CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-705 TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8 Toelichting

Raadsvergadering 26 november 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: TAM Omgevingsplan Buitengebied Deventer20.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2

7 7 7 7 8 8 10

11 11

13 13 13

15 15 18 26 29

33 33 48 50 51 53 53 55

57 57 57

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Vooroverleg instanties

Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3

Economische uitvoerbaarheid

Algemeen Kostenverhaal

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Aspecten van de fysieke leefomgeving

Milieuaspecten Gezondheid Archeologie en cultuurhistorie Waterhuishouding Leidingen en kabels Verkeer en parkeren Sociale veiligheid

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Planbeschrijving

Gewenste situatie Landschappelijke inpassing

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4

Huidige situatie

Beschrijving huidige situatie

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Inleiding

Aanleiding Toelichting op TAM-omgevingsplan Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Het omgevingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1

5

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding Artikelgewijze toelichting Werkingsgebieden

59 59 59

61 61 61 63

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

8.4

Planregels

63

3

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

4

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

Toelichting

5

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

6

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft betrekking op de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 te Bathmen, gelegen in het buitengebied van de gemeente Deventer. Het voornemen ziet op het omzetten van de functie 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' naar 'Wonen' en 'Natuur'. De aanwezige woning wordt behouden en deze wordt gemaximeerd tot 300 m3. Ter plaatse wordt een bijgebouw van maximaal 50 m2 gerealiseerd. Ter compensatie worden de natuurwaarden ter plaatse versterkt en wordt 200 m2 aan sloopmeters uit de sloopbank ingezet. De betreffende ontwikkeling is niet in overeenstemming met het omgevingsplan van de gemeente Deventer. In paragraaf 1.5 wordt hier nader op ingegaan. Gelet op het vorenstaande is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Dit TAM-omgevingsplan zorgt voor de gewenste planologische kaders en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

Toelichting op TAM-omgevingsplan Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Deze vangnetten zorgen ervoor dat deze organisaties de belangrijkste uitvoeringsprocessen kunnen blijven uitvoeren, totdat ze het DSO wel kunnen gebruiken. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-Omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen.

1.3

Ligging van het plangebied De ontwikkeling vindt plaats op de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 te Bathmen. Deze locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Deventer. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode ster en rode contour aangeduid. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

7

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: Plattekaart.nl)

1.4

De bij het plan behorende stukken Het 'TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0150.TAM006-OW01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het TAM-omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten.

1.5

Het omgevingsplan

1.5.1

Geldend omgevingsplan De locatie ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Deventer. Ter plaatse van de locatie is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: Omgevingsplan gemeente Deventer (in werking vanaf 26 februari 2024); Buitengebied Deventer (vastgesteld op 6 juni 2012); Buitengebied Deventer, 1e herziening (vastgesteld 1 maart 2017); Parapluherziening Kleinschalige Kinderopvang (vastgesteld op 14 juli 2016); Parapluherziening parkeereisen (vastgesteld op 11 april 2018); Parapluherziening particuliere zonnepanelen Buitengebied (vastgesteld op 8 juli 2021); Parapluherziening standplaatsen en warenmarkten (digitaal) (vastgesteld op 30 januari 2013). Voor de duiding van het planologische regime van het plangebied is met name het bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening" relevant. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op het planologisch regime.

8

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

1.5.2

1e Zuider Pierkesmarsweg4, Bathmen In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening" opgenomen. De locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 te Bathmen is op deze afbeelding aangeduid met rode omlijning.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het plangebied is voorzien van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. De gronden zijn tevens aangeduid als 'Waarde - Archeologie 2' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Ter plaatse is een bouwvlak en een aanduiding 'recreatiewoning' aanwezig. Deze gronden zijn uitsluitend bestemd voor een solitaire recreatiewoning. Het regulier bewonen van deze woning is daarmee niet in overeenstemming met het geldende omgevingsplan. Het voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologisch kader op basis waarvan de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk kunnen worden gemaakt.

9

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

1.6

Leeswijzer De toelichting van dit TAM-omgevingsplan is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving van het plangebied en een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7 gaan respectievelijk in op de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de opzet en verantwoording van de regels.

10

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1

Beschrijving huidige situatie

2.1.1

1e Zuider Pierkesmarsweg4, Bathmen De locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 ligt in het buitengebied van de gemeente Deventer, ten noordoosten van de kern Bathmen. De functionele structuur van de omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische gronden met daarin verspreid voorkomende natuurgronden en woonerven. De aanwezige bebouwing betreft een woning en een kleine schuur. Het perceel wordt aan de westzijde ontsloten op de 1e Zuider Pierkesmarsweg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de deellocatie (indicatief met rode omlijning) opgenomen.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto 1e Zuider Pierkesmarsweg 4, Bathmen (Bron: PDOK)

11

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

12

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Gewenste situatie Ten aanzien van de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 te Bathmen ziet het voornemen op het omzetten van de functie 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' naar deels 'Wonen' en 'Natuur'. De bestaande woning (maximum inhoud 300 m3) blijft behouden. De aanwezige schuur wordt gesloopt. Ter plaatse wordt een bijgebouw van maximaal 50 m2 gerealiseerd. Ter compensatie van het voornemen worden de natuurwaarden ter plaatse versterkt en wordt 200 m2 aan sloopmeters uit de sloopbank ingezet. Voor deze locatie is een erfinrichtingsplan opgesteld. In paragraaf wordt dit nader toegelicht.

3.2

Landschappelijke inpassing Bij een erftransformatie hoort een plan voor de erfinrichting en landschappelijke inpassing van het perceel in de omgeving. Hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld door Groenadviesbureau H.A. ten Have. Het volledige plan is opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. De landschappelijke inpassing is verbeeld in een erfinrichtingsplan. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan opgenomen. Na de afbeelding wordt ingegaan op de landschapsmaatregelen.

13

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

Afbeelding 3.1: Erfinrichtingsplan (Bron: Groenadviesbureau H.A. ten Have) Toelichting herstel en ontwikkeling bos De bestaande begroeiing op het perceel bestaat uit voornamelijk inheemse bomen die voorkomen in dennen, eiken of beuken bossen. Dit type bos komt veel voor in de directe omgeving van het plangebied. De kwaliteitsimpuls richt zich op ontwikkeling en versterken van dit type bos. Het terrein is begroeid met voornamelijk eiken en berken (Berken-eikenbos). Het berken-eikenbos op het perceel vertoont een eenvoudige structuur, met een duidelijke maar in hoogte beperkte boomlaag, overwegend bestaande uit zomereik, beuk en ruwe berk. Op het perceel worden nieuwe inheemse struiken- en bomen aangeplant. Tot slot worden enkele laurierstruiken verwijderd en enkele sparren (die zijn aangetast door Letterzetter) gekapt.

14

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio's

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

15

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid.

Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.2

InstructieregelsRijk (Amvb's) Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor

personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden.

16

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

Hierna is een uitwerking gegeven inzake de Ladder voor duurzame verstedelijking, omdat deze in de praktijk veel voorkomt. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI). Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen en vervolgens beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit geldt ook voor de reeds opgebouwde jurisprudentie. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’, ‘stedelijke ontwikkeling’ en nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’.

Bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In artikel 5.129g Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

4.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspuntenin het Rijksbeleid Toetsing aan de NOVI Voorliggende kwestie betreft een plan waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit plan opgenomen ontwikkeling. Toetsing Instructieregels Rijks (Amvb's) In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl. Toetsing 'Ladder voor duurzame verstedelijking'

17

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

Voorliggend voornemen betreft een ontwikkeling waarbij een recreatiewoning omgezet wordt naar een reguliere woning. In artikel 5.129g Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’, waarin wordt beoordeeld dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling aangezien er sprake is van een ontwikkeling van niet meer dan 11 woningen. Onderhavig TAM-omgevingsplan voorziet in een functiewijziging van een recreatiewoningen naar een reguliere woning. Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5.129g Bkl en is het initiatief in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan houdt daarmee in voldoende mate rekening met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden, waardoor wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de instructieregels uit paragraaf 5.1.5 van het Bkl.

4.2

Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het beleid dat in dit geval van toepassing is betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. In 2009 zijn de omgevingsvisie en -verordening door Provinciale Staten vastgesteld. De hiervoor genoemde plannen zijn op 1 januari 2024 voor het laatst geactualiseerd.

4.2.1

OmgevingsvisieOverijssel De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.

18

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

4.2.2

OmgevingsverordeningOverijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

4.2.3

UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

19

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Hierna worden de lagen nader toegelicht. Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven.

Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.

20

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodelvan de OmgevingsvisieOverijssel Wanneer het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Artikel 4.4 (principe van concentratie) lid 1: In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Met voorliggend TAM-omgevingsplan wordt een reguliere woningen toegevoegd. Op een locatie in het buitengebied van Deventer wordt deze extra woning mogelijk gemaakt. Dit gebeurt door de functiewijziging van een recreatiewoning naar een reguliere woning. De betreffende woning worden al bewoond. De behoefte is daarmee concreet aangetoond. Gelet op vorenstaande sluit het planvoornemen aan bij artikel 4.4. van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) lid 1: Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving

21

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: dat deel van de fysieke leefomgeving waarvan de gronden niet vallen binnen bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Het omzetten van de bestaande recreatiewoning naar een reguliere woning draagt bij aan een efficiënte benutting van de reeds beschikbare ruimte. In plaats van nieuwe bouwlocaties aan te wijzen, wordt gebruik gemaakt van de aanwezige bebouwing.

Voorliggend planvoornemen wordt mogelijk gemaakt door het versterken van de natuurwaarden en het aankopen van sloopmeters. Elders in het buitengebied is reeds gesloopt. Mede daarom is er geen sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving. Artikel 4.6 (toekomstbestendigheid) In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.6 van de Omgevingsverordening Overijssel Per definitie is er sprake van duurzaamheid aangezien er sprake is van hergebruik van bebouwing. Bovendien wordt er ook (in beperkte mate) bijgedragen aan de woningbehoefte in de gemeente Deventer. Artikel 4.11 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) 1. Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b.

het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. 2. Het eerste lid is in ieder geval van toepassing op: a. nieuwe verblijfsrecreatieve complexen en verblijven; b. uitbreidingen van bestaande verblijfsrecreatieve complexen;

22

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

c. de bouw van nieuwe woningen; d. nieuwe bouwlocaties voor bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden; e. grootschalige uitbreiding van bestaande locaties voor niet-agrarische bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.11 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls van de Groene Omgeving (buitengebied) van de gemeente Deventer. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Compensatie Het toekennen van een duurzame vervolgfunctie namelijk een woonfunctie op de locaties 1e Zuider Pierkesmarsweg 4; De aankoop van 200 m2 sloopmeters voor de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4; Het landschappelijk inpassen van het perceel 1e Zuider Pierkesmarsweg 4; Ontwikkelingsruimte Functiewijziging van 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' naar 'Wonen'; Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de extra investeringen in de ruimtelijke kwaliteit in verhouding staan tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Het plan is in overeenstemming met artikel 4.11 uitde Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.14 (woonafspraken) 1. Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. 2.

Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.14 van de Omgevingsverordening Overijssel De gemeente Deventer heeft haar woonbeleid opgenomen in de 'Woonvisie Deventer (2018)'. In de paragraaf 4.4.2 wordt het voorliggend plan getoetst aan dit beleid. Hier wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 4.14 van de Omgevingsverordening Overijssel.

4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt ter plaatse van het ontwikkelingsgebied 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Onderstaand wordt nader op dit ontwikkelingsperspectief ingegaan. 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Het betreffen gebieden voor gespecialiseerde landbouw en mengvormen van landbouw met andere functies (recreatie-zorg, natuur, water) en bijzondere woon-, werk- en recreatiemilieus die de karakteristieke gevarieerde opbouw van de cultuurlandschappen in deze gebieden versterken. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap;

23

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Toetsing aan het 'ontwikkelingsperspectief' Uit hoofdstuk 5 blijkt dat er geen sprake is van enige belemmeringen van het voornemen op omliggende (agrarische) bedrijven. Het voorgenomen plan past, gelet op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het toestaan van functies die als passend wordt aangemerkt, binnen de ontwikkelingsperspectieven. De voorgenomen ontwikkelingen hebben betrekking op functies die als passend binnen de daar aanwezige ontwikkelingsperspectieven kunnen worden beschouwd. Gesteld wordt dat de ontwikkelingen in overeenstemming zijn met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden.

Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied ter plaatse van de laag 'Dekzandvlakte en ruggen'. Onderstaand is dit nader uitgewerkt. 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden. Toetsing aan de 'Natuurlijke laag' Het plangebied is reeds bebouwd en in gebruik ten behoeve van recreatie. Ter plaatse van de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 is een inrichtingsplan opgesteld om zo de landschappelijke kwaliteiten ter plaatse te versterken. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'.

De 'Laag van het agrarisch-cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud

24

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied ligt in het landschapstype 'Jonge heide- en broekontginningslandschap'. Onderstaand wordt dit nader uitgewerkt. 'Jonge heide- en broekontginningslandschap' De grote oppervlakte aan - voormalige - natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings' landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat.

Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De ontwikkeling vindt plaats op bestaande recreatie-percelen in het buitengebied van de gemeente Deventer. Ter plaatse van het plangebied is sprake van aanwezige bebouwing. Ter plaatse wordt een nieuw bijgebouw van 50 m2 gerealiseerd. Het planvoornemen wordt mogelijk gemaakt door het aankopen van sloopmeters. Ten aanzien van het perceel wordt de bebouwing compact gesitueerd, om zo verrommeling van het buitengebied te voorkomen. Voor de locatie 1e Zuider Pierkesmarsweg 4 is een erfinrichtingsplan opgesteld. Op deze manier wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing van het erf. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 3.2. Het voornemen sluit aan bij het ter plaatse geldende landschapstype en draagt het voornemen bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren. De 'Stedelijke laag' Het plangebied ligt niet binnen een gebiedstype behorend bij de 'stedelijke laag'. Toetsing aan de 'Stedelijke laag' Ter plaatse van het plangebied zijn geen kenmerken of elementen van de 'stedelijke laag' aanwezig.

Het voornemen leidt daarom niet tot aantasting van de 'stedelijke laag'. De 'Laag van beleving' 'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden

25

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Toetsing aan de 'Laag van beleving' Het plangebied is aangemerkt als 'Donkerte'. Het voornemen ziet niet op het buitenproportioneel verlichten van het perceel. In de beoogde situatie wordt rekening gehouden met de ambitie om de 'donkere' gebieden, ten minste net zo donker te houden. Het voornemen is daarmee in lijn met de 'Laag van beleving'.

4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Woonagenda West-Overijssel2021-2025

4.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, Overijsselse gemeenten en partners werken samen aan een balans op de woningmarkt. Periodiek maken ze meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Voor 2021-2025 zijn er twee regionale Woonagenda's: een voor West-Overijssel en een voor Twente. Voor voorliggende ontwikkeling is de regionale woonagenda voor West-Overijssel van toepassing. De Woonagenda West-Overijssel 2021-2025 schetst de gezamenlijke inzet van gemeenten en provincie, met input van woningcorporaties, marktpartijen en andere partners. Deze agenda dient als kader en kompas op de woningmarkt, waarbij wordt bepaald waar naartoe wordt gewerkt en hoe dit gezamenlijk wordt gedaan. 4.3.1.2 Visie op het wonen Een toekomstbestendige woningmarkt betekent in West-Overijssel: een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied een duurzaam en circulair woningbestand. Een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen Ontspannen wonen in het landelijk gebied en kleine kernen. Hier is het wonen nauw verbonden met het Overijsselse landschap, het dorpse leven, natuur en landbouw. Het zijn bijzondere en karakteristieke woonomgevingen die worden gekoesterd en met

26

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

kwaliteiten die de regionale partners zoveel mogelijk willen behouden. De kracht van de gemeenschap en sociale samenhang zijn hier belangrijk. Er liggen kansen om wonen in deze gebieden als vliegwiel in te zetten voor versterking van de vitaliteit van de dorpen, de vestigingsmogelijkheden voor jongeren en de transities in het landschap, zoals in de landbouw, of de klimaatadaptieve opgaven in de IJsselzone. Het omzetten van landbouwgrond in natuur kan bijdragen aan biodiversiteit, robuuste natuurontwikkeling en de wateropgave. De natuurontwikkeling kan hand in hand gaan met kleinschalige woningbouw, waarbij de woningbouw de kostendrager is. We zien mogelijkheden om op specifieke plekken nieuw aanbod te creëren, passend bij de leefomgeving en als contramal van wonen in het stedelijk gebied. De transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) naar woningen of het werken via CPO zijn goede voorbeelden. Een toekomstbestendige leefomgeving De uitdaging van een toekomstbestendige leefomgeving gaat verder dan stenen; het doel is om te voldoen aan groeiende woningbehoeften met behoud van kwaliteit, menselijke maat en duurzaamheid. Het regionale woningbouwprogramma wil de positie van steden versterken, met aandacht voor groei in Deventer en Zwolle. Integratie van woningbouw met werklocaties en stationsomgevingen, samen met vergroening, staat centraal.

De balans tussen stedelijk en landelijk in Overijssel wordt behouden, met ruimte voor lokale behoeften en toevoeging van woningen in grote kernen, waarbij ruimtelijke kwaliteit en landschapsbehoud voorop staan. Nieuwe woonmilieus in het buitengebied dienen als visitekaartje voor West-Overijssel en belichamen zowel de regiokarakteristiek als innovatiekracht. Landelijke gemeenten dragen bij aan regionale positionering en bovenlokale woonbehoeften, versterkend voor dorpen en platteland. Een duurzaam en circulair woningbestand Naast aardgasloze nieuwbouw staat de uitdaging centraal om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen voor de energietransitie. Een regionale aanpak biedt kansen, waarbij circulair bouwen als drijvende kracht fungeert voor innovatie. Circulair bouwen, met focus op biobased materialen en nieuwe samenwerkingsvormen, bevordert duurzaamheid en economisch voordeel. De Woonagenda sluit aan op het programma Circulaire Economie en het Programma Nieuwe Energie, waarbij Overijssel streeft naar een energieneutraal 2050 en specifieke doelen voor 2023. In 2040 moeten steden, dorpen en het landelijk gebied duurzaam en klimaatbestendig zijn. Gemeenten, verenigd in de Alliantie Nieuwe Energie Overijssel, hebben de taak om deze doelen te realiseren, met de Woonagenda gericht op het uitvoeringscluster 'Gebouwde Omgeving'.

4.3.1.3 Toetsing aan de regionale woonagenda Ten aanzien van voorliggend voornemen wordt in het buitengebied van de gemeente Deventer een recreatiewoning omgezet naar een reguliere woning. In totaal is er sprake van het toevoegen van één reguliere woning in het buitengebied van de gemeente Deventer. De beoogde woonfunctie betreft een passende vervolgfunctie waar in de woonbehoefte van de regio wordt voorzien en tevens zorgt voor een doorstroming op de woningmarkt. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in lijn is met de doelstellingen uit de regionale woonagenda.

27

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

4.3.2

LandschapsontwikkelingsplanSalland

4.3.2.1 Algemeen Door de gemeenten Deventer, Raalte en Olst-Wijhe is een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) ontwikkeld, het Landschapsontwikkelingsplan Salland: 'Een plus voor het landschap van Salland'. Dit beleidsplan geeft de visie op de gewenste landschappelijke ontwikkeling voor het buitengebied van Deventer, Olst-Wijhe en Raalte weer. De visie (de Landschapsontwikkelingsvisie) geeft aan op welke wijze de ontwikkelingen passen in het landschap en hoe het karakter van het landschap daarbij versterkt kan worden. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in Salland. 4.3.2.2 Plangebied Het plangebied ligt in het landschapstype 'Dekzandlandschap'. Dit landschapstype is op te delen in vier deelgebieden te weten; 'Dekzandruggen', 'Weteringenlandschap', 'Dekzandvlaktes' en 'Dekzandlaagtes'. Planspecifiek De locatie 1e Zuider Pierkesweg 4 te Bathmen ligt in het deelgebied 'Dekzandruggen'. Onderstaand wordt nader ingegaan op de landschappelijke karakteristieken.

4.3.2.3 Landschappelijke karakteristiek 'Dekzandruggen': Karakteristieken: Rug verdicht met landschapselementen als bosjes, landgoederen, houtwallen, hagen, singels en solitaire bomen (soorten van de hogere gronden zoals eik, beuk); Afwisseling van verdichte en open ruimtes; verrassende doorkijkjes; Essen onbeplant, omzoomd met houtwallen; Perceelsscheidingen worden minimaal en terughoudend toegepast, aansluitend aan open karakter; Wegen veelal kronkelend, zich voegend naar de erven, soms over erf; Wegen beplant, essen zoveel mogelijk onbeplant, tenzij er sprake is van doorgaande historische structuren; Doorgaande structuren (weg/kanaal) passen zich aan omgeving aan. Erven langs rand van de es, grote dakvlakken tegen groene achtergrond; Knooperven; Erven gaan vloeiend over in landschap (geen strakke erfgrenzen); Zandwegen; Kleinschalige grillige blokverkaveling deels omzoomd met houtwallen; Reliëf door essen en kampen, soms in de vorm van een steilrand; 4.3.2.4 Toetsing aan het Landschapsontwikkelingsplan Salland Ter plaatse van het plangebied is het perceel, conform de aanwezige gebiedskenmerken, landschappelijk ingepast. Het erfinrichtingsplan is bijgevoegd als Bijlage 1 bij de toelichting.

4.3.3

Conclusie regionaal beleid Geconcludeerd wordt dat de in voorliggend TAM-omgevingsplan besloten ontwikkeling past binnen het regionaal beleid.

28

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f co mbiplan buitengebied Deventer 8

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

OmgevingsvisieDeventer In het Structuurplan Deventer 2025 (april 2004) zijn de toekomstige ruimtelijke opgaven voor Deventer en de gewenste ontwikkelingsrichting in beeld gebracht. Het Structuurplan Deventer 2025 is echter door allerlei ontwikkelingen binnen en buiten Deventer inmiddels deels verouderd. Daarom is in samenspraak met een groot aantal betrokkenen een Omgevingsvisie gemaakt. In de Omgevingsvisie legt de gemeente Deventer haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Dit is de eerste stap in het proces richting de invoering van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de klimaatverandering zorgt voor meer extremen in neerslag, hitte, droogte en water door de grote rivieren, waaronder de IJssel. Daarnaast speelt de eindigheid van natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Dat vraagt om maatregelen. Zoals grote inzet op energiebesparing, het klimaatbestendig maken van de leefomgeving, het overschakelen van fossiele op duurzame energiebronnen en het zuiniger en duurzamer omgaan met energie, water, grondstoffen en voedsel. De gemeente zoekt duurzame, klimaatbestendige en circulaire oplossingen op alle plekken die zich daarvoor lenen: in woningen, bedrijven, in de stad en op het platteland.

Belangrijke uitdagingen zijn: Instellen op de consequenties van klimaatverandering; Planmatig werken aan de klimaatadaptatie en energietransitie; Bij het toewijzen van functies rekening houden met de druk op ruimte; Meedoen met de ontwikkeling van nieuwe werkwijzen in energieopwekking; Waarborgen en vergroten van de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteit. Om in te kunnen spelen op de dynamiek van de economie en de (internationale) markt moet er ruimte voor ondernemerschap zijn. Ruimte om waardevast te investeren, te groeien en samen te werken. De opgave is de veerkracht en inventiviteit van de ondernemers optimaal te blijven faciliteren en in te spelen op ontwikkelingen in de markt. Minder regels mogen overigens niet leiden tot onduidelijkheid voor alle betrokken partijen, willekeur of een onzeker vestigingsklimaat. Voor het Buitengebied wordt specifiek het volgende vermeld: De gemeente Deventer wil het buitengebied leefbaar en toekomstbestendig houden. Daarom wordt ruimte geboden voor verandering, mits dat gebeurt met respect voor de bestaande kwaliteiten van het rivierenlandschap, het oude cultuurlandschap, het jonge ontginningslandschap en de stadsrandzone.

Het leggen of verstevigen van schakels in verbindende netwerken tussen stad, dorpen en buitengebied, zoals groen- en waterstructuren, droge en natte ecologische verbindingszones, wandelroutes en recreatieve en utilitaire fietsroutes is van belang. Dit kan voor uiteenlopende aspecten van meerwaarde zijn, zoals het vergroten van de biodiversiteit in het stedelijk gebied (bijenlinten e.d.), het beleefbaar maken van historische en/of landschappelijke lijnen en het stimuleren van inwoners tot meer bewegen. Er wordt gestreefd naar een robuuste hoofdstructuur voor natuur, recreatie en waterberging. Bestaande kwaliteiten worden beschermd en kansen voor het optimaliseren ervan worden benut. Er is bijvoorbeeld ruimte om vrijkomende landbouwgronden niet alleen te gebruiken voor agrarische productievergroting en functieverbreding, maar ook voor het bereiken van doelen op het gebied van natuur- en ecologie (o.a. versterken Natuurnetwerk Nederland) en water (waterretentie, kwaliteit). Grondeigenaren zijn hiervoor in eerste instantie aan zet, de gemeente faciliteert en probeert initiatieven te verbinden. Om leegstand en/of verloedering van het landschap tegen te gaan, kan agrarische bedrijfsbebouwing een nieuwe functie krijgen bijvoorbeeld door andere bedrijvigheid. Gebouwen die het landschap

29

ontwerp bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f combiplan buitengebied Deventer 8

ontsieren kunnen worden vervangen door één of meer woningen. Toetsing aan de Omgevingsvisie Deventer Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het toevoegen van een reguliere woning in het buitengebied van de gemeente Deventer. Ook gaat de wijziging gepaard met een adequate landschappelijke inpassing, waarbij expliciet rekening gehouden wordt met de bestaande landschappelijke kenmerken van de omgeving. Al met al resulteert het voornemen in een kwalitatieve impuls in het buitengebied van Deventer en sluit het aan bij de gemeentelijke visie voor het buitengebied. Het voornemen past binnen de gemeentelijke Omgevingsvisie.

4.4.2

Woonvisie Deventer (2018) In de Woonvisie Deventer 2018 'Meer dan geWOON' heeft de gemeente Deventer de drie volgende centrale ambities vastgelegd: 1. Vitale stad aan de IJssel: werken aan een vitale gemeente met stedelijke voorzieningen, waar mensen goed kunnen wonen, leven en beleven en met voldoende draagkracht voor de sociaal-maatschappelijke opgaven en voorzieningen. Inzetten op economische ontwikkelingsduurzaamheid en versterking van de arbeidsmarkt en het vestigingsklimaat. 2. Ongedeeld en inclusief: de wens om een samenleving te zijn waarin iedereen meetelt en mensen omzien naar elkaar, een samenleving waarin generaties met elkaar verbonden zijn. Uitgangspunt is een gemengde bevolkingssamenstelling op wijk- en dorpsniveau met bijpassend gevarieerd woningaanbod. De beschikbaarheid en spreiding van voldoende betaalbare woningen is daarin een belangrijke opgave. Elke woningbouwontwikkeling draagt bij aan de ongedeelde en inclusieve samenleving. 3. Duurzaam en toekomstbestendig:voorzien in de behoeften van de huidige samenleving zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit betekent een woningvoorraad die past bij de huidige woonwensen, die voor meerdere generaties geschikt is en die voldoende flexibel is om in te spelen op veranderende woonwensen in de toekomst.

Daarbij zijn een duurzame energievoorziening, verduurzaming van woningen en een klimaatbestendige inrichting van de woonomgeving belangrijke opgaven. De drie centrale ambities zijn uitgewerkt in de vier hoofdopgaven die voor de gehele gemeente gelden: 1. 'betaalbaar, compleet en divers'; 2. 'goed wonen in wijken en dorpen'; 3. 'duurzaam wonen'; 4. 'vitaliteit en vernieuwing'. Het aantal woningverkopen en de prijzen van woningen zijn de afgelopen periode sterk gestegen. Prognoses laten zien dat Deventer nog zeker twintig jaar groeit. Dat betekent dat er woningen aan de bestaande voorraad toegevoegd moeten worden om te voorzien in voldoende woonruimte. Daarnaast neemt de druk op de woningmarkt toe doordat meer mensen zich van buiten in Deventer vestigen. Deze vraag, met veelal midden en hogere inkomens, wenst de gemeente te faciliteren. Afgesproken met de provincie is dat de komende tien jaar 3.000 woningen worden toegevoegd. Gezien de druk op de woningmarkt en om op korte termijn te voorzien in de behoefte, gaat de gemeente voor de eerste periode van vijf jaar uit van een taakstellend nieuwbouwprogramma van tenminste 350 woningen per jaar. Uitgangspunt is dat de nieuwbouw aansluit bij de vraag. Elke ontwikkeling moet maatwerk zijn en een bijdrage leveren aan de specifieke opgaven op wijk of dorpsniveau. Het plangebied ligt in het buitengebied.

De gemeente Deventer accepteert dat in dorpen niet alle woonvormen en voorzieningen zoals in de stad beschikbaar zijn. Wel is het zaak met de ontwikkelruimte die er is, goed aan te sluiten bij de kwalitatieve woonvraag van met name jongeren en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16078473/2