7. Bijlage bij brief 310321 MRA Verstedelijkingsconcept VERSIE 1.pdf
Tekst van het document
Belangrijkste uitdaging: balans tussen enerzijds de onderlinge nabijheid van wonen, werken, mobiliteit, groen en anderzijds het verbeteren van de fysieke leefomgeving ter bevordering van volksgezondheid en om gebiedsgebonden gezondheidsachterstanden te verkleinen.
•
Handelingsperspectief: o.a. locatiekeuzes wonen, werken, infrastructuur, energie, groen, maatregelen tegen verkeerslawaai en fijnstof, investeren in vergroenen van de woonomgeving, verplaatsen van milieuhinderbronnen, en aanleggen van regionaal groen en fietsroutes voor woon-werkverkeer.
25
Sociaal maatschappelijk
Verhouding type werkgelegenheid / type werknemers 2020
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
26
2.5
Duurzame metropool
In 2050 heeft de Metropoolregio zich heeft aangepast
mobiliteit liggen belangrijke sleutels om de uitstoot van
aan het veranderende klimaat en is het gebruik van
CO2 en andere broeikasgassen terug te dringen (zie
eindige grondstoffen drastisch teruggebracht. Alleen
hoofdstuk 3). Maar ook de landschapsontwikkeling biedt
als we nu forse stappen zetten, is een klimaatneutraal
kansen om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen
en klimaatbestendig Nederland met een volledig
terug te dringen. Bosaanleg biedt kansen omdat bomen
circulaire economie in 2050 een reëel perspectief.
CO2 opslaan. Een andere lijn is het tegengaan van
Daar zijn nationaal en internationaal afspraken over
de bodemdaling in veenweidegebieden, een van de
gemaakt, bijvoorbeeld in het Klimaatakkoord van Parijs
oorzaken van CO2-emissies. De landbouw kan ook
en het daaropvolgende nationale Klimaatakkoord. Een
bijdragen aan de opslag van CO2 in de grond, al is daar
duurzame ontwikkeling heeft betekenis voor alle vormen
nog wel een behoorlijke transformatie voor nodig.
van ruimtegebruik en op alle schaalniveaus: van de individuele woning tot de internationale netwerken.
Het vasthouden van CO2 is een van de beweegredenen achter de nationale Bossenstrategie. Het Rijk en de twaalf
De keuze om woon- en werklocaties vooral
provincies hebben zich voorgenomen om 37.000 hectare
binnenstedelijk te ontwikkelen, is ook een keuze voor
nieuw bos aan te planten. Een deel daarvan kan goed
duurzaamheid. Stedelijke verdichting nodigt inwoners
in de MRA worden aangelegd, in landschapstypen die
en bezoekers van de regio uit om te kiezen voor schone
zich daarvoor lenen en waar bossen kunnen helpen om
en actieve vormen van vervoer, bevordert deelmobiliteit
andere opgaven aan te pakken. Een voorbeeld is Park21
en beperkt het ruimtebeslag op het landschap. Maar
en mogelijk ook de Westeinderscheg. Het aanleggen
ook binnen het stedelijk gebied zal de transitie naar een
van nieuwe bossen dient ook andere doelen dan het
duurzame samenleving merkbaar zijn. Nieuwe stedelijke
vasthouden van broeikasgassen. Het is belangrijk voor
ontwikkelingen worden duurzaam (circulair) gebouwd,
de recreatie en de biodiversiteit, het kan bijdragen aan
zijn klimaatadaptief, natuurinclusief en energieneutraal
de klimaatadaptiviteit, en de houtproductie kan worden
(dus gasloos). En ook de bestaande bebouwing zal in die
gebruikt als duurzaam en hoogwaardig bouwmateriaal.
richting worden verduurzaamd. De bodemdaling in veenweidegebieden (Waterland, Terugdringen uitstoot broeikasgassen
Amstelscheg, Vechtstreek) is een gevolg van het oxideren
In het energiesysteem, de circulaire economie en de
van veen. Daarbij komen broeikasgassen vrij. Daling van
27
veenbodems heeft bovendien gevolgen voor onder meer
restwarmte, CO2, afvalwater. De circulaire economie
Klimaatbestendige en waterrobuuste metropoolregio
het beheer van infrastructuur en voor de kwaliteit van
is een sterk innovatieve sector. Kennisontwikkeling
Als gevolg van de klimaatverandering moeten we
houten funderingen. Het tempo waarin het veen oxideert
en –toepassing zijn nauw verbonden. De MRA biedt
rekening houden met een grotere toevloed van water via
heeft te maken met het grondwaterpeil. Naarmate de
met haar sterke kenniseconomie goede voorwaarden
de rivieren, een stijgende zeespiegel, extreme buien, maar
grond natter is, daalt de bodem trager. Het huidige
voor broedplaatsen, zowel in een stedelijke als in een
ook perioden van hitte en extreme droogte. Dat maakt
peilbeheer in veel agrarische veenweidegebieden, waarbij
industriële omgeving.
klimaatadaptatie steeds belangrijker voor de keuzes
slootwater wordt weggepompt om de bodem voldoende
in het ruimtelijk domein. Het vraagt van de regio een
droog te houden voor agrarische productie, draagt bij
Havens hebben een centrale rol in de transitie naar een
klimaatbestendige en waterrobuuste ontwikkeling die het
aan het tempo van de bodemdaling. Aanpassing van dit
circulaire economie, die zich ontwikkelt zich tot een
mogelijk maakt om snel en adequaat in te grijpen in geval
peilregime is in veel van deze gebieden onontkoombaar.
kernactiviteit in de haveneconomie. Ook op traditionele
van dreigende wateroverlast of waterschaarste en die de
Een optie is om het grondwaterpeil structureel te
bedrijventerreinen rond wijken en steden zal de circulaire
gevolgen van zo’n crisis beperkt. Het vraagt daarnaast
verhogen. Dat heeft al gauw gevolgen voor het
economie zich manifesteren, bijvoorbeeld voor het laden
om een inrichting van stedelijk gebied die het ‘hitte-
grondgebruik. Dat zou daarop afgestemd moeten worden,
en lossen van afval en grondstoffen en de voorscheiding,
eiland’-effect tempert. Hitte vormt een steeds groter
hetzij door een aangepaste agrarische bedrijfsvoering,
en in wijken is bedrijfsruimte noodzakelijk voor lokale
gezondheidsrisico, vooral in de stad. Bij een hittegolf
hetzij door een keuze voor natuur of recreatie, of een
ambachten, herstelbedrijven en eventuele voorscheiding
ontstaan temperatuurverschillen tot wel acht graden
combinatie van de drie. Technische oplossingen (zoals
van materialen. Deze opgave vraagt zowel fysieke als
tussen verstedelijkt en landelijk gebied.
drukdrainage of onderwaterdrainage) zijn ook denkbaar,
milieuruimte en is niet in alle gevallen combineerbaar met
maar hebben ook specifieke effecten, bijvoorbeeld op de
milieugevoelige functies.
zoetwatervoorraad.
Klimaatbestendig en waterrobuust zijn in 2050 betekent ook voorbereid zijn op het klimaat van de vijftig jaar erop.
In de agrarische sector neemt de circulaire economie
Ruimtelijke ontwikkelingen van nu krijgen gedurende hun
Welke oplossing voor welk gebied het meest in
de vorm aan van kringlooplandbouw. Dat zijn vormen
levensduur te maken met een wezenlijk ander klimaat.
aanmerking komt, wordt uitgewerkt in integrale
van landbouw waarbij zo min mogelijk afval vrijkomt, de
Waarbij de klimaatverandering in de tweede helft van
gebiedsprocessen met alle betrokken partijen, zoals in
uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk is en
deze eeuw waarschijnlijk zal accelereren. Dat maakt de
Laag-Holland. In deze integrale gebiedsprocessen wordt
grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk
urgentie om klimaatbestendig en waterrobuust te zijn
gezocht naar oplossingen die de bodemdaling tegengaan
verliezen worden benut. De bodem wordt duurzaam
des te groter. En het betekent ook dat er steeds kortere
en op maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen. Ook in
beheerd. Kringlooplandbouw is ook een natuur- en
tijd zal zijn om keuzes te maken, ontwikkelingen voor
de Amstelscheg werken gebiedspartijen samen aan een
landschapsinclusieve landbouw die bijdraagt aan het
te bereiden en maatregelen uit te voeren. Wachten
integraal Gebiedsperspectief, waarin dit onderwerp wordt
behoud en vergroten van de biodiversiteit. In de MRA
met klimaatadaptieve maatregelen leidt ertoe dat
meegenomen.
worden proeftuinen voor kringlooplandbouw ingericht
we over enkele jaren de ruimtelijke inrichting en het
– Laag Holland, de Amstelscheg en Flevoland komen
watersysteem in veel landelijke en stedelijke gebieden
Transitie naar een circulaire MRA
daar bijvoorbeeld voor in aanmerking. In Lelystad is in
opnieuw moeten aanpassen, willen we ze leefbaar
Met de opgave om in 2050 volledig circulair te zijn, zullen
samenwerking met het ministerie van LNV de Boerderij
houden en mogelijke schade beperken. In gebieden met
stromen en kringlopen meer en meer de structuur van
van de Toekomst opgezet. Daarnaast is Flevoland een van
veel economische waarde, waar veel mensen wonen en
de regionale economie bepalen. Reststoffen van het ene
de vijf experimenteergebieden Kringlooplandbouw in
werken, is dat ingewikkeld en kostbaar. Enkele jaren voor
bedrijf kunnen worden benut door een ander bedrijf,
Nederland.
je uitschuiven of alleen rekenen met mogelijke scenario’s
of door particulieren. Dat kan gaan om grondstoffen,
28
tot 2050 resulteert al snel in miljarden euro’s aan extra investeringen in de ruimtelijke inrichting van met name
•
in stedelijke gebieden voldoende
Het vierde punt, reductie van hittestress, raakt de
verkoelingsmogelijkheden zijn bij extreme hitte.
leefbaarheid. Het werkt door in de inrichting van nieuwe
stedelijk gebied en in het watersysteem. Kortom: hoe
en bestaande stedelijke gebieden, in het bijzonder bij
eerder we beginnen met aanpassen, hoe lager de totale
De eerste drie punten bevinden zich op het raakvlak
stedelijke verdichtingsprojecten. Voorbeelden van
kosten. Dat betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen
van de ruimtelijke inrichting en het watersysteem.
verkoelende maatregelen zijn het creëren van meer
ook op korte termijn moeten worden getoetst aan alle
Maatregelen in de waterinfrastructuur alleen zijn niet
schaduw in de stad en meer ruimte voor groen en
scenario’s voor de lange termijn. Daarbij moeten we
voldoende om de knelpunten op te lossen. Er is meer
bewegend water, zowel in het openbaar domein (parken,
nu al de gehele levensduur van de fysieke omgeving
ruimte nodig voor een natuurlijk waterbeheer, naast het
plantsoenen, groenstroken) als in het private domein
meenemen en kijken naar de verre horizon van 2100.
technische watermanagement, op alle schaalniveaus – van
(inwoners en bedrijven stimuleren om daken of verharde
de straat tot het nationale watersysteem. De toenemende
tuinen te vergroenen). Op een groter schaalniveau
Een regio die klimaatadaptief is, is een regio waar:
behoefte aan water moet worden teruggedrongen en de
kunnen stedenbouwkundige keuzes helpen om
•
risico’s van overstroming beperkt zijn,
beschikbaarheid van water voor nieuwe functies die veel
verkoelende wind uit het buitengebied diep de stad in te
•
voldoende ruimte is voor waterberging, ook in
water nodig hebben, spreekt niet overal meer vanzelf.
laten waaien.
periodes van hevige neerslag of grote toevoer,
Bij keuzes in het ruimtegebruik en in de inrichting van
voldoende drinkwater, grondwater en zoetwater
ontwikkelingsgebieden moet daarop worden ingespeeld.
•
beschikbaar is, ook in tijden van droogte,
Een klimaatadaptieve regio met een waterrobuuste inrichting levert nieuwe kansen op. Het landschap en de openbare ruimte in de stad kunnen er aantrekkelijker en in veel opzichten waardevoller mee worden. Denk aan de landschapsbeleving, gezondheidseffecten, de recreatieve kwaliteit, economische kansen, maar zeker ook aan de biodiversiteit, natuurkwaliteit en thermische energie vanuit oppervlaktewater en afvalwater.
29
2.6
Waardevol landschap dat de metropool verbindt De landschappelijke variatie is een unieke, onderscheidende kwaliteit van de MRA. De
Stuk voor stuk vragen de landschappelijke waarden
metropoolregio beschikt over cultuur- en
en groenblauwe diensten aandacht en onderhoud,
natuurlandschappen, oude en nieuwe landschappen,
willen we ze op de lange duur kunnen handhaven en
en natte landschappen in de vorm van plassen, meren
versterken. Dat geldt des te nadrukkelijker in het licht van
en grote wateren zoals het IJmeer-Markermeer en de
de economische en demografische groei. Het behoud
zee. Samen vormen zij één doorgaande groenblauwe
van de doorgaande landschappelijke structuur, en de
structuur; het landschappelijk raamwerk van de MRA.
ontwikkeling van de landschapseenheden die daar deel van uitmaken, hebben een cruciale rol in het borgen van
Het sterke landschap van de MRA versterkt de steden en
een goede leefkwaliteit voor iedereen in deze groeiende
draagt bij aan de identiteit van het gebied, is een drager
metropoolregio.
van cultuurhistorische waarden, biedt ontspanning, is productief als landbouwareaal en herbergt een
In de landschapsontwikkeling van de MRA maken we
grote biodiversiteit. Het sterke landschap functioneert
onderscheid in vijf pijlers:
bovendien als leverancier van een aantal groenblauwe
1.
diensten die essentieel zijn voor een hoge leefkwaliteit
behoud en versterking van bijzondere landschappelijke waarden,
in de metropoolregio, zoals schone lucht, voedsel,
2.
landschappelijke versterking,
drinkwater, waterbuffering, verkoeling, energie en de
3.
landschappelijke verbindingen,
mentale gezondheid die verbonden is aan een groene
4.
landschapsinclusieve ontwikkeling,
leefomgeving.
5.
beleving van het landschap.
Hoewel in het spraakgebruik vaak een onderscheid wordt
1 - Bijzondere waarden
gemaakt tussen stad en land, is die grens niet zo hard.
Een aantal gebieden binnen de MRA kennen bijzondere
Integendeel: landschappelijke structuren zetten zich
natuur- of erfgoedwaarden, of hebben een belangrijke
door in de stad, soms verscholen en soms uitgesproken.
functie als recreatiegebied. De grootste concentraties
Verschillende functies van het landschap (zoals natuur,
van natuurwaarden zijn te vinden in de gebieden die
recreatie, water) kennen haarvaten al in de woonbuurt.
behoren tot het Natuurnetwerk Nederland, waartoe ook de natuurgebieden behoren die vallen onder het
30
beschermde Europese netwerk Natura 2000. Twee
zin van het woord: de bouw van stedelijke en industriële
leveren aan de leefkwaliteit en menselijke maat in de
gebieden hebben het predicaat ‘Nationaal Park’: Zuid-
functies en infrastructuur. In veel andere gebieden wordt
MRA. Dat maakt de landschappelijke verbindingen
Kennemerland en Nieuw Land. Erfgoedwaarden zijn in het
de ontwikkeling aangejaagd door een andere factor. Dat
belangrijk, ook buiten de ecologische verbindingen die
bijzonder aanwezig in de drie Unesco-werelderfgoederen
kan de behoefte aan verbetering van de leefkwaliteit
zijn opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland. De
in de MRA. Naast de grachtengordel van Amsterdam
van de omgeving zijn, bijvoorbeeld in gebieden met
beoogde landschappelijke verbindingen versterken
zijn dat de landschappelijke werelderfgoederen van de
tekorten aan groen in de woonomgeving of direct bij de
zowel de recreatieve mogelijkheden voor bewoners en
Beemster en de Stelling van Amsterdam. De laatste wordt
kernen (zoals het oosten van Haarlemmermeer en de
bezoekers, als de biodiversiteit en de vitaliteit van de
in de zomer van 2021 mogelijk uitgebreid met de Nieuwe
Westeinderscheg), Meer specifiek kan de opvang van
natuur. Als ze historische lijnen of structuren volgen, zoals
Hollandse Waterlinie tot het werelderfgoed Hollandse
de groeiende recreatieve druk een aanleiding zijn. Dat
het Oer-IJ , de Stelling van Amsterdam, ondersteunen
Waterlinies. Andere landschappen met bijzondere
speelt bijvoorbeeld in de scheggen rond Amsterdam en
ze ook de cultuurhistorische waarde van het landschap.
cultuurhistorische waarden zijn in Noord-Holland de
in natuur- en landbouwgebieden rondom de steden van
Veel verbindingen moeten worden verbeterd om goed
‘bijzondere provinciale landschappen’.
de MRA. Het kan ook om duurzaamheidsambities gaan:
te functioneren. Ze hebben niet altijd een inrichting die
het beperken van de bodemdaling in veenweidegebieden
bij de verbindende functie past en er moeten barrières
Ook de open en weidse landbouwgebieden zijn een
of de aanleg van nieuwe bossen. De noodzaak om tot
worden genomen, vooral van grote infrastructuur.
belangrijk onderdeel van de cultuur en historie van de
een waterrobuuste, klimaatadaptieve inrichting te komen
regio, maar deze zijn niet altijd beschermd. Om deze
kan landschappelijke versterking aanjagen in gebieden
4 - Landschapsinclusieve ontwikkeling
karakteristieke landschappen te behouden, moet
die met verdroging of verzilting te maken hebben en
De groei in de MRA brengt ook ingrepen met zich mee
geschikte landbouwgrond behouden blijven. Goede
ook natuurontwikkeling geeft kans op landschappelijke
die zich moeilijk laten combineren met de beleving
landbouwgronden blijven bovendien noodzakelijk voor
versterking. In de Zuidflank is de noodzakelijke sanering
van het landschap. Die spanning bestaat vooral bij
de voedselvoorziening; ook voor de transitieopgave
van verouderde glastuinbouwgebieden een directe
nieuwe verkeersinfrastructuur en uitbreidingen van
naar kringlooplandbouw, de productie van duurzaam
aanleiding. Vaak is in één gebied meer dan één opgave
het energienetwerk (zoals leidingen en opwekking)
streekvoedsel en het verkorten van de voedselketen. Bij
aan de orde.
en bij bedrijventerreinen en nieuwe woonwijken. Het
afwegingen over ruimteclaims in het landschap moet het
ontwikkelprincipe van een ‘landschapsinclusieve
behoud van goede landbouwgronden daarom altijd een
Ambitie is dat het landschap daar steeds sterker uitkomt;
ontwikkeling’ betekent dat als voor zo’n ingreep wordt
criterium zijn.
dat functionele ingrepen in het landschap steeds ook de
gekozen, de landschappelijke kwaliteit deel uitmaakt
beleving vergroten, en andersom, dat ingrepen om de
van de afweging en zo mogelijk geïntegreerd wordt in de
In de gebieden met bijzondere waarden kunnen
landschappelijke beleving te vergroten ook andere doelen
oplossing. Dat gaat verder dan een zorgvuldige inpassing;
maatregelen nodig zijn om de landschappelijke
dienen.
het betekent ook dat parallel of anticiperend wordt
hoofdfunctie of kernwaarde (voor natuur, recreatie,
geïnvesteerd in compensatie van de verloren gegane
cultuurhistorie en landbouw) te behouden of te
3 - Landschappelijke verbindingen
versterken.
Eigen aan de MRA is niet alleen de diversiteit aan
waarden, op of direct rondom de locatie of het tracé.
landschappen, maar ook de aaneengesloten groenblauwe
In een aantal gebieden leidt de ruimtedruk van
2 - Landschappelijke versterking
structuur. De steden en dorpen liggen in het landschap
infrastructuur en/of stedelijke en economische functies
Het landschap is voortdurend in beweging en in een
– daarin onderscheidt de MRA zich van andere
tot een keuzesituatie die zich niet of niet eenvoudig met
aantal gebieden kondigt de verandering zich al aan. Dat
metropolitane gebieden in de wereld. Juist omdat de
het ontwikkelprincipe van een landschapsinclusieve
gaat lang niet alleen om verstedelijking in de beperkte
landschappen verbonden zijn, kunnen ze hun bijdrage
ontwikkeling laat oplossen. De ruimtedruk in het
31
Noordzeekanaalgebied is daar een voorbeeld van.
Om te komen tot een MRA-dekkende recreatieve
openbaar vervoer te verbeteren, wordt het concept
Op locaties waar infrastructuur en/of stedelijke en
structuur van goede kwaliteit, die berekend is op
van de ‘buitenpoorten’ doorontwikkeld. Dit zijn
economische ontwikkeling noodzakelijk wordt bevonden,
de verwachte bevolkingsgroei van de MRA, is een
halteplaatsen die direct toegang bieden tot recreatie-
en landschappelijke waarden daar niet zonder netto
schaalsprong nodig in het recreatieve netwerk. Dat vraagt
en natuurgebieden. De eerste pilot is afgerond
kwaliteitsverlies in geïntegreerd kunnen worden, krijgt het
om een drievoudige aanpak:
(Santpoort-Noord) en vier nieuwe potentiële
ontwikkel- en inrichtingsprincipe van een ‘ruimhartige
1.
Versterking van de bestaande recreatieve
buitenpoorten worden onderzocht (Bussum-Zuid,
compensatie’ invulling op grotere afstand. Dat laat de
structuur (waar deze sleets is en/of schakels
Wormerveer, Haarlem-Spaarnwoude en Castricum).
noodzaak van een goede landschappelijke inpassing
mist). Verantwoordelijkheden voor recreatieve
onverlet.
voorzieningen die niet onder een recreatieschap
3.
Het anticiperen op de toekomstige groei en de
vallen, zijn versnipperd over een groot aantal
recreatieve behoefte van de bewoners. Hierin hebben
5 - Beleving van het landschap
organisaties en een adequaat en helder financieel
de gebieden die hierboven zijn benoemd voor
Dankzij de meerkernige stedelijke structuur van de
kader ontbreekt. Deze situatie leidt tot achterstanden
‘landschappelijke versterking’ en ‘landschappelijke
MRA is het landschap nooit ver weg. Een van de
in het beheer en ontbrekende schakels in het
verbindingen’ een belangrijke rol. Hier liggen de
ontwikkelprincipes in de Verstedelijkingsstrategie luidt
netwerk. De opgave is niet alleen om deze
beste kansen om de aantrekkelijkheid en capaciteit
dat vanaf iedere woning binnen vijftien minuten fietsen
knelpunten in de huidige recreatieve structuur te
voor recreatief bezoek te vergroten, respectievelijk
een aantrekkelijk landschap bereikbaar is. Zo levert het
verhelpen, maar ook om toe te werken naar een beter
het recreatieve netwerk uit te breiden.
landschap een belangrijke bijdrage aan de leefkwaliteit
systeem om het beheer te bekostigen.
en de menselijke maat. Of het nu is om stil te genieten van de natuur of om een festival te bezoeken, om een rondje
2.
Het doorontwikkelen van de bestaande recreatieve
te sporten of een dag op het water door te brengen. De
structuur. Dit behelst onder meer de lopende
behoefte aan recreatie in landschap nabij de steden groeit
ontwikkeling van landschapsparken (zoals Park 21
als de steden drukker worden. Dat maakt aandacht voor
in Haarlemmermeer en de Noorder IJplas tussen
beleving, de recreatieve functie, toegankelijkheid en stad-
Amsterdam en Zaandam), de doorontwikkeling
landverbindingen (de scheggen en stadsranden) op zijn
van Spaarnwoude en de lopende ontwikkeling van
plaats bij ruimtelijke ingrepen die invloed hebben op het
gebieden rondom de natuurkernen van Nationale
landschap.
Parken Zuid-Kennemerland en Nieuw Land, die de natuur beleefbaar en toegankelijk moeten maken
Aan de basis van de landschapsbeleving staat een uit
zonder de ecologische waarde van de natuurkernen
te bouwen MRA-dekkende recreatieve structuur. Die
zelf aan te tasten. Bij het doorontwikkelen vragen
begint idealiter bij de voordeur, loopt via groenzones
vooral stadsranden en groene verbindingen in
in de stad naar stadsparken en via aantrekkelijke
de stad aandacht, zeker waar de recreatieve druk
stad-landverbindingen naar het buitengebied.
hoog is. Onderdeel van het ‘doorontwikkelen’ is
Cultuurhistorische structuren kunnen hier een belangrijke
ook het op orde houden dan wel verbeteren van de
rol in spelen, zoals de rivieren, waterlopen en dijken, de
bereikbaarheid. Sommige gebieden kennen een
Stelling van Amsterdam, et cetera. Onderdelen zijn zowel
hoge recreatiedruk en het verkeer erheen zorgt op
landschapsparken als goede routestructuren en spreiding
topdagen voor congestie. Om de bereikbaarheid per
van bestemmingen.
32
Waardevol en verbindend landschap
Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
3. Toekomstbestendige systemen 34
3.1
Water Voldoende water met goede kwaliteit, veilig en voorbereid op de toekomst Tot dusver slagen we erin om het watersysteem met
consequenties (kosten, planning, ruimte) expliciet worden
technische middelen aan te passen aan het bestaande
meegenomen in de businesscase van de verstedelijking.
of gewenste grondgebruik, verzekerd te blijven van voldoende zoetwater, én watersnood en substantiële
Waterrobuuste inrichting
wateroverlast te voorkomen. Maar we de druk op het
Voor een waterrobuuste inrichting is een betere
watersysteem loopt op. Klimaatverandering vraagt
wisselwerking tussen ruimtegebruik en watersysteem
een klimaatadaptieve en waterrobuuste ruimtelijke
noodzakelijk. Dat betekent:
inrichting. Naast de klimaatverandering zorgen ook
1.
De bekende drieslag in het waterbeleid van
ruimtelijk-economische ontwikkelingen voor toenemende
vasthouden, bergen en afvoeren strikter toepassen.
druk op het watersysteem. Stedelijke en economische
Waarbij meer dan in het verleden de grootste
ontwikkeling hebben een toenemende vraag naar water
nadruk ligt op vasthouden, vasthouden en nog
tot gevolg, waar niet zonder meer in voorzien kan worden.
eens vasthouden, in groen, op alle schalen en
Het beïnvloedt ook de belasting van het watersysteem,
in alle gebieden. Op daken, percelen, straten,
bijvoorbeeld doordat extra verharding bij extreme buien
wijken, polders; lokaal in sloten, in het regionale
leidt tot een grotere waterafvoer. Dit vergroot de opgave
watersysteem en aan en in het hoofdwatersysteem.
om wateroverlast, watertekort en verzilting tegen te gaan. Bovendien staan we voor de opgave om de waterkwaliteit structureel te verbeteren.
2.
De beschikbaarheid van water sturender laten zijn voor de situering van functies die veel water nodig hebben, zoals datacenters, waterstoffabrieken maar
De ambitie is om ervoor te zorgen dat de MRA op zo’n
ook agrarische bedrijvigheid. Zeker in periodes
manier wordt ontwikkeld, dat er geen onvoorziene,
van droogte is zoetwater niet overal onbeperkt
nadelige effecten (afwenteling) ontstaan voor het
beschikbaar. Het gebruik van drinkwater is geen
watersysteem en de klimaatbestendigheid van de
alternatief voor functies die deze waterkwaliteit niet
regio. Dit betekent onder meer dat we streven naar
per se nodig hebben. Water van drinkwaterkwaliteit
een MRA waarbij de wijze van bouwen (op niveau van
is schaars en wordt alleen gebruikt als dat
woningen, wijken en regio) niet tot extra belasting
noodzakelijk is of als er geen alternatief voorhanden is
van het watersysteem leidt. Of, als dat niet mogelijk
.
.
is, een oplossing voor het watersysteem waarbij de
35
3.
Nieuwe ontwikkelingen zodanig vormgeven dat de
steigers, vaarroutes, drijvende objecten) af te wisselen
op mogelijke locatiekeuzes, het openhouden van
gevolgen van wateroverlast door regen, mogelijke
met rustige natuurvriendelijke plekken in en op het water.
verschillende toekomstscenario’s (adaptatiepaden) in
overstromingen en zeespiegelstijging zoveel mogelijk
Maar ook het bouwrijp maken zonder drainage op klei- en
de ruimtelijke inrichting, en de afweging of bepaalde
beperkt blijven. Vitale en kwetsbare functies worden
veengronden bevordert de waterkwaliteit.
gebruiksfuncties op lange termijn nog kunnen worden
bij voorkeur niet op plekken ontwikkeld waar sprake
gefaciliteerd. Daarnaast wordt gekeken naar ruimtelijke
is van een hoog plaatselijk risico, ofwel worden
De waterkwaliteit van het Noordzeekanaal wordt
en economische effecten én welke randvoorwaarden de
voldoende robuust aangelegd. Bij ontwikkelingen
beïnvloed door indringing van zout water via de
ruimtelijke en economische ontwikkeling stelt aan het
in kwetsbare gebieden is voldoende aandacht voor
zeesluizen. De toenemende droogte kan het zoutgehalte
watersysteem, welke koppelingsmogelijkheden er zijn
calamiteitenbeheersing, bijvoorbeeld door rekening
verder doen toenemen. Enige mate van verzilting is
en welke potenties. De systeemvisie wordt opgesteld in
te houden met evacuatieroutes en bereikbare veilige
geen bewaar en zelfs wenselijk voor natuurwaarden
samenhang met programma’s als ‘Toekomstbestendig
plekken in de buurt. Bij nieuwbouw is dat relatief
langs de oevers. Teveel verzilting is echter schadelijk,
watersysteem Amsterdam Rijnkanaal-Noordzeekanaal’ en
eenvoudig, in bestaande woon- en werkgebieden is
voor het drinkwater, de landbouw, de natuur, maar ook
de Deltaprogramma’s.
dat uitdagender. Een oplossing is om om bestaand
voor de industrie (die het water gebruikt als koel- en/
stedelijk gebied en nieuwe ontwikkelingen in
of proceswater). Om een teveel aan zoutwatertoevoer
Acties waterrobuuste inrichting en klimaatadaptatie
samenhang aan te pakken.
te voorkomen, wordt bij de zeesluizen een constructie
Om te komen tot een waterrobuuste inrichting en
gebouwd voor ‘selectieve onttrekking’, waardoor een
een klimaatadaptieve ontwikkeling worden (naast
Verbeteren van de waterkwaliteit
deel van het zoute water weer terugstroomt naar zee.
bovenstaande integrale systeemvisie) de volgende acties
Een goede kwaliteit van het water is belangrijk voor
Verdere ontwikkeling van de haveneconomie kan leiden
uitgewerkt:
de natuur, maar ook voor de leefbaarheid en de
tot meer scheepvaartverkeer, en daardoor een grotere
•
volksgezondheid. Op dit moment worden de normen van
zoutindringing. Deze verzilting kan via de Oranjesluizen
de inrichting van het stedelijk gebied zodanig
de Kaderrichtlijn Water op veel plaatsen niet gehaald.
ook de waterkwaliteit van Markermeer-IJmeer
ontworpen, dat er voldoende ruimte is om water vast
Verstedelijking en klimaatverandering (met bijbehorende
beïnvloeden, zeker als een toename van de binnenvaart
te houden op het niveau van het perceel, de straat
droogte en verzilting) kunnen leiden tot een verdere
op die route tot meer schutbewegingen leidt. De omvang
en de wijk. Daarnaast wordt er voldoende rekening
vermindering van de waterkwaliteit. De waterkwaliteit
van dit effect is onbekend en moet worden onderzocht.
gehouden met het voorkomen van hittestress in
hoeft niet overal hetzelfde te zijn. Van belang is dat er
Daaruit zal moeten blijken of het een potentieel knelpunt
het stedelijk gebied. Zo kan meer ruimte voor groen
in het watersysteem een ordening ontstaat van schoon
is en wat eraan gedaan kan worden, en of technische
positieve effecten hebben op zowel hittestress als
naar minder schoon water en van zilt naar zoet water, en
middelen zoals de selectieve onttrekking een afdoende
benut worden voor water vasthouden.
dat deze ordening is afgestemd met het bestaande en
oplossing vormen.
verwachte ruimtegebruik. De behoefte aan zoet water
•
Bij (binnen)stedelijke ontwikkelingen wordt
Bij alle nieuwe ontwikkelingen inzetten op klimaatrobuuste ontwikkelingen en
neemt bijvoorbeeld af als het grondgebruik in verziltende
Integrale systeemvisie
gevolgbeperking (waaronder ruimte voor
gebieden op die verzilting wordt afgestemd. In combinatie
Rijk en regio stellen een integrale systeemvisie op voor
verticale evacuatiemogelijkheden op gebieds-
met de opgave om de bodemdaling tegen te gaan, vraagt
een waterrobuuste en klimaatbestendige regio. Deze
of perceelniveau). Essentieel daarbij is dat
dat van agrariërs om na te denken over andere teelten of
systeemvisie geeft onder meer aan hoe en waar de
vooruitlopend op nieuwe gebiedsontwikkelingen
om een ander grondgebruik. De inrichting van de stad
ruimtelijke ordening rekening moet houden met ruimte
alvast wordt voorgesorteerd door het vroegtijdig
kan bijdragen aan de waterkwaliteit door plekken met
voor vasthouden, bergen en afvoeren van water, de
nemen van klimaatadaptieve en watergerelateerde
een hoge gebruiksdruk in en naast het water (denk aan
effecten van zeespiegelstijging en klimaatverandering
maatregelen (bijvoorbeeld Almere Pampus nu
36
•
•
al reliëf en natuurontwikkeling aanbrengen, dit
De volgende acties worden geagendeerd op andere tafels
ondersteunt klimaatadaptieve ontwikkeling en de
om klimaatadaptieve verstedelijking in de MRA mogelijk
grotere en efficiënte aan- en afvoercapaciteit
ecologische structuur).
te maken:
voor het watersysteem: naast de aan- en
Voor het klimaatbestendig en waterrobuust
•
Bij de integrale gebiedsprocessen om de
afvoercapaciteit op het Markermeer gaat dat om de
bodemdaling in veenweidegebieden te beperken,
aan- en afvoercapaciteit van en naar de Lek en de
maken Rijk en regio afspraken over de rol die beide
agenderen van het tegengaan van fragmentatie
mogelijkheden om meer water naar zee te kunnen
pakken richting de verschillende sectoren waar zij
in peilvakken (voor zover daar sprake van is). Deze
afvoeren via de gemalen in IJmuiden en Katwijk (o.a.
verantwoordelijk voor zijn (bijv. energie en data).
fragmentatie zorgt ervoor dat het waterbeheer steeds
agenderen bij Toekomstbestendig Watersysteem
Rijk en regio werken in Gooi en Vechtstreek een
complexer en kostbaarder wordt.
Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal,
Voor de gebruiksfunctie in de droogmakerijen
Deltaprogramma’s).
•
inrichting (zie de paragraaf Gooi en Vechtstreek in
Haarlemmermeer en Flevoland in overleg met
hoofdstuk 4).
zittende gebruikers een transitie inzetten naar
Rijk en regio starten een onderzoek naar tijdelijke
functieverandering passend bij de gebiedseigen
waterbufferlocaties nabij het hoofdwatersysteem
waterkwaliteit en grondwaterstanden, zodanig dat
(Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal)
er minder water hoeft te worden ingelaten voor
met als zoekgebieden Oer-IJ en bij de Gooi en
doorspoeling met zoetwater. (o.a. agenderen bij
Vechtstreek. Dit is in aanvulling op het nieuwe noodoverloopgebied in De Ronde Hoep en
•
Onderzoek naar de mogelijkheden voor een
aanleggen van vitale en kwetsbare infrastructuur
integrale aanpak uit voor een waterrobuuste
•
•
Deltaprogramma Zoet Water) •
Onderzoek naar de mogelijkheden om het
de tijdelijke waterberging in de zuidpunt van
huidige hoofdwatersysteem in te zetten voor het
Haarlemmermeer, waartoe al besloten is. Tijdelijke
vasthouden van water; waarbij gedacht kan worden
waterbufferlocaties moeten, afhankelijk van de
aan het benutten van de ruimte in het Amsterdam-
inrichting, deels samenvallen met andere functies in
Rijnkanaal (via het incidenteel accepteren van
deze gebieden zoals natuur, recreatie en energie.
hogere peilen bij een dreigende calamiteit),
In de duinen en de binnenduinrand wordt ruimte
en een grotere functie van het Markermeer en
gezocht om schoon kwelwater in het gebied vast te
IJmeer als buffer voor waterbeschikbaarheid (ten
houden en beter te benutten, met mogelijk beperking
behoeve van zoetwater- en drinkwatervoorziening,
of aanpassing van agrarische functies tot gevolg.
mogelijk ook voor regio Gooi en Vecht) en voor de piekwaterberging. Dit vraagt om een grotere aan- en afvoercapaciteit richting het Markermeer, waarvoor de gemaalcapaciteit bij omgeving Muiden en Amsterdam-Rijnkanaal vergroot zou moeten worden (o.a. agenderen bij Toekomstbestendig Watersysteem Amsterdam-Rijnkanaal/ Noordzeekanaal, Deltaprogramma’s, Programma Grote Wateren).
37
Meerkernige Metropool Watersysteem en klimaatadaptatie
Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
38
3.2
Ecologie Ruimte voor flora en fauna in en om de stad De MRA onderscheidt zich van de meeste andere
Natuurnetwerk Nederland
metropolen door de aaneengesloten landschappelijke
De komende jaren zijn nog veel inspanningen nodig
structuur, waardoor nabij de stedelijke gebieden steeds
om het Natuurnetwerk Nederland af te ronden, en
goed bereikbare en waardevolle landschappen te
ook daarna vraagt dit netwerk inspanningen voor
vinden zijn. Zee, strand, duinen, bos, heide, veenweiden,
beheer en verbetering. Zo gaat de agenda voor het
moerassen, polders en de grote meren – ze kennen
‘Toekomstbestendig Ecologisch Systeem’ in en om
allemaal eigen en belangrijke natuurwaarden. Een
Markermeer en IJmeer veel verder dan 2027. De
goede ecologische kwaliteit en uitwisseling tussen deze
ambitie met het Nationaal Park Nieuw Land (bestaande
gebieden bevordert de vitaliteit van de natuur. Zeker als
uit Markermeer, Trintelzand, Marker Wadden,
de bereikbaarheid geborgd is, dragen ze allemaal bij aan
Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen) is om dit
de leefkwaliteit en de economische aantrekkelijkheid van
systeem robuust en veerkrachtig te maken, zodanig dat
de MRA, en aan de gezondheid en het welzijn van haar
het bestand is tegen de jaarlijkse schommelingen die
inwoners.
inherent zijn aan elk ecosysteem. Ook in perioden van schaarste, door welke oorzaak dan ook, kan Nieuw Land
Een robuuste ecologische droge en natte structuur is om
omvangrijke populaties trekvogels ontvangen – een
die reden een voorwaarde voor een duurzame stedelijke
belangrijke maatstaf voor dit deel van de MRA-natuur.
en ruimtelijk-economische ontwikkeling. Op lange termijn
Ook elders in de regio moeten nog verbindingen worden
moet het ecologische systeem zodanig veerkrachtig en
aangelegd of zijn ze kwetsbaar, bijvoorbeeld op plekken
robuust zijn, dat de natuur tegen een stootje kan zonder
waar ze grote infrastructuur kruisen.
direct aan waarde te verliezen. De robuustheid en veerkracht van het Natuurnetwerk Tot 2027 werken we aan de afronding van het
Nederland wordt sterk beïnvloed door het
Natuurnetwerk Nederland (het netwerk van onderling
ruimtegebruik buiten het Natuurnetwerk zelf. Een
verbonden natuurgebieden, waaronder de Natura
robuust ‘groengehalte’, reductie van emissies en
2000-gebieden). Dat legt de basis voor zo’n robuust en
een klimaatbestendige waterhuishouding buiten de
veerkrachtig systeem. Op middellange en lange termijn
natuurgebieden zijn ook van belang voor de kwaliteit van
verschuift het accent naar ‘natuurinclusief ontwikkelen’,
het Natuurnetwerk Nederland. De stikstofcrisis is daar
met versterkte aandacht voor de natuur in de nabije
een indringend bewijs van. Natuur kan een zuiverende
omgeving, dus niet alleen in natuurgebieden.
39
werking hebben op lucht en water, maar lijdt ook onder
De volgende groene zones op regionale schaal zijn in
in een natuurinclusieve MRA. Nieuwe of te versterken
lucht- en waterverontreiniging. Die invloed kan vooral
beeld:
natuurwaarden gaan hier samen met andere functies,
consequenties hebben als een grote bron van emissies
•
tussen de duinen en het Groene Hart (via Park21
zoals recreatie, landbouw en waterbuffering. Maar ook
zich nabij een bestaand of gewenst natuurgebied bevindt.
in Haarlemmermeer, de Westeinderplassen en de
daarbuiten is een natuurinclusieve ontwikkeling gewenst,
De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater heeft
Amstelscheg)
ook in een stedelijke omgeving.
eveneens invloed; de normen van de Kaderrichtlijn Water,
•
onder meer afgestemd op een vitale natuur, worden nog
tussen Spaarnwoude en de Zaanstreek (in combinatie met waterbuffering, via het gebied van het Oer-IJ)
De beide nationale parken in de MRA, Nieuw Land
•
tussen de Zaanstreek en IJmeer (via Waterland)
en Zuid-Kennemerland, kunnen verder in die richting
•
de Oostvaardersoevers als schakel tussen
doorontwikkeld worden. In lijn met het programma
Het verbeteren van de ecologische kwaliteit buiten het
de Oostvaardersplassen/Lepelaarplassen,
Nationale Parken Nieuwe Stijl van LNV is in beide
Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden,
IJmeer/Markermeer en Kustzone Lelystad (de
parken de ambitie om een ecologische en recreatieve
maar wel ten behoeve van het Natuurnetwerk en Natura
kustontwikkeling aan het Markermeer is onderdeel
bufferzone rond de Natura 2000-gebieden te realiseren.
2000, is onderdeel van het nationale Programma Natuur,
van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem
In Nieuw Land wordt daar een ecologisch-recreatieve
als tweede spoor naast de uitwerking van de ‘basiskwaliteit
rond Markermeer en IJmeer, en maakt deel uit
‘mantel’ rondom de natuurkernen voor ontwikkeld,
natuur’
van de Natte As tussen de Noord-Hollandse
met poortgebieden bij Lelystad en Almere, en in Zuid-
laagveengebieden, het Markermeer en randmeren,
Kennemerland is het idee om de binnenduinrand
en de laagveengebieden in Overijssel)
en de strandvlakte aan het park toe te voegen. Een
groenblauwe dooradering van het landbouwgebied
natuurinclusieve ontwikkeling in de directe omgeving van
van Flevoland en Noord-Holland.
de natuurkern vergroot niet alleen de toegankelijkheid,
lang niet overal gehaald.
Groene zones Natuurverbindingen kunnen verschillende vormen aannemen, afhankelijk van de ecologische functie. Binnen
•
het in 2027 af te ronden Natuurnetwerk Nederland
maar ook de robuustheid van het Nationaal Park,
zijn ecologische verbindingen aangewezen met een
Natuurinclusieve ontwikkeling
bijvoorbeeld doordat de ecologische potentie van het
heldere functie binnen dat netwerk. Na 2027 worden
Een logische natuurlijke structuur biedt de beste
kwelwater beter wordt benut.
nieuwe ‘groene zones’ op regionale schaal voor de
basis om te komen tot een robuust natuurlijk systeem
natuur geïntegreerd in de landschappelijke verbindingen
waarvan zowel het waterbeheer als de biodiversiteit
Basiskwaliteit Natuur
(paragraaf 2.6), en is menging met andere functies (zoals
profiteren, en waar een positief effect van uitgaat op de
In het Programma Natuur dat het Rijk en de provincies
landbouw, waterbuffering, klimaatadaptatie, gezondheid
gezondheid en leefbaarheid in de metropoolregio. Het
uitwerken, wordt het begrip ‘basiskwaliteit natuur’
en recreatie) een uitgangspunt. De landbouw kan hier,
groenblauwe raamwerk van de MRA, de aaneengesloten
gehanteerd als instrument om biodiversiteit buiten
gezien haar grote aanwezigheid in en impact op de
landschapsstructuur, is het frame waarbinnen de
natuurgebieden te versterken. Het is gericht op een
omgeving, een belangrijke rol in spelen door kringlopen
andere ontwikkelingen plaats kunnen vinden. De hier
natuurinclusieve ruimtelijke inrichting bij verstedelijking,
te sluiten en om te schakelen naar een natuurinclusievere
genoemde groene zones hangen nauw samen met de
infrastructuur, industrie en de energietransitie, dus in de
bedrijfsvoering, mits er voldoende goede landbouwgrond
landschapsverbindingen in paragraaf 2.6 (‘Waardevol
gehele samenleving. Een natuurinclusieve ontwikkeling
behouden blijft. Natuurontwikkeling is ook een krachtig
landschap dat de metropool vebindt’).
betekent in het Programma Natuur een vitaal platteland
middel om de landschapsbeleving te vergroten
en een vergroende bebouwde omgeving, waarin
en daarmee de recreatieve kwaliteit te versterken.
De te versterken landschappen en landschappelijke
biodiversiteit als vanzelf verweven is. Dat kan bijvoorbeeld
Verbindingen lopen over land en over water en vaak ook
verbindingen buiten het Natuurnetwerk Nederland
betekenen dat al voorafgaand aan investeringen in
langs oevers en dijken.
die hier onderdeel van zijn, hebben een belangrijke rol
woningbouw, economische projecten of infrastructuur
40
maatregelen genomen worden om het ecologische systeem te versterken, ook als de instandhouding van de ecologische kwaliteit in Natura 2000-gebieden daar niet toe verplicht. Natuur in de stad Ook in de eigen woonomgeving moeten inwoners van de regio meer dan nu in aanraking kunnen komen met de natuur. De ambitie van een natuurinclusieve ontwikkeling heeft ookbetrekking op stedelijk gebied. In 2019 heeft de minister van LNV de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop zij het groen in de stad wil stimuleren . Groen in de stad dient vele doelen; naast ecologie met name klimaatadaptatie, waterbuffering, verkoeling, educatie en voedselvoorziening. Groen is essentieel voor een gezonde en leefbare omgeving inwoners die gezondheidsachterstanden helpt tegengaan. De opgave om de biodiversiteit in de stad te vergroten (bijvoorbeeld via groenstructuren in de stad, natuurinclusief bouwen en het stimuleren van inwoners en bedrijven om tuinen, balkons en daken te vergroenen) draagt bij aan een robuust en veerkrachtig ecologisch systeem. We werken toe naar een situatie waarbij de aandacht voor planten en dieren als vanzelfsprekend is ingebed in ieders leefomgeving en in de planning, het ontwerp, de ontwikkeling en het beheer van steden, dorpen en landschappen. De natuur loopt zo vanaf de achtertuin in de stad en het dorp naar de natuurgebieden door de hele MRA.
Zo versterkt de natuur zich in alle haarvaten van de samenleving en kunnen inwoners profiteren van de gezondheidseffecten van een groene en biodiverse omgeving.
41
Ecologisch systeem
Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
42
3.3
Energie Een geïntegreerd hybride systeem met slimme clustering van energievragers Het energiesysteem in de MRA staat voor een
Deze transitie vindt plaats in een periode waarin het
fundamentele vernieuwing. Duurzame energiebronnen
gebruik van stroom blijft toenemen. Behalve door de
zoals wind en zon zullen fossiele bronnen vervangen.
groei van de bevolking en de economie, komt dat onder
Waar het stroomnet in het tijdperk van de fossiele
meer door de opkomst van elektrische mobiliteit, het
energie werd gevoed via een aantal centrales, is die
terugdringen van het gasverbruik, het 5G-netwerk
voeding in de toekomst afkomstig van een groot aantal
en de Internet of Things. Een toenemend aandeel
plekken en gebieden: van windparken op zee en op land,
van de energiebehoefte is afkomstig van datacenters.
van zonnevelden en via kleinschalige opwek. Warmte
De groeiende vraag naar elektriciteit stelt ons al op
speelt een grotere rol en in centrales neemt biomassa ten
korte termijn voor opgaven. De aansluitplicht van
minste tijdelijk en voor een deel de plaats in van kolen
netbeheerders leidt tot lastige dilemma’s en hoge
en aardgas. Dankzij lopende projecten en investeringen
investeringen.
zal het aanbod aan duurzame energie de komende jaren geleidelijk toenemen. Daar staat tegenover dat twee
Korte termijn (tot 2030)
elektriciteitscentrales zullen sluiten (Hemweg en Velsen).
Op korte termijn (tot 2030) doen zich al knelpunten in de energie-infrastructuur voor. In het nationale
De diversificatie van energiebronnen vraagt om een
net liggen er knelpunten in het netwerk van 380 kV-
andere opbouw van het energiesysteem. De levering van
hoogspanningsleidingen. Voor de verbinding door
stroom moet geborgd zijn; ook in periodes waarin wind
Flevoland is een capaciteitsuitbreiding in gang gezet.
en zon weinig opleveren. Zelfvoorzienend zal de MRA
Momenteel wordt onderzocht in hoeverre een tweede
niet worden; daarvoor schiet de ruimte tekort. Transport,
380 kV-leiding tussen het Noordzeekanaalgebied en
opslag en conversie van stroom worden belangrijker.
Noord-Nederland wenselijk of noodzakelijk is.
Waterstof biedt hier mogelijk een grootschalige oplossing. De noodzaak om toe te werken naar een andere opbouw
In het Noord-Hollandse deel van de MRA vraagt de
van het energiesysteem heeft ruimtelijke consequenties,
verstedelijking tot 2030 om capaciteitsvergroting van
maar ook consequenties voor de governance. Rollen
bijna alle onderstations. Op een aantal onderstations
van verschillende partijen (overheid, producenten,
doet zich al voor 2025 een knelpunt voor, zoals in
netbeheerders en energievragers) vloeien meer in elkaar
Haarlemmermeer. Een taskforce van de provincie Noord-
over. Dat vraagt om betere samenwerking met de hele
Holland en de netbeheerders adviseert over het oplossen
energieketen, in het bijzonder de netbeheerders.
43
van zulke knelpunten, in samenwerking met lokale
Aan de keuzes voor het energiesysteem op lange termijn
partijen. In het kader van de Verstedelijkingsstrategie
zijn ruimtelijke consequenties verbonden, niet alleen
is die taskforce gevraagd om aan te geven wat er nodig
vanwege het ruimtebeslag van de energie-infrastructuur
is om het voorziene programma tot 2030 (inclusief de
zelf, maar ook omdat het energiesysteem in toenemende
opwek van duurzame energie) te faciliteren zonder dat
mate sturend wordt in de keuze en inrichting van
het energiesysteem dwingt tot een prioriteitenstelling, en
stedelijke en economische ontwikkelingslocaties. De
of daar wellicht een aanpassing in de programma’s voor
huidige praktijk waarin het energiesysteem volgend is op
nodig is.
ruimtelijke ontwikkelingen, is op de lange termijn niet vol te houden. Met de keuzes voor de verstedelijking in de
In Flevoland zijn de voorbereidingen gestart voor
MRA willen we daar voor zover mogelijk op anticiperen.
een nieuw onderstation dat de groei van Almere en
Daartoe brengen we de komende maanden in beeld
de toename in de opwek van duurzame energie in de
welke ruimtelijke mogelijkheden en consequenties
Flevopolder ondersteunt en dat – bij realisatie van een
verbonden zijn aan 3 scenario's voor wezenlijke keuzes
onderstation met voldoende capaciteit – ook de vestiging
over verstedelijking in relatie tot de opbouw van het net:
van een hyperconnectiviteitshub voor datacenters kan
•
het concentreren van verstedelijking op locaties
faciliteren. Met dat nieuwe onderstation en andere
waar capaciteit beschikbaar is in het net en op korte
investeringsplannen van de netbeheerders zijn tot 2030
afstand van de opweklocaties voor duurzame energie
geen knelpunten te verwachten.
(‘energy oriented development’), waardoor de energie-infrastructuur een aanknopingspunt vormt
Lange termijn (tot 2050) Op lange termijn moet de ombouw van het
om nieuwe ontwikkelingen te faciliteren. •
energiesysteem als geheel gestalte krijgen. We werken
het energienet, waarmee we de energieleverantie het
toe naar een geïntegreerd, hybride systeem: een systeem dat gebruik maakt van verschillende duurzame bronnen,
het concentreren van verstedelijking bij knopen in minst afhankelijk maken van een specifieke bron.
•
het concentreren van energievragers in
kleinschalige energiewinning tot op buurtniveau
zelfvoorzienende clusters: grote energievragers
integreert en een stabiele energievoorziening
waar het energieaanbod groot is en kleinere
waarborgt. De komende jaren krijgt dat geïntegreerd,
energievragers waar het energieaanbod geringer is.
hybride energiesysteem van de toekomst verder gestalte, in samenwerking met alle betrokken partijen en in samenhang met keuzes die voor het nationale schaalniveau worden gemaakt. Dat zijn bijvoorbeeld keuzes over de capaciteit van de aanlandingspunten voor windenergie afkomstig van de Noordzee, of over de inzet op waterstof en warmte als energiemodaliteiten.
44
Energiesysteem
4 ontwikkelrichtingen 2050 - geïntegreerd hybride systeem met slimme clustering van energievragers
45
3.4
Mobiliteit Snel, veilig, comfortabel en betaalbaar van A naar B Een groeiende metropoolregio leidt tot meer mobiliteit.
en ze vormen de knooppunten in het netwerk voor het
Het daily urban system groeit en bestrijkt inmiddels
goederenvervoer.
een groter gebied dan alleen de MRA. Vóór de coronapandemie raakten het wegennet en het openbaar
Bovendien ontwikkelen we het mobiliteitssysteem in
vervoer met name in de spits verzadigd.
nauwe samenhang met de verstedelijkingskeuzes, met name voor het evenwichtige meerkernige netwerk. Door
Om het mobiliteitssysteem klaar te stomen voor de
woon- en werklocaties en voorzieningen zoveel mogelijk
verwachte verdere groei van de bevolking en de
binnenstedelijk te realiseren, nabij knooppunten van
economie, moeten we er op een meer integrale manier
openbaar vervoer, beperken we de reisafstanden en
naar kijken. Het gaat om de bereikbaarheid, met name
bevorderen we het lopen en het gebruik van de fiets en
van de economische toplocaties, en om de internationale
het openbaar vervoer.
concurrentiekracht van de MRA. Maar het gaat ook om de leefkwaliteit en de duurzaamheid, net als om de
Op die manier benutten we de kracht van de verschillende
betaalbaarheid, ook voor mensen met een lager inkomen.
modaliteiten op de verschillende schaalniveaus en
Ook als het aantal verplaatsingen groeit, is het van
schakelen we die in ketenverplaatsingen aan elkaar: lopen,
belang om negatieve effecten terug te dringen – zoals de
fiets en openbaar vervoer als basis voor het (binnen)
gezondheidsrisico’s en de hinder die mensen ervaren,
stedelijke verkeer, het spoor primair op de relaties tussen
het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van
de steden en aan de economische kerncorridors en de
stoffen als CO2 en stikstof.
auto als basis voor de overige relaties.
We benaderen het mobiliteitssysteem daarom als één
Multimodale netwerkstrategie
samenhangend systeem van verschillende modaliteiten
Via deze integrale benadering worden de benodigde
voor personen- en goederenvervoer: spoor en
maatregelen voor het mobiliteitssysteem uitgewerkt in het
openbaar vervoer, weg, waterweg, fiets en lopen. Hubs
Rijk-regioprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid
en overstappunten vormen de schakels tussen deze
(SBaB).
modaliteiten. Ze stellen reizigers in staat om hun reis snel en comfortabel van deur tot deur samen te stellen,
Veel aandacht gaat uit naar de ‘draaischijven’ van de MRA,
mede dankzij het aanbod van deelauto’s en deelfietsen,
de ring van snelwegen en de ring van openbaar vervoer
46
(metro en trein) rond de Amsterdamse agglomeratie.
(ca. 100.000 woningen en 40.000 arbeidsplaatsen),
voorzieningen voor fietsparkeren, fietsbruggen om de
Deze hebben een vitale positie in het functioneren in het
een kansrijke oplossing vormt om bij te dragen aan de
barrière van het IJ te slechten, en aanleg van een aantal
mobiliteitssysteem als geheel; als het verkeer hier vast
hoofdopgaven van het programma SBaB en aan de
doorfietsroutes op regionale verbindingen. Dit zijn veilige,
staat, heeft dat zijn weerslag op de aansluitende corridors
verstedelijkingsopgave in de Oostflank van de MRA”.
comfortabele, aantrekkelijke en snelle fietsroutes, met
en netwerken op alle schaalniveaus.
weinig stops,een goede doorstroming en aandacht voor Deze prioriteiten zijn direct verbonden aan de prioriteiten
de omgeving.
Voor de draaischijf in het wegennet wordt in SBAB
in de ruimtelijk-economische ontwikkeling en de
onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de ring
omvangrijke programma’s in de Oostflank en de ZWASH-
Multimodaal Toekomstbeeld 2040
deels te verleggen naar de A9 en A5 (waarbij de ring ten
zone. Het meerkernige ontwikkelingsmodel voor
In 2021 wordt de netwerkstrategie uitgewerkt tot een
noorden van Amsterdam de A10 blijft volgen). Doorgaand
wonen en werken kan ook op andere verbindingen tot
Multimodaal Toekomstbeeld 2040. Dit zal een gedragen
autoverkeer wordt in dit model om Amsterdam heen
de behoefte aan aanleg of versterking van HOV leiden.
eindbeeld geven van de systeemkeuzes voor fiets,
geleid, waardoor op de andere delen van de A10 meer
Om die reden voeren de Vervoerregio Amsterdam en
openbaar vervoer en weg; inzicht geven in de interactie
ruimte ontstaat voor herkomst- en bestemmingsverkeer.
de provincie Noord-Holland, in samenwerking met de
tussen de systemen vanuit de ketenbenadering (de
Het onderzoek vindt plaats in de context van een
regionale partners, een verdiepend onderzoek uit naar
vervoersketens van deur tot deur) en op basis van de
herontwerp van het wegennet waarbij ook de effecten aan
het HOV op de ZaanIJ-corridor . Een andere urgentie die
meerkernige verstedelijking in de MRA inzicht geven in de
bod komen op onder meer de corridors in het nationale
regionale partijen zien, is capaciteitsuitbreiding van het
prioritering
en internationale netwerk, en de belangrijkste provinciale
HOV op het traject Haarlem-Schiphol.
van bereikbaarheidsmaatregelen in tijd en plaats.
wegen. Naast deze hoofdkeuzes zijn er voor weg en openbaar Voor het openbaar vervoer gaat de aandacht in de eerste
vervoer ook opgaven op specifieke corridors, zoals de
plaats uit naar een stapsgewijze schaalsprong in het
A27 van Almere naar Utrecht en de Gooicorridor, die met
regionale HOV-systeem in sterk verstedelijkt gebied. Zo’n
lokale maatregelen kunnen worden opgelost.
schaalsprong kan ruimte vrijspelen op het (inter)nationale
De (e-)fiets heeft een cruciale rol in het
spoornetwerk en nieuwe ontwikkelgebieden ontsluiten.
mobiliteitssysteem, mede in combinatie met HOV
Over drie trajecten hebben Rijk en regio afspraken
en binnenstedelijke ontwikkeling. De fiets leent zich
gemaakt (zie bijlage 3). Twee verbindingen hebben de
uitstekend voor de ‘first & last mile’ in verplaatsingketens.
eerste prioriteit: het doortrekken van de Noord/Zuidlijn
Het fietsen en het lopen nemen een steeds groter aandeel
tussen Amsterdam-Zuid en Hoofddorp en het sluiten
van de verplaatsingen binnen de MRA voor hun rekening.
van de Amsterdamse metroring tussen Isolatorweg en
Dat heeft te maken met het groeiende aantal mensen dat
Amsterdam Centraal. Beide zijn gerelateerd aan de
in stedelijk gebied woont, maatregelen om binnensteden
economische groei en bevolkingsgroei in de ZWASH-
autoluw te maken en de opkomst van de e-fiets. Ook
zone (Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp-
de gemiddelde afstand die per fiets wordt afgelegd,
Amsterdam Zuidoost). Daarnaast hebben Rijk en regio
neemt toe: de fiets is inmiddels een reëel alternatief voor
de conclusie over de IJmeerlijn uit het MIRT-onderzoek
veel verplaatsingen tot 15 kilometer. Naar verwachting
Amsterdam Bay Area onderschreven, namelijk dat
zal de fiets ook op regionale verbindingen een grotere
“een lightrailverbinding bij de in het onderzoek
rol gaan innemen. We spelen op die ontwikkeling in
onderzochte programma’s voor wonen en werken
met investeringen in de fietsinfrastructuur, waaronder
47
Mobiliteitssysteem
Ontwikkelrichting 2050
Legenda Bestaande snelwegen Bestaande wegen Bestaande spoorwegen Bestaande HOV metrolijnen Bestaande snelle fietsnetwerk Onderzoek naar re-design wegen onderzoek naar functie 1e ring onderzoek naar 2e ringweg
N
HUB (mobiliteitstransitie) HOV busstation Metrostation
N
Sprinter stations Intercity stations schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
Verbeteren HOV lijnen 10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
Potentiele nieuwe HOV metrolijnen
15.000
20.000
Nieuwe fietsverbinding Potentiele nieuwe verbinding A8-A9
48
4. Integraal te ontwikkelen gebieden 49
Integraal te ontwikkelen gebieden
Alle ambities in deze Verstedelijkingsstrategie moeten
‘Noordzeekanaalgebied en Zuid-Kennemerland’. In de
uiteindelijk landen in de bestaande landschappen,
uitwerking van de deelgebieden rond Amsterdam komt
steden en economische centra van de MRA. In een
daarnaast de sterke relatie met de kernstad Amsterdam
metropoolregio waarvan de kracht schuilt in de
tot uiting. Voor elk van deze ‘integraal te ontwikkelen
diversiteit en menselijke maat, leiden gezamenlijke
gebieden’ zijn de meest urgente opgaven beschreven,
ambities per gebiedsdeel tot verschillende accenten.
ook in hun relatie met gebieden buiten de MRA.
Op het schaalniveau van ruimtelijk en functioneel samenhangende deelgebieden worden de consequenties
In twee deelgebieden doen zich keuzesituaties voor:
en de samenhang van keuzes het beste zichtbaar. Keuzes
meerdere opgaven die in het gebied samenkomen, maar
voor de ruimtelijke systemen (water, ecologie, energie en
niet dezelfde richting op wijzen. Dat is het geval rond
mobiliteit) en voor wonen, economie en landschap vallen
het Noordzeekanaalgebied en in de Zuidflank, rond
in hun ruimtelijke context. De impact op het sociaal-
Schiphol. Deze keuzesituaties zijn in de betreffende
maatschappelijke evenwicht en de landschappelijke
gebiedsparagrafen afzonderlijk beschreven.
waarden wordt scherp. En daarmee ook de kansen op synergie én de potentiële dilemma’s.
De opgaven en keuzesituaties vragen op onderdelen gezamenlijke inzet van Rijk en regio, en op onderdelen
We maken onderscheid tussen zes deelgebieden. Deze
inzet op regionaal niveau. Iedere gebiedsparagraaf mondt
komen globaal overeen met de deelregio’s van de MRA,
uit in een lijst met opgaven waarover afspraken tussen
maar niet helemaal. Vanwege de sterke samenhang zijn
Rijk en regio, en tussen de MRA-partijen onderling,
IJmond, Zuid-Kennemerland met andere gebieden langs
wenselijk zijn. In veel gevallen kan de uitwerking van de
het Noordzeekanaal samengevoegd in een deelgebied
afspraken plaatsvinden binnen de context van lopende programma’s.
50
4.1
Noordzeekanaalgebied en ZuidKennemerland
Leefkwaliteit in de kennis- en energiehotspot aan zee Gebiedskarakteristiek
Onder de noemer Techport werken meer dan zestig
IJmond en Zuid-Kennemerland vormen samen de
scholen, bedrijven en overheden samen aan de toekomst
kustregio van de MRA, met Zandvoort als een van
van de maak- en onderhoudsindustrie. Tegelijk is de
Nederlands grootste badplaatsen en de IJmond
IJmond de ‘groene stekker’ van de MRA vanwege de
als nautische toegangspoort van de regio. De
windparken op zee, en heeft het een sleutelpositie als
combinatie van kust, landschap, cultureel erfgoed
het gaat om bouw en onderhoud van offshore wind.
en het hoogwaardige woonmilieu kenmerken de
Daarnaast kent de deelregio een sterke logistieke sector,
ruimtelijke structuur. Het deelgebied biedt de MRA
een regionaal georiënteerde zorgsector (Rode Kruis
een uniek en aantrekkelijk vestigingsklimaat met ruime
Ziekenhuis en Heliomare), innovatieve tuinbouw en
mogelijkheden voor recreatie, dankzij de ligging aan de
dienstverlening.
Noordzee en met de historische stad Haarlem, de ruige duinnatuur met een Nationaal Park, landgoederen in
De economie in Zuid-Kennemerland wordt gekenmerkt
de binnenduinrand, de Stelling van Amsterdam, het
door een groot aandeel zakelijke dienstverlening, (semi-)
Oer-IJ en het recreatiegebied Spaarnwoude. Er is een
overheidsorganisaties (provincie, rechtbank, InHolland
grote verscheidenheid aan woonkwaliteiten aanwezig:
en zorg), detailhandel en een sterke creatieve sector.
van stedelijk tot dorps wonen, van betaalbaar tot duur.
Onderscheidend zijn daarbij culturele voorzieningen
Om de druk op de woningmarkt te verlichten levert
als het Frans Hals Museum, de Hallen Haarlem en Teylers
Haarlem met 15.000 woningen een grote bijdrage aan de
Museum, het horeca-aanbod en de positie van Haarlem
woningbouwproductie in de MRA. Bij de binnenstedelijke
als een van de beste winkelsteden van Nederland. Recent
verdichting wordt nieuw elan gecombineerd met aandacht
valt in de Haarlemse regio de dynamiek op van start-ups
voor kwaliteit, zodat het authentieke karakter van de regio