2025-09-17 Transcript RaadsvergaderingGemeenteraad Deventer 17 september 2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 17 september 2025
Opening De voorzitter: Dames en heren, ik open uw vergadering van 17 september 2025. Hartelijk welkom, alle raadsleden, leden van het college, aanwezigen in de zaal, kijkers thuis. Een speciaal welkom voor de gasten van de raad. Fijn dat u vanavond in ons midden bent. Verder ook een warm welkom voor de familie en vrienden van Eva Sipman en Denis Damoiseaux, een vertrekkend en een aanstaand raadslid voor de VVD. We zijn vanavond met 37 raadsleden, mevrouw Eltink en de heer Koot zijn afwezig. Vragenkwartier PvdA: Daklozen/Crisisopvang De voorzitter: We starten met het Vragenkwartier en wel met een mondelinge vraag van de fractie van de PvdA. Mevrouw Eekhuis, u stelt een vraag naar aanleiding van de situatie in de 24-uurs opvang. Ga uw gang. Mag u hier komen, mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dan zien de gasten van de raad meteen hoe het hier vaker gaat, dat wij heen en weer lopen voor ons pasje. Dank u wel, voorzitter, ik pak even mijn tekst erbij. In Deventer hebben we altijd gezegd dat hier niemand onder de brug hoeft te slapen. Sinds ruim een week geleden hebben we dat noodgedwongen los moeten laten. De PvdA vindt dat uitermate pijnlijk, dat mensen op een absoluut dieptepunt aan de deur om hulp komen vragen en nu geweigerd kunnen worden. Numero 37, 38 en verder zal het antwoord vol is vol krijgen.
De huidige situatie laat ons allen duidelijk zien dat een breder gesprek met de raad over daklozen crisisopvang hier op zijn plaats is. Wij waarderen het dat de wethouder en de organisatie er echt alles aan doen om nu met spoed een noodlocatie te vinden. De PvdA-fractie wil de wethouder vragen of zij wil toezeggen, om op korte termijn een
2 breder gesprek met de raad te organiseren over het inrichten van de opvang. Over wie het eigenlijk zijn, de mensen die we willen opvangen, welke doelen we daarbij hebben en hoe we die doelen denken te kunnen behalen. Laat ik daar heel duidelijk bij zeggen, dat dit verzoek wat de PvdA betreft nooit op nu, op geen enkel mogelijke manier tot vertraging mag leiden bij het vinden van die noodopvang. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eekhuis. Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Dank u wel, voorzitter. We vangen inderdaad op dit moment maximaal 36 mensen op en we zoeken extra opvangcapaciteit en verwachten ook dat dit op korte termijn gerealiseerd wordt. Er zijn afspraken gemaakt, want naast de problematiek spelen er ook veiligheidsrisico's. Er zijn afspraken gemaakt over extra inzet voor de politie en de boa’s en de zorgorganisaties voor de veiligheid in de Polstraat. Die extra opvangcapaciteit is erop gericht om in de Polstraat maximaal 19 mensen op te vangen en de opvang daarnaast dus voor de overige mensen die zich melden. Dat is de capaciteit die wij ook aan het begin van toen wij de opgang hier hebben gerestaureerd wilden opvangen hier. Volgende week krijgt u een raadsmededeling en daarin is het toegezegde herhalingsonderzoek Overlastbeleving Polstraat.
Dat is toegezegd door mijn voorganger dat daar een inmeting zou komen, nadat de mensen teruggeplaatst zouden zijn van het einde van Polstraat naar hier weer op deze plek. Daarin staat ook een eerste kijkje naar de oplossingsrichtingen waar het college mee bezig is. Dus u krijgt volgende week de eerste raadsmededeling. En zodra wij de extra afspraken hebben gemaakt over de extra opvangcapaciteit en dat verwachten wij met drie maximaal vier weken, maar wat ons betreft zo snel mogelijk krijgt u een raadsmededeling over de knelpunten, welke mensen we opvangen, op welke wijze we dat doen, welke doelen die er zijn en welke doelen die wij voor ogen hebben met deze opvang. Dat zullen we u dan melden in een raadsmededeling. En het lijkt me goed dat als de raad dat dan wil, dat we dit kunnen agenderen om het verder te bespreken. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ik wil de wethouder bedanken om de snelheid die duidelijk gemaakt wordt en voor het antwoord wat ze geeft. Wij wachten uw raadsmededeling af. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het vragenkwartier. Benoemingen 1. Afscheid raadslid E.M.L. (Eva) Sipman De voorzitter: Dan gaan we nu over naar de benoeming, maar we nemen eerst afscheid van raadslid Eva Sipman. Ik zal eerst spreken, daarna fractievoorzitter Bas Donkers en daarna krijg je zelf het woord, Eva.
En dan stel ik voor dat we vervolgens eerst de benoeming doen en daarna even schorsen om afscheid te nemen en Denis Damoiseaux zo welkom te heten. Ik ga even naar het andere spreekgestoelte. De heer König: Beste Eva, vandaag eindigt jouw raadswerk en sluit je een periode van bijna 12 jaar als raadslid af. In 2014 begon je in deze raad in de voetsporen van jouw moeder, Inge Sipman. Jouw belangstelling in de raad ging moet ik inmiddels zeggen, vooral uit naar het sociaal domein en de onderwerpen rondom veiligheid, jeugd en jeugdzorg, sociale veiligheid en zeker ook de veiligheid voor vrouwen. Daarmee opereerde je veelvuldig in mijn portefeuille. Je was woordvoerder in de raad voor onder andere het thema sekswerk en voor de thema coffeeshop. Daarbij droeg je heldere standpunten uit met grote betrokkenheid. En je bent in staat om jouw ideeën, standpunten en namens je fractie uitstekend te vertalen in praktische standpunten of voorstellen voor de gemeente. In het sociaal domein wordt vaak goed tussen de verschillende fracties samengewerkt. Deze samenwerking kent verschillende vaders en moeders en jij bent er zeker één van. Het maakt dat alhoewel vraagstukken in het sociaal domein politiek verschillend kunnen worden aangevlogen en zo hoort dat ook in de raad, toch vaak gezamenlijk
3 wordt gezocht naar voorstellen en oplossingen over en door de politieke pijlers heen. Namens jouw fractie deed je daar constructief aan mee. Daarnaast was je tafelvoorzitter en lid van de Agendacommissie. Als voorzitter was je consequent en duidelijk, je kon prima zware of gevoelige onderwerpen voorzitten. En wellicht komt het ook wel door je achtergrond, gespecialiseerd in crisiscommunicatie. Je kon je kennis en ervaring goed gebruiken bij je overstap van, in 2018 van D66 naar de die van de VVD. Aanleiding voor de overstap was het dossier Werkmakelaar-Oost, waar in jouw mening in een keurslijf werd gedrongen voor jouw gevoel. Dat paste niet goed. Je overstap leverde een wat crisisachtige situatie op en sfeer. Maar in ieder geval voor de buitenwereld heb je dat heel snel weten te bezweren. Het lidmaatschap van een gemeenteraad is niet zomaar iets, niet iets voor wat je erbij doet. Je hebt laten zien hoe je altijd aan het schipperen was tussen je gezin, het werk en de raad. Hoe je het ook hebt voor elkaar hebt gekregen, grote waardering voor de manier waarop jij je raadswerk hebt uitgevoerd. In die bijna 12 jaar raadslidmaatschap heb je een forse maatschappelijke bijdrage geleverd. Dat is terecht en je ook van harte gegund om wat meer te tijd nemen voor je gezin, werk en andere fijne dingen in het leven.
Je wilde zorgen voor een mooie en nette overdracht, een kans voor een nieuw kader uit de gelederen van je eigen partij. En dat lijkt me met de komst van Denis goed geregeld. Beste Eva, namens de raad en namens onze inwoners en ondernemers, mag ik je bedanken voor alles wat je voor de stad hebt gedaan, voor de gemeente hebt gedaan, voor de wijken en de buurt. Dank je wel. Bas, jij gaat verder. De heer Donkers: Beste Eva, 1.147 dagen, zolang ben jij raadslid geweest voor alle Deventenaren. Vandaag draag jij het stokje over aan Denis. Je appte mij afgelopen juni met het voorstel om een kop thee, dan wel glas wijn te drinken. Dat doen we vaker, dus een heel vreemd voorstel was dat niet. Toen je tijdens dat gesprek vertelde, dat je in september graag zou willen stoppen en waarom je het stokje wil overdragen, begreep ik je, maar was ik ook wel een beetje verdrietig. Want een tijdperk stopt, 12 jaar lang raadslid zijn is niet iets wat standaard is. Je wordt elk jaar als raadslid effectiever en Eva, jij bent daar een mooi voorbeeld van. Zo laat je een blijvende een positieve stempel achter op Deventer. En speciaal op het sociaal domein, waarvoor jij je jarenlang met hart en ziel hebt ingezet. Mede dankzij jouw inzet, de burgemeester zei het al, is het sociaal domein op dit moment in goede staat.
Jouw grote betrokkenheid bij het sekswerkbeleid heeft bijgedragen aan het vergroten van de veiligheid en de rechten van sekswerkers. Zo kregen zij tijdens corona door Eva's inzet onder andere toegang tot inkomstenondersteuning. Ook maakte jij je sterk voor leerlingen in het praktijk- en vmbo-onderwijs. Dankzij jouw inspanningen kwamen nieuwe schoolgebouwen hoog op de politieke agenda. Ander onderwerp dat jou nauw aan het hart lag, was het bestrijden van geweld in afhankelijkheidsrelaties en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Tot vorige week heb je je daar als raadslid actief voor ingezet. De raad en Deventer raakte dus een bevlogen raadslid kwijt, maar wij als fractie ook een vriend. Is geen geheim voor de meesten in deze zaal, dat wij het eerste weekend van het zomerreces met de hele fractie op vakantie gaan. Dat toont aan hoe hecht wij zijn als fractie. En, Eva, daar was jij een verbindende schakel in. Als je zo lang met elkaar samenwerkt, leef je met elkaar mee met elkaars diepe dalen en hoge pieken in het leven. Ook jij, Eva, hebt in jouw leven die pieken en die dalen meegemaakt. Je hebt ons altijd toegelaten in jouw leven en je zorgen, je verdriet en je blijdschap gedeeld met ons. Daardoor konden we een steun voor elkaar zijn.
Jouw warmte en gezelligheid, je lach, je woonkamer waar we vaak fractievergadering hadden, het schouderklopje en de helpende hand als een van ons een lastige week had. We gaan het enorm missen. Dat jij nu ruimte maakt voor nieuw talent, tekent jouw hart voor de fractie. Betekent ook dat jij na 12 jaar weer wat vaker in de avonden thuis kan zijn. Ik kan me goed voorstellen dat je naar, daarnaar uitkijkt. Met Simon, jullie kinderen, jullie katten is het thuis altijd een liefdevolle drukte van belang. Ik wens jullie daar heel veel geluk mee, samen met elkaar in jullie nieuwe levensfase. Wij bouwen als fractie verder aan wat jij hebt gedaan voor Deventer. We nemen nu afscheid van jou als raadslid, maar zeker niet als VVD'er, als Deventenaar, als betrokken inwoner, als vriend. En ik kijk er enorm naar uit om elkaar in al die rollen te blijven zien. Dank je wel, Eva. De voorzitter: Mevrouw Sipman, u heeft het laatste woord. Je hebt het laatste woord.
4 Mevrouw Sipman: Is toch bijzonder dat je dan hier komt en dat je pasje al meteen is afgepakt? Goed, voorzitter. Toen ik inmiddels zo'n 16 jaar geleden politiek actief werd, had ik grote bewondering voor raadsleden die op allerlei dossiers de complete ontstaansgeschiedenis konden opsommen. Al dan niet voorzien van smeuïge gemeentehuisroddels. Maar dat terzijde. Toen ik vervolgens aantrad als raadslid ontdekte ik ook de negatieve kant van die geschiedenislessen. Namelijk, het gevaar dat je niet meer openstaat om opnieuw te kijken naar de argumenten en kritisch te kijken of de argumenten nu en voor de toekomst nog gelden. De historie van besluitvorming is relevant, maar mag geen belemmering vormen om nieuwe of andere keuzes te maken. Dat is het moment geweest, dat ik met mezelf heb afgesproken te stoppen op het moment, dat ik diegene begon te worden die de geschiedenislessen de raad in zou brengen. En ik heb mezelf daar altijd aan gehouden. Wel de onderwerpen goed in perspectief zetten, kijken naar verleden, heden en toekomst, maar niet belerend worden. Dus voorzitter, toen ik merkte dat dat ik tijdens een raadstafel uitvoerig ging uitleggen wat historie achter de monitor sociaal domein was en ook eigenlijk merkte dat ik moeite had met de herhaling van stappen uit het verleden, schrok ik wel een beetje.
En hoewel ik op dat moment al wist niet voor een volgende ronde te gaan, heeft me dat wel aan het denken gezet. De cirkel was rond. Ik ben zelf die zeikerd geworden. Die plucheplakker die vooral niet besluiten uit het verleden opnieuw wilde bekijken en ter discussie wilde stellen. Tijd dus om plaats te maken. En dus tijd om na te gaan denken over, op welk moment dan. Op dat moment speelden er nog een aantal dossiers die ik graag wilde afronden. Het sekswerkbeleid, de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties en seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn daarin voor mij de belangrijkste geweest. Dat zijn dossiers die ik op de agenda heb helpen zetten en nu heb kunnen afronden. De onderwerpen staan nu blijvend op de agenda, dus de cirkel van agendering tot besluitvorming is rond. Ik wens de raad veel wijsheid toe bij het monitoren en opstellen op deze toch vaak onderschatte dossiers. Overigens ook onderwerpen, waarop jullie mij vast nog wel een keer tegen zullen komen. In de afgelopen jaren heb ik ook heel wat raadsleden, wethouders, colleges en burgemeesters zien komen en gaan. En ik heb dus ook geleerd dat je een dusdanig lange speech moet houden, dat je alle luisteraars kwijt bent. Om dan ook met een cadeau te komen vol symboliek en wijze lessen.
Ik denk maar aan een boek met een bepaalde titel als, wat zou Eva doen? Om vervolgens door de achterblijvende raad wel heel snel weer vergeten te worden. Zo werkt de cyclus binnen de politiek nu eenmaal. Dus zal ik maar niet zo lang door blijven gaan met deze geschiedenislessen en rondjes rijden. Ik kijk blij terug op de bijzondere samenwerking en politieke vriendschappen die hier zijn ontstaan, zoals bijvoorbeeld met ChristenUnie op het sekswerkbeleid, met Deventer Sociaal op schuldhulpverlening en op GroenLinks op veiligheid. Onderwerpen waarop partijen ogenschijnlijk lijnrecht tegenover elkaar staan, maar waar we hele mooie en waardevolle dingen in hebben weten te bereiken. Ook in deze ronde raadszaal staan we wel eens, echt wel eens lijnrecht tegenover elkaar, maar we weten elkaar ook altijd weer te vinden. Hou dat vast, hou die cirkel rond. We zitten hier allemaal om het algemeen belang te dienen met de beste intenties. Het mag ook echt wel botsen en schuren op inhoud. Dat komt de discussie alleen maar ten goede. Waak er wel voor, dat het niet persoonlijk gaat worden. Waar politiek in Den Haag vooral een carrièrepad is geworden, hoop ik echt dat dat hier lokaal gewoon een passie blijft vanuit een intrinsieke motivatie om goed te willen doen en mooie dingen te willen bereiken voor onze samenleving. De cirkel is rond en daarmee is ook mijn tijd gekomen om te gaan.
Ik wens mijn opvolger Denis heel veel succes en wijsheid toe in deze nieuwe rol maar ook veel plezier, want het is een hele bijzondere rol en een hele bijzondere plek om in te mogen nemen. Dank jullie wel allemaal. Ik ga genieten van de vrije avonden en het waren 11,5 jaar, fantastische jaren. De voorzitter: Eva, dank je wel. En je gaf het zelf al aan. Ik houd er in ieder geval ernstig rekening mee, dat we jou nog wel eens ergens op zien duikelen in de Deventer samenleving. Zo hebben we je leren kennen. Het ga je goed. 2. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadslid D.H.J.M. (Denis) Damoiseaux (VVD) De voorzitter: Dan gaan we over tot onderzoek van de geloofsbrieven en de beëindiging van raadslid Denis Damoiseaux. Voor het toelaten van de heer Damoiseaux is een commissie van de geloofsbrieven brieven
5 benoemd, bestaande uit de leden Zegel, Trompert en Van den Nieuwenhof. En ik begrijp dat mevrouw Zegel verslag doet van de bevindingen. Mevrouw Zegel-van Tiel: Voorzitter, nu wordt het spannend. Voorzitter, voor de heer Denis Damoiseaux heeft de commissie zich met inachtneming van zowel dat wat in, wat is beschreven in de Kieswet als in de Gemeentewet gebogen over de door hem aangeleverde stukken met verklaringen. Voor de mensen die dit niet altijd horen. Dat betekent, sta je wel ingeschreven in Deventer? En wat zijn je openbare betrekkingen en heb je andere functies? En uiteraard, of hij deze benoeming aanvaardt met de opengevallen plek van Eva. Want anders kan het ook niet. Dus zo simpel is het niet, die woorden. De commissie heeft de stukken gecontroleerd en in orde bevonden. Gelukkig. Er is uit de stukken niets gebleven, dat de benoeming van de heer Damoiseaux tot lid van de gemeenteraad van Deventer in de weg staat. Wij heten hem van harte welkom en wensen hem veel succes bij zijn werkzaamheden voor onze raad. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Zegel, dank u wel. Ook de andere leden van de commissie, bedankt. En daarmee ontbinden we ook weer de commissie voor de geloofsbrieven. Daarmee zijn we aangekomen bij het formele gedeelte, in dit geval de heer Damoiseaux gaat de belofte afleggen.
Mag ik u verzoeken om de, op de middenstip te gaan staan of iets daarvoor en allen te gaan staan? Voor zover dat gaat, mijnheer … Ja? Dan gaan we beginnen. Ik verklaar dat ik om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst of gunst, gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar of beloof en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of na te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. De heer Damoiseaux: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Uitstekend. Van harte gefeliciteerd. De vergadering is voor 10 minuten geschorst. Vergadering is geschorst. Hamerstukken 3. Nieuwbouw Sporthal Bathmen De voorzitter: Dames en heren, wij vervolgen onze vergadering. We gaan over tot de hamerstukken. Dat zijn er zes. We beginnen met de nieuwbouw van de sporthal Bathmen. Zijn er leden die een stemverklaring willen afleggen? Dat gaat lekker. Tijd voor een maiden speech, de heer Damoiseaux. De heer Damoiseaux: Voorzitter, we gaan meteen aan de slag. Vanuit de VVD wil ik meegeven, voorzitter, dat we positief staan tegenover de bouw van de sporthal ook op deze locatie.
Wel zijn er natuurlijk zorgen om de stijgende kosten. We hebben in dit stadhuis ook niet een geldezel op de parkeerplaats staan, dus daar zullen we kritisch op blijven, maar we stemmen mee in met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. CDA Deventer is heel blij dat we nu naar de realisatiefase gaan. Grote complimenten voor het college en toch ook de raad, financiële hobbels die we hebben overwonnen. Maar ook toch heel veel complimenten voor werkgroep Sporthal Bathmen, die dit allemaal toch ook mede mogelijk hebben gemaakt.
6 De voorzitter: Waarvan akte. Dank u wel. U kunt zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 4. Actualisatie projectexploitatie Slim Warmtenet Zandweerd De voorzitter: Dan het initiatiefvoorstel bestuurlijke werkwijze grote ruimtelijke ontwikkeling. Oh, sorry, ik ga te snel. Actualisatie projectexploitatie Slim Warmtenet Zandweerd. De heer De Kok, ga uw gang. De heer De Kok: Dank u, voorzitter. Ondanks dat wij van de week een goed gesprek hebben gehad met de wethouder, zijn wij nog steeds niet overtuigd dat dit een heel goed plan is. Veel te positieve inschatting gemaakt van het aantal aan te sluiten woningen en een positieve, te positieve inschatting van de kosten. Dus vandaar dat we dit project nog steeds niet steunen. De voorzitter: Oké. Dan mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. De fractie van Deventer Sociaal is erg tevreden over de werkwijze van de gemeente bij Warmtenet Zandweerd. Het feit dat de gemeente samen met bewoners van Zandweerd aan de keukentafel hun persoonlijke situatie gaat bespreken en alle voor- en nadelen worden doorgenomen. Ook wordt het sociaal domein erbij betrokken om mee te denken over de communicatie en het opvangen van signalen, die van belang zijn bij het maken van een goede inschatting. Deze persoonlijke aanpak spreekt onze partij erg aan en we zullen instemmen met het voorstel.
Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. Verder nog stemverklaringen? Nee. Kunt u zich allen vinden in het voorstel? Dat is het geval met de kanttekening, dat de SP geacht wordt te hebben tegengestemd. 5. Initiatiefvoorstel bestuurlijke werkwijze grote ruimtelijke ontwikkelingen De voorzitter: Dan een initiatiefvoorstel bestuurlijke werkwijze grote ruimtelijke ontwikkelingen. Mevrouw Visser, ga uw gang. Mevrouw Visser: Mevrouw Zieverink en ik willen alle mede-indieners en dat zijn alle fracties volgens mij inmiddels, ontzettend bedanken voor het meedenken en voor het goede gesprek wat we vorige week hebben gehad. We zijn erg blij en trots dat we dit voorstel nu kunnen hameren. De voorzitter: Uitstekend. U kunt allen zich vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 6. Realisatie beeldbepalende evenementen De voorzitter: Dan de realisatie beeldbepalende evenementen. Mevrouw Eekhuis, ga uw gang. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. Wij zullen voorstellen, voorstemmen. Beeldbepalende evenementen zijn zeer belangrijk natuurlijk, deze drie. We zijn wel over de streep getrokken door de toezegging van de wethouder over het onderzoek en het gesprek wat daarbij gaat volgen, om het in het vervolg realistisch en structureel in te passen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eekhuis. Dan de heer De Bokx.
De heer De Bokx: Onze fractie sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Eekhuis. We vinden het wel ontzettend spijtig dat we weten, dat we sinds 2022 een tekort hebben en dat dit nu met een pleister moet. En we wachten daarom het onderzoek graag af en we zien uit naar een structurele oplossing.
7 De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Voorzitter, wat wij bij de raadstafel ook hebben gezegd, wij zullen met plezier instemmen. Wij vinden dit een heel belangrijk hulpprogramma voor Deventer. Maar we denken ook, dat het college hier heeft lopen slapen. De voorzitter: Waarvan akte. Verder, u kunt zich allemaal vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 7. Ondersteuning lokale energie-initiatieven De voorzitter: Dan de ondersteuning lokale energie-initiatieven. We gaan naar de heer Diepenhorst. Ga uw gang. De heer Diepenhorst: Dank u wel. We zijn heel blij met de uitwerking van de gezamenlijke motie van meerdere partijen, PvdA, D66 en GroenLinks. En wij zijn erg blij met de toezegging van de wethouder om echt zijn uiterste best te doen om meer dan 50 procent te halen, ook met andere juridische middelen eventueel. We zullen uiteraard voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Diepenhorst. Verder geen stemverklaringen? U kunt zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 8. Huisvesting Arkelstein, De Linde vso en de Internationale Schakelklas De voorzitter: Dan de huisvesting Arkelsteijn, De Linde vso en Internationale Schakelklas. Heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank u, voorzitter. D66 zal verheugd ook hiermee instemmen.
Met ook de opmerking dat we ook, zoals heel veel andere partijen ook in de raadstafel hebben gezegd, ook benieuwd zijn naar de oplossing, vooral duurzame oplossing voor de ISK. En dat we ook blij zijn dat conform het IHP ook wordt gekeken in de uitgangspunten naar duurzame en circulaire onderwijshuisvesting. De voorzitter: Dank u wel. Kunnen zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. Debatstukken 9. Invoering eigen bijdrage 24-uursopvang De voorzitter: Dan gaan we over naar het debatstuk en dat gaat over de invoering van de eigen bijdrage in de 24-uursopvang. Er zijn een, er is een amendement op dit voorstel ingediend door de fracties van CDA en D66, getiteld Humane opvang bijdrage en handhaving. De heer Van Wijk gaat het woord voeren. De heer Van Wijk: Dank u, voorzitter. Het is inderdaad een amendement van het CDA en D66. Niemand wil dat mensen gedwongen op straat moeten slapen. We willen allemaal dat er voldoende en humane opvang is. Tegelijkertijd zien we dat 24-uursopvang nu overvol is. Er is een sterke groei van cliënten, de doorstroom verloopt niet optimaal en er moet zelfs een stop worden ingevoerd om de veiligheid te bewaken. Dat betekent soms nee zeggen. En dat wil ik niet, helemaal niet met de winter in zicht. Daarom verbeteren we met dit amendement het raadsvoorstel.
Zolang er onvoldoende capaciteit is, willen geen extra drempels opwerpen met een eigen bijdrage. Pas wanneer de opvang weer op orde is, kan het wel. Deze aanpassing is dus tijdelijk bedoeld voor deze situatie, totdat er weer nieuwe plekken zijn. Ook benadrukken dat het buitenslaapverbod alleen geldt bij onveiligheid of overlast. Want opvang moet juist ruimte krijgen om doorstroom te bevorderen, mensen te helpen en te voorkomen dat iemand in Deventer buiten moet slapen. Dank u, voorzitter.
8 De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Wijk. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde graag aan de indiener vragen en als mocht de indiener dat niet weten, is dat automatisch een vraag voor de wethouder. Hoe die dat voor zich ziet als het gaat over de nachten, dat er dus meer dan sorry, misschien kunt u me even helpen, ik heb mijn laptop niet meegenomen, 19 hè, ja, mensen kunnen slapen? Want ik weet, ik heb onlangs nog gebeld voor iemand tot hoe laat men daar terechtkan. Men kan daar tot ongeveer 22.00 uur, soms uitlopend tot 22.30 uur terecht. Dus elke nacht is maar afhankelijk hoeveel mensen er op dat moment slapen. Nu verwachten we op moment niet dat er minder mensen dan 19 slapen, maar ook dat is een realiteit die mogelijk is. Hoe ziet u die uitvoering voor zich, zoals u dat nu in het amendement heeft opgenomen? De voorzitter: Sorry. Ik ging ervan uit dat u, neem me niet kwalijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. We zijn afgelopen week zo opgevoed, dat we via de voorzitter moesten spreken, rustig wachten. Dank ook voor de vraag. We hebben begrepen dat het wel uitvoerbaar is. Maar als raadslid zit ik niet per se op hoe het wordt uitgevoerd, maar wel de check of het uitvoerbaar was. En het was uitvoerbaar. Hoe dat precies gaat gebeuren, maar de intentie is van er zijn gewoon, op dit moment weten we gewoon dat er overvolle ruimte is.
Dan gaan we geen eigen bijdrage vragen en dat geldt dan voor iedereen. Het gaat niet om precies dat ene, dat er 19 zitten en dat de twintigste om 23.00 uur binnenkomt. Het gaat erom dat we, de wethouder en haar organisatie een noodplek kunnen regelen en een nieuwe plek kunnen regelen. En dat dan weer sprake kan zijn om deze verordening wel de eigen bijdrage erin te laten in. Daar gaat het mij om dat we zorgen dat we niet in deze noodsituatie die cliënten ervaren, dat we nu nog een extra financiële drempel opwerpen om hier naartoe te gaan. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. Onze fractie is daar echt verbijsterd over wat hier staat en welke plus dit moet zijn. Of de indiener, voorzitter, weet ook dat de PvdA-fractie sowieso niet voor het vragen van een eigen bijdrage is. Maar wat dit moet opheffen, welk probleem dit op moet heffen, is ons nog niet helemaal duidelijk. Ik heb nog een tweede vraag, voorzitter. Dat gaat over de laatste alinea die de indiener ook voorlas. Nu weten we allemaal dat het in de toelichting staat, dat komt uiteindelijk niet nergens verder meer terecht dan hier. Ik vroeg me af of de indiener wil toelichten, waarom hij dit stuk heeft opgenomen en waarom die hem hier ook heeft voorgelezen? De voorzitter: Dan de heer Van Wijk weer. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Ook dank voor de vraag.
Ik vind het overigens wel een logisch voorstel om te reageren op de eerste conclusie. En ingaand op de vraag. Het is opgenomen, omdat er ook hier in de raadstafel een correlatie werd gelegd met van oh, dan vragen we een bijdrage. De opvang loopt ook vol door de nieuwe mededeling na de raadstafel vorige week. Er werd er een associatie gelegd van oh, maar dan zeggen we nee en dan krijgen ze vervolgens nog een boete buiten. Dat wilde ik in deze toelichting nog even herhalen van wat in een, eerder door het college is aangeven hoe dat buitenslaapverbod werd gehandhaafd. Om die logica even helder neer te zetten, dat we hier ook om humane omvang gaat. Want dat is uiteindelijk de strekking van dit amendement. De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik vraag me af wat nu het doel is en wat de indieners hiermee beogen? Ik hoor verschillende doelen al voorbij bijkomen. Maar ik vraag me echt af. Als je denkt dat er voldoende plek is, waar moeten mensen heen, waar kunnen mensen heen? Moeten we daar niet wat meer op doen?
9 De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Ik begrijp de vraag niet helemaal goed. Mevrouw, bedoelt mevrouw Zegel van, hoe komen we aan meer plekken? De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: U weet dat de opvang nu helemaal vol zit en dat het beoogd is voor 19 plekken. Dat er nu veel meer mensen zitten. Dus wat u voorstelt is, we laten het in werking gaan, maar we stellen nog niet die eigen bijdrage voor want er zitten veel te veel mensen. Die eigen bijdrage is voor voeding. Er is juist meer geld nodig voor voeding, denk ik. Maar goed, ook al ben ik enorm tegen de eigen bijdrage of mijn fractie in ieder geval ook. Ik vraag me dan ook af van, hoe kun je nu tot die 19 gaan komen zonder en dit dus in willen voeren, zonder dat je een andere plek hebt? Er is in het systeem geen andere plek. Er zijn meer mensen gekomen op minder plekken. De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank u, voorzitter. Ik denk dat ik de vraag interpreteer, want volgens mij is juist de intentie van dit amendement dat we vanuit een bepaald principe humane opvang willen, dat als die capaciteit zo wordt overschreden dat het, de veiligheid in het geding is, dat ook wel een beetje vreemd is om een eigen bijdrage te vragen.
Terwijl de uitleg van de portefeuillehouder vorige week juist een heel verhaal liet zien van hoe dit ook weer cliënten kan helpen ook al is het nog niet aangetoond, maar wel een instrument is om de doorstroom te gaan bevorderen. Maar dat is heel raar om die eigen bijdrage te vragen in deze tijd, waarin er juist een stop is gezet op de 24-uursopvang. Het gaat om, ons om het principe dat we nu even niet totdat die tijdelijke oplossing er is en dan kunnen we weer werken met het nieuwe idee wat er is gedaan, ontstaan met die eigen bijdrage. De voorzitter: Dan mevrouw, mijnheer De Niet, ga uw gang. De heer De Niet: Dank u, voorzitter. Als het goed is, goed vindt want deze, dit amendement heeft een aanloop en dus ook een klein aanloopje in mijn bijdrage of in mijn vraag, voordat ik mijn vraag kan stellen. Want het, dit voorstel dat gaat over de eigen bijdrage en dat is eigenlijk niet het grootste probleem. Ook uw amendement dus die 19, daar zit niet het probleem. Het probleem is dat die, die zit op twee andere plekken. Namelijk één, dat we een overvolle 24-uurs opvang hebben. Dus mensen worden geweigerd en weggestuurd om, op een moment en moeten dus buiten slapen. En het andere probleem is dat we een buitenslaapverbod heb, hebben in de APV. Dus mensen die buiten slapen die worden beboet, want ze kunnen naar de 24-uursopvang.
We mangelen onze daklozen tussen de regels die elkaar tegenspreken. En we stralen daarmee uit, je bent ongewenst, je mag er niet zijn, we jagen je op. Volgens mij zouden we dat als overheid niet moeten doen, niet meer doen na de toeslagenaffaire. Waar is hier de barmhartigheid? Zoals ook al wel door andere fracties voor mij is betoogd. Ik weet dat de indieners hier eigenlijk hetzelfde bij voelen en bij denken. We hebben ook samengewerkt aan een motie, dat ging de goede kant op. Maar uiteindelijk is na wat bestuurlijk en ambtelijk geduw en getouwtrek het, dit amendement geworden. Dat, ook een reden voor mij en ook voor mevrouw Schmidt om onze naam daaruit terug te trekken, omdat dat onvoldoende doet aan die pijnpunten die er zijn. En als ChristenUnie, vanuit de ChristenUniefractie, wij willen in ieder geval ook opstaan voor die daklozen. En het gaat echt wel, de wethouder is optimistisch. Drie tot vier weken, hoorde ik net. Ik moet dat zien, dat dat lukt. En dat zal tijdelijk zijn, dat is nog geen structurele oplossing. We moeten die druk erop houden. En mijn fractie had al grote moeite met de buitenslaapverbod, dat is niet veranderd. Dat is sterker geworden, nu we überhaupt het alternatief niet kunnen bieden. En mijn vraag aan de indieners en die wil ik ook graag aan het college stellen.
Moeten we niet die echte pijnpunten aanpakken, moeten we niet gewoon het buitenslaapverbod intrekken, of in ieder geval de gebieden waar ze nu gelden onmiddellijk daarmee stoppen? Dan doen we echt iets aan het probleem.
10 De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank u, voorzitter. Zoals de eerdere vragensteller ook al zei, we op heel veel punten voelen we hetzelfde rondom deze groep, ook die barmhartigheid die we zoeken. Of de humane opvang, welke term je ook kiest. Ook dat buitenslaapverbod gaat ons aan het hart. Maar nogmaals, hij staat expres in de toelichting om ook duiding te geven, hoe die nu wordt toegespitst. Ik merk toch een verschil van mening van hoe die wordt uitgevoerd. En ik ben zelf als indiener ook naar het college toe gegaan van, interpreteer ik het juist hoe dit buitenslaapverbod wordt gehandhaafd? Ja. En dat wil ik nogmaals onderdrukken. Het is niet om mensen op te jagen, het is niet om mensen zomaar te beboeten die buiten slapen. Daar verschillen we van mening over. Als dat wel zo is, als mensen zich daar opgejaagd voelen of oneigenlijk wordt ingezet, dan zal D66 Deventer natuurlijk met u meegaan om dat APV aan te gaan passen. Maar zo wordt er nu niet gedaan. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. De heer Van Wijk gaat daar wel bij vooraan dat de, het straalt ook iets … Het buitenslaapverbod en het aanwijzen straalt ook iets uit naar de onwenselijkheid. Dus we hebben geen opvang en je mag ook niet buiten slapen. Er is gewoon geen plek. Terwijl, als we dat loslaten dan en tegelijkertijd ook wel werken aan een echte oplossing.
Volgens mij moeten we in ieder geval totdat de echte oplossing er is, in ieder geval zo zeggen, we doen niks met dat buitenslaapverbod. En dat kan ook. Dus ik zou graag ook wel daar, mogelijk kan ik daar nog een handreiking doen. Maar ik zou ook graag het college willen uitdagen om het college in ieder geval, dus die vraag mag mevrouw de wethouder straks beantwoorden, wat mij betreft. Is het college bereid om dat buitenslaapverbod nu in te trekken? De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik kan voor een heel groot deel aansluiten bij de vorige sprekers, met name waar het gaat over de zorgen die wij hebben. En over het feit, dat we ons, onze normen en waarden over hoe wij in Deventer met kwetsbare groepen over, omgaan, nu toch wel een beetje overboord zetten. Ik wil nog wel even doorgaan op dat punt over die, over het buitenslaapverbod, omdat u dat ook specifiek in uw amendement benoemt. Alleen, u verbindt daar verder geen conclusies aan, dus ik denk dat deze vraag misschien ook wel bij de portefeuillehouder hoort. Dat zit hem erin dat toen we het buiten, toen het buitenslaapverbod werd behandeld in deze raad was de uitleg van de portefeuillehouder dat er, dat de noodzaak van buiten slapen er niet altijd was omdat er een andere optie was, namelijk de maatschappelijke opvang. Die situatie is nu wel veranderd.
Dus mijn fractie heeft wel de vraag van, wat wij nu doen met dat buitenslaapverbod, is dat juridisch überhaupt nog wel houdbaar? Want mensen kunnen nergens heen. En dan kom ik op uw amendement. Ik worstel heel erg met het voorstel dat u nu doet, om in het amendement te spreken over als er 19 mensen zijn, dan gaan we die eigen bijdrage doen. Maar worden het er 20 of 21, dan doen we het niet. Ik heb bij de inspraak van mevrouw Van Ark van IrisZorg bij de raadstafel hebben we al gehoord, dat het innen van deze eigen bijdrage soms best wel lastig is. Denkt u dat het uitvoerbaar is voor het personeel van IrisZorg om dit, om deze voorwaarden mee te nemen in het verwerken van wie er wel en niet moet betalen voor de opvang? De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank u, voorzitter. Ik wou nog even kort reageren op de heer De Niet rondom het ongewenst verklaren van mensen die buiten slapen. Dat spreek ik hier juist niet mee uit. Dat heb ik ook in mijn toelichting gedaan. Dat wou ik nog even corrigeren. Juist wij en heel veel andere fracties staan juist voor, dat iedereen een kans heeft om binnen te slapen als zij dat willen. Reagerend op de vraag rondom of het juridisch houdbaar is. Die stuur ik door naar het college. De vraag van mevrouw Schmidt rondom … Sorry, kunt u even herhalen? Was …
11 Mevrouw Schmidt-Versteeg: De uitvoerbaarheid van deze maatregel. Als je zoals mevrouw Eekhuis ook zei, 19 mensen kunnen er om 20.00 uur zijn, maar het kunnen er om 22.30 uur ook 20 zijn. En daarnaast fluctueert de doelgroep ook per dag nog heel erg. Dus het gaat mij erom, is dit juridisch houdbaar en uitvoerbaar? De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Juridisch houdbaar, daar ga ik geen uitspraken over doen. Daar verwacht ik dat het college op af. En de tweede, dat gaat ook veel meer over buiten slapen en de tweede gaat meer over de uitvoerbaarheid van het amendement. We hebben dit ambtelijk laten toetsen en ook met de wethouder besproken. Daar hebben we wel een positief advies op gekregen. En je kunt ook voorstellen zoals ik ook in de toelichting zei, het gaat meer om de gedachte. We gaan niet opeens een hele complexe regel inzetten. We zetten gewoon neer van jongens, we willen hier niet heel rigide omgaan, maar een humane omvang hebben als er heel veel mensen zich aanmelden hiervoor en er is te weinig capaciteit. We vinden het heel raar om een eigen bijdrage te vragen. Dan stoppen we gewoon met die eigen bijdrage voor de hele groep die daar is. De voorzitter: Mevrouw Schmidt, tot slot. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Aanvullende vraag nog dan, voorzitter, als ik mag.
Want gaat de D66-fractie er dan vanuit, dat we binnen een hele korte tijd een oplossing vinden voor de overcapaciteit, die nu in de Polstraat aan de orde is? En is dit amendement en deze maatregel dan alleen maar bedoeld voor de tussentijd, dat er geen opvang is? En wil D66 dan gewoon op moment dat er een oplossing is, wel gewoon die eigen bijdrage gaan innen? De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: De veronderstellingen van de vraagsteller zijn correct. Het gaat om de tijdelijkheid en daarna wel de eigen bijdrage. Wij hebben ook cliënten gesproken. Die zijn helemaal niet tegen de eigen bijdrage, zolang het maar duidelijk is. De voorzitter: Dan de, ik denk de heer Damoiseaux. Ga uw gang. De heer Damoiseaux: Dank u, voorzitter. Toen ik het amendement las toen vroeg ik mij ook af, wat gaat dit oplossen, voorzitter? Want er wordt een probleem geschetst, dat het gaat over de eigen bijdrage die niet te bekostigen is door mensen, voorzitter. Terwijl dat helemaal niet het probleem is, omdat mensen die niet kunnen betalen, ook niet hoeven te betalen. En dan wil ik hem even over een andere boeg gooien, voorzitter. Er is ook hartstikke veel overlast hier in de stad van mensen die verblijven of niet verblijven aan de Polstraat, waar ook aandacht voor moet zijn.
En als ik dit amendement dan lees, dan heeft onze fractie het gevoel dat dit nog wel eens een aanzuigwerkende kracht juist kan gaan hebben. Van, kom minimaal met 20, dan is het gratis slapen. En dat in een tijd dat IrisZorg ook aangeeft, dat ze nog niet eens de veiligheid van het eigen personeel kunnen garanderen. Ik ben benieuwd, heeft u als indieners, heeft u dit meegenomen in uw overweging? En ik hoor ook graag van de wethouder, wat voor consequenties dit op het gebied van veiligheid en overlast kan hebben voor onze binnenstad. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Die aanzuigende werking hebben we ook in de raadstafel over gehad. Die is niet aangetoond. Ik zou eigenlijk de vraag willen omdraaien. Denkt u dan dat dan als er dan toch een eigen bijdrage is, dat mensen dan gaan kiezen voor dan gaan we maar niet naar de 24-uursopvang, maar naar een hotel? Nee, onze insteek is, dat het een principe is van de humane omvang, opvang. Waar gaan hier niet een eigen bijdrage inrichten als de spuigaten, of de capaciteit helemaal overloopt. Dat is het idee daarachter.
12 De voorzitter: De heer Damoiseaux. De heer Damoiseaux: Volgens mij was het de reden van dit voorstel juist om een knop te hebben aan te kunnen draaien, zodat mensen doorstromen naar een passende doorstroommogelijkheid. IrisZorg heeft zelf aangegeven, voorzitter, dat er mensen zijn die in de opvang zitten die daar op dit moment eigenlijk niet thuishoren, tot ze een doorstroommogelijkheid aangeboden hebben gekregen. De overlast in de stad is hoog. En dan komt u als u, voorzitter, als D66 met een amendement die de hele mogelijkheid van die prikkel eruit sloopt. De voorzitter: De heer Van Wijk, tenslotte. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Dan heeft de heer Damoiseaux niet het amendement goed gelezen. Wij zijn juist weer voor dat die eigen bijdrage wordt ingevoerd, als dus die noodsituatie met de opvang weg is. De voorzitter: Dan mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Als een van de twee indieners een aanvullende reactie op wat ik tot nu toe heb gehoord vanuit mederaadsleden. Er, onze fracties zijn voorstander van het invoeren van de eigen bijdrage. Omdat het stukje eigen verantwoordelijkheid vraagt van cliënten en stukje normalisering en een minder groot gat tussen de doorstroommogelijkheden. Maar op het moment dat wij vorige week te horen kregen, dat het overvol zit en dat dat aantal, dat IrisZorg dat aantal gaat terugdringen.
Dat was toch wel het moment dat onze fracties zeiden, maar dit is dan eigenlijk nu niet het juiste moment om de eigen bijdrage in te voeren. Pas als wij als gemeente en als 24-uursopvang de boel goed op orde hebben, dan is het redelijk om cliënten te vragen een eigen bijdrage te leveren. Niet, u moet met heel veel op een kamer slapen, u moet op de gang slapen en oh, u moet ook nog betalen. Nee, als wij het als gemeente goed op orde hebben, dan vinden wij het een goed moment om die eigen bijdrage te laten ingaan. En daar is het amendement voor bedoeld en niet voor de ene nacht wel en de andere nacht niet. En inderdaad een bevestiging van op het moment dat de mensen geweigerd worden, dan kan het niet zo zijn dat die mensen als ze op een bankje slapen, beboet worden. Dat wordt hier nog een keer bevestigd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eerst even iets rechtzetten, want er schijnt nogal een idee te heersen dat er alleen probleemschoppers in de opvang komen. Eenieder die in een crisis en noodsituatie verkeert en die nacht geen bed heeft, mag die tegoed, mag hier terecht. Ik weet van jongelui die binnenkort 18 wordt, die is doorverwezen. Als je geen bed hebt, dan kan je daar terecht. Alstublieft, hou dat beeld alsjeblieft een beetje diverser, dan dat het hier gepropagandeerd wordt bijna. De voorzitter: Mevrouw Schmidt.
Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel. Ik wil nog even reageren op de VVD-fractie. Want ik wil het beeld wel even nuanceren, dat op het moment dat wij een eigen bijdrage gaan vragen, dat er dan op grote schaal mensen doorstromen. In de raadstafel is ook duidelijk door IrisZorg zelf gezegd dat de ervaringen ook in andere locaties van IrisZorg zijn, dat het aantal mensen dat doorstroomt op jaarbasis misschien een keer twee of drie is. Dus het beeld dat hier wordt gewekt van op het moment dat wij een eigen bijdrage gaan vragen, gaat ook significant de overlast die terecht gevoeld wordt door iedereen en waar wij ook met zijn allen verschrikkelijk van balen, dat dat het geval is. Maar het is dus niet zo, dat op moment dat wij nu zeggen we gaan die eigen bijdrage invoeren, dat dan automatisch ook structureel de overlast afneemt. Dus ik vind wel dat de VVD-fractie daar ook reëel in moet zijn. De voorzitter: De heer Damoiseaux.
13 De heer Damoiseaux: Dank u, voorzitter. Wat betreft de eigen bijdrage. Daar heeft de wethouder ook duidelijk aangegeven en ook de mevrouw van IrisZorg die bij ons is komen inspreken, dat iedere persoon die doorstroomt, dat dat op dit moment winst is. En als je dan ervoor kiest om via een amendement dat eruit te slopen, dan zijn wij daar als VVD inderdaad op tegen. Graag gaan wij op een ander moment met u in debat over de overlast die hier in deze stad plaatsvindt, want dat is hoognodig. De voorzitter: Mevrouw Schmidt, tenslotte. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter, maar dat is een discussie die de VVD-fractie hier nu aanzwengelt. Dus ik reageer op uw bijdrage. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Wou graag reageren op de inbreng van mevrouw Scholthof. Namelijk ze zei, we hebben dit nodig want als extra prikkel om die opvang eerst goed op orde, stuk in de opvang eerst goed op orde te hebben. Volgens mij is dan het enige juiste nu tegen deze verordening stemmen, of de datum aanpassen en zeggen, we voeren het pas per 1 januari in want dan … En dan gaan we ervan uit dat de wethouder dan genoeg tijd heeft om het tot die tijd te regelen. Maar dat lijkt me aan de oplossing en wellicht niet dit inderdaad, wat toch best wel ingewikkeld uitvoerbaar dingen, ding. De voorzitter: Zit geen vraag in.
Nog of wel behoefte om te reageren? Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. U heeft aan het begin van de vergadering sorry, de heer De Niet heeft aan het begin van de vergadering de wethouder gehoord, dat er gehoopt wordt op binnen vier weken een locatie. Dus over vier weken zou de eigen bijdrage kunnen gaan in, kunnen gaan worden geïnd. Dat is verder niet ingewikkeld, volgens mij. De voorzitter: Mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Buiten het feit dat 1 oktober sneller is dan vier weken waar we nu over gaan stemmen straks, denk ik dat dit nog steeds een aanpassing op de verordening of op het raadsbesluit moet zijn. Wat ik, voorzitter, wat ik hoorde van mijnheer Van Wijk was dat het vooral humaan moest zijn. Maar we hebben een probleem, mijnheer Van, via u voorzitter en dat lossen we niet op met dit amendement. En als dit amendement betekent dat niemand buiten hoeft te slapen, dan betekent het dat we het probleem nog groter maken. Want dan zegt mijnheer Van Wijk, kom allemaal naar binnen. Terwijl er aangegeven is, we zitten echt bomvol. Het kan niet meer, het is niet meer verantwoord. Dus wat nogmaals de vraag, wat draagt dit amendement nu bij aan het probleem wat we hebben? En helpt het bij de verordening die we gaan vaststellen zo meteen? De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter.
Iedereen erkent dat dit probleem er is en dat die er nu al is, maar maakt, baart iedereen al zorgen. Hoe gaat het dan straks in de winter, als er nog meer mensen gebruik willen maken van de opvang? Dat maakt dat mijn fractie zegt van, wij willen ook de wethouder en IrisZorg een extra knop geven. Ook is het maar een kleine knop, om iets van doorstroom voor elkaar te krijgen. En dat daardoor een plek weer voor iemand die zich gemeld, vrij kan komen. Dan ingaand op uw vraag, wat helpt dit amendement dan? Wij vinden toen we dit stuk behandelden over die eigen bijdrage en daarna de mededeling dat er heel veel problemen waren met de capaciteit en de aantallen die er kwamen en de veiligheid in het geding was, vonden het bijzonder om dan uit te gaan van een eigen bijdrage. Dat vonden we een wellicht ook een drempel opwerpen, maar ook niet echt heel humaan in die tussentijd. Wij, daarom, dat is dit amendement voor bedoeld dat voor die overbruggings-
14 periode totdat waar de wethouder het over had, over drie, vier weken iets gevonden is, geen eigen bijdrage wordt geïnd. De voorzitter: Volgens mij hebben we daarover nu het nodige gewisseld. Dus als u nog iets nieuws heeft, mag … Mevrouw Zegel-van Tiel: Dat is precies wat ik wilde zeggen, voorzitter. Want volgens mij blijven we in een cirkel praten en dat gaan we niet meer doen. De voorzitter: Dan de heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk een vraag voor de wethouder met name. Vorig jaar heeft mijn fractie een motie ingediend, waarin we opriepen om te inventariseren of er tekorten waren en wat we konden doen om die tekorten tegen te gaan. Daar is toen op geadviseerd, dat het allemaal niet nodig was. Ook de indieners van dit amendement hebben toen tegengestemd, maar nu staan we hier. Dus graag, we zijn wel benieuwd hoe we hier zijn geëindigd. Waarom vorig jaar er totaal geen noodzaak werd gezien om hier onderzoek naar te doen. De voorzitter: Ik stel voor, dat we naar de zijde van het college gaan. Wethouder Duursma, u heeft het woord. Mevrouw Duursma: Dank u wel, voorzitter. De vraag is, hoe ziet het eruit in de Polstraat van als je dit wel of niet gaat invoeren? Op dit moment is er, zijn er maximaal 36 mensen in de Polstraat en is daar het team overbelast. Dat heb ik u ook verteld.
En de inzet die wij doen op dit moment en dat heb ik u aan het begin van de vergadering meegedeeld, is binnen drie tot vier weken een extra opvanglocatie te hebben, zodat de Polstraat maximaal 19 bewoners, bezoekers, in ieder geval slapers kent. IrisZorg geeft aan dat men, met Krachtwerk, het systeem wat zij daar gebruiken dat de eigen bijdrage daarvoor maakt, dat mensen ook binnen hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dan is het de bedoeling dat er in de Polstraat niet meer mensen zijn, ook naar de toekomst toe niet meer mensen zijn dan 19, zodat je daar op een goede wijze en conform de afspraken die we aan het begin van toen wij begonnen met deze opvang met 19 mensen, eenpersoonskamers en van daaruit op een goede manier begeleiden, dat we dat op dat moment ook kunnen doen. Dus dat is de inzet die wij doen. En in die zin helpt dit amendement. Want met 36 mensen in de opvang op dit moment betekent het, dat er minstens twee personen per kamer liggen en dat er ook nog drie mensen op de gang liggen. Als er 36 mensen zijn. En helaas zijn er soms meer dan 36 mensen en dan kunnen wij op dit moment niet anders zeggen, de opvang is vol. Tot onze grote spijt. Dus daarom ook heel erg veel druk en haast om de extra opvangcapaciteit op hele korte termijn te regelen.
En ik heb … Laat ik zeggen, wij hebben ideeën over de wijze waarop en daarom kan ik ook zeggen, dat wij op zo'n korte termijn daarover bij u terugkomen. De voorzitter: Precies. Lida eerst, ja? Dan mevrouw Zegel. Mevrouw Zegel-van Tiel: Ik hoor de wethouder zeggen, voorzitter, dat er niet voor iedereen meer plek is als er meer mensen komen. Ik hoor niks over de buitenslaapboete. Terwijl u zegt, ga naar buiten eigenlijk, want we hebben geen plek meer. Waar moeten deze mensen heen? Er is geen plek. En hoe gaan we dan om met dat buitenslaapverbod en die boete? De voorzitter: Mevrouw Duursma. Mevrouw Duursma: Dat was het tweede gedeelte van mijn verhaal, mevrouw Zegel, maar u liep al. Ik denk, dat gaat vast over het verhaal wat ik tot op heden verteld heb. Dat was dus niet zo. Als we het hebben over het buitenslaapverbod. Ik snap de gevoelens die daarbij leven in uw raad. En ik weet ook dat bij de aanvang van het buitenslaapverbod door is gezegd, er is opvang, er zijn opvangmogelijkheden. Dat was het ene argument. En het
15 andere argument was, het is soms noodzakelijk als er ernstig overlastgevend gedrag is, dat je moet kunnen ingrijpen. Maar dat we dat zeer terughoudend en zeer zorgvuldig zullen blijven doen. Dat betekent dat in de afgelopen driekwart jaar dat dit in de AVP staat, er welgeteld één situatie is geweest waarin op die wijze is gehandeld. Dat betekent dus ook dat onze organisatie heel erg zorgvuldig omgaat met het buitenslaapverbod. En pas als er ernstig overlastgevend gedrag is, dat er dan een boete volgt. Dat is dus eigenlijk nog maar één keer, gelukkig nog maar één keer nodig geweest. Want ook wij weten dat het zeer ingewikkeld is om mensen die niet zoveel geld hebben, als je die een boete geeft, wat levert dat dan op? Dus ook die zorgen die daar zijn worden nadrukkelijk meegewogen in de afwegingen die buiten worden gemaakt op moment, dat er een buitenslaapverbod is. Ik weet niet waar mensen heen gaan, als u mij dat vraagt. Ik kan op dit moment niet garanderen, dat mensen dan een slaapplek hebben of dat zij in een auto gaan slapen of dat zij toch nog ergens bij familie of vrienden een plek vinden. En dat vind ik een zeer zorgelijke situatie. Dat is ook de reden dat we zoveel druk zetten om die opvang en die extra capaciteit te regelen. Daar zal dan ook zo meteen en dat, het zijn meer dan twee 20 tot 30 plekken. Dat is waar de inzet op is.
Dus dat betekent ook dat alle mensen die je, dan zou je dus 39 plekken tot 49 plekken minimaal hebben om in ieder geval op te vangen. En dat is ook waar wij zeker op inzetten. Dat is ook wat wij zien in de voorstellen die er op dit moment liggen, maar die moeten we dus nog verder uitwerken dat er, dat dat gaat lukken. Dat maakt dus ook dat wij denken dat we dit heel snel kunnen regelen, zodat we niet meer hoeven te weigeren. Omdat dat iets is wat dit college zeker niet wil. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik heb net gevraagd, want de wethouder geeft aan, tot nu toe is er echt heel terughoudend mee omgegaan. Gelukkig, zou ik bijna willen zeggen. Maar de situatie is nu wel daadwerkelijk veranderd. Dus ik heb net ook ten eerste gevraagd van, is deze overweging in de APV juridisch nog, houdt die juridisch nog stand? En op het moment dat wij dus meer mensen de toegang weigeren tot de opvang, dan zullen er logischerwijs ook meer mensen in de openbare ruimte verblijven. Dan zal dus naar verwachting ook de veiligheidsituatie misschien wat vaker op het spel komen te staan. En dan is het volgens mij ook logisch om te verwachten, dat er dan ook meer boetes uitgeschreven zullen worden. Deelt de wethouder die conclusie van mij, of die verwachting? De voorzitter: Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Dank u wel, voorzitter.
De eerste vraag was, is dit juridisch houdbaar? Ja, het staat in de AVP, dus feitelijk is het juridisch houdbaar. Dus het is niet zo dat je omdat je geen opvangplek hebt, dit juridisch niet houdbaar is. Dus daar is het zo dat vanuit deze regeling dit wel juridisch houdbaar is. Maar u vraagt mij of ik uw mening deel dat doordat er weiger, wordt geweigerd aan de deur, of er dan meer overlast, meer buitenslapers zullen zijn in de stad. Ik verwacht niet dat daardoor meer overlast ontstaat. Er is al veel overlast in de stad. Dat is er nu al. Dat was er ook toen er, toen we nog niet weigerden. Dus dit doen we net een week, dus daar is geen verandering in gekomen. En we verwachten dat ook niet en we verwachten ook dat wij op hele korte termijn net zoals ik al zei, ook opvang kunnen realiseren. Dus ik verwacht niet dat dit leidt tot meer boetes, want dit is niet de wijze waarop wij hiermee omgaan. De voorzitter: We gaan even proberen de vragen, we zijn zoveel mensen, proberen kort en bondig de vraag te stellen. Ook graag kort en bondig antwoord. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ik doe mijn best, voorzitter, maar dat gaat wellicht niet altijd precies zoals het graag zou willen. Ik ga toch even beginnen met te zeggen namelijk dat wij nu veel hebben gehoord van de indiener, van de mensen die hier naar de interruptietelefoon, -microfoon stappen.
En ook van de wethouder precies over het grote probleem wat de PvdA-fractie überhaupt heeft met dit voorstel. Namelijk, vergelijk het dus met een huis. Het huis moet volledig gerenoveerd worden en we staan hier te bakkeleien over een stukje badkamerrenovatie. Vandaar ook de noodzaak voor dit amendement. Althans, dit is de manier waarop wij het zien. Ik kom even terug op de opmerking
16 die we toen straks van de collega van het CDA hoorden, dat het niet ging over een nacht wel of een nacht niet. Tegelijkertijd staat hier in het amendement letterlijk, te worden afgezien van de eigen bijdrage op te leggen, wordt afgezien voor die nachten waarin er meer dan 19 personen gebruikmaken. Dat zegt dat amendement dus wel. Het gaat dus over per nacht. Dat is, dit wordt opgenomen in de verordening en daar blijft het ook staan. De vraag aan de wethouder nu is, hoe ziet u nu die uitvoering hiervan? En klopt mijn aanname dat u ervan uitgaat, dat die vanaf nu gewoon te vol zal zitten tot u die noodopvang hebt gerealiseerd? De voorzitter: Mevrouw Duursma. Mevrouw Duursma: Voorzitter, daar kan ik kort over zijn. Ik verwacht inderdaad dat de opvang te vol zal zijn om überhaupt deze incasso, deze bij, eigen bijdrage te doen. Dus op het moment dat we de extra opvang hebben gerealiseerd, dan pas zullen we zorgen voor 19 en dan pas zal het ingaan. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Een vervolgvraag aan de wethouder over, hoe ze het net uitlegde over de noodopvang. Nogmaals, wij zijn heel erg blij met de termijn waarin de wethouder noemt en ook de aantallen waarin de wethouder het noemt, waarin gekeken wordt tussen orde van de grootte.
Ik vraag nu even nog aan de wethouder erbij of het ook voor lang genoeg is, om ook in de raad dat gesprek te hebben over hoe wij in vervolg de opvang van mensen die het hardst nodig hebben, voor ons zien en wat wij dan vervolgens daarvoor nodig hebben? De voorzitter: Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Begrijp ik het goed, dat u wil weten hoe lang die termijn van de noodopvang is? Mevrouw Eekhuis: Ja, klop, dat het niet voor slechts een paar maanden is. Mevrouw Duursma: Voorzitter, nee, het is niet voor slechts een paar maanden. Wij zullen, wij kijken of wij een periode van minimaal één tot twee jaar kunnen overbruggen. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder over, toch over de het buiten slapen, buitenslaapverbod. Ik hoor de wethouder zeggen, we hebben nog maar één keer een boete uitgedeeld. Maar dat is soort anekdotisch bewijs, want we weten niet hoe die, hoe vaak mensen zijn weggestuurd. We hebben niet een fatsoenlijk gesprek gehad met ook in het kader van de evaluatie van de APV over, hoe werkt het nu in de praktijk? Hoe vaak worden mensen nu ook die geen overlast veroorzaken, weggestuurd van hun bankje en moeten weer ergens anders gaan slapen? We weten niet hoe het zit.
Terwijl we wel weten, dat het college vorig jaar in eind, 28 februari heeft, een aantal gebieden heeft aangewezen, waaronder de hele binnenstad, waar je niet buiten mag slapen. En dan doet het er niet toe of je overlast veroorzaakt. Dan kan je gewoon worden weggestuurd op grond van de APV. En we weten en dat is een, wat mijn fractie betreft een groot probleem. Dus ik vraag aan de wet, wil aan de wethouder vragen, is het college bereid om per direct zolang er geen fatsoenlijke opvangcapaciteit is, die aanwijzing van die gebieden terug te trekken? Dat is de bevoegdheid van het college. Bent u daartoe bereid? De voorzitter: Ga je gang. Mevrouw Duursma: Voorzitter, dank u wel. Omdat wij absoluut op geen enkele wijze de, hoe moet ik dat zeggen? Het is niet zo dat wij, wat wij willen is in ieder geval zorgen dat op het moment dat er ernstige overlast wordt veroorzaakt door iemand. En u kunt zeggen, het is anekdotisch bewijs. Maar dit is wel waar wij dagelijks met de organisatie mee te maken hebben. Dat zij weten hoe wij hierin staan, dat zij weten wat de vraagstukken zijn. En
17 er worden echt geen mensen die geen overlast veroorzaken weggestuurd. Zo simpel is het. Dus het gaat echt over ernstige overlast veroorzaken. En dat wij, ook onze boa's moeten methodes in handen hebben om als het echt de spuigaten uitloopt, dat zij kunnen ingrijpen, want dat vraagt dan de rest van de stad. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Dan heeft, het college heeft daarvoor die gebieden, die aangewezen gebieden niet nodig. Dan zijn er binnen het artikel maar ook binnen de APV andere middelen om bij overlast op te treden en niet in het algemeen te zeggen, je mag hier niet slapen, je mag hier niet buiten slapen. Dat lijkt me, dat is voor mijn fractie is dat eigenlijk onacceptabel in deze situatie. Ook omdat er, de wethouder kan zeggen, binnen vier weken heb ik het geregeld. Ik hoop het van harte. Ik hoop dat dat lukt. Maar als we binnen vier weken iets regelen wat twee jaar kan duren, dan zou ik dat buitengewoon knap vinden. Want dit of, wij weten hoe moeilijk het gaat, is gegaan bij De Brink. Hoeveel weerstand daar dan toch ook ontstaat. Ik zou het fantastisch vinden, mijn fractie zou het fantastisch vinden en zou het toejuichen als het lukt. Maar ik verwacht ook nog wel problemen en dat het misschien wel langer dan die vier weken gaat duren.