CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-14-11 Globale passende beoordeling

Raadsvergadering 17 december 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvisie + Omgevingseffectrapportage (OER)10.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Doelstelling kwaliteit

Doelstelling populatie

habitattypen H3160

zure vennen

=

=

H4010A

vochtige heiden (hogere zandgronden)

>

>

H4030

droge heiden

>

>

H5130

jeneverbesstruwelen

=

>

H6230*

heischrale graslanden

=

=

H7110B*

actieve hoogvenen (heideveentjes)

=

>

H7150

pioniervegetaties met snavelbiezen

=

=

=

=

=

habitatrichtlijnsoorten H1166

kamsalamander broedvogels

A107

korhoen

>

>

40

A224

nachtzwaluw

=

=

45

A276

roodborsttapuit

=

=

60

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

Legenda =

behoudsdoelstelling

>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

= (<)

behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

*

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

I.3

Borkeld

De Borkeld is onderdeel van een eindmorene tussen Hellendoorn en Lochem. Het gebied is gevarieerd door gradiënten in hoogte en tussen zandige, ijzerhoudende lemige en venige bodem. De vegetatie in het gebied bestaat aan de randen uit heide, jeneverbesstruweel en bos. In het centrale deel van het gebied ligt een voormalig hoogveen dat nu vergrast en enigszins verbost is. Ten westen hiervan komt een strook met vergraste natte heide voor die over gaat in een groter droog heidegebied. Het leemkuilengebied is deels vergraven en deels onvergraven. Als gevolg hiervan bestaat het uit een kleinschalig patroon van heischrale graslanden en natte heide, omgeven door bos. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor negen habitattypen (Ministerie van Economische Zaken, 2013a).

Tabel I.3 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Borkeld Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

habitattypen H2310

stuifzandheiden met struikhei

=

=

H2330

zandverstuivingen

=

=

H3160

zure vennen

=

>

H4010A

vochtige heiden (hogere zandgronden)

>

>

H4030

droge heiden

=

>

H5130

jeneverbesstruwelen

>

>

H6230*

heischrale graslanden

>

=

H7150

pioniervegetaties met snavelbiezen

=

=

H9190

oude eikenbossen

=

>

Legenda =

behoudsdoelstelling

>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

= (<)

behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

*

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

I.4

Boetelerveld

Het Boetelerveld is een vochtige heide in Salland. In het reservaat zijn naast de uitgestrekte natte en vochtige heide en de vochtige grove dennenbossen ook kleine oppervlakten aanwezig met blauwgrasland, zwak gebufferde vennen, heischraal grasland en jeneverbesstruweel. Het bos in het centrale deel verdeelt het natte heidegebied in twee stukken. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor zes habitattypen en twee habitatrichtlijnsoorten (Ministerie van Economische Zaken, 2013b).

Tabel I.4 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Boetelerveld Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

Doelstelling populatie

habitattypen H3130

zwakgebufferde vennen

=

=

H4010A

vochtige heiden (hogere zandgronden)

>

>

H5130

jeneverbesstruwelen

=

=

H6230*

heischrale graslanden

=

=

H6410

blauwgraslanden

>

=

H7150

pioniervegetaties met snavelbiezen

=

=

habitatrichtlijnsoorten H1166

kamsalamander

=

=

=

H1831

drijvende waterweegbree

=

=

=

Legenda =

behoudsdoelstelling

>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

= (<)

behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

*

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

I.5

Landgoederen Brummen

Landgoederen Brummen bestaat uit de deelgebieden Leusveld, Landgoed Voorstonden en de Empesche en Tondensche Heide. Deze terreinen op de overgang van de Veluwe naar het IJsseldal danken hun bijzondere ecologische kwaliteit aan kwel- en bronwater. In het verleden is hier op uitgebreide schaal blauwgrasland aanwezig geweest. Hoewel de grondwaterinvloed sterk is verminderd, heeft de bijzondere geohydrologische gesteldheid, in combinatie met het gevoerde beheer, ervoor gezorgd dat schraalland- en veenrestanten nog steeds een refugium vormen voor elders verdwenen planten en dieren. Deze kunnen bij de geplande regionale herstelmaatregelen een uitbreiding van hun geschikte leefgebied tegemoet zien. Eén van de belangrijke soorten hier is de kamsalamander, die op de hele reeks van landgoederen in de flanken van het IJsseldal een geschikt leefgebied vindt. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor negen habitattypen en twee habitatrichtlijnsoorten (Provincie Gelderland, 2016a)

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

Tabel 1.5 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Landgoederen Brummen Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

Doelstelling populatie

habitattypen H3130

zwakgebufferde vennen

=

>

H3160

zure vennen

=

=

H3260A

beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels)

>

=

H4010A

vochtige heiden (hogere zandgronden)

>

>

H6230*

heischrale graslanden

>

>

H6410

blauwgraslanden

>

>

H7150

pioniervegetaties met snavelbiezen

=

=

H9120

beuken-eikenbossen met hulst

=

=

H91E0C*

vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

=

>

habitatrichtlijnsoorten H1166

kamsalamander

>

>

>

H1831

drijvende waterweegbree

>

>

>

Legenda =

behoudsdoelstelling

>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

= (<)

behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

*

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

I.6

Wierdense Veld

Het Wierdense veld is een restant van een ooit uitgestrekt veenlandschap in Twente. Het gebied is grotendeels afgegraven voor de turf. Het is begroeid met vochtige heide en enkele berkenbosjes. Binnen het hoogveen is het dekzandreliëf plaatselijk zo sterk en uitgesproken dat op dekzandruggen droge heide voorkomt. In de laagste delen van het Wierdense Veld komen natte heiden en hoogveenbegroeiingen gezamenlijk voor. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor vier habitattypen (Provincie Overijssel, 2017).

Tabel 1.6 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Wierdense Veld Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

Doelstelling populatie

habitattypen H4030

droge heiden

=

>

H6230*

heischrale graslanden

=

=

H7110A*

actieve hoogvenen, hoogveenlandschap

>

>

H7120

herstellende hoogvenen

= (<)

>

Legenda =

behoudsdoelstelling

>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

= (<)

behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

Code

Nederlandse naam

*

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

I.7

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

Doelstelling populatie

Stelkampsveld

Het gebied is een fraai voorbeeld van het Achterhoekse kampenlandschap. Kenmerkend is de kleinschalige afwisseling van essen, heide en hoeven. Stelkampsveld maakt deel uit van het landgoed Beekvliet. Het fraaiste perceel herbergt een gradiënt van droge heide, natte heide, heischraal grasland, basenminnend blauwgrasland naar venbegroeiingen. Waar het basenrijk grondwater uittreedt in het blauwgrasland, treedt een begroeiing van het kalkmoeras op. Het betreft één van de weinige binnenlandse groeiplaatsen van Grote muggenorchis en Parnassia en één van de weinige landelijke groeiplaatsen van Wolfsklauwmos. De basenminnende begroeiingen zijn vooral afhankelijk van een diepere regionale grondwaterstroom, de lokale grondwaterstromen zijn echter ook van groot belang. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor negen habitattypen en één habitatrichtlijnsoort (Provincie Gelderland, 2016b).

Tabel I.7 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Stelkampsveld Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

Doelstelling populatie

habitattypen H3130

zwakgebufferde vennen

>

>

H4010A

vochtige heiden (hogere zandgronden)

>

>

H4030

droge heiden

=

=

H6230*

heischrale graslanden

>

>

H6410

blauwgraslanden

>

=

H7150

pioniervegetaties met snavelbiezen

>

>

H7230

kalkmoerassen

>

>

H9120

beuken-eikenbossen met hulst

=

=

H91E0C*

vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

>

>

>

>

habitatrichtlijnsoorten H1166

kamsalamander

>

Legenda =

behoudsdoelstelling

>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

= (<)

behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

*

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

I.8

Veluwe

Het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ is op 11 juni 2014 definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. De aangewezen gebieden bestaan uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden en een combinatie van beide.

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

In het totaal gaat het om een gebied van ruim 88.000 ha, gelegen in provincie Gelderland. De Veluwe is een in de ijstijden gevormd stuwwallandschap dat voornamelijk begroeid is met loof- en naaldbos van arme bodems. Deze wisselen af met omvangrijke droge en natte heiden, stuifzanden, honderden vennen, landbouwenclaves en enkele beekdalen. Vanwege de relatief hoge stuwwallen en de hogere ligging heeft het gebied van de Veluwe grotendeels een zeer droog karakter vergeleken met de lager liggende omgeving. Door zijn uitgestrektheid is de Veluwe een belangrijk gebied voor een groot aantal planten- en diersoorten van voedselarme milieus. Het Habitat- en Vogelrichtlijngebied is aangewezen voor 19 habitattypen, 7 habitatrichtlijnsoorten en 10 broedvogelsoorten (Ministerie van Economische Zaken, 2014).

Tabel I.8 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Veluwe Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling Kwaliteit

stuifzandheiden met struikhei

>

>

binnenlandse kraaiheibegroeiingen

=

=

zandverstuivingen

>

>

zwakgebufferde vennen

=

=

zure vennen

=

>

beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels)

>

> >

Doelstelling populatie

habitattypen H2310 H2320 H2330 H3130 H3160 H3260A H4010A

vochtige heide (hogere zandgronden)

>

H4030

droge heiden

>

>

H5130

jeneverbesstruwelen

=

>

H6230*

heischrale graslanden

>

>

H6410

blauwgraslanden

>

>

H7110B*

actieve hoogvenen (heideveentjes)

>

>

H7140A

overgangs- en trilvenen (trilvenen)

=

=

H7150

pioniervegetaties met snavelbiezen

>

>

H7230

kalkmoerassen

=

=

H9120

beuken-eikenbossen met hulst

>

>

H91D0*

hoogveenbossen

=

=

H9190

oude eikenbossen

>

>

H91E0C*

vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

=

>

gevlekte witsnuitlibel

>

>

>

vliegend hert

>

>

>

beekprik

>

>

>

rivierdonderpad

>

=

>

kamsalamander

=

=

=

meervleermuis

=

=

=

drijvende waterweegbree

=

=

=

wespendief

=

=

100

nachtzwaluw

=

=

610

ijsvogel

=

=

30

habitatsoorten H1042 H1083 H1096 H1163 H1166 H1318 H1831

broedvogels A072 A224 A229

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling Kwaliteit

Doelstelling populatie

A223

draaihals

>

>

(her)vestiging

zwarte specht

=

=

400

boomleeuwerik

=

=

2.400

duinpieper

>

>

(her)vestiging

roodborsttapuit

=

=

1.100

tapuit

>

>

100

grauwe klauwier

>

>

40

A236 A246 A255 A276 A277 A338 Legenda ==

behoudsdoelstelling

>>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

**

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

I.9

Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht

De uiterwaarden Zwarte Water en Vecht betreffen het geheel aan uiterwaarden ten noorden van Zwolle waar de Overijsselse Vecht samenstroomt met het Zwarte Water. De Vecht is een regenrivier die in Duitsland ontspringt. Het gedeelte van de Vecht, dat in dit gebied is opgenomen, kronkelt sterk door het landschap. Een deel van de uiterwaarden wordt soms tot laat in het voorjaar onregelmatig overstroomd. Op de met steenslag beschermde oevers van de zomerdijk groeit vaak riet, ruigte of wilgenstruweel. De uiterwaarden bestaan uit buitendijkse graslanden, waarin strangen, kolken, rivierduinen en hakhoutbosjes voorkomen. Langs het Zwarte Water komen nattere graslanden voor. Dit gebied herbergt veel kievitsbloemgraslanden. Daarnaast komt in het gebied een aantal hardhoutooibosjes voor. Ook komen relicten van blauwgraslanden voor. Op hoger liggende zandige ruggen en langs en op de dijken komen lokaal goed ontwikkelde glanshaverhooilanden voor. Lokaal zijn abelen-iepenbossen aanwezig. Het Habitat- en Vogelrichtlijngebied is aangewezen voor 11 habitattypen, vijf habitatrichtlijnsoorten, vijf broedvogels en zeven niet-broedvogels (Ministerie van LNV, 2024). De habitatrichtlijnsoort otter is aangemeld voor de communautaire lijst, maar is er nog geen aanwijzingsbesluit opgesteld en zijn er nog geen doelen geformuleerd.

Tabel I.9 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

habitattypen H3150

meren met krabbenscheer en fonteinkruiden

>

>

H6120*

stroomdalgraslanden

=

=

H6410

blauwgraslanden

=

=

H6430A

ruigten en zomen (moerasspirea)

=

=

H6430B

ruigten en zomen (harig wilgenroosje)

=

=

H6510A

glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

=

=

H6510B

glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)

>

=

H91E0A*

vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)

=

=

H91E0B*

vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)

=

=

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

Doelstelling populatie

Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

H91E0C*

vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

=

=

H91F0

droge hardhoutooibossen

>

>

Doelstelling populatie

habitatrichtlijnsoorten H1134

bittervoorn

=

=

=

H1145

grote modderkruiper

=

=

=

H1149

kleine modderkruiper

=

=

=

H1163

rivierdonderpad

=

=

=

H1355

otter (aanmelding) broedvogelsoorten

paren

A021

roerdomp

=

=

1

A119

porseleinhoen

=

=

10

A122

kwartelkoning

=

=

5

A197

zwarte stern

>

>

60

A298

grote karekiet

>

>

2

niet-broedvogelsoorten

vogels

A037

kleine zwaan (f)

=

=

4

A041

kolgans (f)

= (<)

=

2.100

A050

smient (s, f)

= (<)

=

570

A054

pijlstaart (f)

=

=

20

A056

slobeend (f)

=

=

10

A125

meerkoet (f)

=

=

320

A156

grutto (s, f)

=

=

80

Legenda =

behoudsdoelstelling

>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

= (<)

behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

s

slaap- en rustplaats

f

foerageergebied

*

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

I.10

Veluwerandmeren

De Veluwerandmeren ontstonden bij de drooglegging van de polders van Flevoland vanaf 1957. Ze betreffen de ondiepe zoetwatermeren Drontermeer, Veluwemeer en Wolderwijd/Nuldernauw die gemiddeld ruim een meter en op sommige plekken tot 5 meter diep zijn. Ze ontvangen hun water vanuit de Flevopolders en een aantal Veluwse beken en wateren aan de noordoostzijde via de Roggebotsluis af op het Vossemeer en in het zuidwesten via de Nijkerkersluis op het Nijkerkernauw/Eemmeer. Het gebied heeft een slecht ontwikkelde land-water overgang in verband met een gefixeerd, tegennatuurlijk waterpeil. De Gelderse oever is grotendeels begroeid met een smalle rietkraag; alleen bij Elburg ligt een rietmoeras (Korte Waarden) dat relatief groot is voor de randmeren. In de 90’er jaren zijn op de Gelderse oevers een aantal nieuwe moerasgebieden aangelegd. In 2000 is gestart met de aanleg van een aantal eilanden tussen het Harderbroek in Flevoland en de Hierdense beek in Gelderland. Ter hoogte van Horst bij Harderwijk is in het Wolderwijd met behulp van enige dammen kunstmatige luwte gecreëerd voor watervogels en ter bevordering van de groei van waterplanten.

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

Het Habitat- en Vogelrichtlijngebied is aangewezen voor vier habitattypen, drie habitatrichtlijnsoorten, twee broedvogelsoorten en 16 niet-broedvogelsoorten (Rijkswaterstaat, 2017).

Tabel I.10 Instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebied Veluwerandmeren Code

Nederlandse naam

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

H3140

kranswierwateren

=

=

H3150

meren met krabbenscheer en fonteinkruiden

=

=

H6430A

ruigten en zomen (moerasspirea)

=

=

H6430B

ruigten en zomen (harig wilgenroosje)

=

=

Doelstelling populatie

habitattypen

habitatrichtlijnsoorten H1149

kleine modderkruiper

=

=

=

H1163

rivierdonderpad

= (<)

=

=

H1348

meervleermuis

=

=

=

broedvogelsoorten A021

roerdomp

>

>

5 bp

A298

grote karekiet

>

>

40 bp

niet-broedvogelsoorten A005

fuut (f)

=

=

400

A017

aalscholver (s, f)

=

=

420

A027

grote zilverreiger (s)

=

=

40

A034

lepelaar (f)

=

=

3

A037

kleine zwaan (s, f)

=

=

120

A050

smient (s, f)

=

=

3.500

A051

krakeend (f)

=

=

280

A054

pijlstaart (f)

=

=

140

A056

slobeend (f)

=

=

50

A058

krooneend (f)

=

=

30

A059

tafeleend (f)

= (<)

=

6.600

A061

kuifeend (f)

= (<)

=

5.700

A067

brilduiker (f)

=

=

220

A068

nonnetje (f)

=

=

60

A070

grote zaagbek (f)

=

=

50

A125

meerkoet (f)

=

=

11.000

Legenda =

behoudsdoelstelling

>

verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

= (<)

behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

s

slaap- en rustplaats

f

foerageergebied

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

Code

Nederlandse naam

bp

broedparen

*

voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt

Witteveen+Bos | 142929/25-017.902 | Bijlage I | Concept 01

Doelstelling oppervlakte

Doelstelling kwaliteit

Doelstelling populatie

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16237968/1