CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2-2021-09-30 Haalbaarheidstudie Verkabeling N348-Vijfhoek

Raadsvergadering 9 maart 2022, gemeente DeventerBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Verkabeling Diepenveen/Platvoet en Deventer/Colmschate34.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Onderstaand is een overzicht gegeven van bodemlocaties bekend bij de gemeente Deventer die milieukundig onderzocht zijn ter plaatse van alternatief 4 (noord naar zuid). Code AA015001207 AA015000563 AA015000948 AA015000700 AA015000355 AA015001583 AA015006834 AA015000800 AA015000955

Naam 0835; Rielermatenweg en Overijssels Kanaal, perceel E3147 0246; Oerdijk 85, Linderveld 0704; De Vijfhoek, deelgebied Noordwest (oerdijk, Nieuwe dijk) 0383; Vincent van Goghstraat 75, voormalig Kanaaldijk Oost 1 0074; Colmschaterstraatweg 38, schildersbedrijf Wolters 1213; De Knoop Holterweg/N348/Atalanta 14973; Kanaaldijk Oost 6 0483; Trace N348, Kanaaldijk Oost en West 0711; Kanaaldijk Oost 2-4, Vliegend Hert (braakliggend) vml

Status niet ernstig, licht tot matig verontreinigd niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd Ernstig, geen risico's bepaald

Vervolg -

niet ernstig, licht tot matig verontreinigd Onverdacht/Niet verontreinigd

-

Onverdacht/Niet verontreinigd Urgent san binnen 4 jaar

-

voldoende onderzocht -

-

-

Ter plaatse van de bodemlocatie Vincent van Goghstraat 75, voormalig Kanaaldijk Oost 1 zijn in de periode 1998-2009 verschillende bodemonderzoeken en -saneringen uitgevoerd. Hierbij is de ernstige verontreiniging verwijderd/gesaneerd. Ter plaatse van de bodemlocatie Kanaaldijk Oost 2-4, Vliegend Hert (braakliggend) is een grond- en grondwaterverontreiniging gelegen. Het betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging (Wbb-geval) met de status ‘urgente sanering binnen 4 jaar’. De verontreinigingen zijn gesaneerd en alleen nog licht verhoogde gehalten worden aangetroffen in grond en grondwater. De verontreinigingscontouren (grond- en grondwater) van het Wbb-geval zijn niet gelegen ter plaatse van alternatief 1. Bij alternatief 4 wordt het tracé gedeeltelijk in open ontgraving aangelegd. Bij de open ontgraving worden echter niet de terreindelen van de bovengenoemde verontreinigingen (Wbb-gevallen) doorkruist. 75

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

Bodemgesteldheid Voor het vaststellen van de ondiepe bodemopbouw is de Bodemkaart van Nederland (schaal 1:50.000) geraadpleegd. In de bijlage B3.1.8 is deze weergegeven. Uit de bijlage blijkt dat het kabeltracé gelegen is in gebied met bodemtype:  Veldpodzolgronden (Hn23); lemig fijn zand;  Beekeerdgronden (pZg23); lemig fijn zand;  Laarpodzolgronden (cHn21); leemarm en zwak lemig fijn zand;  Hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ23); lemig fijn zand. De geohydrologische bodemopbouw staat beschreven in paragraaf 2.5.4 en is in principe gelijk voor alle vier de alternatieven, gezien de beperkte afstand in regionale ligging van deze alternatieven. 3.4.1.4 Water Voor alternatief 4 geldt dat de oppervlaktewateren ten zuiden en noorden van het Wilgehaantje, langs de N348 middels HDD-boringen worden gekruist. Dat geldt tevens voor de watergang langs de noordzijde van het Wilgehaantje, welke middels een duiker de N348 kruist. Vlak ten zuiden van de Nico Bolkesteinlaan kruisen de HS-circuits een primaire watergang, welke langs de Colmschaterweg loopt en ter plaatse in een duiker ligt die tevens de N348 kruist. Ook hier liggen de circuits vanwege de kruising met de Immer Weiterbrug en de Nico Bolkesteinlaan in HDD-boringen. Het raakvlak met de duiker dient derhalve goed in beeld te worden gebracht.

In het verlengde van de Douweler Leide, ligt door de wijk Vijfhoek een tweetal parallel gelegen primaire watergangen, welke middels een stuw, duikers en putten verbinding hebben met het Overijssels kanaal. Op deze kruising liggen de HS circuits in open ontgraving en dient vastgesteld te worden of er voldoende gronddekking aanwezig is op de duikers onder de N348 door. De gronddekking dient ca 1,5 m te zijn, waarbij het vermoeden is dat die er zeker zal zijn. Alternatief 4 heeft derhalve geen raakvlak met waterpartijen en kruist driemaal een belangrijke duiker van het WS DOD. 3.4.1.5 Natuur en ecologie Zie paragraaf 3.1.1.5 3.4.1.6 Bomen Het geplande verkorte verkabelingtracé 4 heeft nauwelijks impact op bomen, omdat deze in de groenstrook achter de grondwal niet aanwezig zijn. Langs het Wilgehaantje staan wel bomen, maar vanwege ruimtegebrek ter plaatse en het sparen van deze bomen wordt het tracé hier middels gestuurde boringen aangelegd richting mast 26. De verwachting is derhalve dat alternatief 4 geen impact heeft op bomen. 3.4.1.7 NGCE Uit de risicokaart CE van de gemeente Deventer blijkt dat alternatief 4 van het kabeltracé verdachte gebieden met betrekking tot CE doorkruist. Het gaat hierbij om de munitiesoorten: raketten, geschuts- en gevechtsveldmunitie, gedumpte munitie, mijnen, c.a. 20 bommen ontploft, 5 a 6 niet ontplofte bommen.

76

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Voor eventueel aanvullend veldonderzoek naar explosieven dient rekening gehouden te worden met de locaties waar voor dit alternatief open ontgravingen plaatsvinden. Bij alternatief 4 wordt het tracé gedeeltelijk in open ontgraving aangelegd. Bij de open ontgraving worden terreindelen doorkruist verdacht op niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (CE). Bij de doorsnijding gaat het om 1320 m bij alternatief 4. De breedte van de ontgravingsgeul ten behoeve van de aanleg van de circuits bedraagt maximaal 8 m. Dit betekent dat bij alternatief 4 over een oppervlak van ca 10.560 m2 grondroering plaatsvindt in percelen verdacht op CE. Voorafgaand aan de grondroerende activiteiten is daarom aanvullend veldonderzoek naar explosieven noodzakelijk. 3.4.1.8 Ondergrondse Infrastructuur (KLIC) Alternatief 4 ligt in de groenstrook achter de grondwal en kruist daarmee verschillende wegen en ondergrondse infrastructuur langs het tracé. Deze kruisingen worden grotendeels opgevangen door deze kruisende wegen, zoals het Wilgehaantje, de Nico Bolkesteinlaan en de Oerdijk middels gestuurde boringen te kruisen.

Ten noorden van de Nico Bolkesteinlaan ligt conform de KLIC, strak achter de grondwal tevens een persriolering van de Gemeente. Die ligt derhalve een groot gedeelte parallel aan de HS kabelcircuits. Verder kruisen lokaal wat waterleidingen, gasleidingen en telecomkabels de groenstrook. Alternatief 4 kent derhalve weinig raakvlakken met overige ondergrondse infra. 3.4.1.9 Beheergebieden Alternatief 4 heeft uitsluitend een raakvlak met het beheergebied van de provincie Overijssel die wegbeheerder is van de N348, de weg door zuid Salland. Met deze partij dienen derhalve afspraken te worden gemaakt over de aanleg en het hebben en onderhouden van deze kabelcircuits. 3.4.1.10 Kunstwerken en projecten derden Alternatief 4 heeft raakvlakken met de Immer Weiterbrug en wat duikers van het waterschap. Het alternatief heeft tevens een raakvlak met het voornemen om de grondwal langs de N348 te voorzien van Zonnepanelen. Dit raakvlak zal zich uitsluitend voordoen als beide projecten gelijktijdig in uitvoering zouden gaan. 3.4.1.11 Private rechten Het alternatief 4 doorkruist de groenstrook achter de grondwal van de N348, welke volledig eigendom is van de gemeente Deventer. Op sommige locaties wordt grondgebied van de provincie of het waterschap gekruist in deze groenstrook. Ten noorden van de Oerdijk komt het tracé en de nieuwe mast op particulier terrein te staan..

Het aantal grondeigenaren voor alternatief 4, waarmee zakelijk rechtovereenkomsten gesloten moeten worden is daarmee erg klein, minder dan 5. Voor de twee opstijgpunten zal de footprint van de eindmasten worden aangekocht door TenneT. De eigendommen van de gemeente Deventer staan weergegeven in bijlage B3.1.17. 3.4.1.12 Publieksrechtelijke vergunningen/toestemmingen/etc. Aan de hand van alternatief 4 en de uitgevoerd bureauonderzoeken is een vergunningeninventarisatie uitgevoerd, welke is opgenomen in bijlage 3.1.21. Naast deze aan te vragen vergunningen dient rekening gehouden te worden met een beknopte aanpassing van het bestemmingsplan, omdat de huidige belemmerende strook voorziet in een hoogspanningslijn en er een kabelverbinding wordt gerealiseerd. Voor alternatief 4 is de impact op vergunningen beperkt.

77

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 3.4.1.13 Strategisch omgevingsmanagement De volgende stakeholders hebben direct te maken met de wijzigingen conform alternatief 4:  Bewoners Oerdijk 85;  Bewoners wijk Vijfhoek (westzijde met name);  Bewoners wijk Colmschate-West;  Gemeente Deventer;  Provincie Overijssel;  Waterschap Drents-Overijsselse Delta;  Natuur en Milieufederatie Overijssel;  Netbeheerders.  Skatebaangebruikers. Aanbevolen wordt de plannen voor de verkabeling in een vroegtijdig stadium kenbaar te maken aan de bovenstaande stakeholders, zodat tijdig inzicht wordt verkregen in hun belangen en houding. In de basisontwerpfase (BO-fase) wordt het voorkeurstracé verder uitgedetailleerd en wordt voorgesteld de impact van de verkabeling op de belangen van bewoners, eventueel verenigd zijn in bewonersverenigingen en andere stakeholders bespreekbaar te maken. 3.4.2

Haalbaarheid t.a.v. techniek

Dit alternatief betreft een verkabeling van een gedeelte van de hoogspanningslijn. Dit houdt in dat er bij het station Deventer Bergweide geen wijzigingen zijn (met uitzondering van een mogelijke aanpassing van de instelling van de beveiligingsrelais). Aan de zuidzijde van het kabeltracé dient er wel een overgang te komen van kabel naar hoogspanningslijn nabij mast 26. Hiervoor kan een nieuwe mast (eindmast) worden gebouwd met kabeleindsluitingen. De beschrijving hiervan staat in paragraaf 1.8.4. (figuur 1.11). Zie ook paragraaf 3.1.2. 3.4.3

Planning

Om de beoogde ondergrondse kabelverbindingen daadwerkelijk in gebruik te kunnen nemen, dient nog een aantal processtappen te worden doorlopen. Deze processtappen zijn verwerkt in een doorlooptijdenplanning voor alternatief 4, welke is opgenomen in onderstaande tabel Item

Omschrijving

Doorlooptijd

1

Besluitvorming gemeente Deventer, opdracht BO

0 mnd

2

Basisontwerp plus veldonderzoeken

8 mnd

2a

Opstellen bestemmingsplanwijziging en ruimtelijke onderbouwing

3

Besluitvorming financiering gem Deventer

3 mnd

4

Verkrijgen definitief investeringsbesluit TenneT

3 mnd

5

6a

Opstellen uitvraag tbv DO en werkomschrijving plus aanbesteding 2 mnd Uitwerken DO plus aanvullende veldonderzoeken, parallel opstarten 6 mnd planologische procedure Voorbereiding grondverwerving en zakelijk rechtovereenkomsten

7

Opstellen vraagspecificatie plus aanbesteding

4 mnd

8

Vaststelling BP en sluiten ZRO

0 mnd

9

Uitwerking UO

6 mnd

10

Realisatieperiode kabelcircuit aanleg en ombouw masten

6 mnd

11

Amoveren lijnen en masten

1 mnd

12

Nazorg (toelevering as-built)

1 mnd

6

Parallelle doorlooptijd

10 mnd

10 mnd

Tabel 3.4 | Planning alternatief 4 78

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Uit bovenstaande doorlooptijden planning blijkt dat mocht de gemeente Deventer de keuze maken om slechts het gedeelte langs de wijken Vijfhoek en Colmschate-West te verkabelen, er rekening dient te worden gehouden met een doorlooptijd van tenminste 40 maanden na het besluit om een basisontwerp hiervoor te laten uitwerken. Na ruim 3,4 jaar zou dit stuk verkabeld kunnen zijn na start basisontwerp voor de verkabeling conform alternatief 4. Bij bezwaar en beroep op het bestemmingsplan kan deze periode makkelijk meer dan 1 jaar langer worden 3.4.4

Kosten

Voor de aanleg van de kabelcircuits conform alternatief 4 is een begroting opgesteld, waarbij rekening is gehouden met de aspecten zoals genomen in paragraaf 3.1.4. De begroting is opgenomen in bijlage B.3.2.4.

79

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

4 Afweging alternatieven 4.1 Inleiding In hoofdstuk 3 is voor elke alternatief beoordeeld op basis van bureaustudies en locatiebezoek welke impact de aan te leggen alternatieven hebben op haar omgeving, alsmede welke impact de omgeving heeft op de aanlegmogelijkheden van het betreffende kabeltracé. De alternatieven zijn technisch haalbaar en kunnen planologisch ingebed worden, daarmee voldoen alle beschouwde alternatieven als een passende oplossing. 4.2 Scoringsmechanisme Voor de in hoofdstuk 3 beschouwde aspecten is voor elk van de alternatieven beoordeeld of deze positief of negatief ten opzichte van elkaar scoren, conform de scoringsmethodiek zoals vermeld onder tabel 4.2.1. In de sub paragrafen van elke alternatief in hoofdstuk 3 staat de impact beschreven van de betreffende alternatief op dat aspect. Aan de hand van die beschrijvingen is onderstaande tabel gevuld met een score. Onder de tabel is per aspect beknopt de score toegelicht. De alternatieven 1 t/m 3 betreffen de volledige verkabeling van het door het Ministerie van EZK aangewezen traject, conform de wet Vet, art 22a. Alternatief 4 betreft een verkort tracé, waarmee slechts de woonwijken Vijfhoek en Colmschate-west worden ontzien van de lijnverbinding. Dit alternatief is derhalve niet 1op1 te vergelijken met de alternatieven 1 t/m 3, daarom is dit alternatief blauw gearceerd. ALTERNATIEVEN

Item

1 Impact op Planologie

0

Benodigde omgevingsvergunningen

--

2

3

4

--

+

++

--

0

++

Conditionering Archeologie en cultuurhistorie

0

+

-

0

Bodemkwaliteit

-

-

0

+

Bodemgesteldheid

0

0

0

0

Water

0

-

0

+

Bomen en openbaar groen

+

--

+

+

Natuur: beschermde gebieden

0

0

0

0

Ecologie: Beschermde soorten

-

+

-

-

Grondeigendom

0

0

0

+

Niet Gesprongen Explosieven

0

++

-

0

Uitvoering Realiseerbaarheid

-

--

-

++

Locatie & Bereikbaarheid

0

-

0

+

Impact

andere

infrastructuur

--

(weggebruikers) Overige ondergrondse infra

-

---

0

+

0

+

Omgeving Stakeholders Beheergebieden (Provincie / WS DOD /

0

-

0

+

--

--

--

+

ProRail

80

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Kunstwerken en projecten derden

--

-

0

0

Algemeen Lengte circuits

-

-

0

++

Planning / Doorlooptijden

--

--

0

++

Kosten

0

-

0

++

Risico’s

-

--

--

++

-17

-22

-7

22

TOTAAL SCORE Specifieke aandachtspunten

Passage

Passage

Passage

spoorbrug

spoorbrug, brug

tunnelbakken

Overijssels

Nico

spoor

kanaal, Passage

Bolkesteinlaan

westzijde,

Westfalenstraat/z

en fietsbrug

werkterrein

weedsestraat,

Overijssels

langs

kanaal en

Holterweg

overige OI

geen

werkterreinen waterkeringen, overige OI Zweedse straat Voldoet, Passende Oplossing

Ja

Nee

Ja

Ja

Tabel 4.2.1 | Scoringsmatrix alternatieven kabeltracés 110 kV Bevolkingskern Vijfhoek-Colmschate west-N348 "++" =2 "+" =1 "0" "-" = -1 "--" = -2

het item van de betreffende variant heeft een zeer positief effect t.o.v. hetzelfde item van de overige varianten; het item van de betreffende variant heeft een positief effect t.o.v. hetzelfde item van de overige varianten; het item van de betreffende variant is (ongeveer) gelijk aan het hetzelfde item van de overige varianten; het item van de betreffende variant heeft een negatief effect t.o.v. hetzelfde item de overige oplossingsvarianten; het item van de betreffende variant heeft een zeer negatief effect t.o.v. hetzelfde item de overige varianten.

4.2.1

Toelichting op scoring alternatieven per aspect

Planologie Voor alternatief 3 en 4 de huidige belemmerende strook van de hoogspanningslijn gebruikt en is slechts een hele beperkte aanpassing van het huidige bestemmingsplan nodig. Dat geldt slechts gedeeltelijk voor alternatief 1 en helemaal niet voor alternatief 2, waarvoor hele nieuwe stroken een dubbelbestemming moeten krijgen. Voor geen van de alternatieven geldt dat er onoverkomelijke bezwaren voorzien worden voor de vestiging van deze dubbelbestemming, noch voor de enkelbestemming voor de opstijgpunten. Bestaande dubbelbestemmingen voor overige ondergrondse infrastructuur vormt een extra aandachtspunt, dat afgestemd moet worden. Vergunningen Bij de alternatieven 1 en 2 zijn zowel bij het waterschap DOD, als bij ProRail vergunningen noodzakelijk voor respectievelijk de raakvlakken met het Overijssels kanaal en de spoorbaan. Bij alternatief 3, geldt dit uitsluitend voor ProRail en spelen er bij het waterschap uitsluitend raakvlakken met duikers en gemalen. Bij alternatief 4 geldt geen raakvlak met ProRail en een beperkt raakvlak met WS DOD. Alle alternatieven hebben een raakvlak met de provincie Overijssel.

81

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Archeologie en Cultuurhistorie Voor archeologie en cultuurhistorie geldt dat je zo veel mogelijk waardevolle geschiedenis wilt behouden, hetgeen het geval is als er zo min mogelijk grondroerende activiteiten ontplooit worden. Bij alternatief 3, waar een groot deel in open ontgraving wordt aangelegd is de kans op verstoring van archeologische waarde derhalve het grootst. De grondroerende activiteiten bij alternatief 2 zijn vanwege de lange trajecten aangelegd middels gestuurde boringen verreweg het laagst, alternatief 1 is ietsje gunstiger dan alternatief 3. zijn het minst. Alternatief 4 komt overeen met alternatief 1. Bodemkwaliteit Uit het bureauonderzoek bodem volgt dat de alternatieven niet door bekende WBBgevallen lopen en dat de raakvlakken met onderzoekslocaties en potentiële verontreinigingsbronnen in principe voldoende zijn onderzocht, waarbij bekend is dat er zijn geen ernstige verontreinigingen voordoen. De alternatieven 1 en 2 liggen langs de westzijde van de woonwijk Snipperling rond de stortlocatie voor bouwafval en hebben daarmee het grootste risico dat verontreinigde gronden moeten worden gekruist.

Dat geldt minder voor alternatief 3 en al helemaal niet voor alternatief 4 dat verkort is en slechts langs een woonwijk ligt. Bodemgesteldheid De Bodemgesteldheid voor de alternatieven is nier onderscheidend. De laag van Kreftenheye is voldoende dik om de gestuurde boringen in aan te leggen. Middels veldonderzoek zal voor het voorkeursalternatief bepaald moeten worden op welke diepte de bodemlaag de beste G-waarde heeft. Water Alternatief 2 heeft vanwege de ligging in de bedding van het Overijssels kanaal over de langste lengte de grootste interactie met oppervlaktewater. Voor alternatief 1 en 3 is de interactie met oppervlaktewater vergelijkbaar omdat de interactie met de oppervlaktewateren ten oosten van de N348 en langs de Hannoverstraat vergelijkbaar is met het langere stuk tracé door het Overijssels Kanaal bij alternatief 1. Vanwege het verkorte tracé heeft alternatief 4 de minste interactie. Bomen en openbaar groen Bij Alternatief 2 is er een benodigd werkterrein in de berm van de N348 richting fietspad Kanaaldijk Oost waar een bomenrij aanwezig is, die voor de realisatie plaatselijk dient te wijken. Voor de overige tracés kunnen de circuits worden aangelegd zonder dat er bomen gerooid hoeven te worden. Daarmee scoort alternatief 2 ongunstiger dan de andere alternatieven.

Natuur (Beschermde gebieden) Ten aanzien van beschermde natuurgebieden bestaat er geen voorkeur voor de aanleg van één van de tracévarianten. Alle varianten liggen op ongeveer dezelfde afstand van beschermde natuurgebieden en zijn hierin niet onderscheidend (Tabel 2). Ruimtebeslag op Natura 2000-gebieden of NNN-gebieden door één van de tracévarianten vindt niet plaats. Indirecte effecten, afgezien van stikstofuitstoot, als gevolg van de aanleg van de tracévarianten zijn gezien de afstand uit te sluiten. De uitstoot van stikstof tijdens de aanlegfase kan duidelijk worden gemaakt middels een AERIUS-berekening.

82

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Ecologie (beschermde soorten) Alle tracévarianten overlappen voor een groot gedeelte met elkaar of liggen zeer dicht bijeen. De maximale afstand tussen de buitenste tracévarianten bedraagt ongeveer 600 meter op het gedeelte waar ze het verst verwijderd zijn van elkaar. Daarnaast doorsnijden ze eenzelfde open landschap. Beschermde soorten die voorkomen in de buurt van de tracévarianten zijn daardoor grotendeels hetzelfde. Rondom alle tracévarianten kunnen vogels met een jaarrond beschermd nest en verblijfplaatsen van vleermuizen en eekhoorn verwacht worden. Negatieve effecten als gevolg van de aanleg van de tracévarianten op deze soorten en soortgroepen in en rondom bomen zijn vrijwel uit te sluiten. Echter kan er zich struweel bevinden op de geplande locaties van de tracévarianten wat essentieel foerageergebied voor huismus zou kunnen vormen. Daarnaast kunnen waardplanten van grote weerschijnvlinder, grote vos en kleine aanwezig zijn op de tracés. Ook verblijfplaatsen van bunzing, steenmarter en wezel kunnen nabij alle tracévarianten aanwezig zijn. Een veldbezoek voor alle tracévarianten is noodzakelijk om de aanwezigheid van deze soorten op de tracés uit te sluiten.

Tijdens de veldbezoeken is het belangrijk om waardplanten van kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder in kaart te brengen en uit te kijken naar vlinders zelf. Ook houtstapels, struwelen en rommelhoekjes zijn belangrijk om in kaart te brengen om zo verblijfplaatsen van de marterachtigen uit te kunnen sluiten. Bij een veldbezoek kan worden bepaald of beschermde soorten daadwerkelijk kunnen worden verwacht of aanwezig zijn en of er mogelijk beschermde soorten voorkomen die tijdens de bureaustudie niet in beeld zijn gekomen. Tracévarianten die grotendeels worden aangelegd door middel van een gestuurde boring hebben de voorkeur boven open ontgravingen omdat hiermee minder potentieel leefgebied van beschermde soorten wordt geraakt. Met name open ontgravingen in het buitengebied genieten niet de voorkeur. Hier is de kans dat beschermde soorten aanwezig zijn groter dan in de stedelijke omgeving. Van alle tracévarianten kent tracévariant 2 het grootste gedeelte gestuurde boringen. Uit de resultaten van deze bureaustudie is weinig onderscheid te maken in het voorkomen van beschermde soorten rondom de tracévarianten, ook omdat de meeste beschermde soorten vrij mobiel zijn. De voorkeur voor een tracévariant zou in dit geval liggen bij de tracévariant die het minste meters open ontgraving kent.

Tracévariant 2 kent hierbij de voorkeur omdat grotendeels plaatsvindt door middel van gestuurde boringen. De overige drie tracévarianten kennen een groter stuk aan open ontgravingen en daarmee zijn de raakvlakken met beschermde soorten groter. Een veldbezoek wordt aanbevolen om de eventuele effecten op beschermde soorten in kaart te brengen en met zekerheid uit te kunnen sluiten dat de standplaats van bomen niet overlapt met de tracévarianten en eventuele werkterreinen die aangelegd dienen te worden. Op deze manier wordt een beter beeld geschetst waar knelpunten omtrent beschermde soorten liggen en kan een voorkeur voor een tracévariant beter worden bepaald. Grondeigendom Qua grondeigendom scoren alle alternatieven min of meer gelijk Omdat alternatief 4 een stuk korter is en hoofdzakelijk in gemeentegronden ligt scoort dit alternatief beter dan de anderen. Niet gesprongen Explosieven

83

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Voor CE wordt gekeken naar de hoeveelheid grondroerende activiteiten in de bovenste meters van de bodem, welke verdacht is van het voorkomen van CE. Dat is voor alternatief 3 het grootst ca 7.500 m2. Bij de alternatieven 1 en 4 ligt dat vergelijkbaar rond de 5.000 m2. Terwijl dit voor alternatief 2 vanwege het overgrote deel in HDD-boringen veel lager ligt. Realiseerbaarheid Deze scoring is gebaseerd op voorziene belemmeringen die zich kunnen voordoen bij de aanleg van het betreffende alternatief. Bij alternatief betreft dit met name de passage van Spoorbrug de Snipperling in het Overijsselse kanaal en de aanwezige OI bij de T-splitsing Westfalenweg – Zweedsestraat. Beide knelpunten doen zich ook voor bij alternatief 2, maar dan zijn de passages van de bruggen in de Oerdijk, de Nicolaas Bolkesteinlaan en de Immer Weiter Fietsbrug eveneens belemmeringen, vandaar dat alternatief 2 daarin slechter scoort dan 1. Bij alternatief vormen de tunnelbakken onder de spoorlijnen een belemmering, maar deze worden gemitigeerd door westelijk erlangs te gaan. Wel dient het spooremplacement van ProRail ter plaatse gekruist te worden. Daarmee scoort alternatief 3 vergelijkbaar met alternatief 1.

Het verkorte alternatief 4 heeft deze raakvlakken geen van alle en scoort daarmee zeer positief. Locatie en bereikbaarheid Alle beoogde werkterreinen langs de alternatieven 1 en 3 zijn vanaf de openbare weg goed te bereiken met zwaar materieel. De werkterreinen langs de Kanaaldijk Oost zijn minder bereikbaar waardoor alternatief 2 ietsje minder scoort. Omdat alternatief 4 korter is scoort deze ietsje beter. Overige weg infrastructuur Bij de alternatieven 1 en 2 is de meeste hinder te verwachten voor het overige wegverkeer met name langs de Westfalenweg en de Kanaaldijk Oost zullen zich stremmingen voordoen. Bij alternatief 1 geldt dat met name voor de Hunneperweg en mogelijk is hinder langs de Dortmundweg te verwachten, ondanks de brede berm tussen de Zweedsestraat en de Dortmuntstraat. Bij alternatief 4 zijn er geen stremmingen op de doorgaande straten te verwachten, wel zullen de voetpaden langs de grondwal tijdelijk buiten gebruik zijn. Overige ondergrondse infrastructuur De alternatieven 1 en 2 hebben grote raakvlakken met OI op de T-splitsing van de Westfalenstraat met de Zweedsesrtaat, maar tevens op het werkterrein aan de Storminkstraat. Bij alternatief 2 geldt tevens dat het werkterrein langs de Kanaaldijk Oost en de kruisingen met de Oerdijk en het verlengde van de Colmschaterstraatweg aandachtspunten vormen met overige OI.

Alternatief 3 heeft haar werkterreinen op minder druk, met overige OI bezetten werkterreinen en scoort daarom positiever. Terwijl alternatief 4 er met het verkorte tracé nog beter uitkomt. Stakeholders Belanghebbenden zijn over het algemeen niet blij met een kabelverbinding in hun gronden, vanwege de gebruiksbeperkingen en mogelijk waarde dalend effect. Voor de alternatieven 1 t/m 3 is er weinig onderscheid in het aantal verschillende grondeigenaren, waarin de circuits aangelegd moeten worden. Voor de alternatieven 1 en 3 wordt de meeste grond in gemeentelijk eigendom gebruikt voor de circuits. Bij alternatief 2 ligt het overgrote deel van de benodigde gronden in eigendom van WS DOD. Alternatief 4 valt vrijwel geheel in gemeentelijke gronden en scoort daarmee het gunstigst qua stakeholders. 84

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Voor de alternatieven 1 en 2 komt er een belemmerende strook voor een HS kabelverbinding in gronden die eerder geen belemmeringen kende. De belanghebbenden zullen daartegen kunnen gaan acteren, waardoor deze alternatieven ongunstig scoren. Beheergebieden Voor alle 3 de alternatieven geldt dat zowel beheergebieden van ProRail, het waterschap DOD als de provincie Overijssel geraakt worden. Dit maakt dat alle drie de alternatieven hier slecht scoren. Bij alternatief 4 hebben we alleen met de provincie Overijssel te maken op kleine kruisende stukjes en wat kruisingen van duikers in beheer bij WS DOD. Kunstwerken en Projecten derden Bij alternatief 2 wordt er een vijftal bruggen over het Overijssels Kanaal gekruist, waarbij bij elke kruising gelet moeten worden op de fundatie van deze kunstwerken. Bij alternatief 1 zijn dat slechts 2 bruggen, die midden onderdoor gekruist worden. Het alternatief 3 heeft een raakvlak met de twee tunnels onder de spoorbanen door, maar beoogd wordt deze westelijke van de tunnels aan te leggen. Dan blijft slechts het kunstwerk van de Immer Weiterbrug over, welke tevens bij alternatief 1 en 4 een raakvlak heeft.

Kosten Qua kosten is de volgorde qua scoring dat alternatief 4 verreweg het goedkoopst is, maar ook korter en niet het volledig aangewezen tracé verkabeld. De alternatieven 1 en 3 zijn vergelijkbaar qua prijs, terwijl alternatief 2, onder het Overijsselskanaal, de hoogste prijs heeft. De geraamde bedragen voor de beschouwde verkabeling trajecten zijn opgenomen in tabel 4.2.2, waarbij rekening gehouden dient te worden met een spreiding van +/- 30%. variant

Omschrijving

KOSTEN

1

Variant-1 : Tracé van OS DVTB110kV via Westfalenstraat , kruising Holterweg en spoorlijn, fietspad Kanaaldijk oost naar Mast 20 NZ Oerdijk Lengte trace 3760m

€ 9.231.232

2

Variant-2 : Tracé van OS DVTB110kV via Westfalenstraat , kruising Holterweg en spoorlijn, OZ N348 naar Mast 20 NZ Oerdijk Lengte trace 3730m

€ 9.902.348

3

Variant-3 : Tracé van OS DVTB110kV parallel naast bestaande tracé hoogspanningslijn naar opstijgpunt mast 20 Lengte trace 3650m

€ 8.833.270

4

Variant-4 : Tracé tussen DVTB (eind)mast 26 en opstijgpunt mast 20 oostzijde N348 Lengte trace 2240m

€ 6.126.476

Tabel 4.2.2 | Geraamde kosten per beschouwde variant spreiding 30%

Risico`s De risico’s zijn in de scoringstabel ook genoemd bij het item specifieke aandachtspunten. Alternatief 2 en 3 kennen het hoogste risicoprofiel en scoren dubbel negatief. Omdat alternatief 1 slechts de spoorbrug dient te passeren scoort deze ietsje beter. Maar voor alternatief 4 is het risicoprofiel laag. 4.3 Wegingsfactoren In de scoringsmatrix van de 3 varianten (tabel 4.2.1) is geen onderscheid gemaakt in zwaarte van de beoordeelde aspecten. Elk aspect weegt even zwaar mee in het bepalen van het voorkeursalternatief (VKA).

85

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Het toepassen van wegingsfactoren om het voorkeursalternatief te bepalen wordt afgeraden. Hier wordt niet voor gekozen, omdat de RO-eisen geen onderlinge rangordening kennen. Belangrijke aspecten die keuzen beïnvloeden zijn vaak kosten of weerstand van belanghebbenden, die factoren zouden eventueel wel een zwaarder gewicht kunnen worden meegegeven, omdat dit geen RO-eisen betreft. 4.4 Voorkeursalternatief Op basis van de score in tabel 4.2.1 zou alternatief 3 verreweg als voorkeursalternatief moeten worden gekozen. Dit alternatief bewerkstelligt een verkabeling van het gehele door het ministerie van EZK aangewezen traject van de te verkabelen hoogspanningslijn te Deventer Vijfhoek-N348. Indien gekozen wordt voor uitsluitend de woonwijken Colmschate-West en Vijfhoek is een gedeeltelijke verkabeling tussen de masten 20 en 26 verreweg de favoriet, omdat hiermee alle grote knelpunten worden gemeden. Het definitief vaststellen van het voorkeurstracé dient in samenspraak met alle relevante stakeholders plaats te vinden.

86

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

5 Conclusie en aanbeveling In het kader van het landelijke verkabelingsprogramma op basis van de elektriciteitswet artikel 22a en bijbehorende AMvB heeft de gemeente Deventer bij TenneT een verzoek ingediend, om de bestaande 110 kV bovengrondse hoogspanningslijnen langs de bevolkingskernen Snipperling, Colmschate-West en Vijfhoek te Deventer, te gaan verkabelen. Het betreft een tweetal circuits (wit en zwart) in de hoogspanningslijn 110 kV Station Van DVTP110 naar DVTB110. Voor deze hoogspanningslijn met een tweetal circuits is een drietal mogelijke kabeltracés getoetst op maakbaarheid en haalbaarheid en met elkaar vergeleken. Een vierde verkort alternatief, is tevens beschouwd waarbij slechts tussen de masten 20 en 26 wordt verkabeld. Uit de toetsing van de technische, planologische en sociaal/politieke aspecten van de vier kabelalternatieven, zoals beschreven in tabel 4.2.1, blijkt alternatief 3, welke grotendeels parallel loopt aan de huidige hoogspanningslijn, het voorkeursalternatief.

Alternatief 3 is het voorkeursalternatief vanwege met name de volgende aspecten: - Dit alternatief het kortst is, van de alternatieven, waarbij volledige verkabeling is toegepast; - Dit alternatief de minste impact heeft op overige belanghebbenden; - Tijdens de bouw, de impact op omgevingsaspecten het laagst is (OI, Verkeer, kunstwerken en projecten derden) - De Stakeholders al bekend zijn met TenneT en ZRO stroken vanwege de hoogspanningslijn; - Impact van een bestemmingsplanwijziging heel gering is. Nadeel is dat achter de grondwal en langs de Dortmuntstraat relatief veel grondverzet plaatsvindt, vanwege aanleg in open ontgraving, waardoor meer raakvlakken met archeologie, NGCE en ecologie te verwachten is. Indien gekozen wordt om een korter lijntracé te verkabelen, conform alternatief 4, heeft dat vele voordelen: - Dit alternatief is korter en daarmee vele malen goedkoper en de doorlooptijd veel korter; - Het raakvlak met beheersgebieden van ProRail en WS DOD is verdwenen; - Het risicoprofiel is erg laag; - Impact van een bestemmingsplanwijziging is beperkter dan bij de langere alternatieven. Nadeel van het verkorte tracédeel is dat de HS-lijnverbinding zichtbaar blijft voor de woonwijk Snipperling, evenals de bezoekers van de bouwmarkten aan de Van Essenstraat.

Het verdient derhalve aanbeveling om alternatief 3 of 4 uit te werken in een basisontwerp, waarbij nog optimalisaties kunnen worden doorgevoerd. In eerste aanleg dient aan de hand van deze haalbaarheidsstudie een keuze gemaakt te worden voor een verder uit te werken alternatief. Eventueel kan in onderling overleg nog gekozen worden om wegingsfactoren toe te passen aan de verschillende aspecten, waardoor mogelijk een andere alternatief een onderbouwde voorkeur verdient. 87

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

6 Lijst met begrippen en afkortingen Afkorting AMT Al Cu EMC kV m.v. MVA PvE VNB ZRO WS DOD RO-eisen

Betekenis Asset Management TenneT Aluminium Koper (Cuprum) Electro Magnetic Compatibility kilo Volt Maaiveld Mega Volt Ampère Programma van Eisen Voorziene Niet Beschikbaarheid Zakelijk Recht Overeenkomst Waterschap Drents Overijsselse Delta Ruimtelijke Ordening eisen

Tabel 6.1 | Begrippen en afkortingen

88

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

7 Bijlagen   

Hfd 1. Toelichting alternatieven o B.1.5.1 Opnamelocaties foto’s N348d o B.1.5.2 Opnamelocaties foto’s Snipperling Hfd. 2 Algemene eisen o B.2.6 Basisvoorwaarden reconstructies 

B.2.6-a1

Basisvoorwaarden reconstructies

Hfd. 3 Inventarisatie en haalbaarheid alternatieven o B.3.1 Inventarisatie ruimtelijke Ordening en Milieu

o

B3.1.1 Bestemmingsplan enkelbestemming B3.1.2 Bestemmingsplan dubbelbestemming B3.1.3 Archeologische monumenten en verwachtingen B3.1.4. Cultuurhistorie B3.1.5 Waterlopen B3.1.6 Waterkeringen B3.1.7 Waterkunstwerken B3.1.8 Ondiepe bodemopbouw B3.1.9 Bodemkwaliteit Contouren B3.1.11 Bodemkwaliteit Locaties B3.1.10 Bodemkwaliteit Railmaps B3.1.12 Bodemkwaliteit Onderzoek B3.1.13 Niet gesprongen explosieven B3.1.14 Ecologie beschermde gebieden overzicht B3.1.15 Ecologisch beschermde gebieden B3.1.16a Ecologie beschermde soorten Amfibieën B3.1.16b Ecologie beschermde soorten Vogels B3.1.16c Ecologie beschermde soorten Zoogdieren B3.1.17 Bomeninventarisatie B3.1.18 Kadaster en Eigendom B3.1.18a kadaster en eigendom ProRail B3.1.19 Ondergrondse infrastructuur (KLIC) B3.1.20.1 Magneetveldzone alternatief 1 B3.1.20.2 Magneetveldzone alternatief 2 B3.1.20.3 Magneetveldzone alternatief 3 B3.1.20.4 Magneetveldzone alternatief 4 B3.1.21 Vergunningeninventarisatie B3.1.22 Projecten derden B.3.2.1 t/m B3.2.3 Kosten Bijlage B3.2.1 Raming Deventer Vijfhoek-N348 150 kV Alternatief 1 Bijlage B3.2.2 Raming Deventer Vijfhoek-N348 150 kV Alternatief 2 Bijlage B3.2.3 Raming Deventer Vijfhoek-N348 150 kV Alternatief 3 Bijlage B3.2.4 Raming Deventer Vijfhoek-N348 150 kV Alternatief 4

89

Haalbaarheidstudie Verkabelen lijnverbinding DVTP110-DVTB110 van station Deventer-Bergweide tot mast 20 Vijfhoek/N348, projectnummer 002.612.19.S12.002 30 juli 2021, versie 2.0

B.2.6-a1 Basisvoorwaarden reconstructies 1 Financiële condities 1.1 Financiële condities wet VET De financiële condities op basis van de wet VET als opgenomen in "besluit ……., houdende nadere regels met betrekking tot het verplaatsen of verkabelen van een hoogspanningsverbinding" zijn als volgt: Artikel 1. Begripsbepalingen Wet

Elektriciteitsweg 1998

Artikel 2. Hoogte van de bijdrage

1.

De indiener van een verzoek tot verplaatsing of vervanging als bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van de wet, betreffende een deel van een net dat is aangewezen op grond van onderdeel b van dat artikellid, of tot het doen van een onderzoek als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, betaalt van de kosten voor de uitvoering van het betreffende verzoek:

2.

a.

20%, indien het deel zich bevindt in een gemeente met meer dan 30.000 inwoners, of

b.

15%, indien het deel zich bevindt in een gemeente met ten hoogste 30.000 inwoners.

In afwijking van het eerste lid betaalt de indiener voor de uitvoering van de verzoeken, bedoeld in het eerste lid, tezamen, een bedrag dat wordt berekend door € 975.000,- te vermenigvuldigen met het aantal kilometers, afgerond op één cijfer achter de komma, waaruit het aan te leggen deel bestaat, voor zover dat bedrag lager is dan het bedrag dat de indiener op grond van het eerste lid zou betalen.

3.

De inwonertallen, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald aan de hand van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte gegevens betreffende de bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin het verzoek tot het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 22a, vierde lid, is ingediend.

4.

Het in het tweede lid genoemde bedrag is uitgedrukt in het prijspeil van 2018 en wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde inputprijsindex voor Grondweg- en waterbouw. Voor de berekening van het verschuldigde bedrag vindt de bijstelling van het bedrag plaats tot en met het jaar waarin het verzoek tot verplaatsing of vervanging, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van de wet is gedaan.

Artikel 3. Hoogte van de bijdrage na alternatievenonderzoek

1.

De indiener van verzoeken als bedoeld in artikel 22a, zesde lid, tweede of laatste volzin van de wet, betaalt 10% van de kosten voor de uitvoering van het verzoek.

Haalbaarheidstudie Verkabelen lijnverbinding DVTP110-DVTB110 van station Deventer-Bergweide tot mast 20 Vijfhoek/N348, projectnummer 002.612.19.S12.002 30 juli 2021, versie 2.0 2.

In afwijking van het eerste lid betaalt de indiener voor de uitvoering van de verzoeken, bedoeld in het eerste lid, tezamen, een bedrag dat wordt berekend door € 975.000,- te vermenigvuldigen met het aantal kilometers, afgerond op één cijfer achter de komma, waaruit het aan te leggen deel bestaat, voor zover dat bedrag lager is dan het bedrag dat de indiener op grond van het eerste lid zou betalen. Artikel 2, vierde lid, is van

overeenkomstige

toepassing.

Artikel 4. Bestanddelen van de kosten waarvoor de bijdrage geldt

1.

Als kosten voor de uitvoering van een verzoek tot het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 22a, vierde lid of zesde lid, tweede volzin, van de wet, worden aangemerkt de kosten die de netbeheerder voorafgaand aan de investeringsbeslissing van de indiener maakt:

a.

voortvloeiend uit overeenkomsten van opdracht;

b.

voor personele inzet;

c.

voor andere zaken of werkzaamheden die zijn toe te rekenen aan de uitvoering van het verzoek tot het doen van onderzoek.

2.

Als kosten voor de uitvoering van een verplaatsing of vervanging als bedoeld in artikel 22a, eerste lid en zesde lid, laatste volzin, worden aangemerkt de kosten die de netbeheerder na de investeringsbeslissing van de

indiener

maakt:

a.

voor het opstellen van een ontwerp voor vervanging of verplaatsing van het betreffende deel van het net;

b.

voor materiële en personele inzet;

c.

voortvloeiend uit een voor de realisatie gesloten overeenkomst van aanneming van werk of de levering van diensten en materialen;

d.

voor de verwerving van een onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht op een onroerende zaak;

e.

voor het verwijderen van resterende onderdelen van het te vervangen of te verplaatsen deel van het net;

f.

voor herstel van de terreinen waar verplaatsing of vervanging heeft plaats gevonden;

g.

voor communicatie over de uit te voeren werkzaamheden;

h.

voor andere zaken of werkzaamheden die zijn toe te rekenen aan de uitvoering van de verplaatsing of vervanging.

3.

Op de kosten voor de uitvoering van een verzoek tot verplaatsing of vervanging als bedoeld in het tweede lid worden

in mindering gebracht:

a.

kosten voor voorgenomen investeringen in het te verplaatsen of te vervangen deel van het net, voor zover de investering was voorzien in een ten tijde van het verzoek laatst vastgestelde investeringsplan als bedoeld in artikel 21 van de wet;

b.

eventuele aan de netbeheerder toekomende opbrengsten vanwege het vrijkomen van een onroerende zaak door de verplaatsing of vervanging.

Haalbaarheidstudie Verkabelen lijnverbinding DVTP110-DVTB110 van station Deventer-Bergweide tot mast 20 Vijfhoek/N348, projectnummer 002.612.19.S12.002 30 juli 2021, versie 2.0 4.

Als kosten voor de uitvoering van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid worden niet aangemerkt de kosten die door een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten worden gemaakt, waaronder kosten voor de voorbereiding van voor de verplaatsing of vervanging benodigde besluiten.

Artikel 5. Volgorde van uitvoering Indien een netbeheerder onvoldoende capaciteit heeft om aan alle ontvangen verzoeken tot verplaatsing of vervanging gelijktijdig uitvoering te geven, hanteert de netbeheerder de volgorde van binnenkomst van de verzoeken als uitgangspunt voor de volgorde van uitvoering.

Artikel 6. Procedure aanvraag ontheffing De aanvraag, bedoeld in artikel 22a, vijfde lid, van de wet, bevat een beschrijving waarin wordt onderbouwd dat het vervangen of verplaatsen van dat deel technisch of ruimtelijk niet haalbaar is of strijdig is met het belang van leveringszekerheid.

Artikel 7. Termijn indiening verzoek Een verzoek als bedoeld is artikel 22a, zesde lid, eerste volzin, kan worden ingediend tot 2 jaren na het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 8 december 2016 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (voortgang energietransitie) (34 627) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt.

Artikel 8. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verplaatsen en verkabelen hoogspanningsverbindingen.

Artikel 9. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat.

1.2 Financiële condities buiten wet VET Algemeen Als TenneT een reconstructie op aanvraag van derden, niet zijnde een aanvraag in het kader van de wet VET, in behandeling neemt, hanteert zij als financiële voorwaarde dat de aanvrager alle kosten draagt. Het gaat hierbij om zowel de kosten van de investering als de kosten van voorbereidende onderzoeken, engineering en eventuele noodzakelijke, additionele kosten.

TenneT ziet zichzelf genoodzaakt om deze voorwaarde te hanteren omdat TenneT uit de reguliere inkomsten geen financiële dekking heeft voor dergelijke projecten. Reconstructies zijn immers in de regel niet noodzakelijk voor het uitvoeren van de wettelijke taken van TenneT en dat betekent, dat de toezichthouder, de ACM, de kosten van die reconstructies niet verwerkt in de elektriciteitstransporttarieven. Dit vloeit rechtstreeks voort uit de Elektriciteitswet 1998.

TenneT kan dus alleen financieel bijdragen aan een reconstructie als die reconstructie (deels) bijdraagt aan de uitvoering van zijn wettelijke taken. In zo'n geval neemt TenneT de kosten op zich, die rechtstreeks zijn gerelateerd aan de wettelijke taken. In de regel komen dus alle kosten voor rekening van de aanvrager. Gezien de financiële verhoudingen, betracht TenneT zoveel mogelijk transparantie. TenneT werkt met een open begroting conform in afspraken EZ&K en de aanvrager wordt bij de besluitvorming over het project betrokken. Aanvrager kan desgewenst een accountantsverklaring laten opstellen. Uitzondering, reconstructie in belang van de wettelijke taken van TenneT.

Haalbaarheidstudie Verkabelen lijnverbinding DVTP110-DVTB110 van station Deventer-Bergweide tot mast 20 Vijfhoek/N348, projectnummer 002.612.19.S12.002 30 juli 2021, versie 2.0 Een uitzondering op de algemene regel "de aanvrager betaalt" is wanneer de reconstructie voor TenneT mede een duidelijk belang dient dat voortvloeit uit haar wettelijke taken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de reconstructie kan worden gecombineerd met een geplande verzwaring van het tracé. In een dergelijk geval zal TenneT het deel van de reconstructiekosten op zich nemen dat gerelateerd is aan de bijdrage aan haar wettelijke taken.

Nieuw voor oud? Regelmatig wordt door aanvragers van reconstructies naar voren gebracht dat TenneT voordeel heeft van een reconstructie omdat bestaande assets worden verwijderd en nieuwe worden geplaatst. De baten voor TenneT zouden bestaan uit levensduurverlenging, verminderde onderhoudskosten en afschrijvingsvoordelen. Deze 'baten' zijn echter in vrijwel alle gevallen nihil dat een bijdrage van TenneT in het kader van nieuw-voor-oud niet aan de orde is.

2 Inpasbaarheid Voor aanpassingen van het net moeten er fysieke mogelijkheden op de locaties zijn. Als bijvoorbeeld een hoogspanningslijn wordt verplaatst, dan is het noodzakelijk dat er op de nieuwe locatie ruimte is om de verbinding aan te leggen en te onderhouden. Deze nieuwe locatie wordt tevens op haalbaarheid getoetst met betrekking tot vergunningen het verkrijgen van zakelijk recht overeenkomsten.

De werkzaamheden van de verplaatsing moeten door TenneT of in opdracht van TenneT worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden moeten passen in de planning van de projecten van TenneT. Hierbij geldt dat projecten met een belang voor de leveringszekerheid altijd voorrang zullen krijgen.

3 Uitvoerbaarheid Hoogspanningsverbindingen transporteren grote hoeveelheden stroom, waarvan grote gebieden of steden afhankelijk zijn. De stroomvoorziening moet 24 uur per dag gewaarborgd blijven. Het gaat bij reconstructies vaak om omvangrijke werkzaamheden, die tijdens en na de uitvoering ervan geen gevaar mogen opleveren voor de leveringszekerheid.

Legenda

Hartlijn

Buffer 40 m Buffer 50 m Hartlijn

Buffer 40 m Buffer 50 m Hartlijn

Buffer 40 m

Buffer 50 m Hartlijn

Buffer 40 m Buffer 50 m

§

Postbus 2855 3500 GW Utrecht 0622625048

Haalbaarheidsstudie Deventer Vijfhoek N348 varianten Buffer 40 en 50 meter

Auteur L.H. van Gelder Bedrijfsonderdeel Omgeving en Conditionering

Geografische Informatie Systemen 0

Status

D:\ArcGis\MN001823 HBS Deventer\Projects\Bijlage B311 Haalbaarheidsstudie Deventer N348 Varianten - Haalbaarheidsstudie Deventer

Esri Nederland, beeldmateriaal.nl

Bijlage B3.1.1

Copyright Movares B.V.

140

Vrijgave

Datum 27-7-2021 Formaat A0 liggend Schaal 1 : 4000 280 m

Legenda Variant 1 Variant 2 Variant 3 Variant 4

§ Postbus 2855 3500 GW Utrecht 06-22625048

Haalbaarheidsstudie Deventer Bestemmingsplan Enkelbestemming

Auteur LH van Gelder Bedrijfsonderdeel Omgeving en Conditionering

Geografische Informatie Systemen

0

Status

Esri Nederland, Community Map Contributors

Bijlage B3.1.1 Copyright Movares B.V.

450

Datum Formaat Schaal

26-07-2021 A3 liggend 1 : 12500

900

m

Vrijgave

Legenda Variant 1 Variant 2 Variant 3 Variant 4

Dubbelbestemming

archeologisch/cultuur beschermd dorps/stadgezicht

waterkering KKKKKK KKKKK KKKKKK KKKKKK waterverkeer KKKKKK KKKKKK leiding

E E E E E E E E E E E E E E E

waarde onbekend

§ Postbus 2855 3500 GW Utrecht 06-22625048

Haalbaarheidsstudie Deventer Bestemmingsplan Dubbelbestemming

Auteur LH van Gelder Bedrijfsonderdeel Omgeving en Conditionering

Geografische Informatie Systemen 0

Status

Esri Nederland, Community Map Contributors

Bijlage B3.1.2 Copyright Movares B.V.

450

Datum Formaat Schaal

26-07-2021 A3 liggend 1 : 12500

900

m

Vrijgave

Legenda

Variant 1 Variant 2 Variant 3 Variant 4

Beleid Archeologie 2018 Waarde 0 Waarde 1 Waarde 2 Waarde 3 Waarde 4 Waarde 5 Waarde 6 Waarde 7

§ Postbus 2855 3500 GW Utrecht 06-22625048

Haalbaarheidsstudie Deventer Archeologie Bron: gemeente Deventer

Auteur LH van Gelder Bedrijfsonderdeel Omgeving en Conditionering

Geografische Informatie Systemen

0

Status

Esri Nederland, Community Map Contributors

Bijlage B3.1.3 Copyright Movares B.V.

450

Datum Formaat Schaal

26-07-2021 A3 liggend 1 : 12500

900

m

Vrijgave

Legenda Varianten

Variant 1 Variant 2 Variant 3 Variant 4 Gebouwde Objecten Niet gewaardeerd Beschermde waarden Rijksmonument Beschermde waarden Gemeentelijk monument Attentiewaarden binnenstad Attentiewaarden Identiteitswaarden Indifferente waarden Beschermde waarden_RM

§ Postbus 2855 3500 GW Utrecht

Haalbaarheidsstudie Deventer Cultuurhistorie Bron: gemeente Deventer Auteur geldelh Bedrijfsonderdeel

Geografische Informatie Systemen

0

Source: Esri, Maxar, GeoEye, Earthstar Geographics, CNES/Airbus DS, USDA, USGS, AeroGRID, IGN, and the GIS User Community

Status Bijlage B3.1.4 Copyright Movares B.V.

720

Datum Formaat Schaal

26-7-2021 A3 liggend 1 : 20000

1.440

m

Vrijgave

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11234696/1