CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-287-bijlage-TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27 Toelichting

Raadsvergadering 10 juni 2026, gemeente DeventerBij agendapunt: Vaststellen Tam omgevingsplan Gorsselseweg 2724.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

T AM -omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Plantype: TAM-omgevingsplan Naam: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27 IMRO-idn: NL.IMRO.0150.TAM018-VG01 Procedurestatus: nieuw

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

7 7 7 7 8 8 9

11 11 11 11 11 13

17 17 20 29 30

37 37 54 56 58 61 62 63 64 65

67 67 67

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Vooroverleg instanties Zienswijzen

Hoofdstuk 7

2

Economische uitvoerbaarheid

Algemeen Kostenverhaal

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Aspecten van de fysieke leefomgeving

Milieuaspecten Gezondheid Archeologie en cultuurhistorie Weging van het waterbelang Leidingen en kabels Verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren Sociale veiligheid Onontplofbare oorlogsresten Welstand

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Planbeschrijving

Inleiding Historie Ruimtelijke en functionele structuur Beschrijving huidige situatie De ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding

Aanleiding Toelichting op TAM-omgevingsplan Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Het omgevingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

5

Juridische aspecten en planverantwoording

69 69 69 69

71

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

7.1 7.2 7.3 7.4

Inleiding Artikelgewijze toelichting Werkingsgebieden Planregels

71 71 73 73

3

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

4

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Toelichting

5

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

6

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft betrekking op de locatie Gorsselseweg 27 in de kern Bathmen. In de huidige situatie bevindt zich op het perceel een voormalig pluimveehouderij en bedrijfswoning. Voorgenomen ontwikkeling betreft het herontwikkelen van de locatie waarbij 15 grondgebonden rijwoningen worden gerealiseerd. Bovendien wordt de voormalig bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De beoogde woningen krijgen een levensloopbestendig en betaalbaar karakter (waarvan minimaal 40% betaalbaar). In de planbeschrijving in hoofdstuk 2 wordt een uitgebreide omschrijving van de ontwikkeling gegeven. De hiervoor genoemde voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met het omgevingsplan van de gemeente Deventer. In paragraaf 1.5 wordt hier nader op ingegaan. Gelet op het vorenstaande is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Dit TAM-omgevingsplan zorgt voor de gewenste planologische kaders en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

Toelichting op TAM-omgevingsplan Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Deze vangnetten zorgen ervoor dat deze organisaties de belangrijkste uitvoeringsprocessen kunnen blijven uitvoeren, totdat ze het DSO wel kunnen gebruiken. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-Omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen.

1.3

Ligging van het plangebied Het plangebied maakt deel uit van de kern Bathmen en bevindt zich aan de Gorsselseweg 27, aan de zuidzijde van de bebouwde kom. Het ligt ten noorden van de Schipbeek en de A1. De nieuw te bouwen woningen worden gerealiseerd op het kadastrale perceel gemeente Bathmen, sectie C, nummer 2771. De voormalige bedrijfswoning bevindt zich op perceel sectie C, nummer 2772. Het totale plangebied heeft een omvang van circa 9.500 m². De exacte begrenzing van het plangebied is weergegeven in de bijbehorende verbeelding van dit TAM-omgevingsplan. In afbeelding 1.1 wordt de ligging ten opzichte van de kern Bathmen aangeduid met een rode ster en de directe omgeving gemarkeerd met een rood kader.

7

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (Bron: Plattekaart.nl, bewerkt)

1.4

De bij het plan behorende stukken Het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0150.TAM018-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het TAM-omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten.

1.5

Het omgevingsplan

1.5.1

Geldend omgevingsplan De locatie bevindt zich binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Deventer. Ter plaatse van deze locaties is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: Omgevingsplan gemeente Deventer (in werking vanaf 26 februari 2024); Bestemmingsplan 'Chw Deventer stad en dorpen, 1e herziening' (vastgesteld 24 mei 2023); Bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeereisen' (vastgesteld op 11 april 2018). Voor de duiding van het planologische regime van het plangebied is met name het bestemmingsplan 'Chw Deventer stad en dorpen, 1e herziening' relevant. Hieronder wordt ingegaan op het geldende planologische regime. In afbeelding 1.2 is een uitsnede behorende bij het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is op deze afbeelding aangeduid met rood kader.

8

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Chw Deventer stad en dorpen, 1e herziening' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)

Het plangebied is voorzien van de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Bedrijfswoning'. Bovendien zijn de gronden (deels) voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en (deels) van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Daarnaast zijn ter plaatse een bouwvlak, maximum gooten bouwhoogte, evenals een maximum bebouwingspercentage aanwezig. De gronden zijn uitsluitend bestemd voor een agrarisch bedrijf en het wonen ten behoeve hiervan. Het regulier bewonen van de bedrijfswoning en toevoegen van grondgebonden woningen is daarmee niet in overeenstemming met het geldende omgevingsplan.

Het voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologisch kader op basis waarvan de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk kunnen worden gemaakt.

1.6

Leeswijzer De toelichting van dit TAM-omgevingsplan is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een planbeschrijving, waarbij de historie, ruimtelijke en functionele structuur, huidige situatie en de ontwikkeling worden besproken. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 gaan respectievelijk in op de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de opzet en verantwoording van de regels.

9

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

10

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op zowel de historie, ruimtelijk en functionele structuur en huidige situatie van het plangebied. Daarnaast wordt ingegaan op de voorgenomen ontwikkeling.

2.2

Historie Het landschap is altijd bepalend geweest voor de ontwikkeling van Bathmen. Te zien is dat Bathmen oorspronkelijk gesticht werd op de hogergelegen dekzandrug, met als kenmerkende elementen de kerk en brink, die het hart van het dorp vorm(d)en, de enken, slingerende bomenlanen, de Schipbeek en de open velden. Bathmen kent een lange bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot ruim 1000 jaar voor Christus. Van oudsher was het dorp volledig agrarisch: tot circa 1900 waren alle woonhuizen boerderijen. Vanwege deze rijke historie is er op verschillende plekken een hoge kans op archeologisch waardevolle vondsten, met name op de enken en bij de bebouwing langs de Woertmansweg. Het dorp is op een zogenaamde concentrische wijze gegroeid rondom de brink/dorpskern. Het dorp breidde na de Tweede Wereldoorlog uit, mede vanwege het woningtekort in de stad Deventer. Zo ontwikkelde Bathmen zich langzaamaan van een voornamelijk agrarisch dorp naar een gemengd dorp, zonder haar landelijke en groene karakter te verliezen. De spoorlijn, Schipbeek en later de snelweg A1 hebben de groei altijd ruimtelijk begrensd. De laatste jaren zijn woningen en kleine buurten aan de west- en zuidrand toegevoegd.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied is onderdeel van de lintbebouwing aan de Gorsselseweg. Deze bebouwing levert een afwisselend beeld in bebouwing en erven. De opzet van de aangrenzende woonwijk kenmerkt zich door de typische uitbreidingen aan een dorp in de geest van de jaren 80. Ruim opgezette kavels met vrijstaande of geschakelde woningen met groene tuinen en woonerf straten waar geen voetpaden zijn en parkeren en bomen elkaar afwisselen.

2.4

Beschrijving huidige situatie Binnen het plangebied bevinden zich een voormalige bedrijfswoning en enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen die deel uitmaakten van een voormalig pluimveebedrijf. De voormalige pluimveestallen zijn reeds gesloopt. De ontsluiting van het gebied vindt plaats via een inrit aan de Gorsselseweg. De resterende ruimte binnen het plangebied is ingericht als tuin, groenvoorziening en manoeuvreerruimte. Het te ontwikkelen gebied wordt begrensd door de Gorsselseweg, de Schipbeek en bestaande bebouwing van Bathmen. Aan de westzijde van het plangebied, aan de overkant van de Gorsselseweg, was tot enkele jaren terug ook een agrarisch bedrijf gelegen. Van dit perceel is de functie veranderd naar Wonen. Voor de rest zijn er in de directe omgeving alleen woonfuncties aanwezig. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied (indicatief met rode omlijning) opgenomen. In afbeelding 2.2 is een impressie van de huidige situatie in het plangebied opgenomen.

11

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)

Afbeelding 2.2: Impressie plangebied (Bron: Buro Poelmans Reesink Landschapsarchitectuur)

12

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

2.5

De ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling omvat de herontwikkeling van het plangebied naar een woongebied met 15 woningen. Daarnaast wordt de bedrijfswoning omgezet naar reguliere woning. Dit betreft een vrijstaande woning. Het overige woningbouwprogramma bestaat uit: Een blok van zeven woningen, waarvan zes betaalbare en nultredenwoningen (levensloopbestendig) en één woning in de vrije sector. De zes betaalbare woningen zijn eveneens direct zorg toegankelijk. Een blok van vijf woningen en drie woningen in de vrije sector, eveneens als nultredenwoningen (levensloopbestendig). Hierdoor is 40% van het woningbouwplan als betaalbaar aangemerkt. Onder betaalbare woningen worden sociale huur, middeldure huur en koopwoningen tot maximaal € 405.000 v.o.n. verstaan (prijspeil 2025). In dit geval betreft het uitsluitend koopwoningen tot deze prijsklasse. Daarnaast is 93,33% van de woningen nultreden (levensloopbestendig). Deze percentages zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en ontwikkelaar. Nultredenwoningen zijn geschikt voor alle levensfasen, met specifieke aandacht voor ouderen. Bij oplevering zijn deze woningen toegankelijk voor mensen met een verminderde mobiliteit.

Dit betekent dat alle primaire leefruimten – woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet – zich op de begane grond bevinden en zowel inpandig als vanaf het aangrenzende terrein drempelvrij toegankelijk zijn. Directe zorg toegankelijk betekent dat de woningen zodanig ingericht dat zorgdiensten eenvoudig aan huis verleend kunnen worden, waardoor ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. De inrichtingstekening is weergegeven in afbeelding 2.3.

13

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Afbeelding 2.3: Inrichtingstekening (Bron: NTP) Het plangebied krijgt een overzichtelijke ontsluitingsstructuur met een efficiënte parkeeroplossing. Er wordt voldaan aan het geldende parkeerbeleid en de parkeernormen. In totaal worden er 27 parkeerplaatsen toegevoegd binnen het plangebied. Parkeren is geclusterd in gezamenlijke parkeervakken, zodat er voldoende ruimte overblijft voor verblijfsgebieden. De woningen zijn gepositioneerd aan het groen, met paden die leiden naar de voor- en achterdeuren. De hoofdontsluiting van de nieuwe woningen is gerealiseerd vanaf de Gorsselseweg. De bestaande inrit op het perceel van huisnummer 27 blijft behouden, waarbij een tweede inrit wordt gerealiseerd om het terrein goed bereikbaar te maken vanaf de doorgaande weg. Een tweede ontsluiting wordt als langzaamverkeersroute ingericht. Daarnaast worden er extra verbindingen gecreëerd met het wandelpad langs de Schipbeek en de omliggende wijk, specifiek gericht op voetgangers. De bestaande groenstructuur speelt een belangrijke rol in de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. De esrandbeplanting wordt doorgetrokken in de nieuwe ontwikkeling en vormt een waardevolle eikenstructuur. Om de groeiruimte voor deze bomen te behouden, wordt rekening gehouden met voldoende afstand tussen de bebouwing en de kroonprojectie. Ook de groenstructuur langs de Schipbeek is van grote waarde en blijft behouden.

Binnen het plangebied zelf wordt zoveel mogelijk bestaande beplanting gehandhaafd, gezien de ecologische en landschappelijke kwaliteiten ervan. Bij de planvorming is zorgvuldig rekening gehouden met de achtertuinen van bestaande woningen die grenzen aan het plangebied. Er wordt gestreefd naar een vloeiende overgang door afstand te houden tussen de nieuwe bebouwing en de bestaande woningen. Waarbij groen wordt gebruikt als natuurlijke

14

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

buffer. Hiermee wordt zowel de privacy van de toekomstige bewoners als de omwonenden gewaarborgd. Het gebied wordt ingericht als een open en toegankelijk woonomgeving, waarbij voetgangers zich vrij kunnen bewegen. Er worden meerdere verbindingen gerealiseerd tussen de wijk en het wandelpad langs de Schipbeek. De inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan een groene, parkachtige setting, waarin woningen los in het groen staan. Verharding wordt tot een minimum beperkt en alleen toegepast waar functioneel noodzakelijk, zoals bij autoverkeer, afvalophaalroutes en entrees.

15

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

16

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio's

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

17

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid.

Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb's) Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor

personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden.

18

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Hierna is een uitwerking gegeven inzake de Ladder voor duurzame verstedelijking, omdat deze in de praktijk veel voorkomt. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI). Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen en vervolgens beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit geldt ook voor de reeds opgebouwde jurisprudentie. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’, ‘stedelijke ontwikkeling’ en nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’.

Bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In artikel 5.129g Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

3.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid Toetsing aan de NOVI Voorliggende kwestie betreft een plan waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit plan opgenomen ontwikkeling. Toetsing Instructieregels Rijks (Amvb's) In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl. Toetsing 'Ladder voor duurzame verstedelijking'

19

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor artikel 5.129g van het Bkl van toepassing is. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling door BJZ.nu een laddertoets is uitgevoerd. De volledige laddertoets is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Op basis van de Ladderonderbouwing blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het beleid dat in dit geval van toepassing is betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. In 2009 zijn de omgevingsvisie en -verordening door Provinciale Staten vastgesteld. De hiervoor genoemde plannen zijn op 1 januari 2024 voor het laatst geactualiseerd.

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat

20

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

21

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Hierna worden de lagen nader toegelicht. Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.

De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

22

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

3.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel Wanneer het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

3.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Artikel 4.4 (principe van concentratie) lid 1: In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.4 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling ziet toe op een binnenstedelijke locatie. Zoals hierna ook blijkt uit het ter plekke geldende ontwikkelperspectief en de 'stedelijke laag' ligt het plangebied binnen bestaand bebouwd gebied. Met voorgenomen ontwikkeling worden 15 woningen toegevoegd. Daarnaast wordt de bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Slechts voor een gedeelte van het plangebied geldt een niet-stedelijk ontwikkelperspectief en geen duiding binnen de 'stedelijke laag'. Dit betreffen echter gronden waar met voorgenomen ontwikkeling geen fysieke ingrepen plaats zullen vinden. Het groen ter plaatse blijft gehandhaafd. Hierdoor is er geen sprake van extra beslaglegging op de groene omgeving. In paragraaf 3.1.3, 3.3.1 en 3.4.2, evenals Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking, wordt aangetoond dat het toevoegen van woningen past in de regionale en gemeentelijke woningbouwprogrammeringen.

Gelet op vorenstaande sluit het planvoornemen aan bij artikel 4.4. van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) lid 1: Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: dat deel van de fysieke leefomgeving waarvan de gronden niet vallen binnen bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.5 van de Omgevingsverordening Overijssel

23

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

De ontwikkeling ziet toe op een binnenstedelijke locatie. Zoals hierna ook blijkt uit het ter plekke geldende ontwikkelperspectief en de 'stedelijke laag' ligt het plangebied binnen bestaand bebouwd gebied. Met voorgenomen ontwikkeling worden 15 woningen toegevoegd. Daarnaast wordt de bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Er vindt hierdoor geen extra ruimtebeslag plaats op de groene omgeving. Slechts voor een gedeelte van het plangebied geldt een niet-stedelijk ontwikkelperspectief en geen duiding binnen de 'stedelijke laag'. Dit betreffen echter gronden waar met voorgenomen ontwikkeling geen fysieke ingrepen plaats zullen vinden. Het groen ter plaatse blijft gehandhaafd. Hierdoor is er geen sprake van extra beslaglegging op de groene omgeving. In paragraaf 3.1.3, 3.3.1 en 3.4.2, evenals Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking, wordt aangetoond dat het toevoegen van woningen past in de regionale en gemeentelijke woningbouwprogrammeringen. Gelet op vorenstaande sluit het planvoornemen aan bij artikel 4.4. van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 4.6 (toekomstbestendigheid) In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.6 van de Omgevingsverordening Overijssel Met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de woningbehoefte in de gemeente Deventer. Bovendien wordt door de groene inrichting en het behoud van de bestaande bomen een klimaatadaptief plan gerealiseerd waarin rekening is gehouden met wateroverlast en hitte. Daarnaast worden de woningen gasloos ontwikkeld en zullen ze voldoen aan de nieuwste BENG-normen. Ook heeft natuurinclusief bouwen een rol gespeeld bij het ontwerp. Op deze plek wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 4.6 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.14 (woonafspraken) 1.

Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. 2. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.14 van de Omgevingsverordening Overijssel In paragraaf 3.1.3, 3.3.1 en 3.4.2, evenals Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking, wordt aangetoond dat het toevoegen van woningen past in de regionale en gemeentelijke woningbouwprogrammeringen. Gelet op vorenstaande sluit het planvoornemen aan bij artikel 4.4. van de Omgevingsverordening Overijssel.

24

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Een deel van het plangebied valt onder het ontwikkelperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. Het merendeel van het plangebied heeft echter het ontwikkelperspectief ‘Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken’. Dit is ook weergegeven in afbeelding 3.2. Het plangebied is indicatief met rode stippellijn geduid. Hieronder worden beide ontwikkelperspectieven toegelicht.

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energieefficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies.

Het betreffen gebieden voor gespecialiseerde landbouw en mengvormen van landbouw met andere functies (recreatie-zorg, natuur, water) en bijzondere woon-, werk- en recreatiemilieus die de karakteristieke gevarieerde opbouw van de cultuurlandschappen in deze gebieden versterken. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Toetsing aan het 'ontwikkelingsperspectief'

25

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

De ontwikkeling ziet toe op een binnenstedelijke locatie. Zoals hierna ook blijkt uit het ter plekke geldende ontwikkelperspectief en de 'stedelijke laag' ligt het plangebied binnen bestaand bebouwd gebied. Met voorgenomen ontwikkeling worden 15 woningen toegevoegd. Daarnaast wordt de bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Er vindt hierdoor geen extra ruimtebeslag plaats op de groene omgeving. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat er geen sprake is van enige belemmeringen van het voornemen op omliggende (agrarische) bedrijven. Slechts voor een gedeelte van het plangebied geldt een niet-stedelijk ontwikkelperspectief en geen duiding binnen de 'stedelijke laag'. Dit betreffen echter gronden waar met voorgenomen ontwikkeling geen fysieke ingrepen plaats zullen vinden. Het groen ter plaatse blijft gehandhaafd. Hierdoor is er geen sprake van extra beslaglegging op de groene omgeving. In paragraaf 3.1.3, 3.3.1 en 3.4.2, evenals Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking, wordt aangetoond dat het toevoegen van woningen past in de regionale en gemeentelijke woningbouwprogrammeringen. Gelet op vorenstaande sluit het planvoornemen aan bij de ambities die gelden voor de geldende ontwikkelperspectieven.

3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerk en Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied ligt ter plaatse van de laag 'Dekzandvlakte en ruggen'. Onderstaand is dit nader uitgewerkt. 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het watersysteem.

Beiden zijn uitgangspunt bij inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden. Toetsing aan de 'Natuurlijke laag' De gronden binnen het plangebied zijn grotendeels gecultiveerd. De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig en kunnen realistisch gezien ook niet meer worden teruggebracht. Bij het opstellen van het inrichtingsplan is rekening gehouden met het reeds aanwezige landschap. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de natuurlijke laag. De 'Laag van het agrarisch-cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen

26

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied ligt in het landschapstype 'Essenlandschap'. Onderstaand wordt dit nader uitgewerkt. 'Essenlandschap' Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Toetsing aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Voorgenomen ontwikkeling ziet toe op een woningbouwontwikkeling in de kern Bathmen. De herontwikkeling sluit functioneel en stedenbouwkundig goed aan bij de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving. Er ontstaat een passend woonmilieu. Voor een nadere toelichting hierop wordt ook verwezen naar de beschrijving in hoofdstuk 2 van deze toelichting. In een gedeelte van het plangebied zijn geen kenmerken meer van het agrarische cultuurlandschap aanwezig.

Slechts voor een gedeelte van het plangebied geldt een niet-stedelijk ontwikkelperspectief en geen duiding binnen de 'stedelijke laag'. Dit betreffen echter gronden waar met voorgenomen ontwikkeling geen fysieke ingrepen plaats zullen vinden. Het groen ter plaatse blijft gehandhaafd. Hierdoor is er geen sprake van extra beslaglegging op de groene omgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de kenmerken van de laag van het agrarische cultuurlandschap.

De 'Stedelijke laag' De ‘Stedelijke laag’ is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructureleverbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ligging van een stad of dorp in het landschap, op een kruispunt van infrastructuur of in de nabijheid van grondstoffen speelt een belangrijke rol in het functioneren ervan. Efficiëntie en bereikbaarheid zijn belangrijke vestigingsfactoren, maar daarbij wordt de kwaliteit, eigenheid en het onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Het plangebied ligt is op de gebiedskenmerkenkaart 'Stedelijke laag' gekenmerkt met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu'. Onderstaand wordt dit nader uitgewerkt. 'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes.

Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is

27

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing aan de 'Stedelijke laag' De herontwikkeling van het pand sluit zowel functioneel als stedenbouwkundig naadloos aan bij de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich namelijk veel woningen. De voorgestelde herontwikkeling creëert een passend woonmilieu dat aansluit bij de karakteristieken van het gebied. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van deze toelichting. Daaruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling goed aansluit bij het huidige karakter van de omliggende omgeving Het voornemen leidt daarom niet tot aantasting van de 'stedelijke laag'. De 'Laag van beleving'

'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Toetsing aan de 'Laag van beleving' Het plangebied is aangemerkt als 'Donkerte'.

Het voornemen ziet niet op het buitenproportioneel verlichten van de percelen. Bovendien waren ter plekke reeds een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen aanwezig. Hierdoor is in de huidige situatie al minder sprake van een donker gebied. In de beoogde situatie wordt rekening gehouden met de ambitie om de 'donkerte' gebieden, ten minste net zo donker te houden. Het voornemen is daarmee in lijn met de 'Laag van beleving'.

3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

28

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woonagenda West-Overijssel 2021-2025

3.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, Overijsselse gemeenten en partners werken samen aan een balans op de woningmarkt. Periodiek maken ze meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Voor 2021-2025 zijn er twee regionale Woonagenda's: een voor West-Overijssel en een voor Twente. Voor voorliggende ontwikkeling is de regionale woonagenda voor West-Overijssel van toepassing. De Woonagenda West-Overijssel 2021-2025 schetst de gezamenlijke inzet van gemeenten en provincie, met input van woningcorporaties, marktpartijen en andere partners. Deze agenda dient als kader en kompas op de woningmarkt, waarbij wordt bepaald waar naartoe wordt gewerkt en hoe dit gezamenlijk wordt gedaan. 3.3.1.2 Visie op het wonen Een toekomstbestendige woningmarkt betekent in West-Overijssel: een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied een duurzaam en circulair woningbestand. Een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen Centraal wonen in de grote kernen In de grote kernen met als unieke kwaliteit dat je er relatief rustig kunt wonen met een goed voorzieningenniveau en een goede bereikbaarheid. Het gaat allereerst om kernen met een goede OV-/treinverbinding zoals Kampen, met een flinke omvang en ruimte voor grootschalige toevoegingen, en om Steenwijk, Dalfsen, Ommen, Hardenberg, Olst, Wijhe, Heino en Raalte.

Ook andere kernen zonder treinverbinding bieden een vergelijkbare kwaliteit van wonen, zoals Dedemsvaart, Genemuiden, Hasselt, Bathmen en Nieuwleusen. Zij bieden een breed aanbod van dorpse, groenstedelijke en suburbane woonmilieus. De behoefte aan dergelijke woonmilieus is groot. Deze kernen vervullen daarom een belangrijke rol in de verstedelijkingsopgave van de Cleantech Regio en de regio Zwolle. We zien kansen in deze kernen woningen en milieus toe te voegen om daarmee hun vitaliteit en economie kracht bij te zetten. Een toekomstbestendige leefomgeving De uitdaging van een toekomstbestendige leefomgeving gaat verder dan stenen; het doel is om te voldoen aan groeiende woningbehoeften met behoud van kwaliteit, menselijke maat en duurzaamheid. Het regionale woningbouwprogramma wil de positie van steden versterken, met aandacht voor groei in Deventer en Zwolle. Integratie van woningbouw met werklocaties en stationsomgevingen, samen met vergroening, staat centraal. De balans tussen stedelijk en landelijk in Overijssel wordt behouden, met ruimte voor lokale behoeften en toevoeging van woningen in grote kernen, waarbij ruimtelijke kwaliteit en landschapsbehoud voorop staan. Nieuwe woonmilieus in het buitengebied dienen als visitekaartje voor West-Overijssel en belichamen zowel de regiokarakteristiek als innovatiekracht.

Landelijke gemeenten dragen bij aan regionale positionering en bovenlokale woonbehoeften, versterkend voor dorpen en platteland. Een duurzaam en circulair woningbestand Naast aardgasloze nieuwbouw staat de uitdaging centraal om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen voor de energietransitie. Een regionale aanpak biedt kansen, waarbij circulair bouwen

29

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

als drijvende kracht fungeert voor innovatie. Circulair bouwen, met focus op biobased materialen en nieuwe samenwerkingsvormen, bevordert duurzaamheid en economisch voordeel. De Woonagenda sluit aan op het programma Circulaire Economie en het Programma Nieuwe Energie, waarbij Overijssel streeft naar een energieneutraal 2050 en specifieke doelen voor 2023. In 2040 moeten steden, dorpen en het landelijk gebied duurzaam en klimaatbestendig zijn. Gemeenten, verenigd in de Alliantie Nieuwe Energie Overijssel, hebben de taak om deze doelen te realiseren, met de Woonagenda gericht op het uitvoeringscluster 'Gebouwde Omgeving'. 3.3.1.3 Toetsing aan de regionale woonagenda De ontwikkeling sluit aan bij de woningbouwbehoefte in de kern Bathmen, gemeente Deventer en regio West-Overijssel. De voorgenomen ontwikkeling voegt 15 grondgebonden rijwoningen toe, waarvan een deel betaalbaar is. Bovendien zijn vrijwel alle woningen levensloopbestendig, wat bijdraagt aan een inclusieve woningmarkt. Door een groene inrichting en het behoud van bestaande bomen ontstaat een klimaatadaptief plan, waarin rekening is gehouden met wateroverlast en hitte. De woningen worden gasloos gerealiseerd en voldoen aan de nieuwste BENG-normen. Ook is natuurinclusief bouwen meegenomen in het ontwerp, wat bijdraagt aan een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving.

Een dorps, groenstedelijk en suburbaan woonmilieu is passend in een kern zoals Bathmen. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de doelstellingen uit de regionale woonagenda.

3.3.2

Conclusie regionaal beleid Geconcludeerd wordt dat de in voorliggend TAM-omgevingsplan besloten ontwikkeling past binnen het regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Deventer In het Structuurplan Deventer 2025 (april 2004) zijn de toekomstige ruimtelijke opgaven voor Deventer en de gewenste ontwikkelingsrichting in beeld gebracht. Het Structuurplan Deventer 2025 is echter door allerlei ontwikkelingen binnen en buiten Deventer inmiddels deels verouderd. Daarom is in samenspraak met een groot aantal betrokkenen een Omgevingsvisie gemaakt. In de Omgevingsvisie legt de gemeente Deventer haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Dit is de eerste stap in het proces richting de invoering van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de klimaatverandering zorgt voor meer extremen in neerslag, hitte, droogte en water door de grote rivieren, waaronder de IJssel. Daarnaast speelt de eindigheid van natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Dat vraagt om maatregelen. Zoals grote inzet op energiebesparing, het klimaatbestendig maken van de leefomgeving, het overschakelen van fossiele op duurzame energiebronnen en het zuiniger en duurzamer omgaan met energie, water, grondstoffen en voedsel. De gemeente zoekt duurzame, klimaatbestendige en circulaire oplossingen op alle plekken die zich daarvoor lenen: in woningen, bedrijven, in de stad en op het platteland.

Belangrijke uitdagingen zijn: Instellen op de consequenties van klimaatverandering; Planmatig werken aan de klimaatadaptatie en energietransitie;

30

vastgesteld bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Gorsselseweg 27

Bij het toewijzen van functies rekening houden met de druk op ruimte; Meedoen met de ontwikkeling van nieuwe werkwijzen in energieopwekking; Waarborgen en vergroten van de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteit. Om in te kunnen spelen op de dynamiek van de economie en de (internationale) markt moet er ruimte voor ondernemerschap zijn. Ruimte om waardevast te investeren, te groeien en samen te werken. De opgave is de veerkracht en inventiviteit van de ondernemers optimaal te blijven faciliteren en in te spelen op ontwikkelingen in de markt. Minder regels mogen overigens niet leiden tot onduidelijkheid voor alle betrokken partijen, willekeur of een onzeker vestigingsklimaat. Voor de Dorpen wordt specifiek het volgende vermeld: Eén van de kenmerken van leven in de dorpen is dat veel mensen elkaar kennen. Dat is zeker belangrijk vanwege de vergrijzing van de bevolking en het uitgangspunt dat mensen hun zorg steeds meer zelf moeten organiseren. Men zal vaker een beroep doen op elkaar, om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. De gemeente ondersteunt dit 'noaberschap' door voorzieningen zo veel mogelijk te clusteren en te zorgen voor aantrekkelijke plekken om elkaar op straat te ontmoeten. Rust, ruimte en groen maken de dorpen aantrekkelijk. Die kwaliteiten willen we behouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16946457/1