2025-03-19 Transcript raadsvergadering gemeenteraad Deventer 19 maart 2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 19 maart 2025
Opening De voorzitter: Dames en heren, van harte welkom bij deze raadsvergadering van 19 maart 2025. Leden van het college, welkom. Raadleden, welkom. Toehoorders in de zaal en ook kijkers thuis, van harte welkom. We hebben vanavond een aantal hamerstukken en een tweetal debatstukken. We hebben 38 leden aanwezig. Alleen de heer Zuijdam heeft, is verhinderd vanavond. Verder is iedereen aanwezig. Vragenkwartier (VERVALLEN) De voorzitter: Er zijn geen vragen voor het Vragenkwartier. Hamerstukken 1.
Aanvraag Suppletie-uitkering bommenregeling 2024
De voorzitter: Daarmee kunnen we onmiddellijk doorgaan naar de hamerstukken en dat zijn er zeven. We beginnen met het jaarlijkse hoogtepunt, dat is de Aanvraag Suppletie-uitkering bommenregeling 2024. Dit explosieve dossier kan op uw instemming rekenen? Ja? Dan, geen stemverklaringen, neem ik aan? Dan heeft u aldus besloten.
2.
Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen Deventer in RIVUS-verband
De voorzitter: Dan de Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen Deventer in RIVUS-verband. Mijnheer Van der Meulen, ga uw gang. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. We willen graag een stemverklaring afgeven in de vorm van een compliment aan het college, op de wijze waarop deze subsidieregeling is vormgegeven, waarbij een aantal amendementen van de raad goed zijn verwerkt. En dat we nu in Deventer kunnen spreken van naast ja, een heggensubsidie, ook een tegeltoelage en een gevelgift en zelfs een bomenbijdrage. Dus wij zijn heel erg blij met deze subsidieregeling. En wij stemmen van harte daarmee in. De voorzitter: Dank voor deze mooie stemverklaring. Dank u wel, mijnheer Van der Meulen. Iedereen verder akkoord? Dan heeft u ingestemd met dit voorstel. 3.
Regio Deal cofinanciering
De voorzitter: Dan de Regio Deal cofinanciering. Iemand die behoefte heeft aan een stemverklaring? De heer De Niet, ga uw gang. De heer De Niet: Ja, het is heel mooi, dat we via de Regio Deal met middelen van het Rijk kunnen investeren in de stedendriehoek en in Deventer. We hadden al 2 miljoen opzij gezet via cofinanciering en met dit besluit voegen we daar nog anderhalve ton aan toe. Omdat ik de dekking daarvoor wat apart vond, heb ik daar technische vragen over gesteld. Die zijn gewoon goed en helder beantwoord. Het is fijn om te weten, dat het college dit valide dekking vindt en dat zullen we onthouden voor toekomstige voorstellen. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Wij zullen dit voorstel steunen. Maar we verbazen ons er wel over, wat er ineens allemaal niet mogelijk is als de Rijksoverheid met de geldbuidel gaat rammelen. Veel van de projecten die nu onder de Regio Deal vallen, zijn ook zonder Rijksbijdrage de moeite van het uitvoeren waard. We zullen de uitvoering kritisch volgen en daarbij kijken, of de gemiddelde inwoner van de stedendriehoek er ook echt iets mee opschiet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zal me inhouden als voorzitter van de regio, om hierop te reageren. Kunt u zich allen vinden in het voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 4.
Grondexploitatie Woningbouw ’t Hoge Veld Okkenbroek
De voorzitter: Dan de Grondexploitatie woningbouw ’t Hoge Veld Okkenbroek. Stemverklaringen, mevrouw Schmidt. Ga uw gang. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. We zullen dit voorstel steunen. We zijn blij, dat de Okkenbroekers weer de kans krijgen om in hun eigen dorp te blijven wonen. Wel is het jammer, dat het aantal sociale huurwoningen in Okkenbroek niet stijgt en op welgeteld nul blijft staan. We hopen, dat dit in een volgend woningbouwproject wel kan worden weggetrokken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. Kunt u zich overigens allemaal vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten.
5.
Strategische Investeringsagenda (spelregels)
De voorzitter: Dan de Strategische Investeringsagenda, de spelregels daarvoor. Ja, ga uw gang. De heer Evers: Dank u wel, voorzitter. Het CDA zal voorstemmen voor het SIA. Maar we hebben oordeelsvormend al wel aangegeven dat we het begrip onrendabele top, dat daarbij de interpretatie wel wat breder moet worden genomen, dan zoals het nu verwoord staat. Dan gaat het vooral over onrendabele top met betrekking tot grondexploitatie. Daar zijn ook wel andere onrendabele toppen, die wat ons betreft onder kunnen vallen. Maar collega's en het college hebben mij in de raadstafel verzekerd, dat dat echt zo bedoeld moet zijn. En ik heb een, ik heb veel waardering voor het college en collega's, dus ik ga ervan uit dat ik dat op die manier mag interpreteren. Dus daar vertrouw ik op en daarom zullen we voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Evers. En hierbij is het ook vastgelegd op band. Kunt u zich allen vinden in het voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 6.
Stedenbouwkundig plan en krediet Ludgeruskwartier
De voorzitter: Dan het Stedenbouwkundig plan en krediet Ludgeruskwartier. Behoefte aan een stemverklaring? De heer De Niet, ga uw gang. De heer De Niet: Ja, dat is een mooi en een goed stedenbouwkundig plan. Een mooie ontwikkeling in een gebied waar echt iets moet gebeuren. We zijn blij ook, dat de sociale woningbouw terugkomt en met de upgrade van de buitenruimte, want ook inwoners met een lager inkomen verdienen een goede en comfortabele plek om te wonen. De ChristenUnie stemt dan ook van, met volle overtuiging voor dit plan. De voorzitter: Dank u wel voor uw stemverklaring. Verder iedereen ook akkoord? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 7.
Verduurzaming Openbare Verlichting
De voorzitter: Dan de Verduurzaming openbare verlichting. Behoefte aan stemverklaring? Niemand. Kunt zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. Daarmee hebben we de hamerstukken gehad. Debatstukken 8.
Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie
De voorzitter: Gaan we naar de debatstukken en dat zijn er twee. Het, beginnen met het Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie. Dit onderwerp hadden we geagendeerd voor de vergadering van vorige maand, maar dat lukte toen niet. Vandaar nu op de agenda. Het heeft natuurlijk alles te maken met het, basis voorkeursvariant hoofdwegenstructuur die we de vorige maand hebben vastgesteld. De fractie van GroenLinks heeft toen bij de stemming aangeven, dat het ingediende amendement over De Welle bij het Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie zou, dat was aangekondigd zal worden ingetrokken. Dus dat, hebben nu nog twee amendementen en drie moties. We volgen de volgorde in het raadssysteem. Dat betekent, dat we starten met het amendement Bewaakt fietsparkeren van GroenLinks. De heer Diepenhorst heeft het woord. De heer Diepenhorst: Dank u wel, voorzitter. Stentor van 15 maart jongstleden. Dieven hebben vrij spel bij elektrische fietsen, zeggen de ANWB, Univé en andere verzekeraars. Omdat overheid, gemeente en politie weinig doen zijn eigenaren niet beschermd. Laten we dus als overheid dit eindelijk eens oppakken. Veel mensen zouden de auto laten staan, als er een mogelijkheid was van bewaakt fietsparkeren. We hebben er een aantal keren
eerder over gesproken. Toen is ook wel eens aangegeven dat het misschien juridisch lastig is, want er zijn gewoon steden die het doen en daar keurige reglementen voor hebben, zoals Delft en Utrecht. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Diepenhorst. Reacties uit de raad. Mevrouw Schuiling, ga uw gang. Mevrouw Schuiling: Ja, dank u, voorzitter. Ja, we zijn natuurlijk ook voorstander van bewaakt fietsparkeren. Meer fietsen altijd, meer fietscomfort, goed idee. De vraag is of met, dit voorstel zonder budget wel uitvoerbaar is. En ben ook benieuwd naar de reflectie van het college daarop. Als we dit opnemen en het wordt aangenomen dit amendement, komt dat eigenlijk die bewaakte fietsvoorziening? En ja, wat is er verder nog voor nodig? En als we toch budget nodig hebben, dan trek ik graag samen op met GroenLinks richting de Perspectiefnota. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank voor de reactie. De gelden die voor het Mobiliteitsplan aan de orde zijn en ook straks meegenomen worden in de bespreking in het voorjaar komen natuurlijk terug en we hebben de versnellingsgelden. Dus dat zijn natuurlijk de mogelijke budgetten. En verder hebben natuurlijk het taboewoord, post. De voorzitter: Zullen wij naar de zijde van het college gaan? Ja? Wethouder Elferink, ga uw gang. De heer Elferink: Dank u. Dank u, voorzitter. Ja, fietsparkeren.
We hebben al vaak hierover gesproken. Momenteel is het college ook bezig met een dertiental maatregelen in dit kader. En wij komen ja, met de Perspectiefnota met voorstellen daartoe. Dus ja, wij ontraden dit amendement op dit moment. En even nog inhoudelijk, u heeft het over bewaakt fietsparkeren. In juridische zin is dat wel iets anders dan bemenst fietsparkeren. Dus dat dat vraagt ook om hele andere middelen en bemensing, dus wij focussen ons op die bemensing. Maar al met al ontraden we dit amendement op dit moment. De voorzitter: Reactie van de heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja. Jammer uiteraard, dat het ontraden wordt. Want ik begrijp, dat er wel voorstellen komen. Maar dat betekent niet, dat de bewaakte in die voorstellen terugkomt, begrijp ik? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Wij koersen op bemensing. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, mag ik dan de wethouder vragen, wat dan volgens hem het verschil tussen bewaakt en bemenst is? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja. Om te voorkomen, dat we daar een hele discussie over krijgen. Maar ja, ik heb hem zelf opgeworpen, dat besef ik me. Maar we hebben daar al eerder over gesproken. Bemensen is zoals wij nu ook die pilot doen, dat mensen van Vigilat daar aanwezig zijn.
En anders dan alleen in een kantoortje zitten en ja, eigenlijk niet zo heel veel doen, zijn zij heel actief. En is die locatie achter de HEMA bijvoorbeeld om dat als voorbeeld te geven, die is bemenst. Maar daar wordt niet, er is niet bewaakt. U koopt daar geen ticket waar u met de fiets ergens naar binnen gaat. En als u weer naar buiten gaat moet u, moet die ticket gekoppeld zijn aan uw fiets. Dat is echt bewaakt fietsparkeren. Maar dat is, in den lande is dat, is daar ook, zijn er ook geen voorbeelden van. Dat zijn allemaal bemenste fietsparkeervoorzieningen.
De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja. Met het risico dat het … Maar we hebben in de begroting geld vrijgemaakt voor een overdekte fietsparkeerplaats in het centrum. Deze wordt dus niet bewaakt, maar bemenst begrijp ik hieruit. De voorzitter: Fantastisch. Mooi debat is dit, ja. Mevrouw, de heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, ik haak even aan op, dat er geen voorbeelden landelijk zijn. Maar ik noemde net toch twee voorbeelden waar het gewoon echt heel helder ook in de reglementen van de betreffende fietsenstalling, gewoon het woord bewaakt staat. En een regeling over hoeveel geld mensen terugkrijgen, als een fiets gestolen is. Kan hem zo mailen, als u dat wilt. Dus … De voorzitter: Goede voorbeelden zijn altijd welkom goed. Ja. Goed, ja. Voldoende over deze motie? Nee? Oké. Dan gaan we naar het amendement Kernprincipes. Ook de heer Diepenhorst, ga uw gang. De heer Diepenhorst: Ja, dank u wel. Ja, de kernprincipes zijn onvoldoende specifiek en meetbaar. We hebben ook de aanbevelingen van het Rekenkamer gehad en het Rapport meetbaarheid van beleid. De genoemde principes maken ook onvoldoende duidelijk, wat prioriteit heeft in beide gevallen en maakt dus ook geen afweging mogelijk. Dus een verdere specificatie en meetbaarheid is nodig. Dus vandaar deze, dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Behoefte aan reactie vanuit de raad? Niet? Dan wethouder Elferink.
De heer Elferink: Dank u, voorzitter. Voorliggend raadsbesluit is richtinggevend en nu ja, nodig voor verdere uitwerking van het definitieve Mobiliteitsplan Binnenstad. En doet ook recht aan het plan van aanpak, wat door uw raad is vastgesteld. Met het voorstel of het amendement wat u nu hier voorlegt, schrapt u besluit, beslispunt één. Daarmee worden die kernprincipes dus niet vastgesteld en vervangt u de tekst door in de definitieve versie in, van Binnenstad en Periferie wordt in SMART-termen beschreven welke doelstellingen nagestreefd worden. Zoals ook in het tussenproduct wat bij de stukken zit kunt lezen, wordt dat in het definitieve plan ook verder uitgewerkt. Dus op dit moment ontraden we dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Reactie van de heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, het amendement laat open of in de verdere uitwerking van specifiek maken en meetbaar maken, niet dezelfde termen terugkomen als leefbaarheid en bereikbaarheid. Het gaat met name om de specificatie en de meetbaarheid. Dus op zich staat er niet, dat die termen weg moeten. We laten het in de, in het amendement laten we het open, wat er aan principes en doelstellingen genoemd wordt. Maar er staat niet, zo hoeft u het in ieder geval niet te lezen, dat de woorden bereikbaarheid en leefbaarheid niet terug zouden mogen komen in de verdere uitwerking.
Zo is het niet bedoeld en zo staat dat er ook niet, naar mijn idee. De voorzitter: Wethouder Elferink, tenslotte. De heer Elferink: Ja, zoals het college het leest. Want u, wat er nu voorligt is, dat we u een besluit vragen op die twee kernprincipes en wat u, een leefbare binnenstad en een gastvrije binnenstad. En u stelt voor om die tekst te vervangen dat, door in de definitieve versie van Mobiliteitsplan van Binnenstad en Periferie in wordt nagestreefd om in SMART-termen beschreven, welke doelstellingen of kernprincipes nagestreefd worden. Dus u, op dit moment haalt u ze weg, constateert het college. En dat is wat wij hier willen inbrengen. En het is aan uw raad. De voorzitter: Oké. Voldoende? De heer Diepenhorst: Ja. Zou het betekenen als ik de woorden leefbaarheid en bereikbaarheid wel laat staan en alleen vraag om specificatie en meetbaarheid, meetbaar maken, dat er geen probleem is vanuit het college?
De heer Elferink: Ja, het college heeft met name moeite mee, dat het een amendement is. Dus als u er nu een motie van maakt om ons nog eens te benadrukken, dat wij dit SMART moeten maken. Maar het staat al in het tussenproduct, dus het college vindt het eigenlijk overbodig. Ik vind het overbodig. De voorzitter: U vindt het overbodig. Ja? De heer Diepenhorst, tenslotte. De heer Diepenhorst: Want er is inderdaad een motie verderop ter sprake, die hier wel op ingaat. Maar goed, dat is een motie. Amendement is altijd sterker, een onderdeel van het raadsbesluit. Bovendien stemmen we pas over, stemmen na de amendementen over het document en daarna pas over de moties. Dus in die zin, is een amendement toch altijd sterker om het vast te leggen. Dus vandaar. De voorzitter: Ja. Het debat is duidelijk. We gaan zien wat het, wat de stemming oplevert. We gaan verder met drie moties. De eerste is van het CDA, Gemeentebelang en VVD met de titel Vervolgproduct Mobiliteitsplan. Wie kan ik daarover het woord geven? Aan de heer Evers, ga uw gang. De heer Evers: Dank u wel, voorzitter. We hebben het Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie. En het is geen geheim, dat dit stuk met best wel veel inspanning van heel veel partijen tot stand is gekomen.
Wat wel overblijft is, dat we met dit tussenproduct eigenlijk een product hebben, waarvan we als raad misschien toch al wel iets meer verwacht hebben. Heel veel van wat we in dit tussenproduct zien staan vergt nog nader onderzoek, er moet nog heel veel gebeuren. Daar hadden we eigenlijk wel iets grotere verwachtingen van gehad. Desondanks ziet ook de focusgroep, dat wat we nu als tussenproduct hebben best wel goede elementen bevat. De focusgroep roept ons ook als gemeenteraad op, ze hebben ook ingesproken, stel dit in ieder geval vast dit tussenproduct. Maar we hebben nog een hoop werk te doen na dat eindproduct. Daar gaat deze motie over, waarin we als CDA samen met Gemeentebelang en VVD het college toch willen oproepen, om dat vervolgproces op een wat strakkere en effectievere wijze te organiseren, met ook daarbij inschakeling van een externe partij met in ieder geval verkeerskundige expertise. En met betrekking tot de participatie ook een wat overzichtelijker proces te bewandelen, waarbij de tijdsbesteding van betrokken stakeholders efficiënter en effectiever ingezet wordt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, heer Evers. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, dank u, voorzitter. Ik vraag me af, wat de heer Evers precies voor ogen heeft als hij het over efficiënter, effectiever, overzichtelijker en dat soort mooie woorden heeft.
Want ik herken wel, dat het proces misschien wat rommelig en wat veel documenten heeft gevraagd. Maar ja, ik ben benieuwd, wanneer de heer Evers tevreden is voor het vervolgproces. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja. Ik denk, dank u wel, voorzitter. Ik denk, dat mevrouw Visser het ook goed verwoordt, ook datzelfde gevoel heeft overgehouden aan dit proces. Hebben veel tijdsbeslag gelegd op de deelnemers die mee hebben gedaan in die focusgroepen. En uiteindelijk als je dan ziet waar we nu staan, heeft die grote mate van inspanning ja, een aardig, ons een aardig stapje op weg gezet. Maar we hebben nog zo ontzettend veel te doen. En we zijn als fracties een beetje bang, dat als we dat op dezelfde manier inrichten, dat we de betrokkenheid en de participatie van mensen die deelnemen aan die focusgroepen, een beetje aan het kwijtraken zijn. Dus daar willen we het college aansporen, om daar toch net eventjes wat slimmer te gaan organiseren. De voorzitter: Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Ja, ik heb ja, een vraag aan de indieners. Met name over de eerste bullet, waarin u heel expliciet vraagt om een externe partij in te huren. Ja, dat voelt een beetje als ja, eigenlijk twee vragen daarover. Waarom
laat u dat niet aan het college over, om te beoordelen hoe ze dat dan gaan doen? En ik had nog een vraag daarover die ik dan even kwijt ben, maar die zal, die schiet me zo wel weer in. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Dank u wel, voorzitter. Daar kom ik dan weer goed mee weg. Misschien, je weet het niet. Ja, wat we in dit proces ook gezien hebben is, dat in dit proces eerst zonder externe deskundigen dit proces werd aangevlogen, ergens in het proces toch die deskundige hulp wel werd ingevlogen. En wij zouden denken dat het proces gebaat is, om dat vanaf het begin op een goede manier in te richten. Dus die deskundige hulp er al snel bij te halen. De voorzitter: De heer, ja, ga uw gang, de heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dan inderdaad is dan de tweede vraag is, maar die heeft u misschien ook al wel beantwoord. U, de indieners zijn van mening, dat eigenlijk de, we als gemeente niet voldoende expertise hebben om dat proces goed te begeleiden? De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, dan zou ik een oordeel moeten vormen over de deskundigheid, die we hier zelf in huis hebben. Maar ik zie ook dat het soms kan helpen, dat een externe partij kennis van buiten haalt, die we als Deventer misschien anders niet tot ons halen. Er wordt natuurlijk zeker op dit onderwerp ook in de rest van het land veel ontwikkeld.
Het is een onderwerp wat in veel gemeenten hoog op de agenda staat. En er zijn veel bureaus die daar ook in andere gemeenten veel deskundigheid in opdoen. En ik zou graag die deskundigheid ook weer meer naar binnen willen halen. De voorzitter: Dan de heer De Niet nog één keer. De heer De Niet: Ja, ik zou daar ook wel graag het, de visie van het college op willen horen. De voorzitter: Ja, gaan we vragen. De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel. Naast de gestelde vraag had ik nog als vraag van, welke deelnemers dan aangedrongen hebben op een efficiënter proces? De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, zonder daar precies namen te noemen. Er zijn meerdere deelnemers aan de focusgroepen die ons daarover benaderd hebben, die we daarover gesproken hebben. Die we gesproken hebben over dit proces. Maar er zijn ook insprekers geweest, die dit ook hier in de raad kenbaar hebben gemaakt. En weet dat ik daar nog een vraag over heb gesteld. Dus u bent niet zo ontzettend tevreden over het proces, maar we kunnen die uitkomsten wel vaststellen. En dat werd beaamd. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ik stel de vraag, omdat alleen binnenstadsmanagement inderdaad bij de inbreng dit zo gezegd heeft en dat uw vraag daarop betrekking had. Maar van andere participanten had ik het niet vernomen, dus vandaar mijn vraag. De heer Evers: Ja, wij wel.
De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, dank u, voorzitter. Ik vraag me een beetje af. Mijn fractie worstelt een beetje mee, bedoelen de indieners eigenlijk van, dat wij als raad vaker worden meegenomen met meer tussenproducten, voordat het niet zo, want dat voelen we allemaal volgens mij bij het product wat er nu lag, dat het één grote brij was en er eigenlijk maar, alleen nog maar kiezen of delen of tekenen bij het kruisje was. Kan ik dat zo wegzetten? De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, dat is op zich wel een goed punt van de heer Kleine Schaars. Daar gaat deze motie nog niet eens precies over. Ik ben ook vooral bezorgd als wij partijen vragen om te participeren in een bepaald proces, dat we ook een efficiënt proces inrichten met die partijen, omdat dan ook participatie en betrokkenheid ook leuk blijft. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, dan nog iets concreter. Is dan een van die partijen, de raad? De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, de heer Kleine Schaars zet me aan het denken, want op zich is dat ook ja, dat is heel goed. Dat zou inderdaad ook wel een onderdeel van dat proces kunnen zijn.
Want inderdaad hebben wij nu ook een flink document liggen, waar ontzettend veel in zit, waar nog ontzettend veel niet in zit, maar wat we wel ergens ook maar op een gegeven moment als geheel aangereikt hebben. Dus dat is misschien ook wel aardig, misschien het college daar ook nog iets over kan zeggen, of daarin ook nog een verbeterslag te maken is. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja. En dan naar het college toe. Kijk, het voelt nu een beetje alsof wij een heel verhaal krijgen en in die vervolgstappen zou het mooi zijn als wij in, vaker in beslispunten mee. Omdat het deels uitvoering is en van uitvoering leggen we eigenlijk bij het college neer. En toch wil je als raad meegenomen worden. Dus als het college daar in die duiding van deze motie meegaat, dat zouden wij kunnen waarderen. De voorzitter: We gaan naar de zijde van het college, wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u, voorzitter. Ja, de signalen hebben het college ook bereikt waar net, waar u net over sprak. Recent nog Deventer binnenstadsbewoners, maar ook stichting Deventer Binnenstadsmanagement. De ondernemers en de vastgoedeigenaren hebben aangegeven dat ja, met name ook hun tijdsinvestering in het hele proces, het proces wat u zelf als raad heeft vastgesteld, dus even de momenten waar de heer Kleine Schaars op doelt ja, dat, die zijn vastgelegd in dat plan van aanpak.
Dus daar houdt het college zich aan vast. Op zich en er werd net ook al even aan geraakt is het natuurlijk, die uitgang hoe we dat doen is een, niet een rol die u als raad past. Maar we snappen wel dat gezien de signalen die ons ook bereikt hebben, dat dat, dat u dit hier nu voorlegt en dat we daar ja, naar gaan handelen. We hebben daar al eerder een reflectie op gegeven. Wat u terecht aangaf in de eerdere behandelingen is daar, bij de insprekers is er ook het één en ander over gewisseld hier. Dus daar zal aandacht en is aandacht voor in het vervolgproces. Ja. Het, we zijn nog bezig om te kijken naar een evaluatie op het afgelopen proces, dus die motie loopt er iets op vooruit. Maar wij kunnen hier positief over zijn, voorzitter. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Elferink: En zorgen dat participatie ook leuk blijft. Dat vinden wij heel belangrijk, ja.
De voorzitter: Roept dat nog vragen vanuit de zaal, vanuit de raad? Niemand? Dan stel ik voor, dat we het hierbij laten en doorgaan naar de volgende motie. Dat is de motie Leefbare binnenstad en periferie van dezelfde fracties en mevrouw Eltink zal hem toelichten. Mevrouw Eltink: Ja, dank u wel, voorzitter. Bij het Tussenproduct Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie is in het raadsbesluit opgenomen, dat een van de kernprincipes een leefbare binnenstad en periferie is. Bij de inspraak en reacties vanuit de focusgroep bleek, dat het definiëren van dit kernprincipe onderbelicht is gebleven. Tijdens de raadstafels bleek, dat de definitie van een leefbare binnenstad en periferie voor de raad niet concreet genoeg was. Een nadere schriftelijke toelichting hierop door het college gaf helaas niet de gewenste duidelijkheid. Het is te weinig concreet en richtinggevend voor het definiëren en realiseren van een leefbare binnenstad en periferie, wat er nu staat. Gelukkig. Er is een manier om dit te toetsen, om zo toch tot een goede definitie te komen. Dit kan via de vier dimensies zoals omschreven door het Planbureau voor de Leefomgeving in het document Brede Welvaart & Mobiliteit. Die dimensies zijn leefbaarheid, bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid.
Deze vier dimensies sluiten dan ook weer direct aan bij het uitwerken van het concretiseren van het begrip autoluw, waaraan gerefereerd wordt in de analyse die we een jaar geleden hebben gehad. Daar wordt de handreiking autoluw beleid gemeente van Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid benoemd. En deze is ook weer gebaseerd op diezelfde vier dimensies brede welvaart, leefbaarheid, bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid, maar het is nog niet uitgewerkt in het nu voorliggende tussenproduct. Dit moet dus nog worden gedaan, zodat het gebruikt kan worden bij het uitwerken en opstellen van het definitieve Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie. Daarom dragen wij met deze motie het college op, om een geconcretiseerde definitie van leefbare stad en periferie op te stellen door toetsing op deze vier dimensies. Deze met de raad te delen voor het en integraal onderdeel te laten zijn bij het opstellen van het definitieve Mobiliteitsplan Binnenstad en Periferie. Deze motie wordt ingediend door Gemeentebelang, CDA en VVD en mede-indiener PvdA. Dank u wel. De voorzitter: Waarbij de voorzitter opmerkt, dat omdat de heer Zuijdam er niet is, dat er volgens, formeel niet kan. Maar de VVD-fractie kan natuurlijk wel mee-indienen. Maar de naam onder de motie zou aangepast moeten worden. Ja, de fractievoorzitter laat u wel ernstig alleen op dit moment. Totale verwarring in de VVD-fractie.
Wij gaan naar de raad, reacties op deze motie. De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, dank je wel, voorzitter. Wat betreft de overwegingen, de verwijzing naar de documenten is prima. Het zijn mooie documenten, goede documenten, dus dat ondersteun ik zeker. Ik zat even met zeg maar, de formulering wat betreft toetsing. Dat is eerste bullet eigenlijk. Toetsing op de vier dimensies. Wat wordt bedoeld met toetsing? Is het gebruikmaking van of conform de vier dimensies? Hoe moet ik dat voor me zien? De voorzitter: Mevrouw Eltink. Mevrouw Eltink: Ja, dank u wel, voorzitter. Er worden vier dimensies genoemd, hè. Die staan ook op de achterkant van de motie. En op die vier specifieke ja, ga je toetsen van, wat is het nu en waar zou het naartoe moeten? En het moet een, op al die dimensies moet één samenhangend geheel worden. Dus zo is dat bedoeld. De voorzitter: Is dat duidelijk voor u, mijnheer Diepenhorst? De heer Diepenhorst: Ja, ik vond het woord toetsing dus wat ja, niet helemaal passend. Dus ik zat meer te denken aan gebruikmaking of conform. Dus wat betekent toetsing? Dat is ook een beetje gekoppeld aan mijn tweede vraag over die tweede bullet, een integraal onderdeel te laten zijn bij het opstellen. Maar gaat het om een integraal onderdeel bij het opstellen, of is het een integraal onderdeel van het plan? De voorzitter: Mevrouw Eltink.
Mevrouw Eltink: Ja, uiteindelijk belandt dat dan in het plan. Dus maar op moment dat je dat gaat opstellen, wil je die definitie hebben liggen, want daar ga je rekening mee houden. En dan komt het in het definitieve Mobiliteitsplan. En toetsing heb ik toevallig uit dat document gehaald van dat Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, omdat ze dat daar zo noemen. De voorzitter: Oké. De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter. Wij kunnen deze motie van harte ondersteunen. We vinden in de behandeling zoals we hem gekend hebben, in de raadstafels destijds de verschillende technische vragen en verdiepende vragen, die gaven eigenlijk niet een heel goed beeld. Dit blijft een beetje een wollig begrippen. En die wollige begrippen willen we graag SMART hebben, zoals mijnheer Diepenhorst ook al met het amendement eigenlijk wilde. Dus wij kunnen deze motie van harte ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Niet. De heer De Niet: Ik wil me eigenlijk volledig aansluiten vanuit ChristenUnie, bij de woorden van de heer Kleine Schaars. Wij kunnen ook deze motie van harte onderschrijven. De voorzitter: Uitstekend. Heeft u nog behoefte aan behandeling vanuit de zijde van het college, want … Zullen we toch maar gewoon doen, hè? Wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u, voorzitter. De toetsing, dat pakken we graag op, dus college positief over deze motie.
De voorzitter: Korter konden we het niet maken. Akkoord. Dan gaan wij door. Dan gaan we met de laatste motie en die is van de PvdA. Mevrouw Visser heeft het woord. Mevrouw Visser: Dank, voorzitter. In de vorige raadsvergadering behandelden we de hoofdwegenstructuur, nu ligt het Mobiliteitsplan voor. In beide veel maatregelen over ons wegennet. Heel veel maatregelen overlappen in beide plannen. Sommigen sluiten op elkaar aan, hebben een logisch verband, et cetera. In de raadstafel is al meerdere keren ter sprake gekomen, dat voor de raad noodzakelijk is om een goed overzicht te hebben van de maatregelen, hoe deze samenhangen en wanneer we deze gaan uitvoeren. Het zijn nu twee losse documenten, die we dan nu toevallig ook nog in twee losse vergaderingen beantwoorden, maar we zijn één stad met één wegennetwerk. En uiteindelijk voor ons als raad en voor de inwoners, is het gewoon één onderwerp. Wij stellen ook het liefst plannen vast met een dekking. Nu is het in dit onderwerp wel vaker zo, dat niet alles, alle maatregelen al voorzien zijn van een dekking, omdat het over langetermijnplannen gaat. Wel houden we die uitvoering graag in de gaten en overzien we graag het hele geheel. Via een toezegging hebben we inmiddels een overzicht gekregen van deze maatregelen.
En wij zouden dan ook in het vervolg als straks alle plannen zijn aangenomen, ook in de uitvoering regelmatig op de momenten die in de motie genoemd staat het geheel terug laten komen, waarbij ook de kosten voor de maatregelen en de dekking worden opgevoerd. Eigenlijk een vergelijkbaar overzicht, zoals we elk jaar krijgen van het MJOP. Zodat we een ja, een helder overzicht hebben van het geheel en niet hoeven te zoeken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Visser. Reacties vanuit de raad. Niemand? Dan gaan we naar de zijde van het college, wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u wel, voorzitter. Ja, het college snapt, dat u als raad wat overzicht wil hebben en wij willen u daar graag in ondersteunen en dat u ook aanbieden. U gaat in uw toelichting wel net even weer een stap verder, omdat u dat koppelt aan hoe we dat meerjarenonderhoudsplan, MJOP bij u aanbieden. Zo ziet het college het niet. We hebben, bij deze plannen hebben wij een overzicht verstrekt, een integraal overzicht van maatregelen tot 2030. En het college leest dit, deze motie zo, dat we dit overzicht met een kolommetje financiën erbij in de P&C-cyclus opnemen, zodat u zelf kunt volgen wat er, hoe de voortgang is, zeg maar. Maar het is, nog even voor
de voor de helderheid. U stelt vandaag een aantal uitgangspunten vast, niet die onderliggende maatregelen. Daar komen we op latere momenten bij u terug. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, helder. Dat is ook wat gevraagd wordt. De voorzitter: Mooi. Zijn we het daarover eens. Geen verdere vragen? Dan komen we toe aan stemmingen. Gaan we beginnen met het stemmen over de beide amendementen, daarna over het raadsvoorstel en tenslotte over de drie moties. Check even of de griffie ook klaar is voor het stemmen. Ja, krijg ik door. Oh, ja. De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Mag ik een kleine schorsing? Want dan maken we ons eerste amendement over, het amendement over de kernprincipes passen we nog even iets ... De voorzitter: Ja, ik vind het eigenlijk, ik heb wat moeite met het op het laatste moment aanpassen van amendementen. We hebben daar niet heel goede ervaringen mee. U heeft natuurlijk het recht op een schorsing. Dus als het zo is, dan is het zo. Maar in zijn algemeenheid merk ik nogmaals op, dat het op het laatste moment wijzigen van al, van amendementen eigenlijk, dat is eigenlijk te onzorgvuldig wat mij betreft. Maar goed, u gaat erover, ik niet. Dus we schorsen vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Ja. Verder met de vergadering. De heer Diepenhorst had gevraagd om een schorsing, dus hij krijgt de gelegenheid om dat even toe te lichten.
De heer Diepenhorst: Ja, het amendement is geherformuleerd. Er komt dan nu te staan, dat deze tekst aangevuld wordt met de zin en dat is dan daar te lezen, de twee principes worden nu weer genoemd. Dus het kan in die twee principes. Het gaat om de kern specifieker en meetbaar maken. De voorzitter: Akkoord. Vodoende? Ja? Oh, de heer Donkers, ga uw gang. De heer Donkers: Ja, dank. Ja, eigenlijk zou ik nu moeten vragen om een schorsing om te beoordelen, of dit amendement volgens mijn fractie verstandig is. Dat ga ik niet doen, omdat ik het gewoon niet vindt functioneren op dit, deze manier. We hebben het er ook als fractievoorzitters over gehad, dat dit eigenlijk niet functioneert. Dus ik, via u, voorzitter, mijnheer Diepenhorst. Ik kan ook niet serieus met uw voorstel nu omgaan anders, anders dan nu tien minuten schorsen. En dat ga ik niet doen. De voorzitter: Nee, goed. Volgens mij sluit het aan bij mijn woorden, dat dit gewoon niet verstandig is om op het laatste moment amendement te wijzigen. Maar het recht heeft u, dus zo gaat dat. We gaan er gewoon over stemmen. Is er behoefte aan stemverklaringen? Ja. Ja, dat was ik al bang voor dat we nu ja, heeft het college nog behoefte om te reageren op dit gewijzigde amendement? Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja, dank u, voorzitter. Bladzijde 25 van het Tussenproduct, maak het SMART, 5.4.1.
Maak in het definitieve Mobiliteitsplan zoveel al mogelijk gebruik van het SMART-principe. Hiermee maak je het plan concreet en doelgericht. Overbodig, wat het college betreft. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we stemmen over het amendement Bewaakt fietsparkeren. Heeft iedereen de pasjes in de apparatuur? Oh nee, kan nog niet, we gaan eerst naar de stemverklaringen. Dus mevrouw Schuiling heeft daarbij het woord en heeft daarbij het pasje nodig.
Mevrouw Schuiling: Ja, dank u, voorzitter. Ja, hoewel we het college begrijpen, grijpen we toch terug naar de motie van 8 november 2023, waarin we al hebben gepleit voor maatregelen voor bewaakt fietsparkeren. En dit is hieraan de uitvoering. Dus we vinden het onderwerp dermate belangrijk, dat we voor gaan stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Andere stemverklaringen? Dat is niet het geval. Dan wacht ik even op mevrouw Schuiling, zodat u het pasje ook in kan doen. En als iedereen aan boord is, dan gaan we stemmen. Het amendement is, heeft het gehaald met 23 stemmen, 15 stemmen tegen. Tegen hebben gestemd Gemeentebelang, VVD, CDA, en dat is het. Amendement is aangenomen. Dan gaan we naar het gewijzigde amendement Kernprincipes. Is er behoefte aan een stemverklaring? Is niet het geval. Dan gaan we over tot stemming. Amendement is verworpen met 21 stemmen tegen, 17 stemmen voor. Voor hebben gestemd GroenLinks, PvdA, Deventer Belang, SP, DENK en Deventer Sociaal. Amendement is verworpen. Dan stemmen we over het geamendeerde raadsvoorstel. Is er behoefte aan een stemverklaring over het raadsvoorstel? Mevrouw Schmidt, ga uw gang. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Onze fractie zal voor dit voorstel stemmen. Maar aangezien er nog heel veel uitgezocht en onderzocht moet worden, blijven wij dit proces wel kritisch volgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel. Onze fractie zal tegen het voorstel stemmen. We vinden het plan nog te onvolledig en de dominantie van de auto vinden we nog te veel in de tekst terugkomen. Dat zijn de belangrijkste punten. De voorzitter: Dank u wel. Andere stemverklaringen nog? Niemand? Dan wacht ik even op de heer Diepenhorst. Ja. Dan gaan we over tot stemming. Het voorstel is aangenomen, 32 stemmen voor, zes stemmen tegen. En die zes stemmen komen van de fractie van GroenLinks. Het voorstel is aangenomen in gewijzigde vorm. Daarmee gaan we naar de moties en beginnen met de motie Vervolgtraject. Is er behoefte aan een stemverklaring? Niemand. Dan gaan we over tot stemming. Motie is aangenomen met 27 stemmen voor, 11 stemmen tegen. Tegen hebben gestemd GroenLinks, VVD, SP en dat is het. Motie is aangenomen. Dan de motie Leefbare Binnenstad en Periferie. Behoefte aan stemverklaringen? Dat is niet het geval. Dan is de stemming geopend. Motie is unaniem aangenomen. Dan gaan we naar de motie Uitvoeringsoverzicht. Behoefte aan stemverklaringen? Is niet het geval. Dan gaan we over tot stemmen. Motie is aangenomen met 37 stemmen voor en we hebben één tegenstem, namelijk die van DeventerNu. Is dit voorstel afgehandeld. 9.
Uitgangspuntennotitie 'Deventer, een veilige haven'
De voorzitter: Gaan we over tot de uitgangspunten, het agendapunt Uitgangspuntennotitie ‘Deventer, een veilige haven’. Er is over gesproken in de raadstafels en voor de behandeling en nu zijn er twee amendementen en twee moties. Dus gaan we beginnen met de amendementen. We beginnen met het amendement Werk en waardigheid, actieve arbeidsparticipatie voor nieuwkomers. De heer Van Wijk heeft het woord. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Even spullen bij pakken. Dit amendement wordt mede, of ingediend door D66, PvdA en GroenLinks en mede-ingediend door even scrollen, Deventer Sociaal, CDA en ChristenUnie. Het is even wennen als je niet je muis hebt meegenomen. Werk, waardigheid. Onze Deventer economie en de
statushouders hebben geen baat bij stilstand. Voorzitter, met dit amendement zorgen we ervoor, dat statushouders sneller en beter kunnen participeren op de arbeidsmarkt. Dat is niet alleen in hun belang, maar ook in dat van onze lokale economie. Werk geeft mensen waardigheid, zelfstandigheid en een plek in de samenleving. Maar nu blijven teveel nieuwkomers te lang aan de zijlijn staan, terwijl bedrijven in Deventer staan te springen om personeel. Door actief in te zetten op arbeidsparticipatie benutten we het talent, dat al in onze stad aanwezig is en verminderen de afhankelijkheid van uitkeringen. Dit is een kwestie van doen wat werkt. We maken gebruik van de motivatie van statushouders en de behoefte van werkgevers. Zo versterken we niet alleen integratie en het meedoen, maar ook onze economische kracht. Ik roep u daarom ook op, om dit amendement te steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Wijk. Behoefte aan reactie uit de raad. De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Op zich onderschrijven we de bedoeling van het amendement. Alleen, wij vragen ons af als fractie, of dat dan wel hier thuis hoort. Want we gaan ook nog een visie uitwerken en een uitvoeringsprogramma. Dus misschien meer een vraag voor de portefeuillehouder van, moeten we deze aanpassing nu al wel doen? De voorzitter: We krijgen ook een reactie van de heer Van Wijk.
De heer Van Wijk: Ja, dank u, voorzitter. Ik snap de vraag, het is een goede vraag. We zijn hier namelijk bezig met de uitgangspuntennotitie en we gaan het, dat gebruiken om de visie uit te werken. Maar mijn mening was dat de uitgangspunten dusdanig te weinig op de economie gericht waren, dat ik daar een extra accent met de amendementen op wou meegeven. Zodat ook de ambtenaren die verder echt mooie stukken hierop hebben opgeleverd, goede dingen doen, ook gestimuleerd worden om dit meer op te nemen in de visie. Want anders ben je bij de visie en je bent ontevreden over deze componenten in de visie, ben je met heel veel amendementen of moties bezig. Dus kun je het beter nu regelen, vandaar de inzet met een amendement op de uitgangspunten. De voorzitter: Dank u wel voor die toelichting. Verder geen vragen uit de raad. Dan gaan we naar het college. Wethouder De Geest, ga uw gang. De heer De Geest: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het college kan positief adviseren op dit amendement. Het verduidelijkt en het scherpt ook eigenlijk aan met betrekking tot het uitgangspunt, ook vanuit de toelichting vanuit de indiener al. Dit onder, amendement dat ondersteunt ook zeg maar de investering, die we nu al doen om statushouders en asielzoekers aan het werk te helpen.
We hebben hiervoor budget beschikbaar gesteld aan KonnecteD, maar er zijn ook Rijks… Er is ook een Rijkssubsidie beschikbaar om werkgevers hierbij te ondersteunen. En vanuit werkgevers horen ook wel eens dat het soms het bezwaar kan zijn, dat er extra inzet nodig is om scholingsgeld en capaciteit voor begeleiding te bieden. Daarom hebben we KonnecteD bijvoorbeeld ook gevraagd, om die regeling ook extra onder de aandacht te brengen. Het heeft ook een plek in de Human Capital agenda. Dus je ziet ook wel echt, dat we op zeg maar in de praktijk ook echt wel hechten aan de uitgangspunten, zoals dat hier ook in het amendement wordt geformuleerd. Amendement helpt ons daarbij ook vanuit wat de raad verwacht straks terug te zien in de visie en de uiteindelijke uitwerking daarvan, om dat om dat scherper te zetten. Dus in die zin kunnen wij vanuit die uitleg, positief adviseren. De voorzitter: Uitstekend. Reactie van de heer Van Wijk. Niet nodig. Dank u wel. Dan gaan we naar het tweede amendement. Is het amendement van de VVD, dat is Kaders voor humane opvang. De heer Donkers, ga uw gang. De heer Donkers: Dank, voorzitter. Het gaat zo snel, ik had de amendement nog helemaal niet voor mijn neus gezet. Voorzitter, Deventer heeft een verantwoordelijkheid om opvang te bieden aan hen, die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld.
Dat is een morele verplichting, maar ook een juridische verplichting, een wettelijke verplichting. Omdat wij een taakstelling hebben, een inspanningsverplichting en een Spreidingswet die ons kaders
meegeeft, normen meegeeft waarbinnen de hoeveelheid mensen die wij opvangen in Deventer, zijn afgekaderd. Met dit amendement ingediend door de VVD en mede-ingediend door Deventer Belang en DeventerNu, passen wij dit uitgangspunt aan, het eerste uitgangspunt. Waarbij wij uitgaan, dat wij ons houden aan die normen. Dus die taakstelling en inspanningsverplichting, omdat wij daaraan wilden voldoen. Maar tegelijkertijd ook zien dat voor wat betreft zeker de huisvesting van statushouders en de druk die dat geeft op de woningmarkt, in combinatie met de situatie in Schalkhaar, we ook geen ruimte zien om daar op dit moment flink op, flink in te vergroten. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank voor de toelichting. Reactie uit de raad. De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Ik ben nu een beetje in verwarring. Want ik had een vraag voorbereid van uw schets in uw toelichting, dat u dit amendement indient, de heer Donkers over dat dit gaat helpen in de ruimte flexibel en beschikbaar te maken. En ik wilde daar een vraag over stellen van, hoe kan dan als u het aanpast voldoen aan de norm naar het flexibel maken? Dat is een contradictio in terminis, maar nu schetst u nog een heleboel andere dingen in uw mondelinge betoog. Wat wilt u eigenlijk precies bereiken met dit amendement? De voorzitter: De heer Donkers.
De heer Donkers: Door dit uitgangspuntennotitie mee te nemen wat de kaders zijn voor opvang. Dat doen wij hiermee. En op zijn minst schetst of insinueert, dat dat een ondergrens is. En wij zien het als het aanhouden van de norm, die ons is gesteld. De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Bedankt voor de beantwoording. Een vraag terug. Als we dus vasthouden aan die normen. Dat betekent dus eigenlijk helemaal niet, dat het flexibeler wordt en daarmee ruimte gaat bieden. Dan spreekt u zelf tegen, klopt dat? De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Nee. Ik denk, dat u zich richt op de tweede alinea uit de toelichting. Overigens, wordt het amendement aangenomen, dus de wijzigingstekst en niet de toelichting. Maar in de toelichting staat, omdat we ruimte willen bieden op het moment dat er een crisis is, dat het college wel de ruimte moet voelen om op het moment dat de crisissituatie zich voordoet, bijvoorbeeld als er een nieuwe oorlog uitbreekt aan de buitengrenzen van Europa, dat er ruimte is om daarop in te spelen. De voorzitter: Mijnheer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, voorzitter, laatste keer. Ik verwijs inderdaad naar het tweede deel van de toelichting, maar ik heb ook gekeken naar de geamendeerde tekst, die u wil voorstellen. Eigenlijk hoor ik u zeggen van, we willen ruimte geven door ruimte af te pakken. Ja.
Volgens mij, gaat het hier over humane opvang, hoe gaan we daarmee om? Dus volgens mij, blijven we in kringetjes draaien en denk ik, dat we niet met elkaar eens zijn. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Ja, ik ben blij dat de indieners vinden, dat Deventer een verantwoordelijkheid heeft om opvang te bieden aan hen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Maar de voorgestelde tekstwijziging draagt daar niet aan bij. Op dit moment is er in Nederland al een tekort aan opvangplekken voor asielzoekers in Nederland en het ziet er niet naar uit, dat dit tekort op korte termijn opgelost gaat worden. Een van de oorzaken hiervan is het afschalen van structurele opvang, zodra er een dal was in het aantal asielzoekers. Juist dit voorstel roept op om diezelfde fout nog een keer te maken. Het voldoen aan de norm
is een juridische ondergrens. Dus los van het gedeelde verantwoordelijkheid die wij hebben als gemeente, moreel, juridisch, ook zonder taakstelling overigens, om voldoende opvangplekken te realiseren, vindt GroenLinks dat een te snel afschalen juist bijdraagt aan een tekort in de toekomst. Onverstandig. De voorzitter: Dat is geen vraag, hè? Mevrouw Van der Meer: Nee. Maar bespreekvoorstel staat, dat ik mag reageren en ik hoef ook helemaal geen vraag te stellen, dus dit is de … De voorzitter: Ik checkte even of u nog een vraag heeft, maar dan hoeft dat dus niet. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer nog een keer in aanvulling op mijnheer Van Wijk te achterhalen, wat nu precies de bedoeling is van dit amendement? Want zoals ik het lees, bent u gewoon zelf nu bezig met het formuleren van een ondergrens. En u zegt net in uw toelichting van niet. Wat is nu de bedoeling van dit amendement? Wat gaat er concreet veranderen op moment, dat de raad dit amendement aanneemt? De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Ja, dank. De VVD en ook de gemeenteraad in, van Deventer kan geen ondergrens formuleren, want die is vastgelegd in de Spreidingswet. Dus dat insinueer ik ook niet.
Tegelijkertijd geef ik ook aan, dat VVD geen ruimte ziet om binnen de kaders die nu zijn gesteld, landelijk voor de taakstelling, de inspanningsverplichting en de Spreidingswet om daar nog een plus op te zetten. En dat komt gewoon door de situatie, de draagkracht en het draagvlak van de gemeente, van de stad en de dorpen. Daar zien wij geen ruimte toe. En dat is de reden waarom we het op zijn minst nu voorstellen om uit te halen. Overigens is dat ook geen, als we de tekst erbij pakken van de uitgangspuntennotitie, wordt het op zijn minst ook tegengesproken in de derde bullet van het college, waarin ze aangeven dat het wel gaat op het voldoen aan de Spreidingswet van asielzoekers en de inspanningsverplichting. Dus ook in de uitgangspunten zelf, spreekt het college zich daar, daarop tegen. Eigenlijk is dat een reparatie. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dan nog een aanvullende vraag, voorzitter, als het mag. We hebben recent met het college de discussie gehad over draagkracht en draagvlak en daarop heeft volgens mij de hele raad gezegd van, wij zien op dit moment geen ruimte om in Schalkhaar meer mensen op te gaan vangen. Is dat voor de VVD niet voldoende, die toezegging van het college? En ook de toezegging van de wethouder, dat op het moment dat er wel weer een eventuele aanvraag zou komen, dat ze dan terugkomen naar de raad om opnieuw die afweging te maken.
Mijn fractie heeft een beetje moeite met het definitieve van dit amendement, want welke ruimte hebben we dan straks als er wel een noodsituatie is? En dan hoeft misschien de invulling niet in Schalkhaar te zijn, kan misschien ook ergens anders in Deventer. Maar als we dit amendement aannemen, dan is die ruimte er niet meer. De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Het was geen toezegging. Maar het college heeft de afspraken met het COA, of in ieder geval het verzoek van het COA niet gehonoreerd. Dus dat is de reden, waarom er nu vijfhonderd reguliere plekken zijn en vijftig voor, hoe heet het ook alweer? Ja, AMV-ers, dank je wel. Oh nee, IBO’s, sorry. Dat was voor Schalkhaar. En om antwoord te geven op de vraag van mevrouw Schmidt. Nee, het is niet definitief, want het is een uitgangspunt voor de visie. Dus het moment dat in de visie door het, in de visie door het college zo wordt geformuleerd, namelijk dat we voldoen. Dan is het definitief. De voorzitter: Mevrouw Van der Meer wilde hier ook op reageren.
Mevrouw Van der Meer: Ja, ik hoorde zojuist de heer Donkers en mevrouw Schmidt ook zeggen van de situatie wanneer er sprake, wel weer sprake is van een noodsituatie. Er is sprake van een noodsituatie. Daar is gewoon een opvangcrisis op dit moment en vraag maar even aan bewoners van ter Apel, hoe de situatie is in Nederland. De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Ja, dank, voorzitter. En daarom is er een Spreidingswet door het vorige kabinet aangenomen. We gaan nu niet, mijn voorstel zou zijn om niet landelijk, landelijke politiek deze raadszaal in te slepen. Dus ik zal maar niet daarop reageren. De voorzitter: Dank. Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vrees toch wel, dat de VVD-fractie dat de landelijke discussie hier nu wel naar de raadszaal trekt. Mijn vraag is, waarom het zo belangrijk is om het vast te klikken op die 550, die norm? En waarom het niet belangrijk is om de juiste ruimte te houden? Want de heer Donkers heeft het over draagvlak en draagkracht en de aanname van de VVD-fractie is, dat die onvoldoende is. En dat we dus nooit in de toekomst zouden kunnen groeien naar bijvoorbeeld 560, 570, 580 plekken. Zo rigide is dit amendement.
Dus mijn vraag is, waar komt die aanname vandaan dat er onvoldoende draagvlak is? En ik weet dat er ook een motie daarvoor komt, maar waarom wacht u dan niet die duidelijkheid over draagvlak af en probeert u daaraan conclusies te verbinden en komt u dan met een amendement? De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Mevrouw Scholthof, dat is een verkeerde aanname. Namelijk, dat ik heb gezegd dat er onvoldoende draagvlak is. We merkten dat in Schalkhaar er onvoldoende draagvlak was voor een verhoging van het aantal plekken. Er is draagvlak in deze gemeente, in stad en dorpen voor de opvang van asielzoekers. Tegelijkertijd, loopt dat ook wel tegen zijn grenzen aan. Dat merkten we rondom de discussie in Schalkhaar, waarin zorgen werden geuit. Is mevrouw Scholthof ook van op de hoogte. Daarom vindt de VVD, dat we ons moeten houden aan die Spreidingswet. Dat zijn 583, nee, 538 plaatsen en daarmee voldoen we aan de Spreidingswet. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Ja, dank. Oké. Dus de VVD-fractie concludeert niet, dat er te weinig draagvlak is. Er komt wel een motie met een voorstel voor een onderzoek over draagvlak. Dan blijft mijn vraag nog staan. Waarom wordt die uitkomst daarvan niet afgewacht voor dit amendement? De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Ja, dank, voorzitter. Je kan het ook omdraaien, inderdaad, wacht ermee.
Wij kiezen ervoor om nu, omdat het gewoon op dit moment niet duidelijk is nu ervoor te kiezen, om het in de uitgangspuntennotitie zo op te nemen. En mocht het inderdaad zo zijn, dat uit dat onderzoek blijkt dat er draagvlak is, dan kan het zijn dat de VVD daar anders over denkt. De voorzitter: Ja, tenslotte mevrouw Scholthof nog een keer. Mevrouw Scholthof: Oké, dan mijn laatste vraag. De heer Donkers zegt terecht, in Schalkhaar zijn de bufferplekken komen te vervallen vanwege de oproep van de buurt. Daar konden wij ons als CDA-fractie ook in vinden. Maar stel nu, dat er ergens anders een opvanglocatie is? De normale gang van zaken is dan, dat wij als raad daarover toch op voorstel van het college in gesprek gaan. En als wij die locatie geschikt vinden en de buurt vindt het goed, we hebben toch goede ervaringen in Deventer, met een met een samenleving die daar heel positief
tegen tegenover staat, als wij, als zij zich maar voldoende betrokken voelen. Waarom zou dat dan bij voorbaat nu uitgesloten moeten zijn? De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Ja, omdat de VVD vindt, dat deze gemeente zich moet houden aan de Spreidingswet en binnen die kaders huisvesting moet bieden aan asielzoekers. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb wel moeite met de toelichting, die de heer Donkers geeft. Eigenlijk niet zozeer met de inhoud van het dictum. Want als ik dat lees, ook als wiskundige zeg maar, wanneer voldoe je aan een norm? Als je het getal haalt, of je zit erboven. Dus materieel verandert volgens mij dit amendement helemaal niks aan de inhoud. Ik ben ook wel benieuwd, hoe het college daartegen aankijkt. En ik ben heel blij, dat de heer Donkers eerder al heeft uitgesproken vanavond, dat hij tegen het schorsen is om amendementtekst te wijzigen. Dus daar wil ik u al, wil ik de heer Donkers in ieder geval graag aan houden. Want wat mij betreft, wat ons betreft verandert dit amendement inhoudelijk helemaal niks. De voorzitter: Oké. De heer Donkers: Mag ik daarop reageren? De voorzitter: Ja, zeker. De heer Donkers: Ja, in de uitgangspuntennotitie. Het is niet inderdaad zo, dat wij een visie vastleggen. Juist in die uitgangspuntennotitie bepaalt het college een koers.
Niks van wat er staat is SMART, niks van wat er staat is straks staand beleid op het moment, dat deze raad de uitgangspuntennotitie vaststelt. Het schrijft alleen een koers, eigenlijk een beeld waarop de ambtenaren straks de visie kunnen gaan schrijven. De VVD vindt het belangrijk dat het signaal erin staat dat het uitgangspunt is, dat we ons houden aan de normen. En inderdaad, mijnheer De Niet, als het uitgangspunt is we plaatsen of we planten 500 bomen, het college plant er 1000. Dan heeft inderdaad het college voldaan aan het uitgangspunt, dat klopt. De voorzitter: Goed. Zijn we het daarover eens. Dan gaan, mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb toch nog even een vraag na al deze informatie die gewisseld is. Wat nu toch precies het probleem is volgens de indiener, wat men deed met het indienen van dit amendement wat wordt opgediend, opgediend, wat, amendement wat wordt ingediend? Wat is het probleem, wat wordt opgelost in de gemeente zelf? De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: De indieners en mede-indieners van deze motie geven hiermee een uitgangspunt af aan het college, om te verwerken in de visie. En volgens mij, dat staat ook in de uitgangspuntennotitie is dat, de draagvlak en draagkracht soms er niet meer zijn en dat die altijd geborgd moeten zijn. Dus vandaar. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel.
Dus uw aanname is, dat wanneer wij dit amendement aannemen zoals die nu geschreven is, dat die draagkracht en kracht en vlak dat dat geborgd is, klopt dat? De voorzitter: De heer Donkers.
De heer Donkers: Nee, natuurlijk niet. Mevrouw Eekhuis: Duidelijk. Ik vroeg dit namelijk ook, omdat ik u in het begin hoorde vertellen over de sociale huurwoningen en over de, als wij boven onze taakstelling mensen in nood opvangen en extra asielzoekers. U weet hopelijk, dat dat niet betekent dat wij automatisch ook meer statushouders aan Deventer gekoppeld worden. Waardoor wij dus niet automatisch meer sociale huurwoningen kwijt zijn. De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Nee, natuurlijk niet. Er zijn drie methodieken. Dat is taakstelling huisvesting statushouders. Dat zijn mensen inderdaad, die hier een woning moeten krijgen. We hebben de inspanningsverplichting voor de Oekraïners. Dat is tijdelijke opvang, bijvoorbeeld in het oude Topicus pand. En we hebben de Spreidingswet voor de opvang van asielzoekers. Dat zijn mensen die in de procedure zitten en die vallen in COA-huisvesting. Mevrouw Eekhuis: Duidelijk. Dan herhaal ik toch even, dat wat u in uw toe, in uw eerste inleiding zei dat het dus niet klopt als we boven die taakstelling gaan zitten, dat er meer sociale huurwoningen zullen gebruikt worden. De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Jawel, als we boven de inspanningsverplichting gaan zitten, sorry, boven de taakstelling voor de huisvesting gaan zitten. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis.
Mevrouw Eekhuis: Dan is dit even dus een vraag die ik bij de wethouder neerleg. Want zoals ik het heb begrepen, zijn statushouders worden die gekoppeld aan de gemeente Deventer. Dat is niet afhankelijk van wat wij eerder … De COA die, dat wordt, dat staat los van hoeveel wij er op dit moment in huis hebben. De voorzitter: Dat gaan we checken bij het college. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, voorzitter. Ik haak een beetje aan op de woorden van mevrouw Eekhuis. Want er worden hier nu wel gewoon hele wonderlijke uitspraken gedaan door de VVD en ook dingen die gewoon niet kloppen. Statushouders worden gekoppeld aan Deventer en die komen ook in aanmerking voor een sociale huurwoning. Op het moment, dat er meer asielzoekers op het azc zouden komen, betekent dat niet automatisch dat die ook een beslag gaan leggen op onze huurwoningen. Dus ... De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Ik, dank, voorzitter. Ik probeer nu al drie keer het onderscheid te maken, dat er drie verschillende systematieken zijn en ook drie verschillende soorten opvang. Dus nee, uiteraard is het zo dat op een moment dat iemand een status krijgt, een statushouder wordt, dat er dan een woonruimte voor wordt gezocht. En als die persoon op dat moment in Schalkhaar zit, kan het ook zijn, dat die persoon een woning krijgt in Dedemsvaart. De voorzitter: Oké. Volgens mij zijn we het erover eens.
Ja. Gaan we naar de zijde van het college, wethouder De Geest. De heer De Geest: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, volgens mij is met dat laatste deel in ieder geval al de vraag van mevrouw Eekhuis beantwoord, inderdaad. Want zoals mijnheer Donkers het net zei, zo klopt het. Hij wekte wel volgens mij even de indruk in het begin, dat daar een relatie lag. Maar volgens mij heeft hij dat net uitgelegd, inderdaad. Dus dat misverstand is dan hopelijk weggenomen. Voorzitter, een Veilige haven zoals dit stuk heet,
maar zoals ook straks het visiestuk gaat heten. Dat biedt een plek, een onderdak, een veilige plek aan mensen op de vlucht. En dat laat zich ook niet op voorhand afmeten of begrenzen. Dat vraagt soms ook gewoon om ruimte en flexibiliteit, wanneer we mensen die veilige haven willen bieden. Dat zien we nu eigenlijk al in de praktijk in wat we hier in Deventer doen. Want onze taakstelling ons, in ieder geval onze aantallen vanuit de Spreidingswet zijn, dat is 529. Schalkhaar biedt al 550 plekken op het azc alleen al. Dan heb ik het nog niet eens over de hotellocaties, waar we op één locatie al tussen de 50, of 60 en 80 mensen en op één locatie 50 mensen huisvesten. Om aan te geven dat we dat al op een verantwoorde manier doen, boven wat in dit geval de Spreidingswet in ieder geval meegeeft. Omdat het kan, omdat het goed functioneert en omdat het een veilige haven biedt aan deze mensen in verschillende stappen in procedure, soms nog net daarvoor, soms ook statushouder in die opvang. En het amendement zoals dat er nu ligt, dat ontraden we dan ook echt. Simpelweg, omdat het die flexibiliteit die je gewoon nodig hebt, eruit haalt. Weliswaar staat er in de toelichting, niet in het dictum, de heer Donkers zei dat net ook al terecht. Je stelt het dictum vast, niet de toelichting. Maar in de toelichting staat, dat je in bepaalde situaties die ruimte wel kan pakken.