2025-87 Concept bijlagen bij besluit Randerstraat 1
Tekst van het document
9
Ee-
2 Yellowlines
Broeklanderdijk30a, 8107 PC Broekland
T:
E:
@yellowlines.nl
www.yellowlines.nl
ye ow nes De volgende randvoorwaarden zijn van toepassing: o Hoodfvorm, vierroedige hooiberg, goed zichtbaar o Oriëntatie op het erf conform landschapsplan. o Onderzijde kap max óm o Aan de erfgerichte zijde en aan de boerderij zijde van de hooiberg geen ombouw, aan de
andere twee zijden wel o Goothoogte max 2,5m. Dakhelling maximaal 20graden o Dakhelling hooiberg max. 45 graden.
Materialen: o Gevelbekleding uitvoeren hout in kleur antraciet/grijs of zwart. Trasraam in rood/bruin
metselwerk o Hogere gevel (boven le pannenlijn) onder het riet uitvoeren in lichte, naturelle gevelplanken
of hooibalen o Dak van hooiberg uitvoeren in riet o Dak van ombouw uitvoeren in dakpannen. Kleur antraciet of blauw gesmoord. o Roeden hooiberg uitvoeren in eikenhout. o Kozijnen uitvoeren in hout. o Hemelwaterafvoeren uitvoeren in zink
B: De nieuwe woningen De nieuwe woningen moet niet alleen qua vormgeving, maar ook qua materialisering ondergeschikt zijn aan de bestaande boerderij. De typologie die hier het beste bij past, is die van een schuurwoning. De nieuwe woning dient aan de erfzijde zo gesloten mogelijk aan te voelen, terwijl deze aan de buitenzijde van het erf meer open kan zijn.
Hoewel de woonbeleving zich richt op de buitenzijde van het erf, is het belangrijk dat de woning ook van grote afstand als een schuur herkenbaar blijft. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door het gebruik van lamellen, schuifpanelen of vergelijkbare elementen. De twee nieuwe woningen moeten onder één doorlopend dakvlak worden gerealiseerd, waarbij de nok- en goothoogtes gelijk zijn. Binnen dit volume (onder dezelfde kapvorm) moeten ook de bijgebouwen worden opgenomen. Uit- of aanbouwen zijn niet toegestaan. Onderstaand enkele referentiebeelden.
\ %
a
c.e geee -
1: g
■
35
3 Yellowlines
T:
E:
@yellowlines.nl
www.yellowlines.nl
ye ow nes De volgende randvoorwaarden zijn van toepassing. o Eenduidige hoofdvorm, (geen aan of uitbouwen) o Kap vorm symmetrisch. o Oriëntatie op het erf conform landschapsplan. o Goothoogte max 3m. o Nokhoogte maximaal 8,5m o Dakhelling minimaal 20 graden en maximaal 45 graden o Sobere detaillering, passend bij een bedrijfsgebouw o De gevels zijn visueel gesloten in de richting van het erf en de openbare weg. Grote raampartijen mogen worden toegepast in gevels die zijn gekeerd naar het landschap. o Géén schoorsteen op het dak toepassen. Rookkanaal kan bovendaks toegepast worden, indien deze in een donkere kleur wordt uitgevoerd. Zoveel als mogelijk gelijk aan de kleur van de dakpannen.
Materialen:
o Gevel uitvoeren in hout en/of metselwerk in kleuren antraciet/grijs of zwart.
•
Eventueel ondergeschikte licht hout elementen toepassen.
o Dakpannen uitvoeren in kleur antraciet of blauw gesmoord. O O
Kozijnen uitvoeren in hout of aluminium. Hemelwaterafvoeren uitvoeren in zink
C: Kapschuur Voor het beheer en onderhoud van de omliggende weilanden en het stallen van kleinvee wordt een nieuwe kapschuur gerealiseerd. Een kenmerkend element van een kapschuur is de asymmetrische kapvorm. De lage zijde van het dak moet aan de landschapszijde komen, terwijl de hoge zijde aan de erfzijde wordt geplaatst. Onderstaand enkele referentiebeelden.
72333
232 <35
Ve kë
I
ft
e2k 2
■ mMa
4 Yellowlines
1
T:
E:
@yellowlines.nl
www.yellowlines.nl
ye ow nes De volgende randvoorwaarden zijn van toepassing. O O O
o o o o
Eenduidige hoofdvorm, (geen aan of uitbouwen) Kap vorm asymmetrisch. Oriëntatie op het erf conform landschapsplan Goothoogte erfzijde max 3m Goothoogte landschapszijde max 2m Nokhoogte max óm Dakhellingen minimaal 20 graden en maximaal 45 graden
Materialen: o Gevel uitvoeren in hout in kleuren antraciet/grijs of zwart. Trasraam uitvoeren in beton. o Dak uitvoeren in golfplaten. Kleur antraciet of zwart. o Kozijnen uitvoeren in hout of aluminium. o Hemel waterafvoeren uitvoeren in zink
Ter inspiratie zijn enkele impressies van het toekomstige erf toegevoegd.
F"
* vY
t D4
I 1:
*•
5 Yellowlines
1
T:
E:
@yellowlines.nl
www.yellowlines.nl
i 300F
OLS IF 05095G0000
\
Overzicht NIB maatregelen en punten ontwikkeling Randerstraat 1 Diepenveen OL:
IF 03621 G0000
A. Nest- en verblijfplaatsen: 1. Nestkast steenuil in de kapschuur B. Inheemse beplantingen: 1. Aanplant struweelheg, lengte 97 m1, 2. Aanplant gemengde haag met inheemse soorten, lengte 57 m1 3. Aanplant beukenhaag, lengte 70 m1 4. Aanplant van hoogstamfruitbomen, 6 st 5. Aanleg boerenslootje met knotwilgen, lengte 66 m1 6. Aanplant knotwilgen bij kikkerpoel in perceel DPV nr 7589 7. Aanplant streekeigen soorten struiken en bomen. Totaal
Perceel inclusief oppervlakte van het erf - oppervlakte: 1,11 ha
V 9-
9-
(
-
1Ad.-
6
o
fe6ee)
9 Weiland
Struweelheg i - lengte: 97 ml ' - breedte 5 ml - aanplant met inheemse struiken, bosplantsoen maat 80-120 - dubbele plantrij, pantafstand 3 st/m1, in de rij 100 cm - beheer, lx per 8 jaar afzetten tot 150 cm hoogte i
r-fErfboom - Juglans regia. Walnoot - aanplantmaat 18-20 cm stamomtrek
Sortimentslijststruiveelheg Lengte van de heg 97 m1 Aantal planten: 60C st. Sortiment:
20% Crataegus morjogyna Meidoorn 20% Prunus spinesd Sleedoorn 20% Sembucus nigra Vlier 20% Rhamnus frangula Sporkehout 20% Sorbus aucuparia Lijsterbes
il
120 st 120 st 120 st 120 st 120 st
8 punten 2 punten 2 punten 3 punten 4 punten 2 punten 8 punten 30 punten
Infïltratieslootje met knotwilgen
—
Knotwilgen -10 st knotwilgen Salix alba, Schietwilg, maat 18-20 cm omtrek, stokken -plantafstand 7ml
Infiltratiesloot - lengte 66 m1, breedte op maaiveld niveau 300 cm, diepte 50 cm, taluds 1: 3 - infiltratie van hemelwater van gebouwen (kapschuur, steltenberg en buitenstarter) - oppervlakte van de gebouwen: 400 m2 x regenbui factor 0,08 = 32 m3 - bergingscapaciteit: 55 m 3 slootje met natuuriijke begroeiing en aanplant van 10 st knotwilgen
Erfboom - Aeculus hippocastanum, Paardekastanjé . ö T - aanplantmaat 16-18 cm stamomtrek 3] r /
0
1 punt
• b . V,
(
,— N-
(
(
Stru ken bosje op boerenerven, inheemse soorten Te beplanten oppervlakte: 200 m2 Plantafstand: 100x100 cm Aantal planten: 200 st Plantverband: vrije keus Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120 cm (2+1)
Erfbosje - inheemse struiken -oppervlakte: 200m2
ef
3
j
Sortiment: 10% Viburnum oplulus Gelderse roos 10% Carpinus betulus Haagbeuk 10% Comus mas Gele kornoelje 10% Cytisus scoparius Brem 10% llex aquifolium Hulst 10% Ligustrum vulgare Wilde liguster 10% Lonicera periclymenum Klimkamperfoelie 10% Rubus idaeus Framboos 10% Sambucus laciniata Peterselievlier 10% Sorbus aucuparius Lijsterbes
-U I'
(
»
WW
kapschuur Hiiniu MilililiMlli
Y
Gras
A)
\
7
J__
2
l
t
VV 5x X
nmrn Ni l
8
Speelveldje
\VVV\ Erf
/I
E
9
1
D\
-
o
V
l'
o
o
I
I
Zitpek -- bestaande hooibergkapje
2
1 V
I ।
l
ü
"
I
Boerder
\ \
X07675G6000
Dl
(
\S
\ o
oacecgn9mL -
( \
1
<
"NM
- verlenging bomen langs de Randerstraat - 4 st Quercus robur, In’andse eik r aanplantmaat 16-18 cm stam omtrek
'5
met bcuhenhaag
- intensiefbeheer—
e—BêdKenhaag
N
7 \
P
- lengte: 70 m1 - aanplant Fagus sylvatica. Groene beuk - plantafstand 4 st/m1, enkele rij - aantal planten 280 st aanplant van bosplantsoen, maat 80-120 cm
f
Tramhuisje (B)
)
/ (
N
I
o
I X
N \
\
o
nd o
N
(
a ï o
o
N k
o
\
o
Bestaande bomen - wegbeplanting Randerstraat]
I
I
Gemengde inheemse haag, zonder doornen Lengte van de haag: 57 m1 Plantwijze: dubbele rij 6 stuks/m1, aantal panten 350 st Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120 cm (2+1)
O
zon:
X
o
o
\
/
\
Gemengde heg - 3 posities, totale lengte 57 m1 - mix van vier soorten inheemse stru ken - dubbele plantrij - aanplanl van inheems bosplantsoen, maat 80-120 cm - beheerhoogte 100 cm
)
<\
O Lngeboqm
I
§
K
\
(beslaand)
(/—
A!
v
\k
o
o
Gras
_£=
' -
\
/
\
V)IN Unii
o /
o
\
o
\
I
\
I' 11
A
o
403
\
•3
re
—1
o
h
)
o
A
o
b
Gras
\
20 st
o
o
0
ï
)
I
Bloemen-/kruidenrijk gras
00 1
9 *
o
/
eemere"
\
steltentber9 <3 .
3
K
)
( (
2
X
4
4'Begrenzmg tuinen)
K
29%
I
M
HE
\
ï
aantal 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st
Sortiment: 20% Acer campestre Veldesdoorn 70 st 20% Carpinus betulus Haagbeuk 70 st 20% Ligustrum vulgare Wilde 70 st 20% Comus sanguinea Rode komoe e 70 st 20% Fagus sylvatica Groene beuk 70 st
\ \ l
t i ■
o
1
/ Boomgaard met bloemen-Zkruidenrijk gras - hoogstam fruitbomen - plantwijze, gestrooid - plantafstand 9 m1
\
N
o
Soorten: 3 x Appelboom (Goudreinet, Zoete kroon en Zoet Ermgaard) 2 x Peer, (Suikerpeer, Doyenne de commice) 1 x Kersenboom
\° l
\
1
\
Boerensloot net rij knotwilgen
L aanplant in 2018
o
A'-o
\
c
V
( 0000
\
k
Perceel weiland behorend bij
Randerstraat 1
L
(H
q
DPVO
\
4
- oppervlakte: 1,23 ha
•0758000000
0
\
O
Weiland \
Q
(•
\ o
-(Bestaande kikkerpoel, aangelegd in 2014)
k
\ \
o
19,.
o
h
o
'l
}
/
3
IX \
O
Iii
-me-. 14 %8ë
Ank O:
/
/
1
o
k
-
Aanpant van Knotwilgen Aanplant knotwilgen - 7 st knotwhgen Salix a ba, Schietwilg, maat 18-20 cm omtrek, stokken plantafstand t ml
NN
N
M
P
\
o ‘\
k
J
b
\
\
Erf- en landschapsplan (DO)
%
\\ \ &
\ V
\ 6 \
\ X
Lokatie: Randerstraat 1 Diepenveen
%
wN
\\ \
Datum: 6 maart 2023 Schaal: 1 500 A3 formaat Gewijzigd: - 8 april 2024 - 30 april 2024 -16 mei 2024 - 19 februari 2025 Digitale onderleggers: - BGT kaart - kadastrale kaart - kaart is noordgericht
IranAdxisaby
i I I I
Tun enLandschapsadvsou Spansaardadk 53 7433 PW SAEKWIR Tel ) Fax Mee» •
E Mal irtogtanytenhave n n*ow www harppenhave m
)
Ruimtelijk kwaliteitsplan erf- en landschap Randerstraat 1 Diepenveen
Erf "De Wichery"
NE
ePe
A
-r
V rar438
me
6
Wë
6 mei 2024
an•9
1
Inleiding De initiatiefnemers van Randerstraat 1 zijn op leeftijd en willen hun erf een nieuwe invulling en toekomst geven voor hen zelf en de kinderen. De agrarische activiteiten zijn al een aantal jaren beëindigd. Met regeling 'Kansen Uit Buiten' van Gemeente Deventer en het KGO beleid van Gemeente Olst-Wijhe willen ze het erf gaan transformeren van bestemming 'agrarisch' naar bestemming 'Wonen'. Het voornemen is om een familie-erf te realiseren met drie woningen. Een woning voor de senioren en twee woningen voor twee van hun kinderen.
F
• pewi
I
/
ichery n
C Uitsnede topografische kaart 2020
Huidige situatie Het erf aan de Randerstraat 1 Diepenveen is een erf met 'Agrarische' bestemming. Het erf is mandelig. De woning (woonboerderij) staat in Gemeente Deventer en de schuren staan in Gemeente Olst-Wijhe. De gemeentelijke grens ligt op het erf. Op het erf staan meerder voormalige agrarische schuren. Deze schuren worden gebruikt voor het hobbymatig hebben en houden van vee. De overige schuren staan leeg of worden gebruikt voor caravanstalling. Bij het erf zijn twee percelen agrarische grond in eigendom met een totale oppervlakte van 2,2 ha. Inclusief het erf heeft het plangebied een oppervlakte van 2,33 ha. Ligging in twee Gemeenten Omdat het erf mandelig is zijn ambtelijke afspraken gemaakt tussen beide betrokken Gemeenten. De 'penvoerder' is Gemeente Deventer.
2
Situatie mandeligheid
Bestemmingsplan Het erf is mandelig wat betreft bestemmingsplan. Het grootste gedeelte van het agrarische bouwblok ligt in het bestemmingsplan 'Buitengebied gemeente Olst-Wijhe'. De bedrijfswoning valt onder het bestemmingsplan buitengebied van gemeente Deventer.
♦
Randerstroal
Uitsnede omgevingsdienst gemeente Olst-Wijhe
Uitsnede omgevingsplan gemeente Deventer
Erf transformatieplan Sloop en nieuwbouw Het voornemen is om alle schuren op het erf te slopen. De oude boerderij woning blijft behouden en gaat na een interne verbouwing bewoond worden door een van de kinderen met partner en de kleinkinderen. De totale oppervlakte van de te slopen schuren is 1.447 m2. Ter compensatie van de sloop en investeringen in de ruimtelijke kwaliteit is het plan om een twee-onder-kap te realiseren, (type BuitenStarter), met inpandige bijgebouwen, op het achtererf. Voor de bewoners in de oude boerderij zijn twee bijgebouwen gesitueerd; een kapschuur en een steltenberg.
„GxgenAdvieshumauORDT
3
Omgevingsanalyse Natuurlijke ondergrond
Om een goede keuze te kunnen maken in het type beplanting is het van belang om in beeld te hebben wat de natuurlijke ondergrond is. Door in het projectgebied gebruik te maken van de
plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen.
Ook wordt met natuurlijke vegetatie een grotere bijdrage geleverd aan de biodiversiteit.
Geomorfologie Geomorfologie valt in te delen in verschillende landvormen. In dit geval ligt het projectgebied voor
het overgrote deel in de landvorm rivieren landschap met sterk lemige enkeerd gronden. Dekzandruggen zijn terreinverheffingen met flauwe hellingen, die in het Weichselien door de wind
zijn gevormd. Veel dekzandruggen hebben een duidelijke paraboolvorm. De hoogte van de rug
bepaalt het verschil tussen een dekzandrug en een dekzandwelving. Een deel ligt ook in de landvorm dekzandwelvingen. Bij windafzettingen en in het bijzonder bij die met flauwe hellingen (dekzand) komt vaak een zwak golvend oppervlak voor, waarvan de terreinverheffingen niet afzonderlijk
kunnen worden aangegeven, dit worden dekzandwelvingen genoemd.
8
$
e0
Uitsnede kaart aardkundige waarden, prov. Overijssel
Hoogteligging 91 I
Uitsnede hoogte kaart, bron AHN viewer
4
Het erf ligt nabij de IJssel dijk en ligt op ongeveer 5.60 +NAP. De IJsseldijk ligt op 8.40 + NAP. De uitwaarden liggen op ongeveer 3.40 + NAP. Het zuidelijke perceel ligt op gelijke hoogte met de uiterwaarden. De weilanden direct achter het erf liggen op gelijke hoogte met het erf. In het plan
blijft de hoogteligging van het erf onveranderd. Bodem
De bodemopbouw houdt voornamelijk verband met het gebruik van de grond in de afgelopen eeuwen. Daarnaast spelen het plaatselijk reliëf, de geomorfologie en de grondwatertrappen een rol. Het projectgebied ligt in leemhoudende enkeerd gronden. Deze gronden zijn kenmerkend voor deze plek in de overgang van uitwaarden naar het hoevelandschap.
Grondwatertrappen De grondwaterstand ligt tussen de gemiddeld laagste grondwaterstand -180 cm en gemiddeld hoogste grondwaterstand kleiner dan 140 cm ten opzichte van het maaiveld. De grondwatertrap is geclassificeerd als 'grondwatertrap VIIld'. Dit betekent dat het een nat gebied is. Beplanting De gronden rondom het projectgebied bieden van nature een goede basis voor de volgende beplanting: Paardenkastanje, Zwarte els, Zomereik, Ruwe berk, Meidoorn, Veldesdoorn, Beuk, Schietwilg, Sleedoorn, Gelderse roos, Vogelkers, Boswilg, Liguster, Haagbeuk en fruitbomen. Dit wordt ook wel de potentiële natuurlijke vegetatie genoemd. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. Landschapstype Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Deventer ten noorden van Diepenveen. De ontwikkeling van dit landschap in de omgeving van het projectgebied tussen 1850 en 2022 te zien in topotijdreis. Het projectgebied ligt in een oude hoeve landschap aan de rand van een rivierlandschap (IJssel) Het hoeve landschap is ontstaan door agrarisch gebruik. De hoge gronden (de essen) werden als bouwland gebruikt, de lagere gronden om het vee te laten grazen. Op de grens van lagere en hogere gronden werden de boerderijen gebouwd en ontstonden de nederzettingen.
Vooral de essen zijn open gebieden in een verder kleinschalig landschap met grote variatie in beplanting. Het rivierlandschap is een openlandschap gekenmerkt met weiden, sloten struweel en knotwilgen langs de randen. Kenmerkend voor dit gebiedstype is willekeurige plaatsing van de gebouwen op het erf. De situering en oriëntatie van de hoofdgebouwen op het erf varieert sterk. De oorspronkelijke schuur staat soms parallel aan het hoofdgebouw, soms haaks erop, soms iets naar achteren. In het rivierlandschap is de boerderij meestal aan de rand van een dijk en weg. De bedrijfsgebouwen bevinden zich achter de boerderij en liggen meestal iets lager dan de boerderij.
Beleid Provinciaal beleid Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen
essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken in de omgeving van het projectgebied. Natuurlijke laag: Dekzandvlakte en ruggen. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door
5
relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dienen deze bij te dragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Cultuurhistorische laag: Oude Hoevenlandschap Het kampen en oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand.
Ontwikkelingen
In de occupatiegeschiedenis zijn de
Ambitie De ambitie is de natuurlijke verschillen
Sturing ■ Norm
dekzandgebieden voor het overgrote
tussen hoog en laag en tussen droog en
- Dekzandvlakten en ruggen krijgen
deel in cultuur gebracht ais essenland
nat functioneel meer sturend en beleef
een beschermende bestemmings-
schap, oude hoevenlandschap en heide-
baar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door
regeling, gericht op instandhouding
ontginningslandschap. Kenmerkend
een meer natuurlijk watersysteem en
reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de
door bepl a nting met natu uri ijke’ soorten.
landbouw.
het landschap te benutten in gebieds-
En doorde(strekkings)richtingvan ontwerpen.
van de hoofdlijnen het huidige reliëf. • Richting - Als ontwikkelingen plaatsvinden,
dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken
van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens
uitgangspunt bij (herinrichting. - Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd
door de afwisseling van beekdalen
en ruggen, het uitgangspunt.
Met de transformatie voldoet het plan aan het provinciaal beleid. Het plan draagt bij aan behoud en versterken van de beleefbaarheid van het landschap. Door nieuwe aanplant wordt een bijdrage geleverd aan de ambitie.
Gemeentelijk beleid Landschapsontwikkelingsplan Salland Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) is opgesteld door de gemeenten Deventer, Raalte en OlstWijhe en dient een ruimtelijk kader te bieden om ideeën te laten leven. De visie gaat uit van de kracht van de streek. Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan de versterking van het landschap. De landbouw is hierbij een belangrijke functie in het buitengebied. Daarnaast worden natuur en water als belangrijke ruimtelijke opgaven gezien. In het Landschapsontwikkelingsplan is Salland ingedeeld in zeven deelgebieden. Het projectgebied ligt in het deelgebied 'Dekzandruggen'. Het landschapsbeleid is gericht op het versterken van de karakteristiek door de hoger gelegen ruggen
ruimtelijk te verdichten. Nieuwe rode functies in het buitengebied (passend binnen bestaand beleid) zijn landschappelijk gezien het meest wenselijk op de ruggen onder voorwaarde dat landschapselementen worden aangelegd. Hierna worden de verschillende landschappelijke karakteristieken opgesomd: • Rug verdicht met landschapselementen zoals bosjes, landgoederen, houtwallen, hagen, singels en solitaire bomen (soorten van hogere gronden zoals eik en beuk); • afwisseling van verdichte en open ruimtes; verrassende doorkijkjes; • essen onbeplant, omzoomd met houtwallen; • perceelsscheidingen worden minimaal en terughoudend toegepast, aansluitend bij open karakter; • wegen veelal kronkelend, zich voegend naar erven, soms over erf;
6
• wegen beplant, essen zoveel mogelijk onbeplant, tenzij er sprake is van doorgaande historische structuren; • erven langs rand van de es, grote dakvlakken tegen groene achtergrond; • knooperven; • erven gaan vloeiend over in landschap (geen strakke erfgrenzen); • kleinschalige grillige blokverkaveling deels omzoomd met houtwallen.
Het plan draag bij aan het gemeentelijk beleid t.t.v. landschapsontwikkeling; met name het verdichten van het landschap met robuuste landschapselementen. Welstandsnota Deventer De gemeenteraad van Deventer heeft in mei 2011 de Welstandnota voor de gemeente vastgesteld. De welstandsnota doet uitspraken over de uitstraling en kwaliteit van erven en de bebouwing in de gemeente Deventer. Bepalend daarbij zijn zowel de kwaliteit van de individuele gebouwen en bouwwerken, als de kwaliteit van het totaalbeeld van de gebouwen in hun onderlinge samenhang en in hun omgeving. Het projectgebied ligt in het welstandsgebied 'Buitengebied'. Hierna wordt op verschillende aspecten uit het welstandsgebied ingegaan. Ontwikkelingen in het landelijk gebied hebben een grote invloed op de gebiedskarakteristieken van het landschap. Bij de realisatie van nieuwe erven, uitbreidingen van bestaande erven of bij functieveranderingen op bestaande erven is er sprake van een verandering in de verschijningsvorm van het erf en het landschap. Het is daarom belangrijk dat deze veranderingen rekening houden met aanwezige landschappelijke kwaliteiten, waarbij de erven een meerwaarde kunnen betekenen voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.
Op erfniveau zijn drie factoren bepalend voor een goede samenhang tussen het erf en het landschap: • de ontwikkelingsrichting van het erf; • de bouwrichting; • de erfbeplanting. De opbouw van het nieuwe erf is compact. De bouwrichting sluit aan bij de te behouden boerderij en het hoevelandschap en de ligging t.o.v. de Randerstraat. De erfbeplanting en landschapselementen passen het erf in het omringend landschap.
Ruimtelijk Kwaliteit 'de kunstvan het verleiden' In 2014 is door de Raad Gemeente Olst-Wijhe de nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. In samenspraak met de initiatienemers wordt gekeken hoe de vereiste balans tussen geboden ontwikkelruimte en investeringen in ruimtelijke kwaliteit het beste ingevuld kan worden. Concrete afspraken over investeringen in ruimtelijke kwaliteit worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. De uitvoering wordt publiekrechtelijk geborgd door het opnemen van voorwaardelijke bestemmingen.
Het voorliggende plan wordt ook besproken met Gemeente Olst-Wijhe. Op initiatief van Gemeente Deventer wordt een gemeenschappelijke Anterieure overeenkomst opgesteld.
7
Erfinrichting in oud hoeve landschep Heggen en hagen Heggen of hagen kunnen voorkomen rondom de voortuin, moestuin of boomgaard. Rondom de boomgaard of moestuin kwam van oudsher meidoorn of een gemengde doornhaag voor. Rondom de voortuin gaat de voorkeur uit naar beuk of veldesdoorn. In het erfplan wordt de maatvoering van de tuin aan de westzijde hersteld. Hierdoor komt het erf weer vrij te liggen t.o.v van de erven aan de IJsseldijk. De tuin wordt begrenst met een strakke beukenhaag.
Hoogstam boomgaard In dit landschapstype zijn boerenboomgaardjes een waardevolle aanvulling. In zo'n boomgaardje stonden fruitbomen voor de eigen voorziening. Denk daarbij aan een handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer, pruim en kers.
Tussen de tuin en het erf van de de boerderij en de woning aan de IJsseldijk komt een hoogstam fruitgaard. Het erf wordt hierdoor losgekoppeld en fruitbomen zijn een waardevolle toevoeging. Knotbomen Knotbomen vormen al eeuwenlang een vertrouwd beeld in het Nederlandse cultuurlandschap. Bepaalde boomsoorten werden vroeger geknot om gebruikshout te leveren. Echter deze wijze van houtproductie is niet meer rendabel en hierdoor dreigen deze markante knotbomen uit het landschap te verdwijnen. Knotbomen staan vaak in rijen en vormen groene linten in het landschap. Oudere noestige knotbomen bieden een schuil- en nestplaats voor allerlei diersoorten. Een voorbeeld hiervan is de steenuil. Diverse soorten planten, mossen en paddenstoelen vinden een goede humusrijke voedingsbodem in vermolmde delen van oude knotbomen. Knotbomen van schietwilg en gewone es komen in dit landschapstype voor langs (voormalige) perceelsranden, watergangen, wegen en rond eendenkooien. Essen en wilgen wortelen behoorlijk diep en verstevigen hierdoor de oevers van watergangen.
Aan de oostzijde van het erf wordt een kavelgrensloot met knotwilgen toegevoegd. Dit slootje ook eveneens t.b.v. waterinfiltratie Solitaire bomen Op het erf staat vaak een solitaire boom, zoals een walnoot, kastanje of gewone es.
Op het erf zijn twee erfbomen gesitueerd. Een paardenkastanje en een walnoot. Opgave Het kenmerkende open karakter van het hoeve landschap is onder druk komen te staan, doordat ontwikkelingen in het buitengebied steeds grootschaliger zijn geworden. Toegevoegde bebouwing (met name stallen) is niet alleen breder en langer geworden, maar ook hoger. Dit maakt de nieuwe bebouwingen beeldbepalender indien deze geen begeleiding krijgen door aanwezige landschappelijke elementen (zoals knotwilgen en struweelheggen) . In het hoeve landschap met over in het rivierlandschap zijn veel (lineaire) landschapselementen aanwezig waardoor de meeste bebouwing wordt genuanceerd. Het aantal (lineaire) landschapselementen is echter wel afgenomen, doordat deze geheel verdwenen zijn of in verval zijn geraakt. Het is belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toenemende aftakeling van het landschappelijke raamwerk. Het kleinschalige karakter van het gebied is waardevol en dient te worden behouden, danwel versterkt. De ontwikkelingsrichting van het erf - de kavelvorm. Erven in het kampen en oude hoevenlandschap
8
dienen aansluiting te vinden bij landschapselementen (bosschages, bomenrijen et cetera). De ontwikkelingsrichting kan daarom variëren. Bouwrichting - de ordening van de gebouwen op het erf. Gebiedseigen ensembles/erven worden gekenmerkt door hun grillige kavelvorm en de ogenschijnlijk willekeurige strooiing van gebouwen. Het geheel (het ensemble) vormt echter een duidelijke eenheid die zich aanpast aan landschappelijke omstandigheden (zoals landschapselementen). De bouwrichting van de gebouwen kan dan ook variëren. Het erf dient echter wel een compacte indeling te hebben. Op het erf dient een duidelijke woonzone aanwezig te zijn, zo mogelijk direct langs wegen gelegen, met daarbij behorende woonfuncties en recreatieve functies. Erfbeplanting - type landschapselement en soortkeuze In het geheel dient het landschappelijke raamwerk een robuustere uitstraling te krijgen. Hiermee onderscheidt het oude rivierlandschap van het oude hoeve landschap. De wijze waarop het landschappelijke raamwerk wordt versterkt, varieert. Het landschap dient versterkt te worden door een afwisseling van transparante en dichte struweel beplantingen over perceels- en erfscheidingen. De woonzone dient een groene uitstraling te hebben.
comenrj
bomengroep
houtwal/-sngel
stvuweel
boomgnard
GxeanAdvieshur au. 9
Landschappelijke inpassing Historie en ontwikkeling van het erf 2
IW
Zuid
—= V
1
%
- (f >
. I
12
2
301.
(i
V_ 33.
u Va b
1900
Zu
(
A
A
- la
1950
2020
Topografische tijdslijn 1900-2020
Erf 'de Wichery’ is een oud erf. Het erf ligt direct aan de Randerstraat te Diepenveen. Op de topografische kaart van rond 1900 staat een hoeve weergegeven. Het erf ligt in een rivierlandschap. De percelen zijn in gebruik voor weilanden. Op de hogere percelen was akkerbouw. De gronden zijn het meest geschikt voor de melkveehouderij. De basisstructuur van het oude landschap is nog goed herkenbaar. Het erf- en landschapsplan gaat uit van versterken van het landschap en de natuur gebaseerd op het oude landschap van rond 1900. De huidige boerderij blijft behouden. Het gebouw wordt intern verbouwd en verduurzaamd.
gcg
BH 5-
—-na me d,:
mrmmi
geen
Ba fi
.-"0 po"..
--
N
unt 2 88235
Foto boerderij vanaf de Randerstraat
Gebouwen op het erf Het erf ligt aan de dijk in het overgangsgebied van een rivierenlandschap naar een hoevelandschap. De oude boerderij met cultuurhistorische kenmerken blijft behouden. Tot de jaren tachtig heeft op het erf een steltenberg gestaan. Op de foto is ook nog een kapschuur en de achterzijde van de boerderij te zien. Een nieuw te bouwen steltenberg en kapschuur zijn opgenomen in het plan.
10
Foto steltenberg Randerstraat 1
Bij het erf liggen percelen agrarische grond. Deze hebben een oppervlakte van 1.9 ha. Door de 'hobbyboer' regeling mag maximaal 250 m2 oppervlak aan bijgebouwen worden gerealiseerd.
L
4
04e
Buitenstarter Op het achtererf is de compensatie woning (een Buitenstarter) gesitueerd. De buitenstarter is een type schuurwoning, bijgebouw inclusief t.b.v. een dubbele bewoning. Dit type woning (twee-ondereen-kap) maakt het mogelijk om voor een redelijke investering toch op een boerenerf te kunnen wonen. Met als belangrijk bijkomstigheid dat het in de familie kan blijven, en dat eigen kinderen bij de ouders op één erf kunnen worden (en waar nodig zorg kunnen verlenen). De Buitenstarter gaat uit van een inhoud van 1.350 m3. Normatief mag een compensatie met inpandig bijgebouw een inhoud hebben van 1.100 m3. Door de boventallige sloopmeter niet in te zetten is een grotere inhoudsmaat te verantwoorden. Een grotere inhoudsmaat is nodig om een levensloop bestendige woning te realiseren voor de rustende boer.
Opp vl. 56 m2
n
Woning 2
Bijgebouw woning 2
Plattegrond en doorsnede Buitenstarter - inhoud inclusief bijgebouwen ca. 1.350 m3
E
Bijgebouw woning 1
Woning 1
7
000 cm.
7
Als bijlage is een beeldkwaliteitsplan bijgevoegd
••
11
Ontsluiting Het nieuwe erf wordt ontsloten middels een in-/uitrit op de Randerstraat. De oude inritten worden verwijderd. Op het erf is een landbouwkundige ontsluiting gesitueerd voor het achterliggende agrarische perceel (weiland).
g 54
X53
il
#A--5
&
< v,i -0
4
4
*ss
{pa
-7
"1 (12 si &3
■2‘MIT * r7
W
X
' 17 /"
T
2 M
12
--3
ste.
E4555
"8 ( hM
5aUil
IM
$ 1,
ge
I
2'
I<
=e
3
20
-
Mz sdpë
«
28,853
55
d
l7
(
IA
W
Landschap en het erf Het erf ligt in een rivierenlandschap. Weidsheid en openheid zijn belangrijke kenmerken. Deze openheid is toegepast in het landschapsplan, zowel voor het erf als het landschap. De hoeveelheid robuuste landschappelijke elementen zijn passend in dit landschap.
Overzicht van nieuwe robuuste landschapselementen. Aanplant van: hoogstam fruitbomen; gemengde hagen; strakke tuinhaag; erfbomen; erfbosje; struweel heg; boerensloot met knotwilgen.
Op het zuidelijke perceel zijn ongeveer 10 jaar gelegen vele knotwilgen aangeplant langs een boerensloot. Eveneens is een kikkerpoel aangelegd. Deze landschapselementen worden door initiatiefnemer beheerd en is een initiatief van 'Kostbaar Salland'.
12
Milieu Overzicht NIB maatregelen en punten ontwikkeling Randerstraat 1 Diepenveen A. Nest- en verblijfplaatsen: 1. Nestkast steenuil in de steltenberg 1 punt 2. 4 nestkommen huiszwaluw aan de kapschuur 2 punten B. Inheemse beplantingen: 1. Aanplant struweelheg, lengte 98 ml, 6 punten 2. Aanplant gemengde haag met inheemse soorten, lengte 138 ml 15 punten 3. Aanplant van hoogstamfruitbomen, 6 st 3 punten 4. Aanleg boerensloot met knotwilgen, lengte 56 ml 3 punten Totaal
30 punten
Er wordt ruim voldaan aan de minimale eis van 15 punten
Hemelwater infiltratfe Voor het infiltreren van HWA van de nieuwe gebouwen wordt een boerensloot met knotwilgen aangelegd met de volgens specificaties: - lengte 56 ml, breedte op maaiveld niveau 300 cm, diepte 50 cm, taluds 1: 3, - bergingscapaciteit: 56 ml x 0,83 = 46,4 m3 - infiltratie van hemelwater van gebouwen (kapschuur, steltenberg en buitenstarter) - oppervlakte van de gebouwen: 400 m2 x regenbui factor 0,08 = 32 m3 - slootje met natuurlijke begroeiing en aanplant van 13 st. knotwilgen
Er is ruim voldoende bergingscapaciteit voor infiltratie van hemelwater
Asbesthoudende daken Er zijn geen schuren die asbesthoudende dakbedekkingen hebben. De sloopoppervlakte is 1.447 m2 Onderzoeken Door BJZ.nu is in haar offerte, voor het opstellen van een Omgevingsplan, aangegeven welke onderzoeken moeten worden gedaan. Het betreft: - aeriusberekening met interne saldering; - verkennend bodemonderzoek bedrijfsbeëindiging; - akoestisch onderzoek verkeerslawaai IJsseldijk; - QuickScan flora en fauna; - watertoets. De onderzoeken zijn in gang gezet en van enkelen zijn de rapporten al beschikbaar. Bijlagen: overzicht te slopen gebouwen; erf- en landschapsplan; beeldkwaliteitsplan gebouwen.
13
Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief Bijlage 2
Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
IëKBJZ.nu •
ruimtelijke plannen en ruimtelijke plannen en advies advies
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Randerstraat 1, Diepenveen
26-1-2024
Almelo, Groningen, Utrecht, Zwolle i
@bjz.nu
I
www.bjz.nu
Status: Definitief
Akoestisch onderzoek WEGVERKEERSLAWAAI Randerstraat 1, Diepenveen
Status: Datum: Projectnummer: Versie:
Definitief 26-1-2024 2024-023 1
IBJZ.nu •
ruimtelijke ruimtelijke plannen plannen en en advies advies
Almelo, Groningen, Utrecht, Zwolle i
•@bjz.nu
i
www.bjz.nu
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding
4
Hoofdstuk 2 Wettelijk kader
5
2.1 2.2 2.3
2.4
Algemeen...................................... Geluidaandachtsgebied................ Grenswaarden wegverkeerslawaai Gemeentelijk geluidsbeleid..........
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten 3.1 3.2
Situatie projectgebied Verkeersgegevens.....
Hoofdstuk 4 Resultaten
5 5 5 6
7 7 8
9
Berekeningen.... Geluidsbelasting
9 9
Hoofdstuk 5 Conclusie
10
Bijlagen
11
4.1 4.2
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Verkeersgegevens.. Rekenmodel.......... Itemeigenschappen Resultatentabellen.
11 12 14 15
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Randerstraat 1, Diepenveen Definitief
Hoofdstuk 1
Inleiding
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel gelegen aan de Randerstraat 1 in het buitengebied van Diepenveen (gemeente Deventer). Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande stallen en bijgebouwen te slopen en een nieuwe twee-onder-een kapwoning en twee schuren te realiseren. De bestaande bedrijfswoning verandert niet. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven. 2
1 4• _
\ 1
4
\
\
X Rande
9 -- \ \.
Afbeelding 1.1
ieper
en
(af(dec®
2
Ligging projectgebied (Bron: OpenStreetMap)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van de standaardwaarden en de grenswaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich meerdere wegen. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai.
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de rekenregels van de Omgevingswet. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Randerstraat 1, Diepenveen Definitief
Hoofdstuk 2
2.1
Wettelijk kader
Algemeen
Het bevoegd gezag houdt bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt (artikel 5.78s Bkl)
2.2
Geluidaandachtsgebied
Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl). Mocht er door een gemeente nog geen geluidaandachtsgebied in het omgevingsplan zijn opgenomen dan gelden de volgende afstanden (artikel 17.5 Omgevingsregeling): voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en voor een weg, bestaande uit drie of meer meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m.
2.3
Grenswaarden wegverkeerslawaai
In de het Bkl worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten gebouw. In tabel 1 zijn de standaardwaarden en grenswaarden weergegeven. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Geluidbronsoort
Provinciale wegen
Standaard waarde
Grenswaarde
50 Lden
60 Lden
53 Lden
70 Lden
55 Lden
65 Lden
Rijkswegen
Gemeentewegen Waterschapswegen
Lokale spoorwegen
Hoofdspoorwegen
Tabel 2
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bkl tabel 5.78t/5.78u))
Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde zal beschouwd dienen te worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te verlagen tot de standaardwaarde. Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw indien niet voldaan wordt aan de standaardwaarde is mogelijk volgens het Bkl (artikel 5.78 Bkl) indien: Geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn; De overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; Bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5