B3 ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Datum Auteur
Nieuwbouw appartementen naast Ouddiemerlaan 19 Versie 2.0 20254 19 april 2021 I.M.E. Hazeleger & S. Elfrink MSc
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding Projectbeschrijving
4 5
Projectlocatie Projectplan Geldend bestemmingsplan
5 5 8
Ruimtelijk beleid
11
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
11 12 16 17
Omgevingsaspecten
20
Stedenbouwkundige motivering Motivering behoefte / Ladder voor duurzame verstedelijking Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bezonning Bodem Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling
20 20 22 25 26 27 28 31 32 34 36 37 41 42 44
Beschrijving uitvoerbaarheid
45
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
47
Bijlagen (separaat aangeleverd) 1 2 3 4 5 6 7 8
Verkennend bodemonderzoek (Kwinfra, 2020) Ecologische quickscan (Van der Goes en Groot, 2020) Archeologisch onderzoek (Bureau voor Archeologie, 2020) Programma van Eisen (Bureau voor Archeologie, 2021) Stikstofdepositieberekening (Cauberg Huygen, 2020) Akoestisch onderzoek (TecMap, 2020) Aanmeldnotie m.e.r. (Mees Ruimte en Milieu, 2020) Bezonningstudie (Building ID, 2020)
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 3
1
INLEIDING In opdracht van U-Trechter Vastgoed BV heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van drie woningen ter plaatse van de Ouddiemerlaan 19 te Diemen. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan, dient een planologische afwijkingsprocedure te worden doorlopen. Het plangebied kent de enkelbestemming ‘Wonen – 1’, maar heeft geen bouwvlak. De planologische afwijkingsprocedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het geldende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als omgevingsaspecten wordt gemotiveerd.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 4
2
PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie is gelegen naast het perceel Ouddiemerlaan 19 te Diemen. Ten noorden en zuiden van het plangebied is bebouwing gelegen, bestaande uit woningen en gemengde doeleinden zoals horeca, maatschappelijke voorzieningen en bedrijven. Ten oosten van het plangebied bevindt zich de Burgermeester Kievietstraat, ten westen de Burgermeester Bickerstraat. Het plangebied is gelegen in de gemeente Diemen, sectie F, kadastraal bekend nummer 2429. Figuur 1. luchtfoto projectlocatie (bron: QGIS, eigen bewerking).
PROJECTPLAN Ouddiemerlaan 19 is één van de oudste panden in Diemen (1749) en heeft daarom een zeer bijzondere historische waarde voor Diemen. Het naastgelegen terrein waarop de nieuwbouw is gepland, is verhard, waarbij aan de voorzijde een schutting is geplaatst van circa twee meter hoog. De verharding bestaat uit tegels, zichtbaar in figuur 2. Op het binnenterrein bevindt zich een Gewone esdoorn. De boom bevindt zich achter het te realiseren gebouw. Echter is de verwachting dat de kelderbak de wortels zal beschadigen, waardoor behoud onverstandig is. De boom heeft een omtrek van 220 cm, een breedte van 65 cm, een hoogte van circa 13 m, en een kroon doorsnee van circa 10 m. De boom betreft geen beschermde boom. Indien de boom verwijderd dient te worden is het doel om de boom terug te plaatsen op een andere plek binnen het terrein. Indien de Gewone esdoorn de verplaatsing niet overleefd, zal er een andere boom worden teruggeplaatst binnen het plangebied.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 5
Figuur 2. Foto’s terrein huidige situatie (bron: U-Trechter Vastgoed BV, 20 november 2020).
Figuur 3. huidige situatie (bron: Google Streetview, geraadpleegd op 3 augustus 2020).
Het initiatief voorziet in de bouw van een appartementengebouw bestaande uit drie woningen met twee bergingen en een schuur. Er worden drie koopwoningen gebouwd voor het middensegment. Het voorgenomen initiatief bestaat uit twee bouwlagen en een kap. De nokhoogte van het gebouw bedraagt 12,0 en goothoogte is 7,6 meter. Het te bebouwen oppervlak op de kavel bedraagt 104 vierkante meter. Het gehele perceel heeft een oppervlakte van 151 vierkante meter..
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 6
Figuur 4. schets toekomstige situatie (bron: Architectenbureau Micha de Haas, 2020).
Bovenstaande figuur voorziet in een schets van de toekomstige situatie. De figuur lijkt gemêleerd, dit komt door de weergave van het render programma, waarin de 'materiaal mapping' programma een patroon genereert. Dorpsvitrine Het huidige gebouw De Smidse is doorontwikkeld tot een woning die een ode brengt aan het verleden, maar is nu niet meer toegankelijk voor het algemeen publiek. Om het historische belang van de plek toch zichtbaar te maken, is er behoefte aan een cultuurhistorische ‘dorpsvitrine’ naast de Oude Smidse. Zo ervaren voorbijgangers toch de betekenis van dit gebouw in Diemen. Het betreft een interactieve dorpsvitrine, te realiseren in de nieuwbouw en onlosmakelijk verbonden aan het cultuurhistorische pand uit 1749. De dorpsvitrine heeft als doel om de buurt en de bewoners van Diemen te herinneren aan de functie van een van de oudste gebouwen in Diemen (de oude Smidse) en in bredere zin de (cultuur-)historie van geheel Diemen. Dit wordt bewerkstelligd door gebruik te maken van Emotion Design, waarbinnen feiten, betekenis, emotie en het ‘hoe’ bij elkaar worden gebracht. De dorpsvitrine is een prikkelende collage van objecten uit de Oude Smidse en de Historische Kring Diemen. De voorwerpen zijn geclusterd over vijf vaste themavakken uit de Canon van Diemen en een wisselvenster. Samen geven deze vensters een blik op het verleden. Maar de dorpsvitrine is meer.
Door de QR-code te scannen, verschijnen er oude foto’s, prenten, kaarten en archieffilms over Diemen. Zo ontdek je hoe deze moderne gemeente gesmeed is uit het verleden. De dorpsvitrine is daarom te definiëren als de poort tot de geschiedenis van Diemen. De vijf themavakken uit de Canon van Diemen zijn: • 1600-1900 Naar Diemerbrug aan de trekvaarten: Diemen als centrum van transport en logistiek. • 1600-1970 Boeren in Diemen: de Diemenaar als boer. • 1880-1930 Made in Diemen: van ambacht tot fabriek. • 1940-1945 Diemens oorlog: Diemen en de tweede wereldoorlog. • 1970 Suburbanisatie: de groei van Diemen.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 7
Voor elk themavak zullen bijpassend objecten geplaatst worden, zoals hoeven, wielen en gereedschap. Om het wisselvenster aan te vullen met nieuwe objecten en zo nodig het licht in de vitrine te vervangen, zal er een deur in de dorpsvitrine worden geplaatst. Dit deurtje kan door middel van kleur weggewerkt worden, zodat de aandacht van de bezoekers bij de opstelling van de objecten blijft. Op deze manier kunnen Gemeente Diemen en de Historische Kring Diemen het wisselvenster telkens aanvullen met andere objecten, om zo een nieuwe, tijdelijke tentoonstelling te creëren en de veranderende identiteit van Diemen te belichten. De ‘vitrine’ wordt geplaatst in het tussenlint van de nieuwbouw aan de zijde van de Smidse. De afmetingen van de vitrine zijn als volgt hoogte: 3,163, breedte 1,785 en diepte 1,229.
GELDEND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied geldt het bestemmingsplan “Centrum”. Dit plan is op 27 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Diemen. De projectlocatie heeft de bestemming ‘Wonen - 1’, met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Ter plaatse van de beoogde nieuwbouw zijn geen hoofdgebouwen toegestaan (er is geen bouwvlak). Op deze gronden mogen ten behoeve van de woonbestemming alleen aan-en uitbouwen worden gebouwd (zie art 22). Figuur 5 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief. Figuur 5. uitsnede bestemmingsplankaart (bron: QGIS, eigen bewerking).
CENTRUM Artikel 22 – Wonen 1
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 8
22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
woningen; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' woningen in de vorm van gestapelde woningen; ter plaatse van de aanduiding 'garage' uitsluitend voor garageboxen; ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' op de begane grond uitsluitend voor garages en bergingen; ter plaatse van de aanduiding ' parkeergarage' tevens voor een parkeergarage; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - berging' uitsluitend voor een berging; ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' uitsluitend voor een onderdoorgang;
met daaraan ondergeschikt: h.
aan huis gebonden beroep of bedrijf;
met daarbij behorende: i. j. k. l.
erven en tuinen; kleinschalige windturbines; toegangswegen- en paden; parkeervoorzieningen op eigen terrein.
22.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; de bouwhoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' op de verbeelding is aangegeven. de goot- en bouwhoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' op de verbeelding is aangegeven. de bouwhoogte van ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Artikel 25 – Waarde – Archeologie 1 25.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Voor zover de dubbelbestemmingen onderling geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van Artikel 28 Waterstaat - Waterkering; 2. in de tweede plaats de bepalingen van Artikel 25 Waarde - Archeologie 1; 3. in de derde plaats de bepalingen van Artikel 27 Waarde - Cultuurhistorie. 25.2 Bouwregels 25.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a.
de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden tot ten hoogste 50 m² en het bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil wordt geplaatst; 2. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is.
25.2.2 Omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Artikel 27 – Waarde – Cultuurhistorie 27.1 Bestemmingsomschrijving
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 9
a. b.
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de beeldbepalende wand; Voor zover de dubbelbestemmingen onderling geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van Artikel 25 Waarde - Archeologie 1; 2. in de eerste plaats de bepalingen van Artikel 26 Waarde - Archeologie 2; 3. in de tweede plaats de bepalingen van Artikel 27 Waarde - Cultuurhistorie.
27.2 Bouwregels Op de in lid 27.1 bedoelde gronden mag worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: a.
bouwen op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan mits: 1. de verandering en/of vergroting niet zichtbaar is vanaf het openbaar gebied; 2. de bestaande nokrichting gehandhaafd blijft.
27.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in lid 27.2 een omgevingsvergunning verlenen voor bouwwerken overeenkomstig de bouwregels van de andere voorkomende bestemmingen, indien de cultuurhistorische waarden hierdoor niet onevenredig aangetast wordt of kan worden. Alvorens het bevoegd gezag omgevingsvergunning verleend dient cultuurhistorisch advies gevraagd te worden. 27.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van onderzoek, dat blijkt dat: 1. ter plaatse geen cultuurhistorische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van cultuurhistorische waarden voorziet. b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' uit te breiden indien er op basis van onderzoek is gebleken dat het noodzakelijk is deze aanwezige cultuurhistorische waarden te beschermen.
Toets aan bestemmingsplan De ontwikkeling van drie appartementen binnen het plangebied is op drie onderdelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De strijdigheid is gelegen in het ontbreken van een bouwvlak, waardoor er binnen het plangebied geen hoofdgebouwen zijn toegestaan (artikel 22.2.1 a). Op deze gronden mogen ten behoeve van de woonbestemming alleen aan-en uitbouwen mogen worden gebouwd (zie art 22). Tevens is er door het ontbreken van het bouwvlak geen maximale goot- en bouwhoogte aangeduid binnen het plangebied. Daarnaast is binnen de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’ een verbod tot bouwen opgenomen. Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’. Ook is er sprake van strijdigheid met de activiteit bouwen omdat er geen hoofdgebouwen zijn toegestaan op de planlocatie. Van de kruimelgevallenregeling kan geen gebruik worden gemaakt, omdat de kruimelgevallenregeling geheel niet voorziet in de bouw van nieuwe woningen. Daarnaast is binnenplans afwijken ook niet mogelijk, omdat er in artikel 22 ‘Wonen – 1’ geen afwijkingsmogelijkheid of wijzigingsbevoegdheid is opgenomen.
Ook is in artikel 33 ‘Algemene afwijkingsregels’ en artikel 34 ‘Algemene wijzigingsregels’ zijn geen afwijkingsregels of wijzigingsregels opgenomen die betrekking hebben op de realisatie van drie hoofdgebouwen buiten of zonder een bouwvlak. Paragraaf 4.3 beschrijft de relatie tussen het plangebied en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 10
3
RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, vastgesteld 13 maart 2012) is een structuurvisie van het Rijk, waarin zij ambities schetst voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. De SVIR bundelt alle infrastructurele en ruimtelijke onderwerpen in één structuurvisie voor Nederland. Met de SVIR is een nieuwe weg ingeslagen, waarbij het Rijk in de eerste plaats verantwoordelijkheden over heeft gedragen aan provincies, gemeenten en waterschappen. Op die manier is de decentralisatie ingezet en brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat. Het Rijk zit daarmee zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel. 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling Door te kiezen voor de selectieve inzet van het Rijksbeleid op 13 nationale belangen, krijgt de overheid de ruimte om haar hoofddoelstelling na te streven: Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig.
Die nationale belangen betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Verder blijft het Rijk uiteraard verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Het gaat om het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 3.1.1.2 Conclusie Geen van de dertien nationale belangen worden geraakt met voorliggend project. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. 3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn op het realiseren van woningen binnen de bestemming ‘Wonen - 1’. 3.1.2.2 Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 11
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 3.1.3.1 Relatie tot ontwikkeling De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. 3.1.3.2 Conclusie Het Bro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het ‘waarom’ en ten dele over het ‘wat’. Onder de hoofdambitie, ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving.
Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio’s, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. 3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling In de eerste fase van de omgevingsvisie, zijn verkenningen uitgevoerd. Deze verkenningen maken nu onderdeel uit van de omgevingsvisie. In de Verkenningen NH2050 zijn acht hoofdthema's van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd. Een van deze acht hoofdthema's is verstedelijking. Hierin wordt aangegeven dat de woningbehoefte voor Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid in de toekomst nog steeds toeneemt. De prognoses laten ook in lage scenario's nog groei zien in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ook in Noord-Holland Noord is er een groei vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, waarbij een deel van Noord-Holland Noord langzamerhand meer in beeld komt bij woningzoekenden in het zuidelijk deel van de provincie. Migratie, vooral van expats, heeft in toenemende mate invloed op de woningbehoefte.
Tegelijkertijd is er steeds meer structureel leegstaand vastgoed en kunnen er leefbaarheidsproblemen in verouderde nieuwbouwwijken ontstaan. De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. De ambitie ten aanzien van woningbouw is dat vraag en aanbod van woon- en werklocatie, zowel kwantitatief als kwalitatief, beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 12
de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. 3.2.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de voornoemde ambitie van de provincie om woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen. De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en er wordt voorzien in zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte, zoals ook zal blijken uit de beleidstoets in de navolgende paragrafen.
Omgevingsverordening NH2020 In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. 3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling De provincie Noord-Holland heeft een interactieve kaart ontworpen, behorend tot de Omgevingsverordening. Het plangebied kent twee raakvlakken in deze interactieve kaart, namelijk Grondgebied Provincie NoordHolland, Bodemsanering, Peilbesluit en Regionale verdringingsreeks Amstel, Gooi en Vecht. In afdeling 4.3 en 7.6 van de Omgevingsverordening wordt nader in gegaan op bodemsanering. In onderhavige toelichting wordt in paragraaf 4.6 nader in gegaan op het aspect bodem. Het aspect water wordt behandeld in paragraaf 4.14. Het plangebied kent geen raakvlakken met andere afdelingen en artikel uit de omgevingsverordening.
3.2.2.2 Conclusie Aan de regels zoals opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020 wordt, voor zover relevant in het kader van voorliggende ontwikkeling, voldaan.
Provinciale Woonvisie 2010 – 2020 De provincie heeft op 25 mei 2010 de woonvisie 'Goed wonen in Noord-Holland' vastgesteld. De woonvisie beschrijft drie speerpunten: 1. Afstemming vraag en aanbod; 2. Voorzieningen in de woonomgeving; 3. Duurzaamheid en transformatie. De provinciale woonvisie komt voort uit de provinciale structuurvisie (welke inmiddels is vervangen door de Omgevingsvisie). Op basis van de woonvisie wil de provincie Noord-Holland samen met de gemeenten en corporaties en andere woonpartners afspraken maken over de aantallen en het soort woningen dat moet worden gerealiseerd. Deze afspraken zijn vastgelegd in bestuurlijke overeenkomsten, in de vorm van Regionale Actieprogramma's (RAP's). De RAP's Wonen geven hiermee uitvoering aan de Provinciale Woonvisie 2010-2020 'Goed Wonen in Noord-Holland'. Voor de projectlocatie is het RAP Kop van NoordHolland van toepassing. 3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling Uit de woonvisie blijkt dat de realisatie van nieuwe woningen goed moet aansluiten bij de behoefte daarvan. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking zal de behoefte aan nieuwe koopwoningen binnen het middensegment in Diemen worden aangetoond. Uit de Provinciale Woonvisie kan worden afgeleid dat in het zuidelijk deel van de provincie de groei van de bevolking in de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen en Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 13
zal blijven groeien. De bevolking is vooral in de stedelijke centra ook veel jonger dan in de rest van de provincie. De behoefte aan nieuwe woningen in Diemen zal verder aanbod komen binnen paragraaf 3.3 en paragraaf 3.4. 3.2.3.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de voornoemde ambities uit de Provinciale Woonvisie.
Prognose 2017 - 2040: concentratie in steden Noord-Holland kent momenteel een hoge bevolkingsgroei door een combinatie van buitenlandse migratie, natuurlijke aanwas en de komst van inwoners uit de rest van Nederland. In vergelijking met de vorige prognose uit 2015 is vooral de buitenlandse migratie toegenomen, deels door asielmigratie maar ook vanwege werk en studie komen veel mensen uit het buitenland naar Noord-Holland. Om inzicht te krijgen in demografische ontwikkelingen maakt de Provincie Noord-Holland periodiek een bevolkingsprognose. De prognose geeft een beeld van de verwachte bevolkingsontwikkeling en beschrijft op gemeente- en regioniveau de huishoudensvorming, groei van de woningbehoefte en de veranderingen die plaatsvinden binnen de leeftijdssamenstelling. Daarnaast vormt de prognose de basis voor het aantonen van nut en noodzaak bij nieuwe woningbouwplannen. Woningbehoefte provincie Noord-Holland Tot 2040 neemt de bevolking in Noord-Holland naar verwachting toe met 378.000 inwoners tot bijna 3,2 miljoen. Dit leidt in de periode 2017-2040 tot een groei van 213.000 huishoudens en een gewenste groei van de woningvoorraad van ongeveer 212.000 woningen. De bevolking groeit met 13% ten opzichte van 2017, de groei van de woningbehoefte en het aantal huishoudens ligt rond de 16%. Het grootste deel van de groei zit in Noord-Holland Zuid.
In de periode 2017-2040 neemt de woningbehoefte in Noord-Holland dus toe met 212.000 woningen, 23.300 in Noord-Holland Noord en 188.700 in Noord-Holland Zuid. Diemen behoort tot de regio Noord-Holland Zuid. In Noord-Holland Noord zit de groei bijna volledig in de periode tot 2030, hierna is de groei beperkt. In de Kop van Noord-Holland daalt in de periode 2030-2040 de woningbehoefte met 1.500 woningen. Voor de regionale woningbouwprogrammering is dit een belangrijk aandachtspunt. In Noord-Holland Zuid groeit ook na 2030 de woningbehoefte nog flink. Toch zit ook hier in de eerste twintig jaar de grootste groei. De uitbreidingsbehoefte bestaat niet volledig uit nieuwbouw. Ook door transformatie worden woningen toegevoegd, de zogenaamde overige toevoegingen. Dit zijn woningen toegevoegd door bijvoorbeeld splitsing, verbouw of verandering van gebruiksfunctie. De feitelijke nieuwbouwbehoefte wordt daarmee bepaald door uitbreidingsbehoefte min transformatie plus sloop.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 14
Figuur 6. ontwikkeling woningbehoefte in Noord-Holland (bron: prognose 2017 – 2040)
De tabel in figuur 6 geeft voor de periode 2017-2040 hiervoor de kwantitatieve basis zoals die voortkomt uit deze prognose. Regio’s kunnen deze tabel gebruiken bij het opstellen van hun regionale actieprogramma’s. Voor de provincie vormen ze, tot het uitkomen van de nieuwe prognose, het uitgangspunt voor het beoordelen van nut en noodzaak van nieuwe woningbouwontwikkelingen. Figuur 7. ontwikkeling woningbehoefte t.o.v. 2017 (bron: prognose 2017 – 2040)
3.2.4.1 Relatie tot ontwikkeling Op basis van de prognose blijkt dat voor de periode van 2017 tot 2040 binnen de regio Noord-Holland Zuid en specifiek gezien binnen de gemeente Diemen, behoefte bestaat aan nieuwe woningen. 3.2.4.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de prognose 2017 – 2040 van de provincie Noord-Holland.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 15
REGIONAAL BELEID Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 – 2020 De provincie Noord-Holland vraagt vanuit haar rol als woningmarktregisseur alle regio's in de provincie een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen. Het gebied van de Stadsregio Amsterdam is als RAPregio aangewezen. De drie deelregio's Amsterdam, Zaanstreek-Waterland en Amstel-Meerlanden vormen gezamenlijk een RAP-regio. Doel van het RAP is regionale afstemming over woningbouwprogrammering, zodat vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Het maken van een RAP is verankerd in de Provinciale verordening. Het RAP moet handvatten bieden voor bestemmingsplannen om aan de verplichte motivering uit het Besluit Ruimtelijke ordening (Bro) te voldoen, oftewel de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Voor Amstelland-Meerlanden, waartoe Diemen behoort, en Zaanstreek-Waterland zijn voor wat betreft de kwalitatieve woningbehoefte de volgende conclusies getrokken: • • •
tekorten in vrijwel alle marktsegmenten; met name tekort aan betaalbare huurwoningen en koopwoningen in het middeldure en betaalbare segment; een iets groter aanbod stedelijke appartementen en dure huurwoningen dan vraag.
Voor wat betreft de kwantitatieve behoefte, wordt geconcludeerd dat een tekort bestaat aan 'harde' plannen. Er bestaat noodzaak tot het vaststellen van definitieve plannen. Figuur 8. woningbehoefte vs. plancapaciteit in de drie marktregio's (bron: RAP Stadsregio Amsterdam).
3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling Het voorgenomen initiatief draagt bij aan harde plancapaciteit waaraan een tekort is binnen de regio Amstelland-Meerlanden. Daarnaast is er een tekort aan woningen binnen alle marktsegmenten, maar met name binnen het middensegment. Het realiseren van drie koopwoningen binnen het middensegment is daarom wenselijk. 3.3.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de kwalitatieve en kwantitatieve behoeftes uit het RAP.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 16
GEMEENTELIJK BELEID Structuurvisie Diemen In de structuurvisie (27 januari 2011 vastgesteld) van de gemeente Diemen wordt een visie gegeven op hoe de gemeente zich de komende tien tot dertig jaar wil ontwikkelen. De Structuurvisie gaat uit van een zevental opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Het versterken van het bestaand stedelijk gebied; Het gebruik van het (regionaal) groen intensiveren; Faciliteren en benutten van de (regionale) bereikbaarheid; Bevorderen van het openbaar vervoer; Diemen in 2040 duurzaam en energieneutraal; Het bedrijfsleven en bedrijvigheid aan huis koesteren; Het behoud van cultuurhistorische plekken.
Sterke wijken Binnen het bestaand stedelijk gebied zal de nadruk liggen op het versterken van de functionele en ruimtelijke structuur van de wijken, met aandacht voor de eigenheid en diversiteit van de verschillende wijken, met goede wijkvoorzieningen. Er wordt geïnvesteerd in leefbare en vitale wijken, met aandacht voor de huisvesting van gezinnen, starters en senioren. Hierbij wordt ingezet op betaalbaar wonen met een hoge kwaliteit. Er dient op twee fronten een kwaliteitsslag te worden gemaakt binnen de bestaande woningvoorraad. De voorraad moet energiezuiniger zijn en meer wooncomfort bieden, zonder dat dit ten koste gaat van de betaalbaarheid van het wonen. Voor nieuwbouw is in het centrum van Diemen, waar de projectlocatie is gelegen, weinig ruimte. Daarom wordt op deze plek vooral ingezet op herontwikkeling. Figuur 9. Uitsnede Plankaart Structuurvisie Diemen
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 17
3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling In de Structuurvisie (2011) wordt de Ouddiemerlaan beschreven als een belangrijke verbinding tussen noord en zuid, oftewel de ruggengraad van Diemen. Daarnaast is het ook een belangrijke historische structuurlijn en verkeersroute. Ook geeft de structuurvisie het belang van het behoud van enkele cultuurhistorisch objecten weer, waaronder de Smidse. De plankaart uit figuur 8 maakt inzichtelijk dat het plangebied zich binnen bestaand stedelijk gebied in het centrum van Diemen bevindt en tevens direct aan de noord-zuid as grenst. In Diemen Centrum is de ruimtelijke en sociale opbouw divers. Het woonmilieu is als kleinstedelijk te typeren (laagbouw, gestapeld en hoogbouw). Terwijl in het verleden een trend van vergrijzing werd waargenomen, neemt inmiddels het percentage jongeren in het centrum weer toe. Het inspelen op de veranderende woningmarkt en de kwaliteit van de woningen vraagt de nodige aandacht bij ontwikkelingen. 3.4.1.2 Conclusie Het realiseren van drie gestapelde woningen binnen het centrum van Diemen sluit aan bij het daar heersende kleinstedelijke woonmilieu.
Woonvisie Diemen 2018-2023 Diemen draagt op dit moment stevig bij aan de grote woningbouwopgave in de regio. Veel mensen willen in of nabij Amsterdam wonen. Diemen is dan een aantrekkelijk alternatief: dichtbij Amsterdam, goed bereikbaar en met een prettige mix tussen groot- en kleinschalige voorzieningen. De gedachte van Daarom Diemen komt duidelijk tot uitdrukking als het gaat om wonen. Er zijn veel redenen om in Diemen te gaan wonen en te blijven wonen. Nieuwbouwwoningen worden dan ook in mum van tijd verkocht of verhuurd. Bestaande woningen hebben ook maar weinig dagen nodig om verkocht te worden. Groei De gemeente Diemen groeit. Een groei die sterk samenhangt met de flinke productie van woningen in de gemeente. Een groei die zich ook sneller ontwikkelt dan enkele jaren geleden werd gedacht. Op 1 januari 2018 was het inwoneraantal de 28.000 personen reeds gepasseerd. De verwachting is dat dit aantal tot en met 2023 oploopt tot bijna 35.000 inwoners. De groei stelt de gemeente voor een aantal uitdagingen, maar schept ook kansen. Deze zijn op hoofdlijnen uitgewerkt in de Nota integrale visie op de groei van Diemen 2017-2025. In deze Woonvisie zal een nadere uitwerking van de groei in relatie tot wonen worden gegeven. Pijlers Voor de inhoud van een woonvisie moeten daarom keuzes gemaakt worden in de onderwerpen die Diemen wilt belichten.
De gemeente Diemen heeft dit gedaan door een viertal pijlers te benoemen die – mede gezien de ontwikkelingen en uitdagingen waar de gemeente voor gesteld staan – de visie op wonen in Diemen dragen. De volgende pijlers worden nader toegelicht in de Woonvisie: Pijler 1 - Sterke wijken; Pijler 2 - Betaalbaarheid en beschikbaarheid van woonruimte; Pijler 3 - Wonen met zorg en welzijn; Pijler 4 - Duurzaamheid. Pijler 1 en pijler 2 zijn met name relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder nader toegelicht. Pijler 4 komt nader aan bod in paragraaf 5.11. Pijler 1: sterke wijken Een sterke wijk zorgt voor een goede kwaliteit van wonen. Goed wonen vraagt ten eerste om woningen in een goede staat en gesitueerd in een goed onderhouden woonomgeving. Ten tweede is de verscheidenheid aan mensen en woonmilieus van belang. Zowel rijk en arm als jong en oud leven in Diemen samen met elkaar. Ten derde is het van belang dat elke wijk goede voorzieningen heeft. Bedreigingen voor de kwaliteit van Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 18
wonen zijn er echter ook. De bebouwing binnen de gemeente is intensief, waardoor mensen soms dicht op elkaar wonen. Overlast door zaken als overbewoning, geluid, vervuiling en parkeerdruk ontstaat daardoor snel. Inspanningen van bewoners zelf zijn dan ook onontbeerlijk, naast alles wat de gemeente daarvoor in het werk stelt. Pijler 2: betaalbaarheid en beschikbaarheid van woonruimte De woningmarkt is in korte tijd niet alleen uit het dal geklommen. Er is zelfs sprake van een overspannen woningmarkt, waardoor de prijzen voor woonruimte hierdoor fors zijn toegenomen. De betaalbaarheid van woonruimte staat daardoor met name voor lagere- en middeninkomens onder druk. Daarnaast neemt ook de beschikbaarheid van woonruimtes af. Zeker in de sociale huurvoorraad is de doorstroming laag, omdat een vervolgstap naar een koopwoning of vrije sectorhuurwoning niet haalbaar is. De woningvoorraad komt zodoende op slot te zitten en veel woningzoekenden ondervinden de problemen daarvan. Naast de vier pijlers waarin de voornaamste onderwerpen van de woonvisie worden uitgewerkt, is er een zestal onderwerpen waaraan in de Woonvisie tevens aandacht aan wordt besteed: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
studentenhuisvesting; woningbouwprogrammering; regionale samenwerking; prestatieafspraken met corporaties; de huisvestingsverordening: woonruimteverdeling en beheer woonruimtevoorraad; aanpak woonfraude.
3.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling Voorliggend plan maakt de realisatie van drie koopappartementen binnen het middensegment mogelijk. Uit het RAP bleek eerder al dat er met name behoefte is aan woningen binnen het middensegment, waardoor de voorgenomen ontwikkeling aansluit op pijler 2. Door het realiseren van kwalitatief goede woningen, draagt de voorgenomen ontwikkeling tevens bij aan het realiseren sterke wijken (pijler 1). 3.4.2.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Woonvisie Diemen 2018-2023.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 19
4
OMGEVINGSASPECTEN STEDENBOUWKUNDIGE MOTIVERING Het gebouw komt op het perceel met de kadastrale gegevens sectie F, nummer 2429, direct naast De Smidse op de Ouddiemerlaan 19 te Diemen. Hiervoor zijn door de stedenbouwkundige van de gemeente Diemen stedenbouwkundige Randvoorwaarden (d.d. 20-06-2018) opgesteld. De volgende alinea’s zijn voor een groot deel gebaseerd op de omschrijvingen uit dit document. De Ouddiemerlaan is het historisch lint van Diemen. De straat wordt gekenmerkt door de vele verschillende volumes en bouwstijlen. Ouddiemerlaan 19 is het oudste pand in Diemen (1749) en heeft daarom zeer bijzondere historische waarde voor Diemen. Het naastgelegen perceel (voorheen een soort schuur in vorm en volume gelijkwaardig aan De Smidse, zie historische foto’s verderop) willen de initiatiefnemers gebruiken om te herontwikkelen. Diversiteit in hoogte en uitvoering zijn een kenmerk van de bebouwing aan de Ouddiemerlaan. Zo zijn er diverse dakvorm aanwezig, verschillende materialen en zeer uiteenlopende architectuurstijlen en bouwperiodes. Ook de rooilijn van de gebouwen is niet overal consequent. Zo is er, juist ter plaatse van De Smidse, een verspringing in de rooilijn, waardoor het monument nog verder in het oog springt.
De gevelwand ter hoogte van De Smidse vertoont, zoals de rest van de straat, grote diversiteit, maar is kenmerkend door een vrij kleine korrel, per perceel. Het te bebouwen perceel vormt de enige onderbreking van deze gevelwand. Aan de andere kant van de straat wordt de gevelwand gevormd door één (hedendaags) gebouw. Zowel de stedenbouwkundige varianten, als het ingediend ontwerp gaan uit van het helen van de straatwand met een vergelijkbare kleine korrel. Verder zijn er enkele voorwaarden opgenomen en opgevolgd ten opzichte van de voetprint, de hoogte, de kapvorm en de relatie met het achterterrein. Speciale aandacht wordt geschonken aan de verbinding met De Smidse. Hier wordt de gevelwand doorgezet, zei het in een ondergeschikte vorm aan zowel de nieuwbouw als De Smidse. Het tussen-lid wordt bovendien gebruikt als interactieve informatiepunt over de geschiedenis van De Smidse en Diemen.
MOTIVERING BEHOEFTE / LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 20
Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: • •
Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Artikel 3.1.6 van het Bro: •
Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van drie woningen en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, niet worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, dient de behoefte aan de ontwikkeling niet aangetoond te worden. Daarnaast blijft het nut en de noodzaak met het oog op een goede ruimtelijke ordening van belang. Voor de projectlocatie geldt dat het gaat om de realisatie van drie koopwoningen in het middensegment. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer een ruimtelijk plan voorziet in niet meer dan elf woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt (bron: uitspraak 201608869/1/R3, kenmerk: ECLI:NL:RVS:2017:1724). Voor de projectlocatie geldt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het betreft het realiseren van drie extra woningen. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden gemotiveerd.
Daarnaast is in de vorige paragrafen reeds naar voren gekomen dat er binnen de provincie Noord-Holland, de Stadsregio Amsterdam en de gemeente Diemen behoefte is aan nieuwe woningen, met name in het middensegment. De koopwoningen worden gerealiseerd voor de vrije sector, waarbij zelfbewoning het uitgangspunt is. Het verkopen van de woningen aan een belegger voor de verhuur is niet het doel, tenzij de verkoop na zes maanden niet is gelukt. De prijzen van de woningen kunnen nu nog niet worden bepaald vanwege de bedreigingen op de woningmarkt. De initiatiefnemer verwacht dat er volgend jaar een vertraging zichtbaar
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 21
wordt binnen de woningmarkt als gevolg van de coronacrisis. Door de enorme hoeveelheid geld die in de economie wordt gepompt, voorziet de initiatiefnemer komend jaar een stijgende rente.
Conclusie De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting 1 januari 2022 in werking treedt. Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken.
Relatie tot ontwikkeling Archeologie Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Centrum’ kent de projectlocatie een dubbelbestemming in het kader van archeologie, namelijk “Waarde – Archeologie 1”. Als gevolg van de dubbelbestemming dient bij bodemverstoring van een gebied met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,5 m onder het maaiveld een archeologisch onderzoek te worden overlegd. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van drie appartementen, welke een grondoppervlak van 104 m² beslaan. Tevens wordt er onder de woning een kelder gerealiseerd. De oppervlakte waar werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,5 m onder het maaiveld zal daarom meer dan 50 m² beslaan. De gemeente Diemen heeft een Archeologiekaart opgesteld, waarop de gebieden met archeologische waarden zijn weergegeven. Uit figuur 10 blijkt dat het plangebied zich bevindt binnen een gebied dat rekening dient te houden met archeologie. Volgens de gemeentelijke archeologiekaart bevindt zich in het plangebied een oorspronkelijke ontginningsas, de Ouddiemerlaan/Ouderkerklaan. Hierlangs kunnen in de ondergrond nog resten worden aangetroffen van ontginningsnederzettingen uit de middeleeuwen. Bij grondroerende werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden.
De aanduiding ‘Diem 12’ geeft aan dat ter plaatse rekening dient te worden gehouden met resten van de historische nederzetting Diemerbrug
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 22
Figuur 10. uitsnede archeologiekaart gemeente Diemen, plangebied groen omcirkeld.
Onderzoek Omdat het plangebied zich bevindt binnen een gebied met mogelijke archeologische waarden, is een bureauen inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase uitgevoerd door Bureau voor Archeologie. De rapportage van 18 september 2020 is terug te vinden in bijlage 3 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en de richtlijnen van de provincie Noord-Holland. Binnen het plangebied kunnen archeologische resten uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn, waaronder funderingen van een 17e-eeuws pand dat in het plangebied heeft gestaan. Onder de moderne verstoringen en het opgebrachte zand ligt een pakket amorf veen. De top van het veen ligt tussen 100 en 115 cm -mv (-180 en 217 cm NAP). Hierin kunnen resten aanwezig zijn uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De top van het ongeroerde veen ligt tussen 220 en 320 cm -mv (-300 en -426 cm NAP) en kan sporen bevatten van de oudste (laatmiddeleeuwse) bewoningsfase van het plangebied. Bij aanleg van de kelder zal de bodem tot circa 300 cm -mv worden uitgegraven. Hierbij kunnen archeologische resten worden vergraven.
Concluderend kunnen er in het plangebied archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn die gerelateerd zijn aan de historische bewoning van Diemen. De verstoring van archeologische waarden wordt als gevolg van de boogde ontwikkeling wordt verwacht. Om rekening te houden met deze mogelijk aanwezige archeologische resten dient een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden. Vanwege de gedeeltelijk bebouwde staat (overkapping) van het perceel, en de diepte van de aan te leggen proefput, is het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek lastig te realiseren. In dat geval is overwogen het onderzoek in de variant archeologische begeleiding uit te voeren. Een archeologisch proefsleuvenonderzoek, eventueel in de vorm van een begeleiding, moet worden uitgevoerd door een gecertificeerd archeologisch bedrijf aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Er is primair gekozen voor een proefsleuven onderzoek
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 23
voorafgaande aan de uitvoering van bouwwerkzaamheden (selectiebesluit conform Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie)” Programma van Eisen (PvE) Het Programma van Eisen (PvE) is in overleg de initiatiefnemer door Bureau voor Archeologie opgesteld volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en de provinciale en gemeentelijke richtlijnen die voor het plangebied gelden. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000. Het PvE is voorgelegd aan de bevoegde overheid ter goedkeuring. Opmerkingen vanuit het bevoegd gezag zijn reeds verwerkt door Bureau voor Archeologie. Het PvE is opnieuw aan het bevoegd gezag voorgelegd. Met het goedgekeurde PvE kunnen offertes worden opgevraagd bij een archeologische aannemer voor het uitvoeren van het proefsleuvenonderzoek. Bij het selecteren van een aannemer en de uitvoeringsbegeleiding van het onderzoek kan tevens Bureau voor Archeologie worden ingehuurd. Cultuurhistorie Diemen streeft naar het beschermen en versterken van haar cultuurhistorische waarden. Het geldend bestemmingsplan ‘Centrum’ heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ aan een betrekkelijk deel van de Ouddiemerlaan toegekend omdat zich binnen het plangebied een oorspronkelijke ontginningsas bevindt. Hierlangs kunnen in de ondergrond nog resten worden aangetroffen van ontginningsnederzettingen uit de middeleeuwen.
Daarnaast is de Smidse expliciet aangewezen binnen het geldend bestemmingsplan als gemeentelijke monument. De Smidse is een historisch waardevol pand, gebruikt als smederij vanaf 1749. Beleidsnota Cultuurhistorie Diemen De Beleidsnota Cultuurhistorie Diemen is in 2003 vastgesteld. Een belangrijk beleidsuitgangspunt dat in deze nota is vastgelegd is 'behoud door ontwikkeling'. Gewezen wordt op het belang van het benutten van bestaande cultuurhistorische waarden in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit kan in belangrijke mate bijdragen aan het behoud en de versterking van de identiteit van Diemen. Aanbevolen wordt daarom waar mogelijk cultureel erfgoed te gebruiken als inspiratiebron en meerwaarde voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Cultuurhistorie dient als volwaardig aspect betrokken te worden bij integrale beleidsadvisering over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het is wenselijk dit gedachtegoed op een verantwoorde wijze in te passen in lokale ruimtelijke processen door ze te inventariseren, visualiseren en te documenteren, en waar nodig instrumenten te ontwikkelen die deze waarde bescherming bieden of anderszins mee te werken aan de instandhouding.
Aanhakend op het beleidsuitgangspunt “Behoud door ontwikkeling” is namens aanvrager van de thans te beoordelen wabo-vergunning op 14 november 2017 de intentie uitgesproken om de gemeenteraad voor te stellen om een herontwikkeling met nieuwbouw op het aangrenzende perceel mogelijk te maken, waarbij de zorgvuldige restauratie en het blijvende behoud van De Oude Smidse leidend zijn. Van de zijde van de aanvrager is verklaard de smederij te restaureren en daarin in ieder geval het smidsevuur, de blaasbalg, de boomstronk met aambeeld, de deuren in de voor- en zijgevel , de machinerol en de originele trapopgang te worden behouden in een gerestaureerde situatie. Dit is reeds uitgevoerd en zal bij verkoop door verkoper aan opvolgende kopers middels een kettingbeding worden gewaarborgd. Tot behoud van het cultuurhistorische betekenis van de locatie is overeengekomen om een ruimte in de nieuwe locatie te reserveren voor een uitstalling/tentoonstellingsruimte. In de voorliggende plannen enhet ontwerp is hier in middels rekening mee gehouden De Smidse is het oudste pand aan de Ouddiemerlaan; dit object is van belang omdat het aangeeft hoe vroeger de bebouwingsschaal van Diemen was en door de nog compleet aanwezig inrichting. Door een nieuwe functie voor het pand te creëren kunnen de aanwezige waardevolle elementen bewaard en versterkt worden.
Door dus een nieuwe component toe te voegen ontstaat de meerwaarde. Gedacht kan worden aan het realiseren van een museum direct naast de Smidse.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 24
Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ Het plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’, zoals vastgelegd in artikel 27 van het geldend bestemmingsplan. Binnen deze dubbelbestemming is bouwen op grond van de onderliggende bestemming toegestaan mits de verandering en/of vergroting niet zichtbaar is vanaf het openbaar gebied en de bestaande nokrichting gehandhaafd blijft. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bovenstaande een omgevingsvergunning verlenen voor bouwwerken overeenkomstig de bouwregels van de andere voorkomende bestemmingen, indien de cultuurhistorische waarden hierdoor niet onevenredig aangetast wordt of kan worden. Ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van drie appartementen ten zuiden van de Smidse. De Smidse bevindt zich niet binnen het plangebied. Ten behoeven van de beoogde ontwikkeling kan de Smidse dan ook onaangetast blijven. Daarnaast zal middels de te realiseren vitrine meer aandacht onder de bewoners en toeristen komen over de cultuurhistorische waarden van Diemen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de voorwaarden betreffende de zichtbaarheid vanaf het openbaar gebied en de bestaande nokrichting niet haalbaar. Mogelijk verstoort de beoogde ontwikkeling de cultuurhistorische waarden van de Smidse.
Echter voorziet de realisatie van het dorpsvitrine in het herstel van deze verstoring en dus de cultuurhistorische waarden. De te realiseren vitrine verschaft informatie over de cultuurhistorische waarden van de Smidse. Momenteel bestaat het straatbeeld van het plangebied uit een zwarte, lage, houten schuur. Deze schuur biedt geen cultuurhistorische waarden aan de Smidse, ondanks de geldende dubbelbestemming. Door de realisatie van de vitrine binnen het plangebied wordt de cultuurhistorische waarde van de naastgelegen Smidse in het bijzonder ondersteund.
Conclusie Het aspect archeologie dient verder onderzocht te worden middels het opstellen van een Programma van Eisen en het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek. Het proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden conform het met de archeoloog conform KNA besproken selectieadvies. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. De dorpsvitrine is een noodzakelijke voorwaarde voor realisering bouwplan. De dorpsvitrine dient ter compensatie van de verstoring van de cultuurhistorische wand.
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Algemeen Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt. In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken.
Mees Ruimte & Milieu | 20254.04.RO
Pagina | 25
Tabel 1. richtafstanden bedrijven en milieuzonering
De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie kent de bestemming ‘Wonen - 1’. Omliggende bestemmingen betreffen overwegend ‘Wonen -1’, Gemengd 2, Gemengd 4, Gemengd 5, Verkeer en Tuin. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er sprake is van gemengd gebied. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich aan het aangrenzende perceel twee horecagelegenheden, namelijk een restaurant en een bar. Beide horecagelegenheden hebben een milieucategorie 1, met een richtafstand van 0 meter binnen een gemengd gebied. Aan de overkant van de Ouddiemerlaan bevinden zich een tandarts, mondhygiënist, kapper en audicien, welke ook op gepast afstand zijn gesitueerd. Daarnaast is er een airco aanwezig op het dak van het aangrenzende pand Ouddiemerlaan 15 en 17. In paragaaf 4.9 ‘Geluid’ wordt toegelicht waarom de te realiseren woningen geen hinder zullen ondervinden van deze airco-installatie.
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
BEZONNING Algemeen Er bestaat geen landelijke wet- of regelgeving met betrekking tot minimale bezonningsduur of beschaduwing. Wel bestaat de TNO norm met daarin eisen en randvoorwaarden aan de minimale bezonningsduur. Er is een lichte en strenge TNO norm. De TNO ‘lichte’ norm stelt dat moet worden voldaan aan tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag voor de periode 19 februari tot 21 oktober. De TNO ‘strenge’ norm stelt dat moet worden voldaan aan drie mogelijke bezonningsuren per dag voor de periode 21 januari tot en met 22 november. De TNO norm wordt getoetst op het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van de woonkamer.