2025-848-Ontwerp-omgevingsvisie Deventer - versie 3-11-2025
Tekst van het document
De hogere delen van het landschap kunnen benut worden voor bebouwing, terwijl in de lagere en nattere delen langs de Zandwetering juist meer ruimte voor water, natuur en recreatie gecreëerd kan worden.
43
Binnen het principe van de 15-minutenstad zien we in de bestaande stad ook veel potentie voor inbreiding rondom de stations Deventer en Deventer-Colmschate door het brede aanbod van voorzieningen en de uitstekende bereikbaarheid met het openbaar vervoer. In deze gebieden kunnen we echt stappen zetten in de ontwikkeling van duurzame mobiliteit (STOMP1) en kan er door een kleinere auto-afhankelijkheid meer ruimte ontstaan voor voetgangers, fietsers en groen.
Inbreiden in de bestaande stad betekent ook investeren in de bereikbaarheid en kwaliteit van de bestaande stad. We hanteren het principe ‘nieuw versterkt bestaand’. Met name winkelcentra als Colmschate en Keizerslanden zullen zich moeten ontwikkelen als ‘stadsdeelcentra’, met de investeringen in bereikbaarheid en verblijfskwaliteit die daarbij horen. Deze centra krijgen ook een grotere betekenis voor bijvoorbeeld de Wechelerhoek en inbreidingen rondom deze centra. We kiezen er steeds voor om compacter en hoger te bouwen waar dit mogelijk en passend is. Verdichting van de stad/ het vergroten van de stedelijkheid (hogere dichtheden en meer functiemenging) laten we hand in hand gaan met versterking van de verblijfskwaliteit van de leefomgeving. Concretere handvatten hiervoor zijn te vinden in de beleidsregel hoger bouwen en de welstandsnota. Door compacter te bouwen gaan we efficiënter om met de schaarse ruimte, zijn er meer kansen voor duurzame (deel)mobiliteit, kunnen er aantrekkelijke gemengde woongebieden ontstaan, kan er meer en betere groene verblijfsruimte worden gemaakt en is het draagvlak voor voorzieningen groter. Hoger bouwen zien we dan ook als een middel om de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van onze ruimtelijke hoofdstructuur te versterken.
We zien vooral kansen voor inbreiding en compacter bouwen in Centrum & Schil, rondom het station en de stadsdeelcentra Colmschate en Keizerslanden. In de nabijheid van dagelijkse voorzieningen en goed openbaar (trein)vervoer. In deze gebieden willen we door inbreiding/ verdichting kwaliteit toevoegen, ook in de openbare ruimte. Dit vraagt in deze gebieden, maar ook in de hele gemeente om duidelijke keuzes en concrete stappen in de ontwikkeling van duurzame mobiliteit.
In de dorpen kan inbreiden, passend bij de dorpse maat en schaal, ook bijdragen aan de vitaliteit van de dorpsgemeenschap en het voorzieningenniveau.
1
Het STOMP-principe betekent dat we nog meer prioriteit geven aan ‘Stappen', ‘Trappen’, ‘Openbaar vervoer’ en ‘Mobility as a Service’ (bijvoorbeeld deelmobiliteit) ten opzichte van de ‘Personen auto’.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Ook voor onze economische ontwikkeling zoeken we ruimte voor werken. We zetten in ieder geval in op het beter benutten van bestaande werkgebieden en deze toekomstbestendig te maken. Daarnaast zullen we buiten de bestaande stad ruimte nodig hebben voor werken. Potentiële locaties hiervoor liggen bij voorkeur op korte afstand (15 minuten fietsen) van de grotere woonconcentraties en maximaal op 7,5 km fietsafstand van een van de stations, zodat duurzame mobiliteit als vervoer vanzelfsprekend is.2
44
Afbeelding: De belangrijke fietsverbindingen, inclusief ambities (niet uitputtend weergegeven) in relatie tot de 15-minuten voor de bestaande en mogelijke nieuwe woongebieden ten opzichte van belangrijke ‘knooppunten’/ voorzieningencentra, zoals de winkelcentra Keizerslanden en Colmschate en de stations van Deventer en Deventer-Colmschate. Daarbij zijn de kruispunten omcirkeld waar ingrepen gewenst zijn om de doorstroming en comfort ook voor de fietser te vergroten.
Principes voor mobiliteit in de 15-minutenstad De ligging en ontwikkeling van Deventer aan één zijde van de IJssel, doorsneden met spoorlijnen, heeft geleid tot een verkeersstructuur die bestaat uit de oude invalswegen van en naar de binnenstad (radialen) en de later planmatige aangelegde infrastructuur (tangenten). De toenemende mobiliteit en groei van de stad zorgen nu al voor knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. De afgelopen decennia hebben we daarom ingezet op een sterkere bundeling van autoverkeer in combinatie met het optimaliseren van het fietsnetwerk. Een fijnmazig netwerk van hoofdfietsroutes verbinden het landelijk gebied, de dorpen, de wijken, de werkgebieden en de binnenstad met elkaar en met de omliggende regio’s. We willen duurzame mobiliteit en beweging stimuleren door de belangen van voetgangers en fietsers meer centraal te stellen bij de inrichting van de leefomgeving. Ook willen we de potenties van onze stations nog beter benutten. Het zijn omgevingen waar aantrekkelijke gemengde omgevingen kunnen ontstaan met een uitstekende bereikbaarheid met duurzaam vervoer (voetganger, fiets, OV, deelmobiliteit).
Station Deventer ontwikkelt zich als bovenregionaal OV- knooppunt, dit biedt de kans om in en rondom de stationsomgeving te verdichten en de openbare ruimte te transformeren tot een multifunctionele en groene stadscampus, waarin fietsers en voetgangers centraal staan. Samen met ProRail onderzoeken we de aanleg van een 4e perron waardoor onze positie in het (inter)nationale spoornetwerk versterkt wordt. Zo versterken we de positie van station Deventer als bovenregionaal OV-knooppunt in het nationale spoorwegennet en als multimodaal knooppunt voor zowel de stad als de regio. Voor Bathmen blijven we inzetten op de realisatie van een treinstation. We maken de keuze om het autoverkeer te bundelen op enkele hoofdassen, volgens het zogenoemde 'dakpan-principe'. Hierin fungeert de N348 als weg voor met name doorgaand Sallands verkeer ten opzichte van de stad en verkeer van aanliggende woonwijken. Het Hanzetracé heeft naast een ontsluitende functie in de stad vooral een functie voor doorgaand verkeer ten opzichte van de stad richting Olst en verder. Met het bundelen van het autoverkeer op de genoemde
2 Uit onderzoek van het CBS blijkt dat de fiets met een aandeel van 34 procent een belangrijke vervoerwijze op de korte afstand (tot 7,5 km) is. En ook de Fietsersbond ziet 7,5 km fietsafstand als een afstand die ook met een gewone fiets voor woon- werkverkeer gebruikelijk is.
assen ontstaat meer ruimte in de rest van de stad voor duurzame vervoersvormen en leefkwaliteit. Meer ruimte voor ontmoeting, groen en verblijfskwaliteit voor fietsers en voetgangers. Dit geldt zeker voor die delen van de stad waar we op inbreiding inzetten, zoals in Keizerslanden, Colmschate en de binnenstad en de stedelijke schilwijken hieromheen (Centrum & Schil), maar in het bijzonder ook voor de route langs de IJssel (Rembrandtkade, Welle en Pothoofd). Dit zou vooral een plek met maximale verblijfskwaliteit voor fietsers en voetgangers moeten zijn. Het bundelen van het autoverkeer op deze hoofdassen, zoals het Hanzetracé betekent ook dat we moeten investeren in de kwaliteit van de leefomgeving rondom deze assen. We moeten lusten en lasten eerlijk verdelen in onze gemeente. We willen door de groei van de stad en de bijbehorende nieuwe infrastructuur geen nieuwe barrières introduceren, maar juist oude opheffen, zodat de voorzieningen in de buurten, de wijken en in het omliggende landschap op 15 minuten afstand bereikbaar blijven.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Om volgende stappen te kunnen zetten in de mobiliteitstransitie (verduurzaming van de mobiliteit met meer comfort en ruimte voor fietsers en voetgangers richting werk, voorzieningen en stations) en tegelijkertijd ruimte te kunnen bieden aan een goed bereikbare en groeiende stad, moeten we naast het dakpanprincipe ook andere ingrepen onderzoeken. We willen meer verblijfskwaliteit aan de IJssel creëren en tegelijkertijd het Hanzetracé en omliggende wijken niet nog zwaarder belasten, daarom onderzoeken we samen met het Rijk en regio ook grotere infrastructurele ingrepen. Een van de oplossingen daarvoor is een nieuwe oeververbinding over de IJssel, de ‘derde brug’, om regionaal verkeer niet via het Hanzetracé, maar via nieuwe (regionale) verbindingen naar het omliggende rijkswegennet af te wikkelen. Hiervoor zijn we in gesprek met buurgemeenten, regio, provincie en rijk.
45
Afbeelding: De belangrijke verbindingen voor de auto (niet uitputtend weergegeven). In en rondom de binnenstad hebben we de ambitie om meer ruimte en verblijfskwaliteit voor fietsers en voetgangers te creëren. Mede daarom hanteren we het ‘dakpanprincipe’ en ontwikkelen we parkeerhubs.
Afbeelding:
3.2.4. RESUME: DE CONTOUR VAN DE ‘DEVENTER STEDELIJKHEID’ IN BALANS MET GROEN
›
Waar mogelijk en passend binnen de kwaliteiten van de bestaande wijken en buurten, zetten we in op verdichting om het draagvlak voor voorzieningen te vergroten, ontmoeting te stimuleren, diversiteit en doorstroming te versterken en kansen voor duurzame (deel)mobiliteit te vergroten.
›
Deventer stedelijkheid gaat om meer dan alleen wonen: Het gaat ook om werken, voorzieningen voor bijvoorbeeld dagelijkse boodschappen, zorg, werken, sport en recreatie.
Bouwen aan Deventer stedelijkheid is veel meer dan alleen ‘stenen stapelen’, het is bouwen aan een gemeenschap, met een openbare ruimte en voorzieningen die ontmoeting stimuleren.
Afbeelding:
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Vanuit ons DNA en met het oog op brede welvaart zetten we in op de ontwikkeling van ‘Deventer stedelijkheid in balans met groen’. Deze stedelijkheid is kansrijk binnen de ‘contour’ van de Deventer stedelijkheid. De kwaliteiten en kansen binnen de contour van de ‘Deventer stedelijkheid in balans met groen’ zijn:
46
›
Betekenisvol groen voor ontmoeting, ontspanning en gezondheid in de dagelijkse leefomgeving.
›
Verder bouwen op de herkenbare maat- en schaal van de Deventer wijken en buurten, die duidelijk ingekaderd zijn binnen herkenbare ruimtelijke eenheden, zoals de (cultuurhistorische) structuren van radialen, tangenten (Ceintuurbaan en Hanzetracé) en de stedelijke groenstructuur.
›
De belangrijke dagelijkse voorzieningen goed bereikbaar en ontsloten voor fietsers en voetgangers.
3.3. GROEI DEVENTER OP DE MIDDELLANGE EN LANGE TERMIJN GROEIOPGAVE IN CIJFERS
Afbeelding:
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Voor de periode tot 2035 zijn er plannen voor ca 7.000 woningen (waarvan circa 1.500 gerealiseerd is in de periode 2021-2024). Hiermee kan de autonome groei (7.000 huishoudens) tot 2035 worden bediend. Haveneiland en Wechelerhoek worden qua aantallen meegenomen in dit aantal woningen. De koers (opgave) voor 2040 is gericht op 13.000 woningen: 9.000 voor de autonome groei en 4.000 voor het sociaaleconomisch versterken van Deventer.
47
In bovenstaand schema wordt in stappen toegelicht hoe aan deze opgave uitvoering wordt gegeven. Bij maximale invulling van het totale woningbouwprogramma op basis van de bestaande planvoorraad en de verkenningen die vanuit de gemeente worden uitgevoerd (Wonen, Ruimte, Stad en verdichtingsscan) houden we een tekort van 1.000 woningen. Bij een minimale invulling van het totale woningbouwprogramma loopt dit tekort op naar 3.000 woningen. Bij dit overzicht is 30% planuitval verwerkt in de aantallen.
LOCATIEVERKENNINGEN Vanaf 2021 heeft de gemeente een uitgebreide ruimtelijke verkenning gedaan in het kader van het traject Routekaart Wonen, Ruimte, Stad. In verschillende onderzoeksfasen zijn locaties afgevallen en is de lijst ingekort tot vier potentiële locatie voor woningbouw. Deze vier locaties zijn nu afzonderlijk van elkaar verkend en beoordeeld op de kwaliteiten en (ruimtelijke) claims in en rondom het gebied. Per locatie zijn mogelijke varianten met een bandbreedte in dichtheden en woningaantallen aangegeven. Daarnaast zijn randvoorwaarden en aanbevelingen voor ontwikkeling meegegeven en biedt het inzicht in het investeringsvraagstuk.
De koers voor 2040 is gericht op 11.500 woningen.
De ruimtelijke verkenning is afgerond door middel van besluitvorming in de raad op 27 november 2024. Besloten is het bestaand beleid voor de ontwikkeling van woningbouwlocaties te continueren: de nabije stad (planuitwerking binnen de gebiedsprogramma’s Centrumschil en Keizerslanden) en de realisatie van de overige huidige harde en semi harde planvoorraad en Wechelerhoek. Gedurende het traject van de ruimtelijke verkenning is aanbevolen om ook te kijken naar verdichtingsmogelijkheden rondom de stations en winkelcentra. Deze aanbeveling is overgenomen en maakt nu deel uit van de integrale analyse naar de groeimogelijkheden voor woningbouw in Deventer na 2035. De locaties (met daarbij een grove inschatting van het laadvermogen per locatie) zijn: 1.
Baarlerhoek (ca. 1.000 - 1.700 woningen)
2.
Vijfhoek Zuidoost (180 – 220 woningen)
3.
Bergweide 3 (500 – 900 woningen)
4.
Stadsland (1.100 – 1.800 woningen)
Zandweteringzone. Vanwege de ligging ten opzichte van bestaande infrastructuur is ontsluiting mogelijk in aansluiting op bijvoorbeeld de N348 (auto) of de Oerdijk en Spanjaardsdijk (fiets). Daarnaast biedt ontwikkeling kansen voor het versterken van de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Aandachtspunt is hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot het dorp Schalkhaar (ca 2.200 woningen in 2025) en de ontwikkeling van het naastgelegen gebied Wechelerhoek (ca 1.500 woningen). Bij de invulling van het gebied moet rekening gehouden worden met de cultuurhistorische en landschappelijke waardevolle structuren in het gebied. Gezien de omvang en ligging van het gebied is dit een kansrijke locatie voor de doelgroepen opstromende gezinnen, stadse topklasse, stedelingen/dorpse senioren en jonge toestromers. Afbeelding:
Op basis van de ruimtelijke verkenningen Wonen Ruimte Stad luidt de conclusie:
Per locatie is een ruimtelijke analyse gemaakt van de kansen en knelpunten die de ontwikkeling van de betreffende locatie met zich meebrengen. Hierbij is specifiek naar de locatie gekeken, maar ook naar de plek van de locatie binnen de gemeente en aansluiting op lopende ruimtelijke verkenningen. Hierop is het laadvermogen (het aantal woningen per locatie) gebaseerd.
›
Aanzienlijk aantal woningen en redelijk kansrijk voor 2035. Hier is ruimte voor 1.000 tot 1.700 woningen. Maar dit aantal is nog onzeker gezien de mogelijke beperkingen vanuit (kosten voor) infrastructuur, ruimte voor water en groen en grondwaterbescherming.
›
We zien dat inwoners verwachten dat woningbouw op Baarlerhoek, mede in combinatie met de ontwikkeling van Wechelerhoek als nieuwe stadswijk van Deventer, grote invloed zal hebben op het dorpse karakter van Schalkhaar. Het belangrijkste daarbij is dat we samen met de omwonenden kijken naar het dorp én de nieuwe stadswijk en hoe we deze zo goed mogelijk kunnen inpassen. Voorzieningen moeten goed op elkaar worden afgestemd, opdat ze elkaar vooral versterken. Ook nemen we mee dat de mobiliteitsdruk zo min mogelijk ten koste gaat van de verblijfskwaliteit in de dorpskern.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Vooropgesteld staat dat iedere locatie uitdagingen kent. Dit kan gaan over bodem: laag gelegen (dus ook nat), hoge archeologische waarden, maar ook over de bijkomende investeringen die gedaan moeten worden om een locatie tot ontwikkeling te brengen, zoals infrastructurele ingrepen. Dit kan gaan over een aantakking op de bestaande wegenstructuur of een combinatie met een bypass van de IJssel. Daarnaast is er het huidige gebruik: we zijn zuinig op onze agrarische gronden en onze bestaande bedrijventerreinen.
48
1.
Baarlerhoek (ca. 1.000-1.700 woningen)
Baarlerhoek is gelegen ten noordoosten van Schalkhaar. Het gebied kenmerkt zich door hoger gelegen gebieden in het noorden (enk) en zuiden en het lagergelegen gebied rond de Zandwetering in het midden. Het noordelijk deel valt binnen het grondwaterbeschermingsgebied van de drinkwaterwinning Schalkhaar. In de huidige situatie is het gebied hoofdzakelijk in gebruik voor landbouw. Het ontwikkelen van deze locatie biedt kansen voor het verder versterken van de
2.
Vijfhoek Zuidoost (180 – 220 woningen)
De locatie Vijfhoek Zuidoost ligt ten oosten van sportpark De Vijfhoek aan de zuidoostkant van de wijk De Vijfhoek. Het gebied is hoofdzakelijk agrarisch in gebruik en wordt diagonaal doorsneden door een historische laan. Het noordelijke deel is laag gelegen en zeer nat (kwelgebied en bron van de Zandwetering). Binnen een afstand van 10 fietsminuten ligt een groot aantal voorzieningen, zoals winkelcentrum Colmschate, sportvoorzieningen en station Colmschate. De ligging aan het spoor heeft invloed op de potentiële ontwikkeling van het gebied. Daarnaast maakt de locatie onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur en grenst het aan het Natuurnetwerk Nederland (Landgoed De Bannink). Ten behoeve van de ontsluiting voor autoverkeer zal de bestaande structuur onderzocht moeten worden, omdat de spoorlijn een belangrijke barrière is. Gezien de omvang van het plangebied is niet waarschijnlijk dat hier grote ingrepen, zoals een ongelijkvloerse kruising, mogelijk zijn. Voor de invulling van het gebied moet rekening worden gehouden met de historische structuren en de hoge grondwaterstanden. Doelgroepen voor wie deze locatie geschikt is, zijn opstromende gezinnen, stadse topklasse, stedelingen, dorpse senioren en jonge toestromers.
3.
Bergweide 3 is een bedrijventerrein ten zuiden van de Snippelingsdijk en ten noorden van het plangebied Roto. De bebouwing en opzet van het terrein is grotendeels verouderd. De gunstige ligging ten opzichte van de binnenstad, het station Deventer en het Havenkwartier maakt dat deze voorzieningen binnen 10 fietsminuten afstand liggen. Vanuit de ontwikkelingen in Centrum & Schil kan verdere ontwikkeling van Bergweide 3 een volgende stap zijn. Voor deze locatie zal de invulling gezocht moeten worden in een mix van wonen en werken. Deze locatie is kansrijk voor de doelgroepen opstromende gezinnen, stadse topklasse, stedelingen en jonge toestromers. Op basis van de ruimtelijke verkenningen Wonen Ruimte Stad luidt de conclusie: ›
Aanzienlijk aantal woningen, maar weinig kansrijk voor 2035. Dat betekent niet dat tot 2035 gewacht hoeft te worden met eventuele planvorming. Bergweide 3 heeft de potentie om op lange termijn door toevoeging van 500 tot 900 woningen te transformeren van een werkgebied tot een gemengd werk-woongebied dicht bij de binnenstad en het station. Randvoorwaardelijk spelen milieucontouren en bijbehorende economische activiteiten een beperkende rol op de ontwikkeling van woningbouw. Ontwikkeling van het gebied vraagt niet alleen om een sterke regie, maar ook om een forse inzet en investering van de gemeente Deventer.
›
Vanuit de participatie nemen we enerzijds de zorgen mee over gezondheid en leefkwaliteit van de beoogde woningen en de inperking van de milieuruimte voor de bestaande bedrijven. Anderzijds weten we ons ook gevoed door de kansen die gezien werden voor snellere ontwikkeling dan de voorgestelde horizon van 2040. In de ontwikkelstrategie voor Bergweide 3 wegen we dat mee in de context van ontwikkeling van Roto en Haveneiland.
Op basis van de ruimtelijke verkenningen Wonen Ruimte Stad luidt de conclusie: ›
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
›
49
Weinig woningen en weinig kansrijk. De locatie biedt mogelijk ruimte voor maximaal 220 woningen. De locatie is laag gelegen en kent hoge grondwaterstanden. Daarnaast staan tegenover het beperkte aantal woningen relatief hoge investeringen. Realisatie van woningbouw wordt hier op voorhand niet kansrijk geacht. Naast de bezwaren die in de verkenning al naar voren waren gekomen (grondwater, ontsluiting en landschappelijke en cultuurhistorische waarden), nemen we uit de participatie mee dat er enerzijds zorgen zijn om vermindering van groen uitloopgebied dichtbij. Maar anderzijds zag men ook kansen voor met name geclusterde seniorenwoningen. Voor nu gaan we niet verder met planvorming voor woningbouw hier. Mocht dat opnieuw aan de orde zijn, dan borduren we voort op deze opbrengst.
Bergweide 3 (500-900 woningen)
4.
Stadsland (1.100 – 1.800 woningen)
Het Stadsland ligt westelijk van de IJssel en noordwestelijk van de spoorlijn Deventer – Apeldoorn en de woonwijk De Hoven (de Worp). In de huidige situatie is het agrarisch in gebruik en maakt het deel uit van het recreatieve uitloopgebied van Deventer en Twello/Terwolde. De uiterwaarden van de IJssel zijn onderdeel van het Natura 2000 gebied de Rijntakken. Vanaf de locatie is er zicht op de historische binnenstad van Deventer. De ontsluiting van het gebied loopt via de Banddijk, de weg tussen Terwolde en de Worp. Het gebied maakt daarnaast deel uit van de ruimtelijke reservering voor een bypass van de IJssel. Er wordt onderzocht of deze reservering ook voor de toekomst noodzakelijk blijft. Daarmee is ook nog onzeker of en wanneer de bypass aangelegd moet worden. Door de begrenzing aan de spoorlijn en de Banddijk moet bij een eventuele invulling rekening gehouden worden met geluid en trilling afkomstig van het spoor- en wegverkeer. De ligging van het gebied is gunstig ten opzichte van de bereikbaarheid van voorzieningen. Binnen 10 minuten fietsafstand liggen de binnenstad van Deventer, het station Deventer en het dorp Twello met dagelijkse voorzieningen en eveneens een treinstation. Gezien de ligging en omvang van het plangebied biedt dit mogelijkheden voor een mix van wonen en werken.
Doelgroepen voor deze locatie zijn: opstromende gezinnen, stadse topklasse, stedelingen, dorpse senioren en jonge toestromers. Op basis van de Ruimtelijke verkenningen Wonen Ruimte Stad luidt de conclusie:
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
›
50
Aanzienlijk aantal woningen maar weinig kansrijk voor 2035. De ontwikkeling van Stadsland is sterk afhankelijk van de ruimtereservering voor de bypass van de IJssel, vanwege grote onzekerheden rondom het proces van deze ruimtereservering wordt de kans om deze locatie voor 2035 tot ontwikkeling te brengen nihil geacht. Ontwikkeling van woningen in hoge dichtheid en gecombineerd met voorzieningen kan hier een uniek woonmilieu voor Deventer opleveren, dichtbij binnenstad en station. Het advies is om verdere verkenning van de locatie Stadsland te koppelen aan Ruimte voor de rivier 2.0 en het Regionale traject Verstedelijking in Balans, waar invulling wordt gegeven aan de regionale ambitie om 40.000 woningen extra te realiseren in de periode 2030-2040.
›
Vanuit de participatieronde zijn zorgen geuit over de druk die met woningbouw op dit gebed wordt gelegd en over de consequenties voor de waterhuishouding in de Hoven en de natuurwaarden in en rond het plangebied. Woningbouw op Stadsland vraagt om een heel zorgvuldig proces van enerzijds zekerheid over realisatie van de bypass en de duiding daarvan voor het omliggende gebied en anderzijds een ontwerpopgave waarin de impact op de waterhuishouding, landschappelijke- en natuurwaarden, mobiliteit (fiets én autoverbindingen) en verbinding met binnenstad en de Hoven zorgvuldig worden onderzocht en ingepast.
De ontwikkeling van Baarlerhoek lijkt met de juiste inspanningen het snelst te realiseren als woningbouwlocatie.
CONCLUSIE Vanuit de ruimtelijke verkenning Wonen, Ruimte, Stad is op basis van de afzonderlijke ruimtelijke analyses geconcludeerd dat voor de periode tot 2035 Baarlerhoek het meest geschikt (in haalbaarheid en randvoorwaarden) is als woningbouwlocatie. Bergweide 3 en Stadsland zijn locaties die vanwege onzekerheden op de korte en middellange termijn (reservering ruimte voor de bypass, ontwikkelingen rond bescherming hoge milieucategorieën) aan de orde zijn voor verdere uitwerking van woningbouw op de lange termijn. Vanuit de bredere invalshoek van de Omgevingsvisie, wordt uitgegaan van een aantal leidende principes die we toepassen bij verdere doorontwikkeling van de gemeente zoals verwoord in paragraaf 3.2. Deventer wil groeien als nabije stad: de 15 minutenstad. Op basis van dit principe is ontwikkeling van Baarlerhoek mogelijk, maar vanwege de enigszins excentrische ligging is extra inspanning nodig op toepassing van het STOMP-principe (zoals goede fietsverbindingen), omdat dit randvoorwaardelijk is voor het goed functioneren van de 15 minutenstad.
3.4. DEVENTER IN 2100 In het jaar 2100 kijken we met trots terug op de weg die de gemeente Deventer heeft afgelegd. Wat begon als landelijke gemeente met een historische Hanzestad aan de IJssel, een ‘kleine grote stad’ omringd door een groot buitengebied, is uitgegroeid tot een toonaangevende klimaatbestendige gemeente. Het is een veilige haven voor mens en natuur in een veranderend Nederland.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Water en bodem zijn het fundament van onze leefomgeving. Doordat we ons bewust waren van de klimaatverandering met perioden met veel neerslag en hoge rivierstanden en perioden met weinig neerslag, reserveerden we ruimte voor de IJssel, hielden we ruimte langs weteringen en beken en hebben we ingezet op het vasthouden van water in de bodem. Dit robuuste watersysteem beweegt op natuurlijke wijze mee met de hoeveelheid neerslag en rivierafvoeren. Water en bodem als bondgenoot voor de opgave om veilig te wonen en voldoende zoetwater te hebben voor natuur, landbouw, scheepvaart en drinkwater. Dankzij de bypass, natuurlijke overstromingszones en meer waterberging van neerslag in de bodem kunnen we piekafvoeren veilig opvangen en is er voldoende water in droge perioden. Deze gebieden hebben daarnaast een meerwaarde voor de natuur, landschap en recreatie. Innovatieve inrichting van de openbare ruimte in de bebouwde kom, doen we met multifunctionele ruimtes die regenwater opvangen en verkoeling bieden. Deze zien we als iconen van ons adaptieve vermogen. Met behulp van realtime data en AI-gestuurde waterregulatie, houden we het evenwicht tussen droogte en overstroming.
51
Door de overstap naar regeneratieve landbouw in het buitengebied en het stimuleren van stadslandbouw op daken en in verticale tuinen, hebben we de bodemkwaliteit hersteld en voedselproductie meer lokaal verankerd. Onze groene infrastructuur, van wadi’s tot boomrijke lanen, zorgt ervoor dat de bodem het water vasthoudt en hittestress tegengaat. Daarnaast zijn het ook de groene schakels die de stad, de wijken, de dorpen, het buitengebied en de natuurgebieden met elkaar verbinden, ze zorgen voor verkoeling én dragen bij een steeds groter wordende biodiversiteit.
Deventer heeft zich ontwikkeld tot een gemeente waar brede welvaart centraal staat en waar gelukkige inwoners opgroeien in een gezonde en veilige leefomgeving met voldoende (maatschappelijke) voorzieningen. In Deventer woont een mix van verschillende inwonersgroepen (jong, oud, inclusief) samen en geldt noaberschap nog steeds: we kijken naar elkaar om. De arbeidsmarkt is flexibel, inclusief en gericht op talentontwikkeling. Door automatisering en robotisering zijn veel routinetaken verdwenen, maar er is een bloeiende sector ontstaan rond zorg, onderwijs, creativiteit, ambacht en duurzaamheid. Deventer is een stad waar mensen niet alleen werken, maar ook betekenis vinden. De bedrijventerreinen van 2100 zijn geen afgesloten zones meer, maar open, multifunctionele ecosystemen. Ze combineren productie, kennisdeling, onderwijs, innovatie en een prettige verblijfsomgeving. Denk aan circulaire hubs waar reststromen worden uitgewisseld, fabrieken die draaien op lokale energie en campussen waar bedrijven, studenten en onderzoekers samenwerken aan maatschappelijke opgaven. In een wereld waarin geopolitieke spanningen en verstoringen in mondiale ketens steeds vaker voorkomen, hebben Europa en daarbinnen Nederland bewust gekozen voor meer strategische autonomie en nearshoring: het terughalen van essentiële productieprocessen.
Deventer heeft hierop ingespeeld wat heeft geleid tot een robuuste, veerkrachtige economie. Cruciale sectoren, zoals medische technologie, voedselverwerking, energietechniek en hoogwaardige maakindustrie zijn lokaal en regionaal verankerd. Deventer is hierdoor minder afhankelijk van verre importstromen en beter bestand tegen externe schokken. De bodemdaling in West-Nederland, de zeespiegelstijging en algehele ‘drukte’ hebben geleid tot een binnenlandse migratiestroom richting hoger gelegen gebieden. Deze uitdaging hebben we omarmd als kans. De in 2025 ingezette verstedelijking volgens het nabije stad principe hebben we ook na 2040 doorgezet. Hiermee hebben we niet alleen ruimte kunnen bieden aan vele nieuwe Deventenaren, maar zijn ook onze robuuste groenblauwe hoofdstructuur, het open landschap, het cultureel erfgoed en de waardevolle natuur herkenbaar gebleven zonder onze ecologische voetafdruk te vergroten.
52 ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Thematische uitwerking
4. Thematische uitwerking 4.1. INLEIDING In hoofdstuk 3 hebben we de visie en koers voor de toekomst van de gemeente Deventer bepaald. Daarbij zijn we uitgegaan van vier pijlers die samen zorgen voor een brede welvaart. Elke pijler beschrijft onze kernambitie voor de gemeente. Per pijler hebben we meerdere (sub)ambities onderscheiden. Samen zorgen deze ambities voor een brede welvaart en een gezonde gemeente waar het prettig wonen, werken en verblijven is.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
In de volgende paragrafen hebben we onze ambities per pijler uitgewerkt. Hierin beschrijven we telkens de huidige situatie en hoe we hier nu invulling aan geven. Dit doen we op basis van ons bestaande beleid. Vervolgens gaan we in op de doelen die we voor de gemeente in 2040 vaststellen.
53
4.2. FIJN WONEN EN SAMEN LEVEN
4.2.2. PASSEND EN GEVARIEERD WONINGAANBOD Een woning voor iedereen We willen een gemeente zijn met een complete en duurzame woningvoorraad die aansluit op de vraag vanuit de samenleving. We streven daarbij naar een divers aanbod (betaalbare) woningen en woonmilieus, ruimte voor maatwerk en verscheidenheid op wijk en dorpsniveau. Kortom, we willen een gemeente zijn, waar voor iedereen een passende woning te vinden is, die bovendien naar prijsstelling past bij het inkomen. We gaan uit van de eigen kracht en zelfregie van onze inwoners, waarbij we een goede woonruimte zien als basisvoorwaarde. Hoewel we ons realiseren dat niet iedereen even veel keuze heeft, willen we daarbij wel optimale keuzemogelijkheden bieden.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
We bouwen voldoende woningen voor de autonome groei van de Deventer bevolking. Daarbovenop willen we extra woningen realiseren voor het versterken van de sociaaleconomische positie van de gemeente. Vanwege deze grote druk op de woningmarkt zoeken we daarom ook naar andersoortige oplossingen op de korte termijn, die ook zo veel mogelijk uitgaan van zuinig ruimtegebruik en duurzaamheid. We hanteren hierbij het uitgangspunt ‘permanent als het kan, tijdelijk als het moet’. Het omzetten van zelfstandige woningen naar onzelfstandige wonen (verkameren) draagt bij aan het creëren van woonruimte. Om te de leefbaarheid te waarborgen, staan we dat toe onder voorwaarden, zoals uitgewerkt in de huisvestingsverordening. In enkele wijken is al relatief veel woonruimte verkamerd. In de wijken waar de leefbaarheid onder druk staat mede door het verkameren, kan het instellen van een omzettingsvergunningplicht voor de duurdere woningvoorraad bijdragen aan het behoud van de leefbaarheid.
54
4.2.1. INLEIDING We willen dat de gemeente voor iedereen zo veel mogelijk gelijke kwaliteiten en kansen biedt. Het doel is dat Deventer een gemeente is waar inwoners zich welkom voelen. Deventer heeft nu en straks rijke contrasten tussen de stad, de dorpen en het landelijk gebied en een grote diversiteit aan (betaalbare) woonomgevingen en werkgebieden met een compleet voorzieningenaanbod dat voor iedereen is.
Om de ongedeelde samenleving verder vorm te geven, benutten we kansen om meer diversiteit aan te brengen, zoals het realiseren van nieuwbouw in of nabij bestaande woongebieden. We houden het aantal sociale huurwoningen op peil en spreiden deze zo veel mogelijk over de gehele gemeente. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat de nieuw te realiseren sociale huurwoningen ook daadwerkelijk bijdragen aan het oplossen van de problemen die in het sociale huursegment spelen. Daarom vinden we het belangrijk dat de sociale huurwoningen worden gerealiseerd door de woningcorporaties.
Gevarieerd woningaanbod
Doelgroepen
We willen dat iedere wijk voldoende variatie in het woningaanbod biedt, zodat bewoners zo lang mogelijk in hun eigen buurt en wijk kunnen blijven wonen. Zo moeten bijvoorbeeld gezinnen waarvan de kinderen het huis uit zijn, binnen de eigen buurt kunnen verhuizen van een eengezinswoning naar een appartement. Dit komt ook de doorstroming ten goede. Binnen bestaande wijken grijpen we elke kans aan om missende woonvormen te bouwen. Bij nieuwe ontwikkelingen is ‘een leven lang kunnen blijven wonen in de eigen wijk’ het uitgangspunt.
Voor de verschillende (urgente) aandachtsgroepen - onder meer jongeren, starters en senioren - willen we nu en in de toekomst voldoende en passende woningen aanbieden, waarbij zo nodig de juiste ondersteuning beschikbaar is. Met de groei van Deventer, in inwonertal, de bijbehorende groei van werk en voorzieningen en de krapte op de arbeidsmarkt, blijft het bedrijfsleven ook in de komende jaren nog behoefte houden aan (short- en midstay) arbeidsmigranten. We zetten in op passende huisvesting voor deze groep, om dakloosheid, illegale huisvesting en overlast in de wijken te voorkomen en tegen te gaan. Ook werkgevers nemen hierin hun verantwoordelijkheid. We zorgen daarnaast ook voor voldoende ruimte en mogelijkheden voor wonen voor speciale doelgroepen.
Duurzame woonomgeving en woningvoorraad Duurzaamheid is voor Deventer een belangrijke integrale opgave voor de komende decennia. We willen serieuze stappen zetten om te komen tot een duurzame woningvoorraad, een zuinige en duurzaam opgewekte energievoorziening, een circulaire economie en een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving, waarbij de ecologische kernkwaliteiten geborgd zijn, en die ingericht is tegen wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Bij nieuw- en verbouw willen we zoveel mogelijk toewerken naar woningen die integraal duurzaam zijn. Voor verschillende duurzaamheidsaspecten hebben we de ambitie om verder te gaan dan de wettelijke vereisten, zolang de beschikbaarheid en betaalbaarheid hiermee niet in het geding komt. Dit is vaak een spanningsveld. Samen met onze partners verkennen we hoe we gezamenlijk tot standpunten kunnen komen.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
De opgaven in bestaande wijken vragen om wijkgerichte vergroening en klimaatadaptatie, afgestemd op de grotere groenblauwe hoofdstructuur (GBHS). Veel naoorlogse of verdichte wijken kampen met hittestress, wateroverlast of een gebrek aan gebruiksgroen. Daarom hanteren we een tweesporenstrategie:
55
1.
Verweving met de hoofdgroenstructuur: Iedere wijk wordt ruimtelijk verbonden met de GBHS door middel van groene radialen, parkverbindingen en waterstructuren. Dit versterkt ecologie, koelte, verblijfskwaliteit en duurzame mobiliteit.
2.
Binnenwijkse vergroening van de openbare ruimte: We investeren in vergroening van straten, pleinen, schoolpleinen en parkeerstructuren. Ook stimuleren we bewonersinitiatieven, zoals gevelgroen, buurtplantsoenen en collectieve binnentuinen.
Met het oog op een steeds diversere en soms ook meer individualistische samenleving willen we de geplande en ongeplande ontmoeting stimuleren met buurthuizen, speeltuinen, sportparken en integrale kindcentra. Ook daarom streven we in alle wijken, buurten en dorpen naar een gevarieerd woningaanbod. Met name de vooroorlogse woonbuurten rondom de binnenstad vormen daarvoor het goede voorbeeld. In een samenleving waar buren elkaar af en toe even kunnen helpen, is het nodig om een goede balans te vinden tussen mensen die hulp nodig hebben (vragers) en mensen die kunnen ondersteunen (dragers). Dat betekent dat we soms meer inspanning (in tijd, geld en/of aandacht) moeten leveren in wijken of buurten waar die balans (nog) te weinig aanwezig is. De behoefte aan woonruimte verandert. Dit komt enerzijds door de gewijzigde huishoudenssamenstelling (meer één- en tweepersoonshuishoudens) en anderzijds doordat de gemiddelde leeftijd van de bevolking verandert. Zo zijn er voldoende woningen nodig die aansluiten bij de wensen en behoeften van ouderen. Het gaat hierbij om woningen met comfort en gebruiksgemak, in de buurt van voorzieningen en met voldoende mogelijkheden om anderen te ontmoeten. Ook dient de leefomgeving uit te nodigen om te bewegen. Het toevoegen van levensloopbestendige woningen in de bestaande wijk biedt kansen om de doorstroming op gang te brengen.
Studenten dragen bij aan de dynamiek en vitaliteit van de stad. Dit talent willen we binden aan de stad. Het is daarom belangrijk dat er voldoende kansen zijn voor door- en instroom van jongeren op de woningmarkt. Voor hen willen we daarom voldoende en aantrekkelijke studentenhuisvesting bieden. We vinden dat de nieuwe woningen voldoende kwaliteit moeten bieden voor nu en in de toekomst.
Inzetten op groei We zetten in op een zodanige groei van het aantal woningen, dat we de autonome ontwikkeling kunnen faciliteren. Dit doen we door in te zetten op nieuwbouw en doorstroming op de woningmarkt. Daarnaast zetten we in op het toevoegen van extra woningen om de arbeidsmarkt te versterken en het stedelijk voorzieningenniveau op peil te houden. In totaal gaat het om een groeiopgave van 13.000 nieuwe woningen tot 2040 met bijbehorende voorzieningen en werkgebieden. We bereiken een evenwichtig en gevarieerd woningbouwprogramma met voldoende betaalbare woningen door uit te gaan van het 30-40-30-principe: ›
30% sociale huur;
›
40% middelduur (betaalbare koop en middenhuur);
›
30% vrije sector (koop en huur).
Daarnaast is 30% van de nieuwe woningen ouderengeschikt. We groeien als nabije stad. Dit betekent dat we primair kiezen voor inbreiding (in plaats van uitbreiding) om de opgave te realiseren. Nieuwe woningbouwlocaties passen bij het principe van de nabije stad; die gaat uit van maximaal 15 minuten fietsen naar een station en voorzieningen. We kiezen dus niet voor klassieke nieuwe uitleglocaties op afstand van de bestaande stad.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Actieve rol van de gemeente
56
Op basis van de criteria in ons grondbeleid, nemen we als gemeente een actievere rol in de ontwikkeling van woningbouwprojecten, onder meer door actiever grondbeleid voor de realisatie van ambities voor toekomstbestendig en betaalbaar wonen. Door alle opgaven die horen bij een nabije stad, neemt de druk op de beperkte ruimte toe. De stapeling van eisen aan gebiedsontwikkelingen leidt vaker tot onrendabele toppen. Bij een actievere rol hoort ook de overweging dat we publieke en waar nodig private onrendabele toppen financieel afdekken op basis van het grondbeleid.
4.2.3. BODEM, WATER, GROEN EN ERFGOED ALS DRAGERS VAN DE RUIMTE Dragers van de ruimte De aanwezigheid van groengebieden en groen in de openbare ruimte is belangrijk om prettig te kunnen wonen en leven. Ook erfgoed is een belangrijk onderdeel van identiteit en beleving van de ruimte. Daarom zijn we zuinig op ons erfgoed en ons groenblauwe netwerk (waar onze natuurgebieden deel van uitmaken). We hanteren het principe ‘water en bodembewustzijn’, wat betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals nieuwbouw- of infrastructuurprojecten, de natuurlijke kenmerken van water en bodem leidend zijn. In plaats van de omgeving aan te passen aan de menselijke wensen, moeten we ons aanpassen aan de grenzen en mogelijkheden van het water- en bodemsysteem. Dit principe is cruciaal voor een duurzame inrichting van Nederland, ook met het oog op grote ontwikkelingen zoals klimaatverandering en de afname van biodiversiteit. We laten de ruimte voor groen en wateropgaven in verhouding meegroeien met de hoeveelheid inwoners en zorgen daarnaast ook voor een kwalitatieve verbetering van het bestaande areaal aan (openbaar) groen ter verhoging van de biodiversiteit.
Groenblauwe waarden als dragers van ruimtelijke kwaliteit: we bouwen voort op bestaande ruimtelijke patronen en structuren We verankeren het stedelijk groen, zowel de groenblauwe hoofdstructuur (GBHS) als de openbare ruimte, als strategische pijler van de fysieke leefomgeving. Groen is niet alleen decor of compensatie, maar een essentiële drager van ruimtelijke kwaliteit, volksgezondheid, ecologische verbindingen en klimaatrobuustheid. De ondergrond maakt daar een integraal onderdeel van uit, zowel vanwege de archeologische waarden als de functies als waterbergend sponssysteem en drager van kabels, leidingen en riolering. De Groenblauwe Hoofdstructuur (GBHS) is een robuuste structuur van natuurgebieden, groene zones, groenverbindingen (groen) en waterstructuren (blauw) in de stad, de dorpen en het landelijk gebied. De groenblauwe hoofstructuur in het stedelijk en landelijk gebied is het leidende raamwerk waarop
ruimtelijke keuzes worden gebaseerd. Bij herstructurering en de ontwikkeling van nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen of mobiliteitsstructuren is de aanwezigheid van groenblauwe structuren en elementen een randvoorwaarde voor inrichting, oriëntatie en kwaliteit. Daarmee vormt de groenblauwe hoofdstructuur de basis voor een klimaatbestendige, leefbare en toekomstgerichte leefomgeving. De kwaliteit van het netwerk staat voorop: robuust waar mogelijk, fijnmazig waar nodig. De landschappelijke structuren van de IJssel, Zandwetering en Schipbeek blijven herkenbaar en richtinggevend als ecologische, landschappelijke en recreatieve ankerpunten van stedelijke groei. De stedelijke buitenruimte van ringen, radialen en groenstroken langs sporen en wegen in Deventer zijn geen rest- of tussenruimte: het is de fysieke, ecologische én sociale infrastructuur die de stad leefbaar, verbonden en toekomstbestendig maakt. Daarom is dit een essentieel onderdeel van de groenblauwe hoofdstructuur. Om deze ruimte systematisch te versterken, bouwen we voort op het bestaande ruimtelijke patroon van ringen, radialen en andere lijnvormige groenstructuren. Deze structuur, gevormd door historische assen, singels, spoorzones en uitvalswegen, biedt een robuust kader voor vergroening, klimaatadaptatie en duurzame mobiliteit.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
In elk van de deelgebieden in hoofdstuk 5 van deze omgevingsvisie, liggen onderdelen van de GHBS. We beschermen en versterken deze onderdelen. De exacte ligging in contouren en vlakken worden weergegeven op een kaart. En gekoppeld aan deze contouren en vlakken, is een beschrijving van typen groen en blauw met waarden en criteria (en voorwaarden) ten aanzien van mogelijke fysieke ontwikkelingen. Ambities voor behoud en de versterking van de GBHS worden nader uitgewerkt.
57
Een vitale bodem We werken toe naar meer regie op de ondergrond en met name op de ondergrondse voorzieningen. We zien dat regie op de ondergrond noodzakelijk is, omdat dit de afgelopen jaren beperkingen opleverde voor ontwikkelingen op de bovengrond. Hiervoor gaan we op basis van de bekende data op zoek naar mogelijkheden om verantwoorde keuzes te maken en meer te sturen op het ondergrondse ruimtegebruik.
We streven hierbij naar een vitale bodem. Een vitale bodem is een bodem waarin zowel de chemische, biologische als fysische kwaliteit op orde is. Dit maakt de bodem weerbaar voor veranderingen, zoals droge of juist hele natte periodes en weerbaar tegen plagen en ziekten. We voeren regie op boven- en ondergrondse ontwikkelingen door ze integraal in ruimte en tijd af te wegen. Hierdoor kunnen we een gezonde en veerkrachtige leefomgeving creëren, zelfs met een toenemende druk op de ondergrond. We sturen daarbij op een efficiënte en duurzame indeling, zodat er, nu en in de toekomst, voldoende ruimte is voor noodzakelijke voorzieningen en infrastructuur.
Verbetering en versterking van de natuur en biodiversiteit Natuurwaarden en een rijke, karakteristieke biodiversiteit hebben niet alleen een belangrijke intrinsieke waarde, ze dragen ook bij aan de gezondheid van de inwoners van Deventer. Ook dragen ze bij aan de beleving en herkenning van het landschap, wat dan weer van waarde is voor toerisme en verblijfsrecreatie. We werken langs 3 lijnen om de biodiversiteit te verbeteren: 1.
Versterken van groene en blauwe ecologische structuren in het stedelijk gebied en de dorpskernen om een robuust systeem te creëren.
2.
Versterken van groene en blauwe ecologische structuren in het landelijk gebied om een robuust systeem te creëren.
3.
Stimuleren van bewustwording en participatie van de gemeenschap bij de ecologische waarde van de omgeving.
We werken aan verbetering van de natuur en biodiversiteit door het beheer en de ontwikkeling van de openbare ruimte meer af te stemmen op ecologie. We reserveren ruimte voor natuur bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen, wegen en bij ontwikkelingen in het landelijk gebied. Daarbij kan gedacht worden aan vergroting van onverhard oppervlak ten behoeve van regenwaterinfiltratie en het toepassen van voornamelijk streekeigen soorten in de beplanting.
Voor bouwen binnen de bebouwde kom is 'Natuur Inclusief Bouwen' de norm. Ook aanplant in de tuin ten behoeve van vooral streekeigen soorten telt daarin mee. Bij verbouw van bestaande gebouwen en bij nieuwbouw na sloop, wordt nagegaan hoe schade aan beschermde soorten kan worden voorkomen en gecompenseerd volgens het Soorten Management Plan . Voor een groot deel gaat dit over nestelgelegenheden voor gebouw-gerelateerde soorten, waaronder zwaluwen, egels en steenmarters, maar ook over andere randvoorwaarden, zoals het vinden van voedsel. Bij grotere projecten zoals isolatieprojecten, moet het leefgebied van de soorten worden verbeterd zoals het versterken van de groenstructuur. Het versterken van ecologische structuren doen we ook door knelpunten in de ecologische infrastructuur zoveel mogelijk op te lossen, zowel kwalitatief als kwantitatief. Soortenbescherming
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Door het werken aan verbetering van de omstandigheden van aangewezen ‘ambassadeurssoorten’, zullen vele andere soorten daar ook beter gedijen. De ambassadeurssoorten dienen als indicatoren voor de biodiversiteit. Invasieve exoten horen daar niet bij, die willen we zoveel mogelijk bestrijden. We willen minimaal 75% streekeigen en autochtoon plantmateriaal gebruiken om lokale ecosystemen te herstellen en te versterken. Buiten de bebouwde kom is inheemse aanplant het uitgangspunt evenals bij bos en haagplantsoen binnen de bebouwde kom. In gevallen kan hiervan worden afgeweken (bijv. in verband met strooizoutbestendigheid, ruimtegebrek, betreding et cetera).
58
Om een 30-tal bijzondere, karakteristieke en/of zeldzame plantensoorten extra bescherming te bieden geldt een “Lijst operationele soorten”, waarvan de groeiplaatsen beschermd worden en in specifieke gevallen naar een veilig heenkomen worden verplaatst. Beheer van natuur buiten en binnen de bebouwde kom We hebben als ambitie om natuurlijk bermbeheer verder te optimaliseren en oevers natuurvriendelijker te maken. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen langs watergangen en natuurgebieden voorkomen we zoveel mogelijk. Daarin volgen we de landelijke ontwikkelingen.
Bij het ruimtelijke ingrepen op onze eigen gronden óf op gronden die wij mede ontwikkelen, zijn we zuinig op oude bomen en planten we voornamelijk (= 75 %) streekeigen bomen aan met de potentie om monumentaal te worden. Het aandeel dood hout willen we verhogen en landschapselementen beschermen en versterken we.
Een robuust watersysteem waar water en bodem sturend zijn Vanuit het principe ‘water en bodem sturend’ ontzien we voor verdere verstedelijking (nieuwe woningbouwlocaties/ bedrijventerrein) de laaggelegen delen (zoals Vijfhoek Zuidoost). De lage delen langs de weteringen en kwelgebieden zijn in eerste instantie beschikbaar voor groenblauwe opgaven. We sturen daarbij op voldoende en streekeigen groen in de openbare ruimte en waar mogelijk ook op daken. We richten de leefomgeving zoveel mogelijk biodivers en gezond in. Daarom sturen we in te ontwikkelen gebieden waar mogelijk op het toepassen van een te ontwikkelen groennorm. De hoge delen van het landschap hebben vaak een hoge archeologische verwachting. Daardoor lijken de principes van ‘water en bodem sturend’ bouwen te conflicteren met het archeologisch belang. Omdat archeologische vindplaatsen vaak niet het gehele gebied beslaan, maar slechts een deel hiervan, kunnen door archeologisch onderzoek in de ontwerpfase vindplaatsen worden ontzien. Ook bij het versterken van natuurwaarden en duurzaamheidsmaatregelen is tijdige aandacht voor archeologische waarden de sleutel tot het verenigen van belangen. Een robuust en circulair watersysteem Bij grootschalige nieuwbouwontwikkelingen sturen we op een robuust en circulair watersysteem.
We onderzoeken of hemelwater hergebruikt kan worden in huis, bijvoorbeeld voor toiletspoeling en de wasmachine. Het huishoudelijk afvalwater wordt gescheiden van het hemel- en grondwater en getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Ook bij kleinschalige inbreidingen wordt huishoudelijk afvalwater separaat ingezameld en getransporteerd. We verplichten de infiltratie van regenwater op de locatie zelf of in de omgeving van aanwezige groenblauwe structuren. We sturen actief op ‘ontharding’ van de openbare ruimte, wat bijdraagt aan het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast. Op deze manier voorkomen we ook dat schoon regenwater onnodig naar de RWZI
wordt afgevoerd. Daarnaast vinden we het belangrijk dat ieder huishouden minder water gaat gebruiken. Samen met de waterschappen, de provincie en het Rijk werken we toe naar een afname van het gemiddeld drinkwatergebruik van 129 naar 100 liter per persoon per dag. De woningbouwopgave en de uitbreiding van bedrijventerreinen zorgt voor een toename in de afvoer van afvalwater. Om te voorkomen dat er een extra RWZI nodig is of dat de bestaande RWZI uit moet breiden, moeten we regenwater van het afvalwatersysteem blijven afkoppelen in de bestaande stad (gemiddeld 2,2 ha per jaar). Waar nodig onderzoeken we de mogelijkheid voor decentrale zuiveringen. Ruimte voor de rivier
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Rondom de Hoven, op het Stadsland en op een deel van het grondgebied van de gemeente Voorst, ligt een Rijksreservering voor een extra binnendijkse geul (bypass). In het proces ‘Ruimte voor de Rivier 2.0’ wordt vanuit het Rijk gekeken of de extra binnendijkse geul voor de afvoer van het IJsselwater nodig is en welke maatregelen daarbij horen. In het ‘Project Ruimte voor de Rivier 2.0’ wordt in de periode 2025-2029 de nut en noodzaak alsmede de opgave in beeld gebracht. Het Rijk zal de waterveiligheidsopgave mogelijk verbinden aan onze ambities op het gebied van woningbouw in een deel van het stadsland en/of een invulling met groenblauwe functies.
59
Inrichting en beheer van de openbare ruimte Onze openbare ruimte vormt het decor van het dagelijks leven. Het is de plek waar mensen elkaar ontmoeten, zich verplaatsen, ontspannen en ondernemen. Een goed ingerichte en beheerde openbare ruimte draagt bij aan de leefkwaliteit, gezondheid en identiteit van onze gemeente. Bij het vormgeven, benutten en beheren van de openbare ruimte hanteren we de volgende uitgangspunten:
Onze openbare ruimte: 1.
De leefomgeving in de hele gemeente is schoon, heel en veilig.
2.
Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte richten we ons op goede leefbaarheid, duurzaamheid, circulariteit, ecologie en onderhoudsvriendelijkheid.
3.
Maximaal rendement in beleving van de openbare ruimte en het maken van economische en sociale verbindingen.
4.
Ruimte voor initiatief van bewoners en ondernemers als bewonersinitiatief of als zelfbeheer, met het motto ‘Wij de basis, u de plus'.
5.
Regie op de openbare ruimte zowel boven- en ondergronds.
6.
Vasthouden van het ruimtelijke DNA en de identiteit van Deventer in de openbare ruimte.
Bij het toevoegen van woningen in de gemeente zorgen we ervoor dat de openbare ruimte in gelijke mate meegroeit, zowel in kwaliteit als in omvang.
Cultureel erfgoed Erfgoed heeft van zichzelf cultuurhistorische waarde, maar het kan ook waarde voor onze leefomgeving en voor verbinding hebben. Het inspireert bij toekomstige ontwikkelingen en verbindt de inwoners van Deventer met een gezamenlijk verleden. Het cultureel erfgoed waar deze omgevingsvisie betrekking op heeft, bestaat uit monumenten, archeologische verwachtingszones en monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en immaterieel erfgoed voor zover dat een relatie heeft met de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld locaties voor carbidschieten). Dit ruimtelijk (cultureel) erfgoed is de fysieke en immateriële uitdrukking van ontwikkelingen in de tijd. Deze ontwikkelingen, die zijn beschreven in het DNA (paragraaf 2.3), zijn zichtbaar in de ontwikkeling en opbouw van de stad, de dorpen, de wijken en het landelijk gebied. De zorgvuldige omgang met cultureel erfgoed in het ruimtelijk domein is een wettelijke taak. Onze rol met betrekking tot dit cultureel erfgoed is om, naast het waarborgen van (wettelijke) bescherming, bij te dragen aan (ontwerp)uitgangspunten voor instandhouding, inpassing, transformatie en om te informeren en inspireren.
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Erfgoed als onderlegger voor ontwikkelingen
60
In lijn met het leidende principe ‘Verder bouwen aan cultuurhistorische gelaagdheid, ruimtelijke kwaliteit en samenhang’ (paragraaf 3.2.2.) benutten we het bestaande erfgoed boven en onder de grond bij de ontwikkeling van Deventer. Dit betekent dat het erfgoed ook in de toekomst herkenbaar is als een integraal onderdeel van de huidige transities, zoals die in het landelijk gebied, in energie en in woningbouw. Het streven is dat nieuwe ontwikkelingen zich in de bestaande situatie nestelen en een nieuwe dimensie toevoegen. Voor een goede balans is het belangrijk om te weten wat vernieuwing betekent voor het karakter van het gebied, de wijk of het gebouw en hoe veranderingen zich verhouden tot de aanwezige (kern)waarden. Bij nieuwe ontwikkelingen kunnen bijvoorbeeld gebiedsbiografieën worden gemaakt, die ingaan op de eigenheid van de plek.
Behoud van ons erfgoed door verandering mogelijk te maken We streven ernaar archeologische- en erfgoedwaarden te behouden. Het blijft noodzakelijk om het erfgoed goed te beheren, te onderhouden en de kwaliteiten ervan onder de aandacht te brengen. Verduurzaming van het erfgoed is een actuele opgave. Essentieel voor langdurig behoud van erfgoed is dat het in gebruik blijft en een functie heeft. We streven daarbij naar goed evenwicht tussen behoud en ruimte voor ontwikkeling. Niet iedere functie kan behouden blijven en soms is een andere functie nodig dan de oorspronkelijke of in het omgevingsplan bepaalde functie, bijvoorbeeld bij vrijkomend religieus erfgoed of agrarisch erfgoed, of vanwege hoge monumentale waarden. We kunnen meewerken aan functiewijziging juist om monumentale en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen of karakteristieke panden of erven te behouden, bij te dragen aan de identiteit van een gebied en het beleefbaar te maken. We streven daarnaast naar een passende plek voor het behoud en beheer van de Deventer erfgoedcollecties.
Kennis en data over cultureel erfgoed is voor iedereen inzichtelijk Door middel van de archeologische verwachtingskaart en erfgoedkaart maken we kennis en data over cultureel erfgoed voor iedereen inzichtelijk. Zo kunnen we het als inspiratie gebruiken bij transformaties en gebiedsontwikkelingen die klimaatopgaven, de landbouwtransitie en de circulaire economie stimuleren. Daarnaast geeft het beschikbaar stellen van erfgoedkennis de mogelijkheid (erfgoed)partijen, eigenaren, toeristen en dergelijke actiever te betrekken bij (de zorg voor) ons erfgoed. Het ‘Erfgoedkompas’ geeft voor de omgevingsvisie globaal richting aan de waardering en het afwegingskader op gebiedsniveau op basis van een herleidbare onderbouwing per wijk. De grenzen van de deelgebieden zijn functioneel bepaald en kennen slechts een beperkte relatie met de landschappelijke ontwikkeling. Binnen bijna alle gebieden is sprake van grote verschillen in (archeologische en ruimtelijk) erfgoedwaarden. Een lagere waardering van een gebied laat zien hoe groot de rol van erfgoed en archeologie in een gebied is ten opzichte van andere gebieden. In vrijwel alle gevallen zullen uiteindelijk meer of minder voorwaarden in de gebieden gelden (vanwege de typen erfgoed, regelgeving en schaalniveauszoals rijkmonumenten, beschermde gezichten, monumentale details, sporen, archeologische verwachting, landgoed etc).
ONTWERP-OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER
Erfgoedbeleid
61
Vanuit de ambities en actuele opgaven werken we aan actueel en passend erfgoedbeleid. De erfgoedwaarden worden vertaald naar een nieuwe integrale beleidssystematiek voor het omgevingsplan. Het uitgangspunt voor dit beleid is een breder instrumentarium te ontwikkelen voor de waardering en bescherming van cultureel erfgoed. Niet altijd door middel van behoudende regels of alleen op gebouwniveau, maar ook voor gebieden, structuren of een deel van een gebouw. Daarnaast zet het meer in op inspireren of informeren.
4.2.4. KUNST EN CULTUUR VOOR EN DOOR IEDEREEN Culturele aantrekkingskracht De unieke aantrekkingskracht van Deventer is de verbinding tussen historie en vernieuwing, tussen eigenwijze stedelijkheid en authentiek erfgoed, tussen ‘de grote stad in het klein’ en de weidse ommelanden. We streven ernaar om een authentieke, eigenwijze en altijd vernieuwende Hanzestad te zijn en te blijven. Dit doen we samen met onze organisaties, bewoners en creatieve makers. We willen de kracht en het verhaal van Deventer optimaal benutten en etaleren, waarbij historie, identiteit en toekomst samenkomen. Dit draagt bij aan een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt en aan een aantrekkelijke gemeente voor zowel bewoners als bezoekers.
Kunst en cultuur als maatschappelijk goed In Deventer vinden we dat iedereen van kunst, cultuur en recreatie moet kunnen genieten. We vergroten daarom de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur en dragen bij aan een inclusieve samenleving en sterke culturele sector. We verbinden het cultuurbeleid aan opgaven in het sociaal domein waarbij we cultuur dichtbij bewoners en vooral in de wijken en dorpen brengen. Dat zien we als een sociaal-maatschappelijke investering. Met het motto ‘Geworteld in stad en land’ geven we richting aan kunst, cultuur en erfgoed in de (openbare) ruimte. Dit doen we vanuit de ambitie om nieuwe waarden, ervaringen en verhalen toe te voegen en de eigenheid van Deventer te (h)erkennen, gebruiken en versterken. Daarnaast investeren we in culturele voorzieningen die de leefbaarheid verbeteren en sociale netwerken versterken. Hiermee zorgen we voor een veilige en gezonde leefomgeving, passend bij het unieke DNA van de stad, de dorpen en het landelijk gebied. Deze investering leidt tot een culturele verbinding tussen generaties en verschillende sociale groepen. Een voorbeeld hiervan is de bibliotheek in de binnenstad: deze functioneert als huiskamer van de stad, waarbij er plek is voor leesbevordering, gemeenschapsvorming en maatschappelijke betrokkenheid.
Een creatieve economie: plekken voor makers en kunstenaars Makers en kunstenaars dragen op verschillende manieren bij aan verbetering van de leefomgeving. Gebiedsontwikkeling wordt vaak op gang gebracht door activiteiten van makers en kunstenaars die zorgen voor aantrekkingskracht en levendigheid. Daarom wordt in gebiedsontwikkeling ruimte gemaakt voor ateliers evenals op bestaande plekken in de stad en in de dorpen. Dit zien wij als een directe investering in de creatieve economie van onze stad. Wij zien dat de inzet op een makers- en atelierbeleid leidt tot economische spin-offs in de vorm van nieuwe bedrijven, banen en verhoogde economische activiteit en bijdraagt aan het voorzieningenniveau en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor potentiële inwoners, zoals creatieve starters en ‘mid-careers’.
Tentoonstellen van kunst en cultuur Naast het creëren van plekken voor makers is het belangrijk dat we kunst en cultuur aan het publiek tonen. De culturele instellingen van Deventer zijn voornamelijk te vinden in Centrum&Schil. Ook in de toekomst is dit de plek waar de professionele kunst- en cultuursector gehuisvest is. Een voorbeeld hiervan is ‘Podiumkunsten onder één dak’. De twee hoofdgebruikers, de Deventer Schouwburg en het Burgerweeshuis, hebben zich gecommitteerd om binnen stadscampus De Kien de mogelijkheden te onderzoeken om de diverse podiumkunsten in één gebouw aan de Keizerstraat onder te brengen. De locatie van deze ontwikkeling past binnen het versterken van de vitale binnenstad voor het aantrekken van diverse soorten bezoekers. Vanwege de ligging tegenover het station is het goed bereikbaar.