2025-750-bijlage-(aanvullingen 11-09-2025) Ruimtelijke onderbouwing BOPA Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3
Tekst van het document
4.14
Weging van het waterbelang
4.14.1 Algemeen Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn groot en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor de plannen voor waterbeheer in de regio. Ook is de provincie verantwoordelijk voor vergunningverlening voor drinkwaterwinning. De ambities zijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving. De waterschappen beheren water en waterkeringen (dijken) en zuiveren afvalwater. Ook zorgen zij voor de kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Voor grotere rivieren, meren en kanalen en grondwaters bestaat de Europese Kaderrichtlijn. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg).
Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen. Bij nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met de waterhuishoudkundige situatie. Dit houdt in dat de gevolgen van het plan op de waterbelangen beschreven moeten worden. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets. De waterbelangen en waterhuishoudkundige doelstellingen worden hierbij afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen gaan over zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In paragraaf 3.3 is reeds ingegaan op het beleid van het waterschap.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief 4.14.2 Gemeentelijk Rioleringsprogramma (2022-2026) Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsprogramma (2022-2026) en de regionale samenwerking op het gebied van water in de wateragenda. De wateragenda is een samenwerkingsstructuur waarbij een aantal thema's centraal staan. Deze thema's zijn uitgewerkt in aandachtspunten. Op deze punten gaan de waterpartners de komende jaren lokaal samenwerken. De thema's zijn: • • • •
Veilig en klimaatbestendig Milieu en gezondheid Beleving, bewustwording en participatie Doordat de wateragenda duidelijke thema's bevat, kunnen de waterpartners efficiënt en effectief samenwerken aan de watertaken.
De gemeente is verantwoordelijk voor een goed stedelijk watersysteem. Volgens de wet begint de zorgplicht bij de perceeleigenaar. De perceeleigenaar moet het hemel- en grondwater op het eigen perceel verwerken. De gemeente komt in beeld als dit niet kan. In het Gemeentelijk Rioleringsplan is beschreven hoe de gemeente haar watertaken invult en uitvoert. De gemeentelijke watertaken komen voort uit 3 zorgplichten: • • •
inzameling en transport van stedelijk afvalwater; verwerking van afvloeiend hemelwater; de aanpak en het voorkomen van grondwaterproblemen in bebouwd gebied coördineren.
Hemelwater en afvalwater worden derhalve op de erfgrens gescheiden aangeleverd. Bovendien moet hemelwater maximaal worden geïnfiltreerd op het eigen terrein. Daarom hanteert de gemeente als uitgangspunt dat de eigenaar bij nieuwbouw zorgt voor een infiltratievoorziening (bijvoorbeeld kratten of een laagte in de tuin) met een inhoud van minimaal 20 mm/m2 over het verhard oppervlak op eigen terrein. 4.14.3 Motivering Voor dit project is gebruik gemaakt van de digitale watertoets. beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de ‘geen belangen procedure’ van toepassing is (bijlage 5). Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Er is geen sprake van (grond) wateroverlast in de omgeving van het plan. Er is geen waterschapsbelang. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Volledigheidshalve wordt hieronder ingegaan op de aspecten, hemelwater, afvalwater, wateroverlast en waterkwaliteit. Hemelwater Het voornemen is om het hemelwater ter plaatse op te vangen en te laten infiltreren in de bodem. Op het eigen terrein is voldoende groen beschikbaar om dit te realiseren.
Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd via het gemeentelijke riool. Wateroverlast Er is geen sprake van (grond) wateroverlast in de omgeving van het plan. Waterkwaliteit en grondwater Er worden tijdens de bouw- en gebruiksfase geen materialen gebruikt die de waterkwaliteit verminderen. Het projectgebied bevindt zich binnen een boringsvrije zone, zoals vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. Deze zones zijn aangewezen rondom waterwingebieden en kennen restricties, zoals het verbod op het doorboren van beschermende kleilagen, om de grondwatervoorraad te beschermen. Binnen dit project worden geen werkzaamheden uitgevoerd waarbij de kleilagen worden doorboord. De kwaliteit en bescherming van het grondwater komen hierdoor niet in het geding.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief Overstroombaar gebied Het projectgebied ligt in een overstroombaar gebied. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). De provincie Overijssel verplicht initiatiefnemers een overstromingsrisicoparagraaf op te stellen ten behoeve van het ruimtelijke plan. Overstromingsrisicoparagraaf De overstromingsrisicoparagraaf moet inzicht bieden in: • •
De risico’s bij een overstroming; De maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken.
Risico’s bij een overstroming Het projectgebied ligt in een overstromingsrisicogebied. In de volgende afbeelding is dit weergegeven. Het projectgebied ligt niet in een waterbergingsgebied of vrijwaringsgebied. Ten noordoosten van het projectgebied bevindt zich wel een waterbergingsgebied. Binnen dit gebied zijn geen kapitaalintensieve ontwikkelingen toegestaan en de waterhuishoudkundige werken moeten in stand worden gehouden. Aan deze beide voorwaarden kan worden voldaan. Het gaat immers om het herstructureren van een bestaande stedelijke functie. Tevens zullen er geen waterhuishoudkundige werken worden aangetast.
Afbeelding 4.3
Overstromingsrisico (Bron: Atlasleefomgeving.nl)
De potentiële waterdiepte is weergegeven in afbeelding 4.3. Op de plek van de woningen is de waterdiepte bij overstroming deels 0,5-1,0 meter. De boerderij is gelegen op het meest westelijke punt van een uitloper van de dekzandrug. De boerderij ligt hoger dan de omgeving. Hierdoor is het water minder diep dan ten noorden van het projectgebied. Mocht er sprake zijn van een kans op overstroming dan kunnen mensen alle richtingen wegvluchten. Overigens wordt verwacht dat bij BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief kans op overstroming door de bewoners hierop geanticipeerd kan worden en tijdig ontruimt kan worden. Van een reëel risico is dan ook geen sprake. De maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken Het terrein is te ontvluchten via de Hagenvoorderdijk. Meer aanvullende maatregelen worden niet nodig geacht, aangezien de verwachting is dat een risico op overstroming is in te schatten. Daarom kan het worden gezien als een kleinschalige ontwikkeling, waarvoor geen aanvullende of speciale voorzieningen nodig worden geacht. 4.14.4 Conclusie Met de voorgenomen activiteit worden de waterbelangen in voldoende mate beschermd.
4.15
Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden
4.15.1 Algemeen De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.15.2 Motivering Hiervoor is door Poelmans Reesink landschapsarchitectuur een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Deze rapportage is als bijlage 1 bij deze onderbouwing gevoegd. Voor een volledige toelichting wordt verwezen naar de bijlage, hieronder wordt de inpassing kort beschreven.
Afbeelding 4.3
Landschappelijke inpassing (Bron: Poelmans Reesink)
Rijbaan (karrespoor) loopt langs houtsingel naar parkeerplaatsen en blijft buiten de kroonprojectie van de eik, waardoor de weg geen impact zal hebben op de groei en groeiplekomstandigheden van de eik. Er wordt daarvoor één esdoorn op de hoek van de houtsingel gekapt om ruimte te maken voor het karrespoor. Gemengde haag vormt een overgang tussen de open grasweide, het erf en boerderij. De boomgaard op de hoek van het erf markeert de hoogteligging op de dekzandrug en de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief haag rond de moestuin en het zonneveld geeft eenheid in het beeld. Open zicht blijft behouden op het achtererf vanaf de openbare weg. Doorkijk op hooimijt door openvallen houtsingel blijft gehandhaafd, hooimijt ontneemt zicht op kapschuur. 4.15.3 Conclusie Met de in deze onderbouwing besloten ontwikkeling wordt voldoende rekening gehouden met de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit in de omgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
HOOFDSTUK 5
PARTICIPATIE
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief.
5.1
Participatie omgeving
In dit geval zijn de rood gearceerde huizen in afbeelding 5.1 geïnformeerd en hebben zij de kans gehad om te reageren. De verslaglegging van het participatietraject is toegevoegd als bijlage 6 bij deze onderbouwing.
Afbeelding 5.1
Uitsnede geïnformeerde huizen i.h.k.v. participatietraject (Bron: I’M Architecten)
5.2
Bestuurlijk vooroverleg
5.2.1
Het Rijk
Geoordeeld wordt dat het plan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 5.2.2
Provincie Overijssel
Deze paragraaf wordt ingevuld nadat door de gemeente Deventer contact is gezocht met de provincie om het planvoornemen te bespreken. 5.2.3
Waterschap Drents-Overijsselse Delta
Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
HOOFDSTUK 6
6.1
FINANCIËLE HAALBAARHEID
Algemeen
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.
6.2
Kostenverhaal
Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.
6.3
Nadeelcompensatie
In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIE EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN
LOCATIES Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit hoofdstuk 4 blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
HOOFDSTUK 8
8.1
JURIDISCHE KADERS
Algemeen
Tijdens de overgangsfase tot 2032 bevat artikel 12.27a Bkl een beoordelingsregel voor opvolgende BOPA-vergunningverlening. Dit artikel bepaalt dat bij het toepassen van artikel 8.0a, lid 2 Bkl, in ieder geval sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor zover de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Dit maakt het mogelijk om eerst een 'planologisch' basisbesluit te nemen in de vorm van een omgevingsvergunning voor een BOPA. Het bevoegd gezag geeft bijvoorbeeld eerst toestemming voor de functie/activiteit, de plaatsing van het bouwblok, de bouwhoogte en het bouwvolume. Met deze omgevingsvergunningaanvraag wordt toestemming gevraagd voor de onderdelen die in de volgende paragrafen worden benoemd.
8.2
Toedeling van functies aan locaties
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt door activiteiten evenwichtig over locaties te reguleren. In dat verband wordt aan de vergunning de voorwaarde verbonden, dat de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan (bijlage 1) worden uitgevoerd en in stand worden gehouden. De voorliggende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) moet uiteindelijk verwerkt worden in het gemeentelijk omgevingsplan. In voorliggend geval kan eenvoudig worden aangesloten op de regels voor gebruiks- en bouwactiviteiten in de woonbestemming in het tijdelijk omgevingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
Bijlage 3
AERIUS-berekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
Bijlage 4
Rapportage veldwerk
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
Bijlage 5
Watertoets
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Schalkhaar, Hagenvoorderdijk 3 Definitief
Bijlage 6
Participatietraject
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57