CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-01-22 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 22 januari 2025

Raadsvergadering 22 januari 2025, gemeente Deventer18.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Want voor mijn fractie is de aanscherping, maar ook het woordgebruik over de huidige situatie, de veiligheidssituatie hoe het op dit moment eraan toegaat bij de coffeeshops, dat dat iets afgezwakt is, maakt dat wij deze motie wel kunnen, mede kunnen indienen. Want zoals die in de vorige versie stond, vonden we dat geen recht doen aan alle inzet van de coffeeshophouders, die er nu zijn. Dus wij dienen graag mede in. We kijken ook uit naar het onderzoek en ook naar de behoefte van een vijfde coffeeshop in Deventer. Ik hoor verschillende partijen zeggen, dat dat geen levensbehoefte is. Maar tijdens de corona waren niet voor niks de coffeeshops ook open, dus ik geef dat ook ter overweging. We kijken uit en we dienen graag mede in. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mevrouw Schmidt. Anderen? Als dat niet het geval is, dan gaan we naar de zijde van het college, naar portefeuillehouder König voor zijn reactie namens het college op deze motie vreemd. De heer König: Voorzitter, dank u wel. Het college kan uit de voeten met deze motie. Sterker nog, beschouwt het als inderdaad richtinggevend aan de evaluatie, die wij voorzien hebben. We gaan niet alleen kijken, hoe heeft die lotingsprocedure uitgepakt? De woordkeuze van de heer Kleine Schaars. Luister, daar is altijd op af te dingen. De lotingsprocedure was gewoon de geëigende methode.

En daar houden we aan vast, omdat we niet halverwege de wedstrijd de spelregels willen veranderen. Maar onderdeel van de evaluatie zal zijn, of dat de meest gelukkige weg is. Dus in die zin, zullen we kijken of er een betere methode kan worden gevonden. Dus we gaan het beleid evalueren, we gaan ook de hele procedure rondom het verlenen van de vergunning evalueren. En komen dan graag bij u terug, ook voordat we een nieuw beleid met elkaar gaan formuleren. Zodat u na die evaluatie de mogelijkheid heeft om richting te geven aan, hoe de verdere ontwikkeling van het coffeeshopbeleid eruit zou moeten zien. Dus de evaluatie komt er. Ik kan nog niet helemaal beloven, want het hangt ook een beetje vanaf hoe lang precies de procedure met de huidige vergunningverlening, hoe lang dat duurt. Dus ik hoop dat we dat nog voor de zomer met u kunnen delen, zodat we daarmee ook voor de zomer richting kunnen geven aan de verdere ontwikkeling van het coffeeshopbeleid. De voorzitter: Dank. Mijnheer Akdemir, heeft u behoefte aan reactie? De heer Akdemir: Ja, voorzitter. Ik ben heel blij natuurlijk met dit positief advies. We hebben er uitvoerig over gesproken, dus ik ja, nogmaals mijn, wil ik nogmaals mijn tevredenheid uiten. En dank en veel succes richting het college alvast, met het uitwerken van het nieuwe beleid.

De voorzitter: Dat is uiteraard aan de raad, als zij in meerderheid besluit om deze motie vreemd aan te nemen. Dacht ik. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. De vraag aan de portefeuillehouder is van mij. Begrijp ik nu goed, dat de evaluatie nu komt naar aanleiding van de motie? En beperkt hij dan zich tot dit stuk zoals het hier in de motie

17 beschreven is, of mag ik die ook breder zien? Ik ben namelijk een beetje in verwarring, door dat hele gebruik van het woord evaluatie. Ik heb daar een bepaald beeld bij en dat lijkt niet te kloppen. De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer König: Voorzitter, ik kan me de verwarring wel voorstellen. We gaan sowieso kijken hoe de, het hele proces rondom deze vergunning voor de ene coffeeshop, waar we het nu over hebben. Maar in zijn, in de volle breedte willen we ook kijken naar het coffeeshopbeleid. Functioneert dat, hoe functioneert het in de praktijk? Voldoet het aan wat wenselijk is? En behoeft het aanpassing? Dus er komen in die zin ja, we maken één evaluatie, maar in die zin worden beide aspecten worden wel meegewogen. Mevrouw Eekhuis: Dan het … De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Het laatste verduidelijk, dank u wel, voorzitter. Sorry. Dan, laatste verduidelijkende vraag. En dat in zijn geheel komt bij ons terug erna? Oké, dank u wel. De heer König: Zeker. De voorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou de portefeuillehouder wel willen vragen. Want ik heb hem niks horen zeggen over het vierde bullet, dus het onderzoek naar de vijfde coffeeshophouder.

Vindt de portefeuillehouder het onderzoek naar de vijfde coffeeshop ook wenselijk? En welke criteria gaat portefeuillehouder hanteren om te beoordelen, of een vijfde coffeeshop dan wel of niet nodig is? De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer König: Voorzitter, terecht dat de heer De Niet aandacht vraagt voor dit punt. Ik moest daar inderdaad nog even op terugkomen. De, het lijkt mij sowieso goed om met de groei van de stad en de verdere ontwikkeling van de stad om te kijken, in hoeverre is vier coffeeshops voldoende, is er eventueel behoefte aan een vijfde coffeeshop? Het idee dat je dit wetenschappelijk kan onderbouwen, daar heb ik wel zo mijn twijfels bij. Ik denk dat het goed is om te kijken naar, hoe een andere gemeente dit, hoe het daar met de aantallen zit in verhouding tot het aantal inwoners, hoe het functioneert. En op basis daarvan denk ik, dat we een conclusie trekken en met een voorstel komen, om al dan niet het aantal coffeeshops verder uit te breiden. Maar dat, daar, ik wil daar geen enkel voorschot op doen. Behalve dan, dat ik het onderzoek zal laten uitvoeren en dat we kijken naar hoe dat in andere steden functioneert, ook kijkend naar bijvoorbeeld het nationaal wietexperiment. Dus we proberen de volle breedte hiernaar te kijken, maar ik kan niet veel meer zeggen over welke wetenschappelijke criteria ik hierbij zal aanleggen.

De voorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Voorzitter, ja, dank u wel. Ik zou daar nog wel graag op willen reageren. Want wat ik in de reactie van de portefeuillehouder hoor is ook, dat we eigenlijk vooral naar andere gemeentes gaan kijken. Moeten we niet kijken of naar onze eigen gemeente, of het in Deventer, of hoe het nu functioneert met vier en of dat niet volstaat? Dus ik zou de vraag graag willen omdraaien. En ook de portefeuillehouder willen uitdragen, uitdagen om die vraag misschien om te draaien. Niet te kijken, hoe andere gemeenten het hebben geregeld. Maar hoe gaat het nu hier? Staan er rijen bij wijze van spreken, of volstaat nu gewoon die vier, het aantal van vier? De voorzitter: De portefeuillehouder.

18 De heer König: Voorzitter, laat onverlet dat wij zoals de heer De Niet zegt, ook zullen kijken naar, hoe functioneert het hier? Natuurlijk. En als vier voldoende is, dan kom ik ook met dat verhaal. Ja. De voorzitter: Mijnheer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, dank u wel. Ik heb een vraag aan de portefeuillehouder, een nadere toelichting. In de motie wordt gesproken over het afschaffen van loting. Ik hoor in het antwoord van de portefeuillehouder wel evaluatie, maar niet dat die meegaat in de afschaffing van de loting. Dus voor de helderheid, misschien toch nog even een toelichting daarop. De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer König: Voorzitter, het lijkt me ordentelijk om goed te kijken naar, hoe verloopt nu deze procedure waar, die we nu net gestart zijn, die nu loopt? Gecombineerd met de ervaring van de afgelopen jaren met eerdere lotingen. We kijken ook naar de jurisprudentie, hoe die zich ontwikkelt. We kijken naar hoe andere steden het verlenen van de vergunning regelen. Kijk, we verloten geen vergunning hè. We verloten alleen de volgorde, waarin kandidaten een aanvraag kunnen indienen. En de vraag is, of dat de meest wenselijke methode is. Dat kan ik nu niet overzien, ik heb er ook geen oordeel over.

Ik wil gewoon kijken, hoe functioneert het in de praktijk hier in deze situatie? Maar ik kijk ook naar de ervaring in andere gemeenten, die het anders georganiseerd hebben. De voorzitter: Mijnheer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, dan zie ik toch nog wel enig licht tussen datgene wat in de motie staat en, wat de portefeuillehouder nu zegt. Maar dat is meer constaterend. De voorzitter: Ja, dat snap ik. En voor de goede orde. Hetgeen wat er in het dictum staat, is hetgeen wat u als raad al dan niet aanneemt. Er staat niet voor niks, draagt het college van B&W op. Het is geen amendement, het is een motie, dus het college kan ervan afwijken. Maar als u straks in meerderheid besluit om deze motie vreemd aan te nemen, dan is dat hetgene, waar u het college opdracht toe geeft. Oké. Dan gaan wij deze motie vreemd in stemming brengen. Ik vraag u allereerst, of er behoefte is aan stemverklaring. Als dat niet zo is, dan vraag ik u welke leden voorstemmen voor deze motie vreemd. Oké, dank. Welke fracties stemmen tegen? Dank. Dat betekent, dat deze motie is aangenomen met 33 stemmen voor en vier stemmen tegen van het CDA en de ChristenUnie. 11.

Motie vreemd: Outdoor Freerunpark (PvdA, GL, DS)

De voorzitter: Dan gaan we door naar de volgende motie vreemd, dat is Outdoor Freerunpark. En dat betekent ook, dat ik de voorzittershamer weer overdraag aan de burgemeester. Voorzitterswissel naar: de heer König. De voorzitter: Dan vervolgen wij de vergadering en gaan we verder met de motie Outdoor Freerunpark. De heer Hoogenberg heeft het woord, om de motie toe te lichten. De heer Hoogenberg: Dank u, voorzitter. Voor u ligt een motie aangaande de verdere uitwerking van het Outdoor Freerunpark. Daarom zou ik graag nog even kort met u willen terugblikken op, waar we vandaan komen. Want deze trein rijdt natuurlijk al even. Ruim twee jaar geleden kwamen wij in contact met de freerunners en die waren vrij duidelijk over, wat zij zouden willen zien in Deventer. Een volwaardig freerunpark in de buitenlucht, zoals ze dat kennen uit bijvoorbeeld Arnhem. Wij adviseerden ze om met dit idee naar de motiemarkt te gaan en zo geschiedde in april 2023. We hebben bij de behandeling van de Voorjaarsnota in 2023 vervolgens een motie ingediend, om een haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren en daar hebben we dit najaar de resultaten van

19 mogen ontvangen. Waarvoor dank aan het college, maar vooral de ambtelijke organisatie. Ik zal nu niet nog een keer het belang van zo’n freerunpark benadrukken en uitlichten. Maar ik wil wel even benoemd hebben, dat het realiseren van een freerunpark niet alleen een impuls is voor het sport-, beweeg- en speelaanbod in Deventer. Maar dat het ook een blijk van waardering is voor het initiatief dat onze inwoners zelf nemen, door met hun idee naar de motiemarkt te komen. En dan hoeven wij alleen maar te faciliteren. Uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat de meest kansrijke locaties, het dak van de Stadshub, Roto locatie en het gebied Haveneiland zijn. Een incidentele investering die globaal begroot is op drie ton, is op dit moment niet haalbaar. Maar er zijn mogelijk koppelkansen bij combinatie van ontwikkeling op de potentiële locaties en het freerunpark. Daarom vragen wij het college met deze motie, om het freerunpark te betrekken bij de verdere uitwerking op de Roto locatie, het Haveneiland en de incidentele en structurele kosten nader inzichtelijk te maken en daarmee terug te komen bij de gemeenteraad. De motie dienen wij samen in met GroenLinks en Deventer Sociaal en wordt mede-ingediend door Gemeentebelang. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoogenberg. Reactie vanuit de raad. Mevrouw Zieverink, ga uw gang. Mevrouw Zieverink: Ja, dank, voorzitter.

U gaf het al aan, de trein rijdt al even. Maar mijn samenvatting van het uitgebreide dictum was eigenlijk, er is over gesproken, er is behoefte, er zijn plannen, maar er is geen geld. Waarom dan nu toch onderzoeken en vragen of er geld is? De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Daarvoor zijn eigenlijk twee redenen. Allereerst, omdat er nu een globale begroting is gemaakt. Dat is ongeveer drie ton. Maar dat willen wij toch wel per locatie ook echt duidelijk inzichtelijk hebben, voordat we überhaupt iets kunnen gaan doen. Ten tweede, er liggen koppelkansen bij nu voornamelijk het, de stadshub op de Roto locatie. Ik kan mij zo voorstellen maar dan ga ik op de stoel van de wethouder zitten en ik heb het geluk, dat de wethouder op dit dossier ook de wethouder Financiën is, dus ik kan hem doorpassen. Maar, dat dat voordelen heeft voor de investeringskosten. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Dat zijn de globale inschattingskosten. Volgens mij is de ervaring, dat uitvoeringskosten altijd weer hoger liggen dan de vooraf ingeschatte kosten. Maar wat zijn de kosten van zo'n aanvullend onderzoek eigenlijk? De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Daarvoor verwijs ik u naar de wethouder. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, voorzitter, daar had ik nog wel even een vervolgvraag over.

Want de indiener heeft dus eigenlijk niet zo'n idee van, wat nu de impact van de motie is op onze financiën in de gemeente. Dus daar is van tevoren geen contact over geweest. De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Jazeker wel. Maar de Roto locatie wordt onderzocht. Die ontwikkeling, die loopt al. En op de Roto locatie is al verwoord, om een sport- en spellocatie te realiseren. Wij zeggen alleen, kijk of dat dan een freerunpark kan worden, dus inhoudelijk veranderen wij daar niet zoveel aan. Lukt dat niet, kijk dan of het op het Haveneiland kan en kom met die kosten bij ons terug.

20 De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Dank u wel, voorzitter. Ja, het sluit een beetje aan op de vraag van mevrouw Zieverink. Die trein rijdt, het college is ermee aan de slag. Er worden allerlei locaties al bekeken en in kaart gebracht. Waar gaat deze motie, waarom deze motie en waar moet hij toe aanzetten? Want ik heb het idee, dat het college al volop met dit onderwerp aan de slag is. Dus welk zetje in de rug, denkt de heer Hoogenberg het college nog te moeten geven? De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dat de voorziene en eventuele sport- en spellocatie bovenop het dak van de stadshub mogelijk een freerunpark kan worden. Dat leggen wij nu zwart op wit vast. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: En heeft de heer Hoogenberg dan indicaties, dat dat door het college … Het is al als één van de twee mogelijke locaties voor dat park benoemd. Dus ik snap niet waarom u denkt, dat het college of de heer Hoogenberg denkt, dat het college dit niet goed in het vizier? De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dat zeg ik niet. Ik kan me alleen voorstellen, voorzitter, dat het een steuntje in de rug is. En dat wij hierbij duidelijk afkaderen, wat wij dan voor ogen hebben op het dak van die stadshub. De voorzitter: De heer Evers, laatste instantie. De heer Evers: Ja.

Dan hoor ik graag dadelijk van de wethouder, of die dit steuntje in de rug nodig heeft. Want ik zou denken, dat deze wethouder dit zelfstandig ook al wel voor elkaar zou kunnen krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Donkers. De heer Donkers: Ja, dank, voorzitter. Is misschien vrij technisch hoor. Maar in, als de raad dit, deze motie vreemd aanneemt, dan constateert of dan vindt de raad het volgende. Namelijk, dat er geen financiële middelen hiervoor beschikbaar zijn. De raad gaat over het geld, raad gaat over de begroting. Ondergraaft, ondergraven de indieners daarmee ook niet automatisch het standpunt, dat dat park er moet komen? De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: En dan, begrijp ik, voorzitter, de vraag van de heer Donkers dan goed, dat het gaat om het stukje, die investering van drie ton is op dit moment niet haalbaar? Die overweging. De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Ja, dat klopt. Normaal, normale mensentaal. Als we dit aannemen, dan zegt de raad van, we hebben er geen geld voor over. Maar tegelijkertijd, dragen de indieners het college op om verder te gaan met het onderzoek. Dat lijkt me geen logische volgorde. De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Mocht de heer, mocht ik bij de fractie van de VVD en de heer Donkers dan de handen op elkaar krijgen, dan wil ik er ook niet haalbaar lijkt van maken.

In plaats van, is.

21 De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Dan zou het voorstel van mijn fractie zijn, dat de indieners kiezen voor de Voorjaarsnota of de Perspectiefnota, moet ik zeggen. Om dit in te dienen. Want dan gaan we over het geld en dan kan, kunnen de indieners er ook voor kiezen om er financiële middelen voor vrij te maken. Initieel voor het onderzoek, maar uiteraard ook voor de uitvoeringskosten. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u, voorzitter. Als mede-indiener wil ik hier wel op reageren. Want het feit is, dat we natuurlijk twee jaar geleden al bij de Voorjaarsnota een dergelijke motie hebben ingediend. En dat uit de reactie van het college kwam, er is op dit moment, zijn op dit moment onvoldoende middelen om dit op een bepaalde locatie te doen. Vandaar dat we dus nu zeggen van, we zien die ontwikkelingen nu bij Roto, het kan eventueel in het Havenkwartier. Op moment dat we er nu helemaal niks mee doen, wordt het dus ook niet meegenomen in het onderzoek naar het Roto terrein. Dus eigenlijk proberen we tijd te winnen en proberen we samen met het college, tot een goede oplossing te komen. Er wordt nu een onderzoek gedaan. Waarom deze ontwikkeling niet meenemen? Er kan altijd uitkomen, dat er geen geld is. Maar ik heb de wethouder de vorige keer ook horen zeggen, dat er volop gekeken wordt naar die koppelkansen.

Dus ik ben niet bereid om te zeggen, we gaan het nu weer intrekken en we gaan het weer bij de Perspectiefnota doen. Want dan zijn we straks aan het eind van deze raadsperiode en dan hebben we nog geen freerunpark. De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Dank, voorzitter. Ja, heel hard gezegd. Het college gaat helemaal niet over het geld, dat gaat de raad. Raad heeft budgetrecht. Dus op het moment, dat de raad bij een Voorjaarsnota, bij een Perspectiefnota besluit daar middelen voor vrij te maken in meerderheid, dan is het gewoon aan het college om dat uiteindelijk uit te voeren. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, voorzitter. En daarom dus deze tussenstap, zodat dus bij de Perspectiefnota duidelijk wordt, op welke locatie het haalbaar is en welke middelen er dan gevraagd worden. De voorzitter: Mijnheer Donkers, in laatste instantie. De heer Donkers: Dank, voorzitter. Volgens mij heeft het college uiting gegeven aan die vraag, die er aan de raad ligt, namelijk het onderzoek naar die locaties. Daar komt uit, dat het college er geen geld voor over heeft. Dan is het aan de raad om te bepalen, of er wel geld voor vrij moet komen. En als de raad dat besluit, dan is het aan het college om dat uit te voeren. En het, natuurlijk, het is mooi om te zeggen van, dan doen we het met koppelkansen.

Maar een koppelkans, dat kan het college ongetwijfeld beamen, is nooit budgetneutraal. Dus daar moet altijd geld bij en dat moet de raad vrijmaken. Dus daarom nogmaals mijn oproep, om deze nu te parkeren en bij de Voorjaarsnota, Perspectiefnota opnieuw in te dienen. De voorzitter: Het is aan de indieners, hè. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, dank, voorzitter. Want uit de beantwoording vanuit de indieners krijg ik ook wel een beetje het gevoel van, of zit ik even hardop na te denken. De invulling van een specifieke ontwikkeling als Roto, dat komt altijd nog langs de raad. Waarom agenderen we niet daar dit soort gesprekken? Waarom lopen we nu eigenlijk al vooruit op iets, wat eigenlijk nog bij de raad komt als mogelijke ontwikkeling hè? Er is al voorzien in een mobiliteitshub voor sport en spelen, dus dat zou dan ook al het kader vormen. Dus als we daar veel specifieker nog willen op die Roto ontwikkeling, dan komt dat toch nog langs de raad op een later moment?

22 De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Ja, dank, voorzitter. En zoals mevrouw Zieverink zegt, inderdaad op een later moment. Dat is niet concreet genoeg. En ook nog om op de vraag terug te komen van, waarom dan niet bij de Voorjaarsnota? We kijken inderdaad naar koppelkansen, maar om te weten wat we gaan vragen bij de Voorjaarsnota, willen we nu die kosten inzichtelijk hebben. En het kan zomaar zijn, dat die kosten afwijken van de globale begroting. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, voorzitter. Ik bedoelde eigenlijk niet bij de Voorjaarsnota. Ik bedoel gewoon op het moment, dat dit onderwerp bij een raadstafel wordt behandeld. En we het daar hebben over de kaders, die we in de verdere ontwikkeling meegeven aan het college. De voorzitter: Ik stel vast, dat de indieners vasthouden aan het indienen van de motie. En daarmee gaan we wat mij betreft, naar de zijde van het college. Wethouder Elferink, ga uw gang. De heer Elferink: Nee, ik hoef niet herbenoemd worden, mijnheer de griffier. Dank u wel, voorzitter. Hij doet het gewoon, gelukkig. Ja, even voor de tijdslijn. Dat is wel even belangrijk om, voorzitter, om dat even te, helder te schetsen. We hebben op verzoek van de raad onderzoek gedaan naar mogelijke locaties waar een freerunpark, een initiatief vanuit de ideeënmarkt mogelijk gerealiseerd zou kunnen worden.

Daar zijn de twee locaties uitgekomen, zoals die hier in een motie verwoord worden. Ja, u heeft ook gezien in die motie, dat daar, dat het nog enige tijd duurt voordat we daar aan de slag gaan. Dan snapt het college, dat de indieners dit willen markeren. Het gaat in een volgende periode zijn beslag krijgen. Dat op dat moment daar, het college dat op dat moment hier staat, daarmee aan de slag gaat en dat meeneemt. Want er is een voorziening, een sportvoorziening voorzien op die stadshub. Daar hebben we ook middelen voor, he vanuit de versnellingsgelden om die stadshub te realiseren. Dus wij kunnen heel goed mee in deze motie en zullen dit dan ook in uitvoering nemen op moment, dat dat aan de orde komt. De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Geen commentaar. Ik dank de wethouder. De voorzitter: Uitstekend. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Neemt de portefeuillehouder dan ook andere mogelijkheden voor de invulling van het mobiliteitshub mee? Of, wordt dat dan überhaupt niet meer meegenomen, als deze motie wordt aangenomen? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: We zullen onderzoek doen naar de mogelijkheden. Dat ligt nu voor en dat gaan we uitvoeren. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Voorzitter, dat leek me geen antwoord op mijn vraag.

Mijn vraag was, worden dus andere mogelijkheden voor de invulling van die mobiliteitshubs dan een freerunnerspark, dus niet meegenomen in het onderzoek? De voorzitter: Wethouder Elferink.

23 De heer Elferink: Ja, er wordt ons nu gevraagd om onderzoek te doen naar in ieder geval, een freerunpark. Maar als het niet kan, gaan we naar een andere locatie. En zullen we op dit, op deze plek zal gekeken worden naar een andere mogelijke voorziening. Maar dat ligt nu niet voor. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, sorry, voorzitter. Maar ik constateer, dat er geen antwoord wordt gegeven op mijn vraag. Want ik bedoel gewoon in het, de ontwikkeltraject rondom Roto Smeets. Bent u, heeft, is er een plek voor een mobiliteitshub voor sport en spelen? Deze motie vraagt nu om die mogelijkheid voor spelen en sporten in te vullen met, of de mogelijkheden te verkennen voor een freerunnerpark. Ik zie de indiener nee schudden, maar zo heb ik het dan maar even opgevat. Dan hoor ik graag, hoe het wel zit. Maar als dat niet zo is, dan hoor ik heel graag van. hoe ik dat dan wel moet lezen. De voorzitter: De heer Hoogenberg, in eerste instantie. De heer Hoogenberg: Dank, voorzitter. En dan wil ik mevrouw Zieverink toch verwijzen naar de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek, waarin heel duidelijk staat dat een freerunpark onderdeel kan zijn van een uitgebreidere sport- en spellocatie op het dak van de stadshub. Dus er wordt niks gepasseerd. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Sorry, voorzitter. Ik zal zo nog eens een keer kijken naar het dictum.

Maar volgens mij, ik lees het dan, dat dit wordt gereserveerd of ingevuld wordt door, maar goed. Daar zal ik dan nog wel even naar kijken. En ik zou wel graag van de portefeuillehouder nog willen weten, ja, hoe we dit gaan financieren als nu eigenlijk geen financiering is. Dus wat betekent dat onderzoek eigenlijk? De voorzitter: De heer Elferink. De heer Elferink: Dank u wel, voorzitter. Op dit moment gaan we niets onderzoeken. U hoeft toen, bij de komende Perspectiefnota geld vrij te maken, want dit speelt in 2027. Dus op dat moment gaan we kijken bij de invulling van de Roto locatie, waar op dit moment nog helemaal niemand mee bezig is. Maar dat, op dat moment gaan we dit meenemen. En als daar een nader onderzoek nodig is, dan zullen we bij uw raad terug moeten komen, als daar geen geld binnen dat project op dat moment voorzien is. Maar op dit moment zoals het college deze motie interpreteert is het markeren van, dat de raad wil dat op dat moment voor een voorziening die daar al, een sportvoorziening die daar voorzien is dat die, dat we dan dit voorstel meenemen. De voorzitter: De heer Donkers. En dan ga ik tot een afronding van het debat komen. De heer Donkers. De heer Donkers: Ja, dank, voorzitter. Constateer ik dus, dat het college niks gaat doen met deze motie vreemd? Behalve, het op de plank leggen tot 2027. De voorzitter: Wethouder Elferink.

De heer Elferink: Daar roept de motie toe op. De voorzitter: Ik stel voor, dat we overgaan tot stemmen. Is er behoefte aan stemverklaringen? Dit, mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, voorzitter. Het zal u niet verbazen, Deventer Belang zal tegenstemmen. Het haalbaarheidsonderzoek is niet waar we over stemmen, we stemmen over het dictum. En de snelheid die de indieners voor ogen hebben, wordt niet behaald, want dat blijft op de plank liggen tot 2027. Wij stemmen tegen.

24 De voorzitter: Dank u wel. Verder nog stemverklaringen? Niet. De heer Donkers? Nee. Uw opvatting was wel duidelijk, mijnheer Donkers. Ja. Ik stel voor, dat we gaan stemmen en dat betekent dat ik nu vraag aan diegenen die voor zijn, om hun hand op te steken. Dan degenen, die tegen dit voorstel zijn. Motie is aangenomen met 21 stemmen voor, nee, 31 stemmen voor, sorry 29 voor, acht tegen. Motie is aangenomen. 12.

Motie vreemd: Vertaling naar Omgevingsplan (PvdA en DB)

De voorzitter: Dan gaan we naar de motie Vertaling naar Omgevingsplan, ingediend door de PvdA en door Deventer Belang. En mevrouw Zieverink zal het woord voeren. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter en vooral ook dank aan mijn collega Visser van de PvdA, voor het samenwerken op deze motie Doorvertaling in het Omgevingsplan. Ook dank aan de brede steun in de raad, VVD, ChristenUnie, GroenLinks, CDA, Deventer Sociaal, SP, Gemeentebelang en de griffie voor de snelle afstemming en ondersteuning. Wat je in een week wel niet met elkaar kan bereiken. Ondanks deze brede steun vinden de indieners een korte toelichting op deze motie op zijn plaats. De essentie van deze motie vreemd is, dat als we als raad besluiten nemen met een doorwerking in het fysieke domein, we dan ook graag willen weten, of dit besluit bijvoorbeeld wordt vertaald in een omgevingsplan en welke consequenties dat dan heeft. Leidt het vaststellen van een hoogbouwvisie bijvoorbeeld ook tot wijziging in het Omgevingsplan en wat betekent dat dan? En wat zijn dan de risico's die we als raad of als gemeente lopen? Voorbeelden van vragen, die we graag beantwoord zien met het aannemen van deze motie vreemd. Het gaat voor de indieners dus met nadruk om de vraag, om toelichting te geven bij toekomstige raadsvoorstellen met een doorwerking in het fysieke domein.

We vragen dus niet meteen om een wijziging, aanpassing, actualisatie, et cetera, et cetera van de Omgevingsvisie en of vertaling naar omgevingsplannen. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zieverink. Reacties uit de raad? Dat is niet het geval. Dan gaan we naar de zijde van het college, wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Voorzitter, het college kan deze motie omarmen, oftewel positief adviseren. Het is denk ik, een mooi voorbeeld van de grote betrokkenheid van deze raad, die ook tot uitdrukking komt in de werkgroep van de Omgevingswet. En we vinden het als college een goed plan, om bij raadsvoorstellen met doorwerking juist in de fysieke leefomgeving, deze vragen die in het dictum staan te beantwoorden en dit inzicht uiteraard te delen met de raad. Overigens is het thema van de doorwerking van beleid in het omgevingsplan, voorheen het bestemmingsplan is niet nieuw, maar wordt wel extra zichtbaar, juist door de Omgevingswet. En tenslotte, voorzitter. De doorwerking van beleid naar uitvoering heeft naast bestuurlijke aandacht, ook uiteraard ambtelijk de aandacht. Het is een thema dat bij het opnieuw inrichten van onze organisatie, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan het proceseigenaarschap in de hele keten van beleidsvorming, uitwerking, realisatie en uitvoering. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ik wil vooral het college namens alle indieners en mede-indieners hartelijk danken voor deze positieve steun. De voorzitter: Dank u wel. Dan stel ik voor, dat we overgaan tot stemming. Dan de vraag, zijn er stemverklaringen? Die zijn er niet. Dan de vraag, wie stemt voor dit voorstel? Iedereen. Motie is unaniem aangenomen. 13.

Grote Synagoge en andere Rijksmonumenten (PvdA, Gb, GL)

De voorzitter: Dan gaan we tot de laatste motie komen, tot de laatste motie. Dat is een motie Grote Synagoge en andere Rijksmonumenten. Die motie is voorbereid door mevrouw Eekhuis. En u heeft het woord, mevrouw Eekhuis.

25 Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. De meeste mensen onder ons hebben in de weken hiervoor en zelfs vanavond nog in de lounge, kennis kunnen nemen van dit manifest van de Stichting Behoud Grote Synagoge. Een burgerinitiatief, een mooi burgerinitiatief en altijd fijn om met een groep gemotiveerde inwoners te spreken. Naar aanleiding van die gesprekken is deze motie ontstaan. Niet op inhoud, maar op het onderdeel daar waar de gemeentelijke taak en verantwoordelijkheid ligt. Wij zijn namelijk verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de Rijksmonumenten. De gemeente heeft ook als taak, om eigenaren bij het onderhoud van monumenten te adviseren, te ondersteunen en bijvoorbeeld middels doorverwijzing naar subsidieregelingen te helpen. Zo zijn wij gekomen, hebben we volgens mij niet gezegd. Wij, we dienen, de PvdA dient dit mede namens Gemeentebelang en GroenLinks in. Mede-indieners zijn ChristenUnie en Deventer Sociaal en CDA. Zo zijn we gekomen tot het dictum, zoals u dat heeft kunnen lezen. Om de staat van onderhoud en beheer van de grote synagoge … Even voor de verduidelijking nog, heeft u allemaal vast gelezen in de motie, maar er zijn dus grote zorgen over de staat van onderhoud geuit. Daarvoor vragen wij hier, om de staat van onderhoud en beheer van de grote synagoge te beoordelen en naar bevinden te handelen.

En de uitkomst hiervan in Q1 met de raad te delen. Om voor beeldvorming van de raad inzichtelijk te maken, op welke wijze toezicht op de Rijksmonumenten nu is georganiseerd en dit zo spoedig mogelijk in uiterlijk Q2, met de raad te delen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eekhuis. Reacties uit de raad? De heer Van den Nieuwenhof, ga uw gang. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij van DeventerNu hebben moeite met de ja, de titel van de motie. Want er staat wel, grote synagogen. Maar eigenlijk zou ik gewoon zeggen, haal dat gewoon weg. Gewoon alle monumenten. Dat dekt volgens mij beter de lading. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ik, mevrouw Eekhuis, voorzitter, wijst op de titel zoals die daar staat. De voorzitter: Ja, grote synagoge. Mevrouw Eekhuis: Grote synagoge en andere Rijksmonumenten. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, maar mijn voorkeur zou zijn, van DeventerNu, gooi die grote synagoge teksten weg en gewoon de Rijksmonumenten, de 550. Dat zou ik als aanhef hebben. Dat zou mij, want dat gaat natuurlijk om iedereen, om alle gebouwen. Dat als eerste, de opmerking. Dan voorzitter, had ik een andere opmerking. Heb ik het goed, dat de eigenaar van dat pand eigenlijk verantwoordelijk is voor het onderhoud? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. De eerste voor, opmerking.

Ik schrijf en wij hebben hem geschreven, wij hebben hem zo benoemd. De tweede opmerking. De eigenaar is niet in zijn eentje volledig verantwoordelijk, hij is natuurlijk wel eindverantwoordelijk. Maar daarvoor liggen, er liggen … Landelijk is het ook zo geregeld, dat ook verantwoordelijkheden bij de provincie, bij het Rijk, provincie en de gemeente liggen. De voorzitter: Ja. Mijnheer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had een andere vraag. Weet iedereen ook hoeveel subsidie al verleend is aan deze grote synagoge? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ik denk, dat dat een technische vraag is, die de heer Van den Nieuwenhof niet aan mij moet stellen.

26 De heer Van den Nieuwenhof: Ja, wat ik u wel kan zeggen is, dat er helemaal geen geld is aangevraagd voor dat hele pand. Dus dat geeft maar aan, blijkbaar vonden de eigenaar die er nu is en de andere eigenaar, dat helemaal niet noodzakelijk om dit pand te renoveren of te vernieuwen en de subsidie aan te vragen. Dat wou ik even meegeven. Voor de rest, had ik nog één vraagje voorzitter. De groep die vandaag die petitie heeft ingediend, die maakte zich zorgen over de onderhoud. Maar is het dan zo, dat ze dan eigenlijk hadden moeten zeggen bij de eigenaar, je moet gewoon zorgen voor onderhoud? Dat doet hij dan niet. Dat ze dan zich vervolgens vervoegen bij de ambtenaar, die toezicht kan houden of handhaving kan houden. Is dat niet en dan actie kan ondernemen, is dat niet de normale volgorde? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. Binnen de gemeente zoals wij dit hier nu inmiddels allemaal heel gewoon vinden, wordt er gesproken over het piepjessysteem. Het blijkt maar weer eens, dat het niet in de samenleving altijd zo breed gekend wordt als en gebruikt wordt, zoals wij dat dan wel eens willen geloven. Voor uw eerdere opmerking over, welk geld wel of niet is aangevraagd.

Ja, daar gaat de motie, de motie richt zich duidelijk op de taak zoals ik het net ook weer heb uitgelegd en zoals het in de motie ook staat, op de taak en verantwoordelijkheid van de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter, dank u wel. Een beetje kan ik mij wel voorstellen, wat mijnheer Van den Nieuwenhof bedoelt, want zo hebben wij de motie ook gelezen. We voelen heel erg mee met de indieners van de petitie over het onderhoud en die zich zorgen maken om het algemeen, het gebruik ook van de synagoge. Maar, voorzitter, volgens mij kent Deventer 700 Rijksmonumenten. Dan riekt het een beetje naar willekeur, als we nu de synagoge eruit lichten en daar de college op afsturen. Wat vindt mevrouw Eekhuis ervan, hoe we dan om moeten gaan met die andere 699 Rijksmonumenten? Moet het college die ook allemaal gaan aanschrijven en daar onderzoek doen naar de status? Of, moeten we eigenlijk gewoon wachten tot de ondernemer, de eigenaar aangeeft, dat hij regulier onderhoud gaat doen of hoe gaat dat eigenlijk? Hoe ziet mevrouw Eekhuis dat voor zich? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: 550 Rijksmonumenten zijn er in Deventer, althans zo is mij verteld op navraag. Ik heb net al gerefereerd aan het piepjessysteem. Blijkbaar werkt dit niet.

Komt dit niet altijd even goed over, vooral is het vooral niet goed genoeg bekend. En als ware volksvertegenwoordiger zie ik er totaal geen enkel bezwaar in, om daar waar het piepjessysteem even niet goed werkt, om welke reden dan ook, om dat hier duidelijk ook in de raad middels een opdracht naar het college, nog een keer toe te voegen. Het riekt wat mij betreft, totaal niet naar wat dan ook. Behalve, dat tweede dictum spreekt er ook duidelijk van. Het is gewoon een zorg en een vraag en wij willen inzichtelijk hebben, hoe gaan wij nu eigenlijk precies om met het onderhoud en het beheer en onze verantwoordelijkheid in deze? Dat is slechts een klein stukje en dat stukje, kunnen we dat doen? Dat weten, dat konden wij niet goed genoeg beoordelen. Vragen we het daarom aan het college, om dat inzichtelijk te maken. In zijn geheel, alle Rijksmonumenten. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter. Ik heb altijd geleerd, Deventer heeft 700 monumenten, dat ze dan 550 Rijksmonumenten zijn. Nogmaals, dan blijven er 549 over. Maar volgens mij, is de status controleren van zo'n monument wat u eigenlijk in het dictum vraagt en dat is misschien ook wel een vraag aan het college.

Zijn wij daar wel toe in staat? Hebben wij die expertise wel in huis, of doet de Monumentenwacht dat? Als de Monumentenwacht dat zou moeten doen, voorzitter, hoe gaat hij dan toegang? Moet hij dat eerst weer overleggen met de eigenaar? Hoe gaan we dat …

27 De voorzitter: Zullen we die vraag bij het college neerleggen? De heer Kleine Schaars: Zeker, graag. De voorzitter: Oké. Dan de heer De Bokx. De heer De Bokx: Dank u wel, voorzitter. Ja, om daar ook een beetje op in te haken. Ik begrijp de motie volledig. Er leven zorgen onder de, onder verschillende inwoners over de synagoge. Maar het riekt er wel naar een beetje, dat de motie gewoon oproept tot een handhavingsverzoek en vervolgens wordt aangevuld, met een technische vraag over beleid. Dus ik vraag me af, waarom de indieners heeft gekozen voor de weg van een motie. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. De, het is duidelijk, dat het bericht niet helemaal goed doorkwam, dat er grote zorgen leven en die grote zorgen bij welke partij dan ook, om wel, om wat voor onderwerp dan ook. Ik hoop, dat we dat toch allemaal altijd willen horen, als dat naar de raad toekomt. Dat is één. En twee. Ja, nogmaals, ik begrijp de commentaren richting rieken en weet ik allemaal wat, niet helemaal zo goed. Ik heb, bij mij heeft het in ieder geval en bij de mede-indieners heeft het vragen opgeroepen over en eigenlijk noemde mijnheer Kleine Schaars daar ook al een aantal van. Hoe is het nou eigenlijk geregeld? En waar, kunt u ons, dat voor ons inzichtelijk maken. Dat lijkt mij een zeer goede reden.

En dat vindt u terug in dictum twee, in bullet twee van het dictum. De voorzitter: De heer De Bokx. De heer De Bokx: Eens. Daar ben ik het volledig mee eens. Maar dat kunnen wij dan gewoon, die vraag kunnen wij dan gewoon stellen aan het gemeente. Dus ik begrijp dan de motie niet volledig. Dan heb ik nog één vraag over, u vraagt om in Q1 terug te komen met de stand van zaken. En dan vraag ik me ook af, wat is onze rol als raad met die informatie? Of het college. Het college is een toezichthouder en een ja, schept u geen valse verwachtingen? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat laatste is zeer zeker niet de bedoeling. Ik, het enige wat ik wil, is een vraag en daar wil ik ook graag het antwoord op ontvangen. Dus ja, in mijn hoofd is dat niet zo verwonderlijk, als dat het in die van u is. De voorzitter: De heer De Bokx. De heer De Bokx: Dank u. Maar dan kunnen we hierbij die vraag stellen en dan het antwoord verwachten, denk ik. De voorzitter: Sterker nog, dan gaan we nu naar de zijde van het college. Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Dank u, voorzitter. Het college kan op zich goed uit de voeten met de gevraagde zaken in deze motie. We zijn als organisatie in staat om goed te beoordelen, wat de staat is van onderhoud en beheer van een Rijksmonument. Dus ook van de synagoge.

Dat doen wij op dit moment inderdaad, op basis van incidentele opmerkingen. En dat, maar dat zegt niets over de kwaliteit van, wat wij hier kunnen doen. Dus wij kunnen een onderhoud en beheer van de synagoge beoordelen en op basis daarvan handelen. Daarvoor hebben wij nog wel afstemming nodig. Dus of we helemaal Q1 halen in de eerste bullet, dat is voor mij nog, dat is onzeker. Maar het college kan dus positief oordelen over deze motie.

28 De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ik snap, ik hoor wat de wethouder zegt over het Q1, dus zo spoedig mogelijk. Mevrouw Duursma: Voorzitter, dat kan ik zeker toezeggen. De voorzitter: Dan ligt er nog een vraag van, over de Rijksmonumenten, het toezicht daarop. Want zegt u nu, we gaan al die monumenten kunnen beoordelen? Mevrouw Duursma: Voorzitter, als wij alle monumenten in deze stad en of, daarnaast hebben we ook nog heel, heleboel gemeentelijke monumenten moeten beoordelen, dan schat ik in, dat wij … Dan weet ik op dit moment al zeker, dat wij daar onvoldoende bezetting en mankracht van, voor hebben. Dat hebben we niet. Overigens ligt maar een deel van deze zaak en daarom ben ik eigenlijk wel blij met de tweede bullet, want daarmee kunnen we namelijk heel goed inzichtelijk maken, waar ligt welke verantwoordelijkheid? Die ligt niet alleen op het bord van de gemeente, die ligt ook op het bord van de provincie en het Rijk. En ook daar zullen wij u gewoon heel goed inzichtelijk maken, wie doet wat op welk moment en hoe werkt dat dan precies. Zodat de Rijksmonumenten zo mooi blijven, als ze op dit moment zijn. Dat is wel de ervaring, ja, er zijn incidenten, maar over het algemeen staan de monumenten in Deventer er heel goed bij. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Bokx. De heer De Bokx: Dat is ontzettend fijn om te horen.

Laten we ons daarbij aansluiten. Mevrouw Eekhuis sprak over het piepjessysteem en dat er eerder verzoeken zouden zijn ingediend, of signalen zouden zijn gekomen. Heeft het college deze ontvangen en is daar dan ook naar gehandeld? Of hoe werkt dit doorgaans? De voorzitter: Mevrouw Duursma, wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Op het moment, dat wij een overtreding constateren. Dus op basis van een signaal, maar dan moet je al wel vrij ver gaan. Dus het is een grijs gebied over wanneer een eigenaar een overtreding maakt en wij handhavend kunnen optreden. Er zijn situaties waarin wij handhavend moeten optreden en is het heel expliciet en heel duidelijk, dat er een overtreding is begaan. Maar vanavond werd bijvoorbeeld ook in de lobby gezegd, ja, alleen niet goed schilderen is geen reden voor een handhaving door het college. Dus de echte beoordeling. We hebben het hier in het verleden wel al gehad met de indieners over, hoe gaan we hier nu mee om? Er was tot op heden geen aanleiding in deze mate, om dat onderzoek te doen. Maar als uw raad dit vraagt, dan gaan wij dat doen. En dat kunnen we ook. De voorzitter: De heer De Bokx. De heer De Bokx: Ja, dan wil ik dan toch even op doorvragen. Want begrijp mij niet verkeerd, het gaat mij totaal niet om de synagoge. Ik sta er volledig achter, dat we daar zorg voor dragen.

Maar ik vind het systeem waarin we dit nu doen een beetje vreemd, namelijk dat wij als raad dan individuele Rijksmonumenten gaan aanwijzen middels een motie, om dan te vragen aan het college om dan daar een beoordeling op te doen. Schept het niet ook een bepaald precedent? Is dit de rol van de raad en moet dat dan op deze manier? De voorzitter: Mevrouw Duursma. Mevrouw Duursma: Voorzitter, het is aan uw raad om te beoordelen, of u dit een onbehoorlijke vraag of een precedentscheppende vraag vindt. De voorzitter: Ja, mevrouw Eekhuis.

29 Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik hoor wat de heer Bokx zegt. Ik wil nog even terugkomen op een eerdere opmerking dat ik had aangeven, dat er allerlei verzoeken middels een piepjessysteem zouden zijn gedaan. Ik denk niet, dat ik dat gezegd heb, maar dat is zeker niet de bedoeling geweest. Wat ik heb gezegd is, dat er in de samenleving meerdere zorgen vaker op meerdere momenten zijn geuit. Dat is wat anders, dan gebruikmaken van het piepjessysteem. Zoals ik al benadrukte, is dat helaas dus niet altijd bij iedereen bekend. Het tweede stukje over het precedentschap. Ja, weet je, we kunnen denk ik, wel even terugkijken in de tijd. We hebben nog kort geleden hier naar aanleiding van een forum een motie ingediend. En zo zijn er wel meer. Want we zijn ook volksvertegenwoordigers en we reageren dus ook op geluiden en zorgen vanuit de samenleving. De voorzitter: Ja. Dan de heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Voorzitter, ik ben blij met de beantwoording van het college. En als we dan toch hè, want ik zei dat niet zomaar gekscherend, nog 549 andere monumenten.

Wil dan het college bij de beantwoording in Q1 daaraan toevoegen, hoeveel signalen zijn er dan geweest van eerdere monumenten, waar iets mis mee was? Hoeveel misstanden zijn er dan geweest? En hoe vaak heeft de gemeente Deventer dan moeten ingrijpen, bijvoorbeeld het laatste jaar? Want ik wil voorkomen dat wij dit soort, eigenlijk, waar we met technische vragen dit af hadden kunnen handelen en nu, op sentiment. En mijnheer Bokx zei het ook al heel duidelijk. Ja, iedereen hecht hier heel veel waarde aan synagoge en had hem graag heel mooi, in een hele mooie status en restauratie status willen zien. Maar daarvoor moeten wij niet elke keer dit soort raadsvergadering, dit soort moties indienen. De voorzitter: Mevrouw Duursma, wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Die toezegging wil ik wel doen. Wij kunnen goed inzichtelijk maken, hoe vaak wij een signaal hebben gehad en hoe vaak wij handhavend hebben moeten optreden. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik kijken, of er behoefte is aan stemverklaringen? De heer Donkers, ga uw gang. De heer Donkers: Ja, dank, voorzitter. VVD trekt zich het lot van het erfgoed en zeker het Joods erfgoed, bijzonder aan als herinnering aan de Shoah die meer dan 400 Deventenaren het leven heeft gekost, maar ook aan het rijks, rijke Joodse leven daarvoor. Wel heeft de heer De Bokx natuurlijk helemaal gelijk, dat dit nooit een motie vreemd had moeten zijn.

Dit hadden gewoon schriftelijke of technische vragen moeten zijn. Desalniettemin, zal mijn fractie toch voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Bokx. De heer De Bokx: Ja, dan veegt de heer Donkers al het gras voor mijn voeten weg. Maar wij zullen ook voorstemmen en om exact dezelfde redenen. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel, dan is dat helder. Geen verdere stemverklaringen? Ja, de heer Kleine Schaars nog. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter. Is een beetje in navolging, wat ik al gezegd heb. Wij zullen tegenstemmen. We vinden dit een motie die eigenlijk overbodig was, en technisch afgehandeld had moeten zijn. De voorzitter: Ja. Dank u wel. Dan geen verdere stemverklaring, dan gaan we stemmen. Dat betekent, dat ik nu vraag aan diegenen die voor zijn, om hun hand op te steken. Dank u wel. Dan degenen die, tegenstem. De motie is aangenomen, 33 stemmen voor en vier stemmen tegen. Daarmee zijn we om iets over 22.30 uur gekomen aan het einde van de raadsvergadering. Alle onderwerpen zijn behandeld, waarvoor hulde. Dank voor uw inzet. Fijne avond verder en tot een volgende keer. Vergadering is gesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15103716/1