CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-39 Notitie Reikwijdte en Detailniveau Omgevingsvisie Deventer

Raadsvergadering 26 februari 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Notitie Reikwijdte en Detailniveau omgevingsvisie Deventer10.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsvisie Deventer Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Gemeente Deventer 30 januari 2025

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Omgevingsvisie Deventer Gemeente Deventer

Notitie Reikwijdte en Detailniveau Definitief 03 30 januari 2025 142929/25-001.378

142929 John Hekman Anke Springer Rouwette

Mitchell van Dijk MSc Pieter Feij John Hekman

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING | WAAROM EEN ACTUALISATIE OP DE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER EN EEN OER?

5

1.1

Reden voor het opstellen van een omgevingsvisie

5

1.2

Waarom een milieueffectrapportage?

6

1.3

Doel van de NRD

8

1.4

Leeswijzer

9

2

DE GEMEENTE DEVENTER | WAAR STAAN WE EN WAAR WILLEN WE NAARTOE?

10

2.1

Gebiedsbeschrijving

10

2.2

Opgaven, doelen en ambities voor Deventer

11

2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4

11 12 13 13

Duurzaam en toekomstgericht Gezonde leefomgeving Fijn wonen & samen leven Innovatieve economie

3

ONDERZOEKSAANPAK | WAT GAAN WE DOEN?

15

3.1

Rol van het OER

15

3.2

Kern van de aanpak

16

3.3

Uitgangspunten

16

3.4

Alternatievenontwikkeling

17

4

BEOORDELINGSKADER | HOE EN WAT GAAN WE BEOORDELEN?

18

4.1

Beoordelingskader leefomgevingseffecten (Deventer rad van de leefomgeving)

18

4.2

Beoordelingsmethode

19

4.3

Beoordelingskader

21

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7

23 23 24 24 25 26 26

Thema gezonde leefomgeving Thema veilige leefomgeving Thema klimaatneutraal Thema natuurlijke systemen Thema gezonde natuur Thema waardevolle ruimte Thema welzijn

4.3.8 4.3.9 4.3.10 4.3.11 4.3.12

Thema fijn wonen Thema bereikbaar Thema ruimte voor werken Thema economisch vitaal Thema natuurlijke hulpbronnen

27 27 28 29 29

5

VERVOLG | WAT ZIJN DE VERVOLGSTAPPEN?

31

5.1

Inzage van de NRD

31

5.2

Procedure omgevingsvisie en OER

31

5.3

Participatie

32

Laatste pagina

32

Bijlage(n) -

Aantal pagina's

1 INLEIDING | WAAROM EEN ACTUALISATIE OP DE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEVENTER EN EEN OER? Voor u ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de omgevingsvisie Deventer. Deze NRD is de eerste formele stap in de zogeheten milieueffectrapportage (mer): een procedure die verplicht is bij het opstellen van de omgevingsvisie. De mer-procedure leidt tot een omgevingseffectrapport (OER) bij de omgevingsvisie. De NRD bevat een onderzoeksvoorstel voor dit OER. In dit hoofdstuk leest u meer over de omgevingsvisie, de rol van de mer-procedure, het OER en de NRD.

1.1

Reden voor het opstellen van een omgevingsvisie

Wat is een omgevingsvisie? De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn (hier: 2040 met een doorkijk naar 2050). De omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, gezondheid, economie, energie, infrastructuur, sociale structuur en cultureel erfgoed. Inhoudelijk bevat de omgevingsvisie in ieder geval de volgende onderdelen. Daarbij wordt het proces om te komen tot deze visie ondersteund door het OER om hier invulling aan te geven: - beschrijving van de huidige situatie: Een gedetailleerde beschrijving van hoe Deventer ervoor staat op basis van diverse thema’s (aan de hand van de Foto van de Leefomgeving die in het OER komt te staan).

Dit omvat de historische en huidige kwaliteiten van de gemeente, zoals de IJssel, het rivierenlandschap, de haven, de groenstructuren en de relatie tussen stad en landschap; - gewenste ontwikkelingen en behoud: Hoofdlijnen van welke ontwikkelingen gewenst zijn en wat juist behouden moet blijven, met een focus op de balans tussen verstedelijking en groene ruimte, zoals de stadsrandzone en de historische binnenstad; - integrale beleidsvoering: Het te voeren integrale beleid op hoofdlijnen, waarbij rekening wordt gehouden met de samenhang tussen verschillende beleidsvelden en de lange termijn doelstellingen van de gemeente; - voorzorgsbeginsel en preventief handelen: De omgevingsvisie houdt rekening met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - sturingsfilosofie en gemeentelijke rol: Een duidelijke uiteenzetting van de sturingsfilosofie van de gemeente, inclusief de eigen rol in relatie tot andere partijen bij het realiseren van de doelstellingen uit de visie. Dit omvat samenwerking met buurgemeenten, regionale netwerken en maatschappelijke partners; - motivatie van gemeentelijke belangen: Het duiden van de gemeentelijke belangen en voorzien van een motivatie.

Deze motivatie wordt onderbouwd door de beoordeling van het voorkeursalternatief (VKA) uit het OER. De omgevingsvisie is vormvrij en bindt alleen de gemeente zelf. Daar waar de doelen en ambities van de omgevingsvisie doorwerken naar derden (waterschappen, bedrijven, burgers) kunnen daartoe regels en normen worden opgenomen in het omgevingsplan.

5 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Waarom een omgevingsvisie? Vooruitlopend op de Omgevingswet is een eerste omgevingsvisie van Deventer vastgesteld in 2019 als structuurvisie op grond van de Wro. Hiermee heeft Deventer de afgelopen jaren, vanuit haar rijke historisch gelaagde DNA, sturing gegeven aan de (ruimtelijke) opgaven in een nieuwe laag, aan de hand van drie hoofdambities: - het bestaande verzilveren: bij ontwikkelingen worden de eigen, onderscheidende kwaliteiten van Deventer behouden en versterkt; - slim verbinden: de netwerkkracht van Deventer wordt lokaal, regionaal en nationaal versterkt; - toekomstbestendig handelen: de leefomgeving moet voor mens, dier en plant aangenaam zijn, nu en in de toekomst. De gemeente Deventer heeft verschillende redenen om tot een nieuwe omgevingsvisie te komen. Allereerst is met de komst van de Omgevingswet ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) uitgerold. Het DSO bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Onderdeel van het DSO is het Omgevingsloket: dit is het digitale loket waarin iedereen snel kan zien wat wel en niet mag in de fysieke leefomgeving. Het is daarmee nu ook mogelijk om de omgevingsvisie via een nieuwe, geografisch georiënteerde opzet te ontsluiten.

Iedereen kan daarmee digitaal opzoeken op welke locaties Deventer bepaalde ontwikkelingen mogelijk wilt maken en hoe dat de leefomgevingskwaliteit kan beïnvloeden. Ten tweede is er sinds 2019 door de gemeente aanvullend en afwijkend beleid ten opzichte van de huidige omgevingsvisie opgesteld. Tegelijkertijd is er ook beleid gedateerd geraakt. Met de actualisatie wordt het relevante beleid met betrekking op de fysieke leefomgeving gebundeld en in lijn met elkaar gebracht. De omgevingsvisie gaat daarmee de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving bevatten. Tot slot staat de gemeente voor keuzes over de inrichting van de fysieke leefomgeving, in het licht van (aankomende) uitdagingen en ontwikkelingen (zoals klimaatverandering en vergrijzing) en haar eigen ambities hoe de fysieke leefomgeving er uit zou moeten zien. Hiervoor wil Deventer toekomstige ontwikkelingen op het gebied van woningbouw, werklocaties, de hoofdgroenstructuur, de energieinfrastructuur en -opwek, en het landelijk gebied mogelijk gaan maken. De geactualiseerde omgevingsvisie dient op een inspirerende, sturende en gebiedsgerichte wijze hieraan richting te geven.

1.2

Waarom een milieueffectrapportage?

Keuze voor een omgevingseffectrapport (OER) De gemeente Deventer wil met de actualisatie van de omgevingsvisie breder kijken dan uitsluitend naar de klassieke leefomgevingsthema’s en ook thema’s zoals klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie en sociale duurzaamheid betrekken. De gemeente streeft daarom naar een omgevingseffectrapport (OER) in plaats van een milieueffectrapport (MER), vanwege het integrale karakter van de omgevingsvisie. Hiermee wordt ook voldaan aan de MER-plicht, omdat een OER een uitgebreide versie is van een MER. Een OER is zorgt voor een integrale afweging van uiteenlopende onderwerpen die relevant zijn voor de leefomgeving. Wat is een OER? Een omgevingseffectrapport geeft milieu en leefomgeving een volwaardige plaats in het besluitvormingsproces over de omgevingsvisie gemeente Deventer. Dit doet een OER door de effecten op de leefomgeving ten gevolge van een voornemen en mogelijke alternatieve invullingen daarvan op hoofdlijnen te beschrijven. Dit houdt in dat de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem wordt onderzocht. Het OER onderzoekt daarom niet concrete initiatieven in detail. Het OER is een onderzoeksrapport dat hoort bij het moederbesluit, hier de actualisatie van de omgevingsvisie.

Het bevoegd gezag neemt uiteindelijk het besluit met kennisgeving van de gevolgen van het voornemen op de fysieke leefomgeving.

6 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Doel OER Omgevingsvisie Deventer Het doel met het OER bij de Omgevingsvisie Deventer is om, voorafgaand aan de besluitvorming, alle relevante beslisinformatie breed en integraal in beeld te brengen en dit mee te laten wegen bij de te maken keuzes in de visie. Het OER laat met een integrale afweging zien of er voor alle ambities, opgaven en beoogde ontwikkelingen in Deventer voldoende ruimte is en welke effecten de te maken keuzes hebben op de leefomgeving. Aan de hand van verschillende alternatieven (de mogelijke 'manieren' waarop het voornemen kan worden gerealiseerd) worden in het OER de effecten in beeld gebracht. Ook geeft het OER inzicht in strijdigheid, danwel koppelkansen tussen ambities, opgaven en beoogde ontwikkelingen. Zodra de omgevingsvisie is opgesteld, wordt een datagedreven aanpak gebruikt vanuit dit OER om een doorlopend monitoringsproces in de stad op te zetten. Dit proces houdt toezicht op de in hoofdstuk 4 benoemde aspecten, om zo de voortgang en de leefomstandigheden in Deventer nauwkeurig te volgen en de ‘Staat van Deventer’ te bewaken. MER-plicht Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met (mogelijk) aanzienlijke milieueffecten een mer-procedure wordt doorlopen.

Nederlandse wet moet voldoen aan de Europese merrichtlijn voor projecten (2014/52/EU, 2011/92/EU)) en de Europese SMB-richtlijn (Strategische milieubeoordeling, 2001/42/EG) voor plannen en programma’s. De Europese wetgeving is geïmplementeerd in de Omgevingswet (afdeling 16.4) en verder uitgewerkt in het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11, bijlage V). Het type mer-procedure (plan-mer, project-mer of mer-beoordeling) hangt af van de aard, omvang van de activiteit en het type besluit. De actualisatie van de omgevingsvisie is een wettelijk voorgeschreven plan in de zin van artikel 16.34 van de Omgevingswet. De geactualiseerde omgevingsvisie stelt bovendien kaders aan besluiten voor projecten die mogelijk aanzienlijke milieueffecten hebben (artikel 16.36 lid 1 en 4). Onder meer aan het omgevingsplan voor bijvoorbeeld stedelijk ontwikkelingsprojecten zoals bedoeld in Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder project nr. J11. Naar verwachting brengt de omgevingsvisie niet alleen kleine wijzigingen op een lokaal niveau aan, maar hebben keuzes betrekking op grotere opgaven op de schaal van de gehele gemeente. Er is daarom geen sprake van een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3). Ook is naar verwachting een passende beoordeling nodig (artikel 16.36 lid 2).

De passende beoordeling is bedoeld om te beoordelen of een voorgenomen plan of project mogelijk negatieve effecten heeft op de beschermde natuurwaarden van een Natura 2000-gebied. Voor de omgevingsvisie geldt daarmee direct een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport (OER in het geval van Deventer) en het doorlopen van de milieueffectrapportage. De MER-procedure is de procedure om tot het OER te komen. De MER-procedure is nader toegelicht in hoofdstuk 3. De wisselwerking tussen de omgevingsvisie, participatie, het OER en raadsbesluiten Om ervoor te zorgen dat er een goede wisselwerking is tussen de omgevingsvisie en het OER, zijn er verschillende interacties tussen vier verschillende werksporen. Hierbij worden de alternatieven (in MERtermen de alternatieven) vanuit het omgevingsvisie-spoor én het koersdocument (als voorkeursvariant) getoetst in het OER-spoor, waarna de bevindingen hiervan weer worden verwerkt in het omgevingsvisiespoor (koersdocument). Via participatie en raadsbesluiten wordt het draagvlak, de kwaliteit en de volledigheid van de documenten gewaarborgd. In afbeelding 1.1 is deze wisselwerking weergegeven.

Afbeelding 1.1 De wisselwerking tussen de verschillende sporen in het proces voor de omgevingsvisie

7 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Initiatiefnemer en Bevoegd Gezag In de MER-procedure voor de omgevingsvisie is de gemeente Deventer zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de omgevingsvisie en het OER. Zij treden op als initiatiefnemer. De gemeenteraad stelt de NRD vast als beoordelingskader. De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag. Naast de initiatiefnemer en bevoegd gezag zijn er ook diverse bestuursorganen en instanties die adviseren over de inhoud van het OER.

1.3

Doel van de NRD

Wat is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau? De NRD heeft een aantal functies. In de eerste plaats is het een kennisgeving van het voornemen om een mer-procedure te doorlopen en een OER op te stellen bij de actualisatie van de omgevingsvisie. Daarnaast raadpleegt gemeente Deventer met de NRD de relevante bestuursorganen en instanties over de reikwijdte en detailniveau van het OER. Een NRD is vormvrij, maar dient voldoende informatie te bevatten om deze bestuursorganen, instanties en andere geïnteresseerden inzicht te geven in de inhoud en de opzet van het op te stellen OER. De afbakening van het onderzoek - ofwel het bepalen van de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek - is belangrijk voor het opstellen van het OER. De reikwijdte heeft betrekking op welke alternatieven en/of varianten, welke milieuaspecten onderzocht gaan worden in het OER en het onderzoeksgebied van het OER. Tevens geeft de NRD inzicht in het beoordelingskader en de wijze van beoordelen dat wordt gehanteerd bij het beoordelen van de effecten. Dit betreft het detailniveau van het onderzoek: hoe uitgebreid en op welke manier worden de verschillende milieuaspecten onderzocht.

8 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

1.4

Leeswijzer

Tabel 1.1 geeft weer welke informatie elk hoofdstuk van deze notitie bevat.

Tabel 1.1 Leeswijzer Hoofdstuk

Informatie

1. inleiding

waarom stelt de gemeente Deventer een omgevingsvisie op en waarom is het nodig om hier een OER bij op te stellen?

2. opgaven en ambities voor Deventer

wat kenmerkt Deventer op dit moment en welke ambitie, doelen en opgave heeft Deventer voor de toekomst?

3. onderzoeksaanpak

uit welke stappen bestaat het onderzoek en welke uitgangspunten worden gehanteerd?

4. beoordelingskader

naar welke aspecten wordt onderzoek uitgevoerd? Welke methodes worden hierbij gehanteerd?

5. vervolg

wat zijn de vervolgstappen?

9 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

2 DE GEMEENTE DEVENTER | WAAR STAAN WE EN WAAR WILLEN WE NAARTOE? 2.1

Gebiedsbeschrijving

De gemeente Deventer (zie afbeelding 2.1), gelegen aan de IJssel in de provincie Overijssel, is een stad met een rijke geschiedenis en een gevarieerd landschap. Het DNA van Deventer wordt gekenmerkt door een combinatie van stedelijke en landelijke elementen, waarbij de IJssel, het rivierenlandschap en de historische binnenstad centraal staan. De historische binnenstad, met zijn kleinschaligheid, authenticiteit en zichtbare historische gelaagdheid, fungeert als de schatkamer en huiskamer van Deventer. Het biedt een unieke sfeer en beleving voor zowel bewoners als bezoekers, met een divers aanbod aan winkels, horeca, culturele voorzieningen en woonmogelijkheden.

Afbeelding 2.1 De wijken binnen de gemeente Deventer volgens het CBS

Landschap en stedelijke structuur De IJssel vormt de levensader van Deventer, waarbij de stad zich oorspronkelijk ontwikkelde langs de hogere gronden aan de rivier. Het rivierenlandschap rondom de stad is dynamisch, met zichtbare relicten zoals dijken, kolken en rivierduinen.

10 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

De stadsrandzone van Deventer, een overgangsgebied tussen stad en land, bestaat uit verschillende groene gebieden die de stad verbinden met het omringende landschap. Deze zones bieden ruimte voor recreatie, zorgboerderijen en stadslandbouw, waardoor stedelijke en landelijke functies harmonieus samenkomen. De stedelijke structuur van Deventer wordt bepaald door historische invalswegen (radialen) en nieuwere structuren zoals de Ceintuurbaan en het Hanzetracé (N337). Deze routes verbinden de verschillende wijken, dorpen en het landelijke gebied met elkaar en met nationale en regionale netwerken. De binnenstad speelt hierin een centrale rol, aangevuld met belangrijke voorzieningen zoals treinstations, winkelcentra, onderwijsinstellingen en het ziekenhuis. Dorpen en buurtschappen De gemeente omvat naast de stad Deventer ook diverse dorpen, elk met een eigen identiteit en historisch gegroeide ruimtelijke structuur: Bathmen, Diepenveen, Schalkhaar, Colmschate, Lettele en Okkenbroek. Daarnaast zijn er ook de kleinere buurtschappen. De stad Deventer samen met de dorpen en kleinere buurtschappen behoudt hun unieke karakter en gemeenschapsgevoel. Deze kernen zijn allemaal nauw verbonden met het omliggende landelijke gebied, wat bijdraagt aan de diversiteit en vitaliteit van de gemeente.

Ruimtelijke opgaven De omgevingsvisie van Deventer identificeert diverse opgaven in de fysieke leefomgeving. Deze opgaven richten zich op het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de samenleving, het bevorderen van gezondheid, het bieden van voldoende en diverse woonmogelijkheden, en het versterken van de economie. Concrete maatregelen omvatten het verminderen van CO2-uitstoot, verbeteren van water- en bodemkwaliteit, bevorderen van biodiversiteit en het creëren van een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeten, bewegen en spelen. Daarnaast ligt de focus op de balans tussen stedelijke verdichting en behoud van ruimtelijke kwaliteit, met aandacht voor kwetsbare waarden zoals cultureel erfgoed en biodiversiteit. De gemeente streeft naar een inclusieve samenleving waar verschillende leefstijlen en leeftijdsgroepen samenkomen, en waar sociale duurzaamheid centraal staat.

2.2

Opgaven, doelen en ambities voor Deventer

Op basis van een aantal belangrijke beleidsdocumenten, zoals de Toekomstvisie Deventer 2040, de Toekomstvisie Wonen en de Visie Landelijk Gebied, heeft de gemeente Deventer diverse opgaven, doelen en ambities opgesteld voor de komende jaren. Deze zijn onderverdeeld in vier categorieën: ‘duurzaam en toekomstgericht’, ‘gezonde leefomgeving’, ‘fijn wonen & samen leven’ en ‘innovatieve economie’. Hieronder worden de belangrijkste opgaven, doelen en ambities per categorie besproken.

2.2.1

Duurzaam en toekomstgericht

Mitigatie De gemeente Deventer zet zich in voor een duurzame en toekomstbestendige fysieke leefomgeving. Dit betekent dat bij de inrichting en het gebruik van de leefomgeving rekening wordt gehouden met natuurlijke en planetaire grenzen en de belangen van toekomstige generaties. Deventer streeft naar vermindering van CO2-uitstoot door meer duurzame energie op te wekken. Uitgaande van ‘gesloten kringlopen’ wordt het gebruik en de productie van hernieuwbare en biobased materialen aangemoedigd en worden primaire grondstoffen efficiënter gebruikt. De water- en bodemkwaliteit worden verbeterd door verontreiniging tegen te gaan en het gebruik in balans met de natuur te brengen. Het behoud en herstel van ecosystemen zijn hierbij essentieel. Deventer wil daarom ook vitale landschapsinclusieve landbouw bevorderen die bijdraagt aan een aantrekkelijk, biodivers en toegankelijk landschap. Natuurlijke processen en een gezonde bodem staan hierbij centraal.

11 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Adaptatie De klimaatverandering vereist adaptatie van de bestaande fysieke leefomgeving en mitigatie van CO2 emissies. Het voorkomen van hittestress, droogte, wateroverlast en -tekort vormen belangrijke adaptatie opgaven. Om klimaatverandering te mitigeren werkt Deventer aan een transitie naar duurzame opwekking, transport en gebruik van energie, en hierbij is het tegengaan van netcongestie essentieel. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen krijgen kwetsbare kwaliteiten zoals biodiversiteit en cultureel erfgoed een volwaardige plek in de afwegingen, door o.a. ruimte voor vergroening. Bestaand en vrijkomend erfgoed (met de focus op agrarisch erfgoed) wordt beschermd, versterkt en benut.

2.2.2

Gezonde leefomgeving

De gemeente Deventer zet zich in voor het ontwikkelen en in stand houden van een gezonde leefomgeving, gebaseerd op de zes dimensies van positieve gezondheid die door de GGD’s worden gehanteerd: Lichaamsfuncties Deventer streeft naar een inrichting van de fysieke leefomgeving die bewegen en gezonde keuzes stimuleert. Tegelijkertijd worden de veiligheid en gezondheid van inwoners beschermd, door het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Openbare ruimtes worden zo ontworpen dat ze uitnodigen tot ontmoeten, bewegen en spelen voor alle leeftijden (0 - 100 jaar). De belangen van voetgangers en fietsers staan centraal, vooral in vergrijzende wijken en rondom belangrijke voorzieningen. Biodiversiteit en ecologische verbindingen worden versterkt om onder andere plaagbestrijding te bevorderen. Verdichting van de stad gaat hand in hand met het verbeteren van de verblijfskwaliteit. Mentaal welbevinden De fysieke leefomgeving wordt zo ingericht dat deze bijdraagt aan de mentale gezondheid onder andere door het voorkomen van eenzaamheid en versterken van weerbaarheid en veiligheidsgevoel. Groen, natuur en biodiversiteit gelden als belangrijke waarden die bijdragen het mentaal welbevinden. Deventer zorgt voor plekken 'in de luwte' om tot rust te komen te midden van de stedelijke dynamiek en hanteert de menselijke maat bij de ontwikkeling van gebouwen en openbare ruimtes.

Het behoud van bestaande kwaliteiten en identiteit van gebieden draagt bij aan het thuisgevoel van inwoners, met extra aandacht voor kwetsbare groepen. Zingeving Om zingeving, persoonlijke ontwikkeling en inclusiviteit te stimuleren, faciliteert de gemeente ontmoetingen tussen verschillende leefstijlen, leeftijden en opleidingsniveaus. Door het mengen van functies, zoals wonen en werken, wordt kennisuitwisseling en ontmoeting bevordert. De gemeente streeft naar gelijke kansen voor alle kinderen, ongeacht hun woonplaats. De kwaliteit van leven De inrichting van de fysieke leefomgeving wordt ingericht met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit van inwoners en bezoekers. Bij stedelijke verdichting wordt de verblijfskwaliteit van de leefomgeving versterkt, ontwikkeling vindt plaats binnen de randvoorwaarden van aanvaardbare milieukwaliteit. Daarom worden waardevolle groene gebieden beschermd en ontwikkeld (de groenblauwe hoofdstructuur in acht nemend). Ook wordt verkeersruimte waar mogelijk terug gegeven aan voetgangers en fietsers. Meedoen Samenleven wordt optimaal gestimuleerd door betrokkenheid te vergoten met de juiste mix van leefstijlen en doelgroepen. Bewonersinitiatieven krijgen meer ruim, waardoor betrokkenheid bij de eigen leefomgeving wordt vergoot.

Verdichting van de stad wordt gezien als middel om ontmoetingen te stimuleren en tegelijkertijd economische kansen te creëren. Hierbij wordt zorgvuldig omgegaan met het sociale weefsel van zowel bestaande als nieuwe woonomgevingen.

12 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Dagelijks functioneren Professionele zorg, ‘noaberschap’ en persoonlijke zorg zijn bereikbaar voor iedereen. Dagelijkse voorzieningen zijn daarom binnen pantoffelafstand en met het openbaar vervoer bereikbaar. Zorgvoorzieningen zijn evenwichtig verdeeld over de gemeente en in woon/zorgomgevingen stemmen we de inrichting van de openbare ruimte af op de (kwetsbare) voetganger en mindervalide inwoners. Ook worden 'Third Places', zoals buurthuiskamers, speeltuinen en bibliotheken, gecreëerd om sociale interactie te bevorderen.

2.2.3

Fijn wonen & samen leven

De gemeente Deventer streeft naar een aantrekkelijke woonomgeving voor huidige en toekomstige inwoners. Hieruit komen vier opgaven voort, voor zowel bestaande als nieuwe woongebieden. Vitale gemeente Wonen, werken en leef kwaliteit worden in balans gebracht. Deventer wil 11.000 nieuwe woningen bouwen om de autonome groei op te vangen en talent aan te trekken. Er wordt ingezet op een diversiteit aan aantrekkelijke en duurzame woonmilieus om verschillende doelgroepen te faciliteren. Duurzame verdichting is een belangrijke pijler, met aandacht voor openbare ruimte, balans tussen drukte en rust, en een duurzaam mobiliteitssysteem. Hiervoor zijn investeringen in de openbare ruimte, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen noodzakelijk. Sociale duurzaamheid De gemeente werkt aan een gevarieerd woningaanbod om een gemengde bevolkingssamenstelling te bevorderen en gelijke kansen te bieden. Inwoners moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, met laagdrempelige zorgvoorzieningen. Deventer streeft naar balans tussen vragers en dragers voor sociale maatschappelijke opgaven en faciliteert ontmoetingen in openbare ruimte en voorzieningen. Kwetsbare doelgroepen krijgen speciale aandacht bij de inrichting van de leefomgeving. Duurzame woongemeente Deventer bouwt aan een gemeente waar het in alle levensfasen goed, gezond en veilig wonen is.

De woningvoorraad moet flexibel zijn om in te spelen op veranderende woonwensen en toekomstige generaties. Nieuwe en verbouwde woningen worden energiezuinig en toekomstbestendig gebouwd om toekomstige woonlasten te beperken. Woningen en openbare ruimtes zijn klimaatbestendig en dus ingericht tegen wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Er wordt zo veel mogelijk circulair gebouwd, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Levendige woongebieden Met een mix van wonen, werken en voorzieningen zijn cruciaal. Deventer zorgt voor voldoende sociaalmaatschappelijke en culturele voorzieningen in alle woongebieden, om samenleven te faciliteren en de stad aantrekkelijk te maken voor nieuwe inwoners. Commercieel-maatschappelijke voorzieningen zoals horeca en detailhandel worden afgestemd op de marktruimte. De openbare ruimte wordt ingericht voor ontmoeting, spelen en bereikbaarheid, met oog voor de behoeften van verschillende generaties en doelgroepen. De leefbaarheid van dorpen en buurtschappen wordt behouden en versterkt.

2.2.4

Innovatieve economie

Concurrentiekracht versterken De gemeente Deventer streeft naar een veelzijdige en veerkrachtige lokale en regionale economie door concurrentiekracht te versterken en ruimte te bieden voor vernieuwing en innovatie. Bestaande en nieuwe werkgebieden worden toekomstbestendig gemaakt, de circulaire economie en verduurzaming spelen hierin een cruciale rol.

13 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Om dit te bereiken, richt Deventer zich op het faciliteren van bedrijven en innovatie in sectoren zoals industrie, ICT, techniek, logistiek, (groot)handel en bouw, evenals de kenniseconomie. Deventer wil bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig maken en de bereikbaarheid over water verbeteren, evenals de verouderde kantorenvoorraad aanpakken. Daarnaast wordt er gewerkt aan het creëren van aantrekkelijke werkruimtes voor de toekomst, vooral in gemengde woon-werkmilieus in de centrumschil en in innovatieve werkmilieus zoals de KennisAs. Het behouden van betaalbare werkruimte blijft een prioriteit. De gemeente zet zich in om scheefwerken tegen te gaan, door ervoor te zorgen dat het juiste type bedrijf zich op de juiste plek vestigt, wat bijdraagt aan een efficiënte en functionele ruimtelijke ordening. Verder wordt er een strategische reserve van vastgoed en kavels behouden, om ruimte te bieden voor schuif-, uitruil- en uitbreidingsmogelijkheden voor toekomstige bedrijfsbehoeften. Boeiende en complete (be)leefstad Daarnaast is het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat cruciaal voor een goed functionerende economie. Deventer benut zijn cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteiten als troefkaarten om talent aan te trekken en te behouden.

Het versterken van voorzieningen, het ontwikkelen van de binnenstad en het verbeteren van de aantrekkelijkheid van horeca zijn belangrijke doelstellingen. Ook wordt ingezet op de kwalitatieve ontwikkeling van verblijfsrecreatie, gericht op nieuwe concepten en doelgroepen. Economisch vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied Er komen grote opgaven af op het agrarisch productielandschap. In het landelijk gebied zoekt Deventer naar een nieuwe balans tussen ecosystemen, natuur en klimaat en een vitale agrarische sector. De doorontwikkeling van economische dragers zoals natuur- en landschapsbeheer, biobased bouwmaterialen, recreatie en zorg worden gestimuleerd. De samenhang en leefbaarheid tussen stedelijke en landelijke economieën wordt versterkt en er wordt ruimte geboden aan lokale bedrijvigheid rond kernen. Woon- en werkgelegenheid in balans Een gezonde balans tussen woningbouw en ruimte voor economische activiteiten is en blijft nodig, zodat groei van de stad gelijk kan opgaan met economische ontwikkeling en investeringen in de bereikbaarheid. Het doel is om de huidige verhouding van circa twee inwoners op één arbeidsplaats minimaal te behouden. Het doel is om jaarlijks nieuwe arbeidsplaatsen te realiseren, in lijn met de groei van de stad.

Deventer zet in op een veerkrachtige en diverse arbeidsmarkt, waarbij het aantrekken van talent en het creëren van een variatie aan woon-, werk-, en woonwerkmilieus centraal staan. Ook het aantrekken en behouden van jongeren is belangrijk en vereist diverse onderwijsprogramma’s en vrijetijdsgelegenheden. Verder wordt beschikbaarheid van personeel voor de economische groeisectoren als ICT, techniek en productie, (groot)handel en logistiek en de kenniseconomie vergroot.

14 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

3 ONDERZOEKSAANPAK | WAT GAAN WE DOEN? 3.1

Rol van het OER

Het OER (Omgevingseffectrapportage) wordt gebruikt als onderzoeksinstrument tijdens het opstellen van de omgevingsvisie. Het OER laat zien waar de uitdagingen liggen op het gebied van milieu en leefomgeving. Het geeft ook aan wat de mogelijke gevolgen zijn van verschillende keuzes in de visie, door deze te vergelijken aan de hand van verschillende alternatieven (zie paragraaf 3.4). De wisselwerking tussen het visiespoor en het OER-spoor wordt gefaciliteerd middels ‘ontwerploops’. Een OER biedt tijdig inzicht in welke keuzes nodig zijn om negatieve effecten te beperken en welke mogelijkheden juist kansen creëren. Zo toetst het OER dus niet enkel achteraf op haalbaarheid, maar faciliteert, met tussenproducten, de ontwikkeling van de visie. Op afbeelding 1.1 is het proces schematisch verbeeld, waarbij de relaties en verbindingen tussen de producten uit de twee sporen en het participatiespoor en het raadsbesluitspoor zichtbaar zijn. De inzichten uit het OER geven input aan het stapsgewijs actualiseren van de omgevingsvisie. De foto van de leefomgeving geeft input voor aanscherping van de opgaven. Het concept-OER geeft inzicht in de impact van de alternatieven. Deze alternatieven worden samengesteld aan de hand van een assenkruis, waarmee door gebruik van twee scherpe tegenstellingen, vier alternatieven worden opgesteld, zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 3.1 Assenkruis van Deventer

15 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

De gekozen visie op hoofdlijnen (waarschijnlijk een combinatie van elementen van de verschillende alternatieven van het assenkruis) wordt ook beoordeeld in het OER. Verder worden randvoorwaarden, aandachtspunten en onzekerheden vastgelegd in het OER, zodat daar in de beleidsuitwerking en monitoring aandacht aan besteed kan worden. Hoofdvragen voor het OER Het OER gaat in op de volgende hoofdvragen: 1 wat is de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving? 2 hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder actualisatie van de omgevingsvisie)? 3 welke alternatieven (van het assenkruis) volgen uit de concretisering van de ambities? 1 4 wat zijn de effecten van deze alternatieven? 5 wat zijn de effecten van het gekozen voorkeursalternatief die in de omgevingsvisie wordt opgenomen, en welke mitigerende maatregelen worden in het voorkeursalternatief getroffen? 6 wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? 7 wat zijn de leemten in kennis?

3.2

Kern van de aanpak

De onderzoekaanpak bestaat op hoofdlijnen uit: 1 vaststellen opgaven Deventer; 2 uitwerken integraal beoordelingskader voor het beoordelen van omgevingseffecten en het doelbereik; 3 foto van de leefomgeving: beschrijving/weergave van de Deventer leefomgeving. Samen met de evaluatie van het huidige beleid wordt deze uitgewerkt tot referentiesituatie OER; 4 vaststellen alternatieven; 5 effecten en vergelijking van de alternatieven: beoordeling van de alternatieven op basis van omgevingseffecten en doelbereik, schematisch weergegeven met het Rad van de Leefomgeving (zie Hoofdstuk 4); 6 beoordeling van de effecten van het voorkeursalternatief: evaluatie van het voorkeursalternatief op omgevingseffecten en doelbereik, schematisch weergegeven met het Rad van de Leefomgeving. Daarnaast wordt er ook een kwalitatieve passende beoordeling op Natura 2000 verplichtingen uitgevoerd; 7 data-gedreven en doorlopende monitoring en evaluatie.

3.3

Uitgangspunten

Plan- en studiegebied De omgevingsvisie heeft betrekking op het gehele grondgebied van gemeente Deventer. Dit is het plangebied. De effecten van de omgevingsvisie kunnen echter ook buiten de grenzen van de gemeente optreden. Dit is het studiegebied voor het OER. Situatie in het onderzoek Het OER geeft informatie over allerlei aspecten van de leefomgeving (zie beoordelingskader) en onderscheidt daarbij de volgende situaties: - huidige situatie: dit is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2024 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is. In de praktijk is dit vaak het jaar 2021, 2022 of 2023; - referentiesituatie: de situatie die tot en met 2040 -met een doorkijk naar 2050- zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de omgevingsvisie niet wordt geactualiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen:

1

De alternatieven worden ontwikkeld binnen de omgevingsvisie (daar scenario’s genoemd). Wel levert het OER een bijdrage aan het ontwikkelproces.

16 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

·

-

generieke (exogene) autonome ontwikkelingen: algemene trends en ontwikkelingen als klimaatverandering of vergrijzing, die Deventer als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft; · autonoom omgevingsbeleid: voorzetting van het huidige (sectorale) beleid en autonome projecten. Hier vallen onder bouw- en infraprojecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden maar die nog niet uitgevoerd zijn. Voor het jaar 2040, en met name de doorkijk naar 2050, is vaak beperkte informatie beschikbaar en bestaat de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen. In het OER wordt aangegeven welke bronnen zijn gebruikt voor het schetsen van de referentiesituatie en of bijvoorbeeld prognoses tot 2040 zijn geëxtrapoleerd naar 2050; alternatieven: De alternatieven schetsen vier mogelijk ontwikkelrichtingen voor Deventer in 2040, met een doorkijk naar 2050; voorkeursalternatief: Het voorkeursalternatief bevat de hoofdlijnen van de geactualiseerde omgevingsvisie Deventer.

3.4

Alternatievenontwikkeling

Werken met Alternatieven Uit de omgevingsvisie 1.0 en onze analyses blijkt dat Deventer veel kwaliteiten heeft om trots op te zijn. Tegelijkertijd zijn er ook minder positieve aspecten en trends die deze kwaliteiten kunnen bedreigen. Hoewel er al veel beleid is waarbij veel partijen op één lijn zitten, zijn er ook grote meningsverschillen over hoe problemen moeten worden aangepakt. In zulke gevallen is het nuttig om verschillende ontwikkelrichtingen te verkennen en te beoordelen wat de gevolgen daarvan zijn voor de omgeving. We hebben gemerkt dat alternatieven het beste werken als ze de verschillen in de samenleving en het bestuur benadrukken. Door de uitersten op een horizontale en verticale as te zetten, ontstaan er vier duidelijke alternatieven. Het is waardevol om deze alternatieven samen te ontwikkelen en de samenleving hierop te laten reageren. Tegenstellingen in Deventer In Deventer is de eerste grote tegenstelling in denken de mate van verstedelijking. Aan de ene kant zijn er argumenten om Deventer zoveel mogelijk te behouden zoals het is en willen niet verder gaan dan de geplande woningbouw. Dit standpunt plaatsen we links op de x-as. Het andere uiterste is een forse groei, zoals regionaal wordt besproken, en dit plaatsen we helemaal rechts op de x-as. De tweede tegenstelling gaat over de aanpak van ontwikkelingen.

Moeten we vasthouden aan de bestaande, sectorale manier met nadruk op individuen, materiele welvaart, en buitenstedelijke uitbreiding? Of moeten we kiezen voor een vernieuwende aanpak, waarbij we alles integraal bekijken, meer gericht op het collectief en brede welvaart, en vanuit water en bodem redeneren? Deze uitersten plaatsen we onder en boven op de y-as. Dit leidt tot vier alternatieven, die verder zijn uitgewerkt in schematische kaarten en visuele dwarsdoorsnedes/collages.

17 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

4 BEOORDELINGSKADER | HOE EN WAT GAAN WE BEOORDELEN? 4.1

Beoordelingskader leefomgevingseffecten (Deventer rad van de leefomgeving)

Om de huidige staat en de milieueffecten te beoordelen, gebruiken we Het Rad van de Leefomgeving. Het Rad van de Leefomgeving is een raamwerk dat is opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie, en legt nadruk op het maatschappelijke doel van de omgevingswet (Artikel 1.3): het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van de maatschappelijke behoeften. Het rad beoordeelt projecten op hun impact op de leefomgeving, met een focus op zowel bescherming als ontwikkeling. Het rad bestaat uit twee helften, waarvan één helft focust op de fysieke leefomgeving en de andere helft op maatschappelijke behoeften. Deze twee helften zijn verder onderverdeeld in vier perspectieven: een veilige en gezonde leefomgeving (fysiek), een goede omgevingskwaliteit (fysiek), de woonomgeving (maatschappelijk) en de economische omgeving (maatschappelijk). Afbeelding 4.1 toont een versie van het Rad van de Leefomgeving, specifiek ontworpen op basis van de ambities en doelen die de gemeente Deventer heeft opgesteld. Op basis hiervan zijn de vier perspectieven van het rad verder opgesplitst in twaalf categorieën. Deze categorieën worden vervolgens beoordeeld aan de hand van gekoppelde aspecten, die helpen om beleidskeuzes te evalueren en de foto van de Leefomgeving te bepalen.

Hierdoor biedt het rad een duidelijke methodiek voor het in kaart brengen en analyseren van de effecten van gemeentelijk beleid op de leefomgeving. De bronnen en methode worden in nog op te stellen Foto van de Leefomgeving en het OER nader uitgewerkt. Alle aspecten worden in het OER op een kwalitatieve manier beoordeeld.

18 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Afbeelding 4.1 Het rad van de leefomgeving voor de omgevingsvisie van de gemeente Deventer

4.2

Beoordelingsmethode

In het OER worden drie verschillende type beoordelingen gegeven: 1) de beoordeling van de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving ten opzichte van wettelijke normen, gemeentelijke doelen of in vergelijking met provincie Overijssel of Nederland; 2) de beoordeling van de effecten van de alternatieven en het voorkeursalternatief op de leefomgevingsthema’s. Dit geeft aan of de alternatieven leiden tot kansen of risico op deze thema’s; 3) de beoordeling van het doelbereik van de alternatieven en het voorkeursalternatief. Dit laat zien waar er meer of minder potentie is om de gestelde opgaven en doelen te bereiken met de voorgenomen keuzes. De beoordelingswijze 1 en 2 gaan over leefomgevingseffecten en beoordelingswijze 3 gaat over het doelbereik. Hieronder worden de verschillende beoordelingswijzen uitgelicht. In de beoordeling in het rad wordt de ruimtelijke dimensie niet meegenomen, wat betekent dat er niet op wijk/gebiedsniveau wordt weergegeven waar de knelpunten zitten. In het OER komen de ruimtelijke nuances echter wel naar voren via tekstuele toelichting. Beoordeling van de foto van de leefomgeving Bij beschouwing van de indicatoren wordt een kwalitatieve beoordeling gegeven van de huidige staat. Indien van toepassing, worden gestelde (wettelijke) normen gehanteerd als maatlat voor de beoordeling. In andere gevallen worden gemeentelijke beleidsdoelen gebruikt.

Het niet of niet geheel voldoen aan deze normen of doelen vormt een knelpunt. Bij het ontbreken van een gestelde (wettelijke) norm of gemeentelijk beleidsdoel wordt de beoordeling overwegend gebaseerd op een vergelijking met provincie Overijssel en/of Nederland.

19 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Voor de beoordeling van de huidige situatie wordt een vijfpuntschaal gebruikt (zie tabel 4.1). Deze vijfpuntsschaal wordt per aspect nog verder geduid met maatschappelijke ambities (bijvoorbeeld op indicatoren omtrent welzijn), wetenschappelijke aanbevelingen (bijvoorbeeld indicatoren omtrent klimaat), en wettelijke normen (zoals bijvoorbeeld voor Natura 2000 bescherming). Omdat de omgevingsvisie reikt tot in de middellange termijn, wordt er dus niet alleen getoetst aan wettelijke normen maar ook aan het brede maatschappelijke doel van de nationale omgevingsvisie om nu en in de toekomst een veilige en gezonde leefomgeving te houden voor huidige en toekomstige generaties. Elk aspect wordt beoordeeld gebaseerd op de indicatoren (zie paragraaf 4.3). De huidige staat van Deventer wordt vervolgens per thema gevisualiseerd op het Rad van de Leefomgeving. Daarnaast wordt een inschatting gemaakt van de referentiesituatie, gebaseerd op autonome ontwikkelingen in Deventer en in heel Nederland. Deze inschatting wordt ook weergegeven in het Rad van de Leefomgeving. Indien er geen beleid of referentie beschikbaar is, wordt de staat van de leefomgeving van Deventer wel beschreven, maar wordt er geen beoordeling gegeven.

Tabel 4.1 Beoordelingsschaal voor de Foto van de Leefomgeving van Deventer Score

Toelichting

5

de staat is goed, er zijn geen knelpunten (ambities worden overal gehaald)

4

de staat is overwegend goed, lokaal zijn er wel wat knelpunten (ambities worden grotendeels gehaald)

3

de staat is redelijk, verspreid zijn er knelpunten (ambities worden vaak wel, soms niet gehaald)

2

de staat is matig, er zijn redelijk wat knelpunten (ambities worden soms gehaald)

1

de staat is slecht, er zijn overal knelpunten (ambities worden nergens gehaald)

Beoordeling van de effecten van alternatieven op de leefomgeving Voor elk van de alternatieven worden de effecten op de thema’s uit het beoordelingskader (paragraaf 4.2) bepaald en beoordeeld. De beoordeling van de milieueffecten wordt gedaan ten opzichte van de referentiesituatie met behulp van de beoordelingsschaal in tabel 4.2. Wanneer er mogelijkheden zijn voor verbetering ten opzichte van de referentiesituatie, verschijnt er in het Rad van de Leefomgeving een groene pijl vanaf de referentielijn. Hoe langer de pijl, hoe groter de kans. Ook wordt de pijl breder naarmate er meer aspecten zijn binnen een thema waar kansen in worden gezien. Dit zorgt ervoor dat er meer nuance is met betrekking tot de invloed van de verschillende aspecten binnen een thema. Voor risico's op verslechtering geldt hetzelfde, maar dan met een rode pijl. Hoe groter het risico, hoe langer de rode pijl, en hoe meer aspecten er zijn met risico’s, hoe breder de pijl. De grootte van het risico hangt ook af van waar in de gemeente iets optreedt; bij een effect wat in de gehele gemeente kan optreden is de kans of het risico groter, dan bij effecten die gebiedsgebonden zijn. Er zal kwalitatief in het MER worden aangegeven of bepaalde effecten gemeente-breed zijn of gebiedsgebonden. Knelpunten kunnen op verschillende plekken voorkomen en dat wordt meegenomen in de beoordeling.

De integrale beoordeling met de pijlen blijft wel integraal voor de gehele gemeente.

Tabel 4.2 Beoordelingsschaal voor de effecten van alternatieven Score

Toelichting kansen; er zijn kansen op een verbetering van de milieueffecten ten opzichte van de referentiesituatie

=

20 | 32

neutraal; geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Score

Toelichting risico’s; er zijn risico’s op een verslechtering van de milieueffecten ten opzichte van de referentiesituatie

Beoordeling van het doelbereik Naast het beschrijven en beoordelen van leefomgevingseffecten bevat het OER ook een beoordeling van het doelbereik. Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre de gestelde opgaven, ambities en doelen met het alternatief behaald kunnen worden. De beoordeling laat zien waar er meer of minder potentie is om de gestelde opgaven en doelen te bereiken met de voorgenomen keuzes. Bij deze inschatting wordt gebruik gemaakt van de beoordelingsschaal in tabel 4.3. Tabel 4.3 Toetsing doelbereik Score

Toelichting hoge potentie voor het behalen van het doel

beperkte potentie voor het behalen van het doel

geen potentie voor het behalen van het doel

4.3

Beoordelingskader

Tabel 4.4 bevat alle perspectieven, thema’s en aspecten uit het Rad van de Leefomgeving voor Deventer. In de volgende paragrafen worden per thema de indicatoren beschreven die worden gebruikt om de aspecten binnen dat thema te beoordelen. Daarnaast volgt een uitleg over de ambities en doelen waarop de keuze voor de aspecten en indicatoren is gebaseerd. Dit beoordelingsthema bevat de omgevingsthema’s waarop wordt beoordeeld. Dit zijn soms overlappende, en soms wezenlijk andere thema’s dan de beleidsthema’s (uiteengezet in hoofdstuk 2) waarop beleid wordt gemaakt.

Tabel 4.4 Beoordelingskader voor het Rad van Deventer Perspectief

Thema

Aspect

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

gezonde leefomgeving

ervaren gezondheid gezonde leefstijl geluid & luchtkwaliteit geur hittestress

21 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Perspectief

Thema

Aspect straling

veilige leefomgeving

waterveiligheid externe veiligheid verkeersveiligheid

Goede omgevingskwaliteit

klimaatneutraal

broeikasemissies

natuurlijke systemen

bodem & ondergrond grondwater oppervlaktewater wateroverlast & droogte

gezonde natuur

biodiversiteit natuurgebieden

waardevolle ruimte

waardevolle landschappen kwaliteit openbare ruimte cultuurhistorie, erfgoed en archeologie

woonomgeving

welzijn

sociale samenhang perceptie van levenskwaliteit inclusiviteit sociale veiligheid

fijn wonen

passend woningaanbod voorzieningenaanbod recreatie

bereikbaar

modal split bereikbaarheid auto bereikbaarheid OV bereikbaarheid fiets

economische omgeving

ruimte voor werken

energienetwerk vestigingsklimaat vestigingslocaties landbouwareaal

economisch vitaal

werkgelegenheid verdienmogelijkheden kennis & innovatie

natuurlijke hulpbronnen

drinkwater minerale & fossiele grondstoffen circulariteit

In de volgende paragrafen wordt per Aspect geduid welke indicatoren er worden gebruikt om het aspect te kwantificeren of kwalitatief te duiden. Gemeente overschrijdende effecten Per aspect wordt er ook aangegeven of er een gemeente-overschrijdend effect waarschijnlijk is. Dat moet als volgt worden geinterpreteerd: Als de effecten die optreden als gevolg van nieuw gemeentelijk beleid ook significante en directe invloed kunnen hebben op de staat van de indicatoren in naburige gemeenten. Er zal

22 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

altijd voor elke indicator een bepaalde verwevenheid zijn met naburige gemeenten, dus deze definitie is scherper en gaat alleen over grotere significante effecten die in een andere gemeente meetbaar en attribueerbaar kunnen zijn aan het Deventer beleid. Dit betekent dat er in sommige gevallen in de tabellen in de volgende paragrafen staat dat een aspect geen effect heeft op naburige gemeenten. Dit betekent niet strikt genomen dat het aspect niet verweven is met andere gemeenten, maar dat wordt ingeschat dat het effect niet meetbaar of significant zal zijn. In het OER zal dit vervolgens per indicator ook worden aangegeven of er per indicator een effect verwacht kan worden. Maar het effect op naburige gemeenten wordt niet in het OER niet gekwantificeerd of verder geduid.

4.3.1

Thema gezonde leefomgeving

In tabel 4.5 worden de aspecten en indicatoren getoond aan de hand waarvan het thema gezonde leefomgeving wordt beoordeeld in de Foto van de Leefomgeving en de effectbepaling op de alternatieven. Deventer streeft naar een gezonde leefomgeving met een focus op preventieve zorg en positieve gezondheid. De fysieke omgeving wordt zo ingericht dat bewegen en gezonde keuzes worden gestimuleerd. Veiligheid en gezondheid van inwoners worden beschermd door een afgewogen indeling van de gemeente. Er is aandacht voor een sociaal duurzame samenleving waarin vragers en dragers in balans zijn, en kwetsbare waarden worden beschermd. De belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema milieukwaliteit en gezondheid zijn: - fysieke omgeving zo indelen dat bewegen en gezonde keuzes gestimuleerd worden; - bescherming en stimulering van gezondheid van inwoners; - sociaal duurzame samenleving met balans tussen vragers en dragers in de wijk; - ontwikkelen van de fysieke leefomgeving met oog voor kwetsbare waarden;

Tabel 4.5 Aspecten en indicatoren voor het thema gezonde leefomgeving Aspect

Indicator

Gemeente-overschrijdend effect?

ervaren gezondheid

- het aantal jaren vanaf geboorte naar verwachting - het aantal gezonde jaren vanaf geboorte naar verwachting - ervaren gezondheid

Nee

gezonde leefstijl

- beweegrichtlijnen - overgewicht - broze gezondheid onder ouderen

Nee

geluid & luchtkwaliteit

- milieugezondheidsrisico - geluidsbelasting alle bronnen

Ja

Geur

- geurbronnen

Ja

Hittestress

- mate van hittestress (gevoelstemperatuur en stedelijke hitte-eiland effect)

Nee

Straling

- stralingswaarden

Ja

4.3.2

Thema veilige leefomgeving

In Tabel 4.6 worden de aspecten en indicatoren getoond aan de hand waarvan het thema veilige leefomgeving wordt beoordeeld in de Foto van de Leefomgeving van Deventer en het OER. Deventer wil een veilige woon-, verblijfs- en werkomgeving creëren door het handhaven van volksgezondheid en leefomgevingskwaliteit. Er wordt ingezet op het voorkomen van gevaar, overlast en hinder, met een focus op

23 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

risicogestuurd beheer en preventie. De belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema veiligheidsrisico’s zijn: - voorkomen van gevaar, overlast en hinder; - implementeren van risico gestuurd beheer; - snelle interventie bij knelpunten in het systeem.

Tabel 4.6 Aspecten en indicatoren voor het thema veilige leefomgeving Aspect

Indicator

Gemeente-overschrijdend effect?

waterveiligheid

- aantal inwoners dat bloot wordt gesteld aan gevolgen van een overstroming - Maximale waterdiepte bij een dijkdoorbraak

Ja

externe veiligheid

- plaatsgebonden risico - aandachtsgebieden - transport gevaarlijke stoffen

Ja

verkeersveiligheid

- # ongevallen met dodelijke afloop/jaar - # ongevallen met letsel tot gevolg/jaar

Nee

4.3.3

Thema klimaatneutraal

In Tabel 4.7 worden de aspecten en indicatoren getoond aan de hand waarvan het thema klimaatneutraal wordt beoordeeld in de foto van de leefomgeving van Deventer en het OER. Deventer richt zich op het verminderen van negatieve gezondheidseffecten door weersextremen en het verduurzamen van de bebouwde omgeving. Maatschappelijke initiatieven en technologische innovaties voor verduurzaming worden gestimuleerd. Het doel is om de CO2-uitstoot aanzienlijk te verminderen tegen 2030 en klimaatneutraal te zijn in 2050. De belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema klimaat zijn: - verminderen van negatieve gezondheidseffecten door weersextremen; - stimuleren van maatschappelijke initiatieven in verduurzaming; - bevorderen van technologische innovaties voor verduurzaming; - CO2-uitstoot verminderen met ten minste 55 % tegen 2030; - klimaatneutraal zijn in 2050; - verduurzamen van de bebouwde omgeving, inclusief warmte- en energietransitie.

Tabel 4.7 Aspecten en indicatoren voor het thema klimaatneutraal Aspect

Indicator

Gemeente-overschrijdend effect?

emissie & vastlegging broeikassen

- emissie CO2-equivalenten per inwoner per jaar

Ja

4.3.4

Thema natuurlijke systemen

In tabel 4.8 worden de aspecten en indicatoren getoond aan de hand waarvan het thema natuurlijke systemen wordt beoordeeld in de Foto van de Leefomgeving van Deventer en het OER. Deventer streeft naar een inrichting van de fysieke leefomgeving binnen planetaire en gemeentelijke grenzen. De nadelige effecten buiten deze grenzen worden gedempt. Er is speciale aandacht voor de verslechtering van water- en bodemkwaliteit. De belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema natuurlijke systemen zijn: - inrichting en gebruik van de fysieke leefomgeving binnen planetaire en gemeentelijke grenzen;

24 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

-

dempen van nadelige effecten buiten de planetaire en gemeentelijke grenzen; verbeteren van water- en bodemkwaliteit en -kwantiteit.

Tabel 4.8 Aspecten en indicatoren voor het thema natuurlijke systemen Aspect

Indicator

Gemeente-overschrijdend effect?

bodem & ondergrond

- intensiviteit gebruik ondergrond - bodemvitaliteit - bodemverontreiniging - ondiepe bodemdaling door veenoxidatie, inklinking en grondwaterstandsverlaging (mm/jaar)

Nee

grondwater

- grondwaterkwaliteit - grondwaterstand

Ja

oppervlaktewater

- oppervlaktewaterkwaliteit - zoetwateraanvoer en -beschikbaarheid

Ja

wateroverlast & droogte

- risico wateroverlast (bij extreme neerval) - waterbergend vermogen ondergrond (m3) - duur en frequentie van periodes van droogte

Nee

4.3.5

Thema gezonde natuur

In Tabel 4.9 worden de aspecten en indicatoren getoond aan de hand waarvan het thema gezonde natuur wordt beoordeeld in de Foto van de Leefomgeving van Deventer en het OER. De gemeente wil de ecologische kwaliteit en biodiversiteit waarborgen en vergroten. Er wordt gewerkt aan het beperken van overlast door plaagsoorten en het ontwikkelen van natuurgebieden. Ruimte voor natuur wordt gereserveerd bij bouwplannen. De belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema natuur zijn: - waarborgen en vergroten van ecologische kwaliteit en biodiversiteit; - verminderen van overlast door plaagsoorten; - beschermen en ontwikkelen van bestaande natuurgebieden; - ruimte reserveren voor natuur-inclusief bouwen bij nieuwbouwplannen; - opstellen van een Biodiversiteitsplan en Ambitiekaart Ecologie; - duurzame landbouw en integratie van ecologie met klimaatadaptatie; - beperken van schadelijke effecten van verontreinigd water en licht op ecologie; - ecologisch beheer in de openbare ruimte; - versterken van groene en blauwe ecologische structuren om een robuust systeem te creëren; - bewustwording en betrokkenheid van de gemeenschap bij de ecologische waarde van de omgeving.

Tabel 4.9 Aspecten en indicatoren voor het thema gezonde natuur Aspect

Indicator

Gemeente-overschrijdend effect?

biodiversiteit

- beschermde soorten - overige niet-beschermde soorten - bijen/insecten diversiteit - lichtvervuiling

Ja

natuurgebieden

- Natura 2000-gebieden en NNN - Kader Richtlijn Water (KRW) gebieden - stikstofdepositie

Ja

25 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

4.3.6

Thema waardevolle ruimte

In Tabel 4.10 worden de aspecten en indicatoren getoond aan de hand waarvan het thema waardevolle ruimte wordt beoordeeld in de foto van de Leefomgeving van Deventer en het OER. De gemeente wil de fysieke leefomgeving zo inrichten dat het bijdraagt aan de kwaliteit van leven voor inwoners en bezoekers. Cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteiten worden benut om talent aan te trekken en te behouden. De belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema landschap en openbare ruimte zijn: - inrichten van de fysieke leefomgeving voor hogere kwaliteit van leven; - benutten en ontwikkelen/versterken van cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteiten als troefkaarten; - aantrekken en behouden van talent door een aantrekkelijke leefomgeving; - ontwikkelen van een robuuste groenblauwe structuur; - ontwikkelen en versterken van cultuurhistorische elementen en structuren.

Tabel 4.10 Aspecten en indicatoren voor het thema waardevolle ruimte Aspect

Indicator

Gemeente-overschrijdend effect?

waardevolle landschappen

- landschappelijke structuren en elementen en landschappelijk gebruik (historische geografie)

Nee

openbare ruimte

- omvang en kwaliteit groen - beweegvriendelijkheid - zitgelegenheid - tevredenheid over de leefbaarheid

Nee

cultuurhistorie, erfgoed en archeologie

- # monumenten - staat van onderhoud monumenten - beschermde stads- en dorpsgezichten - archeologische waarden

Ja

4.3.7

Thema welzijn

In tabel 4.11 worden de aspecten en indicatoren getoond aan de hand waarvan het thema welzijn wordt beoordeeld in de foto van de Leefomgeving van Deventer en het OER. De fysieke leefomgeving moet bijdragen aan het bevorderen van (mentale) gezondheid, het voorkomen van eenzaamheid en het versterken van weerbaarheid en veiligheidsgevoel. Het bevorderen van 'noaberschap' en het faciliteren van ontmoetingsplekken zijn belangrijk. De belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema welzijn zijn: - bijdragen aan het bevorderen van (mentale) gezondheid en voorkomen van eenzaamheid; - versterken van weerbaarheid en veiligheidsgevoel; - stimuleren van 'noaberschap' en onderlinge zorg; - faciliteren van ontmoetingsplekken en sociale netwerken; - professionele zorg bereikbaar maken waar nodig; - behoud en versterking van de leefbaarheid van de dorpen en buurtschappen.

Tabel 4.11 Aspecten en indicatoren voor het thema welzijn Aspect

Indicator

Gemeente-overschrijdend effect?

sociale samenhang

- contact met vrienden/familie/buren (% inwoners dat minimaal 1 keer per week digitaal of live contact heeft) - eenzaamheid (% volwassen inwoners dat zich matig of ernstig eenzaam voelt)

Nee

26 | 32

Witteveen+Bos | 142929/25-001.378 | Definitief 03

Aspect

Indicator

Gemeente-overschrijdend effect?

- samengestelde indicator sociale cohesie inclusiviteit

- vertrouwen in instituties - Sociaaleconomische Status (SES)

Ja

perceptie van levenskwaliteit

- mate van tevredenheid leven - regie over eigen leven

Ja

- # geurgehinderden/jaar sociale veiligheid

4.3.8

- # geregistreerde misdrijven/jaar - onveiligheidsgevoelens in de buurt

Nee

Thema fijn wonen

In tabel 4.12 worden de aspecten en indicatoren getoond aan de hand waarvan het thema fijn wonen wordt beoordeeld in de foto van de Leefomgeving van Deventer en het OER. Deventer wil een vitale gemeente blijven door een juiste balans tussen wonen, werken en leefkwaliteit. Er worden 11.000 nieuwe woningen gebouwd om woningtekorten op te vangen. De leefomgeving moet geschikt zijn voor alle levensfasen en bijdragen aan een duurzame en gezonde woonomgeving. De belangrijkste doelen en ambities van de gemeente voor het thema wonen en woonomgeving zijn: - balans tussen wonen, werken en leefkwaliteit duurzaam in stand houden; - bouw van 11.000 nieuwe woningen per 2035 om woningtekorten op te vangen; - geschikte leefomgeving voor alle levensfasen realiseren; - bijdragen aan een duurzame en gezonde woongemeente; - voorzieningen op peil houden en versterken; - bouwen aan levendige woongebieden met een mix van wonen, werken en voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15108299/1