CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

OUDE VERSIE -848-Ontwerp-omgevingsvisie Deventer

Raadsvergadering 17 december 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvisie + Omgevingseffectrapportage (OER)41.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

tweepersoonshuishoudens en samengestelde gezinnen. Hierdoor is de gemiddelde woningbezetting gezakt tot 2,19 personen per huishouden. De veranderende huishoudenssamenstelling zorgt voor een steeds grotere behoefte aan een andersoortig en meer gevarieerd woningaanbod. Het is belangrijk dat de woningvoorraad aansluit bij de woningbehoefte, maar ook toekomstbestendig en flexibel is voor bijvoorbeeld meerdere generaties. Ongelijke inkomensverdeling binnen de gemeente Het gemiddeld besteedbare inkomen per huishouden ligt in de gemeente Deventer lager dan het landelijk gemiddelde. Daarbij is te zien dat in de dorpen het besteedbare inkomen aanzienlijk hoger ligt dan in de wijken rondom de binnenstad. Er is daarom geen sprake van evenredige verspreiding over de gemeente. In de naoorlogse wijken Keizerslanden, Borgele en Platvoet ligt het gemiddeld besteedbaar inkomen het laagst. In deze naoorlogse wijken is tevens het aanbod sociale huurwoningen het hoogst. De huidige voorraad sociale huurwoningen ligt tussen 30 en 40%. Hiervan is bijna 30% in het bezit van corporaties. Buiten de corporaties zijn er ook nog andere partijen die sociale huurwoningen aanbieden, maar hier is geen compleet beeld van. Ook zijn de cijfers voor de waardering van de woonomgeving in deze wijken lager.

Dit vraagt om wijken met een gevarieerd woningaanbod en een evenwicht tussen mensen die hulp nodig hebben (vragers) en mensen die kunnen ondersteunen (dragers). Soms vereist dit ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren. Dit houdt in dat het verbeteren van de woonomgeving en het stimuleren van sociale cohesie in wijken met lage inkomens prioriteit heeft. Scholen hebben daarin als ontmoetingsplek een belangrijke rol. Sturing door de gemeente op programma, woonmilieus en urgentie Als gemeente moeten we inspelen op de dubbele vergrijzing door voldoende passende woningen te realiseren voor ouderen, zodat ouderen ook zo lang mogelijk zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen. Ook is het belangrijk om jongeren, studenten en starters aan te trekken en te behouden. Het versterken van de positie van jongeren op de arbeids- en woningmarkt en het vergroten van hun betrokkenheid bij de samenleving spelen hierin een belangrijke rol. Dit vraagt om een aantrekkelijk woon- en leefklimaat voor alle generaties met betaalbare woningen, voldoende werkgelegenheid en een levendige stad.

Autonome groei 2025-2040: 7.500 woningen

Samengevat zien autonome groei, ambitie en uitvoering tot 2040 er zo uit:

In de periode van 2021 tot 2035 heeft Deventer 7.000 woningen nodig om te kunnen blijven voorzien in de lokale behoefte. In 2021 was er een woningtekort van ongeveer 1.500 woningen. Het aantal woningen dat nodig is om de autonome groei op te vangen tot 2035 is geraamd op 5.500 woningen (waarvan 5.400 in planvoorraad). Gemiddeld betekent dat een woningbouwproductie van ruim 450 woningen per jaar3. In de afgelopen vier jaar hebben we voldoende gebouwd voor de autonome groei. Vanaf 2025 moeten we om aan de autonome behoefte in 2035 te voldoen nog ruim 5.000 woningen bouwen. De bouwproductie moet hiervoor op peil blijven. In de periode 2035-2040 zullen naar verwachting4 voor de autonome groei nog eens 2.000 woningen nodig zijn. Vanwege de vergrijzing willen we dat 30% van de nieuw te bouwen woningen geschikt is voor ouderen.

Ambitie tot 2035: 4.000 woningen Om ook de voorzieningen, de werkgelegenheid en het onderwijs in de stad en de dorpen de komende jaren op peil te houden, is naast de autonome bevolkingsontwikkeling ook een extra groei wenselijk. We gaan uit van 4.000 extra woningen voor het sociaaleconomisch versterken van Deventer door het verjongen en versterken van de arbeidsmarkt. Na 2035 is er ook nog ambitieruimte, maar deze is nog niet ingevuld met een concreet aantal woningen. Dit vraagstuk is gekoppeld aan de regionale verstedelijkingsstrategie.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Opgave 2025-2040: 11.500 woningen

25

De autonome groei zet na 2035 door: er wordt een netto groei verwacht van 2.000 huishoudens tot 2040. Willen we boven op het woningaanbod voor de autonome groei ook woningaanbod voor onze ambitie realiseren, dan moeten we in de periode 2025-2040 nog 11.500 woningen bouwen (5.400 +100 + 2.000 + 4.000). Dat zijn ruim 700 woningen per jaar. Dat is een aanzienlijk verhoging van onze huidige productie (meer dan 50%).

3

www.woningmarkt-deventer-deventer.hub.arcgis.com​ - dashboard opgeleverde woningbouwprojecten

4

Trendprognose bevolking Deventer 2024, K en V, gemeente Deventer Mei 2024

„ Afbeelding

Urgentie voor woningbouw en behoefte nieuwe inwoners Er is behoefte aan verschillende woonmilieus en verschillende woonvormen. De gemeente stuurt meer op de kwalitatieve invulling van dit programma, rekening houdend met wensen en behoefte van de doelgroepen. In stedelijke woonmilieus ligt de behoefte aan appartementen significant hoger dan in groen stedelijk en dorpse woonmilieus. Gemeentebreed houden we voor het woningbouwprogramma 30% sociale huur, 40% betaalbare koop en middenhuur en 30% dure koop aan. De realisatie van betaalbare woningen is de afgelopen jaren financieel gezien wel veel lastiger geworden. Zeker bij verdichting van de bestaande stad. We blijven zoeken naar het inzetten van aanvullende middelen voor het dekken van maatschappelijke kosten (zoals de in 2022 toegezegde woningbouwimpulsmiddelen) en maatregelen als Start Bouwimpuls. Ook zetten we waar mogelijk het grondbeleid gericht in voor realisatie van het aandeel betaalbare voorraad of overwegen zo nodig financieel garant te staan voor de publieke onrendabele top van een grondexploitatie.

De groei van Deventer is afhankelijk van de instroom van nieuwe inwoners. De grafiek laat zien dat de ontwikkeling van het migratiesaldo (binnenlands en buitenlands) grillig verloopt, maar wel zorgt voor een continue groei in inwoneraantal ten opzichte van de natuurlijke aanwas. Daarnaast is landelijk, maar ook in Deventer sprake van een grote druk op de woningmarkt. Er is urgentie voor woningbouw om het woningtekort terug te dringen. Anderzijds is er behoefte aan nieuwe inwoners om een gemeente te blijven waar het fijn wonen en samenleven is. Dit leidt tot de opgave om de komende jaren snel en veel te bouwen voor de juiste doelgroepen op een duurzame manier. 5

Druk op ruimte en klimaatverandering/Duurzaam en toekomstbestendig bouwen De uitbreiding van de woningvoorraad zet druk op de openbare ruimte en het landelijk gebied. Tegelijkertijd vraagt klimaatverandering om aanpassingen in de fysieke leefomgeving en speelt bouwen met oog voor de toekomst een steeds grotere en belangrijkere rol in de stedelijke ontwikkeling.

Groei biedt kansen om de effecten van de vergrijzing te dempen en de vitaliteit in de dorpen en op het platteland te behouden.

Het is daarom belangrijk om circulair, biobased en toekomstbestendig te bouwen, waarbij een laag energieverbruik en duurzaam opgewekte energie de stijging van toekomstige woonlasten beperkt en de CO2-uitstoot terugdringt. Woningbouw en inrichting van openbare ruimte gebeurt klimaatbestendig om wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen te beperken. De openbare ruimte moet uitnodigen tot ontmoeten, bewegen en duurzame verplaatsingen.

Sociale duurzaamheid en inclusie

„ Afbeelding: Loop van de bevolking Deventer.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Zonder groei van buitenaf loopt het inwoneraantal terug. Bevolkingskrimp heeft een negatief effect op bijvoorbeeld het behoud van voorzieningen (scholen, artsen) en de arbeidsmarkt. Groei biedt kansen om de effecten van de vergrijzing te dempen en de vitaliteit in de dorpen en op het platteland te behouden.

26

Als gemeente moeten we daarom inzetten op het aantrekken van zowel jongeren als de potentiële beroepsbevolking. Om deze groepen te trekken en te behouden moeten we zorgen voor voldoende passende woningen, voorzieningen en werkgelegenheid. We kijken ook gebiedsgericht naar de behoefte op het gebied van onderwijshuisvesting en slimme combinaties met andere maatschappelijke voorzieningen. We zorgen niet alleen voor voldoende, maar ook voor passende voorzieningen in de wijk. Dat vraagt om maatwerk, passend bij de wijk.

5

bron: trendprognose bevolking Deventer 2024 (gemeente Deventer, Kennis en Verkenningen)

De samenleving wordt diverser door de toename van (binnen- en buitenlandse) migratie en wijzigingen in de samenstelling van huishoudens (meer één- en tweepersoonshuishouders en samengestelde gezinnen). Dat vraagt om een inclusieve benadering van wonen en leven. Er is behoefte aan ontmoeting en aan sociale netwerken. In de wijken en dorpen betekent dat een goede mix van voorzieningen op korte afstand van de woning. De fysieke leefomgeving moet bijdragen aan sociale duurzaamheid. Gemengde wijken, ondersteuning van informele netwerken en investeren in toegankelijke, maatschappelijke, culturele en commerciële voorzieningen dragen bij aan gezondheid, ontmoeting, leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van de leefomgeving.

Klimaatadaptatie en waterbeheer Klimaatverandering leidt tot extremere weersomstandigheden. De zomers worden heter en droger doordat we te maken hebben met meer hete dagen en periodes waarin nauwelijks regen valt. Daarnaast komen extreme regenbuien ook vaker voor en dit kan gepaard gaan met grote schade. Klimaatverandering heeft daardoor grote gevolgen voor de gezondheid van mensen, de flora en fauna, de grondwaterstanden en drinkwatervoorziening en zorgt voor financiële schade. Zo is hittestress, met name voor kwetsbare groepen, een groeiend probleem en is een goed functionerend rioolsysteem noodzakelijk in het kader van volksgezondheid en milieu. Het klimaatadaptief inrichten van de fysieke leefomgeving helpt ons om de nadelige gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit houdt in dat bij hevige regenval het water zijn weg vindt, zonder al te veel overlast en waarbij de kans op overstromingen wordt beperkt. Dit vraagt om het afkoppelen van hemelwater van het afvalwatersysteem, het vergroten van de sponswerking van de bodem en het creëren van ruimte voor waterberging in stedelijke gebieden. Hierdoor worden ook droogteschade en hittestress beperkt en dit komt ten goede aan het groen en de grondwaterstand.

Het creëren van koele plekken in de openbare ruimte, het vergroenen van de stad, met streekeigen groen en het planten van extra bomen, dragen bij aan onze gezondheid, de biodiversiteit en de opname van CO2.

Teruggang van natuur en biodiversiteit

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Deventer is een uitgestrekte gemeente met veel soorten natuur. Dit komt door een grote diversiteit die loopt van de natte uiterwaarden langs de IJssel via de landgoederen, beken en weteringen naar de droge dekzandruggen in het oosten.

27

Er zijn diverse beschermde gebieden aanwezig in de vorm van uiterwaarden langs de IJssel (Natura 2000), landgoederen, specifieke natuurterreinen (Natuur Netwerk Overijssel), watergangen genoemd in de Kader Richtlijn Water (de Zandwetering en Dortherbeek) en tal van kleinere terreinen die als natuur

6

Basiskaart Natuur Deventer is hier te vinden

bestemd zijn (vaak boselementen in het buitengebied). Ook zijn er tal van terreinen die als natuurterrein worden beheerd (het Vlierspad, de Douwelerkolk of de Bufferzone Gravenland).6

Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor de gezondheid van mensen, flora en fauna, de grondwaterstanden en drinkwatervoorziening en zorgt voor financiële schade.

Deventer biedt onderdak aan ruim 6.500 wilde soorten planten en dieren, waaronder diversen soorten die kenmerkend zijn voor de streek en een beschermde status hebben, zoals de Muurbloem, de Kamsalamander, de Kleine ijsvogelvlinder en de Patrijs. Ondanks al deze aanwezige bijzondere soorten heeft de biodiversiteit in de afgelopen decennia enorm aan waarde ingeboet. De specifieke kenmerkende soorten zijn over het algemeen teruggedrongen tot kleine natuurgebieden of komen in hele lage aantallen voor. De algemene soorten zijn overal aanwezig en weinig gebonden aan de desbetreffende habitattypen. Zo komen bramen en brandnetels overal voor, terwijl de Grutto en Patrijs nog maar op een enkele plek aanwezig zijn.

Met name in het buitengebied zijn veel soorten enorm in aantal achteruitgegaan. Door intensief (agrarisch) gebruik laat de kwantiteit van planten en dieren hier te wensen over waardoor de verspreiding van specifieke soorten terugloopt. De Basiskaart Natuur Deventer laat een duidelijk verschil zien tussen natuur in de stad, landgoederen en heringerichte gebieden enerzijds en de intensieve landbouwgebieden anderzijds. Ook zorgt stadsuitbreiding ervoor dat vele oorspronkelijke habitattypen vervangen zijn door de stadshabitat. De hiervoor aangegeven achteruitgang van de biodiversiteit willen we niet alleen tot stilstand brengen, maar ook omzetten in een verbetering van de biodiversiteit. Daarvoor is het nodig dat we het bestaande beleid ten aanzien van natuurversterking en biodiversiteit ten minste continueren en waar mogelijk te verstevigen. We stellen nadere prioriteiten in de uitwerking en starten met de versterking van de biodiversiteit.

Bescherming van kwetsbare kwaliteiten

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Vanwege klimaatverandering, landbouwopgaven en stedelijke ontwikkelingen groeit de vraag naar beschikbare ruimte. Bepaalde ruimtelijke kwaliteiten zijn kwetsbaarder in de zoektocht naar ruimte. Vaak omdat ze economisch minder gemakkelijk in geld of winst uit te drukken zijn, zoals erfgoed. Of omdat een aanpak nodig is die niet gebonden is aan door de mens vastgestelde grenzen, zoals een robuust groenblauw netwerk voor biodiversiteit of waterberging wat zich niet beperkt tot gemeentegrenzen. Vanwege intensief ruimtegebruik en stapeling van opgaven, zijn deze waarden in steeds grotere mate van belang voor een gezonde leefomgeving en als ecologische tegenhanger van het stedelijk systeem. Het gaat bijvoorbeeld om de ruimte voor natuur en biodiversiteit, water en recreatie. Daarom is het van belang om deze kwetsbare waarden te borgen. Bescherming, versterking en inpassing van deze waarden in nieuwe ontwikkelingen maakt onze leefomgeving robuust. Dit vraagt om een investering in multifunctionele gebieden, waarin deze waarden geborgd en onderdeel zijn van een integrale afweging.

28

2.4.3. DUURZAAM EN TOEKOMSTGERICHT Een duurzaam energiesysteem passend bij de groei van Deventer We bevinden ons midden in de energietransitie. Fossiele energiebronnen worden vervangen door duurzame alternatieven, zoals wind- en zonne-energie, geothermie, aquathermie en duurzame gassen. Ook het energiegebruik verandert. Steeds meer auto’s en andere voertuigen rijden elektrisch en woningen worden vaker elektrisch verwarmd. Ook werken we hard aan collectieve oplossingen voor het verwarmen van huizen, zoals het warmtenet in Zandweerd. Om deze omslag naar duurzame energie mogelijk te maken, moet het energiesysteem worden aangepast. Helaas vergt dit veel tijd en ontstaan er problemen. We zien bijvoorbeeld dat het elektriciteitsnet overbelast raakt (netcongestie), waardoor bedrijven en woningen geen nieuwe elektriciteitsaansluiting krijgen of hun bestaande aansluiting niet kunnen uitbreiden. Een andere ontwikkeling met grote impact op het energiesysteem is de aanstaande bevolkings- en economische groei in Deventer. Deze groei zal gepaard gaan met een toename in de energievraag. Hiervoor moet het energiesysteem worden uitgebreid. Beide opgaven (de transitie naar duurzame energie en het accommoderen van groei) vragen ruimte in de fysieke leefomgeving. Enerzijds moet er ruimte zijn voor het produceren van duurzame energie.

Bovengronds is er bijvoorbeeld ruimte nodig voor windmolens en zonnevelden. De ondergrond kan benut worden voor

het winnen en opslaan van warmte. Anderzijds is er ruimte nodig voor de infrastructuur om energie te transporteren, op te slaan en te converteren. Denk hierbij aan elektriciteitskabels en gasleidingen in de ondergrond en laag-, midden- en hoogspanningsstations, die onderdeel zijn van het bovengrondse elektriciteitsnet. Ook bij inwoners thuis zijn aanpassingen nodig, zoals het isoleren van de woning en het plaatsen van installaties om het huis duurzaam te verwarmen. Gelukkig kunnen we de groeiende ruimtevraag inperken door te voorkomen dat de energievraag te veel stijgt. Als we minder energie verbruiken, hoeven we minder energie te produceren en te transporteren. Energieverbruik verminderen is een complexe opgave. Naast technische oplossingen, zoals isoleren of energieefficiënte apparaten gebruiken, vraagt het om gedragsveranderingen, zoals korter douchen, de thermostaat een graad lager zetten, minder nieuwe spullen kopen, vaker de fiets pakken en minder voedsel verspillen. Het verminderen van het energieverbruik is daarom ook een belangrijke opgave in de energietransitie.

Verandering in mobiliteit

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

De historisch gegroeide structuur van Deventer, gevormd rond de IJssel, is niet ontworpen voor de huidige mobiliteit. Dit leidt tot knelpunten in verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. Ook in het landelijk gebied zorgen schaalvergroting van landbouwverkeer en toenemend autoverkeer voor conflicten met kwetsbare verkeersdeelnemers.

29

Anderzijds biedt de transitie naar duurzamere mobiliteitsvormen veel mogelijkheden om het vervoerssysteem opnieuw vorm te geven met extra aandacht voor fietsen, collectief vervoer en elektrische voertuigen. Dit vraagt om innovatieve vormen van duurzame mobiliteit te stimuleren en te investeren in de benodigde infrastructuur, om deze transitie te ondersteunen. Dit houdt ook in dat bestaande wegen, bijvoorbeeld in het buitengebied, aangepast dienen te worden om zo veilige routes te creëren voor fietsers en voetgangers.

Klimaatverandering De invloed van de mens op het klimaat is groot, met als gevolg meer neerslag, wateroverlast, hittegolven, droogte, zeespiegelstijging en verlies van biodiversiteit. De noodzaak om als samenleving bewuster om te gaan met bodem, water, flora en fauna wordt steeds groter.

De noodzaak om als samenleving bewuster om te gaan met bodem, water, flora en fauna wordt steeds groter.

Om klimaatverandering tegen te gaan is bewustwording alleen niet voldoende. Enerzijds willen we de uitstoot van CO2 verminderen (mitigeren). Een mitigerende opgave is een activiteit met als doel om de oorzaak of het gevolg van een ongewenste gebeurtenis weg te nemen of te verkleinen. Een voorbeeld van zo’n opgave is de energietransitie, waarin we stapsgewijs willen toewerken naar een klimaatneutrale situatie in 2050. Anderzijds moeten we de bestaande fysieke leefomgeving aanpassen op klimaatverandering, zodat we hier beter mee om kunnen gaan (adaptatie). Onze leefomgeving moeten we anders inrichten, indelen en gebruiken, waarbij we meer uitgaan van ‘natuurlijke en planetaire grenzen’ en de belangen van toekomstige generaties.  

Ontwikkelen naar een duurzame en circulaire economie Om voorbereid te zijn op toekomstige schaarste van energie, water en grondstoffen, moet Deventer ruimte bieden aan de circulaire economie en verduurzaming van economische ketens en productieprocessen. Dit vraagt naar het beter benutten en toekomstbestendig maken onze van werkgebieden, maar ook naar het creëren van nieuwe werkplekken nabij woonconcentraties, zodat het gebruik van duurzame mobiliteit vanzelfsprekender wordt. Investeringen in energy hubs en de beschikbaarheid van groene waterstof kunnen bijdragen aan het waarborgen van de energiebeschikbaarheid voor bedrijven. Deze infrastructuur zal in toenemende mate bepalend zijn voor de economische ontwikkeling en innovatiekracht van Deventer waar versterking en innovatie wenselijk is binnen stuwende sectoren, zoals de duurzame maakindustrie, techniek, ICT, zakelijke en ingenieursdiensten, circulaire bouw en energie. Ook het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen en verouderde kantoren spelen

een rol in de transitie naar een circulaire economie. Er zijn ook mogelijkheden om duurzaam vervoer over water te versterken, bijvoorbeeld door de potentie van de binnenhaven beter te benutten.

2.4.4. GEZONDE LEEFOMGEVING De gezondheid van onze inwoners en onze flora en fauna staan onder druk. Voor mensen is dat onder andere door de toename van welvaartsziekten, zoals overgewicht. Tegelijkertijd groeit het besef dat onze fysieke omgeving een grote invloed heeft op onze gezondheid en dat deze hieraan en aan onze veiligheid bijdraagt. Een gezonde en veilige leefomgeving voor mens en dier wordt onder andere bepaald door de nabijheid van groen7, lucht- en bodemkwaliteit, de mate van geur- en geluidshinder en risico’s van overstromingen, hittestress en gevaarlijke stoffen. De inrichting van de leefomgeving heeft daarnaast ook invloed op onze mentale gezondheid, en op ons gevoel van veiligheid en verbondenheid, en op onze weerbaarheid. Een gezonde leefomgeving ondersteunt persoonlijke ontwikkeling en draagt bij aan een betekenisvol leven. De leefomgeving moet bijdragen aan het dagelijks welzijn van onze inwoners en bezoekers. Een inclusieve leefomgeving bevordert sociale netwerken en participatie. De leefomgeving moet voorwaarden bieden voor zelfredzaamheid, noaberschap en bereikbare zorg.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Ontwikkelingen en opgaven gezondheid8

30

„ Afbeeldingen: De kaart geeft de geschatte, opeengestapelde invloed van geluid en luchtkwaliteit op de gezondheid weer. Het milieugezondheidsrisico (MGR) geeft in procenten aan hoeveel van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling komt (RIVM, 2020).

7

Effecten van groen op fysieke en mentale gezondheid | RIVM

8

uit Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024, RIVM

De vergrijzing is en blijft de belangrijkste maatschappelijke ontwikkeling voor de volksgezondheid. Meer nieuwe woonvormen zijn nodig. Woonvormen waarin ouderen samen kunnen leven, elkaar kunnen helpen en aandacht krijgen. Tegelijkertijd zijn veel ouderen na de pensioenleeftijd nog vitaal. Het is daarom belangrijk dat oudere mensen kunnen blijven meedoen in de samenleving. Deze punten vormen samen de eerste opgave. De grote gezondheidsverschillen in Nederland vormen de tweede opgave. Mensen met een betere maatschappelijke positie leven gemiddeld 14 jaar langer in een

goede gezondheid dan groepen die het slechter hebben. Hierbij is financiële bestaansonzekerheid belangrijk, vaak in combinatie met slechtere woonsituaties of arbeidsomstandigheden. Het is dus nodig om de omstandigheden waarin deze mensen leven te verbeteren. Als derde hebben jongeren een steeds ongezondere leefstijl. Zo zullen meer jongeren overgewicht hebben, op steeds jongere leeftijd. Ook zullen jongeren steeds vaker problemen met hun mentale gezondheid hebben. Aangezien de jeugd de toekomst is, is het belangrijk te investeren in hun gezondheid, zowel fysiek als mentaal. Dat kan door te investeren in faciliteiten voor bewegingsonderwijs die uitnodigen tot bewegen, zowel binnen als buiten de scholen. De vierde opgave is hoe goede zorg geleverd kan worden, ook bij een grotere vraag naar zorg en steeds grotere personeelstekorten. Ook zullen er in verhouding niet genoeg mantelzorgers zijn voor de vraag. Hierdoor kunnen mantelzorgers overbelast raken.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

De vijfde opgave gaat over een gezonde inrichting van de leefomgeving, om beter voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Denk aan hittestress en wateroverlast. Op veel plekken worden al maatregelen genomen om Nederland daartegen te beschermen, zoals meer groen en water in steden en dorpen. Een groene omgeving is ook goed voor de gezondheid: het stimuleert ontmoeten, ontspannen en bewegen.

31

Gezondheid heeft ook betrekking op geluk en veiligheid van mensen. In een stedelijke omgeving die drukker en voller wordt vraagt het om een sterkere sturing op de indeling en inrichting van de fysieke leefomgeving. Vanuit bescherming van gezondheid moet er meer aandacht zijn voor de effecten van industrie, landbouw en verkeer vanwege geluidshinder en luchtkwaliteit, vooral fijnstof. Gezondheid is meer dan ‘ziekte voorkomen’: Gezondheid gaat om kwaliteit van leven, welzijn en het bevorderen van gezondheid.

2.4.5. INNOVATIEVE ECONOMIE We hebben een veelzijdige en veerkrachtige economie. In Deventer zien we economie niet alleen als een bron van werkgelegenheid (57.000 banen in 2024), maar als een drijvende kracht achter brede maatschappelijke ontwikkeling. Een sterke lokale economie draagt bij aan leefbare wijken, een aantrekkelijk cultureel aanbod, duurzame mobiliteit en innovatie in de zorg en het onderwijs. Ondernemerschap, samenwerking en ruimte voor nieuwe economische vormen versterken de sociale samenhang en vergroten de veerkracht van onze stad en onze dorpen. Daarom zetten we in op een toekomstbestendige economie die waarde creëert voor iedereen.

Economie als drijvende kracht achter brede maatschappelijke ontwikkeling.

Om deze bijdrage aan brede welvaart te behouden gaan we met de gevestigde bedrijven in Deventer en in de regio Stedendriehoek verder bouwen aan onze bestaande economie en ruimte bieden voor vernieuwing en innovatie. We gaan ruimte bieden aan de circulaire economie en aan verduurzaming om voorbereid te zijn op toekomstige schaarste van energie, water en grondstoffen. Ook schaarste aan personeel (als gevolg van de vergrijzing) dwingt ons tot sociale en technologische innovaties die bijdragen aan verhoging van de arbeidsproductiviteit. Daarbij zorgen we voldoende onderscheidend te zijn om aantrekkelijk te blijven in een geglobaliseerde economie. Voldoende ruimte voor werken en versterken van het innovatie- en vestigingsklimaat Verstedelijking gaat naast woningbouw ook over de groei en ontwikkeling van de ruimte voor economische activiteiten. Een gezonde balans is en blijft nodig, zodat de groei van de stad en dorpen gelijk kan opgaan met economische ontwikkeling en investeringen in een duurzaam vormgegeven bereikbaarheid. Dus is een goed samenspel nodig tussen woningen, inwoners en arbeidsplaatsen. Deventer ziet een groeiende behoefte aan ruimte voor werken en ondernemen, zowel vanuit het lokale bedrijfsleven als van buitenaf. Het huidige aanbod is echter beperkt, wat vraagt om strategisch vooruitdenken over de periode na 2030.

Tegelijkertijd ontstaan er spanningen tussen ruimte voor werken, bedrijvigheid en industrie en de forse woningbouwopgave, zeker binnen een nabije stad. Hierdoor is er behoefte aan het beschermend omgaan met bestaande- en strategisch plannen van nieuwe ruimte voor werken. De productiviteit van bedrijven staat ook onder druk door arbeidskrapte en technologische veranderingen. Om Deventer economisch aantrekkelijk te houden, is het versterken van het innovatieklimaat voor ons MKB en grootbedrijf, maar ook voor start- en scale-ups essentieel. Ook is een aantrekkelijk vestigingsklimaat een randvoorwaarde voor een goed functionerende economie. Dit vraagt onder andere om het creëren van aantrekkelijke werkmilieus in gemengde woonwerkomgevingen en de versterking van deze gebieden door intensivering, transformatie en verduurzaming.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

We streven naar het juiste bedrijf op de juiste plaats is. Daarvoor moet ruimte worden gecreëerd voor schuif-, uitruil- en uitbreidingsmogelijkheden. Een van de grootste uitdagingen is die van betaalbare ruimte voor werken. Er moeten betaalbare werkplekken beschikbaar blijven voor sociale werkplaatsen, ambacht, de creatieve sector, startende ondernemers en stadsverzorgende functies als fietsenmakers, loodgieters e.d. Zo wordt er in alle projecten wel ruimte voor sociale woningbouw gereserveerd, maar bestaan er nog geen eisen dat er ook betaalbare ruimte voor kleinere/social-economische bedrijven is.

32

9

Tegengaan arbeidsmarktkrapte en aantrekken en behouden van talent Door vergrijzing en beperkte groei van de beroepsbevolking neemt de krapte op de arbeidsmarkt toe, wat innovatie en onze brede welvaart onder druk zet. Dit is een landelijke tendens die ook in onze regio steeds meer voelbaar wordt. De beroepsbevolking groeit onvoldoende mee om in de vraag naar personeel te kunnen voorzien. De arbeidsmarkt lijkt zich steeds meer te ontwikkelen naar een leidend mechanisme voor economische groei en zet brede welvaart onder druk: tekorten aan personeel beperken de toegankelijkheid en kwaliteit van publieke en maatschappelijke diensten. Denk aan wachtlijsten in de zorg, kinderopvang en lesuitval op scholen. Een tekort aan vakpersoneel en technici leidt tot vertragingen in de bouw en zet een rem op o.a. de klimaat- en energietransitie, robotisering en automatisering van productieprocessen.9 In een gespannen arbeidsmarkt en voor een goed functionerende economie is het essentieel dat aanbod en skills van werknemers meegroeien met de Deventer economie. Werkgelegenheid moet in hetzelfde tempo met groei van de stad mee kunnen groeien. We willen de huidige verhouding van circa één arbeidsplaats op twee inwoners minimaal behouden.

Om de economie (zowel stuwend10 als verzorgend11) toekomstbestendig te houden, is het aantrekken en vasthouden van theoretisch- én praktisch opgeleide arbeidskrachten essentieel. Een gezonde balans tussen de stuwende- en verzorgende economie is cruciaal voor brede welvaart en het functioneren van Deventer en de bredere regio. Dit draagt bij aan hogere arbeidsproductiviteit en het benutten van technologische kansen en het maken van de nodige transities op het gebied van verduurzaming, energie, robotisering en digitalisering. Hiervoor zijn een goede kennisinfrastructuur en onderwijsinstellingen, die passen bij het DNA van Deventer en het regionaal innovatieprofiel cruciaal. Dit is belangrijk om

Bron: Arbeidsmarkt | De Nederlandsche Bank

10 Stuwende economie verwijst naar economische activiteiten (sectoren) die veel waarde toevoegen en economische groei en innovatie stimuleren, zoals maakindustrie en productie, innovatieve (tech)bedrijven en zakelijke dienstverlening. Deze exportgerichte ondernemingen vormen het fundament voor stedelijke ontwikkeling en werkgelegenheid, ook voor lager geschoolde werknemers. Ook zijn dit de sectoren die innovatie en systeemtransities op het gebied van energie, duurzaamheid en circulariteit aanjagen. 11 Niet-stuwende of verzorgende bedrijven zijn bedoeld om in de behoeften van stuwende bedrijven en de bevolking te voorzien en zijn hier dus ook aan volgend. Daar waar de bevolking groeit, zijn meer verzorgende diensten, detailhandel, overheid en onderwijs, nodig. Ze bieden noodzakelijke diensten aan bewoners en zijn daarmee essentieel voor brede welvaart, maar dragen niet direct bij aan structurele economische groei, innovatie en brede werkgelegenheid op dezelfde manier als stuwende sectoren.

kennisoverdracht tussen deze instellingen en het bedrijfsleven te versterken, maar ook om werkenden een marktgericht Leven Lang Ontwikkelen (LLO)- aanbod te kunnen bieden en zo hun duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verbeteren. Voorwaardelijk voor een goed functionerende economie en het behouden en aantrekken van ‘hoofden en handen’ is een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Inwoners, studenten, werknemers, ondernemers en bezoekers willen we een goed woon-, studie-, werk- en verblijfsklimaat kunnen bieden. Daarvoor moeten we onze cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteiten als ‘kleine grote stad’ en ons landelijk gebied benutten als troefkaarten voor aantrekken en behouden van talent. Ruimtelijke impact van systeemtransities

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Om de benodigde transities in de leefomgeving te realiseren zijn nieuwe kennis, inzichten en technieken nodig. Om die vervolgens toe te kunnen passen is vaak een verandering van werkwijzen, kaders en culturen noodzakelijk. Een complexe context, waarbij onderwijs, ondernemers en overheid in gezamenlijkheid stapsgewijs de transities moeten vormgeven. Om voorbereid te zijn op toekomstige schaarste aan energie, water en grondstoffen, moeten we inzetten op de circulaire economie en verduurzaming van economische ketens en productieprocessen.

33

Transities op het gebied van circulariteit, duurzaamheid, energie, klimaat, mobiliteit en digitalisering vragen ook om een ander gebruik van ruimte op werklocaties. Het toekomstbestendig maken van werklocaties gaat hand in hand met het bieden van ruimte aan deze nieuwe functies, activiteiten en technologieën. Zo zal er op de werklocaties meer eigen energie moeten worden opgewekt, opgeslagen en gedeeld tussen de bedrijven in energiehubs, zullen we de haven beter moeten benutten voor transport over water en watergebonden bedrijvigheid en zullen we in het kader van de circulaire economie ruimte moeten bieden in onze gemeente voor de productie, opslag en verwerking van biobased bouwmaterialen en voor de recycling van producten en materialen.

Toekomstbestendige landbouw De landbouwsector staat voor de opgave om meer in balans met natuur, water en klimaat te ondernemen. Het Nederlandse landbouwbeleid van voorgaande decennia was gericht op het produceren van zo veel mogelijk voedsel tegen een zo laag mogelijke kostprijs. Gebleken is echter dat dit niet duurzaam is (en dus op lange termijn niet vol te houden) en ten koste gaat van de natuurlijke systemen. Door te innoveren, extensiveren en/of te verbreden zetten agrarisch ondernemers de stap naar een vitaal en meer duurzaam bedrijf. Het achterblijven van landelijke regelgeving op het gebied van stikstof en mestreductie brengt echter de nodige onzekerheden voor de sector met zich mee. Dit leidt niet alleen tot bedrijfsmatige onzekerheid, maar heeft ook een sociaal-emotionele impact op het boerenerf.

Toekomstbestendige werklocaties gaan hand in hand met ruimte voor nieuwe functies, activiteiten en technologieën.

De druk op grond blijft groot. Naast extensivering, wordt er ook voor woningbouw, bedrijventerreinen, natuurherstel, waterbeheer en energieproductie ruimte gezocht in het landelijk gebied. De afname van het aantal boerenbedrijven leidt niet automatisch tot het vrijkomen van landbouwgrond.

34 ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Visie op Deventer 2040

3. Visie op Deventer 2040 3.1. HET PERSPECTIEF/ DE KOERS: GROEIEN MET HET OOG OP BREDE WELVAART

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Deventer is als ‘kleine grote stad’, aan het fantastische rivierenlandschap van de IJssel en omringd door het Sallandse coulisselandschap met landgoederen, beken en weteringen, enorm in trek als gemeente om te wonen, werken, recreëren of te bezoeken. We willen deze aantrekkingskracht benutten. Groei is daarbij geen doel op zich, maar een middel om binnen de regio een sterk eigen profiel te houden en onze brede welvaart minimaal vast te houden, maar liever nog te versterken. De opgaven waar we voor staan als samenleving als geheel vragen om doorzettingsvermogen, ondernemerschap, vernieuwing en innovatie. Eigenschappen die in ons DNA besloten zitten en waarvan de geschiedenis ons heeft geleerd dat vernieuwers, bestuurders of ondernemers, zoals Geert Groote, Noury van der Lande, H.J. Ankersmit en wethouder De Boer een essentiële rol speelden in de geestelijke, economische, ruimtelijke en sociale ontwikkeling van Deventer. En Deventer heeft altijd veel ruimte geboden voor die vernieuwing en ontwikkeling.

35

We willen ook voor de toekomst ruimte bieden aan vernieuwing. Enerzijds om de vitale woonwerkstad te blijven en in werk en inkomen te voorzien voor onze inwoners. Anderzijds om werk te maken van de grote transities, zoals energie, verduurzaming, circulariteit en landbouw. Om de maatschappelijke uitdagingen het hoofd te kunnen bieden is er veel innovatiekracht nodig. Daarvoor is het belangrijk om goed geschoolde (theoretisch hoog- én praktisch opgeleide) arbeidskrachten vast te houden en aan te trekken.

Groei van het aantal inwoners vraagt ook om groei in voorzieningen (de verzorgende economie). Ook daarvoor zijn mensen, middelen en ruimte nodig. We richten ons daarom op het aantrekken van meerdere doelgroepen, met een mix aan woningen, voorzieningen en ruimte voor werken. We groeien als stad, maar ook als regio (Stedendriehoek en Salland). Daarvoor zullen we ook moeten bijdragen in ruimte voor wonen én werken. Bij een groeiopgave met circa 13.000 woningen in de periode van 2021 tot 2040 (waarvan er inmiddels 1.500 zijn gerealiseerd in de periode 2021-2024) is het mogelijk om onze gemeente door te ontwikkelen en sociaaleconomisch vitaler te maken en verder te bouwen aan brede welvaart. Daarmee kunnen we ons voorzieningenniveau verbeteren en de arbeidsmarkt versterken. Bij een aantrekkelijk vestigingsklimaat hoort ook een passend aanbod van woningen. We willen wonen en werken in elkaars nabijheid ontwikkelen, om afstanden voor woon-werkverkeer te verkorten. Uiteraard is het niet volledig te sturen dat inwoners en ondernemers in dezelfde gemeente wonen en werken, maar we willen wel oog houden voor die balans. Om het groeien ten behoeve van brede welvaart in goede banen te leiden moeten we ook naar andere aspecten van brede welvaart kijken. We hebben vanuit de verschillende aspecten voor brede welvaart een aantal leidende/ sturende principes geformuleerd.

Dit gaat onder meer over gezondheid in brede zin, duurzaamheid, milieu en biodiversiteit, woonkwaliteit, ruimtelijke kwaliteit, cultuur en erfgoed.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

3.2. LEIDENDE/ STURENDE PRINCIPES VANUIT BREDE WELVAART

36

Hoe laten we groei en het versterken van ons woningaanbod, voorzieningenniveau, arbeidsmarkt, economie en positie in de regio samengaan met de benodigde transities op het vlak van de landbouw, energie en circulariteit? En dit met het behoud en versterken van onze ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke diversiteit, erfgoed, bereikbaarheid, verduurzaming (mobiliteit, gebouwde omgeving en economie), klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid en welzijn?

1.

De basis: Water, bodem, landschap en stad als samenhangend systeem

2.

Verder bouwen aan cultuurhistorische gelaagdheid, ruimtelijke kwaliteit en samenhang

3.

De 15 minutenstad: Kiezen voor de nabije en verbonden gemeenschap

Om hier als gemeente meer sturing aan te geven hanteren we vanuit ons DNA en de in hoofdstuk 2 geschetste ontwikkelingen en opgaven zeven leidende/ sturende principes, die moeten leiden tot het vasthouden en mogelijk verbeteren van de brede welvaart in Deventer. De eerste 3 principes hebben vooral een ‘ordenend’ karakter en geven vooral richting aan de ruimtelijke keuzes (het waar). De principes 4 t/m 7 gaan zowel over ‘het waar’ als ‘het wat’. Deze komen voort uit de in hoofdstuk 2 geschetste ontwikkelingen en opgaven, en worden in hoofdstuk 4 thematisch uitgewerkt.

4.

Een ongedeelde samenleving: Fijn wonen en samenleven

5.

Duurzaam en toekomstgericht

6.

Verder bouwen aan een vitale en innovatieve economie

7.

Een gezonde samenleving

„ Afbeelding:

Hoe de 7 keuzes uit het koersdocument terugkomen in de ontwerp omgevingsvisie: 1.

4.

Inzetten op groei met 18.000 inwoners (10.000 woningen tussen 2021 en 2035) met ontwikkeling van Wechelerhoek en Haveneiland, ten behoeve van demografische ontwikkeling, autonome groei, versterking arbeidsmarkt en economie, grootstedelijke voorzieningen en behoud van de regiofunctie:

 Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.2, waarin vanuit het landschap, de cultuurhistorische ontwikkeling en de ’15-minutenstad’ een contour van de ‘Deventer Stedelijkheid in balans met groen’ is gedefinieerd. Ook bij thematische uitwerking in hoofdstuk 4 wordt dit verder uitgewerkt.

 Dit is verwerkt in paragraaf 3.1 en bij de thematische uitwerking in hoofdstuk 4. 2.

Daarbovenop te groeien ten behoeve van versterking arbeidsmarkt en economie, grootstedelijke voorzieningen en behoud van de regiofunctie zónder de brede welvaart onevenredig aan te tasten:

5.

 Dit is verwerkt in hoofdstuk 3. Door de leidende principes vanuit landschap, cultuurhistorie en bereikbaarheid ook met het oog op brede welvaart te formuleren geven we kwalitatieve sturing aan die groei. Ook in de thematische uitwerking in hoofdstuk 4 is dit verder uitgewerkt.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER 37

We zijn zuinig op ons waardevolle landelijk gebied en kiezen daarom voor groei primair als compacte stad rondom beide stations (Deventer en Deventer-Colmschate) en in de dorpen:  Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.2, waarin vanuit het landschap, de cultuurhistorische ontwikkeling en de ’15-minutenstad’ een contour van de ‘Deventer Stedelijkheid in balans met groen’ is gedefinieerd.

Behouden en beschermen van ruimte voor Hoge Milieucategoriebedrijventerreinen (HMC) en watergebonden bedrijvigheid ten behoeve van onze circulariteits- en economische ambities en daarmee niet voor verder verkleuren van de bedrijventerreinen grenzend aan beoogde woonwerkgebieden:  Dit is in hoofdstuk 4 (4.5 Innovatieve economie) verder thematisch uitgewerkt.

6. 3.

Verder verdichten waarbij groenblauwe structuren en voorzieningen worden ontzien en versterkt en duurzame mobiliteit het uitgangspunt is. We streven met het Rijk en de regio naar een derde IJsselbrug en met ProRail naar een vierde perron:

Verder verkennen van woningbouwontwikkeling op het Stadsland in combinatie met de ontwikkeling van een bypass voor de IJssel op het moment dat het Rijk kiest voor ingrijpen in het landschap met de realisatie van de bypass: 

7.

In paragraaf 3.3 is de uitkomst van deze verkenning beschreven.

Het nemen van een grotere sturende rol als gemeente in realisatie van duurzame bouw, duurzame transformatie en duurzame inrichting en beheer van de openbare ruimte:  Dit is in hoofdstuk 4 (4.3 Duurzaam en toekomstgericht) verder thematisch uitgewerkt. Duurzaam omgaan met de beschikbare ruimte is daarnaast ook een uitwerking van het principe van de ’15 minutenstad’.

3.2.1. WATER, BODEM, LANDSCHAP EN STAD ALS SAMENHANGEND SYSTEEM Het landschap met de IJssel, hogere en lagere zandgronden en beekdalen is in de loop der eeuwen in cultuur gebracht voor landbouw en landgoederen en vormt het fundament waarop de stad, de wijken en de dorpen steeds verder gegroeid zijn. Die innige verbinding tussen stad, dorpen en de IJssel en het groenblauwe landschap binnen en buiten de stad en de dorpen heeft meerdere dimensies en koesteren we als essentieel onderdeel van de leefkwaliteit in onze gemeente. De stad en de dorpen hebben het landelijk gebied nodig als agrarisch productielandschap, voor rust, ruimte, recreatie, energietransitie en water- en klimaatopgaven. Andersom heeft het landelijk gebied de stad en de dorpen hard nodig voor voorzieningen, werkgelegenheid, onderwijs en cultuur. Daarnaast heeft het landelijk gebied een intrinsieke waarde voor natuur en cultureel erfgoed. We hebben daarin als gemeente niet alleen een wettelijke taak, maar ook een rol als rentmeester: zorgen voor de natuur en ons erfgoed voor volgende generaties. Natuur Netwerk Nederland (NNN), Natura 2000-gebieden, landgoederen en beschermde stads- en dorpsgezichten leggen we daarom vast in één of meer van de instrumenten van de Omgevingswet (visie/ programma/ plan).

›

In het bekenlandschap van de Schipbeek en Dortherbeek wordt er ook gewerkt aan het vasthouden van meer water in droge periode, maar ook het voorkomen van wateroverlast bij veel wateraanvoer vanuit Duitsland in combinatie met hoge waterstanden van de IJssel Een gezonde bodem is in beide gevallen van belang, want die kan meer water vasthouden in periode van droogte en opvangen als veel water afgevoerd moet worden.

›

In het Sallandse Weteringenlandschap wordt gewerkt aan de ‘sponsstrategie’: kwelwater en neerslag vanuit de Sallandse Heuvelrug voedt de Sallandse Weteringen, die het water vervolgens eerst in westelijke richting en vervolgens in noordelijke richting naar Zwolle afvoeren. De sponsstrategie is erop gericht om water langer vast te houden in de bodem en oppervlaktewatersysteem en vertraagd af te voeren. Dit vraagt om meer ruimte voor het vasthouden van water in en rondom de Weteringen.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Principe water & bodembewustzijn

38

Het systeem van water en bodem heeft een grote rol gespeeld in het ontstaan en doorontwikkeling van de stad Deventer en we willen onze gemeente ook in de toekomst met volle bewustzijn verder ontwikkelen op basis van dit systeem. Daarbij zullen we, voor zover mogelijk, moeten anticiperen op onzekerheden. Met hoeveel water in de IJssel houden we rekening? Hoe zorgen we voor voldoende water in perioden van extreme droogte? En welke rol kunnen we hier als gemeentelijke overheid in pakken? We bouwen op plekken die zich hiervoor lenen, zoals op hogere plekken in het landschap en in de bestaande stad en we vermijden zo veel mogelijk bouwen in gebieden met hoge grondwaterstand en gebieden met een waterbergingsfunctie. ›

In het rivierenlandschap ligt de nadruk op het ruimte bieden aan de dynamiek van de IJssel, waarbij we waterveiligheid voor onze inwoners, de bevaarbaarheid van de IJssel en de toegankelijkheid van onze havens willen borgen. Ook heeft de IJssel een belangrijke functie om het Overijssels kanaal en daarmee het achterland met water te voeden.

„ Afbeelding: Schematische weergave van de verschillende watersystemen.

Principes vanuit het landschap en water & bodembewustzijn voor verstedelijking

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Bij afwegingen ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkeling is het vertrekpunt om in te zetten op het ontzien van ons bestaande landschap buiten de contouren van de stad en onze dorpen en onze robuuste stedelijke groenstructuur in de stad en onze dorpen. We koesteren de (bijna) aaneengesloten krans van landgoederen en natuurgebieden rondom de stad – onze stadsrandzone. Maar niet alle stedelijke ontwikkelingen zijn in bestaand stedelijk gebied op te lossen, onder voorwaarden kunnen de stad en de dorpen zich hier uitbreiden met ruimte voor wonen en werken. Daarbij willen we onze landgoederen, natuurgebieden en natuurlijke (natte) laagtes vrijwaren van verstedelijking. Nieuwe ontwikkelingen in of bij de stadsrandzone benutten we om de ‘groene’ waarden in dit gebied verder te ontwikkelen, zoals de Zandweteringzone (waarden vanuit biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit, verblijfskwaliteit, recreatief, cultuurhistorisch etc.).

39

Naast de grote landschappelijke- en natuurwaarden van het rivierenlandschap is (meerlaagse) waterveiligheid rondom de IJssel een belangrijke randvoorwaarde voor (stedelijke) ontwikkelingen langs de IJssel. Naast de waterveiligheidslaag (laag 1, voornamelijk uitgevoerd door Rijkswaterstaat en waterschappen), hebben wij als gemeente een rol als het gaat om de bewustwordingslaag (laag 0), de gevolgbeperkingslaag (laag 2) door ruimtelijke inrichting en de herstellaag (laag 5). Bij verstedelijking hebben we hier aandacht voor. Dit speelt nadrukkelijk ter plekke van de ruimtelijke reservering voor een bypass/hoogwatergeul voor de IJssel aan de westzijde. We zien het als een kans om ruimtelijke kwaliteit aan Deventer en de omgeving toe te voegen. Eventuele stedelijke ontwikkeling aan de westzijde (Stadsland) zal hier volgend en afhankelijk moeten zijn op de maatregelen die hier voor de waterveiligheid van Deventer en de regio nodig zijn, en die door de rijksoverheid worden vastgesteld. Hier wordt voor het vaststellen van deze omgevingsvisie geen duidelijkheid over verwacht.

„ Afbeelding: Schematische weergave van het groen-blauwe landschap in en rondom de stad en dorpen.

Principes voor de ontwikkeling van het stedelijke landschap en de relatie met IJssel Los van de groeiende stad, kan ook in de huidige stad op sommige plekken het groen worden uitgebreid en verbeterd. Daarom kiezen we voor verdichten en vergroenen in balans. Het landschap vormt de basis als raamwerk/onderlegger voor de verstedelijking van de stad en geeft een belangrijk antwoord op de invulling van een gezond stedelijk leven. We willen inzetten op het versterken en maken van schakels in verbindende netwerken tussen de stad, de dorpen en het buitengebied, Dit kan veel opleveren, zoals meer biodiversiteit, het beleefbaar maken van historische en/of landschappelijke lijnen en het stimuleren van inwoners om meer te bewegen. Daarnaast willen we onze ligging aan de IJssel nog beter benutten als kwaliteit voor onze inwoners en bezoekers. Er liggen nog grote kansen om het rivierenlandschap beter met de stad te verbinden, bijvoorbeeld door aantrekkelijke fiets- en wandelroutes langs de IJssel te creëren.

Principes voor de transities in het landelijk gebied We moeten zoeken naar een nieuwe balans tussen ruimte voor een vitale agrarische sector en bescherming van het ecosysteem en andersoortige kwetsbare functies. Voor een vitale agrarische sector is voldoende landbouwgrond nodig. We zijn daarom zuinig op de goede landbouwgronden in onze gemeente. Er ligt een opgave voor de landbouwsector om meer in balans te komen met de natuur, landschap, klimaat en het creëren van een robuust watersysteem. We bieden ruimte om te ondernemen binnen de landelijke kaders en dragen zo bij aan de vitaliteit van het landelijk gebied. Door ruimte te bieden aan functieverbreding in het landelijk gebied dragen we bij aan de economische vitaliteit van het platteland.

3.2.2. VERDER BOUWEN AAN HISTORISCHE GELAAGDHEID, RUIMTELIJKE KWALITEIT EN SAMENHANG Verder bouwen aan historische gelaagdheid Het cultureel erfgoed met de historische binnenstad, en het ertegenover aanwezige groen, als Rijksbeschermd stadsgezicht is een sterke troef van Deventer. Maar bijvoorbeeld ook de landgoederen, stadsparken, industriële gebouwen en complexen, havens, oude dorpskernen, bebouwingslinten, bomenlanen en ondergrondse archeologische sporen en vondsten vertellen het cultuurhistorische verhaal van Deventer. In Deventer willen we dat de geschiedenis zichtbaar, herkenbaar en beleefbaar is. Het zorgt ervoor dat inwoners en bezoekers zich verbonden voelen met de omgeving en het draagt bij aan de kwaliteit van leven.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

De binnenstad bepaalt in sterke mate onze identiteit, met haar voor Nederland grote historische rijkdom en gelaagdheid in de tijd. De middeleeuwse structuur heeft standgehouden en is door de eeuwen heen steeds opnieuw ingevuld ten behoeve van veranderd gebruik. Deventer heeft een rijke, samenhangende binnenstad – met variatie in sfeer, functie, architectuur en openbare ruimte. Straten, stegen, pleinen, singels en parken wisselen elkaar af en bieden op sommige plaatsen spectaculair uitzicht op het open rivierlandschap van de IJssel, met de Worp en de uiterwaarden. De torens van de Lebuïnus- en de Bergkerk staan al eeuwen centraal in het silhouet van de stad. Zij zijn de herkenningspunten en bakens van Deventer en vormen het beeldmerk van de stad.

40

Deventer heeft naast het Rijksbeschermd stadsgezicht in de binnenstad, ook gemeentelijk beschermde dorpsgezichten: Schalkhaar, Diepenveen, Lettele, Okkenbroek en een deel van Brinkgreven. Deze gebieden hebben een bijzondere cultuurhistorische waarde en aanvullende regels in het omgevingsplan.

Principes voor ontwikkelen met cultuurhistorie Een herkenbare toekomst We voeren regie op de herkenbaarheid en aansluiting op het DNA. We willen ons erfgoed behouden en verder bouwen op bepalende ‘verhalen’ uit ons DNA. De geschiedenis kan inspiratie bieden voor toekomstige opgaven. Verder bouwen aan krachtige en herkenbare cultuurhistorische waarden maakt het stedelijk en landelijk gebied completer en vitaler en draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit en samenhang. Door te leren van de geschiedenis en soms letterlijk verder te bouwen op wat al goed functioneert, voorkomen we kapitaalvernietiging en handelen we duurzaam. Verder bouwen en ontwikkelen op bestaande waarden en kwaliteiten zorgt vaak ook voor een betere inpassing in en acceptatie door de omgeving. Dit vraagt een gebiedsgerichte erfgoedzorg: er is ruimte voor ontwikkeling en bij veranderingen wordt onderzocht of en hoe de bestaande kwaliteiten kunnen worden meegenomen. Het gaat om het respecteren en koesteren van de essentie en de samenhang tussen de verschillende tijdslagen. Verandering en vernieuwing staan in principe voor het met respect (zichtbaar) toevoegen van een nieuwe laag aan de bestaande historische gelaagdheid. Om cultuurhistorisch waardevolle gebouwen te behouden, werken we mee aan herbestemming met passende functies.

Als voorbeeld: belangrijke stedenbouwkundige en landschappelijke structuren, zoals de radialen blijven de dragers van ons collectief geheugen en krijgen een steeds belangrijkere rol als aantrekkelijke en vlotte verbindingen in het netwerk van fietsverbindingen, maar ook als dragers van ecologische verbindingen tussen de stad en het landschap.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

Erfgoedwaarden benutten

41

Ontwikkelen met erfgoed vraagt om inzicht in de waarden van dat erfgoed en een waardering daarvan. Het kan gaan om een waardering op objectniveau, dus een gebouw, zoals een gemeentelijk monument of karakteristieke boerderij, of om inzicht in een erfgoedstructuur, zoals een naoorlogse woonwijk. Dit betekent dat voorafgaand aan een ontwikkeling, inzicht nodig is in de aanwezigheid en de cultuurhistorische waarde van het erfgoed. De uitkomst van deze waardering

bepaalt het vervolg en de keuze hoe het erfgoed te benutten. Die keuze is mede afhankelijk van de waarde van dat erfgoed en de betekenis voor het DNA. Daarbij is sprake van een samenspel tussen het behouden van erfgoed, de transformatie van het erfgoed en/of het benutten van erfgoed als inspiratie voor het ontwerp. Bij voorkeur langs de lijnen van ontwerpend onderzoek. Door in te zetten op vroegtijdig archeologisch onderzoek kunnen vindplaatsen zoveel mogelijk worden ingepast en ontzien. Als behoud niet mogelijk is zetten we in op maatwerk bij het archeologisch onderzoek, zodat het bijdraagt aan het verhaal van Deventer en het verhaal van de plek. Archeologische vondsten kunnen zo dienen als inspiratie bij de nieuwe inrichting en bijdragen aan de eigenheid van de plek.

Versterken van het collectieve raamwerk van Deventer De historische invalswegen (de radialen) en de nieuwere structuren van de Ceintuurbaan en het Hanzetrace (de tangenten) vormen samen het raamwerk die de verschillende dorpen, wijken en het landelijk gebied met elkaar en met nationale netwerken verbinden. De binnenstad heeft een centrale en belangrijke positie in dit raamwerk en biedt plek aan belangrijke stedelijke voorzieningen. Daarnaast vormen onder andere de treinstations, de twee grote winkelcentra Keizerslanden en Colmschate, de wijk- en buurtwinkelcentra, het ziekenhuis, de ijsbaan, de verschillende onderwijsinstellingen (voortgezet, mbo en hbo) en Runshoppingcentre De Snipperling belangrijke ‘ankerpunten’ in dit raamwerk. Dit zijn belangrijke herkennings- en ontmoetingsplekken voor inwoners en bezoekers van Deventer. Met name het Hanzetracé (N337), de as Deventer-Colmschate (N344) en de N348 (ten zuiden en ten noorden van de A1) vormen belangrijke verbindende structuren in dit raamwerk. De N348 ten zuiden van de A1 is de verbinding tussen Deventer en Zutphen, terwijl die aan de noordzijde van de A1 Salland - langs De Vijfhoek en Colmschate - verbindt met de A1 ter hoogte van de A1-aansluiting Deventer-oost.

Zij zorgen voor samenhang en bereikbaarheid op het niveau van de stad en verbinden het werklandschap van Deventer met de rest van de stad en maken van Deventer een stedelijk knooppunt in de regio.

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

We willen de ruimtelijke kwaliteit van dit raamwerk verder versterken, door belangrijke plekken, zoals de stadsentrees, winkelcentra en structuurlijnen, zoals de radialen, het Hanzetracé en de as Deventer-Colmschate, te markeren en accentueren met een hoogwaardige uitstraling en beeldkwaliteit van de bebouwing en openbare ruimte en functies die passen bij de betekenis van deze structuurlijnen en plekken. Door ruimte te bieden voor hoger bouwen versterken we de herkenbaarheid van het raamwerk. Hierdoor voegen we weer nieuwe betekenis en waarden toe aan de historische gelaagdheid van Deventer.

42

„ Afbeelding: Belangrijke onderdelen van het (cultuurhistorische) bepaalde DNA van de gemeente: De oude (zoals de historische stad, de radialen, landgoederen), maar ook nieuwe structuren en gebieden, zoals het Hanzetrace, voorzieningencentra en de stadsentrees. En daarbinnen het stedelijk gebied met de kenmerkende opbouw met de binnenstad, schilwijken en de verschillende naoorlogse buurten en wijken in het groen.

3.2.3. DE ‘15-MINUTENSTAD’: KIEZEN VOOR DE NABIJE EN VERBONDEN GEMEENSCHAP (IN STAD EN DORPEN) Deventer heeft een compact stedelijk gebied, met naast de binnenstad meerdere centrumgebieden, zoals winkelcentra Colmschate en Keizerslanden, verschillende kleinere wijk- en buurtcentra, treinstations en de dorpen met elk een eigen dorpshart. Veel van de dagelijkse voorzieningen, werkgebieden, maar ook het landelijk gebied zijn voor het grootste deel van onze inwoners steeds op 15 minuten fietsafstand bereikbaar. Dit is een belangrijke kwaliteit die we willen vasthouden en versterken. Deze kwaliteit willen we ook hanteren als belangrijk leidend principe voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

„ Afbeelding: Het groen-blauwe raamwerk in- en rondom de stad en dorpen, gecombineerd met de (globale) cirkels van de gebieden die binnen 15-minuten fietsafstand liggen ten opzichte van belangrijke ‘knooppunten’/ voorzieningencentra, zoals de winkelcentra Keizerslanden en Colmschate en de stations van Deventer en Deventer-Colmschate. De ambitie voor een station in Bathmen en de bijbehorende cirkel is ook gestippeld weergegeven.

Principes voor stedelijke ontwikkeling (wonen en werken) in de 15-minutenstad

ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER

We kiezen ervoor de groei van de stad zoveel mogelijk in de bestaande stad op te vangen. Dit brengt meerdere voordelen met zich mee, zoals: het behoud van het waardevolle landschap rondom de stad, het beter benutten of uitbreiden van bestaande dagelijkse economische en sociaal-maatschappelijke voorzieningen, minder (auto)mobiliteit en het creëren van een gemengd woningaanbod. Niet elk gebied van Deventer zal in gelijke mate ruimte kunnen bieden aan verdichting, de aanpak zal per gebied verschillen om zo recht te doen aan de kwaliteiten van de bestaande wijken. We werken aan woningbouwontwikkelingen in de stad en dorpen, rondom de binnenstad (onder andere Sluiskwartier, Senzora, Tapijtfabriek, Roto-Kwartier), Keizerslanden (onder andere Ludgeruskwartier, Marke Noord, Oranjekwartier en van Heetenlocatie), en Steenbrugge., We zien ontwikkeling van Haveneiland, Bergweide 3 en de Wechelerhoek als kansrijke locaties passend binnen de principes van de 15 minuten-(fiets)stad. Hier kan een substantieel aantal woningen (ca. 2.000) voor een zeer brede doelgroep gecreëerd kan worden. De Wechelerhoek is weliswaar geen ontwikkeling in de bestaande stad, maar deze ontwikkeling biedt de kans om verder te bouwen aan de balans tussen het landschap en de stad.

De hogere delen van het landschap kunnen benut worden voor bebouwing, terwijl in de lagere en nattere delen langs de Zandwetering juist meer ruimte voor water, natuur en recreatie gecreëerd kan worden.

43

Binnen het principe van de 15-minutenstad zien we in de bestaande stad ook veel potentie voor inbreiding rondom de stations Deventer en Deventer-Colmschate door het brede aanbod van voorzieningen en de uitstekende bereikbaarheid met het openbaar vervoer. In deze gebieden kunnen we echt stappen zetten in de ontwikkeling van duurzame mobiliteit (STOMP1) en kan er door een kleinere auto-afhankelijkheid meer ruimte ontstaan voor voetgangers, fietsers en groen.

Inbreiden in de bestaande stad betekent ook investeren in de bereikbaarheid en kwaliteit van de bestaande stad. We hanteren het principe ‘nieuw versterkt bestaand’. Met name winkelcentra als Colmschate en Keizerslanden zullen zich moeten ontwikkelen als ‘stadsdeelcentra’, met de investeringen in bereikbaarheid en verblijfskwaliteit die daarbij horen. Deze centra krijgen ook een grotere betekenis voor bijvoorbeeld de Wechelerhoek en inbreidingen rondom deze centra. We kiezen er steeds voor om compacter en hoger te bouwen waar dit mogelijk en passend is. Verdichting van de stad/ het vergroten van de stedelijkheid (hogere dichtheden en meer functiemenging) laten we hand in hand gaan met versterking van de verblijfskwaliteit van de leefomgeving. Concretere handvatten hiervoor zijn te vinden in de beleidsregel hoger bouwen en de welstandsnota. Door compacter te bouwen gaan we efficiënter om met de schaarse ruimte, zijn er meer kansen voor duurzame (deel)mobiliteit, kunnen er aantrekkelijke gemengde woongebieden ontstaan, kan er meer en betere groene verblijfsruimte worden gemaakt en is het draagvlak voor voorzieningen groter. Hoger bouwen zien we dan ook als een middel om de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van onze ruimtelijke hoofdstructuur te versterken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16125880/4