Bijlage 3 Conditiescores schoolgebouwen gemeente Diemen
Tekst van het document
Conditiemeting volgens NEN 2767-1 methode Schoolgebouwen PO Gemeente Diemen
• Sint-Petrusschool • Jenaplanschool De Nieuwe Kring • De Octopus • De Ark • Noorderbreedte • De Kersenboom • Het Atelier 6 juni 2024
2
Stichting ASKO AMOS Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen
Conditiemeting volgens NEN 2767-1 methode Sint-Petrusschool
Ouddiemerlaan 106 1111 HL Diemen
6 juni 2024
1
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Gegevens OBJECTGEGEVENS
OPDRACHTGEVER
Sint-Petrusschool Bevoegd gezag
Stichting ASKO
Brin-nummer
03LA
Denominatie
Rooms Katholiek
Directie
Manon Blokzijl
Adres
Ouddiemerlaan 106, 1111 HL Diemen
Wijk
Diemen Centrum
Gemeente Diemen Adres
D.J. den Hartoglaan 1, 1111 ZB Diemen
Contactpersoon
Fay Heijmeijer
Contactgegevens
Fay.Heijmeijer@diemen.nl, 06-28852826
Conditiemeting uitgevoerd door: M3V advies
Panamalaan 4B, 1019 AZ Amsterdam
Datum inspectie
15 mei 2024
Datum rapportage
6 juni 2024
Inspecteur, auteur:
Moreen Oud, oud@m3v.vl, 06-17454045
Gecontroleerd door:
Marie Sahar, mariesahar@m3v.nl, 06-81943904
Aanwezig bij inspectie
Chan Briedjlal (conciërge Sint-Petrusschool)
2
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Inhoudsopgave INLEIDING
SITUATIE
BEVINDINGEN
BIJLAGEN
3
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten
- 04
1.2 Plan van Aanpak
- 05
2.1 Sint-Petrusschool
- 07
2.2 Bruto Vloer Oppervlak
- 07
3.1 Exterieur
- 10
3.2 Energetische kwaliteit schil
- 11
3.3 Interieur
- 11
3.4 Installaties
- 12
3.5 Terrein
- 12
I – Overzicht conditiescores
- 13
II - Overzicht visuele gebreken
- 14
III - Definities scores
- 15
01
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Inleiding De gemeente Diemen is bezig met het opstellen van haar integraal onderwijshuisvestingsplan (IHP). In samenwerking met de drie schoolbesturen is besloten een onderzoek uit te voeren naar de technische en onderwijskundige staat van alle zeven PO-schoolgebouwen in Diemen. Het doel is om een goed afwegingskader te hebben voor de besluitvorming over welke schoolgebouwen in het IHP moeten worden opgenomen voor nieuwbouw of renovatie. De te onderzoeken schoolgebouwen zijn:
• Sint-Petrusschool • Jenaplanschool De Nieuwe Kring • De Octopus • De Ark • Noorderbreedte • De Kersenboom • Het Atelier
Stichting ASKO AMOS Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten De hoofvraag die de gemeente Diemen heeft gesteld, is: Wat is de bouwkundige status van de schoolgebouwen in de gemeente Diemen? Welke van de schoolgebouwen komen in de nabije toekomst in aanmerking voor vervangende (ver)nieuwbouw? Deze vraag heeft twee aspecten: 1)
Bouwkundige aspecten:
• Wat is de huidige technische staat van de schoolgebouwen? • Wat is de kwaliteit van de gebouwen? • Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van de panden? • Hoe duurzaam zijn de gebouwen en waar liggen verbetermogelijkheden? 1)
Onderwijskundige aspecten:
• Welke behoeften moeten de panden vervullen de komende 40 jaar? • Kunnen de gebouwen meebewegen met onderwijsontwikkelingen? Bij het toekomstbeeld speelt naast de bouwtechnische staat ook de verduurzaming een belangrijke rol. Het doel van verduurzaming vanuit het schoolbestuur is om meer grip te krijgen op de hoogte van de materiële exploitatiekosten. Bekend is dat vaak de exploitatiekosten bij het huidige gebruik van schoolgebouwen hoger liggen dan het gemiddelde, dat wordt gebruikt om de hoogte van de lumpsum bekostiging te bepalen.
4
01
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Inleiding 1.2 Plan van Aanpak Om de vraagstelling te beantwoorden, is het volgende plan van aanpak gevolgd: Fase 1: Informatieverzameling en vragenlijst Deze fase bouwt voort op de reeds bestaande informatie. Aan de schoolbesturen is gevraagd om per school aanvullende informatie te verstrekken, namelijk:
• MJOP; • Bouwkundige tekeningen (voor het bepalen van de onderwijscapaciteit); • Melding brandveilig gebruik, inclusief tekeningen; • Overzicht van het energieverbruik van de afgelopen 2 jaar, betreffende elektriciteit en eventuele teruglevering aan het net, aardgas en warmte/koudeopslag. Daarnaast is een online vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de staat en de beleving van het gebouw vanuit de gebruiker. De vragenlijst is gebaseerd op het Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte OK-versie 2021), waarin drie kwaliteitscriteria van een onderwijsgebouw zijn geformuleerd. Deze criteria zijn:
• Architectonische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de belevingswaarde van het gebouw, zoals verschijningsvorm en uitstraling;
• Functionele kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de gebruikswaarde van het gebouw, zoals de omvang, situering en indeling van ruimten;
• Technische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de bouwkundige waarde van het gebouw, zoals gezondheid, duurzaamheid en onderhoud. De drie beoordelingscriteria zijn gewaardeerd van negatief (5) tot positief (1). In de beschrijvingen worden de belangrijkste kenmerken genoemd op basis waarvan de waarde is toegekend. De waardering hangt af van de perceptie van degene die het gebouw waardeert. Zo kan een schoolgebouw worden gezien als een economisch, technisch object en als een functioneel gebruiksobject met belevingswaarde.
Fase 2: Conditiemeting Om de huidige kwaliteit en indeling vast te stellen, zijn gebouwinspecties uitgevoerd. Tijdens deze inspecties is vastgesteld welke ruimten aanwezig zijn en hoe deze bouwkundig in het gebouw als geheel zijn geïntegreerd. Hierdoor is een beeld ontstaan van de flexibiliteit van de panden en welke wijzigingen eventueel mogelijk zijn binnen het gebouw. Daarnaast is de installatietechnische en energetische kwaliteit van het gebouw beoordeeld: Welke installaties zijn aanwezig, zijn deze up-to-date, zijn deze duurzaam? Aangezien ventilatie en verlichting vaak de grootste energetische verbruikers zijn, zijn deze huidige concepten beoordeeld. Ook de energetische kwaliteit van de buitenschil is beoordeeld, wat een indruk geeft van de duurzaamheid van de panden en waar verbeteringen en besparingen mogelijk zijn. Om een representatief beeld te krijgen van de huidige staat van onderhoud binnen en buiten de school, is een uniforme conditiemeting uitgevoerd op basis van NEN 2767-1. Een toelichting op deze conditiemeting is als bijlage bij dit rapport opgenomen. Alle bevindingen vanuit de kwaliteitsmeting zijn vertaald naar een conditiescore in deze rapportage.
5
01
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Inleiding Fase 2: Analyse Tijdens een evaluatiegesprek met de gemeente en de schoolbesturen zijn alle bevindingen besproken. Er is vastgesteld hoe de scholen er momenteel aan toe zijn en hoe deze functioneren. Daarnaast zijn de belangen en wensen van de medewerkers van de school besproken. Het resultaat van dit overleg is een opsomming van de belangrijkste noodzakelijke verbeteringen van de
schoolgebouwen, die minimaal noodzakelijk zijn om deze weer voor een lange periode (40 jaar) te kunnen gebruiken.
Dit rapport betreft het bouwtechnisch onderzoek van Sint-Petrusschool. Op onderstaande kaart is de locatie van het schoolgebouw aangegeven.
Sint-Petrusschool, Ouddiemerlaan 106, 1111 HL Diemen 6
02
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Situatie 2.1 Sint-Petrusschool De Sint-Petrusschool is een kleinschalige dorpsschool in het centrum van Diemen. Sinds de oprichting in 1924 biedt de school onderwijs aan vele generaties Diemenaren. Bijna alle 215 leerlingen zijn woonachtig in Diemen. De school is van origine een katholieke basisschool. Dit betekent dat de school middels levensbeschouwelijk onderwijs en de katholieke feestdagen bewust aandacht besteden aan de katholieke identiteit van de school. ‘We zien je op de Petrusschool!’ is het motto van de school met als kernwaarden respect, verantwoordelijkheid en plezier. Kinderen dienen met plezier naar school te gaan. Daarin zijn goede relaties de basis voor een veilig gevoel zodat ook ruimte wordt gecreëerd voor het dragen van eigen verantwoordelijkheid om tot optimale ontwikkeling te komen. De school werkt samen met Stichting Kinderopvang Diemen (SKD). Zij faciliteren peuteropvang Het Speelhuis (VVE). BSO Popeye is de samenwerkingspartner voor het aanbieden van BSO.
Het gebouw, dat dateert uit het jaar 1981, bevindt zich in het hart van Diemen. Het bestaat uit een deel dat is opgetrokken uit rood/bruine baksteen en is voorzien van grote ramen en een antracietkleurige kap bedekt met dakpannen. In de jaren 2002 en 2009 is het gebouw uitgebreid met twee aanbouwen. Deze
uitbreidingen zijn beide gerealiseerd in dezelfde architectonische stijl. De aanbouwen zijn voorzien van rode keramische tegels en hebben een plat dak. Het schoolgebouw beschikt in totaal over 11 klaslokalen, waarvan er 9 zijn gesitueerd in het oorspronkelijke gebouw. De twee klaslokalen die deel uitmaken van de nieuwbouw, welke een ronde uitbreiding vormt, worden gebruikt als bibliotheek en als lokaal voor buitenschoolse opvang (BSO). Echter, beide lokalen in de nieuwbouw zijn vanwege geluidsoverlast van de verdiepingsvloer niet geschikt voor gebruik als reguliere onderwijsruimten.
2.2 Bruto Vloeroppervlakte Overeenkomstig de Verordening Voorzieningen Huisvesting van de Gemeente Diemen, bijlage III, deel E, wordt de capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte (BVO) van het gebouw.
Het totale gebouw heeft een BVO van m2, verdeeld over: BVO ONDERWIJS
1.487 m2
BVO VVE
114 m2
7
02
Situatie
Kavel Sint Petrusschool
Schoolplein Sint-Petrusschool 8
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
02
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Vlekkenplan ruimteoverzicht
dubbel gebruik BSO
Begane grond 1.249 m2 BVO Onderwijs
114 m2 BVO VVE
Begane grond
1e Verdieping 238 m2 BVO Onderwijs
1e verdieping 9
03
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Bevindingen Het doel van deze toelichting is om de technische toestand van een schoolgebouw objectief vast te stellen. Dit gebeurt aan de hand van de methode van conditiemeting volgens NEN 2767-1. Deze methode biedt een gestandaardiseerde manier om gebreken aan bouwdelen te registreren, kwalificeren en kwantificeren. Op basis van de vastgestelde gebreken wordt de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouwkwaliteit bepaald en uitgedrukt in een conditiescore van 1 tot 6. Hierbij staat een score van 1 voor nieuwbouwkwaliteit en een score van 6 voor technisch rijp voor sloop. Over het algemeen worden scores van 1, 2 en 3 als
acceptabel beschouwd, terwijl scores van 4, 5 of 6 aanleiding geven tot (direct noodzakelijk) onderhoud. De conditiescores worden bepaald op basis van de intensiteit en omvang van de gebreken aan het gebouw. In Bijlage III worden de conditiescores en de I/O-scores nader toegelicht.
3.1 Exterieur Fundering De fundering van het gebouw, vermoedelijk bestaande uit palen, is niet visueel onderzocht. Er zijn echter geen zettingsschades waargenomen, wat impliceert dat de fundering naar behoren functioneert en geen directe problemen vertoont. Regelmatig funderingsonderzoek wordt aanbevolen om toekomstige problemen te voorkomen. Gevels De gevel van het hoofdgebouw bestaat uit een binnenmuur en een buitenmuur van baksteenmetselwerk, elk 100 mm dik. Tussen deze muren bevindt zich een spouw met een beperkt isolatiepakket. De aanbouw, die een ronding heeft, is opgebouwd uit sandwichpanelen van 120 mm en afgewerkt met keramische roodbruine tegels. De uitbreiding aan de straatzijde is eveneens in dezelfde stijl uitgevoerd. Het gebouw heeft houten kozijnen met voornamelijk dubbel HR-glas, die antraciet van kleur zijn. De draaiende delen van de ramen zijn oranje gekleurd. Aan de zijde van het speellokaal zijn nog enkele ramen met enkel glas aanwezig. Metselwerk
De gemetselde spouwgevel, met een maximale dikte van 300 mm, is van matige kwaliteit. Het metselwerk vertoont op diverse plaatsen aantastingen en veroudering, zowel in het metselwerk als in het voegwerk. Op de gevel aan de straatzijde is graffiti aanwezig. De keramische tegels van de uitbouwen zijn op enkele plekken beschadigd. Een grondige reiniging en herstel van het metselwerk en de tegels is noodzakelijk om verdere schade te voorkomen. Kozijnen De houten kozijnen, ramen en deuren zijn matig onderhouden. Op diverse plekken is houtrot zichtbaar en is er sprake van verouderd schilderwerk. Het hang- en sluitwerk is sterk verouderd. De kozijnen met enkel glas, nabij het speellokaal, zijn van slechte kwaliteit. Bij het leerplein bij de kleutergroepen zijn daklichten aanwezig, waar sporen van oude lekkages zichtbaar zijn. Bij een van de daklichten zit een barst in het
spiegeldraadglas. Volgens de tekeningen van de gebruiksmelding is het gebouw verdeeld in meerdere brandcompartimenten. De scheiding ligt tussen het kleuterleerplein en de aula. Deze dubbele deuren dienen ten minste 30 minuten WBDBOD te zijn en tevens zelfsluitend. Dit is momenteel niet het geval, wat een risico voor de brandveiligheid inhoudt.
10
03
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Bevindingen Daken De platte daken zijn afgewerkt met een APP-dakbedekking, voorzien van een ballastlaag van grind. Op de daken liggen diverse kapotte dakpannen en een hekwerk van het speelplein dat al geruime tijd aanwezig is. Inmiddels groeit er onkruid op het dak, wat op termijn lekkages kan veroorzaken. De hellende daken zijn voorzien van antracietkleurige betonnen dakpannen, die poreus ogen en lichte sporen van mosvorming vertonen. Periodieke inspectie en onderhoud van de dakbedekking en dakpannen zijn noodzakelijk om
lekkages te voorkomen 3.2 Energetische Kwaliteit van de Schil De gevels, de vloer en het dak zijn zeer matig geïsoleerd. Het vigerende bouwbesluit van 1980 hanteerde een RC-waarde van 0,22 m²·K/W, wat betekent dat er nagenoeg geen isolatie aanwezig is. Met behulp van de Werkelijke Energie-intensiteit indicator-tool (WEii) is de energie-efficiëntie van het gebouw objectief vastgesteld. In 2023 scoorde het gebouw met de WEii 116 kWh/m² en werd daarmee als 'zuinig' geclassificeerd. In 2022 was de score 122 kWh/m², wat 'gemiddeld' betekent. Om 'Paris proof' te zijn, zou de WEii-factor 80 kWh/m² moeten zijn. De resultaten van de WEii-rekentool zijn toegevoegd in de bijlage. Ondanks de matige isolatie gaan de gebruikers zuinig om met elektra en gas. Voor verdere verbetering van
de energetische prestaties wordt aangeraden om de isolatie van de gebouwschil te verbeteren en energieefficiënte maatregelen te overwegen. 3.3 Interieur Het schoolgebouw heeft een eenvoudige opzet. Alle klaslokalen bevinden zich op de begane grond rondom de aula en het leerplein van de kleuters, dat ook als leerplein wordt gebruikt. De ronde uitbouw bestaat uit een begane grond en een verdieping, waar alle teamruimten zijn gesitueerd. Op de begane grond bevinden zich de bibliotheek en de BSO-ruimte. Vloeren De vloeren, zowel op de begane grond als op de verdieping, zijn kanaalplaatvloeren, waarvan de begane grondvloer geïsoleerd is. Er zijn geen scheuren of beschadigingen aangetroffen. De vloeren zijn afgewerkt met marmoleum in gele tinten in de gangen en lokalen. In de kleuterklas is het gedeelte bij de wastafels betegeld met bruine vloertegels. Er zijn geen bijzonderheden te melden met betrekking tot de vloerafwerking. Wanden De binnenwanden in de school zijn opgetrokken uit schoon metselwerk, wat een zeer ouderwetse uitstraling heeft. Het schoon metselwerk draagt bij aan een robuuste maar gedateerde esthetiek. Overweging van een modernere afwerking kan bijdragen aan een frissere uitstraling van het interieur. Plafonds De plafondplaten in de klaslokalen zijn oud en vertonen op enkele plekken beschadigingen als gevolg van lekkages.
In de algemene ruimten bestaat de plafondafwerking uit houten latten op doek, dat op veel plekken beschadigd is. Het vervangen of repareren van de plafondafwerking is noodzakelijk om een nettere en veiligere leeromgeving te creëren. De verlichtingsarmaturen zijn zwaar verouderd.
11
03
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Bevindingen 3.4 Installaties In de technische ruimte zijn twee Remeha Quinta Ace HR-ketels aanwezig. De technische ruimte is zeer netjes opgeruimd en er staan geen overtollige obstakels. De huidige staat van de installaties is goed, zonder verdere bijzonderheden. Regelmatig onderhoud van de verwarmingsinstallaties blijft echter essentieel om de energie-efficiëntie en bedrijfszekerheid te waarborgen. Opvallend in het gebouw zijn de radiatoren die op
plafondhoogte hangen in zowel de aula als klaslokalen. Omdat warme lucht altijd stijgt zal de warmte opbrengt van deze radiatoren voor de ruimte verwaarloosbaar zijn. Door het gehele gebouw zijn de wandcontactdozen verouderd. De gehele E-installatie moet op korte termijn worden vervangen. 3.5 Terrein Het buitenterrein, het schoolplein aan de buitenzijde van het gebouw, is voorzien van tegels en omheind met een metalen hekwerk. Het schoolplein is eenvoudig en minimaal ingericht. Aan de achterzijde van het schoolgebouw zijn moestuinen gemaakt, die matig onderhouden worden. Het verbeteren van de inrichting en het onderhoud van het buitenterrein kan bijdragen aan een aangenamere en aantrekkelijkere buitenruimte voor de leerlingen. Conclusie Het schoolgebouw vertoont op diverse punten tekenen van veroudering en matig onderhoud, met name aan de buitenzijde. De fundering lijkt nog in goede staat te zijn, ondanks het ontbreken van een visuele inspectie. De gevels en het metselwerk hebben duidelijke sporen van slijtage en schade, en de kozijnen en dakbedekking vertonen tekenen van veroudering en lekkages. De energetische kwaliteit van de schil is laag, wat leidt tot een hogere energie-intensiteit dan wenselijk. Desondanks is het energieverbruik relatief zuinig dankzij bewust energiegebruik door de gebruikers.
Het interieur van het gebouw is functioneel maar gedateerd, met enkele beschadigingen aan plafonds en
wanden. De installaties zijn goed onderhouden en functioneren naar behoren. Het buitenterrein biedt basisvoorzieningen, maar kan verbeterd worden om een aantrekkelijkere speel- en leeromgeving te creëren. Voor de lange termijn zijn zeer uitgebreide aanpassingen noodzakelijk om de structurele integriteit en energetische prestaties van het gebouw te verbeteren. Dit omvat het herstellen en moderniseren van de gevels, kozijnen, dakbedekking en isolatie, evenals het upgraden van de binnen afwerking en het buitenterrein. Er zal een keuze gemaakt moeten worden of deze aanpassing inde vorm van renovatie, zowel financieel als in functioneel gebruik, opwegen tegen nieuwbouw.
12
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Bijlage I - Overzicht conditiescores
13
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Bijlage II - Overzicht visuele gebreken
Gebroken glasplaat in daklicht
Tussendeuren brandcompartiment
Verouderd interieur speellokaal
Radiatoren op hoogte in klaslokalen
Radiatoren op hoogte in aula
Verouderd interieur kleuterlokaal
Schade dak, hemelwaterafvoer
Blauwe hekwerken op balastlaag dakbedekking
Schade metselwerk
14
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Bijlage III - Definities scores Toelichting conditiescores De verschillende condities die in de rapportage worden benoemd vinden hun oorsprong in de NEN 2767. De conditiemeting volgens de NEN 2767 heeft als doel het aanbrengen van uniform onderhoudsnormeringsysteem voor alle typen gebouwen. In deze paragraaf worden de verschillende condities beschreven.
1
2
3
4
5
6
8
9
Conditie 1 - uitstekende onderhoudstoestand Nieuwbouwkwaliteit op basis van een gedegen ontwerp, uitvoering en materiaalkeuze. Zeer incidenteel kan een gebrek worden aangetroffen, veroorzaakt door een calamiteit (bijvoorbeeld vandalisme) maar zeker niet als gevolg van veroudering. Conditie 2 - goede onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in geringe mate. Het bouwdeel element is “ingelopen”, de nieuwigheid is eraf. De primaire functievervulling is zonder meer gewaarborgd. Conditie 3 - redelijke onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in de eerste echte gebreken, zoals houtrot, corrosie e.d. Het verouderingsproces is over de gehele linie duidelijk op gang gekomen. Incidenteel kan een storing in de primaire functievervulling optreden. Conditie 4 - matige onderhoudstoestand Het verouderingsproces heeft het bouwdeel duidelijk in zijn greep. De beste tijd is voorbij, het einde nadert. Storingen in functievervulling komen plaatselijk voor en/of zijn reeds meerdere malen voorgekomen.
Conditie 5 - slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden. Regelmatig worden ernstige gebreken aangetroffen. De primaire functievervulling is niet meer gewaarborgd. Het bouwdeel heeft het einde van zijn levensduur bereikt. Conditie 6 - zeer slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is dusdanig ver gevorderd dat er geen sprake meer is van functie-vervulling. De beoordeling conditie 6 wordt gebruikt voor gevallen die niet binnen de eerste vijf condities te kaderen zijn. Conditie 8 – nader onderzoek nodig Conditie 9 – niet te inspecteren
15
Conditiemeting, Sint-Petrusschool
Bijlage III Toelichting I/O-score De Omvang en Intensiteit wordt tijdens de inspectie op locatie bepaald, waardoor deze beoordeling relatief persoonsonafhankelijk is. Zo kan uiteindelijk op een objectieve en gestructureerde wijze bepaald worden wat de technische status is van een bouwdeel. De omvang geeft aan hoeveel procent het gebrek vertoont, er zijn vijf gradaties:
1.)
incidenteel (<2%)
2.)
plaatselijk (2%-10%)
3.)
regelmatig (10%-30%)
4.)
aanzienlijk (30%-70%)
5.)
algemeen (≥70%)
De intensiteit geeft het stadium van het gebrek aan, er zijn drie klassen: L.)
niet of nauwelijks waarneembaar (laag)
M.)
duidelijk waarneembaar (midden)
H.)
zeer duidelijk waarneembaar (hoog)
16
Conditiemeting volgens NEN 2767-1 methode Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Prinses Beatrixlaan 156c 1111 GH Diemen
6 juni 2024
1
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Gegevens OBJECTGEGEVENS
OPDRACHTGEVER
Jenaplanschool De Nieuwe Kring Bevoegd gezag
AMOS
Brin-nummer
04FD
Denominatie
Algemeen bijzonder
Directie
Madeleine Moret, Debbie van Capelleveen
Adres
Prinses Beatrixlaan 156c, 1111 GH Diemen
Wijk
Diemen Centrum
Gemeente Diemen Adres
D.J. den Hartoglaan 1, 1111 ZB Diemen
Contactpersoon
Fay Heijmeijer
Contactgegevens
Fay.Heijmeijer@diemen.nl, 06-28852826
Conditiemeting uitgevoerd door: M3V advies
Panamalaan 4B, 1019 AZ Amsterdam
Datum inspectie
14 mei 2024
Datum rapportage
6 juni 2024
Inspecteur, auteur:
Moreen Oud, oud@m3v.vl, 06-17454045
Gecontroleerd door:
Marie Sahar, mariesahar@m3v.nl, 06-81943904
Aanwezig bij inspectie
Danny Daluiso (conciërge De Nieuwe Kring)
2
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Inhoudsopgave INLEIDING
SITUATIE
BEVINDINGEN
BIJLAGEN
3
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten
- 04
1.2 Plan van Aanpak
- 05
2.1 Jenaplanschool De Nieuwe Kring
- 07
2.2 Bruto Vloer Oppervlak
- 07
3.1 Exterieur
- 10
3.2 Energetische kwaliteit schil
- 11
3.3 Interieur
- 11
3.4 Installaties
- 12
3.5 Terrein
- 12
I – Overzicht conditiescores
- 13
II - Overzicht visuele gebreken
- 14
III - Definities scores
- 15
01
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Inleiding De gemeente Diemen is bezig met het opstellen van haar integraal onderwijshuisvestingsplan (IHP). In samenwerking met de drie schoolbesturen is besloten een onderzoek uit te voeren naar de technische en onderwijskundige staat van alle zeven PO-schoolgebouwen in Diemen. Het doel is om een goed afwegingskader te hebben voor de besluitvorming over welke schoolgebouwen in het IHP moeten worden opgenomen voor nieuwbouw of renovatie. De te onderzoeken schoolgebouwen zijn:
• Sint-Petrusschool • Jenaplanschool De Nieuwe Kring • De Octopus • De Ark • Noorderbreedte • De Kersenboom • Het Atelier
Stichting ASKO AMOS Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten De hoofvraag die de gemeente Diemen heeft gesteld, is: Wat is de bouwkundige status van de schoolgebouwen in de gemeente Diemen? Welke van de schoolgebouwen komen in de nabije toekomst in aanmerking voor vervangende (ver)nieuwbouw? Deze vraag heeft twee aspecten: 1)
Bouwkundige Aspecten:
• Wat is de huidige technische staat van de schoolgebouwen? • Wat is de kwaliteit van de gebouwen? • Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van de panden? • Hoe duurzaam zijn de gebouwen en waar liggen verbetermogelijkheden? 1)
Onderwijskundige Aspecten:
• Welke behoeften moeten de panden vervullen de komende 40 jaar? • Kunnen de gebouwen meebewegen met onderwijsontwikkelingen? Bij het toekomstbeeld speelt naast de bouwtechnische staat ook de verduurzaming een belangrijke rol. Het doel van verduurzaming vanuit het schoolbestuur is om meer grip te krijgen op de hoogte van de materiële exploitatiekosten. Bekend is dat vaak de exploitatiekosten bij het huidige gebruik van schoolgebouwen hoger liggen dan het gemiddelde, dat wordt gebruikt om de hoogte van de lumpsum bekostiging te bepalen.
4
01
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Inleiding 1.2 Plan van Aanpak Om de vraagstelling te beantwoorden, is het volgende plan van aanpak gevolgd: Fase 1: Informatieverzameling en vragenlijst Deze fase bouwt voort op de reeds bestaande informatie. Aan de schoolbesturen is gevraagd om per school aanvullende informatie te verstrekken, namelijk:
• MJOP; • Bouwkundige tekeningen (voor het bepalen van de onderwijscapaciteit); • Melding brandveilig gebruik, inclusief tekeningen; • Overzicht van het energieverbruik van de afgelopen 2 jaar, betreffende elektriciteit en eventuele teruglevering aan het net, aardgas en warmte/koudeopslag. Daarnaast is een online vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de staat en de beleving van het gebouw vanuit de gebruiker. De vragenlijst is gebaseerd op het Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte OK-versie 2021), waarin drie kwaliteitscriteria van een onderwijsgebouw zijn geformuleerd. Deze criteria zijn:
• Architectonische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de belevingswaarde van het gebouw, zoals verschijningsvorm en uitstraling;
• Functionele kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de gebruikswaarde van het gebouw, zoals de omvang, situering en indeling van ruimten;
• Technische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de bouwkundige waarde van het gebouw, zoals gezondheid, duurzaamheid en onderhoud. De drie beoordelingscriteria zijn gewaardeerd van negatief (5) tot positief (1). In de beschrijvingen worden de belangrijkste kenmerken genoemd op basis waarvan de waarde is toegekend. De waardering hangt af van de perceptie van degene die het gebouw waardeert. Zo kan een schoolgebouw worden gezien als een economisch, technisch object en als een functioneel gebruiksobject met belevingswaarde.
Fase 2: Conditiemeting Om de huidige kwaliteit en indeling vast te stellen, zijn gebouwinspecties uitgevoerd. Tijdens deze inspecties is vastgesteld welke ruimten aanwezig zijn en hoe deze bouwkundig in het gebouw als geheel zijn geïntegreerd. Hierdoor is een beeld ontstaan van de flexibiliteit van de panden en welke wijzigingen eventueel mogelijk zijn binnen het gebouw. Daarnaast is de installatietechnische en energetische kwaliteit van het gebouw beoordeeld: Welke installaties zijn aanwezig, zijn deze up-to-date, zijn deze duurzaam? Aangezien ventilatie en verlichting vaak de grootste energetische verbruikers zijn, zijn deze huidige concepten beoordeeld. Ook de energetische kwaliteit van de buitenschil is beoordeeld, wat een indruk geeft van de duurzaamheid van de panden en waar verbeteringen en besparingen mogelijk zijn. Om een representatief beeld te krijgen van de huidige staat van onderhoud binnen en buiten de school, is een uniforme conditiemeting uitgevoerd op basis van NEN 2767-1. Een toelichting op deze conditiemeting is als bijlage bij dit rapport opgenomen. Alle bevindingen vanuit de kwaliteitsmeting zijn vertaald naar een conditiescore in deze rapportage.
5
01
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Inleiding Fase 2: Analyse Tijdens een evaluatiegesprek met de gemeente en de schoolbesturen zijn alle bevindingen besproken. Er is vastgesteld hoe de scholen er momenteel aan toe zijn en hoe deze functioneren. Daarnaast zijn de belangen en wensen van de medewerkers van de school besproken. Het resultaat van dit overleg is een opsomming van de belangrijkste noodzakelijke verbeteringen van de
schoolgebouwen, die minimaal noodzakelijk zijn om deze weer voor een lange periode (40 jaar) te kunnen gebruiken.
Dit rapport betreft het bouwtechnisch onderzoek van Jenaplanschool De Nieuwe Kring. Op onderstaande kaart is de locatie van het schoolgebouw aangegeven.
Jenaplanschool De Nieuwe Kring, Prinses Beatrixlaan 156c, 1111 GH Diemen 6
02
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Situatie 2.1 Jenaplanschool De Nieuwe Kring Als Jenaplanschool staat De Nieuwe Kring voor een leef- en werkgemeenschap waar kinderen, ouders en onderwijsgevenden met elkaar een rijke en veilige leeromgeving creëren en handhaven, waarbinnen ieder kind zich kan ontwikkelen en ontplooien. Kinderen worden uitgedaagd om op hun eigen niveau en in hun eigen tempo zo goed mogelijke resultaten te behalen. Het stimuleren en ontwikkelen van interesses, leerhouding, zelfstandigheid, creativiteit, kritisch bewust zijn en sociale vaardigheden is minstens zo belangrijk als het overdragen van kennis. De Jenaplanschool telt op het moment 15 groepen en werkt met stamgroepen waarbinnen eigenaarschap en autonomie, zelfstandigheid en samenwerken belangrijk zijn voor de ontwikkeling en groei van de leerlingen. De Nieuwe Kring is samen Stichting Kinderopvang Diemen (SKD) gehuisvest in een relatief nieuw gebouw De Meridiaan uit 2009. SDK beidt KDV en VVE aan. BSO Popeye verzorgt BSO. Het gebouw, van bouwjaar 2009, is opgetrokken uit rood/bruine baksteen en witte betonbanden met een plat dak. Het heeft 2 bouwlagen waarvan de 2e bouwlaag kleiner is dan de begane grond. Op een gedeelte van het dak van de begane grond is een daktuin. Op het dak van de 1e verdieping liggen circa 100 zonnepanelen. In de gevel zijn houten kozijnen toegepast, voorzien van dubbel glas. In het gebouw bevindt zich een lift.
Het schoolgebouw beschikt over 15 klaslokalen. Hiervan bevinden zich 7 op de begane grond en 8 op de bovenverdieping. Daarnaast is er zowel een lokaal voor de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) als voor de Buitenschoolse Opvang (BSO). 2.2 Bruto Vloeroppervlakte Overeenkomstig de Verordening Voorzieningen Huisvesting van de Gemeente Diemen, bijlage III, deel E, wordt de capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte (BVO) van het gebouw.
Het totale gebouw heeft een BVO van m2, verdeeld over: BVO ONDERWIJS
2.306 m2
BVO VVE
90 m2
BVO Kinderopvang
392 m2
7
02
Situatie
Kavel Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Schoolplein Jenaplanschool De Nieuwe Kring 8
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
02
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Vlekkenplan ruimteoverzicht Begane grond 1.310 m2 BVO Onderwijs 90 m2 BVO VVE 392 m2 BVO Kinderopvang
dubbel gebruik BSO
Begane grond
1e Verdieping 996 m2 BVO Onderwijs
1e verdieping 9
03
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Bevindingen Het doel van deze toelichting is om de technische toestand van een schoolgebouw objectief vast te stellen. Dit gebeurt aan de hand van de methode van conditiemeting volgens NEN 2767-1. Deze methode biedt een gestandaardiseerde manier om gebreken aan bouwdelen te registreren, kwalificeren en kwantificeren. Op basis van de vastgestelde gebreken wordt de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouwkwaliteit bepaald en uitgedrukt in een conditiescore van 1 tot 6. Hierbij staat een score van 1 voor nieuwbouwkwaliteit en een score van 6 voor technisch rijp voor sloop. Over het algemeen worden scores van 1, 2 en 3 als
acceptabel beschouwd, terwijl scores van 4, 5 of 6 aanleiding geven tot (direct noodzakelijk) onderhoud. De conditiescores worden bepaald op basis van de intensiteit en omvang van de gebreken aan het gebouw. In Bijlage III worden de conditiescores en de I/O-scores nader toegelicht.
3.1 Exterieur Fundering De (palen)fundering is niet visueel onderzocht. Er zijn geen zettingsschades waargenomen, wat impliceert dat de fundering nog goed functioneert. Gevels
De gevel van het gebouw bestaat uit een buitenmuur van baksteenmetselwerk van 100 mm dik en een binnenspouwblad van kalkzandsteen van 150 mm dik. De spouwmuur bevat een isolatiepakket van 100 mm. Horizontale betonnen banden ter hoogte van de verdiepingsvloer zorgen voor extra horizontale accenten in de gevel. Enkele ramen aan de westgevel zijn omkaderd met deze betonnen banden. Het metselwerk is uitgevoerd in een speciaal verband, waarbij een vlakverdeling van liggende stenen gecombineerd is met hoge stenen. Het gebouw heeft houten kozijnen met dubbel HR-glas, die antraciet van kleur zijn en voorzien van buitenzonwering. Metselwerk De gemetselde spouwgevel is 390 mm dik, met een luchtspouw van circa 40 mm en een isolatiepakket van 100 mm. Aan de binnenzijde is de gevel afgesloten met een kalkzandsteenwand van 150 mm bij de
onderwijsruimten, en 120 mm bij de overige ruimten. De kwaliteit van het metsel- en voegwerk oogt goed. Er zijn geen scheuren te zien. Op één plek is het voegwerk tussen het metselwerk en de betonband losgekomen. De betonnen elementen in de gevel zijn licht vervuild door mos- en algengroei. Kozijnen De houten kozijnen, ramen en deuren zijn goed onderhouden. De toegangsdeuren aan de zijde van het schoolplein en de achteringang aan de Prins Bernhardlaan vertonen op enkele plekken verouderd schilderwerk. Het hang- en sluitwerk is in orde. In het speellokaal is een lichtkoepel aanwezig, die afgesloten lijkt te zijn door panelen. Daken De daken zijn globaal geïnspecteerd. Het geïsoleerde dak heeft een APP-dakbedekking voorzien van een
ballastlaag van grind. Hierop zijn de circa 100 zonnepanelen geplaatst. Er zijn geen gebreken waargenomen. De randen zijn voorzien van een aluminium daktrim. Plaatselijk is deze daktrim vervuild. De functionaliteit van het dak, het beschermen tegen weersinvloeden, is zeer goed te noemen. Bij de binnentuin zijn twee kleine, lage daken voorzien van een sedum dakbedekking. Het dak van de begane grond is toegankelijk en hier zijn moestuintjes. Op de daken is veel begroeiing aanwezig die geen onderdeel is van de sedum dakbedekking; er is veel onkruid met verwaarloosd onderhoud van de daktuin.
10
03
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Bevindingen Trappen Op het binnenterrein van het gebouw is de buitenspeelruimte voor de kinderdagopvang. Hier bevindt zich een betonnen buitentrap naar de daktuin op de eerste verdieping. De balustrades van de trap vertonen achterstallig onderhoud. De verf bladdert over de gehele balustrade. De trap zelf is in uitstekende staat.
3.2 Energetische Kwaliteit van de Schil De gevels, de vloer en het dak zijn geïsoleerd met een RC-waarde van 2,5 m²·K/W conform het vigerende Bouwbesluit van 2009. Met behulp van de Werkelijke Energie-intensiteit indicator-tool (Weii) is de energieefficiëntie van het gebouw objectief vastgesteld. In 2023 scoorde het gebouw met de Werkelijke Energieintensiteit indicator 86 kWh/m² en daarmee ‘zuinig’. In 2022 scoorde het gebouw zelfs 86 kWh/m², wat betekent ‘zeer zuinig’. Om ‘Paris proof’ te zijn, zou de Weii-factor 80 kWh/m² moeten zijn. De resultaten van de WEii-rekentool zijn toegevoegd in de bijlage.
3.3 Interieur
Het schoolgebouw is helder van opzet. Zeven klaslokalen zijn op de begane grond gesitueerd rondom de aula, die ook gebruikt wordt als leerplein. Op de verdieping bevinden zich acht klaslokalen. De gangzone voorziet in kleine leerplekken. De binnenwanden in de klaslokalen zijn van kalkzandsteen, voorzien van een gesausde dunne laag stucwerk (filmlaag). Rondom de aula zijn de wanden van schoonmetselwerk. De vloeren zijn voorzien van marmoleum. In de klaslokalen is plaatselijk de onderkant van de breedplaatvloer zichtbaar. Daarnaast zijn houtwolplaten (Heraklith e.d.) gebruikt als plafondafwerking. De lichtarmaturen zijn voorzien van LED-buizen (Philips Instant Fit HF). Vloeren De vloeren zijn opgebouwd uit breedplaatvloeren, die zichtbaar zijn in het gebouw. De betonnen vloeren zijn van goede kwaliteit. Ze zijn afgewerkt met marmoleum in aardetinten in de gangen en lokalen. In de aula is gekozen voor een oranje kleur. Er zijn geen bijzonderheden te melden. Wanden De binnenwanden in de klaslokalen zijn van kalkzandsteen, voorzien van een gesausde dunne laag stucwerk (filmlaag). Rondom de aula zijn de wanden van schoonmetselwerk. De kwaliteit is goed, zonder zichtbare gebreken. Plafonds Architectonisch is er gekozen om de constructie en installaties zichtbaar te maken.
Dat betekent dat in de ruimte de onderkant van de breedplaatvloeren zichtbaar is gebleven en daar waar nodig, ten behoeve van de akoestiek, plafondplaten zijn aangebracht. Er is gekozen voor akoestische plafondplaten van houtwol (Heraklith e.d.). Deze platen zijn gedateerd en ogen daardoor somber. Functioneel zijn de houtwolplaten
echter nog in goede staat.
11
03
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Bevindingen 3.4 Installaties In de technische ruimte zijn twee Nefit Topline HR-ketels aanwezig. Het jaarlijks onderhoud van deze ketels wordt uitgevoerd door de firma Schulte Lestraden. De laatste onderhoudsbeurt is uitgevoerd in juni 2023. De technische ruimte is opgeruimd en er staan geen overtollige obstakels. Ten behoeve van de opwekking van zonne-energie is een installatie aanwezig met twee omvormers van het type SMA Sunny Tripower. Verder zijn er geen bijzonderheden te melden.
3.5 Terrein Het buitenterrein, het schoolplein aan de buitenzijde van het gebouw, is voorzien van tegels en omheind met een metalen hekwerk. Op het schoolplein is een zandbak met een klein houten klimtoestel, beschermd door een zonnedoek. Het plein is minimaal ingericht.
Conclusie De technische inspectie van het schoolgebouw geeft een gedetailleerd beeld van de huidige staat van het
gebouw. Over het algemeen verkeert het gebouw in goede staat, met enkele aandachtspunten voor onderhoud, zoals verouderd schilderwerk aan de toegangsdeuren en vervuilde betonelementen. De fundering functioneert naar behoren, en er zijn geen zettingsschades waargenomen. De energetische kwaliteit van het gebouw is goed, met scores die aangeven dat het gebouw ‘zuinig’ tot ‘zeer zuinig’ is. Het interieur is goed onderhouden en functioneel, hoewel de akoestische plafondplaten gedateerd zijn. De installaties zijn up-to-date en goed onderhouden. Het buitenterrein is eenvoudig, maar functioneel.
In het algemeen is het schoolgebouw in goede staat en geschikt voor gebruik, met enkele punten die aandacht behoeven om de kwaliteit en functionaliteit te behouden en te verbeteren.
12
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Bijlage I - Overzicht conditiescores
13
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Bijlage II - Overzicht visuele gebreken
Vervuilde betonband
Vervuilde betonband
Balustrade afbladderend schilderwerk
Verouderde armaturen
Verouderde armaturen
Verouderde plafondplaten
Aandacht ventilatie
Geen uitdagend schoolplein
Ontbreken van voegwerk tussen betonband en metselwerk
14
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Bijlage III - Definities scores Toelichting conditiescores De verschillende condities die in de rapportage worden benoemd vinden hun oorsprong in de NEN 2767. De conditiemeting volgens de NEN 2767 heeft als doel het aanbrengen van uniform onderhoudsnormeringsysteem voor alle typen gebouwen. In deze paragraaf worden de verschillende condities beschreven.
1
2
3
4
5
6
8
9
Conditie 1 - uitstekende onderhoudstoestand Nieuwbouwkwaliteit op basis van een gedegen ontwerp, uitvoering en materiaalkeuze. Zeer incidenteel kan een gebrek worden aangetroffen, veroorzaakt door een calamiteit (bijvoorbeeld vandalisme) maar zeker niet als gevolg van veroudering. Conditie 2 - goede onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in geringe mate. Het bouwdeel element is “ingelopen”, de nieuwigheid is eraf. De primaire functievervulling is zonder meer gewaarborgd. Conditie 3 - redelijke onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in de eerste echte gebreken, zoals houtrot, corrosie e.d. Het verouderingsproces is over de gehele linie duidelijk op gang gekomen. Incidenteel kan een storing in de primaire functievervulling optreden. Conditie 4 - matige onderhoudstoestand Het verouderingsproces heeft het bouwdeel duidelijk in zijn greep. De beste tijd is voorbij, het einde nadert. Storingen in functievervulling komen plaatselijk voor en/of zijn reeds meerdere malen voorgekomen.
Conditie 5 - slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden. Regelmatig worden ernstige gebreken aangetroffen. De primaire functievervulling is niet meer gewaarborgd. Het bouwdeel heeft het einde van zijn levensduur bereikt. Conditie 6 - zeer slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is dusdanig ver gevorderd dat er geen sprake meer is van functie-vervulling. De beoordeling conditie 6 wordt gebruikt voor gevallen die niet binnen de eerste vijf condities te kaderen zijn. Conditie 8 – nader onderzoek nodig Conditie 9 – niet te inspecteren
15
Conditiemeting, Jenaplanschool De Nieuwe Kring
Bijlage III Toelichting I/O-score De Omvang en Intensiteit wordt tijdens de inspectie op locatie bepaald, waardoor deze beoordeling relatief persoonsonafhankelijk is. Zo kan uiteindelijk op een objectieve en gestructureerde wijze bepaald worden wat de technische status is van een bouwdeel. De omvang geeft aan hoeveel procent het gebrek vertoont, er zijn vijf gradaties:
1.)
incidenteel (<2%)
2.)
plaatselijk (2%-10%)
3.)
regelmatig (10%-30%)
4.)
aanzienlijk (30%-70%)
5.)
algemeen (≥70%)
De intensiteit geeft het stadium van het gebrek aan, er zijn drie klassen: L.)
niet of nauwelijks waarneembaar (laag)
M.)
duidelijk waarneembaar (midden)
H.)
zeer duidelijk waarneembaar (hoog)
16
Conditiemeting volgens NEN 2767-1 methode De Octopus
Schoolpad 6 1111 CS Diemen
6 juni 2024
1
Conditiemeting, De Octopus
Gegevens OBJECTGEGEVENS
OPDRACHTGEVER
De Octopus Bevoegd gezag
Stichting Florente Basisscholen
Brin-nummer
08EW
Denominatie
Samenwerking PC, RK
Directie
Kirsten Houweling
Adres
Schoolpad 6, 1111 CS Diemen
Wijk
Diemen Centrum
Gemeente Diemen Adres
D.J. den Hartoglaan 1, 1111 ZB Diemen
Contactpersoon
Fay Heijmeijer
Contactgegevens
Fay.Heijmeijer@diemen.nl, 06-28852826
Conditiemeting uitgevoerd door: M3V advies
Panamalaan 4B, 1019 AZ Amsterdam
Datum inspectie
15 mei 2024
Datum rapportage
6 juni 2024
Inspecteur, auteur:
Moreen Oud, oud@m3v.vl, 06-17454045
Gecontroleerd door:
Marie Sahar, mariesahar@m3v.nl, 06-81943904
Aanwezig bij inspectie
Theo Dolstra (Huisvestingsmedewerker Florente Basisscholen)
2
Conditiemeting, De Octopus
Inhoudsopgave INLEIDING
SITUATIE
BEVINDINGEN
BIJLAGEN
3
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten
- 04
1.2 Plan van Aanpak
- 05
2.1 De Octopus
- 07
2.2 Bruto Vloer Oppervlak
- 07
3.1 Exterieur
- 10
3.2 Energetische kwaliteit schil
- 11
3.3 Interieur
- 11
3.4 Installaties
- 11
3.5 Terrein
- 11
I – Overzicht conditiescores
- 13
II - Overzicht visuele gebreken
- 14
III - Definities scores
- 15
01
Conditiemeting, De Octopus
Inleiding De gemeente Diemen is bezig met het opstellen van haar integraal onderwijshuisvestingsplan (IHP). In samenwerking met de drie schoolbesturen is besloten een onderzoek uit te voeren naar de technische en onderwijskundige staat van alle zeven PO-schoolgebouwen in Diemen. Het doel is om een goed afwegingskader te hebben voor de besluitvorming over welke schoolgebouwen in het IHP moeten worden opgenomen voor nieuwbouw of renovatie. De te onderzoeken schoolgebouwen zijn:
• Sint-Petrusschool • Jenaplanschool De Nieuwe Kring • De Octopus • De Ark • Noorderbreedte • De Kersenboom • Het Atelier
Stichting ASKO AMOS Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen Stichting Florente Basisscholen
1.1 Vraagstelling en uitgangspunten De hoofvraag die de gemeente Diemen heeft gesteld, is: Wat is de bouwkundige status van de schoolgebouwen in de gemeente Diemen? Welke van de schoolgebouwen komen in de nabije toekomst in aanmerking voor vervangende (ver)nieuwbouw? Deze vraag heeft twee aspecten: 1)
Bouwkundige aspecten:
• Wat is de huidige technische staat van de schoolgebouwen? • Wat is de kwaliteit van de gebouwen? • Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van de panden? • Hoe duurzaam zijn de gebouwen en waar liggen verbetermogelijkheden? 1)
Onderwijskundige aspecten:
• Welke behoeften moeten de panden vervullen de komende 40 jaar? • Kunnen de gebouwen meebewegen met onderwijsontwikkelingen? Bij het toekomstbeeld speelt naast de bouwtechnische staat ook de verduurzaming een belangrijke rol. Het doel van verduurzaming vanuit het schoolbestuur is om meer grip te krijgen op de hoogte van de materiële exploitatiekosten. Bekend is dat vaak de exploitatiekosten bij het huidige gebruik van schoolgebouwen hoger liggen dan het gemiddelde, dat wordt gebruikt om de hoogte van de lumpsum bekostiging te bepalen.
4
01
Conditiemeting, De Octopus
Inleiding 1.2 Plan van Aanpak Om de vraagstelling te beantwoorden, is het volgende plan van aanpak gevolgd: Fase 1: Informatieverzameling en vragenlijst Deze fase bouwt voort op de reeds bestaande informatie. Aan de schoolbesturen is gevraagd om per school aanvullende informatie te verstrekken, namelijk:
• MJOP; • Bouwkundige tekeningen (voor het bepalen van de onderwijscapaciteit); • Melding brandveilig gebruik, inclusief tekeningen; • Overzicht van het energieverbruik van de afgelopen 2 jaar, betreffende elektriciteit en eventuele teruglevering aan het net, aardgas en warmte/koudeopslag. Daarnaast is een online vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de staat en de beleving van het gebouw vanuit de gebruiker. De vragenlijst is gebaseerd op het Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte OK-versie 2021), waarin drie kwaliteitscriteria van een onderwijsgebouw zijn geformuleerd. Deze criteria zijn:
• Architectonische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de belevingswaarde van het gebouw, zoals verschijningsvorm en uitstraling;
• Functionele kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de gebruikswaarde van het gebouw, zoals de omvang, situering en indeling van ruimten;
• Technische kwaliteitscriteria: Deze geven inzicht in de verwachte prestatie van de bouwkundige waarde van het gebouw, zoals gezondheid, duurzaamheid en onderhoud. De drie beoordelingscriteria zijn gewaardeerd van negatief (5) tot positief (1). In de beschrijvingen worden de belangrijkste kenmerken genoemd op basis waarvan de waarde is toegekend. De waardering hangt af van de perceptie van degene die het gebouw waardeert. Zo kan een schoolgebouw worden gezien als een economisch, technisch object en als een functioneel gebruiksobject met belevingswaarde.
Fase 2: Conditiemeting Om de huidige kwaliteit en indeling vast te stellen, zijn gebouwinspecties uitgevoerd. Tijdens deze inspecties is vastgesteld welke ruimten aanwezig zijn en hoe deze bouwkundig in het gebouw als geheel zijn geïntegreerd. Hierdoor is een beeld ontstaan van de flexibiliteit van de panden en welke wijzigingen eventueel mogelijk zijn binnen het gebouw. Daarnaast is de installatietechnische en energetische kwaliteit van het gebouw beoordeeld: Welke installaties zijn aanwezig, zijn deze up-to-date, zijn deze duurzaam? Aangezien ventilatie en verlichting vaak de grootste energetische verbruikers zijn, zijn deze huidige concepten beoordeeld. Ook de energetische kwaliteit van de buitenschil is beoordeeld, wat een indruk geeft van de duurzaamheid van de panden en waar verbeteringen en besparingen mogelijk zijn. Om een representatief beeld te krijgen van de huidige staat van onderhoud binnen en buiten de school, is een uniforme conditiemeting uitgevoerd op basis van NEN 2767-1. Een toelichting op deze conditiemeting is als bijlage bij dit rapport opgenomen. Alle bevindingen vanuit de kwaliteitsmeting zijn vertaald naar een conditiescore in deze rapportage.
5
01
Conditiemeting, De Octopus
Inleiding Fase 2: Analyse Tijdens een evaluatiegesprek met de gemeente en de schoolbesturen zijn alle bevindingen besproken. Er is vastgesteld hoe de scholen er momenteel aan toe zijn en hoe deze functioneren. Daarnaast zijn de belangen en wensen van de medewerkers van de school besproken. Het resultaat van dit overleg is een opsomming van de belangrijkste noodzakelijke verbeteringen van de schoolgebouwen, die minimaal noodzakelijk zijn om deze weer voor een lange periode (40 jaar) te kunnen gebruiken.
Dit rapport betreft het bouwtechnisch onderzoek van De Octopus. Op onderstaande kaart is de locatie van het schoolgebouw aangegeven.
De Octopus, Schoolpad 6, 1111 CS Diemen 6
02
Conditiemeting, De Octopus
Situatie 2.1 De Octopus De openbare basisschool De Octopus in de wijk Diemen Centrum onderscheidt zich als een plek waar kinderen met vreugde groeien. Van de circa 300 leerlingen is 90% woonachtig in Diemen. De Octopus biedt openbaar basisonderwijs gebaseerd op een vast stelsel van normen en waarden in verbinding met de omgeving. De school biedt een veilige, gestructureerde en uitdagende leeromgeving waar we talenten inzetten en ontwikkelen. Ze stimuleert ontwikkeling tot wereldburgers die zich verantwoordelijk voelen voor en zich verbonden voelen met hun omgeving. De school werkt samen met KMN Kind & co. Zij bieden naast kinderopvang (KDV) en buitenschoolse opvang (BSO) ook een vroegschoolse educatie-groep (VVE) in De Octopus.
Het oorspronkelijke gebouw dateert uit 1990 en is gebouwd in een carré rondom de aula. Dit gedeelte van het schoolgebouw bestaat uit vier gebouwdelen, elk met een zadeldak. Van buiten is dit goed zichtbaar door de donkerrode kleur van deze zadeldaken. In 2010 zijn er aan het bestaande gebouw in een U-vorm meerdere lokalen toegevoegd, bestaande uit drie gebouwdelen. Ook deze gebouwdelen hebben zadeldaken, waarvan de dakpannen oranjerood kleuren. Het meest kenmerkend van de nieuwbouw uit 2010 is het gebruik van het metselwerk waarbij horizontale banen in het metselwerk zijn toegepast. De school beschikt momenteel over 17 klaslokalen, waarvan één lokaal permanent wordt gebruikt door de VVE en één lokaal gedeeld wordt met de BSO. Aan de noordwestzijde van het schoolgebouw bevindt zich de kinderopvang, die over twee groepsruimten beschikt.
2.2 Bruto Vloeroppervlakte Overeenkomstig de Verordening Voorzieningen Huisvesting van de Gemeente Diemen, bijlage III, deel E, wordt de capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte (BVO) van het gebouw.
Het totale gebouw heeft een BVO van m2, verdeeld over: BVO ONDERWIJS
2.020 m2
BVO VVE
65 m2
BVO Kinderopvang
197 m2
7
02
Situatie
Kavel De Octopus
Schoolplein De Octopus 8
Conditiemeting, De Octopus
02
Conditiemeting, De Octopus
Vlekkenplan ruimteoverzicht Begane grond 2.020 m2 BVO Onderwijs 65 m2 BVO VVE 197 m2 BVO Kinderopvang
dubbel gebruik BSO KDV
KDV
VVE
Begane grond
2010
Bovenaanzicht 9
1990
03
Conditiemeting, De Octopus
Bevindingen Het doel van deze toelichting is om de technische toestand van een schoolgebouw objectief vast te stellen. Dit gebeurt aan de hand van de methode van conditiemeting volgens NEN 2767-1. Deze methode biedt een gestandaardiseerde manier om gebreken aan bouwdelen te registreren, kwalificeren en kwantificeren. Op basis van de vastgestelde gebreken wordt de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouwkwaliteit bepaald en uitgedrukt in een conditiescore van 1 tot 6. Hierbij staat een score van 1 voor nieuwbouwkwaliteit en een score van 6 voor technisch rijp voor sloop. Over het algemeen worden scores van 1, 2 en 3 als acceptabel beschouwd, terwijl scores van 4, 5 of 6 aanleiding geven tot (direct noodzakelijk) onderhoud. De conditiescores worden bepaald op basis van de intensiteit en omvang van de gebreken aan het gebouw. In Bijlage III worden de conditiescores en de I/O-scores nader toegelicht.
3.1 Exterieur Fundering De (palen)fundering is niet visueel onderzocht. Er zijn geen zettingsschades waargenomen, wat impliceert dat de fundering nog goed functioneert. Gevels De spouwgevel van het gebouw heeft een buitenmuur van baksteenmetselwerk met een dikte van 100 mm. Het oorspronkelijke deel van het gebouw heeft een muurdikte van 300 mm, terwijl bij het nieuwe gedeelte, de uitbreiding van 2010, het totale pakket 450 mm is. In het metselwerk van het nieuwe gedeelte is een horizontale belijning zichtbaar. De hemelwaterafvoeren zijn in het nieuwe gedeelte fraai gedetailleerd, terugleggend in het metselwerk. Dit zorgt niet alleen voor een esthetisch mooi beeld, maar biedt ook bescherming tegen weersinvloeden. De ramen in het oude gedeelte zijn van hout, terwijl in de nieuwbouw gekozen is voor kunststof kozijnen. Metselwerk De bakstenen gevel, zowel het metselwerk als het voegewerk, van het oude gedeelte is plaatselijk vervuild. In het nieuwe gedeelte ontbreekt op enkele plaatsen het voegwerk en is het metselwerk vervuild. Kozijnen In het nieuwe gedeelte zijn kunststof kozijnen toegepast, hierover zijn geen bijzonderheden te melden. In het oude gedeelte zijn houten kozijnen toegepast. In het speellokaal en de drie lokalen aan de achterzijde van het gebouw zijn deze kozijnen voorzien van enkel glas. Deze kozijnen zijn van slechte kwaliteit, houtrot is zichtbaar.
Het is raadzaam om deze beglazing te vervangen door dubbele HR-beglazing. Op enkele plekken zijn de raamdorpels afgebroken. Deze moeten worden hersteld. Daken De daken zijn in prima conditie. De Trespa boeidelen, bij het oude gedeelte, zijn zeer vervuild door aangroei van mos. Deze moeten worden gereinigd. De hemelwaterafvoeren moeten worden gecontroleerd. De vergaarbak hangt scheef.
10
03
Conditiemeting, De Octopus
Bevindingen Trappen Op het binnenterrein van het gebouw is de buitenspeelruimte voor de kinderdagopvang. Hier bevindt zich een betonnen buitentrap naar de daktuin op de eerste verdieping. De balustrades van de trap vertonen achterstallig onderhoud. De verf bladdert over de gehele balustrade. De trap zelf is in uitstekende staat.
3.2 Energetische Kwaliteit van de Schil De energetische kwaliteit van de buitenschil van het gebouw redelijk. Het vigerende bouwbesluit van 1990 hanteerde reeds een RC-waarde van 2,0 m²·K/W, wat betekent dat er isolatie aanwezig is. Voor de uitbreiding van 2010 waren de eisen van het bouwbesluit voor de RC-waarde al verhoogd naar 2,5 m²·K/W. Met behulp van de Werkelijke Energie-intensiteit indicator-tool (WEii) is de energie-efficiëntie van het gebouw objectief vastgesteld. In 2022 was de score 112 kWh/m², wat ‘zuinig' betekent. Om 'Paris proof' te zijn, zou de WEiifactor 80 kWh/m² moeten zijn. De gegevens uit 2023 zijn niet bekend.
3.3 Interieur De opzet van het schoolgebouw is overzichtelijk. Het oude gedeelte van het schoolgebouw, aan de oostzijde, bestaat uit een aula met daarom heen gesitueerd 8 lokalen voor onderwijs, 1 lokaal voor VVE en een speellokaal. Aan de andere zijde van het schoolgebouw bevinden zich 8 lokalen en een teamkamer. De binnenwanden zijn uitgevoerd in schoonwerk met Poriso-stenen. Deze poreuze steen heeft een akoestische demping, waardoor schilderen niet nodig is. Hierdoor is de rood-bruine steen beeldbepalend door de gehele school. Vloeren Er zijn geen bijzonderheden te melden. Wanden Er zijn geen bijzonderheden te melden. Plafonds De plafonds en bijbehorende verlichting armaturen zijn verouderd in het gedeelte van de oudbouw. Met name in het speellokaal. Dit speellokaal zijn akoestische elementen op het plafond bevestigd.
3.4 Installaties In de technische ruimte zijn twee Remeha HR-ketels aanwezig welke jaarlijks worden onderhouden. Daarnaast is het gebouw voorzien van een goed functionerende luchtbehandeling. Verder zijn er geen bijzonderheden te melden.
3.5 Terrein De school heeft twee schoolpleinen. Een schoolplein aan de straatzijde en een schoolplein op het binnenterrein. Op het binnenterrein is een pannakooi aanwezig.
11
03
Conditiemeting, De Octopus
Bevindingen Conclusie Het schoolgebouw vertoont een mix van goede en minder goede aspecten, verdeeld over de oude en nieuwe gedeelten. De gevel van het oude deel vertoont plaatselijke vervuiling, terwijl de nieuwe gevel in goede staat verkeert. De kozijnen in het nieuwe gedeelte zijn van kunststof en vertonen geen bijzonderheden. Daarentegen zijn de houten kozijnen in het oude deel, vooral in het speellokaal en de drie achterste lokalen, in slechte staat met zichtbare houtrot en enkel glas. Vervanging door dubbele HRbeglazing en herstel van afgebroken raamdorpels wordt aanbevolen. De daken zijn over het algemeen in prima conditie, hoewel de Trespa boeidelen van het oude deel sterk vervuild zijn door mosgroei en moeten worden gereinigd.
Al met al vereist het gebouw onderhoud en aanpassingen om de kwaliteit en veiligheid te waarborgen, vooral in het oude gedeelte, terwijl het nieuwe gedeelte over het algemeen in goede staat verkeert.
12
Conditiemeting, De Octopus
Bijlage I - Overzicht conditiescores Onderdeel 3.1
Exterieur
3.1.a
Fundering
Conditie
Gebreken Intensiteit
Algemeen 3.1.b
9
Gevels Metselwerk
Oude gebouwdeel plaatselijk vervuild Plaatselijk
Laag
2
Voegwerk
Oude gebouwdeel plaatselijk vervuild Plaatselijk
Laag
2
Kozijnen, ramen, deuren (hout)
Oude gebouwdeel, onderhoud nodig en vervagen enkel glas
Hoog
3
Plaatselijk
Kozijnen, ramen, deuren (kunststof) Raamdorpels
2 Oude gebouwdeel, veel schade
Plaatselijk
Hoog
Zonwering, buiten 3.1.c
Daken Trespa delen, vervuiling, aangroei mos Plaatselijk
Hoog
3
Dakranden
Lichte veroudering, incl HWA's
Incidenteel
Laag
2
Energetische kwaliteit schil
3.3
Interieur
3.3.a
Vloeren
3.3.c
3.4
13
Weii 112 kWh/m2, Zuinig
4
Algemene ruimten
2
Lokalen
2
Wanden Algemene ruimten
2
Lokalen
2
Plafonds Algemene ruimten
Lichte veroudering
Incidenteel
Laag
3
Lokalen
Lichte veroudering
Incidenteel
Laag
3
Zeer verouderd
Aanzienlijk
Midden
3
Installaties Verlichting
3.5
2
Boeidelen
Algemeen
3.3.b
3 2
Dakafwerkingen, plat
3.2
Conditie
Sanitair
2
Ventilatie
2
E-installatie
2
W-installatie
2
Terrein Schoolplein, verhard
2
Schoolplein, onverhard
2
Speeltoestellen
2
Afrastering
2
Conditiemeting, De Octopus
Bijlage II - Overzicht visuele gebreken
Vervuild, mos vorming Trespa boeidelen
Raamdorpels
Afgebroken raamdorpel
Enkel beglazing
Voegwerk
Vervuiling
14
Conditiemeting, De Octopus
Bijlage III - Definities scores Toelichting conditiescores De verschillende condities die in de rapportage worden benoemd vinden hun oorsprong in de NEN 2767. De conditiemeting volgens de NEN 2767 heeft als doel het aanbrengen van uniform onderhoudsnormeringsysteem voor alle typen gebouwen. In deze paragraaf worden de verschillende condities beschreven. 1
2
3
4
5
6
8
9
Conditie 1 - uitstekende onderhoudstoestand Nieuwbouwkwaliteit op basis van een gedegen ontwerp, uitvoering en materiaalkeuze. Zeer incidenteel kan een gebrek worden aangetroffen, veroorzaakt door een calamiteit (bijvoorbeeld vandalisme) maar zeker niet als gevolg van veroudering. Conditie 2 - goede onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in geringe mate. Het bouwdeel element is “ingelopen”, de nieuwigheid is eraf. De primaire functievervulling is zonder meer gewaarborgd. Conditie 3 - redelijke onderhoudstoestand Invloeden vanuit gebruik, weer en wind manifesteren zich in de eerste echte gebreken, zoals houtrot, corrosie e.d. Het verouderingsproces is over de gehele linie duidelijk op gang gekomen. Incidenteel kan een storing in de primaire functievervulling optreden. Conditie 4 - matige onderhoudstoestand Het verouderingsproces heeft het bouwdeel duidelijk in zijn greep. De beste tijd is voorbij, het einde nadert. Storingen in functievervulling komen plaatselijk voor en/of zijn reeds meerdere malen voorgekomen. Conditie 5 - slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden. Regelmatig worden ernstige gebreken aangetroffen. De primaire functievervulling is niet meer gewaarborgd. Het bouwdeel heeft het einde van zijn levensduur bereikt.
Conditie 6 - zeer slechte onderhoudstoestand Het verouderingsproces is dusdanig ver gevorderd dat er geen sprake meer is van functie-vervulling. De beoordeling conditie 6 wordt gebruikt voor gevallen die niet binnen de eerste vijf condities te kaderen zijn. Conditie 8 – nader onderzoek nodig Conditie 9 – niet te inspecteren