Bijlage algemene subsidieverordening 2026
Tekst van het document
Algemeen verbindend voorschrift van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende bepatingen met betrekking tot subsidie Algemene subsidieverordening Deventer
Geldend van 01-09-2026 t/m heden
lntituté Atgemeen verbindend voorschrift van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende bepatingen met betrekking tot subsidie Atgemene subsidieverordening Deventer
De raad van de gemeente Deventer,
Getezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24lebruari 2026, nummer 2026-146 BESLUIT De Atgemene Subsidieverordening vast te stetten.
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING DEVENTER HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.1 Begripsbepatingen ln deze verordening en de daarop berustende bepatingen wordt verstaan onder:
a. budgetsubsidie: een structurete subsidie die wordt verleend op basis van vooraf met de activiteiten, waa rvan de beoogde resuttaten gemaakt in kwantitatieve of kwatitatieve zin, bestede tijd of worden aantoonbaar Ingezette middeten; b. projectsubsidie: een subsidie die wordt verteend voor de uitvoering van bepaalde activiteiten die het karakter hebben van een evenement, project of anderszins een nieuwe opzet of een nieuwe werkwijze; c. waarderingsubsidie: een incidentete dan wel een structurete subsidie waarmee activiteiten worden betoond, die in betangrijke mate bijdragen aan het cutturete en maatschappetijke leven in de gemeente, zonder deze naar aard en inhoud te beinvloeden; d. atgemene reserve: onderdeel van het eigen vermogen van de subsidieontvanger, waarbij de besteding van de getden niet vasttigt; e. bestemmingsreserve: onderdeel van het eigen vermogen van de subsidieontvanger dat bestemd ¡s om toekomstige uitgaven voor beoogde specifieke doeten te bekostigen, waarbij aannemetijk is dat toekomstige middeten daarvoor tekortschieten; f. Europees steunkader: een medede[ing, richtsnoer, kaderregeting, bestuit of vrijstettingsverordening op het gebied van staatssteun, die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, getet op de artiketen 106, derde [id, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgestetd; su bsid ieontvanger afgesproken
g. Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie; h. wet: Atgemene wet bestuursrecht. Artiket 1.2 Reikwijdte verordening
1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het cottege van burgemeester en wethouders, tenzijvoor de verstrekking daarvan een bijzondere subsidie-verordening van kracht is. 2. Ten aanzien van subsidies waarvoor getet op artiket 4:23, derde lid, van de wet geen wettetijke grondstag is vereist kan het cotlege bepaten dat deze verordening geheet of gedeettetijk van toepassing is.
Artiket 1.3 Bevoegdheden van het cottege 1
2
Het cottege is bevoegd te bestuiten op aanvragen om subsidies krachtens deze verordening. Het cottege kan bij nadere subsidieregeting vaststetten welke activiteiten voor subsidie in aanmerking kunnen komen. Voor zover van toepassing wordt hierin tevens bepaatd wetke doetgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden u¡tbetaatd.
Artiket 1.4. Europees steunkader 1
2.
3.
4.
5.
voor zover dat ten behoeve van het votdoen aan een Europees steunkader noodzaketijk is kunnen burgemeester en wethouders bij nadere subsidieregeting afwijken van deze verordening en deze aanvutlen. Bij nadere subsidieregetingen waarbij is bepaatd dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader verwijst de subsidieregeting naar het toepassetijke steunkader. Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is verwijst de vertenings-beschikking naar de toepassetijke bepatingen van het steunkader. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is komen atteen de act¡viteiten, doetstettingen, resuttaten en kosten in aanmerking die votdoen aan de eisen van het toepassetijke steunkader. Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is komen ondernemingen atteen in aanmerking voor subsidies die votdoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Artiket 1 .5 Subsidieptafond 1
De raad stett ¡n de begroting het bedrag vast dat maximaat beschikbaar is voor de
2.
verstrekki ng van subsidies. Het cottege maakt de subsidieptafonds bekend voor aanvang van het tijdvak waarvoor ze zijn vastgestetd.
Artiket 1.6 Verdeting van het subsidieptafond 1
2.
Het cottege maakt bij de bekendmaking van het subsidieptafond tevens bekend op wetke wijze de beschikbare subsidie wordt verdeetd. lndien de beschikbare subsidie wordt verdeetd op grond van het criterium'wie het eerst komt, wie het eerst maatt', dan getdt ats datum van indiening van de subsidieaanvraag de datum waarop de aanvraag vottedig is.
Artikel 1.7 De subsidieontvanger 1
2.
Een subsidie wordt verstrekt aan een natuurtijk persoon of aan een rechtspersoon
ln bijzondere gevatlen kan het cottege in afwijking van het eerste tid subsidie verstrekke n aa n i n ste lti n ge n zon d e r vo tted ige rechtsbevoegd h e id.
HOOFDSTUK 2 DE SUBSIDIEAANVRAAG
Artiket 2.1De aanvraagvoor een budgetsubsidie van € 100.000 of meer
1. Een aanvraag voor een budgetsubsidie van € 100.000 of meer wordt ingediend voor
1
oktober of uitertijk 13 weken voor aanvang van de activiteiten in het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekk¡ng heeft. 2. lndien de aanvraag niet tijd¡g is ingediend kan het cottege bestuiten de aanvraag niet te behandeten. 3. De aanvrager overlegt bij de aanvraag de votgende gegevens en bescheiden: a. een beschrijving van de aard en omvang van de te verrichten activ¡teiten of de te leveren prestaties en de mate waarin deze activiteiten of prestaties bijdragen aan de beteidsdoetstettingen van de gemeente; b. een begroting van baten en lasten betrekking hebbend op het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd met inzicht in de baten en lasten van de activ¡teiten of p restati es waa rvoor su bs id ie wordt aa n gevraagd ; c. tenzij reeds in het bezit van het cottege, de [aatst opgemaakte jaarrekening ats genoemd in artiket 361 van Boek 2 van het Burgertijk Wetboek, dan wel de batans en de staat van baten en lasten en de toetichting daarop of, ats deze bescheiden ontbreken, een verstag over de f inanciëte positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag. De jaarrekening of het verstag van de financiête posit¡e moet voorzien zijn van een controteverktaring van een accountant; d. een overzicht van andere subsidieaanvragen ter zake van dezetfde activiteiten onder vermelding van de stand van zaken; e.
een overzicht van risico's onder vermetding van de maatregelen om deze risico's te ondervangen; f. de voor de aanvrager getdende governance code; g. een overzicht van partners waarmee in ketens of netwerken wordt samengewerkt in het kader van de reatisering van de te subsidiëren activiteiten of prestaties en de wijze waarop deze samenwerking wordt vormgegeven;
h. 4. 5.
6.
een opgave van wijzigingen in de bestuurssamenstetling of *structuur in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het coltege kan ontheffing vertenen van het bepaatde in het derde tid. Bij een eerste aanvraagworden tevens overgelegd: de statuten ats de aanvrager een privaatrechtetijke rechtspersoon is; een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandet; een beschrijving van de organisatievorm voor zover niet at vervat in de statuten; een opgave van de bestuurssamenstelting. Het cottege kan van de subsidie-aanvrager ook andere dan de in dit artiketvermetde gegevens en bescheiden vragen die nodig zijn voor het nemen van een bestissing op de aanvraag en waarover hij redetijkerwijs de beschikking kan krijgen.
a. b. c. d.
Artiket 2.2De aanvraagvoor een budgetsubsidie tot € 100.000
1. Een aanvraag voor een budgetsubsidie tot € 100.000 wordt ingediend voor 1 oktober of uitertijk 13 weken voor aanvang van de activiteiten in het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. 2. lndien de aanvraag niet tijdig is ingediend kan het cottege bestuiten de aanvraag niet te behandeten. 3. De aanvrager overtegt bij de aanvraag de volgende gegevens en bescheiden: a. een beschrijving van de aard en omvang van de te verrichten activiteiten of de te [everen prestaties en de mate waarin deze activiteiten of prestaties bijdragen aan de beteidsdoetsteltingen van de gemeente; b. een begroting van baten en lasten betrekking hebbend op het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd met inzicht in de baten en lasten van de activiteiten of prestati es waa rvoor su bs id ie wordt aa n gevraagd. 4. Het cottege kan binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag bepaten, dat de aanvrager in aanvulting op de in het derde tid genoemde gegevens en bescheiden, een laatst opgemaakte jaarrekening ats genoemd in artiket 361 van Boek 2 van het Burgertijk Wetboek, dan wel de batans en de staat van baten en lasten en de toetichting daarop of, ats deze bescheiden ontbreken, een verstag over de financiëte positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag, verstrekt.
Het cotlege kan bepaten dat de jaarrekening of het verstag over de financiëte positie moet zijn voorzien van een controteverktaring van een accountant. 5. Als voor dezetfde activiteit tevens subsidie is aangevraagd bij één of meer andere instett¡ngen of bestuursorganen, doet de aanvrager daarvan mededeting in de aanvraag onder vermetding van de stand van zaken. 6. Bij een eerste aanvraag worden tevens overgetegd: a. de statuten ats de aanvrager een privaatrechtetijke rechtspersoon is; b. een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandef c. een beschrijving van de organisatievorm voor zover niet at vervat in de statuten; d. een opgave van de bestuurssamenstetting. 7. Het cottege kan van de subsidie-aanvrager ook andere dan de in dit artikel vermetde gegevens en bescheiden vragen die nodig zijn voor het nemen van een bestissing op de aanvraag en waarover hij redetijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Artiket 2.3 De aanvraag voor een waardering- of projectsubsidie
1. Een aanvraag voor een waarderings- of projectsubsidie wordt ingediend tenminste dertien weken voordat met het uitvoeren van de activiteiten een begin wordt gemaakt. Het cottege kan in bijzondere gevatlen eenmatig een andere termijn vaststellen. 2. Het cottege kan in een nadere subsidieregeting ats genoemd in artiket 1.3 , tweede lid, een termijn opnemen die afwijkt van de termijn genoemd in het eerste tid. 3. lndien de aanvraag niet tijdig is ingediend kan het cottege bestuiten de aanvraag niet te behandeten. 4. De aanvrager overtegt bij de aanvraag de votgende gegevens en bescheiden: a. een beschrijving van de aard en omvang van de te verrichten activiteiten of de te leveren prestaties en de mate waarin deze activiteiten of prestaties bijdragen aan de beteidsdoetstettingen van de gemeente; b. een begroting van baten en [asten betrekking hebbend op het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd met inzicht in de baten en lasten van de activ¡teiten of prestaties waarvoor su bsid ie wordt aangevraagd. 5. Ats voor dezetfde activiteit tevens subsidie is aangevraagd bij één of meer andere instettingen of bestuursorganen, doet de aanvrager daarvan mededeting in de aanvraag onder vermetding van de stand van zaken. 6.
Bij een aanvraagvoor een waarderingsubsidie die structureel van aard is, kan het cottege verlangen dat bij de aanvraag voor het votgende jaar een inhoudetijk verstag en een financieel verstag ats bedoetd in artikel 5.3 en 5.4 van het eerdere subsidiejaar worden gevoegd. 7. Bij een aanvraag voor een projectsubsidie kan het cottege binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag bepaten, dat de aanvrager in aanvutting op de in het vierde tid genoemde gegevens en bescheiden: a. een laatst opgemaakte jaarrekening ats genoemd in artiket 361 van Boek 2 van het BurgertijkWetboek, dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toet¡chting daarop of, als deze bescheiden ontbreken, een verstag over de financiëte positie van de aanvrager op het moment van de aanvÍaag, overtegt. Het cottege kan bepaten dat de jaarrekening of het verstag over de financiëte positie moet zijn voorzien van een controteverktaring van een accountant. b. de votgende gegevens overtegt: 1o. statuten als de aanvrager een privaatrechtetijke rechtspersoon is; 2o. een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandet; 3o. een beschrijving van de organisatievorm voor zover niet aI vervat in de statuten;
40. een opgave van de bestuurssamenstetling.
8. Het cottege kan van de subsidie-aanvrager ook andere dan de in dit artikelvermelde gegevens en bescheiden vragen die nodig zijn voor het nemen van een bestissing op de aanvraag en waarover hij redetijkerwijs de beschikking kan krijgen.
HOOFDSTUK 3 DE BESLISSING OP DE AANVRAAG
Artiket 3.1 Beschikk¡ng tot subsidieverlening Met uitzondering van waarderingssubsidies wordt voorafgaande aan het vaststellen van de subsidie een beschikk¡ng tot het verlenen van de subsidie gegeven.
Artiket 3.2 Bestistermijn subsidievertening
1. Het cottege bestist binnen dertien weken op een aanvraag ats genoemd in de art¡keten 2.1,2.2 en 2.3.
2. De bestissing kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verdaagd. 3. De bestistermijn voor een aanvraag ats genoemd in de artiketen 2.1 en2.2vanglaan na de uiterste indieningstermijn van 1 oktober. De beslistermijn voor een aanvraag ats genoemd in artiket 2.3 vangt aan na ontvangst van de aanvraag. 4. Het cottege kan in een nadere subsidieregeting ats genoemd in artiket 1.3 , tweede lid, een afwijkende bestistermijn opnemen. 5. lndien de aanvrager opnieuw subsidie aanvraagt voor dezetfde of in hoofdzaak dezetfde activiteiten ats waarvoor hem reeds voorafgaande aan die aanvraag subsidie is verteend, en die subsidie is nog niet vastgestetd, is het cottege bevoegd de bestistermijn voor de nieuwe aanvraag op te schorten. De termijn wordt opgeschort met ¡ngang van de dag waarop het cottege de aanvrager in kennis stelt van zijn bestissing tot opschorting tot de dag waarop de aanvrager een votledige aanvraag tot vaststetting van de eerder verleende subsidie indient. 6. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artiket 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemetd bijde Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbestissing heeft genomen.
Artiket 3.3 Tijdvak periode meerjarensubsidie Het tijdvak dat wordt vermeld in de beschikking tot het vertenen van subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middeten is ten hoogste vler jaar. Het cottege kan in bijzondere gevatten een [angere termijn vaststetten.
Arti ket 3.4 Wei geri ngsgronden bij su bsidieverstrekki ng De subsidie kan naast de in de artikel 4:25, tweede lid, en artiket 4:35 van de wet genoemde gronden in ieder gevaI worden geweigerd indien naar het oordeet van het cottege:
a. de prestaties of activiteiten van de aanvrager onvoldoende bijdragen aan de beleidsdoetstettingen van de gemeente;
b. de aanvrager niet werkt op basis van good governance of onvotdoende de voor hem getdende eigen code of branchecode voor good governance, of indien van toepassing de
door het cottege vastgestetde voorwaarden voor good governance nateeft; c. de aanvrager een n¡et stu¡tende begroting indient; d. de aanvrager niet beschikt over een adequaat risicomanagementsysteem dat inzicht geeft in de risico's en de daarvoor te nemen beheersmaatregeten, noch over een algemene reserve van 1Oo/o van de jaaromzet; e. de aanvrager zich onvoldoende inspant om eigen aanvultende inkomsten te verwerven voor het verrichten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
f. de aanvrager onvotdoende samenwerkt in ketens of netwerken met andere partners ter reatisering van de activiteiten en het behaten van de doetstettingen;
g. de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artike[ 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgestetd dat verstrekking van de subsidie verenigbaar is met de interne markt; h. de te subsidiëren activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; i. de aanvrager zijn aanbod niet openstelt voor atte groeperingen door onderscheid te maken naar teeftijd, ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuete geaardheid, tenzij sprake is van op een specifieke doetgroep gericht gemeentetijk beteid; j. de subsidieverstrekking niet past binnen het door de raad vastgestetd beteid; k. de aanvrager doetsteltingen beoogt of activiteiten zaI ontptooien die in strijd zijn met de wet, het atgemeen betang of de openbare orde; l. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over votdoende getden, hetzij eigen middeten, hetzij middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; m. de aanvrager de maatschappetijke behoefte aan de activiteiten niet aannemetijk kan maken; n. een doubture ontstaat met activiteiten van een atdoor de gemeente gesubsidieerde (rechts)persoon; o.
de door de aanvrager aan de deetnemers van de activiteiten gevraagde eigen bijdrage zo Laag is gestetd, dat door een redetijke verhoging hiervan subsidievertening achterwege kan btijven; p. de aanvrager niet bereid is bij de bekendmaking van zijn activiteitenprogramma of d ienstverteningsaan bod de gemeente Deventer a [s su bsid ¡everstrekker te vermetden. q. Onverminderd het eerste tid weigert het cottege de subsidie in ieder geval ats: - de Europese Commissie overeenkomstig artiket 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; - het betreft een aanvrager tegen wie een beveI tot terugvordering uitstaat ingevotge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappetijke markt is verktaard.
H OOFDSTU K 4 VE RPLI CHTI N GEN SU BSI D I EO NTVAN GE R
Artiket 4. 1 Uitvoeringsovereenkomst Aan de beschikking tot verlening van een budgetsubsidie kan de voorwaarde worden verbonden dat de subsidieontvanger medewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot subsidievertening ats genoemd in artiket 4:36 van de wet.
Artiket 4.2 Rapportage- en informatiepticht 1
De subsidieontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer en voor een periode van een jaar of tanger zendt voor 1 juti van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft of binnen 6 maanden na start van de act¡viteiten of project, een tussentijdse rapportage
aan het cotlege, waarin informatie wordt gegeven over de verrichte activiteiten en prestaties van het eerste hatf jaar, de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven en een prognose voor het tweede hatf jaar. Het cottege kan nadere eisen stetten aan de
2.
3.
4.
rapportage. Uitertijk 1 maart van het jaar votgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft of 3 maanden na afloop van de activiteiten of project, zendt de ontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer aan het cottege tevens een rapportage, waarin over het betreffende subsidiejaar informatie wordt gegeven over de geteverde prestat¡es en behaatde resuttaten voorzien van een toetichting op eventuete afwijkingen ten opzichte van de nagestreefde prestaties en resuttaten en over de voortopige jaarcijfers voorzien van een toetichting op eventuete financiëte afwijkingen ten opzichte van de begroting. Het cottege kan nadere eisen stelten aan de rapportage. Het cottege kan in de beschikking tot subsidievertening ontheffing verlenen van de verptichtingen vermetd in het eerste en tweede tid. De subsidieontvanger informeert het cottege onverwijtd over aanmerketijke verschilten die zijn of dreigen te ontstaan tussen de werketijke en begrote uitgaven en inkomsten gedurende het subsidietijdvak onder vermetding van de oorzaak daarvan.
Artikel 4.3 Administrat¡e subsidieontvanger
1. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te atten tijde de voor de vaststetting van de subsidie van betang zijnde rechten en verptichtingen alsmede de betatingen en ontvangsten kunnen worden vastgestetd. 2. De subsidieontvanger verteent aan de door of namens het cotlege aangewezen ambtenaren of deskundigen inzage in de administratie, als dit naar de mening van het cottege nodig is voor het vormen van een oordeel over de bested¡ng van de verstrekte subsidie. 3. Bij subsidies van € 100.000 of meer bewaart de subsidieontvanger de administratie ats genoemd in het eerste tid en de daartoe behorende bescheiden gedurende zeven jaren.
Arti kel 4.4 Vera ntwoorden waarderi ngssu bsidies Bij waarderingssubsidies kan het cottege de subsidieontvanger verptichten binnen zes maanden
na aftoop van de activiteit dan wel het tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt aan te tonen dat
de activiteiten hebben ptaatsgevonden overeenkomstig de verptichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. Hierbijoverlegt hijde in de artiketen 5.3 en 5.4 genoemde bescheiden.
Artiket 4.5 Vorming algemene reserve
1. De ontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer vormt een atgemene reserve voor het kunnen opvangen van f inanciëte tegenvatters.
2. De vorming van de maximale hoogte van de atgemene reserve wordt in de beschikking tot subsidievertening of in de uitvoeringsovereenkomst ats genoemd in artiket 4.1 vastgestetd.
3. De ontvanger van een subsldie van € 100.000 of meer die niet beschikt over een adequaat risicomanagementsysteem dat inzicht geeft in de risico's en de daarvoor te nemen beheersmaatregeten vormt een atgemene reserve van 1Oo/o van de jaaromzet. 4. Het coltege kan in de beschikking tot subsidievertening ontheffing verlenen van de verptichtingen ats vermetd in het eerste en derde tid. ln dat geval kan het cottege in de beschikking nadere verptichtingen opnemen met betrekking tot de reservepositie en het risicomanagement van de betrokken organisatie. 5. lndien de atgemene reserve de minimaat benodigde omvang in betangrijke mate overstijgt kan het cottege dit betrekken bij het bepaten van de hoogte van de subsid ieverteni ng voor toekomstige tijdvakken.
Artiket 4.6 Meldingspticht bij subsidies van € 100.000 of meer
1. De ontvanger van een subsidie van € 100.000 of meer informeert het cottege onverwijtd schriftelijk over de votgende handetingen: a. het oprichten van dan wel deetnemen in een rechtspersoon; b. het wijzigen van de statuten; c. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven met subsidiegetden, dan wetde [asten daarvoor mede worden bekostigd uit subsidiegetden; d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheet of gedeettetijk zijn verworven met subsidiegetden dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd met subsidiegetden; e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van getdtening; f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstetting met inbegrip van zekerheidsstetting voor schulden van derden of waarbij hij zich ats borg of hoofdetijk medeschutdenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; g. het ontb¡nden van de rechtspersoon; h. het doen van aangifte tot zijn faittissement of het aanvragen van zijn surséance van betating; i. wijzigingen in de samenstetting van het bestuur; j. De vorming van een bestemmingsreserve voor de reatisering van prestaties en activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt. 2.
Het cottege kan in de beschikking tot subsidievertening bepaten dat de subsidieontvanger de voorafgaande schriftetijke toestemming van het cottege behoeft voor één of meer van de in het eerste lid genoemde handetingen. 3. Het coltege bestist binnen drie weken op een aanvraag om toestemming ats bedoetd in het tweede tid en kan deze termijn eenmatig met ten hoogste drie weken verdagen. 4. Bij niet tijdig bestissen is de toestemming van rechtswege gegeven. 5. Het cottege kan aan de toestemming voorschriften verbinden.
Artiket 4.7 Vergoeding vermogenswaarden van subsidies
1. Voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geteid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger een vergoeding verschutdigd aan het cottege in gevat: a. de gesubsidieerde activiteiten geheet of gedeettetijk worden beëindigd;
b. c.
4.
de subsidieverlening of subsidievaststetting wordt ingetrokken; de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart, of de bestemming daarvan wijzigt; de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. De vergoedingspticht geldt naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de investeri ng heeft bijged ragen. Bij de bepating van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de zaken en andere vermogensbestanddeten op het tijdstip waarop de vergoeding verschutdigd wordt, met dien verstande dat in gevat van ontvangst van schadevergoeding voor verties of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat ats schadevergoed ing door de subsid ieontvanger wordt ontvangen. lndien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepating door een
5.
onaf h an ketij ke d esku nd ge. D¡t art¡ket is niet van toepassing in die gevatten waarin de activiteiten door een derde
2. 3.
d.
i
worden voortgezet en activa en passiva met toestemming van het cottege tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.
Artiket 4.8 N¡et-doelgebonden verptichting ats bedoetd in artiket 4:39 van de wet Het cotlege kan aan de beschikking tot subsidievertening verptichtingen verbinden met betrekking tot sociaI return, waaronder het inschaketen van leertingen, vrijwittigers of personen met een uitkering.
HOOFDSTUK 5 DE SUBSIDIEVASTSTELLI NG
Artiket 5.1 Aanvraag tot subsidievaststelting van projectsubsidies
1. De ontvanger van een projectsubsidie van minder dan € 1OO.O0O dient binnen drie maanden na aftoop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verteend, een aanvraagtot het vaststetten van subsidie in, tenzij in de beschikking tot subsidievertening een andere termijn is vermeld. 2. De ontvanger van een projectsubsidie van €100.000 of meer dient binnen zes maanden na af loop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verteend, een aanvraag tot het vaststetlen van subsidie in, tenzij in de beschikking tot subsidievertening een andere termijn is vermetd. 3. Bij de aanvraag overtegt de subsidieontvanger een inhoudetijk verstag en een financieet verstag ats genoemd in de artiketen 5.3 tot en met 5.5. ln de beschikking tot subsidievertening kunnen aan de verstagtegging eisen worden gestetd met betrekk¡ng tot inhoud en vorm. 4. ln afwijking van het derde tid kan het cotlege bepaten dat in ptaats van een financieet verslag een jaarrekening wordt overgetegd.
Artiket 5.2 Aanvraag tot subsidievaststett¡ng van budgetsubsidies
1. De ontvanger van een budgetsubsidie dient binnen zes maanden na af toop van het tijdvak waarvoor subsidie is verteend, een aanvraag tot het vaststetten van subsidie in, tenzij in de beschikking tot subsidievertening een andere termijn is vermetd. 2. Bij de aanvraag overtegt de subsidieontvanger een inhoudetijk verstag en een financieel verstag ats genoemd in de artikelen 5.3 tot en met 5.5. ln de beschikking tot subsidievertening kunnen aan de verstagtegging eisen worden gestetd met betrekking tot inhoud en vorm. 3. ln afwijking van het tweede tid kan het cottege bepaten dat in ptaats van een financieel verstag een jaarrekening wordt overgetegd.
Artiket 5.3 Het inhoudelijk verslag Het inhoudetijk verstag beschrijft de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verteend, vergetijkt de nagestreefde en gereatiseerde doelsteltingen en geeft een toelichting op de verschitten.
Artiket 5.4 Het financieel verslag Het financieel verstag beschrijft de uitgaven die met de subsidie zijn gedaan, vergetijkt deze met de bij de subsidieaanvraag ¡ngediende begroting en geeft een toetichting op de verschilten.
Artiket 5.5 Inhoud financieeI verstag budgetsubsidies
1. lndien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontteent aan de subsidie omvat het financiëte verstag de balans en de exptoitatierekening met de toetichting en zijn het tweede tot en met vijfde lid onverkort van toepassing.
2. Het financiëte verstag geeft volgens normen die in het maatschappetijk verkeer ats aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent:
a. b.
het vermogen en het exptoitatiesatdo, en voor zover de aard van het financiëte verstag dat toetaat, omtrent de sotvabititeit en de tiquiditeit van de subsidieontvanger.
3. De batans met de toetichting geeft getrouw, duidetijk en stetsetmat¡g de grootte en de samenstetling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer.
4. De exploitatierekening met de toel.ichting geeft getrouw, duidetijk en stetsetmatig de grootte van het exploitatiesatdo van het boekjaar weer.
5. Het financiëte verstag stuit aan op de begroting waarvoor subsidie is verteend en behelst een vergetijking met de gereatiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar,voorafgaand
aan het boekjaar
6. lndien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie kan bij bijzondere subsidieverordening of bij de subsidievertening worden bepaatd dat het tweede tot en met vijfde tid van toepassing zijn.
Artiket 5.6 Verktaring van een accountant bij project- en budgetsubsidies van € 100.000 of meer
1. lndien een project- of budgetsubsidie is verteend voor een bedrag tussen € 100.000 en €
2.
3.
4.
5.
250.000, dan weI ats de subsidieontvanger tegelijkertijd meerdere subsidies ontvangt van het cottege voor in totaal tussen € 100.000 en € 250.000, wordt in aanvutting op het bepaatde in de artiketen 5.1 en 5.2 bij de aanvraag tot subsidievaststetting een sa menstetti ngs- of beoo rd eli n gsverkta ri n g overgetegd. lndien een project- of budgetsubsidie is verleend voor bedrag van € 250.000 of meer, dan wel ats de subsidieontvanger tegetijkertijd meerdere subsidies ontvangt van het cottege voor in totaal € 250.000 of meer, wordt in aanvutting op het bepaatde in de artiketen 5.1 en 5.2 bij de aanvraag tot subsidievaststetting een controteverktaring van een accountant overtegd. De in het tweede tid bedoetde controteverktaring en de daartoe uit te voeren controleopdracht richt zich op de getrouwheid en rechtmatigheid van het financieet verstag of de jaarrekening ats bedoetd in artiket S.4 en S.S. Bij de vertening van de subsidie kan het cottege aanvuttend bepaten dat de in het tweede tid bedoetde controteverktaring en de daartoe uit te voeren controteopdracht wordt uitgebreid, waarbij aanwijzingen kunnen worden gegeven over de reikwijdte en diepgang daarvan. Het cottege kan ontheffing vertenen van de in het eerste en tweede tid genoemde
verptichting. 6. Nadere voorschriften omtrent het onderzoek door de accountant worden vastgetegd ¡n het door het cottege vast te stetlen Verantwoordings- en accountantsprotocot.
Artiket 5.7 Verklaring van een accountant bij projectsubsidies en bij budgetsubsidies tot € 100.000
1. ln de beschikking tot vertening van een project- of budgetsubsidie tot een bedrag van €100.000 kan het cottege bepaten dat in aanvutling op het bepaatde in de artikelen 5.1 of 5.2 bij de aanvraag tot vaststelting van de subsidie een verktaring van een accountant wordt overgelegd. 2, lngeval het eerste tid wordt toegepast is artiket 5.6 van toepassing.
Artiket 5.8 Niet tijdig overteggen van de verktaring van een accountant
1. lndien de subsidieontvanger redetijkerwijs niet in staat is binnen de in artikel 5.2, eerste lid, of indien van toepassing, artikel 5.1, eerste lid, genoemde termijn bij de aanvraag tot subsidievaststett¡ng een verklaringvan een accountant ats genoemd in artiket 5.5 of, indien van toepassing, artike[ 5.6 te overleggen, is het cottege desondanks bevoegd een bestissing op deze aanvraag te nemen. ln dat geval wordt na vaststetting van de subsidie de vereiste verklaring alsnog zo spoedig mogetijk door de subsidieontvanger overgetegd. Deze verplichting wordt verbonden aan de beschikking tot subsidievaststetting. 2. lndien de subsidieontvanger na vaststetting van de subsidie een niet-goedkeurende verktaring van een accountant overlegt, is het cottege bevoegd de beschikking tot
vaststetting van de subsidie geheet of gedeettetijk in te trekken en de vastgestetde en inmiddets betaatde subsidie geheet of gedeettetijk terug te vorderen.
Arti ket 5.9 Bestistermij n su bsid ievaststett¡ ng
1. Het cottege bestist binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststetting van de subsidie.
2. De bestissing kan eenmaaI met ten hoogste vier weken worden verdaagd. 3. Het cottege kan in een nadere subsidieregeting ats genoemd in artiket 1.3 , tweede lid, een afwijkende bestistermijn opnemen.
HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN
Artiket 6.1 lntrekken, wijzigen en lager vaststelten subsidie
1. Onverminderd het bepaatde in de artiketen 4:48,4:49 en 4:50 van de wet en het bepaatde in artiket 5.8, tweede lid, van deze verordening kan het coltege de subsidievertening of - vaststetting intrekken of wijzigen ats: a. bestag op het vermogen of een deel van het vermogen vân de subsidieontvanger is getegd;
b.
de subsidieontvanger surséance van betating is verteend of in staat van fa i tlissement is ver-ktaard ;
c.
de activiteit of een deel van de activiteit in strijd is met fundamentele
rechtsbeginseten. 2. Het cotlege trekt de subsidievertening of -vaststetting in en vordert het subsidiebedrag met rente terug ats dit noodzaketijk is ter uitvoering van een terugvorderingsbestuit van de Europese Commissie of een onherroepetijke rechtertijke uitspraak. 3. lndien de subsidieontvanger bij het verrichten van de gesubsidieerde activiteiten meer inkomsten heeft verworven of minder kosten heeft gemaakt dan ten t¡jde van de subsidievertening was vermetd of voorzien en hij naar het oordeel van het cottege deze activ¡teiten daardoor achteraf gezien ook zonder of met minder subsidie zou hebben kunnen verrichten, is het cottege bevoegd bij de subsidievaststelting de verworven inkomsten of mindere kosten op de verteende subsidie in mindering te brengen en het dientengevolge teveet aan verteende subsidie terug te vorderen.
Artiket 6.2 Voorschotten
1. Het coltege kan vooruittopend op de betating van de subsidie voorschotten verlenen. 2. ln de beschikking tot subsidieverlening wordt vermeld of en op wetke wijze de voorschotten worden betaa Ld.
HOOFDSTUK 7 SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
Artiket 7.1 Hardheidsclausute
Het cottege kan in bijzondere gevatten het bepaatde in deze verordening ten gunste van betanghebbenden buiten toepassing laten of daarvan afwijken, indien strikte toepassing ervan teidt tot een onbittijkheid van overwegende aard.
Artikel 7.2 lnwerkingtreding
1. Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 september 2026
2. De Algemene Subsidieverordening Deventer, vastgestetd op 27 mei 2016 en in werking getreden op 1 januari 2017 , wordt ingetrokken.
Arti ket 7.3 Overgangsbepati ngen
1. Op subsidies die zijn verteend vóór de in artiket 7.2, eerste lid, genoemde datum, maar op die datum nog niet zijn vastgestetd, btijft de in artikel 7.2, tweede lid, genoemde verordening van kracht. 2. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór de in artiket 7.2, eerste tid, genoemde datum, maar waarop op die datum nog niet is bestist, is deze verordening van kracht.
Arti ket 7.4 Citeertitet Deze verordening wordt aangehaatd ats: Atgemene subsidieverordening Deventer.
Ondertekening A|dus yasfgesteld in de openbare raadsvergaderingvan 20 mei2026.
De de
voornoemd, de voorzitter,
1,\c> A.
R.C. König
TOELICHTI NG BI'l DE ALGEM ENE SUBSIDI EVERORDEN ING DEVENTER 1. ALGEMEEN
Titel4.2 en A. Algemene wet bestuursrecht Op 1 januari 1998 is titet 4.2van de Atgemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in werking getreden ats onderdeet van de derde tranche van deze wet. Tite[ 4.2van de Awb geeft in 60 artiketen een atgemeen wettetijk kader voor de verstrekking van subsidies door de overheid. Daarmee heeft de wetgever beoogd het voor 1998 bestaande ondoorzichtige en diverse subsidierecht te uniformeren en van een deugdetijke en hetdere juridische structuur te voorzien. Daarnaast moet de wettetijke regeting in de Awb bijdragen aan een betere beheersbaarheid van de overheidsuitgaven. Op 1 juti 2009 is titet 4.4 van de Awb in werking getreden ats onderdeel van de vierde tranche van deze wet. Titel 4.4.van de Awb geeft een atgemeen wettetijk kader voor bestuursrechtetijke getdschulden, waaronder ook subsidies vatlen. Zo bevat titet 4.4 van de Awb regets over de betating, verrekening, voorschot-vertening, verzuim en wettetijke rente, verjaring, aanmanen en invorderen bij dwangbevet van bestuursrechtetijke getdschulden. De eis van een wettetijke grondstag Een belangrijk uitgangspunt van titet4.2 van de Awb is dat subsidies stechts worden verstrekt
door een bestuursorgaan op basis van een wettelijkvoorschrift, dat regett voor welke act¡v¡teiten subsidie kan worden verstrekt (art.4:23 tid 1 Awb) De eis van een wettetijke grondstag voor de verstrekking van subsidies wordt gestetd vanwege de
democratische tegitimatie, rechtszekerheid, rechtsgetijkheid en de verantwoording en beheersing van overheidsuitgaven. De betangrijkste uitzonderingen op de eis van een wettetijke grondstag zijn (artiket 4:23 tid 3 Awb): 1.
subsidiëring op basis van de begroting, mits de begroting vermeldt:
a. de subsidie-ontvanger en
b. het maximum bedrag; 2. subsidiêring in afwachting van een wettetijk voorschrift, gedurende ten hoogste een jaar
(spoedeisende subsidie); 3. incidentete subsidies, mits voor ten hoogste vier jaar verstrekt. Opmerking verdient dat de Atgemene subsidieverordening Deventer (hierna: ASV) niet getdt ats wettetijk voorschrift als bedoetd in artiket 4:23, eerste lid, van de Awb, omdat deze verordening niet regett voor wetke concrete activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Vandaar dat deze verordening in artiket 1.3, tweede lid, het cottege de bevoegdheid geeft nadere subsidieregetingen vast te stelten waarin in ieder gevaI de te subsidiëren activiteiten worden omschreven. ln dat kader wordt gesproken over gedetegeerde regetgeving. Nadere subsidieregel.ingen vatlen onder'wettetijk voorschrift'als bedoetd in artiket 4:23, eerste lid, van de Awb. ln de ASV is de hoofdstructuur van het subsidieproces neergetegd. De beteidsinhoudetijke etementen worden vervotgens in door het cottege vast te stelten en naast de ASV getdende nad ere su bsid ieregeti ngen neergetegd. ln een nadere subsidieregeting kan daar waar de ASV dat uitdrukketijk toestaat op onderdelen worden afgeweken van de hoofdregets zoals neergetegd in de ASV. Hierbij kan worden gedacht
aan de vereisten voor de indiening van subsidieaanvragen en de voor deze aanvragen getdende bestistermijnen (zie de artiketen 2.3, tweede lid, 3.2, vierde lid, en 5.9, derde lid, van de ASV). Hierdoor is het mogetijk een subsidieregeting op maat te snijden. Het is overigens van betang om op te merken dat tang niet atte spetregets die betrekking hebben op de verstrekking van subsidies door de gemeente Deventer zijn terug te vinden in deze
subsidieverordening. De ASV zat nametijk attijd toegepast moeten worden samen met t¡tet 4.2 en t¡tet 4.4.van de Awb. Het is nametijk niet de bedoeting atte retevante bepatingen uit deze titets te herhaten in de gemeentetijke subsidieverordening. Deze verordening mag met andere woorden geen doubture zijn van de wet. Daar komt bij dat ook
veel regets voor de verstrekking van subsidies zijn opgenomen in door het cottege vast te stetten nadere subsidieregetingen en eventueet in beteidsregets. De ASV is in hoofdzaak een procedureverordening. Dat betekent dat bij de verstrekking van subsidies meerdere regetingen naast etkaar geraadpteegd en toegepast zutten moeten worden.
Het materiëte subsidiebegrip in de Awb Votgens artiket 4:21, eerste lid, van de Awb wordt onder subsidie verstaan: De aanspraak op financiële middelen, door een bestuu rsorgaan verstrekt met het oog op
bepaalde activiteiten van de aanvrage6 anders dan als betalingvoor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. De Awb hanteert een materieet subsidiebegrip: is aan de omschrijving van artiket 4:21, eerste
lid, van de Awb votdaan, dan is sprake van subsidie, ongeacht de aanduiding die wordt gebruikt, zoats bijdrage, tegemoetkoming, verstrekking, sponsoring, etc. Niet de naam, maar de inhoud is bepatend of sprake is van subsidie of niet. Votgens de definitie van artikel 4:21 lid 1 Awb zijn betatingen voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten niet aan te merken ats subsidies. Hiermee is beoogd
commerciëte transacties (inkoop) buiten het subsidiebegrip te houden. Ook geen subsidies zijn verstrekkingen in natura (bijvoorbeetd gratis gebruik van een
gemeentetijke sporthat), getdstromen binnen één rechtspersoon, inkomensvoorzieningen, zoats
sociate uitkeringen, huursubsidie en studiefinanciering, schadevergoeding, contributie en de kwijtschetding van een betasting- of premieschutd. Het proces van subsidieverstrekkingvolgens de Awb Het subsidieproces in de Awb wordt aangeduid met de term subsidieverstrekking. Binnen dit proces worden standaard drie rechtsmomenten onderscheiden, te weten: 1 . de
subsidievertening;
2. de subsidievaststelting; 3. de subsidiebetating.
De subsidievertening: Deze term is gereserveerd voor het bestuit (beschikking) waarbij subsidie (op aanvraag)wordt toegekend voor bepaalde - vaak toekomstige - activiteiten. De betekenis ervan is dat de
aanvrager een rechtens afdwingbare voorwaardelijke aanspraak op financiëte middeten krijgt, mits hijde gesubsidieerde activiteiten daadwerketijk uitvoert en hijzich houdt aan de bijde subsidievertening opgetegde verpticht¡ngen. Het bestuursorgaan gaat hiermee een financiëte verptichting aan, waar het in principe niet op terug kan komen. Bij de subsidieverlening kunnen vooruittopend op de subsidievaststett¡ng en -betaling voorschotten worden verteend. Het bestuit tot subsidievertening is een besluit in de zin van artikel 1:3 tid 1 Awb en is dus vatbaar voor bezwaar. De subsidievertening is geregetd in de artiketen 4:29 tot en met 4:36 van de Awb. De subsidievaststell¡ng: Bij dit bestuit (beschikking) wordt de subsidie na het afteggen van rekening en verantwoording
door de subsidie-ontvanger (op aanvraag) definitief vastgestetd door het bestuursorgaan en ontstaat een aanspraak op betating (arl.4:45 Awb). Aan dit bestuit kan een bestuit tot subsldieverlening voorafgaan. Ook komt het voor dat de rechtsmomenten subsidievertening en subsidievaststetting samenvatten (art. 4:29 Awb). Uitgangspunt is dat de subsidie wordt vastgestetd overeenkomstig het bedrag van de vertening (arl. 4:46 tid 1 Awb). Een lagere vaststetting is mogetijk op de gronden genoemd in artiket 4:46 tid 2 Awb (bijvoorbeetd wanneer de activiteiten niet of niet geheet hebben ptaatsvonden). Het bestuit tot subsidievaststetting is eveneens vatbaar voor bezwaar. Na de vaststetting is wijziging of intrekking van de subsidievertening niet meer mogetijk. De subsidievaststett¡ng is geregetd in de artikelen 4:42 tot en mel 4:47 van de Awb.
De subsidiebetating: De vaststelting van de subsidie geeft recht op betating onder verrekening van reeds betaatde
voorschotten. De betating wordt gezien als een rechtshandeting naar burgertijk recht. Geschitten over de betating moeten daarom worden voorgetegd aan de burgertijke rechter. De subsidiebetating is geregetd in de artiketen 4:52 tot en met 4:56 van de Awb. De vertening van voorschotten is niet geregetd in de subsidietitet van de Awb, maar in titet 4.4inzake bestuursrechtetijke getdschutden. Artiket 4:95, eerste lid, van de Awb bepaatt dat het bestuursorgaan vooruittopend op de vaststetting van een verptichting tot betat¡ng van een getdsom een voorschot kan vertenen indien redetijkerwijs kan worden aangenomen dat een verptichting tot betat¡ng zaI worden vastgestetd, tenzij bij wettetijk voorschrift anders is bepaatd. Zoats vermetd geeft uitstuitend de beschikking tot subsidievaststett¡ng recht op betating van de subsidie. Voorschotverlening loopt vooruit op dat recht. Voor het vertenen van een voorschot is vereist dat er tevens een verteningsbeschikking is genomen op basis waarvan aanspraak op subsidie bestaat. Stechts dan gel,dt dat redetijkerwijs kan worden aangenomen dat een verptichting tot beta ting za I worden vastgestetd. 2. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTI NG
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel l.l ln dit artikel worden de drie subsidiesoorten waarop de ASV betrekking geeft gedefinieerd. De ASV onderscheidt en definieert drie subsidiesoorten: budgetsubsidies, projectsubsidies en
waarderings-subsidies. Etke subsidiesoort kent zijn eigen regeting van aanvragen, vertenen en vaststetlen.
Het begrip subsidie is gedef inieerd in artikel4:21 , eerste [id, van de Awb. Zie hiervoor het Atgemeen deeI van deze toetichting.
Artikel l.2 De ASV is van toepassing op atte door het cottege te verstrekken subsidies, tenzij daarvoor een bijzondere door de raad vastgestetde subsidieverordening van kracht is. Op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb getdt het vereiste van een wettetijke grondstag niet voor
spoedeisende subsidies, subsidies op basis van een Europees programma, begrotingspostsubsidies en voor incidentete subsidies. Omdat bij dit soort subsidies wel behoefte kan bestaan aan een ondertiggende regeting bepaatt het tweede tid van artiket 1.2 da| het cottege de ASV daar geheet of gedeel.tetijk op van toepassing kan verktaren.
Artiket 1.3 ln het eerste lid van dit artiket kent de gemeenteraad de bevoegdheid om subsidie te verstrekken toe aan het cottege. Zoats in het Atgemeen deet van deze toetichting is aangegeven getdt de ASV niet ats wettetijk voorschrift ats bedoetd in artiket 4:23van de Awb, omdat deze verordening niet regett voor wetke concrete activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Vandaar dat deze verordening in artiket 1.3, tweede [id, het coltege opdraagt nadere subsidieregetingen vast te stetten waarin in ieder gevat de te subsidiëren activiteiten worden omschreven. ln de ASV wordt de hoofdstructuur van het subsidieproces neergetegd. De beteidsinhoudetijke etementen worden vervotgens in door het cottege vast te stetlen en naast de ASV getdende nadere subsidieregetingen neergetegd. ln een nadere subsidieregeting kan daar waar de ASV dat uitdrukketijk toestaat op onderdeten worden afgeweken van de hoofdregets zoats neergetegd in de ASV. Hierbij kan worden gedacht aan vereisten voor de indiening van subsidieaanvragen en de voor subsidieaanvragen getdende bestistermijnen. Hierdoor is het mogetijk een subsidieregeting op maat te snijden.
Artiket 1.4 Bij subsidieverstrekking aan een onderneming kan sprake zijn van staatssteun ats bedoetd in
artiket 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Een onderneming is etke eenheid die een economische activiteit uitoefent. Onder een economische activite¡t vatt etke activiteit die bestaat uit het aanbieden van goederen en diensten op een bepaatde markt. Om subsidies daar waar nodig onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie in een nadere subsidieregeting op het toepassetijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV of dat deze wordt aangevutd. Het eerste tid maakt het cottege daartoe bevoegd. Onder een Europees steunkader wordt verstaan een mededeting, richtsnoer, kaderregeting, bestuit of vrijstettingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, getet op de artiketen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgestetd Het tweede en derde lid van artiket 1.4 ASV zijn een uitvtoeiset van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregetingen en -beschikkingen die gebruik maken van een Europees steunkader, het toepassetijke kader expticiet wordt vermetd.
Ats sprake is van steun die vatt onder een Europees steunkader, kunnen atleen de activiteiten, doetstettingen, resuttaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die votdoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (tid 4)
Op grond van de de-minimisverordening kunnen decentrale overheden ondernemingen over een periode van 3 betastingjaren tot € 200.000 steunen verlenen zonder dat dit staatssteun optevert. Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen onderneming atteen in aanmerking voor subsidies die votdoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening (tid 5)
Artiket 1.5 Het subsidieptafond is een betangrijk instrument in handen van de gemeente om de uitgaven voor subsid¡es te beheersen. Wordt nametijk aan de subsidievoorwaarden vo[daan, dan heeft de aanvrager in beginset aanspraak op subsidie en kan het ontbreken van votdoende financiëte middeten hem niet worden tegengeworpen. Een subsidieptafond beperkt de aanspraken op subsidie tot een nader te bepalen bedrag. ls het ptafond bereikt, dan levert dat een verptichte weigeringsgrond voor de subsidie op (art. 4:25lid 2 Awb). Daarmee wordt een zogeheten openeinde-regeting voorkomen. Artiket 4:22 Awb omschrijft het subsidieptafond ats: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking
van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. De wettetijke regeting van het subsidieptafond is opgenomen in de artiketen 4:25 tot en mel4'.28
van de Awb. Artikel4:25, eerste lid, van de Awb bepaatt dat een subsidieptafond stechts bijof krachtens wettetijk voorschrift kan worden vastgestetd. ln de ASV is gekozen voor de optie ' krachtens wettetijk voorsch rift'. Zo bepaatt het eerste tid van artiket 1.5 ASV dat de raad in de begroting de bedragen vaststett die ten hoogste beschikbaar zijn voor de verstrekking van subsidies. Deze bedragen getden ats
subsidieptafond en moeten ats zodanig openbaar bekend worden gemaakt. H et begroti n gsvoo rbeh oud
Een ander beheersinstrument dan hier verme[ding behoeft is het begrotingsvoorbehoud. ln dat geval wordt de subsidie verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgestetd of
goedgekeurd onder de voorwaarde dat votdoende getden ter beschikking worden gestetd (art. 4:34 tid 1 Awb). De voorwaarde vervatt ats het cotl.ege niet binnen vier weken na vaststett¡ng of goedkeuring van de begroting op deze voorwaarde een beroep heeft gedaan (art. 4:34 tid 3 Awb). Bij het inroepen van het begrotingsvoorbehoud is daarnaast vereist dat de beschikking tot subsidievertening nadrukketijk wordt ingetrokken of gewijzigd. Aangezien de bevoegdheid een begrotingsvoorbehoud te maken rechtstreeks uit de Awb voortvloeit, behoeft de ASV op dat punt geen regeting.
Artiket 1.6 Artiket 4:26, eerste lid, van de Awb bepaatt dat bij of krachtens wettetijk voorschrift wordt bepaatd hoe het beschikbare bedrag wordt verdeetd. Ook op dit onderdeet is in de ASV gekozen voor de optie'krachtens wettetijk voorschr¡ft'. Het eerste [id van artiket 1.6 bepaatt nametijk dat het cottege bij de (openbare) bekendmaking van het subsidieptafond tevens bekendmaakt op wetke wijze de beschikbare subsidie wordt verdeetd. Het eerste tid van artiket 1.6 ASV laat de wijze van verdeting over aan het cottege. Gekozen kan worden voor een systeem van 'wie het eerst komt, wie het eerst maatt'. Een andere mogetijkheid is een tendersysteem, waarbij aanvragen voor een bepaatd tijdstip moeten worden ingediend,
waarna op grond van kwalitatieve criteria een rangorde kan worden bepaatd. Die criteria kunnen worden opgenomen in het wettetijk voorschrift zetf, maar ook in een daarop gebaseerd ptan of programma. Een tendersysteem maakt het mogetijk om de kwatitatief beste aanvragen met voorrang te honoreren. Het tweede tid van artiket 1 .6 bepaatt: lndien de beschikbare subsidie wordt verdeetd op grond van het criterium'Wie het eerst komt, wie het eerst maalt', dan geldt als datum van indieningvan
de subsldie aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is. ln de praktijk rijst nametijk nogaI eens de vraag of bij een onvottedige aanvraag bepatend is de datum van indiening, of de datum waarop de aanvraag (na aanvutting)vottedig is. Uit de jurisprudentie btijkt dat ats hierover niets is geregetd in de subsidieverordening, de datum van de eerste - en dus onvotledige - indiening bepatend is. Dit kan er in de praktijk toe teiden dat subsidieaanvragers die snel nog even pro forma een onvotledige aanvraag ind¡enen voorrang hebben bij de verdeling van de beschikbare subsidie boven aanvragers die vooraf meer tijd en energie steken in het zo goed en vottedig mogetijk indienen van de aanvraag. Omdat dit niet gewenst is wordt in de ASV bepaatd dat indien de beschikbare subsidie wordt verdeetd op grond van het criterium'wie het eerst komt, wie het eerst maatt' de datum waarop de aanvraag vottedig is getdt ats datum van indiening.
Artiket 1.7 Op grond van de ASV kan subsidie worden verstrekt aan een natuurtijk persoon, of aan een
rechtspersoon. ln het tweede tid is de mogetijkheid opgenomen dat ook subsidie kan worden verstrekt aan inste[[ingen zonder vottedige rechtsbevoegdheid. De wet onderscheidt nametijk (formete) rechtspersonen met vottedige rechtsbevoegdheid en (informete) rechtspersonen met beperkte rechtsbevoegdheid. Van de formete rechtspersoon zijn de statuten, in tegenstetting tot de informele rechtspersoon, opgenomen in een notariëte akte. HOOFDSTUK
2 DE SUBSIDIEAANVRAAG
Artikelen 2.1,2.2 en 2.3 De ASV onderscheidt verschittende aanvraagprocedures. Aan de aanvraag voor een
budgetsubsidie van € 100.000 of meer (art.2.1ASV) worden zwaardere eisen gestetd dan aan de aanvraag voor een budgetsubsidie tot € 100.000 (art.2.2 ASV), of een waardering- of projectsubsidie (art. 2.3 ASV). Bij een eerste aanvraag voor een budgetsubsidie dient de aanvrager extra gegevens te overteggen die betrekking hebben op de aanvrager zetf (art. 2.1 t¡d 5 en art. 2.2lid 6 ASV). Het gaat bij een eerste aanvraag voor een nieuwe dan wel een niet bekende aanvrager met wie er nog geen subsidieretatie bestaat. De gegevens en bescheiden die de aanvrager votgens de ASV moet overteggen bij de subsidieaanvraag houden in hoofdzaak verband met de in artiket 3.4 ASV opgenomen weigeringsgronden (of voorwaarden) voor de subsidie. HOOFDSTUK 3 DE BESLISSING OP DE AANVRAAG
Artiket 3.1 De Awb (art. 4:29) hanteert ats uitgangspunt het zogeheten 'tweetraps-subsidiesysteem': eerst
wordt op aanvraag een besluit tot het vertenen van de subsidie genomen. Na aftoop van de activiteit of het tijdvak waarvoor de subsidie is verteend votgt op aanvraag - na het afteggen van
reken¡ng en verantwoording door de subsidie-ontvanger (arl. 4:45 tid 2 Awb) - een bestuit tot
vaststetting van de subsidie, waarna de formete aanspraak op betating ontstaat. Votgens de Awb mag van dit'tweetraps-subsidiesysteem'worden afgeweken. Artiket 3.1 ASV bepaatt dat dit systeem niet van toepassing is op waarderingssubsidies. Bij deze subsidiesoort is stechts sprake van één aanvraag en vindt zowel de vertening ats vaststetting ptaats door middet van één enkete beschikking. ln dat gevaI wordt over subsidieverstrekking gesproken. Er vindt daarbij dus achteraf geen rekening en verantwoording ptaats. Voor dit systeem ¡s gekozen vanwege het beperken van de administratieve [asten en vanwege het feit dat
waarderingssubsidies doorgaans gering in omvang zijn. Wet bepaatt artiket 4.4 ASV dat het cottege de ontvanger van een waarderingssubsidie kan verptichten binnen zes maanden na aftoop van de activiteit dan wel het tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt aan te tonen dat de activiteiten hebben ptaatsgevonden overeenkomstig de verptichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. Hierbij overlegt hij de in de artiketen 5.3 tot en met 5.5 genoemde bescheiden (inhoudetijk verslag en f inancieet verstag). Op deze wijze kan er'steekproefsgewijs' rekening en verantwoord ing worden gevraagd.
Artiket 3.2 ln dit artiket is de bestistermijn voor aanvragen om subsidie opgenomen. Voor atte subsidiesoorten wordt dezelfde bestistermijn gehanteerd. Om maatwerk te kunnen [everen bepaatt het derde lid van artikel 3.2 dat het cotlege in een nadere subsidieregeting afwijkende beslistermijnen kan opnemen. De bestistermijn bij aanvragen om een subsidie die bijde Europese Commissie aangemeld worden wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbestissing heeft genomen (tid 6). D¡t om te voorkomen dat een subsidie wordt verteend die niet in overeenstemming is met de artiketen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en vervotgens teruggevorderd dient te worden.
Artikel3.3 Uit artiket 4:32 Awb votgt dat meerjarensubsidies (zogenaamde duursubsidies of periodieke subsidies) nimmer voor onbepaatde tijd mogen worden verleend. De tooptijd van de subsidie moet in de beschikking tot subsidievertening worden vermetd. ln artiket 3.3 ASV is bepaatd dat de tooptijd ten hoogste vier jaar bedraagt. Stechts in bijzondere gevatten kan het cotlege een [angere termijn vaststelten.
Artikel3.4 ln het tweede lid van artiket 4:25 Awb is bepaatd dat een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking ervan het subsidieptafond zou worden overschreden. Daarnaast bepaatt artiket 4:35 Awb dat de subsidievertening in ieder gevaI geweigerd kan worden, indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: a. de activite¡ten niet (geheet) zutlen ptaatsvinden; b. de aanvrager niet zatvoldoen aan de aan de subsidie verbonden verptichtingen;
c. de aanvrager niet op een behoortijke wijze rekening en verantwoording zat afteggen; d. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvoltedige gegevens heeft verstrekt en de verstrekklng tot een onjuiste beschikking zou hebben geteid;
e. de aanvrager faittiet is verktaard of aan hem surseance van betating is verleend. De weigeringsgronden van artikel 4:35 van de Awb werken aanvuttend ten opzichte van de
weigeringsgronden die zijn opgenomen in een gemeentetijke subsidieverordening. Dit btijkt uit de woorden 'in ieder gevat' in het eerste lid van d¡t artiket. ln artiket 3.4 ASV zijn aanvuttende weigeringsgronden opgenomen. Het weigeren van de subsidie op basis van één of meerdere in art¡ket 3.4 ASV genoemde gronden is een bevoegdheid en dus geen pticht van het cottege. Daarnaast getdt dat niet elke weigeringsgrond bij etke subsidieaanvraag retevant is. Onder b. is een weigeringsgrond ter zake van good governance opgenomen. Good governance draagt bij aan het behaten van de doetstettingen waarvoor subsidie wordt verstrekt. De Governance Codes van de verschittende branches zijn teidraad voor een goede kwatiteit van bestuur, toezicht en verantwoording. Governance Codes zijn niet integraat toepasbaar, maar zijn af hanketijk van het type instetting, de organisatiestructuur en grootte van de organisatie. lnstettingen die meer dan € 100.000 subsidie ontvangen maken gebruik van een beschikbare governance code (eigen code of branche code) en geven in de subsidieaanvraag en in de
verantwoording aan hoe deze code wordt toegepast. Voor de andere subsidies getdt dat het cotlege nadere voorwaarden kan ste[ten aan het inzichtetijk maken van good governance. Onder c. is een weigeringsgrond opgenomen ter zake van het indienen van een stuitende begroting bij de aanvraag. lndien de geschatte lasten en baten niet met etkaar in evenwicht zijn is het cottege bevoegd de subsidie te weigeren. Onder d. is een weigeringsgrond opgenomen ter zake van gezonde bedrijfsvoering. Een adequaat
risicomanagementsysteem is een indieningsvereiste voor instetlingen die een subsidie groter dan € 100.000,- witten ontvangen. Daarmee ontstaat inzicht in de omvang van de risico's en de beheermaatregeten en een adequaat beetd van een financiëte gezonde bedrijfsvoering en de continuiTeit van een instetting. Onder e. is een weigeringsgrond opgenomen ter zake van verdiencapaciteit . lnsteltingen en organisaties dienen naast de gemeentetijke financiering ook op zoek te gaan naar aanvuttende financiering. Door het genereren van inkomsten (d.m.v. bijdragen van gebruikers, fondsen,
cofinanciering, verhuur ruimtes etc.) ontstaat ruimte voor kwatiteitsverbetering en innovatie. Onder f. is een weigeringsgrond opgenomen ter zake van vitale coatities . Door meer samenwerking zat een effectiever en efficiënter aanbod ontstaan doordat overtappende