CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage algemene subsidieverordening 2026

Raadsvergadering 20 mei 2026, gemeente DeventerBij agendapunt: Algemene Subsidieverordening Deventer11.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

activiteiten en versnippering voorkomen kunnen worden, kosten bespaard kunnen worden en er met dezelfde middeten meer mogetijkheden ontstaan om te innoveren door gebruik te maken van etkaars expertise en netwerken. Dat kan leiden tot gezamentijke projecten, programmering en activiteiten en gezamentijke organisatie van de bedrijfsvoeringsfuncties of huisvesting. Ondanks dat er mogetijk sprake is van staatssteun is het soms mogetijk om steun te verstrekken op basis van een vrijstetting. Ats dat niet mogetijk is, kan goedkeuring van de Europese

Commissie gevraagd worden via een formete metding. Ats de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het cottege overgaan tot weigering (vandaar de verptichte weigeringsgrond in het tweede tid). ln aanvutting daarop wordt in onderdeet b bepaatd dat ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie toopt niet in aanmerking komen voor subsidie. HOOFDSTUK 4 VERPLICHTI NGE N SU BSI D ¡ E-O NTVAN GER

Artiket 4.1 Subsidievertening moet attijd bij beschikking plaatsvinden. Dat betekent dat het niet mogetijk is een subsidie uitstuitend door middet van een (beschikkingvervangende) overeenkomst te vertenen. Het is daarentegen op grond van artikel 4:33,a van de Awb wel mogetijk aan de beschikking tot subsidieverlening de voorwaarde te verbinden, dat de subsidie-ontvanger meewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot su bs d everten i ng (d e zogeh eten u itvoeri n gsovereen ko mst of afdwi ngovereen komst) i

i

Een uitvoeringsovereenkomst moet geen doubture zijn van de beschikking. Essentiëte

etementen van de subsidieverhouding moeten in de beschikking staan, zoats een aanduiding van de activiteiten, eventuete verptichtingen, het subsidiebedrag of de berekeningswijze daarvan. Denkbaar is echter dat deze etementen in de beschikking in meer atgemene zin worden aangeduid en in de overeenkomst verder worden uitgewerkt. Ook heeft deze overeenkomst het voordeel dat daarin kan worden bepaatd dat de subsidie-ontvanger verpticht is de activiteiten waarvoor subsidie wordt verteend ook daadwerketijk te verrichten. De wet verpticht de subsidieontvanger nametijk niet om de activ¡teiten te verrichten.

Artikel4.2 Artiket 4:37, eerste [id, van de Awb somt acht standaardverptichtingen op die aan etke subsidieontvanger opgetegd kunnen worden. Het gaat hierbij om veel voorkomende verpticht¡ngen die van betang kunnen zijn voor een doetmatige subsidieverstrekking. Dit artikettid tuidt ats volgt: Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger verptichtingen opteggen met betrekking tot: a. aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verteend; b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;

c. het vóór de subsidievaststetting verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een bestissing omtrent de subsidie; d. de te verzekeren risico's; e. het stetten van zekerheid voor verteende voorschotten;

f. het afteggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststetting van de subsidie van betang zijn; g. het beperken of wegnemen van de nadetige gevotgen van de subsidie voor derden;

h. het uitoefenen van controte door een accountant ats bedoetd in artiket 393, eerste lid, van Boek 2 van het BurgertijkWetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiëte beheer en de financiëte verantwoording daarover. Artiket 4:38 van de Awb bepaatt dat het bestuursorgaan naast de in artikel4:.37, eerste [id, van de Awb genoemde verplichtingen de subsidie-ontvanger ook andere verptichtingen kan opteggen die strekken tot verwezentijking van het doel van de subsidie. Het moet dus gaan om

doetgebonden verplichtingen die rechtstreeks betrekking hebben op de activite¡ten, of die een

meer ondersteunend karakter hebben. Een voorbeetd van het eerste: de verptichting voor een instetting om bepaatde activiteiten ten behoeve van derden (bijvoorbeetd cursussen) uitstuitend te laten verzorgen door personen die aan bepaatde opteidingseisen votdoen. Een voorbeetd van het tweede: verptichtingen inzake de wijze waarop de administratie moet worden gevoerd, of aan

het bestuursorgaan moet worden gerapporteerd over de gesubsidieerde act¡viteiten. Artiket 4.2, eerste en tweede [id, van de ASV bevatten voor subsidie-ontvangers van een subsidie van € 100.000 of meer een dergetijke rapportagepticht. Daarnaast bevat het vierde tid van dit artiket een informatiepticht inhoudende dat de subsidie-ontvanger het cottege onverwijtd informeert over aanmerketijke verschitten die zijn of dreigen te ontstaan tussen de werketijke en begrote uitgaven en inkomsten gedurende het subsidietijdvak onder vermetding van de oorzaak daarvan. Deze laatste pticht getdt voor atte subsidie-ontvangers.

Artikel4.3 Artiket 4:37 van de Awb geeft de bevoegdheid aan de subsidie-ontvanger verptichtingen op te teggen met betrekking tot de administratie van aan de act¡viteiten verbonden uitgaven en inkomsten en het afteggen van rekening en verantwoording. Artiket 4.3 ASV bevat op dit punt een nadere uitwerking van deze standaardverptichting. Het bevat ook een inzagerecht voor het cottege, zodat deze desgewenst controte kan uitoefenen op de beste-dingen van de subsidiegetden. Met name ats de subsidie-ontvanger bij het afteggen van rekening en verantwoording geen accountantsrapport over hoeft te leggen, kan het inzagerecht van belang zijn.

Artiket 4.4 Dit artiket regett het afteggen van rekening en verantwoording bij waarderingssubsidies. Zie ook de toetichting bij artiket 3.1 ASV

Artiket 4.5 Artiket 4.5 tid 1 ASV tegt de subsidie-ontvanger van een subsidie van € 1O0.OO0 of meer de verptichting op een atgemene reserve te vormen voor het kunnen opvangen van financiëte tegenvatters. De vorming en maximate hoogte van de reserve worden door het cottege vastgetegd in de beschikking tot subsidievertening of in de uitvoeringsovereenkomst ats bedoetd in artiket 4.1 ASV. Voor de ontvanger van een subsidie van € l OO.OOO of meer die niet beschikt over een adequaat risicomanagementsysteem bevat het derde tid van artiket 4.5 ASV de verptichting een algemene reserve te vormen van 1Oo/o van de jaaromzet. Op grond van het vierde tid kan het cottege in de verteningsbeschikking ontheffing vertenen van de verptichtingen vermetd in het eerste en derde tid. Daarbij kan o.a. worden gedacht aan vrijwittigersorganisaties. Wordt ontheffing verteend, dan kan het cottege in de beschikking nadere verpt¡cht¡ngen opnemen met betrekking tot de reservepositie en het risicomanagement van de betrokken organ¡satie. lndien de atgemene reserve de minimaat benodigde omvang in betangrijke mate overst¡jgt kan het cottege dit betrekken bij het bepaten van de hoogte van de subsidievertening voor toekomstige tijdva kken.

Artiket 4.6 ln dit artiket is bepaatd dat de subsidie-ontvanger een aanta[ (rechts)handetingen onverwijtd schriftetijk bij het cottege moet melden. Deze pticht getdt atteen voor subsidies van € 100.000 of meer. Omdat een metdingspticht in de praktijk niet in atte gevatten wensetijk is, is in het tweede tid van artiket 4.6 voor het coltege de bevoegdheid opgenomen in de beschikking tot

subsid¡evertening te bepaten dat de subsidie-ontvanger de voorafgaande schriftetijke toestemming behoeft van het cottege voor één of meer van de in het eerste tid genoemde handetingen. Artikel 4.6 ASV biedt het cottege de mogetijkheid om waar nodig de vinger aan de pols te houden en om tijdig bij te sturen.

Artikel4.7 Deze bepating is gebaseerd op artiket 4:41 van de Awb, een facultatief wetsartikel.. De verordening moet een grondstag bieden om hiervan gebru¡k te maken. De subsidie-ontvanger is

onder bepaatde omstandigheden verpticht tot het betaten van een vergoeding aan de gemeente, wanneer de subsidie tot vermogensvorming bij de subsidie-ontvanger heeft geteid. Hierbij gaat het in het bijzonder om de situatie, waarbijvermogensbestanddeten niet [anger dienen voor de verwezentijking van het doet waarvoor subsidie is verteend. Dit doet zich o.a. voor wanneer een instetting zichzetf ontbindt, of een vorm van samenwerking met een andere instetting aangaat en het mede een door middet van subsidie in eigendom verworven instettingspand verkoopt. De wet bepaatt dat de omvang van de vergoedingspticht moet worden vastgestetd binnen een jaar nadat het gemeentebestuur op de hoogte is geraakt van de gebeurtenis die het recht op een vergoeding deed ontstaan (vanwege de rechtszekerheid). De vergoedingspticht is gekoppetd aan een verjaringstermijn van vijf jaar na bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststetti ng.

Artiket 4.8 Artiket 4:39 van de Awb regett dat het opteggen van subsidieverptichtingen die "niet strekken tot verwezentijking van het doet van de subsidie" stechts mogetijk is ats dit bij wettetijk voorschrift, bijvoorbeetd een gemeentetijke verordening, is bepaald. Getet op het uitzonderingskarakter van deze mogetijkheid moet met het opteggen van dergetijke subsidieverptichtingen setectief en terughoudend worden omgegaan. Dat wit zeggen atteen ats daartoe beteidsmatig een duidetijke aanteiding bestaat. |n2011 heeft de gemeenteraad bestoten het principe van sociaI return vanaf 1 januari 2O12loe te passen in het gemeentetijk subsidiebeteid. Artiket 4.8 ASV maakt het mogetijk om de subsidie-ontvanger hieromtrent verptichtingen op te teggen. Dat kan bijvoorbeetd betekenen dat gesubsidieerde organisaties ruimte moeten vrijmaken voor het inschaketen van mensen met een uitkering bij het verrichten van de activiteiten waarvoor

subsidie wordt verteend. HOOFDSTUK 5 DE SUBSIDIEVASTSTELLI NG

Artiketen 5.1 tot en met 5.5 ln artikel 5.1 is bepaatd dat de subsidieontvanger van een projectsubsidie (van minder dan €100.000) binnen drie maanden na aftoop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidies is verteend, een aanvraag tot het vaststetten moet indienen. ln de beschikking tot subsidievertening kan een andere termijn worden opgenomen. Artiket 5.2 ASV bepaatt dat ingevat van een budgetsubsidie de subsidieontvanger binnen zes maanden na aftoop van het

tijdvak de aanvraag tot vaststetting moet indienen. Ook hier kan in de beschikking tot subsidievertening een andere termijn worden opgenomen. Beide aanvragen moeten vergezetd gaan van een inhoudetijk verstag (art. 5.3 ASV) en een financieel verstag (art. 5.4 ASV). ln artiket 5.5 wordt aangegeven aan wetke eisen de financiëte verantwoording moet votdoen. Het cottege kan bepaten dat in ptaats van een financieet verstag een jaarrekening wordt overgetegd.

Artiket 5.6

Bijvertening van een project- of budgetsubsidie tussen de € l OO.OOO en € 250.000 is de subsidieontvanger verpticht een samenstettings- of beoordetingsverktaring te verstrekken. Bij vertening van een project- of budgetsubsidie van € 250.000 of meer is de subsidieontvanger verpticht een controleopdracht te verstrekken aan een accountant resutterend in een controteverktaring. Lid drie bepaatt dat in atte gevatten de accountant een oordeetmoet geven over de getrouwheid en rechtmatigheid van het financieetverstag of de jaarrekening ats bedoetd in artiket 5.4. Lld vier vutt dit aan omdat het soms niet votdoende is om enkel de financiëte verantwoordingsinformatie te toetsen. ln voorkomende gevatten kan het cottege daarom in de beschikking tot subsidieverlening aanvuttend aangeven dat de accountantscontrote meer moet omvatten. Daarbij kan worden gedacht aan een controte over de juistheid en/of deugdetijke totstandkoming van andere kwantitatieve gegevens, veetaI prestaties; de nateving van de verptichtingen zoals die aan de subsidie zijn verbonden of de doetmatigheid van bestedingen. Rapportage kan plaatsvinden in de vorm van een controteverktaring of zo nodig in de vorm van een Assurance-rapport. Van de verptichting een controleverktaring te overteggen kan het cottege op grond van het vijfde tid van art. 5.6 ASV ontheffing vertenen.

Artiket 5.7 Voor project- en budgetsubsidies tot € 100.000 getdt op grond van de ASV niet de eis van een

controteverktaring. Wet kan het cottege in de beschikking tot subsidievertening de subsidieontvanger atsnog verptichten bij de aanvraag tot vaststetting van de subsidie een controteverktari ng te overteggen.

Artiket 5.8 De subsidieontvanger dient bij de aanvraag tot subsidievaststett¡ng van een project- of budgetsubsidievan€ 100.000of meereenverklaringvaneenaccountantteoverteggen(art.5.6 ASV)' ln de praktijk btijkt dit niet in atte gevatten mogetijk te zijn. ln dat gevat is het cottege toch bevoegd een beslissing op de aanvraag tot subsidievaststetting te nemen. De subsidieontvanger moet dan zo spoedig mogetijk na de vaststetting van de subsidie de verktaring overteggen. lndien de subsidieontvanger na vaststetting van de subsidie een n¡et-goedkeurende verktaring overtegt (waaronder bijvoorbeetd een controleverklaring met beperking; een controteverktaring van oordeelonthouding; een afkeurende controteverktaring), is het cottege bevoegd de beschikking tot vaststetting van de subsidie geheet of gedeettetijk in trekken en de vastgestetde en inmiddets betaatde subsidie geheet of gedeettetijk terug te vorderen. Het vorenstaande is ook van toepassing ats het cottege met toepassing van artikel. 5.7 bestuit een controleverktaring te vragen bij project- en budgetsubsidies tot € 10O.OOO.

Artiket 5.9 Het cottege bestist binnen tien weken na ontvangst over de aanvraag tot vaststetting van een project- of budgetsubsidie. Deze bestissing kan eenmaaI met ten hoogste vier weken worden verdaagd. ln een nadere subsidieregeting kan het cottege indien dat wensetijk is een afwijkende bestistermijn opnemen. HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN

Artiket 6.1 Dit artiket vormt een aanvutting op hetgeen in de artiketen 4:48, 4:4g.4:50 van de Awb en artiket 5'B tid 2 ASV is bepaatd ten aanzien van het intrekken en wijzigen van subsidies. Ats de Europese Commissie tot het oordeet is gekomen dat een subsidie niet in overeenstemming is met de

artiketen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (ongeoortoofde staatssteun), dan moet de verteende of vastgestetde subsidie ingetrokken en teruggevorderd worden (inctusief rente). Hetzetfde getdt ind¡en dat noodzaketijk is op basis van een onherroepetijke rechtertijke uitspraak. Het tweede tid van artikel 6.1 ASV geeft het cottege de (gebonden) bevoegdheid om hier uitvoering aan te geven. Ats btijkt dat er meer inkomsten zijn verworven of minder kosten gemaakt zijn om de activiteiten uit te voeren dan is het cottege bevoegd om bij de subsidievaststetting het subsidiebedrag te verminderen en het tevee[ ontvangen subsidie terug te vorderen.

Artiket 6.2 Dit art¡ket bepaatt dat het cottege vooruittopend op de betating van de subsidie de subsidieontvanger voorschotten kan vertenen. De voorschotvertening vindt ptaats vooruittopend op de subsidievaststetting en -betating. De wettetíjke grondstag hiervoor biedt artiket 4:95 tid 1 Awb. Zoats eerder vermetd geeft uitstuitend de beschikking tot subsidievaststetting recht op betating van de subsidie. Voorschotvertening loopt vooruit op dat recht. Voor het vertenen van een voorschot is vereist dat er tevens een verteningsbeschikking is genomen op basis waarvan aanspraak op subsidie bestaat. Stechts dan getdt zoats artiket4:95 van de Awb bepaatt dat redetijkerwijs kan worden aangenomen dat een verptichting tot betating zaI worden vastgestetd.

HOOFDSTUK 7 SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artiket 7.1 Ats uitgangspunt getdt dat een bestuursorgaan niet mag afwijken van atgemeen verbindend voorschriften (die o.a. zijn opgenomen in verordeningen). Een afwijkingsbevoegdheid in bijzondere concrete gevatten bestaat stechts, voor zover de betreffende regeting dat expticiet mogetijk maakt in de vorm van een hardheidsctausule. Hardheidsclausutes hebben ats doet zogeheten onbillijkheden van overwegende aard, die zich ten aanzien van betanghebbenden bij strikte toepassing van voorschriften voordoen, weg te nemen. Het gaat daarbij nadrukkel.ijk om situaties die niet zijn voorzien of niet voorzienbaar waren bij het vaststetten van de verordening.

Artiket 7.3 ln dit artiket is het overgangsrecht opgenomen dat van toepassing is bij inwerkingtreding van de verordening (de'nieuwe ASV') en de getijktijdige intrekking op dat moment van de Atgemene Subsidieverordening Deventer, zoats die is vastgesteld op 27 mei 2016 en in werking is getreden

op 1 januari 2017 (de'oude ASV'). Uit het eerste tid van dit artiketvtoeit voort, dat op subsidies die zijn verteend vóór de inwerkingtreding van de nieuwe ASV maar op die datum nog niet z¡jn vastgestetd, de oude ASV van kracht btijft. De bedoeting van deze overgangsbepating is het totale subsidieproces, van zowel de subsidievertening als de subsidievaststetling, onder één rechtsregime te houden, ¡.c. de oude ASV.

Uit het tweede tid van dit artiketvtoeit voort dat de nieuwe ASV directe werking heeft voor aanvragen tot subsidievertening waarop ten tijde van de inwerkingtreding van deze nieuwe subsidieverordening nog niet is bestist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16649390/3