CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-87 Concept bijlagen bij besluit Randerstraat 1

Hamerraad 1 oktober 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: BOPA (Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit) Randerstraat 1 te Diepenveen32.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Docnrl

1 van 11

Omgevingsloket

O

Randerstraat 1 Diepenveen publiceerbaar Uw verzoek Ingediend bij

Gemeente Deventer

Soort

Aanvraag vergunning

Activiteit(en)

Afwijken van regels in het omgevingsplan

Bouwactiviteit (omgevingsplan)

Doel

Aanvullen

Status

Aangevuld

Verzoeknummer(s)

20250122 00821 001 (ingediend op 11-02-2025) 20250122 00821 005 (ingediend op 14-04-2025) 20250122 00821 006 (ingediend op 23-06-2025) 20250122 00821 000 (ingediend op 22-01-2025) 20250122 00821 002 (ingediend op 14-03-2025) 20250122 00821 003 (ingediend op 04-04-2025) 20250122 00821 004 (ingediend op 09-04-2025)

Project Naam van dit project

Randerstraat 1 Diepenveen Projectomschrijving Erftransformatie

Locatie Adres

Randerstraat 1, 7431PR Diepenveen

Algemeen U kunt een bijlage toevoegen over het contact met anderen (participatie).

Geen documenten. Voeg als bijlage toe: gegevens over de grens van de locatie.

Geen documenten. Participatie; anderen betrekken bij uw plannen

Heeft u contact gehad met anderen voor wie de omgeving anders wordt door uw plannen? Ja Dw verzoek

23-06-2025

O OmgevingsLoket

2 van 11

Hoe heeft u anderen betrokken bij uw plannen?

geen openbare informatie Welke reacties heeft u gekregen? geen openbare informatie

Verzoek

Geef uw verzoek een naam Randerstraat 1 Diepenveen

Toelichting op uw verzoek geen openbare informatie Uw referentienummer geen openbare informatie

Hierbij verklaar ik alle vragen naar waarheid te hebben ingevuld. Ja Zijn er gegevens die u later opstuurt? Denk aan bouwtekeningen, foto's, plattegronden, etc. Geef hier aan welke gegevens dat zijn en waarom u die later opstuurt. geen openbare informatie Zijn er gegevens die u nu niet opstuurt? Geef aan welke gegevens dat zijn en waarom u die niet opstuurt. Bijvoorbeeld omdat u die eerder heeft opgestuurd. geen openbare informatie

llw verzoek

23-06-2025

O OmgevingsLoket

3 van 11

Uw gegevens E-mailadres en telefoonnummer gemachtigde

E-mailadres

geen openbare informatie Telefoonnummer

geen openbare informatie Gegevens gemachtigde vestiging of bedrijf

KVK-nummer

73404519 Vooraf ingevuld antwoord.

Handelsnaam

Yellowlines RSIN

Adresgegevens gemachtigd bedrijf

Wat voor adres wilt u opgeven? binnenlands adres Straatnaam

Broeklanderdijk Huisnummer

30 Huisletter

a

Huisnummertoevoeging

Postcode

8107PC Plaats Broekland

is het postadres hetzelfde als het hoofdadres? Ja E-mailadres en telefoonnummer initiatiefnemer

E-mailadres

geen openbare informatie Telefoonnummer llw gegevens

23-06-2025

O OmgevingsLoket

4 van 11

geen openbare informatie Gegevens particuliere initiatiefnemer

Voorletters

geen openbare informatie Voorvoegsel

geen openbare informatie Achternaam

geen openbare informatie Adresgegevens particuliere initiatiefnemer Straatnaam

geen openbare informatie Huisnummer

geen openbare informatie Huisletter

geen openbare informatie Huisnummertoevoeging

geen openbare informatie Postcode

geen openbare informatie Plaats

geen openbare informatie Is het postadres hetzelfde als het woonadres?

Ja

Contactpersoon Wilt u een contactpersoon voor deze aanvraag of melding opgeven?

Ja Functie contactpersoon

Voorletters

geen openbare informatie Voorvoegsel

geen openbare informatie Achternaam

geen openbare informatie Emailadres llw gegevens

23-06-2025

O

Omgevingsloket

5 van 11

geen openbare informatie Telefoonnummer

geen openbare informatie

Wat voor adres wilt u opgeven als postadres? binnenlands adres Straatnaam geen openbare informatie Huisnummer

geen openbare informatie

Huisletter geen openbare informatie

Huisnummertoevoeging geen openbare informatie Postcode

geen openbare informatie Plaats geen openbare informatie

Uw gegevens

23-06-2025

6 van 11

O OmgevingsLoket

Vragen en antwoorden Afwijken van regels in het omgevingsplan Afwijken van regels in het omgevingsplan

Omschrijf wat u wilt gaan doen. Een erftransformatie. Daarbij worden de bestaande bijgebouwen gesloopt en wordt een nieuwe twee onder een kapwoning en twee bijgebouwen terug gebouwd.

is al betrokken vanuit de gemeente Deventer (

@deventer.nl)

In welke mate komen de werkzaamheden die u wilt uitvoeren niet overeen met het omgevingsplan? Beschrijf hier ook hoe deze niet overeenkomen. Meer woningen en meer m2 bijgebouw op het perceel dan toegestaan.

Waarom wilt u van de regels in het omgevingsplan afwijken?

Om het mogelijk te maken het erf te transformeren en er met meerdere woningen te plaatsen

In het omgevingsplan staan regels voor de leefomgeving. Wijkt u hiervan af? Dan kunnen er gevolgen voor de leefomgeving ontstaan. Beschrijf deze gevolgen. zie ruimtelijke onderbouwing Wilt u tijdelijk afwijken van de regels in het omgevingsplan? Nee

Milieueffectrapportage

Wat geldt er voor de werkzaamheden van deze aanvraag?

Geen 'project-mer-plicht' en geen ‘project-mer-beoordelingsplicht’

Bouwactiviteit (omgevingsplan) Algemeen Waarvoor wilt u een vergunning voor aanvragen? Beschrijf dit in een paar zinnen.

Het slopen van de bestaande bijgebouwen en het nieuw bouwen van een twee onder een kapwoning en twee bijgebouwen.

Klik hier op de werkzaamheden die u wilt aanvragen. Aanbouw, uitbouw of bijgebouw (bijbehorend bouwwerk) bouwen; Andere nieuw te bouwen bouwwerken dan hierboven genoemd

Gaat het aantal woningen of wooneenheden veranderen door de werkzaamheden? Ja Wat zijn de totale geschatte bouwkosten in euro's (exclusief BTW)?

420000 Wilt u een omschrijving geven op de geschatte kosten? Dan kunt u dat hier doen. Ook kunt u hier voor meerdere bouwwerkzaamheden de geschatte kosten invullen.

Vragen en antwoorden

23-06-2025

O OmgevingsLoket

7 van 11

Twee onder een kapwoning: 319000 Steltenberg: 58000 Kapschuur: 43000

Het kan zijn dat de medewerker van de gemeente advies vraagt aan een commissie. Wilt u het bouwplan aan de commissie mondeling toelichten? Nee Gebruik

Waarvoor gebruikt u het bouwwerk of het perceel nu? Wonen

Gaat u het bouwwerk of perceel voor iets anders gebruiken? Nee Woningen

U gaf aan dat het aantal woningen of wooneenheden verandert. Wat gaat u doen? Bestaande (boerderij)woning blijft behouden en er komt een nieuwe twee onder een kapwoning bij. Gaat het aantal huurwoningen of huurwooneenheden veranderen op locatie? Nee

Gaat het aantal koopwoningen of koopwooneenheden veranderen op locatie? Ja Wat is het aantal koopwoningen nu?

1

Wat is het aantal koopwoningen nadat u de werkzaamheden uitvoert? 3 Wat is het aantal koopeenheden nu?

1 Wat is het aantal koopwooneenheden nadat u de werkzaamheden uitvoert?

3

Gaat het in uw situatie om particulier opdrachtgeverschap? Ja Bruto vloeroppervlakte bouwwerk

Gaat de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk veranderen doordat u de activiteiten uitvoert? Ja Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk voordat u de activiteiten uitvoert? Schrijf dit op in m2. 0 Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk nadat u de activiteiten uitvoert? Schrijf dit op in m2. Vragen en antwoorden

23-06-2025

O OmgevingsLoket

8 van 11

837

Hier kunt u een uitleg geven over de verandering van de bruto vloeroppervlakte. Woning 1: 249m2 Woning 2: 296m2 Steltenberg: 143m2

Kapschuur: 149m2

Bruto inhoud bouwwerk Verandert de bruto inhoud van het bouwwerk door de activiteiten?

Ja Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk voordat u de activiteiten uitvoert? Schrijf dit op in m3.

0 Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk nadat u de activiteiten uitvoert? Schrijf dit op in m3.

2178

Hier kunt u een uitleg geven over de verandering van de bruto inhoud. Woning 1: 516m3 Woning 2:650m3 Steltenberg: 458m3 Kapschuur: 554m3

Plaats van het bouwwerk Waar gaat u bouwen?

Ergens anders Hier kunt u een uitleg geven over de plaats van het bouwwerk, zie bijlage Oppervlakte bebouwd perceel

Verandert de oppervlakte van het bebouwd perceel waarop gebouwd wordt? Ja

Wat is de bebouwde oppervlakte van het perceel nu? Schrijf dit op in m2. 1615 Wat is de bebouwde oppervlakte van het perceel nadat u de werkzaamheden uitvoert? Schrijf dit op in m2. 645 Hoogte bouwwerk

Hoe hoog is het bouwwerk? Geef dit aan in meters.

Hier kunt u een uitleg geven over de verandering van de hoogte van het bouwwerk, zie bijlage Vragen en antwoorden

23-06-2025

O OmgevingsLoket

9 van 11

Hoeveel bouwlagen heeft het bouwwerk?

Parkeervoorzieningen

Heeft of krijgt u een parkeerplek op uw eigen terrein voor uw voertuigen? Ja

Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken Gaat het om het bouwen of verbouwen van een seizoensgebonden bouwwerk? Nee

Gaat het om het bouwen of verbouwen van een tijdelijk bouwwerk? Nee Bodemonderzoek

Is er een bodemonderzoek uitgevoerd? Ja Komt uit het bodemonderzoek dat de toelaatbare kwaliteit wordt overschreden?

Nee

Vragen en antwoorden

23-06-2025

10 van 11

O OmgevingsLoket

Bijlagen Afwijken van regels in het omgevingsplan Overige gegevens noodzakelijk voor toetsing aan het omgevingsplan Document

Vertrouwelijk

20250121 Ruimtelijke motivering BOPA Diepennveen, Randerstraat 1

Nee

DEFINITIEF.pdf

20250313 Ruimtelijke motivering BOPA Diepenveen, Randerstraat 1 +

Nee

bijlagen_Geredigeerd.pdf

Juni Ruimtelijke onderbouwing BOPA Diepenveen, Randerstraat 1 + bijlagen.pdf Nee Overzichtstekening nieuwe toestand

Geen documenten. Rapport archeologische waarde

Geen documenten. Situatietekening bestaande toestand

Document

Vertrouwelijk

20230622 Bestaande situatie en sloopoverzicht.pdf

Nee

Situatietekening nieuwe toestand Document

Vertrouwelijk

Landschapsplan Randerstraat 1 Diepenveen febr 2025.pdf

Nee

Verkavelingsplan januari 2025.pdf

Nee

Bouwactiviteit (omgevingsplan) Bodemonderzoek

Geen documenten. Gegevens uit te brengen advies agrarische adviescommissie

Geen documenten. Parkeervoorzieningen

Geen documenten. Rapport archeologische waarde

Geen documenten. Situatietekening bestaande toestand

Geen documenten. Bijlagen

23-06-2025

11 van 11

O OmgevingsLoket Situatietekening nieuwe toestand

Geen documenten. Uiterlijk van het bouwwerk

Document

Vertrouwelijk

2024-967 (Boschloo-Alferink, Diepenveen) - DSO-1 - Buitenstarter.pdf

Nee

2024-967 (Boschloo-Alferink, Diepenveen) - DSO-1 - Kapschuur.pdf

Nee

2024-967 (Boschloo-Alferink, Diepenveen) - DSO-1 - Steltenberg.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - Buitenstarter WijzA.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - Buitenstarter WijzB.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - Buitenstarter WijzC.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - Buitenstarter.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - KapschuurWijzA.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - Kapschuur.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - 5teltenbergWijzA.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - Steltenberg WijzB.pdf

Nee

2024-967 (Randerstraat 1, Diepenveen) - DSO-1 - Steltenberg.pdf

Nee

Overige gegevens noodzakelijk voor toetsing aan omgevingsplan

Geen documenten.

Bijlagen

23-06-2025

IëKBJZ.nu ■

ruimtelijke plannen en advies

Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving, te gebruiken bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan (BOPA) Diepenveen, Randerstraat 1 Status: Definitief

Maart 2025

I

Almelo, Groningen, Utrecht, Zwolle i

@bjz.nu

i

www.bjz.nu

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving, te gebruiken bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan (BOPA) "Diepenveen, Randerstraat 1"

Plannaam: Plantype:

Status: Datum:

Diepenveen, Randerstraat 1 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Definitief Maart 2025

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

Inhoudsopgave Samenvatting van de motivering Inleiding

Hoofdstuk 1 1.1 1.2

1.3

4.2

4.3 4.4 4.5

4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

4.16 4.17 4.18 4.19

13 13 16 26 27

Toetsing Rijksbeleid............. Toetsing provinciaal beleid.. Toetsing beleid waterschap , Toetsing gemeentelijk beleid

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

34

Geluid door activiteiten............................................... Bodemkwaliteit.............................................................. Luchtkwaliteit............................................................... Geur................................................................................ Trillingshinder.............................................................. Gezondheid.................................................................... Duurzaamheid ................................................................ Natuur ............................................................................ Archeologie, erfgoed en cultuurhistorie................... M.e.r.- Beoordeling.................................................. Omgevingsveiligheid.................................................. Verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren Klimaatadaptatie en natuur inclusief bouwen......... Weging van het waterbelang.................................... Welstand.................................................................... Sociale veiligheid...................................................... Bezonning................................................................... Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden .. Leidingen en kabels...................................................

34 35 37 37 39 39 42 43 45 46 48 49 52 53 55 56 57 57 58

Participatie

59 59 59

Participatie omgeving .... Bestuurlijk vooroverleg

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

.7 10 12

Toetsing aan beleid

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

7

Beschrijving huidige situatie Beschrijving nieuwe situatie Beschrijven strijdigheid.....

Hoofdstuk 4 4.1

5 5 6

Plan beschrijving

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.4 3.5

5

Aanleiding............................... Ligging van het projectgebied Leeswijzer...............................

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

4

Financiële haalbaarheid

60 60 60 60

Algemeen............... Kostenverhaal ..... Nadeelcompensatie

Hoofdstuk 7

Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan

61

LOCATIES

Hoofdstuk 8

VOORSTEL VOOR HET OPNEMEN VAN HET INITIATIEF IN HET

OMGEVINGSPLAN

62

Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

63 63 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bodemonderzoek ........................................................ Stikstofonderzoek.................................................... Quickscan ecologie....................................................

64

WATERTO ETS RESULTAAT......................................................

68 69

Verslag participatie..................................................

65 66 67

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

Samenvatting van de motivering Hoofdstuk 1 fDroiectbeschriivinq’): Voorliggende onderbouwing is opgesteld ten behoeve van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA). Het project heeft betrekking op de locatie Randerstraat 1 te Diepenveen. De ontwikkeling omvat het slopen van agrarische bedrijfsbebouwing, een functiewijziging van de bestaande bedrijfswoning naar reguliere woning en het realiseren van een twee-onder-een-kapwoning, een steltenberg en een kapschuur. Dit wordt mogelijk gemaakt op basis van de KGO-regeling. Hoofdstuk 2 (huidige en nieuwe situatie^; Het projectgebied zelf bestaat uit een woning en agrarische bedrijfsbebouwing. In de nieuwe situatie bestaat het projectgebied uit dezelfde woning met tuin, een twee-onder-een-kapwoning, steltenberg en een kapschuur. De buitenruimte wordt zoveel mogelijk groen ingericht en er is op het erf voldoende ruimte voor parkeren.

Hoofdstuk3 fparticipatief: Initiatiefnemer heeft alle buren en grondeigenaren ingelicht. Deze zijn blij met de plannen, omdat hiermee een woonruimte ontstaat voor de lokale behoefte.

Hoofdstuk 4 (toetsing aan beleidf; Geconcludeerd wordt dat het relevante beleid op rijks, provinciaal-, regionaal, waterschaps- en gemeentelijk niveau de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling niet in de weg staat. Hoofdstuk 5 (aspecten fysieke leefomnevingf: Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 6 (financiële haalbaarheid): De gemeentelijke kosten worden verhaald via leges.

Hoofdstuk 7 (conclusie): Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke motivering heeft betrekking op een agrarisch bedrijfsperceel aan de Randerstraat 1 te Diepenveen. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn reeds beëindigt. Initiatiefnemer is voornemens de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te slopen en hier twee woningen, een kapschuur en een steltenberg te realiseren. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning in gebruik genomen als reguliere woning.

Ten behoeve van de ontwikkeling wordt 1.447 m2 aan agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Met deze verkregen sloopmeters wordt een twee-onder-een-kapwoning, een kapschuur en een steltenberg gerealiseerd.

Het projectgebied valt op de gemeentegrens van de gemeente Deventer en de gemeente Olst-Wijhe. Ter plaatse van een deel van het projectgebied geldt binnen het tijdelijke gedeelte van het omgevingsplan het bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, le herziening". Er geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Daarnaast geldt voor een deel van het projectgebied het tijdelijke gedeelte van het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied OlstWijhe". Hierin is het projectgebied tevens aangeduid met 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden'. Binnen deze bestemming is reguliere bewoning niet toegestaan. Het voornemen is daarom in strijd met het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor dient op basis van artikel 8.0 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

Indien een activiteit plaatsvindt op het grondgebied van meer dan 1 gemeente, (provincie of waterschap) dient te worden afgestemd wie de aanvraag in behandeling neemt. Het bevoegd gezag is dan de gemeente, het waterschap of de provincie waar de activiteit in hoofdzaak zal worden verricht (artikel 5.14 Omgevingswet). In voorliggend geval zijn de Gemeente Deventer en Gemeente Olst-Wijhe na overleg overeen gekomen dat de gemeente Deventer de aanvraag omgevingsvergunning in behandeling zal nemen (artikel 5.16 Omgevingswet).

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt binnen twee verschillende gemeenten. Het noordelijke gedeelte behoort tot de gemeente Ols- Wijhe en het zuidelijk deel in tot de gemeente Deventer. Het projectgebied ligt in het buitengebied van de kern Diepenveen. Het gaat om het perceel dat kadastraal bekend staan als Diepenveen, sectie A, perceelnummer 534 en de percelen die kadastraal bekend staan als Olst, sectie F, perceelnummer 1523 en 5093. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van Diepenveen en ten opzichte van de directe omgeving met respectievelijk de rode ster en de rode omlijning indicatief aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Diepenveen, Randerstraat 1

?

a

y. N

% Rande

h

—G

\ 2 X,,, l

- - \K

Deventer:

• •■■■■' •Voorst

(

1 \

N 't

Afbeelding 1.1

Vf

Diepenveen-

h

\

N337

\

*

1.3

o

d

\

uw

c s s lt g s p s e e m u u n

5 w

1

Definitief

\

V "9 . ge«"

(555

o

Ligging van het projectgebied (Bron: OpenStreetMap)

Leeswijzer

Deze onderbouwing is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na de inleiding in hoofdstuk 1, volgt in hoofdstuk 2 de beschrijving van het plan. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling getoetst aan het beleidskader.

In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving, zoals milieuaspecten, landschap en water eet. Op basis van al deze aspecten wordt in dit hoofdstuk onderbouwd waarom de voorgenomen ontwikkeling acceptabel is. Onder de Omgevingswet is participatie verplicht. Een verslag hiervan is opgenomen in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 is de financiële haalbaarheid beschreven. Hoofdstuk 7 bevat, het geheel samennemend, een beschouwing waaruit blijkt dat deze aanvraag zich verenigt met een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Hoofdstuk 8 gaat ten slotte in op het voorstel van de wijze waarop dit plan te zijner tijd zal worden verwerkt in het Omgevingsplan en de daarbij te hanteren regels.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

Hoofdstuk 2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Beschrijving huidige situatie

2.1.1

Planologische situatie

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Deventer en het omgevingsplan gemeente Olst-Wijhe. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van omgevingsplan van rechtswege Deventer in werking vanaf op 26 februari 2024. Het omgevingsplan van de gemeente Deventer van rechtswege bestaat ter plaatse uit de 'bruidsschat' en de volgende documenten: • • • • «

Parapluherziening particuliere zonnepanelen Buitengebied (vastgesteld 8 juli 2021); Parapluherziening parkeereisen (vastgesteld 11 april 2018); Buitengebied Deventer, le herziening (vastgesteld 23 november 2016); Parapluherziening Kleinschalige Kinderopvang (14 juli 2016); Parapluherziening standplaatsen en warenmarkten (digitaal) (vastgesteld 30 januari 2013).

Ter plaatse van het projectgebied is tevens sprake van omgevingsplan van rechtswege Olst-Wijhe in werking vanaf 17 april 2024. Het omgevingsplan van de gemeente Olst-Wijhe van rechtswege bestaat ter plaatse uit de 'bruidsschat' en de volgende documenten: « •

Bestemmingsplan Buitengebied Olst-Wijhe (vastgesteld 12 april 2021); Parapluplan Parkeren (vastgesteld 10 september 2018).

Voor de duiding van het planologisch regime van het projectgebied zijn met name het bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, le herziening" en "Bestemmingsplan Buitengebied OlstWijhe" van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. Met het "Parapluherziening parkeren" wordt rekening gehouden bij de berekening van de parkeerbehoefte (zie verder paragraaf 4.12). De overige bestemmingsplannen bevatten aanvullende regels over kinderopvang, zonnepanelen en standplaatsen en warenmarkten. Deze zijn in dit kader niet danwel minder relevant. Omdat de bestemmingsplannen "Buitengebied Deventer, le herziening" en "Bestemmingsplan Buitengebied Olst-Wijhe" zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan wordt nog gesproken over 'bestemmingen' in plaats van 'functies'.

In afbeelding 2.1 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, le herziening" opgenomen. Het projectgebied is hierin weergegeven met de rode contour.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

Q Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

> ♦ ♦ •

E. Waarde - Archeologie 4 >

reconstructiewetzone - verwevingsgebied > • bouwvlak >

Afbeelding 2.1 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, le herziening"(Bron: Omgevingsloket)

In afbeelding 2.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende "Bestemmingsplan Buitengebied Olst-Wijhe" opgenomen. Het projectgebied is hierin weergegeven met de rode contour.

+

♦ H

++• • +

+ 4

+++44

+ ƒ* + + +

t: 60 /+-4 4

++

E

pt • 4 •

Q Agrarisch met waarden • Natuur- en Landschapswaarden >

Q Waarde - Archeologie • 1 > Q Waarde - Landschap -1 >

2: bedrijfswoning uitgesloten >

•bouwvlak >

—

Afbeelding 2,2 Uitsnede "Bestemmingsplan Buitengebied Olst-Wijhe" (Bron: Omgevingsloket)

Gemeente Deventer Op basis van het bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, le herziening" kent het projectgebied de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' met een bouwvlak. De

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied’.

4’.

Tot

slot

geldt

de

gebiedsaanduiding

'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Op deze gronden is enkel één bedrijfswoning toegestaan. Een woning heeft een maximale inhoud van 750 m3, een goothoogte van maximaal 4,5 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Per woning is maximaal 100 m2 aan losstaande bijgebouwen en overkappingen toegestaan. Indien het bestaande oppervlakte meer is dan 200 m2 is dit toegestaan, maar is uitbreiding in geen geval toegestaan. Daarnaast ligt binnen de functie een bouwvlak.

'Waarde - Archeologie - 4' De voor 'Waarde - Archeologie - 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar toegelaten functie(s), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische verwachtingswaarden. Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld wordt geroerd en met een oppervlakte groter dan 200 m2. 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied'

Ten aanzien van deze gebiedsaanduiding gelden aanvullende bepalingen voor agrarische bedrijven. Deze aanduiding heeft in dit kader dan ook geen relevantie.

Gemeente Olst-Wijhe

Op basis van het "Bestemmingsplan Buitengebied Olst-Wijhe''kent het projectgebied de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden' met een bouwvlak. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' en de functieaanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'.

'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden' De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Binnen het projectgebied is een bouwvlak aanwezig. Opgemerkt wordt dat er geen bedrijfswoning is toegestaan gezien de functieaanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'.

'Waarde - Archeologie - 1' De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een archeologische verwachtingszone met een hoge archeologische verwachting. Op deze gronden is het bouwen van bouwwerken toegestaan mits het een bouwwerk betreft met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m2, een bouwwerk waar de bodem niet dieper dan 0,5 meter wordt geroerd of als het gaat om vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing. 2.1.2

Feitelijke situatie

Het projectgebied ligt ten noordwesten van de kern Diepenveen. Het projectgebied grenst aan de zuidzijde aan de Randerstraat, aan de noord- en oostzijde liggen agrarische gronden en de westzijde wordt begrenst door een bestaand woonperceel. Het projectgebied zelf betreft een (voormalig) agrarisch bedrijfserf met verschillende agrarische bedrijfsbebouwing. In totaal staat er 1.447 m2 aan agrarische bedrijfsbebouwing. Het gaat hier om een berging, een kapschuur, een veeschuur en een machineberging waar ook vee gehouden kan worden. Het projectgebied bestaat verder uit weilanden. Daarnaast is er één bedrijfswoning aanwezig.

In afbeelding 2.3 is een luchtfoto opgenomen van het erf aan de Randerstraat 1. Afbeelding 2.4 toont het straatbeeld van het projectgebied vanaf de Randerstraat.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

i

V

%

1 E

Afbeelding 2.3

2 I

9 ■K t

B /

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: Regels op de Kaart)

7== &

N he

Afbeelding 2,4

2.2

L Ngs!

7, •g 2

Straatbeeld projectgebied (Bron: Google Maps)

Beschrijving nieuwe situatie

Algemeen

De ontwikkeling omvat de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing. Specifiek gaat hem om een koeienstal en berging van 904 m2, een koeienstal van 374 m2, een kapschuur van 141 m2, een berging van 30 m2 en het verwijderen van overtollige erfverharding. Met de verkregen sloopmeters wordt de volgende bebouwing op het erf gerealiseerd, een twee-onder-een-kapwoning, een steltenberg en een kapschuur. Deze nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast, daarnaast wordt gezorgd dat de landschappelijke inpassing voldoet aan het "Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen" van de gemeente Deventer. In totaal worden 30 punten behaald. Verder wordt de functie van de bestaande bedrijfswoning gewijzigd zodat reguliere bewoning mogelijk is. De twee-onder-een-kapwoning heeft een oppervlakte van 230 m2, de steltenberg van 100 m2 en de kapschuur heeft een oppervlakte van 148,65 m2. In totaal wordt er 478,65 m2 aan bebouwing gerealiseerd. In de bestaande situatie was er sprake van erfverharding in de vorm van klinkers, deze verharding had een totaal oppervlak van 830 m2. In de nieuwe situatie wordt een heel groot deel

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

van deze overtollige erfverharding verwijderd en blijft er 448 m2 aan erfverharding over. Zo is er in de nieuwe situatie meer ruimte gecreëerd voor groen. Planologische situatie Het projectgebied valt binnen het gezag van de gemeente Deventer en de gemeente Olst-Wijhe. De gemeente Olst-Wijhe heeft, door het nemen van een delegatiebesluit, haar bevoegdheden overgedragen aan de gemeente Deventer. In voorliggende onderbouwing wordt gezien de ligging wel getoetst aan het beleid uit beide gemeenten. Ontsluiting en parkeren

In de bestaande situatie zijn er twee inritten naar het erf op de Randerstraat. Deze liggen ten oosten van de bestaande bedrijfswoning. In de gewenste situatie wordt een inrit naar het erf aangelegd. Alle drie de woningen kunnen door deze inrit worden bereikt. De nieuwe situatie is zodanig dat bewoners en bezoekers veilig in- en uitrijden op de Randerstraat. Er is op het erf voldoende ruimte voor de benodigde parkeerplekken. Voor de bestaande woning veranderd de parkeerbehoefte niet en kan worden geparkeerd zoals altijd, voor de nieuwe woningen geldt een parkeerbehoefte van afgerond 5 parkeerplaatsen. Het erf is van voldoende capaciteit om in deze behoefte te voorzien.

Landschap Erf'de Wichery' is een oud erf. Het erf ligt direct aan de Randerstraat te Diepenveen. Op de topografische kaart van rond 1900 staat een hoeve weergegeven. Het erf ligt in een rivierlandschap. De percelen zijn in gebruik voor weilanden. Op de hogere percelen was ruimte voor akkerbouw. De gronden zijn het meest geschikt voor de melkveehouderij, De basisstructuur van het oude landschap is nog goed herkenbaar. Het erf- en landschapsplan gaat uit van versterken van het landschap en de natuur gebaseerd op het oude landschap van rond 1900. De huidige boerderij blijft behouden. Weidsheid en openheid zijn belangrijke kenmerken. Deze openheid is toegepast in het landschapsplan, zowel voor het erf als het landschap. De hoeveelheid robuuste landschappelijke elementen zijn passend in dit landschap. Overzicht van nieuwe robuuste landschapselementen. Aanplant van:

hoogstam fruitbomen; gemengde hagen; strakke tuinhaag; erfbomen; erfbosje; struweelheg; boerensloot met knotwilgen. Op het zuidelijke perceel zijn ongeveer 10 jaar gelegen vele knotwilgen aangeplant langs een boerensloot. Eveneens is een kikkerpoel aangelegd. Deze landschapselementen worden door initiatiefnemer beheerd en is een initiatief van 'Kostbaar Salland’.

Hierna is een uitsnede van het beoogde eindbeeld opgenomen. Het gehele ruimtelijk kwaliteitsplan met landschappelijke inpassing is als bijlage 1 bij deze onderbouwing opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

o ------$Weide raster)

mUI

\

\

IlllIlII

3-—

SIIIIIIII'CO

Speelveldje

°ö

N

Erf

gee

e

O

o

O o

Ztpek

7

hooibergkapje

—o

"

(/È

o

o

O

o

BcerdedtV®

I

O

A

O

O

Afbeelding 2.5

2.3

Beoogde situatie (Bron:

)

Beschrijven strijdigheid

Het toevoegen van 2 extra wooneenheden en het wijzigen van de bedrijfswoning naar reguliere woning op het perceel is in strijd in met het omgevingsplan. Er is namelijk maximaal één (bedrijfs)woning toegestaan. Het gebruiken van het perceel voor reguliere bewoning is tevens in strijd met het omgevingsplan. De beoogde activiteiten passen daarmee niet binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan.

Om het voornemen te realiseren, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De BOPA zorgt voor het gewenste juridischplanologische kader. Een omgevingsvergunning kan op basis van artikel 8.0 Bkl worden verleend, wanneer dit in overeenstemming is met 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

HOOFDSTUK 3

Toetsing aan beleid

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, waterschap- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Toetsing Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio's

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

3.1.1.3 Afvjegingsprincipes

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

1,

2.

3.

3.1.2

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a, b. c.

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap llf van hoofdstuk 3.

In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

(Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en een 'stedelijke ontwikkeling'. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen.

Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.4

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

3.1.4.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Wel geeft de NOVI het volgende aan ten aanzien van woningbouw, klimaatadaptatie en de energietransitie.

Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio's) in een fijne, leefbare omgeving. Het project wordt in de paragrafen 3.2.4en 3.5.2 getoetst aan het provinciale- en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Bovendien wordt vermeld dat het erf op een groene, natuur inclusieve wijze wordt ingericht. Hiermee draagt het plan bij aan de eerste prioriteit uit de NOVI, namelijk klimaatadaptatie. In paragrafen 4.7 en 4.13 wordt verder ingegaan op deze onderdelen.

Gezien het bovenstaande verzet de NOVI zich niet tegen de ontwikkeling zoals opgenomen in deze ruimtelijke onderbouwing.

3.1.4.2 Instructieregeis Rijk In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregeis bevat. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de instructieregeis zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

3.1.4.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op het realiseren van woningen is de overzichtsuitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. In het plan is sprake van het (planologisch) BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

toevoegen van drie woningen. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet van toepassing.

3.2

Toetsing provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.

Leidende thema's voor de Omgevingsvisie zijn:

1. 2.

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • • •

•

3.2.2

door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon­ , werk- en mixmilieu's; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid, Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Coneid, sociale kwalitei

z A

y2® .83

€

"°a" o,"

*

centrale beleldsa mbities

g 8 ‘»9 wnomgeving

economie en ves tkging sklimaat

natuU dijkt vooraden

mobanteit

reglonaa waterbeheer

enengie

ondergrond

J

S (binnenj-teden en

€

P

landschap veig heid en gezondheid

%k 5k1

Q

h

A

of

generieke beleidskeuzes

waar

ontwikkelingsperspectieven

hoe

gebiedskenmerken

I

laag

de beleving

stedelijke laag laag van de agrarische cultuurlandschappen

natuurlijke laag

Afbeelding 3.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hierna worden de lagen nader toegelicht. Of - generieke beleidskeuzes

Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd.

De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar - ontwikkelingsperspectieven

Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Vooralle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.

De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voorde normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Overijssel

Omgevingsvisie

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn artikel 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 4.7-4.9 (ruimtelijke kwaliteit), artikel 4.11 (Kwaliteitsimpuls Groene omgeving) en artikel 4.14 (Woonafspraken) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan.

Artikel 4.5 - Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 1)

Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat:

a.

b. c.

er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: dat deel van de fysieke leefomgeving waarvan de gronden niet vallen binnen bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg. De ontwikkeling ziet toe op drie extra woningen op een bestaand erf. Er is, door het inzetten van een sloopbewijs, geen sprake van extra ruimtebeslag. Daarnaast wordt het erf landschappelijk ingericht en is er aandacht voor het zoveel mogelijk verwijderen van de bestaande verharding. Hierdoor wordt het erf toekomstbestendig gemaakt voor in totaal drie huishoudens. Gelet op

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Diepenveen, Randerstraat 1

Definitief vorenstaande is voorliggende ontwikkeling Omgevingsverordening Overijssel.

in

overeenstemming

met

artikel

4.5

van

de

Artikel 4.7 (Oogmerk ruimtelijke kwaliteit): Deze paragraaf is gericht op het versterken van ruimtelijke kwaliteit door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel. Artikel 4.8 (Ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit): In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Artikel 4.9 - Onderbouwing ruimtelijke kwaliteit (lid 1)

Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a.

b. c.

het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de Omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

In deze en de volgende paragraven wordt getoetst aan de OF-, WAAR-, en HOE-benadering en het ontwikkelingsperspectief. Ook wordt getoetst aan de vier-lagenbenadering. Hieruit zal blijken dat aan deze principes wordt voldaan. In dit geval is er sprake van een forse verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Enerzijds doordat een sloopbewijs is ingezet, waarbij ontsierende bebouwing en overtollige erfverharding wordt opgeruimd en anderzijds doordat het erf conform gebiedskenmerken passend wordt versterkt. Zo wordt voorzien in extra beplanting en hagen. In bijlage 1 is dit uitgewerkt in het ruimtelijk kwaliteitsplan. Gelet op vorenstaande is voorliggende ontwikkeling in overeenstemming met artikel 4.7 tot en met 4.9 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.11 - Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1)

Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als:

a. b.

c.

daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.

Nieuwe ontwikkelingen zijn onder voorwaarden toegestaan in de Groene Omgeving. Zo moeten er sociaaleconomische of maatschappelijke redenen zijn. Daarbij dient de ruimtelijke kwaliteit versterkt te worden en wordt gemotiveerd dat de ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Wanneer wordt getoetst aan de criteria, ontstaat het volgende beeld: a.

Er is een sociaaleconomische reden voor de ontwikkeling. De bedrijfsmatige activiteiten van het perceel zijn reeds beëindigt. De bestaande opstallen van het voormalige bedrijf staan leeg en het onderhoud hiervan loopt op termijn in de kosten. Daarbij draagt de uitstraling van de landschapontsierende bebouwing niet bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Door de sloop en realisatie van een twee-onder-een-kapwoning en de landschappelijke inpassing (zie bijlage 1), wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt. Door het verwijderen van de overtollige erfverharding en toevoeging van meer groen is het voor het water makkelijker te infiltreren in de bodem wat een positief effect heeft voor het klimaat. Daarnaast worden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief

er twee levensloopbestendige woningen en één reguliere woning toegevoegd waarmee het erf toekomstbestendig wordt en zowel aantrekkelijk voor starters als senioren. Er is geen sprake van verlies van ecologische of landschappelijke waarden, aangezien er geen sprake is van toename van bebouwing op het erf; Niet van toepassing.

b.

c.

Artikel 4.14 - Woonafspraken

1.

2.

Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven.

In voorliggend geval wordt voorzien in woningbouw ten behoeve van de lokale woningbouwbehoefte. Voor toetsing aan zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte wordt verwezen naar paragraaf 3.5.2 en 3.5.6. Hier wordt geconcludeerd dat het project in overeenstemming is met artikel 4.14 van de Omgevingsverordening Overijssel.

3.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

Ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap ntwiU isbi

Stads- en dorpsrandgebieden edsbege

ing

Afbeelding 3.2 Uitsnede Ruimtelijkeplannen. n!)

ontwikkelingsperspectievenkaart

Omgevingsvisie

Overijssel

(Bron:

Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Diepenveen, Randerstraat 1 Definitief melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.

De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische en natuurlijke landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief

Het realiseren van compensatiewoningen, een kapschuur en een steltenberg past uitstekend binnen het mixlandschap, waar ruimte is voor diverse functies, waaronder wonen. De ontwikkeling draagt bij aan het toekomstbestendig houden van een erf en door de landschapsmaatregelen ook aan een versterking van de natuurlijke en landschapselementen. Daarnaast is rekening gehouden met het agrarische karakter van het erf en wordt dit karakter versterkt door het toevoegen van de kapschuur en Steltenberg. 3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) is van belang dat de locatie in het buitengebied ligt. Dit betekent dat de stedelijke laag buiten beschouwing kan blijven, aangezien deze relevante kenmerken kent in het projectgebied. 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15987311/1