CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Programma Klimaatadaptatie

Gemeenteraadsvergadering 25 april 2024, gemeente DiemenBij agendapunt: Programma Klimaatadaptatie42.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programma klimaatadaptatie Gemeente Diemen 2024-2028 5 januari 2024

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Verantwoording Titel

Programma klimaatadaptatie Gemeente Diemen

Opdrachtgever

Gemeente Diemen

Projectleider

Jan-Kees de Vries

Auteur(s)

Jody Hofstede – Elzinga

Tweede lezer

Gwendolijn Vugs

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Aantal pagina’s

45 (exclusief bijlagen)

Datum

5 januari 2024

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv W.A. Scholtenstraat 3a Postbus 722 9400 AS Assen T +31 59 23 91 30 0 E info.assen@tauw.com

2/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 5

2

Wat willen we bereiken .............................................................................................................. 6 2.1

3

2.1.1

Wateroverlast .............................................................................................................. 8

2.1.2

Hittestress ................................................................................................................... 9

2.1.3

Droogte ..................................................................................................................... 10

2.2

Doelen afvalwater ............................................................................................................ 11

2.3

Doelen hemelwater .......................................................................................................... 13

2.4

Doelen grondwater ........................................................................................................... 15

2.5

Doelen oppervlaktewater ................................................................................................. 17

Waar staan we nu.................................................................................................................... 18 3.1

4

Doelen klimaat ................................................................................................................... 7

Evaluatie .......................................................................................................................... 18

3.1.1

Algemeen .................................................................................................................. 18

3.1.2

Zorgplichten .............................................................................................................. 19

3.1.3

Klimaatadaptatie ....................................................................................................... 21

3.1.4

Beheer en onderhoud ............................................................................................... 22

3.1.5

Samenwerking .......................................................................................................... 23

3.1.6

Financiën................................................................................................................... 23

3.2

Areaal ............................................................................................................................... 24

3.3

Toetsing huidig ................................................................................................................. 25

Wat gaan we doen................................................................................................................... 27 4.1

Rollen ............................................................................................................................... 27

4.2

Speerpunten ..................................................................................................................... 28

4.3

Onderzoek ........................................................................................................................ 28

4.4

Fysieke maatregelen ........................................................................................................ 29

4.4.1

Beheer en onderhoud ............................................................................................... 30

4.4.2

Werkwijze vervangingen ........................................................................................... 32

4.4.3

Projecten ................................................................................................................... 33

4.5

Communicatie en participatie ........................................................................................... 35

4.6

Samenwerking ................................................................................................................. 36

3/45

Kenmerk

5

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Wat is daarvoor nodig.............................................................................................................. 36 5.1

Personeel en organisatie ................................................................................................. 36

5.2

Financiële middelen ......................................................................................................... 38

5.2.1

Vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen ................................................. 38

5.2.2

Totale lasten.............................................................................................................. 40

5.2.3

Rioolheffing en totale baten ...................................................................................... 41

5.2.4

Voorziening ............................................................................................................... 42

5.3

Kostendekking .................................................................................................................. 42

5.3.1

Uitgangspunten kostendekking ................................................................................. 42

5.3.2

Uitgangspunten Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ................................... 43

5.3.3

Tariefbepaling ........................................................................................................... 43

Bijlage 1

Herinrichting bestaande buurten

Bijlage 2

Wettelijke kaders en zorgplichten

Bijlage 3

Overstorten

Bijlage 4

Klimaatadaptatiekaarten

Bijlage 5

Analyse personele middelen

Bijlage 6

Planning vervanging buurten

Bijlage 7

Financiële uitgangspunten

Bijlage 8

Heffingsberekening

Bijlage 9

Verklarende woordenlijst

4/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

1 Inleiding Voor u ligt het programma klimaatadaptatie voor de periode 2024 – 2028. In dit programma zijn de zorgplichten uit het GRP samengevoegd met de ambities op het gebied van klimaat. In dit programma leggen we de ambities en doelen vast voor een klimaat adaptieve gemeente en watersysteem. Met dit programma geven we invulling aan hoe we om gaan met wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast geven we invulling aan onze watertaken en zorgplichten. Het klimaat verandert en daarmee ook de impact op onze leefomgeving. Ook in Diemen zijn de gevolgen hiervan voel- en zichtbaar. Daarom werken we stap voor stap naar een klimaatbestendige gemeente in 2050. Positie en doel van het programma Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) vervalt de verplichting om een GRP op te stellen. Dit programma vervangt het huidige verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2019 – 2023. Iedere vijf jaar stellen we het plan opnieuw op. Dat geeft ons de kans om nieuwe ontwikkelingen in beleid op te nemen en vooruitstrevend te blijven in de manier waarop wij met onze watertaken omgaan. In Diemen is klimaatadaptatie onderdeel van het overkoepelende programma Duurzaamheid. Organisatorisch staan beide programma’s grotendeels los van elkaar. Waar relevant is de samenhang tussen beide programma’s benoemd. Dit programma focust zich op ons stedelijk gebied.

In het buitengebied is klimaatadaptatie zeker relevant. Maatregelen vallen echter grotendeels buiten onze invloedsfeer. Het landelijk gebied valt voor wat betreft de klimaatdoelstellingen dan ook buiten de scope van dit programma. Voor de klimaatdoelstellingen in het buitengebied vallen we terug op de bestaande samenwerkingen met de regionale partners (met name waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Provincie Noord-Holland). Procedure Een klimaat adaptieve leefomgeving bereiken we niet alleen. Hiervoor staan we samen aan de lat. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is betrokken geweest bij het opstellen van dit programma. De raad is gedurende het proces geïnformeerd middels een informatiesessie in de raadscommissie ruimte op 11 juli 2023. Leeswijzer In dit document komen achtereenvolgens de volgende onderdelen van het beleid aan bod:  Wat willen we bereiken en waarom  Waar staan we nu   

Wat gaan we doen Wat hebben we daarvoor nodig Bijlagen

In bijlage 9 is een verklarende woordenlijst opgenomen.

5/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

2 Wat willen we bereiken Dit hoofdstuk beschrijft wat wij willen bereiken. Hier geven we eerst de algemene doelstellingen zoals die zijn vastgelegd in de zorgplichten. Zorgplichten De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). In bijlage 2 zijn de wettelijke kaders opgenomen. Afvalwater (Ow artikel 2.16 lid 1a.3) Wij hebben de taak een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater. Hemelwater (Ow artikel 2.16 lid 1a.1) Iedere terreineigenaar is verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein. Pas als dit redelijkerwijs niet mogelijk is heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor het inzamelen en verwerken van dit hemelwater, mits doelmatig. Daarnaast hebben wij de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Grondwater (Ow artikel 2.16 lid 1a.2) Iedere terreineigenaar is verantwoordelijke voor de ontwatering van het eigen terrein. Pas als dit redelijkerwijs niet mogelijk is treft de gemeentemaatregelen in openbaar gebied, mits doelmatig en dit geen taak is van waterschap of provincie. Het gaat hierbij om situaties waarbij de gevolgen van de grondwaterstanden een terugkerend schadelijk karakter hebben.

Oppervlaktewater Het oppervlaktewatersysteem nemen we mee in dit beleidsplan omdat het samenhangt met de zorgplichten voor afval-, hemel-, en grondwater. De zorg voor het oppervlaktewater valt in beginsel onder de verantwoordelijkheid en toezicht van het waterschap. Hierin wordt nauw samengewerkt met de gemeente. In het watergebiedsplan Diemerpolder zijn afspraken gemaakt over de manier waarop de gemeente bijdraagt aan het realiseren van een watersysteem met gezond en voldoende water. Klimaatadaptatie Het aanpassen van onze leefomgeving aan het veranderende klimaat (klimaatadaptatie) is geen losse opgave. Het is verweven in ons werk en maakt integraal deel uit van onze werkzaamheden. De aanpak van de duurzaamheidsagenda voor klimaatadaptatie bestaat uit het inspelen en aanpassen op opwarming van de gebouwde omgeving (hittestress), intensere regenbuien en langere periodes van droogte.

6/45

Kenmerk

2.1

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Doelen klimaat

Nederland krijgt de komende jaren te maken met vier klimaattrends: het wordt heter, het wordt droger, het wordt natter en de zeespiegel stijgt. Hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen1 zijn daarom de vier thema’s die onder klimaatadaptatie vallen. We hebben de ambitie om in 2050 te beschikken over een klimaatbestendige buitenruimte. Klimaatbestendig wil niet zeggen dat er nooit overlast of schade kan optreden. Doelen algemeen  Elk ontwerp in de buitenruimte is klimaat adaptief  Ieder beleids- of inrichtingsplan en iedere ontwerpnotitie voor de buitenruimte is   

klimaatbestendig Diemen heeft de ambitie om in 2040 fossiel-onafhankelijk2 te zijn We gaan wijkgericht en integraal aan de slag om Diemen geschikt te maken voor de toekomst We geven klimaat voldoende aandacht bij binnenstedelijke projecten door te streven naar het toevoegen van zoveel mogelijk groen. Bij nieuwbouwprojecten sturen we actief en waar nodig dwingend op het realiseren van waardevol groen en het tegengaan van hittestress. In de praktijk levert een dergelijke maatwerkaanpak de beste resultaten op We zetten in op circulair gebruik van materialen en duurzame Grond-, Weg- en Waterbouw. Hierbij sluiten we aan bij het (nog op te stellen) plan van aanpak ‘circulaire economie’

We zoeken de koppeling met onze wateropgave. Zo combineren we het creëren van water en /of waterberging met meer groen en minder grijs voor het beperken van hittestress en het verbeteren van biodiversiteit

We benutten meekoppelkansen en hebben hierbij aandacht voor de beschikbare (ondergrondse) ruimte

Figuur 2.1 Projectgebied Oosterringvaart

1

Overstroming is opgenomen in ‘Watergebiedsplan Diemerpolder’ en valt buiten de scope van dit programma klimaatadaptatie. Fossiel-onafhankelijk betekent dat we voor het directe energiegebruik geen brandstoffen/energie van fossiele bron (kolen, aardgas, olie of uranium) gebruiken. De gebruikte alternatieve brandstoffen, warmte en elektriciteit moeten afkomstig zijn van duurzame en/of hernieuwbare bronnen. Vanwege een andere beleidsdoelstelling is ook houtige biomassa voor verwarmingsdoeleinden uitgesloten. Onder direct energieverbruik verstaan we energieverbruik waarvoor betaald wordt aan de energieleverancier of aan de pomp. 2

7/45

Kenmerk

2.1.1

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Wateroverlast

Wij zien de klimaatopgave als een gezamenlijke opgave samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is niet doelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Wij nemen daarom ook de bovengrondse inrichting mee om water bij extreme neerslag te bergen. Knelpuntlocaties voor wateroverlast (op buurtniveau) zijn opgenomen op de wateroverlastkaart in bijlage 4. Daarnaast staat in de klimaatatlas van AGV (https://agv.klimaatmonitor.net/) informatie over risico op water in panden en begaanbaarheid van wegen. Afvoercapaciteit 

De openbare buitenruimte in Diemen moet een bui van 120 mm in één uur kunnen bergen/verwerken zonder dat wateroverlast in panden optreedt3

Inrichting openbare ruimte  Waar mogelijk zoeken we naar integrale maatregelen die zowel bijdragen aan het tegengaan van wateroverlast als het tegengaan van hittestress en droogte  

Door bij herinrichtingen niet volledig tot het oorspronkelijke planpeil op te hogen realiseren we extra berging met name in het groen In onze omgevingsvisie zijn locaties van waterbergingsgebieden vastgelegd. We kiezen hier bij voorkeur voor gebieden in de diepste delen van de polders. Deze gebieden mogen onderlopen bij extreme weersituaties. We voldoen hiermee aan de norm van 5-10 % waterberging

 

We benutten de openbare ruimte voor de berging van regenwater We vergroenen waar mogelijk de openbare ruimte en hanteren hierbij de stelregel dat als er geen noodzaak is voor verharding dit wordt vervangen door groen. We zijn sinds 2016 aangesloten bij ‘Operatie Steenbreek’

3

De 120 mm bestaat uit een berging van 90 mm en een afvoercapaciteit van 30 mm

8/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Om Diemen klimaat adaptief in te richten hanteert de gemeente de volgende kansrijke, aanvullende en meewerkende maatregelen: 

Kansrijke maatregelen: -

Het verlagen van het straatpeil t.o.v. het oorspronkelijke niveau

-

Optimalisatie van de hemelwaterriolering

-

Wegen met een hol profiel ontwerpen

-

Water passerende verkeersdrempels toepassen

-

Regenwater over straat afvoeren via de berm naar oppervlaktewater

-

Plantsoenen niet aanleggen boven het straatpeil (zodat ook in plantsoenen water kan worden geborgen)

Aanvullende maatregelen: -

Verdiepte speelplaatsen en/of plantsoenen

-

Wadi’s (waterbergende gazons)

-

Speciale constructies

Meewerkende maatregelen: -

Onderwaterdrainage, waardoor regenwater via de drainage infiltreert

-

DIT-riolering, waardoor regenwater via de HWA-riolering infiltreert

Participatie  Inwoners leveren een indirecte bijdrage aan risicovermindering van wateroverlast doordat

tuinen lager liggen dan de weg en daardoor geen water vanaf verhard oppervlak in tuinen afstroomt naar de weg Wij stimuleren bewoners tot klimaatbestendig handelen, door te informeren over het ophogen en vergroenen van tuinen

Gewenste situatie in de toekomst (stip op de horizon)  

De risico’s voor wateroverlast zijn sturend bij keuze van woningbouwlocaties Gebieden kunnen een bui van 120 mm per uur bergen/afvoeren zonder dat gebouwen en (parkeer)kelders onderlopen. Alleen op locaties waar dat niet realiseerbaar is hanteren we een minimale norm van 90 mm in één uur

2.1.2

Hittestress

De toename van het aantal hete dagen per jaar kan leiden tot negatieve gevolgen. Hittestress is lokaal heel variabel. Niet iedereen ervaart hittestress hetzelfde en zeker de gezondheidsrisico’s zijn niet voor alle bevolkingsgroepen gelijk. Ouderen, mensen met gezondheidsklachten en kleine kinderen zijn met name kwetsbaar voor hittestress. Hittestress bij kwetsbare groepen (zorg, scholen) en in winkelgebieden vinden we onwenselijk. Bij het aanpakken van buurten nemen we oplossingen voor hittestress mee. De klimaatatlas van AGV (https://agv.klimaatmonitor.net/) laat zien welke locaties het meest gevoelig zijn voor hittestress. De hittestresskaart in bijlage 4 laat zien welke buurten voldoen aan het beleid uit dit programma klimaatadaptatie en in welke buurten aanvullende maatregelen nodig zijn.

9/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Afstand tot koelte  

Bij inrichting van de openbare ruimte maken we deze bestendig voor verschillende weersomstandigheden We streven ernaar dat iedere inwoner een koele plek beschikbaar heeft binnen 300 meter

lopen Bij zorgcentra streeft de gemeente naar koele plekken direct naast het pand en schaduwrijke looproutes met bankjes om de 100 m. Deze bankjes moeten bereikbaar zijn voor mensen die

minder mobiel zijn (rollator, scootmobiel, et cetera) We besteden extra aandacht aan thuiswonende ouderen en inventariseren routes die zij afleggen naar koele plekken. Waar mogelijk en doelmatig voorzien we deze routes van extra

schaduw Bij herinrichting van straten realiseren we extra koele plekken op locaties waar deze nu ontbreken

Schaduw  Langzaam verkeerroutes hebben minimaal 40 % schaduw  

Bij realisatie van schaduw maken we geen onderscheid tussen fiets- en looproutes Hoofdroutes (frequent gebruik) bouwen we om zodat die door middel van schaduw en groen uitnodigen voor gebruik door langzaam verkeer

  

We zorgen voor voldoende groen en schaduw op schoolpleinen (eigendom van gemeente) Bij aanplant van nieuwe bomen kiezen we voor toekomstbestendige bomen Bij realiseren van schaduw houden we rekening met beschikbare (ondergrondse) ruimte. We plaatsen bijvoorbeeld geen bomen of diepwortelende struiken boven riolering of andere nutsvoorzieningen

Communicatie  We zetten in op communicatie over hittestress op bedrijventerreinen en bij kantoren  Voor bestaande bouw zetten we in op communicatie over afname van nachtrustkwaliteit door  

hoge binnentemperaturen bij bestaande bouw We zoeken samenwerking met de GGD op het thema hitte We sluiten aan bij de acties van beleidsveld groen om tuinen te vergroenen. Dit bevordert biodiversiteit en vermindert hittestress bij aanplant van bomen

Gewenste situatie in de toekomst (stip op de horizon)  

Ambities op het gebied van hitte zijn integraal onderdeel van onze openbare inrichting Bij aanleg van wegen, paden en gebouwen houden we door materiaal- en kleurgebruik rekening met opwarming

2.1.3 Droogte De afgelopen jaren werden de zomers steeds droger. Droogte heeft niet alleen effect op plantengroei, maar heeft ook effect op waterkwaliteit en verzilting. Droogte heeft een directe relatie met hitte omdat groen door middel van verdamping bijdraagt aan vermindering van hittestress.

10/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

De droogtekaart in bijlage 4 laat zien welke buurten voldoen aan het gemeentelijke beleid en in welke buurten aanvullende maatregelen nodig zijn. Daarnaast staat in de klimaatatlas van AGV (https://agv.klimaatmonitor.net/) informatie over risico met betrekking tot wateraanvoer en kwaliteitsrisico’s. 

Bomen hebben een belangrijke functie in het voorkomen van hittestress (schaduw en verkoeling). Het voorkomen van droogteschade ten aanzien van bomen heeft dan ook hoge prioriteit

Door toepassing van DIT-riolering houden we meer hemelwater vast en hebben bomen in droge periodes minder last van droogteschade Door te lage en wisselende grondwaterstanden kan schade aan de infrastructuur ontstaan

(onder andere bij op hout gefundeerde panden). We voorkomen dit door de grondwaterstand op peil te houden. Dat doen we door zoveel mogelijk hemelwater vast te houden daar waar het valt (infiltreren) door de aanleg van infiltratieriolering (DIT-riolering) en andere 

waterberging In samenwerking met het waterschap onderzoeken we het opzetten van het polderpeil aan het begin van de zomer, om zodoende een waterreserve te creëren in het oppervlaktewatersysteem. Hiermee gaan we droogte tegen en verkleinen we de hoeveelheid water die we moeten inlaten in de polders

Gewenste situatie in de toekomst (stip op de horizon)  Bij nieuwbouw zijn het grondwaterpeil en -beleid sturend in de keuzes van locatie, functie, systeem en inrichting van het gebied 

2.2

Bij het ontstenen en vergroenen van de stedelijke omgeving passen we zoveel mogelijk ecologisch waardevolle beplanting toe, bij voorkeur inheemse soorten

Doelen afvalwater

We beschermen de volksgezondheid en de leefomgeving door stedelijk afvalwater in te zamelen en naar de rioolwaterzuivering te transporten. Technische staat  Rioleringsobjecten verkeren in een goede toestand en zijn waterdicht zodat er geen  

wateroverlast of emissie naar bodem, grondwater of oppervlaktewater plaats vindt Afvalwater heeft een korte verblijftijd in het rioleringssysteem ter voorkoming van aanrotting Voor niet-onderheide kunststof riolen wordt, vanwege (ongelijkmatige) zetting van de bodem, geaccepteerd dat de afstroomcondities niet optimaal zijn

Bedrijfszekerheid  

Gemeente draagt zorg voor inzameling van afvalwater Alle percelen met een woon-, werk- of verblijfsbestemming binnen ons grondgebied zijn voorzien van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is

Het transport van het stedelijk afvalwater binnen de gemeente vindt hoofdzakelijk plaats via een gescheiden rioolstelsel Er mogen geen illegale aansluitingen zijn op de riolering

11/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Storingen van gemalen beperken we tot een minimum, maar zijn niet uit te sluiten. Storingen

mogen niet leiden tot overstortingen en /of overlast voor bewoners Het beheer van de riolering is gericht op een duurzame instandhouding van het totale rioleringsstelsel tegen de laagst mogelijke kosten en zo min mogelijk overlast voor de burger en gebruiker. Belangrijk hierin is een goed gegevensbeheer, preventief onderhoud en integrale afstemming bij (her)inrichting met beleidsvelden wegen en groen

Nieuwe aanleg  Voor nieuwbouw (en herbouw) geldt dat afvalwater en hemelwater gescheiden ingezameld worden 

In geval van nieuwbouw sluiten wij afvalwater aan op de gemeentelijke riolering, tenzij individuele behandeling doelmatiger is. Onder doelmatig verstaan we in dit geval dat de kosten van de aanleg van de riolering opwegen tegen het aantal aan te sluiten percelen. Hierbij maken we geen onderscheid tussen binnen of buiten de bebouwde kom gelegen percelen

Vuiluitworp  Vuilemissies uit het rioolstelsel leiden niet tot onaanvaardbare gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie van het ontvangende oppervlaktewater 

Door het afkoppelen van verhard oppervlak beperken we de hoeveelheid overstortend rioolwater

Aansluiting en wijze van inzameling  Alle percelen zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, tenzij individuele behandeling doelmatiger is  

Afvoer van rioolvreemd water wordt zoveel mogelijk voorkomen. We onderzoeken alleen locaties waarbij op grond van klachten foutieve aansluitingen worden vermoed In gebieden waar druk- of persriool aanwezig is (vooral buiten de bebouwde kom) mag geen

hemelwater of grondwater (drainage) worden aangesloten op de drukriolering In geval van afvoer via een (verbeterde) septic tank moet deze een minimale inhoud hebben van 6 m³. Bij percelen die nog niet aan deze eis voldoen, moet bij her- of nieuwbouw een

verbeterede septic tank met voldoende inhoud worden toegepast We hebben inzicht in de kwaliteit en hoeveelheid van bedrijfsafval- en proceswater dat wordt geloosd via het gemeentelijk rioolstelsel. Hierover zijn duidelijke afspraken gemaakt met

betrokken bedrijven Wij controleren en handhaven op naleving van lozingsvoorschriften en vergunningen

Gewenste situatie in de toekomst (stip op de horizon)  Het volledige proces van inzameling en zuivering is fossiel-onafhankelijk en is qua grondstoffen(terugwinning) zelfs winstgevend 

De invloed op het milieu en de leefomgeving vanuit stedelijk afvalwater is verwaarloosbaar

12/45

Kenmerk

2.3

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Doelen hemelwater

Technische staat  De voorzieningen voor inzameling, berging, infiltratie en/of transport van hemelwater verkeren in een zodanige technische staat, dat deze kunnen functioneren waarvoor ze zijn aangelegd Afvoercapaciteit  Het gemengde rioolstelsel in het centrum heeft een afvoercapaciteit van 16,8 mm in 75 minuten. Dit willen we bij reguliere vervangingen verhogen naar 29,4 mm in één uur (bui 09) door verhard oppervlak af te koppelen of een buis op het onderheide riool te leggen om de capaciteit te vergroten  

Het hemelwaterstelsel kan een bui van 29,4 mm in één uur verwerken De openbare inrichting kan buien tot 120 mm per uur verwerken zonder dat schade in panden ontstaat

Scheiden hemelwater en afvalwater  Vuilwater zoveel mogelijk scheiden van hemelwater  

We koppelen alleen verhard oppervlak in het openbaar gebied af Vanwege het grote risico op foutaansluitingen koppelen we geen dakoppervlak af (naar DIT-riool of oppervlaktewater)

We wijzen particulieren op stimuleringsregeling van Waternet voor waterberging op eigen perceel

Figuur 2.2 Uitlaat hemelwaterriool

Aansluiting en wijze van inzameling  

Er wordt geen vuilwater op het hemelwatersysteem geloosd De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor verwerking van hemelwater van zijn eigen perceel. Wij nemen de zorgplicht op een doelmatige manier over als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet kan verwerken op eigen perceel

13/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Doordat tuinen vaak lager liggen dan de weg vindt geen afstroming van water plaats vanaf

verhard oppervlak in tuinen naar de weg. Het is daarom niet noodzakelijk om maatregelen op particuliere percelen te (laten) nemen om voldoende berging te realiseren Infiltratie in de bodem kan tijdelijk worden toegepast, mits voorzieningen worden getroffen

waardoor het (grond)water snel kan afvloeien Bij grootschalige nieuwbouw stelt de gemeente een uitgangspuntennota op waarin is opgenomen hoe met hemelwater moet worden omgegaan. Afhankelijk van de omstandigheden bepalen we hierin een bergingseis en eisen met betrekking tot schaduw op langzaam verkeerroutes en afstand tot koelte Bij herinrichtingsprojecten vervangen we hemelwaterriolering door DIT-riolen De gemeente stimuleert dat nieuwbouw zodanig plaatsvindt dat geen belemmeringen ontstaan voor de grondwaterstroming

Gewenste situatie in de toekomst (stip op de horizon)  In hele gemeente is ruimte voor vasthouden, bergen en afvoeren van water  Iedere perceeleigenaar is zich bewust van de eigen verantwoordelijkheid voor het verwerken 

van het hemelwater dat op het eigen terrein valt De verschillende functies voor de openbare ruimte vormen geen belemmering voor elkaar

Voorkeursvolgorde Bij elke ingreep in de leefomgeving wegen we af hoe we water zo hoog mogelijk in de voorkeursvolgorde kunnen verwerken (zie figuur 2.3). Per buurt bekijken we wat de meest doelmatige aanpak is voor verwerking van hemelwater. Het afvoeren van regenwater is de laatste stap en niet de ideale oplossing. Immers: hoe meer water we weten vast te houden, hoe minder last we hebben van droogte en hoe minder we onze pompen en gemalen hoeven in te zetten en hoe hoger het rendement is van de RWZI.

Figuur 2.3 opgaven in een beperkte ruimte (bron: Planbureau voor de Leefomgeving, 2021)

14/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Hinder en schade Te veel water kan tot problemen leiden. We accepteren dat extreme neerslag niet volledig door het rioolstelsel kan worden afgevoerd en dat tijdelijk water op straat kan staan. Afhankelijk van de grootte van problemen grijpen we in. De beoordeling van problemen vraagt altijd om maatwerk. Om wateroverlast te beoordelen gebruiken we de richtlijn in onderstaande tabel. Het helpt ons om situaties te beoordelen. We delen problemen in twee categorieën: hinder en schade. Elk type probleem heeft zijn eigen kenmerken en manier van handelen. Relevant hierbij zijn de frequentie van de overlast en het effect daarvan. Factoren die belangrijk zijn om het effect te bepalen zijn begaanbaarheid van wegen, de gezondheid van bewoners en de overlast op particulier terrein of gebouw. We accepteren geen schade als gevolg van hemelwater vanaf openbaar terrein bij een bui met een herhalingstijd kleiner dan 1 × per 100 jaar. Vitale en kwetsbare functies moeten beschikbaar blijven. Overlast

Schade

Duur

Tot 2 uur

Langer dan 2 uur

Water op straat

Kleine of grote hoeveelheden water

Grote hoeveelheden waarbij essentiële

waarbij water ook naar percelen

gebruiksfuncties uitvallen

stroomt Water in panden

Geen water in panden

Water in panden

Handelingsperspectief

Accepteren en beperken

Minimaliseren

2.4

Doelen grondwater

Technische staat 

De voorzieningen voor inzameling en verwerking van overtollig grondwater verkeren in een zodanige technische staat dat deze kunnen functioneren waarvoor ze zijn aangelegd

Regierol  Ten aanzien van het grondwater hebben we een heldere regiefunctie. Voor vragen over grondwater en grondwater-problematiek zijn wij aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven  

We monitoren het grondwater in ons gebied middels een grondwatermeetnet We streven er met onze (ondergrondse) inrichting naar om het grondwaterpeil in openbaar gebied op peil te houden en geen grondwaterproblemen af te wentelen naar particulieren

Grondwater over- en onderlast  De aanwezige structurele grondwateroverlast en -onderlast (droogte) wordt beperkt, voor zo   

ver dit redelijkerwijs kan én valt binnen de verantwoordelijkheid van gemeente De particulier zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op eigen terrein omdat hij verantwoordelijk is voor de goede staat van zijn eigendom Het waterschap dient door peilbeheer voldoende ontwatering en afvoercapaciteit te garanderen Wij bieden bewoners de mogelijkheid om hun drainagewater aan te sluiten op het HWA-riool

15/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Bij uitvoer van werkzaamheden houden we actief zicht op de grondwaterstanden met behulp

van het grondwatermeetnet De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden

Beoordelingscriteria structurele grondwateroverlast Wanneer sprake is van structurele grondwateroverlast neemt de gemeentemaatregelen, mits dit doelmatig is en niet valt onder de taken is van de provincie of het waterschap. We spreken over structurele grondwateroverlast indien:  Er overlast optreedt in relatie tot een bestemming van particulier of openbaar terrein 

De overlast herhaaldelijk (tenminste jaarlijks) en gedurende langere tijd (minimaal 30 aaneengesloten dagen) optreedt

Landbouwgronden worden nadrukkelijk van deze definitie uitgesloten. Nieuwe aanleg  

We streven ernaar om bij nieuwbouw ‘grondwaterneutraal’ te bouwen. Dit houdt in dat het grondwaterpeil niet beïnvloed mag worden Als een bestemmingsplan wordt gewijzigd, dient een Watertoets uitgevoerd te worden. Bij elk nieuw bestemmingsplan wordt de grondwatersituatie meegenomen in de waterparagraaf. De benodigde maatregelen om grondwaterproblemen te voorkomen worden daarbij vastgelegd in regels voor diverse bestemmingen. Het gaat hierbij om regels voor zetting, drooglegging, drainagesystemen en ontwateringsdiepte

Gewenste situatie in de toekomst (stip op de horizon)  

Waterbeheerders werken als één geheel om alle partijen van voldoende water te voorzien We zijn ons ervan bewust dat er ook in de toekomst genoeg water vastgehouden moet worden om de drinkwatervoorraad op peil te houden

Aanleghoogte We hanteren eisen ten aanzien van de aanleghoogte van gebouwen, wegen en groen: 

Grondwaterstand maximaal 70 cm onder maaiveld

Bronneringswater lozen op de riolering Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater geldt dat Waterschap AVG hiervoor het bevoegd gezag is bij kortdurende grondwateronttrekkingen in de ondiepere lagen van de bodem. De provincie blijft vergunningverlener voor grootschalige en langdurige grondwateronttrekkingen in de diepere bodemlagen, zoals drinkwateronttrekkingen en bodemenergiesystemen.

16/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Voor het toetsen van lozing van bronneringswater op de riolering geldt dat de gemeente hiervoor het bevoegd gezag is. Uitgangspunt is dat schoon bronneringswater niet op het vuilwaterriool wordt geloosd, maar terug wordt gebracht in de bodem of afgevoerd wordt naar oppervlaktewater. In de praktijk zal dit echter niet altijd mogelijk zijn. Voor het lozen van bronneringswater op de vuilwaterriolering dient in het kader van het Activiteitenbesluit een verzoek tot een maatwerkvoorschrift te worden ingediend bij de gemeente. De voorkeursvolgorde is daarmee:  Retourbemaling  

Afvoeren naar oppervlaktewater of een hemelwaterriool Afvoer naar de gemengde riolering

2.5

Doelen oppervlaktewater

Berging- en of afvoercapaciteit  Het oppervlaktewater heeft een belangrijke functie als berging voor overtollig hemelwater.    

Hiermee verminderen we ‘water-op-straat’ situaties of schade We werken samen met het waterschap aan een robuust watersysteem met voldoende waterberging met het oog op klimaatverandering We streven samen met het waterschap naar een watersysteem waarbij afvoer niet wordt belemmert door opstuwing bij duikers We houden zoveel mogelijk water vast in de polder om afhankelijkheid van de boezem te verkleinen We creëren een reserve in het oppervlaktewatersysteem. Eén van de mogelijkheden hiervoor is het opzetten van het polderpeil aan het begin van de zomer4

Water(bodem)kwaliteit  De waterkwaliteit is de verantwoordelijkheid van het waterschap, wij zorgen ervoor dat we

geen afbreuk doen aan die kwaliteit en onderzoeken mogelijke bronnen van vervuiling binnen de gemeente We streven ernaar om te voldoen aan de doelstellingen uit de Kader Richtlijn Water (KRW).

Het verder afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering draagt bij aan het verder terugdringen van de emissies op het oppervlaktewater In samenwerking met het waterschap leggen we natuurvriendelijke oevers aan, passen we

ecologisch bodem- en oeverbeheer toe en baggeren we frequenter in gebieden waar potentie voor waterplantengroei het hoogst is We houden rekening met in de toekomst verder reikende verzilting

 

We geven extra aandacht aan het effect van hitte en droogte op de waterkwaliteit ter plaatse van eventueel toekomstige zwemplekken We werken nauw samen met waterschap AGV voor het (ecologisch) onderhoud van de watergangen

4

Samen met het waterschap voeren we onderzoek uit naar de haalbaarheid van deze maatregel

17/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Relatie oppervlaktewater met hemelwater en grondwater 

De waterkwaliteit is de verantwoordelijkheid van het waterschap, wij zorgen ervoor dat we geen afbreuk doen aan die kwaliteit

Beheer en onderhoud  We voeren waar doelmatig onderhoud natuurvriendelijk uit  Het waterschap voert baggerwerkzaamheden uit, zoals het op diepte brengen van watergangen tot minimaal 34 – 40 cm en het verwijderen van voedselrijke waterbodems/sliblagen Beleidsveld groen van gemeente Diemen voert het oeveronderhoud uit

Gewenste situatie in de toekomst (stip op de horizon)  We dragen bij aan een watersysteem met gezond water en voldoende water  

We dragen bij aan de mogelijkheid om te genieten op en om het water In ons stedelijk gebied werken we conform de Goede Stedelijke Waterbeheerpraktijk

3 Waar staan we nu 3.1

Evaluatie

In dit hoofdstuk kijken we terug op de voorloper van dit programma: vGRP 2019 – 2023. Daarbij is gekeken in hoeverre de ambities uit dit vGRP zijn behaald of de strategie heeft gewerkt en welke invloed dit had op de kostendekking. Hierbij blikken we specifiek terug op de klimaat adaptieve maatregelen die genomen zijn. 3.1.1

Algemeen

Het vGRP heeft goed gefunctioneerd en de doelen en ambities zijn gebruikt bij het bepalen van de dagelijkse werkzaamheden. In het vGRP was weinig aandacht voor hitte en het beperken van hittestress. Daarnaast was in het vGRP wel het uitgangspunt opgenomen dat de buitenruimte een bui van 120 mm 5 in één uur moet kunnen bergen/verwerken, maar ontbrak de standaard werkwijze om dit te bereiken. In de planperiode hebben we daarom zelf een standaard aanpak voor projecten ontwikkeld om waterberging en de aanpak van hitte te realiseren. De personele bezetting bij de binnen- en buitendienst werd, dankzij een uitbreiding in de buitendienst, tijdens de planperiode als voldoende ervaren. Het databeheer van riolering heeft een plek gekregen binnen de beheerfunctie.

5

Voor Diemen Centrum gold een norm van 90 mm

18/45

Kenmerk

3.1.2

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Zorgplichten

Stedelijk afvalwater  Hydraulisch functioneren: Het hydraulisch functioneren van het stelsel is gecontroleerd door het opstellen van BRP’s: -

Diemen Noord: Hydraulische analyse regenwaterstelsels, Royal Haskoning, kenmerk: 9W6944.A0, 1 september 2011 Diemen Centrum: Ontwerp regenwaterstelsel Diemen Centrum (actualisatie BRP+),

Imber Advies, kenmerk: R02-P0159, 2 februari 2023 Op een aantal locaties, zoals in Diemen Centrum, voldoet het riool niet aan de gewenste afvoercapaciteit bij bui 096 . Maatregelen om de afvoercapaciteit te vergroten nemen we mee

bij aanpak van de buurten. Van Diemen Zuid is geen actueel BRP. Dit stellen we op ter voorbereiding van de herinrichtingen Aanpak zwevende riolering: We hebben een cyclus van groot wijkonderhoud opgesteld waarbij een wijk wordt aangepakt als de maaivelddaling 20 – 30 cm is. Op dat moment worden zowel het maaiveld als de zwevende riolering opgehoogd. In de periode voorafgaand aan aanpak van de wijk moet de buitendienst vaker aan de slag voor het oplossen van kleine knelpunten, bijvoorbeeld door verschil in verhang tussen woning en onderheide riolering. In de planperiode zijn de volgende wijken opgehoogd: Vogelweide -

Centrum-West Oranjeplantsoen (uitvoer project 2023 – 2024) Oost-West As

Winkelcentrum Kruidenhof Onderstaande projecten stonden wel op de planning voor periode 2019 – 2023, maar zijn niet uitgevoerd. Voor alle projecten geldt dat dit is veroorzaakt door vertraging van participatietrajecten door corona, gebrek aan interne capaciteit en ingeschoven projecten: Scheepskwartier Flats Tobias Asserlaan: gecombineerd met project ‘verlaging waterpeil Oosterringvaart’,  

uitvoer gepland in 2024/2025 Vlindertuin Buitenlust + ODL-N: gecombineerd met spooronderdoorgang, waardoor planning

opschoof Relinen onderheide riolering: In 2019 is de onderheide riolering in Bergwijkpark, Vogelweide, Scheepskwartier, Vlindertuinen en Hollandpark gerelined Septic tanks: Een aantal woningen langs de Overdiemerweg ten noorden van het AmsterdamRijnkanaal lozen via een septic tank op het Derde Diem/Amsterdam Rijnkanaal. Het is niet doelmatig om op deze locaties riolering aan te leggen. Bij ontwikkelingen van deze woningen moet een helofytenfilter worden aangelegd

6

Deze locaties zijn te vinden in ‘Ontwerp Regenwaterstelsel Diemen Centrum’, 2 februari 2023

19/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Figuur 3.1 Rioleringswerkzaamheden in uitvoering

Hemelwater  Wateroverlast: in de planperiode was geen sprake van significante wateroverlast als gevolg van (extreme) neerslag 

Afvoercapaciteit: Omdat de afvoercapaciteit van de riolering in het centrum niet overal voldoende is, hebben we bij herinrichting van Centrum West wegoppervlak afgekoppeld. Daarnaast hebben we bij onderheide riolering een extra buis óp het riool gelegd om extra capaciteit te krijgen Klimaatbui: Op dit moment voldoen we in recent heringerichte buurten7 aan een klimaat adaptieve inrichting van de openbare buitenruimte waarbij een bui van 120 mm in één uur kan worden geborgen/afgevoerd zonder dat wateroverlast in panden optreedt. In het centrum voldoen we aan een bui van 90 mm in één uur, maar ook hier is het streven 120 mm in één uur te kunnen bergen/afvoeren

7

Waterberging: Bij een herinrichting vernieuwen we het volledige profiel (straten, trottoirs en groen). Door niet volledig tot het oorspronkelijke planpeil op te hogen realiseren we extra berging. Met name het groen leggen we lager aan

Op de wateroverlastkaart in bijlage 4 is te zien welke buurten voldoen

20/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Grondwater 

Grondwaterstanden: de grondwaterstanden in openbaar gebied voldoen bijna overal aan de norm van 70 cm onder maaiveld. Alleen in de buurt Biesbosch is sprake van hoge grondwaterstanden. In 2021 heeft de gemeente hier drainage aangelegd om de overlast weg

te nemen Meldingen: er komen regelmatig meldingen binnen over natte tuinen en kruipruimtes. Ook zijn er problemen met optrekkend vocht. In deze gevallen is de woningeigenaar verantwoordelijk

voor het waterdicht houden van zijn kruipruimte en huis Gescheiden stelsel: in straten met een gescheiden stelsel legt de gemeente standaard drainage of een DIT-riool aan

Infiltreren via drainage: we analyseren de grondwaterstanden om te kijken hoe groot het effect is. In de praktijk zien we een positief effect; bij warm en droog weer hebben de bomen in straten met een DIT-riool geen droogteverschijnselen, terwijl dit in andere straten wel het geval is. Op locaties waar bomen ‘in slaap gaan’ door een uitgezakt grondwaterpeil ben je ook de koelende werking van evaporatie gedeeltelijk kwijt

Overig  Watergebiedsplan: In 2022 is door Waternet een watergebiedsplan opgesteld voor de Diemerpolder. Het doel van dit watergebiedsplan is het realiseren van een duurzaam watersysteem met gezond en voldoende water. Om dat te bereiken gaan het waterschap en de gemeente een aantal maatregelen nemen, zoals een nauwere samenwerking voor onderhoud van watergangen en aanleg van natuurvriendelijke oevers. Het is de wens van de

 

gemeente om op korte termijn, samen met waterschap en buurgemeenten, een watergebiedsplan op te stellen voor de Venserpolder Waterkwaliteit: Knelpunten met betrekking tot waterkwaliteit zijn opgenomen in de watergebiedsplannen Zetting: Door zettingsonderzoek, uitgevoerd door SkyGeo hebben we goed inzicht in de maaivelddaling binnen de gemeente

3.1.3 Klimaatadaptatie  Klimaatadaptatiekaarten: Om meer inzicht te krijgen in de knelpunten op het gebied van wateroverlast, droogte en hitte hebben we gelijktijdig met het opstellen van dit programma, klimaatadaptatiekaarten opgesteld. Voor wateroverlast, droogte en hitte is per buurt aangegeven welke buurten volgens het beleid uit dit programma zijn ingericht, welke robuust zijn maar niet voldoen aan het beleid en welke onvoldoende zijn Wateroverlast: Er zijn 2 buurten die nu nog onvoldoende bestand zijn tegen wateroverlast. Het overgrote deel van de buurten is robuust ingericht, maar nog niet

-

volledig volgens het beleid. In 4 buurten voldoet de openbare ruimte al aan het beleid uit dit programma klimaatadaptatie Droogte: Voor droogte voldoet de openbare ruimte ook in 4 buurten. Dit zijn niet dezelfde buurten als degenen die voldoen voor wateroverlast. In 5 buurten is de openbare ruimte onvoldoende bestand tegen droogte

21/45

Kenmerk

-

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Hitte: Voor hitte is in beeld gebracht hoeveel panden per buurt op meer dan 300 meter afstand van een koele plek liggen. In het grootste deel van de buurten gaat het om geen tot 3 panden. In twee buurten gaat het om 9 tot 72 panden en in nog twee andere buurten om 72 tot 237 panden. Daarnaast is op een aparte kaart aangegeven welke locaties

(daarbij gaat het niet om volledige buurten) een risicolocatie zijn op het gebied van hitte Integrale projecten: In de planperiode hebben wij bij uitvoer van integrale projecten aandacht besteed aan klimaatadaptatie: -

Van Markenplantsoen (hittestress) Vogelweide (wateroverlast, hittestress en droogte) Schoolstraat (wateroverlast, hittestress en droogte)

-

Centrum West (wateroverlast, hittestress en droogte) Sporthal (wateroverlast, hittestress en droogte) Spooronderdoorgang (wateroverlast)

Winkelcentrum Kruidenhof (wateroverlast, hittestress en droogte) Monitoring: Naar aanleiding van de herinrichting van de buurten Scheepskwartier en Vlindertuin is een monitoringsproject opgezet. Hierbij onderzoeken we hoe het proces van de herinrichting is verlopen en hoe de eisen voor de klimaatthema’s zijn ingevuld. Daarnaast analyseren we of de maatregelen die zijn genomen om de hittestress te beperken werken zoals ze bedoeld zijn, hoe het DIT-riool functioneert en hoe de biodiversiteit is vergroot. Het

resultaat van het monitoringsproject nemen we mee bij herinrichting van de volgende buurten. Het monitoringsproject is mede mogelijk gemaakt door Provincie Noord-Holland Richtlijnen: In het nieuwe (op te stellen) kwaliteitsplan geven we invulling aan richtlijnen en

beleid met betrekking tot hitte en schaduw. Vanuit klimaatadaptatie blijven we dit thema doorlopend onder de aandacht brengen Sociaal domein: We betrekken onze collega’s van het sociaal domein bij aanpak van de klimaatthema’s. Onder andere om de problematiek van hittestress bij ouderen en kwetsbaren beter in beeld te brengen

3.1.4 Beheer en onderhoud  Beheersysteem: Bij het uitvoeren van diverse herberekeningen bleek dat het beheersysteem minder actueel is dan werd gedacht. Vooral informatie over de diepteligging, jaar van aanleg 

en materiaal ontbreekt vaak. We werken aan de implementatie van een nieuw beheersysteem Inspectiecyclus: We voeren alleen periodieke rioolinspecties uit van de onderheide riolering. Deze riolering is de afgelopen jaren geïnspecteerd volgens een cyclus waarbij een rioolstreng elke 5 jaar geïnspecteerd wordt. Incidenteel inspecteren we zwevende riolering bij aanwijzingen dat deze niet goed functioneert Inspectieresultaten: Inspectieresultaten kunnen niet worden verwerkt in ons huidige beheersysteem. We houden de inspectieresultaten apart bij, maar hebben daardoor geen goede koppeling tussen beheer en inspecties. Uit de beoordeling van de inspectieresultaten komen relatief veel maatregelen naar voren. Op dit moment worden de maatregelen nog niet structureel uitgevoerd. We werken aan een onderhoudsplan waarin de maatregelen zijn opgenomen

22/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Reinigen: We houden een reinigingscyclus van 5 jaar aan. Onderheide riolering reinigen we voorafgaand aan rioolinspecties. Bij zwevende riolering reinigen we alleen leidingen met een diameter van 250 mm of groter. Naast deze periodieke reiniging worden probleemlocaties periodiek schoongespoten door onze buitendienst

Kwaliteit: Het onderheide rioolsysteem is stabiel. De strengen worden na 50 – 60 jaar gerelined vanwege scheurvorming. Ook de kwaliteit van de zwevende riolering is goed. Deze riolering wordt relatief vroeg vervangen (na 25 – 30 jaar), gelijktijdig met ophoging en

herinrichting van de wijk Wortelingroei: In de planperiode was sprake van een aantal verstoppingen, deze werden meestal veroorzaakt door beschadigingen of wortelingroei. Een voorbeeld hiervan is de Prins

Bernhardlaan waar een bepaald type struiken voor problemen met de riolering zorgt Meldingen: Meldingen komen binnen bij het KCC en worden vanuit daar verdeeld over de rioleringsmedewerkers. Binnenkomende meldingen en klachten worden goed en snel afgehandeld. Omdat de meldingen niet altijd worden bijgehouden in het speciale systeem, is het niet mogelijk om meldingen en klachten te monitoren, waardoor het inzicht in de ontwikkelingen in meldingen en klachten ontbreekt

Gemaalbeheer: Het preventief en correctief onderhoud aan gemalen, pompunits en randvoorzieningen werd uitgevoerd conform het ‘Meerjarenbegroting rioolgemalen, minigemalen en randvoorzieningen gemeente Diemen’8

3.1.5 Samenwerking In de planperiode werkten we samen binnen BOWA en Isariz. BOWA staat voor Bestuurlijk Overleg Water Amstel, Gooi en Vecht gebied en is het bestuurlijke deel van de samenwerking. Isariz (Intergemeentelijke Samenwerking in de RioleringsZorg) is het ambtelijke deel van de samenwerking. Wethouder Sikkes-Van den Berg is momenteel voorzitter van het BOWA. Binnen de samenwerking zijn de volgende zaken gezamenlijk opgepakt:  Gezamenlijk oppakken risicodialogen  Opstellen handboek klimaatadaptatie voor de regio   

Indienen subsidieaanvragen voor DPRA-gelden Gezamenlijke aanbesteding kolkenreiniging (met 5 gemeenten uit de samenwerking) Opstellen handboek werken op dijken

De samenwerking verloopt goed en de gemeente is tevreden over het resultaat. 3.1.6

Financiën

In de planperiode is het tariefverloop uit het vorige vGRP gevolgd. Hierbij is de rioolheffing wel geïndexeerd voor inflatie. Het aantal heffingseenheden (woningen en bedrijfspanden) is lager dan waarmee in het vorige vGRP is gerekend, hierdoor komen er minder inkomsten binnen dan begroot. In de praktijk merkt de gemeente geen tekort bij het uitvoeren van de rioleringswerkzaamheden. Conform het vGRP had de stand van de voorziening op 1 januari 2023 EUR 1.529.326 moeten bedragen. De daadwerkelijke stand van de riolering op die datum was EUR 3.352.932. Deze hogere stand kan worden verklaard door: 8

Kenmerk: Meerjarenbegroting rioolgemalen, minigemalen en randvoorzieningen gemeente Diemen, kennis van pompen, A-2023, d.d 9 november 2022

23/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Lagere uitgaven door uitstel van projecten groot onderhoud

Lagere uitgaven voor beheer, onder andere door intensievere inzet van eigen medewerkers wijkbeheer in plaats van inhuur derden

3.2

Areaal

In onderstaande figuren is het areaal binnen gemeente Diemen grafisch weergegeven.

Figuur 3.2 geeft een overzicht van de leeftijdsopbouw van de bestaande riolering. Hierbij is onderscheid gemaakt naar onderheide riolering (16 km) en zwevende riolering (139 km).

24/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Figuur 3.2 Leeftijdsopbouw bestaande vrijvervalriolering Diemen

Vanuit het Besluit lozen buiten inrichtingen artikel 3.14, 3.15 en 3.16 zijn algemene regels, voor lozingen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater, beschreven. Hieruit vloeit onder andere voort dat riooloverstorten en (hemelwater) uitlaten moeten zijn opgenomen in het programma klimaatadaptatie. Het overzicht met overstorten is opgenomen in bijlage 3.

3.3

Toetsing huidig

De huidige stand van zaken van onze rioleringszorg is vergeleken met de kwaliteit die we in de toekomst voor ogen hebben. Onderstaand is dit per onderwerp weergegeven. Tevens is een overzicht van het totale areaal opgenomen. (Toelichting symbolen = behaald, = niet behaald = wordt nog aan gewerkt).  Afvalwaterzorgplicht: alle percelen binnen de gemeente zijn aangesloten op de vrijvervalriolering, op een drukrioleringssysteem of op een lokale voorziening  Inzicht hydraulisch functioneren: We beschikken over een actueel inzicht in het hydraulisch functioneren van de riolering in Diemen Noord en Diemen Centrum. Van Diemen Zuid is geen BRP beschikbaar

25/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

 Afvoercapaciteit: de afvoercapaciteit van het rioolstelsel voldoet nog niet overal aan de eis van bui 09 (29,4 mm in 1 uur). Om deze doelstelling te behalen is onder andere verlaging van het waterpeil in de Oosterringvaart noodzakelijk  Milieutechnisch functioneren: we voldoen aan eisen en werkwijze waarmee de vuiluitworp naar oppervlaktewater wordt beperkt  Inspecties: van de onderheide riolering zijn inspectiegegevens van maximaal vier jaar oud beschikbaar. Hiermee hebben we een goed beeld van de kwaliteit van de vrijvervalriolering. Het algemene beeld van deze riolering is dat de kwaliteit van het stelsel redelijk tot goed is. Gezien de relatief korte vervangingscyclus van zwevende riolering inspecteren we deze niet structureel, maar alleen op bekende knelpuntlocaties  Gemalen: Bedrijfszekerheid van gemalen is gewaarborgd  Bedrijfsafvalwater: We hebben onvoldoende inzicht in de omvang en samenstelling van bedrijfsafvalwater op het openbaar rioolstelsel. Daarnaast ontbreek de capaciteit om in te zetten op handhaving in naleving van de lozingsafspraken  Foutaansluitingen buitengebied: we hebben geen aanleiding om aan te nemen dat sprake is van aangesloten regenwater op drukriolering  Grondwater: we beschikken over een dekkend grondwatermeetnet. Omdat het meetnet op dit moment niet goed functioneert is er minder inzicht dan gewenst.

Er zijn op diverse locaties problemen met grondwateroverlast. In bijna alle gevallen wordt de overlast veroorzaakt doordat de situatie op het particuliere perceel niet voldoet aan eisen (bv. kruipruimte te diep door maaiveldzetting). We gaan in bijna alle gevallen langs bij de bewoner om te informeren over maatregelen die zij zelf kunnen nemen  Oppervlaktewater: Met het watergebiedsplan hebben we voldoende inzicht in de situatie in de Diemerpolder. Voor de Venserpolder ontbreekt dit inzicht omdat daarvoor geen actueel watergebiedsplan beschikbaar is  KRW: We streven ernaar om te voldoen aan de doelstellingen uit de Kader Richtlijn Water (KRW). Het verder afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering draagt bij aan het verder terugdringen van de emissies op het oppervlaktewater  Inzicht klimaatadaptatie: we beschikken over een actueel inzicht in wat gebeurt bij extreme neerslag, hitte en droogte en hebben inzicht in de knelpuntlocaties  Bergingseis: bij herinrichting van buurten is de openbare ruimte zodanig aangepast dat een berging van 90 mm en een afvoercapaciteit van 30 mm ontstaat. Buurten die recent zijn heringericht voldoen al aan de eisen.

Realisatie van berging nemen we mee bij toekomstige herinrichting van buurten  Hittestress: bij herinrichting van buurten nemen we maatregelen om hittestress te verminderen, bijvoorbeeld middels het inrichten van hittebestendige verblijfplaatsen  Droogte: knelpunten op het gebied van droogte bevinden zich vooral op locaties zonder DIT-riolering. In het centrum is droogte een aandachtspunt vanwege panden met een houten paalfundering, maar er is op basis van grondwatermonitoring geen indicatie dat paalfunderingen droog staan

26/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

 Participatie: we betrekken onze inwoners bij de voorbereiding van uitvoeringsprojecten en we informeren ze over de mogelijkheden om hun eigen perceel klimaat adaptief in te richten  Klachten en meldingen: Alle klachten en meldingen met betrekking tot de riolering en (grond)wateroverlast verlopen via het meldingenregistratiesysteem en zijn opgepakt Uit de toetsing van de huidige situatie blijkt dat we nog een aantal onderdelen en aandachtspunten hebben waarop een extra inspanning nodig is gedurende de planperiode.

4 Wat gaan we doen In hoofdstuk 2 ‘Wat willen we bereiken’ hebben we onze doelen voor afvalwater, hemelwater, grondwater en klimaatadaptatie gepresenteerd. In dit hoofdstuk beschrijven we de (extra) maatregelen die nodig zijn om onze doelen te halen.

4.1

Rollen

Traditioneel heeft de waterbeheerder een realiserende en regulerende rol op zich genomen (links in het figuur). Dit wil zeggen dat de waterbeheerder zelfstandig aan de realisatie werkt van een goed functionerend watersysteem. Waar nodig wordt goed gebruik van de riolering en het watersysteem afgedwongen via regelgeving. De laatste jaren is een verschuiving gaande naar een nieuwe werkwijze. De taak van de waterbeheerder is niet gewijzigd, maar inmiddels zijn we ons ervan bewust dat we onze doelen beter kunnen halen door een samenwerkende en ondersteunende partij te zijn. Door goede afstemming met interne en externe betrokkenen kunnen we nog meer bereiken, zowel in het publieke als het private domein. We borgen onze ambities daarom breed binnen en buiten de organisatie. Dit doen we op verschillende manieren: 

We kiezen een realiserende rol bij een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte met als doel het afkoppelen van verhard oppervlak, het infiltreren van schoon hemelwater, het maken van voldoende berging en het bijdragen aan beperking van hittestress en droogte

Wij zijn een regulerende overheid door voor nieuwbouw het hemelwaterbeleid in een hemelwaterverordening af te dwingen

27/45

Kenmerk

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Bij afspraken over klimaatbestendig bouwen kiezen wij juist voor een samenwerkende rol.

Het doel van de samenwerkende rol is kennisdeling en het in samenwerking aanpakken van gebieden die onder verschillende betrokkenen vallen Als ondersteunende overheid hebben we als doel bewoners voor te lichten en bewustwording te creëren

In paragrafen 4.3 'Onderzoek' en paragraaf 4.4 ‘Fysieke maatregelen’ is te lezen welke maatregelen we willen treffen vanuit onze rol als realiserende overheid. In paragraaf 4.5 ‘Communicatie en participatie’ paragraaf 4.6 ‘Samenwerking’ staat hoe we invulling geven aan onze ondersteunende en samenwerkende rol.

4.2

Speerpunten

Om onze doelen te realiseren en toe te werken naar ons gewenste ambitieniveau, richten wij ons de komende planperiode op de volgende speerpunten:  Klimaatadaptatie: op het gebied van klimaatadaptatie streven we dat een regenbui van 120 mm in één uur niet tot schade leidt. Daarnaast koppelen we bij deze projecten ook 

maatregelen mee om hittestress te beperken en droogte tegen te gaan Beheer op orde houden: Op dit moment is ons rioolbeheer op orde. We vinden het belangrijk om het beheer op orde te houden om zodoende een kwalitatief hoogwaardige ondergrondse infrastructuur te waarborgen. Als het beheer op orde is kunnen we onderhoud en vervangingen uitvoeren op basis van kwaliteit. We voorkomen hiermee kapitaalvernietiging of het afwentelen van kosten naar toekomstige generaties

Venserpolder: we gaan (wederom) in overleg met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht met als doel in gezamenlijkheid te komen tot een actueel watergebiedsplan voor de Venserpolder. Het gebiedsplan geeft inzicht in de eventuele knelpunten en oplossingsrichtingen om te komen tot een volledig klimaat adaptieve inrichting

4.3

Onderzoek

In de planperiode voeren we diverse onderzoeken uit om op basis daarvan klimaatadaptatie en de gemeentelijke zorgplichten beter in te kunnen vullen. De onderzoeken worden, tenzij anders benoemd, betaald vanuit ons reguliere onderzoeksbudget van EUR 75.000,00 per jaar. Klimaat  Tijdens de planperiode stellen we, in samenwerking met beleidsveld groen, een strategie op voor toepassing van bomen binnen de gemeente. Binnen de strategie hebben we aandacht voor: De soortkeuze van groen: welke soorten passen we wel toe en welke juist niet in relatie

-

tot klimaat (bestand tegen droogte), bodemopbouw en ondergrondse infra (wortelgestel plant vs. kabels en leidingen) Toekomstbomen: welke soort boom, welke omvang, op welke locatie, omstandigheden groeiplaats en robuustheid Aantal toekomstbomen: hoeveel toekomstbomen willen we de komende jaren plaatsen binnen de gemeente

28/45

Kenmerk

-

R001-1280967JZG-V03-jiv-NL

Kwaliteit boven kwantiteit: één grote boom heeft vaak meer effect op hitte dan meerdere

kleine bomen Om integraler te werken stellen we vaste werkvormen op en makken we afspraken om de samenwerking tussen teams te verbeteren. Hierbij maken we ook kapstokken met handvaten

en richtlijnen waar bijvoorbeeld maatregelen tegen hitte aan opgehangen kunnen worden Op basis van de grondwatermonitoring houden we zicht op de mogelijke knelpuntlocaties met betrekking tot droogte: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=8f3a1c30-d95d-4ae4-8fa5-99f78687b563