CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-1057-bijlage-NL.IMRO.0150.TAM027-OW01

Raadsvergadering 28 januari 2026, gemeente DeventerBij agendapunt: TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 1128.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11 Concept

Opdrachtgever

Opdrachtnemer Eelerwoude E info@eelerwoude.nl I www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: © Eelerwoude 2025, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schriftelijke toestemming van Eelerwoude bv. De opmaak van dit rapport gaat uit van dubbelzijdig afdrukken

T AM-om gevingsplanHoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

1.1

Aanleiding

6

1.2

Toelichting op TAM-omgevingsplan

6

1.3

De bij het plan behorende stukken

6

1.4

Het omgevingsplan

7

1.5

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plan

9

2.1

Beschrijving huidige situatie

9

2.2

Planbeschrijving

12

Hoofdstuk 3

Participatie

16

Hoofdstuk 4

Beleidstoets

17

4.1

Inleiding

17

4.2

Rijksbeleid

17

4.3

Provinciaal beleid

20

4.4

Gemeentelijk beleid

30

Hoofdstuk 5

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 34

5.1

Inleiding

34

5.2

M.e.r. beoordeling

34

5.3

Duurzaamheid

35

5.4

Gezondheid

35

5.5

Verkeer en parkeren

36

5.6

Natuur

36

5.7

Milieuzonering

39

5.8

Luchtkwaliteit

40

5.9

Spuitzones

41

5.10

Geluid

42

5.11

Geur

44

5.12

Omgevingsveiligheid

45

5.13

Beperkingsgebieden

46

5.14

Kabels en leidingen

46

5.15

Cultuurhistorisch erfgoed

47

5.16

Bodem

48

5.17

Water

49

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording

2

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

51

6.1

Inleiding

51

6.2

Artikelsgewijze toelichting

51

6.3

Pre-ambule

52

6.4

Algemene bepalingen

53

6.5

Gebruiksactiviteiten

54

6.6

Bouwactiviteiten

54

6.7

Aanwijzingen, beschermingszones, beperkingengebieden

55

6.8

Beheer en onderhoud

55

6.9

Overgangsbepalingen

55

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

56

7.1

Inleiding

56

7.2

Ruimtelijke uitvoerbaarheid

56

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

56

7.4

Economische uitvoerbaarheid

57

7.5

Conclusie

57

Hoofdstuk 8 aan locaties

Evenwichtige toedeling van functies 58

Bijlagen toelichting

59

Bijlage 1 11

60

Quickscan flora- en fauna- activiteit Oxersteeg

Bijlage 2 Quickscan flora- en fauna-activiteit en nader onderzoek egel Oxersteeg 17

100

Bijlage 3

Natuurinclusief bouwen

146

Bijlage 4 Deventer

Industrielawaai onderzoek Oxersteeg 11 te

Bijlage 5

Onderbouwing spuitzones Oxersteeg 11

183

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek wegverkeer

192

Bijlage 7

Geuronderzoek Oxersteeg 11

226

Bijlage 8

Wateradvies

236

149

Regels Hoofdstuk 1 bepalingen

243 (H. 22aa paragraaf 1) Algemene 244

Artikel 1

Begripsbepalingen

244

Artikel 2

Meet- en rekenbepalingen

250

Artikel 3

Algemene verbodsbepaling gebruik

251

Artikel 4

Anti-dubbeltelregel

252

Artikel 5

Toepassingsbereik

253

Artikel 6

Aanvraagvereisten

254

Hoofdstuk 2 (H. 22aa paragraaf 2) Gebruiksactiviteiten

255

concept

3

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

255

Artikel 8

Wonen - buitengebied

258

Hoofdstuk 3 bouwactiviteiten

(H. 22aa paragraaf 3) Ruimtelijke 259

Artikel 9

Algemene regels bouwactiviteiten

259

Artikel 10

Bouwregels Wonen - buitengebied

260

Hoofdstuk 4 (H. 22aa paragraaf 4) Aanwijzingen, beschermingszones en beperkingsgebieden

263

Artikel 11

263

Waarde - Archeologie - 4

Hoofdstuk 5 onderhoud Artikel 12

(H. 22aa paragraaf 5) Beheer en 267 Verplichtingen sloop en inrichting

267

Hoofdstuk 6 (H22aa. paragraaf 8) Overgangsbepalingen

268

Artikel 13

268

Overgangsrecht

Bijlagen regels

271

Bijlage 1

272

Staat van bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2 Herontwikkelings- en kwaliteitsverbeteringsplan Oxersteeg 11 en 17

4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

287

T oelichting

concept

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft betrekking op het erf Oxersteeg 11 in Deventer. Op dit erf is een bedrijf gevestigd. Dit betreft een caravanstalling. Naast schuren staat er op het erf een kleine woning, direct naast een grote woonboerderij. Beide woningen worden al lange tijd bewoond. De grote woonboerderij als bedrijfswoning en de kleine woning als burgerwoning. Ter plaatse van het projectgebied geldt het Omgevingsplan gemeente Deventer. Onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan is het hier ter plaatse geldende bestemmingplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening'. Op basis van dit bestemmingplan mag er alleen één bedrijfswoning op het perf aan de Oxersteeg 11 aanwezig zijn. Het plan is nu om de functie wonen formeel planologisch toe te staan voor de kleine woning. Om dit mogelijk te maken worden ter compensatie schuren gesloopt en verbeterd en wordt het erf landschappelijk ingepast. Ook op het erf aan de Oxersteeg 17 worden schuren gesloopt, wordt asbest gesaneerd en wordt het erf landschappelijk ingepast. Hiertoe is het noodzakelijk dat het omgevingsplan van de gemeente Deventer wordt gewijzigd. Dit voorliggende TAM-omgevingsplan zorgt voor de gewenste planologische kaders en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

T oelichting op T AM -omgevingsplan

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Deze vangnetten zorgen ervoor dat deze organisaties de belangrijkste uitvoeringsprocessen kunnen blijven uitvoeren, totdat ze het DSO wel kunnen gebruiken. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-Omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen.

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11' bestaat uit de volgende stukken: geometrisch bepaalde planobjecten, vervat in een gml met nummer

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

NL.IMRO.0150.TAM027-OW01; regels (met bijbehorende bijlagen); deze toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het TAM-omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten.

1.4

Het omgevingsplan

1.4.1 Geldend omgevingsplan Ter plaatse van het projectgebied geldt het Omgevingsplan gemeente Deventer (in werking vanaf 6 juni 2025). Onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan zijn besluiten die zijn aangewezen in art. 4.6 Invoeringswet Omgevingswet (zie art. 22.1 Omgevingswet). Een besluit is bijvoorbeeld een bestemmingsplan. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening' (vastgesteld op 1 maar 2017). Tevens gelden de 'Parapluherziening parkeereisen' (vastgesteld op 21 april 2018), de 'Parapluherziening Kleinschalige Kinderopvang' (vastgesteld op 14 juli 2016) en de 'Parapluherziening particuliere zonnepanelen Buitengebied' (vastgesteld op 8 juli 2021). Voor de duiding van het planologische regime is met name het bestemmingplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening' van toepassing. In figuur 1 is een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven, ter hoogte van het plangebied.

Figuur 1: Weergave verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening', ter hoogte van het projectgebied aan de Oxersteeg 11, met de hier geldende bestemmingen en aanduidingen, waarbij met rode contour het plangebied is aangeduid.

1.4.2 Beschrijving bestemmingen Het erf Oxersteeg 11 (het plangebied) heeft de bestemming 'Bedrijf', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autoparkeer en stallingsbedrijf'. Tevens geldt de aanduiding 'bouwvlak', behoudens een strook langs de weg. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie – 2' (voor met name de noordzijde), Waarde Archeologie 3' (voor een deel) en 'Waarde - Archeologie - 4' (in en om de twee aanwezige woningen). Tot slot geldt de gebiedsbestemming 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'.

concept

7

Conform de regels mag het erf gebruikt worden als autoparkeer en stallingsbedrijf. Zo wordt het grootste deel van het erf in de praktijk ook gebruikt. Het bedrijf stalt caravans in de aanwezige schuren. Conform het bestemmingsplan mag er één bedrijfswoning aanwezig zijn op het erf. Dat is de bestaande grote woonboerderij. De kleine naastgelegen woning met tuin mag conform het bestemmingsplan niet als zodanig (burgerwoning) gebruikt worden. Het erf heeft archeologische dubbelbestemmingen, ter waarboring van archeologische waarden.

1.4.3 Formaliseren woonfunctie voor bestaande woning De kleine woning (met tuin) op het erf mag, op basis van het vigerende Omgevingsplan gemeente Deventer, niet als woning worden gebruikt.Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om dit gebruik wel te planologisch mogelijk te maken. Ter compensatie worden van de voorgenomen ontwikkeling worden schuren gesloopt en verbeterd en wordt het erf landschappelijk ingepast. Ook op het erf aan de Oxersteeg 17 worden schuren gesloopt, wordt asbest gesaneerd en wordt het erf landschappelijk ingepast.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit TAM-omgevinsplan is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en een beschrijving van het voorgenomen plan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op participatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de opzet en verantwoording van de regels. Hoofdstuk 7 gaat respectievelijk in op de ruimtelijke, maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid. Tot slot bevat hoofdstuk 8 de slotconclusie of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1

Beschrijving huidige situatie

Oxersteeg 11 Het erf Oxersteeg 11 ligt aan de zuidoostkant van Deventer. Het erf bestaat uit een woonboerderij met diverse gebouwen. Het erf is op het westen georiënteerd en ligt in de bocht van de Oxersteeg.

Figuur 2: Weergave luchtfoto van het erf Oxersteeg 11. Het aansluitende woonerf aan de zuidoostzijde hoort niet bij het plangebied (bron: www.kadastralekaart.com). De woonboerderij is sinds 1915 bewoond. Hier woonde in de beginjaren een gezin met 16 kinderen. Vanaf 1951 is de woonboerderij opgesplitst in twee wooneenheden en vanaf circa 1985 is het naastgelegen bijgebouw verbouwd en in gebruik genomen als woning. Vanaf het midden van de jaren '60 zijn de agrarische activiteiten op het erf verplaatst naar de Paddegatsteeg in verband met de ruilverkaveling. De leegstaande schuren kregen een nieuwe functie als caravanstalling. In de loop der jaren is hierbij nieuwe bebouwing gebouwd en is oude bebouwing gesloopt. Inmiddels bestaat de woonboerderij, die inmiddels is vernieuwd, nog uit één wooneenheid. Deze woning heeft de karakteristieken van de typische Sallandse woonboerderij, wat terug te zien is in de moderne architectuur. De entree van het erf voor bezoekers bevindt zich aan de westzijde, de voorzijde van de woonboerderij. De privé entree en toegang voor de

concept

9

bedrijfsactiviteiten bevindt zich aan de zuidzijde van het erf.

Figuur 3: Foto voorzijde woonboerderij aan de Oxersteeg 11. De relatief kleine woning (in het voormalige bijgebouw) wordt ook nog steeds bewoond. Deze woning staat aan de zuidzijde van de woonboerderij en heeft een volume van 495 m3. De woning heeft een lagere bouw dan de woonboerderij en staat verder naar achteren richting het oosten. Beide gebouwen hebben aan de zijkanten een eigen tuin waarbij het erf aan blijft voelen als één totaal erf.

Figuur 4: Foto voorzijde kleine woning aan de Oxersteeg 11, met direct aan de westzijde de grote woonboerderij. Oxersteeg 17 Aangezien op het erf aan de Oxersteeg 17 kwaliteitsinvesteringen plaatsvinden ten behoeve van het plan aan de Oxersteeg 11, wordt dit erf ook beknopt beschreven. Oxersteeg 17 is een oud boerenerf. Het erf is georiënteerd op de Oxersteeg, met aan de voorzijde een karakteristieke Sallandse woonboerderij met bijgebouw. Aan de achterzijde van het erf staan een aantal oude varkensstallen die niet meer in gebruik zijn. Op het erf worden geen agrarische activiteiten meer uitgevoerd. Het erf beschikt over een aantal landschappelijke elementen. Enkele zijn tot stand gekomen tijdens de ruilverkaveling, zoals de lindes aan de westzijde van het erf.

10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Figuur 5: Weergave luchtfoto van het erf Oxersteeg 17 (bron: www.kadastralekaart.com).

Figuur 6: Foto aanzicht vanaf de weg van het erf Oxersteeg 17.

Figuur 7: Foto's van enkele schuren die op het achtererf aan de Oxersteeg 17 staan.

concept

11

2.2

Planbeschrijving

2.2.1 De ontwikkeling Met het voorgenomen plan wordt de functie wonen formeel planologisch toegestaan voor de kleine woning op het erf aan de Oxersteeg 11. Deze woning van 495 m3 wordt daarbij niet uitgebreid. Ter compensatie vinden op het erf aan de Oxersteeg 11 kwaliteitsinvesteringen plaats. Ook vinden op het erf aan de Oxersteeg 17 aanvullend kwaliteitsinvesteringen plaats. Hierna worden deze per erf beknopt beschreven. In het in Bijlage 2 van de regels opgenomen rapport 'Oxersteeg 11 & 17 Deventer, Herontwikkeling & kwaliteitsverbetering' zijn de kwaliteitsinvesteringen uitgebreid en gedetailleerd beschreven.

2.2.2 Kwaliteitsinvesteringen aan de Oxersteeg 11 Op het erf aan de Oxersteeg 11 worden één schuur van 41 m2 gesloopt (schuur 2 in figuur 8) en wordt één schuur (van 163 m2) kwalitatief verbeterd (schuur 1 in figuur 8). De aanbouw van de kwalitatief te verbeteren schuur wordt gesloopt. Deze schuur wordt vervolgens met 5 meter uitgebreid (op de plek van de gesloopte aanbouw). De schuur (153 m2 in de nieuwe situatie) neemt de vorm aan van een kapschuur waardoor er over de volle lengte 2 meter wordt afgehaald. De westkant van de schuur wordt hierdoor open. De schuur zelf wordt een gepotdekselde kapschuur met zwarte houten gevelbekleding. De uitstraling van de schuur en het achtererf wordt hiermee ook opgewaardeerd.

Figuur 8: Weergave te slopen en te verbeteren schuren aan de Oxersteeg 11. In de bestaande situatie beschikt het erf al over een aantal karakteristieke elementen die behoren tot de Sallandse erven. De meidoornhaag op het zijerf, de fruitbomen die verwijzen naar de nutstuin en de verschillende solitaire bomen. Belangrijk is dat het erf niet geheel dicht wordt gezet, maar dat het juist zijn halfopen karakter blijft houden. Het struweel aan de west- en oostzijde maakt onderdeel uit van het achtererf wat de bijgebouwen voor een deel uit het zicht ontneemt. Wanneer er uitval plaatst vindt dient hier herplant toegepast te worden met inheems plantmateriaal passend bij het gebied. Het voorerf beschikt over een drietal verschillende solitaire bomen. Er wordt een extra haag toegepast tegen de zijde van een bijgebouw zodat het voorerf duidelijk wordt afgescheiden van het achtererf. Ook wordt

12

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

er een extra solitaire boom toegepast aan de voorzijde van het voorerf. Doordat het bijgebouw op het voorerf wordt gesloopt komen de solitaire bomen meer tot zijn recht. Daarnaast leent het voorerf zich voor een gepaste siertuin. Op het zijerf worden geen extra inpassingen toegepast. De fruitbomen dienen uit te groeien tot hoogstam fruitbomen omzoomd door de meidoornhaag aan de zuidzijde. Hier zijn al fruitbomen aangeplant, waarvan twee het goed doen. Hier worden 6 fruitbomen bij geplant. In figuur 9 zijn de kwaliteitsinvesteringen op het erf Oxersteeg 11 weergegeven.

Figuur 9: Weergave kwaliteitsinvesteringen aan de Oxersteeg 11.

2.2.3 Kwaliteitsinvesteringen aan de Oxersteeg 17 Op het erf aan de Oxersteeg 17 worden vier landschapsontsierende schuren gesloopt van in totaal 638 m2. Van één bestaande schuur wordt het asbest gesaneerd en het dak vervangen door een dak met donkere beplating. Daarnaast wordt één nieuw bijgebouw van maximaal 50 m2 gerealiseerd (zie figuur 10).

concept

13

Figuur 10: Weergave te slopen schuren, te verbeteren schuur en nieuw te bouwen schuur aan de Oxersteeg 17. Op het huidige erf aan de Oxersteeg 17 zijn de karakteristieken van een groene erfinrichting in combinatie met de hallenhuisboerderij nog voor een groot deel terug te zien. Het achtererf wordt afgeschermd door een opgaand struweel. Dit struweel dient behouden te worden en beheerd te worden waarbij verjonging optreed. Hiermee blijft het achtererf voor een groot deel afgeschermd. De bestaande lindes volgen het struweel op waarna het weer een open karakter krijgt richting het vooref. Het voor- en zijerf beschikken over een aantal fruitbomen, een tweetal solitaire dennen en wat sierbeplanting. De fruitbomen dienen uit te groeien tot hoogstam fruitbomen en bij uitval herplant te worden. Op het voorerf wordt één extra solitaire boom aangeplant die de connectie met het voor- en zijerf maakt. De solitair staat vrij van andere beplanting. Aan de westzijde van het erf wordt een nieuwe meidoornhaag aangeplant, die tot maximaal 1 meter hoog mag uitgroeien. Door de haag enkel op het voorerf aan te planten, wordt er een duidelijk verschil tussen het voor- en achtererf geschetst. Ook bij dit erf is het van belang dat het niet geheel wordt dichtgezet en zijn open karakter blijft behouden. In figuur 11 zijn de kwaliteitsinvesteringen op het erf Oxersteeg 11 weergegeven.

14

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Figuur 11: Weergave kwaliteitsinvesteringen aan de Oxersteeg 17.

concept

15

Hoofdstuk 3 Participatie Ten behoeve van het voorgenomen plan zijn alle omwonenden geïnformeerd over dit plan. Het betreft de omwonenden die enigszins in de buurt wonen en/of zicht hebben op het plangebied. Dit betreft de bewoners Oxersteeg 8, Oxersteeg 9, Oxersteeg 12, Oxersteeg 13 en Oxersteeg 14. In de gesprekken is steun uitgesproken voor het voorgenomen plan en zijn geen bezwaren geuit. Ook is de grondeigenaar van de agrarische gronden aan de andere zijde van de Oxersteeg, tegenover de woonboerderij, geïnformeerd over het plan. Deze grondeigenaar heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het voorgenomen plan.

16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Hoofdstuk 4 Beleidstoets 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaalen gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan dit beschreven beleid.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten.

Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het onderhavige plan betreft een relatief kleinschalige ontwikkeling die geen inbreuk maakt op nationale belangen. Het toekennen van een planologische wooneenheid, waarbij twee erven in het buitengebied kwalitatief worden versterkt (o.a. door landschapsontsierende

concept

17

schuren te slopen), past binnen het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied.

4.2.2 Instructieregels Rijk De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s); het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze besluiten bevatten de regels voor het praktisch uitvoeren van de Omgevingswet. De instructieregels van het Rijk, zoals opgenomen in het Bkl hebben betrekking op: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Aanvullend op bovenstaande bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Hierna zal in worden gegaan op de instructieregels die voor voorliggend plan relevant zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl) Voor de ontwikkeling is de risicokaart geraadpleegd (zie ook paragraaf 5.12). Hieruit blijkt dat er in de directe omgeving geen externe risico’s aanwezig zijn die een dreiging vormen voor de te bestemmen woning aan de Oxersteeg 11. Het betreft daarbij een reeds bestaande woning op een bestaand erf, die goed bereikbaar is bij een calamiteit. Daarmee is het waarborgen van de veiligheid voor deze ontwikkeling voldoende geborgd. Beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl) De ontwikkeling heeft geen aanpassingen in het watersysteem tot gevolg. Op het erf aan de Oxersteeg 11 wordt alleen planologisch een woonfunctie toegevoegd in een bestaand gebouw. Er is geen sprake van een toename aan verharding, maar juist een afname. Het plan gaat gepaard met de sloop van enkele schuren, met name op het erf aan de Oxersteeg 17. Hemelwater kan op beide betrokken erven, net zoals in de huidige situatie, ter plaatse infiltreren.

Daarmee zijn de waterbelangen in voorliggend plan voldoende verankerd. Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl) Het plan heeft geen betrekking op een activiteit die trillingen tot gevolg heeft. Daarnaast is in hoofdstuk 5 van deze toelichting beschreven dat de aspecten luchtkwaliteit, geur en geluid geen belemmering vormen voor de uitvoering van het plan. Voor wat betreft de

18

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

luchtkwaliteit geldt dat het planologisch toevoegen van één woning niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het toevoegen van één woning zorgt daarnaast niet voor geuremissie. De woning ligt ook kan ook voldoen aan de geluidsnormen (zie paragraaf 5.10). Van geluidsoverlast is redelijkerwijs geen sprake. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl) Met het voorliggende plan is geen sprake van de aantasting van landschappelijke, stedenbouwkundige of cultuurhistorische waarden. Op beide erven blijven de bestaande woonboerderijen behouden. Daarnaast worden enkele landschapsontsierende schuren gesloopt (met name op het erf aan de Oxersteeg 17) en worden enkele schuren kwalitatief verbeterd. Met het totale plan is sprake van een reductie aan bebouwing en bij beide erven wordt geïnvesteerd in het toevoegen van passende landschapselementen, zodat de erven nog beter landschappelijk worden ingepast. Op grond van artikel 5.129g van het Bkl wordt, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden met de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling; de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen in en buiten stedelijk gebied, dan wel buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 3. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 4. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De voorliggende ruimtelijke ontwikkelingen zijn relatief kleinschalig en betreffen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Comform eerdere uitspraken worden plannen die voorzien in niet meer dan 11 nieuwe woningen, niet gezien als stedelijke ontwikkeling.

Het behoud van ruimte voor toekomstige functies zoals autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6) De ontwikkeling heeft enkel betrekking op de bestaande erven aan de Oxersteeg 11 en 17 en heeft geen betrekking op nieuw ruimtebeslag. Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten als landsverdediging en nationale veiligheid, (paragraaf 5.1.7) Niet van toepassing op voorliggend plan. Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8) Niet van toepassing op voorliggend plan.

concept

19

4.2.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van het Rijksbeleid. Vanuit relevante beleidsdocumenten en regelgeving werken geen randvoorwaarden of uitgangspunten rechtstreeks door op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt de ontwikkeling, hoewel deze relatief kleinschalig is, bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in de NOVI.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Omgevingsvisie en -verordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel betreft een integrale visie die elk jaar wordt geactualiseerd. De twee grote thema's van de Omgevingsvisie zijn duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Deze thema's zijn in de Omgevingsverordening in definities verankerd. De definitie van duurzaamheid luidt: “duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte aan de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien”. Duurzaamheid vraagt om een transparante afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De definitie van ruimtelijke kwaliteit luidt: “het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De provincie heeft een hoofdambitie, zorgen voor een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met daarbij een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: Herstructurering: Er wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu's, dorpen en steden worden gestimuleerd om hun eigen kleur te ontwikkelen. Hoofdinfrastructuur: Investeren in wegverkeer: trein, fiets, waar veiligheid en doorstroming centraal staan. SER-ladder: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik toepassen bij bebouwing door hantering van de 'SER-ladder'. Deze methode maakt eerst het gebruik van de ruimte, die wordt geoptimaliseerd, daarna de wordt toepassing van meervoudig ruimtegebruik onderzocht, vervolgens de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden. Hierbij is afstemming tussen gemeenten over woningbouwprogramma's en bedrijfslocaties noodzakelijk. Plannen: Ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn inmiddels in overeenstemming gebracht met de eisen van de nieuwe Omgevingswet. Dat heeft de provincie 'beleidsarm' gedaan: eerder vastgesteld beleid is verwerkt in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie een beperkt aantal aanpassingen doorgevoerd.

20

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

4.3.1.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie figuur 12). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de Omgevingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. De volgende niveaus komen aan de orde (zie figuur 12): 1. Generieke beleidskeuzes; 2. Ontwikkelingsperspectieven; 3. Gebiedskenmerken.

Figuur 12: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Omgevingsvisie Overijssel) 1. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van de EU, Rijk of de provincie. Deze keuzes kunnen bepalen of ontwikkelingen mogelijk zijn of niet. Het uitvoeringsmodel vraagt bij nieuwe ontwikkelingen dus eerst te kijken naar het niveau van generieke beleidskeuzes. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld de normen van de NNN, externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebied, waterveiligheid etc. M.b.t. het voorliggende plan zijn met name de instructieregels in de artikelen 4.4 (Principe van concentratie), 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 4.6 (Toekomstbestendigheid), 4.9 (Ruimtelijke kwaliteit) en 4.11 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Ook is het van belang dat het plangebied aan de Oxersteeg 11 in 'overstroombaar gebied' ligt. Hier wordt in paragraaf 5.17 nader op ingegaan.

Het planologisch toevoegen van één nieuwe wooneenheid op het erf aan de Oxersteeg 11,

concept

21

waar reeds een jong gezin in woont, past binnen de lokale behoefte.

De voorgenomen ontwikkelingen leggen geen extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt, er wordt geïnvesteerd in landschap, en ter compensatie wordt planologisch één nieuwe woning toegestaan in ee bestaand gebouw. Er is sprake van reductie van bebouwingsoppervlak en de nieuwe ontwikkelingen worden gerealiseerd binnen het bestaande erf en bouwblok aan de Oxersteeg 11. Er is sprake van een concentratie van bebouwing. Het voorliggende plan voldoet daarmee aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

Het initiatief voorziet in het planologisch toevoegen van één nieuwe wooneenheid, waar reeds een jong gezin in woont, en door dit plan in kan blijven wonen, en waarmee sprake is van een toekomstbestendig gebruik van het gebouw. Door de huidige woning ook planologisch te bestemmen als woning, kan er ook duurzaam worden geïnvesteerd in de woning. Landschapsontsierende bebouwing waar geen vervolgfunctie meer voor is, wordt gesloopt.

22

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Zoals reeds onderbouwd is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en worden de ruimtelijke ontwikkelingen op goede wijze landschappelijk ingepast. De functie is hier passend in het buitengebied, relatief veel burgerwoningen aanwezig zijn. De burgerwoning is daarnaast niet beperkend voor het aanwezige bedrijf op het erf Oxersteeg 11 (zie paragraaf 5.7). In het vervolg van deze paragraaf is onderbouwd hoe verder toepassing is gegeven aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie, hoe het plan past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief, op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering en dat het plan past binnen de gebiedskenmerken zoals weergegeven in de Catalogus Gebiedskenmerken.

De 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' (KGO) gaat er vanuit dat er ruimte is voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe functies in het buitengebied, uitsluitend indien hier sociaal economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn en er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Twee principes zijn leidend: Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; De ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met

concept

23

investeringen in de ruimtelijke kwaliteit.

Figuur 13: Ruimtelijke kwaliteitsimpuls, verbeelding van de balans (Bron: Omgevingsvisie Overijssel) Uitgangspunt is dat plannen ontwikkelingsruimte krijgen als deze passen binnen het generieke beleid en de ontwikkelingsperspectieven van de provincie en worden uitgewerkt conform de gebiedskenmerken. Voorwaarde daarbij is dat de geboden ontwikkelingsruimte in evenwicht is met de te leveren kwaliteitsprestaties. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke inpassing zoals situering van gebouwen en erfbeplanting. Voor het bepalen van de hoogte van aanvullende kwaliteitsprestaties wordt het plan getoetst aan de hand van de volgende drie variabelen: Is de ontwikkeling gebiedseigen of gebiedsvreemd; Wat is de schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving; Dient het initiatief een eigen belang of ook maatschappelijke belangen. Gebiedseigenheid van de ontwikkeling In het voorliggende plan wordt in totaal 679 m2 aan landschapsontsierende schuren gesloopt op twee locaties in het buitengebied van de gemeente Deventer. Er wordt planologisch één nieuwe wooneenheid toegestaan, in een bestaand gebouw, welke reeds al tientallen jaren als woning is gebruik is. De woonfunctie past goed in dit gebied. De functie is veelvoorkomend in de omgeving.

Het plangebied aan de Oxersteeg 11, en ook het betrokken erf Oxersteeg 17, wordt daarnaast landschappelijk goed ingepast en ingericht, met inheems plantmateriaal. In zijn algemeenheid geldt dat hoe beter de nieuwe functies in het gebied passen, des te kleiner de vereiste extra investering is. Schaal van de ontwikkeling en impact op de omgeving De nieuwe ontwikkeling past qua schaal in het landschap en is qua impact relatief klein. Eigen belang versus maatschappelijke belangen Het planologisch bestemmen van het gebouw tot woning aan de Oxersteeg 11 dient in de eerste plaats een eigen belang. Door de realisatie van één nieuwe wooneenheid wordt de sloop van de landschapsontsierende schuren economisch uitvoerbaar. Beide betrokken erven worden daarbij landschappelijk ingepast. Functies in de omgeving van het plangebied worden niet beperkt. Het totale project dient daarmee een eigen belang, maar ook maatschappelijke belangen.

24

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Conclusie is dat het voorliggende plan past binnen het KGO-beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening. De ontwikkelingsruimte die geboden wordt is in balans met de investeringen in ruimtelijke kwaliteit. 2. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn daarnaast geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vorm gegeven. Het beleid voor de ontwikkelingsperspectieven is vastgelegd in artikel 4.9 van de Omgevingsverordening. In dit artikel is bepaald dat gemotiveerd moet worden dat een voorziene ontwikkeling past binnen de vastgestelde ontwikkelingsperspectieven. Voor het voorliggende plan is met name gekeken naar het erf Oxersteeg 11, omdat daar de nieuwe wooneenheid wordt gerealiseerd. Aan de Oxersteeg 17 worden alleen schuren gesloopt, wordt een schuur verbeterd en wordt het erf landschappelijk ingepast. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het plangebied aan de Oxersteeg 11 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' (zie figuur 14).

Figuur 14: Weergave uitsnede kaart ontwikkelingsperspectieven ter hoogte van het plangebied aan de Oxersteeg 11, Omgevingsvisie Overijssel In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Met aan de ene kant melkveehouderij en akkerbouw als belangrijke vorm van landgebruik. En aan de andere kant ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De kwaliteitsambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' staat hierbij voorop. De provincie wil de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, maar ook van andere sectoren zoals

concept

25

recreatie, nog nadrukkelijker verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen. Uitgangspunten voor mixlandschappen zijn: Behouden en versterken van de leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied; Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen; Ontwikkelingsmogelijkheden verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen. De realisatie van wooneenheid in een gebouw op het erf aan de Oxersteeg 11 welke al tientallen jaren als woning wordt gebruikt, waarbij ter compensatie schuren worden gesloopt op twee erven in het buitengebied (met name aan de Oxersteeg 11), er kwaliteitsverbeteringen aan bestaande schuren plaatsvinden en beide betrokken erven landschappelijk worden ingepast past binnen dit geldende ontwikkelingsperspectief. Er worden ook geen bestaande functies in de omgeving van het plangebied belemmerd met het voorliggende plan. 3. Gebiedskenmerken In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Er is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. Wanneer in het beleid normerende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze normerende uitspraken.

Wanneer in het beleid richtinggevende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze richtinggevende uitspraken. De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de laag van de beleving. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het plangebied aan de Oxersteeg 11 (daar waar de woonfunctie in een bestaand gebouw wordt toegevoegd) en gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn. De natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatieproces. Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast.

Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan voorkomen en er voor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het plangebied aan de Oxersteeg 11 ligt in een zandgebied, in 'dekzandvlakte en ruggen-gebied' (zie figuur 15). De dekzandvlaktes beslaan een groot deel van de oppervlakte van de provincie. In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandvlaktes voor het overgrote deel in cultuur gebracht als ssenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, bijvoorbeeld door egalisaties ten behoeve van de landbouw. De ambitie is de hoogteverschillen te versterken en het verschil in landschap met natuurlijke beplanting te accentueren.

26

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Figuur 15: Weergave uitsnede kaart gebiedskenmerken ter hoogte van het plangebied aan de Oxersteeg 11, natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel Normerend uitgangspunt: Dekzandvlakten en ruggen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Richtinggevende uitgangspunten: Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Met het plan wordt geen karakteristiek reliëf aangetast. De nieuwe ontwikkeling wordt ingepast op het huidige erf, binnen bestaande bebouwing. Het erf wordt daarnaast ingepast met gebiedseigen beplanting. Hiermee wordt aangesloten op de geldende uitgangspunten. Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen, daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan.

Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden. Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen: de es, de flank en het beekdal. Het plangebied aan de Oxersteeg 11 ligt in het Oude hoevenlandschap (zie figuur 16).

concept

27

Figuur 16: Weergave kaart gebiedskenmerken ter hoogte van het plangebied aan de Oxersteeg 11, laag agrarisch cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel Het oude hoevenlandschap heeft verspreide erven met vaak een 'eigen' es. Ze zijn ontstaan nadat de complexen met grote essen 'bezet' waren. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Dit is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het betreft contrastrijke landschappen met veel variatie op de korte afstand: open es, kleinschalige flank met erf, kleinschalige natte laagtes met veel houtwallen, open heidevelden en -ontginningen. Daartussen kleinere bovenlopen van beken. De ambitie is de kenmerkende afwisseling te versterken. Het gaat hierbij met name om de open es, de routes over de erven, de erven en de landschapsbeplanting. Normerend uitgangspunt: De essen en esjes krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf.

28

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

Richtinggevende uitgangspunten: Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ontwikkelingen vergroten de toegankelijkheid van erven en erfroutes. Met het plan wordt geen karakteristiek reliëf aangetast. De nieuwe ontwikkeling wordt ingepast op het huidige erf binnen een bestaand gebouw. Het erf wordt daarnaast ingepast met gebiedseigen beplanting. Hiermee wordt aangesloten op de geldende uitgangspunten. Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen. Daarbij wordt kwaliteit, eigenheid en onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft.

De opbouw, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landsschap besloten liggen. Bij de transformatie van erven in het landelijk gebied vervalt vaak de vanzelfsprekende samenhang tussen erf en landschap. De ambitie is de erven levend te houden, verbonden met het landschap. Voor het plangebied zijn de aanduidingen 'informele trage netwerk' en 'verspreide bebouwing' van toepassing. Relevante uitgangspunten zijn: Bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit; Behoud en versterking kenmerkende erfstructuur en volumematen; Behouden robuuste ensemble; Koppelen erf aan landschap; Toegankelijkheid landschap verbeteren. Met deze uitgangspunten is waar mogelijk rekening gehouden in het inrichtingsplan. Zo wordt het erf gekoppeld aan het landschap en is sprake van een robuust ensemble. Laag van de beleving De laag van de beleving heeft geen rechtstreekse doorwerking op dit plan, behalve dat het plangebied in 'donkertegebied' ligt. Hier is rekening mee gehouden door extra lichthinder te beperken.

4.3.2 Conclusie Het voorliggende ruimtelijke plan past binnen het provinciale beleid, zoals ook vastgelegd in de provinciale verordening. Het plan past binnen KGO-beleid en binnen het geldende ontwikkelingsperspectief en is uitgewerkt op basis van de gebiedskenmerken.

concept

29

4.4

Gemeentelijk beleid

De gemeente Deventer heeft diverse beleidsdocumenten die kaderstellend zijn voor de ontwikkelingen in het buitengebied. De volgende documenten zijn op het plangebied van toepassing: 1. 2. 3. 4.

Beleid 'Kansen uit buiten'; Omgevingsvisie Deventer; Landschapsontwikkelingsplan Salland; Woonvisie Deventer.

4.4.1 Beleid 'Kansen uit buiten' Het beleid 'Kansen uit buiten' is de Deventer invulling van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De KGO is een regeling van provincie Overijssel die eisen stelt aan ontwikkelingen in de groene omgeving. De KGO en ‘Kansen uit buiten’ bieden meer mogelijkheden dan het bestemmingsplan (omgevingsplan), maar daar worden wel voorwaarden aan gesteld. De belangrijkste voorwaarde is dat ontwikkelingsruimte (zoals het bouwen van een nieuwe woning) moet worden gecompenseerd met investeringen in de ruimtelijke kwaliteit (zoals het slopen van landschapsontsierende bebouwing). In het beleid ‘Kansen uit buiten’ beschrijft de gemeente Deventer hoe zij de KGO inzet. Het beleid voorziet in twee concrete regelingen. Dit betreffen de Rood-voor-Rood-regelingen 'Woning voor schuur' en 'Schuur voor schuur'. Het voorliggende plan valt niet in één van beide specifieke regelingen, maar heeft wel kenmerken van 'Woning voor schuur'. Bij 'Woning voor schuur' mag in principe (en onder voorwaarden) een nieuwe woning worden gebouwd, wanneer ter compensatie minimaal 850 m2 aan landschapsontsierende schuren wordt gesloopt. In het voorliggende plan wordt geen nieuwe woning gebouwd, maar wordt een gebouw die al tientallen jaren als woning wordt gebruikt, nu ook planologisch bestemd tot woning. Er wordt daarbij dus geen nieuwe bebouwing opgericht.

Het beleid 'Kansen uit buiten' maakt het ook mogelijk om aan dit soort initiatieven planologische medewerking te verlenen. Er wordt dan afzonderlijk beoordeeld of er voldoende wordt geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit, aangezien het maatwerk betreft. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het voorliggende plan wordt in totaal 679 m2 aan landschapsontsierende schuren gesloopt op twee locaties in het buitengebied van de gemeente Deventer. Er wordt planologisch één nieuwe wooneenheid toegestaan, in een bestaand gebouw, welke reeds al tientallen jaren als woning is gebruik is. De woonfunctie past goed in dit gebied. Beide betrokken erven aan Oxersteeg 11 en Oxersteeg 17 worden landschappelijk goed ingepast en ingericht, met inheems plantmateriaal. Ook vinden kwaliteitsverbeteringen plaats aan bestaande schuren. Het plan staat daarmee in goede verhouding met 'Woning voor schuur' plannen en bijbehorende specifieke regels. Er wordt net iets minder aan schuren gesloopt, maar er wordt anderzijds ook geen nieuwe woning met nieuw bijgebouw opgericht. Het voorliggende plan past binnen het maatwerk wordt het beleid biedt. Er wordt voldoende geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit.

30

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

4.4.2 Omgevingsvisie Deventer De Omgevingsvisie Deventer is vastgesteld op 18 december 2019. De gemeente Deventer wil het buitengebied leefbaar en toekomstbestendig houden. Daarom wordt ruimte geboden voor verandering, mits dat gebeurt met respect voor de bestaande kwaliteiten van het rivierenlandschap, het oude cultuurlandschap, het jonge ontginningslandschap en de stadsrandzone. Het leggen of verstevigen van schakels in verbindende netwerken tussen stad, dorpen en buitengebied, zoals groen- en waterstructuren, droge en natte ecologische verbindingszones, wandelroutes en recreatieve en utilitaire fietsroutes is van belang. Dit kan voor uiteenlopende aspecten van meerwaarde zijn, zoals het vergroten van de biodiversiteit in het stedelijk gebied (bijenlinten e.d.), het beleefbaar maken van historische en/of landschappelijke lijnen en het stimuleren van inwoners tot meer bewegen. Er wordt gestreefd naar een robuuste hoofdstructuur voor natuur, recreatie en waterberging. Bestaande kwaliteiten worden beschermd en kansen voor het optimaliseren ervan worden benut. Er is bijvoorbeeld ruimte om vrijkomende landbouwgronden niet alleen te gebruiken voor agrarische productievergroting en functieverbreding, maar ook voor het bereiken van doelen op het gebied van natuur- en ecologie (o.a. versterken Natuurnetwerk Nederland) en water (waterretentie, kwaliteit).

Grondeigenaren zijn hiervoor in eerste instantie aan zet, de gemeente faciliteert en probeert initiatieven te verbinden. Om leegstand en/of verloedering van het landschap tegen te gaan, kan agrarische bedrijfsbebouwing een nieuwe functie krijgen bijvoorbeeld door andere bedrijvigheid. Gebouwen die het landschap ontsieren kunnen worden vervangen door één of meer woningen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met het voorliggende plan worden op twee locaties in het buitengebied van Deventer landschapsontsierende schuren gesloopt en worden de bestaande erven landschappelijk en natuurlijk verbeterd. Ook worden enkele bestaande schuren verbeterd. Dit ter compensatie van het planologisch bestemmen van een bestaand gebouw tot woning, die al tientallen jaren wordt gebruikt als woning. Dit draagt bij aan het voorkomen van leegstand en verloedering op erven in het buitengebied. Deze ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie Deventer.

4.4.3 Landschapsontwikkelingsplan Salland De gemeente Deventer, Raalte en Olst-Wijhe hebben een gezamenlijk Landschapsontwikkelingsplan opgesteld. Het Landschapsontwikkelingsplan vormt de landschappelijke karakteristiek de basis. Nieuwe ontwikkelingen worden ingezet als motoren voor landschapsbehoud, versterking en ontwikkeling. Het plangebied is gelegen in het zdekzandruggengebied. De visueel-ruimtelijke kwaliteiten van deze hogere gronden zijn voor een belangrijk deel gelegen in de sterke verwevenheid van diverse ruimtelijke elementen zoals bosjes, bebouwing, houtwallen en singels. Samen met reliëfverschillen (essen) en open ruimtes ontstaat hierdoor een gevarieerd landschapsbeeld van besloten tot half open landschap, ook wel kampen- of hoevenlandschap genoemd. De historische ensembles die in het gebied voorkomen zijn van grote waarde. Monumentale bomen en oude gebouwen hebben een grote museale kwaliteit. Plaatselijk is de aanwezigheid van landgoederen dominant in het landschap van de dekzandruggen, vooral ten noorden van Deventer en rondom Heino. De buitenplaatsen vormen karakteristieke elementen in het landschap van Salland. Op een aantal plaatsen is de link tussen de hogere ruggen en de lagere delen heel karakteristiek: bij de grotere essen bij Bathem, Averlo en het landgoederenlandschap bij Diepenveen en Heino.

Het landschapsbeleid is gericht op het versterken van de karakteristiek door de hoger gelegen ruggen ruimtelijk te verdichten. Nieuwe rode functies in het buitengebied (passend binnen

concept

31

bestaand beleid) zijn landschappelijk gezien het meest wenselijk op de ruggen onder de voorwaarde dat landschapselementen worden aangelegd. De wegen op de ruggen zijn beplant. Doorgaande structuren zoals het Overijssels Kanaal en de doorgaande wegen passen zich aan deze karakteristiek aan en zijn ter hoogte van de ruggen beplant. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met het voorliggende plan wordt geen karakteristiek reliëf aangetast. Ook worden geen waardevolle open ruimtes aangetast. De nieuwe ontwikkeling wordt ingepast op het huidige erf aan de Oxersteeg 11, binnen bestaande bebouwing. Beide betrokken erven worden daarnaast ingepast met gebiedseigen beplanting. Hiermee wordt aangesloten op de geldende uitgangspunten. Hiermee past het voorliggende plan binnen de uitgangspunten en randvoorwaarden die in het Landschapsontwikkelingsplan worden benoemd.

4.4.4 Woonvisie Deventer De gemeente Deventer heeft in september 2024 de woonvisie 'Meer dan geWOON' (2018) geactualiseerd. De vraag naar woningen in Deventer is groot, met een behoefte van 7.000 nieuwe woningen tussen 2021 en 2035, wat een gemiddelde positie inneemt binnen verschillende prognosescenario's. Dit zou het totale aantal huishoudens tegen 2035 op bijna 52.000 brengen, inclusief een actueel tekort van ruim 1.500 woningen. Om hieraan te voldoen, is een nieuwbouwopgave van in totaal 11.000 woningen vastgesteld, waarvan 1.000 in de dorpen moeten worden gerealiseerd volgens de samenvattende routekaart 'wonen en voorzieningen, arbeidsmarkt versterken en verjongen!' die door de raad in december 2021 is goedgekeurd. Om te voldoen aan de autonome behoefte aan woningen tot 2030 moeten er jaarlijks minimaal 500 netto woningen worden toegevoegd, waarna dit aantal ruim 400 per jaar zal zijn. Daarnaast is er een extra ambitie om jaarlijks 300-400 extra woningen te realiseren. Dit wordt ondersteund door routekaarten die dieper ingaan op doelgroepen, woonmilieus, tempo, locaties en langetermijn-verstedelijkingsstrategieën, met specifieke aandacht voor zowel het stedelijk gebied van Deventer (via 'Wonen Ruimte Stad - Deventer Bouwt') als voor de dorpen Diepenveen, Schalkhaar, Lettele, Loo, Okkenbroek en Bathmen.

De Gebiedsprogramma’s Centrumschil en Keizerlanden spelen een integrale rol in de uitvoering van de woningbouwopgave, waarbij versnelling richting 2030 wordt nagestreefd met steun van een subsidie toegekend door het Rijk. Een belangrijk onderdeel van deze subsidie is de verplichting om 50% van de woningen in de betaalbare categorie te realiseren.Voor de stedelijke opgave is het essentieel dat toekomstige ontwikkelingen maatschappelijke meerwaarde creëren en bijdragen aan de ambitieuze doelen van Deventer. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met de voorgenomen ontwikkeling wordt planologisch een wwoneenheid toegevoegd, binnen bestaande bebouwing op een bestaand erf in het buitengebied van Deventer. Hiermee wordt een bescheiden bijdrage geleverd aan de grote woningbouwopgave waarmee de gemeente Deventer te maken heeft.

4.4.5 Conclusie Uit de voorgaande beleidsanalyse is gebleken dat het voorgenomen project past binnen het gemeentelijk beleid.

32

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

concept

33

Hoofdstuk 5 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de gevolgen van het voorgenomen plan op de fysieke leefomgeving beschreven. Hierbij wordt met name ingegaan op het erf Oxersteeg 11, aangezien daar planologisch een extra wooneenheid wordt toegekend.

5.2

M .e.r. beoordeling

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) toetst of er sprake is van een plan of ontwikkeling met grote milieugevolgen. Bij besluiten die mogelijk grote gevolgen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling negatieve milieueffecten heeft ten aanzien van de fysieke leefomgeving. In deze paragraaf wordt hier verder op in gegaan.

5.2.1 Wettelijk kader Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat samen met hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) de regelgeving over de milieueffectrapportage. Op basis van deze regels is een plan-m.e.r. verplicht voor een plan: Dat een kader vormt voor een te nemen project-m.e.r.-plichtig of project-m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit of; Waarvoor een passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig is. Bijlage V van het Ob bevat een niet-limitatieve lijst met projecten met mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Ook voor andere dan in de lijst genoemde projecten kan eventueel een beoordeling nodig zijn om na te gaan of er sprake is van mogelijke aanzienlijke milieueffecten. Voor kleinere (lokale) ontwikkelingen of kleine wijzigingen bestaat de plan-m.e.r.-beoordeling als opvolger van de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De plan-m.e.r.-beoordeling is verplicht wanneer een ontwikkeling leidt tot mogelijke aanzienlijke milieueffecten en significantie gevolgen voor Natura 2000-gebieden optreden. De planm.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob worden genoemd.

5.2.2 Relatie met het voorliggende plan De voorgenomen ontwikkeling wordt niet genoemd in bijlage V van het Ob. Een m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een m.e.r. is niet nodig.

34

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22aa Oxersteeg 11

5.3

Duurzaamheid

Voorliggend plan ziet toe op het formeel planologisch toestaan van de functie wonen in een bestaand gebouw, welke reeds tientallen jaren als woning wordt gebruikt. Ter compensatie worden op twee erven schuren gesloopt (met name aan de Oxersteeg 17) en worden de twee erven landschappelijk ingepast. Met voorgenoemde ontwikkelingen wordt het gebruik van de erven toekomstbestendig voortgezet. Door het gebouw planologisch de functie woning te geven, kan ook achterstallig onderhoud plaatsvinden, waarmee het gebouw weer toekomstbestendig kan worden gemaakt. Met betrekking tot het aspect duurzaamheid is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16418102/1