2025-14-11 Globale passende beoordeling
Tekst van het document
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H3160
zure vennen
=
=
H4010A
vochtige heiden (hogere zandgronden)
>
>
H4030
droge heiden
>
>
H5130
jeneverbesstruwelen
=
>
H6230*
heischrale graslanden
=
=
H7110B*
actieve hoogvenen (heideveentjes)
=
>
H7150
pioniervegetaties met snavelbiezen
=
=
=
=
=
habitatrichtlijnsoorten H1166
kamsalamander broedvogels
A107
korhoen
>
>
40
A224
nachtzwaluw
=
=
45
A276
roodborsttapuit
=
=
60
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
I.3
Borkeld
De Borkeld is onderdeel van een eindmorene tussen Hellendoorn en Lochem. Het gebied is gevarieerd door gradiënten in hoogte en tussen zandige, ijzerhoudende lemige en venige bodem. De vegetatie in het gebied bestaat aan de randen uit heide, jeneverbesstruweel en bos. In het centrale deel van het gebied ligt een voormalig hoogveen dat nu vergrast en enigszins verbost is. Ten westen hiervan komt een strook met vergraste natte heide voor die over gaat in een groter droog heidegebied. Het leemkuilengebied is deels vergraven en deels onvergraven. Als gevolg hiervan bestaat het uit een kleinschalig patroon van heischrale graslanden en natte heide, omgeven door bos. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor negen habitattypen (Ministerie van Economische Zaken, 2013a).
Tabel I.3 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Borkeld Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
habitattypen H2310
stuifzandheiden met struikhei
=
=
H2330
zandverstuivingen
=
=
H3160
zure vennen
=
>
H4010A
vochtige heiden (hogere zandgronden)
>
>
H4030
droge heiden
=
>
H5130
jeneverbesstruwelen
>
>
H6230*
heischrale graslanden
>
=
H7150
pioniervegetaties met snavelbiezen
=
=
H9190
oude eikenbossen
=
>
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
I.4
Boetelerveld
Het Boetelerveld is een vochtige heide in Salland. In het reservaat zijn naast de uitgestrekte natte en vochtige heide en de vochtige grove dennenbossen ook kleine oppervlakten aanwezig met blauwgrasland, zwak gebufferde vennen, heischraal grasland en jeneverbesstruweel. Het bos in het centrale deel verdeelt het natte heidegebied in twee stukken. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor zes habitattypen en twee habitatrichtlijnsoorten (Ministerie van Economische Zaken, 2013b).
Tabel I.4 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Boetelerveld Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H3130
zwakgebufferde vennen
=
=
H4010A
vochtige heiden (hogere zandgronden)
>
>
H5130
jeneverbesstruwelen
=
=
H6230*
heischrale graslanden
=
=
H6410
blauwgraslanden
>
=
H7150
pioniervegetaties met snavelbiezen
=
=
habitatrichtlijnsoorten H1166
kamsalamander
=
=
=
H1831
drijvende waterweegbree
=
=
=
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
I.5
Landgoederen Brummen
Landgoederen Brummen bestaat uit de deelgebieden Leusveld, Landgoed Voorstonden en de Empesche en Tondensche Heide. Deze terreinen op de overgang van de Veluwe naar het IJsseldal danken hun bijzondere ecologische kwaliteit aan kwel- en bronwater. In het verleden is hier op uitgebreide schaal blauwgrasland aanwezig geweest. Hoewel de grondwaterinvloed sterk is verminderd, heeft de bijzondere geohydrologische gesteldheid, in combinatie met het gevoerde beheer, ervoor gezorgd dat schraalland- en veenrestanten nog steeds een refugium vormen voor elders verdwenen planten en dieren. Deze kunnen bij de geplande regionale herstelmaatregelen een uitbreiding van hun geschikte leefgebied tegemoet zien. Eén van de belangrijke soorten hier is de kamsalamander, die op de hele reeks van landgoederen in de flanken van het IJsseldal een geschikt leefgebied vindt. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor negen habitattypen en twee habitatrichtlijnsoorten (Provincie Gelderland, 2016a)
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
Tabel 1.5 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Landgoederen Brummen Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H3130
zwakgebufferde vennen
=
>
H3160
zure vennen
=
=
H3260A
beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels)
>
=
H4010A
vochtige heiden (hogere zandgronden)
>
>
H6230*
heischrale graslanden
>
>
H6410
blauwgraslanden
>
>
H7150
pioniervegetaties met snavelbiezen
=
=
H9120
beuken-eikenbossen met hulst
=
=
H91E0C*
vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
=
>
habitatrichtlijnsoorten H1166
kamsalamander
>
>
>
H1831
drijvende waterweegbree
>
>
>
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
I.6
Wierdense Veld
Het Wierdense veld is een restant van een ooit uitgestrekt veenlandschap in Twente. Het gebied is grotendeels afgegraven voor de turf. Het is begroeid met vochtige heide en enkele berkenbosjes. Binnen het hoogveen is het dekzandreliëf plaatselijk zo sterk en uitgesproken dat op dekzandruggen droge heide voorkomt. In de laagste delen van het Wierdense Veld komen natte heiden en hoogveenbegroeiingen gezamenlijk voor. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor vier habitattypen (Provincie Overijssel, 2017).
Tabel 1.6 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Wierdense Veld Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H4030
droge heiden
=
>
H6230*
heischrale graslanden
=
=
H7110A*
actieve hoogvenen, hoogveenlandschap
>
>
H7120
herstellende hoogvenen
= (<)
>
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
Code
Nederlandse naam
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
I.7
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
Stelkampsveld
Het gebied is een fraai voorbeeld van het Achterhoekse kampenlandschap. Kenmerkend is de kleinschalige afwisseling van essen, heide en hoeven. Stelkampsveld maakt deel uit van het landgoed Beekvliet. Het fraaiste perceel herbergt een gradiënt van droge heide, natte heide, heischraal grasland, basenminnend blauwgrasland naar venbegroeiingen. Waar het basenrijk grondwater uittreedt in het blauwgrasland, treedt een begroeiing van het kalkmoeras op. Het betreft één van de weinige binnenlandse groeiplaatsen van Grote muggenorchis en Parnassia en één van de weinige landelijke groeiplaatsen van Wolfsklauwmos. De basenminnende begroeiingen zijn vooral afhankelijk van een diepere regionale grondwaterstroom, de lokale grondwaterstromen zijn echter ook van groot belang. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor negen habitattypen en één habitatrichtlijnsoort (Provincie Gelderland, 2016b).
Tabel I.7 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Stelkampsveld Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H3130
zwakgebufferde vennen
>
>
H4010A
vochtige heiden (hogere zandgronden)
>
>
H4030
droge heiden
=
=
H6230*
heischrale graslanden
>
>
H6410
blauwgraslanden
>
=
H7150
pioniervegetaties met snavelbiezen
>
>
H7230
kalkmoerassen
>
>
H9120
beuken-eikenbossen met hulst
=
=
H91E0C*
vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
>
>
>
>
habitatrichtlijnsoorten H1166
kamsalamander
>
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
I.8
Veluwe
Het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ is op 11 juni 2014 definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. De aangewezen gebieden bestaan uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden en een combinatie van beide.
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
In het totaal gaat het om een gebied van ruim 88.000 ha, gelegen in provincie Gelderland. De Veluwe is een in de ijstijden gevormd stuwwallandschap dat voornamelijk begroeid is met loof- en naaldbos van arme bodems. Deze wisselen af met omvangrijke droge en natte heiden, stuifzanden, honderden vennen, landbouwenclaves en enkele beekdalen. Vanwege de relatief hoge stuwwallen en de hogere ligging heeft het gebied van de Veluwe grotendeels een zeer droog karakter vergeleken met de lager liggende omgeving. Door zijn uitgestrektheid is de Veluwe een belangrijk gebied voor een groot aantal planten- en diersoorten van voedselarme milieus. Het Habitat- en Vogelrichtlijngebied is aangewezen voor 19 habitattypen, 7 habitatrichtlijnsoorten en 10 broedvogelsoorten (Ministerie van Economische Zaken, 2014).
Tabel I.8 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Veluwe Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling Kwaliteit
stuifzandheiden met struikhei
>
>
binnenlandse kraaiheibegroeiingen
=
=
zandverstuivingen
>
>
zwakgebufferde vennen
=
=
zure vennen
=
>
beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels)
>
> >
Doelstelling populatie
habitattypen H2310 H2320 H2330 H3130 H3160 H3260A H4010A
vochtige heide (hogere zandgronden)
>
H4030
droge heiden
>
>
H5130
jeneverbesstruwelen
=
>
H6230*
heischrale graslanden
>
>
H6410
blauwgraslanden
>
>
H7110B*
actieve hoogvenen (heideveentjes)
>
>
H7140A
overgangs- en trilvenen (trilvenen)
=
=
H7150
pioniervegetaties met snavelbiezen
>
>
H7230
kalkmoerassen
=
=
H9120
beuken-eikenbossen met hulst
>
>
H91D0*
hoogveenbossen
=
=
H9190
oude eikenbossen
>
>
H91E0C*
vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
=
>
gevlekte witsnuitlibel
>
>
>
vliegend hert
>
>
>
beekprik
>
>
>
rivierdonderpad
>
=
>
kamsalamander
=
=
=
meervleermuis
=
=
=
drijvende waterweegbree
=
=
=
wespendief
=
=
100
nachtzwaluw
=
=
610
ijsvogel
=
=
30
habitatsoorten H1042 H1083 H1096 H1163 H1166 H1318 H1831
broedvogels A072 A224 A229
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling Kwaliteit
Doelstelling populatie
A223
draaihals
>
>
(her)vestiging
zwarte specht
=
=
400
boomleeuwerik
=
=
2.400
duinpieper
>
>
(her)vestiging
roodborsttapuit
=
=
1.100
tapuit
>
>
100
grauwe klauwier
>
>
40
A236 A246 A255 A276 A277 A338 Legenda ==
behoudsdoelstelling
>>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
**
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
I.9
Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht
De uiterwaarden Zwarte Water en Vecht betreffen het geheel aan uiterwaarden ten noorden van Zwolle waar de Overijsselse Vecht samenstroomt met het Zwarte Water. De Vecht is een regenrivier die in Duitsland ontspringt. Het gedeelte van de Vecht, dat in dit gebied is opgenomen, kronkelt sterk door het landschap. Een deel van de uiterwaarden wordt soms tot laat in het voorjaar onregelmatig overstroomd. Op de met steenslag beschermde oevers van de zomerdijk groeit vaak riet, ruigte of wilgenstruweel. De uiterwaarden bestaan uit buitendijkse graslanden, waarin strangen, kolken, rivierduinen en hakhoutbosjes voorkomen. Langs het Zwarte Water komen nattere graslanden voor. Dit gebied herbergt veel kievitsbloemgraslanden. Daarnaast komt in het gebied een aantal hardhoutooibosjes voor. Ook komen relicten van blauwgraslanden voor. Op hoger liggende zandige ruggen en langs en op de dijken komen lokaal goed ontwikkelde glanshaverhooilanden voor. Lokaal zijn abelen-iepenbossen aanwezig. Het Habitat- en Vogelrichtlijngebied is aangewezen voor 11 habitattypen, vijf habitatrichtlijnsoorten, vijf broedvogels en zeven niet-broedvogels (Ministerie van LNV, 2024). De habitatrichtlijnsoort otter is aangemeld voor de communautaire lijst, maar is er nog geen aanwijzingsbesluit opgesteld en zijn er nog geen doelen geformuleerd.
Tabel I.9 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
habitattypen H3150
meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
>
>
H6120*
stroomdalgraslanden
=
=
H6410
blauwgraslanden
=
=
H6430A
ruigten en zomen (moerasspirea)
=
=
H6430B
ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
=
=
H6510A
glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
=
=
H6510B
glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
>
=
H91E0A*
vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)
=
=
H91E0B*
vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)
=
=
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
Doelstelling populatie
Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
H91E0C*
vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
=
=
H91F0
droge hardhoutooibossen
>
>
Doelstelling populatie
habitatrichtlijnsoorten H1134
bittervoorn
=
=
=
H1145
grote modderkruiper
=
=
=
H1149
kleine modderkruiper
=
=
=
H1163
rivierdonderpad
=
=
=
H1355
otter (aanmelding) broedvogelsoorten
paren
A021
roerdomp
=
=
1
A119
porseleinhoen
=
=
10
A122
kwartelkoning
=
=
5
A197
zwarte stern
>
>
60
A298
grote karekiet
>
>
2
niet-broedvogelsoorten
vogels
A037
kleine zwaan (f)
=
=
4
A041
kolgans (f)
= (<)
=
2.100
A050
smient (s, f)
= (<)
=
570
A054
pijlstaart (f)
=
=
20
A056
slobeend (f)
=
=
10
A125
meerkoet (f)
=
=
320
A156
grutto (s, f)
=
=
80
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
s
slaap- en rustplaats
f
foerageergebied
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
I.10
Veluwerandmeren
De Veluwerandmeren ontstonden bij de drooglegging van de polders van Flevoland vanaf 1957. Ze betreffen de ondiepe zoetwatermeren Drontermeer, Veluwemeer en Wolderwijd/Nuldernauw die gemiddeld ruim een meter en op sommige plekken tot 5 meter diep zijn. Ze ontvangen hun water vanuit de Flevopolders en een aantal Veluwse beken en wateren aan de noordoostzijde via de Roggebotsluis af op het Vossemeer en in het zuidwesten via de Nijkerkersluis op het Nijkerkernauw/Eemmeer. Het gebied heeft een slecht ontwikkelde land-water overgang in verband met een gefixeerd, tegennatuurlijk waterpeil. De Gelderse oever is grotendeels begroeid met een smalle rietkraag; alleen bij Elburg ligt een rietmoeras (Korte Waarden) dat relatief groot is voor de randmeren. In de 90’er jaren zijn op de Gelderse oevers een aantal nieuwe moerasgebieden aangelegd. In 2000 is gestart met de aanleg van een aantal eilanden tussen het Harderbroek in Flevoland en de Hierdense beek in Gelderland. Ter hoogte van Horst bij Harderwijk is in het Wolderwijd met behulp van enige dammen kunstmatige luwte gecreëerd voor watervogels en ter bevordering van de groei van waterplanten.
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
Het Habitat- en Vogelrichtlijngebied is aangewezen voor vier habitattypen, drie habitatrichtlijnsoorten, twee broedvogelsoorten en 16 niet-broedvogelsoorten (Rijkswaterstaat, 2017).
Tabel I.10 Instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebied Veluwerandmeren Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
H3140
kranswierwateren
=
=
H3150
meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
=
=
H6430A
ruigten en zomen (moerasspirea)
=
=
H6430B
ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
=
=
Doelstelling populatie
habitattypen
habitatrichtlijnsoorten H1149
kleine modderkruiper
=
=
=
H1163
rivierdonderpad
= (<)
=
=
H1348
meervleermuis
=
=
=
broedvogelsoorten A021
roerdomp
>
>
5 bp
A298
grote karekiet
>
>
40 bp
niet-broedvogelsoorten A005
fuut (f)
=
=
400
A017
aalscholver (s, f)
=
=
420
A027
grote zilverreiger (s)
=
=
40
A034
lepelaar (f)
=
=
3
A037
kleine zwaan (s, f)
=
=
120
A050
smient (s, f)
=
=
3.500
A051
krakeend (f)
=
=
280
A054
pijlstaart (f)
=
=
140
A056
slobeend (f)
=
=
50
A058
krooneend (f)
=
=
30
A059
tafeleend (f)
= (<)
=
6.600
A061
kuifeend (f)
= (<)
=
5.700
A067
brilduiker (f)
=
=
220
A068
nonnetje (f)
=
=
60
A070
grote zaagbek (f)
=
=
50
A125
meerkoet (f)
=
=
11.000
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
s
slaap- en rustplaats
f
foerageergebied
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
Code
Nederlandse naam
bp
broedparen
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
www.witteveenbos.com