2025-705 TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8 Toelichting
Tekst van het document
Zorgplicht grondwater: Volgens de wetgeving moet de gemeente voor nieuwe situaties structurele grondwaterproblemen voorkomen of beperken, voor zover dit niet onder de verantwoordelijkheid van waterschap of provincie valt. De zorgplicht grondwater benadrukt de verantwoordelijkheid van de perceelseigenaar om maatregelen te nemen die grondwaterproblemen voorkomen. De gemeentelijke zorgplicht begint als de perceelseigenaar niet kan zorgen voor voldoende ontwatering en overtollig grondwater moet afvoeren. De gemeente heeft de leiding als meerdere partijen betrokken zijn bij (dreiging van) een probleem. Afweging waterbelang bij ruimtelijke ontwikkelingen: Naast de gemeentelijke zorgplichten heeft de gemeente nog een verantwoordelijkheid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is zij verantwoordelijk voor een goede afweging en implementatie van het waterbelang bij nieuwe ruimtelijke plannen. Hiervoor is het instrument van de watertoets ontwikkeld.
52
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8
5.4.2
Waterparagraaf
5.4.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.4.2.2 Watertoetsproces Het waterschap is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de 'geen belang procedure' van de watertoets van toepassing is. Het volledige watertoetsresultaat is opgenomen als Bijlage 6 bij deze toelichting.
5.4.3
Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend voornemen.
5.5
Leidingen en kabels Er bevinden zich in en nabij het plangebied geen andere relevante ondergrondse en bovengrondse leidingen waar rekening mee hoeft te worden gehouden.
5.6
Verkeer en parkeren
5.6.1
Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de 'Nota 'Parkeernormen Deventer 2013 Auto en fiets'. Deze parkeernormen zijn geënt op landelijke parkeerkencijfers op basis van de CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)' van het CROW. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de meest recente CROW-publicatie, genaamd 'Toekomstbestendig parkeren, 381 (december 2018). De kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen.
53
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8
Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicaties van het CROW worden de kencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad.
5.6.2
Uitgangspunten Op basis van voorliggend plan in relatie tot het gemeentelijke parkeerbeleid wordt voor de berekening van zowel de parkeerbehoefte als van de verkeersgeneratie uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijkheidsgraad: 'sterk stedelijk' (CBS Statline); Gebiedsindeling: 'buitengebied'. Hierna wordt ingegaan ophet onderdeel parkeren en verkeer.
5.6.3
Parkeren Voorliggend plan gaat uit van de wijziging van een recreatiewoning naar een reguliere woning in het buitengebied van de gemeente Deventer. In de huidige situatie wordt voor een recreatiewoning aangesloten bij de functie 'Bungalowpark (huisjescomplex) waarvoor per huisje een parkeernorm van 2,1 geldt. In de beoogde situatie wordt aangesloten bij de functie 'Koop, vrijstaand', waarbij per vrijstaande woning een parkeernorm van 2,4 geldt. Ten aanzien van onderhavig ontwikkeling is er daarmee afgerond sprake van (zowel in de huidige situatie alsook beoogde situatie) een parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen. Het plangebied is dusdanig ingericht dat op eigen terrein aan deze parkeerbehoefte kan worden voldaan. Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect 'parkeren'.
5.6.4
Verkeer Op basis van de meest recente CROW publicatie geldt voor een recreatiewoning (Bungalowpark, huisjescomplex) een verkeersgeneratie van gemiddeld 2,7 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Voor een reguliere woning (koop, huis, vrijstaand) geldt per woning gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Per woning is er sprake van een kleine toename van (5,5) afgerond 6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Een dergelijke toename in verkeersgeneratie is niet of nauwelijks waarneembaar in het verkeersbeeld. De omliggende infrastructuur beschikken over voldoende capaciteit om een dergelijke gering aantal verkeersbewegingen goed en veilig te kunnen verwerken. Hierbij is ter plaatse sprake van overzichtelijke en verkeersveilige ontsluitingsmogelijkheden, waarbij doorstromingsproblemen of verkeersonveilige situaties niet voorkomen.
54
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8
5.6.5
Conclusie Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect 'verkeer' en er ter plaatse als gevolg van het voornemen geen sprake zal zijn van belemmeringen ten aanzien van dit aspect.
5.7
Sociale veiligheid
5.7.1
Algemeen Naast een aantrekkelijke en aanpasbare woonomgeving zal de woonomgeving vooral ook (sociaal) veilig in het gebruik moeten zijn. Het gaat er om dat mensen zich veilig voelen en dat zoveel mogelijk daadwerkelijk zijn. Factoren die kunnen bijdragen aan (het gevoel van) meer veiligheid zijn: informeel toezicht op de openbare ruimte, persoonlijke controle over de ('eigen') omgeving en het imago van het (totale) gebied. Toegespitst op het plangebied betekent dit, dat door inrichting en beheer van de openbare ruimte een goede sociale controle mogelijk dient te zijn. Een aantal aspecten waarbij de sociale veiligheid bijzondere aandacht vraagt, is: stedenbouwkundige inrichting: daarbij gaat het onder meer om de relatie openbaar-privé, menging tuin- en straatgericht wonen, overzichtelijkheid van stratenpatronen, parkeervoorzieningen en openbare verlichting; vrijliggende groenvoorzieningen: vooral de waarborging van overzichtelijkheid; langzaam-verkeerroutes: primaire routes moeten bij voorkeur 'begeleid' worden door woonbebouwing.
5.7.2
Situatie plangebied Met voorliggend TAM-omgevingsplan wordt een reguliere woningen in het buitengebied van Deventer toegevoegd. Hierdoor zullen meer mensen permanent verblijven in het buitengebied van Deventer, met meer sociale controle tot gevolg. Een en ander draagt bij aan de sociale veiligheid binnen het gebied.
5.7.3
Conclusie Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect 'sociale veiligheid'.
55
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8
56
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Algemeen De bepaling over de uitvoerbaarheid uit het Besluit ruimtelijke ordening komt onder de Omgevingswet niet terug. De gemeente hoeft niet meer aannemelijk te maken dat een toegedeelde functie er ook zal komen. De gemeente geeft in haar omgevingsplan aan dat een functie op een zekere locatie 'kan' komen. Dat is minder verstrekkend. De Omgevingswet maakt het mogelijk dat dit onderzoek gefaseerd kan worden. Pas als zich een concreet, binnen de toegedeelde functie passend, initiatief aandient wordt onderzocht 'hoe' dat op een aanvaardbare wijze gerealiseerd kan worden. Dit heeft als voordeel dat de onderzoekslasten omlaag kunnen. De gemeente moet wel onderzoeken of ontwikkeling op de betrokken locatie in beginsel mogelijk is. Ten eerste zal worden beoordeeld of een ontwikkeling binnen een redelijke termijn uitvoerbaar is, gelet op de aard en omvang van de voorziene ontwikkeling en het gebied waar deze ontwikkeling is voorzien. Ten tweede zal worden beoordeeld of deze ontwikkeling binnen die redelijke termijn financieel haalbaar is, en zo ja, hoe de gemeenteraad dat inzichtelijk heeft gemaakt. Deze nieuwe onuitvoerbaarheidstoets leidt tot minder mogelijkheden voor het gemeentebestuur om een bestemming te weigeren, omdat deze niet uitvoerbaar zou zijn.
6.2
Kostenverhaal Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt voor een Omgevingsplan plaats door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten; aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen. In het voorliggende geval is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Deventer. Hierin wordt tevens het risico van nadeelcompensatie opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
57
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8
58
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8
Hoofdstuk 7 7.1
Participatie
7.1.1
Algemeen
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief.
7.1.2
Situatie plangebied Ten aanzien van het planvoornemen op de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 heeft op 23 maart 2024 een informatieochtend plaatsgevonden. De omwonenden zijn geïnformeerd over het planvoornemen. Vanuit de buurt is geen bezwaar tegen het planvoornemen. Een verslag hiervan is opgenomen in bijlage Bijlage 7.
7.2
Vooroverleg instanties
7.2.1
Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
7.2.2
Provincie Overijssel Het plan is in het kader van vooroverleg aangeboden bij de provincie. De provincie heeft aangegeven dat de totale ontwikkeling past binnen provinciaal beleid.
7.2.3
Waterschap Drents OverijsselseDelta Het waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Er zijn geen belemmeringen naar voren gekomen.
59
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8
60
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8
Hoofdstuk 8 8.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding Deze wijziging van het omgevingsplan betreft een TAM-Omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplannen wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. De regels en verbeelding van voorliggend TAM-Omgevingsplan zijn dan ook opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit TAM-Omgevingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012.
Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-Omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken.
8.2
Artikelgewijze toelichting
8.2.1
Preambule Preambule De IMRO-standaarden maken het niet mogelijk om een regeling te beginnen met een ander hoofdstuk dan hoofdstuk 1. De naamgeving van het hoofdstuk kan worden gewijzigd, maar hoofdstuk 1 blijft altijd zichtbaar. De IMRO-standaarden bieden ook geen mogelijkheid tot het gebruik van paragrafen. Ook voor de artikelen geldt dat deze in IMRO automatisch worden genummerd en dat de nummering dus bij 'artikel 1' begint. Voor het TAM-IMRO omgevingsplan is de IMRO hoofdstuk- en artikelnummering onhoudbaar, omdat het omgevingsplan van rechtswege al een hoofdstuk 1 en een artikel 1 kent. Deze nummers zijn dus al bezet. Om duidelijk te maken hoe een TAM-IMRO omgevingsplan zich verhoudt tot de rest van het omgevingsplan, stelt de VNG voor om na het object Regels en voor het toevoegen van het object Hoofdstuk een preambule op te nemen. De preambule geeft aan hoe het TAM-IMRO omgevingsplan in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moeten worden. Hieronder is de preambule weergeven. Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22f]) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Deventer. Dit hoofdstuk is digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.
Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het
61
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8
omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22f] van het omgevingsplan van de gemeente Deventer. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22f]' gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage [22f] bij het omgevingsplan van de gemeente Deventer. Als het TAM-IMRO omgevingsplan wordt geraadpleegd, is de preambule direct zichtbaar boven de regels.
8.2.2
Algemene bepalingen Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor de locatie waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in de bij het TAM-omgevingsplan behorende GML-bestand. De regels in dit hoofdstuk bevatten: Begripsbepalingen (Artikel 1); Meet- en rekenbepalingen (Artikel 2); Algemene verbodsbepalingen gebruik(Artikel 3); Anti dubbeltelregeling (Artikel 4); Toepassingsbereik (Artikel 5); Aanvraagvereisten (Artikel 6). In artikel 5 is het toepassingsbereik opgenomen. In het toepassingsbereik is aangegeven welke besluiten niet van toepassing zijn op dit deel van het omgevingsplan en op welke locatie de regels van dit deel van het omgevingsplan van toepassing zijn.
8.2.3
Gebruiksactiviteiten Hoofdstuk 2 bevat de regels ten aanzien van de gebruiksactiviteiten. Er wordt eerst ingegaan op de algemene gebruiksregels waarna vervolgens de gebruiksregels ten behoeve van de functies 'Natuur' en 'Wonen - Buitengebied' zijn opgenomen.
8.2.4
Bouwactiviteiten Hoofdstuk 3 bevat de bouwregels.
8.2.5
Aanwijzingen, beschermingszones,beperkingsgebieden In hoofdstuk 4 zijn de regels met betrekking tot de functie 'Waarde - Archeologie - 2' opgenomen.
8.2.6
Beheer en onderhoud In hoofdstuk 5 is een instandhoudingsverplichting voor de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 te Bathmen opgenomen.
62
ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8
8.2.7
Overgangsbepalingen In hoofdstuk 6 zijn regels met betrekking tot het overgangsrecht opgenomen.
8.3
Werkingsgebieden Onder de Omgevingswet wordt niet meer uitgegaan van bestemmingen en dubbelbestemmingen, maar worden alle regels voorzien van een locatie. Deze locaties zijn het zogenoemde werkingsgebied van de regels. In voorliggend TAM-omgevingsplan zijn de volgende werkingsgebieden opgenomen: 'Natuur'; 'Wonen - Buitengebied'; 'Bouwregel - 15'; 'Bouwregel - 45'; 'Waarde - Archeologie - 2'; bouwvlak; bouwaanduiding 'bijgebouwen'; functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1e Zuider Pierkesmarsweg 4'; 'maximum volume (m3)'; 'maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)'; 'maximum goothoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)'.
8.4
Planregels In deze paragraaf worden de werkingsgebieden nader toegelicht. Ter plaatse van het werkingsgebied 'Natuur' zijn de gebruiksactiviteiten behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, extensieve dagrecreatie, houtoogst en water en bijbehorende voorzieningen toegestaan. Het werkingsgebied 'Bouwregel - 15' is opgenomen ter plaatse van het werkingsgebied 'Natuur'. In het werkingsgebied 'Bouwregel - 15' zijn regels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken. In het als 'Wonen - Buitengebied' aangewezen werkingsgebied is het wonen toegestaan, daaraan ondergeschikt de vermelde toegestane nevenactiviteiten en een bed and breakfastvoorziening buitengebied. Ter plaatse is het werkingsgebied 'Bouwregel - 45' opgenomen. Binnen dit werkingsgebied zijn onder andere bouwregels opgenomen voor het bouwen van woningen, vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen. Woningen dienen binnen een bouwvlak te worden gerealiseerd. De inhoud van de woning is middels een aanduiding gemaximeerd. Tevens zijn aanduidingen opgenomen voor de maximum bouw- en goothoogte. Tot slot is voor de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 een maximum oppervlakte bijgebouwen van 50 m2 toegestaan. Tot slot is ter plaatse van het plangebied het werkingsgebied 'Waarde - Archeologie - 2' opgenomen.
Om het archeologisch waardevolle gebied veilig te stellen, gelden er op deze gronden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan, indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van bepaalde werken of werkzaamheden.
63