CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-1025-bijlage-Evaluatierapport participatie Deventer

Raadsvergadering 11 maart 2026, gemeente DeventerBij agendapunt: Vervangen participatieverordening en aanpassen participatiebeleid15.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gespreksronde 4 – Maatschappelijke waarden ophalen (Brede consultatie) Periode: juli – november 2024 Tijdens de brede consultatiefase sprak de gemeente op grote schaal met inwoners, ondernemers, weggebruikers en bezoekers. Via de online keuzewijzer — waaraan 2.014 33

mensen deelnamen — werd gevraagd naar waarden, voorkeuren en dilemma’s die relevant zijn voor beide beleidsproducten. In één participatievorm werd inzicht opgehaald in vragen als: wat vindt u belangrijker, veiligheid of bereikbaarheid? Hoever mag de stad gaan met autoluwheid? Hoe waardeert u ruimte voor fiets en groen ten opzichte van ruimte voor de auto? En welke zorgen of kansen ziet u in de voorgestelde koers? De keuzewijzer combineerde dilemma’s, stellingen en open toelichtingen. Deelnemers gaven zo hun waardepatronen en voorkeuren mee, die vervolgens door het ambtelijke projectteam werden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Informatiebijeenkomsten boden ruimte om vragen te stellen en context te krijgen. De opbrengsten gaven een breed maatschappelijk beeld dat werd gebruikt om de koers te legitimeren en waar nodig aan te scherpen.

Fase 5 – Opleveren en besluitvorming Periode: november 2024 – maart 2025 In de opleverfase werd het participatieproces afgerond en alle opgehaalde inzichten samengebracht tot een bestuurlijk afweegbaar geheel. Het projectteam bundelde de analyses, variantenstudies, focusgroepopbrengsten en de resultaten van de brede consultatie tot één consistente basis voor besluitvorming. De gemeente maakte in een conceptreactienota inzichtelijk hoe de inbreng uit de participatie was verwerkt en welke argumenten hebben geleid tot bepaalde keuzes. Deze transparantie vormde een belangrijk onderdeel van de verantwoording naar raad en samenleving: wat is overgenomen, wat niet, en waarom? In deze fase vonden intensieve bestuurlijke gesprekken plaats binnen het college en de gemeenteraad. Centraal stonden vragen als: welke maatregelen en varianten worden doorgezet, welke koers is uitlegbaar en uitvoerbaar, hoe verhouden de keuzes zich tot de participatieresultaten, en welke richting vormt een stabiele basis voor de verdere uitwerking van zowel de Hoofdwegenstructuur als het Mobiliteitsplan Binnenstad & Periferie? De bestuurlijke afwegingen en besluitvorming markeerden de afronding van de participatiefase. De vastgestelde koers vormt vanaf dat moment het vertrekpunt voor de formele planvoorbereiding, de nadere uitwerking van maatregelen en de uiteindelijke besluitvorming door de gemeenteraad.

34

3.De beoordeling van het participatieproces Criterium

Criteria verrijken inhoud Het onderwerp was geschikt

Interne score

Externe score

Toelichting score

Intern: duidelijke opgave, logisch om HWS & B+P samen te behandelen. Extern: relevant, maar complex; twee projecten tegelijk maakten het moeilijker te overzien.

Er was ruimte voor aanpassingen

Intern: ruimte gezien binnen varianten en prioritering, maar kaders lagen vast. Extern: deelnemers ervoeren beperkte beïnvloeding omdat veel beleidsrichtingen al gekozen waren.

Het eindresultaat was uitvoerbaar

Intern: participatieresultaten goed te vertalen naar beleid. Extern: inwoners en stakeholders herkenden uitvoerbaarheid en realisme in voorgestelde richting.

Criteria toegankelijk proces Het proces was toegankelijk

Intern: goede mix van vormen (focusgroep + keuzewijzer). Extern: deelname eenvoudig; digitale toegang laagdrempelig; brede consultatie goed bereikt.

Deelnemers waren continu geïnformeerd

Intern: Informatie was intern goed beschikbaar en inhoudelijk zorgvuldig, maar de hoeveelheid en complexiteit maakten het lastig om deelnemers tijdig en behapbaar te informeren. Extern: Hoewel 64% aangeeft voldoende inhoud te hebben ontvangen, vond 47% de procescommunicatie niet tijdig of duidelijk. Deelnemers ervaarden de communicatie als omvangrijk, technisch en vaak laat of onduidelijk over doelen en vervolgstappen, waardoor het proces minder voorspelbaar en toegankelijk voelde.

Het besluit was helder gecommuniceerd

Intern: besluitvorming bekend, maar niet altijd transparant vertaald naar buiten. Extern: 50% miste duidelijkheid over besluiten en verwerking input. Deelnemers en raad zagen onvoldoende hoe input concreet is meegewogen.

Criteria afstemmen op relatie Alle belanghebbenden waren in beeld

Intern: De focusgroep was breed en zorgvuldig samengesteld met vertegenwoordigers van relevante belangen, en de brede consultatie bereikte ruim 2.000 inwoners en gebruikers. Extern: Toch gaven sommige deelnemers en raadsleden aan dat niet alle doelgroepen zich vertegenwoordigd voelden en dat de focusgroep niet voor iedereen als voldoende representatief werd ervaren voor richtinggevende keuzes. 31% van respondenten vond dat niet alle groepen zijn gehoord; vooral wijken buiten centrum misten zichtbaarheid.

35

Interactie afgestemd op belanghebbenden

Intern: ingezien dat vooraf bedachte werkvormen (eerst sessie informeren en dan sessie gesprek) niet passend waren: de focusgroep was groot en de informatie als veel en complex werd ervaren→ bijsturing doorgevoerd. Extern: eerste helft te zendergericht; pas later ruimte voor echte dialoog en gelijkwaardigheid.

Belangen werden zichtbaar afgewogen

Intern: door omvang focusgroep kwamen niet alle belangen scherp in beeld. Dit is in een latere sessie alsnog opgehaald. Extern: 44% ervoer onvoldoende zicht op belangenafweging en vond besluitvorming niet goed uitlegbaar. Afwegingen vooral intern duidelijk; voor deelnemers bleef onhelder welke belangen hoe zijn meegewogen.

Criteria efficiënte inzet menskracht en middelen Er was voldoende tijd

Er was voldoende menskracht en middelen

Intern: tijd was strak maar beheersbaar. Extern: deelnemers vonden het te veel, te snel en te intensief; weinig ruimte voor verdieping. Intern: veel expertise aanwezig, maar rolonduidelijkheid (proces/inhoud) leidde tot druk. Extern: deelnemers merkten dat organisatie soms overbelast was en bijeenkomsten niet optimaal voorbereid waren.

Legenda: = ging goed,

= aandachtspunten,

= ging niet goed

36

4.Conclusie en leerpunten 4.1 Wat ging goed 1. Transparant en inhoudelijk zorgvuldig Deelnemers waardeerden de kwaliteit en helderheid van kaarten, varianten en modellen. De inhoud was goed onderbouwd, begrijpelijk gepresenteerd en bood een stevige basis voor gesprek en afweging. 2. Zorgvuldige verwerking van participatie-input Ambtelijk werden signalen, waarden en adviezen consequent geanalyseerd en meegenomen in de interne en bestuurlijke afweging. De interne verwerking scoorde hoog in de evaluatie en werd door deelnemers als serieus en zorgvuldig ervaren. 3. Bijsturing halverwege werkte versterkend Het scheiden van proces- en inhoudsregie en het introduceren van meer interactieve werkvormen verbeterden de gesprekskwaliteit zichtbaar. Deelnemers voelden zich beter gehoord en er ontstond meer ruimte voor dialoog en nuance. 4. Breed en inclusief participatiebereik De combinatie van een focusgroep én de brede digitale consultatie (met ruim 2.000 deelnemers) zorgde voor zowel diepgang als breedte. Hierdoor ontstond een rijk beeld van maatschappelijke waarden, zorgen en voorkeuren. 5. Professionele samenwerking en inzet binnen het projectteam Het projectteam werkte onder hoge tijdsdruk efficiënt samen met externe experts. De organisatie van sessies, informatieproducten en analyses verliep zorgvuldig, ondanks de omvang en complexiteit van het traject.

4.3 Wat kon beter (leerpunten) 6. In participatieaanpak aansluiten bij informatiebehoefte van de raad De oorspronkelijke aanpak richtte zich op een smalle, verdiepende participatieroute met brede consultatie pas aan het einde. De raad had echter behoefte aan vroegtijdige, brede maatschappelijke inzichten om richtinggevende keuzes te kunnen legitimeren en belangen zorgvuldig af te wegen. Dit verschil in informatiebehoefte leidde tot bijsturing halverwege het traject. 7. Twee eindresultaten in één participatieproces maakten het complex Het tempo van HWS en B+P liep niet synchroon, kaders en doelen verschilden, en deelnemers waren regelmatig onduidelijk over welke input voor welk product bedoeld was. Dit bemoeilijkte het proces en maakte het minder toegankelijk.

37

8. Intensiteit participatieproces stond niet in verhouding tot de beïnvloedingsruimte Veel beleidskaders stonden vooraf vast, waardoor de ruimte voor echte koersbeïnvloeding beperkt was. De participatie-intensiteit was tegelijk hoog, met veel bijeenkomsten en complexe technische informatie. Deelnemers vonden het proces tijdrovend in verhouding tot hun invloed. 9. Hoge tijdsdruk beperkte reflectie en communicatie De strakke planning liet weinig ruimte voor verwerking, verdieping en tussentijdse afstemming. Externe communicatie werd als niet altijd tijdig, volledig of duidelijk ervaren, wat leidde tot onzekerheid over processtappen en inputverwerking. 10. Rolvermenging tussen inhoud en proces In de beginfase vervulde het projectteam zowel de inhoudelijke rol als de gespreksleiding. Dit maakte bijeenkomsten soms zendergericht en minder duidelijk waar ruimte voor invloed zat. Na de bijsturing in april 2024 – met een gescheiden proces- en inhoudsrol en interactievere werkvormen – verbeterde de gespreksdynamiek zichtbaar. Dit laat zien dat een heldere rolverdeling vanaf de start helpt om gesprekken gelijkwaardiger, toegankelijker en effectiever te maken.

4.3 Conclusie – Totaalbeeld Het participatieproces voor de Hoofdwegenstructuur en het Mobiliteitsplan Binnenstad & Periferie was breed opgezet en inhoudelijk sterk. Deelnemers waardeerden de transparantie van analyses, kaarten en varianten, evenals de zorgvuldige verwerking van hun inbreng. De combinatie van focusgroep en brede digitale consultatie leverde een rijk en divers maatschappelijk beeld op. Tegelijkertijd zorgden de combinatie van twee trajecten, de hoge tijdsdruk, de aanvankelijke rolonduidelijkheid en het verschil in informatiebehoefte tussen organisatie en raad voor complexiteit en wisselende participatie-ervaringen. De procesbijsturing in het voorjaar van 2024 verbeterde de interactie en toegankelijkheid merkbaar, maar kon niet alle structurele knelpunten oplossen. Het totaalbeeld is dat het proces inhoudelijk waardevol was en veel heeft opgeleverd, maar organisatorisch zwaar en complex was in verhouding tot de beschikbare tijd en de ruimte voor beïnvloeding.

38

“Voor mijn gevoel is er echt geluisterd. De gemeente doet wel haar best om inwoners te betrekken. Dat geeft vertrouwen.” — reactie deelnemer externe evaluatie-

“De aangeboden informatie bleek gedurende het proces te veel en te complex.” - reactie deelnemer interne evaluatie-

“Bij de HWS is er duidelijk wél iets gedaan met de input. Dat waarderen we.” — reactie deelnemer externe evaluatie-

“We hebben veel opgehaald, maar in de drukte is te weinig expliciet teruggekoppeld wat we met die input hebben gedaan. Dat nemen we mee voor volgende rondes.” - reactie deelnemer interne evaluatie-

"We waarderen dat onze input serieus wordt genomen, maar het proces voelt soms erg zwaar." - reactie deelnemer externe evaluatie-

“Ik heb de enquête ingevuld en dat was op zich een prima manier om mijn mening te geven.” - reactie deelnemer externe evaluatie-

“Ik heb zeker meegedacht, maar ik mis een duidelijke terugkoppeling: wat is er met onze input gedaan?” - reactie deelnemer externe evaluatie-

39

4.Evaluatie participatie Senzoraterrein Raambuurt In deze bijlage lichten we het verloop van het participatieproces rond de totstandkoming van het bestemmingsplan voor de herinrichting van het Senzoraterrein uitgebreid toe. We doen dit aan de hand van de Relevant Gesprek® blauwdruk (procesverloop) en het Relevant Gesprek® kwaliteitskader (beoordeling). De opbouw is als volgt: 1. 2. 3. 4.

De opgave Het doorlopen participatieproces De beoordeling van het participatieproces Conclusie en leerpunten

1. DE OPGAVE — Senzoraterrein Raambuurt Wat is het vraagstuk? Het Senzoraterrein is het voormalige fabrieksterrein van Senzora in de Raambuurt, waar na 102 jaar bedrijfsvoering in 2018 een einde kwam. Senzora was een bekende Deventer fabriek voor zeep, wasmiddelen en geurproducten – een karakteristiek industrieel bedrijf dat decennialang werkgelegenheid bood en een zichtbare rol speelde in de ontwikkeling van de wijk. Het terrein wordt herontwikkeld van een gesloten bedrijfscomplex naar een open stedelijk woongebied met een stevig woonprogramma. Aanleiding en urgentie Sinds de sluiting van de Senzora-fabriek in 2018 ligt het terrein – een markante plek midden in de Raambuurt – grotendeels leeg. De combinatie van woningnood in Deventer en de ambitie van zowel gemeente als ontwikkelaars om binnenstedelijk te verdichten maakt deze locatie bijzonder kansrijk voor herontwikkeling. Tegelijkertijd ligt het terrein in een kwetsbare, historische en dichtbebouwde wijk (Raambuurt, Knutteldorp, Buitengracht en Pothoofd), waardoor de ruimtelijke impact voor omwonenden groot is. Dit maakt een zorgvuldig proces, met aandacht voor participatie, noodzakelijk.

Beoogd eindresultaat Het project moet uiteindelijk leiden tot een bestemmingsplan – vastgesteld op 17 juli 2024 – waarin de bouw van nieuwe woningen, de inrichting van de openbare ruimte en de mogelijke functies voor het bestaande Senzorapand juridisch zijn vastgelegd. Het eindresultaat omvat een woongebied met een mix van woningtypen, waaronder sociale huur, en een stedenbouwkundig ontwerp dat zorgvuldig rekening houdt met privacy en bezonning, verkeersen parkeereffecten, de historische context van de wijk en het behoud en toevoegen van groen. Waarom werd participatie georganiseerd? Participatie werd georganiseerd omdat de herontwikkeling van het Senzoraterrein een grote impact heeft op de omliggende wijken, waardoor het voor zowel de ontwikkelaars (BPD/Le Clercq) als de gemeente noodzakelijk was om belanghebbenden tijdig mee te nemen. Participatie moest bijdragen aan vertrouwen, betrokkenheid en het benutten van de lokale kennis van bewoners werd gezien als essentieel voor het verbeteren van het ontwerp. Bovendien had de gemeenteraad bij de vaststelling van het masterplan nadrukkelijk gevraagd

40

om een transparante en stevigere participatieaanpak. De participatie vond plaats tussen 2020 en 2024 Wie is de beslisser, wie is eigenaar, wie voert participatie uit? -

-

Beslisser over het eindresultaat: gemeenteraad Deventer stelde in juli 2022 het masterplan vast en stelde op 17 juli 2024 het bestemmingsplan vast. Inhoudelijk eigenaar van het eindresultaat: Projectontwikkelaar BPD/Le Clercq: eigenaar van het terrein en verantwoordelijk voor de planvorming en het ontwerpproces. Uitvoering van het participatieproces: BPD/Le Clercq, Bureau Jonge Honden: maakte het communicatie- en participatieplan en ondersteunde de uitvoering. Gemeente Deventer hield toezicht op het proces, bewaakte de kaders en de besluitvorming.

41

PROJECTFASE 1 – Opstellen Masterplan (2020–juli 2022) Participatie met goede intenties, maar zonder wettelijke verplichting en zonder duidelijke proceskaders

Fase 1. Verkennen In deze fase startte de ontwikkelaar met het verkennen van de herontwikkeling van het Senzoraterrein op basis van het handelingsperspectief van de gemeente (2018). Dit document gaf inhoudelijke richting, maar bevatte geen participatiekaders. Dat betekent dat de initiatiefnemer niet wettelijk verplicht was tot het organiseren van participatie – onder de toenmalige Wet ruimtelijke ordening gold geen participatieplicht voor private ontwikkelaars. Vanuit een oprechte intentie om bewoners te betrekken, werd vooral aansluiting gezocht bij het bestuur van de Raambuurtvereniging. Dit was een logische eerste stap, maar betekende dat de verkenning nog niet breed werd uitgezet richting andere buurten zoals Knutteldorp, de Buitengracht en het Pothoofd. De basis voor participatie was aanwezig, maar bleef smal.

Fase 2. Aanpak Omdat er geen wettelijke verplichting en geen gemeentelijke proceskaders waren, ontstond een aanpak die vooral werd gevormd door voortschrijdend inzicht. De ontwikkelaar voerde gesprekken wanneer dat relevant leek en informeerde bewoners via de Raambuurtvereniging en later via uitnodigingen voor bijeenkomsten. Het participatieniveau werd niet expliciet benoemd, waardoor bewoners verschillende verwachtingen kregen over hun invloed. De intentie om zorgvuldig te werken was duidelijk aanwezig, maar het ontbreken van een planmatige structuur maakte het lastig om de verwachtingen en rollen te verduidelijken.

3. Inrichten De participatie werd door de projectontwikkelaar zelf uitgevoerd. Over verdere capaciteit, organisatie of interne planning zijn geen gegevens beschikbaar, dus deze worden hier terecht niet beschreven.

4. Gespreksrondes In deze fase vonden diverse gespreksrondes plaats, verspreid over meerdere jaren. Doorlopende overleggen met de Raambuurtvereniging Er werd regelmatig overleg gevoerd met het bestuur van de Raambuurtvereniging (in totaal zestien keer). Deze gesprekken vormden een doorlopende bron van input. Onderwerpen die hier aan bod kwamen waren onder meer: bouwhoogtes en schaduwwerking, het behoud van bestaande rooilijnen, verkeersbewegingen en parkeerruimte en behoud van karakteristieke 42

zichtlijnen. Meerdere elementen uit deze gesprekken zijn daadwerkelijk in het masterplan verwerkt. Gespreksronde met enquête (2021) De enquête, waaraan circa 150 bewoners deelnamen, gaf belangrijke inzichten over bereikbaarheid en parkeren, wens voor meer groen, behoud van industriële karakterelementen, voorkeuren voor een autoluwe inrichting. Deze input heeft aantoonbaar geleid tot aanpassingen in het masterplan. Meerdere individuele gesprekken Verschillende bewoners namen initiatief tot gesprekken met de ontwikkelaar, waarin zij zorgen deelden over schaduw, privacy, geluid en verkeer. De ontwikkelaar voerde deze gesprekken en deed op onderdelen ontwerpaanpassingen. Door het ontbreken van transparante verslaglegging was echter niet zichtbaar hoe deze input precies is verwerkt. Gespreksronde dialoogbijeenkomsten (7 en 13 april 2022) Voor de wijk werden twee bijeenkomsten georganiseerd waarin het concept-masterplan werd gepresenteerd. Hier kwamen veel zorgen naar voren, vooral over: bouwhoogtes, privacyeffecten, de impact op de bestaande woonkwaliteit en de beleving van het industriële erfgoed. Bewoners benoemden dat dit voor velen de eerste keer was dat zij het plan zagen, wat hen het gevoel gaf laat betrokken te zijn.

Gespreksronde Senzora Expo (april–juni 2022) Gedurende tien weekenden konden bewoners het terrein bezoeken, de maquette bekijken en in gesprek gaan met medewerkers over het masterplan. Dit bood laagdrempelige gelegenheid tot vragenstellen, maar de input werd niet systematisch gedocumenteerd. Verwerking van input De ontwikkelaar heeft inhoudelijk verschillende aanpassingen gedaan, zoals: lagere bouwhoogtes in de Raamstraat, gewijzigde oriëntatie van bouwblokken, aanpassing van de inrit van de parkeerkelder en behoud van extra parkeerplaatsen. Het voor deelnemers niet zichtbaar dat hun opmerkingen hierin waren meegenomen, omdat terugkoppeling ontbrak.

5. Opleveren Bij de vaststelling van het masterplan in juli 2022 werd zichtbaar dat de gemeenteraad onvoldoende inzicht had in het doorlopen participatieproces. De raad zag wel dat er participatie had plaatsgevonden, maar kon niet reconstrueren wie er betrokken waren, welke input was opgehaald en hoe belangen waren gewogen. Die onduidelijkheid was mede het gevolg van het ontbreken van participatiekaders in het handelingsperspectief (2018) en het feit dat participatie toen niet wettelijk verplicht was. Hierdoor was het proces minder transparant ingericht dan bij de huidige normen gebruikelijk zou zijn.

43

PROJECTFASE 2 – Uitwerking Masterplan → Ontwerp & Bestemmingsplan (september 2022 – oktober 2023) Een verbreding en professionalisering van het participatieproces, met duidelijke verwachtingen en veel meer transparantie

Fase 1. Verkennen Na de motie van de gemeenteraad (juli 2022), waarin werd uitgesproken dat de participatie in de masterplanfase ontoereikend was, begon de tweede projectfase met een hernieuwde en bredere verkenning van het speelveld. De raad vroeg om een participatieplan en om een transparant en breed participatieproces. Het project werd opnieuw verkend, nu niet alleen inhoudelijk, maar ook procesmatig. Anders dan in fase 1 werd hier een proces ontworpen dat wél voldeed aan de verwachtingen van raad en omgeving, en dat aansluit bij hoe de Omgevingswet participatie tegenwoordig verplicht stelt bij een buitenplanse ontwikkeling als deze.

Fase 2. Aanpak In deze fase werd een duidelijke en herkenbare aanpak ontwikkeld. De ontwikkelaar schakelde Jonge Honden in voor het opstellen van een Communicatie- & Participatieplan, waarin onder meer de beoogde gespreksstructuur, het participatieniveau (meeweten en meedenken), de inrichting van focusgroepen en de momenten van brede terugkoppeling werden uitgewerkt. Voor bewoners werd hiermee zichtbaar wat zij konden verwachten: welke stappen zouden worden gezet, wanneer zij konden meepraten en hoe hun input zou worden verwerkt. De aanpak sloot hiermee aan bij de eisen die tegenwoordig onder de Omgevingswet gelden voor participatie bij een ontwikkeling die afwijkt van het omgevingsplan. Hoewel de wet nog niet van kracht was, werd het proces nu feitelijk georganiseerd zoals de huidige wet dat zou voorschrijven.

Fase 3. Inrichten Het participatieproces in fase 2 werd uitgevoerd door de ontwikkelaars BPD en Le Clercq, ondersteund door Jonge Honden voor proces en communicatie, en door een externe gespreksleider voor onafhankelijke begeleiding. Architectenteams waren actief betrokken in het ophalen en verwerken van input. De capaciteit was aanzienlijk uitgebreid ten opzichte van fase 1, met een duidelijke structuur, veel communicatiemiddelen en actieve terugkoppeling via website, verslagen, bijeenkomsten en bewonersbrieven.

44

Fase 4. Gespreksrondes De gespreksrondes vormden het hart van deze projectfase en waren intensief, iteratief en inhoudelijk rijk. Hieronder staat een volledig overzicht van wat er is gedaan en besproken. Focusgroepen – kennismaking en spelregels (november–december 2022) De eerste bijeenkomsten dienden om verwachtingen uit te spreken, spelregels af te spreken en inzicht te geven in het ontwerp- en rekenproces. Bewoners wisselden zorgen uit over hoogteaccenten, schaduw, verkeer, parkeren en de relatie met de bestaande wijk. Sessies met architecten (december 2022 – januari 2023) Bewoners brachten referentiebeelden mee; architecten lichtten toe welke ontwerpvrijheden en -beperkingen er waren. Opvallend was de open dialoog: bewoners konden concreet laten zien wat zij waarderen en wat zij niet passend vonden in de wijk. Architecten namen deze input mee in de vervolgopdrachten. Huisbezoeken bij bewoners (begin 2023) Bewoners nodigden architecten uit om vanuit hun huis te kijken naar zichtlijnen, bezonning en privacy. Dit gaf veel fijnmazige informatie die anders onzichtbaar zou blijven. De ontwikkelaar nam deze inzichten serieus; diverse zichtlijnen werden aangepast. Raadsbijeenkomst & open gesprek (jan 2023) Tijdens een raadsbijeenkomst uitten enkele bewoners nog steeds zorgen over het proces.

Dit leidde tot een open gesprek met de externe gespreksleider en ontwikkelaar, waarna werd besloten de focusgroepen samen te voegen voor een ontwerpsessie. Ontwerpsessie (21 februari 2023) Bewoners, ontwikkelaars en architecten werkten gezamenlijk aan varianten voor de bebouwing. Elke variant werd getoetst op: schaduw en privacy, financiële haalbaarheid, woningprogramma, erfgoed en karakter, groen en verkeersstromen. Deze gezamenlijke sessie was een belangrijk keerpunt: bewoners voelden invloed en ontwikkelaars ontvingen concrete, bruikbare input. Dialoogbijeenkomst (6 maart 2023) Met ongeveer 140 aanwezigen werd de tussenstand besproken. Bewoners konden aandachtspunten doorgeven en vragen stellen. Dit moment maakte het proces breed zichtbaar en zorgde voor herstel van vertrouwen. Scenario-ontwikkeling (april–september 2023) Na de ontwerpsessie werden twee extra scenario’s uitgewerkt (scenario 2 en 3). Scenario 3 bevatte sociale huur, op verzoek van bewoners en in lijn met politieke verwachtingen. Consultatie gemeenteraad (17 mei 2023) De raad gaf aan dat betaalbaar wonen prioriteit had, en dat het masterplan leidend moest blijven. Deze input kwam vervolgens terug in de gesprekken met de focusgroepen. 45

Vervolg focusgroepen (september 2023) Het definitieve ontwerp werd op hoofdlijnen besproken. Bewoners waardeerden onder meer: lagere bouwvolumes op cruciale plekken, meer groen, behoud van bomen, verbeterde routing. Zorgen bleven bestaan over het hoogteaccent van het industriële bolwerk, een onderwerp dat structureel terugkeerde. Informatiebijeenkomst (4 oktober 2023) Het definitieve ontwerp werd gepresenteerd aan circa 80 bewoners. Er waren uitgebreide panelen, impressies en toelichtingen door architecten. De verwerking van de input uit het participatieproces werd zichtbaar gemaakt.

Fase 5. Opleveren Het resultaat van deze fase was een stedenbouwkundig ontwerp dat zichtbaar beïnvloed was door de participatie: lagere bouwhoogtes op gevoelige plekken, aangepaste volumes, verbeterde zichtlijnen, toevoeging van betaalbare woningen, aangepaste verkeersoplossingen, behoud van groen en erfgoedelementen. De transparantie was aanzienlijk verbeterd: alle verslagen, scenario’s en ontwerpen waren openbaar toegankelijk.

46

PROJECTFASE 3 – Bestemmingsplanfase (2024) Formele fase In deze derde projectfase veranderde het proces van een inhoudelijke ontwerpfase naar een juridisch traject. Het ontwerp uit fase 2 vormde de basis voor het bestemmingsplan. De ruimte voor participatie was beperkt, omdat de uitgangspunten al waren vastgesteld en het plan nu juridisch moest worden verankerd. Rol van de gemeente: zienswijze procedure De gemeente nam in deze fase het proces over. Zij stelde het ontwerpbestemmingsplan op, publiceerde het voor inzage en organiseerde de wettelijk verplichte zienswijzenprocedure. Bewoners en belanghebbenden konden reageren, waarna hun zienswijzen juridisch en inhoudelijk werden beoordeeld. Communicatie De communicatie bestond uit de formele bekendmaking, het beschikbaar stellen van alle documenten via gemeentelijke kanalen en ruimtelijkeplannen.nl, en de publicatie van de reactienota. Besluitvorming Na verwerking van de zienswijzen stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan op 17 juli 2024 vast. Het besluitvormingsproces verliep ordelijk, mede doordat de uitgebreide participatie in fase 2 zorgde voor een transparante onderbouwing van het ontwerp.

Procedure Raad van State (kort) Na vaststelling van het bestemmingsplan op 17 juli 2024 hebben circa 150 omwonenden beroep ingesteld bij de Raad van State (binnen de wettelijke termijn). Het beroep richt zich vooral op het hoogteaccent, schaduw/privacy en verkeersaspecten. De Raad van State toetst uitsluitend of het plan juridisch zorgvuldig is voorbereid: juiste onderzoeken, correcte belangenafweging en consistentie met wet- en regelgeving. De procedure loopt nog (stand 2025). Tot de uitspraak mag het plan niet worden uitgevoerd en blijft de ontwikkeling in de juridische fase.

47

3. Beoordeling van het participatieproces Senzora Het participatieproces voor de herontwikkeling van het Senzoraterrein bestond uit meerdere fasen die sterk van elkaar verschilden in aanpak, kwaliteit en impact op de omgeving. Omdat de ervaring van bewoners wordt gevormd door het gehele traject, en niet door afzonderlijke fasen, kiezen we ervoor om in de beoordeling één totaalscore per criterium op te nemen. Daarbij geldt: •

De interne score is gebaseerd op het participatieverslag en geeft weer hoe het proces organisatorisch en inhoudelijk is uitgevoerd over beide fasen heen. Fase 2 laat daarbij duidelijke verbeteringen zien ten opzichte van fase 1.

•

De externe score is gebaseerd op de digitale vragenlijst en bewonersinterviews, waarin bewoners hun eindbeleving van het totale proces hebben gegeven. Deze beleving wordt beïnvloed door sterke verbeteringen in fase 2, maar ook door tekortkomingen in fase 1 en teleurstelling over de uiteindelijke besluitvorming in fase 3.

Door beide fasen in samenhang te beoordelen ontstaat een realistisch totaalbeeld van de kwaliteit van het participatieproces, de zichtbare verbeteringen én de punten waar eerdere keuzes blijvende impact hadden op het vertrouwen van bewoners.

Criterium

Interne score (totaalbeeld)

Externe score (totaalbeeld)

Verrijken inhoud 1. Onderwerp was geschikt

Toelichting

Intern: Onderwerp was vanaf het begin helder en concreet. Extern: Bewoners vonden onderwerp relevant.

2. Ruimte voor aanpassingen

Intern: In fase 1 zijn aanpassingen gedaan op basis van de input van de focusgroepen. Ook fase 2 bood reële ruimte voor ontwerpaanpassingen; Extern: 63% vindt niet duidelijk hoe input is verwerkt → bewoners ervoeren structureel weinig invloed, vooral door fase 1 en de torenbeslissing in fase 3.

3. Eindresultaat uitvoerbaar

Intern: Het bestemmingsplan is realistisch en rendabel. Nog wachten op de uitspraak Raad van State. Extern: Bewoners twijfelen over verkeer/parkeren en schaduweffecten, wat het vertrouwen beïnvloedt.

Toegankelijk proces 4. Proces was toegankelijk

/

/

Intern: Toegankelijkheid was in fase 1 beperkt (voornamelijk via vereniging). In fase 2 uitstekend (meerdere manieren en momenten). Extern: Deelname kwam te laat op gang in fase 1. Fase 2 was wél passend.

48

5. Continu geïnformeerd

Intern: Fase 2 had sterke informatievoorziening; fase 1 niet. Extern: 59% voelde zich niet goed geïnformeerd (eindbeleving over hele proces, incl. besluitvorming).

Helderheid verantwoordelijkheden

Intern: In fase 2 werd dit beter toegelicht, maar in fase 1 ontbrak duidelijkheid tussen rol ontwikkelaar en rol gemeente. Extern: Bewoners bleven onduidelijkheid ervaren over wie besliste en wie het proces uitvoerde; dit bleef verwarrend tot in fase 3. Intern: Procescommunicatie in fase 2 helder; besluitvorming in fase 3 minder goed uitgelegd. Extern: Scenario-keuze (2 vs. 3) werd onvoldoende begrepen → eindbeoordeling blijft negatief.

6. Besluit helder gecommuniceerd

Afstemmen op de relatie 7. Alle belanghebbenden in beeld

Intern: Fase 2 bracht dit goed op orde, maar fase 1 had grote blinde vlekken. Extern: “Wij wisten nergens van” blijft hangen → wantrouwen blijft.

8. Interactie afgestemd op doelgroep

Intern: Hoge kwaliteit interactie in fase 2: neutrale begeleiding, meerdere vormen. Extern: Positieve waardering, maar selectie focusgroepen (motivatiebrief) en representativiteit blijven zorgen.

9. Belangen zichtbaar afgewogen

Intern: Fase 1 had geen transparantie hoe de input is gewogen, geen participatieverslag. Fase 2 toont duidelijke afwegingen in participatieverslag; Extern: 63% ervaart geen zicht op verwerking van belangen → vooral door tekortkomingen fase 1 en teleurstelling over eindbesluit.

Efficiënte inzet menskracht en middelen 10. Voldoende tijd

Intern: Extra rondes, verruimde planning → voldoende tijd. Extern: Bewoners ervaren voldoende momenten om inbreng te leveren.

11. Voldoende menskracht & middelen

De samenwerking binnen het kernteam was effectief

Intern: Personele inzet en middelen waren in fase 2 ruim voldoende. Extern: Bewoners waarderen de professionaliteit en inzet vanaf fase 2. n.v.t.

Intern: Samenwerking tussen ontwikkelaar, architecten, Jonge Honden en projectbegeleiding verliep volgens het participatieverslag goed en was professioneel georganiseerd. Extern: Bewoners kunnen de interne samenwerking niet beoordelen; zij zagen wél een goed georganiseerd proces in fase 2.

49

4. Conclusies en leerpunten 4.1 Wat ging goed? 1. Professionele en open participatie in fase 2 In fase 2 werd het proces zichtbaar versterkt: brede uitnodigingen, diverse werkvormen (focusgroepen, dialoogavonden, huisbezoeken), een toegankelijke website en transparante verslaglegging. Hierdoor konden bewoners daadwerkelijk meedenken en zagen zij hun input terug in ontwerpaanpassingen. 2. Inhoudelijke kwaliteit en zichtbare invloed De inbreng van bewoners leidde tot concrete aanpassingen in volumes, oriëntaties, groenstructuren en privacyoplossingen. Scenario’s en varianten maakten keuzes begrijpelijk en gaven bewoners echte invloed. 3. Effectieve inzet van menskracht en middelen In fase 2 was voldoende capaciteit aanwezig (ontwikkelaar, architecten, Jonge Honden, gespreksleiding, communicatie). Het kernteam werkte efficiënt samen en kon snel schakelen bij aanvullende vragen of aanpassingen. 4. Goede interactie en gesprekskwaliteit Gesprekken in fase 2 verliepen zorgvuldig en professioneel. Bewoners voelden zich serieus genomen, vooral bij thema-avonden, individuele gesprekken en huisbezoeken.

4.2 Wat kon beter? 1. Onduidelijke rollen en verantwoordelijkheden vanaf de start In fase 1 was niet helder wie waarvoor verantwoordelijk was: de rol van de ontwikkelaar, de rol van de gemeente, en de rol van de raad liepen door elkaar. Bewoners vroegen zich af waarom niet de gemeente het participatieproces leidde. Deze onduidelijkheid bleef doorwerken in alle fasen, ook nadat het proces verbeterde. 2. Geen participatiekaders meegegeven in het handelingsperspectief Bij aanvang zijn geen duidelijke afspraken gemaakt over de verwachtingen van participatie, niveau van invloed, voorwaarden en randvoorwaarden. Hierdoor kon fase 1 uitgroeien tot een proces zonder structuur of gezamenlijke taal. Pas bij het masterplan werd geconstateerd dat de participatie niet toereikend was — terwijl dit eerder ondervangen had kunnen worden. Hoewel participatie in die fase juridisch nog niet verplicht was, mag dit bij een herontwikkeling van deze omvang wel verwacht worden. 3. Fase 1 kende onvoldoende structuur en navolgbaarheid Hoewel er gesprekken zijn gevoerd, was niet vastgelegd wat is opgehaald, bij wie, en hoe gesprekken waren verwerkt. Omdat dit niet herleidbaar was in het masterplan, ontstond het gevoel dat inbreng weinig betekenis had. Deze ontbrekende basis zorgde voor wantrouwen dat ook in latere fasen zichtbaar bleef. 50

4. Doorwerking van wantrouwen in fase 2 en 3 Fase 2 was goed georganiseerd, maar kon het vertrouwen uit fase 1 niet volledig herstellen. Bewoners bleven teruggrijpen op het masterplan, omdat de belangrijkste keuzes daar zijn gemaakt. Bovendien was in fase 3 de onderbouwing van het uiteindelijke besluit (scenario 2) onvoldoende duidelijk, wat bestaande twijfels versterkte. 5. Communicatie over besluitvorming (fase 3) schoot tekort De besluitvorming en keuzes in fase 3 werden onvoldoende uitgelegd. Een groot deel van de bewoners voelde zich niet goed geïnformeerd over de totstandkoming van het besluit. Dit beïnvloedde de totale waardering van het proces negatief, ondanks de sterke uitvoering van fase 2.

4.3. Overall conclusie Het participatieproces rond de herontwikkeling van het Senzoraterrein laat een gemengd beeld zien. In fase 1 werden geen duidelijke participatiekaders door de gemeente meegegeven, terwijl dat bij een gebiedsontwikkeling van deze omvang inmiddels wel verwacht — en onder de huidige wetgeving ook verplicht — zou zijn. Er zijn wel meerdere gesprekken met bewoners gevoerd, maar doordat input niet werd vastgelegd en niet navolgbaar terugkwam in het masterplan, ontstond al vroeg het gevoel dat inbreng weinig waarde had. Deze gebrekkige basis leidde tot wantrouwen dat in latere fasen moeilijk te herstellen bleek. In fase 2 werd participatie professioneel, breed en transparant georganiseerd. Bewoners konden daadwerkelijk meedenken en zagen hun inbreng gedeeltelijk terug in ontwerpaanpassingen. Toch kon deze kwaliteitsverbetering het beschadigde vertrouwen uit fase 1 niet volledig wegnemen. Bovendien werd de totale beleving opnieuw negatief beïnvloed in fase 3, door onvoldoende uitleg over de uiteindelijke besluitvorming en de keuze van de raad voor scenario 2 (een variant met een hoger hoogteaccent) in plaats van scenario 3 (de door veel bewoners geprefereerde lager en meer gespreide massaopbouw die minder impact zou hebben op bezonning en zichtlijnen).

Deze keuze werd als onvoldoende onderbouwd ervaren, wat mede heeft geleid tot het instellen van beroep bij de Raad van State. De centrale les is dat een participatieproces staat of valt met een zorgvuldige start: duidelijke rollen, heldere participatiekaders, brede betrokkenheid en een navolgbare verwerking van input. Fase 2 toont dat een sterk proces veel kan herstellen, maar een zwakke basis en ontbrekende kaders in fase 1 laten een blijvende impact, tot in besluitvorming én juridische procedures.

51

"Aanmelden voor de focusgroep voelde als solliciteren.” - reactie deelnemer interne evaluatie-

“De dialoogavonden waren prettig, maar die kwamen pas nadat er veel kritiek was.” - reactie deelnemer interne evaluatie-

"We hebben veel moeten uitleggen, vooral over rolverdeling gemeente– ontwikkelaar en besluitvorming door de raad.” - reactie deelnemer interne evaluatie-

“Na vaststelling van het Masterplan is de participatie aanzienlijk verbeterd.” - reactie deelnemer interne evaluatie-

52

5.Evaluatie speelplek Westerhuispad In deze bijlage lichten we het verloop van het participatieproces rond de totstandkoming van de speekplek Westerhuispad uitgebreid toe. We doen dit aan de hand van de Relevant Gesprek® blauwdruk (procesverloop) en het Relevant Gesprek® kwaliteitskader (beoordeling). De opbouw is als volgt: 1. 2. 3. 4.

De opgave Het doorlopen participatieproces De beoordeling van het participatieproces Conclusie en leerpunten

1. De Opgave Het vraagstuk De speelplek bij basisschool Kolmenscate aan het Westerhuispad was verouderd en intensief in gebruik. De gemeente wilde de plek opnieuw inrichten tot een veilige, groene en aantrekkelijke speel- en ontmoetingsplek voor kinderen, ouders en buurtbewoners. De aanleiding was dat de speelplek toe was aan een grondige renovatie en dat de gemeente tegelijkertijd ambities heeft om de openbare ruimte verder te vergroenen. Het eindresultaat van het project is een vernieuwde speelplek met meer speelaanbod, extra groen en voorzieningen om te ontmoeten, die in het voorjaar van 2025 is opgeleverd en op 28 mei feestelijk is geopend. Impact op de omgeving De speelplek ligt midden in een woonwijk en wordt dagelijks gebruikt door kinderen van de basisschool en buurtbewoners. Veranderingen in de inrichting hebben gevolgen voor de leefkwaliteit, het gebruik van de openbare ruimte, de sociale dynamiek en de verblijfskwaliteit in de wijk. Ook speelt vergroening een belangrijke rol: meer bomen en groen beïnvloeden zowel het comfort als de uitstraling van de buurt. Omdat de plek openbaar toegankelijk is, heeft het project impact op een brede groep gebruikers. Het participatiedoel Participatie is georganiseerd om wensen, ideeën en voorkeuren van de belangrijkste gebruikers (kinderen, ouders en omwonenden) mee te nemen in de nieuwe inrichting van de speelplek.

De gemeente wilde daarmee zorgen voor een ontwerp dat beter aansluit op de behoefte van de wijk en tegelijkertijd zorgt voor begrip en transparantie over de keuzes die gemaakt worden. Participatie moest input opleveren voor het voorlopig en definitief ontwerp, waarbij bewoners konden meedenken over de functies, elementen en indeling van de speelplek. Het participatieniveau was vooral ‘meedenken’: de ruimte voor invloed lag binnen vooraf gestelde kaders, zoals budget en de verplichting om de plek te vergroenen. Beslisser, eigenaar en uitvoering De gemeente Deventer was de formele beslisser over het eindresultaat en is ook eigenaar van het inhoudelijke ontwerp. Het projectteam openbare ruimte was verantwoordelijk voor de invulling van het ontwerp en de uitvoering van het project. Het participatieproces is uitgevoerd 53

door de gemeente, in samenwerking met de vakgroep Kennis en Verkenning, het communicatieteam en basisschool Kolmenscate, die de kinderen actief heeft betrokken bij het meedenken over de nieuwe inrichting.

2. HET DOORLOPEN PARTICIPATIEPROCES Fase Verkennen De opdracht ontstond vanuit de noodzaak om de verouderde speelplek te vernieuwen en deze tegelijkertijd te vergroenen. De kaders waren duidelijk: het veld moest groener worden en er was een begrensd budget. Dit maakte de opdracht helder en uitvoerbaar. De aanwezigheid van basisschool Kolmenscate bood kansen om kinderen actief te betrekken. Een vroeg risico was beperkte capaciteit bij Kennis & Verkenning, wat leidde tot een versneld besluit om OpenStad in te zetten. De verwachtingen aan het begin waren dat bewoners en kinderen konden meedenken binnen realistische ontwerpkeuzes.

Fase Aanpak De aanpak bestond uit een mix van online en offline participatie, met OpenStad als centraal instrument. De processtappen — ophalen wensen, delen van voorlopig ontwerp, afronden tot definitief ontwerp — waren helder. De participatievragen richtten zich op gewenste functies (spelen, ontmoeten, groen) en de indeling van het veld. Voor iedere vraag werd bepaald wie betrokken moest worden: kinderen via school, volwassenen via vragenlijsten, kaartjes en een inloopmoment. De aanpak was passend en uitvoerbaar, al vroeg de korte voorbereidingstijd extra inspanning.

Fase Inrichten Het proces werd georganiseerd door het projectteam, communicatie en Kennis & Verkenning, met ondersteuning van de school. De inzet van tijd en middelen was voldoende, hoewel de start krap was door beperkte capaciteit en het opzetten van OpenStad in korte tijd. De rollen waren helder verdeeld en de planning (ophalen in 2024, ontwerp in 2025, uitvoering in Q1 2025) was strak maar haalbaar. De communicatiemiddelen en afspraken waren aanwezig om het proces te dragen.

Fase Gespreksrondes De gespreksrondes waren goed toegankelijk voor verschillende doelgroepen. Bewoners ontvingen een kaart met QR-code naar OpenStad, en daarnaast waren er fysieke contactmomenten, zoals het inloopmoment op het schoolplein. Kinderen werden betrokken via lessen in de klas en een speciaal voor hen opgestelde vragenlijst.

54

De belangrijkste rondes waren: -

Digitale vragenlijsten (kinderen + volwassenen) om wensen, ideeën en voorkeuren op te halen. Fysiek inloopmoment op 11 september 2024 voor nadere toelichting en hulp bij het invullen van de vragenlijst. Klassenbijeenkomsten waarin kinderen speelden met ideeën, tekeningen en wensen. Terugkoppeling via OpenStad van het voorlopige ontwerp.

Per ronde zijn verschillende groepen betrokken: buurtbewoners, ouders, kinderen, school en geïnteresseerden via de gemeentelijke communicatiekanalen. Wat is opgehaald, is verwerkt in het voorlopige ontwerp en deels zichtbaar gemaakt op OpenStad. De transparantie in terugkoppeling werd echter door bewoners verschillend ervaren. Uit interviews blijkt dat sommige bewoners geen inzicht hadden in wat met input is gedaan, of zelfs geen enkele informatie hadden ontvangen. Het evaluatieverslag benoemt dat de resultaten van participatie nog explicieter gedeeld hadden moeten worden. Fase Opleveren Het ontwerp werd via OpenStad gedeeld en in het eerste kwartaal van 2025 uitgevoerd. Op 28 mei vond de feestelijke opening plaats. Er is terugkoppeling gegeven via OpenStad en e-mails, maar niet alle bewoners hebben dit zichtbaar ontvangen. De besluitvorming verliep intern binnen de gemeente, omdat het om de uitvoering van een speelplek ging en geen politiek besluit nodig was.

55

3. Beoordeling participatieproces Criterium

Intern

Extern

Toelichting

INHOUD Onderwerp was geschikt voor participatie

Intern: Helder vraagstuk, logisch om buurt en school te betrekken. Extern: Respondenten vonden het onderwerp duidelijk en herkenbaar; 81% heeft meegedaan via de online vragenlijst, wat duidt op hoge betrokkenheid.

Er was ruimte voor aanpassingen

Intern: Binnen budget en vergroening was ruimte voor invloed op indeling, speelaanbod en groen. Extern: Bewoners herkennen eigen input terug; 52% zegt dat duidelijk is hoe de input is verwerkt (28% neutraal, 38% niet duidelijk).

Eindresultaat was uitvoerbaar

Intern: Ontwerp binnen kaders en middelen haalbaar. Extern: 62% heeft begrip voor gemaakte keuzes, 24% neutraal. Resultaat wordt in interviews “mooi”, “gevarieerd” en “logisch” genoemd.

PROCES Proces toegankelijk voor belanghebbenden

Intern: Brede mix: kaart (614 adressen), vragenlijst, inloopmoment, school. Extern: Toegankelijkheid wisselend ervaren: 48% ontving kaart in brievenbus, 14% via school, maar 5% geeft aan helemaal geen informatie te hebben ontvangen.

Continu geïnformeerd over voortgang

Intern: Updates via OpenStad en mail aan abonnees. Extern: Onvoldoende ervaren: 53% vindt dat ze níet regelmatig op de hoogte zijn gehouden, slechts 31% wél. Vooral de opening en voortgang werden gemist.

Besluit helder gecommuniceerd

Intern: Ontwerp en besluit via OpenStad gedeeld. Extern: Verdeeld beeld: 43% zegt goed geïnformeerd te zijn over het besluit, 29% niet, 29% neutraal. Interviews laten zien dat velen de opening misten of geen inzage hadden in het eindresultaat.

RELATIE Belanghebbenden in beeld

Intern: Doelgroepen (kinderen, buurt, ouders) zijn bewust benaderd. Extern: In de praktijk voelde niet iedereen zich bereikt; 10% geeft aan niet te hebben meegedaan omdat ze geen informatie hadden ontvangen; interviews bevestigen dit (“ik stond niet op de lijst”).

Interactie passend bij doelgroep

Intern: Bewuste keuze voor breed palet aan vormen (school, online, fysiek). Extern: Waardering voor laagdrempelige participatie: 77% vond de manier van mening geven prettig, slechts 5% niet.

Belangen zichtbaar afgewogen

Intern: Input verwerkt, maar beperkte expliciete terugkoppeling. Extern: Bewoners waarderen het resultaat, maar missen zicht op verwerking: 52% zegt dat duidelijk is hoe input is gebruikt, 38% niet. Interviews: “Ik weet niet wat er precies is opgehaald.”

MENSKRACHT & MIDDELEN Voldoende tijd

Intern: Planning strak maar uitvoerbaar. Extern: Bewoners ervaren geen onlogische stappen of vertraging; 44% neutraal, 37% eens dat ze voldoende info hadden vooraf (over relatie met tijd en voorbereiding).

Voldoende middelen & capaciteit

Intern: Door beperkte capaciteit moest snel worden overgestapt op OpenStad; intensief maar haalbaar. Extern: Bewoners merken dit niet; 58% vond dat ze vooraf voldoende informatie hadden om hun mening te geven, slechts 22% vond van niet.

56

4. CONCLUSIE EN LEERPUNTEN 4.2 Wat ging goed Ondanks hoge tijddruk, goed proces Ondanks de hoge tijdsdruk aan de voorkant heeft het projectteam erin geslaagd om een kwalitatief sterke inputfase te organiseren. Deelnemers hebben van die interne druk weinig gemerkt: zij konden eenvoudig meedoen en waarderen de manier waarop hun mening kon worden gegeven. Wel blijkt dat juist door die tijdsdruk minder tussentijdse updates zijn verzonden (zie conclusie wat beter kon) Toegankelijke participatiemix De gekozen participatiemix, met een brievenbuskaart, een online vragenlijst, een fysiek inloopmoment en een actieve rol voor de school, zorgde voor een breed bereik en leidde tot waardevolle input van zowel kinderen als buurtbewoners. De hoge respons (81% via de vragenlijst) laat zien dat de gekozen aanpak effectief was en aansloot op de behoeften van de wijk. De combinatie van duidelijke inhoudelijke kaders en laagdrempelige vormen maakte het voor deelnemers eenvoudig om mee te denken, wat positief heeft bijgedragen aan de kwaliteit en de acceptatie van het uiteindelijke ontwerp.

4.3 Wat kon beter Door hoge tijdsdruk minder tussentijdse updates De hoge tijdsdruk had vooral effect op de ondersteuning rondom het proces. Door de focus op het tijdig uitvoeren van de participatiestappen was er minder ruimte voor tussentijdse communicatie, aanvullende updates en het monitoren van bereik. Bewoners gaven aan dat zij soms niet op de hoogte waren van de voortgang of niet wisten wat er met hun input is gebeurd. Wel aandacht voor proces ontwerp, niet voor procesafsluiting In de aanpak en uitvoering was aandacht voor het opalen van de input, maar weinig voor de afronding ervan. De terugkoppeling, een cruciale stap in elk participatieproces, was niet expliciet ontworpen, niet belegd en uiteindelijk ook niet uitgevoerd. Hierdoor voelden bewoners de afsluiting minder sterk dan de start en de inputfase, en werd de opening niet benut als logisch communicatiemoment.

57

6.Rapport Evaluatie participatietrajecten inwoners

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16545968/1