CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Rietschuurhof

Gemeenteraadsvergadering 30 januari 2025, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Rietschuurhof17.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Rietschuurhof, Diemen Gemeente Diemen

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.0384.BPrietschuurhof-VG01

Datum:

2024-12-02

Contactpersoon Buro SRO:

Mr. J. Van Nuland

Kenmerk Buro SRO:

SR230108

Opdrachtgever:

Gemeente Diemen

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende planologisch regimes .......................................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8

2 Projectbeschrijving .................................................................................................................................. 9 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 12

3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 14 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 14 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 17 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 19

4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 22 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 22 4.2 Milieu ................................................................................................................................................................ 23 4.3 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 35 4.4 Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................................................... 37 4.5 Verkeer en parkeren ......................................................................................................................................... 39

5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 43 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 43 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 43 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 43 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 44

6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 45 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 46 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 46 7.2 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg ....................................................................................................................... 46 7.3 Verslag zienswijzen ........................................................................................................................................... 47

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De wijk Plantage de Sniep is al jaren volop in ontwikkeling. Dit gebeurt aan de hand van een samenhangende reeks van deelplannen. Nu is deelplan 'R' aan de beurt: de locatie van de Grote Rietschuur en de directe omgeving. Dit gebouw is historisch belangrijk als zichtbare erfenis van de Diemense geschiedenis, als plek voor integratie van mensen met een verstandelijke beperking. De Grote Rietschuur heeft daarom de gemeentelijke monumentenstatus gekregen. De gemeente Diemen heeft een stedenbouwkundig programma van eisen (verder: SPvE) opgesteld wat de ruimtelijke randvoorwaarden voor herontwikkeling van de Grote Rietschuur en omgeving beschrijft. In het SPvE heeft het plan de naam 'Rietschuurhof' meegekregen. In het SPvE zijn de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van circa 45 woningen in de nieuwe bebouwing opgenomen. Binnen deze randvoorwaarden wordt de locatie herontwikkeld. In de huidige situatie hebben de gronden van het plangebied de bestemming 'Maatschappelijk' en is er alleen een bouwvlak aanwezig voor de Grote Rietschuur. De voorgenomen ontwikkeling van 45 woningen past niet binnen het geldende plan. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is derhalve een herziening van het bestemmingsplan nodig. Het voorliggende plan voorziet hierin.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt in een woonwijk aan de oostzijde van Diemen. Het plangebied is gelegen binnen het gebied dat bekend staat als Plantage de Sniep. Dit gebied is gelegen aan de Weesper- en Muidertrekvaart, beide gegraven in 1640. Het stratenplan van Plantage De Sniep volgt de oostwest gerichte lijnen van het 17e-eeuwse polderlandschap. Het plangebied van de voorliggende ontwikkeling ligt in het noorden van dit gebied tussen de Bottelarij en de Maalderij aan het Kriekenoord. Op navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging van het plangebied en de begrenzing weergegeven.

Globale ligging plangebied rood omcirkeld (bron: google.com/maps)

5

Plangebied rood omkaderd (bron: Google Earth)

6

1.3 Geldende planologisch regimes Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Plantage de Sniep 2022', vastgesteld op 20 april 2023. In dit bestemmingsplan zijn de gronden voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk' en de bestemming 'Gemengd'. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan

Geldend bestemmingsplan, plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het grootste deel van het plangebied heeft de bestemming 'Maatschappelijk'. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' zijn maatschappelijke voorzieningen, met inbegrip van zorginstellingen en uitgezonderd educatieve voorzieningen en kinderopvang toegestaan. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor verkeer en verblijfsgebieden, met daarbij behorend ook erven, groen- en speelvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen. Tevens is er een bouwvlak opgenomen met een maximum bouwhoogte van 11 m. In het noordoostelijke deel van het plangebied geldt de bestemming 'Gemengd', binnen deze bestemming zijn woningen, woningdelen, hospitaverhuur, maatschappelijke voorzieningen en verkeer en verblijfsgebieden toegestaan. Hier is een bouwvlak opgenomen met een maximum bouwhoogte van 20 m. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan, omdat binnen het bouwvlak van de maatschappelijke bestemming geen woningen zijn toegestaan, daarnaast is waar de nieuwe woningen zijn beoogd geen bouwvlak opgenomen. Om de nieuwe woningen mogelijk te maken dient een nieuw juridisch-planologisch kader te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

7

1.4 Leeswijzer De huidige en de toekomstige situatie in het plangebied worden in hoofdstuk 2 beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het project onderbouwd met betrekking tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven en in hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van het vooroverleg en een verslag van de tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediende zienswijzen zijn opgenomen.

8

2 Projectbeschrijving 2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen binnen het gebied dat bekend staat als Plantage de Sniep. Plantage de Sniep was tot midden jaren ‘90 van de vorige eeuw een bedrijventerrein. De afgelopen decennia is het gebied grotendeels herontwikkeld tot woonwijk. In totaal komen hier zo’n 1.100 woningen, een nieuwe brede school en een horecavoorziening. Veel van het plan is al gerealiseerd of is momenteel in aanbouw. Plantage de Sniep is gelegen aan de Weesper- en Muidertrekvaart, beide gegraven in 1640. Het stratenplan van Plantage De Sniep volgt deze oostwest gerichte lijnen van het 17 e-eeuwse polderlandschap. Het algemene stedenbouwkundig uitgangspunt is een consequente en heldere oriëntatie van de bebouwing op de straat. De centrale Muiderstraatweg is getransformeerd naar een statige laan met een vierdubbele bomenrij, met een groene trambaan in het midden en rijbanen aan weerszijden. Er bevindt zich en wandelboulevard die vanaf Plantage de Sniep langs de Muider- en Weespertrekvaart tot in het Centrum Diemen loopt. Plantage de Sniep biedt diverse woonmilieus. Het zuidelijk deel bestaat vooral uit aanééngesloten bebouwing in een opzet van straten, hoven en pleintjes aan het water. De samenhang in stijl is sterk.

Het deel ten noorden van Kriekenoord is ‘landelijker’ van opzet en ligt, met vrijstaande huizen en twee-onder-éénkapwoningen aan smalle, ‘landelijke’ laantjes. Deze oorspronkelijke wilgenlaantjes, vaak terzijde van een sloot, leggen de relatie met de historie van het gebied. Onderstaande afbeelding toont een bovenaanzicht van het plangebied.

Bovenaanzicht plangebied (bron: google.com/maps)

9

De Rietschuurhof ontleent zijn eigen, kenmerkende sfeer en waarde aan de beeldbepalende Grote Rietschuur uit 1957, inmiddels aangewezen als gemeentelijk monument. Aan de noordzijde grenst het gebied aan Sportpark De Diem; ten oosten en ten westen is nieuwbouw gerealiseerd. De Grote Rietschuur ligt met zijn zuidgevel aan één van de bovengenoemde landschappelijke laantjes. Schuur en laantje vormen samen de ruimtelijke kernkwaliteit. De huidige functie van de Grote Rietschuur is kantoor en postsorteercentrum voor Pantar, het werkbegeleidingsbedrijf dat direct ten zuiden van het plangebied ligt. Deze functie vervalt. De Grote Rietschuur is gedurende 1952-1957 door architect Frank van Klingeren gerealiseerd als hoofdgebouw van de ‘Arbeidsinrichting voor Geestelijk Onvolwaardigen’. Deze werkboerderij lag een flink eind buiten het dorp Diemen. Het totale terrein was circa twaalf hectare groot en kreeg het karakter van een landelijk erf, omgeven door windsingels. Naast het hoofdgebouw stonden hier ook een woning en een ‘Kleine Rietschuur’, omgeven door bloemen- en fruitkwekerijen, weiden voor het houden van vee, een vijver voor eenden en zwanen en een perceel hakhout. De bij de arbeidsinrichting behorende gebouwen zoals kassen, stallen en de ‘Kleine Rietschuur’ zijn in de loop der tijd allemaal gesloopt.

Alleen het hoofdgebouw is behouden gebleven en draagt nu de naam ‘Grote Rietschuur’. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de bestaande bebouwing.

Vooraanzicht De Grote Rietschuur

10

Impressie van de constructie en kunstwerk aan de binnenkant

11

2.2 Toekomstige situatie Met de voorliggende ontwikkeling is het de bedoeling om de Grote Rietschuur zijn positie als centraal element terug te geven, zowel historisch, sociaal als ruimtelijk in het gebied dat bekend staat als Plantage De Sniep. Dit geeft ook richting aan drie van de ontwerp-uitgangspunten die centraal staan: Historisch De Grote Rietschuur blijft behouden en wordt gerestaureerd. Ook het kunstwerk binnen wordt gerestaureerd. De rieten kap en de karakteristieke gevels blijven ongewijzigd. Wel is het onder voorwaarden toegestaan nieuwe openingen te maken in de nu, grotendeels, gesloten west-, noord- en oostgevels. Tevens wordt er ook nieuwbouw toegevoegd, die qua architectuur, bouw- en kapvorm en materialisering een samenhang moeten vormen met de bestaande Grote Rietschuur onder de naam 'De Rietschuurhof'. Sociaal De Rietschuurhof krijgt een nieuwe functie als huisvesting en ontmoetingsplek van een gemeenschap voor vitale ouderen. De Grote Rietschuur en de nieuwe woningen, liggen direct rond een groen hof plus een activiteitenruimte, die samen als intern ontmoetingsgebied gaan functioneren. De bestaande hal van de Grote Rietschuur met het kunstwerk transformeert eveneens tot een dagelijkse ontmoetingsplek, maar extern gericht: niet alleen op de bewoners van de Rietschuurhof zelf, maar op alle bewoners van de gehele wijk Plantage De Sniep.

Ruimtelijk De grote blikvanger is de zeer karakteristieke zuidgevel van de Grote Rietschuur, met de opvallende rieten kap daarboven. Deze gevel moet in Plantage de Sniep een beeldbepalend ankerpunt zijn en blijven. De ligging aan een vriendelijk wilgenlaantje vormt daarvoor een optimaal te benutten aanknopingspunt. Openheid, groen en een autovrij maaiveld zijn hier cruciaal. Het ruimtelijk concept ziet de Grote Rietschuur kortom als een verbindend element, tussen het verleden en de toekomst, en als onderdeel van zowel de woonbuurt als het landschap. Het landschap ten noorden van Plantage De Sniep wordt steeds belangrijker als recreatieve uitloopzone. Gezien vanuit het landschap vormen de drie bestaande schuurgebouwen de grens van de bebouwde kom. De noordwand van de nieuwbouw wordt een nieuw onderdeel van dit beeld en moet hierin overtuigend meedoen. De Rietschuurhof wordt een hof voor actieve ouderen. Dit hof is bedoeld voor ouderen die het prettig vinden elkaar af en toe te helpen. Om in vrijheid, zonder verplichtingen, van elkaars kennis, vaardigheden en gezelschap te profiteren en samen oud te worden. De Rietschuurhof is er voor iedereen, er worden woningen in de sociale huur (75%) en middeldure huur (25%) sector voorzien.

12

Stedenbouwkundigplan (bron: gemeente Diemen)

De Grote Rietschuur is het stralend middelpunt van het plan. De nieuwbouw ten noorden en oosten staat er als een ondergeschikt, geleed volume omheen. Samen vormen oud- en nieuwbouw, inclusief de hof ertussenin, een stedenbouwkundig ensemble. De nieuwbouw krijgt voornamelijk een woonfunctie. De oudbouw behoudt zijn maatschappelijke functie met een buurtontmoetingsruimte. Het gehele plangebied is autoluw. Parkeren is geconcentreerd op de westkop, met aan de oostzijde een paar plekken aan de straat. Het binnenhof is autovrij en krijgt een inrichting als collectief woonhof met ruimte voor onder andere ontmoetingen, tuinieren en groen. Het hof is, in ieder geval overdag, ook toegankelijk voor de omwonenden. Het laantje aan de zuidzijde van de Grote Rietschuur wordt een fietsen voetpad. Dit laantje sluit aan op het langzaamverkeernetwerk door de wijk. Het totale aantal woningen in de Rietschuurhof zal rond de 45 uitkomen, dit is ook het maximale dat mogelijk wordt gemaakt het voorliggende bestemmingsplan. Het exacte aantal hangt af van de concrete mix aan woningtypen, in relatie tot het maximale aantal parkeerplaatsen van maximaal 40 en de gebruikelijke Diemense parkeernormen. Alle bergingen en gezamenlijke fietsenbergingen dienen binnen het volume van de nieuwbouw opgelost te worden. Het is niet toegestaan losse volumes aan of om de gebouwen te plaatsen.

De nieuwbouw dient te voldoen aan de Woonkeur Nieuwbouw.

13

3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: a. b. c. d.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk, zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van nieuwe woningen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Het plangebied raakt niet aan een van de nationale belangen van het Barro. Deze belangen zijn niet specifiek van toepassing.

14

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.

3.

4.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt bij 12 nieuwe woningen. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 45 nieuwe woningen in het plangebied. Derhalve wordt het plan gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dient het plan getoetst te worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Behoefte De gemeente Diemen is gelegen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), de MRA heeft op 15 maart 2023 de Woondeal MRA gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt om de gezamenlijke woningbouwopgave van de MRA te regelen. Tot 2023 moeten er in de provincie Noord-Holland 184.000 woningen worden gerealiseerd. Voor de gemeente Diemen is de richtinggevende opgave om 3.400 woningen te realiseren. Met het voorliggende plan worden maximaal 45 woningen gerealiseerd, daarmee levert het plan een bijdrage aan de richtinggevende opgave van de gemeente Diemen. Diemen behoort tevens tot de woonregio Amstelland-Meerlanden (AM).

Medio 2018 is het Actie Programma Wonen AM door alle AM-gemeenten vastgesteld. Dit actie programma is opgebouwd uit vijf thema's: woningproductie en versnelling, betaalbare voorraad, woonruimteverdeling, bijzondere doelgroepen en kennisdeling en communicatie. Voor het eerste thema is samengewerkt om een monitor plancapaciteit op te stellen. In deze monitor is de voorliggende ontwikkeling van de Rietschuurhof meegenomen. Daarnaast wordt in subparagraaf 3.3.2 de Woonvisie Diemen 2018-2023 behandeld. Hieruit blijkt de gemeentelijke behoefte naar (betaalbare) woningen. Op basis hiervan en van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er een grote behoefte is aan woningen in de regio en de gemeente. Het voorliggende plan voorziet voor een deel in deze behoefte en is daarmee passend binnen de ladder.

15

Bestaand stedelijk gebied Het plangebied is gelegen in de woonwijk Plantage de Sniep aan de oostzijde van Diemen. Daarmee ligt het plangebied dus in het bestaand stedelijk gebied. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het voorgenomen plan gerealiseerd wordt in bestaand stedelijk gebied. Daarnaast voorziet het plan in de regionale en lokale behoefte aan woningbouw en de behoefte aan huisvesting ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen. 3.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) legt beperkingen op aan bebouwing, activiteiten en functies in de buurt van luchthaven Schiphol. De beperkingen zijn ingesteld om te voorkomen dat objecten of gebruiksfuncties worden ontwikkeld die: 1. 2.

het vliegverkeer belemmeren en/of in gevaar brengen (vliegveiligheid); zelf te veel geluidhinder of risico ondervinden als gevolg van het vliegverkeer (externe veiligheid en geluid).

Planspecifiek Het plangebied ligt niet binnen een zone van het beperkingengebied bebouwing 4 en 5, zoals blijkt uit bijlage 3 van het LIB. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven. Er worden vanuit het LIB geen eisen gesteld aan de aspecten geluid en veiligheid.

Uitsnede beperkingengebied bebouwing LIB (kaart 3 bijlage 3, met het plangebied rood omkaderd, born: ruimtelijkeplannen.nl)

16

3.2 Provinciaal beleid De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie vorm te geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2020 nog onder de huidige wet- en regelgeving.

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Bij voorgenoemde doelen zijn de volgende ambities opgesteld: Gebruik van de leefomgeving a.

b.

c. d.

Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Energietransitie a.

De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.

Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector

Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving.

17

Planspecifiek De beoogde ontwikkeling, waarbij de Grote Rietschuur wordt gerenoveerd en zijn maatschappelijke functie behoud en er nieuwe woningen in een nieuw bouwvolume mogelijk worden gemaakt, wordt binnen het stedelijk gebied mogelijk gerealiseerd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van de woonwijk Plantage de Sniep en wordt het gebruik van bestaand stedelijk gebied geoptimaliseerd. Er zijn verder geen bijzondere bepalingen van toepassing vanuit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050.

3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie, vastgesteld op 19 november 2018, vorm te geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2020 nog onder de huidige wet- en regelgeving. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn alle regels van de provincie die gaan over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Merendeel van de regels in deze verordening zijn vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2010. Echter zijn een aantal onderdelen wel gewijzigd of nieuw. Belangrijke gewijzigde en nieuwe onderdelen zijn het Landelijk gebied, Bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in landelijk gebied en de ruimte voor windenergie in de MRA regio. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:

•

het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken;

• •

het behoud en herstel van de biologische diversiteit; het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Daarnaast is het doel om de provinciale regels in meer samenhang en op een meer overzichtelijke manier kenbaar te maken. Planspecifiek Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020 wordt gesteld dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken. Doordat er maximaal 45 woningen worden mogelijk gemaakt is de realisatie van het voorliggende plan aan te merken als stedelijke ontwikkeling. In subparagraaf 3.1.3 is ingegaan op de 'ladder voor duurzame verstedelijking' en is de behoefte naar deze woningen aangetoond. Verder bevindt het plangebied zich binnen het stedelijk gebied. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de behoefte van de regio. Verder zijn er geen relevante aanvullende eisen ten aanzien van het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening NH2020 waarmee gesteld kan worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid.

18

3.3 Gemeentelijk beleid In deze paragraaf wordt het relevante gemeentelijk beleidskader behandeld, zoals de Omgevingsvisie Diemen, de Woonvisie Diemen 2018-2023 en duurzaamheidbeleid. 3.3.1 Omgevingsvisie Diemen 2040 De Omgevingsvisie Diemen 2040 heeft als ondertitel 'Een gezond stedelijk dorp verbonden met een groen buitengebied'. Hiertoe wordt in het dorp ruimte gezocht voor verschillende maatschappelijke opgaven, zoals de grote behoefte aan betaalbare woningen en tevens voorzieningen zoals sportvoorzieningen, scholen, recreatieve voorzieningen en zorgvoorzieningen. Ingezet wordt op een gezonde, leefbare en duurzame leefomgeving met voldoende ruimte voor groen en water in de wijken die gebruikt kunnen worden door mens, plant en dier. De visie van de gemeente Diemen is nader uitgewerkt in vier ‘strategische keuzes’. Deze zijn uitgewerkt op basis van de denkrichtingen die in de Omgevingsagenda voor het eerst vorm hebben kregen. Het gaat om de volgende vier keuzes: 1.

2.

3.

4.

Ontmoeten en verbinden: Diemen zet actief in op de onderlinge verbinding binnen en tussen de buurten. Dit doen we onder andere door goed bereikbare ontmoetingsplekken per buurt te creëren. De onderlinge verbondenheid draagt bij aan het welzijn van inwoners, doordat het bijvoorbeeld helpt om eenzaamheid tegen te gaan. Groene en gezonde leefomgeving: Het Diemen van 2040 stimuleert om naar buiten te gaan! Dit houdt in dat groen en water veilig, aantrekkelijk, biodivers en klimaatadaptief zijn maar ook uitnodigen om te spelen, bewegen en om elkaar te ontmoeten. Duurzaam Diemen: De gemeente Diemen wil haar verantwoordelijkheid nemen om de planeet leefbaar over te dragen aan onze kinderen en kleinkinderen en actief bijdragen aan de transitie naar een duurzamere samenleving. In 2040 wil Diemen niet meer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Groei binnen grenzen: De druk op de ruimte is in de laatste decennia enorm toegenomen. Het aantal inwoners is in de afgelopen vijf jaar in Diemen met circa 17% gegroeid. In wijken als Plantage de Sniep en Holland Park hebben veel inwoners een fijn thuis kunnen vinden. Met meer inwoners, is er ook meer draagvlak gekomen voor winkels, horeca en voorzieningen. In Diemen zet de gemeente tot 2040 hoofdzakelijk ruimte binnen de huidige bebouwingsgrens in om maatschappelijke opgaven te realiseren.

Woningdifferentiatie - voor wie bouwen we nog? De gemeente Diemen wil woningen laten bouwen voor het maatschappelijk belang en stuurt op het sociale huursegment en het middeldure huursegment, waarbij geborgd wordt dat deze woningen langdurig (minimaal 25 jaar) in deze huursegmenten blijven. De gemeente onderscheid daarbij twee soorten locaties: Inbreidingslocaties: er wordt gebouwd op een voorheen onbebouwde locatie (veelal groen of braakliggend) in bestaand stedelijk gebied. Bij deze locaties hanteert de gemeente het uitgangspunt dat er enkel gebouwd wordt ingeval er het volgende kan worden gerealiseerd:

• • • •

100% sociale huurwoningen 100% middeldure huurwoningen voor starters, senioren of mensen met een zorgvraag Maatschappelijke voorzieningen Een combinatie van voorgenoemde.

19

Transformatielocaties: er wordt gebouwd op een locatie waar al iets stond. Dit wordt gesloopt/verbouwd en er komt een andere functie of intensievere invulling voor terug. Bij deze locaties hanteert de gemeente het uitgangspunt dat er enkel gebouwd wordt ingeval er het volgende kan worden gerealiseerd:

• • •

Minimaal 30% sociale huurwoningen én minimaal 25% middeldure huurwoningen voor starters, senioren of mensen met een zorgvraag En of maatschappelijke voorzieningen Een combinatie van voorgenoemde waarbij minimaal 30% sociaal en 25% middeldure huur wordt gerealiseerd.

Maatwerk bij bijzondere omstandigheden blijft mogelijk. In de Omgevingsvisie is daarnaast ook een gebiedsgerichte uitwerking opgenomen, waarbij voor het gebied Plantage de Sniep, waarin het plangebied is gelegen, het volgende wordt beschreven: De gemeente zet in op het aantrekkelijker en herkenbaarder maken van de entree naar het buitengebied over de Muiderstraatweg. De gemeente houdt rekening met een potentieel nieuwe metrostation langs de IJmeerlijn ter hoogte van Plantage de Sniep. Er loopt een haalbaarheidsonderzoek naar een nieuwe fietsverbinding tussen Plantage de Sniep en Diemen Zuid langs het spoor over de Weespertrekvaart. De monumentale Rietschuur en omgeving wordt herontwikkeld tot aantrekkelijk woongebied waar activiteiten gericht op ontmoeting en verbinding worden gefaciliteerd. Planspecifiek Op basis van de strategische keuze 'Groei binnen grenzen' streeft de gemeente naar verdichting binnen de bestaande stedelijke grenzen. De locatie rondom de Grote Rietschuur is een geschikte locatie voor verdichting binnen de wijk Plantage de Sniep. De onbebouwde gronden aan de rand van de wijk vormen een verbindend element voor de woonbuurt met het landschap ten noorden van de wijk.

Tevens wordt er met het voorliggende plan invulling gegeven aan het voornemen om de monumentale Rietschuur en omgeving te ontwikkelen tot aantrekkelijk woongebied waar activiteiten gericht op ontmoeting en verbinding worden gefaciliteerd. 3.3.2 Woonvisie Diemen 2018-2023 De gemeenteraad van de gemeente Diemen heeft op 27 september 2018 de Woonvisie Diemen 20182023 vastgesteld. In deze woonvisie is het woonbeleid voor de periode van 2018-2023 weergegeven. Diemen draagt op dit moment stevig bij aan de grote woningbouwopgave in de regio. Veel mensen willen in of nabij Amsterdam wonen. Diemen is dan een aantrekkelijk alternatief: dichtbij Amsterdam, goed bereikbaar en met een prettige mix tussen groot- en kleinschalige voorzieningen. De gemeente Diemen groeit. Een groei die sterk samenhangt met de flinke productie van woningen in de gemeente. Een groei die zich ook sneller ontwikkelt dan enkele jaren geleden werd gedacht. Op 1 januari 2018 was het inwoneraantal de 28.000 personen reeds gepasseerd. De verwachting is dat dit aantal tot en met 2023 oploopt tot bijna 35.000 inwoners. De gemeente ziet deze groei als iets positiefs en wil hier verder aan bijdragen. De woonvisie is gebaseerd op 4 pijlers. 1. 2. 3. 4.

Sterke wijken Betaalbaarheid en beschikbaarheid van woonruimte Wonen met zorg en welzijn Duurzaamheid

Verscheidenheid aan mensen en aan woonmilieus Op plekken waar ruimte is voor nieuwbouw wordt die ruimte benut om aan de vraag naar schaarse segmenten in de woningvoorraad te voldoen, alsmede om differentiatie aan te brengen in de wijk en de aangrenzende buurt. Op deze manier streeft de gemeente naar het spreiden van huishoudens, niet alleen op inkomens maar ook om leeftijd en gezinssamenstelling, over de gemeente en de verschillende wijken.

20

Stevige nieuwbouwopgave sociale huurwoningen De afgelopen jaren is er in de gemeente Diemen stevig doorgebouwd. In deze periode zijn er voornamelijk koop- en vrije sector huurwoningen gebouwd. De komende jaren zal er dan ook sterk worden ingezet op de bouw van sociale huurwoningen. De eerste van deze sociale huurwoningen zijn al gerealiseerd op Plantage de Sniep, maar er moeten er hier nog meer gerealiseerd worden. Bij nieuwbouwontwikkelingen in Diemen zal voortaan een deel van de woningen langdurig als sociale huurwoning bestemd moeten worden, om de ambitie van 1085 sociale huurwoningen te realiseren. Het minimale aandeel van sociale huurwoningen per ontwikkeling heeft de gemeente daarbij vastgesteld op 30%. Corporaties zijn de aangewezen partijen voor het ontwikkelen van sociale huurwoningen, maar andere partijen worden niet uitgesloten wanneer deze met een initiatief komen. Sturen op het middenhuursegment De gemeente wil zich inspannen voor het dichten van de kloof tussen de sociale huur en de vrije sector. Daarvoor gaan ze huurwoningen in het middensegment programmeren op de locaties die zich nu in de fase van planvorming bevinden. Ook bij toekomstige plannen zal het middenhuursegment onderdeel moeten zijn van het woningbouwprogramma.

Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 45 woningen mogelijk, waarbij de volgende verdeling wordt nagestreefd: In de nieuwbouw wordt een combinatie van sociale huur en middeldure huur gerealiseerd. Dit is 75% sociale huur en 25% middeldure huur. Deze percentages worden op locatie ook gerealiseerd. Met dit voorgenomen programma worden er woningen mogelijk gemaakt in de gewenste categorieën volgens de woonvisie Diemen. Het plan levert daarmee een bijdrage aan de woningbouwopgave in de gemeente en is het plan in lijn met de Woonvisie. 3.3.3 Duurzaamheidsagenda 2020-2050 Op 2 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Diemen de Duurzaamheidsagenda 2020-2050 vastgesteld. De gemeente Diemen wil haar verantwoordelijkheid nemen en actief bijdragen aan de transitie naar een duurzame samenleving. De opgestelde duurzaamheidsagenda geeft daar voor de komende jaren op programmatische wijze invulling aan. In de duurzaamheidsagenda staan twee doelstellingen centraal: een duurzame samenleving en een gezonde samenleving. Elke doelstelling heeft verschillende thema's om de doelstelling te behalen, thema's duurzame samenleving: 1. 2. 3.

energie & klimaat afval & circulaire economie natuur & biodiversiteit

Thema's gezonde leefomgeving: 1. 2. 3.

klimaatadaptie luchtkwaliteit & geluid schone mobiliteit

Planspecifiek Bij de realisatie van het voorgenomen ontwerp is rekening gehouden met de bovenstaande thema's.

21

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.

c.

d.

het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.

Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden, waarna op 18 december 2020 de meest recente versie in werking is getreden. In het Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn voor de in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Wanneer er geen noodzaak bestaat voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling, dient het bevoegd gezag op grond van artikel 7.19 Wm een expliciet besluit te nemen. Dit besluit dient uiterlijk op het moment van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan genomen te zijn. Planspecifiek Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarden uit kolom 2. Met onderhavig plan worden maximaal 45 nieuwe woningen en een maatschappelijke voorziening mogelijk gemaakt. Er kan daarmee volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee conclusies leiden: a. b.

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de belangrijkste milieuaspecten, waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie, in beeld gebracht in een aparte aanmeldnotitie (Buro SRO, kenmerk: SR230108, d.d. 20 november 2023, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1).

22

Het bevoegd gezag kan op basis van de aanmeldnotitie een besluit nemen over de uitkomst van de vormvrije m.e.r.-beoordeling, of er al dan niet een m.e.r. nodig is en publiceert dit in een m.e.r.beoordelingsbesluit. Er is geen sprake van een aparte bezwaar- en beroepsprocedure bij de beslissing over de m.e.r.-plicht. Bezwaar en beroep is alleen mogelijk tegelijkertijd met de procedure voor het bestemmingsplan.

4.2 Milieu 4.2.1 Bodem In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek Het voorgenomen plan betreft het realiseren van een nieuw woongebouw. De nieuwe woonbestemming is niet direct een strenger bodemgebruik, toch is er, om inzicht te verkrijgen in hoeverre het voormalige en huidige gebruik van de locatie heeft geleid tot verontreinig van de bodem een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. (Stantec, kenmerk M18B0225, d.d. 15 januari 2019, zie bijlagen bij toelichting bijlage 2).

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende conclusies getrokken.

•

De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot een diepte van circa 0,5- 1,7 m-mv globaal uit zand, gevolgd door klei tot een diepte van 0,5 tot de maximale boordiepte. Daaronder is bij enkele boringen een veenlaag aangetroffen van 0,8 tot maximaal boordiepte.

•

Aan het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Visueel is in het opgeboorde materiaal geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

•

In het opgeboorde materiaal zijn bij enkele boringen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Deze bijmengingen bestaan voornamelijk uit puin (zwak tot sterk) en zijn hoogstwaarschijnlijk het gevolg van het opmengen van de puinlaag met de bodem.

• •

In de zandige bovengrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

• •

In de zandige ondergrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten koper, lood, zink, PAK, PCB en minerale olie gemeten. In de kleiige ondergrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten kwik, lood en molybdeen gemeten. In de venige ondergrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink gemeten.

•

In de zandige grond van boring 10 (0,4-0,7 m-mv) zijn sterk verhoogde gehalten zink en licht verhoogde gehalten cadmium, kobalt, koper, lood, molybdeen en nikkel aangetroffen. Deze verontreiniging met zink is zowel horizontaal als verticaal afgeperkt. Op basis van dit onderzoek is ter plaatse van boring 10 sprake van een verontreiniging met een omvang van 15 m³. Derhalve is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging

• •

In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties barium en xylenen gemeten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de locatie in milieuhygiënisch opzicht geschikt geacht voor de huidige en toekomstige bestemming. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Er dient rekening te worden gehouden met de op de locatie aanwezige verontreiniging met zink. Geadviseerd wordt om deze op een natuurlijk moment te saneren.

23

• •

Door de aard en concentraties van de in de grond aanwezige stoffen kent bij eventuele graafwerkzaamheden vrijkomende grond mogelijk een beperkt hergebruik. Eventueel vrijkomende grond kan waarschijnlijk op of buiten de locatie worden hergebruikt.

Aanbevelingen Het verdient altijd aanbeveling om tijdens grondwerkzaamheden alert te zijn op een eventuele onvoorziene verontreiniging van de bodem. Indien vrijkomende grond elders wordt hergebruikt kunnen partijkeuringen conform het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk zijn om de uiteindelijke hergebruiksmogelijkheden van de grond vast te stellen. Conclusie Op basis van het voorgaande kan er geconcludeerd worden dat de locatie in milieuhygiënisch opzicht geschikt wordt geacht voor het toekomstig gebruik. Vervolg onderzoek is niet noodzakelijk. Daarmee is het aspect bodem geen belemmering voor het voorliggende plan. 4.2.2 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit en staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Deze wet maakt onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in een de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM).

Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) (1,2 µg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een woonwijk van minder dan 1.500 woningen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'. Een belangrijk onderdeel voor de verbetering van de luchtkwaliteit is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Binnen dit NSL, dat sinds 1 augustus 2009 in werking is, werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Vanaf 1 januari 2015 geldt er ook een grenswaarde voor een kleinere fractie van fijn stof namelijk PM 2,5. De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 µg/m³. Gezien het grote verschil tussen de grenswaarde en de achtergrondconcentratie zullen overschrijdingen van deze grenswaarde niet vaak voorkomen. Het blijkt dat als de grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden, er geen overschrijding van de grenswaarde voor PM2,5 zal zijn.

Het is de verwachting dat door het schoner worden van de autotechniek de concentratie van met name stikstofdioxide in de toekomst nog verder afneemt. Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Het Besluit gevoelige bestemmingen is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Met het Besluit wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het Besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken. Indien een project betrekking heeft op een gevoelige bestemming en geheel of gedeeltelijk is gelegen op een afstand van 300 m aan weerszijden van rijkswegen en 50 m langs provinciale wegen (gemeten vanaf de rand van de weg) mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen als overschrijding van de grenswaarden voor PM10 of NO2 dreigt/plaatsvindt.

24

De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming:

• • •

scholen; kinderdagverblijven; verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.

Het gaat niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moeten er twee aspecten in beeld gebracht worden. Ten eerste of de luchtkwaliteit de nieuwe functie toelaat. Ten tweede moet bekeken worden of het plan de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ verslechtert. Indien het plan wel ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is het van belang om te toetsen of de grenswaarden niet overschreden worden. Indien geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt, kan het plan alsnog gerealiseerd worden. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 45 woningen. In de regeling NIBM is een aantal activiteiten, zoals projecten tot 1.500 woningen met één ontsluitingsweg (3.000 woningen met twee ontsluitingswegen) bij voorbaat aangemerkt als niet in betekende mate. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Het project heeft 'niet in betekenende mate' invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is, met behulp van de Atlas Leefomgeving, gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied.

Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse ruim voldoet aan de gestelde grenswaarde van 40 µg/m3 voor zowel fijnstof als stikstofdioxide en 25 µg/m3 voor PM2,5. De specifieke concentraties over 2020 van fijnstof (PM10), fijnstof (PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) in het plangebied bedragen respectievelijk 17,05 μg/m³ PM10, 9,16 μg/m³ PM2,5 en 16,84 μg/m³ NO2. Daarmee worden de wettelijke grenswaarden niet overschreden. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling. 4.2.3 Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh):

• • •

woningen; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen voor woonschepen); andere geluidsgevoelige gebouwen (onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven).

Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Diemen, het plangebied is gelegen binnen de zone van de spoorlijn Weesp - Diemen-Zuid - Schiphol en ligt binnen de invloedssfeer van de rijksweg A1 en de in de nabijheid gelegen 30 km/u straten. Tevens ligt het plangebied op korte afstand het bedrijf Pantar en Sportpark de Diemen. In dit kader is door Royal Haskoning DHV een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting uitgevoerd (kenmerk: BE5984-MI-RP02-241125, d.d. 25 november 2024, zie bijlagen bij toelichting bijlage 3).

25

Geluid van de spoorlijn Het bouwplan bevindt zich binnen de zone van de spoorlijn Weesp–Diemen-Zuid–Schiphol. De geluidbelasting overschrijdt de voorkeurswaarde van 55 dB (met 61 dB), maar blijft binnen de maximaal toegestane waarde van 68 dB. Voor de woningen is het aanvragen van een hogere waarde noodzakelijk.Door de specifieke bouwvorm zijn alle woningen in het bezit van een geluidluwe gevel voor de spoorlijn. Er wordt geadviseerd maatregelen te onderzoeken om de belasting te verlagen. Geluid van Rijksweg 1 en lokale wegen De belasting door Rijksweg 1 (50 dB) en 30 km/u-straten (47 dB) overschrijdt licht de voorkeurswaarden, maar wordt binnen de context van goede ruimtelijke ordening als acceptabel beoordeeld. Aangezien het bouwplan buiten de wettelijke zone overeenkomstig de Wet geluidhinder gelegen is, is een ontheffing hogere waarden niet nodig. Geluid van Pantar De geluidbelasting van Pantar voldoet aan de normen van het Activiteitenbesluit en wordt als akoestisch inpasbaar beschouwd. Geluid van Sportpark De Diemen Het sportpark veroorzaakt overschrijdingen van de grenswaarden, met name bij de noordelijke gevel van het bouwplan. De maximaal gemeten waarden zijn 76 dB (LAmax) en een overschrijding van 6 dB (LAr,LT) op wedstrijddagen. Maatregelen zoals een vliesgevel of een ‘dove’ gevel worden voorgesteld om de geluidbelasting te verminderen.

In het bouwplan wordt deze gevel opgenomen. Cumulatieve geluidbelasting De totale geluidbelasting van spoorlijn en sportpark bedraagt maximaal 59 dB. De gemeente overweegt stedenbouwkundige maatregelen om een acceptabel woonklimaat te garanderen, zoals het creëren van geluidluwe gevels en voldoen aan binnenniveaus van maximaal 35 dB(A). 4.2.4 Bedrijven en milieuzonering Het aspect bedrijven en milieuzonering gaat in op de invloed die bedrijven kunnen hebben op hun omgeving. Deze invloed is afhankelijk van de afstand tussen een gevoelige bestemming en de bedrijvigheid. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Bij een ruimtelijke ontwikkeling kan sprake zijn van reeds aanwezige bedrijvigheid en van nieuwe bedrijvigheid. Milieuzonering zorgt er voor dat nieuwe bedrijven een juiste plek in de nabijheid van de gevoelige functie krijgen en dat de (nieuwe) gevoelige functie op een verantwoorde afstand van bedrijven komen te staan.

Doel hiervan is het waarborgen van de veiligheid en het garanderen van de continuïteit van de bedrijven als ook een goed klimaat voor de gevoelige functie. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals bijvoorbeeld: geluid, geur, gevaar en stof. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend. De 'Vereniging van Nederlandse Gemeenten' (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen, met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Indien van deze richtafstanden afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan.

26

Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Het scheiden van milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen dient twee doelen:

• •

het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige bestemmingen; het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen.

Planspecifiek Met het voorgenomen plan wordt de planlocatie voorzien van maximaal 45 woningen deels in bestaande bebouwing in het plangebied. Woningen worden in het kader van bedrijven en milieuzonering gezien als een gevoelige bestemming. Derhalve is aan de hand van bestemmingsplannen in de omgeving gekeken naar milieubelastende activiteiten in de omgeving van het plangebied en of er mogelijk hinder te verwachten is van deze activiteiten op de nieuwe woningen. Het plangebied is aan te merken als 'gemengd gebied'. In het gebied is er sprake van functiemenging van woningen, bedrijven en (maatschappelijke) voorzieningen. In gemengd gebied wordt de richtafstand met één afstandstap teruggebracht. Ten zuiden van het plangebied is het bedrijf Pantar gevestigd aan de Kriekenoord, dit bedrijf is tevens gelegen binnen de bestemming 'maatschappelijk', milieucategorie 2. Derhalve kan uit worden gegaan van een richtafstand van 10 meter ten opzichte van dit bedrijf. Het bedrijfsgebouw is op circa 40 m afstand van het plangebied gelegen. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand. Echter is het te verwachten dat geluid van het bedrijf mogelijk toch een belemmering vormt. Dit is daarom nader beschouwd in subparagraaf 4.2.3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=71ed45c8-90bc-4258-bbfa-f8c44e0ca708