CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok - Holland Park Zuid Diemen

Gemeenteraadsvergadering 27 maart 2025, gemeente DiemenBij agendapunt: Bindend advies over omgevingsvergunning ontwikkeling Steigerblok Holland Park Zuid31.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

nen aan dat de beoogde bouwhoogtes niet voor belemmeringen zorgen.

van het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’. De grootste over-

sen per woning. Een verlaagde parkeernorm komt ten goede aan het

schrijding van de bouwgrenzen wordt ook hier veroorzaakt door de reali-

omliggende groen. In plaats van parkeerplekken wordt de vrijgekomen

satie van de supermarkt en de introductie van de tussenstraat ter ver-

ruimte benut voor groenvoorzieningen, die de leefkwaliteit in de buurt

vanging van de onderdoorgang. Deze overschrijdingen zijn programma-

verbeteren.

tisch en functioneel noodzakelijk om een efficiënte en toegankelijke

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

22

3.2

Afwijkingsprocedure

lijk om een omgevingsvergunning voor een BOPA gefaseerd aan te vra-

Verder dienen de beoogde gebouwen binnen de bebouwingscontouren

Het projectvoornemen valt op enkele punten buiten de gestelde kaders

gen. Zo kunnen verschillende stappen binnen het project gefaseerd wor-

van BOPA 1 worden gerealiseerd. Deze contouren zijn opgenomen op

van het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’. Aan initiatieven die

den gezet, zonder dat steeds opnieuw de strijdigheid met het Omge-

de tekeningen van de bijlagen. Met BOPA 1 worden bovendien een eer-

niet rechtstreeks passen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan en

vingsplan kan worden tegengeworpen. Het is hierdoor mogelijk dat de

ste aanzet van het inrichtingsplan ingediend, met het voorbehoud dat de

waarvoor het omgevingsplan ook geen (toereikende) afwijkingsmogelijk-

BOPA wordt vergund, zonder dat daarbij een aanvraag wordt gedaan

nadere uitwerking en de procesafspraak over het op te stellen Beheer-

heden biedt, kan middels een BOPA-procedure afgeweken worden van

voor de omgevingsplanactiviteit die ziet op het bouwen van een bouw-

plan voldoet aan het civieltechnisch Programma van Eisen Holland Park

de vigerende planologische kaders. Een BOPA is een omgevingsver-

werk. Bij de aanvraag om de omgevingsplanactiviteit voor het bouwen

Zuid of diens rechtsopvolger (conform artikel 4.4.1, sub b ’CHW-bestem-

gunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’. Op basis van

van het bouwwerk, kan dan vervolgens worden terugverwezen naar de

mingsplan Holland Park Zuid’).

een aanvraag die voldoende concreet en afgebakend is, wordt beoor-

al vergunde BOPA5.

deeld of de vergunning kan worden verleend.

BOPA 2 Voor onderhavig projectvoornemen wordt gebruik gemaakt van deze op-

In een later stadium wordt er een tweede aanvraag ingediend voor de

Het bevoegd gezag – in dit geval het college van B&W van gemeente

tie om de BOPA’s gefaseerd in te dienen (op basis van artikel 12.27a

omgevingsplanactiviteit bouwen met daarin ook de aspecten waarvoor

Diemen – mag een omgevingsvergunning voor een BOPA alleen verle-

van het Bkl). Het juridisch planologisch mogelijk maken van Steigerblok

nog geen toestemming is verleend in de eerste BOPA. In deze tweede

nen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan loca-

te Diemen wordt mogelijk gemaakt door twee opvolgende BOPA’s.

BOPA hoeft geen nieuwe afweging gemaakt te worden van het planolo-

ties (artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)).

gische basisbesluit en kan volstaan worden met het verwijzen naar de

Het bevoegd gezag beoordeelt of de BOPA voldoet aan een evenwich-

BOPA 1

eerder beoordeelde ETFAL. In de tweede BOPA dient een concreet

tige toedeling van functies aan locaties. Onderdeel hiervan is het toet-

Voorliggend document voorziet in de ruimtelijke motivering voor BOPA 1

(DO) bouw- en inrichtingsplan te worden opgenomen. Naast het DO in-

sen van de BOPA aan het geldende beleid van het Rijk, de provincie en

ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Voorliggende BOPA

richtingsplan wordt ter waarborging van de hoofdgroenstructuur een be-

de gemeente. Als de ontwikkeling afwijkt van het beleid maar toch wen-

wordt aangevraagd op basis van het VO-bouwplan, inclusief ingeka-

heerplan ingediend dat voldoet aan het civieltechnisch Programma van

selijk is, kan het bevoegd gezag de BOPA ook verlenen. Er is een

derde flexibiliteit voor het bouwen van de beoogde functies. In voorlig-

Eisen Holland Park Zuid of diens rechtsopvolger. Hierin wordt aangege-

goede motivering van het besluit in afwijking van het beleid nodig.

gend document (BOPA 1 motivering) wordt dan ook gesproken over de

ven op welke wijze de instandhouding van de groene inrichting en de

‘bebouwingscontour’.

openbare beleefbaarheid duurzaam geborgd is.

Het idee van de wetgever is dat in beginsel één BOPA in een keer wordt

Wel zijn in voorliggende motivering enkele voorwaarden opgenomen.

In BOPA 2 moet kunnen worden vastgesteld dat aan de kaders van de

aangevraagd voor het gehele project, oftewel alles wordt juridische pla-

Met betrekking tot de onderzoeken voor BOPA 1 heeft voor het milieu-

in BOPA 1 opgenomen contouren wordt voldaan. In BOPA 2 kan ook

nologisch mogelijk gemaakt met één BOPA. De wetgever heeft echter

aspecten 'Bodem' alleen nog een verkennend onderzoek plaatsgevon-

toestemming worden gevraagd voor de technische bouwactiviteit, maar

ook in artikel 12.27a van het Bkl voorzien in de mogelijkheid om in de

den. Ten aanzien van het aspect ‘Bodem’ dient voor BOPA 2 een aan-

deze kan ook nog later worden aangevraagd. Vooralsnog zal in BOPA 2

overgangsfase van het omgevingsplan vergunningverlening voor loca-

vullend onderzoek plaats te vinden, ter plaatse van (de dan gesloopte)

gezamenlijk de omgevingsvergunning worden aangevraagd voor zowel

tieontwikkelingen te faseren. Er kan tot 1 januari 2032 gebruik worden

panden.

de planologische als de technische bouwactiviteit.

3.2.1

Opvolgende BOPA

gemaakt van deze mogelijkheid. Het is – met andere woorden – moge-

5

Voor de goede orde, de betreffende opvolgende omgevingsvergunning blijft op twee verboden zien (bouwwerken en BOPA) maar omdat ETFAL al is beoordeeld, bestaat voor dat gedeelte geen weigeringsgrond meer en kan worden volstaan met een verwijzing

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

23

3.2.2

Voorbereidingsprocedure

Hoewel het aantal woningen ten opzichte van het aantal dat planolo-

De BOPA volgt in de basis de reguliere procedure. Vanuit het bevoegd

gisch is toegestaan niet meer dan 10 is, worden de woningen wel ge-

gezag is echter besloten dat de uniforme openbare voorbereidingspro-

bouwd buiten de aangegeven bouwvlakken en functionele zoneringen.

cedure (hierna: UOV), ofwel de uitgebreide procedure doorlopen dient te

Daarnaast is sprake van de toevoeging van een supermarkt in een

worden voor BOPA 1. In de UOV beslist het bevoegd gezag binnen 6

nieuw hoofdgebouw binnen de bebouwde kom met een oppervlakte van

maanden na een aanvraag. Onderdeel hiervan is het adviesrecht van de

meer dan 500 m². In het voorliggende geval heeft de raad dus bindend

Raad. De beslissing kan eventueel worden verlengd met 6 weken. Bij de

adviesrecht.

UOV bestaat de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen. Er is bij de UOV geen sprake van een bezwaarprocedure, waardoor gelijk beroep kan worden ingesteld tegen het besluit. Voor BOPA 2 is de reguliere procedure van toepassing. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. 3.2.3

Adviesrecht gemeenteraad

De gemeenteraad van Diemen heeft op 27 januari 2022 de ‘Lijst met gevallen waarvoor advies en instemming van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 16.15a sub b, vastgesteld. In deze beleidsregels is een lijst opgenomen met gevallen wanneer – bij een BOPA – de gemeenteraad een bindend advies wenst te geven aan het college van B&W. Op de lijst staan verschillen gevallen, waaronder de volgende:  het bouwen van meer dan 10 woningen binnen de bebouwde en meer dan 2 woningen buiten de bebouwde kom, tenzij in dit laatste geval de aanvraag in strijd is met de provinciale omgevingsverordening; 

het bouwen van een hoofdgebouw, niet zijnde een woning, en voor zover gelegen binnen de bebouwde kom met een oppervlakte van meer dan 500 m², en voor zover gelegen buiten de bebouwde kom met een oppervlakte van meer dan 100 m²;

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

24

4

Beleidskaders

Drie afwegingsprincipes

4.1.2

Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen:

Om rijksbeleid te borgen zijn er in het Bkl instructieregels opgenomen

4.1

Rijksbeleid

(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke

met het oog op een evenwichtige toedeling van functies en locaties (af-

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig behe-

deling 5.1). Aan deze instructieregels dient getoetst te worden. Het gaat

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langeter-

ren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling

om het waarborgen van de volgende hoofdonderwerpen:

mijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Ne-

van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten

voldoen aan de Dienstenrichtlijn (paragraaf 5.1.1);

derland. In de NOVI zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgeno-

elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter,

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);

men. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en

gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer sa-

beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);

Ruimte (2012). De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambi-

men en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder

ties. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving

twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijk-

en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in

soortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve

feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte

benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal af-wegingsprinci-

ontwikkelingen.

pes geformuleerd:

en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor

1. Combineren boven enkelvoudig;

duurzame verstedelijking;

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de

2. Kenmerken & identiteit;

langetermijnvisie in beeld. Een centraal aspect van de NOVI is de focus

3. Afwentelen voorkomen.

op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Instructieregels Rijk

instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; 

beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzie-

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraag-

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verant-

ningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7),

stukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstuk-

woordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opga-

waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteits-

ken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

ven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om

voorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes,

nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De

aanwijzing van woningbouwcategorieën; 

het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buiten-

Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen

NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch

samen in vier prioriteiten:

weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid

1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, ge-

2. duurzaam economisch groeipotentieel;

meenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in

tieregel opgenomen voor het publiekrechtelijk reguleren van woning-

3. sterke en gezonde steden en regio’s;

veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

bouwcategorieën.

ruimte voor personen (paragraaf 5.1.8); 

in Artikel 5.161c Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een instruc-

4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar wor-

Doorwerking projectgebied

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoe-

den aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is,

Het projectvoornemen sluit goed aan op de prioriteit ‘sterke en gezonde

fening van taken voor de fysieke leefomgeving. Relevant zijn hier regels

over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet.

steden en regio’s’. Het project Steigerblok maakt deel uit van de grotere

voor het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van

gebiedsontwikkeling Holland Park Zuid. Leegstaande en verouderde

spoorwegen en rijkswegen.

kantoren en onderwijsinstellingen maken ruimte voor diverse type woningen die goed aansluiten op de woningbehoefte. Het projectvoornemen is verder niet in strijd met nationale belangen.

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

25

Doorwerking projectgebied

rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn

gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en

De toets aan de relevante instructieregels – waaronder de Ladder voor

5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling

leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland,

duurzame verstedelijking – is opgenomen in de verschillende paragra-

van de leefomgeving:

zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe

fen van hoofdstuk 4, waarin alle omgevingsaspecten aan bod komen.

1. Dynamisch schiereiland: Hierin is het benutten van de unieke ligging

Omgevingsverordening Noord-Holland. Voor dit initiatief is met name ar-

van Nood-Holland, te midden van water, leidend. In de anterieure overeenkomst en in de vergunningvoorschriften zijn af-

2. Metropool in ontwikkeling: Hierin wordt beschreven hoe de Metro-

spraken en voorschriften gesteld over de aantallen te realiseren betaal-

poolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert.

bare huurwoningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de instructie-

3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van cen-

regel in artikel 5.161 c van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gehanteerde definitie van middenhuur is hierbij conform de Wet betaalbare huur. Een en ander is verduidelijkt en vastgelegd middels collegebesluit d.d. 12 november 2024 met het toepassen van de hardheidsclausule uit artikel 6 van de Verordening doelgroepen woningbouw Diemen 2019.

trumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van de energietran-

tikel 6.3 van de Omgevingsverordening relevant. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.

sitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: Hierin staan het ontwikkelen

Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB)

van natuurwaarden en een economische duurzame agrarische sec-

Het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol bepaalt de locaties voor

tor centraal.

het banenstelsel van de luchthaven en stelt beperkingen voor de bouw

Op 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur inwerking getreden. De doel-

van kwetsbare gebouwen op specifieke locaties om externe veiligheid

stelling van de Wet betaalbare huur is om de huur voor middeninkomens

Doorwerking projectgebied

en geluidsoverlast te beheersen. Op bepaalde locaties zijn geen geluid-

weer betaalbaar te maken. De wet wil ervoor zorgen dat mensen een

Diemen maakt deel uit van de Metropoolregio Amsterdam. De woning-

gevoelige gebouwen toegestaan, tenzij het bestaande gebruik betreft.

betaalbare huurwoning kunnen krijgen met een huurprijs die past bij de

nood in deze regio is aanzienlijk hoog. Onderhavig projectvoornemen

Voor enkele bouw- en bestemmingsplannen geldt een uitzondering, mits

kwaliteit van de woning. De gereguleerde huur wordt met deze wet uit-

voegt woningen toe binnen bestaand stedelijk gebied. Het worden echte

voorafgaand aan de vergunningverlening een windhinderonderzoek

gebreid naar huurwoningen in het middensegment die volgens het Wo-

stadse woningen in een parkachtige omgeving, wat samen een bijzon-

wordt overlegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

ningwaarderingsstelsel (WWS) maximaal €1.157,95 per maand gaan

dere combinatie vormt. Daarbij wordt er o.a. aandacht besteed aan

kosten.

duurzaamheid, gezondheid en natuurinclusief bouwen. Het projectvoor-

Doorwerking projectgebied

nemen is daarom in lijn met de omgevingsvisie.

Onderhavig projectvoornemen vindt plaats binnen het bestaande stede-

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie NH2050

De ‘Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid’ is vastgesteld door de provincie Noord-Holland op 19 no-

lijke gebied. Het projectgebied is gelegen binnen de volgende werkings4.2.2

Omgevingsverordening NH2022

gebieden van de omgevingsverordening: ‘Datacenters uitgesloten’, ‘LIB

In de Omgevingsverordeningen Noord Holland (NH) zijn regels samen-

5 zone Schiphol’, ‘Ontgrondingen’, ‘Peilbesluit’ en ‘Regionale Verdrin-

gevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en

gingsreeks Amstel Gooi en Vecht’.

vember 2018. Met het vaststellen van de omgevingsvisie heeft de pro-

water. Hierdoor is het makkelijker om te zien welke regels waar gelden.

vincie voor ogen om balans te creëren tussen economische groei en

De Omgevingsverordening NH2022 geldt vanaf 1 januari 2024 en is te-

Het projectinitiatief betreft geen uitbreiding en/of bouw van een datacen-

leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit

gelijk in werking getreden met de Omgevingswet.

ter, derhalve heeft de aanduiding ‘Datacenters uitgesloten’ geen gevol-

van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden ge-

gen voor voorgenomen ontwikkeling.

formuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ont-

De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals

Bovendien zijn de aanduidingen ‘Peilbesluit’, ‘Ontgrondingen’ en ‘Regio-

wikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteris-

woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het be-

nale Verdringingsreeks Amstel Gooi en Vecht’ van kracht.

tieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen

schermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

26

Afdeling 4.5 Ontgrondingen Artikel 4.58 Aanwijzing vergunningsvrije gevallen

het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij het beheer van de regio-

komen beide aspecten (Geluid & Omgevingsveiligheid) aan bod. Hierin

nale wateren door waterschappen wat betreft de in artikel 3.14,

wordt aangetoond dat beide aspecten geen belemmeringen vormen

1. In het werkingsgebied ontgrondingen geldt het verbod om zonder

vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bedoelde behoef-

voor onderhavig projectvoornemen.

omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten, in afwijking van artikel 16.7, onder a, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 16.7, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, als niet meer dan 10.000 m3 wordt ontgraven. 2. In het werkingsgebied ontgrondingen geldt het verbod om zonder

ten, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. het verwerken van industrieel proceswater; b. de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen. 2. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort in het werkingsgebied Regionale verdringingsreeks Amstel Gooi en Vecht wordt met het oog op de verdeling van het beschikbare water

omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten, in

vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij het beheer van de

aanvulling op artikel 16.7, onder g, onder 2°, van het Besluit activi-

regionale wateren wat betreft de in artikel 3.14, vijfde lid, van het

teiten leefomgeving, niet voor zover het gaat om het aanleggen, ver-

Besluit kwaliteit leefomgeving bedoelde behoeften, achtereenvol-

anderen of verwijderen van een haven, industrieterrein, bouwterrein,

gens prioriteit toegekend aan:

sportterrein, park of plantsoen.

Artikel 6.21 Detailhandel algemeen 1. Een omgevingsplan maakt geen nieuwe detailhandelsbedrijven buiten bestaande winkelgebieden mogelijk, tenzij: a. wordt gemotiveerd dat dit niet leidt tot ruimtelijk relevante leegstand van bestaande winkelgebieden; en b. bij nieuwe detailhandelsbedrijven van meer dan 500 m² winkelvloeroppervlak de regionale adviescommissie detailhan-

a. de waterkwaliteit in stedelijk gebied;

Er is geen sprake van ontgrondingen groter dan de gestelde kader, der-

b. beroepsvaart;

halve is het artikel niet van toepassing op het voorliggende plan.

c.

akkerbouw;

d. beregening sportvelden; Artikel 6.91 Peilbesluit

e. grasland;

1. Het waterschapsbestuur stelt een of meer peilbesluiten vast voor de

f.

oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsge-

Verder geldt ten aanzien van detailhandel het volgende:

meer dan 1.500 m² winkelvloeroppervlak binnen of aansluitend op bestaande winkelgebieden mogelijk maken, als: a. wordt gemotiveerd dat dit niet leidt tot ruimtelijk relevante

recreatievaart;

g. natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van on-

bied Peilbesluit.

del hierover advies heeft uitgebracht. 2. Een omgevingsplan kan alleen uitbreiding van detailhandel van

leegstand in bestaande winkelgebieden; en b. de regionale adviescommissie detailhandel hierover advies

omkeerbare schade.

2. Peilbesluiten moeten actueel zijn en in ieder geval rekening houden

heeft uitgebracht.

3. In geval van waterbehoeften van buiten het gebied van het water-

3. Bij bestaande winkelgebieden die groter zijn 25.000 m² winkelvloer-

met veranderingen in de omstandigheden ter plaatse en met de

schap, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepas-

oppervlak geldt het gestelde in het tweede lid bij uitbreiding van de-

aanwezige functies en belangen.

sing.

tailhandel met meer dan 3.000 m² winkelvloeroppervlak.

Bovengenoemde artikel is bedoeld voor het waterschapsbestuur en is

Bovengenoemd artikel ligt bij het beheer van het waterschap en is der-

Conform de verordening is het relevant of de ontwikkeling wel of niet in

derhalve niet van toepassing op het voorliggende plan.

halve niet van toepassing op het voorliggende plan

een winkelgebied plaatsvindt. Een winkelgebied wordt in de Omgevings-

Artikel 6.92 Rangorde bij waterschaarste regionale wateren Amstel,

Het projectgebied ligt tevens binnen de zone van het LIB Schiphol. Dit

verordening als volgt gedefinieerd: een gebied dat gelet op het omgevingsplan bedoeld en geschikt is voor

Gooi en Vecht

betekent dat nieuwbouw van geluidgevoelige bestemmingen zoals wo-

meerdere vestigingen van detailhandel, eventueel in samenhang met

1. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt in

ningen getoetst moet worden aan het Luchthavenindelingbesluit (LIB).

andere consumentgerichte functies zoals horeca, ambachten en balie-

het werkingsgebied Regionale verdringingsreeks Amstel Gooi en

Dit is voor onderhavig voornemen wel relevant. Uit bijlage 3 van het be-

functies.

Vecht met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit

sluit blijkt dat het projectgebied gelegen is in de zone ‘5: afwegingsgebied geluid en externe veiligheid’. In hoofdstuk 5 van deze motivering

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

27

De projectontwikkeling voorziet in de realisatie van een modern buurt-

Doorwerking projectgebied

muleren van nieuwe ontwikkelingen binnen de detailhandel en het te-

centrum (ofwel; winkelgebied). In voorliggend projectvoornemen gaat

Het initiatief voorziet in de toevoeging van woningen in bestaand stede-

gengaan van leegstand van winkelpanden. De provincie benadrukt het

het om een uitbreiding van detailhandel binnen een winkelgebied, ge-

lijk gebied in Diemen. Deze woningen zijn reeds toegestaan binnen de

belang van regionale afstemming tussen gemeenten om een evenwich-

zien het feit dat binnen Steigerblok het ‘CHW-bestemmingsplan Holland

vigerende planologische kaders. Onderhavig initiatief is derhalve niet in

tige detailhandelsstructuur te waarborgen. Dit beleid ondersteunt de

Park Zuid’ detailhandel en horeca bij recht mogelijk maakt. Voorliggend

strijd met het Masterplan.

economische en maatschappelijke waarde van de detailhandel, die een

projectvoornemen voorziet in een planologische uitbreiding hiervan met

belangrijke bron van werkgelegenheid vormt. Door middel van regionale

ca. 1.036 m² wvo. Gezien de oppervlakte van de planologische uitbrei-

4.2.4

Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025

visies en adviescommissies wordt gestreefd naar een duurzame en toe-

ding, is Lid 2 van Artikel 6.21 van belang.

De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de

komstbestendige detailhandelsstructuur, waarbij rekening wordt gehou-

provincie Noord-Holland voor de periode 2020-2025. De Woonagenda

den met trends zoals de groei van online winkelen en demografische

In planologische zin wordt in totaal minder dan 1.500 m² wvo toege-

volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal

veranderingen.

voegd in voorliggend plan. Daarom zijn formeel ook de gestelde voor-

ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie

waarden (2a en 2b) van Artikel 6.21 van de verordening niet van toepas-

NH2050. De voornaamste speerpunten uit deze agenda zijn:

De missie van de provincie is ‘het versterken van de detailhandelsstruc-

sing. De Laddertoets die in kader van het voorliggend projectvoornemen

Een woning voor iedereen:

tuur in Noord-Holland’. Daarbij behoren de volgende drie hoofddoelstel-

is verricht, is alsnog aan de gestelde voorwaarden getoetst (zie hiervoor

o

adaptief en vraaggestuurd programmeren;

lingen:

paragraaf 5.12 van de onderhavige motivering). Op basis hiervan kan

o

productie op peil: aanjagen woningbouwproductie;

een detailhandelsstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik;

worden geconcludeerd dat:

o

kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod.

een detailhandelsstructuur die bijdraagt aan een vitale regionale

a) het plan niet leidt dit ruimtelijke relevante leegstand in bestaande winkelgebieden. Dit blijkt uit DPO en Laddertoets.

Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie.

b) De regionale adviescommissie detailhandel, hoeft formeel niet te worden geraadpleegd.

economie; 

een detailhandelsstructuur die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving.

Doorwerking projectgebied De Woonagenda 2020-2025 van de provincie Noord-Holland richt zich

Doorwerking projectgebied

voornamelijk op de ontwikkeling van nieuwe woningbouwprojecten en

Het projectvoornemen zet in op een geclusterd buurtcentrum, met een

Het Masterplan Wonen van de provincie Noord-Holland (gepubliceerd

het beleid daaromtrent. Voorgenomen initiatief voegt nieuwe woningen

verzorgingsfunctie voor primair de nieuwe woonbuurt of wijk: Holland

juni 2021) beschrijft de inzet van de provincie om het woningtekort aan

toe voor verschillende doelgroepen in Diemen. Naast sociale huurwonin-

Park Zuid. Ten opzichte van de mogelijkheden uit het vigerende bestem-

te pakken door de bouw van meer betaalbare woningen te versnellen.

gen, middenhuurwoningen en woningen in de vrije sector, worden er

mingsplan, zijn de voorzieningen meer geclusterd, wat juist meer in lijn

Het plan bevat nieuwe en aanvullende maatregelen zoals actief grond-

ook zorgunits gerealiseerd. Hiermee draagt het bij aan een divers wo-

is met het provinciale detailhandelsbeleid. Een van de hoofddoelstellin-

beleid, een fonds voor betaalbare koopwoningen, en regels voor betaal-

ningaanbod. Het zijn woningen die passend zijn bij een binnenstedelijke

gen in het detailhandelsbeleid is dat de primaire detailhandel (dagelijkse

baarheid in de Omgevingsverordening. Het benadrukt ook de noodzaak

locatie. Daarnaast is de functie wonen reeds toegestaan in het gebied.

boodschappen) op aanvaardbare afstand bereikbaar is. De beoogde

van samenwerking met gemeenten en andere overheden om de com-

De provinciale woonagenda vormt derhalve geen belemmering.

voorzieningen liggen op goed bereikbare afstanden van de woningen in

4.2.3

Masterplan wonen provincie Noord-Holland

plexe uitdagingen zoals stikstofproblematiek en vliegtuiggeluid aan te pakken, die de woningbouw kunnen belemmeren.

Holland Park Zuid. Bovendien heeft de geclusterde buurtcentrum een 4.2.5

Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020

De nota “Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020” richt zich op

sociale functie (ontmoeting). Het projectvoornemen past in het provinciale detailhandelsbeleid.

het creëren van een aantrekkelijk en gevarieerd winkelaanbod, het sti-

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

28

4.2.6

Knooppuntontwikkeling beleidsnota "Maak Plaats!"

8. De overstap tussen vervoermiddelen verbeteren.

'groeikernen' in de regio en de ontsluiting van het buitengebied ten be-

In de nota ‘Maak Plaats!’ heeft de provincie Noord-Holland met de Ver-

9. Ontwikkelen van toegangspoorten naar het landschap.

hoeve van recreatie. Dit vereist grote investeringen in OV en verkeer, in-

eniging Deltametropool uitgangspunten geformuleerd waarin de kansen

10. Maak Plaats! Is erop gericht van ov-knooppunten plekken te maken

tegratie van vervoersmodaliteiten en innovatieve oplossingen, zoals de

voor knooppuntontwikkeling in Noord-Holland centraal staan. Een doel-

die van betekenis zijn voor mensen, als onderdeel van zowel het re-

toepassing van 'smart mobility'. Voor wat betreft de gemeente Diemen

stelling is om rondom OV-knooppunten de gebieden beter te benutten

gionale netwerk, het landschap, de stad en het dorp.

wordt de gemeente deels aangemerkt als centrumstedelijk gebied en

voor wonen en andere stedelijke functies. Dit betekent het intensiveren

deels als stedelijk woon-werkgebied. Het plangebied wordt aangeduid

van het ruimtegebruik, het veraangenamen van het verblijf rond het

Doorwerking projectgebied

knooppunt, en het verbeteren van de overstapmogelijkheden.

Met de voorgenomen ontwikkeling maakt een verouderde onderwijsin-

als een centrumstedelijk gebied.

stelling plaats voor nieuwe woningbouw. Het projectgebied is goed ont-

Doorwerking projectgebied

Op basis van onderzoek van alle knooppunten in Noord-Holland, en de

sloten per openbaar vervoer. Er liggen 1 treinstation, 2 metrohaltes en

Onderhavig projectvoornemen voorziet in de transformatie van een ver-

mogelijkheden tot betere benutting van de stedelijke gebieden, zal de

verschillende bushaltes op loopafstand van het projectgebied. Door de

ouderde onderwijsinstelling naar een nieuw woongebied. Voor lang-

provincie zich inzetten op de ontwikkeling van de meest kansrijke loca-

verschillende modaliteiten zijn er voldoende overstapmogelijkheden.

zaamverkeer wordt aangesloten op de bestaande fijnmazige fiets- en

ties. De provincie wil steden optimaal benutten en de landschappen

Daarbij zijn er nabij het projectgebied rijkswegen gelegen, hiermee is er

wandelstructuur. Tevens liggen er, een treinstation, 2 metrohaltes en

open houden, maar wil ook ruimte bieden voor de bouw van woningen,

sprake van een multimodaal bereikbare locatie. Het projectgebied ten

verschillende bushaltes op loopafstand van het projectgebied. Verder

kantoren en voorzieningen. De provincie wil gemeenten helpen om de

behoeve van woningbouw is multimodaal bereikbaar. Hierdoor voldoet

wordt er ook deelmobiliteit voor de locatie ingezet. Het projectvoorne-

benutting van bestaand bebouwd gebied te optimaliseren en dit geldt

het projectvoornemen dus aan het beleid met betrekking tot de Knoop-

men sluit daarom aan op de uitgangspunten van het 'Beleidskader Mobi-

vooral voor de binnenstedelijke ruimte rondom knooppunten van open-

puntontwikkeling volgens de beleidsnota Maak Plaats!

liteit' voor het plangebied, waarin voor deze locatie wordt gestuurd op

baar vervoer. De 60 treinstations en de 4 belangrijke busstations van Noord-Holland zijn op de structuurvisiekaart aangewezen als potentiële locaties voor stedelijke verdichting. De volgende tien uitgangspunten

het belang van de fiets, het openbaar vervoer, lopen maar ook deelmo4.2.7

Strategische Visie Mobiliteit Vervoerregio Amsterdam (VRA)

biliteit.

zijn cruciaal voor de te ontwikkelen knooppuntenstrategie in Noord-Hol-

De Stadsregio Amsterdam (SRA) was tot eind 2016 een samenwer-

4.3

Gemeentelijk beleid

land:

kingsverband van lokale overheden in de noordvleugel van de Rand-

4.3.1

Omgevingsvisie Diemen 2040

1. Frequentieverhoging en ruimtelijke ontwikkeling versterken elkaar.

stad. Met ingang van 1 januari 2017 is de Stadsregio Amsterdam opge-

De Omgevingsvisie Diemen 2040 is opgesteld om een samenhangende

2. Minimaal 50% van de nieuwe woningen rondom OV-knooppunten

heven en zijn de taken voor wat betreft (openbaar) vervoer en verkeer

aanpak te bieden voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. Diemen

overgegaan naar de Vervoerregio Amsterdam (VRA).

streeft naar een gezond stedelijk dorp dat verbonden is met een groen

De VRA heeft op 12 september 2016 de 'Strategische Visie Mobiliteit'

buitengebied. Binnen het stedelijke gebied wordt ruimte gezocht voor

vastgesteld. In deze visie wordt als eerste vastgesteld dat er sprake is

maatschappelijke opgaven zoals betaalbare woningen, sportvoorzienin-

4. BBG-contour en OV-knooppuntenstrategie op elkaar afstemmen.

van een groeiende automobiliteit, een groeiend aandeel fietsverkeer,

gen, scholen, recreatie en zorg. Er wordt ingezet op een duurzame en

5. Terugdringen van leegstaande kantoren op plekken die niet multi-

meer luchtverkeer en een groeiend goederenvervoer. Specifiek voor de

leefbare omgeving met voldoende groen en water. Het buitengebied,

metropoolregio Amsterdam is hier bovenop sprake van een ambitie om

bestaande uit het Diemerbos, de Overdiemerpolder, de Diemerpolder,

tot 2040 in totaal 240.000 woningen extra te realiseren. Daarbij wordt in-

de Diem en de Diemer Vijfhoek, blijft groen en rustig. Hier wordt de ba-

gezet op transformatie en bestrijding van leegstand, terwijl er tegelijk

lans gezocht tussen natuur, kleinschalige recreatie, klimaatadaptatie en

aandacht moet zijn voor de ontsluiting en aansluiting van de klassieke

energieopwekking. De visie is uitgewerkt in vier strategische keuzes:

realiseren. 3. Voorrang voor bestaande plannen binnen BBG (bestaand bebouwd gebied) rondom OV-knooppunten.

modaal bereikbaar zijn. 6. Inzetten op kwaliteitsverbetering van werkmilieus op de best bereikbare locaties. 7. Regionale voorzieningen bij voorkeur op multimodaal bereikbare lo-

caties.

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

ontmoeten en verbinden;

29

groene en gezonde leefomgeving;

levendige, inclusieve gemeenschap te creëren. De ontwikkeling voorziet

huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, be-

duurzaam Diemen;

in ten minste 30% sociale huurwoningen. Naast sociale huur, middel-

doeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag of

groei binnen grenzen.

huur en koopwoningen, worden er 6 woon-zorgunits gerealiseerd. Deze

de rechtsopvolger hiervan, en ten hoogste een in een gemeentelijke ver-

woonunits zijn ten behoeve van jongeren die niet langer thuis kunnen

ordening bepaalde, jaarlijks te indexeren aanvangshuurprijs, waarbij de

Doorwerking projectgebied

verblijven, zodat ze hulp krijgen in een geschikte woonomgeving. Het

instandhouding voor een in die verordening bepaalde doelgroep voor

De identiteit van Diemen wordt in de Omgevingsvisie onder andere be-

geeft jongeren de kans om zelfstandig te leven, terwijl ze gelijktijdig pro-

ten minste 25 jaar na ingebruikname is verzekerd.

schreven als ‘dorps met een stedelijk karakter’. De ruimtelijke koers wordt daarom als volgt geformuleerd: Diemen kiest tot 2040 voor een

fessionele begeleiding krijgen. Bovendien worden de woningen duurzaam ontwikkeld. Hiermee sluit het voornemen goed aan op de woonvi-

De ‘Verordening doelgroepen woningbouw Diemen 2019’ bepaalt de

gezond stedelijk dorp verbonden met een groen buitengebied. Hierbij is

sie.

jaarlijks te indexeren aanvangshuurprijzen. Per 1 januari 2024 geldt con-

er een heldere scheiding tussen het stedelijke dorp en het groene

form artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waar-

buitengebied. Het projectvoornemen voorziet in de transformatie van

4.3.3

Verordening doelgroepen woningbouw Diemen 2019

een bedrijventerrein met onderwijsinstelling naar wonen. Hiermee wor-

In de woonvisie van gemeente Diemen (zie paragraaf hiervoor) zijn de

nimale aanvangshuurprijs van € 879,66 per maand en conform artikel 2,

den woningen toegevoegd binnen bestaand stedelijk gebied, in plaats

doelstellingen ten aanzien van het ontwikkelen van sociale huurwonin-

tweede en vierde lid, van de verordening een maximale aanvangshuur-

van dat het ten koste gaat van groen en/of buitengebied. Steigerblok

gen alsmede van middeldure huurwoningen geformuleerd. In de Veror-

prijs van € 1.129,78. Tevens omschrijft de verordening de doelgroepen

wordt voorzien van voldoende groen en water, wat bijdraagt aan een

dening doelgroepen woningbouw Diemen 2019 zijn de categorieën soci-

voor nieuw te bouwen sociale huurwoningen alsmede voor nieuw te

aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving. Het projectvoorne-

ale huurwoning en middeldure huurwoning opgenomen. Voor beide ca-

bouwen middeldure huurwoningen door middel van inkomensgrenzen.

men is daarmee in lijn met de omgevingsvisie.

tegorieën woningen worden in de verordening bepalingen vastgelegd

naar in artikel 2, eerste lid, van de verordening wordt verwezen, een mi-

ten aanzien van:

Echter, per 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur aangenomen en van

l.

huurprijsgrenzen;

kracht. De gereguleerde huur wordt met deze wet uitgebreid naar huur-

De woonvisie van Diemen richt zich op het behouden en verbeteren van

m. doelgroepen; en

woningen in het middensegment die volgens het Woningwaarderings-

de betaalbaarheid en bereikbaarheid van woningen voor zoveel mogelijk

n. instandhoudingstermijnen.

stelsel (WWS) maximaal € 1.157,95 per maand gaan kosten (prijspeil 1

4.3.2

Woonvisie Diemen 2024

mensen. Dit wordt bereikt door een goede en passende woningvoorraad

juli 2024 t/m 30 juni 2025 conform artikel 1, tweede lid van het Besluit

te creëren die geschikt is voor diverse doelgroepen en duurzaam is. De

De verordening regelt niet de toewijzing van woningen aan individuele

huurprijzen woonruimte en artikel 2 en Bijlage I van de Uitvoeringsrege-

focus ligt op het realiseren van voldoende woningen, met speciale aan-

huishoudens. De toewijzing van woonruimte vindt plaats op grond van

ling huurprijzen woonruimte). Als verhuurders zich niet aan de nieuwe

dacht voor sociale en middeldure huurwoningen, en het bevorderen van

het bepaalde in de huisvestingsverordening, thans bekend onder de titel

regels houden, kunnen ze vanaf 1 januari 2025 een boete krijgen van de

doorstroming. Er wordt ook nadruk gelegd op de verduurzaming van wo-

“Huisvestingsverordening Diemen 2022”.

gemeentes.

king met verschillende belanghebbenden, waaronder inwoners, woning-

Doorwerking projectgebied

De definities op basis van de Wet betaalbare huur en aanverwante wet-

corporaties en projectontwikkelaars.

In de ‘Verordening doelgroepen woningbouw Diemen 2019’ van de ge-

en regelgeving die zijn opgenomen voor middenhuur en de (midden)in-

meente Diemen (d.d. 4 april 2023) worden de categorieën sociale huur-

komensgroepen die wettelijk gezien in aanmerking komen voor een mid-

Doorwerking projectgebied

woning en middeldure huurwoning gedefinieerd. In het ‘CHW-bestem-

deldure huurwoning komen niet overeen met de definities en (midden)in-

Onderhavig initiatief transformeert een bedrijventerrein met onderwijsin-

mingsplan Holland Park Zuid’ wordt in de definitie van ‘geliberaliseerde

komensgroepen van de ‘Verordening doelgroepen woningbouw Diemen

stelling naar een levendige woongebied. De woningvoorraad wordt di-

woning voor middenhuur’ verwezen naar deze verordening. Dit begrip is

2019’ van de gemeente Diemen. Doordat de definitie van middenhuur

vers samengesteld om verschillende woonbehoeften te vervullen en een

in het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ als volgt gedefinieerd:

door de nieuwe Wet betaalbare huur is aangepast, zijn de gehanteerde

ningen en de energietransitie. De woonvisie is opgesteld in samenwer-

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

30

huurprijzen voor woningen in het middensegment gewijzigd. Een en an-

Doorwerking projectgebied

4.3.6

Duurzaamheidsnota Holland Park Zuid

der is verduidelijkt en vastgelegd middels collegebesluit d.d. 12 novem-

Mede vanwege de ontwikkeling op Holland Park heeft gemeente Diemen

De komende jaren zal het gebied Holland Park Zuid worden ontwikkeld

ber 2024 met het toepassen van de hardheidsclausule uit artikel 6 van

in 2019 haar detailhandelsvisie laten updaten door BSP (hierna detail-

tot een nieuw woongebied. In Holland Park Zuid zullen in totaal 1.500

de Verordening doelgroepen woningbouw Diemen 2019.

handelsvisie 2019 genoemd). Daarin zijn verschillende supermarktplan-

woningen en enkele duizenden vierkante meters voorzieningen verrijzen

nen in samenhang tot elkaar beoordeeld. De conclusie uit de detailhan-

waarbij het gebied een eigen karakter krijgt met veel groen tussen de

Onderhavig projectvoornemen volgt de definities van de Wet betaalbare

delsvisie was destijds dat een scenario is voorzien van de verruiming

woongebouwen. Bij deze ontwikkeling is duurzaamheid een belangrijke

huur en wijkt hiermee af van de definities uit de gemeentelijke verorde-

van de detailhandelsmogelijkheden in Holland Park. Dit scenario voor-

leidraad. Per deelgebied dient op eenduidige wijze duurzaamheid mee-

ning. De definities ten aanzien van middenhuur zijn vastgelegd in de an-

ziet in het clusteren van detailhandel om een geclusterde buurtvoorzie-

genomen te worden. De ‘Duurzaamheidsnota Holland Park Zuid’ biedt

terieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. Hierbij wordt

ning met een (volwaardige) supermarkt op de planlocatie te realiseren.

hiervoor de basis. In deze nota worden speerpunten voor duurzaamheid

dus rekening gehouden met de Wet betaalbare huur, en er zijn concrete

Het detailhandelsbeleid concludeert dat dit scenario de voorkeur heeft.

bij de nieuwbouwontwikkelingen in Holland Park Zuid benoemd en zijn

afspraken gemaakt over de definities en toepassing inzake middenhuur.

Er is behoefte aangetoond aan dit programma en de eventuele effecten

er concrete ambities en prestaties vertaald. Bij aanvragen omgevings-

Door aansluiting te zoeken bij het actuele wettelijke kader en af te wijken

op omliggende voorzieningencentra zijn beperkt en aanvaardbaar, aldus

vergunning worden de volgende thema’s als toetsingskaders bezien:

van de gemeentelijke verordening, wordt aangesloten bij de doelstellin-

detailhandelsvisie 2019. De toetsing van het projectvoornemen aan de

1. Energie en klimaat;

gen van de wetgever en voorgesorteerd op een toekomstige aanpassing

Ladder van duurzame verstedelijking wordt in paragraaf 5.12 nader be-

2. Afval en circulaire economie;

van de gemeentelijke verordening. In de anterieure overeenkomst en in

handeld.

3. Klimaatadaptatie; 4. Natuur en biodiversiteit;

de vergunningvoorschriften zijn afspraken en voorschriften gesteld over Duurzaamheidsagenda 2020 – 2025

de aantallen te realiseren betaalbare huurwoningen. Hiermee wordt in-

4.3.5

vulling gegeven aan de instructieregel in artikel 5.161 c van het Besluit

De Duurzaamheidsagenda 2020-2025 van de gemeente Diemen richt

kwaliteit leefomgeving.

zich op het bevorderen van een gezonde leefomgeving en een duur-

5. Luchtkwaliteit en geluid; 6. Schone mobiliteit.

zame samenleving. De agenda benadrukt de noodzaak van een inte-

Doorwerking projectgebied

grale aanpak waarbij duurzaamheid centraal staat in alle beleids- en uit-

Voor een toetsing van het projectvoornemen aan ‘Duurzaamheidsnota

De detailhandelsvisie van Diemen, geactualiseerd in 2019, richt zich op

voeringsprocessen. Belangrijke thema’s zijn energie- en klimaatbeleid,

Holland Park Zuid’ wordt doorverwezen naar paragraaf 5.9.

het behoud en de versterking van een fijnmazige winkelstructuur. Die-

afval- en circulaire economie, en natuur- en biodiversiteit. De gemeente

merplein fungeert als het primaire winkelgebied voor dagelijkse bood-

streeft naar een fossiel-onafhankelijke toekomst, met ambitieuze doelen

schappen, ondersteund door de wijkwinkelcentra Kruidenhof en Die-

zoals 49% CO2-reductie in 2030 en 90% in 2050. Daarnaast wordt er in-

men-Noord. Nieuwe detailhandelsinitiatieven buiten deze hoofdstructuur

gezet op het verminderen van afval en het bevorderen van circulaire

worden in principe niet toegestaan, behalve in Bergwijkpark-Noord, waar

economie, waarbij materialen hoogwaardig worden hergebruikt. Samen-

beperkte en gedoseerde ontwikkelingen mogelijk zijn. De visie bena-

werking met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties is

drukt het belang van een toekomstbestendig winkelaanbod dat bijdraagt

cruciaal om deze doelen te bereiken en een toekomstbestendig Diemen

aan de leefbaarheid, duurzame verstedelijking en nabijheid van voorzie-

te realiseren.

4.3.4

Detailhandelsbeleid Diemen 2019

ningen voor bewoners. De visie blijft gericht op een goed bereikbare en robuuste winkelstructuur die inspeelt op de groeiende bevolking en ver-

Doorwerking projectgebied

anderende vraag- en aanbodverhoudingen.

Voor een toetsing van het projectvoornemen aan ‘De Duurzaamheidsagenda 2020-2025’ wordt doorverwezen naar paragraaf 5.9.

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

31

5

Omgevingsaspecten

van het woonprogramma binnen de kaders van het ‘CHW bestemmings-

5.1

Milieueffectrapportage

fase 7 – oftewel deelgebied Steigerblok – iets meer woningen te realise-

5.1.1

Toetsingskader

ren is in het kader van het bestemmingsplan al gemaakt en gemoti-

plan’ en dus ook de uitgevoerde PlanMER. De afweging om lokaal in

Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6

veerd. Met onderhavige BOPA wordt slechts beperkt afgeweken van het

en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-mer-

aantal woningen (5 wooneenheden extra) dat conform het ‘CHW be-

plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit

stemmingsplan’ in fase 7/Steigerblok is toegestaan (442 wooneenhe-

heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor

den). Het totale aantal woningen is niet meer dan het totaal aantal wo-

een mer-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgeno-

ningen dat in het kader van de PlanMER is beschouwd.

men die betrekking hebben op projecten waarvoor de mer-(beoordelings)plicht geldt. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoor-

Voorzieningen

delingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project

Het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ (fasen 4, 5, 7 en een

voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders

deel van 6 van PlanMER) maakt ook de toevoeging van 6.438 m² aan

geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden

voorzieningen mogelijk. Onderhavig projectvoornemen realiseert in to-

staan.

taal ca. 3.125 m² bvo aan commerciële en maatschappelijke voorzienin-

Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aan-

Figuur 5.1: Plangebied PlanMER ‘Bergwijkpark 2015’ en globale weergave begrenzing ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ rood omcirkeld

gen. Hiermee wordt het totaal van 6.438 m² aan voorzieningen binnen het plangebied van het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ niet overschreden. Gelet op het feit dat het nieuwe programma past binnen

zienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd ge-

de kaders van het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ en daar-

zag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn;

Het plangebied van ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ heeft

mee ook binnen de uitgevoerde PlanMER, is geen (nieuwe) milieueffect-

b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles

betrekking op de fasen 4, 5, 7 en een deel van 6 in figuur 5.1. Het voor-

rapportage vereist. Ook de gewijzigde positionering van de voorzienin-

of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van veror-

liggende projectvoornemen valt binnen fase 7 in dit figuur. De kaders die

gen leidt niet tot substantiële andere milieueffecten dan in het kader van

deningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het

gesteld zijn in het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ passen

de PlanMER onderzocht en beschouwd zijn. Daarbij is de afstand van

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkre-

binnen de verrichte planMER. Dat wil zeggen dat, als de beoogde ont-

de voorzieningen tot de hoofdwegenstructuur met geclusterde situering

gen.

wikkeling binnen de kaders van het ‘CHW-bestemmingsplan Holland

in fase 7 korter dan wanneer deze voorzieningen verspreid over het on-

Park Zuid’ valt, deze daarmee ook binnen de kaders van het PlanMER

derzoeksgebied van de PlanMER gesitueerd zouden worden. Dus zijn

Bergwijkpark 2015 past.

de effecten op het gebied van verkeer, geluid en dergelijke op zijn minst

5.1.2

Toetsing

Ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Bergwijkpark 2015’ is een Plan-

vergelijkbaar en waarschijnlijk zelfs gunstiger voor het milieu.

MER opgesteld voor het projectgebied Holland Park, toen het nog als

Woningen

Bergwijkpark werd aangeduid (zie figuur 5.1). In de PlanMER is uitge-

In het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ bedraagt het aantal

5.1.3

gaan van maximaal 5.170 nieuwe woningen en 15.730 m² bvo aan voor-

woningen in totaal maximaal 1.500 woningen. Met onderhavig project-

De beoogde ontwikkeling valt binnen de kaders van het ‘CHW bestem-

zieningen voor het gehele gebied (exclusief de Campus Diemen Zuid).

voornemen wordt het maximum van 1.500 binnen heel Holland Park

mingsplan Holland Park Zuid’ en daarmee ook binnen de kaders het

Vervolgens is het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ vastge-

Zuid niet overschreden. Hiermee blijft het projectvoornemen ten aanzien

PlanMER Bergwijkpark 2015. Voor het projectvoornemen is een mer-

Conclusie

procedure of mer-beoordelingsprocedure dan ook niet noodzakelijk. Het

steld.

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

32

aspect ’Milieueffectrapportage’ vormt geen belemmering voor onderha-

Aan de hand van de parkeernormen is in tabel 5.1 het aantal parkeer-

vig projectvoornemen.

plaatsen berekend dat voor het bewonersdeel van de 444 zelfstandige

5.2

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

5.2.1

Toetsingskader

woningen benodigd is. Omdat de begeleide woonunits (begeleid wonen) bewoond worden door jongeren zonder auto’s, hoeven er eigenlijk geen parkeerplaatsen gerekend te worden voor deze doelgroep.

sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag

Functie Bewoners

Toetsing

van 0,25 parkeerplaats per woning voor bezoekersparkeren gehanteerd. Dit betreft het bezoekersparkeren voor zowel de woningen als de ge‘Toepassen mobiliteitscorrectie Nota parkeernormen voor Holland Park’

Tabel 5.1:

Parkeerbehoefte bewonersdeel (Bron: Goudappel)

Aantal

Eenheid

geen onaanvaardbaar effect op de fysieke leefomgeving optreden. 5.2.2

In het ‘CHW-bestemmingsplan Holland Park Zuid’ wordt een parkeernorm

mengde functies op maaiveld. De bezoekersnorm is het Collegebesluit

In verband met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet bij het toelaten van een nieuwe functie worden aangetoond of

Secundaire functies

444

Woning

verlaagd naar 0,15 parkeerplaats per woning. Ook deze bezoekersparkeer-

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

norm wordt voor alle voorzieningen toegepast. Hoewel in onderhavige moti-

0,4

178

functies, zouden deze functies in de toekomst goed omgezet kunnen wor-

Totaal

178

vering een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor de primaire den naar de voorgestelde secundaire functies, gezien de parkeernorm reeds rekening houdt met de gemengde functies op maaiveld in algemene

Door Goudappel is een onderzoek gedaan naar het verkeer en parkeren. De volledige rapportage is in de bijlagen opgenomen. Navolgend

De parkeerbehoefte van de bewoners bedraagt in totaal 178 parkeer-

zin. Wanneer deze units omgezet worden naar de secundaire functies, zal

worden de belangrijkste conclusies uit het rapport benoemd.

plaatsen. Met een aanbod van 193 parkeerplaatsen voor bewoners in

dit invloed hebben op het parkeren. Echter, zullen de gevolgen gering zijn,

de parkeergarage zijn voldoende parkeerplaatsen beoogd om de par-

omdat het allemaal binnenstedelijke functies betreft. Bovendien wordt Hol-

keerbehoefte op eigen terrein op te lossen.

land Park Zuid een autoluwe woonwijk met hoge dichtheid, waardoor veel

Parkeren

mensen relatief dichtbij wonen en meer zullen lopen en fietsen dan op an-

Voor de ontwikkeling zijn in totaal 313 autoparkeerplaatsen (waarvan 193 parkeerplaatsen in een garage en 120 openbaar toegankelijke par-

Naast de parkeerbehoefte van de bewoners, is de parkeerbehoefte van

dere plekken. De daadwerkelijke behoefte aan parkeerplaatsen is hierdoor

keerplaatsen) voorzien. Van deze 120 plaatsen, worden er 48 plaatsen

de bezoekers berekend. Dit betreft de bezoekers van zowel de wonin-

in de praktijk lager.

voor bezoekers en personeel van de supermarkt gereserveerd. De ge-

gen als de diverse functies/voorzieningen. In tabel 5.2 is deze parkeer-

meente Diemen heeft in eerste instantie de parkeernormen voor de wijk

behoefte voor het openbare (bezoekers)deel inzichtelijk gemaakt. De

Holland Park vastgesteld in het ‘CHW-Bestemmingsplan Holland Park

parkeerbehoefte bedraagt in totaal 118 parkeerplaatsen. Hierbij is voor

Zuid’. Echter, uit onderzoek is gebleken dat de huidige parkeernormen

de zorgunits rekening gehouden met een aandeel bezoek, bestaande uit

voor Holland Park hoog zijn en tot leegstand (kunnen) leiden. Derhalve, mogen de parkeernormen van Holland Park Zuid worden verlaagd. Dit is vastgelegd in het Collegebesluit ‘Toepassen mobiliteitscorrectie Nota

openbare parkeerplaatsen beoogd om de parkeerbehoefte op te lossen.

Tabel 5.2:

Parkeerbehoefte bewonersdeel (Bron: Goudappel)

Functie

Aantal

Eenheid

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

bezoekers en/of begeleidend personeel. Met een aanbod van 120 open-

Supermarkt

1.596

100 m² bvo

3

48

baar toegankelijke parkeerplaatsen voor bezoekers zijn voldoende

450

Woning

0,15

67,5

parkeernormen voor Holland Park’ d.d. 16 april 2024. De parkeernorm

Bezoekers (woningen en overige nietwoonfuncties)

bedraagt conform het collegebesluit 0,55 parkeerplaats per woning,

Deelauto’s

2

Deelauto

waarvan 0,4 parkeerplaats per woning in een gebouwde parkeervoorzie-

Totaal

2 118

ning voor bewoners bij alle woningen en 0,15 parkeerplaats per woning voor bezoekers van de woningen en de overige functies.

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

33

Parkeerdrukmeting

Tabel 5.3: Fietsparkeerbehoefte

Hoewel de parkeerbehoefte van onderhavig projectvoornemen volledig

GO woning m²

op eigen terrein opgelost kan worden, is de parkeerberekening aange-

Tabel 5.4: Verkeersgeneratie op etmaalniveau (Bron: Goudappel)

Aantal woningen

Norm fietsrekplekken

Fietsparkeerbehoefte

Type

Weekdag

Werkdag

vuld met een parkeerdrukmeting. De reden hiervoor is om na te gaan in

< 50

48

2

96

Buurtkamer

-

-

hoeverre eventuele programmatische wijzigingen in de toekomst opge-

> 50 - < 75

264

3

792

Fullservice supermarkt (incl. magazijn)

1.210

1.340

> 75 - < 100

115

4

460 Detailhandel

140

160

> 100

20

5

100 Huisarts

60

90

keerplaatsen. Uit deze parkeerdrukmeting blijkt dat in de openbare

> 125

3

6

18 30

Totaal

Commerciële dienstverlening/maatschappelijk

20

ruimte voldoende restcapaciteit is om een eventueel toekomstig par-

Kinderdagverblijf

180

260

Totaal

1.610

1.870

vangen zouden kunnen worden ten aanzien van parkeren. Met de parkeerdrukmeting is inzichtelijk gemaakt wat de parkeerdruk per moment van de week is en wat de eventuele restcapaciteit is van bestaande par-

1.466

keertekort door bijvoorbeeld programmatische wijzingen, op eigen terrein op te lossen. Afhankelijk van het moment van de week is er ruimte

Verkeer

om 91 tot 108 parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te lossen (bij

Met behulp van CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie van de ont-

een maximaal acceptabele parkeerdruk van 85%). Op basis hiervan

wikkellocatie berekend. Dit betreft enkel de verkeersgeneratie van de

wordt geconcludeerd dat, met eventuele toekomstige wijzigingen, even-

niet-woonfuncties. De verkeersgeneratie van de woningen is reeds in

tuele bijkomende parkeerplaatsen in het openbaar gebied opgevangen

het verkeersmodel opgenomen. Conform het gemeentelijke parkeerbe-

kunnen worden.

leid heeft Diemen een stedelijkheidsgraad van ‘sterk stedelijk’. De ontwikkellocatie is gelegen in de stedelijke zone ‘schil centrum’. In deze

Fietsparkeren

classificatie is een bandbreedte beschikbaar, waarbij uitgegaan is van

Voor het fietsparkeren geldt conform artikel 16 van het ‘CHW-bestem-

de minimale kencijfers. Vervolgens is door behulp van een omrekenfac-

mingsplan Holland Park Zuid’ een norm van 0,25 fietsparkeerplaats per

tor de verkeersgeneratie van weekdag naar werkdag omgezet. Uit de

woning voor de bezoekers van de woningen. Voor het aantal fietsplek-

berekening blijkt dat de niet-woonfuncties op een gemiddelde werkdag

ken per woning dat moet worden gerealiseerd in een gemeenschappe-

circa 1.870 motorvoertuigen (mvt) per etmaal genereren. Tabel 5.4 toont

lijk fietsrek in combinatie met een inpandige berging, gelden de normen

de resultaten hiervan.

van tabel 5.3. In totaal worden 1.466 fietsparkeerplekken gerealiseerd om aan deze fietsparkeerbehoefte te kunnen voldoen.

Ter nuancering moet opgemerkt worden dat de uitgangspunten die gehanteerd zijn, als een worst-case scenario beschouwd mogen worden. Holland Park wordt namelijk een autoluwe woonwijk. De hoge dichtheid van de bebouwing zorgt ervoor dat veel mensen dichtbij de voorzieningen wonen. Het is daardoor minder aannemelijk dat zij in grote getalen met de auto naar de voorzieningen rijden. De verkeersgeneratie zal daardoor in de praktijk lager zijn. Omdat verkeer zich over het algemeen niet evenredig verdeelt over tijd en rijrichting, zijn met behulp van de aanwezigheidspercentages van het CROW de spitsmomenten inzichtelijk gemaakt. Met inachtneming van deze percentages blijkt dat de niet-woonfuncties in de ochtendspits ca. 190 motorvoertuigen genereren. In de avondspits worden ca. 280 motorvoertuigen gegenereerd. Voor de drukste spitsperiode (avond) komt dit neer op gemiddeld 4-5 auto’s per minuut. Daarbij kan opgemerkt worden dat het aantal motorvoertuigbewegingen in de praktijk minder zal zijn, vanwege de autoluwe opzet van Holland Park en het verzorgingsgebied dat relatief klein is (dankzij de hoge dichtheid van Holland Park). Met behulp van het verkeersmodel van de gemeente Diemen is de

BOPA 1 Ontwikkeling Steigerblok

34

verkeersintensiteit op de omliggende wegvakken in beeld gebracht.

gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het mi-

Genoemde grenswaarden op de gevel gelden voor de gevels van de

Hierbij is het verkeersmodel opgehoogd met de berekende verkeersge-

lieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Besluit activi-

dichtstbij gelegen geluidgevoelige gebouwen, want deze zijn maatge-

neratie van de niet-woonfuncties. Uit de vergelijking tussen de intensiteit

teiten leefomgeving (Bal). De term is dus ruimer dan de veelgebruikte

vend. Wordt voor deze geluidgevoelige functies aan de eisen voldaan,

en de capaciteit van de wegen in het gebied blijkt dat het effect van de

term ‘milieubelastende activiteiten’.

dan zal dit ook voor de verder weg gelegen geluidgevoelige functies gel-

realisatie van de niet-woonfuncties gering is. Zowel op wegvak- als op

den. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is

kruispuntniveau worden daarom geen extra verkeerskundige knelpunten

Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of

het geluid door een activiteit, IN een geluidgevoelige ruimte binnen een

verwacht.

mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus

in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, ge-

belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat

noemd in tabel 5.6.

5.2.3

Conclusie

betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek

Het aspect ’Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren’ vormt geen be-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=80391a01-ec48-4f1c-bd8c-722ba803498e