klassen: L.)
niet of nauwelijks waarneembaar (laag)
M.)
duidelijk waarneembaar (midden)
H.)
zeer duidelijk waarneembaar (hoog)
16
Conditiemeting volgens NEN 2767-1 methode Het Atelier
Jac. P. Thijsselaan 100A 1112 XV Diemen
6 juni 2024
1
Conditiemeting, Het Atelier
Gegevens OBJECTGEGEVENS
OPDRACHTGEVER
Het Atelier Bevoegd gezag
Stichting Florente Basisscholen
Brin-nummer
10BA
Denominatie
Openbaar
Directie
Jan Heijmans
Adres
Jac. P. Thijsselaan 100A, 1112 XV Diemen
Wijk
Holland Park
Gemeente Diemen Adres
D.J. den Hartoglaan 1, 1111 ZB Diemen
Contactpersoon
Fay Heijmeijer
Contactgegevens
Fay.Heijmeijer@diemen.nl, 06-28852826
Conditiemeting uitgevoerd door: M3V advies
Panamalaan 4B, 1019 AZ Amsterdam
Datum inspectie
22 mei 2024
Datum rapportage
6 juni 2024
Inspecteur, auteur:
Moreen Oud, oud@m3v.vl, 06-17454045
Gecontroleerd door:
Marie Sahar, mariesahar@m3v.nl, 06-81943904
Aanwezig bij inspectie
-
2
Conditiemeting, Het Atelier
Inhoudsopgave INLEIDING
SITUATIE
BEVINDINGEN
BIJLAGEN
3
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten
- 04
1.2 Plan van Aanpak
- 05
2.1 Het Atelier
- 07
2.2 Bruto Vloer Oppervlak
- 07
3.1 Exterieur
- 11
3.2 Energetische kwaliteit schil
- 11
3.3 Interieur
- 11
3.4 Installaties
- 12
3.5 Terrein
- 12
I – Overzicht conditiescores
- 13
II - Overzicht visuele gebreken
- 14
III - Definities scores
- 15
01
Conditiemeting, Het Atelier
Inleiding De gemeente Diemen is bezig met het opstellen van haar integraal onderwijshuisvestingsplan (IHP). In samenwerking met de drie schoolbesturen is besloten een onderzoek uit te voeren naar de technische en onderwijskundige staat van alle zeven PO-schoolgebouwen in Diemen. Het doel is om een goed afwegingskader te hebben voor de besluitvorming over welke schoolgebouwen in het IHP moeten worden opgenomen voor nieuwbouw of renovatie. De te onderzoeken schoolgebouwen zijn:
• Sint-Petrusschool • Jenaplanschool De Nieuwe Kring • De Octopus • De Ark • Noorderbreedte • De Kersenboom • Het Atelier
Stichting ASKO AMOS Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten De hoofvraag die de gemeente Diemen heeft gesteld, is: Wat is de bouwkundige status van de schoolgebouwen in de gemeente Diemen? Welke van de schoolgebouwen komen in de nabije toekomst in aanmerking voor vervangende (ver)nieuwbouw? Deze vraag heeft twee aspecten: 1)
Bouwkundige aspecten:
• Wat is de huidige technische staat van de schoolgebouwen? • Wat is de kwaliteit van de gebouwen? • Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van de panden? • Hoe duurzaam zijn de gebouwen en waar liggen verbetermogelijkheden? 1)
Onderwijskundige aspecten:
• Welke behoeften moeten de panden vervullen de komende 40 jaar? • Kunnen de gebouwen meebewegen met onderwijsontwikkelingen? Bij het toekomstbeeld speelt naast de bouwtechnische staat ook de verduurzaming een belangrijke rol. Het doel van verduurzaming vanuit het schoolbestuur is om meer grip te krijgen op de hoogte van de materiële exploitatiekosten. Bekend is dat vaak de exploitatiekosten bij het huidige gebruik van schoolgebouwen hoger liggen dan het gemiddelde, dat wordt gebruikt om de hoogte van de lumpsum bekostiging te bepalen.
4