Adviesrapport doordecentralisatie Amsterdam-Amstelland CQ Procesmanagement.docx
Tekst van het document
5.1.2 Naar objectief verdeelmodel De toekomstige verdeling van de kosten/budget over de regio is als volgt op basis van onderstaande maatstaven, zie Tabel 6. Deze zijn verkregen op basis van een regressieanalyse. Deze factoren lijken de verdeling van BW het beste te verklaren. Via de website van de rijksoverheid kan het rekenbestand met de inzichtelijk gemaakte effecten van het concept verdeelmodel en de overgangsregeling worden geraadpleegd, deze is ontwikkeld door het onderzoeksbureau AEF, zie Tabel 7 voor een weergave. Let op dit is nog een concept, waarin gerekend wordt met een Wlz uitname van ca €38 miljoen, in plaats van ca €57 miljoen . In mei 2022 wordt het definitieve verdeelmodel verwacht.
Tabel 6. Maatstaven voor toekomstige verdeling regio. Maatstaf
Hoge zorgkosten Aantal EPA-patiënten Oppervlakte land Regionale centrumfunctie Vast bedrag
Verdeeld 10% 50% 8% 24% 8%
24
Tabel 7. Concept verdeelmodel o.b.v. een fasering van tien jaar voor de regio Amsterdam-Amstelland8 Gemeentelijk budget Jaar Uithoorn OuderAmstel 2021 €€2022 €€2023 €154.555 €91.790 2024 €508.465 €301.978 2025 €802.876 €476.828 2026 €1.047.832 €622.308 2027 €1.251.681 €743.374 2028 €1.421.363 €844.148 2029 €1.562.646 €928.056 2030 €1.680.323 €997.944 2031 €1.701.787 €1.010.692 2032 €1.703.238 €1.011.553
Diemen
Aalsmeer
Amstelveen
Amsterdam
€€€193.348 €636.091 €1.004.400 €1.310.840 €1.565.856 €1.778.129 €1.954.874 €2.102.088 €2.128.940 €2.130.755
€€€136.941 €450.517 €711.375 €928.415 €1.109.032 €1.259.376 €1.384.557 €1.488.823 €1.507.841 €1.509.126
€€€598.757 €1.969.835 €3.110.408 €4.059.387 €4.849.115 €5.506.477 €6.053.817 €6.509.708 €6.592.863 €6.598.482
€€€9.428.282 €31.017.863 €48.977.806 €63.920.834 €76.356.239 €86.707.337 €95.325.983 €102.504.636 €103.814.035 €103.902.509
Regionaal budget Jaar Historisch Regionaal 2021 €114.913.468 2022 €115.857.180 2023 €105.356.456 2024 € 81.174.883 2025 € 61.075.443 2026 € 44.369.025 2027 € 30.482.846 2028 € 18.940.818 2029 € 9.347.219 2030 € 1.373.133 2031 €2032 €-
Objectief
totaalbudget
€€€10.603.672 €34.884.749 €55.083.693 €71.889.615 €85.875.298 €97.516.830 €107.209.932 €115.283.523 €116.756.159 €116.855.663
€114.913.468 €115.857.180 €115.960.128 €116.059.632 €116.159.136 €116.258.640 €116.358.144 €116.457.648 €116.557.152 €116.656.656 €116.756.159 €116.855.663
5.1.3 Kosten BW/MO plekken Vanaf 1 januari 2023 zijn gemeenten verantwoordelijk voor elke nieuwe vraag naar BW van eigen inwoners. Budgettair heeft dit impact op drie gebieden: -
Gebruik van beschermd wonen Uitvoeren van taken in het proces (inkoop, toegang) Randvoorwaarden (onder meer beleid)
5.1.3.1 Gebruik van beschermd wonen Het budget benodigd voor het gebruik van beschermd wonen hangt samen met de volgende onderwerpen: • • • •
Het aantal nieuwe cliënten dat gebruik wil maken van beschermd wonen De gemiddelde duur die men gebruikt maakt van beschermd wonen Het product waar men gebruik van maakt Het tarief behorend bij dit product
Aantal nieuwe cliënten dat gebruik wil maken van beschermd wonen We weten niet exact hoeveel mensen gebruik willen maken van beschermd wonen in de toekomst. Zoals eerder geschetst in paragraaf 3.1 kunnen we dit schatten op basis van de instroom vanuit het verleden. Het is alleen lastig de gegevens te vertalen naar instroom per herkomstgemeente aangezien de herkomstgemeente van cliënten pas sinds 2020 wordt vastgelegd. Een aantal analyses zijn weergegeven in bijlage 1. Hierin is een inschatting gemaakt op basis van het aantal beschikkingen (bron centrale toegang) en een inschatting op basis van onderzoek van KPMG. Wat dit betekent voor het aantal nieuwe clienten dat per herkomstgemeente verwacht gaat instromen is nog onduidelijk, dit moet in het vervolg worden uitgewerkt.
8 Brondata: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/02/02/uitwerking-overgangsregeling-integratie-uitkering-
beschermd-wonen gepubliceerd op 02-02-2021, geraadpleegd op 10-08-2021
25
Historische gegevens: Plaatje historische gegevens toevoegen. Een figuur van de historische gegevens is nog ontbrekend aangezien het resultaat van de analyse nog niet beschikbaar is. Figuur 1 Historische instroom nieuwe cliënten vanuit herkomstgemeente in Amsterdam-Amstelland
Vraag bij de historische instroom is in welke mate lokale toegangen vanuit de Amstelland regio’s bekend zijn met de cliënten die instromen en de mogelijkheid om eventueel lokaal de cliënt te kunnen ondersteunen.
5.2.
Scenario’s
Voor het bepalen van de scenario’s die zicht geven op het benodigd budget zijn een aantal variabelen relevant. Instroom van cliënten • •
• •
Hoe moet de instroom uit het verleden geduid worden, hoe gaan we om met de variatie? Impact van preventie: nu wordt bij een deel van de cliënten de lokale toegang niet ingezet, een deel van de mensen op de wachtlijst kennen we niet. o Mogelijk dat vanuit de lokale toegang tot andere oplossingen gekomen kan worden. (op casus niveau levert dit in andere regio’s goede resultaten. Vraag is of dit voor de regio tot minder instroom leidt) o Lang wachten zorgt er doorgaans niet voor dat de problemen van de cliënt kleiner worden. Hoe ziet de groei van de bevolking er de komende jaren uit? Kunnen we de bevolkingsgroei 1-op-1 vertalen in de instroomverwachting
Het onderstaande overzicht (Tabel 8) geeft het inwoneraantal per gemeente weer en daarmee het mogelijk (berekend) beroep op BV. Tabel 8. Aantal inwoners per gemeente, inclusief verhouding. Gemeente Uithoorn Ouder-Amstel Diemen Aalsmeer Amstelveen Amsterdam
Inwoneraantal 2021
Gewogen verdeling o.b.v. 2021
Inwoneraantal 2030
Totaal
30.206 14.125 31.334 31.991 90.829 873.338 1.071.823
3 1 3 3 8,5 81,5 100
•
Bron: opendata CBS StatLine datasets, geraadpleegd op 18-08-2021
31.100 18.900 34.100 32.000 98.800 969.100 1.184.000
Gewogen verdeling o.b.v. 2030
2,5 1,5 3 3 8 82 100
Duur van MO en BW De gemiddelde gebruiksduur van een MO traject is 1143 dagen op peildatum 30-06-2021. Het gaat om bijna 3000 cliënten in de eerst helft van 2021. De gemiddelde gebruiksduur van een BW traject is 1730 26
dagen op peildatum 30-06-2021. Het gaat om ruim 2500 cliënten in de eerst helft van 2021. 9 De trajectduur wordt berekend vanaf de eerste bekende startdatum van een cliënt tot de uitstroomdatum. Uitname van de Wlz zal zeer waarschijnlijk tot een lagere gemiddelde verblijfsduur van clienten in BW leiden. We weten niet exact wat de gemiddelde verblijfsduur is van BW en MO in onze regio. Hierbij staan nog een aantal vragen open: • Welke impact heeft de uitname Wlz op het gemiddeld gebruik? • Zijn er andere variabelen die impact hebben op gemiddelde duur (zoals bv. het beschikbaar hebben van een woonplek bij uitstroom)
Het product waar men gebruik van maakt Binnen BW en MO zijn er twee producten BT en BV. Op basis van deze twee producten zijn er ook verschillende voorspelbare situaties: •
•
•
Het algemene beeld is met name een verschuiving van BV naar BT en mogelijk van BT naar ambulant. Ervaring met Housing First geeft aanleiding dat dit een realistisch beeld is. In Amsterdam is er al flink ingezet op Housing First, vraag is of er nog groter deel naar BT kan? Hoe gaat de beschikbaarheid van met name BV eruitzien na uitname van Wlz in onze regio? Zit er een relatie tussen beschikbaar aanbod en vraag? Als er minder BV is, wordt dan vaker BT ingezet? Regionale afspraken blijven noodzakelijk voor de voorzieningen die op lokaal niveau niet rendabel zijn. Daarnaast zal de doordecentralisatie 10 jaar in beslag gaan nemen en zijn afspraken nodig om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hieronder wordt de verdeling van de kosten onder de gemeenten toegelicht.
Dit levert een beeld van de inzet van producten per herkomstgemeente op. Plaatje ontwikkeling gebruik 2020 – 2021 en generiek voor regio 2016-2021 / nog niet beschikbaar
Het tarief behorend bij dit product De tarieven worden in de inkoopprocedure door Amsterdam vastgesteld. Tarieven zijn vermeld in bijlage 1.
Benodigd budget gebruik van beschermd wonen Het benodigd budget voor het gebruik van beschermd wonen wordt gebaseerd op:
9 Op basis van KPMG bestand BI Team, Trajectus data. Als de uitstroomdatum onbekend is, wordt de datum 30-06-2021
genomen voor de berekening. Het onderzoek van KPMG gaat namelijk over H1 van 2021.
27
Aantal verwachte instroom x gemiddelde verwachte verblijfsduur x mix van producten x tarief per product = benodigd budget beschermd wonen. De ‘oude’ cliënten blijven budgettair onder de verantwoording van de centrumgemeente vallen.
Dit levert een beeld van de kosten BW en MO per herkomstgemeente op. Plaatje ontwikkeling verwachte benodigd budget periode 2022 – 2031 / nog niet beschikbaar
5.1.3.2 Uitvoeren van taken in het proces (inkoop, toegang) Naast de kosten voor het beschermd wonen zelf zijn er ook kosten gemoeid met het de uitvoer van beschermd wonen . De belangrijkste hierbij zijn: -
Inkoop Toegang Beleidscapaciteit
Inkoop Op dit moment wordt de inkoop voor Amsterdam-Amstelland verzorgd door de gemeente Amsterdam. Op het moment dat de individuele gemeenten zelf verantwoordelijk worden zal beleidskracht ingezet moeten worden in de voorbereiding en uitvoering van de inkoop alsmede het accounthouderschap met de aanbieders. Dit is een extra taak ten opzichte van de huidige situatie. Er is nog niet bekend om hoeveel extra inzet het gaat.
Toegang In de toegang is kennis en capaciteit nodig om de onderzoeksvraag van de cliënten met een vraag voor BW goed te kunnen beantwoorden. Op dit moment voert de toegang voor een deel van de cliënten dit onderzoek al uit waarna verwezen wordt naar de aanbieder die de cliënt gaat helpen en de regionale toegang. Op het moment dat dit zelf door de regiogemeenten wordt opgepakt zal dit extra inzet vragen van de lokale toegangen. Daarnaast is aanvullende expertise nodig die ingezet kan worden in het toegangsproces. Denk hierbij aan expertise op het gebied van GGZ, verslaving of bijvoorbeeld LVB. Aan de inzet van deze expertise zullen ook kosten zijn verbonden. Het is nog niet bekend om hoeveel extra inzet het gaat.
Beleidscapaciteit Naast de directe kosten voor beschermd wonen en de kosten behorend bij de uitvoering zijn er ook randvoorwaardelijke kosten. Denk hierbij aan de inzet van ambtenaren om beleid bij te houden en te
28
maken over beschermd wonen, de inzet in de afstemming met de overige regiogemeenten en Amsterdam-Amstelland en de inzet in het kader van de transformatie van beschermd wonen. Een deel van deze kosten zijn eenmalig (bv. extra inzet juristen, financials, projectleider), deze kunnen eventueel worden bekostigd uit transformatiemiddelen, op langere termijn zouden deze bekostigd kunnen worden uit het budget van beschermd wonen voor de gemeente. De extra kosten van de inzet van ambtenaren zijn niet bekend.
5.1.3.3 Transformatie Om de beweging naar het zo lokaal mogelijk ondersteunen van cliënten met een ondersteuningsvraag vorm te geven zullen in alle zes de gemeenten projecten moeten worden opgestart om deze nieuwe manier van ondersteunen te faciliteren. Denk hierbij aan het opzetten van nieuw aanbod in de regio (bv. Parentshouse, Onder de Pannen, etc.). Maar het kan hier ook gaan om het aanpassen van bestaande afspraken (bv. op het gebied van huisvestingsverordening, toepassen kostendelersnorm, faciliteren van inwonen, etc.) Het budget wat hiervoor nodig is, is op dit moment niet bekend. Het advies is dat de gemeente Amsterdam met alle regiogemeenten in gesprek gaat over het te verwachten aantal cliëntplekken en daarbij horende kosten. Dit moet inzicht geven of alle regiogemeenten voldoende middelen hebben om de doordecentralisatie uit te voeren en te bekostigen, zowel wat betreft ambtelijke kosten als extra voorzieningen. Er moet geïnventariseerd worden hoe groot de instroom van nieuwe cliëntcliënten is, en wat dit gaat kosten. Het is van belang om hier een begroting voor op te stellen, inclusief prognose voor over twee jaar (2023).
Hierin opnemen: - Verwachte instroom aan clienten en de hierbij horende kosten - Verwachte uitvoeringskosten (toegang, inkoop, beleid) - Budget voor transformatie De gemeente Haarlem heeft bijvoorbeeld een grove begroting opgesteld met aspecten als: uitvoeringskosten, zorg in natura (ZIN) beschermd verblijf, ZIN begeleid thuis, overbruggingszorg, buiten contract/opdrachtbrieven, persoonsgebonden budget (PGB), gekantelde (deel van de) dagbesteding, overige kosten (projectopdrachten, herstelacademie, frictiekosten/onvoorzien) en eigen bijdrage.
5.3.
Risico’s en Kansen
5.3.1. Risico’s budget en kosten Er zijn een aantal bewegingen die tegelijkertijd bij elkaar komen in de decentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Het gaat hierbij zowel om het decentraliseren van budget (van centrumgemeente naar alle gemeenten), tegelijkertijd wordt overgegaan van een historisch verdeel model naar een objectief verdeel model, in de context van de transformatie (de beweging naar thuis in de wijk) en de context van een overspannen woningmarkt. We kunnen op basis hiervan een aantal risico’s benoemen: •
Budget is mogelijk niet toereikend om kosten te dekken voor een individuele gemeente (vanaf het begin) • Objectief verdeelmodel past niet bij de uitvoering in de praktijk • MO budget past niet bij de uitvoering in de praktijk 29
Reguliere fluctuaties in gebruik • Er komen een gemiddeld aantal cliënten per jaar naar MOBW, in de praktijk zit er fluctuatie in deze instroom. Het ene jaar hoger, het andere jaar lager • Wijziging in gebruik • Er komen meer/minder cliënten dan verwacht • Cliënten verblijven langer/korter dan verwacht • Productmix valt anders uit dan verwacht • Tarieven zijn hoger/lager dan verwacht • Mismatch in tijd tussen beschikbaar budget en uitgaven • Snellere instroom van nieuwe cliënten dan opbouw beschikbaar budget objectief verdeelmodel • Cliënten zijn anders verdeeld over gemeenten in de regio dan gedacht • Omvang van cliënten in Amsterdam van buiten de regio, zonder duidelijk woonplaatsbeginsel, is groter dan gedacht De verwachting van de budgetten die vrij zullen komen per regio worden in mei 2022 bekend worden, waardoor het effect van de herverdeling niet compleet te voorspellen is. Daarnaast is de impact van de uitname Wlz ook een onzekerheid de komende jaren. •
5.3.2. Risicodeling en solidariteit Hoe gaan we in de toekomst om met de risico’s in het ingroeipad tot 2031? In Tabel 10 staan verschillende vormen van risicodeling en in welke mate hier spraken van is. Gedurende de 10-jarige transitie kunnen de wensen van de gemeenten in regio AmsterdamAmstelland veranderen en daarbij ook het gewenste risicoprofiel. De gemeenten lopen allemaal een financieel risico als het geschatte aantal cliënten hoger uitvalt dan berekend in het nieuwe verdeelmodel en de daarbij stapsgewijze uitkering van middelen. Dit zal met name voor grotere risico’s zorgen in de regiogemeenten, aangezien Amsterdam ongeveer 82% van de inwoners telt en daarbij automatisch ook het overgrote deel van het budget krijgt. Fluctuaties in instroom kunnen in dit geval beter worden gemanaged dan in de kleinere gemeenten met een laag budget en lage capaciteit aan geschikte arbeidskrachten en voorzieningen. Tabel 10. Vormen van risicodeling en de mate hiervan
Vormen van risicodeling10
Omschrijving
Profijtbeginsel
Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor het beheersen van de financiële risico’s. Er wordt betaald naar gebruik. Op basis van een verdeelsleutel draagt elke gemeente naar rato bij, dit kan na 2(?) jaar worden verrekend met het daadwerkelijke gebruik. Verschillende vormen van verzekeren: - Iedere gemeente reserveert x% voor risico’s. Wanneer daadwerkelijk gebruik x% hoger is dan o.b.v. de verdeelsleutel,
Verzekering en verrekening
Mate van risicodeling +
10 https://vng.nl/sites/default/files/publicaties/2015/20150608-regionale-risicoverevening.pdf
30
dragen de overige gemeenten al dan niet gedeeltelijk bij. - Andere gemeenten dragen alleen bij wanneer er sprake is van niet te beïnvloeden fluctuaties in volume. Alle gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het beheersen van de financiële risico’s. Zowel tekorten als overschotten worden evenredig verdeeld.
Volledige solidariteit
5.4.
++
Conclusie best passende scenario
Omdat er nog te veel onbekend is (verwachte aantallen instroom, objectief verdeelmodel, etc.) is het advies om de komende periode volledig solidair met elkaar te zijn. Dat wil zeggen het budget ‘teruggeven’ aan Amsterdam en afspraken maken over de uitvoeringskosten en transformatiebudget. Geadviseerd wordt om een uitwerking van de risico’s en beheersmaatregelen hiervoor op te nemen als actiepunt in het Regioplan.
5.5.
Fasering
Onderstaande Tabel 11 is een weergave van de fasering van de financiële afspraken. Tabel 11. Weergave fasering Financiën 2021
2022
2023-2024-2025
2026 en verder
• Budget voor MOBW zit bij de centrumgemeente Amsterdam • In regio Amstelland wordt geëxperimenteerd met woonplekken voor economisch daklozen. • Besluiten wat de kosten zijn voor uitvoering en transformatie • Verkennen wat nodig is aan lokale instrumenten
• Budget voor MOBW zit bij de centrumgemeente Amsterdam • Inzet transformatiemiddelen om indien gewenst lokale instrumenten ter voorkoming instroom in MOBW te bekostigen. • Opbouwen van capaciteit op toegang, inkoop, beleid
• Budget voor BW gedecentraliseerd vanwege landelijk beleid. Budget voor MO op basis van lokaal besluit. • Gedecentraliseerd budget BW ‘teruggeven’ aan Amsterdam, was al besloten voor BV • Bekostiging van toegang, inkoop, beleid. • Inzetten transformatiemiddelen.
• In 2023 evalueren op basis van de dan beschikbare informatie wat het gewenste scenario voor financiën vanaf 2026 is.
31
6. Inkoop In dit hoofdstuk wordt de Inkoop en het bijbehorende contractmanagement besproken. De huidige inkoop en contractmanagement is belegd bij de gemeente Amsterdam. Van 1 april 2021 tot 1 januari 2022 is er een overbruggingsovereenkomst voor BT en BV. Op dit moment is gemeente Amsterdam, in samenwerking met de regiogemeenten, gestart met een nieuwe aanbesteding die per 2022 ingaat. Er wordt ingezet op langdurige contracten, er is nog niet exact bekend op welke tussentijdse momenten contracten kunnen worden verlengd of beëindigd.
6.1.
Scenario’s
Er zijn drie verschillende toekomstige scenario’s mogelijk betreft de inkoop, die onderstaande figuur. Echter, er dient wel rekening gehouden te worden in de eerste jaren met de huidige aanbesteding die gemeente Amsterdam op dit moment aan het uitvoeren is. Dit betekent dat onderstaande scenario’s in Figuur 5 voor de langere termijn relevant zijn.
Figuur 5. Mogelijk scenario’s inkoop
Scenario I Gezamenlijk overeenkomsten sluiten Inkoop scenario kan toegepast worden als de regio staat voor een gezamenlijk aanbod BV en ook lokaal dezelfde producten/diensten wil contracteren. Gezamenlijk overeenkomsten sluiten kan op twee manieren: A. Eén overeenkomst voor alle gemeenten; en B. Elke individuele gemeente sluit een identieke overeenkomst af. Scenario II Gezamenlijke overeenkomst voor BV, lokale overeenkomsten voor BT Iedere gemeente voor zich is verantwoordelijk voor inzet BT, al het aanbod BV wordt gezamenlijk ingekocht voor de hele regio Amsterdam-Amstelland. Scenario III ‘Lokale voorzieningen’ individuele overeenkomsten en ‘regionale voorzieningen’ gezamenlijke overeenkomsten
32
Iedere gemeente voor zich is verantwoordelijk voor inzet op herstel en preventie en voor kleine lokale vormen van BV en BT. Er is echter ook behoefte aan specialistische voorzieningen. Om deze in stand te houden of te realiseren kan schaalgrootte ervoor zorgen dat er voldoende gedifferentieerd aanbod is zonder dat deze vormen te duur worden. Scenario IV Overeenkomsten voor iedere individuele gemeente apart Hoewel de NvO duidelijk richting geeft over governance en het consequent doorvoeren van een inrichtingsvariant, lijkt het erop dat het afsluiten van individuele overeenkomsten per gemeenten nog tot de mogelijkheden behoort. Via het woonplaatsbeginsel worden gemeenten geacht zelf indicaties te stellen en zullen we per gemeente (financiële) verantwoordelijk gaan nemen. Een zelfstandige overeenkomst sluit goed aan bij deze uitganspunten.
6.2.
Afwegingscriteria
Scenario I Gezamenlijk overeenkomsten sluiten Voordelen: • Administratieve lasten zijn beperkt (één van de voorwaarde uit het NvO). • Het gezamenlijk afsluiten van een (identieke) overeenkomst met zorgaanbieders betekent dat gemeenten dezelfde uitvoeringsvariant en contract-/leveringsvoorwaarden hanteren. Daarnaast kan het contractbeheer (en deels contractmanagement) gezamenlijk uitgevoerd worden. • Gemeenten hebben dezelfde zorgaanbieders gecontracteerd, waardoor continuïteit van zorg en ondersteuning binnen de regio is geborgd. • Variant B: gemeente kan ervoor kiezen om een overeenkomst niet te verlengen. • Variant B: de zorgaanbieder hoeft niet met alle gemeenten een overeenkomst af te sluiten. Bijv. als aanbieder niet kan leveren in een gemeente. Dit is tevens een risico. Nadelen: • Individuele gemeenten kunnen geen afspraken maken over volumes en/of budgetplafonds (maatwerk). • Mogelijk geen aansluiting bij lokale voorzieningen. Scenario II Gezamenlijke overeenkomst voor BV, lokale overeenkomsten voor BT Voordelen • Gemeenten kunnen individuele lokale verschillen binnen BT vormgeven binnen lokale contracten • Gemeenten kunnen de inkoop van BT aan laten sluiten bij overige contracten in de Wmo.
• Door schaalgrootte voldoende gedifferentieerd aanbod van specialistische woonvormen • Grotere inkoopvolumes voor specialistische voorzieningen en daardoor naar verwachting lagere kosten. • de zorgaanbieder hoeft niet met alle gemeenten een overeenkomst af te sluiten voor BT. Bijv. als aanbieder niet kan leveren in een gemeente. Dit is tevens een risico. Nadelen • Contractmanagement zowel lokaal als regionaal • Administratieve lasten voor aanbieders bij BT • Contractmanagement door elke gemeente apart voor BT
33
Scenario III ‘Lokale voorzieningen’ individuele overeenkomsten en ‘regionale voorzieningen’ gezamenlijke overeenkomsten Voordelen • Gemeenten kunnen individuele lokale verschillen vormgeven binnen lokale contracten • Gemeenten kunnen de inkoop van lokale voorzieningen aan laten sluiten bij overige contracten in de Wmo. • Door schaalgrootte voldoende gedifferentieerd aanbod van specialistische woonvormen • Grotere inkoopvolumes voor specialistische voorzieningen en daardoor naar verwachting lagere kosten. Nadelen • Verschillende contracten voor dezelfde ondersteuning (BV) • Contractmanagement zowel lokaal als regionaal • Administratieve lasten voor aanbieders • Contractmanagement door elke gemeente apart Scenario IV Overeenkomsten voor iedere individuele gemeente apart Voordelen: • Ruimte om bestaande overeenkomsten per gemeente uit te breiden of aan te passen aan de behoefte tot leveren van maatwerk. Denk hierbij aan afspraken rondom bijvoorbeeld volumes en budgetplafonds. • Zelfstandige overeenkomsten bieden een hybride antwoord op het maatwerk dat geleverd dient te worden. Het uitbreiden of aanpassen van overeenkomsten is mogelijk indien er gekozen wordt voor een open house variant bij de inkoop.
• Mochten er overeenkomsten zijn afgesloten met partijen die geen productie leveren, kan er per gemeente of aanbieder gekozen worden om die overeenkomst op termijn te beëindigen, zodat aanbieders zich niet meer hoeven te focussen op alle verplichtingen die meekomen met een overeenkomst (contractbeheer, managementinfo, verantwoording). Nadelen • Administratieve belasting ten aanzien van de ondertekening en registratie ontstaat voor zowel aanbieders als gemeenten. NB Het ketenbureau i-Sociaal Domein heeft Standaard administratieprotocollen (SAP) opgesteld. Door deze protocollen worden aanbieders en gemeenten ondersteund bij het terugdringen van de administratieve lasten. De SAP moet zorgen voor meer eenduidigheid en duidelijkheid in de administratieve en financiële verwerking. Daarnaast biedt het Ketenbureau ook standaardartikelen waarmee contracten gestandaardiseerd en vereenvoudigd worden. Hoe e.e.a. eruit komt te zien is nog niet duidelijk, maar de administratieve last van het afsluiten van overeenkomsten per individuele gemeente zou hierdoor mogelijk beperkt kunnen worden. Het advies is om in de afweging naar een eventueel scenario reële mogelijkheden binnen de context mee te nemen.
Daarbij is het belangrijk om op te merken dat er een kort tijdsbestek is om deze beslissing door te voeren in de inkoop, terwijl de contracten binnen inkoop meestal voor een lange termijn afgesloten worden. Daarbij ook het meenemen van de huidige inkoopstructuren binnen de afzonderlijke en deels gezamenlijk gemeenten in de regio: wat werkt voor sommige gemeenten en wat zou werk kunnen verlichten of verbeteren voor de zorgpartijen en uiteindelijk een beter passende zorg voor de cliënt?
34
6.3.
Besluit andere regio’s
Haarlem In Haarlem is besloten om te gaan voor scenario 2 waarbij elke gemeente een identieke overeenkomst sluit. In Haarlem wordt op dit moment de inkoop opgestart voor nieuwe contracten per 1-1-2023 , daarin zal verder uitgewerkt worden hoe hier invulling aan gegeven wordt, Deze nieuwe inkoop wordt al wel met de gehele regio gezamenlijk voorbereid. Utrecht In het conceptadvies is vastgesteld dat huidige inkoopafspraken worden verlengd tot 2025. Afgesproken is dat vanaf minimaal 2025 en maximaal 2027 zal er door de regiogemeenten zelf ingekocht worden, en dan tegelijk voor BT en BV. Beschermd specialistisch blijft op regionaal niveau.
6.4.
Conclusie best passend scenario
Gezien de huidige situatie waarbij er per 2022 ingekocht gaat worden door Amsterdam, is het best passend om op korte termijn geen wijzigingen in de inkoop uit te voeren (variant 1A). Het is een realistisch scenario dat de regiogemeenten op termijn BT zelf inkopen (variant 2). Om er voor te zorgen dat dit op termijn mogelijk is, in de inkoopprocedure opnemen dat na een bepaalde periode (bijvoorbeeld eerste contractperiode) overgegaan kan worden van scenario 1A naar scenario 2. Tot wanneer de eerste contractperiode loopt is op dit moment nog niet bekend. Tijdens de evaluatie in 2023 wordt bekeken welk scenario ten aanzien van inkoop het beste past bij de regio. Advies is om als regiogemeenten van de regio Amstelland nu al mee te doen in het inkooptraject en afspraken te maken over hoe het contract overgenomen kan worden als de regio Amstelland de inkoop zelf wil uitvoeren vanaf 2026. Als uit de evaluatie in 2023 blijkt dat dit geen verstandig besluit is dan kan de inkoop doorgaan zoals is afgesproken in 2022.
6.5.
Fasering
Onderstaande Tabel 12 is een weergave van de fasering van de invulling van de inkoop:
Tabel 12. Weergave fasering Inkoop 2021
2022
2023-2024-2025
2026 en verder
• Amsterdam heeft inkoop van MOBW verlengd voor 2021 en 2022 • Mogelijk maken dat de regio zelf in koopt/ contract over te neemt vanaf aflopen eerste contractperiode.
• Amsterdam voert namens de regio de inkoop uit over een langere periode.
• Amsterdam voert namens de regio de inkoop uit over een langere periode. • Evalueren of de regiogemeenten of de regio Amstelland als geheel de inkoop (gedeeltelijk) zelf wil uitvoeren.
• Amsterdam voert namens de regio de inkoop uit voor BV. • Inkoop BT uitvoeren op basis van besluit in eerdere fase.
35
36
7. Juridische samenwerkingsafspraken In dit hoofdstuk worden de scenario’s voor de juridische samenwerking toegelicht, worden de afwegingscriteria bij deze scenario’s benoemd, worden de besluiten hierover van andere gemeenten beschreven en wordt het best passende scenario toegelicht. In de huidige situatie zijn de juridische afspraken tussen de gemeenten in Amsterdam-Amstelland gemaakt in de vorm van een mandaat- en dienstverleningsovereenkomst. Afhankelijk van de gekozen scenario’s voor de toegang, de financiële afspraken en de inkoop, zijn er nieuwe juridische afspraken nodig tussen de gemeenten. Het maken van een keuze hiervoor is complex en sterk afhankelijk van de wensen van de individuele gemeenten. In de regio Haarlem is er een traject uitgevoerd om inzicht te krijgen in de scenario’s en afwegingscriteria voor juridische afspraken. De uitkomsten van dit traject zijn input voor dit hoofdstuk.
7.1.
Scenario’s
Onder de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) zijn verschillende juridische samenwerkingsvormen mogelijk. Er kan eerst gekeken worden of de samenwerkingsvorm publieksrechtelijk of privaatrechtelijk ingestoken is. Op basis van een aantal afwegingscriteria is in de regio Haarlem bepaald dat de mogelijke (best passende) samenwerkingsvormen voor BW een publiekrechtelijke variant is. In de regio Haarlem is vervolgens verder gekeken naar de verschillende vormen van publieksrechtelijk samenwerken. Deze vallen onder in 3 categorieën, A) Afstemming, B) Netwerkconstructie en C) Zelfstandige organisatie, zie Figuur 6.
Figuur 6. Vormen van publiekrechtelijke samenwerking volgens de WGR
37
Bij Afstemming gaat het om lichtere vormen van samenwerking. De eigen gemeentelijke organisatie en verantwoordelijkheden blijven volledig intact, delegeren en mandateren is niet aan de orde. Taken worden door de eigen organisatie uitgevoerd en er vinden geen (structurele) betalingen aan elkaar plaats. In de samenwerkingsafspraken wordt de intentie om samen te werken vastgelegd en daarnaast het doel, de inhoud en de manier van samenwerken. Samenwerkingsvormen die vallen onder afstemming zijn: • Regeling zonder meer; • De Bevoegdhedenovereenkomst; • Een convenant. In een Netwerkconstructie voert één van de samenwerkingspartners de taak uit voor en namens de andere partners. De andere gemeenten dragen hun bevoegdheden over, via mandatering en/of via contractuele afspraken. De sturing is belegd bij de gemeente die de taken uitvoert. Samenwerkingsvormen die vallen onder netwerkconstructie zijn: • Centrumregeling; • Gemeenschappelijk Orgaan. Een andere mogelijkheid is dat de samenwerkingspartners een Zelfstandige organisatie oprichten, die de taak voor en namens alle partners uitvoert. Kenmerkend voor samenwerking in een zelfstandige organisatie is het bestaan van een bevoegd orgaan (algemeen of dagelijks bestuur) waarin deelnemers vertegenwoordigd zijn. Samenwerkingsvormen die vallen onder ‘Zelfstandige organisatie’ zijn: • •
Een Gemeenschappelijk Openbaar lichaam Een bedrijfsvoering organisatie.
Vervolgens is in de regio Haarlem de conclusie getrokken dat niet alle varianten passend zijn. De varianten die wel passend zijn, zijn als volgt: 1) Convenant: dit is "een afspraak met een of meer partijen gericht op het realiseren van bepaalde (beleids-) doelstellingen. In een convenant worden schriftelijke afspraken over het leveren van prestaties vastgelegd. De deelnemende partijen blijven zelf verantwoordelijk voor de betreffende taken. 2) Centrumgemeenteregeling: hierbij mandateert het ene gemeentebestuur bestuursbevoegdheden aan het andere. Bij een enkelvoudige centrumgemeenteconstructie voert één gemeente taken uit voor de andere deelnemers, de gastgemeenten. Bij een meervoudige centrumgemeenteconstructie worden de taken (taakvelden) verdeeld over meerdere gemeenten. De ene gemeente (bijvoorbeeld Amsterdam) regelt en organiseert bijvoorbeeld de MO, terwijl de andere gemeente (bijvoorbeeld Amstelveen) BW regelt en organiseert. 3) Gemeenschappelijk Orgaan (GO): hierbij is de sturing belegd bij een Dagelijks Bestuur (DB), waarin de wethouders vanuit (een deel van) de deelnemende gemeentes vertegenwoordigd zijn. Dit vraagt een sterkere sturing vanuit de afzonderlijke gemeenten, zij blijven verantwoordelijk, mits er geen bevoegdheden aan het GO worden overgedragen. Een GO kan geen eigen personeel in dienst nemen. T.a.v.
de uitvoering/invulling zijn verschillende keuzes mogelijk, bijvoorbeeld een gezamenlijke of eigen begroting, gezamenlijk of eigen beleid. Afhankelijk van de keuzes die daarin gemaakt worden wordt bepaald hoe licht of zwaar de gemeenschappelijke regeling wordt ingericht. Bij een lichte vorm is er geen eigen begroting of beleid, bij een zware invulling heeft het GO wel eigen begroting en beleid. 38
Voorbeelden van een gemeenschappelijk orgaan zijn Rekenkamer Metropool Amsterdam en Ombudsman Metropool Amsterdam. 4) Openbaar Lichaam: De meest uitgebreide vorm van publiekrechtelijke samenwerking waaraan bevoegdheden gedelegeerd kunnen worden. Een OL heeft rechtspersoonlijkheid zodat het zelfstandig kan optreden in het maatschappelijk verkeer. Een OL kan contracten en convenanten aangaan, eigen personeel in dienst nemen, fondsen beheren en zelfs een publiek of privaat samenwerkingsverband oprichten. Een OL heeft een Algemeen Bestuur (AB) én een Dagelijks Bestuur (DB). Gemeenten die deelnemen aan een OL kunnen taken en bevoegdheden delegeren aan het OL. In principe kunnen vrijwel alle taken worden overgedragen, zowel raadstaken als collegetaken. In de praktijk wordt deze variant vaak gebruikt voor regionale samenwerking, samenwerking bij politiek gevoelige taken en bij uitvoerende taken. Uitsluitend raadsleden, collegeleden en burgemeesters kunnen lid zijn van het bestuur van een OL. Voorbeelden van een OL zijn GGD Amsterdam-Amstelland, Recreatieschap Groengebied Amstelland en Vervoerregio Amsterdam.
7.2.
Afwegingscriteria
Er zijn verschillende afwegingscriteria die gebruikt kunnen worden om te komen tot de best passende samenwerkingsvorm. Gemeente Haarlem heeft de volgende criteria gebruikt: • Zeggenschap die gemeenten hebben. • Betrokkenheid van de gemeenten. • De bestuurlijke drukte als gevolg van de samenwerkingsvorm. • Het delen van financiële risico’s. Naast juridische zaken van gemeente Amsterdam, heeft vanuit de Amstelland-gemeenten een juridisch adviseur van Duo+ zich gebogen over dit vraagstuk. Het is van belang dat de juridisch adviseurs zich nog verder verdiepen in de samenwerkingsmogelijkheden specifiek binnen deze regio. De input van andere regio’s kan als achtergrond informatie dienen, echter alle regio’s maken een eigen afweging afhankelijk van gemeentelijke en regionale belangen.
7.3.
Besluit andere regio’s
Haarlem In deze regio zijn ze al sinds halverwege 2019 in gesprek met beleidsadviseurs, juristen en andere betrokkenen van alle gemeenten om te komen tot een overzicht van samenwerkingsmogelijkheden en een keuze hierin te maken. Ze hebben op hoofdlijnen een beeld van hoe de samenwerking in regio ingevuld wordt. Er was één voorkeursvariant in de regio: een GO. Die wordt nu helemaal uitgewerkt zodat duidelijk zal worden of deze vorm de juiste is voor alle inhoudelijke keuzes die gemaakt zijn. Utrecht In deze regio is er nog niet gekozen voor een juridische vorm.
7.4.
Conclusie best passend scenario 39
Het advies is om op korte termijn (2022) de bestaande afspraken te continueren en te bekijken of er mogelijk aanvullende juridische afspraken nodig zijn. Daarnaast is het noodzakelijk dat vanuit de regio Amsterdam-Amstelland juristen zich buigen over de vraag hoe de samenwerking organiseren in de regio Amsterdam-Amstelland. In de evaluatie van 2023 zal tevens bekeken worden wat de gewenste juridische vorm van samenwerking is op de langere termijn.
7.5.
Fasering
Onderstaande tabel is een weergave van de fasering van de invulling van juridische afspraken:
Tabel 13. Weergave fasering Juridisch 2021
2022
2023-2024-2025
2026 en verder
• Amsterdam is centrumgemeente voor de regio AmsterdamAmstelland. • Er is een dienstverleningsovereenkomst voor de uitvoering van BW.
• Continueren van de juridische afspraken zoals deze nu zijn. • Verkennen of aangepaste afspraken nodig zijn voor vervolg. • Zowel voor AmsterdamAmstelland als binnen de regio Amstelland.
• Uitvoeren besluit ten aanzien van juridische samenwerking
• Uitvoeren besluit ten aanzien van juridische samenwerking
40
8. Afkortingenlijst AB
Algemeen Bestuur
BRP
Basisregistratie Personen
BT
Begeleid Thuis
BV
Beschermd Verblijf
BW
Beschermd Wonen
BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken
CT
Centrale Toegang
DB
Dagelijks Bestuur
GO
Gemeenschappelijk Orgaan
MO
Maatschappelijke Opvang
NvO
Norm van Opdrachtgeverschap
OL
Openbaar Lichaam
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wlz
Wet langdurige zorg
Wmo
Wet maatschappelijke ondersteuning
41
Bijlage 1 Uitwerking prestaties en financiën Prestaties MOBW De prestaties MOBW op basis van de inkoop 2020 zien er als volgt uit. Verwacht wordt dat in 2022 een nieuwe inkoop zal plaatsvinden, het is op dit moment niet duidelijk of de prestaties dan gelijk blijven. Op basis van cijfers uit het verleden is ingeschat dat er in het jaar 202111 behoefte is aan 1804 plekken beschermd verblijf. In Tabel 9 staat aangegeven hoeveel cliëntplekken er verwacht worden in 2021 per product, inclusief het tarief per cliëntplek. NB: dit is het aantal clienten voor uitname WLZ. Door de uitname WLZ is zal er in 2022 een groot aantal plekken minder beschikbaar zijn. Tabel 9. Verwachte aantal plekken Beschermd Verblijf per voorziening, inclusief tarief
Voorziening beschermd verblijf
Aantal cliëntplekken
Beschermd verblijf regulier volwassenen Beschermd verblijf regulier jongvolwassenen Beschermd verblijf regulier gezinnen Beschermd verblijf intensief - Volwassenen doelgroep A - Jongvolwassenen doelgroep A - Volwassenen doelgroep B Beschermd verblijf zeer intensief volwassenen
959 170 43
Tarief per jaar (per plek) 2021 €56.500
€73.300 529 36 30 37
€95.000
Naast beschermd verblijf is er ook een aantal plekken Begeleid Thuis, de producten hiervoor zijn hieronder beschreven, de aantallen zijn op dit moment niet bekend. Tabel 10. Prestaties Begeleid Thuis, inclusief tarief
Voorziening beschermd verblijf
Aantal cliëntplekken
Begeleid thuis regulier volwassenen Begeleid thuis regulier jongvolwassenen Begeleid thuis regulier gezinnen Begeleid thuis intensief volwassenen
Tarief per jaar (per plek) 2021 €12.200
€20.400
Begeleid thuis intensief jongvolwassenen Begeleid thuis intensief gezinnen
Begeleid thuis zeer intensief volwassenen Begeleid thuis zeer intensief jongvolwassenen Begeleid thuis zeer intensief gezinnen
€33.900
11 Bron: concept financieel kader inkoop MOBW Amsterdam 2020
42
Inschatting nieuwe indicaties Om een inschatting te kunnen maken van het aantal nieuwe clienten dat binnen komt is gekeken naar het aantal afgegeven beschikkingen. In onderstaand overzicht gaat het zowel om nieuwe aanmeldingen als heraanmeldingen. 12 Aantal afgegeven beschikkingen MO en BW: Jaartal 2019 2020 2021
Aantal beschikkingen MO en BW 2886 3745 4036
Notitie Deel van MO-aanmeldingen ontbreekt Op basis van Q1 en Q2 vermenigvuldigd met 2
Advies is dat of actiepunten zijn de volgende gegevens opgesteld worden: 1) Aantal beschikkingen MO er afgegeven zijn in de jaren 2019-2021 2) Aantal beschikkingen BW er afgegeven zijn in de jaren 2019-2021 3) Een verwachting van het aantal plekken per voorziening voor 2022
Instroom en doorlooptijd op basis van Trajectus Om een inschatting te kunnen maken van de aantallen instroom en de gemiddelde doorlooptijd heeft KPMG een inschatting gemaakt op basis van de gegevens van Trajectus. Instroom voor MO
318 gebruikers in H1 2021
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Instroom voor BW
239 gebruikers in H1 2021
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Uitstroom voor MO
228 gebruikers in H1 2021
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Uitstroom voor BW
508 gebruikers in H1 2021
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Dit aantal is hoog vanwege de uitname van de Wlz in januari 2021.
Hoeveel mensen zijn er nu aan het wachten op MO? MOV
669 personen op peildatum 11-102021
MOV-BW dashboard niveau 2 in RPS
Een persoon kan al in de opvang zitten en daarnaast ook op de wachtlijst staan.
Hoeveel mensen zijn er nu aan het wachten op MO? MOG
192 personen op peildatum 11-102021
MOG dashboard niveau 2 in RPS
Een persoon kan al in de opvang zitten en daarnaast ook op de wachtlijst staan.
Hoeveel mensen zijn er nu aan het wachten op MO? MOJ
125 personen op peildatum 11-102021
MOJ dashboard niveau 2 in RPS
Een persoon kan al in de opvang zitten en daarnaast ook op de wachtlijst staan.
Hoeveel mensen zijn er nu aan het wachten op BW?
699 personen op peildatum 11-102021
MOV-BW dashboard niveau 2 in RPS
Een persoon kan al in de opvang zitten en daarnaast ook op de wachtlijst staan.
12 Gegevens CT / BI-team OJZD.
43
Indicator
Aantal
Bron
Extra info
Gemiddelde duur MO traject
1143 dagen op peildatum 30-062021. Bijna 3000 gebruikers tijdens H1 van 2021.
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
KPMG kijkt alleen naar de maatschappelijke opvang, niet naar beschermd wonen.
Gemiddelde duur BW traject
1720 dagen op peildatum 30-062021. Iets meer dan 2500 gebruikers tijdens H1 van 2021.
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Voor deze vraag het BI team gevraagd of ze ook BW konden uitdraaien. Je ziet dat deze duur veel hoger ligt dan de MO, als ik naar de data kijk, zie ik bijna 1500 personen die meer dan 1000 dagen in de opvang zitten (eerste startdatum ligt voor oktober 2018). Vandaar dat het gemiddelde zo hoog is.
Instroom voor MO
318 gebruikers in H1 2021
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Instroom voor BW
239 gebruikers in H1 2021
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Uitstroom voor MO
228 gebruikers in H1 2021
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Uitstroom voor BW
508 gebruikers in H1 2021
KPMG bestand van het BI team, Trajectus data
Dit aantal is hoog vanwege de uitname van de Wlz in januari 2021.
Hoeveel mensen zijn er nu aan het wachten op MO? MOV
669 personen op peildatum 11-102021
MOV-BW dashboard niveau 2 in RPS
Een persoon kan al in de opvang zitten en daarnaast ook op de wachtlijst staan.
Hoeveel mensen zijn er nu aan het wachten op MO? MOG
192 personen op peildatum 11-102021
MOG dashboard niveau 2 in RPS
Een persoon kan al in de opvang zitten en daarnaast ook op de wachtlijst staan.
Hoeveel mensen zijn er nu aan het wachten op MO? MOJ
125 personen op peildatum 11-102021
MOJ dashboard niveau 2 in RPS
Een persoon kan al in de opvang zitten en daarnaast ook op de wachtlijst staan.
Hoeveel mensen zijn er nu aan het wachten op BW?
699 personen op peildatum 11-102021
MOV-BW dashboard niveau 2 in RPS
Een persoon kan al in de opvang zitten en daarnaast ook op de wachtlijst staan.
44