CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

4) Toelichting van het bestemmingsplan “Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca”.pdf

Informatieve raadsvergadering 16 maart 2023, gemeente DiemenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan “Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca”25.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca Ontwerp Januari 2023

23 januari 2023

2

Inhoudsopgave van de toelichting

1

2

3

4.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 4 5

Planbeschrijving

7

2.1 2.2 2.3

7 8 11

Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie Ontwikkelingen

Beleidskader

16

3.1 3.2 3.3 3.4

16 18 21 23

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Randvoorwaarden

25

4.1

Milieu 4.1.1 M.e.r.-beoordeling 4.1.2 Bodemkwaliteit 4.1.3 Akoestische aspecten 4.1.4 Luchtkwaliteit 4.1.5 Milieuzonering 4.1.6 Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen Verkeer en vervoer Parkeren Overige belemmeringen Duurzaamheid

25 25 25 27 29 31 32 36 44 51 55 56 58 60 61

Juridische aspecten 5.1 Algemeen 5.2 Hoofdstuk ‘Inleidende regels’ 5.3 Hoofdstuk ‘Bestemmingsregels’ 5.4 Hoofdstuk ‘Algemene regels’ 5.5 Hoofdstuk ‘Overgangs- en slotregels’ 5.6 Verbeelding

69 69 70 70 72 73 73

4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 5

Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Voorgaand bestemmingsplan

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

3

6.

Economische uitvoerbaarheid

75

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

76

7.1 7.2 7.3 7.4

Draagvlak Overleg Ontwerpfase Vaststellingsfase

76 76 76 77

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8:

Ecologische quick scan, Eelerwoude, d.d. 16 september 2021 Verkennend bodemonderzoek, ABO Milieu, 20 december 2021 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 24 december 2021 Aerius berekening, KuiperCompagnons, 24 februari 2022 (concept) Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, KuiperCompagnons, 9 juni 2022 Beeldkwaliteit en voorlopig ontwerp, 70f architecten, oktober 2022 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons 3 juni 2022 Reactienota vooroverleg en participatie

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel Aan de noordoostzijde van Diemen – tussen de oevers van de Diem en Fort Diemerdam – ligt een loods met aan de noordzijde verouderde woonbebouwing. Het perceel staat kadastraal bekend als sectie B nummer 652. De eigenaren van het perceel zijn voornemens de locatie te transformeren tot een verblijfsrecreatief onderkomen, bestaande uit 15 individuele recreatiewoningen bedoeld voor kort verblijf, en een restaurant. Hiermee krijgt het gebied een passende functie die aansluit op het cultuurhistorische karakter van de omgeving, met open zichtlijnen naar de Derde Diem. De beoogde ontwikkeling van een recreatieve functie met horeca is op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ niet mogelijk. Zodoende wordt het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht. Het voorliggende bestemmingsplan komt hieraan tegemoet.

1.2

Begrenzing plangebied De gemeente Diemen grenst aan de gemeenten Amsterdam, Ouder-Amstel en Gooise Meren. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van de gemeente Diemen, tussen de oevers van de Diem en Fort Diemerdam. Het plangebied wordt aan de noordzijde ontsloten door de Diemerzeedijk, met aan de overzijde van de Diem woonwijk IJburg (gemeente Amsterdam), Aan de directe oostzijde ligt de Overdiemerweg, met aansluitend het historische Fort Diemerdam. Verder ten oosten ligt de Fortdiemerdamweg, die IJburg via het uitgestrekte Vattenfall terrein ontsluit richting Diemen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de groene oeverzone langs de Derde Diem. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.

Afbeelding 1.1.: globale ligging en begrenzing plangebied (plangebied aangeduid met ster)

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

5

1.3

Voorgaand bestemmingsplan Ter plaatse van het voorliggende plangebied vigeert thans het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’, dat op 17 februari 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld.. Op grond van dit bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Wonen’ (zie afbeelding 1.2). Ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ gelden tevens de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf – winkel in antieke en vintage meubelen’ en ‘bedrijfswoning uitgesloten’. De gronden zijn daarmee uitsluitend bestemd voor een winkel in antieke en vintage meubelen, waarbij daaraan ondergeschikte bedrijfswoningen niet mogelijk zijn. Het bedrijfsperceel kent een maximaal bebouwd oppervlak van 1.010 m2. Het perceel is volledig aangemerkt als bouwvlak en kent een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 5 meter. Ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’ mogen de hoofdgebouwen worden gebruikt als woning. Binnen het bouwvlak zijn maximaal twee woningen toegestaan, waarbij de goot- en bouwhoogte niet meer dan resp. 3 en 6 meter mag bedragen. Verder is ondergeschikt aan-huis-verbonden beroep of bedrijf mogelijk, en bijbehorende paden, water, tuinen, erven en parkeervoorzieningen. De woonbestemming valt tevens binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. Binnen deze zone mogen in principe geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd.

Vervanging van bestaande geluidgevoelige objecten is slechts toegestaan indien wordt voldaan aan de bepalingen van de Wet geluidhinder. De bestaande woonbebouwing binnen deze bestemming staat al jaren leeg en is door de gemeente onbewoonbaar verklaard. Sloop en nieuwbouw van de woningen op deze plek is niet wenselijk in het kader van een goede ruimtelijke ordening (met name milieu). Voor delen van het plangebied zijn dubbelbestemmingen opgenomen. In de eerste plaats geldt over het totale plangebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Deze gronden zijn bestemd voor dijken en kaden met een waterkerende functie en de hierbij behorende voorzieningen en inrichtingsaspecten. Bouwen op deze gronden is toegestaan, mits het waterkerend vermogen niet onevenredig wordt geschaad en overleg is gepleegd met de waterbeheerder. In de tweede plaats geldt voor het plangebied (met uitzondering van enkele randen) de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Deze gronden zijn primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nabij de Overdiemerweg is een smalle strook gronden, evenwijdig aan de weg bestemd als ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – landschap – Stelling van Amsterdam’. Deze gronden zijn primair bestemd voor archeologische waarden en de instandhouding en bescherming van de universele waarden van het UNESCOwerelderfgoed Stelling van Amsterdam.

‘Waarde – Archeologie 2’ valt net in het uiterste noordoosthoekje van het plangebied. Strijdigheid met bestemmingsplan ‘Buitengebied’ De voorliggende ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van horeca en verblijfsrecreatie. Dergelijke functies zijn niet toegestaan op grond van het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Ook past een deel van de toekomstige bebouwing niet binnen de huidige bouwmogelijkheden. Daarmee is de voorliggende ontwikkeling strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Zodoende dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld.

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

6

Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’ ter hoogte van het plangebied

Afbeelding 1.3: uitsnede kadastrale kaart ter hoogte van het plangebied (plangebied aangegeven met stippellijn)

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

7

2

Planbeschrijving

2.1

Ontstaansgeschiedenis Afbeelding 2.1 brengt de ruimtelijke ontwikkeling van de omgeving van het gebied in beeld. Opvallend zijn de vele doorsnijdingen die het gebied in de loop der jaren hebben gefragmenteerd. Op de kaart van 1900 verschijnt het Amsterdam Rijnkanaal. Rond 1960 werd in opdracht van het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland (PEN) aan de noordzijde van Diemen de eerste elektriciteitscentrale aangelegd en in 1970 in gebruik genomen. Bij de aanleg ontstond het zogenoemde PEN-eiland - later de "Diemer Vijfhoek" genoemd. Dit eiland werd gevormd uit veenen kleigrond die uit de bouwput werd opgebaggerd en buitendijks werd gestort in het IJmeer. De kaart van 1975 markeert de grootschalige functieverandering tot elektriciteitscentrale waarbij een omvangrijk gebied wordt aangemerkt als industrieterrein. Alleen Over-Diemen, Fort Diemerdam en Zeehoeve blijven behouden als landschappelijke enclaves tussen de elektriciteitsbedrijvigheid. De meest recente kaart toont het doortrekken van de Fortdiemerdamweg / de S114. Ook de groei van IJburg is een belangrijke ontwikkeling. Op tijdelijk niet gebruikte delen van het energiebedrijf is bos tot ontwikkeling gebracht, doorsneden met bovengrondse hoogspanningsleidingen waaronder de begroeiing laag wordt gehouden.

Recentelijk is de Fortdiemerdamweg (S114) aangelegd, die de nieuwe woonwijk IJburg (Amsterdam) aan de oostzijde ontsluit op de A1. De aanleg van de S114 zorgt er voor dat het gebied goed is ontsloten. Tegelijk zorgt deze weg er voor dat het gebied langs de Diem een duidelijke afbakening krijgt en een meer zelfstandig geheel is geworden.

Afbeelding 2.1: Historische ontwikkeling van het Diemoever gebied

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

8

Plangebied Eén van de eerste beschikbare kaarten waarop het plangebied te zien is, is een kaart uit 1749 van J. Wandelaar (afbeelding 2.2). Hierop is reeds bebouwing te zien binnen het plangebied aan de Diemerzeedijk, op de zelfde locatie waar nu ook bebouwing is. Omstreeks 1900 is het plangebied nagenoeg leeg, behalve de bebouwing aan de Diemerzeedijk. Op de topografische kaart van 1949 is vervolgens de eerste aanzet van de loods in het zuidelijke deel van het terrein aanwezig. Net voor 1984 vindt vervolgens de grootste verandering plaats binnen en in de directe omgeving van het plangebied, als de zuidelijk gelegen haven wordt aangelegd. De huidige omvang van de loods wordt vanaf 1988 pas aangeduid op de topografische kaarten.

Afbeelding 2.2: Plangebied in 1749

2.2

Bestaande situatie Het gebied langs de Derde Diem kent momenteel een variëteit aan functies: Over-Diemen als woonenclave op de punt bij het Amsterdam Rijnkanaal (1); een bos doorsneden met hoogspanningsleidingen (2); recente ontwikkeling nieuwbouw voor logistieke dienstverlening (SAAN) op het terrein van de voormalige olieopslagtanks (3); een bedrijfsgebouw voor een woonbootbouwer (4) aan de Diem met daarnaast de voormalige aanlegsteiger (5) van het energiebedrijf; het voorliggende plangebied bestaande uit een voormalige loods met verkoop van vintage meubels en bestaande woningen (6); een manege (Boerderij op IJburg) (7); en tot slot het cultuurhistorisch belangrijke Fort Diemerdam (8) onderdeel van de stelling van Amsterdam met ‘Paviljoen Puur’. Onder de weg door is de monumentale boerderij Zeehoeve (9) bereikbaar. Verder ten noorden van de Diem ligt woonwijk IJburg (10).

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

9

Afbeelding 2.3: huidige functies in de omgeving van het plangebied (plangebied nabij nr. 6)

Plangebied Het plangebied omvat een bestaand bedrijfsperceel met een voormalige botenloods, met aan de noordkant een woning. De loods (huisnummer 38) was tot voor kort in gebruik als locatie voor verkoop van antieke en vintage meubelen. De uitstraling van de loods is sterk verouderd, en de bebouwing blokkeert het zicht op de Derde Diem. De woning heeft kadastraal gezien twee adressen: 39 en 40. Deze woonbebouwing staat al jaren leeg en is door de gemeente onbewoonbaar verklaard. Sloop en nieuwbouw van de woningen op deze plek is niet wenselijk in het kader van een goede ruimtelijke ordening (met name milieu). Aan de oostzijde ligt Fort Diemerdam. Dit fort maakt onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam (Unesco-werelderfgoed) en vormt een karakteristieke, cultuurhistorisch waardevolle locatie in de omgeving. Vroeger was er rondom het fort nog een open schootsveld. Rondom het fort was het in het verleden gebruikelijk om in hout te bouwen, zodat wanneer het fort diende te worden gebruikt, de gebouwen gemakkelijk konden worden neergehaald. In de huidige situatie is het omliggende water nergens ervaarbaar. Het zou een grote verbetering betekenen als ter plekke van de botenloods een passende functie komt met respect voor de cultuurhistorisch waardevolle omgeving en met open zichtlijnen naar de Diem. Daarbij wordt de nieuwbouw ook in hout uitgevoerd, als link naar het verleden.

In paragraaf 2.3 wordt beschreven hoe voorgenomen ontwikkeling hier invulling aan geeft.

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

10

Afbeelding 2.4: Huidige situatie plangebied en diverse functies in vogelvlucht (bron: Google)

Afbeelding 2.5: Links: fort, loods en woonhuis gezien vanaf de Overdiemerweg. Rechts: aanlegplaatsen nabij de loods.

Afbeelding 2.6: Cultuurhistorisch bijzondere locatie Fort Diemerdam, onderdeel van de Stelling van Amsterdam.

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

11

2.3

Ontwikkelingen De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande loods en woonbebouwing aan de Overdiemerweg 38, 39 en 40, en de sanering van de gronden. Op het perceel wordt een verblijfsrecreatief onderkomen, bestaande uit 15 recreatiewoningen bedoeld voor kort verblijf, en een restaurant gerealiseerd (afbeelding 2.7). In bijlage 6 zijn de beeldkwaliteitsaspecten en het voorlopig ontwerp nader toegelicht. Stedenbouwkundige inpassing Belangrijk uitgangspunt is de algehele kwaliteitsverbetering op het terrein en het omliggende gebied, zowel in uitstraling van het gebied, de oevers van de Diem en het fort. Dit geeft de oever een aantrekkelijke uitstraling en maakt het gebied meer aantrekkelijk voor flora en fauna, wat de biodiversiteit vergroot. Daarbij zorgt de herontwikkeling naar recreatie en horeca, in samenhang met meer beleefbaarheid en toegankelijkheid van de Diem voor meer gebruik en beleving van het gebied. Het plan voorziet, in het verlengde van deze ambities, in nieuwe doorzichten naar de Derde Diem, meer groen, minder bebouwing en een opwaardering van het uitkijkpunt aan de westzijde van het gebied (onder meer door onderhoud en toevoeging van bankjes in de semiopenbare ruimte (particuliere grond die onder voorwaarden openbaar toegankelijk is voor een ieder).

De meeste fietsers en wandelaars in de omgeving volgen de Natuurboulevard (recreatieve route tussen Amsterdam/ Diemerpark en Muiderberg), en enkele hiervan brengen daarbij een bezoek aan Fort Diemerdam. De plek ontleent zijn unieke karakter aan de munitiebunkers, personeelsbunkers, de houten fortwachterswoning en aan het recent gebouwde Paviljoen Puur met zijn bijzondere architectuur. Het paviljoen is vanuit het niveau van de dijk per fiets bereikbaar en bedoeld als pleisterplaats langs de fietsroutes op de zeedijk. Door de huidige bedrijfsbebouwing en verouderde woning binnen het plangebied ligt het fort relatief verborgen. Door de bestaande bebouwing te slopen, en nieuwbouw in te passen, wordt een verbetering van de entree vanaf de Diemerzeedijk beoogd. De voorgenomen inrichting met horeca, recreatiewoningen en de inrichting/opwaardering van de semi-openbare ruimte zijn in samenhang met elkaar ontworpen (bijlage 6). Doel hiervan is om het gebied te voorzien van een kleinschalig, open, samenhangend en toegankelijk karakter, zonder massieve en individuele bouwblokken of verschillende (semi) openbaar-private overgangen. De verhuurbare recreatiewoningen worden in twee ‘rijen’ opgesteld, waarbij een van de twee rijen recreatiewoningen langs de Diem lager in het talud komen te liggen (afbeelding 2.7 en 2.8).

Qua beeldkwaliteit ontstaat hierdoor vanuit de openbare ruimte en de route over het talud een speels aanzicht met verschillende doorzichten naar de Diem en kunnen de benodigde parkeerplaatsen uit het zicht, onder en tussen de recreatiewoningen worden gerealiseerd. Via individuele trappen komen bezoekers bij de entree van de hoger gelegen recreatiewoningen. De overige woningen, aan de Diem, zijn op hetzelfde niveau gelegen als de parkeerplaatsen. Via doorgetrokken aanlegsteigers naar het water zijn de recreatiewoningen bereikbaar en is de mogelijkheid om aan te meren. Om de relatie en beleefbaarheid van de Diem verder te versterken, wordt ook nabij het terras van de horecagelegenheid (aan de oostzijde) een nieuw talud met trap aangelegd, van waaruit het water bereikbaar is. Hierbij is de openbare routing over

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

12

het terrein naar het talud van belang. Er komt een wandelroute vanaf de zeedijk tussen het sluisje en het paviljoen, om zo de toegang (en de beleving) van de Diem zo optimaal mogelijk te maken. Binnen het plan zijn ook aanlegsteigers aanwezig. De steiger in het verlengde van de entree van Paviljoen Puur wordt een semi- openbare steiger. In overleg met de eigenaar/uitbater van het complex wordt deze bereikbaar voor publiek.

Afbeelding 2.7: Concept-situatietekening recreatiewoningen en horecagelegenheid – ter illustratie (bron: 70F Design)

Afbeelding 2.8: impressie van de recreatiewoningen gezien vanaf de Diem. Impressie van het plan door de architect. Aan deze impressies kunnen geen rechten worden verleend (bron: 70F Design)

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

13

Afbeelding 2.9: impressie van de recreatiewoningen. Impressie van het plan door de architect. Aan deze impressies kunnen geen rechten worden verleend. (bron: 70F Design)

Programma In totaal worden 15 recreatiewoningen gerealiseerd, onderverdeeld in twee types: zogenoemde ‘family cabins’ met plek voor 4 personen en ‘couple cabins’ voor twee personen. Er komen tien recreatiewoningen met een oppervlakte van maximaal 22 m2 en vijf recreatiewoningen met een oppervlakte van maximaal 28 m 2. De recreatiewoningen staan haaks op de Overdiemerweg. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is geborgd dat er enkel verblijfsrecreatieve onderkomens mogen worden gerealiseerd. Via de bestaande inrit, direct tegenover de inrit van Fort Diemerdam, zijn de parkeerplaatsen onder de recreatiewoningen en onder de horecagelegenheid bereikbaar. De horecagelegenheid voorziet in een passend voorzieningenaanbod voor zowel de nieuwe recreatiewoningen, alsook de recreanten van Fort Diemerdam en haar omgeving. Deze bezoekers kunnen momenteel slechts zeer beperkt terecht bij het paviljoen op het fortterrein. Daarmee is het programma een goede aanvulling op de bestaande voorzieningen. De horecagelegenheid omvat circa 208 m2 met rondom een terras, aflopend talud naar het water en ruimte voor fietsparkeerplaatsen. Onder de horecagelegenheid zijn ook parkeerplaatsen voorzien. Beeldkwaliteit Het voorstel is om de recreatiewoningen, horecagelegenheid en openbare ruimte hoofdzakelijk in hout uit te voeren.

Daarmee heeft het plan een knipoog naar de Kringenwet, het gebruik van houtbouw binnen het schootsveld en naar de landschappelijke afdekking van het fort. Houtbouw is passend in karakteristiek historische bouw van bebouwing binnen het schootsveld van het fort. Waar mogelijk wordt het hout onbehandeld en onderhouds-arm uitgevoerd. Onderscheid (huisjes onderling en tussen huisjes en paviljoen) wordt gemaakt in plank-patroon en mogelijk met natuurlijke kleurschakering, waarbij wordt gestreefd naar samenhang. De bebouwing moet een eenheid zijn die passend is in het landschap. Gebruik van duurzame en mooi verouderende materialen is een wens voor onder andere de continuïteit in het beeld maar ook passend in de

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

14

landschappelijke omgeving. Het uiteindelijke voorstel dient nog te worden afgestemd met de gemeente. Het terrein wordt ingericht met een uitnodigend, open en toegankelijk karakter. Eventuele erf- of plekafscheidingen worden met passende beplanting uitgevoerd. De soortenkeuze moet passen bij het landschappelijke karakter en de sfeer van het gebied. Ook de buitenruimte bij de huisjes, ofwel de looppaden richting de huisjes, worden qua kleur en materiaalgebruik onderdeel van het geheel. In de semi-openbare ruimte worden voldoende grote bomen en hoogwaardige groenblijvende hagen geplaatst. Verharding wordt zoveel mogelijk beperkt, en parkeerplaatsen worden in grasbetontegels uitgevoerd. Er worden zoveel mogelijk natuurvriendelijke oevers gecreëerd. Dit zorgt voor een klimaatadaptieve inrichting en het voorkomen van hittestress en wateroverlast. De inrichting is passend bij het landschappelijke karakter van het gebied, zo wordt er onder andere rekening gehouden met plantsoort- en boomkeuze en kleur- en materiaalgebruik. Het plan voorziet hiermee in een geëigende beeldkwaliteit die past bij de cultuurhistorische waarde op deze plek.

Afbeelding 2.10: Uitstraling in de huidige (boven) en toekomstige (onder) situatie, vanaf de bocht in de Overdiemerweg naar het laantje (impressie van het plan door de architect. Aan deze impressies kunnen geen rechten worden verleend).

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

15

Afbeelding 2.11: Uitstraling in de huidige (boven) en toekomstige (onder) situatie, vanaf de dijk ter hoogte van de bestaande loods (impressie van het plan door de architect. Aan deze impressies kunnen geen rechten worden verleend).

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

16

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2023 in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden. In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking.

(Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's.

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

17

Ter versterking van het vestigingsklimaat in de stedelijke regio's rondom de main-, brain- en greenports geldt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak. In krimpregio's wordt het interbestuurlijke programma bevolkingsdaling doorgezet. In het SVIR worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht.

Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast. In het Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied. In de nabijheid van het plangebied is in het Barro wel een vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking opgenomen. Dit heeft geen invloed op voorgenomen ontwikkeling. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe ladder is ten opzichte van de voorgaande ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Toetsing aan de nieuwe ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Met voorliggende onderbouwing worden 15 verhuurbare recreatiewoningen en een horecagelegenheid van circa 208 m2 mogelijk gemaakt. Een ontwikkeling, met een dergelijke omvang, wordt aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ waardoor een ladderonderbouwing benodigd is. Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

18

Bestaand stedelijk gebied Van belang, in het kader van de ladder, is om te beoordelen in hoeverre het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. De definitie voor bestaand stedelijk gebied (artikel 1.1.1, lid 1 onder h, Bro) luidt als volgt: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De gronden ter plaatse van het plangebied zijn reeds bebouwd met een loods, woningen, bijgebouwen en verharding. Daarmee is het voorliggende plangebied aan te merken als bestaand stedelijk gebied, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de wens van het Rijk om de bestaande ruimte beter te benutten. Behoefte aan de ontwikkeling De beoogde plannen sluiten aan op de recent opgestelde Omgevingsvisie van de gemeente Diemen.. Hierin is nadrukkelijk benoemd dat het wenselijk is om de oevers van de Diem meer zichtbaar, herkenbaar en bruikbaar maken, en aanwezige natuurwaarden te combineren met passende kleinschalige watergerelateerde recreatie en voorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn varen, zwemmen, steigers, een strandje, vlonders en kleinschalige, op langzaam verkeer gerichte horeca.

Ook is concreet benoemd dat het maken van aantrekkelijke havenhoreca en logiesverblijven aan de derde Diem ter hoogte van Fort Diemerdam wordt gestimuleerd. Voorliggend plan geeft hier, met kleinschalige horeca en recreatiemogelijkheden invulling aan. Daarnaast blijft het plan onder de grens van de 50 slaapplaatsen uit het MRA Ontwikkelkader Verblijfsaccomodaties. Het plan is niet in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking of ander Rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie NH250 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving. De visie is opgesteld met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en probeert in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. Landschap en verstedelijking Een uniek kenmerk van de metropool is de grote diversiteit aan landschappen met hoge ecologische, recreatieve en cultuurhistorische waarden. Het groenblauwe gebied (gelegen tussen de kernen) blijft daarmee karakteristiek en onderscheidend. Het landschap staat echter onder druk door de ruimtevraag van stedelijke functies, energietransitie, schaalvergroting in de landbouw, toenemende recreatie en toerisme, en klimaatadaptatie. Het metropolitane landschap zal steeds vaker verschillende opgaven moeten stapelen en diverse belangen moeten verenigen. Wonen, werken en recreëren concentreert zich in de stad en stedelijke agglomeraties, vanuit het principe van duurzame verstelijking.

Aan de functie van het groenblauwe gebied als primair natuur- en agrarisch gebied worden op plekken nieuwe functies toegevoegd. Deze

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

19

functieverbreding biedt kansen voor het combineren van functies, zoals in het veenweidegebied (bij het tegengaan van de bodemdaling) of recreatie met natuur. Het benutten van deze kansen is ook noodzakelijk. Dit kan ook tot nieuwe economische dragers voor een gebied leiden. Niet overal is elke functie mogelijk: met behulp van maatwerk dient balans te worden gevonden tussen rust en drukte. Belangrijk uitgangspunt is versterking van het landschappelijke raamwerk. Met voorliggend plan wordt op een reeds bebouwde locatie voorzien in sloop- nieuwbouw, vanuit het oogpunt van kwaliteitsverbetering. De nieuwe functie versterkt op passende wijze de recreatieve waarde van het gebied, waarbij aandacht is voor cultuurhistorische waarden en beleving van het water. Daarmee is het plan in lijn met de Omgevingsvisie NH2050 van de provincie Noord-Holland. Omgevingsverordening NH2020 Om te voldoen aan de Omgevingswet werkte de provincie aan de Omgevingsverordening NH2022. Nu de wet is uitgesteld, wordt de inwerkingtreding van verordening NH2022 ook uitgesteld en blijft de nu geldende Omgevingsverordening NH2020 langer van kracht. De Omgevingsverordening NH2020 vervangt de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De Provinciale Omgevingsverordening vloeit voort uit het Uitvoeringsprogramma van de provinciale Omgevingsvisie.

In dit uitvoeringsprogramma is aangegeven voor welke onderdelen van beleidsdoelstellingen (provinciale belangen) uit de Visie de verordening als algemene regel noodzakelijk is voor de doorwerking van het provinciale ruimtelijke beleid naar lagere overheden, zoals gemeentelijke bestemmingsplannen. In de verordening zijn regels omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen opgenomen. Het gaat daarbij over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Bij ontwikkelingen waarvoor een ontheffing noodzakelijk is (met name in landelijk gebied) moet rekening worden gehouden met de provinciaal gestelde kwaliteitseisen. Voor het plangebied zijn de volgende instructieregels relevant. Meldingsplichten Wet bodembescherming (Artikel 4.44) Op grond van het provinciaal beleid geldt een meldingsplicht ten aanzien van de Wet bodembescherming. Indien sanering van de gronden plaatsvindt dient hiervan melding te worden gedaan en aansluitend een evaluatieverslag te worden overlegd. In het kader van dit bestemmingsplan is door Abo Milieu een bodemonderzoek uitgevoerd ten aanzien van de Wet bodembescherming. Indien noodzakelijk, worden de gronden ter plaatse gesaneerd. Da meldingsplicht wordt hierbij in acht genomen. Een uitgebreidere toelichting op het aspect ‘bodem’ is opgenomen in paragraaf 4.1.3.

Kleinschalige ontwikkelingen landelijk gebied (artikel 6.4) en ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.54) Ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied kan een ruimtelijk plan uitsluitend voorzien in een kleinschalige ontwikkeling (niet zijnde een kleinschalige woningbouwontwikkeling) indien: (1) op de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan, (2) het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot, en (3) het aantal burgerwoningen niet toeneemt. Op de planlocatie wordt voorzien in sloop-nieuwbouw van bestaande functies. Daarmee is geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Op de huidige woonpercelen zijn reeds hoofden bijgebouwen mogelijk. De loods wordt vervangen door individuele recreatiewoningen met

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

20

doorzichten, waarmee het bebouwd oppervlak afneemt. Het aantal burgerwoningen neemt af. Daarmee voldoet het plan aan de vereisten voor kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied. Zorgplicht provinciaal monument (Artikel 4.57) Dit artikel bevat een zorgplicht die ertoe strekt dat al het redelijke moet worden gedaan om beschadiging of vernieling van een monument te voorkomen. Het plan respecteert en doet geen afbreuk aan de monumentale waarden in de omgeving van het plangebied, dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.4. Natuurnetwerk Nederland (Artikel 6.43) Dit artikel gaat over de gebieden die Provinciale Staten op grond van artikel 2.10.2 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in de provincie Noord-Holland geometrisch hebben vastgelegd als Natuurnetwerk Nederland en over de natuurverbindingen die Provinciale Staten hebben aangewezen als onmisbaar voor het volwaardig functioneren van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt buiten de NNN. De Diemerzeedijk is wel aangemerkt als natuurverbinding binnen het NatuurNetwerk Nederland. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN.

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden (Artikel 6.49) Dit artikel gaat over de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde die op grond van artikel 2.13.2, eerste lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening voor de provincie NoordHolland zijn aangewezen: • Nieuwe Hollandse Waterlinie; • Werelderfgoed De Beemster; en • Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam. De Stelling van Amsterdam is een UNESCO-erfgoed en het plangebied maakt daar deel van uit. In paragraaf 4.4 is toegelicht hoe deze waarden in dit bestemmingsplan beschermd worden. MRA landelijk gebied (artikel 6.9) Voor het landelijk gebied binnen de MRA is aangegeven dat kleinschalige woningbouwontwikkelingen in principe niet mogelijk zijn. Wel kunnen onder voorwaarden 2 woningen worden gebouwd, wanneer sprake is van een ruimtelijke functiewijziging van een stedelijke functie of agrarisch bouwperceel. Voorliggend plan ziet niet toe op de ontwikkeling van woningen. Bijzonder provinciaal landschap (artikel 6.46) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied.

In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Uitgangspunt hierbij is dat de beoogde

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

21

ontwikkeling de voorkomende kernkwaliteiten niet aantast. De onderbouwing hiervoor dient te worden opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats in het landschap Vechtstreek-Noord. De belangrijkste ruimtelijke structuren in dit landschap zijn de Vecht, de Zuiderzeedijk, de Naarder- en Muidertrekvaart met jaagpaden en kaden, de ’s-Gravelandse Vaart en het AmsterdamRijnkanaal. De veenrivieren hebben hoge cultuurhistorische waarde en zijn ondanks stedelijke ontwikkelingen en aanwezigheid van grootschalige infrastructuur vaak nog goed herkenbaar. De Diem is door infrastructuur doorsneden maar heeft ecologische potentie. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen het oorspronkelijke verloop, de continuïteit van het groene karakter en de zichtbaarheid van de veenrivieren niet verminderen. Met voorliggend plan krijgen de oevers van de Diem een kwaliteitsslag en wordt het water beter beleefbaar gemaakt. Met behulp van materiaalgebruik en doorzichten van/naar Fort Diemerdam wordt aangesloten op de cultuurhistorische waarden ter plaatse. In het document ‘Beeldkwaliteit en voorlopig ontwerp’ (bijlage 6) wordt de kwaliteitsverbetering nader in beeld gebracht. Daarmee kan worden gesteld dat de voorkomende kernkwaliteiten in het gebied, aangemerkt als BPL, worden versterkt.

Regionale waterkeringen (artikel 6.77) De planlocatie ligt binnen de beschermingszone van een regionale waterkering. In de provinciale verordening is vastgelegd dat in het ruimtelijke plan de regionale waterkering als zodanig wordt bestemd, eventueel met een dubbelbestemming. Aan weerszijden van de kering geldt een beschermingszone als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet. Deze zone, met bijbehorende regels, is opgenomen in de legger van het waterschap. Ook deze beschermingszone moet als zodanig worden beschermd. Ontwikkelingen in de beschermingszone mogen alleen in overeenstemming met het waterschap en de provincie kunnen worden toegestaan. Ten aanzien van voorliggend plan is een waterparagraaf opgesteld (hoofdstuk 5.2). De beschermingszone van de nabijgelegen waterkering is één op één overgenomen uit het voorgaande plan. Daarmee is de bescherming van deze waterkering geborgd. Ten aanzien van de planontwikkeling wordt het bestemmingsplan toegezonden aan wettelijke overlegpartners, waaronder het waterschap en de provincie. Eventuele hieruit voortkomende aandachtspunten worden te zijner tijd verwerkt in het bestemmingsplan.

Overige regelgeving In de nabijheid van de planlocatie zijn in de verordening regels gesteld ten aanzien van de Stelling van Amsterdam (bescherming cultuurhistorische waarde Fort Diemerdam) en de Diemerzeedijk (aangemerkt als natuurverbinding binnen het NatuurNetwerk Nederland). Met de voorgenomen ontwikkeling ontstaat geen aantasting van deze gronden en waarden. 3.3

Regionaal beleid Agenda voor een toekomstbestendige en evenwichtige metropool 2020-2024 In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) werken 36 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de Stadsregio Amsterdam samen om tot gezamenlijk beleid te komen op het gebied van verstedelijking, economie, duurzaamheid, landschap en verkeer en vervoer. De MRA kent vier bestuurlijke opdrachten: • De samenwerking verder versterken • Werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone MRA-economie

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

22

• Bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken • Vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem Binnen elke opdracht is op basis van specifieke uitdagingen een ambitie geformuleerd en aangegeven wat daarvan het beoogd effect is. De ambitie is vervolgens uitgewerkt naar een beperkt aantal uitvoeringslijnen waarvan de doelen zijn omschreven. Ten aanzien van de regionale vertedelijkingsstrategie wordt beoogd om samenhangende en aan elkaar gekoppelde ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, landschap, energie en klimaatadaptatie te realiseren. De provincie stuurt in het landelijk gebied op een robuuste structuur van diverse landschappen, met een hoge landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit, behoud en versterking van mogelijkheden voor recreatie en het tegengaan van bodemdaling. Voorliggend plan draagt bij aan vergroening van het bestaande, bebouwde en verouderde karakter van het perceel. Hierbij worden de huidige duurzaamheidseisen in acht genomen en wordt voorzien in versterking van de recreatiemogelijkheden in de omgeving. Daarmee is het plan in lijn met het regionaal beleid binnen de MRA. MRA Ontwikkelkader Verblijfsaccommodaties Amsterdam wordt steeds populairder. Het inwonersaantal groeit, het aantal bedrijven en de omvang van de bedrijven groeit en er komen steeds meer bezoekers naar de regio.

Door de populariteit van Amsterdam en de regio wordt het op sommige plekken steeds drukker. Grip op groei vraagt om instrumenten om de balans tussen wonen, werken, recreëren en milieu te kunnen borgen. Met dit plan introduceert de werkgroep verblijfsaccommodaties van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) twee sturingsinstrumenten: Het MRA ontwikkelkader‐ en het MRA expertteam verblijfsaccommodaties. Zij helpen gemeenten om te zorgen dat nieuwe verblijfsaccommodaties een lokale binding hebben en de plek (regio) waar ze gebouwd worden versterken. Zo dragen deze vastgoedontwikkelingen bij aan het toeristisch groter en sterker maken van de MRA en aan de verdere spreiding van toerisme over de regio. Het doel is om te voorkomen dat er door waterbedeffecten nog meer drukte ontstaat op plekken waar dat ongewenst is. Daarnaast is het doel om nieuwe ontwikkelingen een bijdrage te laten leveren aan lokale gebiedsontwikkeling, aan de versterking van het toeristische profiel en aan de economie van de gemeente. Het ontwikkelkader geldt voor alle ontwikkelingen (nieuwe vestiging, nieuwbouw, transformatie en uitbreiding) van verblijfsaccommodaties met meer dan 50 slaapplaatsen die niet in het bestemmingsplan passen. Met onderhavig bestemmingsplan worden 15 recreatiewoningen mogelijk gemaakt, met in totaal 40 slaapplaatsen, waardoor toetsing aan het ontwikkelkader niet aan de orde is.

Daarnaast past het project bij het karakter de gemeente, verbetert het de ruimtelijke kwaliteit van de locatie en draagt het bij aan het lokale toerisme.

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

23

3.4

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Diemen 2040 De Omgevingsvisie Diemen 2040 is op 27 januari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Diemen kiest tot 2040 voor een heldere scheiding tussen het stedelijke gezonde dorp en het groene buitengebied. Er wordt ingezet op een gezonde, leefbare en duurzame leefomgeving met voldoende betaalbare woningen, voorzieningen en veel ruimte voor groen en water in het stedelijk gebied. Ontmoeting en verbinding worden verder versterkt door ontmoetingsplekken en aantrekkelijke wandel- en fietsroutes. Het buitengebied blijft groen en rustig. Hier kan met recreëren, rust vinden en ontspannen in het groen en de natuur. In het buitengebied wordt gezocht naar de balans tussen natuur, kleinschalige recreatie, bereikbaarheid, klimaatadaptatie en energieopwekking. In het buitengebied zijn grofweg vier typen gebieden te onderscheiden: het Diemerbos, de Overdiemerpolder en de Diemerpolder, De Diemen en De Diemer Vijfhoek. Het voorliggende plangebied maakt onderdeel uit van het gebied De Diemen. Het water en de oevers van De Diemen vormen de oorsprong van Diemen en zijn daarom van historische betekenis. De gemeente wil De Diemen meer zichtbaar, herkenbaar en bruikbaar maken. Met name langs de oevers van De Diemen liggen potentieel hoge natuurwaarden, die worden gecombineerd met passende, kleinschalige watergerelateerde recreatie en voorzieningen.

Hier kan men varen, zwemmen, steigers, een strandje bezoeken, vlonders op en is kleinschalige, op langzaam verkeer gerichte horeca aanwezig. Een goede inpassing en inrichting is hierin belangrijk om een goede (ecologische) waterkwaliteit te bewaken. Daarnaast wil de gemeente de toegankelijkheid van De Diemen verbeteren voor o.a. voetgangers en fietsers. In de gebiedsgerichte uitwerking zijn diverse uitgangspunten opgenomen voor diverse deelgebieden in de gemeente, waaronder het buitengebied. Eén van die uitgangspunten omvat het stimuleren van aantrekkelijke havenhoreca en logiesverblijven aan de derde Diem ter hoogte van Fort Diemerdam. Met de voorgenomen ontwikkeling tot recreatiewoningen en horeca, met nauwe verbinding naar de Diem, geeft het plan invulling aan de wensen zoals beoogd in de visie. Daarmee is het plan in lijn met de Omgevingsvisie van de gemeente Diemen en draagt het plan bij aan de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Welstandsnota Diemen 2012 De welstandsnota moet een burger voldoende houvast geven om een bouwplan in te dienen dat voldoet aan redelijke eisen van welstand. Dit houdt in dat het plan niet uit de toon mag vallen of afbreuk mag doen aan zijn omgeving. In de welstandnota geeft de gemeente van elke plek de karakteristiek aan en de criteria, waarmee de Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit de plannen zal beoordelen.

Welstandstoezicht heeft allereerst ten doel te voorkomen dat bouwwerken de openbare ruimte ontsieren. Het welstandsbeleid van de gemeente is echter opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een goede leefomgeving eveneens een rol speelt. Bij iedere aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt bekeken of het bouwplan voldoet aan

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

24

redelijke eisen van welstand, wat inhoudt dat de plaatsing en het uiterlijk van het beoogde bouwplan wordt beoordeeld. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte dat welstand een bijdrage levert aan het tot stand komen en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden te benoemen en een rol te geven bij de ontwikkeling en boordeling van bouwplannen. Ook om gebieden aan te wijzen waar een bijzondere kwaliteit gewenst is. Met de gebiedsgerichte benadering wil de gemeente de waardevolle eigenschappen van bijvoorbeeld de kernen en het open gebied behouden. Door gebieden welstandsvrij te maken en welstandsvrije objecten op te nemen is er bewust voor gekozen om een aantal plannen en welstandsregels ‘vrij te laten’.

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

25

4.

Randvoorwaarden

4.1

Milieu In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen.

4.1.1 M.e.r.-beoordeling Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De ontwikkeling van 15 verblijfsrecreatieve eenheden en horeca op bestaande woon- en bedrijfsgronden kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de genoemde drempelwaarde van een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: • • •

Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.

In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld waarin de verschillende milieuaspecten afgewogen zijn. Deze is opgenomen als bijlage 5. In deze aanmeldnotitie wordt aan de hand van de drie criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.richtlijn(2011/92/EU), inzicht gegeven in de mogelijke milieueffecten van dit plan. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat er geen belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Er hoeft geen milieueffectrapport te worden gemaakt. 4.1.2 Bodemkwaliteit Kader Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (landof water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

26

geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Bodemkwaliteitskaart Regio Amstel- Meerlanden 2012 & Nota Bodembeheer 2019 De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn, verenigd in de regio Amstel-Meerlanden, hebben een regionale bodemkwaliteitskaart op laten stellen om gebruik te maken van de mogelijkheden vanuit het Besluit bodemkwaliteit: • bij het toepassen van grond en baggerspecie op en in de bodem; • als bewijsmiddel voor de kwaliteit van vrijkomende grond en de ontvangende bodem; • bij het wegnemen van mogelijke knelpunten bij grond- en/of baggerverzet; • om lokale verhoogde terugsaneerwaarden vast te stellen (in overleg met het bevoegd gezag Wet bodembescherming, de provincie Noord-Holland); • om een vrijstellingsregeling voor bodemonderzoeken bij bouwvergunningsaanvragen vast te stellen. Op de bodemkwaliteitskaart zijn alle gebieden met woondoeleinden aangemerkt als bodemfunctieklasse Wonen, evenals stadsparken en sportvelden. Bedrijventerreinen, rijkswegen, provinciale- en hoofdverkeerswegen, en de bodem onder spoorwegen en rangeerterreinen zijn ingedeeld onder de bodemfunctieklasse Industrie. Voor de overige gebieden, waaronder het voorliggende plangebied, is geen kwaliteit aan het plangebied toegekend.

Dat komt bijvoorbeeld omdat er te weinig bodeminformatie beschikbaar is, of omdat het een bodemsaneringsgebied betreft waarvoor bijzondere voorwaarden (in een sanering/nazorgplan) gelden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Over Diemerpolder (Overdiemerweg, bebouwing langs dijk) en het PEN-eiland. In de Nota Bodembeheer is aangegeven van welke mogelijkheden de regio uiteindelijk gebruik heeft gemaakt en hoe dit wordt vormgegeven in het bodembeheer.

Afbeelding 4.1: bodemfunctieklassenkaart, bron: BKK Amstel- en Meerlanden (het plangebied is rood aangeduid).

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

27

Onderzoek In het kader van de bestemmingsplanprocedure dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater van het plangebied in overeenstemming zijn met het (beoogde) gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. De milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Overdiemerweg 38, 39 en 40 te Diemen is vastgelegd door bodemkwaliteitsbureau ABO Milieu (bijlage 2). De belangrijkste conclusies zijn hieronder weergegeven. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd: - In de grond zijn bodemvreemde bijmengingen aangetroffen van puin, baksteen of grind. - De bovengrond is plaatselijk matig tot sterk verontreinigd met koper en lood, sterk verontreinigd met zink en/of PAK en licht verontreinigd met kobalt, nikkel, molybdeen, cadmium, kwik en PCB. - De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd PCB, koper, zink, kwik, lood, molybdeen en/of PAK. - In de klei met bijmengingen van puin is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. - In het grondwater ter plaatse van peilbuis 01 zijn geen verontreinigingen boven de streefwaarde aangetroffen. De sterk verhoogde gehalten aan koper, lood, zink en PAK in de bovengrond komen overeen met de bij eerder onderzoek aangetroffen verontreinigingen.

Geadviseerd wordt om met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied te overleggen of nader onderzoek noodzakelijk is of dat direct overgegaan kan worden met het opstellen van een BUS-melding of saneringsplan. Het asbest onderzoek is indicatief uitgevoerd. Omdat visueel en analytisch geen asbest is aangetoond in de klei met bijmengingen van puin, is verkennend asbestonderzoek niet noodzakelijk. Conclusie De vastgestelde bodemkwaliteit vormt mogelijk een belemmering voor de aanvraag van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen) of bij graafwerkzaamheden. Voorafgaand dient er, in overleg met de Omgevingsdienst, eventueel nader onderzoek uit te worden gevoerd, een saneringsplan te worden opgesteld en dient het plangebied gesaneerd te worden. De bodemverontreiniging staat echter niet in de weg aan het vaststellen van het bestemmingsplan. 4.1.3 Akoestische aspecten Kader Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat er akoestisch onderzoek verricht dient te worden gedurende de bestemmingsplanprocedure, indien het bestemmingsplan het volgende mogelijk maakt: • nieuwe infrastructuur; • nieuwe geluidsgevoelige functies.

Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

28

De Wgh geeft aan dat wegen, met een rijsnelheid van 50 km/uur of hoger, wettelijke onderzoekszones hebben. Indien er binnen deze zones een nieuwe geluidgevoelige functie juridisch-planologisch wordt mogelijk gemaakt, dient er een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Als uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel van een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt overschreden, zal er een hogere grenswaarde vastgesteld moeten gaan worden (uitgaande dat er geen maatregelen te treffen zijn, waardoor de gevelbelasting wel aan de voorkeursgrenswaarde voldoet). Dit is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Het ontwerpbesluit van de hogere grenswaarde dient gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd te worden. De recreatiewoningen en horecavoorziening worden niet aangemerkt als geluidsgevoelig object, waardoor onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder niet benodigd is. Railverkeerslawaai Op grond van artikel 1 Wet geluidhinder (Wgh) hebben spoorwegen een zone. Deze zone is weergegeven op een krachtens artikel 1.3 en 1.4 van het Besluit geluidhinder (Bgh) vastgestelde kaart. Het voorliggende plangebied is niet gelegen binnen de zone van een spoorlijn.

Industrielawaai Het voorliggende plangebied maakt onderdeel uit van een geluidgezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder (Wgh). Rondom het industrieterrein is een geluidzone vastgesteld. De geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein als geheel mag buiten de zone de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. Binnen de zone mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. Vervanging van bestaande geluidgevoelige objecten is slechts toegestaan indien wordt voldaan aan de bepalingen van de Wet geluidhinder. Vanwege de voorgenomen bestemmingswijziging heeft de gemeente een akoestisch onderzoek verlangd om te beoordelen of ter plaatse van de omliggende woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij speelt ook mee dat in de vigerende situatie het plangebied gedeeltelijk op en gedeeltelijk buiten het ingevolge de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein ‘UNA centrale Diemen’ gelegen is. Op basis van de vigerende bestemmingsplannen ligt de inrichting gedeeltelijk op en gedeeltelijk buiten het gezoneerde industrieterrein. Een dergelijke splitsing is vanuit de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer in beginsel ongewenst. Gezien de aard- en omvang van de beoogde activiteiten wordt een ligging buiten het gezoneerde industrieterrein meer passend geacht dan een ligging op het gezoneerde industrieterrein.

Om deze reden is voorgesteld de begrenzing van het industrieterrein aan te passen en is deze wijziging ook in het bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40’ opgenomen. Hiermee is toetsing aan de geluidzone niet langer noodzakelijk. Voor de aanvaardbaarheid wordt verder verwezen naar de paragraaf milieuzonering onder 4.1.6. Luchtvaartlawaai Uit het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het ‘beperkingengebied’ van de luchthaven. Voor het plangebied gelden enkel bouwhoogtebeperkingen voor nieuwe gebouwen. Vanuit het aspect geluid gezien is het plangebied niet gelegen in de zone waarvoor (nieuwbouw)beperkingen gelden. Bovendien maakt de voorgenomen ontwikkeling geen geluidsgevoelige functies mogelijk. Daardoor leidt het luchtvaartlawaai van Schiphol niet tot een belemmering voor dit bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Overdiemerweg 38-40, recreatiewoningen en horeca’ Ontwerp - d.d. 23 januari 2023

29

Onderzoek en conclusie Wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai De nieuwe functies (verblijfsrecreatie, horeca) zijn niet aan te merken als een geluidgevoelige bestemming zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. In het kader van de beoogde ontwikkeling wordt bovendien geen nieuwe weginfrastructuur aangelegd en wordt de bestaande weginfrastructuur niet gewijzigd. Ten aanzien van het geluidgezoneerde industrieterrein ‘UNA centrale Diemen’ is een onderzoek uitgevoerd. De begrenzing van het industrieterrein wordt aangepast, waardoor toetsing aan de geluidszone niet langer noodzakelijk is. Verder wordt geconcludeerd dat voor het maximale geluidsniveau sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vanuit de Wet geluidhinder gelden voor deze aspecten geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 4.1.4 Luchtkwaliteit Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=8d6ad024-a042-4e03-adbe-23482f900ef1