Provincie Overijssel - Coalitieakkoord schouder aan schouder 2023 2027
Tekst van het document
Schouder aan schouder Coalitieakkoord 2023-2027
Inhoudsopgave
Onze visie en bestuursstijl
4
Ons platteland, landbouw en natuur
8
Ons water- en energiesysteem
14
Onze woningen, bereikbaarheid en ruimte
18
Onze economie
26
Onze sociale samenleving
32
Onze financiën
36
Onze portefeuilleverdeling
38
Onze visie en bestuursstijl Op 15 maart 2023 hebben de Overijsselse kiezers een duidelijk signaal afgegeven: de afstand tussen de overheid en inwoners moet worden verkleind en het vertrouwen hersteld. Een overheid die meer tussen haar inwoners staat en hun perspectief centraal stelt. Dat signaal hebben wij begrepen en daar zetten wij ons voor de volle honderd procent voor in. Wij willen dat inwoners zich betrokken voelen en hun stem (kunnen) laten horen. Ook hechten wij aan de ‘stille’ stem van mensen die je niet zo snel hoort. De kennis en ervaringen van onze inwoners, ondernemers en organisaties zijn nodig voor goede oplossingen.
Het vele moois van Overijssel Wij zijn trots op het vele moois dat Overijssel te bieden heeft. De mensen, de ruimte en de bedrijvigheid. We voelen ons thuis in Overijssel.
De mensen: Ons noaberschap In Overijssel kijken we naar elkaar om en zetten we net dat stapje extra voor mensen die dat nodig hebben. Maar we geven elkaar ook de ruimte om eigen keuzes te maken. We houden van de tradities, de vernieuwingskracht, de initiatieven en de diversiteit in onze provincie. Veel mensen en organisaties hebben goede ideeën. Overijsselaars werken hard en velen zijn actief voor hun omgeving. Noaberschap zit in ons bloed.
De ruimte: Ons landschap Overijssel is de ‘Tuin van Nederland’. Een provincie met prachtige natuur, gevarieerde landschappen, hechte dorpen en kernen, en bruisende steden. Stad en platteland zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie in de stad woont, is snel in het groene buitengebied. Kom je van het platteland, dan ben je zo in de stad. Overijssel heeft een aantrekkelijke, gezonde en prettige leefomgeving.
De bedrijvigheid: Ons ondernemerschap Overijssel is een ondernemende provincie. We zien kansen en mogelijkheden en die benutten we volop. Ons ondernemerschap is veelzijdig. Van de boeren die ons voedsel produceren tot aan de high tech bedrijven die de nieuwste technologieën ontwikkelen. Mensen lezen, werken en ontmoeten elkaar onder andere in bibliotheken. Culturele ondernemingen zorgen voor vernieuwing. De mkb- en familiebedrijven vormen de ruggengraat van onze regionale economie.
4
5
Visie op Overijssel: wat we willen bereiken Overijssel is een fijne plek om te wonen, werken, ondernemen en ontspannen. We doen wat we moeten doen voor ‘ons Overijssel’. Er zijn veel grote maatschappelijke opgaven, die ons gaan raken. In deze periode heeft dit vooral invloed op: • Ons platteland, landbouw en natuur • Ons water- en energiesysteem • Onze woningen, bereikbaarheid en ruimte • Onze economie • Onze sociale samenleving Als provincie hebben we hierin taken, verantwoordelijkheden en positie. We pakken de opgaven aan. We zijn duidelijk in ‘wat’ we willen en moeten bereiken. En we geven richting en ruimte aan ‘hoe’ we dat bereiken. We werken zoveel mogelijk samen met onze inwoners, medeoverheden, maatschappelijke organisaties en andere partners. Daarbij gaan we uit van de kwaliteiten van Overijssel. Voor iedereen, ook voor toekomstige generaties. Ons noaberschap, ons landschap en ons ondernemerschap vormen de basis om dit samen te bereiken.
Bestuursstijl: hoe we dat doen Noaberschap in het bestuur We brengen het noaberschap in het bestuur. • Luisteren en verbinden: we leren van verschillende meningen en brengen belangen en ideeën bij elkaar. Zo komen we tot de beste oplossingen voor Overijssel. • Eerlijk en betrouwbaar: we doen wat we zeggen en we zeggen wat we doen. Als provincie zijn we duidelijk over wat we willen en moeten bereiken. We geven aan wat wél en niét mogelijk is. Zo voorkomen we teleurstellingen en geven we ruimte waar het kan. • Open en uitlegbaar: we communiceren in duidelijke taal. We vertellen hoe we hebben nagedacht over besluiten die we nemen. En wat we met ideeën en suggesties hebben gedaan. • Betrokken: het perspectief van de inwoners staat centraal. We denken mee met initiatieven uit de samenleving. Hoe kan het wél?
Uitgangspunten werkwijze Bij alles wat we doen, zetten we ons in voor de Overijsselse samenleving. We werken daarom met de volgende uitgangspunten: • Wanneer we opgaven oppakken, beschrijven we hoe we inwoners, partners en medeoverheden betrekken. Daarover maken we afspraken. Zo is voor iedereen duidelijk wat de doelen zijn, welke resultaten we willen bereiken en hoe we dat gaan doen. • Binnen de afspraken die we samen maken, sturen we zoveel mogelijk op doelen. Er is ruimte voor maatwerk om plannen uit te voeren. We geven alleen regels waar dat echt nodig is. • De provincie ondersteunt, begeleidt en faciliteert. Dat doen we op verschillende manieren. Met kennis en ervaring, mensen, middelen en besluiten. • We nemen onze verantwoordelijkheid bij de aanpak van de grote opgaven. Als gebiedsregisseur vervullen we een belangrijke rol om deze aanpak aan te laten sluiten op de specifieke behoefte van de regio’s en gebieden. Dat doen we ten behoeve van het algemeen belang én met oog voor de effecten op inwoners, ondernemers en gemeenschappen.
Met deze uitgangspunten willen we voorspelbaar en duidelijk zijn. Zo is er ruimte voor ideeën vanuit inwoners, ondernemers en gemeenschappen. De rol van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de ambtelijke organisatie zal zich hierop ontwikkelen. Halverwege deze periode maken we de balans op van onze afspraken en kijken we of de omstandigheden zijn gewijzigd en of we moeten bijsturen.
Samen maken we het verschil Samenwerken is samen werken. Het gaat dus niet vanzelf. De kracht van samenwerking is enorm groot. Alleen samen kunnen we en willen we de opgaven realiseren. We werken daarom aan goede en open relaties in Provinciale Staten, met onze medeoverheden, samenwerkingspartners, maatschappelijke organisaties en inwoners. Voor mensen is er maar één overheid. Met onze medeoverheden willen we de beste resultaten voor Overijssel behalen. Dat doen we met respect voor elkaars taken en verantwoordelijkheden. We bundelen onze krachten met gemeenten, waterschappen en (buur)provincies. We werken ook nauw samen binnen onze drie samenwerkingsverbanden, de regio’s Twente, Zwolle en Stedendriehoek1 (Apeldoorn, Deventer, Zutphen), en met de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen. Daarin blijven we investeren. Samen met onze partners werken we aan goede relaties met Europa en Den Haag. Met duidelijke voorstellen willen we zorgen dat Europees en nationaal beleid zo goed mogelijk aansluiten bij onze ambities voor Overijssel. We willen de mogelijkheden van financiële fondsen uit Europa en Den Haag maximaal benutten. De beschikbare middelen moeten eerlijker over Nederland worden verdeeld om te kunnen zorgen voor een vergelijkbaar voorzieningenniveau. Het recente rapport ‘Elke regio telt’ heeft deze noodzaak eens te meer aangetoond.
Daarom vinden we dat er meer geld van het Rijk in Overijssel moet worden geïnvesteerd. We nodigen iedereen uit om – schouder aan schouder – mee te denken en te doen. Daarbij zoeken we juist ook de ‘stille’ stem op. Welke ideeën zijn er en wie wil daarbij helpen? Samen maken we het verschil voor een mooi Overijssel, nu en in de toekomst.
1
6
Regio Twente (www.twente.com), Regio Zwolle (www.regiozwolle.info) en Regio Stedendriehoek (www.regiostedendriehoek.nl) zijn de drie samenwerkingsverbanden voor Overijssel waarin overheden, ondernemers, onderwijs en onderzoek en maatschappelijke organisaties samenwerken aan regionale opgaven.
7
Ons platteland, landbouw en natuur Op ons Overijssels platteland komt veel moois samen. Een uitgestrekt gebied met mooie landschappen, hechte gemeenschappen, waardevolle natuur en veel boeren en andere ondernemers die er hun bedrijf hebben. Dat maakt ons platteland zo bijzonder. We zijn trots op onze boeren, onze natuur en onze gemeenschappen.
Wat is er aan de hand Ons platteland is altijd in beweging. Er staat veel te gebeuren op het gebied van leefbaarheid en sociale binding, natuur, water, klimaat, landbouw en economie. Dat gaat niet vanzelf. Oplossingen zijn nodig zodat ons platteland een fijne plek blijft om te wonen, te werken, te ondernemen en te ontspannen. We willen de juiste balans tussen de natuur en de omgeving mét een duurzaam perspectief voor ondernemers. De opgaven willen we in samenhang uitvoeren. Het eerlijke verhaal is dat er ook veel zal veranderen. Dat is ingewikkeld en de gevolgen zijn soms groot. Veranderingen bieden ook kansen voor een beter Overijssels platteland. Samen moeten en willen we verder. Voor onze gemeenschappen, onze natuur, onze boeren en onze gehele Overijsselse samenleving.
Wat willen we bereiken We willen dat onze inwoners prettig kunnen leven op ons platteland. Dat er goede natuur is en dat mensen er hun geld kunnen verdienen. We maken gebruik van de energie en ideeën uit de samenleving om deze ambities te realiseren. We willen mensen betrekken.
Uiteindelijk kijken we steeds wat veranderingen betekenen voor de inwoners, de ondernemers, de voedselproductie en de natuur in het gebied. De menselijke maat staat centraal. We zetten ons ten volle in voor oplossingen wanneer mensen buiten hun schuld om de dupe zijn van falend overheidsbeleid, zoals de PAS-melders.
Drie gezamenlijke doelen We willen dat het Overijsselse platteland erop vooruitgaat. Daarom werken we aan drie doelen voor ons landelijk gebied [zie figuur hieronder]. Met de middelen die het Rijk via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) beschikbaar stelt, willen we samen deze doelen realiseren. In ons Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) beschrijven we de Overijsselse aanpak om de doelen te bereiken en de (rijks)middelen die daarvoor nodig zijn.
Hoe we dat doen voor ons platteland, landbouw en natuur We werken op basis van gezamenlijke afspraken aan de drie doelen. Daarbinnen geven we ruimte aan inwoners en ondernemers om deze doelen te
bereiken. Wij ondersteunen hen daarin. Daarom stellen we de volgende uitgangspunten in onze Overijsselse aanpak centraal: feiten als basis voor maatregelen en nieuwe gebiedsaanpakken vanuit initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers zelf. Deze uitgangspunten vertalen we in het definitieve PPLG Overijssel dat aan Provinciale Staten ter vaststelling wordt aangeboden.
Feiten als basis voor maatregelen Bij besluiten over maatregelen voor natuurherstel kijken we naar de werkelijke staat van de natuur. Dat doen we op basis van gezamenlijk onderzoek om de feiten scherp te krijgen. De informatie die we nu hebben, combineren we en maken we compleet. Dit is onze werkwijze: • Inwoners met gebiedskennis en andere experts vormen samen een deskundigenteam. Welke experts deelnemen is afhankelijk van het gebied en de kennis en kunde die nodig is. Wij hechten waarde aan ieders inbreng. • Het deskundigenteam verzamelt feiten en brengt daarover een oordeel en een advies uit. • De resultaten worden gevalideerd door een onafhankelijk, gerenommeerd instituut. De uitkomsten hiervan zijn leidend.
2
8
Zoals vastgelegd in wet- en regelgeving. Met herstel van de natuur bedoelen we een goede staat van instandhouding van de natuur.
De feiten zijn open en transparant beschikbaar. We laten zien wat we weten, waar deze informatie staat en vandaan komt. Ook laten we zien wat we niet weten en hoe we daarmee omgaan. Deze werkwijze vatten wij samen met ‘meten is weten’. Deze aanpak is het begin van elk gebiedsproces, waarbij we gezamenlijk bekijken wat ‘de werkelijke staat van het gebied’ is. We kijken daarbij naar landbouw, water, klimaat, natuur, economie en de samenleving. Op basis daarvan maken we afspraken met de betrokkenen in het gebiedsproces. Deze gezamenlijke afspraken gaan over de doelen, de samenwerking, de maatregelen, de randvoorwaarden en de resultaten.
Nieuwe gebiedsaanpakken vanuit initiatieven van inwoners en ondernemers zelf In veel gebieden zijn er al initiatieven van inwoners en ondernemers. Daar sluiten wij op aan. Ook als er nieuwe kansen en initiatieven ontstaan. Wij willen weten welke ideeën boeren zelf hebben over hun toekomst. We gaan hierover met alle boeren die dat willen in gesprek. Of ze nu willen doorgaan, veranderen, innoveren of stoppen.
9
Hebben (agrarische) ondernemers en inwoners plannen die bijdragen aan onze opgaven en doelen? Daarin zoeken we graag de samenwerking op. We vragen wat ze kunnen bijdragen en wat ze daarvoor nodig hebben. Inwoners en ondernemers kunnen op die manier hun kennis en vakmanschap inbrengen. Stabiliteit en rust in de uitvoering van gemaakte plannen zijn belangrijk. Dat geldt zeker voor de lopende gebiedsaanpakken van de Ontwikkelopgave. Nieuwe wettelijke opgaven voeren we uit, maar voegen we in de lopende gebiedsaanpakken alleen toe als de betrokkenen dat willen. Toekomstbestendige landbouwsector Wij zijn trots op onze boeren. Onze innovatieve agrarische sector is en blijft belangrijk voor Overijssel. Wij hebben de boeren nodig voor ons voedsel, de leefbaarheid, de regionale economie, de natuur en andere maatschappelijke opgaven. Het herstel van de balans tussen het natuurlijk systeem (natuur, water, klimaat) en onze voedselproductie is niet alleen noodzakelijk, dat willen wij ook. Dat is een opdracht voor onze hele samenleving: overheden, consumenten, boeren en ketenpartijen (zoals supermarkten) en banken. Wij ontwikkelen een landbouwvisie voor Overijssel, als onderdeel van het PPLG. Hiermee dragen wij bij aan een duidelijk perspectief voor boeren. Het is belangrijk dat zij een gezonde en duurzame bedrijfsvoering kunnen voeren.
En dat we hen als samenleving betalen voor de maatschappelijke diensten die zij leveren, bijvoorbeeld water- en natuurbeheer en bijdragen aan biodiversiteit en klimaat. Het vakmanschap en ondernemerschap van boeren geven wij de ruimte. Een goed sociaal-economisch perspectief voor het platteland In ons denken en handelen leggen we meer nadruk op sociaal-economische gevolgen en kansen. Dit is een hoofdelement voor leefbaarheid, zowel voor de stad als voor het platteland. Door de opgaven die samenkomen op het platteland, en de veranderingen
10
die daardoor nodig zijn, vraagt de leefbaarheid om een ‘sociaal-economisch perspectief voor het landelijk gebied’. Dat is ook één van de drie doelen van ons PPLG Overijssel. We werken dit binnen het PPLG Overijssel gebiedsgericht uit samen met onze gebiedspartners. We blijven de erfcoaches beschikbaar stellen als zelfstandige en onafhankelijke gesprekspartners voor individuele ondernemers. Herstel van de natuur, het watersysteem en het klimaat Onze provincie kent vele prachtige, afwisselende landschappen en natuurgebieden. Natuur en landschap met veel plant- en diersoorten horen bij Overijssel. Met het PPLG Overijssel werken we in het landelijk gebied aan de doelen voor natuur, water en klimaat. Deze doelen volgen uit (inter)nationale verplichtingen. Daarmee zetten we ons in voor de verbetering van de leefomgevingskwaliteit voor mensen, dieren en planten door schoner water, vitalere natuur, schonere bodem en minder bodemdaling.
Definitief PPLG Overijssel Het definitieve PPLG Overijssel wordt aan Provinciale Staten ter vaststelling aangeboden. Met het PPLG Overijssel leggen we gezamenlijke afspraken vast. Afspraken over opgaven (doelen), de instrumenten (de middelen), en de aanpak en werkwijze (de spelregels) voor de uitwerkingen in Overijssel. Voor de doelen en wanneer die gerealiseerd moeten zijn, zijn wet- en regelgeving uitgangspunt. We sturen maximaal op doelen in plaats van op middelen. Het PPLG is ook de basis voor afspraken met het Rijk over financiële middelen en instrumenten, die nodig zijn om onze plannen in Overijssel te realiseren. We gaan voor het maximale resultaat in Overijssel. Er zit energie in de Overijsselse samenleving om de opgaven aan te pakken. Daarom werken we met elkaar vanuit partnerschap en vrijwilligheid aan de doelen voor landbouw en natuur. We zijn ervan overtuigd dat wanneer we aansluiten op de energie in de samenleving we met elkaar in Overijssel de doelen gaan realiseren. In deze coalitieperiode zullen we dan ook niet gedwongen onteigenen voor
11
stikstofreductie of natuuruitbreiding. Onze werkwijze moet voorkomen dat we zaken moeten afdwingen. Wel willen we de mogelijkheden van overheidsinstrumenten maximaal inzetten om waar nodig te kunnen werken met volledige schadeloosstelling. Overijssel moet weer ‘van het slot af’ om verder te kunnen bouwen aan de toekomst. Dat vraagt om juridisch houdbare besluiten over vergunningsverlening en handhaving. We willen verzoeken tot intrekken van vergunningen kunnen afwijzen. Daarvoor is een stevig PPLG Overijssel nodig. Wanneer vergunningen weer kunnen worden verleend, gaan we als eerste de PAS-melders legaliseren. Iedereen draagt vanuit de eigen verantwoordelijkheid een steentje bij. Alle sectoren moeten mee doen. Dit zetten we in het PPLG en daar spreken we onze medeoverheden en samenwerkingspartners op aan.
Agro&Food Wij investeren zelf in een duurzame, toekomstbestendige landbouw. Dat doen we met nadruk op de ketensamenwerking van lokale ondernemers in Overijssel. We stimuleren uitwisseling van kennis en innovaties die goed werken en maken voorbeeldprojecten mogelijk. Dit kan bijvoorbeeld gaan over kringlooplandbouw, voedselbossen, eiwittransitie en biobased gewassen. Maar ook over technische of bedrijfsvoeringsgerelateerde innovaties, zoals meer weidegang of bewezen emissiereducerende maatregelen. Dit doen we als onderdeel van het PPLG.
We geven ook aandacht aan de glastuinbouw en de uitdagingen, met name de energietransitie, waar die sector voor staat. We hebben in Overijssel een krachtige glastuinbouw. Deze sector dient ook in de toekomst een goede positie te houden.
(Agrarisch) natuur- en landschapsbeheer Het (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer levert een bijdrage aan vele doelen, zoals ecologie, economie en kwaliteit van het landschap. Wij willen dat versterken. Dat doen we door actief te zoeken naar de kansen die (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer bieden voor de doelen uit het PPLG. En we kijken naar de manieren waarop we dat nu doen. Wat gaat daarin goed, en wat kan beter? En welke kansen biedt Europees beleid hiervoor? Wij vinden het belangrijk dat alle partijen in Overijssel, die daarvoor in aanmerking komen en aan de voorwaarden voldoen, natuur- en landschapsbeheer kunnen uitvoeren. En dat we daarvoor vanuit het PPLG langjarige afspraken maken met bijpassende vergoedingen.
Natuurinclusieve samenleving We zijn trots op onze natuur. De natuur heeft een belangrijke eigen waarde én een belangrijke betekenis voor mensen. Uitgangspunten zijn: dat we goed voor onze natuur zorgen, en onze natuur kunnen beleven en benutten. Natuur maakt mensen gezonder en gelukkiger. Met het programma Natuur voor Elkaar zijn de afgelopen periode mooie initiatieven in gang
gezet, zoals de aanleg van groene schoolpleinen, het aanplanten van bomen met inwoners, het stimuleren van natuur in de bebouwde omgeving door te vergroenen, de aanleg van bloemrijke bermen en natuurinclusief bouwen. Wij willen daar verder met onze partners mee aan de slag. We maken mogelijk dat grondeigenaren op vrijwillige basis tegen een langjarige beloning natuurwaarden kunnen realiseren op plekken waar dat bijdraagt aan het doelbereik van het PPLG. Daarvoor willen we gebruik maken van de middelen die het Rijk beschikbaar heeft voor de transitie in het landelijk gebied.
Faunabeleid Faunabeheer is bijvoorbeeld nodig wanneer diersoorten de verkeersveiligheid in gevaar brengen of schade aan landbouwgewassen veroorzaken. In ons faunabeleid staat de balans tussen het beschermen van soorten en het voorkomen van schade door soorten centraal. We zetten in op preventie en maken gebruik van onze bevoegdheid om diersoorten in aantallen te beperken wanneer dat noodzakelijk is. Dat beperken van aantallen is gebonden aan een stelsel van vrijstellingen en ontheffingen
12
Ons faunabeleid is zoveel mogelijk hetzelfde in heel Overijssel. Daar waar maatwerk nodig is, werken we via een gebiedsgerichte aanpak. Dat doen we met inbreng van alle lokale partners, waarbij de lokale situatie in de natuurgebieden en de omringende landbouwgebieden leidend is. Deze gebiedsgerichte aanpak zetten we in voor het bestrijden van predatoren van weide- en akkervogels en het terugdringen van schade door onder andere standganzen (ganzen die het hele jaar hier verblijven). Voor de standganzen is beheer nodig om de populatie terug te brengen naar de stand van 2005. Het beheer van de wolf is binnen het bestaand wettelijk kader gericht op het voorkomen van schade. Voor personen of bedrijven die faunaschade hebben, blijft er een goede schaderegeling. We willen een goede passende vergoeding voor grondeigenaren die meewerken aan faunabeheer. Ook voor preventieve maatregelen blijft een vergoeding bestaan.
13
Hoe we dat doen voor ons watersysteem Actieplan Water Om onze doelen te halen, stellen we een Actieplan Water op. Met dit actieplan werken we aan voldoende beschikbaarheid van water én aan vermindering van de vraag naar water. We bekijken de wateropgave in relatie tot de andere opgaven in de stad en op het platteland. Dit doen we samen met waterschappen, gemeenten, het waterleidingbedrijf, ondernemers uit alle sectoren en onze inwoners. We spreken elkaar aan op ieders verantwoordelijkheden en roepen op tot ideeën en oplossingen. We maken de balans op van vraag en aanbod. Dat doen we op basis van feiten over gebruik en onttrekkingen. Door bestaande bouwstenen te bundelen versnellen we en bereiken we betere resultaten voor
Overijssel. Naast alles wat we nu al doen, kijken we naar ontwikkelingen en kansen die aanvullend nodig zijn, bijvoorbeeld het gebruik van oppervlaktewater voor drinkwater. We brengen in beeld welke keuzes nodig zijn voor de korte, middellange en lange termijn. Bij de korte termijn gaat het in ieder geval om wat we deze coalitieperiode al kunnen uitvoeren. We gebruiken de analyse voor de verdere uitwerking van het principe ‘water en bodem sturend’ in ons ruimtelijk beleid.
Klimaatbestendige ruimtelijke inrichting Deze coalitieperiode willen we met onze ruimtelijke inrichting zorgen dat we beter kunnen omgaan met het veranderende klimaat. Dat doen we met onze samenwerkingspartners en inwoners, in de steden en op het platteland.
Voorbeelden
Ons water- en energiesysteem Er zijn zwaardere regen- en hagelbuien, meer hittegolven, het stormt vaker en het is vaker langere tijd erg droog. Kortom, ons klimaat verandert. We moeten rekening houden met de effecten van klimaatverandering en onze omgeving daarop aanpassen. Daarnaast hebben we onze bijdrage te leveren om via de energietransitie de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Wat is er aan de hand? Water en energie zijn beide onmisbaar, maar het is niet vanzelfsprekend dat er altijd genoeg van is. De effecten van hitte, droogte en wateroverlast leiden vaker tot grote schade voor natuur, landbouw, industrie, infrastructuur, bebouwing en scheepvaart. Ook nemen de risico’s voor de gezondheid van mensen en onze drinkwatervoorziening toe. Daarom willen we onze provincie klimaatbestendig inrichten en inzetten op de energietransitie. Hoe sneller we maatregelen nemen, hoe meer deze opleveren voor onze samenleving. De urgentie is hoog en wordt breed gedeeld, want er worden veel belangen geraakt. Er zijn grote veranderingen nodig en de lusten en lasten zijn nu niet eerlijk verdeeld.
14
Wat we willen bereiken We willen een duurzaam en betrouwbaar systeem voor water en energie, ook in de toekomst. Daarvoor maken we als provincie nu keuzes. Ook keuzes waarvan we het effect pas later merken. Vanuit onze wettelijke taken gaat dat zowel over het aanbod van water en duurzame energie als over de ruimtelijke inrichting, waarbij water en bodem sturend zijn. Daarnaast zetten we in op de vraagkant: energiebesparing en waterbesparing. Want dan profiteert het klimaat én bespaart het geld voor inwoners en ondernemers. We houden ons aan wet- en regelgeving. We werken aan een klimaatbestendig en CO2-neutraal Overijssel in 2050. Hierbij stimuleren we innovaties en maken we gebruik van de kansen die innovaties bieden. We kunnen het ons niet veroorloven kansen te laten liggen. 15
Hoe we dat doen voor ons energiesysteem Het realiseren van de energietransitie is urgent. We willen de doelen bereiken op een manier die het beste past bij Overijssel. Hierbij werken we op basis van onze gewenste bestuursstijl. Samen met onze samenwerkingspartners, inwoners en ondernemers. Dat is niet altijd makkelijk, want wat we ook kiezen, we kunnen nooit iedereen blij maken. We zijn duidelijk over onze keuzes en willen dat inwoners meeprofiteren van de opwek van duurzame energie bij hen in de buurt.
Energievisie We maken een energievisie voor de periode na 2030. Om de juiste keuzes te kunnen maken, brengen we nu al in kaart hoe het energiesysteem zich op de lange termijn ontwikkelt en wat nodig is. De energievisie gaat over: opwek, opslag en transport van energie, gebruik en besparing van energie en het stimuleren en toepassen van innovaties. Specifieke aandacht hebben we voor de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van elektriciteitsnetten. Als het gaat om mogelijke nieuwe energiebronnen sluiten we op voorhand geen opties uit. We organiseren een Overijsselse Energie Innovatie conferentie. Dat doen we om alle slimme innovaties zoveel mogelijk in beeld te krijgen, ideeën uit te wisselen en om de toepassingen ervan te versnellen. Hierbij willen we ook aandacht besteden aan de recycling van zonnepanelen en windturbines.
Koersverandering energiebeleid Ons energiesysteem is volop in verandering en dat heeft gevolgen. Het plaatsen van zonneparken en windturbines4 heeft invloed op ons landschap. Wanneer her en der losse windturbines verschijnen, leidt dat tot verrommeling van het landschap. Het aansluiten van nieuwe energiebronnen heeft daarnaast effect op de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van onze elektriciteitsnetwerken. Wij zien de onrust en zorgen die dit alles met zich meebrengt. Daarom veranderen we de manier waarop we de energiedoelen willen bereiken met zonne-energie, windenergie en duurzaam gas. Bij alle projecten is oog voor (gezondheids)risico’s voor mens, dier en milieu, en worden de meest recente onderzoeken over gezondheidseffecten meegenomen. Zonne-energie We actualiseren de zonneladder en sturen aan op een striktere toepassing ervan. We willen geen grote zonneparken op landbouwgrond. Wel bieden we ruimte aan kleinschalige lokale initiatieven van grondeigenaren als aanvulling op hun verdienmodel. Daarbij willen we voorkomen dat er door koppeling van initiatieven alsnog grote zonneparken ontstaan. Windenergie Er zijn bestaande initiatieven voor windenergie, die we blijven ondersteunen. We behandelen lopende verzoeken en houden ruimte voor kansrijke nieuwe initiatieven.
We leggen dit vast door een voorkeursvolgorde uit de windladder op te nemen in een beleidsregel via het Provinciaal Programma Energietransitie. Hierdoor kunnen we initiatieven toetsen aan ons ruimtelijk beleid. In alle gevallen bevorderen we minstens 50% lokaal eigendom. Iedereen die dat wil, moet daaraan mee kunnen doen. Op deze manier zorgen we ervoor dat de omgeving mee kan profiteren en in het eigen gebied kan investeren.
Bijvoorbeeld als brandstof voor vrachtwagens en bussen en als opslag van energie. We zetten ons daarom in voor aansluiting op het landelijk transportnetwerk voor waterstof. Bij energy hubs, waar opwek, gebruik en opslag worden gecombineerd, stimuleren we een eigen waterstofdistributienetwerk, waterstofopslagcapaciteit en eigen waterstofproductiefaciliteiten.
Duurzaam gas
Energiebesparing is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Energie die we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken. En energiebesparing zorgt voor een lagere energierekening voor inwoners en ondernemers. We maken gebruik van slimme technieken en initiatieven. Dat doen we vanuit een aanjagende en coördinerende rol. Denk bijvoorbeeld aan de verduurzaming van veel woningen in korte tijd, zoals in het project INDU-ZERO. Wij zetten dat als eerste in bij de inwoners die dat niet zelf kunnen realiseren.
Duurzaam gas is een belangrijke energiebron. In Overijssel willen we gebruik maken van de techniek van monovergisting. Behalve opwekking van energie wordt hierdoor ook de uitstoot van methaan en stikstof verminderd. Dit is een voorbeeld van hoe de energietransitie en verduurzaming van de landbouw, via het sluiten van kringlopen, samen gaan. Hierbij houden we oog voor het behoud van de bodemkwaliteit. Door duurzaam gas te gebruiken voor de opwekking van warmte en elektriciteit, vangen we een deel van de toenemende vraag naar energie op. Daarmee benutten we de potentie van duurzaam gas en verminderen we de aanvullende opgave voor de opwek van duurzame energie.
Waterstof
Energiebesparing
Warmtenetten Voor de afspraken over duurzame warmtevoorziening onderzoeken we samen met onze partners wat de rol van de provincie kan zijn in publieke warmtenetten.
Duurzaam geproduceerde waterstof draagt bij aan de verduurzaming van ons energiesysteem.
Energie tot 2030 We houden ons aan de gemaakte afspraken over de doelen voor duurzame energie voor 20303. Elke 2 jaar monitoren we de voortgang en waar nodig sturen we bij. Hierin nemen we alle bestaande opwek, groot en klein, mee. We benutten de potentie van alle energiebronnen om de energiedoelen te halen. Voor het landelijke doel 35 TWh duurzame energie in 2030 is dat vooralsnog beperkt tot opwek met zon en wind. Wanneer andere bronnen in aanmerking komen, zetten we die ook in. Om te versnellen en nieuwe ideeën verder te brengen, is het belangrijk kennis uit te wisselen en samen aan concrete casussen te werken. Dat gebeurt onder andere in de zogenaamde werkplaatsen met gemeenten en netbeheerders. De komende periode breiden we deze werkplaatsen uit met andere partijen die mee willen denken en doen.
16
We kiezen ervoor om als provincie actief te sturen op een aantal grotere clusters van windturbines. Hierdoor zorgen we ervoor dat windturbines op de meest geschikte plekken komen en zorgen we voor duidelijkheid. We houden zelf invloed en daarmee kunnen we de beste voorwaarden krijgen, bijvoorbeeld voor lokaal eigendom. We nemen regie op grote clusters. Op basis van de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering van windenergie uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie, zien we vier geschikte gebieden voor grotere clusters: (1) Ommen/Hardenberg, (2) A1, (3) A35 inclusief gezamenlijke gebiedsaanpak ATT5 en (4) Zwolle-Staphorst-Dalfsen-Zwartewaterland. Deze inzet op bestaande initiatieven, nieuwe kansrijke initiatieven van minimaal vier windturbines en de vier grote clusters, is voldoende voor de doelen van opwek van duurzame energie met wind in 2030.
3
3.3 TWh aan opwek; alle vergunningen per 1 januari 2025 verleend; participatie van inwoners en minimaal 50% lokaal eigendom; invulling geven aan ruimtelijke kwaliteit; aandacht voor efficiënt benutten elektriciteitsnetwerk.
4
Onder een windturbine verstaan we een door wind aangedreven bouwwerk waarmee energie wordt opgewekt met een tiphoogte van meer dan 25 meter.
5
Gezamenlijke gebiedsaanpak van provincie Overijssel en de gemeenten Almelo, Tubbergen en Twenterand.
17
Onze woningen, bereikbaarheid en ruimte Het dagelijks leven van onze Overijsselse inwoners (wonen, werken en ontspannen) vindt grotendeels plaats binnen een netwerk van steden en omliggende dorpen. Deze samenhangende regio’s in Overijssel zijn Twente, Zwolle en Stedendriehoek. Onze steden spelen daarin een centrale rol op het gebied van wonen, werk en voorzieningen, zoals cultuur en zorg. Daarmee leveren de Overijsselse steden een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling en aantrekkingskracht van onze provincie. Overijssel is goed bereikbaar via vier (inter)nationale hoofdassen. Mede daarom vestigen bedrijven zich hier graag. • De route naar het noorden en zuiden via de A50 en de A28 en de spoorlijnen van Zwolle. • De oost-west route via de A1 en de spoorlijn van Amsterdam naar Berlijn. • De oost-west as via de N35 en spoorverbinding Zwolle-TwenteMünster, die twee van onze economische regio’s verbindt en tevens een tweede verbinding met het Duitse achterland naar Münster faciliteert. • Nationaal kennen we nog een belangrijke noord-zuid as via de N36 en N18 en de spoorlijnen van Twente naar het noorden en zuiden.
18
19
Wat is er aan de hand
Wat willen we bereiken
Overal in Overijssel zijn woningen nodig. Het kost onze inwoners grote moeite om een passende en betaalbare huur- of koopwoning te vinden. Betaalbaarheid6 gaat verder dan de koopsom of het huurtarief, het gaat om de woonlasten. Het gaat ook over woningen die energiezuinig, duurzaam, voldoende groen en klimaatbestendig zijn. In de regionale woondeals zijn goede afspraken gemaakt voor de woonopgave tot 2030.
We willen dat het in Overijssel voor iedereen goed wonen, werken en ontspannen is, zowel nu als in de toekomst. Tevredenheid met de woning en woonomgeving en bereikbare voorzieningen dragen bij aan het welzijn van inwoners. Daarom werken we samen met onze medeoverheden, partners en inwoners aan deze opgaven. Dat doen we op een manier die het beste past bij de behoeften en mogelijkheden van onze inwoners en ondernemers. Daar doen we het immers voor.
Goede bereikbaarheid is belangrijk voor de leefbaarheid en regionale economie van onze provincie. Dat gaat om het netwerk van fietspaden, (vaar)wegen, bus- en treinverbindingen. De economie groeit en er komen meer woningen, dat vraagt om investeringen in mobiliteit. Investeringen zijn nodig voor uitbreiding, verbetering van de verkeersveiligheid en het beheer en onderhoud van onze verbindingen. Ook investeren we in een slimme en duurzame mobiliteit. De financiering van het openbaar vervoer staat onder druk. De kosten zijn toegenomen en de opbrengsten zijn niet helemaal hersteld na de corona periode. Dit alles vraagt om heldere keuzes en het optimaal benutten van netwerken en innovaties.
Hoe we dat doen voor onze woningen Woningbouwopgave tot 2030: volle inzet op realisatie van de woondeals In de regionale woondeals West-Overijssel en Twente zijn eind 2022 afspraken gemaakt over: op welke locaties gebouwd kan worden, wat het aandeel betaalbare woningbouw is, voor welke doelgroep wordt gebouwd, wat de kwaliteitseisen zijn en hoe tussentijdse monitoring wordt gedaan. Daarnaast zijn regionale sleutelprojecten benoemd en is een koppeling gelegd met verstedelijkingsopgaven en andere ruimtelijke opgaven, ook op het platteland.
Onze ambities zijn: • Versnellen van de woningbouwopgave en bevorderen van doorstroming op de woningmarkt: voldoende betaalbare huur- en koopwoningen, passend bij de verschillende doelgroepen. • Toekomstbestendige woningen, zoals energiezuinig, duurzaam, klimaatbestendig en voldoende groen. • Goed bereikbare woningen, werklocaties en voorzieningen (leefbaarheid). • Veilig, snel, toegankelijk en duurzaam reizen naar, door en vanuit Overijssel. • Een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting.
Met goede afspraken op papier zijn de woningen nog niet gebouwd en onze inwoners nog niet geholpen. We zetten in op versnelling van de uitvoering van de woondeals. We vervullen daarin vooral een actieve, ondersteunende rol mét een aantal speerpunten. Resultaatgericht netwerk Het bestaande netwerk van partners zetten we gericht in voor het behalen van resultaten. Deze netwerken brengen overheid, markt en woningcorporaties, en dus ook vraag en aanbod, bij elkaar. We geven ruimte voor innovatieve woonconcepten, zoals flexwoningen. Kennisdeling is essentieel om tot oplossingen te komen voor betaalbaar, klimaatbestendig, natuurinclusief en energiezuinig bouwen. Een ander voorbeeld is het collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO)7, dat het langer blijven wonen in de eigen woonomgeving en de sociale binding in wijken en buurten versterkt.
Wij zorgen als provincie dat de ruimtelijke keuzes zo goed mogelijk passen bij alle opgaven. Dat is onze wettelijke rol. Niet alles kan overal en niet alles kan tegelijk. Ook hierin zijn keuzes nodig, met een doorkijk naar de periode na 2030.
6
20
Betaalbaarheid is gedefinieerd in de woondeals als 30 % sociale huur en 40 % middelduur met huur tot maximaal € 1000 per maand en koop tot maximaal € 355.000,-. De afspraak in de woondeals is dat gemeenten qua woningbouwprogrammering zich committeren aan 30 % sociaal, 40 % middelduur en 30 % duur. Dus 70 % in het betaalbare segment. In de nieuwe wet Versterking regio Volkshuisvesting wordt bovenstaande bevestigd.
7
De zoektocht naar hoe samenhangende regelgeving kan bijdragen aan de benodigde versnelling van de woningbouwopgave is en blijft van belang. Hierin speelt het Rijk een cruciale rol. Ondersteuning met kennis en capaciteit We beginnen daar waar we het grootste verschil maken. Dat doen we door ondersteuning op het gebied van kennis (aanjaagteam) en een flexpool van projectleiders en adviseurs op het gebied van woningbouw. Deze invulling van de Bouwbrigade wordt mede door het Rijk ondersteund en stellen we beschikbaar voor die gemeenten en die projecten waar we de grootste versnelling kunnen realiseren. Hiervoor hanteren we criteria die we nader uitwerken. We denken in ieder geval aan een goede verdeling van betaalbaarheid, passend bij de maatschappelijke vraag en toekomstbestendigheid van de woningen. We blijven met gemeenten in gesprek over goede huisvesting voor mensen met cruciale beroepen, en ook voor arbeidsmigranten, en bekijken of en op welke manier wij daaraan kunnen bijdragen. Revolverend fonds Bouwprojecten vertragen ook doordat pas gestart wordt met bouwen als er voldoende woningen verkocht zijn. Samen met gemeenten en het Rijk starten we een revolverend Bouwfonds dat zorgt voor de noodzakelijke financiële zekerheid. Zo voorkomen we vertraging in de broodnodige woningbouw.
Een ontwikkelvorm waarbij een groep particulieren volledige zeggenschap heeft over de te realiseren woning.
21
Monitoring Door de Wet Regie op de Volkshuisvesting wordt zicht houden op de uitvoering van de woondeals een specifiek aandachtspunt voor de provincie. We bekijken samen met onze samenwerkingspartners of de afspraken uit de woondeals (zowel kwantitatief als kwalitatief) worden behaald. En of er, mede gezien de ontwikkelingen, bijsturing nodig is. Daarbij houden we rekening met de geldende regelgeving. In 2025 maken we in ieder geval de balans op. Woon-zorg We hebben specifiek aandacht voor de combinatie van wonen en zorgen voor ouderen en andere kwetsbare groepen. Daarom willen we afspraken maken in de woondealregio’s over het realiseren van betaalbare gestapelde bouw waarbinnen zorg verleend kan worden door regionale zorgorganisaties. Daarnaast verkennen we met onze partners in de woondealregio’s welke instrumenten door gemeenten gebruikt kunnen worden om bij voorkeur zorg te laten leveren door lokaal betrokken en kwalitatief goede zorgorganisaties.
Woningbouw na 2030 Ook na 2030 moeten er voldoende, goede woningen worden gebouwd in Overijssel. We kijken daarom vooruit en maken goede afspraken, ook over de periode na 2030. Met onze regionale partners voeren we gesprekken over wat zij nodig hebben om de opgaven te realiseren. De belangrijke onderwerpen om keuzes op te baseren leggen we vast in de nieuwe Omgevingsvisie. Het gaat in ieder geval om de volgende onderwerpen, die we de komende periode verder uitwerken: • Bouwen binnen de bebouwde kom (inbreiding) gaat voor bouwen buiten de bebouwde kom (uitleg). In dorpen en kernen is eerder behoefte aan bouwen buiten de bebouwde kom voor de groei van het aantal eigen inwoners. Dat gebeurt zoveel mogelijk tegen bestaande kernen aan. • Rol van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen (VAB’s). Op deze plekken komt ruimte voor kleinschalige woningbouw rekening houdend met de agrarische functie in de omgeving. Samen met gemeenten ontwikkelen we een gebiedsgerichte samenhangende aanpak voor de herontwikkeling van VAB’s. • Gezonde en natuurlijke leefomgeving. We willen een woonomgeving die bijdraagt aan de vitaliteit en gezondheid van mensen, onder andere door meer groen en ruimte voor water8. • Water en bodem sturend. • Verbinding mobiliteit en verstedelijking. Bouwen op plekken met een goede bereikbaarheid, bijvoorbeeld bij OV-verbindingen. 8
22
Voor nieuwbouw geldt de ‘Landelijke Maatlat voor klimaatadaptief en groen bouwen’ van het Rijk.
Hoe we dat doen voor onze bereikbaarheid Onze provincie moet in alle opzichten goed bereikbaar zijn. Mobiliteit brengt mensen bij elkaar en is nodig voor een sterke economie. Voor keuzes over investeringen in mobiliteit hanteren we de volgorde: veiligheid, bereikbaarheid, duurzaamheid en reistijd. Daarin staat de vervoersvraag van onze inwoners en ondernemers centraal. Dat vraagt om een goede combinatie van mobiliteit te voet, per fiets, met het openbaar vervoer en met de auto. En om goede toegankelijkheid, zodat iedereen in Overijssel zich veilig en zelfstandig kan verplaatsen. Voor de verbetering van de lokale en regionale mobiliteit richten we ons op de regio’s Twente, Zwolle en Stedendriehoek en de gebieden daarbinnen. We hechten veel waarde aan goede (inter)nationale verbindingen en willen de bestaande mogelijkheden hiervoor optimaal ontwikkelen en inzetten.
Verkeersveiligheid Iedere verkeersdeelnemer moet veilig op zijn bestemming komen. Het aantal slachtoffers van verkeersongelukken stijgt helaas weer. Iedereen heeft een verantwoordelijkheid om het verkeer veilig te maken. De provincie werkt aan en investeert in de verkeersveiligheid op basis van de agenda Verkeersveiligheid 2021-2024 en zet deze agenda voort. We gebruiken data om eventuele nieuwe veiligheidsknelpunten te inventariseren. Wij zetten in op een veilige weginrichting van vooral onze eigen provinciale wegen. Goed beheer en onderhoud van onze provinciale (vaar)wegen is hiervoor essentieel. De inzet is ook gericht op de beïnvloeding van het gedrag van verkeersdeelnemers, inclusief risicogroepen als jonge automobilisten, fietsers en ouderen. We werken hierbij nauw samen met het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid, andere verkeersveiligheidspartners en overheidsorganisaties.
Streefnorm bereikbaarheid We willen goed bereikbare voorzieningen voor iedereen in Overijssel. Dat is belangrijk voor de leefbaarheid in steden en op het platteland. Daarom werken we met onze inwoners en partners een streefnorm voor bereikbaarheid uit om te bekijken of dat kan dienen als basis voor ons mobiliteitsbeleid. Hierbij redeneren wij vanuit de bereikbaarheid van voorzieningen voor onze inwoners. We onderzoeken of deze streefnorm kan variëren per regio en per vervoersmodus. Indien haalbaar en werkbaar koppelen we de streefnorm bereikbaarheid aan de voorwaarden voor onze concessieverlening voor openbaar vervoer.
23
Duurzamere mobiliteit Voor het realiseren van duurzamere mobiliteit gaan we uit van het STOMP-principe. Dat houdt in dat de voorkeursvolgorde van personenverplaatsingen is: Stappen, Trappen, OV, Mobiliteitsdiensten, Personenauto. We willen lopen en fietsen, al dan niet in combinatie met het OV, zoveel mogelijk stimuleren. We zetten ons daarom extra in om de bovenregionale fietsroutes tussen kernen en steden te verbeteren en provinciale fietssnelwegen te realiseren. Met deze inzet willen we de mobiliteitstransitie naar een andere en schonere mobiliteit stimuleren. Het aantal elektrische voertuigen neemt snel toe. Samen met gemeenten, netbeheerders en bedrijven werken we aan een slim, dekkend en betrouwbaar laadnetwerk in de regio.
Ons openbaar vervoer Op (inter)nationaal niveau benutten we de strategische ligging van Overijssel en de bestaande verbindingen zoveel mogelijk. We zetten in op verbetering van de spoorlijn Zwolle-Twente-Münster en op behoud en mogelijke versnelling van de Berlijnlijn. We willen het spoor tussen Twente en de Randstad via Deventer, en het bestaande spoor richting het noorden, beter benutten. We vinden een betrouwbaardere treinverbinding via Deventer met Arnhem belangrijk. Daarom blijven we ons inzetten voor een volledig dubbelspoor tussen Deventer-Zwolle. Evenals voor een station in Staphorst. De Nedersaksenlijn zien we als een kans voor een betere verbinding met het noorden van Nederland. We vinden het belangrijk dat ons regionaal openbaar vervoer zorgt voor betaalbare en toegankelijke verbindingen tussen dorpen en steden. Door stijgende prijzen en dalende inkomsten komt de toekomstbestendigheid van het OV op sommige verbindingen
24
onder druk te staan. De financiële consequenties zijn onzeker. We houden hiervoor de komende periode een vinger aan de pols, waarbij structurele betaalbaarheid en een structurele financiële dekking het uitgangspunt zijn. Wanneer we onze concessies aanbesteden, benutten we de ervaringskennis van direct betrokkenen, zoals reizigers en buschauffeurs. Daarmee kunnen we concessievoorwaarden voor openbaar vervoer vanuit praktijkkennis verbeteren.
Ons wegennet
Om de bereikbaarheid via het spoor toekomstbestendig te houden vinden wij het belangrijk, mede vanwege de afspraken uit het Klimaatakkoord, het openbaar vervoer in Overijssel te verduurzamen. Voor elektrificatie van spoorlijnen is een snelle aanpak nodig met het oog op de aflopende concessies. Aanvullende rijksmiddelen zijn noodzakelijk.
Een goed provinciaal wegennet, bestaande uit Rijkswegen en provinciale wegen, is en blijft noodzakelijk voor de bereikbaarheid in Overijssel. We streven naar een betere en verkeersveiligere hoofdwegenstructuur. Het is de verantwoordelijkheid van het Rijk om te investeren in de verbetering van de Rijkswegen, waaronder de N35, N36 en N50. Het Rijk heeft in het voorjaar van 2023 bekend gemaakt dat zij een groot deel van het geld dat is gereserveerd voor de aanleg van nieuwe wegen zal gebruiken voor grootschalig onderhoud. Hierdoor gaat onder andere de toegezegde aanpak van de N35 voorlopig niet door. Samen met onze regionale partners maken wij ons er hard voor dat het Rijk zich houdt aan bestaande afspraken en dus blijft investeren in de verbetering van de Rijkswegen in Overijssel.
Mobiliteitshubs
Beheer en onderhoud (vaar)wegen
Mobiliteitshubs zorgen voor verbinding tussen verschillende vormen van mobiliteit. Een mobiliteitshub is een knooppunt waar verschillende (deel)vervoersvormen samenkomen en waar reizigers gemakkelijk kunnen overstappen, zoals fietsen, scooters, bussen en (elektrische) auto’s. Deze plekken moeten sociaal veilig zijn en voldoende, toegankelijke voorzieningen hebben zoals voor het stallen van fietsen. Wij stellen een Hub-visie op voor heel Overijssel. Mobilty as a Service (MaaS) is daar een mooie aanvulling op: de hele reis en gewenste vervoersmiddelen kunnen van tevoren via apps worden gepland en geboekt. Centraal staan de behoeften en mogelijkheden van de reiziger, bijvoorbeeld reizigers die minder digitaal vaardig zijn. Een belangrijk aandachtspunt bij de Hub-visie is de bereikbaarheid van en naar die Hub’s. We zetten in op alternatieve en innovatieve vormen van OV op het platteland, zoals Twentsflex en Noaberhopper.
In het Beheerplan Investeringen Kapitaalgoederen (BIK) wordt gestreefd naar een minimaal niveau met beheerste risico’s inclusief extra inzet op natuurvriendelijk bermbeheer. We willen in het beheer en onderhoud ook inzetten op circulariteit, duurzaamheid en klimaatbestendigheid. Met name door de hoge inflatie is bij lopende en geplande (vervangings)investeringen sprake van financiële tekorten. Om deze projecten, zoals de Vloedbeltverbinding en het Knooppunt Raalte voort te kunnen zetten, reserveren we aanvullende middelen.
mogelijk doen. Daarbij kijken we, samen met onze partners, ook naar wat het gebied als geheel nodig heeft.
Hoe we dat doen voor onze ruimte Alle opgaven vragen om ruimte, terwijl niet alles kan en past binnen onze provincie. Daarom moeten er (ruimtelijke) keuzes gemaakt worden. In de provinciale Omgevingsvisie staan heldere bovenregionale kaders om lokaal, gebiedsspecifiek, keuzes te kunnen maken over onze ruimtelijke inrichting. In hoofdlijnen gaat het om de kaders voor zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik, water en bodem sturend, inzet op krachtige regio’s en voortbouwen op bestaande netwerken. Sociale kwaliteit, ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en duurzaamheid zijn hierbij belangrijke rode draden om ons ruimtelijk beleid aan te toetsen. De komende coalitieperiode werken we het Fundament van de nieuwe Omgevingsvisie gebiedsgericht uit tot een nieuwe Omgevingsvisie voor Overijssel. Dat doen we in nauwe samenwerking met onder andere gemeenten en waterschappen. We gaan met hen in gesprek over de afstemming van provinciale kaders en hun ambities. Samen met gemeenten en waterschappen zorgen we voor een grotere betrokkenheid en inbreng van onze inwoners en ondernemers bij de uitwerking van de nieuwe Omgevingsvisie.
Kanaal Almelo-De Haandrik Het herstel van vertrouwen én het herstel van schade van gedupeerden bij Kanaal Almelo-De Haandrik heeft prioriteit. Dat willen we zo snel en zo goed
25
Onze economie Overijssel is een ondernemende provincie. Op allerlei manieren wordt gewerkt aan de verduurzaming van het verdienvermogen en de weerbaarheid van onze economie. Economie draait om toegevoegde waarde, zoals voldoende werkgelegenheid en inkomen voor mensen. Werk, zowel betaald als niet-betaald, is belangrijk om mee te (kunnen) doen in de samenleving. Onze Overijsselse economie heeft een sterke mkb-sector en veel familiebedrijven. Zij vormen de motor van onze economie en zijn belangrijk voor de leefbaarheid. Overijssel is sterk in technologie, agro & food, chemie, bouw, zorg en vrijetijdseconomie. De focus verschilt per regio. Regio Twente kenmerkt zich door (inter)nationaal concurrerende sectoren in de moderne maakindustrie, High Tech Systemen en Materialen (HTSM), chemie, medische technologie en ICT. Regio Zwolle is succesvol in kunststoffen, e-commerce, gezondheid en agro & food. Met een stevige ambitieuze agenda werkt de Regio Stedendriehoek aan een slimme groene verstedelijking, een vitaal landelijk gebied en een gezonde regionale economie van de toekomst.
Wat is er aan de hand De economische vooruitzichten zijn onzeker. Ook na corona zijn er allerlei uitdagingen voor de regionale economie, waaronder: de arbeidskrapte, de inflatie en stijgende rente, verduurzaming en digitalisering. Er is veel werk, maar een tekort aan vakmensen. Verduurzaming stelt eisen en biedt kansen voor zowel kostenbesparing als nieuwe producten. Het belang van digitalisering voor de economie zet door. Overijssel is op het gebied van digitalisering geen koploper en heeft daarin de nodige stappen te zetten. Natuur, bodem, water, beschikbare ruimte en infrastructuur zijn meer sturend voor economische activiteiten dan voorheen. Om aan de ruimtelijke vraag voor bedrijvigheid te (blijven) voldoen, stemmen wij met gemeenten af binnen de regionale programmeringsoverleggen. We hebben in Overijssel een goede ondersteunende middenstructuur, die bestaat uit regionale ondersteuningsloketten. Helaas wordt die nog niet door alle ondernemers even gemakkelijk gevonden. Voor de vitaliteit van binnensteden, dorpen en kleine kernen is bedrijvigheid en ondernemerschap in de nabije omgeving belangrijk. Het gaat dan vaak om kleine mkb-ondernemers, zeker in de dorpen en de kernen. Die hebben voldoende (fysieke) ruimte en flexibiliteit nodig om in te spelen op veranderingen. Investeringen van de provincie in de regionale economie trekken via mede-investeringen van
26
ondernemers en onderwijs- en onderzoeksinstellingen cofinanciering vanuit Rijk en Europese fondsen aan. Zo levert gemiddeld elke geïnvesteerde euro flink meer op voor Overijssel.
Wat willen we bereiken We willen een Overijsselse regionale economie, die bloeit, toekomstbestendig en betekenisvol is. Een economie die bijdraagt aan de welvaart en het welzijn van onze inwoners en samenleving. Een economie die positief bijdraagt aan én de kansen benut van maatschappelijke opgaven zoals energie, biodiversiteit, leefbaarheid en gezondheid. We willen de mkb-vriendelijkste provincie van Nederland zijn. Daarvoor hebben we in Overijssel een krachtige basis, die we de komende periode sterk willen houden. Wij stimuleren innovatie, geven ruimte om te ondernemen en werken mee aan een arbeidsmarkt met voldoende vakmensen. De grootste uitdaging is slimmer werken: hoe krijgen we het werk gedaan? Daar zetten wij ons op allerlei manieren voor in.
Hoe we dat doen voor onze economie We ondersteunen het mkb om te innoveren. Daarbij richten wij ons op innovaties die helpen om de maatschappelijke opgaven te realiseren. Een belangrijke sector in Overijssel, de bouwsector, toont de kracht van innovaties aan. Met industrieel bouwen worden woningen sneller en efficiënter gerealiseerd. En door gebruik te maken van biobased materialen zoals stro, vlas en hout, wordt bijgedragen aan nieuwe verdienconcepten voor de agrarische sector en aan hergebruik en vermindering van grondstoffen. Vaak willen ondernemers wel, maar ontbreekt het aan kennis en capaciteit om effectief om te gaan met (grote) veranderingen. Dat geldt vooral voor kleinere bedrijven.
Ondersteuningsstructuur De ondersteuningsstructuur in de regio’s speelt daarin een belangrijke rol. Met deze regionale ondersteuningsloketten worden de krachten van onderwijs, onderzoek, ondernemers en overheden gebundeld en innovatieve ideeën tot levensvatbare bedrijvigheid ontwikkeld. Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning voor bedrijven toegankelijk is. Bijvoorbeeld met een helder overzicht van regelingen, financieringsmogelijkheden en kennisnetwerken. Daarin staan het doel en de gebruikers van deze ondersteuningsmogelijkheden voorop. Hierbij hebben we oog voor de volle breedte van de ondernemers in Overijssel. Bijvoorbeeld sociale coöperaties, waarbij mensen geholpen worden om een eigen onderneming te starten.
27
Fondsen
Familiebedrijven
De inzet van onze fondsen willen we voortzetten. Ze vervullen een relevante rol voor het mkb en het aanjagen van innovatie. We herijken de komende periode de kaders van de fondsen op basis van ons coalitieakkoord.
In Overijssel zijn bovengemiddeld veel familiebedrijven. Deze bedrijven onderscheiden zich door hun lokale betrokkenheid en hun loyaliteit richting werknemers, klanten en leveranciers. Niet de winst, maar de continuïteit staat voorop. Familiebedrijven dragen bij aan de gemeenschap bijvoorbeeld door het steunen van verenigingen.
Digitalisering en informatievoorziening Digitalisering, robotisering en dataficering helpen om het werk slimmer gedaan te krijgen. Er zijn veel kansen en uitdagingen op dit gebied. Er gebeurt veel aan onderzoek en vernieuwing in Overijssel, maar we kunnen groeien in het toepassen ervan. Bijvoorbeeld de mogelijkheden van domotica9 in relatie tot de zorg, het vergroten van digitale vaardigheden van werknemers, het belang van digitale veiligheid en toegankelijkheid van gegevens via bijvoorbeeld digital twinning10. Deze vraagstukken zijn te groot voor veel kleine bedrijven. Daar willen wij met onze ondersteuningsstructuur in de regio’s bij helpen.
Arbeidsmarkt-onderwijs en vakmanschap Het is belangrijk dat het werk wordt gedaan én dat mensen daar plezier uit putten en erkenning voor krijgen. De krapte op de arbeidsmarkt is een knelpunt in veel sectoren. Daarbij gaat het zowel om kenniswerkers als vakmensen. In Overijssel is een breed aanbod van toonaangevende opleidingen en kennisinstellingen op universitair, HBO- en MBO-niveau. Onderwijs, bedrijfsleven en instellingen werken op allerlei niveaus in regioverband gezamenlijk aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt. De provincie is daarin een verbindende schakel. Dat iedereen zich kan ontwikkelen is van groot belang voor Overijssel. Daarom is er in iedere regio een scholingsfonds voor her-, bij- en omscholing. De Regiodeals blijven we hiervoor benutten. Wij focussen onze inzet op de vitale sectoren zoals techniek en zorg. Vakmensen zijn onmisbaar voor onze samenleving. In onder andere de zorg, het onderwijs, de bouw en techniek, de restauratie van ons erfgoed en in de detailhandel, zoals de slager, de bakker en de schoenmaker. Zij leveren mooie prestaties en zijn belangrijk voor onze economie en de leefbaarheid en vitaliteit in onze provincie. We willen meer aandacht en erkenning voor de grote waarde van vakmanschap.
9
28
Naast uitdagingen op het gebied van digitalisering en duurzaamheid, hebben familiebedrijven te maken met specifieke vraagstukken, zoals bedrijfsopvolging en samenwerking tussen generaties. Wij hebben aandacht hiervoor en helpen hen bij de uitdagingen waar zij voor staan. Bijvoorbeeld met een sterk netwerk van familiebedrijven, kennisinstellingen en andere partners. En via het programma Family Next waarmee zij onder andere een voucher kunnen inzetten om hun plannen uit te voeren. De behoefte van het bedrijf staat daarin centraal en bepaalt waar zij de middelen voor besteden. De opgaven op het platteland raken de boerenbedrijven, maar ook aanverwante bedrijvigheid. De effecten van de transities op het platteland voor de Overijsselse economie brengen we daarom breed in beeld.
Ruimte voor ondernemerschap en goed vestigingsklimaat Het ondernemerschap in Overijssel is veelzijdig. We geven onze ondernemers graag de ruimte om te ontwikkelen en te groeien, zowel in de stad als op het platteland. We willen in Overijssel een goed vestigingsklimaat. De regionale afspraken over programmering bedrijventerreinen zijn de basis voor uitbreiding en verbetering. Het gaat daarbij om een balans tussen vraag en aanbod, en het maken van kwantitatieve (aantal hectares) en kwalitatieve (ontwerpprincipes zoals ruimtelijke inpassing, klimaatadaptatie en energietransitie) afspraken. We willen waken voor verdozing van het landschap. Uitbreiding of verplaatsing voor lokaal gewortelde bedrijvigheid blijft mogelijk. Bij vestiging van bedrijven vinden we het belangrijk dat die ook écht bijdragen aan de regionale economie van Overijssel. Bijvoorbeeld omdat ze bijdragen aan de doorgroei van start-ups naar scale-ups11. En dat die bedrijven passen bij de economische profielen van de drie Overijsselse regio’s.
De toepassing van elektronica en huisnetwerken ten behoeve van de automatisering van processen in en om een woning, een kantoor of bedrijf. Op die manier kan bijvoorbeeld ‘zorg op afstand’ worden geboden.
10
Een digital twin, digitale tweeling, is een virtuele weergave van de echte wereld, van objecten, processen, relaties daartussen en gedrag.
11
Een start-up bevindt zich in de startfase en moet zich nog bewijzen dat het product geschikt is voor de markt. Een scale-up heeft bewezen dat de groei stabiel en duurzaam is.
29
Detailhandel Detailhandel vervult een essentiële functie in onze steden en dorpen. De Overijsselse aanpak is hierbij succesvol gebleken. Daarom willen we dit voortzetten en uitbreiden naar de kleinere kernen en dorpen.
Internationaal We vinden het belangrijk dat onze Overijsselse bedrijven ook internationaal kunnen concurreren. Met het programma Go4Export worden ondernemers geholpen om de juiste stappen te zetten in het buitenland. Ook willen we de kansen in het grensgebied beter benutten, zoals de grensoverschrijdende arbeidsmarkt. Daarvoor werken we onder andere samen in EUREGIO-verband.
Wij zien in de vrijetijdsector kansen voor aanvullende verdienmodellen voor boeren. We willen goede fiets- en wandelroutes en ruiterpaden, zodat iedereen van al het moois van Overijssel kan genieten. Daarbij vinden we het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de draagkracht van de omgeving. Zo blijft Overijssel een aantrekkelijke provincie voor iedereen.
Technology Base We gebruiken de periode tot 2025 om tot een zorgvuldig besluit over Technology Base te komen. Voor een positief besluit over blijvende betrokkenheid van de provincie is het noodzakelijk dat er een sluitende businesscase ligt, waarbij structurele financiering van de provincie niet nodig is.
Logistiek We hebben goed bereikbare werklocaties op strategische knooppunten aan (inter)nationale routes. Deze sterke logistieke positie willen we nog beter benutten. Onder de vlag van Logistics Overijssel werken we aan een toekomstbestendige sector. Via de Ports of Deventer, Twente en Zwolle en de 4 (inter)nationale hoofdassen stimuleren we de duurzame transitie van goederenvervoer. Op die manier blijft Overijssel een krachtige schakel in het (inter)nationale netwerk en blijven wijken en werklocaties leefbaar en toekomstbestendig. Optimale binnenstedelijke logistiek is belangrijk voor de bereikbaarheid, leefbaarheid en economie van Overijsselse grotere en kleinere centra. De grotere steden in Overijssel hebben het besluit genomen om vanaf 2025 een zogenoemde zero-emissie zone in te voeren. De toegang voor fossiel aangedreven voertuigen wordt waar mogelijk fasegewijs beperkt. De provincie ondersteunt deze steden en de omliggende gemeenten bij deze transitie. We stimuleren de bundeling van vervoerstromen naar de centra en ondersteunen gemeenten en bedrijfsleven bij verduurzaming van het vervoer en het wagenpark.