2025-848-bijlage-0004 VERSLAG Participatieverslag ontwerp omgevingsvisie V2
Tekst van het document
x
Ja
In het woonbeleid in hoofdstuk 4 (Fijn wonen en samenleven) hebben we opgenomen dat we willen dat in alle wijken, buurten en dorpen een gevarieerd woningaanbod aanwezig is. In een samenleving waar buren elkaar af en toe even kunnen helpen is het nodig om een goede balans te vinden tussen mensen die hulp nodig hebben (vragers) en mensen die kunnen ondersteunen (dragers).
Ja
We hebben opgenomen dat we centrale, kwalitatief goede speelplekken op loopafstand aanleggen. Elke wijk heeft daarnaast een grote plek voor inwoners tussen de 0-100 jaar. Deze wijkplek vormt een ontmoetingsplek in de wijk waar naast spelen en sporten ook ruimte is voor ontmoeting. Alle inwoners van de wijk voelen zich hier welkom.
Voorzieningen 34.
Stel ook ambities op als het gaat om kinderen en jongeren, bijvoorbeeld met activiteiten die bijdragen aan hun gezondheid en ongewenst gedrag tegen gaan. Een van de ideeën is meer grote speeltuinen in de wijken. Zorg daarnaast ook voor voldoende voorzieningen voor studenten en young-professionals.
x
x
x
Opgenomen is dat we nog aantrekkelijker willen worden als vestigingsplaats voor inwoners, studenten, werknemers, ondernemers en bezoekers. We willen deze (nieuwe) inwoners een even goed woon-, studie-, werk- en verblijfsklimaat kunnen bieden.
35.
Een nieuw en groter dorpshart in Schalkhaar met onder andere sportvoorzieningen, scholen, zorg en kinderopvang.
x
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
Gedeeltelijk
Er is een projectmanager gestart die samen met het netwerk Schalkhaar de puzzel van Schalkhaar verkent. Hier komen acties uit voor de korte, middellange en lange termijn. Dit doen we op basis van een breder kader voor Schalkhaar.
43
Bijlage 2. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘gezondheid en voorzieningen’ 36.
Zorg niet alleen voor voldoende woningen, maar ook voor voldoende voorzieningen, met name maatschappelijke voorzieningen. Zorg voor concrete ambities als het gaat om maatschappelijke voorzieningen en een goede spreiding van deze voorzieningen, zodat ze niet te ver van inwoners liggen. Met name voor de dorpen is het behoud van maatschappelijke voorzieningen van belang voor de leefbaarheid. In het centrum draait leefbaarheid juist om het spreiden van voorzieningen. Concentreer niet alle voorzieningen in het centrum, om daar ook de leefbaarheid te waarborgen.
37.
Er moet meer aandacht komen voor de sociale cohesie. Dat is met oog op de vergrijzende bevolking en toenemende behoefte aan mantelzorg steeds belangrijker. Hierbij zijn ook voorzieningen, formele en informele ontmoetingsplekken en openbare ruimte heel belangrijk. Door in te zetten op een mix van woningen voor verschillende doelgroepen wonen er mensen die hulp kunnen bieden en hulp nodig hebben. Dit helpt ook in het lager zelfstandig thuis wonen.
x
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ja
Dat het voorzieningenniveau, zowel op maatschappelijk- als commercieel vlak, moet meegroeien met de woningbouwopgave is een belangrijk uitgangspunt dat we hebben opgenomen in de visie. Onder voorwaarden bieden we ruimte voor ontwikkeling en toevoeging van voorzieningen , óók in de wijken en dorpen. Ook koesteren we bestaande, fijnmazige voorzieningenstructuur. (Er zijn genoeg voorzieningen, verspreid over de buurt, zodat mensen er makkelijk gebruik van kunnen maken.) Met name voor maatschappelijke voorzieningen is de “pantoffelafstand” belangrijk en staan we dan ook meer spreiding door de wijken toe. In de binnenstad maken we onderscheid in verschillende ‘milieus’ (deelgebieden). Zo geven we ruimte voor ontwikkeling en groei op aangewezen plekken en beschermen we tegelijkertijd het woonen leefklimaat van de binnenstad.
x
Ja
In de ontwerp-omgevingsvisie is opgenomen dat wijken gemengd zijn en voorzieningen hebben die mensen helpen elkaar te ontmoeten.
44
Bijlage 3. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘economie en energie’ Thema economie en energie Verwerkt in omgevingsvisie.
Toelichting op verwerking in omgevingsvisie
Ja
Het belang van het werken in de wijken wordt in deze visie onderstreept. In de gebiedsgerichte uitwerking van de (woon) wijken wordt aangegeven dat we hier terughoudender willen zijn met het transformeren van de bestaande werkfuncties en dat we kansen zien voor het toevoegen van werkfuncties die zich goed
Flora
Beestenmarkt
Bathmen, Schalkhaar en Zandweerd
Colmschate
Straatgesprekken
Binnenstad
Toekomstgesprekken
Keizerslanden
Maatschappelijke partners
Genoemd tijdens
Ketenpartners en professionele partners
Reacties op de concept-ontwerp omgevingsvisie
Economie 38.
Voorstel om meer werklocaties aan de bestaande woonwijken toe te voegen.
x
laten mengen met wonen. Hier liggen mogelijk ook koppelkansen/ mogelijke combinaties met maatschappelijke functies. De verdere uitwerking hiervan en in welke mate we hier als gemeente een actieve rol kunnen spelen werken we uit. 39.
Houd rekening met de effecten op mobiliteit als de economie gaat groeien. Kijk integraal naar beide aspecten. Van belang dat de knelpunten op het gebied van mobiliteit de economie en ondernemers niet belemmeren.
x
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
Ja
Het verbeteren van mobiliteit en bereikbaarheid is een belangrijk thema in deze visie. Dat geldt vooral voor woon-werkverkeer, vervoer van goederen en logistiek. In het hoofdstuk over economie en in de plannen voor werkgebieden is duurzame mobiliteit een belangrijk aandachtspunt. Denk bijvoorbeeld aan mobiliteitshubs, betere fietsroutes, gezamenlijke parkeerplekken en het versterken van de beroepshaven voor vervoer over water.
45
Bijlage 3. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘economie en energie’ 40.
Zorg voor betaalbare woningen als de gemeente nieuwe jonge werknemers wil aantrekken.
x
Ja
Het aantrekken van jongeren ter versterking van de arbeidsmarkt, door het bouwen van passende woningen, is een van de belangrijkste doelen in de omgevingsvisie
41.
Een nieuw bedrijventerrein is nodig om talentontwikkeling te waarborgen.
x
Gedeeltelijk
De wens van – en zoektocht naar – een nieuw bedrijventerrein is opgenomen in deze visie. De voorkeurslocatie(s) wordt/worden nu verkend in een afzonderlijk traject en zullen na vaststelling verwerkt worden bij een actualisatie van de omgevingsvisie.
42.
Hoge milieucategorieën kunnen hinderlijk zijn voor maatschappelijke voorzieningen. Wens om minder in te zetten op vervuilende industrie met hoge milieucategorieën.
Ja
Deventer blijft belang houden bij ruimte voor hogere milieucategorieën voor onze maakindustrie en om de verandering naar een circulaire economie mogelijk te maken. Deze “zwaardere” industrieën vinden plaats op het bestaande milieugezoneerde bedrijventerrein. Hier zijn we dan ook zeer terughoudend met het toevoegen van gevoelige functies zoals maatschappelijke functies. Tegelijkertijd ontwikkelt Deventer zich verder als open innovatiestad . Dit krijgt vooral vorm krijgt in Stadscampus De Kien en de transformatiegebieden in de schil rondom de binnenstad. Dit type werkmilieu laat zich over het algemeen wel goed mengen met andere functies, waaronder maatschappelijke functies.
43.
Benoem de Kennis en Innovatie-as (met daarbij KIEN, Gasfabriek, Bergweide) zichtbaar op de omgevingsvisiekaart.
Gedeeltelijk
De Kennisas als structuur waarlangs de open innovatiestad zichtbaar wordt/ vorm krijgt benoemen we meerdere keren in de ontwerp omgevingsvisie. Deze ligt echter over meerdere deelgebieden heen (overlapt), Voor de leesbaarheid van de kaart en de werking hiervan in het digitale stelsel is ervoor gekozen om deze Kennisas nu niet fysiek in te tekenen. Wel zijn de Kien, Poort van Deventer en werkgebieden in ontwikkeling zichtbaar,
x
x
x
x
waarlangs/-door deze Kennisas loopt.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
46
Bijlage 3. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘economie en energie’ 44.
x
Deventer moet het karakter van een woonwerkstad behouden.
Ja
Dit staat als een van de belangrijkste hoofdkeuzes in in het koersdocument opgenomen en is ook zo uitgewerkt in de ontwerp omgevingvisie. Meer hierover staat opgeschreven in het DNA van Deventer en het thematische hoofdstuk Innovatieve Economie.
45.
Zorg voor een revitalisering van de bestaande bedrijventerreinen.
x
Ja
Het beter benutten en revitaliseren (schoon, heel, veilig, herstructurering, bereikbaar, etc.) van bestaande bedrijventerreinen is zeer belangrijk voor het toekomstbestendig maken van de ruimte voor werken en economie in Deventer. Dit komt dan ook uitvoerig aan bod in de ontwerp omgevingsvisie, met name in het thematische hoofdstuk Innovatieve Economie en de gebiedsgerichte uitwerking Werkgebieden.
46.
Het ROTO-terrein bevat ook werklocaties. Wenselijk om deze in de visie ook aan te wijzen als bedrijventerrein.
x
Ja
Voor Roto staat vast dat deze transformeert van een werk- naar gemengd woonwerkgebied, met een significante hoeveelheid werken en een steviger “werkprofiel” dan het Havenkwartier. Samen met het Havenkwartier en Bergweide 3 zijn deze werkgebieden in ontwikkeling in de schil rondom de binnenstad, en met Stadscampus de Kien opgenomen in een eigen deelgebied. Dit omdat het ontwikkelperspectief van deze gebieden en de hierbij horende functies verschillen van het ‘reguliere’ bedrijventerrein.
47.
Blijf lokale bedrijvigheid op de bedrijventerreinen bij de dorpen faciliteren. Sta alleen kleinschalige industrie toe op bedrijventerreinen bij dorpskernen.
Ja
Het belang van – en ruimte die we willen bieden voor (lokaal-gebonden) bedrijvigheid bij de dorpen komen zowel in het thematische hoofdstuk Innovatieve Economie, en de gebiedsgerichte uitwerking van de Dorpen aan bod. Voor de leefbaarheid en (economische) vitaliteit van de dorpen is dit inderdaad erg belangrijk.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
x
47
Bijlage 3. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘economie en energie’ Energie 48.
Verzoek om meer duidelijkheid over de locaties van opwek van duurzame energie, zoals de windmolens. Zo wordt het hoogspanningsstation niet wenselijk gezien op die plek. Wechelerveld is waardevol om te beschermen.
49.
Sturen op vermindering van energieverbruik en aardgasvrij. Dat vraagt om een gedragsverandering.
50.
Zet in op een snelle energietransitie. Kijk ook naar innovatie methoden, zoals waterstof.
x
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
x
Gedeeltelijk
In de ontwerp-omgevingsvisie zijn geen nieuwe plekken aangewezen voor het opwekken van duurzame energie of voor onderdelen van het energiesysteem. Het zoekgebied voor windmolens langs de snelweg A1 is eerder al vastgesteld door de gemeenteraad en wordt nu overgenomen in de ontwerpvisie. Voor een mogelijk derde hoogspanningsstation is een voorkeursrecht vastgesteld op de locatie Baarlerhoek-Zuid. Het Wechelerveld is hiervoor niet in beeld. De redenen voor deze keuzes staan uitgelegd in de bijbehorende documenten, hier te vinden.
x
x
x
Ja
Gedragsverandering kan een grote bijdrage leveren aan het verminderen van ons energieverbruik. Daarom lopen er vanuit de verschillende overheden campagnes om mensen bewust te maken van hun gedrag en hoe ze dat kunnen aanpassen. In Deventer werken we met de campagne Duurzaam Deventer. Er worden gedurende het jaar diverse acties georganiseerd.
x
Gedeeltelijk
De klimaatdoelstellingen vragen om een snelle energietransitie. Om dit te bereiken zetten we in op verschillende technieken, waaronder groene waterstof. Groene waterstof willen we als eerste gebruiken om de energie-intensieve bedrijven te verduurzamen. Daarnaast kan waterstof ingezet worden om vrachtvervoer op weg en water te verduurzamen. Tot slot onderzoeken we of waterstof een rol kan spelen in het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.
48
Bijlage 3. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘economie en energie’ 51.
Benut het landelijk gebied niet voor zonneparken, maar plaats deze (verplicht) op daken van gebouwen op bedrijventerreinen of parkeerterreinen.
x
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
Gedeeltelijk
De voorkeur voor het opwekken van zonne-energie gaat uit naar het ontwikkelen van zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen en parkeerterreinen. Maar dit is niet altijd mogelijk. Om onze doelstellingen voor de opwek van duurzame elektriciteit in 2030 te halen, worden op enkele plekken in Deventer zonneparken op landbouwgrond ontwikkeld, zover dit binnen de landelijke en provinciale kaders kan.
49
Bijlage 4. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘duurzaamheid, landbouw en mobiliteit’ Thema duurzaamheid, landbouw en mobiliteit Verwerkt in omgevingsvisie.
Toelichting op verwerking in omgevingsvisie
ja
In de ontwerp omgevingsvisie schrijven we ambities op. In de vertaling naar uitvoering, kijken we of regels daarbij kunnen
Flora
Beestenmarkt
Bathmen, Schalkhaar en Zandweerd
Colmschate
Straatgesprekken
Binnenstad
Toekomstgesprekken
Keizerslanden
Maatschappelijke partners
Genoemd tijdens
Ketenpartners en professionele partners
Reacties op de concept-ontwerp omgevingsvisie
Duurzaamheid 52.
Doelen omtrent duurzaamheid zijn goed, met name ambities om duurzaam te bouwen en
x
x
x
energieneutraal. Leg alleen niet te veel vast in regels die zorgen voor extra kosten. 53.
Bestaand erfgoed moet verduurzaamd worden.
helpen. Soms kunnen regels namelijk nodig zijn om beweging te krijgen.
x
ja
Goed beheer en onderhoud is een aandachtspunt in de ontwerp Omgevingsvisie. Essentieel voor langdurig behoud is het gebruik van en de betrokkenheid bij erfgoed. Via de Zonnekaart is zichtbaar waar zonnepanelen in de binnenstad wel en niet mogelijk zijn. Verder onderzoeken we voor de binnenstad hoe we de overstap van aardgas op waterstof kunnen maken omdat het volledig overgaan op elektriciteit hier niet mogelijk is. We werken aan het toepassen van circulaire principes in bestaande gebouwen en wijken. Dat betekent dat we materialen hergebruiken en slim omgaan met grondstoffen.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
50
Bijlage 4. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘duurzaamheid, landbouw en mobiliteit’ Landbouw 54.
Zet meer in op verdichten op de bedrijventerreinen, zodat landbouwgrond niet ingezet hoeft te worden voor uitbreiding.
x
Gedeeltelijk
We zetten in op het beter benutten van bestaande werkgebieden. Daarnaast zullen we ook buiten de bestaande stad ruimte nodig hebben voor werken.
55.
De beste landbouwgrond is rondom de IJssel. Hoe verhoudt het behouden van goede landbouwgrond zich tot de ambities voor Stadsland?
x
Gedeeltelijk
Er speelt een groot aantal belangen en ambities bij de eventuele ontwikkeling van Stadsland, waaronder de ambitie om goede landbouwgrond zo veel mogelijk te beschermen. Al deze belangen worden zorgvuldig afgewogen bij de keuze voor eventuele ontwikkeling van Stadsland.
56.
De landbouwfunctie ontbreekt op de Bolwerksweide.
x
Ja
In de ontwerp omgevingsvisie wordt voor het deelgebied Rivierenlandschap ook de landbouwfunctie beschreven.
57.
Gezien de bevolkingsgroei zal de voedselproductie op de goede landbouwgrond moeten toenemen. Zet in op lokale landbouwproductie. Er moet voldoende landbouwgrond beschikbaar blijven. Versnippering van gronden moet worden voorkomen. Nieuwe verdienmodellen voor boeren moeten gestimuleerd worden.
x
x
Gedeeltelijk
In de ontwerp omgevingsvisie doen we geen uitspraken over voor welke markt de Deventer bedrijven moeten produceren. Wel wordt stilgestaan bij het belang van goede landbouwgronden en dat het belang hiervan meegewogen moet worden bij functieveranderingen. Ook wordt in de ontwerp omgevingsvisie ruimte geboden voor nieuwe verdienmodellen. Tot slot wordt vrijwillige kavelruil genoemd als een mogelijk in te zetten instrument voor een vitaal platteland en daarmee voor landbouwstructuur verbetering.
58.
Graag meer duidelijkheid over de visie van de gemeente op de landbouwsector, ook in relatie tot landschap, ecologie, water en bodem.
x
x
Ja
In de ontwerp-omgevingsvisie staat beschreven hoe we de toekomst van de landbouw in onze gemeente bezien. We kijken ook naar andere plannen en uitdagingen in de buurt die hierbij passen.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
51
Bijlage 4. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘duurzaamheid, landbouw en mobiliteit’ Mobiliteit Ja
In het koersdocument kozen we voor het steviger inzetten op STOMP. Dit hebben we nu verder uitgewerkt in de ontwerp omgevingsvisie met meer prioriteit aan ‘stappen’, ‘trappen’, ‘openbaar vervoer’ en deelmobiliteit ten opzichte van de privé-auto. Waar mogelijk verlagen we de maximumsnelheid van autoverkeer. De vrijgekomen ruimte benutten we voor vergroening, waterberging, schaduwplekken en brede fiets- en voetpaden.
x
Ja
We hebben opgenomen dat de nadruk niet ligt op het uitsluiten van autoverkeer, maar op het geordend inzetten van ruimte: het juiste vervoermiddel op de juiste plek. Daarvoor hanteren we het dakpanprincipe. Het dakpanprincipe betekent dat iets nieuws pas wordt toegevoegd als er al iets ouds is weggehaald. Zo blijft er genoeg ruimte en overzicht in een gebied.
x
Ja
We hebben opgenomen dat collectieve vervoersvormen, zoals het openbaar vervoer, deelmobiliteit en doelgroepenvervoer gemeentebreed zoveel mogelijk onder de paraplu van publieke mobiliteit worden gebracht.
59.
Zorg voor de optimalisatie van de huidige infrastructuur door uit te gaan van duurzame mobiliteit en het STOMP-principe, bijvoorbeeld met fietsroutes met weinig stoplichten. Investeer op die manier ook in leefbaarheid. De huidige infrastructuur staat op sommige plekken al onder druk, met veel gebruikers. Zoals op de fietspaden bij Boreel en de Welle of files op autowegen
x
60.
Blijf ook rekening houden met de auto en investeer in goede infrastructuur voor alle modaliteiten.
61.
Beperken van automobiliteit door in te zetten op openbaar vervoer.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
x
x
x
x
x
52
Bijlage 4. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘duurzaamheid, landbouw en mobiliteit’ 62.
x
Verbeter de fietsinfrastructuur in de binnenstad, zoals met betere fietspaden. Behoefte aan goede ondergrondse parkeergarages in het centrum.
x
Gedeeltelijk
We hebben opgenomen dat de radialen (historische verbindingen tussen de binnenstad, omliggende wijken en dorpen) ingericht worden als groene, klimaatadaptieve routes waar vergroening en langzaam verkeer hand in hand gaan. De nadruk ligt op comfort, veiligheid en beleving voor voetgangers en fietsers. De radialen dragen bij aan een logisch, herkenbaar en robuust netwerk van trage routes, die ook sociale interactie en mentale gezondheid bevorderen.
Er is nu niets opgenomen over een ondergrondse parkeergarage in het centrum. Als daar concrete plannen voor zijn, wordt de visie hierop geactualiseerd waar nodig.
63.
Terugdringen van de parkeernorm. De huidige parkeernorm is te hoog, waardoor te veel ruimte gereserveerd moet worden voor parkeren. Auto’s in een parkeerhub nemen minder ruimte in op straat.
x
64.
In hoeverre is het idee van een 15-minutenstad levensvatbaar voor een bereikbaar buitengebied met veilige en directe fietsroutes? En hoe verhoudt de 15- minutenstad zich tot mensen die minder mobiel zijn?
x
x
Gedeeltelijk
Opgenomen is dat we in een groter gebied om de binnenstad actiever gaan sturen met parkeerbeleid, vanuit het maatschappelijk belang ‘ruimte voor meer leefbaarheid in de wijken en binnenstad’.
Gedeeltelijk
De 15 minutenstad geeft ons handvatten om wijken te bouwen (nieuwbouw) waarbij inwoners minder afhankelijk van de auto zijn. Dat geldt voor voor de omgeving van de stations Deventer en Deventer-Colmschate en mogelijk ook Bathmen. In het buitengebied wordt ingezet op verbetering van fietsroutes, maar dat zal op meer dan 15 minuten van station of OV-hub blijven. Daar zal de afhankelijkheid van de auto vooralsnog groter blijven. Een van de uitgangspunten is dat we streven naar een gastvrije en leefbare binnenstad die autoluw is, en de balans houdt tussen het verbeteren van de leefomgeving, gerechtvaardigd belang van autogebruik en veranderende mobiliteitsbehoeftes in sommige levensfasen en bij fysieke beperkingen.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
53
Bijlage 4. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘duurzaamheid, landbouw en mobiliteit’ 65.
De consequenties van een derde brug met bijbehorende ontsluiting zijn enorm voor omliggende regio, zoals het landelijk gebied, evenals de natuurwaarden en landschappelijke kwaliteit.
x
66.
Derde brug zou veel knelpunten oplossen, is noodzakelijk als er meer woningen bijkomen en kan economisch een kans zijn. Zorg ook voor goede voet- en fietsvoorzieningen als er een derde brug komt.
x
67.
Derde brug zou alleen een optie zijn als de benodigde weginfrastructuur op grote afstand van de woonkernen van Deventer en Voorst wordt geplaatst.
68.
Het autovrij maken van de Wilhelminabrug heeft grote consequenties voor de bereikbaarheid en economische vitaliteit van de gemeenten hieromheen, evenals voor de ondernemers.
69.
Het fietspad op de huidige spoorbrug zou verbreed moeten worden. Zeker als Stadsland ontwikkelt gaat worden en intensiever gebruikt gaat worden.
70.
Vraag over welke modaliteiten gebruik kunnen maken van de derde brug, in relatie tot transport gevaarlijke stoffen en veiligheid.
71.
Het autovrij of autoluw maken van bepaalde delen van de gemeente heeft gevolgen voor de bereikbaarheid van hulpdiensten. Houdt hier rekening mee.
Ja
De effecten van de derde brug hebben we extra laten onderzoeken in de omgevingseffectrapportage. Daarmee kunnen we verkennen hoe we daar het beste mee om kunnen gaan.
Ja
Bij de uitwerking van de plannen voor de brug kijken we ook naar mogelijkheden voor voet- en fietsvoorzieningen.
Gedeeltelijk
We moeten nog goed onderzoeken waar de derde brug kan komen en hoe die goed past in de omgeving.
x
Ja
Het autovrij maken van de Wilhelminabrug komt vooralsnog pas aan de orde als er voldoende alternatieven zijn.
x
Gedeeltelijk
Bij het maken van plannen voor nieuwe woningen wordt ook gekeken naar goede routes voor auto’s en fietsen.
x
Gedeeltelijk
Met de aanleg van een extra IJsselbrug aan de noordzijde is het de bedoeling vooral de bestaande Wilhelminabrug verder af te waarderen voor autoverkeer. Transport van gevaarlijke stoffen met risicoaandachtsgebieden vindt vooral plaats over spoor, IJssel en de snelweg.
x
Ja
Hier houden we rekening mee bij het autovrij of autoluw maken van delen van onze gemeente.
x
x
x
x
x
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
x
54
Bijlage 4. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken thema ‘duurzaamheid, landbouw en mobiliteit’ 72.
Heb voldoende aandacht voor goed openbaar vervoer, want niet iedereen heeft een auto. Beter (en gratis) openbaar vervoer zou het gebruik van openbaar vervoer doen toenemen. Met name van belang voor mensen met weinig geld en die niet mobiel zijn. Houdt daarbij welk rekening met het feit dat openbaar vervoer (zoals buurtbussen) niet volledig kunnen draaien op vrijwilligers, zeker niet als je toe wilt naar een dekkend netwerk wat ook ’s avonds rijdt.
73.
Zorg voor een nieuwe rondweg of verbindingsweg als ontsluiting naar de N348 in verband met drukte op de Raalterweg. Vraag of dit mogelijk is in combinatie met het hoogspanningsstation.
74.
Mobiliteit vraagt ook om een gedragsverandering. Stimuleer mensen om meer gebruik te maken van lopen, fietsen en openbaar vervoer.
x
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
x
x
x
Ja
Opgenomen is dat collectieve vervoersvormen, zoals het openbaar vervoer, deelmobiliteit en doelgroepenvervoer gemeentebreed zoveel mogelijk onder de paraplu van publieke mobiliteit worden gebracht.
Nee
In de ontwerp omgevingsvisie is geen nieuwe rondweg of verbindingsweg als ontsluiting naar de N348 opgenomen. We investeren in de bestaande wegenstructuur en streven naar een derde brug om het verkeer beter te verdelen en drukte te verminderen
Ja
We zorgen voor veilige, rustige en groene routes tussen voorzieningen zoals scholen, sportvelden, zorg, winkels en dorpshuizen. Deze routes nodigen uit om te lopen of te fietsen, en kinderen kunnen ze zelfstandig gebruiken.
55
Bijlage 5. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken -overigOverig
75.
Verwerkt in
Genoemd tijdens Straatgesprekken
x
Natuurbegraafplaats/
Flora
Gedeeltelijk
In de omgevingsvisie worden geen uitspraken gedaan over de passendheid van begraafplaatsen op specifieke landgoederen. Dit wordt op dit moment per initiatief beoordeeld. Dat geldt ook voor het lopende initiatief voor een mogelijke begraafplaats in het Traasterbos.
Ja
Het DNA van de stad, de dorpen en het landschap zien we in de ontwerp omgevingsvisie als een belangrijk fundament voor de toekomstige ontwikkeling van onze gemeente. De visie beschouwt het DNA echter niet als een statisch gegeven, maar als iets dat zich verder kan ontwikkelen als (maatschappelijke) ontwikkelingen daarom vragen. Nieuwe ontwikkelingen kunnen ook bijdragen aan het versterken van het DNA van de gemeente, zoals het versterken van de relatie van de stad met IJssel door hier meer verblijfskwaliteit voor voetgangers en fietsers te creëren. Een derde brug kan hier ook aan bijdragen.
islamitische begraafplaats is niet passend op dit landgoed.
76.
Bescherm het DNA (karakter) van Deventer en de dorpen. Denk kritisch na over de noodzaak van grote ontwikkelingen die het aanzicht van de gemeente veranderen, zoals bouwen op Stadsland of een derde brug.
x
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
x
x
x
x
Toelichting op verwerking in omgevingsvisie
omgevingsvisie.
Beestenmarkt
Bathmen, Schalkhaar en Zandweerd
Colmschate
Binnenstad
Keizerslanden
Maatschappelijke partners
Toekomstgesprekken Ketenpartners en professionele partners
Reacties op de concept-ontwerpomgevingsvisie
56
Bijlage 5. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken -overig77.
De aanblik vanuit Deventer over de IJssel en het groen hoort bij Deventer (niet bouwen op Stadsland). Liever gebruiken als recreatiegebied.
x
x
x
Gedeeltelijk
We maken onderscheid in het gebied tussen de bruggen het gebied en buiten de bruggen qua gebruik en bescherming (Natura2000).
We erkennen de bestaande plekken voor recreatie en voorzieningen tussen de bruggen
Stadsland is nu extensief recreatiegebied (wandelen, hardlopen).
78.
Inzicht in erfgoedkwaliteiten is van belang. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden uitgegaan van het karakter van de dorpen en wijken, waarbij gebiedskennis en erfgoed de basis vormen voor vernieuwing.
x
79.
Houd in de ontwikkeling van de gemeente
x
rekening met verschillende soorten mensen en behoeften; niet alleen met theoretisch opgeleide mensen.
x
x
Ja
Een belangrijk leidend principe in de omgevingsvisie is het verder bouwen aan de bestaande kwaliteiten van de gemeente en deze als bron van inspiratie te gebruiken voor nieuwe ontwikkelingen. In de omgevingsvisie zijn de kwaliteiten van erfgoed in hoofdlijnen beschreven.
Ja
We willen ruimte houden én maken voor werk in Deventer. Dat gaat niet alleen over kantoren en kennisbedrijven, maar juist ook over onze maakindustrie en gemengde bedrijven op bedrijventerreinen. Hier werken veel mensen die praktisch zijn opgeleid. Daarnaast is er aandacht voor de ‘verzorgende economie’, zoals zorg (bijvoorbeeld het ziekenhuis), horeca en winkels. Veel inwoners van Deventer werken in deze sectoren. Voor woningen en voorzieningen streven we naar een aanbod dat past bij de verschillende wensen van mensen in Deventer. We willen dat er voor iedereen iets passends is.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
57
Bijlage 5. Participatienota Toekomst- en straatgesprekken -overig80.
Heb voldoende aandacht voor veiligheid, zoals waterveiligheid (zowel rondom de IJssel als door hevige neerslag), transport van gevaarlijke stoffen bij verdichting rondom het station, autovrije wijken en bereikbaarheid hulpdiensten en externe veiligheid bij nieuwe wijken rondom gasleidingen. Neem bluswatervoorzieningen mee in het ontwerpen van nieuwe wijken.
x
Ja
Er is in de ontwerp omgevingsvisie veel aandacht voor omgevingsveiligheid, vooral vanwege transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water, weg en ook transport van aardgas door leidingen. Ook klimaatadaptatie is een beschreven opgave waaraan veel aandacht wordt besteed. Verkeersveiligheid en bereikbaarheid zijn nadrukkelijke uitgangspunten bij de “principes voor mobiliteit in de 15-minutenstad”, die we hanteren in de ontwerp omgevingsvisie.
81.
Houd rekening met het drinkwaterbelang.
x
Ja
We hebben opgenomen dat we met waterschappen, provincie, rijk en drinkwaterbedrijf (Vitens) werken aan vermindering van drinkwatergebruik.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
58
Bijlage 6. Participatienota Extra Toekomstgesprekken met belangenorganisaties Extra tafelgesprekken met belangenorganisaties Reacties op de concept-ontwerp omgevingsvisie
Verwerkt in
Toelichting op verwerking in omgevingsvisie
omgevingsvisie.
Thema wonen en groen 82.
Heb ook aandacht voor wonen op het platteland en stuur daar op effectief ruimtegebruik.
Ja
Dit hebben we opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie bij de uitwerking van de deelgebieden.
83.
Betrek grondeigenaren en partners bij het vergroenen en stimuleren van andere functies, zoals ontmoeting, biodiversiteit, bewegen. Zet hier onder andere op in in de groene stadsrandzone. Denk in de groenblauwehoofdstructuur ook aan functies die gecombineerd kunnen worden, zoals landbouw en natuur.
Ja
Dit hebben we opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie bij de uitwerking van de deelgebieden en in Groenblauwe Hoofdstructuur.
84.
Als je een woonwijk ontwikkelt zorg er dan voor dat je groene voorzieningen meteen meeneemt. Zoals bij de A1 zone waar de groene zone om het bedrijventerrein zowel beleving als natuurwaarde stimuleert en bijdraagt aan de bedrijfsvoering van de boer.
Ja
In de ontwerp omgevingsvisie hebben we opgenomen dat bij uitbreiding van de stad ook de stadsrandszone verschuift, Het is belangrijk om de ontwikkeling van de nieuwe stadsrandzone te betrekken in elk planproces.
85.
Graag meer focus op ruimtelijke keuzes en reserveringen maken voor water wat beschermd moet worden, zoals kwelgebieden en overstroombare gebieden.
Gedeeltelijk
In de ontwerp omgevingsvisie staat waarom kwelgebieden en gebieden die kunnen overstromen belangrijk zijn voor een klimaatbestendige omgeving. Deze gebieden hebben geen speciale beschermde status. Wel wordt aangegeven waar de lage en natte gebieden liggen.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
59
Bijlage 6. Participatienota Extra Toekomstgesprekken met belangenorganisaties 86.
Advies van het waterschap: graag de formulering ‘water en bodem sturend’ gebruiken en de urgentie daarvan onderbouwen.
Ja
Sturend nemen we op bij locatiekeuze.
87.
Stadsland botst met principe water bodem sturend – desgewenst goed onderbouwen waarom daar toch voor wordt gekozen. Het is (voormalig buitendijks maar nu) binnendijks, maar het ontneemt ruimte voor toekomstige ruimte voor waterveiligheid. Mogelijk bezwaren voor Stadsland: Reservering bypass, landschappelijke waarde, hoogteligging en grondwaterstand. Het is nu echter niet een heel laaggelegen gebied. Als er veel water doorheen gaat kan er kweldruk ontstaan op de Worp. Aanleiding om klimaatadaptief te bouwen op Stadsland.
Ja
Op het moment dat het Rijk duidelijkheid geeft over realisatie van de bypass, gaan wij kijken naar mogelijkheden om dat te combineren met woningbouw. Daar zullen landschappelijke inpassing en ontsluiting, maar ook klimaatadaptieve inpassing een grote rol in spelen.
88.
Leg uit wat het betekent als wordt gesproken over ‘we bouwen op de hoge delen’.
Ja
In de ontwerp-omgevingsvisie staat dat we bij het kiezen van nieuwe plekken voor woningen en bedrijven rekening houden met water en bodem. Daarom bouwen we niet verder in laaggelegen gebieden, zoals Vijfhoek Zuidoost
89.
Laat de verbinding tussen landelijk en stedelijk gebied sterk terugkomen, als gezamenlijk groenblauw netwerk met vervloeiing in de stadsrandzone. De functie van het groenblauwe netwerk is anders in stedelijk gebied, maar ze vormen gezamenlijk het netwerk.
Ja
De verschillende functies van de groenblauwe hoofdstructuur worden nader uitgewerkt in de Groenblauwe Hoofdstructuur.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
60
Bijlage 6. Participatienota Extra Toekomstgesprekken met belangenorganisaties 90.
In het buitengebied hebben we als gemeente minder instrumenten. Wel vanuit functietoewijzing, maar niet vanuit waterschapsrol. We kunnen wel opnemen “We werken aan een waterrobuuster systeem en zoeken daarvoor samenwerking met provincie en waterschappen.”
Ja
We werken aan een water robuuster systeem en zoeken daarvoor samenwerking met provincie en waterschappen.
91.
Waar liggen echt de keuzes:
Gedeeltelijk
In de ontwerp omgevingsvisie is voor het landelijk gebied opgenomen:
Meer ruimte voor waterberging? Niet zozeer extra ruimte nodig, maar zorg dat je infiltratie toe laten nemen in stedelijk gebied én in landelijk gebied. Lage delen reserveren voor niet-woningbouw functies, zodat ze onder mogen lopen: Blijft in gebruik als landbouwgrond, maar mag overstromen. Lage delen in het stedelijk gebied heb je ook nodig voor overloop: op eigen terrein én in de openbare ruimte. Verondiepen van weteringen: hiervoor zijn meer waterplanten nodig die zorgen voor een vertraagde afvoer. Dat vraagt om meer ruimte, bijvoorbeeld met een zone langs bestaande waterlopen. Meer plaatsen om water te parkeren – mag als landbouwgrond in gebruik blijven. Zandweteringzone is hoofdstructuur voor de nieuwe stad. Daar zou parkeerruimte icm natuur en andere functies een plek kunnen krijgen. Daar verandert de agrarische functie naar een verbrede doelstelling. Daarom laagste gronden hiervoor gebruiken – die staan dan nu op de kaart.
Vanuit de regionale sponsstrategie zetten we samen met het waterschap in het gebied van de Sallandse Weteringen in het bijzonder in op infiltratie en vertragen van de waterafvoer, het vasthouden in de kwel/en brongebieden en vertragen van de waterafvoer. Vanuit de regionale sponsstrategie worden gerichte ingrepen zoals het verbreden en verondiepen van watergangen en het verbeteren van de bodemstructuur onderzocht. De Schipbeek in het zuiden van onze gemeente heeft een vrije lozing op de IJssel; dit betekent dat bij extreem hoge IJssel waterstanden het water van de IJssel tot circa omgeving Bathmen kan overstromen. Dit vraagt om voldoende ruimte om water te bergen in tijden van extreme neerslag en tijdens extreem hoog water in de IJssel. En voor het deelgebied Rivierenlandschap: ‘We werken aan een klimaatrobuuste leefomgeving. In de IJsselzone is het buitendijkse gebied primair voor riviergebonden functies zoals de veilige afvoer van de fluctuerende waterstanden”.
Melksterweide als waterspitsstrook.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
61
Bijlage 6. Participatienota Extra Toekomstgesprekken met belangenorganisaties 92.
Voorgestelde toevoegingen vanuit de waterschappen:
Ja
Waterschappen, provincie, rijk en drinkwaterbedrijf (Vitens) werken aan vermindering van drinkwatergebruik.
Eerste is opgenomen.
Deventer hanteert dynamisch grondbeleid. Per situatie wegen we af welk grondbeleid het beste kan worden toegepast. Met het grondbeleid wordt de gemeentelijke rol telkens afgewogen tegen de maatschappelijke waarde van een project en de financiële risico’s die samenhangen met de ontwikkeling en de partijen die betrokken zijn bij de ontwikkeling.
Grondpositie geeft meer regie op realisatie ambities. Daar niet voor kiezen heeft ook consequenties.
Thema gezondheid en voorzieningen Niet van toepassing.
Thema economie en energie 93.
Verbreding van de economie is goed, maar veel nieuwe ontwikkelingen
Nee
worden als stedelijk aangemerkt en zijn dan niet mogelijk in het landelijk gebied. Let op met inzetten op economische sectoren die sterk afhankelijk zijn van subsidie. Als de subsidieregeling afloopt, zijn veel bedrijven niet meer levensvatbaar.
Dit is met name een aandachtspunt bij het beoordelen van nieuwe initiatieven.
Ook de gemeente heeft er geen belang bij om bedrijven te laten investeren in ontwikkelrichtingen zonder reële kans van slagen. We hebben echter zeer beperkte invloed op de veelal Europese en landelijke subsidieregelingen voor het landelijk gebied.
Thema duurzaamheid, landbouw en mobiliteit 94.
Landelijk gebied bevat veel functies, namelijk groot stadspark, woonwijk en bedrijventerrein. In het koersdocument ligt de focus vooral op wonen en recreatie, maar dat kan veel breder. Je wilt ruimte bieden aan bedrijven die goed in een landelijke setting passen en iets kunnen bijdragen aan het landschap. Qua economie hoort daar ook de circulaire economie bij, zoals bij de opslag van stro en vezels.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
ja
Dit komt terug in de ontwerp omgevingsvisie bij de uitwerking van de deelgebieden. Overigens beschouwen we het landelijk gebied niet zozeer als woonwijk of als stadspark, zonder te ontkennen dat er wel degelijk gewoond wordt in het landelijk gebied én dat het een waardevol uitloopgebied is.
62
Bijlage 6. Participatienota Extra Toekomstgesprekken met belangenorganisaties 95.
Als je als gemeente extensieve landbouw wil stimuleren, moet je dit niet aan de markt overlaten. Intensieve landbouw zal dan extensieve landbouw uit de markt drukken. Zorg dat je beperkingen oplegt qua intensivering.
Nee
Agrarisch ondernemers hebben de ruimte om te ondernemen binnen de landelijke kaders, passend in het Sallandse cultuurlandschap. Het is in eerste instantie aan Rijk en provincie om met maatregelen te komen ter stimulering en bescherming van extensieve landbouw.
88.
Kijk bij stoppende boeren niet alleen naar de mogelijkheden op het erf, maar ook naar de omliggende gronden.
Ja
In de ontwerp-omgevingsvisie staat dat we gaan onderzoeken hoe we grondeigenaren kunnen stimuleren om hun vrijgekomen grond te gebruiken voor jonge lokale agrarische bedrijven of voor speciale plannen in het gebied
89.
Richting vanuit het Rijk over de landbouwtransitie laat lang op zich wachten. Voorstel om zelf al aan met ambities/maatregelen te komen. Bijv. kavelruilinstrumentarium, fonds voor natuurinclusieve landbouw
Ja
Met de middelen en mogelijkheden die we hebben proberen we al zoveel mogelijk boeren in onze gemeente te ondersteunen. Zo kennen we in Deventer door opeenvolgende vrijwillige kavelruilprocessen al doorlopende mogelijkheden voor kavelruil. Daarnaast ondersteunen we de oprichting van Salland Loont en zijn er structurele middelen voor uitvoering beschikbaar. Ook dragen we bij aan het bestaan van de Erfcoaches in het buitengebied. We hebben als gemeente echter geen onbeperkte middelen en moeten hier zorgvuldig mee omgaan.
90.
Zuinig op goede landbouwgrond en daarbij rekening houden met geschiktheid van grond voor bepaalde soorten landbouw, zoals akkerbouw voor veevoer, akkerbouw voor menselijke consumptie, veeteelt. Zoals rivierklei voor akkerbouw. Hierbij ook rekening houden met waterbeschikbaarheid.
Ja
Wat wordt verstaan onder ‘goede landbouwgrond’ wordt op korte termijn uitgewerkt.
91.
Water is essentieel voor goede landbouwgrond. Zet dus niet in op nieuwe functies die verdrogend werken. Zet wel in op de sponswerking van de bodem en kijk wat nodig is om met minder water te blijven produceren.
Gedeeltelijk
Het versterken van de sponswerking van de bodem is één van de opgaven die terugkomt in de omgevingsvisie. Extremen van droogte en wateroverlast zullen vaker voorkomen. Bij het toestaan van het tegengaan van functies die verdrogend werken is vooralsnog geen item in de visie.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
63
Bijlage 7. Participatienota Toekomstgesprekken over landbouw Thema landbouw Reacties op de concept-ontwerp omgevingsvisie
Verwerkt in omgevingsvisie
Toelichting op verwerking in omgevingsvisie
Er is zorg dat het belang van de landbouw (landbouw als voedselproducent, de sector in het algemeen en loonwerkbedrijven) onvoldoende gezien en meegenomen wordt.
Ja
In de omgevingsvisie wordt stilgestaan bij het belang van de landbouw. Onder andere in H3 als onderdeel van de visie op 2040, in H4 bij de thematische uitwerking en in H5 bij de uitwerking van de deelgebieden.
Houdt voldoende ontwikkelingsruimte voor de agrarische bedrijven.
Ja
In H4 en H5 is opgenomen dat er binnen de landelijke kaders ruimte is voor agrarisch ondernemerschap dat passend is binnen het karakter van het Sallandse landschap.
Ga spaarzaam om met de ruimte en het landbouwareaal door binnen de bebouwde kom compacter en hoger te bouwen.
Ja
We kiezen ervoor de groei van de stad zoveel mogelijk in de bestaande stad op te vangen, onder andere vanuit de zorg voor het landelijk gebied. Dit willen we onder andere realiseren door hoger te bouwen en te verdichten. Toch kijken we ook buiten de stad naar uitbreiding, omdat de groeiopgave niet alleen binnen de stad is op te vangen.
Op welke wijze wil de gemeente landbouwgrond bij de boeren houden?
Ja
Om afname van landbouwareaal zoveel mogelijk te voorkomen, kiezen we ervoor om zoveel mogelijk binnen de stad te bouwen. Toch wordt ook buiten de stad gekeken naar uitbreiding, waarbij een zorgvuldige afweging moet plaatsvinden. Goede landbouwgrond is één van de criteria waarop we die afweging maken. Daarnaast kan de inzet van middelen als vrijwillige kavelruil en een eventuele regionale grondbank hieraan bijdragen. (H4)
Goede landbouwgrond = lange tijd beschikbaar voor de landbouw.
Nader uit te werken
Wat wordt verstaan onder ‘goede landbouwgrond’ wordt op korte termijn uitgewerkt.
Er is zorg of de kleine landbouwbedrijven nog voldoende toekomst hebben
Ja
De ontwerp omgevingsvisie geeft kansen voor verschillende ontwikkelpaden voor een landbouwbedrijf. Deze paden moeten passen bij de ondernemer en bij de omgeving. We zien ook welke uitdagingen er zijn in de landbouwsector. Als gemeente kunnen we hier maar beperkt invloed op uitoefenen.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
64
Bijlage 7. Participatienota Toekomstgesprekken over landbouw Ruimte om te ondernemen vraagt ook dat de mogelijkheden in het omgevingsplan meebewegen met wetgeving van bovenaf. Een voorbeeld is de benodigde extra stalruimte t.b.v. dierenwelzijn i.r.t. het bouwvlak.
Nee
Dit wordt betrokken bij de actualisering van het omgevingsplan.
Zet de sloopbank ook in voor andere agrarische bedrijven die willen groeien.
Nee
Het is nu al mogelijk om, tegen compensatie, uit te breiden. De mogelijkheden voor groei bekijken we altijd in samenhang met andere aspecten zoals milieu en landschap.
nee Ruimte om te ondernemen is gebaat bij een kleinere rol van de overheid.
Gedeeltelijk
De veranderingen in de landbouw zijn ingewikkeld. Het Rijk, de provincie en de sector zelf hebben hierin de eerste stap. Als gemeente geven we de agrarische sector de ruimte om te ondernemen, binnen de landelijke regels.
‘Ruimte om te ondernemen binnen de landelijke kaders’ en ‘het
Ja
Beide items zijn opgenomen in de omgevingsvisie.
Ja
De veranderingen in de landbouw zijn ingewikkeld. Het Rijk, de provincie
inzetten op een vitale bodem’ zijn relevante ambities voor Planetproof melkveehouders en andere boeren. Wees als overheid terughoudend. De markt vraagt al het nodige op het gebied van biodiversiteit, CO2, dierenwelzijn. Dat regelt zich ook deels zelf.
en de sector zelf hebben hierin de eerste stap. Als gemeente geven we de agrarische sector de ruimte om te ondernemen, binnen de landelijke regels.
De markt regelt niet alles zelf, op onderdelen kan de overheid hier een rol in spelen.
Ja
De rol van de overheid kan zowel stimulerend als beperkend zijn. Voor de landbouwsector kiezen we voor een stimulerende rol, onder andere bij het organiseren van ecosysteemdiensten via Stichting Kostbaar Salland en Salland Loont. In de ontwerp omgevingsvisie wordt hiernaar verwezen.
Sommige nieuwe verdienmodellen is vooral wensdenken. Vezelteelt als verdienmodel komt maar moeilijk van de grond en vanuit de markt is er te weinig vraag naar biologische landbouw.
Nee
Nieuwe verdienmodellen ontwikkelen zich stap voor stap en gaan vaak gepaard met uitdagingen. Wij dragen graag bij aan het creëren van
Denk als gemeente actief mee bij bedrijfsverplaatsing voor jonge veehouders nabij dorpskernen. En breng in beeld waar de stoppende bedrijven zitten met het oog op bedrijfsverplaatsingen en overnames.
Ja
de juiste randvoorwaarden om initiatieven zoals vezelteelt verder te versterken en toekomstbestendig te maken. Bij gebiedsontwikkeling wordt al actief meegedacht met mogelijkheden voor bedrijfsverplaatsing van bedrijven die rechtstreeks geraakt worden door de ontwikkeling. Daarnaast is in de ontwerp omgevingsvisie opgenomen dat een eventuele gebiedscoördinator ondersteunend kan zijn in de opgave voor een vitaal landelijk gebied.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
65
Bijlage 7. Participatienota Toekomstgesprekken over landbouw Vrijwillige kavelruil van belang voor de vitaliteit van de bedrijven.
Ja
In de ontwerp omgevingsvisie is opgenomen dat vrijwillige kavelruil ondersteunend is in de opgave voor een vitaal landelijk gebied.
Voor de opgave verbinding stad-platteland is het wenselijk dat er ook producten van andere producenten uit de omgeving verkocht mogen worden.
Nee
Volgens het omgevingsplan mogen agrarische bedrijven nu al streekproducten verkopen als extra activiteit. Meer verkoop toestaan mag niet, omdat dat botst met de regels van de provincie.
Ga ruimhartiger om met mogelijkheden voor woningbouw op locaties van stoppende agrarische bedrijven.
nee
Ruimhartiger is op vele wijzen uit te leggen.
Wees terughoudend met burgerwoningen op het platteland. Dit brengt uiteindelijk nieuwe zoneringen en belemmeringen met zich mee.
gedeeltelijk
Eén van de voorwaarden voor het realiseren van woningen op voormalige erven, is dat de in de omgeving aanwezige bestaande bedrijven niet belemmerd mogen worden in hun bedrijfsvoering.
gedeeltelijk
Het plaatsen van een mantelzorgwoning op een erf is mag op dit moment ook al.
nee
De mogelijkheden voor een 2e bedrijfswoning op het erf zijn opgenomen
Typ hier uw
tien khsett omgevingsplan. Actuele ontwikkelingen in de sector worden betrokken
Realiseer rood-voor-rood kavels juist bij de stad en de dorpen. Zorg voor mogelijkheden van mantelzorgwoningen op het boerenerf. Dit biedt mogelijkheden voor zorg aan de oudere generatie en zo kunnen ze in hun vertrouwde omgeving blijven i.p.v. naar de bebouwde kom. Daarnaast kan de oudere generatie de jongeren generatie op het erf ondersteunen in het bedrijf en het gezin. Biedt meer ruimte voor wonen op het boerenerf t.b.v agrarisch werknemers en anderen die verbonden zijn met het erf.
bij de beoordeling van een aanvraag. Biedt ruimt voor woningbouwconcepten in het landelijk gebied op een aantal locaties
Gedeeltelijk
Regelgeving op het gebied van woningsplitsing is op dit moment niet logisch. Nee
In de ontwerp omgevingsvisie is opgenomen dat m.n. in de stads- en dorpsrandzone mogelijkheden zijn voor bijzondere woonmilieus. Voor het gehele landelijk gebied geldt dat de maatschappelijke meerwaarde van een woningbouwontwikkeling wordt meegewogen in de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) De actualisatie van Kansen uit buiten (waar nog over besloten moet worden) voorziet in de mogelijkheid om karakteristieke en monumentale panden te splitsen in meerdere wooneenheden. Maar alleen als het gebouw, het erf en de omgeving dat kunnen dragen en de karakteristieke/ monumentale waarden worden behouden en versterkt. Over de splitsing van niet-karakteristieke of -monumentale gebouwen is geen beleid. Hierop zal KGO-maatwerk moeten worden toegepast.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
66
Bijlage 7. Participatienota Toekomstgesprekken over landbouw Er is zorg over het buitengebied als uitloopgebied. Natuur en recreatie gaan niet altijd samen. Dat geldt ook voor landbouw en ruimte om te recreëren.
Gedeeltelijk
In de ontwerp omgevingsvisie komt het belang van Recreatieve zonering terug van uit de zorg voor het spanningsveld tussen recreatie en natuur.
Het is wenselijk om de 500m regel voor recreatie te verruimen. Kijk daarbij ook goed naar de gemeentegrens, deze kan beperkend werken.
Ja
In de ontwerp omgevingsvisie hebben we de regel verruimd van 500m naar 250m.
Maak uitbreiding van recreatieve functies in het buitengebied mogelijk, bijvoorbeeld met tegenprestaties (bijv. omzetten agrarisch in natuur).
Ja
In de ontwerp omgevingsvisie is opgenomen dat we duurzame en kleinschalige groei van toerisme en recreatie in het buitengebied bevorderen, mits het bijdraagt aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO).
Agrariërs kunnen ook natuur- en landschap beheren. Maar zie het wel als een maatschappelijke dienst met een verdienmodel.
Ja
In de ontwerp omgevingsvisie wordt hierbij stilgestaan in H4 en H5.
Leg geen extra beperkingen op in Bolwerksweiden via natuurkerngebied, maar biedt juist extra ruimte voor natuurinclusieve landbouw.
Ja
De aanduiding ‘kerngebied natuur’ leidt niet tot extra beperkingen, anders dan het eventueel geldende beleid vanuit N2000 of NNN voor de betreffende percelen. Het beoogt de natuurwaarden te versterken, op basis van vrijwilligheid. Natuurinclusieve landbouw kan een bijdrage leveren aan het versterken van de al aanwezige natuurwaarden.
Er zijn zorgen dat de ambities voor natte en droge verbindingszones opgelegd gaan worden aan grondeigenaren en dat de gebiedskennis van de landgebruikers onvoldoende meegenomen worden.
Ja
De verbindingen zijn bedoeld om de ‘kerngebieden natuur’ onderling met elkaar te verbinden. De verbindingszones zijn daarbij indicatief en kunnen op vrijwillige basis worden gerealiseerd, als er mogelijkheden zijn om ambities aan elkaar te verbinden.
Het is niet aan de gemeente om een zonering om natuurkerngebieden te realiseren.
Gedeeltelijk
In de ontwerp omgevingsvisie is er geen sprake van een zone rondom de ‘kerngebieden natuur’. Wel is in het Biodiversiteitsplan van de gemeente als doelstelling opgenomen om spuitvrije zones rondom natuurgebieden en KRWgebieden te stimuleren.
Waar moet er zoveel NNN in Deventer zijn/komen? Kan dat niet beter elders in NL?
N.v.t.
Landelijk is bepaald dat provincies de NNN vaststellen. Daarnaast heeft Deventer de ambitie om de bestaande natuurgebieden te behouden en te versterken.
De zonering brengt beperkingen voor onze bedrijfsvoering met zich mee.
Ja
De opgenomen zoneringen in de ontwerp omgevingsvisie zijn vrijwillig en stimulerend van aard.
Wat betekenen de droge verbindingszones op de kaart?
Ja
De verbindingen zijn bedoeld om de ‘kerngebieden natuur’ onderling met elkaar te verbinden. De verbindingszones zijn daarbij indicatief en kunnen op vrijwillige basis worden gerealiseerd als er mogelijkheden zijn om ze te verbinden. In H4 van de ontwerp omgevingsvisie lichten we dit verder toe.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
67
Bijlage 7. Participatienota Toekomstgesprekken over landbouw Wat betekent de groene stadsrandzone voor agrariërs?
Ja
Onze ambitie is om deze stads- en dorpsrandszones te versterken als multifunctionele, groene overgangsgebieden, waar natuur, water, cultuurhistorie, landbouw en recreatie in samenhang worden ontwikkeld. We bieden ruimte voor verandering, maar alleen als het de ruimtelijke kwaliteit versterkt, het landelijke karakter in zekere mate behouden blijft en er zorg is voor groene gebieden en agrarische bedrijfszekerheid.
Wat betekenen de icoontjes voor zonne-energie op de kaart?
ja
Op deze locaties zijn concrete initiatieven voor de realisatie van zonnevelden. Overigens stonden de icoontjes op de concept ontwerp omgevingsvisiekaart die gebruikt zijn tijdens de toekomstgesprekken niet op de juiste locaties. Op de nieuwe kaart, voor de ontwerp omgevingsvisie, staan de icoontjes wel op de juiste locaties.
Wees zuinig op de kleinschaligheid
Ja
De waarde van het kleinschalige landschap komt terug in verschillende hoofdstukken van de ontwerp omgevingsvisie.
Landgoederen en landbouw vormen samen met de natuurgebieden een robuuste groene structuur. (in reactie op de tekstwolk op de praatplaat “landgoederen vormen samen met de natuurgebieden robuuste groene structuren waarbij landbouw en natuur hand in hand gaan”.
ja
De landbouw heeft een belangrijke bijdrage aan het beheer van het landelijk gebied en de aanwezige waarden en dragen bij aan natuur- cultuur- en landschapswaarden van het buitengebied.
De mogelijke woningbouwontwikkeling Vijfhoek-Zuidoost sluit niet aan bij de ambitie om landgoederen
gedeeltelijk
De locatie Vijfhoek Zuidoost ligt niet in een landgoed, maar grenst aan het Natuurnetwerk Nederland, waar de landgoederen in Deventer grotendeels onderdeel van zijn. De landschappelijke structuren binnen en grenzend aan de mogelijke woningbouwlocatie ziet de gemeente als waardevolle groenstructuren die mede van belang zijn voor de groene verbinding tussen stad en platteland. Het behoud van de groenstructuur is in de analyse meegegeven als een belangrijke voorwaarde voor ontwikkeling van woningbouw op deze locatie. Er zijn in de analyse van de locatie zwaarwegende argumenten om deze locatie als weinig kansrijk aan te merken. Dit heeft in hoofdzaak te maken met de omvang van de investering die noodzakelijk is voor een relatief beperkt aantal woningen dat hier gerealiseerd kan worden.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
68
Bijlage 7. Participatienota Toekomstgesprekken over landbouw Onduidelijkheid over locaties voor wonen en werken leidt tot onzekerheid voor de agrarisch ondernemers.
gedeeltelijk
Wij begrijpen dat onduidelijkheid over toekomstige locaties voor wonen en werken onzekerheid kan veroorzaken bij agrarisch ondernemers en dat dit gevolgen kan hebben voor het al dan niet investeren in het bedrijf. In de vervolgstappen van het proces werken wij toe naar meer duidelijkheid en transparantie over ruimtelijke keuzes.
Een nieuw werkgebied dient gezocht te worden in de buurt van een bestaand bedrijventerrein en niet ‘los’ in het landelijk gebied.
gedeeltelijk
Hoe reëel is dit? Moet je daar als gemeente in je eigen gemeente op inzetten? Weet je wat het saldo per ha. is? Waar doelen ze op?
In H4 van de ontwerp omgevingsvisie staat verder beschreven met welke randvoorwaarden rekening gehouden wordt in de locatiekeuze voor een nieuw bedrijventerrein.
Niet duidelijk is waar op gedoeld wordt
Zet bij gewasbeschermingsmiddelen in op nieuwe technieken zoals driftarme spuittechnieken en spotspraymachines.
Gedeeltelijk
In de ontwerp omgevingsvisie is opgenomen dat we landelijke beleidsontwikkelingen volgen wat betreft gewasbeschermingsmiddelen en spuit(vrije) zones.
Randvoorwaardelijk voor het realiseren van de ambities is dat de vergunningverlening van het slot gaat.
Gedeeltelijk
In de ontwerp omgevingsvisie is opgenomen dat we zien dat de transitie van de landbouw een uitdagende en tijdrovende transitie is met veel onzekerheid. Rijk en provincie zijn bevoegd gezag wat betreft de vergunningverlening.
Hoeveel kans maakt de Vijfhoek en Baarlehoek als woningbouwlocatie? Hoe lang
Ja
gaat het duren voor er gebouwd wordt?
In de ontwerp omgevingsvisie zijn de uitkomsten van de ruimtelijke verkenning Wonen, Ruimte, Stad opgenomen. Conclusie van deze verkenning is dat Baarlerhoek het meest geschikt is als woningbouwlocatie voor 2035. Woningbouw op de locatie Vijfhoek- Zuidoost wordt als niet kansrijk geacht.
De dorpen mogen groeien.
Ja
Voor de dorpen zijn afzonderlijke routekaarten gemaakt. Elk dorp heeft de mogelijkheid om te groeien, wel ligt voor elk dorp de woningbouwvraag op nuances en maat en schaal anders.
Het is een goede ontwikkeling als Bathmen een treinstation krijgt.
Ja
In de ontwerp omgevingsvisie is opgenomen dat we voor Bathmen blijven inzetten op de realisatie van een treinstation.
Verwijzend naar gebied op de kaart ten noorden van de A1: Is dit de ruimtelijke
Ja
De ruimtelijke reservering van RWS Ruimte voor de Rivier 2.0 was niet correct
reservering van RWS Ruimte voor de Rivier 2.0?
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
weergegeven op de concept ontwerp omgevingsvisie kaart. Dit is aangepast op de ontwerp omgevingsvisie kaart.
69
Er wordt waardering gemist voor het werk van de boer.
Ja
We hopen dat de waardering gevoeld bij het lezen van de omgevingsvisie, want die waardering heeft de gemeente zeker.
De 3e IJsselbrug is een positieve ontwikkeling
Ja
In de ontwerp omgevingsvisie is de ambitie voor de 3e IJsselbrug opgenomen.
Ja
De bebouwing binnen de bebouwde kom aan de Wechelerweg maakt onderdeel uit van het dorp Diepenveen. Het gebied tussen de Diepenveen en Deventer is een groene buffer tussen beide kernen en maakt voor de visiekaart deel uit van het deelgebied ‘stedelijk groengebied’.
Zuid-oost Diepenveen hoort niet bij ‘binnenstedelijk gebied’
Zorg voor goede stadsparken Ja Er wordt veel gepraat, maar er is geen vooruitgang. gedeeltelijk Voorkom dat de burger gaat bepalen hoe de boer moet boeren.
Ja
De spoorboog over Deventer is nog aanwezig en kan grote gevolgen hebben. nee
In de ontwerp omgevingsvisie komt het belang van goede (stads)parken onder andere terug in hoofdstuk 4 als element van de groenblauwe hoofdstructuur en hoofdstuk 5, deelgebied ‘stedelijke groengebied’. We denken dat u vooral doelt op de landelijke overheid. Het is niet helemaal duidelijk u ook de gemeente bedoelt. Wat u zegt herkennen we wel. Maar als gemeente kunnen wij dit probleem niet alleen oplossen. De gemeente komt in de ontwerp omgevingsvisie tot eigen, zorgvuldige afwegingen, met oog voor de belangen van alle betrokken partijen. Deze belangen hebben we opgehaald tijdens een uitgebreid participatieproces. Hierin hebben we ook met boeren gesproken. Het onderzoek naar de goederenroutering is in het verleden gepauzeerd door het ministerie. Er is toen geen duidelijkheid gekomen. Momenteel wordt een ‘Nut en Noodzaak’ onderzoek uitgevoerd naar de goederencorridor NoordOost Europa. Daar wordt de vraag onderzocht of het verwachte goederenvervoer over bestaand tracé past, ook rekening houdend met woningbouw en omgevingseffecten. De gemeente Deventer is hier via de regio Stedendriehoek bij betrokken. We pleiten voor een keuze voor goederenvervoer buiten steden in Oost Nederland om en dat een spoorboog bij Deventer niet meer in beeld is.
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
70
Bijlage 8. Voor- en achterkant koersdocument ambities
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
71
Bijlage 8. Voor- en achterkant koersdocument ambities
Verslag participatie ontwerp omgevingsvisie Deventer
72
Colofon Inhoud:
participatie/ kernteam Omgevingsvisie Gemeente Deventer
Vormgeving:
Studio Ghost
© Gemeente Deventer, 2025. Alle rechten voorbehouden.