Adviesrapport doordecentralisatie Amsterdam-Amstelland CQ Procesmanagement.docx
Tekst van het document
Auteur:
Nikki van Hooft Michiel van Hees 19-10-2021 versie 1.0
CQ procesmanagement Postbus 2649, 3800 GD Amersfoort 033 455 53 22 info@cqp.nl www.cqp.nl
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding ...........................................................................................................................................4
1.1.
Aanleiding van dit rapport.......................................................................................................4
1.2.
Achtergrond - (Door)decentralisatie .......................................................................................4
1.3.
Achtergrond - Norm van opdrachtgeverschap en regionale samenwerking...........................6
1.4.
Opbouw van dit rapport ..........................................................................................................7
Huidige situatie................................................................................................................................8 2.1.
Ambities in de regio.................................................................................................................8
2.2.
Inhoudelijke samenwerking MO en BW ..................................................................................9
2.3.
Huidige samenwerkingsvorm MO en BW..............................................................................10
2.4.
Acties wetswijzigingen Wmo per 1 januari 2022 vs. 1 januari 2023 .....................................11
2.5.
Besluitvorming Wmo raden en bestuur ................................................................................11
Zorglandschap ...............................................................................................................................13 3.1.
Beschermd verblijf en begeleid thuis ....................................................................................13
3.2.
Scenario’s ..............................................................................................................................16
3.3.
Afwegingscriteria...................................................................................................................16
3.4.
Besluit/ontwikkeling andere regio’s......................................................................................17
3.4.
Conclusie best passende scenario .........................................................................................17
3.5.
Fasering .................................................................................................................................17
Toegang .........................................................................................................................................19 4.1.
Scenario’s ..............................................................................................................................19
4.4.
Afwegingscriteria...................................................................................................................20
4.5.
Besluit andere regio’s ............................................................................................................21
4.6.
Conclusie best passende scenario .........................................................................................21
4.7.
Fasering .................................................................................................................................22
Financiën .......................................................................................................................................23 5.1.
Huidige financiële situatie .....................................................................................................23
5.2.
Scenario’s ..............................................................................................................................26
5.3.
Risico’s en Kansen..................................................................................................................29
5.4.
Conclusie best passende scenario .........................................................................................31
5.5.
Fasering .................................................................................................................................31
Inkoop............................................................................................................................................31 6.1.
Scenario’s ..............................................................................................................................32
6.2.
Afwegingscriteria...................................................................................................................33
6.3.
Besluit andere regio’s ............................................................................................................34
6.4.
Conclusie best passend scenario ...........................................................................................35 2
6.5. 7.
8.
Fasering .................................................................................................................................35
Juridische samenwerkingsafspraken .............................................................................................36 7.1.
Scenario’s ..............................................................................................................................36
7.2.
Afwegingscriteria...................................................................................................................38
7.3.
Besluit andere regio’s ............................................................................................................38
7.4.
Conclusie best passend scenario ...........................................................................................38
7.5.
Fasering .................................................................................................................................39
Afkortingenlijst ..............................................................................................................................40
Bijlage 1 Uitwerking prestaties en financiën .........................................................................................41
3
1.
Inleiding
In dit eerste hoofdstuk wordt de aanleiding van dit rapport gegeven, met daarbij toelichting op de ontwikkelingen hiervoor van belang zijn: de (door)decentralisatie en Norm van Opdrachtgeverschap Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen (NvO). Deze twee ontwikkelingen zijn de beginselen voor besluitvorming van regionale gemeentelijke samenwerkingen op verschillende pijlers binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
1.1.
Aanleiding van dit rapport
Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) worden in de regio AmsterdamAmstelland op dit moment uitgevoerd door de gemeente Amsterdam. Vanaf 2022 vindt de doordecentralisatie Beschermd Wonen plaats van Amsterdam naar de vijf en zijn de regio gemeenten (Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn, Diemen, Ouder-Amstel) . Zij zitten met Amsterdam midden in het proces om hier samenwerking in te zoeken en daar vorm aan te geven. Het bestuurlijk overleg heeft zowel in 2020 als in 2021 duidelijk richting gegeven aan hoe deze samenwerking eruit moet zien. De doordecentralisatie van BW en de hier bijhorende NvO geeft hier ook randvoorwaarden voor. Om te zorgen dat de regio aan de eisen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het NvO voldoet én aansluit bij de bestuurlijke keuzes in de regio, wordt een Regioplan uitgewerkt dat de samenwerking in de regio per 1 januari 2022 weergeeft en welke beslissingen hiervoor genomen moeten worden. Tevens staat hierin de ontwikkelagenda voor de periode vanaf 1 januari 2023. In opdracht van de regiogemeente Amstelveen en centrumgemeente Amsterdam in samenspraak met de regiogemeenten Aalsmeer, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn is dit adviesrapport opgesteld door CQ procesmanagement. In dit adviesrapport zal de basis gelegd worden voor het opstellen van he definitieve Regioplan.
In dit adviesrapport wordt invulling gegeven aan de regionale samenwerking door één voor één bij een aantal pijlers te beschrijven welke mogelijkheden de regio heeft. De pijlers die beschreven worden zijn: Zorglandschap, Toegang, Financiën, Inkoop en Juridische samenwerking. Per pijler wordt bekeken wat de huidige situatie is, welke randvoorwaarden er vanuit het rijk liggen, welke invulling de eerdere bestuurlijke keuzes hier al in hebben gemaakt, welke mogelijke varianten er voor de invulling zijn, tot welke scenario’s dit leidt, welke keuzes andere regio’s hebben gemaakt en wat het advies is. Voor een deel van de pijlers is er al richting gegeven aan de besluitvorming-keuzes door de regio zelf. Dit is in samenspraak geweest met alle betrokken gemeenten en diens ambtenaren. Hierbij zijn alle scenario’s, voor- en nadelen, risico’s en afwegingscriteria besproken zoals beschreven in dit rapport. CQ procesmanagement is betrokken bij de doordecentralisatie van zowel de regio Haarlem als de regio Utrecht. Er is dan ook gebruik gemaakt van de kennis en expertise die in deze trajecten zijn opgedaan. In dit rapport zijn ook, ter illustratie, de gekozen scenario’s van de regio Haarlem en de regio Utrecht beschreven. De regio Amsterdam-Amstelland is met zijn samenstelling niet 1:1 te vergelijken met een andere regio in Nederland.
De regio Amsterdam-Amstelland is uniek omdat in de gemeente Amsterdam meer dan 80% van de inwoners in de regio woonachtig is. Wel geven de regio’s Haarlem en Utrecht goede voorbeelden voor de Amsterdam-Amstelland.
1.2.
Achtergrond - (Door)decentralisatie
Per 1 januari 2015 is de Wmo ingevoerd, in deze wet werd vastgelegd dat BW een taak werd van gemeenten, uitgevoerd door de centrumgemeente binnen de regio. Dit betekent dat aan de 43 centrumgemeenten de middelen voor BW uitgekeerd worden met als doel de zorg van de patiënt of cliënt dichterbij te kunnen leveren en betere, snellere zorg te kunnen bieden. MO is al langer een taak van de centrumgemeente. 4
1.2.1. Decentralisatie budget en nieuw verdeelmodel In november 2015 is het rapport van de commissie Dannenberg1 verschenen (commissie Toekomst beschermd wonen) in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hierin wordt duidelijk de wens beschreven om in BW ook inhoudelijk verandering na te streven (de transformatie). Doel hiervan is dat cliënten veel meer mogelijkheden krijgen om onderdeel van de maatschappij te zijn (inclusie), waarbij cliënten zoveel mogelijk in wijken gaan wonen (in plaats van grote zorgvoorzieningen) en in de eigen omgeving ondersteund wordt. Het vooruitzicht dat geschetst is, is dat van alle cliënten die in een 24 uurs BW voorziening verblijven eenderde zelfstandig kan gaan wonen, eenderde met (al dan niet intensieve) begeleiding in de wijk kan gaan wonen en eenderde aangewezen blijft op 24 uurs-voorzieningen. Tevens is in dit rapport het advies gegeven om het budget voor BW verder te door decentraliseren naar alle gemeenten. Dit advies is verder uitgewerkt door het landelijke Expertiseteam Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Begeleiding (Expertiseteam MO-BW-BG). Het Rijk en de VNG hebben ingestemd met het advies over de doordecentralisatie van BW middelen. De herverdeling zal nog goedgekeurd moeten worden in mei 2022.
Kern van het advies is de gedachte van sociale inclusie, conform het rapport van de commissie Toekomst beschermd wonen (commissie Dannenberg). De uitvoering van de taak BW en de bijbehorende middelen gaan van centrumgemeente naar alle gemeenten, en de verdeling gaat van historisch naar objectief. De overheveling van de uitvoering van de taak BW van centrumgemeenten naar alle gemeenten beperkt zich conform de bestuurlijke besluitvorming tot nieuwe cliënten en wordt in een tijdsbestek van 10 jaar geleidelijk gerealiseerd. Bij de ontwikkeling van het verdeelmodel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •
De middelen moeten verdeeld worden op basis van de ‘vraag’ (objectieve verdeling) in plaats van het aanbod (historische verdeling); De middelen moeten verdeeld worden over alle gemeenten in plaats van alleen de centrumgemeenten; Het nieuwe verdeelmodel heeft alleen betrekking op de nieuwe cliënten, de centrumgemeenten blijven verantwoordelijk voor de bestaande cliënten en krijgen daar ook budget voor.
Dit is opgenomen in wetgeving die per 1 januari 2022 in gaat (de transitie)2. Hierin wordt beschreven dat gemeenten vanaf 1 januari 2022 in een niet-vrijblijvende vorm regionaal moeten gaan samenwerken, en dat de middelen om dat te gaan doen vanaf 2023, in een periode van 10 jaar, over alle 355 gemeenten in Nederland verdeeld wordt. Voor MO wordt op basis van evaluatie in 2026 een besluit genomen over de verdeling van de middelen over gemeenten. NB: In de regio Amsterdam-Amstelland is besloten dat MO en BW inhoudelijk gezamenlijk worden uitgevoerd, deze worden dus beide meegenomen in de doordecentralisatie
1.2.2. Landelijke toegankelijkheid en woonplaatsbeginsel Naast de doordecentralisatie van BW vindt ook een wijziging plaats in welke gemeente verantwoordelijk is voor een cliënt die zich meldt. Op dit moment is de gemeente waar een cliënt zich meldt verantwoordelijk om onderzoek naar beschikking te doen (landelijke toegankelijkheid). Vanaf 2023 wordt de gemeente waar de cliënt vandaan komt verantwoordelijk voor de aanbieding en 1 Rapport van beschermd wonen naar een beschermd thuis, advies commissie toekomst beschermd wonen, VNG bron:
https://vng.nl/files/vng/van-beschermd-wonen_20151109.pdf 2 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/12/18/kamerbrief-overvoortgangsrapportage-beschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang/kamerbrief-over-voortgangsrapportagebeschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang.pdf
5
financiering van het gehele BW-traject, ook als zij buiten de eigen gemeente of regio zorg ontvangen (woonplaatsbeginsel). Daarmee wordt geregeld dat gemeenten voortaan verantwoordelijk zijn voor BW voor eigen inwoners. Doordat de gemeenten ook zelf de middelen zullen ontvangen om dit te faciliteren, zullen zij deze verantwoordelijkheid ook moeten dragen. Voor de regio Amsterdam-Amstelland is het achterhalen van de herkomstgemeente van een client belegd bij de medewerkers van de Centrale Toegang (CT) binnen de GGD. Bij aanmelding van een client is de huidige procedure dat de Instroomfunctionaris via het Basisregistratie Personen (BRP) een (mogelijke) herkomstgemeente achterhaalt. Dit kan een lastig proces zijn met uitdagingen zoals herkomst buiten Nederland, meerdere verhuizingen waaruit niet één specifieke herkomstgemeente te bepalen valt of missende registraties in BRP. Op dit moment wordt de client dan doorverwezen naar een Bindingsfunctionaris binnen de CT. Voor deze functie zijn twee functionarissen bevoegd om verder te kijken of de binding binnen de gemeenten in de regio voldoende is om een indicatie af te geven. Deze binding wordt onderzocht op basis van sociaal kader, zorgkader en regiobinding. Mocht uiteindelijk blijken dat een client op al deze onderdelen geen binding met de regio heeft, wordt een client doorverwezen naar de gemeente van herkomst.3
1.3.
Achtergrond - Norm van opdrachtgeverschap en regionale samenwerking
Om de doordecentralisatie verantwoord te laten verlopen heeft het landelijke expertiseteam MO-BWBG van de VNG in hun advies tien bouwstenen (randvoorwaarden) benoemd. Eén van deze bouwstenen is het advies dat gemeenten ook na de doordecentralisatie (verplicht) regionaal blijven samenwerken. De NvO4 geeft invulling aan deze bouwsteen. Met de NvO spreken gemeenten als collectief af waaraan de samenwerking binnen regio’s minimaal moet voldoen en wanneer er sprake is van kwalitatief goede samenwerking. Hieruit vloeien de vijf pijlers die in dit rapport besproken worden om uiteindelijke besluitvorming over vast te moeten leggen. In de NvO is het volgende vastgelegd: Regio’s kiezen een niet vrijblijvende governance, met daarin een duidelijke besluitvormingsstructuur, een extern aanspreekpunt voor het Rijk en een wijze waarop ze eventuele doorzettingsmacht organiseert. Regio’s verplichten zich bovendien tot beperking van de administratieve lasten en zetten vanuit stabiliteit in op meerjarig contracteren, met daarbij ruimte voor innovatie. De uitwerking van deze afspraken kan per regio verschillen (mede vanwege de keuzes, de historie en de omvang van de regio’s) en krijgt zijn weerslag in een regiovisie.
De regiovisie beschrijft ook hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties voor Beschermd Wonen borgen, hoe de lokale toegang verbonden is met regionale voorzieningen voor MO en BW, en bevat afspraken over inkoop van plekken buiten de eigen regio. In theorie kan iedere gemeente na de doordecentralisatie besluiten (voorzieningen voor) BW alleen voor de eigen inwoners te organiseren. Als gemeente heb je dan alle zeggenschap over manier waarop BW vormgegeven wordt voor de eigen inwoners en over de manier waarop de middelen voor BW ingezet worden. In de praktijk is dit niet realistisch. Ook als gemeenten vanaf 2023 zelf de middelen krijgen om (meer) voorzieningen voor BW te realiseren binnen hun eigen gemeente, zodat hun inwoners in hun eigen omgeving beschermd kunnen wonen, blijft samenwerking in de regio noodzakelijk. Zo moeten specialistische voorzieningen beschikbaar blijven die alleen op grotere schaal rendabel zullen zijn.
3 Handboek maatschappelijke opvang Gemeente Amsterdam maart 2020
4 https://vng.nl/sites/default/files/2020-06/5_resolutie_norm_voor_opdrachtgeverschap.pdf
6
1.4.
Opbouw van dit rapport
De insteek van dit rapport is te laten zien wat de huidige situatie in de regio is, zie hoofdstuk 2. Vervolgens worden de mogelijke toekomstige samenwerkingsvormen beschreven. Dit wordt gedaan per pijler. De vijf pijlers zijn: Zorglandschap in hoofdstuk 3, Toegang in hoofdstuk 4, Financiën in hoofdstuk 5, Inkoop in hoofdstuk 6 en Juridische samenwerking in hoofdstuk 7. Per pijler zijn scenario’s en afweegcriteria beschreven. Uiteindelijk wordt de conclusie van het best passende scenario beschreven inclusief fasering voor de aankomende jaren.
Opmerkingen over pijlers, of onderdelen hiervan, die nog uitgewerkt dienen te worden of waar niet genoeg informatie over ingediend is zijn beschreven in deze leesstijl (blauw gekaderd, cursieve tekst).
7
2. Huidige situatie Om een goed beeld te schetsen van de huidige situatie en uitgangspunten op het gebied van MOBW worden in het volgende hoofdstuk de ambities, samenwerking en besluitvorming binnen de regio besproken. Op deze manier kan de basis die reeds gelegd is als ondergrond dienen om de conclusies over nieuwe samenwerkingsvormen en haalbaarheid daarvan te peilen.
2.1.
Ambities in de regio
Bij het toewerken naar de doordecentralisatie in Amsterdam-Amstelland omtrent BW zijn er bestuurlijk en regionaal reeds plannen neergelegd. Er is besloten het onderscheid tussen BW en MO weg te halen omdat het bij cliënten in de regio vaker wel dan niet gaat om een meervoudige ondersteuningsvraag en de grote scheidslijn tussen doelgroepen vervaagt. Bij de nieuwe inkoop is er ook geen onderscheid gemaakt tussen BW en MO, om deze reden wordt in de planvorming voor de doordecentralisatie zowel BW als MO meegenomen worden. De bestuurders van de regio hebben als uitgangspunt voor de doordecentralisatie in zowel BW als MO besloten tot “lokaal wat kan, regionaal wat moet en sub regionaal waar nodig”. Deze richting doet het meeste recht aan de lokale verantwoordelijkheid, efficiëntere verdeling van taken en de beste begeleiding voor kwetsbare inwoners. De uitgangspunten in de samenwerking tussen de gemeenten binnen de doordecentralisatie zijn: Lokaal wat kan – organiseren in elke gemeente • Investeren in vormen van Housing First waarbij mensen in de eigen woning en leefomgeving passende begeleiding ontvangen gericht op herstel. Kortom: in de wijken en buurten vindt de doorontwikkeling plaats van verblijf in een instelling naar ambulante ondersteuning op maat. • Hulp, zorg en ondersteuning zoveel als mogelijk in de eigen omgeving van de inwoner.
Er wordt ingezet op het bevorderen van kennis op lokaal niveau. • In samenwerking met lokale partners op het gebied van participatie, werk en inkomen, zorgaanbieders en corporaties werken aan herstel. • De toegang en indicering worden lokaal belegd. Regionaal wat moet – gezamenlijk organiseren • Specialistische vormen van beschermd verblijf. • Bij indicatie en plaatsing wel zoveel als mogelijk kijken naar een voorziening zo dicht mogelijk in de eigen omgeving van de cliënt is. • We blijven in de regio samenwerken en kijken over regiogrenzen heen. We helpen elkaar. • Kijken of de huidige Centrale Toegang een tweedelijns toegang wordt: beschikbaar voor advies en (administratieve) afgifte van beschikking. Subregionaal waar nodig • De Amstelland gemeenten denken na over enkele subregionale voorzieningen en interventies voor bijvoorbeeld economische ‘zelfredzame’ daklozen. Denk aan een passantenpension en/of noodopvang gezinnen.5 NB: Bovenstaande ambities zijn beschreven in 2019 en 2020. Bij de uitwerking van de samenwerking in de regio Amstelland in het afgelopen jaar wordt actiever gekeken naar de mogelijkheid om een deel van de lokale taken (zoals bijvoorbeeld de toegang) meer op subregionaal niveau te organiseren. 5 Deze ambities zijn opgesteld in Bestuurlijk Overleg Amsterdam-Amstelland MO/BW januari 2020.
8
2.2.
Inhoudelijke samenwerking MO en BW
De middelen voor BW werden vanaf 1 januari 2015 door het Rijk uitgekeerd aan centrumgemeenten. Als gevolg van de invoering van deze wetswijziging hebben de regiogemeenten vervolgens ook daadwerkelijk de bijbehorende BW taken gemandateerd bij de centrumgemeente. MO is al langer een verantwoordelijkheid van centrumgemeenten. Gemeenten zijn formeel verantwoordelijk voor de volgende taken: 1. Beleid en regelgeving 2. Toegang tot BW en MO maatwerkvoorzieningen 3. Inkoop en contractmanagement 4. Begroting Doordat de regiogemeenten deze taken gemandateerd hebben aan Amsterdam, ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente Amsterdam. Hoe dat er in de praktijk uitziet wordt hieronder per taak kort toegelicht. Ad 1: Beleid en regelgeving: Amsterdam is in de lead, het regionale beleidskader is in samenspraak met de regiogemeenten opgesteld voor het Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) beleid. Het beleidskader is door Amsterdam uitgewerkt in de verordening, beleidsregels en uitvoeringsregels. Regiogemeenten moeten die zelf van toepassing verklaren. Sommige regiogemeenten verwijzen hiernaar, andere regiogemeenten hebben het overgenomen in hun eigen verordeningen en beleidsregels.
In het nieuwe beleidskader is vastgesteld dat het beleidsprogramma geschreven door Amsterdam genaamd Aanpak Dakloosheid ‘Een nieuwe start’, in de regio een vertaling gaat krijgen naar een eigen Regioplan. De regiogemeenten zijn op dit moment bezig deze vertaalslag te maken en onderdeel van deze Regioplannen is het vormgeven van de doordecentralisatie. Er zijn ook andere beleidsstukken die aangehouden worden in de regio, waaronder beleid ontwikkeld binnen het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen. Een voorbeeld zijn de urgentieregels, deze worden weergegeven in de huisvestingsverordening. Er zijn regionale afspraken waardoor degenen die in een instelling voor MOBW verblijven,. Zij kunnen een aanvraag voor een urgentie indienen bij de gemeente waar de verblijfsvoorziening ligt. Het zoekgebied , waar de urgentieverklaring geldig is, is de gemeente van herkomst. n de gemeente van herkomst urgentie kunnen krijgen als ze willen uitstromen. Ad 2: Toegang tot de maatwerkvoorzieningen: De toegang tot MO en BW wordt voor de regio uitgevoerd door de gemeente Amsterdam. Aanmelding kan door Instroomfunctionarissen van de GGD (casemanagers vanaf 1 januari 2022) of behandelaren worden ingediend bij de Centrale Toegang via Trajectus. De toegangstaken worden uitgevoerd door de GGD Amsterdam.
Inwoners uit de regiogemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn kunnen via hun behandelaar zich online aanmelden voor MO en BW via de in Amsterdam gevestigde Centrale Toegang of via de Jan van Galenstraat (Amsterdam) indien een cliënt geen verwijzer heeft. Regiogemeenten hebben afspraken gemaakt over de opvang van burgers die dak- of thuisloos zijn en geen bijkomende problematiek hebben (economisch daklozen). Op grond van het Beleidsprogramma Dak- en Thuisloosheid wordt hier regionaal in opgetrokken door de Amstellandgemeenten6. De 6 Op grond van de Wmo, art 1.2.1 sub c Wmo.
9
aanpak voor economisch daklozen en de bijbehorende voorzieningen worden bekostigd uit de Blokhuismiddelen. Ad 3: Inkoop en contractmanagement: Inkoop en contractmanagement is belegd bij de gemeente Amsterdam. Zij hebben de inkoop verzorgd van 2015 t/m 2021. Per 1 april 2021 zijn de huidige overbruggingsovereenkomsten voor opvang, wonen en herstel (MO en BW) ingegaan. Aan deze overbruggingsovereenkomsten is een aanbesteding voorafgegaan met een intensief voortraject van marktconsultaties. Waarbij samen met aanbieders de nieuwe aanbesteding is voorbereid, in afstemming met de regiogemeenten. Deze aanbesteding is ingetrokken door gemeente Amsterdam. De overbrugginsovereenkomsten MO en BW gelden tot 1 januari 2022. De contracten zijn verlengbaar tot uiterlijk 1 juli 2022. De nieuwe contractering of subsidieverlening van de MO en BW-voorzieningen wordt verwacht in tweede helft 2022. De nieuwe contractering of subsidieverlening van de MO en BW-voorzieningen wordt verwacht in tweede helft 2022. Er is constructief overleg hoe de regiogemeenten worden meegenomen in de inkoop. Ad 4: Begroting: De gelden voor maatschappelijke ondersteuning (en verslavingsbeleid) worden via een Brede Doeluitkering Sociaal door het Rijk aan de centrumgemeente Amsterdam uitgekeerd.
BW wordt als onderdeel van de Wmo uitkering uitgekeerd aan de gemeente Amsterdam (het totaalbedrag wordt wel apart zichtbaar gemaakt in de circulaires van mei en september 2021). Amsterdam is financieel verantwoordelijk en stelt de begroting op, die vervolgens wordt vastgesteld door de raad. Verantwoording is onderdeel van de cyclus van het college en de raad van Amsterdam.
2.3.
Huidige samenwerkingsvorm MO en BW
De huidige samenwerking voldoet aan de kenmerken van een enkelvoudige centrumregeling7, dit is een publiekrechtelijke overeenkomst waarbij één gemeente de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen taken uitvoert voor de andere deelnemers, de gast/regiogemeenten. De regiogemeenten hebben centrumgemeente Amsterdam gemandateerd om de beleidscoördinatie, de financiering, en de toegang uit te voeren. Voor de MO (en vrouwenopvang) ligt deze verantwoordelijkheid al langere tijd bij de centrumgemeenten. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze taken volledig ligt bij het College en de gemeenteraad van Amsterdam. In de praktijk vindt er op hoofdlijnen ambtelijk niveau afstemming plaats en besluitvorming wordt voorgelegd aan de verantwoordelijke wethouders. Vervolgens leggen de verschillende verantwoordelijke regiowethouders gemeente vraagstukken ter informatie en/of besluitvorming voor aan hun eigen Colleges, resp. Raden. De regiogemeenten hebben afstemming over de terugkoppeling naar het college en de raden. De regiogemeenten hebben formeel geen bestuurlijke positie en hun raden hebben geen formele zeggenschap. 7 Beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn geen centrumgemeenteconstructie volgens de wgr. Er is
niet voldaan aan de stappen in de wgr
10
2.4.
Acties wetswijzigingen Wmo per 1 januari 2022 vs. 1 januari 2023
Eind 2020 is in het bestuurlijk overleg tussen VNG, VWS en het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) besloten dat per 1 januari 2022 de inhoudelijke doordecentralisatie van BW van start gaat. Hierbij is landelijk besluit dat uitgesteld per 1 januari 2023 de implementatie van het nieuwe verdeelmodel van kracht zal gaan, samen met de invoering van het woonplaatsbeginsel. Dit omdat het Rijk de nieuwe herverdeling nog niet bekend gemaakt heeft waardoor gemeenten onvoldoende tijd hebben ondervonden om zich goed voor te bereiden op het nieuwe verdeelmodel. Concreet moet de regio voor 1 januari 2022 naar de in NvO vastgelegde eisen, regionale samenwerkingsafspraken in een regiovisie hebben vastgelegd. Daarvoor is het nodig de regionaal gecontracteerde functies te definiëren, de inhoudelijke samenwerking binnen de regio en bovenregionale samenwerking en functies vast te leggen. En daarnaast de bestuurlijke vormgeving van de samenwerkingen en afspraken over de zorgvuldigheid van zorginkoop te maken. De regiovisie beschrijft ook hoe de lokale toegang verbonden is met regionale voorzieningen voor MO en BW en bevat afspraken over inkoop van plekken buiten de eigen regio. De inhoud van de toekomstige samenwerking vloeit voort uit de (samenwerkings)keuzes die gemaakt gaan worden op gebied van beleid en regelgeving, toegang, inkoop/contractmanagement en financiën.
In het uitwerken van de (inhoudelijke) samenwerking in de regio Amsterdam-Amstelland is de volgende richting meegegeven: Lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig Het bestuur heeft besloten dat deze richting het meeste recht doet recht aan de lokale verantwoordelijkheid, efficiëntere verdeling van de taken en de beste begeleiding voor de kwetsbare inwoners.
2.5.
Besluitvorming Wmo raden en bestuur
Besluitvorming raden In de doordecentralisatie van BW en MO hebben de raden op een aantal onderwerpen een formele bevoegdheid. Het gaat hier met om het vaststellen van de begroting waar vanaf 1 januari 2023 een (per jaar steeds groter deel) BW-budget in komt voor nieuwe cliënten die gebruik maken van BW, over het maken van gezamenlijke financiële afspraken en hoe we omgaan met risico’s en solidariteit in de regio. Daarnaast hebben raden zeggenschap over het aangaan van een samenwerking in de regio ten aanzien van BW en MO. Formeel neemt hierin elk college een besluit welke regionale samenwerking er wordt aan gegaan en in welke vorm, de raad van elke gemeente verleent hier toestemming voor. Tenslotte hebben de gemeenten (colleges) de wens om een aantal extra onderwerpen aan de raden voor te leggen, ter informatie. Denk hierbij aan de vertaling van het beleidsprogramma dakloosheid, omdat de gemeenten in de regio Amsterdam-Amstelland het belangrijk vinden dat de raden ook inhoudelijk goed aangesloten zijn op de ontwikkeling van BW en MO in de regio. De raden van de regiogemeenten Amstelland zijn in twee regionale raadsbijeenkomsten geïnformeerd over de ontwikkelingen ten aanzien van MO en BW: de doordecentralisatie en de vijf pijlers waarover besluitvorming moet worden vastgelegd. 11
Besluitvorming colleges De wethouders Zorg hebben in eerdere bijeenkomsten al de grote lijnen geschetst over hoe er samengewerkt gaat worden op het gebied van BW, MO en opvang van economisch daklozen in de regio. De wethouders Wonen en Zorg zijn geïnformeerd over de eerste invulling van de samenwerking en de (voor)keuzes binnen de pijlers Toegang, Inkoop en Zorglandschap in het bestuurlijk overleg van 1 oktober 2021. Uiteindelijk dienen alle colleges akkoord te gaan met het Regioplan en de voorstellen die daarin over de samenwerking gedaan worden. Betrokkenen voorbereiding besluitvorming Beleidsmedewerkers van Zorg en Wonen (eventueel ook Veiligheid) van de centrumgemeente en regiogemeenten worden betrokken in het maken van de (voor)keuzes binnen de pijlers. In financiële, beleidsmatige en regelgeving keuzes zijn juridisch adviseurs en controllers meegenomen om advies op te maken en de inhoud van het Regioplan te controleren. Ook de cliëntadviesraden van de Amstelland gemeenten worden gevraagd advies uit te brengen op het concept Regioplan dat eind oktober 2021 gereed zal zijn. De input van de adviesraden wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het Regioplan. Planning besluitvorming Raadsleden en wethouders zijn inmiddels geïnformeerd over de nieuwste ontwikkelingen in de doordecentralisatie en toekomstige regionale samenwerking.
In Q4 2021 worden besluiten voorgelegd aan colleges. Uiterlijk in maart 2022 zal het regioplan samen met het beleidsprogramma regioaanpak dak- en thuisloosheid ter vaststelling gepresenteerd zijn aan de gemeenteraden van Amstelland.
12
3. Zorglandschap In dit hoofdstuk wordt het aanbod beschreven dat wordt ingezet voor BW en MO. Daarnaast wordt bekeken welk gevolg de transformatie van BW en MO heeft voor het aanbod en de verdeling van aanbod in de regio. Tevens worden verschillende scenario's voor het inrichten van woonvoorzieningen gepresenteerd en de afwegingscriteria hierbij benoemd. Als conclusie wordt het best passende scenario beschreven, inclusief de fasering.
3.1.
Beschermd verblijf en begeleid thuis
Gemeente Amsterdam heeft besloten om voor de MO en BW twee nieuwe producten in te kopen: begeleid thuis (BT) en beschermd verblijf (BV). Met de inkoop van deze twee anders ingedeelde producten vervalt ook het onderscheid tussen de MO en BW. Beide producten kunnen in verschillende intensiteiten geleverd worden. Met BT starten zorgaanbieders zodra deze voorziening is toegewezen aan de cliënt door het Buurtteam of het Sociale Team bij de Centrale Toegang. Ook als er (nog) geen beschikbare adequate huisvesting is wordt er toch gestart. Dit product kan in verschillende vormen aangeboden worden, waarbij de verschillen met name zitten in de intensiteit van begeleiding en de 24/7 aanwezige beschikbaarheid van begeleiding. Binnen het product BT betaalt de cliënt zelf de woonlasten. Indien er sprake is van een omslagtraject wordt de desbetreffende woning eerst door de zorgaanbieder gehuurd totdat de cliënt de verantwoordelijkheid zelf kan dragen, dan wordt de woning ‘omgeklapt’ en wordt het contract op naam van de cliënt gezet. Soms gaat het over een woonzorgtraject, dan blijft de zorgaanbieder altijd de huurder en zal de cliënt moeten verhuizen, voorbeelden zijn groepswoningen, satellietwoningen of herstartstudio’s. Er zijn respijtvoorzieningen aanwezig voor cliënten die tijdelijk 24-uurs begeleiding nodig hebben.
Tenslotte zijn er clienten die in hun ‘eigen’ huis kunnen wonen en 24-uurs begeleiding kunnen ontvangen, deze clienten krijgen geen omslagwoning. Ambulante ondersteuning zonder 24uurs component valt niet onder BT. Bij BV vindt de begeleiding plaats vanuit een 24-uurs voorziening waar de cliënt verblijft, omdat de cliënt beperkt zelfredzaam is en niet in staat is om zelfstandig te wonen. Dit product kan in drie verschillende vormen aangeboden worden: 1) Beschermd verblijf regulier: cliënten met meervoudige complexe problematiek op gebied van psychiatrie/psychosociaal, en/of (licht) verstandelijke beperking 2) Beschermd verblijf intensief: cliënten waar sprake is van bovenstaande problematiek, gepaard met verslavingsproblematiek en/of ernstige gedragsproblematiek en/of somatische problematiek. Naast deze doelgroepen is het er ook voor cliënten die onaangepast gedrag vertonen en die negatief reageren op correcties. 3) Beschermd verblijf zeer intensief: volwassen cliënten met zorgmijdend gedrag die vaak een meervoudige diagnose hebben. De cliënt woont op een locatie met 24-uurszorg, waarbij de cliënt niet zelf de woonlasten betaalt. BV en BT vervangen de volgende producten: • 24-uurs voorziening • Groepswonen • Zelfstandig wonen met individuele begeleiding o Begeleid wonen o Ambulante ondersteuning
13
Binnen de MO en BW zijn verschillende aanbieders actief. In de regio Amsterdam-Amstelland zijn dat in ieder geval de volgende organisaties: • Arkin, • Allemansvrind • Cordaan, • Heeren van Zorg, • HVO-Querido, • Leger des Heils, • MEE Amstel en Zaan, • Ons Tweede Thuis, • PerMens, • Philadelphia • RIBW K/AM. De beweging van BV naar BT sluit goed aan bij de transformatie en is al een paar jaar ingezet in de regio Amsterdam-Amstelland. Er is dan ook een ruim aanbod BT in de regio Amsterdam-Amstelland. Gevolgen uitname Wlz voor aanbod De uitname Wlz binnen de regio Amsterdam-Amstelland is met 50% van het budget relatief hoog. Landelijk is de verwachting dat er ongeveer 30% uitname zal zijn. Het gevolg is dat een groot deel van de plekken overgaan naar de Wlz en dat deze niet meer beschikbaar zijn voor de Wmo. De impact op de locaties in de Amstelland regio is nog groter; bijna alle plekken van Ons Tweede Thuis en een groot deel van de plekken van RIBW-KAM gaan over naar de Wlz.
Verwachte vraag naar BT en BV De verwachte vraag naar BT en BV wordt bepaald door drie elementen: • De historische vraag naar BT en BV, naar herkomstgemeente, gecorrigeerd voor uitname Wlz • Aangevuld met verwachte ontwikkelingen die impact hebben op het aantal mensen dat gebruik wil maken van BW en MO, de duur dat mensen gebruik maken van BW en MO en de leveringsvorm waar mensen gebruik van willen maken (BT of BV). • Uitgewerkt naar verwachte vraag per gemeente in de regio. De gemeente Amsterdam heeft goed zicht op de aantallen cliënten die gebruik maken van MOBW sinds 2015. De gemeente van herkomst wordt echter pas sinds 2020 vastgelegd. Om een goede inschatting van de gevolgen van het woonplaatsbeginsel te kunnen maken (en hiermee de verwachte vraag van de individuele gemeenten in de regio) zijn gegevens over een langere periode nodig. Daarnaast is een deel van de cliënten die gebruik maken van de BW en MO voorzieningen in de regio afkomstig van buiten de regio. Daar staat tegenover dat een deel van de cliënten uit de regio in andere regio’s gebruik maakt van BW en MO. Om hoeveel cliënten het gaat is niet duidelijk. Bij het uitvoeren van het woonplaatsbeginsel is de verwachting dat dit snel wel duidelijk gaat worden voor cliënten die aanspraak maken op BW.
Voor cliënten die aanspraak maken op MO zal dit minder duidelijk worden aangezien hier een landelijke toegankelijkheid voor geldt. Bij het schrijven van dit advies was niet duidelijk hoeveel inwoners per gemeente aanspraak maken op BV en BT Bij de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van de vraag gaat het onder meer om de verwachte bevolkingsgroei, de verwachte impact van preventie en ambulantisering en de mogelijkheden om de uitstroom van cliënten vanuit de GGZ bij te sturen. Bij de verwachte ontwikkelingen naar de duur van verblijf gaat het onder meer om het beschikbaar hebben van woonplekken om tijdig te kunnen uitstromen en ontwikkelingen in de begeleiding van cliënten om hen sneller zelfstandig te kunnen laten wonen (flexibelere ondersteuning op het gebied van financiën en beheer, netwerk, structuur, zingeving, werk).
14
Bij de verwachte ontwikkelingen naar de leveringsvorm gaat het onder meer om de inzet van instroomwoningen (direct op een BT plek in plaats van eerst BV) en Housing First maar ook het sneller inzetten van BT bij mensen die nog een thuis hebben zodat een woonplek niet nodig is. Ten slotte is het mogelijk dat de verdeling van cliënten over de regio verandert. Dit kan bijvoorbeeld doordat de toegang veel lokaler wordt uitgevoerd en/of dat aanbod wordt gerealiseerd in de omgeving van de cliënt (bijvoorbeeld toename van BT plekken in de regio Amstelland). De analyse van deze onderwerpen en hiermee de impact en mogelijke scenario’s zijn in de regio Amsterdam-Amstelland nog niet uitgevoerd. Het is op dit moment dan ook niet mogelijk om een schets te geven van de verwachte vraag naar BT en BV per gemeente in de regio Amsterdam-Amstelland.
Aanpak dakloosheid Naast de BV en BT wordt er in de regio ook breed ingezet op de aanpak dakloosheid. In het kader van de Blokhuisgelden zijn een aantal initiatieven gestart. In Amsterdam is er de aanpak voor daklozen via de huizen van de wijk, in de regio Amstelland zijn er ook pilots voor opvang van economisch daklozen. Via gemeente Amsterdam zijn er middelen ontvangen voor de regio Amstelland voor het opvangen en begeleiden voor economisch dak- en thuislozen. Het gaat om € 4mln euro Blokhuisgelden. Hiermee zijn in de regio de volgende pilots gestart: • Begeleiding door de Regenbooggroep • Onder de pannen • Parents House Amstelveen • Hotelaanpak • Tijdelijke woonplekken in kantoorpand Amstelveen • Tijdelijke woonplekken in Graaf Janlaan Amstelveen
Op dit moment zijn er nog openstaande vragen die van belang zijn om beantwoord te hebben om meer inzicht te krijgen in het zorglandschap: Openstaande vragen ten aanzien van het MOBW-aanbod: • Analyse van de vraag en het aanbod van BV en BT o Wat was de instroom van MO en BW in de periode 2016 – 2021 o Hoe was de verdeling van de instroom naar regio gemeente o Wat is het verwacht aantal cliënten uit de regio dat gebruik maakt van BW en MO in andere regio’s o Wat zijn de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van de vraag naar BW en MO o Wat zijn de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van de duur van gebruik van BW en MO? o Wat zijn de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van de verdeling van producten binnen BW en MO o Op basis hiervan welke scenario’s zijn er ten aanzien van gebruik van BW en MO • Analyse van het aanbod van BV en BT na de uitnamen van de cliënten die overgegaan zijn naar de Wlz o Wat zijn de gevolgen van de uitname Wlz voor het aanbod in de regio? o Hoe is de verdeling in de regio’s? o Welke aanbieders zijn actief in de regio met welk beschikbaar aanbod na uitname Wlz? Openstaande vragen ten aanzien van aanbod in de WMO en participatiewet: • Welke vragen voor BW en MO zijn lokaal te ondersteunen i.p.v.
met inzet van BW en MO • Welk aanbod is er nodig om aan deze vraag te voldoen o Ter voorkoming van instroom in BV en BT o Bijvoorbeeld voor economisch daklozen o Bijvoorbeeld voor financiële ondersteuning o Bijvoorbeeld voor herstel van netwerk/ sociale contacten • Is dit aanbod beschikbaar en toegankelijk
15
•
o Is het aanbod gerealiseerd in de regio Amsterdam-Amstelland o Is het aanbod ingekocht in de regio o Is het aanbod bekend bij de toegangen o Wordt het aangeboden Mogelijk opbouw/ transformatie van aanbod in de regio Amstelland en in Amsterdam
Afspraken over samenwerking • Zijn er afspraken (bv. in een dienstverleningsovereenkomst) tussen de zes gemeenten over het gebruik van elkaars expertise en capaciteit gebruik maken?
3.2.
Scenario’s
In de huidige situatie zijn BV en de zwaardere vormen van begeleiding (BT) regionaal geregeld, dit is belegd bij centrumgemeente Amsterdam. Ambulante begeleiding is wel lokaal geregeld. Op basis van de nieuwe producten die worden ingekocht, zijn er vier scenario’s mogelijk, zie Figuur 1. Het eerste scenario is dat BV en BT 24-uurs zorg regionaal wordt geregeld, deze vorm lijkt het meest op de huidige vorm. Andere scenario’s zijn dat alleen BV regionaal wordt aangeboden en de rest lokaal, of dat alles lokaal wordt aangeboden. Er kan ook gekozen worden dat onderdelen niet lokaal maar subregionaal aangeboden worden. Hiermee wordt bedoeld dat de gemeente Amsterdam en de subregio Amstelland het aanbieden.
Figuur 1. Verschillende scenario's voor het inrichten van woonvoorzieningen in regio-context.
3.3.
Afwegingscriteria
Er zijn een aantal relevante onderwerpen die invloed hebben op de keuze hoe BT en BV te organiseren in de regio Amsterdam-Amstelland. De belangrijkste hierin zijn: •
•
Inhoudelijk: kunnen we met deze vorm van organiseren van aanbod zo goed mogelijk aansluiten bij de wens/vraag van de cliënt? (bv. is er voldoende expertise van bepaalde vragen van cliënten aanwezig) Uitvoerbaarheid: is er voldoende vraag naar deze vorm van BV of BT om een voorziening op deze locatie/verblijfsplaats uit te kunnen voeren (bv. ten aanzien van groepsdynamiek, aanwezigheid ’s nachts, beschikbaarheid gemeenschappelijke ruimten, nabijheid voorzieningen) 16
•
Doelmatigheid: is er voldoende vraag naar deze vorm van BV of BT om bedrijfsmatig deze locatie doelmatig te kunnen uitvoeren.
Bestuurlijk is in de regio Amsterdam-Amstelland al besloten om BV voorlopig gezamenlijk uit te voeren. Hiermee vervallen scenario’s III en IV.
3.4.
Besluit/ontwikkeling andere regio’s
Haarlem In Haarlem heeft men besloten om scenario III uit te werken. Zij kiezen ervoor om voor de Toegang alle indicaties lokaal te stellen (ook voor regionaal aanbod) zodat er voor de cliënt een heldere ingang is en geen knip als blijkt dat er zwaardere zorg nodig is. Een deel van het aanbod blijft voor de hele regio beschikbaar, het gaat hierbij om het aanbod wat in Amsterdam-Amstelland ‘BV intensief aanbod’ genoemd wordt. Verder is over het Zorglandschap voorgesteld om alles wat niet vanwege veiligheid of rendabiliteit regionaal moet blijven, lokaal te gaan inrichten. Utrecht In het conceptadvies voor Utrecht is afgesproken dat een overgangsperiode in 2023-2024 van kracht wordt. Beschermd thuis en Beschermd Verblijf gaan mogelijk per 2025 over naar de regiogemeenten, inclusief inkoop. Daarbij blijven specialistische Beschermd voorzieningen regionaal ingericht.
3.4.
Conclusie best passende scenario
Er is nog te veel onduidelijk over de verwachte aantallen cliënten per gemeente die gebruik gaan maken van BV en BT. Ook is nog niet duidelijk of het aanbod van met name BT in de Amstelland regio aansluit bij de vraag naar BT. Omdat de omvang van de vraag en het beschikbare aanbod nog niet helder is, is het ook niet mogelijk om de afwegingscriteria goed in te kunnen zetten. Wel is duidelijk dat bestuurlijk is afgesproken dat BV voor de komende periode gezamenlijk zal worden georganiseerd. Gegeven deze onzekerheden is het advies om de komende periode scenario I te blijven uitvoeren: zowel BT als BV gezamenlijk uit voeren onder penvoerderschap van de centrumgemeente Amsterdam en deze periode te gebruiken om goed zicht te krijgen op de aantallen cliënten die gebruik willen maken van BT en BV per herkomstgemeente en het benodigd aanbod wat nodig is om aan deze vraag te voldoen. Het is verstandig om in 2023 of 2024 opnieuw de afweging te maken of op termijn scenario II niet beter passend is. Het ligt op dit moment niet in de lijn der verwachting dat scenario III of IV passend is in deze regio in de komende jaren.
3.5.
Fasering
Onderstaande Tabel 1 is een weergave van de fasering voor ontwikkelingen binnen het Zorglandschap. Tabel 1. Weergave fasering Zorglandschap.
17
2022 • Continueren van huidige situatie
2023-2024-2025 • Continueren van huidige situatie • Evaluatie van instroom, duur en gebruik van voorzieningen. • Besluit over vervolg
2026 en verder • In te vullen op basis van evaluatie.
18
4. Toegang In 2021 wordt de toegang voor MO en BW verzorgd door de Centrale Toegang, gevestigd in Amsterdam en uitgevoerd door de GGD Amsterdam. Inwoners uit Amsterdam-Amstelland kunnen zich digitaal melden via Trajectus, voor OGGZ cliënten is er tevens de mogelijkheid om een fysieke aanmelding te doen bij de Jan van Galenstraat in Amsterdam. Wanneer er een cliënt een indicatie heeft voor MO of BW wordt er een trajecthouder vanuit de CT toegewezen. De CT werkt samen met de lokale wijkteams/sociale teams. In Amsterdam wordt een deel van de toegang belegd bij de buurtteams, cliënten die zich willen aanmelden voor BT en geen woning nodig hebben kunnen een beschikking krijgen vanuit het buurtteam.
4.1.
Scenario’s
Een belangrijk aspect van de decentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is waar de cliënt zich meldt met zijn vraag. Hierin zijn grofweg drie keuzes te maken: • • •
Centraal meldpunt voor de hele regio Meldpunt per sub regio (een voor gemeente Amsterdam, een voor regio Amstelland) Lokaal meldpunt per gemeente
Een tweede belangrijke vraag is hoe expertise ingezet kan worden om de vraag van de inwoner zo adequaat mogelijk te beantwoorden. Hiervoor zijn grofweg twee mogelijkheden: • •
Expertise is aanwezig in de toegang Expertise kan worden ‘ingevlogen’ in de toegang
Op basis van deze twee vragen zijn vier verschillende scenario’s om de toegang te organiseren in de regio uitgewerkt. Deze scenario’s zijn weergegeven in Figuur 2. In alle mogelijke scenario’s binnen de inrichting van de toegang is er lokale toegang voor bewoners voor BT ambulante ondersteuning, net als in de huidige situatie. Voor het BV en BT 24-uurs zorg zijn er verschillende opties uitgewerkt. Het BT 24-uurs zorg kan ook georganiseerd worden vanuit een lokale toegang, al dan niet met ondersteuning van een specialistisch team, of vanuit een regionale toegang. Hetzelfde geldt voor het BV, de toegang kan zowel lokaal, al dan niet met ondersteuning van een specialistisch team, of regionaal georganiseerd worden.
Figuur 2. Mogelijke inrichting scenario’s voor de Toegang tot MO en BW binnen de nieuwe regelgeving.
19
4.4.
Afwegingscriteria
In Amsterdam is er reeds besloten een nieuwe Centrale Toegang voor MO en BW te organiseren. Deze toegang is ingericht als tweedelijnsvoorziening om na Buurtteams de beslissing naar het uiteindelijke traject te begeleiden. Deze voorziening is momenteel gericht op Buurtteams in Amsterdam. De regiogemeenten kunnen zich nog gewoon direct tot de Centrale Toegang wenden. Er zijn een aantal relevante onderwerpen die invloed hebben op de keuze hoe de toegang te organiseren in de regio Amsterdam-Amstelland. De belangrijkste hierin zijn: •
•
•
Inhoudelijk: zijn we in staat om de vraag van de cliënt passend te kunnen onderzoeken én hebben we kennis van het mogelijk aanbod wat aansluit bij de vraag van de cliënt (bv. is er voldoende expertise van complexe problematiek, is er kennis van aanbod en beschikbaarheid van voorzieningen)? Uitvoerbaarheid: is het mogelijk (een deel van) de toegang in de lokale praktijk uit te voeren (bv. past de intensiteit van de onderzoeksfase bij de uitvoering van een sociaal loket, zijn er lokaal geschikte plekken om het onderzoek uit te voeren) Doelmatigheid: is er voldoende vraag naar BV en BT om bedrijfsmatig een toegang doelmatig te kunnen uitvoeren (bv. komen er genoeg vragen om medewerkers in de toegang hiertoe op te leiden en beschikbaar te houden).
Bestuurlijk is in de regio Amsterdam-Amstelland al besloten om lokale toegang waar mogelijk te organiseren.
Scenario I is een duidelijke weergave van de huidige inrichting van de BW-toegang. De toegang is effectief gevestigd in de centrumgemeente Amsterdam. In dit scenario zullen nieuwe aanmelders vanuit de regiogemeenten altijd doorverwezen moeten worden via een behandelaar naar de in Amsterdam georganiseerde CT. - Een beschikking voor BV en BT 24- uurs wordt afgegeven door de centrale toegang te Amsterdam. Scenario II geeft weer dat de cliënten voor BT lokaal onderzoek ontvangen naar ondersteuningsbehoefte (eventueel met inzet van expertise vanuit de regio) en dat cliënten die BV nodig hebben een onderzoekstraject vanuit de centrale toegang krijgen. Zij voorzien hiermee in een uniforme werkwijze voor de regionale voorzieningen en hebben ook zicht op de capaciteit. Algemeen geeft het meer ruimte voor lokale oplossingen, meer inzicht bij aparte gemeenten en lokale toegang voor cliëntcliënten. - Een beschikking voor BV wordt afgegeven door de centrale toegang te Amsterdam een beschikking voor BT wordt lokaal afgegeven. In scenario III houdt de gemeente altijd contact met een cliënt en heeft meer zicht op de doelgroep en de uitstroom van de doelgroep. Dit vraagt om meer te investeren in lokale toegang en het inzetten van regionale expertise voor o.a. complexe problematiek en capaciteitsmanagement.
Het sluit ook aan bij meer ruimte voor lokale oplossingen, meer inzicht bij aparte gemeenten en lokale toegang voor cliënten. - Een beschikking voor BV intensief aanbod wordt afgegeven door de centrale toegang te Amsterdam een beschikking voor BV en BT wordt lokaal afgegeven.
20
Scenario IV is de keuze om alle toegang lokaal in te richten. Dit houdt in dat de gemeenten voor alle cliënten het onderzoekstraject uitvoeren waarbij indien nodig regionale expertise kan worden ingezet. Dit betekent dat alle cliënten altijd lokaal ondersteund worden. Dit geeft ruimte voor lokale oplossingen, vergt expliciete expertise per gemeente en spoort niet aan tot regionale samenwerking. -
4.5.
Alle beschikkingen worden lokaal afgegeven.
Besluit andere regio’s
Haarlem In Haarlem is een werkgroep besteed aan het afwegen van de vier Toegangsscenario’s en de uitvloeisels. De werkgroep adviseert scenario 3 voor de toegang met onderstaande argumenten: • Deze past het beste bij de beweging van de doordecentralisatie en geeft gemeenten de regie voor haar eigen inwoners. • Er zal verschil bestaan in wat reëel en haalbaar is voor kleinere en grotere gemeenten in de regio. Daarom zal er ruimte zijn voor verschillen in route naar en invulling van de toegang. o Dat zal waarschijnlijk resulteren in het zelf doen van het onderzoek en het stellen van de indicatie door regiogemeenten, al dan niet met meer of minderen inzet van een regionaal expertise team. Utrecht In de U16 zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd; laagdrempelig voor inwoners, juiste kennis en expertise inzetten, zorgen voor goede sturing. Er is nog geen keuze gemaakt voor een scenario maar wel de keuze om de komende periode de lokale toegangen meer in te zetten zodat een cliënt in principe het onderzoekstraject lokaal kunnen starten, eventueel aangevuld met expertise vanuit de U16. De beschikkingen zullen voorlopig nog door Utrecht gemaakt worden, overeenkomend met het voornemen dat de budgetten voor BT en BV in 2023 en 2024 nog centraal gehouden zullen worden.
4.6.
Conclusie best passende scenario
Er is nog veel onduidelijk over het verwacht aantal cliënten dat zich zal melden bij de toegang in de regiogemeenten. Dit is relevante informatie om te beoordelen of de toegang doelmatig georganiseerd kan worden in elke individuele gemeente. Gegeven de omvang van de totale vraag naar BW en MO is de verwachting dat het organiseren op subregionaal niveau (gemeente Amsterdam en regio Amstelland) zeker mogelijk is. Aangezien de bestuurders van de regio als uitgangspunt voor de doordecentralisatie hebben besloten: “lokaal wat kan”, lijkt scenario 1 geen passende optie voor de regio Amsterdam-Amstelland. Het advies is om scenario 2 en 3 mee te nemen in de afweging in deze regio. Beide scenario’s sluiten goed aan bij de wens om de cliënt zo lokaal mogelijk te kunnen ondersteunen. Tevens sluiten de scenario’s aan bij de ontwikkelingen in Amsterdam waar de Centrale Toegang als een tweedelijnsvoorziening wordt ingericht. Los van de vraag welk scenario gekozen wordt is het verstandig om al op korte termijn vanuit de lokale toegangen te kijken hoe aangesloten kan worden bij de huidige inrichting van de Centrale Toegang. Zo kan het komend jaar al worden gebruikt als een periode van leren, samenwerken en verzamelen van informatie. Vervolgens wordt er in 2023 of 2024 geëvalueerd.
Op basis van deze evaluatie is beter te bepalen welke van de twee scenario’s het beste gaat passen voor de Amstelland regio’s. 21
Het is ook voor de komende periode belangrijk dat de gemeenten vormgeven hoe ze vanuit de toegang willen aansluiten bij de centrale toegang, wat ze willen overnemen en per wanneer en welke expertise ze nodig hebben uit de centrumgemeente Amsterdam. Hiervoor kan een overgangsplan worden gemaakt.
4.7.
Fasering
Onderstaande Tabel 2 is een weergave van de fasering van de invulling van de Toegang. Tabel 2. Weergave fasering Toegang 2021 • Centrale Toegang MOBW onderzoekt en beschikt. • In Amsterdam gaat een deel van het onderzoek en het afgeven van beschikking BT (zonder woning) uitgevoerd worden door het buurtteam. • Besluiten inrichting toegang vanaf 2022
2022 • Centrale Toegang MOBW onderzoekt en beschikt. • Verdere inzet regionale veldtafel in Amstelland. Verkennen hoe lokaal onderzoek in Amstelland er uit gaat zien • De veldtafel wordt regionaal en kennis en expertise over de MOBW wordt toegevoegd. • Goede monitoring instroom cliënten t.b.v. evaluatie.
2023-2024-2025 • Centrale Toegang MOBW beschikt BV. • Uitvoeren onderzoek Amstelland cf. afspraken 2022. Waarschijnlijk via de regionale veldtafel. • Beschikking BT cf. afspraak, waarschijnlijk lokaal. • Backoffice door Amsterdam • Evaluatie toegang in 2023
2026 en verder • Centrale Toegang MOBW beschikt BV. • Uitvoeren onderzoek Amstelland cf. afspraken na evaluatie. Waarschijnlijk via de regionale veldtafel. • Beschikking BT cf. afspraak, waarschijnlijk lokaal. • Backoffice cf. afspraak
22
5. Financiën In dit hoofdstuk wordt de huidige financiële situatie toegelicht, worden eventuele risico’s en de risicodeling benoemd van de financiële herverdeling in de doordecentralisatie en wordt de fasering weergegeven. We kijken hierbij naar de huidige situatie, het beschikbare budget BW en MO, het verwachte benodigde budget voor BW en MO en de risico’s, kansen en mogelijke maatregelen die we kunnen treffen.
5.1.
Huidige financiële situatie
Op dit moment krijgt gemeente Amsterdam van het rijk budget voor BW en MO. Vanaf 1 januari 2022 zullen de gemeenten Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn zich naast de gemeente Amsterdam zelfstandig inzetten voor (eigen) inwoners die in aanmerking komen voor BV. Vanaf 1 januari 2023 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inwoners die vanaf die datum instromen en wordt het lokale beleid verder ontwikkeld. Het volgende stuk geeft inzicht in de financiële gevolgen hiervan en de financiële afspraken die gemaakt moeten worden.
5.1.1. Beschikbare budget Op dit moment krijgt gemeente Amsterdam budget voor BW en MO. Om een inzicht op het beschikbare budget voor BW te krijgen is in Tabel 3 de uitwerking van de Mei en Septembercirculaire 2021 gegeven voor de jaren 2020-2026. Tabel 3. Uitkering BW regio Amsterdam-Amstelland. Beschermd wonen Meicirculaire 2021 Septembercirculaire 2021 Mutatie
2021 116.858.482 105.233.770
2022 119.912.091 100.767.678
2023 120.784.737 101.141.549
2024 120.852.672 101.179.887
2025 120.848.991 101.225.662
2026 120.900.134 101.273.508
-11.624.712
-19.144.413
-19.643.188
-19.672.785
-19.623.329
-19.626.626
Op 1 januari 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor mensen die als gevolg van een psychische kwetsbaarheid blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in nabijheid. In Nederland lijkt gemiddeld ongeveer 30 procent van de huidige cliënten in BW hiervoor in aanmerking gekomen. Welk aantal het precies wordt en wat dat voor de regio betekent wordt pas duidelijk wanneer het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) de aanvragen van alle cliënten heeft beoordeeld, we verwachten dat eind oktober 2021. Met de overgang van cliënten van de Wmo naar de Wlz wordt ook het zorgbudget van deze cliënten overgeheveld van de Wmo naar de Wlz. Een deel van het budget is middels de ex-ante uitname al uit het BW budget genomen. In 2022 zal er nog correctie worden uitgevoerd, rekening houdend met de daadwerkelijke overgang van clienten (expost) Het Rijk en de VNG hebben inmiddels ambtelijk afgesproken om één keer na te calculeren (ex-post), namelijk in de meicirculaire gemeentefonds 2021. Op basis van deze nacalculatie zal de structurele Wlz-uitname 53,7 miljoen bedragen vanaf 2022, waarbij 38% van het totaal aantal cliënten in BW zijn overgegaan naar de Wlz. De groei in 2022 en verder in de Mei- en Septembercirculaire wordt verklaard door de toename van het macrobudget als gevolg van toenemende aantallen.
Een bijstelling die zich de afgelopen jaren elke keer heeft voorgedaan. 23
Daarnaast ontvangt Amsterdam als Centrumgemeente voor MO (Error! Reference source not found.4) en Vrouwenopvang (Error! Reference source not found.5) de volgende bedragen: Tabel 4. Uitkering MO regio Amsterdam-Amstelland. Maatschappelijke opvang Meicirculaire 2021 Septembercirculaire 2021 Mutatie
2021
2022
2023
2024
2025
2026
67.293.031 67.098.085
65.728.880 65.121.654
65.728.880 65.121.654
65.728.880 65.121.654
65.728.880 65.121.654
65.728.880 65.121.654
-194.946
-607.226
-607.226
-607.226
-607.226
-607.226
Tabel 5. Uitkering vrouwenopvang regio Amsterdam-Amstelland. Vrouwenopvang Meicirculaire 2021 Septembercirculaire 2021 Mutatie
2021 22.773.373 22.712.968
2022 22.263.325 22.215.140
2023 22.263.325 22.215.140
2024 22.263.325 22.215.140
2025 22.263.325 22.215.140
2026 22.263.325 22.215.140
-60.405
-48.185
-48.185
-48.185
-48.185
-48.185
Voor aanpak dak- en thuisloosheid werd in 2020 en 2021 tweemaal €23.429.470 door gemeente Amsterdam vanuit Blokhuismiddelen ontvangen, Hiervan was € 4.000.000 bestemd voor de regio Amstelland. Daarnaast hebben de regiogemeenten ieder € 17.628 in 2020 en € 32.051 in 2021 ontvangen ten behoeve van dak-en thuisloosheid (zie Septembercirculaire 2021).